NL2004180A - Kleminrichting, ophanginrichting en werkwijze. - Google Patents
Kleminrichting, ophanginrichting en werkwijze. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2004180A NL2004180A NL2004180A NL2004180A NL2004180A NL 2004180 A NL2004180 A NL 2004180A NL 2004180 A NL2004180 A NL 2004180A NL 2004180 A NL2004180 A NL 2004180A NL 2004180 A NL2004180 A NL 2004180A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- clamping device
- degrees
- members
- steps
- bias
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 16
- 239000000463 material Substances 0.000 claims abstract description 19
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 claims abstract description 6
- 239000012858 resilient material Substances 0.000 claims abstract description 4
- 239000007858 starting material Substances 0.000 claims abstract description 3
- 238000012216 screening Methods 0.000 claims description 11
- 239000000725 suspension Substances 0.000 claims description 4
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 3
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 3
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 3
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 2
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 claims description 2
- 230000003313 weakening effect Effects 0.000 claims description 2
- 238000004080 punching Methods 0.000 description 4
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 2
- 230000003716 rejuvenation Effects 0.000 description 2
- 208000027418 Wounds and injury Diseases 0.000 description 1
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 1
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 230000006378 damage Effects 0.000 description 1
- 208000014674 injury Diseases 0.000 description 1
- 230000007774 longterm Effects 0.000 description 1
- 238000003754 machining Methods 0.000 description 1
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 1
- 238000010422 painting Methods 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 239000000243 solution Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47G—HOUSEHOLD OR TABLE EQUIPMENT
- A47G1/00—Mirrors; Picture frames or the like, e.g. provided with heating, lighting or ventilating means
- A47G1/16—Devices for hanging or supporting pictures, mirrors, or the like
- A47G1/1653—Devices for hanging or supporting pictures, mirrors, or the like for connecting to a surface other than a flat wall, e.g. room corner, ceiling, window
Landscapes
- Clamps And Clips (AREA)
- Vehicle Body Suspensions (AREA)
Description
Kleminrichting, ophanginrichting en werkwijze
De onderhavige uitvinding betreft een kleminrichting voor het inklemmen daarvan tussen twee onder een hoek gerangschikte oppervlakken, zoals wanden. Voorts betreft de onderhavige uitvinding een ophanginrichting omvattende een dergelijke kleminrichting. Voorts betreft de onderhavige uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van een inrichting volgens de onderhavige uitvinding.
Het is bekend ondertussen haaks ten opzichte van elkaar gerangschikte wanden een inrichting in te klemmen teneinde middels een dergelijke inrichting objecten op te hangen. De niet voor gepubliceerde octrooiaanvraag NL 1035777 van dezelfde uitvinder als de onderhavige uitvinding is hiervan een voorbeeld. Een dergelijke inrichting verschaft een eenvoudige wijze voor het ophangen van objecten maar is relatief tot de inrichting volgens de onderhavige uitvinding bedoeld voor grote objecten of langdurig gebruik. Deze inrichting omvat een scharnier en is derhalve relatief complex van samenstelling.
De onderhavige uitvinding beoogd een relatief eenvoudige oplossing voor relatief geringe toepassingen te verschaffen. Hiertoe verschaft de onderhavige uitvinding een kleminrichting voor het inklemmen daarvan tussen twee onder een hoek gerangschikte oppervlakken, zoals wanden, waarbij de inrichting omvat: - een voorspanningslichaam voor het verschaffen van een voorspanning aan de kleminrichting, - ten minste drie aangrijporganen die zijn gerangschikt op respectieve geschikte aangrijpposities gerangschikt aan het voorspanningslichaam, waarbij - het voorspanningslichaam vervaardigd is uit een veerkrachtig materiaal dat in een richting buigbaar is.
Een voordeel van een dergelijke kleminrichting op basis van een voorspanningslichaam uit een veerkrachtig materiaal dat in een richting buigbaar is en het tenminste 3 aangrijporganen is dat deze een zeer stabiele passing verkrijgt tussen de beide wanden. Middels een eenvoudige vervorming van het voorspanningslichaam is het mogelijk om het voorspanningslichaam tussen de wanden te positioneren waarna bij het vrijgeven van het voorspanningslichaam de vervorming deels ongedaan maakt totdat de aangrijporganen aangrijpen op de wanden en de kleminrichting is gefixeerd. Hierbij is deze inrichting enerzijds is eenvoudig te bedienen en anderzijds een zeer betrouwbaar bevestigbaar tussen de wanden.
In een eerste voorkeursuitvoeringsvorm is het voorspanningslichaam vervaardigd uit een plaatmateriaal, bij voorkeur omvattende ten minste één opening en/of uitsparing voor het daarop aan laten grijpen van een loskop-pelbaar bevestigingsorgaan. Een plaatmateriaal heeft als voordeel dat het in één richting buigbaar is. In deze tekst is de definitie van een in de richting buigbaar inderdaad de vervormbaarheid van het materiaal in inrichting zeer veel groter is dan de vervormbaarheid in andere richtingen, zoals dit bijvoorbeeld het geval is bij een plaatmateriaal. Een verder voordeel is dat uit het plaatmateriaal op eenvoudige wijze de aangrijporganen kunnen worden gevormd. Het is mogelijk in een aparte bewerkingsstap maar ook zelfs in een enkele uitstansstap voor het uit een groter plaatgeheel. Uitstansen van het voorspanningslichaam
Een verdere voorkeursuitvoeringsvorm is het voorspanningslichaam vervaardigd uit een metaal, en/of omvat het voorspanningslichaam een bladveer. Dergelijke materialen verschaffen in deze toepassing een groot voordeel van gemakkelijke verwerkbaarheid en hoge betrouwbaarheid.
Bij verdere voorkeur omvat de kleminrichting be-dieningsmiddelen voor het middels vingers en/of handen bedienen van de kleminrichting. Met name wanneer dergelijke bedieningsmiddelen uit het vlak van het voorspanningsli-chaam uittreden kan middels een eenvoudige knijpbeweging de gewenste vervorming van het voorspanningslichaam tot stand worden gebracht. Een verder voordeel is dat juist de naar elkaar toe gerichte beweging het in een smalle hoek tussen twee haakse wanden plaatsen wordt vergemakkelijkt.
Op alternatieve wijze omvat het voorspanningslichaam een veerkrachtige kunststof.
Bij verdere voorkeur is het voorspanningslichaam geschikt voor het ondersteunen in twee dimensies, bij voorkeur dat deze geschikt is voor krachten in twee richtingen. Hierdoor wordt het zowel mogelijk een voorwerp te laten hangen aan de kleminrichting als wel een voorwerp te laten trekken aan de kleminrichting. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld het laten hangen van een schilderij of versierinkje ornament of het laten trekken van bijvoorbeeld een slinger, zoals een verjaardagsslinger.
Bij verdere voorkeur is het voorspanningslichaam geschikt voor aangrijping op wanden die gerangschikt zijn onder een hoek van 40 graden tot 150 graden, bij voorkeur 70-110 graden, bij verdere voorkeur 80-10 graden, en bij verdere voorkeur in hoofdzaak 90 graden.
Hierbij is het voorspanningslichaam in het bijzonder geschikt voor het vormen van een boog binnen de hoek, waar beide aangrijporganen bij voorkeur geschikt zijn voor het verschaffen van een duwkracht.
Bij verdere voorkeur is het voorspanningslichaam geschikt voor aangrijping op wanden die gerangschikt zijn onder een hoek van 210 graden tot 330 graden, bij voorkeur 250-290 graden, bij verdere voorkeur 260-280 graden, en bij verdere voorkeur in hoofdzaak 270 graden.
Hierbij is het voorspanningslichaam in het bijzonder geschikt voor het vormen van een boog om de hoek, waarbij de aangrijporganen bij voorkeur geschikt zijn voor het verschaffen van een trekkracht.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvat de kleminrichting een loskoppelbaar bevestigingsorgaan voor bevestiging daaraan van een object. Middels een dergelijk bevestigingsorgaan wordt het bevestigen van een aan de kleminrichting te bevestigen object vereenvoudigd. Een dergelijk bevestigingsorgaan kan bijvoorbeeld een oog verschaffen voor het daaraan bevestigen van een korte of een haak. Bij voorkeur omvat een dergelijk bevestigingsorgaan een beveiliging, zoals een verzwakking waardoor het beves-tigingsorgaan eerder de verbinding tussen het object en de kleminrichting verbreekt dan dat de verbinding tussen de kleminrichting en de wanden wordt verbroken. Hierdoor wordt de veiligheid van de kleminrichting verhoogd aangezien eventuele scherpe hoeken van de aangrijporganen vast zullen blijven zitten aan de wanden.
In een eerste voorkeursuitvoeringsvorm is het loskoppelbaar verbindingsorgaan in hoofdzaak staafvormig, bij voorkeur voorzien voor koppelingsmiddelen voor bevestiging aan een opening in het voorspanningslichaam. Middels een dergelijk verbindingsorgaan
Op alternatieve wijze omvat het loskoppelbaar ver-bindingsorganen ten minste twee aangrijporganen voor aangri jping aan tegenover elkaar gerangschikte zijden van het voorspanningslichaam. Hiermee wordt het mogelijk om een soort van opklikbaar aangrijporganen of een lus op het voorspanningslichaam aan te brengen. Hieraan is op eenvou dige wijze bijvoorbeeld een object te hangen of te spannen .
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de klemin-richting afschermorganen voor het afschermen van de aan-grijporganen. Specifiek in het geval van vervaardiging uit een metalenplaat zijn de aangrijporganen te vormen uit scherpe punten. De afschermorganen schermen wijze af terwijl deze niet worden gebruikt. Hierdoor kan al te eenvoudige verwonding door de punten worden voorkomen.
Bij voorkeur omvat de kleminrichting deviatiemid-delen voor het reduceren van een verschil in verplaatsing tussen de aangrijporganen en de afschermorganen, welke de-viatiemiddelen bij voorkeur in het voorspanningslichaam gerangschikte sleuven omvatten. Hierdoor kan op eenvoudige wijze worden gerealiseerd dat tijdens niet gebruikt de af-schermorganen de aangrijporganen afdekken terwijl wij het buigen van het voorspanningslichaam de aangrijporganen uit de afscherming van de afschermorganen uittreden.
Bij verdere voorkeur zijn de afschermorganen bevestigd middels losmaakbare bevestigingsmiddelen voor de afschermorganen.
Een verder aspect volgens de onderhavige uitvinding betreft een ophanginrichting 3 volgens voorkeursuitvoeringsvormen bijvoorbeeld geschikt is voor het ophangen van objecten van maximaal 10 kg, bij voorkeur maximaal 8 kg, bij verdere voorkeur maximaal 6 kg, bij verdere voorkeur maximaal 4 kg, bij verdere voorkeur maximaal 2 kg, bij verdere voorkeur maximaal 1 kg, bij verdere voorkeur maximaal 500 g, bij verdere voorkeur maximaal 250 g.
Een verder aspect volgens de onderhavige uitvinding betreft een werkwijze voor het vervaardigen van een inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvattende stappen voor: - het verschaffen van een plaatmateriaal als uitgangsmateriaal, - het uit het plaatmateriaal uitnemen van het materiaal voor het voorspanningslichaam, - het bij voorkeur samen met de uitneemstap vormen van de aangrijporganen.
Een voordeel van een dergelijke werkwijze is dat middels bijvoorbeeld eenvoudige stansbewerkingen een grote hoeveelheid voorspanningslichamen uit een plaatmateriaal kunnen worden vervaardigd. Het is hierbij voorzien dat de aangrijporganen kunnen worden vervaardigd met een stansbe-werking tezamen met het vormen van de voorspanningslichamen. Het is echter evenzeer voorzien dat hier twee aparte bewerkingen voor kunnen worden toegepast, afhankelijk van de uitvoeringsvorm.
Bij voorkeur omvat de werkwijze stappen voor het vanaf een rol aanvoeren van het plaatmateriaal.
Bij voorkeur omvat de werkwijze stappen voor het middels vormingsstappen, zoals spuitgieten, vormen van de bedieningsmiddelen.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de werkwijze stappen voor het parallel rangschikken van een inrichting voor de vormingsstap en hen een inrichting voor de uit-neemstappen, stappen voor het elkaar brengen van de voorspanningslichaam en de bedieningsmiddelen, en bij voorkeursstappen voor het bevestigen van de bedieningsmiddelen aan de voorspanningslichamen terwijl de voorspanningslichamen nog ten dele zijn bevestigd aan de rol en het vervolgens scheiden van de voorspanningslichamen van de rol.
Middels deze uitvoering van de werkwijze wordt het hanteren van de voorspanningslichamen tijdens het plaatsen van de bedieningsmiddelen sterk vereenvoudigd.
Een voordelige wijze voor het bevestigen van de bedieningsmiddelen is volgens een verdere uitvoeringsvorm middels het aanbrengen van een uitsparing aan het voor-spanningslichaam. Deze uitsparing kan op voordelige wijze worden gebruikt voor het inschakelen van een passend deel van de bedieningsmiddelen.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de onderhavige uitvinding zullen in het navolgende in groter detail worden beschreven aan de hand van een of meerdere voorkeursuitvoeringsvormen onder verwijzing naar de aangehechte figuren.
Fig. 1 A-C tonen een eerste voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding in drie aanzichten.
Fig. 2 A-D tonen een tweede voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding in vier aanzichten.
Fig. 3 A-B tonen een derde voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding in twee aanzichten.
Fig. 4 A-D tonen een vierde voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding in 4 aanzichten.
Fig. 5 A-C tonen een vierde en vijfde voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 6 A-D tonen een zesde voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 7 toont een detail van een verdere voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 8 toont een detail van een verdere voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 9 toont een schematische weergave van een verdere voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding in een zijaanzicht.
Een eerste voorkeursuitvoeringsvorm (Fig. 1) volgens de onderhavige uitvinding betreft een kleminrichting 1. Deze omvat een vervormbaar voorspanningslichaam 2 dat buigbaar is inrichting van de pijlen A. Dit voorspannings-lichaam is derhalve slechts buigbaar in een dimensie, althans indien er krachten worden gezet in de beide andere dimensies zal geen verbuiging voorkomen ten opzichte van de verbuiging die is getoond in figuur 1 A. In de vier hoeken van het voorspanningslichaam 2 zijn aangrijpt. In 3, 4, 5, 6 gerangschikt. Twee handvaten 7, 8 ofwel bedie-ningsmiddelen zijn inmiddels schroeven 9 bevestigd aan het voorspanningslichaam. Middels de handvaten kan het voorspanningslichaam worden gebogen waardoor de vervorming in de richting van de pijlen A tot stand wordt gebracht. Bij een vervorming zoals is getoond in figuur 1 A is het mogelijk om de vier punten te plaatsen tegen de wanden die in een loodrechte hoek ten opzichte van elkaar zijn gerangschikt. Wanneer vervolgens de handvaten worden losgelaten zullen de hoekpunten aangrijpen op de wanden en zal de inrichting gefixeerd raken tussen de wanden. Doordat de vervorming van het voorspanningslichaam slechts in de getoonde richting tot stand wordt gebracht, vanwege de stijfheid van het voorspanningslichaam, wordt een zeer stevige fixatie tussen de wanden gerealiseerd.
Hetzelfde kan worden bereikt met de voorkeursuitvoeringsvorm van Fig. 2. Ook deze heeft een voorspanningslichaam 2 die vervormbaar is middels handvaten in de richting van de pijlen A. Indien het voorspanningslichaam niet vervormd is is deze in hoofdzaak vlak, ofwel recht. Het voorspanningslichaam kent vier hoekpunten 13, 14, 15, 16 die in de vlakke toestand vallen binnen de respectieve uiteinden 23, 24, 25, 26 van het afschermorgaan 22. Het afschermorgaan is een bij voorkeur kunststoffen, zachte of harde kunststof, lichaam dat in de vlakke toestand van het voorspanningslichaam de scherpe hoekpunten 13, 14, 15, 16 omhult, zoals is getoond in Fig. 2 D.
Teneinde een groot bedieningsgemak te verschaffen is de bevestiging van de handvaten en het afschermorgaan middels de schroeven 9 gerealiseerd binnen een deel van het voorspanningslichaam dat wordt begrensd door uitsparingen ofwel sleuven 29. Door deze sleuven 29 wordt gerealiseerd dat tijdens het op spanning brengen van het voorspanningslichaam het deel tussen de sleuven met de bevestigingsmiddelen 9 en daarmee de afschermorganen onder een sterkere hoek wordt verplaatst van de punten 13, 14, 15, 16. Hiermee worden als het ware automatisch de punten gescheiden van de afschermorganen. Deze automatische scheiding verschaft een grote gebruikersvriendelijkheid bij het plaatsen van de inrichting tussen 2 wanden. Er behoeft slechts in de handvaten te worden geknepen waarbij de punten vrijkomen en de inrichting direct kan worden geplaatst op een soortgelijke wijze als bij de uitvoeringsvorm van figuur 1.
In de variant van Fig. 3 zijn de aangrijpingspunten 33, 34, 35, 36 van de inrichting 31 meervoudig uitgevoerd waardoor een sterkere koppeling met de wanden kan worden gerealiseerd. Een dergelijke uitvoering verschaft derhalve een relatief grote hechtingskracht.
In de variant van figuur 4 A-D zijn de punten 3, 4, 5, 6 meer geprononceerd en scherper gevormd. Deze uitvoeringsvorm is specifiek geschikt voor wanden waarbij de tenten enigszins in de wanden mogen indringen.
In de variant van Fig. 5 A-B is getoond hoe een afschermorgaan op eenvoudige wijze kan worden bevestigd aan een voorspanningslichaam 2. Hiertoe is het voorspanningslichaam 2 voorzien van twee inkepingen ofwel sleuven 53. Op de afschermorganen 52, 54 zijn twee aangrijporganen 55 gerangschikt die zijn voorzien van een verbinding met de respectieve afschermorganen, welke verbinding (niet ge toond) plaatsbaar is in in de sleuven 53 van het voorspan-ningslichaam 2.
De variant van Fig. 5 C toont een soortgelijke variant als Fig. 2. De vorming van de hoekpunten is echter anders. In de variant van Fig. 5 C zijn hoekpunten in hoofdzaak dwars op de zijwaartse uitrekkingsrichting van de armen waarop ze zijn gerangschikt gevormd door middel van omzetten. Hierdoor wordt in de spanningsrichting een relatief grote stabiliteit verschaft.
De uitvoeringsvorm van figuur 6 omvat een voor-spanningslichaam 2 met daarin een opening 69 voor het daarin opnemen van een staafvormig verbindingsorgaan 71, zoals is getoond in Fig. 7.
In Fig. 7 is een staafvormig verbindingsorgaan 71 toont men aan een einde van het langgerekte lichaam 72 een blokkeringsknop 73 en aan het andere einde een verbin-dingsoog 74. Dit staafvormig verbindingsorgaan kan worden aangebracht in een opening in het voorspanningslichaam 2. Hierdoor kan op eenvoudige wijze bijvoorbeeld een draad worden gekoppeld met het klemorgaan. Verder is het verbindingsorgaan 71 voorzien van een verjonging die het mogelijk maakt dat bij de grote krachten het verbindingsorgaan zal afbreken. Hierdoor zal het afbreken eerder gebeuren dan het loskomen van het klemorgaan van de wanden. Hierdoor wordt de veiligheid vergroot.
In Fig. 8 is een boogvormig verbindingsorgaan 81 getoond. Aan weerszijden van het langgerekte gebogen lichaam 82 bevinden zich aangrijphaken 83, 84 middels de za ken kan het verbindingsorgaan 81 worden gerangschikt over het middel van het voorspanningslichaam van verschillende voorkeursuitvoeringsvormen zoals besproken. De aangrijpha-ken 83, 84 functioneren verder als beveiliging zoals de verjonging 75. Voorts is het lichaam 82 voorzien van een hoog 85 voor het bevestigen van een haak of draad daaraan.
In Fig. 9 is een voorkeursuitvoeringsvorm 81 in overeenstemming met de conclusie die niet getoond. Het voorspanningsorgaan 82 strekt zich om de wanden W uit voor het aan laten aangrijpen van de punten 4, 5 (en 3, 6, niet getoond). De handgrepen 87, 88 worden hiertoe handmatig bewogen inrichting van de pijlen A, B. De bevestiging langs de buitenhoek van de wanden W heeft een in hoofdzaak soortgelijke kracht als die van de eerder beschreven voor-keursuitvoeringsvormen.
In het voorgaande is de onderhavige uitvinding beschreven aan de hand van enkele voorkeursuitvoeringsvormen. Verschillende aspecten van verschillende uitvoeringen worden beschreven geacht in combinatie met elkaar waarbij alle combinaties die bij lezing door een vakman van het vakgebied op basis van dit document door een vakman binnen het begrip van de uitvinding vallen beschouwd worden te zijn meegelezen. Deze voorkeursuitvoeringsvormen zijn niet beperkend voor de beschermingsomvang van dit document. De gevraagde rechten worden bepaald in de aangehechte conclusies.
ic ic ic ic ic
Claims (22)
1. Kleminrichting voor het inklemmen daarvan tussen twee onder een hoek gerangschikte oppervlakken, zoals wanden, waarbij de inrichting omvat: - een voorspanningslichaam voor het verschaffen van een voorspanning aan de kleminrichting, - ten minste drie aangrijporganen die zijn gerangschikt op respectieve geschikte aangrijpposities gerangschikt aan het voorspanningslichaam, waarbij - het voorspanningslichaam vervaardigd is uit een veerkrachtig materiaal dat in één richting buigbaar is.
2. Kleminrichting volgens conclusie 1 waarbij het voorspanningslichaam vervaardigd is uit een plaatmateriaal, bij voorkeur omvattende ten minste één opening en/of uitsparing voor het daarop aan laten grijpen van een los-koppelbaar bevestigingsorgaan.
3. Kleminrichting volgens conclusie 1 of 2 waarbij het voorspanningslichaam vervaardigd is uit een metaal, en/of het voorspanningslichaam een bladveer omvat.
4. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvattende bedieningsmiddelen voor het middels vingers en/of handen bedienen van de kleminrich-ting.
5. Kleminrichting volgens conclusie 1 of 2 waarbij het voorspanningslichaam een veerkrachtige kunststof omvat .
6. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij het voorspanningslichaam geschikt is voor het ondersteunen in twee dimensies, bij voorkeur dat deze geschikt is voor krachten in twee richtingen .
7. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij het voorspanningslichaam geschikt is voor aangrijping op wanden die gerangschikt zijn onder een hoek van 40 graden tot 150 graden, bij voorkeur 70-110 graden, bij verdere voorkeur 80-10 graden, en bij verdere voorkeur in hoofdzaak 90 graden.
8. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij het voorspanningslichaam geschikt is voor het vormen van een boog binnen de hoek, waar beide aangrijporganen bij voorkeur geschikt zijn voor het verschaffen van een duwkracht.
10. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij het voorspanningslichaam geschikt is voor aangrijping op wanden die gerangschikt zijn onder een hoek van 210 graden tot 330 graden, bij voorkeur 250-290 graden, bij verdere voorkeur 260-280 graden, en bij verdere voorkeur in hoofdzaak 270 graden.
11. Kleminrichting volgens conclusie zien waarbij het voorspanningslichaam geschikt is voor het vormen van een boog om de hoek, waarbij de aangrijporganen bij voorkeur geschikt zijn voor het verschaffen van een trekkracht .
12. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvattende een loskoppelbaar beves-tigingsorgaan voor bevestiging daaraan van een object, waarbij het bevestigingsorgaan bij verdere voorkeur een beveiliging, zoals een verzwakking, omvat.
13. Kleminrichting volgens conclusie 12 waarbij het loskoppelbaar verbindingsorgaan in hoofdzaak staafvor-mig is, bij voorkeur voorzien voor koppelingsmiddelen voor bevestiging aan een opening in het voorspanningslichaam.
14. Kleminrichting volgens conclusie 12 waarbij het loskoppelbaar verbindingsorganen ten minste twee aan-grijporganen voor aangrijping aan tegenover elkaar gerangschikte zijden van het voorspanningslichaam omvat.
15. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvattende afschermorganen voor het afschermen van de aangrijporganen.
16. Kleminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvattende deviatiemiddelen voor het reduceren van een verschil in verplaatsing tussen de aan-grijporganen en de afschermorganen, welke deviatiemiddelen bij voorkeur in het voorspanningslichaam gerangschikte sleuven omvatten.
17. Kleminrichting volgens conclusie 15 of 16 omvattende losmaakbare bevestigingsmiddelen voor de afscher-morganen.
18. Ophanginrichting uitgevoerd als een inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies geschikt voor het ophangen van objecten van maximaal 10 kg, bij voorkeur maximaal 8 kg, bij verdere voorkeur maximaal 6 kg, bij verdere voorkeur maximaal 4 kg, bij verdere voorkeur maximaal 2 kg, bij verdere voorkeur maximaal 1 kg, bij verdere voorkeur maximaal 500 g, bij verdere voorkeur maximaal 250 g.
19. Werkwijze voor het vervaardigen van een inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvattende stappen voor: - het verschaffen van een plaatmateriaal als uitgangsmateriaal, - het uit het plaatmateriaal uitnemen van het materiaal voor het voorspanningslichaam, - het bij voorkeur samen met de uitneemstap vormen van de aangrijporganen.
20. Werkwijze volgens conclusie 19 omvattende stappen voor het vanaf een rol aanvoeren van het plaatmateriaal .
21. Werkwijze volgens conclusie 19 of 20 omvattende stappen voor het middels vormingsstappen, zoals spuit-gieten, vormen van de bedieningsmiddelen.
22. Werkwijze volgens een of meer van de conclusies 19-21 omvattende stappen voor het parallel rangschikken van een inrichting voor de vormingsstap en hen een inrichting voor de uitneemstappen, stappen voor het elkaar brengen van de voorspanningslichaam en de bedieningsmiddelen, en bij voorkeursstappen voor het bevestigen van de bedieningsmiddelen aan de voorspanningslichamen terwijl de voorspanningslichamen nog ten dele zijn bevestigd aan de rol en het vervolgens scheiden van de voorspanningsli-chamen van de rol.
23. Werkwijze volgens het meer van de conclusies 19-22 omvattende stappen voor het bevestigen van de bedie-ningsmiddelen middels een uitsparing aan te brengen aan het voorspanningslichaam. ic ic ic ic ic
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2004180A NL2004180C2 (nl) | 2010-02-01 | 2010-02-01 | Kleminrichting, ophanginrichting en werkwijze. |
| PCT/NL2011/050067 WO2011102712A2 (en) | 2010-02-01 | 2011-02-02 | Clamping device, suspension device and method |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2004180A NL2004180C2 (nl) | 2010-02-01 | 2010-02-01 | Kleminrichting, ophanginrichting en werkwijze. |
| NL2004180 | 2010-02-01 |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2004180A true NL2004180A (nl) | 2011-08-08 |
| NL2004180C2 NL2004180C2 (nl) | 2013-01-02 |
Family
ID=44483511
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2004180A NL2004180C2 (nl) | 2010-02-01 | 2010-02-01 | Kleminrichting, ophanginrichting en werkwijze. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2004180C2 (nl) |
| WO (1) | WO2011102712A2 (nl) |
Family Cites Families (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2818906A1 (de) * | 1977-07-28 | 1979-11-08 | Wilfried Ritter | Befestigungsvorrichtung |
| DE2734101C3 (de) * | 1977-07-28 | 1980-04-03 | Wilfried 8011 Vaterstetten Ritter | Vorrichtung zum Befestigen von durchstechbarem, flächigem Material |
| DE102006034343A1 (de) * | 2006-07-23 | 2008-01-24 | Neuhauser, Johann | Spreizklammer zur Befestigung von Dekogegenständen |
| NL1035777C2 (nl) | 2008-07-31 | 2010-02-02 | Wilhelmus Henricus Albertus Van Maasakkers | Ophangsysteem en werkwijze. |
-
2010
- 2010-02-01 NL NL2004180A patent/NL2004180C2/nl active
-
2011
- 2011-02-02 WO PCT/NL2011/050067 patent/WO2011102712A2/en not_active Ceased
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2011102712A3 (en) | 2012-08-16 |
| NL2004180C2 (nl) | 2013-01-02 |
| WO2011102712A2 (en) | 2011-08-25 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US9284968B2 (en) | Mounting clamp for pole | |
| JP2980587B1 (ja) | 固定具 | |
| US6672555B2 (en) | Structure of a suspension device for displaying articles | |
| EP1421883B1 (en) | Hanger with clips | |
| JP5821048B2 (ja) | クランプ具 | |
| KR102233415B1 (ko) | 체결 방법 및 장치 | |
| GB2279692A (en) | Hanger device for article for sale | |
| HK1043713A1 (zh) | 軟線夾 | |
| US4614322A (en) | Strapping and hanging device | |
| CN1643235A (zh) | 金属板缆线钩 | |
| KR101794422B1 (ko) | 벽지에 부착되는 행거 조립체 | |
| NL2004180C2 (nl) | Kleminrichting, ophanginrichting en werkwijze. | |
| JP2018021590A5 (nl) | ||
| NL1004356C1 (nl) | Bindstrip. | |
| KR101390118B1 (ko) | 비품 걸이대 | |
| CN105292689A (zh) | 用于汽车地垫的包装容器 | |
| JP5273776B2 (ja) | トロリ線のハンガ装置 | |
| AU2019358320B2 (en) | A hanger and hanger arrangement | |
| CN101206818A (zh) | 商品关联用品固定用具 | |
| KR200388832Y1 (ko) | 두께가 있는 물체를 용이하게 꺼내기 위한 부착물 | |
| JPH087783Y2 (ja) | ケーブル吊り具 | |
| NL1040752A (nl) | Bevestigingssysteem. | |
| JPH08112130A (ja) | 携帯品のストラップ着脱具 | |
| KR940001551Y1 (ko) | 멜빵용 결착구 | |
| EP2019211A1 (en) | Clamping device |