NL2004261C2 - Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan. - Google Patents

Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan. Download PDF

Info

Publication number
NL2004261C2
NL2004261C2 NL2004261A NL2004261A NL2004261C2 NL 2004261 C2 NL2004261 C2 NL 2004261C2 NL 2004261 A NL2004261 A NL 2004261A NL 2004261 A NL2004261 A NL 2004261A NL 2004261 C2 NL2004261 C2 NL 2004261C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
fall protection
protection hook
roof
free
hook
Prior art date
Application number
NL2004261A
Other languages
English (en)
Inventor
Johan Stephan Bartels
Petrus Jozef Leeuwen
Original Assignee
Daksafe B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Daksafe B V filed Critical Daksafe B V
Priority to NL2004261A priority Critical patent/NL2004261C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2004261C2 publication Critical patent/NL2004261C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04GSCAFFOLDING; FORMS; SHUTTERING; BUILDING IMPLEMENTS OR AIDS, OR THEIR USE; HANDLING BUILDING MATERIALS ON THE SITE; REPAIRING, BREAKING-UP OR OTHER WORK ON EXISTING BUILDINGS
    • E04G21/00Preparing, conveying, or working-up building materials or building elements in situ; Other devices or measures for constructional work
    • E04G21/32Safety or protective measures for persons during the construction of buildings
    • E04G21/3261Safety-nets; Safety mattresses; Arrangements on buildings for connecting safety-lines
    • E04G21/3276Arrangements on buildings for connecting safety-lines
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A62LIFE-SAVING; FIRE-FIGHTING
    • A62BDEVICES, APPARATUS OR METHODS FOR LIFE-SAVING
    • A62B35/00Safety belts or body harnesses; Similar equipment for limiting displacement of the human body, especially in case of sudden changes of motion
    • A62B35/0043Lifelines, lanyards, and anchors therefore
    • A62B35/0068Anchors

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Business, Economics & Management (AREA)
  • Emergency Management (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Emergency Lowering Means (AREA)

Description

Titel: Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan
De uitvinding betreft een valbeschermingssysteem, en meer in het 5 bijzonder een valbeschermingshaak voor het gebruik bij werkzaamheden aan of nabij dakranden van platte of lichthellende daken.
Valbeschermingssystemen voor gebruik op met name platte of licht hellende daken kunnen globaal worden onderverdeeld in individuele en 10 collectieve systemen. Een individueel systeem richt zich primair op de bescherming van een enkele persoon, terwijl een collectieve voorziening het valgevaar voor meerdere personen vermindert of wegneemt.
Bij de eerste categorie valt onder meer te denken aan een zogenaamd aanlijn- en geleidesysteem. Bij een dergelijk systeem draagt een 15 onderhoudswerker een veiligheidsgordel of - harnas waarmee hij wordt aangelijnd. De aanlijning is zodanig dat de onderhoudswerker zich tot aan de dakranden vrijelijk over het betreffende dak kan verplaatsen. De gewenste bewegingsvrijheid ten opzichte van het dakoppervlak, en meer in het bijzonder langs de randen daarvan, kan worden verkregen door op het dak 20 verzwaarde geleideprofielen neer te leggen. De geleideprofielen worden veelal parallel aan de dakranden en op redelijke afstand (bijv. enkele meters) daarvan geplaatst, en zijn voorzien van een geleidingssleuf waarin een loper schuifbaar opneembaar is. De in de geleidingssleuf opneembare loper kan via een loperlijn worden verbonden met de door de onderhoudsmedewerker te 25 dragen veiligheidsgordel. Aldus kan de onderhoudsmedewerker veilig maar met behoud van zijn bewegingsvrijheid worden gezekerd. Als alternatief voor verzwaarde geleideprofielen wordt soms wel gebruik gemaakt van ankerpalen die met behulp van bouten en dergelijke aan het dak worden bevestigd. Tussen de ankerpalen kan dan een geleidekabel voor de loper 30 worden gespannen. Dergelijke systemen zijn, in het bijzonder gezien hun 2 permanente karakter en de noodzakelijke perforatie van de dakbedekking, niet altijd gewenst. Een aanlijn- en geleidingssysteem op basis van verzwaarde geleideprofielen kan echter zowel tijdelijk als permanent, en steeds zonder schade aan het dakoppervlak, worden ingezet.
5 Een algemeen nadeel van de bekende individuele valbeschermings- systemen is dat zij vereisen dat op het dak waar werkzaamheden dienen te worden verricht speciaal materieel, zoals bijvoorbeeld de verzwaarde geleideprofielen of de ankerpalen, aanwezig is. Het op het dak (aan)brengen van dergelijk materieel heeft in de regel de nodige voeten in de aarde. De 10 onderhavige uitvinding beoogt een eenvoudig door één persoon te hanteren en te vervoeren, individueel valbeschermingssysteem te verschaffen, dat in het bijzonder toepassing kan vinden in die gevallen waarin op een niet van te voren met speciaal materieel uitgerust dak werkzaamheden dienen te worden verricht.
15
Samenvatting van de uitvinding
Een eerste aspect van de uitvinding is gericht op een valbescher-mingshaak voor gebruik op platte of lichthellende daken. De haak omvat een langwerpig eerste deel dat zich, althans in een gebruikstoestand, vanaf een 20 vrij eerste einde over een lengte van ten minste 1 meter uitstrekt richting een tweede einde. De haak omvat ook een tweede deel, dat is verbonden met het tweede einde van het eerste deel, en dat zich onder een hoek ten opzichte van het eerste deel uitstrekt tot in een vrij derde einde. Voorts omvat de haak een veiligheidskoordbevestigingsvoorziening, voorzien aan het eerste deel.
25 Een tweede aspect van de uitvinding is gericht op een werkwijze voor het veilig verrichten van werkzaamheden op een plat of lichthellend dak. De werkwijze omvat het verschaffen van een valbeschermingshaak volgens de onderhavige uitvinding; het bevestigen van een veiligheidskoord aan enerzijds de veiligheidskoordbevestigingsvoorziening van de valbescher-30 mingshaak, en anderzijds een door een gebruiker gedragen veiligheidsharnas; 3 het over een eerste dakrand plaatsen van het tweede deel, vanaf een afstand tot de eerste dakrand ter grootte van ongeveer een lengte van het eerste deel; het roteren van de valbeschermingshaak, zodanig dat het tweede deel achter de eerste dakrand haakt; en het verrichtten van werkzaamheden aan of nabij 5 een tegenover de eerste dakrand gelegen tweede dakrand.
De onderhavige uitvinding zal in het navolgende aan de hand van enkele tekeningen nader worden toe gelicht.
Korte beschrijving van de tekeningen 10 Fig. 1 en 2 tonen, in perspectiefaanzicht, schematisch een eerste uitvoeringsvoorbeeld van een valbeschermingshaak volgens de onderhavige uitvinding;
Fig. 3 toont, in perspectiefaanzicht, schematisch een tweede uitvoeringsvoorbeeld van een valbeschermingshaak volgens de onderhavige 15 uitvinding;
Fig. 4 illustreert, in één zij- (B) en twee frontaalaanzichten (A, C), schematisch het aanbrengen en losnemen van het eerste uitvoeringsvoorbeeld van de valbeschermingshaak volgens Fig. 1 en 2; en
Fig. 5 toont schematisch het gebruik van het eerste uitvoeringsvoor-20 beeld van de valbeschermingshaak volgens Fig. 1 en 2.
Uitgebreide beschrijving van de uitvinding
Fig. 1 en 2 tonen, in perspectiefaanzicht, schematisch een eerste uitvoeringsvoorbeeld van een valbeschermingshaak 1 volgens de onderhavige 25 uitvinding. De haak 1 is duidelijkheidshalve getoond in een gebruikssituatie, dus aangebracht op/rond een eerste dakrand 4.
De haak 1 kan een langwerpig eerste deel 10 omvatten dat zich, althans in een gebruikstoestand zoals getoond in Fig. 1 en 2, vanaf een vrij eerste einde 12 over een lengte van ten minste 1 meter, en bij voorkeur ten 30 minste 1.5 meter, uitstrekt richting een tweede einde 14. Het eerste deel 10 4 strekt zich bij voorkeur uit langs een rechte lijn, maar dit is niet noodzakelijk. In principe kan het eerste deel 10 namelijk elke langwerpige vorm hebben, mits deze vorm - typisch bezien vanaf het vrije eerste einde 12 tot aan het tweede einde 14 - maar een afstand van ten minste 1 meter 5 overbrugt.
De haak 1 kan voorts een tweede deel 20 omvatten dat is verbonden met het tweede einde 14 van het eerste deel 10, en dat zich onder een hoek ten opzichte van het eerste deel 10 uitstrekt. In de uitvoeringsvorm van Fig.
1 en 2 is het tweede deel 20 in hoofdzaak langwerpig; het strekt zich langs 10 een rechte lijn uit vanaf het tweede einde 14 van het eerste deel 10, richting een vrij derde einde 22. In een alternatieve uitvoeringsvorm van de haak 1 hoeft het tweede deel 20 zich, evenmin als het eerste deel 10, langs een rechte lijn uit strekken. In principe is elke vorm mogelijk. Voor het tweede deel geldt echter dat het zich onder een hoek dient uit te strekken ten opzichte van het 15 langwerpige eerste deel 10, teneinde zo een haakvorm te creëren.
Een hoek die wordt ingesloten door het langwerpige eerste deel 10 en het zich daarvan uitstrekkende tweede deel 20 ligt bij voorkeur in het bereik van 70-90 graden. Hoeken die enigszins groter zijn dan 90 graden zijn wel mogelijk, maar verdienen geen voorkeur omdat zij het gevaar met zich 20 brengen dat de haak 1 in gebruik losschiet. Hoeken kleiner dan 70 graden zijn vanuit veiligheidsoogpunt op zichzelf geen probleem, maar leiden gemakkelijk tot materiaalverspilling. Het tweede deel 20 van de haak 1 strekt zich, gemeten in een radiale richting ten opzichte van het langwerpige eerste deel 10, bij voorkeur namelijk tot ten minste 40 cm vanaf het 25 langwerpige deel 10, en meer in het bijzonder het tweede einde 22 daarvan, uit. Bij een kleinere ingesloten hoek dient de lengte van het tweede deel dus groter te zijn, hetgeen normaliter onnodig is. Niettemin kunnen bijzondere dakrandprofielen een dergelijke hoek in praktische zin vereisen.
Ter verkrijging van een eenvoudig hanteerbare valbeschermings-30 haak 1 met een betrekkelijk klein gewicht kunnen het eerste 10 en/of het 5 tweede deel 20 van de haak 1 een hol of buisvormig profiel omvatten, welk profiel kan zijn vervaardigd van bijvoorbeeld kunststof of metaal. Een dwarsdoorsnede van het profiel kan elke gewenste vorm hebben, bijvoorbeeld cirkelvormig, rechthoekig, etc.
5 Het eerste deel 10 kan zijn voorzien van een veiligheidskoord- bevestigingsvoorziening 30, met behulp waarvan een veiligheidskoord 8 met de haak 1 kan worden verbonden (zie Fig. 5). De veiligheidskoordbeves-tigingsvoorziening 30 kan een bevestigingsoog omvatten, of een ander geschikt koppelingsmiddel zoals bijvoorbeeld een musketon. De veiligheids-10 koordbevestigingsvoorziening is bijvoorkeur voorzien aan of nabij het eerste vrije einde 12 van het eerste deel 10. Naarmate de voorziening 30 dichter bij het tweede einde 14 van het eerste deel 10 gelegen is, neemt het risico dat de haak 1 in gebruik losschiet toe. Dit komt omdat de kracht die in gebruik via het veiligheidskoord 8 op de haak wordt uitgeoefend doorgaans niet in het 15 verlengde van het eerste deel 10 is gericht, zodat er een ‘haaklichtend’ effect optreedt, welk effect groter is naarmate het aangrijpingspunt van de kracht dichter bij het tweede einde 12 van het eerste deel 10 ligt.
Het eerste deel 10 kan tevens zijn voorzien van een handgreep 16. De handgreep 16 is bij voorkeur voorzien aan of nabij het eerste einde 12, 20 zodat het door een gebruiker die zich aan het eerste einde 12 bevindt kan worden bediend. De handgreep 16 dient in het bijzonder om de haak 1 in gebruik rond een lengte-as van het langwerpige eerste deel 10 te draaien. Om dit draaien te vereenvoudigen strekt de handgreep 16 zich bij voorkeur uit vanaf het eerste deel 10, zodat een arm ontstaat die het aan de haak 1 25 opleggen van een (draai)moment vereenvoudigt. Daarnaast kan de handgreep 16 in algemene zin dienstig zijn bij het verplaatsen of vervoeren van de haak 1. In een eenvoudig te fabriceren uitvoeringsvorm van de haak 1 is de handgreep 16 staafvormig. In een andere voordelig uitvoeringsvorm van de haak 1 strekt de bijvoorbeeld staafvormige handgreep 16 zich vanaf het 30 eerste deel 10 onder een hoek uit ten opzichte van het geometrische vlak dat 6 wordt gedefinieerd door het vrije eerste einde 12, het tweede einde 14, en het vrije derde einde 22. Wanneer althans het vrije uiteinde van de handgreep 16 niet in dit vlak ligt zal doorgaans de mogelijkheid bestaan de haak 1 ten minste een kwartslag (ca. 90 graden) rond een lengte-as van het eerste deel 5 10 te draaien, zonder dat de handgreep 16 daarbij geheel tegen een dakoppervlak 2 komt te liggen (vgl. Fig. 4A en 4C). Aldus wordt voorkomen dat een hand van een gebruiker die de handgreep 16 omgeeft door het draaien bekneld zou worden. Tevens maakt een dergelijke handgreep 16 het in de regel mogelijk dat de haak 1 over een iets grotere hoek dan 90 graden 10 wordt gedraaid, hetgeen behulpzaam kan zijn bij het boven het hoogteniveau van de dakrand 4 draaien van het derde einde 22, zodat dit kan worden ingehaald.
In een uitvoeringsvorm van de valbeschermingshaak 1 heeft het eerste deel 10 - in verband met vigerende veiligheidsvoorschriften - een 15 lengte van ten minste twee 2.2 meter. De handgreep 16 kan dan zijn voorzien op twee meter vanaf het tweede einde 14 van het eerste deel 10, ter markering van een begrenzing van een ‘veilige twee-meter zone’, terwijl de veiligheidskoordbevestigingsvoorziening 30 op een afstand van ten minste 2.2 meter van het tweede einde 14 van het eerste deel 10, bijvoorbeeld aan het 20 vrije eerste einde 12 daarvan, kan zijn voorzien. In dat geval is de veiligheids-koordbevestigingsvoorziening 30 dus ook in een reeds rond een dakrand 4 aangebrachte toestand van de valbeschermingshaak 1 steeds vanuit de veilige zone bereikbaar.
Het tweede deel 20 kan voorts, aan een naar het vrije eerste einde 25 12 van het eerste deel 10 gekeerde zijde ervan, zijn voorzien van anti- slipmiddelen 24, zoals bijvoorbeeld een stroeve en/of rubberen mat. Deze anti-slipmiddelen 24 kunnen tijdens gebruik contact maken met een in hoofdzaak verticaal verlopend deel van een dakrand 4 of een muurdeel daaronder, teneinde het onbedoeld roteren of wegglijden van de dakhaak 1 te voorkomen.
7
Bij voorkeur zijn dergelijke anti-slipmiddelen 24 geplaatst aan het vrije derde einde 22 van het tweede deel.
Fig. 3 toont een alternatieve, tweede uitvoeringsvorm van een dakhaak 1 volgens de onderhavige uitvinding. Afgezien van de andere 5 plaatsing van de veiligheidskoordbevestigingsvoorziening 30, en het enigszins U-vormige tweede deel 20, verschilt deze tweede uitvoeringsvorm in het bijzonder van de eerste uitvoeringsvorm door het in het eerste deel 10 voorziene scharnier 18. De lengte van het eerste deel 10 is functioneel, maar bij het vervoeren van de dakhaak mogelijk niet altijd praktisch. Daarom kan, 10 bijvoorbeeld halverwege het eerste deel 10, een vergrendelbaar scharnier 18 zijn voorzien dat het eerste deel 10 opdeelt in een eerste part 10a, en een tweede part 10b. In een ontgrendelde toestand van het scharnier 18 kan de haak 1 dan in een opgevouwen toestand worden gebracht, waarin het eerste part 10a zich naast en parallel aan het tweede part 10b uitstrekt. In deze 15 toestand kan de haak 1, die nu minder lang is dan in de gebruikstoestand, betrekkelijk eenvoudig worden vervoerd. Daarnaast kan de haak 1 in de in Fig. 3 getoonde gebruikstoestand worden gebracht, waarin het eerste part 10a in het verlengde ligt van het tweede part 10b, en in welke toestand de haak 1 kan worden vergrendeld door vergrendeling van het scharnier 18.
20 Vanzelfsprekend kan het scharnier 18 in een alternatieve uitvoeringsvorm vervangen worden door een andersoortig koppelmechanisme dat het mogelijk maakt het eerste part 10a ten opzichte van het een tweede part 10b te bewegen en/of daarvan zelfs geheel los te nemen.
Nu de constructie van de valbeschermingshaak 1 volgens de 25 onderhavige uitvinding is toegelicht wordt vervolgd met een beschrijving van het gebruik ervan. Dit gebruik zal worden beschreven aan de hand van de Figuren 4 en 5.
Uitgangspunt is de wens van een gebruiker 9 werkzaamheden te verrichten op of aan een plat of lichthellend dak 2, en meer in het bijzonder 30 op of aan een dakrand 6 daarvan (zie Fig. 5). Teneinde zich tijdens zijn 8 werkzaamheden te beschermen tegen een val van het dak 2 kan de gebruiker 9 zichzelf voorzien van een veiligheidsgordel- of harnas, een veiligheidskoord 8 met een geschikte lengte, en een valbeschermingshaak 1 volgens de onderhavige uitvinding. Dit materieel is normaliter eenvoudig door één 5 persoon te dragen, en kan derhalve met betrekkelijk gemak worden meegenomen, bijvoorbeeld wanneer de gebruiker 9 eenmalig en/of kortstondig aan het dak 2 wenst te werken of dit wenst te inspecteren.
Éénmaal op het dak 2 kan de dakhaak 1 in zijn gebruikstoestand worden gebracht, en op het dakoppervlak 2 worden neergelegd. Dan kan het 10 veiligheidskoord 8 worden bevestigd aan enerzijds de veiligheidskoordbeves-tigingvoorziening 30 van de valbeschermingshaak 1, en anderzijds de door de gebruiker 9 gedragen veiligheidsvoorziening, zoals de veiligheidsgordel of het veiligheidsharnas. Vervolgens kan de dakhaak 1 richting een dakrand 4 worden geschoven die is gelegen tegenover de dakrand 6 waaraan of nabij 15 welke de werkzaamheden zullen plaatsvinden. De gebruiker 9 kan de dakhaak 1 daarbij hanteren met behulp van bijvoorbeeld de handgreep 16, en in ieder geval vanaf het eerste einde 12 van het eerste deel 10. Wanneer de gebruiker de dakrand 4 is genaderd tot op een afstand ter grootte van de lengte van het eerste deel 10 is het mogelijk het tweede deel 20 over de 20 dakrand 4 te schuiven, zodat dit tweede deel zich niet langer boven het dakoppervlak 2 bevindt (zie Fig. 4A; aanzicht is vanaf het dakoppervlak 2 richting de dakrand 4). Indien de dakhaak 1 vervolgens niet automatisch onder invloed van het gewicht van het tweede deel 20 kantelt, kan hij, bijvoorbeeld met behulp van de handgreep 16, de dakhaak in de richting Ri 25 roteren rond een lengte-as van het eerste deel 10, zodanig dat het tweede deel onder het hoogteniveau van de dakrand 4 verdwijnt. Indien de dakhaak 1 vervolgens iets wordt aangetrokken richting de gebruiker 9 op het dak 2, dan zal het tweede deel 20 achter de dakrand 4 haken. Daarbij zullen de anti-slipmiddelen 24 contact maken met een zich verticaal uitstrekkend deel van 30 de dakrand 4 en/of een zich daaronder uitstrekkend muurdeel, zodat de haak 9 1 enige grip heeft en niet makkelijk verdraait. Vervolgens kan de gebruiker 9 zich, zoals getoond in Fig. 5, richting een tegenover de eerste dakrand 4 gelegen tweede dakrand 6 begeven om daar zijn werkzaamheden te verrichten. Voorafgaand aan, of bij het eerste naderen van de tegenover -5 gelegen tweede dakrand 6 kan zonodig de lengte van het veiligheidskoord 8 worden afgesteld, bijvoorbeeld zodanig dat de aangelijnde gebruiker de dakrand 6 slechts tot op een veilige, val ver hinderende afstand kan naderen. Wanneer de werkzaamheden zijn voltooid kan de dakhaak 1, door deze eerst wat af te schuiven van de dakrand 4 en vervolgens met behulp van de 10 handgreep 16 in de richting R2 te draaien (zie. Fig. 4C), in omgekeerde volgorde van handelen weer worden binnengehaald op het dakoppervlak 2.
Hoewel de onderhavige uitvinding in het voorgaande is toegelicht aan de hand van enkele uitvoeringsvoorbeelden dient te worden opgemerkt dat de uitvinding niet tot deze uitvoeringsvoorbeelden is beperkt. Door een 15 vakman kunnen verschillende aanpassingen en wijzigingen op de besproken uitvoeringsvoorbeelden worden aangebracht zonder dat hierdoor de gedachte en het bereik van de uitvinding, zoals neergelegd in de hiernavolgende conclusies, wordt verlaten. In het bijzonder kunnen daarbij verschillende hierboven beschreven uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding, of elementen 20 daarvan, worden gecombineerd tot nieuwe uitvoeringsvormen.
10
Lijst van verwijzingscijfers 1 valbeschermingshaak 2 dak 5 4 eerste dakrand 6 tweede dakrand, tegenover eerste dakrand 8 veiligheidskoord 9 gebruiker 10 10 eerste langwerpig deel 10a,b eerste (a) en tweede (b) part van eerste deel 12 vrij, eerste einde van het eerste deel 14 tweede einde van het eerste deel 16 handgreep 15 18 scharnier 20 tweede deel 22 einde tweede deel / vrij, derde einde 24 anti-slipmiddelen 20 30 veiligheidskoordbevestigingsvoorziening

Claims (15)

1. Valbeschermingshaak (1) voor gebruik op platte of lichthellende daken (2), omvattende: 5. een langwerpig eerste deel (10) dat zich, althans in een gebruikstoestand, vanaf een vrij eerste einde (12) over een lengte van ten minste 1 meter uitstrekt richting een tweede einde (14); een tweede deel (20), dat is verbonden met het tweede einde (14) van het eerste deel (10), en dat zich onder een hoek ten opzichte van het 10 eerste deel uitstrekt tot in een vrij derde einde (22); en een veiligheidskoordbevestigingsvoorziening (30), voorzien aan het eerste deel (10).
2. Valbeschermingshaak volgens conclusies 1, waarbij het tweede deel 15 (20) in hoofdzaak langwerpig.
3. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-2, waarbij het tweede deel (20) aan een naar het vrije eerste einde (12) van het eerste deel (10) gekeerde zijde is voorzien van anti-slipmiddelen (24). 20
4. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-3, waarbij de anti-slipmiddelen (24) zijn voorzien aan het vrije derde einde (22) van het tweede deel (20).
5. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-4, voorts omvattende een aan of nabij het eerste einde (12) van het eerste deel (10) voorziene en zich vanaf het eerste deel uitstrekkende handgreep (16).
6. Valbeschermingshaak volgens conclusie 5, waarbij de handgreep 30 (16) staafvormig is.
7. Valbeschermingshaak volgens conclusie 5 of 6, waarbij de handgreep (16) zich vanaf het eerste deel (10) onder een hoek uitstrekt ten opzichte van het geometrische vlak dat wordt gedefinieerd door het vrije 5 eerste einde (12), het tweede einde (14), en het vrije derde einde (22).
8. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-7, waarbij het tweede deel (20) zich onder een ingesloten hoek in het bereik van 70-90 graden ten opzichte van het eerste deel (10) uitstrekt. 10
9. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-8, waarbij het eerste langwerpige deel (10) een eerste part (10a) en een tweede part (10b) omvat, welk eerste en tweede part met elkaar zijn verbonden door een scharnier (18), zodanig dat het eerste langwerpige deel alternatief in een 15 opgevouwen toestand en in een gebruikstoestand brengbaar is.
10. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-9, waarbij de veiligheidskoordbevestigingsvoorziening (30) een bevestigingsoog omvat.
11. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-10, waarbij de veiligheidskoordbevestigingsvoorziening (30) is voorzien aan of nabij het eerste vrije einde (12) van het eerste deel (10).
12. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-11, waarbij het 25 langwerpige eerste deel (10) zich uitstrekt over ten minste 1.5 meter.
13. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-12, waarbij het tweede deel (20) zich, gemeten in een radiale richting ten opzichte van een lengte-as van het eerste deel (10), tot ten minste 40 cm uitstrekt vanaf het 30 tweede einde (14) van het eerste deel.
14. Valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-13, waarbij het eerste (10) en/of het tweede (20) deel een buisvormig profiel omvat.
15. Werkwijze voor het veilig verrichten van werkzaamheden op een plat of lichthellend dak (2), omvattende: het verschaffen van een valbeschermingshaak volgens een der conclusies 1-11; het bevestigen van een veiligheidskoord (8) aan enerzijds de 10 veiligheidskoordbevestigingsvoorziening (30) van de valbeschermings haak (1), en anderzijds een door een gebruiker (9) gedragen veiligheidsharnas; het over een eerste dakrand (4) plaatsen van het tweede deel (20), vanaf een afstand tot de eerste dakrand ter grootte van ongeveer een 15 lengte van het eerste deel (10); - het roteren van de valbeschermingshaak (1), zodanig dat het tweede deel (20) achter de eerste dakrand (4) haakt; en het verrichtten van werkzaamheden aan of nabij een tegenover de eerste dakrand (40) gelegen tweede dakrand (6).
NL2004261A 2010-02-18 2010-02-18 Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan. NL2004261C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004261A NL2004261C2 (nl) 2010-02-18 2010-02-18 Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004261 2010-02-18
NL2004261A NL2004261C2 (nl) 2010-02-18 2010-02-18 Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2004261C2 true NL2004261C2 (nl) 2011-08-22

Family

ID=42731885

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2004261A NL2004261C2 (nl) 2010-02-18 2010-02-18 Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2004261C2 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2281093A (en) * 1993-08-21 1995-02-22 City Of Glasgow District Counc Improvements in and relating to roof anchors
WO1999049154A1 (en) * 1998-03-20 1999-09-30 Gutter-Vac Bundaberg Pty. Ltd. A roof safety system
US20070272485A1 (en) * 2006-05-23 2007-11-29 Baake Kent H Roof safety device

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2281093A (en) * 1993-08-21 1995-02-22 City Of Glasgow District Counc Improvements in and relating to roof anchors
WO1999049154A1 (en) * 1998-03-20 1999-09-30 Gutter-Vac Bundaberg Pty. Ltd. A roof safety system
US20070272485A1 (en) * 2006-05-23 2007-11-29 Baake Kent H Roof safety device

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP2757271A2 (en) A clip
US20110070022A1 (en) Apparatus and Method for Deploying a Vehicle Arresting Device
US10071889B1 (en) Piñata hoisting device
CN112789088A (zh) 对坠落防护设备的改进
US10508393B1 (en) Portable vehicle barrier
US9243425B2 (en) Safety barrier system
US20110114418A1 (en) Ladder stabilization device
NL2004261C2 (nl) Valbeschermingssysteem voor gebruik bij dakwerkzaamheden, en werkwijze voor het gebruik ervan.
US9555335B1 (en) Mobile zip line amusement ride
EP2024572A1 (en) Vehicle control barrier
US9364695B2 (en) Trolley comprising a fall arrest actuator
US20110291062A1 (en) Self help ladder and securing device
US10449401B2 (en) Device and method for deploying a temporary sprinkler on a roof top
US20100008720A1 (en) Check-point vehicle tire puncturing and deflating assembly
US10240395B1 (en) Leveling hunting ladder
CN215107217U (zh) 一种具有安全防护网的脚手架
US9550638B1 (en) Devices and methods for collecting and hauling materials
NL2010480C2 (nl) Verbeterde stelinrichting voor een metselprofiel.
US20160017592A1 (en) Well head protector
US20070056800A1 (en) Ladder safety matt invention
US20180185689A1 (en) Portable Descent Platform
CN216341901U (zh) 一种具有安全防护平台的高边坡作业锚固钻孔机
GB2528876A (en) A roof light guard
GB2560443A (en) Fall from heights prevention system
KR200417807Y1 (ko) 호스릴 운반기구

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20180301