NL2004263C2 - Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze. - Google Patents

Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze. Download PDF

Info

Publication number
NL2004263C2
NL2004263C2 NL2004263A NL2004263A NL2004263C2 NL 2004263 C2 NL2004263 C2 NL 2004263C2 NL 2004263 A NL2004263 A NL 2004263A NL 2004263 A NL2004263 A NL 2004263A NL 2004263 C2 NL2004263 C2 NL 2004263C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
print
image
rectangles
quadrangles
representation
Prior art date
Application number
NL2004263A
Other languages
English (en)
Inventor
Roger Louis Henri Kilsdonk
Original Assignee
Silver Globe Holding B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Silver Globe Holding B V filed Critical Silver Globe Holding B V
Priority to NL2004263A priority Critical patent/NL2004263C2/nl
Priority to PCT/NL2011/050026 priority patent/WO2011087365A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2004263C2 publication Critical patent/NL2004263C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G03PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
    • G03BAPPARATUS OR ARRANGEMENTS FOR TAKING PHOTOGRAPHS OR FOR PROJECTING OR VIEWING THEM; APPARATUS OR ARRANGEMENTS EMPLOYING ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ACCESSORIES THEREFOR
    • G03B35/00Stereoscopic photography
    • G03B35/18Stereoscopic photography by simultaneous viewing
    • G03B35/24Stereoscopic photography by simultaneous viewing using apertured or refractive resolving means on screens or between screen and eye
    • GPHYSICS
    • G03PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
    • G03BAPPARATUS OR ARRANGEMENTS FOR TAKING PHOTOGRAPHS OR FOR PROJECTING OR VIEWING THEM; APPARATUS OR ARRANGEMENTS EMPLOYING ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ACCESSORIES THEREFOR
    • G03B35/00Stereoscopic photography
    • G03B35/18Stereoscopic photography by simultaneous viewing

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Manufacture Or Reproduction Of Printing Formes (AREA)
  • Stereoscopic And Panoramic Photography (AREA)

Description

Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte. De uitvinding heeft eveneens betrekking op afbeeldingen vervaardigd met een dergelijke werkwijze.
5 Voor het weergeven van afbeeldingen met diepte zijn verschillende systemen bekend. Zo bestaan er hologrammen, waarbij met behulp van laserapparatuur een driedimensionaal beeld in de ruimte kan worden geprojecteerd. De technologie voor het produceren van dergelijke ruimtelijke beelden met hologrammen is 10 echter ingewikkeld en kostbaar.
Een andere bekende technologie voor het produceren van stereoscopische beelden is gebaseerd op de wijze waarop het menselijke oog diepte ziet. Het menselijke oog ziet diepte doordat het linkeroog en het rechteroog een voorwerp waarnemen vanuit 15 een iets andere hoek. Deze twee beelden van hetzelfde voorwerp worden in de hersenen waargenomen als een beeld met diepte. Een gebruikelijke techniek voor het weergeven van afbeeldingen van een voorwerp met diepte die hierop is gebaseerd, gaat uit van twee beelden van het voorwerp, elk genomen vanuit een iets ande-20 re positie, waarbij het verschil overeenkomt met het verschil tussen de posities van een linker- en een rechteroog van een mens. Wanneer deze twee beelden gescheiden aan respectievelijk het linker- en het rechteroog worden aangeboden dan wordt dit ervaren als een werkelijk waargenomen beeld en niet van een af-25 beelding in een plat vlak, zoals een afdruk van een foto, waarbij tevens de diepte die gebruikelijk bij het waarnemen van een beeld wordt ervaren ook wordt gezien bij het waarnemen van deze twee afbeeldingen. Het betreft dan afbeeldingen in een plat vlak die gezamenlijk de ervaring geven van een reëel waargenomen 30 beeld. Het gescheiden aanbieden van de afbeelding voor het linkeroog aan het linkeroog en de afbeelding voor het rechteroog aan het rechteroog kan op verschillende manieren plaatsvinden. Reeds lang is bekend de zogenaamde stereoscopische kijker, waarbij in een kijker die twee oculairen bevat voor elk oculair een 35 afbeelding wordt geplaatst die is opgenomen vanuit een gezichts-veldhoek die overeenkomt met de gezichtsveldhoek van het betreffende oog. Door het plaatsen van een tussenschot tussen beide 2 afbeeldingen kan het linkeroog slechts de afbeelding voor het linkeroog waarnemen en het rechteroog slechts de afbeelding waarnemen voor het rechteroog. Doordat deze afbeeldingen oorspronkelijke opnamen zijn die zijn genomen vanuit onderlinge po-5 sities die overeenkomen met de onderlinge posities van het linker- en het rechteroog, geeft het aldus gegenereerde beeld eenzelfde ervaring van diepte als wanneer het oorspronkelijke beeld zou zijn waargenomen. Een andere wijze van scheiden van de twee beelden voor respectievelijk het linkeroog en het rechteroog kan 10 plaatsvinden door de beelden te voorzien van verschillende pola-risatiefilters waarna dan het bekijken van de beelden met een bril met verschillend gepolariseerde glazen het linkeroog slechts het beeld kan zien dat is bestemd voor het linkeroog en het rechteroog slechts het beeld kan zien dat is bestemd voor 15 het rechteroog, waardoor wederom het beeld als beeld met diepte wordt ervaren. In beide gevallen echter kan de waarnemer het beeld slechts waarnemen indien hij daarvoor een speciale bril of speciaal gereedschap hanteert, hetgeen een duidelijke beperking met zich meebrengt.
20 Een andere bekende wijze van het genereren van afbeel dingen met diepte die is gebaseerd op de hierboven beschreven dieptewerking van het menselijke oog bestaat uit het in kleine strookjes naast elkaar plakken van de afbeelding voor het linkeroog en voor het rechteroog en voor deze kleine strookjes een 25 rooster te plaatsen. Dit rooster is ondoorzichtig met boven elk strookje een doorzichtige spleet, zodanig dat dit rooster de daaronder liggende strookjes foto's grotendeels afdekken, maar waarbij elk van de strookjes steeds een zichtbaar is door de spleet, zodat wanneer de afbeelding op de juiste afstand wordt 30 waargenomen het linkeroog slechts de strookjes ziet van de foto die hoort bij de positie van het linkeroog en het rechteroog slechts die strookjes ziet van de foto die hoort bij de positie van het rechteroog, zodat ook hier het beeld wordt ervaren als een beeld met diepte.
35 Een nadeel van deze laatste werkwijze is dat het met de huidige stand van de techniek van afdrukken het erg lastig is om te voorkomen dat de strookjes van de foto die behoren bij het linkeroog niet overlappen met de strookjes van de foto die behoren bij het rechteroog. Een oplossing daarvoor zou zijn om de 40 resolutie van de afdrukinrichting te verhogen zodat een dergelijke overlapping niet meer zal optreden, of slechts op een dus- 3 danig geringe schaal dat dit voor het menselijke oog niet meer waarneembaar is. Bij druktechniek gaat men uit van het maximale zicht van een oog van 300 punten/inch (dpi). Hoewel dit op zich juist is, blijkt toch dat bij het waarnemen van verschillen, 5 verschillen waarneembaar zijn voor het menselijke oog die een orde van grootte kleiner zijn dan het maximale zicht. Op een af-druk gemaakt met een afdrukeenheid van 4000 dpi blijkt een verschil in lijndikte van 1/4000 inch door het menselijke oog waarneembaar te zijn. Door deze scherpe waarneming van verschillen 10 wordt de aandacht getrokken naar overlappingen in de beelden voor het linker- en het rechteroog waardoor de dieptewerking in de waarneming verloren gaat. Een oplossing hiervoor zou gelegen kunnen zijn in het gebruik van afdrukeenheden met een aanzienlijk grotere resolutie. Deze zijn op dit moment niet beschikbaar 15 en zelfs afdrukeenheden met een resolutie van 4000 dpi zijn zeer kostbaar.
Het is een doel van de onderhavige uitvinding om een werkwijze te verschaffen voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte die vervaardigbaar is met een afdrukeenheid met een 20 resolutie die niet uitzonderlijk groot hoeft te zijn.
Dit doel wordt bereikt door een werkwijze volgens conclusie 1. Het verdelen van het oppervlak van de af te beelden voorstelling in een vooraf bepaald aantal gelijke eerste vierhoeken, volgens stap c) van conclusie 1, vindt plaats met behulp 25 van eenvoudige rekenkundige bewerkingen. Hierdoor is de positie van elke rechthoek exact bekend en dus met in beginsel onbegrensde nauwkeurigheid. Doordat de pixelrepresentatie van elke foto door projectie wordt afgebeeld op de bij deze foto behorende reeks tweede rechthoeken, waarbij pixels en delen van pixels 30 die buiten de betreffende rechthoeken vallen worden verwijderd, blijft deze in beginsel onbeperkte nauwkeurigheid van de grenzen van elke rechthoek gehandhaafd. Hierdoor kunnen de ongewenste overlappingen op betrouwbare wijze worden vermeden en is een afdrukeenheid met een uitzonderlijk grote resolutie niet noodzake-35 lijk.
Door het genereren van meer dan twee foto's in pixelrepresentatie van de af te beelden voorstelling, waarbij de onderlinge opnameposities van telkens twee foto's met naburige opna-meposities overeenkomen met de onderlinge posities van de twee 40 ogen van een waarnemer, kan met de werkwijze volgens de uitvinding een afbeelding met diepte worden verkregen, waarbij met een 4 variërende waarnemingspositie van de afbeelding ook de verschillende zichtbare delen van het af te beelden voorwerp in de afbeelding waarneembaar worden. Dit geeft naast het diepte-effect dat bij elke positie van waarneming optreedt een driedimensio-5 naai weergave-effect.
De werkwijze is bijzonder eenvoudig uitvoerbaar wanneer de derde en vierde vierhoeken rechthoeken zijn.
Het kan echter voorkomen dat een rechte lijn die een begrenzing vormt tussen een derde en een vierde rechthoek bij 10 het afdrukken een maal verspringt. In verband met de eerder genoemde gevoeligheid van het menselijke oog voor afwijkingen zal een dergelijke eenmalige verspringing van een rechte lijn, die begrenzingen vormt tussen het doorlaatbare en het ondoorlaatbare deel van het raster voor het menselijke oog waarneembaar zijn.
15 Door de derde en vierde vierhoeken uit te voeren als trapezia of ruiten met hoeken die een kleine afwijking hebben van 90°, zullen de grenslijnen van het raster bij een afdruk veelvuldig verspringen. Doordat dit verspringen niet eenmalig maar geregeld en met regelmaat voorkomt, wordt dat niet als afwijkend ervaren en 20 zal daarom, met de resolutie van de afdrukeenheid die ligt boven het maximale zicht van het oog, niet worden opgemerkt.
Doordat de derde vierhoeken van het raster voor licht ondoorlaatbaar of slecht doorlaatbaar zijn, wordt de hoeveelheid licht die op de afbeelding van de eerste afdruk kunnen vallen 25 beperkt. Hiertoe is het mogelijk om met een externe lichtbron, die verder niet is beschreven licht toe te voeren naar de afbeelding op de eerste afdruk. Deze belichting kan van opzij plaatsvinden, maar bij een zekere transparantie van de afbeelding ook van achteren.
30 Wanneer de derde vierhoeken op onderling regelmatige afstanden identieke gebieden bevatten die tijdens stap h) transparant worden gelaten, worden in de niet-transparante gebieden op regelmatige afstanden afwijkingen gecreëerd die door hun onderlinge regelmaat niet zullen worden opgemerkt door het mense-35 lijk oog, maar wel zorgen voor een grotere toegang van licht tot de afdruk van de afbeelding en daardoor de zichtbaarheid vergroten .
De lichtopbrengst voor de afdruk van de afbeelding kan eveneens worden vergroot wanneer de derde vierhoeken aan de zij-40 den die na montage volgens de stap i) is toegekeerd naar de eerste afdruk, reflecterend zijn uitgevoerd. Licht dat anders door 5 deze achterzijde zou worden geabsorbeerd wordt gereflecteerd naar de eerste afdruk van de afbeelding waardoor de uitlichting daarvan en daarmee de zichtbaarheid wordt verhoogd.
Deze verhoging van de zichtbaarheid is eveneens bereik-5 baar door het aanbrengen van een apart reflectiescherm tussen het raster en de afbeelding, zoals is beschreven in conclusie 7. Dit reflectiescherm kan reflecterende delen omvatten die stroken met, dan wel gelijk zijn aan de afdekkende vierhoeken (derde vierhoeken) van het raster, maar kunnen ook iets geringer van 10 breedte zijn. Bij een geringere breedte is bijvoorbeeld het strikt in register liggen een minder strikte eis terwijl er toch een verhoogde lichtopbrengst, oplevert.
Met de werkwijze van conclusie 8 is het mogelijk om de gehele afbeelding met diepte op een transparant vel aan te bren-15 gen. De afbeelding bestaande uit de fotosegmenten wordt dan op de achterzijde gedrukt en het raster op de voorzijde. Dit drukken van beide afdrukken vindt in register plaats. De dikte van het transparante vel bepaalt de onderlinge afstand van beide afdrukken. Hiermee wordt het voordeel bereikt dat de afbeelding 20 als geheel eenvoudig transportabel is. Bij afbeeldingen op relatief dunne transparante vellen kunnen deze bijvoorbeeld worden opgerold. Voorbeelden van bruikbaar materiaal voor deze vellen kunnen zijn polyvinyl en polyester.
Het kan voorkomen dat de verlichting van de fotosegmen-25 ten op de eerste afdruk onvoldoende is. Dit kan gebeuren bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende daglicht is en geen extra verlichting van opzij of van achteren, of wanneer deze verlichting van opzij of van achteren is uitgevallen of in het niet valt ten opzichte van het daglicht. Met de werkwijze volgens conclusie 11 30 wordt de afbeelding in delen geplaatst aan de zichtzijde van de derde vierhoeken, het ondoorzichtige deel van het raster. In deze gevallen dienen de segmenten op het raster ervoor dat de afbeelding toch zichtbaat blijft, zij het niet met diepte. Wanneer er wel voldoende licht aanwezig is voor de segmenten van de eer-35 ste afdruk dan kunnen de fotosegmenten op het raster bijdragen aan de dieptewerking van de afbeelding.
Door het eerste en het derde aantal van de vierhoeken te baseren op de resolutie van de afdrukeenheid, bijvoorbeeld zodanig dat de breedte van een vierhoek altijd overeenkomt met 40 een geheel aantal "dots" van de afdrukeenheid zal het aantal ongewenste verspringingen tot een minimum kunnen worden beperkt.
6
De uitvinding zal nu verder worden beschreven aan de hand voor voorbeelden van uitvoeringsvormen. Mede aan de hand van de tekeningen waarbij
Fig. 1 een schematische weergave is van het beginsel 5 van een afbeelding met diepte met behulp van een raster.
Fig. 2 een schematische weergave is van het oppervlak van de af te beelden voorstelling verdeeld in eerste en tweede rechthoeken;
Fig. 3 een schematische weergave is van de foto van de 10 af te beelden voorstelling vanuit de positie van het rechteroog van een waarnemer;
Fig. 4 een schematische weergave is van een foto van de af te beelden voorstelling vanuit de positie van het linkeroog van de waarnemer van Fig. 3; 15 Fig. 5 een schematische weergave soortgelijk aan fig.
1;
Fign. 6a-f schematische weergaven van niet-lichtdoor-latende vierhoeken;
Fig. 7 een schematische weergave van een afbeelding 20 volgens de uitvinding uitgevoerd met een reflectiescherm;
Fig. 8 een schematische weergave van een afbeelding volgens de uitvinding uitgevoerd met fotosegmenten op het raster .
Allereerst zal het beginsel van een afbeelding met 25 diepte met behulp van een raster uiteen worden gezet. Daarna volgt een bespreking van een uitvoeringsvorm van de uitvinding met enkele varianten daarvan.
In fig. 1 is schematisch het principe weergegeven van een afbeelding met diepte van een niet nader gespecificeerd 30 voorwerp. Van dit voorwerp zijn twee foto's gemaakt vanuit twee verschillende posities die ongeveer overeenkomen met de posities van een linkeroog en van een rechteroog van een persoon. Van elk van deze foto's worden op regelmatige afstand smalle verticale opeenvolgende stroken uitgesneden en deze stroken zijn in volg-35 orde naast elkaar geplakt op een ondergrond, waarbij telkens de strook van de foto die overeenkomt met de positie van het rechteroog links is geplakt van de strook van de foto die overeenkomt met de positie van het linkeroog. Zo is dus een foto ontstaan van in hoofdzaak hetzelfde formaat als elk van de twee 40 oorspronkelijke foto's waarbij de oorspronkelijke foto's elk voor ongeveer de helft zijn vertegenwoordigd is elkaar afwisse- 7 lende stroken. In fig. 1 is deze samengestelde foto aangeduid met cijfer 1. Van foto 1 is slechts een gedeelte getoond in fig. 1 en wel een gedeelte met van elk van de twee oorspronkelijke foto's twee stroken. Van de foto die overeenkomt met de positie 5 van het rechteroog zijn de stroken Rl, R2 getoond, met rechts daarnaast de stroken LI, L2 die afkomstig zijn van de foto die overeenkomt met de positie van het linkeroog, waarbij Rl en LI stroken zijn van eenzelfde positie op hun oorspronkelijke foto en R2 en L2 eveneens stroken zijn van eenzelfde positie op hun 10 oorspronkelijke foto.
Op een afstand v van foto 1 is raster 2 gemonteerd. Raster 2 is verdeeld in stroken 3 die niet doorlaatbaar zijn voor licht en spleten 4 die doorlaatbaar zijn voor licht. De stroken 3 die niet doorlaatbaar zijn voor licht dienen aan de 15 zijde die naar de waarnemer is toegekeerd ook niet in aanzienlijke mate reflecterend te zijn daar anders deze reflecties te zeer de aandacht van de waarnemer zullen trekken en daardoor afleiden van de dieptewerking. Het zal duidelijk zijn dat het hier gaat om graduele begrippen. De spleten 4 bevinden zich voor bij 20 elkaar horende stroken. Er zijn dus evenveel spleten als er stroken per foto zijn. Dus onder elke spleet van het raster ligt van elke foto van de fotoserie een strook. Stroken behorend bij een spleet van het raster zijn aaneengesloten, maar behorend bij opeenvolgende spleten van het raster hoeven dit niet te zijn.
25 Echter in de praktijk zal dit wel het geval zijn omdat daardoor de afstand tussen twee opeenvolgende spleten van het raster zo klein mogelijk wordt gehouden, wat de lichtopbrengst en ook de resolutie ten goede komt.
Op afstand b van het raster bevindt zich een waarnemer 30 met een linkeroog 6L en een rechteroog 6R. Wat deze waarnemer ziet van de afbeelding is weergegeven door twee weergeven lichtstralen voor elk oog met het cijfer 5. Voor het linkeroog 6L de lichtstralen 5L en voor het rechteroog 6R de lichtstralen 5R. Hierdoor wordt verduidelijkt dat door de aanwezigheid van het 35 raster het linkeroog slechts de stroken LI, L2 ziet van samengestelde foto 1 die afkomstig zijn van de foto die overeenkomt met de positie van het linkeroog, en het rechteroog slechts de stroken Rl, R2 ziet van samengestelde foto 1 die afkomstig zijn van de foto die overeenkomt met de positie van het rechteroog. Door-40 dat de waarnemer met zijn linkeroog slechts het beeld ziet van de foto die overeenkomt met de positie van het linkeroog en het 8 rechteroog slechts het beeld ziet van de foto die overeenkomt met de positie van het linkeroog neemt de waarnemer het afge-beelde voorwerp waar alsof hij het voorwerp in werkelijkheid ziet, dus met diepte.
5 Het zal duidelijk zijn dat wanneer er naast de hier ge noemde foto's, foto's worden genomen vanuit een andere positie, bijvoorbeeld iets naar links opgeschoven, en deze foto's worden op dezelfde wijze verdeeld als hierboven beschreven en de stroken worden naast de stroken geplakt die zijn weergegeven in fig. 10 1, dat de waarnemer van fig. 1, wanneer deze zich iets naar links verplaatst, dan de stroken ziet die afkomstig zijn van het tweede paar foto's. Deze waarnemer ziet dan hetzelfde voorwerp met diepte, maar vanuit een iets andere gezichtshoek, waardoor een ruimtelijk effect is verkregen en wel door een fotomontage 15 op een in hoofdzaak plat vlak.
Het heeft voordeel om de keuze van de breedten van bijvoorbeeld de stroken 3 en de spleten 4 te maken in afhankelijkheid van de resolutie van de afdrukeenheid. Zo zal bijvoorbeeld met een raster van 40 spleten per duim en met per spleet een on-20 derverdeling van 10 fotostroken de afbeelding alleen tot zijn recht komen wanneer zowel afdruk 1 als afdruk 2 worden afgedrukt op een afdrukeenheid met een resolutie van 400 dpi, 800 dpi of 1200 dpi etc.
Het hierboven beschreven principe is het principe waar-25 op ook de werkwijze volgens de uitvinding is gebaseerd. Uit deze beschrijving zal ook duidelijk zijn dat het creëren van de stroken van de foto's en zeker het creëren van het raster met grote nauwkeurigheid dient te geschieden. Daarin is dan ook de uitvinding gelegen. Als er onregelmatigheden optreden, bijvoorbeeld in 30 de breedte van de stroken en in de grenslijnen van de stroken en van de spleten van het raster, dan wordt de aandacht van de waarnemer eerder bepaald door deze onregelmatigheden dan door de beelden op de stroken, waardoor het diepte effect geheel of gedeeltelijk teniet wordt gedaan. Een belangrijke bron van derge-35 lijke onregelmatigheden is dat pixels van een foto zelden of nooit op een geheel aantal lijnen passen van een afdrukeenheid, waardoor tal van verspringingen optreden.
Er wordt uitgegaan van een eerste paar van twee foto's in pixelrepresentatie van de af te beelden voorstelling, waarbij 40 de onderlinge opnameposities van de foto's van een paar overeenkomen met de onderlinge opnameposities van de twee ogen van een 9 waarnemer. Wanneer meerdere foto's worden gebruikt, worden deze op soortgelijke, voor een vakman duidelijke, wijze verwerkt. Deze foto's zijn opgeslagen in een geheugen van een computer. Vervolgens worden een breedte en een hoogte van de af te beelden 5 voorstelling bepaald en worden de grenzen van de af te beelden voorstelling in de in het computergeheugen opgeslagen foto's gemarkeerd. Hierdoor is een lengte en een breedte van de afbeelding bepaald en eveneens van beide foto's is een lengte en een breedte bepaald van het gedeelte dat de afbeelding zal vormen.
10 Voor de eenvoud wordt er hier van uitgegaan dat de lengte en breedte van de afbeelding dezelfde is als de lengte en breedte van de foto's. Dit hoeft natuurlijk niet het geval te zijn. De uitvinding verandert niet als er een bepaalde verhouding bestaat tussen de lengte en breedte van de afbeelding en de lengte en 15 breedte van de foto's. In de volgende alinea wordt uiteengezet dat de pixelrepresentatie van een foto wordt afgebeeld op de betreffende rechthoeken door de pixelrepresentatie te projecteren op deze rechthoeken. Deze projectie kan plaatsvinden met een vergrotingsfactor of een verkleiningsfactor zodanig dat de af-20 beelding het gewenste formaat krijgt.
Fig. 2 toont een weergave van het oppervlak van te verkrijgen afbeelding verdeeld in een vooraf bepaald eerste aantal gelijke eerste rechthoeken, waarbij elke rechthoek de volledige hoogte van de af te beelden voorstelling beslaat. Alleen de eer-25 ste twee van deze eerste rechthoeken a, b zijn getoond in fig.
2. Vervolgens wordt elke eerste rechthoek verdeeld in een tweede aantal tweede rechthoeken, waarbij elke tweede rechthoek de volledige hoogte van de af te beelden voorstelling beslaat. Dit tweede aantal is gelijk is aan het aantal foto's in stap a) en 30 elke tweede rechthoek wordt op een vooraf bepaalde wijze toegewezen aan een foto zodat bij elke foto in elke eerste rechthoek een tweede rechthoek behoort. Vervolgens wordt de pixelrepresentatie van elke foto op de bij deze foto behorende reeks tweede rechthoeken afgebeeld door de pixelrepresentatie op deze tweede 35 rechthoeken te projecteren, waarbij pixels en delen van pixels die buiten de betreffende rechthoeken vallen worden verwijderd. Van pixels waarvan de buiten de rechthoeken uitstekende delen zijn verwijderd blijft de pixelwaarde, die een kleur of een grijstint vertegenwoordigt, voor het resterende deel gehand-40 haafd. Aldus is een scherp omlijnde kleur of grijstint verkregen voor elk van de rechthoeken, waarbij er geen overlap tussen de 10 rechthoeken optreedt. De bepaling van de grenzen van de rechthoeken is een zuiver mathematische aangelegenheid en kan door berekening met in principe onbegrensde nauwkeurigheid worden bepaald. Het projecteren op de rechthoeken en het 'snijden' langs 5 de randen is eveneens een mathematische handeling en kan eveneens met onbegrensde nauwkeurigheid plaatsvinden.
Fig. 3 is een weergave van de foto die overeenkomt met de positie van het rechteroog en fig. 4 is een weergave van de foto die overeenkomt met de positie van het linkeroog. In fig. 3 10 zijn de rechthoeken R1 en R2 aangegeven die worden geprojecteerd op de het oppervlak van fig. 1 zoals daar is aangegeven.
Het nu genereren van een afdrukopdracht voor een af-drukeenheid van de door deze afbeelding verkregen verzameling grijstint- of kleurwaarden is voor een deskundige een standaard-15 handeling en wordt hier niet nader beschreven.
Op soortgelijke wijze komt nu de tweede afdruk, die van het raster tot stand. Deze afdruk wordt gemaakt op een licht-doorlatende ondergrond. Op deze ondergrond worden niet-lichtdoorlatende, aan de naar de waarnemer toegekeerde zijde 20 niet of nauwelijks reflecterende vierhoeken gedrukt, die elk de volledige hoogte van de afbeelding beslaan, waardoor er tussen deze vierhoeken lichtdoorlatende spleten ontstaan. Door deze spleten worden door de ogen van de waarnemer de daarachter liggende stroken van twee foto's waargenomen en wel zo, dat het 25 linkeroog van de waarnemer de stroken waarneemt die afkomstig zijn van de foto waarvan de positie overeenkomt met die van het linkeroog en het rechteroog van de waarnemer de stroken waarneemt die afkomstig zijn van de foto waarvan de positie overeenkomt met die van het rechteroog. In het eenvoudigste geval zijn 30 de niet-lichtdoorlatende vierhoeken rechthoeken. De tussenliggende spleten zijn dan ook rechthoekig van vorm.
Fig. 5 geeft een deel weer van fig. 1. In fig. 5 zijn een eerste afdruk 1, met twee fotostrookjes Rl, LI, een van elke foto, en een tweede afdruk 2 met een lichtdoorlatende spleet 4 35 getoond. Afdruk 1 en afdruk 2 zijn evenwijdig aan elkaar op onderlinge afstand v geplaatst. Op afstand b van afdruk 2 bevindt zich een waarnemer van wie het linkeroog 6L en het rechteroog 6R zijn weergegeven. De breedte van spleet4 is zo gedimensioneerd dat voor het linkeroog 6L door spleet 4 slechts het strookje LI, 40 dat behoort bij de foto die behoort bij de positie van het linkeroog, en voor het rechteroog 6R door spleet 4 slechts het 11 strookje Rl, dat behoort bij de foto die behoort bij de positie van het rechteroog, zichtbaar is. Dit wordt geïllustreerd door de lichtstralen 5L en 5R, die het gezichtsveld van respectievelijk het linkeroog 6L en het rechteroog 6R door spleet 4 begren-5 zen. Door de breedte van spleet 4 te verkleinen wordt een gebied van afstanden b verkregen waarbinnen het diepte-effect waarneembaar blijft.
Wanneer de contouren van de niet-lichtdoorlatende vierhoeken niet nauwkeurig zijn, kunnen de contouren bij de afdruk 10 een onregelmatige sprong vertonen tengevolge van de beperkte resolutie van de afdrukinrichting. Wanneer er in een onregelmatig patroon een sprong optreedt in de contour van een spleet dan wordt de aandacht van de waarnemer getrokken naar deze verspringende spleet en afgeleid van de achterliggende foto's, zodat het 15 diepte effect teniet wordt gedaan. Het is dan ook van belang dat deze spleten geen onregelmatigheden vertonen. Wanneer dit toch optreedt dan wel mag worden verwacht is dat oplosbaar door de niet-lichtdoorlatende vierhoeken geen rechthoeken te laten zijn, maar trapezia of ruiten, waarvan de hoeken in geringe mate ver-20 schillen van 90°. Hierdoor worden verspringende lijnen in de contour gegenereerd, waarbij de verspringing met regelmaat optreedt. Een voorbeeld van een trapeziumvormige vierhoek 3 is schematisch weergegeven in fig. 6a. Aan beide zijden treedt een regelmatige verspringing op van de afgedrukte lijn. Door deze 25 regelmaat zal dit een waarnemer niet opvallen waardoor zijn aandacht gericht blijft op de afbeelding achter de spleten van het raster, waardoor de dieptewerking behouden blijft.
Door het niet-lichtdoorlatende deel van het raster wordt de hoeveelheid licht die van de foto's het oog van de 30 waarnemer bereikt beperkt. Het is mogelijk om de lichtopbrengst te vergroten door in het niet-lichtdoorlatende deel op regelmatige afstanden openingen aan te brengen. Wanneer deze openingen voldoende klein zijn zullen zij de beeldvorming niet op drastische wijze beïnvloeden, tenminste als is voldaan aan de eis dat 35 deze openingen door hun regelmaat de waarnemer niet opvallen en daardoor de dieptewerking verstoren. In fign. 6b en 6c zijn twee verschillende vormen van deze openingen 30, 31 getoond. In fig. 6b betreft het rechthoekige uitsparingen 30 uit de grens met de spleet 4. In fig. 8 zijn de uitsparingen 30 van fig. 6c nog ver-40 diept met kleinere rechthoekige uitsparingen 31. Door deze uitsparingen 30, 31 wordt de lichtopbrengst van de afbeelding op 12 het oog 6L, 6R verhoogd. Fign. 6d-f tonen voorbeelden van regelmatige kleine lichtdoorlatende openingen die zijn aangebracht in stroken 3.
Een andere manier om de lichtopbrengst van de afbeel-5 ding van afdruk 1 te verhogen is weergegeven in fig. 7. In fig.
7 is een afdruk 1 weergegeven met verder daarop niet aangegeven strookjes van foto's. Verder is een afdruk 2 zichtbaar met niet-lichtdoorlatende vierhoeken 3 en daartussen lichtdoorlatende spleten 4. Tussen afbeelding 1 en afbeelding 2, bij voorkeur 10 dichtbij afbeelding 2 is een scherm 10 geplaatst met aan de naar afdruk 1 toegekeerde zijde reflecterende oppervlakken 11 en tussen de oppervlakken 11 lichtdoorlatende oppervlakken 12. De reflecterende oppervlakken 11 verhogen de lichtopbrengst door dat licht dat anders zou zijn geabsorbeerd door niet-lichtdoor-15 latende vierhoeken 3 van afdruk 2, nu wordt gereflecteerd en uiteindelijk door spleten 4 uit kan treden. In plaats van een reflecterend scherm 10 kan afdruk 2 aan de zijde die in de gemonteerde toestand is toegekeerd naar afdruk 1 zijn bedrukt met reflecterend materiaal.
20 De samenstelling van de afbeelding door montage van af druk 1 en afdruk 2 en eventueel reflecterend scherm 10 op een vaste afstand en in register ten opzichte van elkaar kan op voor de vakman bekende wijzen plaats vinden.
Een mogelijkheid is om de afbeelding te monteren in een 25 vaste behuizing die is voorzien van passende kleminrichtingen voor afdrukken 1 en 2 (en 10), en van een belichting.
Bij serieproductie van de afbeelding volgens de uitvinding worden raster en foto, resp. afdruk 2 en afdruk 1 tussen glas gesmolten. Dit kan op elkaar passend plaats vinden met zeer 30 grote nauwkeurigheid van tot 0,01 mm nauwkeurig.
Het is echter ook mogelijk om de afbeelding volgens de uitvinding enigermate autonoom samen te stellen, wat voordelig kan zijn voor gebruik in displaykasten zoals deze in veel steden zijn te zien. Op de afdrukken 1 en 3, resp. de foto en het ras-35 ter worden registratiemerktekens meegedrukt. Op een vacuümtafel wordt de foto gelegd en daaroverheen het raster vel. Op de regi-stratietekens worden de beide vellen precies uitgelijnd. Met een loep kan het zeer nauwkeurig de registratie tekens op elkaar laten passen.
40 Door een balk over het midden te klemmen kunnen de vellen niet meer ten opzichte van elkaar verschuiven. Aan de bo- 13 venkant wordt het raster vel omgeslagen. Op de foto wordt helemaal boven aan een strook van gewenste dikte geplakt. Het ras-tervel wordt teruggeslagen en bovenop de stook geplakt. Beneden dezelfde procedure. De klem in het midden kan eraf en de vellen 5 blijven mooi evenwijdig van elkaar.
In plaats van te lijmen kan boven ook een kleminrich-ting geplaatst worden. Beneden is het raadzaam niet te klemmen maar alleen een gewicht aan ieder vel te hangen. Hiermee is op eenvoudige wijze een verwisselbaar samenstel te verkrijgen zodat 10 afbeeldingen volgens de uitvinding op eenvoudige wijze in openbare displaykasten kunnen worden omgewisseld.
In een bijzonder gunstige uitvoeringsvorm van de uitvinding worden de eerste afdruk en de tweede afdruk beide afgedrukt op een vel transparant materiaal, bijvoorbeeld polyester 15 of polyvinyl materiaal. De eerste afdruk wordt aangebracht aan een oppervlak van het vel transparant materiaal en de tweede afdruk wordt aangebracht op het daartegenover liggende oppervlak van het vel transparant materiaal. De dikte van het vel transparant materiaal is dan de afstand v. Deze dikte hangt samen met 20 de toepassing van de afbeelding met diepte en met het aantal stroken 3 en spleten 4 van het raster. Zo zal voor een grote poster er mogelijk een raster van 40 spleten per duim worden gebruikt en een dikte van het vel van ca. 3 mm. Voor een afbeelding van A4 formaat mogelijk een raster van 60 spleten per duim 25 worden gebruikt en een dikte van het vel van ca. 1 mm. Voor een afbeelding van een creditcardformaat mogelijk een raster van 120 spleten per duim worden gebruikt en een dikte van het vel van ca. 0,2-0,8 mm, en voor een afbeelding van postzegelformaat mogelijk een raster van 200 spleten per duim worden gebruikt en 30 een dikte van het vel van ca. 0,05 - 0,5 mm.
Een verdere gunstige uitvoeringsvorm van de uitvinding is schematisch weergegeven in fig. 8. Bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende daglicht is en geen extra verlichting is van opzij of van achteren, of wanneer deze verlichting van opzij of van 35 achteren is uitgevallen of in het niet valt ten opzichte van het daglicht, is het mogelijk om stroken 7 van een foto van de afbeelding te plaatsen aan de zichtzijde van de ondoorzichtige stroken 3 van het raster. In deze gevallen dienen de fotosegmen-ten 7 op het raster ervoor dat de afbeelding toch zichtbaat 40 blijft, zij het niet met diepte. Wanneer er wel voldoende licht aanwezig is voor de segmenten van de eerste afdruk 1 dan dragen 14 de fotosegmenten 7 op het raster 3 weliswaar niet bij aan de dieptewerking van de afbeelding, maar zij versterken het beeld van de afbeelding wel.
Hierboven is de uitvinding toegelicht aan de hand van 5 enkele voorbeelden van uitvoeringsvormen. De uitvinding is niet beperkt tot deze voorbeelden van uitvoeringsvormen maar wordt bepaald door de bijgevoegde conclusies.

Claims (13)

1. Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: a) het genereren van ten minste twee foto's in pixelre-presentatie van de af te beelden voorstelling, waarbij de onder- 5 linge opnameposities van telkens twee foto's met naburige opna-meposities overeenkomen met de onderlinge posities van de twee ogen (6L, 6R) van een waarnemer, en het opslaan van deze ten minste twee foto's in een geheugen van een computer; b) het bepalen van een breedte en een hoogte van de af 10 te beelden voorstelling en het markeren van de grenzen van de af te beelden voorstelling in de in het computergeheugen opgeslagen foto's in stap a); c) het verdelen van het oppervlak van de af te beelden voorstelling in een vooraf bepaald eerste aantal gelijke eerste 15 rechthoeken (a, b), waarbij elke rechthoek de volledige hoogte van de af te beelden voorstelling beslaat; d) het verdelen van elke eerste rechthoek (a, b) in een tweede aantal tweede rechthoeken (Rl, LI, R2, L2), waarbij elke tweede rechthoek (Rl, LI, R2, L2) de volledige hoogte van de af 20 te beelden voorstelling beslaat en waarbij dit tweede aantal gelijk is aan het aantal foto's in stap a) en elke tweede rechthoek (Rl, LI, R2, L2) op een vooraf bepaalde wijze wordt toegewezen aan een foto zodat bij elke foto in elke eerste rechthoek (a, b) een tweede rechthoek (Rl, LI, R2, L2) behoort; 25 met het kenmerk, dat de werkwijze verder de stappen omvat van: e) het afbeelden van de pixelrepresentatie van elke foto op de bij deze foto behorende reeks tweede rechthoeken (Rl, LI, R2, L2) door de pixelrepresentatie op deze tweede rechthoeken (Rl, LI, R2, L2) te projecteren met inachtneming van de in 30 stap b) gemarkeerde grenzen, waarbij pixels en delen van pixels die buiten de betreffende rechthoeken (Rl, LI, R2, L2) vallen worden verwijderd; f) het genereren van een afdrukopdracht aan een afdruk-eenheid en het doen uitvoeren van deze afdrukopdracht op deze 35 afdrukeenheid voor het maken van een eerste afdruk (1) van de afbeelding die is gegenereerd in stap e) op een vel afdrukmate-riaal; g) het verdelen van het oppervlak van de af te beelden voorstelling in aan elkaar aansluitende en elkaar afwisselende derde (3) en vierde (4) vierhoeken, waarbij elke derde (3) en vierde (4) vierhoek de volledige hoogte van de af te beelden voorstelling beslaat en een vooraf bepaalde breedte heeft; 5 h) het genereren van een afdrukopdracht aan een afdruk- eenheid en het doen uitvoeren van deze afdrukopdracht op deze afdrukeenheid voor het maken van een tweede afdruk (2) op een vel transparant afdrukmateriaal van het oppervlak met de verdeling zoals gegenereerd in stap g), waarbij elke derde rechthoek 10 (3) wordt bedrukt zodat deze niet transparant is en elke vierde rechthoek (4) transparant wordt gelaten, voor het vormen van een raster; i) het in register met een vooraf bepaalde onderlinge afstand (v) op elkaar monteren van de eerste (1) en de tweede(2) 15 afdruk voor het verkrijgen van een afbeelding met diepte.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de derde (3) en vierde (4) vierhoeken rechthoeken zijn.
3. Werkwijze volgens een van de conclusies 1, met het kenmerk, dat de derde (3) en vierde (4) vierhoeken trapezia of 20 ruiten zijn met hoeken die liggen tussen 88° en 92°.
4. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 3, met het kenmerk, dat de derde vierhoeken (3) op onderling regelmatige afstanden identieke gebieden (30, 31) omvatten die tijdens stap h) transparant worden gelaten.
5. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 4, met het kenmerk, dat de derde vierhoeken (3) aan de zijde die na montage volgens stap i) is toegekeerd naar de eerste afdruk (1) reflecterend zijn uitgevoerd.
6. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 5, met 30 het kenmerk, dat volgens stappen g) en h) een derde afdruk (10) wordt gegenereerd met derde (11) en vierde (12) vierhoeken, waarbij deze derde afdruk (10) bij stap i) in register met een vooraf bepaalde onderlinge afstand wordt gemonteerd tussen de eerste en de tweede afdruk, waarbij de derde vierhoeken (11) re-35 flecterend zijn uitgevoerd.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat van de derde afdruk (10) de derde vierhoeken (11) een geringere breedte en de vierde vierhoeken (12) een overeenkomstig grotere breedte hebben dan de overeenkomstige derde (3) en vierde (4) 40 vierhoeken van de tweede afdruk (2).
8. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 5, met het kenmerk, dat de eerste afdruk volgens stap f) wordt aangebracht op het vel transparant materiaal waarop ook de tweede afdruk volgens stap h) wordt aangebracht waarbij de eerste en de tweede afdruk elk op een verschillende van twee tegenover elkaar 5 liggende oppervlakken van het vel worden aangebracht waarbij stap het in register monteren volgens stap i) plaatsvindt door het in register op het vel transparant materiaal aanbrengen van beide afdrukken en de onderlinge afstand (v) de dikte van het vel transparant materiaal bepaalt.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het vel materiaal een dikte heeft die ten hoogste 5 mm bedraagt.
10. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het vel materiaal een omvat van polyvinyl en polyester omvat.
11. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 10, 15 met het kenmerk, dat de werkwijze na stap g) en voorafgaand aan stap h) de volgende stappen omvat: gl) het binnen elke derde vierhoek bepalen van een inwendige rechthoek die dezelfde hoogte heeft als de derde vierhoek, g2) het afbeelden van de pixelrepresentatie van een van de 20 foto's uit stap a), of van een foto die voldoet aan de kenmerken van een van de foto's van stap a), op deze inwendige rechthoeken door de pixelrepresentatie op deze inwendige rechthoeken te projecteren met inachtneming van de in stap b) gemarkeerde grenzen, waarbij pixels en delen van pixels die buiten de betreffende in-25 wendige rechthoeken vallen worden verwijderd; waarbij de tweede afdruk volgens stap h) tevens de afbeeldingen op de inwendige rechthoeken omvat die zijn gegenereerd bij stap g2) .
12. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, 30 met het kenmerk, dat de verdeling in stap c) en de verdeling in stap g) zijn bepaald gebaseerd op een resolutie van de afdruk-eenheid.
13. Afbeeldingen vervaardigd met een werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies.
NL2004263A 2010-01-15 2010-02-18 Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze. NL2004263C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004263A NL2004263C2 (nl) 2010-01-15 2010-02-18 Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze.
PCT/NL2011/050026 WO2011087365A1 (en) 2010-01-15 2011-01-17 Method for manufacturing pictures with depth and pictures manufactured with this method

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004100 2010-01-15
NL2004100 2010-01-15
NL2004263 2010-02-18
NL2004263A NL2004263C2 (nl) 2010-01-15 2010-02-18 Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2004263C2 true NL2004263C2 (nl) 2011-07-19

Family

ID=43838909

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2004263A NL2004263C2 (nl) 2010-01-15 2010-02-18 Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze.

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL2004263C2 (nl)
WO (1) WO2011087365A1 (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5113213A (en) * 1989-01-13 1992-05-12 Sandor Ellen R Computer-generated autostereography method and apparatus
US5594841A (en) * 1993-12-27 1997-01-14 Schutz; Stephen A. Stereogram and method of constructing the same
RU2129725C1 (ru) * 1998-08-06 1999-04-27 Илясов Леонид Владимирович Способ получения стереоскопических растровых фотографий
US20090009592A1 (en) * 2004-10-01 2009-01-08 Sharp Kabushiki Kaisha Three-Dimensional Image Forming System

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5113213A (en) * 1989-01-13 1992-05-12 Sandor Ellen R Computer-generated autostereography method and apparatus
US5594841A (en) * 1993-12-27 1997-01-14 Schutz; Stephen A. Stereogram and method of constructing the same
RU2129725C1 (ru) * 1998-08-06 1999-04-27 Илясов Леонид Владимирович Способ получения стереоскопических растровых фотографий
US20090009592A1 (en) * 2004-10-01 2009-01-08 Sharp Kabushiki Kaisha Three-Dimensional Image Forming System

Also Published As

Publication number Publication date
WO2011087365A1 (en) 2011-07-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7457038B2 (en) Omnidirectional lenticular and barrier-grid image displays and methods for making them
KR101783464B1 (ko) 렌티큘러 이미지 물품들과, 렌티큘러 이미지 물품들에서 밴딩 아티팩트들을 감소시키는 방법 및 장치
CN105763865B (zh) 一种基于透明液晶的裸眼3d增强现实的方法及装置
NL2004481C2 (nl) Werkwijze voor het vervaardigen van een driedimensionale afbeelding op basis van berekende beeldrotaties.
US10134180B2 (en) Method for producing an autostereoscopic display and autostereoscopic display
NL2017793B1 (en) Security document with positive and negative authentication tilt images
JP4286067B2 (ja) 視差障壁を形成する方法
CN113302549B (zh) 自动立体显示器
JP4601073B2 (ja) 立体画像形成システム
CN108012556B (zh) 自动立体系统
JP2001516899A (ja) 奥行きの錯視による像のデイスプレイ装置
FR3071625B1 (fr) Systeme et procede d'affichage d'une image autostereoscopique a 2 points de vue sur un ecran d'affichage autostereoscopique a n points de vue et procede de controle d'affichage sur un tel ecran d'affichage
CN108141580A (zh) 集成图像处理装置及使用该集成图像处理装置的车灯
US20120162761A1 (en) Autostereoscopic display
NL2004263C2 (nl) Werkwijze voor het vervaardigen van afbeeldingen met diepte en afbeeldingen vervaardigd met deze werkwijze.
CN105636797A (zh) 含有在纸或聚合物载体的表面上的防伪元件的多层产品以及产品真实性确定方法
KR101326294B1 (ko) 삼차원 장식물
JP2021189279A (ja) ヘッドアップディスプレイ装置
JP2004294914A (ja) 立体映像表示装置
WO2020136178A3 (fr) Dispositif de visualisation holographique
TWI505243B (zh) A device that can display 2D and 3D images at the same time
CN107065378A (zh) 一种液晶光栅、显示装置及其显示方法
JP2006267767A (ja) 画像表示装置
JP2003255265A (ja) 立体画像表示装置
JP3009929U (ja) レンチキュラー印刷物

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20130901