NL2005073C2 - Steiger en opgang. - Google Patents
Steiger en opgang. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2005073C2 NL2005073C2 NL2005073A NL2005073A NL2005073C2 NL 2005073 C2 NL2005073 C2 NL 2005073C2 NL 2005073 A NL2005073 A NL 2005073A NL 2005073 A NL2005073 A NL 2005073A NL 2005073 C2 NL2005073 C2 NL 2005073C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- scaffolding
- entrance
- roof
- floor
- railing
- Prior art date
Links
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 36
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 36
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 36
- 235000004443 Ricinus communis Nutrition 0.000 claims description 2
- 230000006378 damage Effects 0.000 description 3
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 3
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 2
- 239000003973 paint Substances 0.000 description 2
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 description 2
- 208000027418 Wounds and injury Diseases 0.000 description 1
- 238000004873 anchoring Methods 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 230000001010 compromised effect Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 208000014674 injury Diseases 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 238000010422 painting Methods 0.000 description 1
- 239000012748 slip agent Substances 0.000 description 1
- 230000000087 stabilizing effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04G—SCAFFOLDING; FORMS; SHUTTERING; BUILDING IMPLEMENTS OR AIDS, OR THEIR USE; HANDLING BUILDING MATERIALS ON THE SITE; REPAIRING, BREAKING-UP OR OTHER WORK ON EXISTING BUILDINGS
- E04G3/00—Scaffolds essentially supported by building constructions, e.g. adjustable in height
- E04G3/24—Scaffolds essentially supported by building constructions, e.g. adjustable in height specially adapted for particular parts of buildings or for buildings of particular shape, e.g. chimney stacks or pylons
- E04G3/26—Scaffolds essentially supported by building constructions, e.g. adjustable in height specially adapted for particular parts of buildings or for buildings of particular shape, e.g. chimney stacks or pylons specially adapted for working on roofs
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04D—ROOF COVERINGS; SKY-LIGHTS; GUTTERS; ROOF-WORKING TOOLS
- E04D15/00—Apparatus or tools for roof working
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Movable Scaffolding (AREA)
Description
Steiger en opgang
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een steiger voor werkzaamheden op een hellend dakoppervlak van een gebouw omvattende een steigerdeel waarvan een opgang 5 uitgaat die zich uitstrekt over althans een deel van het dakoppervlak om een beveiligd pad voor een werker boven het dakoppervlak te vormen. Tevens heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een opgang zoals toegepast in een steiger.
Steigers worden ingezet bij werkzaamheden op of aan een dak van een gebouw, zoals 10 schilderwerkzaamheden, constructiewerkzaamheden of reparatiewerkzaamheden. Om werkzaamheden op een hellend dak uit te voeren wordt veelal gebruikt gemaakt van een van een steigerdeel uitgaande opgang die zich over althans een deel van een dakoppervlak uitstrekt. De opgang vormt een zekere ondergrond die enige ondersteuning aan een werker op het dak biedt. De werker kan zodoende een enigszins 15 beveiligd pad volgen vanaf waar hij werkzaamheden op het dakoppervlak kan uitvoeren.
Zo is een steiger van de in de aanhef genoemde soort bekend uit de Britse octrooiaanvrage GB 2204628 waarbij van een steigerdeel een ladder als opgang uitgaat die zich uitstrekt over althans een deel van het dakoppervlak om een beveiligd pad voor 20 een werker boven het dakoppervlak te vormen. Het steigerdeel betreft een ladderffame voorzien van een uitstekende houder is voorzien van koppelpinnen om de ladder aan te koppelen.
Een bezwaar aan deze bekende steiger is dat de ladder onverplaatsbaar is gefixeerd aan 25 de uitstekende houder vanhet steigerdeel. Indien werkzaamheden op plaatsen op het dakoppervlak dienen te worden uitgevoerd die voor de werker vanaf de ladder onbereikbaar zijn, dan dient ofwel het steigerdeel met de ladder te worden losgekoppeld van de steiger, verplaatst en opnieuw vastgekoppeld aan de steiger of dienen er meerdere steigerdelen met ladders te worden geplaatst.
De onderhavige uitvinding heeft onder meer als doel te voorzien in een steiger die aan dit bezwaar althans in belangrijke mate tegemoet komt.
PA1770NL00.nl.wpd 30 -2-
Om het beoogde doel te bereiken heeft een steiger van de in de aanhef genoemde soort volgens de uitvinding het kenmerk dat de opgang althans nabij een uiteinde koppelingsmiddelen omvat waarmee de opgang althans nagenoeg parallel aan een dakrand gangbaar is gekoppeld aan het steigerdeel. Op deze wijze is hiervoor de opgang 5 parallel aan de dakrand over een lengte van het steigerdeel te verplaatsen zonder dat de opgang dient te worden losgekoppeld. Hierdoor is snel een andere plaats op het dakoppervlak bereikbaar voor werkzaamheden en kan met een enkele opgang een groter gebied op het dakoppervlak worden bereikt.
10 In een eerste voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat het steigerdeel zich zijdelings van een overig deel van de steiger uitstrekt over de dakrand en een dicht bodemvlak omvat. Zodoende wordt een afgrond tussen de steiger en de dakrand overbrugd met een voor de werker direct vanaf de steiger toegankelijke ondergrond en wordt valgevaar drastisch verminderd.
15
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat de opgang met de koppelingsmiddelen is gekoppeld aan een horizontale steigerbuis van het steigerdeel. Een steiger en steigerdelen zijn voor een groot deel opgebouwd uit steigerbuizen. Deze zijn uitermate geschikt om de opgang betrouwbaar 20 aan te koppelen met koppelingsmiddelen die daartoe zijn ingericht. Een horizontale steigerbuis ter hoogte van de dakrand biedt een uitstekend bevestigingspunt waarlangs de opgang althans nagenoeg parallel gangbaar aan de dakrand is.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het 25 kenmerk dat de koppelingsmiddelen een koppelingsorgaan omvatten dat de steigerbuis althans ten dele omsluit. Hierbij kan worden gedacht aan een haak, een gedeeltelijke ring of cilinder. Een verbinding wordt bijvoorbeeld gevormd door het koppelingsorgaan om de steigerbuis te haken, te klikken of om te klappen, eventueel gevolgd door een verdere fixatie bijvoorbeeld met een schroefsluiting of een kliksysteem. Het 30 koppelingsorgaan is, althans indien de verbinding (nog) niet strak klemmend is aangebracht, roteerbaar om de steigerbuis, waardoor een hoek van de opgang ten -3- opzichte van het steigerdeel instelbaar is. De steiger is hierdoor geschikt voor gebruik op een hellend dak, onafhankelijk van een hellingshoek van het hellende dak.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het 5 kenmerk dat het koppelingsorgaan een bevestigingsoog omvat. Een bevestigingsoog wordt om de steigerbuis geschoven en omhult deze volledig. Hierdoor wordt een bijzonder solide koppeling tot stand gebracht die bovendien over een lengte van de steigerbuis kan worden verschoven en zodoende de opgang gangbaar maakt over een lengte van de steigerbuis. Tevens is het bevestigingsoog roteerbaar om de steigerbuis 10 om zo een hoek van de opgang te opzichte van het steigerdeel in te stellen.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat de opgang een opgangbodem omvat om over te lopen en dat de opgangbodem althans aan ten minste één lengtezijde is voorzien van een reling.
15 Een reling biedt meerdere veiligheidsverbeterende eigenschappen. Een reling biedt houvast voor een gebruiker van de steiger en vormt bovendien een barrière tegen vallen, waardoor er tijdens werkzaamheden of tijdens het bestijgen of afdalen van de opgang een meer stabiele en veilige situatie is.
20 Bovendien kan een gebruiker zich aan de reling ankeren, bijvoorbeeld door middel van een kabel of een touw voorzien van een verankeringselement zoals een haak, een oog of een lus.
Het is ook mogelijk om voorwerpen aan de reling te bevestigen, zoals bijvoorbeeld 25 gereedschappen of verfblikken, zodat deze niet door de gebruiker hoeven te worden vastgehouden en deze beide handen beschikbaar heeft voor het verrichten van werkzaamheden. Bovendien wordt door de bevestiging aan de reling vermeden dat de voorwerpen van het dak vallen.
30 In een bijzondere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat de reling schamierbaar om een as aan de opgangbodem is bevestigd en -4- stelbaar is tussen een ingeklapte, althans nagenoeg parallel aan de opgangbodem liggende, stand en een uitgeklapte, althans nagenoeg loodrecht op de opgangbodem staande, stand. Een opgang met een ingeklapte reling is bijzonder compact, wat grote voordelen biedt tijdens opslag, vervoer, koppelen van de opgang aan de steigerbuis en 5 plaatsen van de opgang op het dakoppervlak.
In een bijzondere uitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat de opgang over althans een lengte is voorzien van een geleidingsspoor waarlangs een geleidingselement van een ankerlichaam axiaal gangbaar is. Hiermee wordt bedoeld 10 een geleidingsspoor waarin of waaromheen een ankerlichaam, bijvoorbeeld een oogvormig ankerpunt om een ankerkabel aan te bevestigen, gangbaar is. Bijvoorbeeld is het geleidingsspoor een groef die een geleidingselement, bijvoorbeeld een moer, althans deels omhult zodat deze slechts in axiale richting gangbaar is en waaraan het ankerpunt is bevestigd, bijvoorbeeld met een bout.
15
Met een gangbaar gefixeerd ankerlichaam is er slechts een korte verbinding nodig tussen de werker en het ankerpunt wat een risico op struikelen of vallen van de opgangbodem verkleint. De opgangbodem kan voorzien zijn van het geleidingsspoor, maar als alternatief kan ook een aanwezige reling voorzien zijn van het geleidingsspoor.
20
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat de opgang althans aan een van de steiger afgewend uiteinde een steunelement omvat om daarmee op het dakoppervlak af te steunen. Het steunelement aan het uiteinde biedt een meer stabiele basis in het geval van een niet volledig effen 25 dakoppervlak. Bovendien blijft een contactoppervlak tussen de opgang en het dak zodoende beperkt, zodat een eventuele aantasting aan het dak door de opgang beperkt blijft.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het 30 kenmerk dat het steunelement in hoogte verstelbaar is. Hierdoor is een hoek van de opgang ten opzichte van het dakoppervlak instelbaar, waardoor bijvoorbeeld een -5- enigszins minder steile, en daarmee beter begaanbare en veiligere, opgang kan worden verkregen.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het 5 kenmerk dat het steunelement rolbaar is, bij voorkeur een wiel omvat en in het bijzonder een zwenkwiel omvat. Een dergelijk steunelement vereenvoudigt het plaatsen van de opgang op het dak. De opgang wordt vanaf de steiger op het dak gerold. Met een wiel rolt de opgang soepel over het dak en wordt de kans van beschadiging van het dak of de opgang verkleind, omdat deze niet over het dak schuift of daar vanuit een hoogte op 10 wordt neergelaten.
Bij gebruik van een zwenkwiel is het bovendien mogelijk om eenvoudig een horizontale rollende zijwaartse verplaatsing van de opgang over de lengte van het steigerdeel uit te voeren. De zijwaartse verplaatsing maakt het mogelijk om de opgang die parallel aan de 15 dakrand gangbaar is over de lengte van het steigerdeel te rollen zonder dat de opgang hoeft te worden opgetild of over het oppervlak te worden gesleept.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat het steigerdeel is opgebouwd uit modulaire componenten. Dit heeft 20 voordelen bij opslag en transport en is het slechts noodzakelijk om de benodigde componenten naar een dak te transporteren.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het kenmerk dat de modulaire componenten een primaire component en ten minste één 25 verdere component omvatten, waarbij de primaire component een opgangbodemdeel omvat en de ten minste ene verdere component een component is gekozen uit een groep van een verder opgangbodemdeel een relingcomponent, een steunelement, een geleidingselement, een koppelingsmiddel, en andere functiegerichte componenten.
Indien een groot onderdeel of een onderdeel met uitstekende delen uit meerdere 30 modulaire componenten is opgebouwd kan het eenvoudiger in losse componenten op de steiger worden getild om aldaar in elkaar gezet te worden. Bovendien opent dit -6- mogelijkheden om specifiek voor bepaalde werkzaamheden noodzakelijke, nuttige of functiegerichte componenten te kiezen ofte ontwerpen en toe te passen.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de steiger volgens de uitvinding het 5 kenmerk dat het opgangbodemdeel en een verder opgangbodemdeel althans nagenoeg aaneengesloten koppelbaar zijn. Hiermee is een bereik van de opgang op het dakoppervlak naar wens aan te passen. Hierbij kan het verdere opgangbodemdeel in een lengterichting of een breedterichting worden gekoppeld aan het opgangbodemdeel om zo de opgang te verlengen of te verbreden. Dit maakt het mogelijk om een hoger of 10 verder gelegen deel van het dak te bereiken. De mogelijkheid om met kleinere opgangbodemdelen te werken geeft voordelen bij transport en hantering van de opgang of indien het niet noodzakelijk is dat er zeer ver van de steiger op het dak wordt gewerkt.
15 Een opgang zoals toegepast in een steiger volgens de uitvinding kan ook worden gekoppeld aan andere inrichtingen dan een steiger om op moeilijk begaanbare plaatsen een beveiligd pad te vormen. Hierbij kan worden gedacht aan en koppeling aan een ladder of een aanwezige reling.
20 In een voorkeursuitvoeringsvorm is de opgang volgens de uitvinding gekenmerkt doordat de opgangbodem een ladder omvat. Een ladder is een geschikte opgangbodem aangezien het met aanwezige laddersporten afsteunelementen omvat en bovendien in het vakgebied veel gebruikt en beschikbaar is. Eventueel kunnen componenten zoals wielen en koppelingsmiddelen aan een bestaande ladder worden gemonteerd om zodoende een 25 opgang volgens de uitvinding te vormen.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de opgangbodem volgens de uitvinding het kenmerk dat de opgangbodem een gesloten loopbrug omvat. Hierdoor is het niet noodzakelijk dat de werker rechtstreeks steunt op het dak of op laddersporten dient te 30 staan, wat enigszins oncomfortabel en instabiel kan zijn. Ook kunnen voorwerpen, zoals -7- bij voorbeeld blikken met verf eenvoudiger en stabieler op de gesloten loopbrug worden neergezet vergeleken met een open opgangbodem zoals een ladder.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft de opgang volgens de uitvinding het 5 kenmerk dat de opgangbodem althans aan een loopzijde anti-slipmiddelen omvat. Op een ladder, maar in het bijzonder op een gesloten loopbrug van een opgang op een hellend dakoppervlak is een gevaar voor wegglijden aanwezig. Dit is bijzonder ongewenst, zelfs als de gebruiker is verankerd, omdat een onverhoopte val door wegglijden mogelijk tot kwetsuren of erger bij de gebruiker kan leiden. Er zijn 10 verschillende anti-slipmiddelen mogelijk. Zo kunnen er bijvoorbeeld enigszins opstaande of gestructureerde delen op de opgangbodem zijn aangebracht waar een op het dak werkend persoon met zijn voeten tegen af kan steunen om meer stabiliteit en veiligheid te verkrijgen. Ook kan een opgang bijvoorbeeld zijn bekleed met een anti-slipmateriaal, dat meer grip levert en daarmee een kans op wegglijden verkleint.
15
Ook een onderzijde van de opgang kan zijn voorzien van anti-slipmiddelen om zo een glijden of schuiven van de opgang op het dakoppervlak tegen te gaan.
De uitvinding zal navolgend nader worden toegelicht aan de hand van 20 uitvoeringsvoorbeelden en bijbehorende tekening. In de tekening toont: figuur 1 een zijaanzicht van een steiger volgens de uitvinding; figuur 2 een zijaanzicht van de opgang van de steiger volgens de uitvinding; figuur 3 een zijaanzicht van een van een reling voorziene opgang van de steiger 25 volgens de uitvinding; figuur 4 een bovenaanzicht van de opgang van de steiger volgens de uitvinding; figuur 5 een bovenaanzicht van twee gekoppelde opgangen van de steiger volgens de uitvinding; figuur 6 een bijzondere uitvoeringsvorm van de steiger volgens de uitvinding.
30 -8-
Figuur 1 toont de steiger 1 in zijaanzicht naast een gebouw. Opgang 11 is met twee koppelingsorganen 13 bevestigd aan steigerdeel 14 dat het bovenste deel van de steiger vormt.
5 De opgang 11 is voorzien van een reling 12. De reling 12 kan dienen als geleidingsspoor voor een gangbaar ankerpunt waaraan een gebruiker zich kan zekeren, bijvoorbeeld een haak, een ring of een lus van een zekeringskabel. Het is ook mogelijk dat een bodem van de opgang langs een lengte is voorzien van een groef om het gangbare ankerpunt in te ontvangen.
10
De opgang rust op dak 2 met twee zwenkwielen 111. Deze wielen zijn in hoogte verstelbaar om een hoek van de opgang 11 ten opzichte van het dak 2 aan te passen, om zodoende bijvoorbeeld een vlakker en daarmee beter begaanbaar looppad te verkrijgen.
15 De opgang 11 koppelt aan een op een dakhoogte gelegen steigerbuis 141 van steigerdeel 14. Er ontstaat een van het dak af gerichte kracht op het steigerdeel als een op het dak werkend persoon op de opgang staat. Dit levert een gevaar op voor kantelen of zelfs omvallen van de steiger. Dit wordt voorkomen door de steiger te stabiliseren door middelen die de kantelbeweging verhinderen, bijvoorbeeld door verbindingsmiddelen 20 142 tussen de steiger met muur 21 te verbinden. Hierdoor wordt de van het dak afgerichte kracht opgevangen en ontstaat er een bijzonder stabiele situatie.
Het kan onwenselijk zijn dat de steiger met de muur 21 wordt verbonden, bijvoorbeeld doordat een integriteit van de muur niet mag worden aangetast. Een alternatieve 25 oplossing is om de steiger op één of meer posities op aan een van het dak afgerichte zijde te stutten of ondersteunen, bijvoorbeeld door dwarsbalken (niet getoond) die zich uitstrekken vanaf de steiger naar een ondergrond.
Bij een verplaatsing van de opgang 11 langs steigerbuis 141 parallel aan een dakrand 30 wordt de opgang eenvoudig verschoven over de buis, waarbij de zwenkwielen 111 over het dak rollen.
-9-
Figuur 2 en figuur 4 tonen respectievelijk een zijaanzicht en een bovenaanzicht van de opgang 11 van de steiger volgens de uitvinding. Opgang 11 met een gesloten loopbrug is voorzien van twee typen antislipmiddelen 112 en 113. Voetafsteunelementen 112 zijn lichte verhogingen die zich op regelmatige afstanden bevinden over de lengte van 5 anti-slipmat 113, welke is aangebracht op een volledig oppervlak van de gesloten loopbrug. Zwenkwielen 111 zijn roteerbaar bevestigd in een van de steiger 14 afgewend uiteinde van de opgang 11.
Relingbevestigingspunten 114 bevinden zich aan beide langszijden van de opgang 11 10 om zodoende aan een gekozen zijde of aan beide zijden een reling 12 te kunnen bevestigen, zoals getoond in figuur 3. In een bijzondere uitvoeringsvorm zijn de relingbevestigingspunten schamierbaar (niet getoond) om een bevestigde reling 12 naar het werkoppervlak te kantelen om zodoende een compacte uitvoering te verkrijgen, wat handig kan zijn bij vervoer of opslag zonder dat de reling verwijderd hoeft te worden.
15
De opgang 11 koppelt met koppelingsorganen 13 aan steigerbuis 141. In de uitvoeringsvorm getoond in figuur 2 omvatten de koppelingsorganen een 13 bevestigingsoog dat om de steigerbuis 141 wordt geschoven. De opgang 11 is zodoende gangbaar en roteerbaar om de steigerbuis 141 gekoppeld.
20
De uitvoeringsvorm getoond in figuur 4 toont koppelingsorganen 13 met een niet volledige ringvorm die de steigerbuis 141 deels omsluiten en vervolgens worden afgesloten met een schroefmiddel. Er is zodoende een stevige koppeling tot stand gebracht. Een sterkte van de koppeling wordt bepaald door de mate van aandraaiing van 25 het schroefmiddel. Indien de aandraaiing niet zodanig is dat de koppelingsorganen 13 strak klemmend om de steigerbuis 141 bevestigd zijn, zijn ze roteerbaar om de steigerbuis en is een hoek tussen de steiger 14 en de opgang 111 afstembaar op een hoek van het dak 2. Bovendien is de opgang in dit geval gangbaar over de lengte van steigerbuis 141, zodat de opgang over het dak verplaatst kan worden zonder dat de 30 koppeling dient te worden opgeheven.
-10-
Figuur 5 toont twee identieke, gekoppelde opgangen 11 en 1Γ. In deze uitvoeringsvorm omvatten de opgangen 11 en 1Γ koppelstangen 115,115' en koppelstanghouders 116, 116'. Koppelstangen 115,115' hebben althans nagenoeg eenzelfde diameter als steigerbuis 141. Opgang 11' koppelt aan koppelstang 115 met koppelingsorganen 13' 5 identiek aan de koppelingsorganen 13 getoond in figuur 4 op eenzelfde wijze als opgang 11 koppelt aan steigerbuis 141 met koppelingsorganen 13.
Figuur 6 toont een uitvoeringsvorm van de steiger 1 voor het uitvoeren van werkzaamheden aan dakkapel 23. Steiger 14 omvat in deze uitvoeringsvorm een 10 steigerdeel 142 dat zich zijdelings van een overig deel van de steiger uitstrekt over de dakrand en een dicht bodemvlak omvat. Op deze wijze overbrugt het steigerdeel 142 een afgrond tussen het overige deel van de steiger en de dakrand waardoor de werker veiliger de opgang kan bereiken. Voor meer veiligheid is steigerdeel 142 voorzien van relingen. Opgang 11 koppelt met koppelingsorganen 13 aan een steigerbuis van 15 steigerdeel 142 op een zelfde wijze als in één van de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen. Reling 112 bevindt zich in deze uitvoeringsvorm aan een van de dakkapel 23 afgewende zijde van de opgang 11.
Hoewel de uitvinding aan de hand van enkele uitvoeringsvoorbeelden nader werd 20 toegelicht, moge het duidelijk zijn dat de uitvinding daartoe geenszins is beperkt.
Integendeel zijn binnen het kader van de uitvinding voor een gemiddelde vakman nog vele variaties en verschijningsvormen mogelijk.
Claims (18)
1. Steiger voor werkzaamheden op een hellend dakoppervlak van een gebouw omvattende een steigerdeel waarvan een opgang uitgaat die zich uitstrekt over althans 5 een deel van het dakoppervlak om een beveiligd pad voor een werker boven het dakoppervlak te vormen, met het kenmerk dat de opgang althans nabij een uiteinde koppelingsmiddelen omvat waarmee de opgang althans nagenoeg parallel aan een dakrand gangbaar is gekoppeld aan het steigerdeel.
2. Steiger volgens conclusie 1 met het kenmerk dat het steigerdeel zich zijdelings van een overig deel van de steiger uitstrekt over de dakrand en een dicht bodemvlak omvat.
3. Steiger volgens één of meer van de voorgaande conclusies met het kenmerk dat 15 de opgang met de koppelingsmiddelen is gekoppeld aan een horizontale steigerbuis van het steigerdeel.
4. Steiger volgens conclusie 3 met het kenmerk dat de koppelingsmiddelen een koppelingsorgaan omvatten dat de steigerbuis althans ten dele omsluit. 20
5. Steiger volgens conclusie 4 met het kenmerk dat het koppelingsorgaan een bevestigingsoog omvat.
6. Steiger volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de 25 opgang een opgangbodem omvat om over te lopen en dat de opgangbodem althans aan ten minste één lengtezijde is voorzien van een reling.
7. Steiger volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de reling schamierbaar om een as aan de opgangbodem is bevestigd en stelbaar is tussen een ingeklapte, althans 30 nagenoeg parallel aan de opgangbodem liggende, stand en een uitgeklapte, althans nagenoeg loodrecht op de opgangbodem staande, stand. -12-
8. Steiger volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de opgang over althans een lengte is voorzien van een geleidingsspoor waarlangs een geleidingselement van een ankerlichaam axiaal gangbaar is.
9. Steiger volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de opgang althans aan een van de steiger afgewend uiteinde een steunelement omvat om daarmee op het dakoppervlak af te steunen.
10. Steiger volgens conclusie 9, met het kenmerk dat het steunelement in hoogte 10 verstelbaar is.
11. Steiger volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk dat het steunelement rolbaar is, bij voorkeur een wiel omvat en in het bijzonder een zwenkwiel omvat.
12. Steiger volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de opgang is opgebouwd uit modulaire componenten.
13. Steiger volgens conclusie 12, met het kenmerk dat de modulaire componenten een primaire component en ten minste één verdere component omvatten, waarbij de 20 primaire component een opgangbodemdeel omvat en de ten minste ene verdere component een component is gekozen uit een groep van een verder opgangbodemdeel een relingcomponent, een steunelement, een geleidingselement, een koppelingsmiddel, en andere functiegerichte componenten.
14. Steiger volgens conclusie 13, met het kenmerk dat het opgangbodemdeel en een verder opgangbodemdeel althans nagenoeg aaneengesloten koppelbaar zijn.
15. Opgang zoals toegepast in een steiger volgens één of meer der voorgaande conclusies. 30 -13-
16. Opgang volgens conclusie 15, met het kenmerk dat de opgangbodem een ladder omvat.
17. Opgang volgens conclusie 15, met het kenmerk dat de opgangbodem een 5 gesloten loopbrug omvat.
18. Opgang volgens één of meer der conclusies 13 tot en met 15, met het kenmerk dat de opgangbodem althans aan een loopzijde anti-slipmiddelen omvat.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2005073A NL2005073C2 (nl) | 2010-07-13 | 2010-07-13 | Steiger en opgang. |
| EP11173825A EP2407610A3 (en) | 2010-07-13 | 2011-07-13 | Scaffold and ramp |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2005073 | 2010-07-13 | ||
| NL2005073A NL2005073C2 (nl) | 2010-07-13 | 2010-07-13 | Steiger en opgang. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2005073C2 true NL2005073C2 (nl) | 2012-01-16 |
Family
ID=43499820
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2005073A NL2005073C2 (nl) | 2010-07-13 | 2010-07-13 | Steiger en opgang. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2407610A3 (nl) |
| NL (1) | NL2005073C2 (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB201105671D0 (en) * | 2011-04-04 | 2011-05-18 | Baglin Neil E | Roof edge safety apparatus and method |
| US9556624B1 (en) | 2014-06-27 | 2017-01-31 | Utility Service Co., Inc. | Scaffold system |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JP2002089033A (ja) * | 2000-09-12 | 2002-03-27 | Delta Engineering Kk | 屋根工事用作業足場及びその設置方法 |
| JP2008019603A (ja) * | 2006-07-12 | 2008-01-31 | Sefuto Green Engineering Kk | 傾斜面工事用足場 |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3719403A1 (de) * | 1986-06-18 | 1987-12-23 | Friedhold Haessner | Arbeitsgeruest |
| GB2204628A (en) | 1987-05-09 | 1988-11-16 | Edward Donald Smallwood | Roof ladder frame |
| JPH08109722A (ja) * | 1994-10-12 | 1996-04-30 | Tadamasa Akai | 屋根葺き方法 |
-
2010
- 2010-07-13 NL NL2005073A patent/NL2005073C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2011
- 2011-07-13 EP EP11173825A patent/EP2407610A3/en not_active Withdrawn
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JP2002089033A (ja) * | 2000-09-12 | 2002-03-27 | Delta Engineering Kk | 屋根工事用作業足場及びその設置方法 |
| JP2008019603A (ja) * | 2006-07-12 | 2008-01-31 | Sefuto Green Engineering Kk | 傾斜面工事用足場 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2407610A3 (en) | 2012-08-22 |
| EP2407610A2 (en) | 2012-01-18 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US6189653B1 (en) | Multi-purpose scaffold | |
| AU2018347785B2 (en) | Support apparatus | |
| CA2910381C (en) | Method and apparatus for assembly of a shoring tower | |
| CN104563849A (zh) | 梯子对接装置 | |
| KR102241781B1 (ko) | 높이 조절형 이동식 작업대 | |
| US20130270037A1 (en) | Ladder with enhanced stability | |
| US20130233646A1 (en) | Mobile and Stabilizing Scaffold Apparatus | |
| EP1556563B1 (en) | Constructional unit | |
| AU2016306542B2 (en) | Deck for scaffold | |
| NL2005073C2 (nl) | Steiger en opgang. | |
| US8424643B1 (en) | Boat work platform | |
| EP3957807A1 (en) | A scaffolding support structure and a method for assembling scaffolding | |
| US20080000721A1 (en) | Ladder safety device | |
| EP1700973A1 (en) | Ladder support bracket | |
| US9587408B1 (en) | Roof workman's utility box | |
| NL2006849C2 (nl) | Steigerwerk en voorloopleuning voor toepassing daarin. | |
| US5242029A (en) | Poolside descending scaffold | |
| CZ20001191A3 (cs) | ®ebřík s postranními pomocnými opěrami pro pracovní ploąinu | |
| GB2211237A (en) | Support platform | |
| US9976347B2 (en) | Pit ladder with safety device | |
| CZ222097A3 (cs) | Žebříkové lešení | |
| CA3008296A1 (en) | Extension or straight ladder having a retractable platform | |
| NL8803114A (nl) | Op een mast of staander te bevestigen draaggestel. | |
| EP2746490A2 (en) | A scaffold | |
| NL1007322C1 (nl) | Steigerconstructie. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20150201 |