NL2005199C2 - Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor. - Google Patents

Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor. Download PDF

Info

Publication number
NL2005199C2
NL2005199C2 NL2005199A NL2005199A NL2005199C2 NL 2005199 C2 NL2005199 C2 NL 2005199C2 NL 2005199 A NL2005199 A NL 2005199A NL 2005199 A NL2005199 A NL 2005199A NL 2005199 C2 NL2005199 C2 NL 2005199C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
hook
guide rail
rail construction
shelf
construction according
Prior art date
Application number
NL2005199A
Other languages
English (en)
Inventor
Josephus Cornelis Petrus Heerkens
Original Assignee
Heijmans Techniek & Mobiliteit B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Heijmans Techniek & Mobiliteit B V filed Critical Heijmans Techniek & Mobiliteit B V
Priority to NL2005199A priority Critical patent/NL2005199C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2005199C2 publication Critical patent/NL2005199C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E01CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
    • E01FADDITIONAL WORK, SUCH AS EQUIPPING ROADS OR THE CONSTRUCTION OF PLATFORMS, HELICOPTER LANDING STAGES, SIGNS, SNOW FENCES, OR THE LIKE
    • E01F15/00Safety arrangements for slowing, redirecting or stopping errant vehicles, e.g. guard posts or bollards; Arrangements for reducing damage to roadside structures due to vehicular impact
    • E01F15/02Continuous barriers extending along roads or between traffic lanes
    • E01F15/04Continuous barriers extending along roads or between traffic lanes essentially made of longitudinal beams or rigid strips supported above ground at spaced points
    • E01F15/0407Metal rails
    • E01F15/0423Details of rails

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Connection Of Plates (AREA)

Description

Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor
De uitvinding betreft een geleiderailconstructie, omvattende een geleiderail uit geleiderailplanken van plaatmateriaal, zoals metaalplaat, die elkaar gedeeltelijk 5 overlappen en die onderling zijn verbonden door een haakconstructie waarbij telkens een haak van een der geleiderailplanken is gehaakt in een uitsparing in een aangrenzende, overlappende geleiderailplank, alsmede in een ondergrond gefundeerde of bevestigde steunen waaraan de geleiderail is opgehangen.
Een dergelijke geleiderailconstructie is bekend uit EP-A-886702. De 10 haakverbindingen die daarin voorkomen hebben ten doel de planken ten opzichte van elkaar in een overlappende positie te houden, waarna de planken in de respectievelijke overlappinggebieden definitief aan elkaar worden bevestigd door middel van zelftappende schroeven die door telkens beide planken worden geschroefd. De haken zijn uit het materiaal van de plank geponst of gestanst, en bezitten een gekromde of 15 gegolfde uitvoering in de vorm van tegengesteld gerichte, flauwe bogen. De haken en gaten worden zover in elkaar geschoven totdat zij tegen elkaar aan komen te liggen. De gatrand van een gat komt daarbij in aanraking met een schuin gericht, gekromd gedeelte van een haak.
Het gevolg van deze aanligging van de gatrand van de ene plank tegen de 20 gekromde haak is dat de aanslagpositie van de planken ten opzichte van elkaar enigszins kan variëren, afhankelijk van de grootte van de kracht waarmee de haakverbindingen in elkaar worden geschoven. Dit levert een niet uniforme onderlinge positie van de planken ten opzichte van elkaar op. Bovendien is het toch nog noodzakelijk om de planken onderling definitief te verbinden door de schroeven. Een 25 verbinding met dergelijke haken alleen levert onvoldoende sterkte, bijvoorbeeld om een botsend voertuig te kunnen tegen houden.
Het doel van de uitvinding is een geleiderailconstructie te verschaffen waarbij de haakverbindingen op zich reeds voldoende betrouwbaar zijn om de samenhang tussen de planken te verzekeren. Bovendien is van belang dat de planken op een uniforme, van 30 te voren goed te bepalen wijze ten opzichte van elkaar ondersteund zijn door de haakverbindingen. Dat doel wordt bereikt doordat elke haak is uitgevoerd met een dwars ten opzichte van de metaalplaat gericht vlak haakbeen en een daarop aansluitende vlakke haaklip.
2
Bij de geleiderailconstructie volgens de uitvinding is de onderlinge positie van elkaar overlappende planken goed gedefinieerd door de duidelijke aanslag die het vlakke haakbeen vormt voor de gatrand van het met de betreffende haak samenwerkende gat. De aanslag levert bovendien een stevige doorverbinding op tussen 5 de planken, zodanig dat uitwendige belastingen, zoals voorkomen onder invloed van een botsend voertuig, zonder ander hulpmiddelen zoals schroeven kunnen worden doorgeleid. Vanwege de vlakke, niet gekromde of gewelfde vorm van het haakbeen verschaft dit ook een duidelijk bepaalde aanslagpositie voor de gatrand van de overlappende plank. De vlakke vorm houdt in dat het haakbeen en de haaklip recht zijn 10 zowel in langsdoorsnede als in dwarsdoorsnede van de plank.
Bij voorkeur zijn het haakbeen en de haaklip in een geheel geponst uit het plaatmateriaal van de plaatuitslag, zoals de metaalplaat. Het haakbeen kan onder een in wezen rechte hoek zijn omgezet ten opzichte van de plaat; ook kan de haaklip over een in wezen rechte hoek zijn omgezet ten opzichte van het haakbeen. De ruimte die aldus 15 is gevormd onder de haaklip is geschikt om het betreffende deel van de overlappende plank daaronder op te nemen. Dit wordt bevorderd doordat de haaklip in wezen evenwijdig loopt aan althans het naburige gedeelte van de metaalplaat.
Volgens een uitvoering kunnen de geleiderailplanken in dwarsdoorsnede een gewelfd verloop bezitten met een viertal langsgebieden die in die dwarsdoorsnede 20 achtereenvolgens onder tegengestelde hoeken gericht zijn; in dat geval bevinden de haakconstructies zich bij voorkeur in tenminste twee, bij voorkeur drie, meer bij voorkeur vier der langsgebieden. Ter verdere vergroting van de sterkte en stijfheid van de plankverbindingen kunnen telkens twee in langsrichting zich op afstand van elkaar bevindende haakconstructies zijn voorzien in een of meerdere langsgebieden. Verder is 25 bij voorkeur de onderlinge afstand van de haakconstructies in de in dwarsdoorsnede buitenste langsgebieden groter dan de onderlinge afstand van de haakconstructies in de binnenste langsgebieden.
De langsgebieden kunnen in dwarsdoorsnede gezien vlak zijn, in welk geval een haak een breedte heeft die bij voorkeur overeenkomt met de breedte van een 30 bijbehorend langsgebied. De aldus verkregen, relatief brede haakverbindingen leveren een verdere vergroting op van de stevigheid van de geleiderailconstructie. Op gebruikelijke wijze kan de geleiderail door middel van een boutverbinding zijn bevestigd aan een steun. Volgens een eerste mogelijkheid kan de boutverbinding zich 3 bevinden buiten het overlappinggebied van naburige geleiderailplanken; het is echter ook mogelijk om de boutverbindingen in het overlapgebied te maken. In het laatste geval heeft de boutverbinding waarmee de planken aan de steun zijn opgehangen, tevens een stabiliserende invloed op de haakverbindingen. Daardoor kan worden 5 verhinderd dat bij, voorbeeld als gevolg van uitzettingen respectievelijk krimp van de planken onder invloed van temperatuurverschillen, sommige haken los zouden kunnen komen van de bijbehorende gaten. De boutverbinding verhindert een dergelijk losraken, maar geeft verder geen functie bij het doorleiden van krachten tussen de planken. De boutverbinding is niet benodigd voor de sterkte van de verbinding tussen 10 de planken.
De uitvinding betreft tevens een plank voor een geleiderailconstructie zoals hiervoor beschreven, uit plaatmateriaal, zoals metaalplaat, omvattende aan een eind tenminste een haak en aan het andere eind een uitsparing waarin een overeenkomstige haak van een naburige geleiderail haakbaar is. Elke haak is uitgevoerd met een dwars 15 ten opzichte van de metaalplaat uitstekend vlak haakbeen en een daarop aansluitende vlakke haaklip.
De gaten in de plank hebben elk een gatrand waar tegen de haak van een naburige plank aanbrengbaar is. Deze gatrand kan bij voorbeeld stomp zijn uitgevoerd. De voorkeur gaat echter uit naar de variant waarbij de gatrand verdikt is, bij voorbeeld 20 is omgezet onder vorming van een zoom. In het bijzonder kan de zoom of verdikking zich bevinden aan de zijde van de plank die is afgekeerd van de zijde van de plank waar zich de haak bevindt. Evenwel kan de zoom zich in een alternatieve uitvoering bevinden aan de zijde van de plank die is gekeerd naar de zijde van de plank waar zich de haak bevindt.
25 De haaklip van de haken is bij voorkeur gericht in de langsrichting van de planken. De haaklip kan de ene of de andere kant op gericht zijn in langsrichting; bij voorkeur is de haaklip weggericht van de eindrand die zich nabij de haak bevindt van de betreffende plank. Evenwel is ook een uitvoering denkbaar waarbij de lippen in dwarsrichting zijn gericht In het algemeen kan gesteld worden dat de haken en gaten 30 verkregen worden uit een plaatuitslag door middel van geschikte bewerkingstechnieken waaronder ponsen, nibbelen, snijden door middel van laser, snijden door middel van waterstraal, kanten, zetten en forceren. Als alternatief is een gelaste verbinding tussen haak en plank mogelijk. Ook de zoom kan aan de plaat zijn gelast. Het aantal haak-gat 4 verbindingen wordt gekozen in samenhang met de afmetingen en de aard van het plaatmateriaal, en hangt af van de voorgeschreven sterkte van de plankverbindingen.
Verder is van belang dat de resterende dwarsdoorsnede van de planken buiten de gaten voldoende is om de voorgeschreven belastingen op te nemen. Deze belastingen 5 hangen samen met de botsingsenergie van voertuigen die tegen de geleiderailconstructie botsen. De randen van de uitsparingen kunnen op verschillende manieren zijn uitgevoerd, zoals hiervoor reeds genoemd. Volgens een eenvoudige mogelijkheid is de rand stomp, dat wil zeggen even dik als het plaatmateriaal zelf. Volgens een bijzonder stevige uitvoeringsvorm is een rand van een uitsparing verdikt.
10 Deze verdikking kan bijvoorbeeld zijn verkregen door omzetten van het plaatmateriaal onder vorming van een zoom. De voorkeur gaat uit naar de uitvoeringsvorm waarbij de verdikking of omzetting is afgekeerd van de bijbehorende haak. De aangrijping tussen de gatrand en de haak, in het bijzonder tussen de gatrand en het haakbeen, is dan niet of nauwelijks excentrisch ten opzichte van het plaatmateriaal waaruit de haak is geponst 15 of waaraan de haak anderszins is bevestigd, zoals door lassen. In het bijzonder kan daarbij de overgang tussen de zoom en het aangrenzende plaatmateriaal convex gekromd zijn. Een dergelijke convex gekromde overgang ligt op gunstige wijze aan tegen de bijbehorende gatrand, zodanig dat deze overgang vrijwel in het vlak van het plaatmateriaal waaruit de bijbehorende haak is geponst. Het voordeel van een degelijke 20 (bijna) centrische aangrijping is dat de door een dergelijke gatrand op de haak uitgeoefende krachten geen of slechts een gering buigend moment in de haak opwekken. Het gevaar voor uitbuigen van de haak blijft dan zeer beperkt of zelfs afwezig.
De haaklippen zijn bij voorkeur gericht volgens de langsrichting der planken. In 25 het bijzonder kan een haaklip evenwijdig zijn aan een bijbehorend vlak langsgebied der planken. Daaronder kan worden verstaan evenwijdige zowel in de langsrichting als in de dwarsrichting van het langsgebied.
Vervolgens zal de uitvinding nader worden toegelicht aan de hand van een in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeeld.
30 Figuur 1 toont een aanzicht op een geleiderailconstructie in uiteengenomen toestand.
Figuur 2 toont een aanzicht op twee naburige einden van twee geleiderailplanken.
Figuur 3 toont een doorsnede door de geleiderailconstructie van een.
5
Figuur 4 toont de doorsnede volgens IV-IV van figuur 3.
Figuren 5a-d tonen verschillende uitvoeringen van een haakverbinding.
De in de figuren 2 en 3 weergegeven planken 1, waarvan de einden zijn weergegeven, bezitten de in figuur 3 weergegeven dwarsdoorsnede. De 5 dwarsdoorsnede van elke plank 1 bestaat uit een viertal vlakke langsgebieden 2-5, die onder hoeken met wisselend teken staan. De twee bovenste vlakke langsgebieden 2 en 3 zijn onderling verbonden door het gekromde langsgebied 6, de twee onderste vlakke langsgebieden 4, 5 zijn onderling verbonden door het eveneens gekromde langsgebied 7. Tussen de bovenste langsgebieden en de onderste langsgebieden strekt zich een vlak 10 centraal gebied 8 uit, dat via krommingen overgaat in de aansluitende vlakke langsgebieden 3 en 4. De bovenkant en onderkant van de dwarsdoorsneden zijn bepaald door de flenzen 9 en 10. De langsgebieden 2-8 en de flenzen 9 bepalen samen een binnenzijde 17 van de plank 1 en een buitenzijde 16. De aan elkaar bevestigde planken 1 vormen samen een geleiderail 18. Aan de binnenzijde 17 is de geleiderail 18 15 opgehangen aan paaltjes 15. De buitenzijde 16 van de planken 1 is naar het verkeerstraject gekeerd waarlangs de geleiderailconstructie is opgesteld.
Aan het in figuren 1 en 2 rechter eind van elke plank 1 zijn haken 11 geponst uit de metaalplaat 19 van de vlakke langsgebieden 2-5. Deze haken 11 steken uit aan de binnenzijde 17 van de plank 1. Het is echter ook mogelijk om de haken aan de 20 buitenzijde van de planken te laten uitsteken. Elke haak 11 bestaat uit het haakbeen 12 dat is omgezet ten opzichte van het betreffende vlakke langsgebied, alsmede een haaklip 13 die eveneens is omgezet, en wel ten opzichte van het haakbeen 12, zoals weergegeven in de doorsnede van figuur 4. Het haakbeen 12 ligt in deze uitvoering aan tegen de stompe gatrand 20 van het gat 14.
25 Zoals weergegeven is elke haaklip 13 gericht in de langsrichting van de planken.
Noodzakelijk is dat echter niet: de haken kunnen ook een in dwarsrichting gerichte haaklip bezitten. De haaklip kan ten opzichte van het haakbeen zijn omgebogen over een hoek die een teken heeft dat tegengesteld is aan het teken van de hoek waarover het haakbeen is omgebogen ten opzichte van de metaalplaat. De haaklip strekt zich dan 30 min of meer zigzagvormig uit over een gedeelte van het gat dat ontstaan is door de haak uit het plaatmetaal te ponsen. Als alternatief kan de haaklip echter ook in dezelfde richting gebogen zijn als het haakbeen, en bijvoorbeeld over 180 graden zijn omgebogen ten opzichte van de metaalplaat, zodat de haaklip is afgekeerd van 6 genoemd gat. De haaklip 13 kan evenwijdig zijn aan de plaat waaruit deze is geponst; in het bijzonder kan de haaklip 13 kan in het bijzonder evenwijdig zijn aan het betreffende vlakke langsgebied 2-5.
Aan de linkerzijde van elke plank 1 is een overeenkomstig patroon met gaten 14 5 voorzien. In elk van deze gaten kan een haak 11 worden gehaakt die zich bevindt aan de rechterkant van een naburige plank 1, zoals weergegeven in de doorsnede van figuur 3. De gatrand 20 van een gat 14 komt daarbij aan te liggen tegen een haakbeen 12 van de bijbehorende haak 11.
Zoals reeds genoemd zijn de planken 1 telkens twee aan twee opgehangen aan de 10 paaltjes 16. Daartoe bezitten de planken 1 centraal ten opzichte van het gatenpatroon respectievelijk hakenpatroon aan elk eind van de plank 1, ophanggaten 22. Door deze ophanggaten 22, die elkaar precies overlappen nadat de betreffende haken en gaten in elkaar zijn gehaakt, is de boutverbinding 23 gestoken waarmee tegelijkertijd de planken aan de paaltjes 15 zijn opgehangen. In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is de 15 boutverbinding 23 aangebracht in het centrale vlakke lansgebied 8, hoewel een niet-centrale positie eveneens mogelijk is.
Zoals getoond in de varianten van de figuren 5a-d, kan de rand van een uitsparing 14 zijn uitgevoerd met een zogenaamde zoom 21. Deze is verkregen door de plaatuitslag nabij de rand van de uitsparing 14 om te zetten, waardoor een stevige 20 randconstructie wordt verkregen. De haak 11 kan stevig tegen de omgezette rand worden ondersteund. De zoom 21 kan naar de haak 11 zijn toe gekeerd, zoals weergegeven in de figuren 5a, b, danwel van de haak 1 zijn afgekeerd zoals weergegeven in de figuren 5c, d. Het voordeel van deze laatste uitvoering is dat de haak 11 nauwelijks of niet op buigende momenten wordt belast wanneer de gatrand of zoom 25 21 tegen het haakbeen 12 wordt gedrukt. Het haakbeen 12 kan daarbij onder een stompe hoek zijn gevormd, zoals weergegeven in de figuren 5 a, c, dan wel onder een rechte hoek zoals weergegeven in de figuren 5b, d. Ook is het mogelijk om een scherpe hoek tussen haakbeen en haaklip en tussen haakbeen en plaatmateriaal toe te passen.
7
Lijst van verwijzingstekens I. Plank 5 2.-5. Vlak langsgebied 6.; 7. Gekromd langsgebied 8. Centraal vlak langsgebied 9. ; 10. Flens II. Haak 10 12. Haakbeen 13. Haaklip 14. Gat 15. Paaltje 16. Buitenzijde geleiderailconstructie 15 17. Binnenzijde geleiderailconstructie 18. Geleiderail 19. Metaalplaat 20. Rand van gat 21. Zoom 20 22. Ophanggat 23. Boutverbinding 24. Gekromde overgang zoom

Claims (30)

1. Geleiderailconstructie, omvattende een geleiderad (18) uit geleiderailplanken (I) van plaatmateriaal, zoals metaalplaat, die elkaar gedeeltelijk overlappen en die onderling zijn verbonden door een haakconstructie (11, 14) waarbij telkens een haak (II) van een der geleiderailplanken (1) is gehaakt in een uitsparing (14) in een aangrenzende, overlappende geleiderailplank (1), alsmede in een ondergrond 10 gefundeerde of bevestigde steunen (15) waaraan de geleiderad (18) is opgehangen, met het kenmerk dat elke haak (11) is uitgevoerd met een dwars ten opzichte van de metaalplaat uitstekend vlak haakbeen (12) en een daarop aansluitende vlakke haaklip (13).
2. Geleiderailconstructie volgens conclusie 1, waarbij het haakbeen (12) en de haaklip (13) bij voorkeur in een geheel zijn geponst uit de metaalplaat.
3. Geleiderailconstructie volgens conclusie 1 of 2, waarbij het haakbeen (12) onder een in wezen rechte hoek is omgezet ten opzichte van het plaatmateriaal, zoals 20 een metaalplaat (19).
4. Geleiderailconstructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de haaklip (13) over een in wezen rechte hoek is omgezet ten opzichte van het haakbeen (12). 25
5. Geleiderailconstructie volgens conclusie 4, waarbij de haaklip (13) is omgezet over een hoek met een teken dat tegengesteld is aan het teken van de hoek waarover het haakbeen is omgezet ten opzichte van het plaatmateriaal (zigzagvormig).
6. Geleiderailconstructie volgens conclusie 4, waarbij de haaklip (13) is omgezet over een hoek met een teken dat gelijk is aan het teken van de hoek waarover het haakbeen is omgezet ten opzichte van het plaatmateriaal (180 graden).
7. Geleiderailconstructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de geleiderailplanken (1) in dwarsdoorsnede een gewelfd verloop bezitten met een viertal langsgebieden (2-5) die in die dwarsdoorsnede achtereenvolgens onder tegengestelde hoeken gericht zijn, en de haakconstructies (11, 14) zich in tenminste twee, bij 5 voorkeur drie, meer bij voorkeur vier der langsgebieden bevinden.
8. Geleiderailconstructie volgens conclusie 7, waarbij telkens twee in langsrichting zich op afstand van elkaar bevindende haakconstructies (11, 14) zijn voorzien in elk langsgebied (2-5). 10
9. Geleiderailconstructie volgens conclusie 8, waarbij de onderlinge afstand van de haakconstructies (11, 14) in de in dwarsdoorsnede en in hoogterichting buitenste langsgebieden (2, 5) groter is dan de onderlinge afstand van de haakconstructies (11, 14. in de in hoogterichting binnenste langsgebieden (3, 4). 15
10. Geleiderailconstructie volgens een der conclusies 7-9, waarbij de langsgebieden (2-5) in dwarsdoorsnede gezien vlak zijn, en een haak (11) een breedte heeft die overeenkomt met de breedte van een bijbehorend vlak langsgebied (2-5).
11. Geleiderailconstructie volgens een der conclusies 7-10, waarbij een haaklip (13) evenwijdig is aan het bijbehorende vlakke langsgebied (2-5).
12. Geleiderailconstructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de geleiderail (18) door middel van een boutverbinding (22, 23) is bevestigd aan een steun 25 (15).
13. Geleiderailconstructie volgens conclusie 12, waarbij de boutverbinding (22, 23. zich bevindt in het overlappinggebied van naburige geleiderailplanken (1).
14. Geleiderailconstructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een haaklip (13) is gericht volgens de langsrichting der planken (1).
15. Geleiderailconstructie volgens een der conclusies 1-13, waarbij een haaklip (13) is gericht volgens de dwarsrichting der planken (1).
16. Geleiderailconstructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij elke 5 haakconstructie (11, 14) een in het plaatmateriaal, zoals een metaalplaat (19), van een geleiderailplank (1) aangebrachte uitsparing (14) omvat waarvan een gatrand (20) aanligt tegen het als aanslag fungerende haakbeen (12) van een haak (11) van een overlappende geleiderailplank (1).
17. Geleiderailconstructie volgens conclusie 16, waarbij een gatrand (20) stomp aanligt tegen een haakbeen (12).
18. Geleiderailconstructie volgens conclusie 16, waarbij een gatrand (20) van een gat (14) een verdikking omvat, bij voorbeeld is omgezet, onder vorming van een 15 zoom (21).
19. Geleiderailconstructie volgens conclusie 17, waarbij de zoom (21) is afgekeerd van de bijbehorende haaklip (13).
20. Geleiderailconstructie volgens conclusie 17, waarbij de zoom (21) is gekeerd naar de bijbehorende haaklip (13).
21. Geleiderailconstructie volgens conclusie 18 of 9, waarbij de overgang (24) tussen de zoom (21) en het aangrenzende plaatmateriaal convex gekromd is, welke 25 convex gekromde overgang (24) aanligt tegen de bijbehorende gatrand (20).
22. Plank (1) voor een geleiderailconstructie volgens een der voorgaande conclusies, uit metaalplaat, omvattende aan een eind tenminste een haak (11) en aan het andere eind een gat (14) waarin een overeenkomstige haak van een naburige geleiderail 30 haakbaar is, met het kenmerk dat elke haak (11) is uitgevoerd met een dwars ten opzichte van de metaalplaat (19) gericht vlak haakbeen (12) en een daarop aansluitende vlakke haaklip (13).
23. Plank (1) volgens conclusie 22, waarbij het gat (14) een gatrand (20) bezit waar tegen de haak van een naburige plank (1) aanbrengbaar is.
24. Plank (1) volgens conclusie 23, waarbij de gatrand (2) een verdikking omvat, 5 bij voorbeeld is omgezet, onder vorming van een zoom (21).
25. Plank (1) volgens conclusie 24, waarbij de zoom (21) zich bevindt aan de zijde van de plank die is afgekeerd van de zijde van de plank waar zich de haak (11) bevindt. 10
26. Plank (1 ) volgens conclusie 24, waarbij de zoom (21) zich bevindt aan de zijde van de plank die is gekeerd naar de zijde van de plank waar zich de haak (11) bevindt.
27. Plank (1) volgens een der conclusies 22-26, waarbij het haakbeen (12) in langsdoorsnede van de plank gezien een rechte vorm heeft.
28. Plank (1) volgens een der conclusies 22-27, waarbij de haaklip (13) in langsdoorsnede van de plank gezien een rechte vorm heeft. 20
29. Plank (1) volgens een der conclusies 22-28, waarbij het haakbeen (12) in dwarsdoorsnede van de plank gezien een rechte vorm heeft.
30. Plank (1) volgens een der conclusies 22-9 waarbij de haaklip (13) in 25 dwarsdoorsnede van de plank gezien een rechte vorm heeft. 30
NL2005199A 2010-08-06 2010-08-06 Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor. NL2005199C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2005199A NL2005199C2 (nl) 2010-08-06 2010-08-06 Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2005199A NL2005199C2 (nl) 2010-08-06 2010-08-06 Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor.
NL2005199 2010-08-06

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2005199C2 true NL2005199C2 (nl) 2012-02-07

Family

ID=43618863

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2005199A NL2005199C2 (nl) 2010-08-06 2010-08-06 Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2005199C2 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1179236B (de) * 1962-07-31 1964-10-08 Saarlaend Grubenausbau Leitvorrichtung fuer Fahrbahnen
EP0886702B1 (fr) * 1996-03-15 2000-05-24 Les Profiles Du Centre - L.P.C., S.A. Glissiere de securite, procede de mise en place de telle glissiere et machine de mise en oeuvre de ce procede
EP1731675A1 (fr) * 2005-05-30 2006-12-13 Profil R Glissière de sécurité, procédé de fabrication et procédé de montage d'une telle glissière

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1179236B (de) * 1962-07-31 1964-10-08 Saarlaend Grubenausbau Leitvorrichtung fuer Fahrbahnen
EP0886702B1 (fr) * 1996-03-15 2000-05-24 Les Profiles Du Centre - L.P.C., S.A. Glissiere de securite, procede de mise en place de telle glissiere et machine de mise en oeuvre de ce procede
EP1731675A1 (fr) * 2005-05-30 2006-12-13 Profil R Glissière de sécurité, procédé de fabrication et procédé de montage d'une telle glissière

Similar Documents

Publication Publication Date Title
KR101410829B1 (ko) 범퍼 비임
CN102016198B (zh) 镶板、尤其是地板镶板
CN106029528B (zh) 货盘台
EP2448790B1 (en) Bumper for a vehicle
US11229287B2 (en) Shelf
CN104214435B (zh) 给如缆道的物体提供水平支架的系统和系统用的轨道
KR101251385B1 (ko) 범퍼 비임
JP6334670B2 (ja) 取付プレートを有するバンパビーム
DK3097240T3 (en) CLAMP TO GRID SYSTEM FOR RECOVERED AIR TO DETERMINATE A TENSION-FREE TRANSFER TO A HEADBAR
NL2005199C2 (nl) Geleiderailconstructie alsmede plank daarvoor.
US6343771B1 (en) Rung or upright for cable ladder cable ladder and process for assembling same
NL2000955C1 (nl) Systeem, draagelement en werkwijze voor het bevestigen van een horizontale ligger aan een bouwelement.
NL2006100C2 (nl) Beugelklem voor bevestiging van een hekwerk aan een spoorstaaf.
US6883886B2 (en) Drawer guide
NL2031420B1 (nl) Steigervloer en vloerdeel
NL8503323A (nl) Vloerbekistingssysteem.
JP3170759U (ja) グレーチング用盗難防止具
EP2412276A1 (en) Improved shelf for shelving units
CN107857186B (zh) 一种桁架支架
BE1007537A3 (nl) Ophangingsarmatuur voor een vals plafond.
US1043599A (en) Switch for overhead carriers.
NL2014337B1 (nl) Composietbrugdek en brugconstructie.
EP3088609A1 (en) Fixing arrangement for fixing guardrail elements, and a guardrail
BE1000792A4 (nl) Koppelstuk voor opgehangen plafonds.
KR102082817B1 (ko) 현수식 도로표지판

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20140301