NL2005363C2 - Inrichtingen voor het ondersteunen van een kind. - Google Patents
Inrichtingen voor het ondersteunen van een kind. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2005363C2 NL2005363C2 NL2005363A NL2005363A NL2005363C2 NL 2005363 C2 NL2005363 C2 NL 2005363C2 NL 2005363 A NL2005363 A NL 2005363A NL 2005363 A NL2005363 A NL 2005363A NL 2005363 C2 NL2005363 C2 NL 2005363C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- arm
- chassis
- cross connection
- connection
- child
- Prior art date
Links
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 57
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 57
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 57
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 claims description 40
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 claims description 21
- 230000009471 action Effects 0.000 claims description 3
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 claims 11
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 5
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 3
- 238000000034 method Methods 0.000 description 3
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 description 3
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 2
- 239000004744 fabric Substances 0.000 description 2
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 2
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000003638 chemical reducing agent Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000002596 correlated effect Effects 0.000 description 1
- 230000000875 corresponding effect Effects 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 1
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 description 1
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 1
- 238000012216 screening Methods 0.000 description 1
- 238000013519 translation Methods 0.000 description 1
- 210000003462 vein Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B62—LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
- B62B—HAND-PROPELLED VEHICLES, e.g. HAND CARTS OR PERAMBULATORS; SLEDGES
- B62B7/00—Carriages for children; Perambulators, e.g. dolls' perambulators
- B62B7/04—Carriages for children; Perambulators, e.g. dolls' perambulators having more than one wheel axis; Steering devices therefor
- B62B7/06—Carriages for children; Perambulators, e.g. dolls' perambulators having more than one wheel axis; Steering devices therefor collapsible or foldable
- B62B7/08—Carriages for children; Perambulators, e.g. dolls' perambulators having more than one wheel axis; Steering devices therefor collapsible or foldable in the direction of, or at right angles to, the wheel axis
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47D—FURNITURE SPECIALLY ADAPTED FOR CHILDREN
- A47D1/00—Children's chairs
- A47D1/02—Foldable chairs
- A47D1/023—Foldable chairs of high chair type
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47D—FURNITURE SPECIALLY ADAPTED FOR CHILDREN
- A47D9/00—Cradles ; Bassinets
- A47D9/005—Cradles ; Bassinets foldable
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B62—LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
- B62B—HAND-PROPELLED VEHICLES, e.g. HAND CARTS OR PERAMBULATORS; SLEDGES
- B62B7/00—Carriages for children; Perambulators, e.g. dolls' perambulators
- B62B7/04—Carriages for children; Perambulators, e.g. dolls' perambulators having more than one wheel axis; Steering devices therefor
- B62B7/06—Carriages for children; Perambulators, e.g. dolls' perambulators having more than one wheel axis; Steering devices therefor collapsible or foldable
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B62—LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
- B62B—HAND-PROPELLED VEHICLES, e.g. HAND CARTS OR PERAMBULATORS; SLEDGES
- B62B2205/00—Hand-propelled vehicles or sledges being foldable or dismountable when not in use
- B62B2205/02—Hand-propelled vehicles or sledges being foldable or dismountable when not in use foldable widthwise
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Transportation (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Handcart (AREA)
- Carriages For Children, Sleds, And Other Hand-Operated Vehicles (AREA)
Description
Inrichtingen voor het ondersteunen van een kind
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het ondersteunen van een kind. Voorts heeft 5 de uitvinding betrekking op een kinderwagen, een kinderstoel en een kinderbed voorzien van een dergelijke inrichting.
Verscheidene inrichtingen voor het ondersteunen van een kind zijn bekend. Een voorbeeld van een inrichting is een kinderwagen. Omdat de kinderwagen in vele situaties 10 noodzakelijk of gewenst is voor het vervoeren van een kind dient de kinderwagen gemakkelijk transporteerbaar te zijn.
De bekende kinderwagen voorziet in deze behoefte doordat deze inklapbaar is uitgevoerd. Door het bedienen van een vergrendelmechanisme of vergrendelmechanismen wordt de 15 kinderwagen in een niet-stabiele toestand gebracht waarna de kinderwagen kan worden ingeklapt. De mate waarin een kinderwagen inklapbaar is bepaalt hoeveel ruimte nodig is, bijvoorbeeld in een auto, voor transport van de kinderwagen. De grootte van de ingeklapte kinderwagen blijft daarom een 20 continu probleem.
De bekende kinderwagen maakt veelal gebruik van bekende kruistechnieken om de kinderwagen inklapbaar te maken. Dit principe berust op het feit dat een scharnierbaar kruis bij het scharnieren langer en smaller wordt of juist korter en 25 breder. Door een kruis op de juiste plek aan te brengen in de kinderwagen, bijvoorbeeld tussen een linker- en rechterdeel van de kinderwagen, gezien vanuit een voortbewegingrichting van de kinderwagen, kan de benodigde inklapbaarheid verkregen worden. Een nadeel van dit soort 30 technieken is de beperkte stijfheid die geboden wordt en dan met name stijfheid in de richting waarin de kinderwagen inklapt, zoals bijvoorbeeld de dwarsrichting. Hierdoor zijn 2 de bekende inklapbare kinderwagens veelal niet stijf in de richting van het inklappen.
Een ander nadeel van bekende inklapbare kinderwagens is dat deze weinig tot geen ruimte overlaten voor een 5 kwalitatief hoogwaardige zitgedeelte in ingeklapte toestand. Zelfs indien een zitgedeelte aanwezig is of zou zijn staat een dergelijk zitgedeelte geen acceptabele verstellingsmogelijkheden toe voor de rug.
Een ander nadeel is gelegen in het feit dat bekende 10 technieken veelal gebruik maken van bewegende delen welke aanraakbaar zijn voor een kind. Hierdoor kan het kind bekneld raken tussen de mechanisch beweegbare onderdelen van de kinderwagen.
Een ander nadeel van bekende oplossingen is de beperkte 15 ruimte welke beschikbaar is voor opslag van bagage.
Een ander nadeel is gelegen in de complexiteit van de handelingen die gevolgd moeten worden bij het inklappen van de kinderwagen. Het is een bekend probleem dat het inklappen van een kinderwagen doorgaans niet intuïtief is. Bij 20 afwezigheid van een handleiding kan het de gebruiker een aanzienlijke hoeveelheid moeite kosten alvorens de kinderwagen is ingeklapt.
Een verder nadeel is gerelateerd aan de afmetingen van bekende producten. Indien een gebruiker een oplossing nodig 25 heeft voor het vervoeren van een kind zal deze gebruiker veelal gebruik maken van een buggy. Dit type kinderwagen is doorgaans licht en inklapbaar zodanig dat een compacte vorm wordt verkregen welke zeer geschikt is voor onderweg. Indien de gebruiker meer comfort wil voor hem of haarzelf alsmede 30 voor het kind wordt veelal een grotere kinderwagen gebruikt. Alhoewel deze kinderwagens inklapbaar zijn is het ingenomen volume van de ingeklapte kinderwagens voor veel gebruikers te aanzienlijk voor eenvoudig gebruik of voor vervoer.
3
Echter, de grotere kinderwagen kan mogelijkheden bieden zoals de montage van een reiswieg of een autostoeltje. Een gebruiker dient derhalve continu een afweging te maken tussen comfort en mogelijkheden enerzijds en vervoersgemak 5 anderzijds.
Het moge de vakman duidelijk zijn dat bovenstaande behoeftes niet alleen bestaan voor kinderwagens maar evenwel gelden voor inklapbare kinderstoelen en kinderbedjes. Binnen de context van de onderhavige aanvrage worden dit soort 10 producten aangeduid als inrichtingen voor het ondersteunen van een kind. Het moet echter opgemerkt worden dat de onderhavige uitvinding bijzonder geschikt is voor de reeds expliciet genoemde voorbeelden van dit soort inrichtingen.
De onderhavige uitvinding verschaft een inrichting voor 15 het ondersteunen van een kind waarbij bovenstaande problemen zich niet of althans nauwelijks voordoen.
De inrichting volgens de uitvinding omvat een onderstel met een scharnierbare dwarsverbinding, waarbij het onderstel inklapbaar is in een eerste richting door middel van het 20 scharnieren van de scharnierbare dwarsverbinding. Verder omvat de inrichting een scharnierbaar aan het onderstel gekoppeld bovenstel, waarbij het onderstel en bovenstel naar elkaar toe kunnen roteren. Hierbij wordt opgemerkt dat het gebruik van de woorden onderstel en bovenstel enkel 25 refereert naar de oriëntatie tijdens normaal gebruik.
De inrichting omvat tevens een overbrenging voor het omzetten van een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het onderstel en het bovenstel naar een inklapbeweging van de scharnierbare dwarsverbinding. Hierbij 30 is de inrichting beweegbaar tussen een ingeklapte toestand, waarbij het onderstel is ingeklapt en een gebruikstoestand waarbij het bovenstel zich onder een hoek ten opzichte van het onderstel uitstrekt. In de gebruikstoestand is de 4 inrichting uitgeklapt. Indien in de ingeklapte toestand het bovenstel en onderstel in hoofdzaak boven op elkaar liggen wordt een zeer compacte kinderwagen verkregen.
Binnen de context van de onderhavige uitvinding wordt 5 dwarsverbinding gezien als een verbinding in een dwarsrichting van de inrichting welke, althans in de gebruikstoestand, de stijfheid van de inrichting verhoogt in de dwarsrichting.
Binnen de context van de onderhavige uitvinding omvat 10 de overbrenging voor het omzetten van een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het onderstel en het bovenstel naar een inklapbeweging van de scharnierbare dwarsverbinding een reeks mechanisch gekoppelde elementen, die elk bewegen bij het genoemde omzetten.
15 Bij de inrichting volgens de uitvinding is het dus mogelijk om door middel van het naar elkaar toe roteren van onderstel en bovenstel de inrichting, en dan met name het onderstel, gelijktijdig in te klappen. Hierdoor wordt een verkleining in twee richtingen bewerkstelligd, bijvoorbeeld 20 in de verticale richting en in de dwarsrichting.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding kunnen het onderstel en het bovenstel naar elkaar toe roteren volgens een rotatieas die in hoofdzaak parallel is aan de eerste richting. Binnen de context van de onderhavige 25 uitvinding impliceert een rotatieas niet noodzakelijkerwijs de aanwezigheid van een daadwerkelijk fysieke as. Rotatieas kan eveneens verwijzen naar het bijbehorende mathematische concept.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is 30 de dwarsverbinding opgesteld ter plaatse van de rotatieas.
Hierdoor wordt de inrichting op een kwetsbaar punt, namelijk daar waar het onderstel en bovenstel ten opzichte van elkaar scharnieren, verstevigd in de dwarsrichting.
5
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de dwarsverbinding een eerste langgerekt deel en een tweede langgerekt deel welke aan een einde onderling scharnierbaar met elkaar zijn gekoppeld en welke elk 5 afzonderlijk aan een ander einde scharnierbaar zijn gekoppeld met het resterende deel van het onderstel en waarbij in de gebruikstoestand het eerste langgerekte deel in lijn ligt en/of vergrendeld is met het tweede langgerekte deel. Doordat de delen in de gebruikstoestand in lijn liggen 10 en derhalve een aaneengesloten geheel vormen wordt de stijfheid van het onderstel in de eerste richting verhoogd. Het is tevens mogelijk de dwarsverbinding te voorzien van een aanslag welke verdere onderlinge rotatie van het eerste en tweede langgerekt deel voorkomt. Echter, een dergelijke 15 aanslag dient niet de inklapbeweging onmogelijk te maken.
De primaire functie van het langgerekte deel is om afstand te creëren nodig voor de vorming van het onderstel. Dientengevolge is het langgerekte deel een afstandsdeel. Andere vormen van afstandsdelen, zoals schijven of 20 plaatdelen, worden niet uitgesloten.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de dwarsverbinding een scharnierelement voor het genoemde onderling scharnieren van het eerste langgerekte deel en het tweede langgerekte deel, waarbij de overbrenging 25 is ingericht voor het omzetten van de naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van bovenstel en onderstel naar een beweging van het scharnierelement voor het inklappen van het onderstel. Het scharnierelement kan meerdere gescheiden scharnieren bevatten. Zo kan het 30 scharnierelement een platform omvatten waarop het eerste langgerekte deel en het tweede langgerekte deel onafhankelijk van elkaar scharnierbaar zijn bevestigd. De overbrenging is bij voorkeur direct. Dit houdt in dat het 6 scharnierelement actief wordt bewogen als gevolg van de onderlinge rotatie van het onderstel en het bovenstel door middel van een mechanische constructie die het scharnierelement of de dwarsverbinding aangrijpt en hierop 5 rotatie-, trek- of duwkrachten uitoefent.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is het bovenstel inklapbaar in de eerste richting door middel van een verdere scharnierbare dwarsverbinding uitgevoerd vergelijkbaar met de hierboven genoemde dwarsverbinding.
10 Hierbij is het bovenstel zodanig uitgevoerd dat bij de naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het bovenstel en het onderstel de verdere dwarsverbinding inklapt. In een mogelijke uitvoeringsvorm omvat de verdere dwarsverbinding dus een eerste langgerekt deel en een tweede 15 langgerekt deel. In plaats van scharnierbaar gekoppeld te zijn aan het onderstel zijn deze delen scharnierbaar gekoppeld aan het bovenstel. Ook bij deze verdere dwarsverbinding kan een scharnierelement gebruikt zijn voor het scharnierbaar koppelen van het eerste langgerekte deel 20 en het tweede langgerekte deel. Door ook het bovenstel uit te rusten met een dwarsverbinding wordt de stijfheid van het bovenstel in de eerste richting verhoogd.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat het onderstel een verdere scharnierbare 25 dwarsverbinding die uitgevoerd is vergelijkbaar met de hierboven genoemde dwarsverbinding. Het toevoegen van deze verdere dwarsverbinding aan het onderstel verhoogd eveneens de stijfheid van het onderstel in de eerste richting. Het geniet de voorkeur indien de dwarsverbinding en de verdere 30 dwarsverbinding van het onderstel gekoppeld zijn zodanig dat deze in hoofdzaak gelijktijdig scharnieren. Door de koppeling hoeft slechts de dwarsverbinding of de verdere 7 dwarsverbinding bewogen te worden voor het inklappen van het onderstel.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de inrichting een door een gebruiker bedienbaar 5 vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de dwarsverbinding en/of een door een gebruiker bedienbaar verder vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de verdere dwarsverbinding van het onderstel en/of een door een gebruiker bedienbaar verder vergrendelmechanisme voor het 10 vergrendelen van de verdere dwarsverbinding van het bovenstel. Doordat de inklapbeweging van het onderstel en/of het bovenstel en de onderlinge rotatiebeweging van het onderstel en bovenstel gekoppeld zijn, dat wil zeggen ze kunnen niet tot nauwelijks onafhankelijk van elkaar 15 uitgevoerd worden, kan het toereikend zijn een van de werkzame delen te vergrendelen. Hierbij is een werkzaam deel een deel dat beweegt bij de bovengenoemde rotatie of inklapbeweging. Voorbeelden van werkzame delen zijn de dwarsverbinding of verdere dwarsverbinding van het onderstel 20 of de verdere dwarsverbinding van het bovenstel. Per werkzaam deel kan een separaat vergrendelmechanisme voorzien zijn.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat het onderstel een eerste arm voorzien van een eerste 25 koppelhuis en een tweede arm voorzien van een tweede koppelhuis. Hierbij is het eerste langgerekte deel scharnierbaar verbonden met het eerste koppelhuis en het tweede langgerekte deel scharnierbaar verbonden met het tweede koppelhuis. Tevens is het bovenstel scharnierbaar 30 verbonden met het eerste koppelhuis en het tweede koppelhuis. Door het verzamelen van de scharnierpunten tussen dwarsverbinding en het resterende deel van het onderstel alsmede de scharnierpunten voor de onderlinge 8 rotatiebeweging van het onderstel en het bovenstel wordt de functionaliteit van de inrichting geconcentreerd waardoor andere delen van de inrichting nog beschikbaar blijven voor andere functies. In het geval van een kinderwagen kan het 5 concentreren van de functies bijvoorbeeld de beschikbare bagageruimte vergroten.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding zijn het eerste en tweede koppelhuis elk verbonden met steunstructuren, bijvoorbeeld steunblokken of wielen, voor 10 het ondersteunen van de inrichting op een ondergrond. Ook deze maatregel resulteert in een verdere concentratie van functionaliteit.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding liggen de eerste arm, de tweede arm, de dwarsverbinding en 15 de verdere dwarsverbinding van het onderstel in hoofdzaak in hetzelfde vlak, waarbij tijdens het inklappen van de dwarsverbinding en/of verdere dwarsverbinding van het onderstel het bijbehorende eerste langgerekte deel en het bijbehorende tweede langgerekte deel scharnieren in het 20 vlak. Door deze functionaliteit kan de afmeting van de inrichting in ingeklapte toestand in een richting in hetzelfde vlak vlak afnemen.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding vormen de eerste arm, de tweede arm en de dwarsverbinding 25 een U-vormig profiel, of vormen de eerste arm, de tweede arm, de dwarsverbinding en de verdere dwarsverbinding van het onderstel een rechthoekig profiel, of vormen de eerste arm, de tweede arm en de dwarsverbinding een driehoekig profiel waarbij de eerste arm en de tweede arm bij een van 30 de dwarsverbinding af gerichte zijde onderling scharnierbaar gekoppeld zijn. Het rechthoekige profiel of het U-vormige profiel staan toe dat de inrichting op een viertal hoekpunten wordt ondersteund. Het driehoekige profiel kan 9 bijvoorbeeld gebruikt worden bij een kinderwagen met drie wielen. Om het inklappen mogelijk te maken kunnen de einden van de eerste arm en tweede arm die van de dwarsverbinding af gericht zijn, scharnierbaar verbonden zijn.
5 In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat het bovenstel een derde arm die scharnierbaar gekoppeld is aan het eerste koppelhuis en een vierde arm die scharnierbaar gekoppeld is aan het tweede koppelhuis.
Hierbij kan een eventueel aanwezige verdere dwarsverbinding 10 van het bovenstel scharnierbaar zijn verbonden met zowel de derde arm als de vierde arm. In dit laatste geval is het eerste langgerekte deel van de verdere dwarsverbinding van het bovenstel scharnierbaar gekoppeld aan de derde arm en is het tweede langgerekte deel van de verdere dwarsverbinding 15 van het bovenstel scharnierbaar gekoppeld aan de vierde arm.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de inrichting een afzonderlijke overbrenging voor het omzetten van een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van de eerste arm en de derde arm naar een 20 inklapbeweging van het eerste langgerekte deel van de dwarsverbinding en/of voor het omzetten van een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van de tweede arm en de vierde arm naar een inklapbeweging van het tweede langgerekte deel van de dwarsverbinding. Door meerdere 25 overbrengingen te gebruiken, en dan met name als dit resulteert in een symmetrische inrichting met een symmetrievlak loodrecht op de eerste richting en door het scharnierelement van de dwarsverbinding en/of verdere dwarsverbinding, wordt een gebalanceerde inrichting 30 verkregen.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de inrichting een verbindingsarm tussen het onderstel en het bovenstel, waarbij de verbindingsarm schuifbaar en 10 scharnierbaar is gekoppeld aan het onderstel en scharnierbaar is verbonden met het bovenstel. Een dergelijke verbindingsarm kan geplaatst zijn tussen de eerste arm en de derde arm en/of tussen de tweede arm en de vierde arm. In 5 een uitvoeringsvorm van de scharnierbare en schuifbare koppeling is de verbindingsarm bij een naar het onderstel gericht einde scharnierbaar gekoppeld aan een loopwagen. De loopwagen kan vervolgens schuiven in een gleuf in het onderstel, bijvoorbeeld een gleuf in de eerste of tweede 10 arm.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de inrichting een vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de eerste arm en de derde arm en/of voor het 15 vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de tweede arm en de vierde arm. Hierbij kan per arm combinatie een separaat vergrendelmechanisme voorzien zijn. Echter, het moge de vakman duidelijk zijn dat beide schuifbewegingen gekoppeld zijn via de dwarsverbinding in 20 het onderstel.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de overbrenging een koppelarm tussen de dwarsverbinding en de verbindingsarm, waarbij de verbindingsarm en koppelarm zodanig zijn uitgevoerd dat bij 25 de naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het onderstel en het bovenstel de verbindingsarm wegschuift van de dwarsverbinding en hiermee de dwarsverbinding doet scharnieren. Bij het roteren van het bovenstel naar het onderstel, of vice versa, schuift de verbindingsarm weg van 30 de dwarsverbinding. Door de koppeling tussen dwarsverbinding en verbindingsarm middels de koppelarm wordt aan het scharnierelement getrokken waardoor de dwarsverbinding zal scharnieren. Een gevolg hiervan is dat het onderstel, bij 11 rotatie, zal inklappen in de eerste richting.
Een koppelarm kan zijn opgesteld tussen de verbindingsarm voor de eerste arm en het eerste langgerekte deel en tussen de verbindingsarm voor de tweede arm en het 5 tweede langgerekte deel. Wederom kan door het symmetrisch toepassen van de koppelarm een gebalanceerde inrichting verkregen worden. Een verder voordeel van het symmetrisch toepassen van deze of andere maatregel is dat het dan mogelijk wordt een dubbele vergrendeling toe te passen, 10 bijvoorbeeld een vergrendeling voor de linkerzijde en rechterzijde van de inrichting gezien vanuit de eerste arm. Hierdoor kan de veiligheid van de inrichting worden verhoogd omdat twee afzonderlijke vergrendelmechanismen moeten worden bediend om de rotatie en inklapbeweging mogelijk te maken.
15 In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding zijn de verbindingsarmen onderling verbonden door middel van een in de eerste richting inklapbaar hekwerk, waarbij het hekwerk voorgespannen is om in de gebruikstoestand een stijve verbinding te vormen tussen de verbindingsarmen. Een 20 dergelijk hekwerk omvat doorgaans een veelvoud aan scharnierbaar gekoppeld buisdelen die onder veerspanning staan zodanig dat een stijf geheel wordt verkregen.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding heeft het hekwerk een dood punt voorbij welke het hekwerk 25 moet bewegen om niet langer een stijve verbinding te vormen. Hierbij is de inrichting verder voorzien van een door een gebruiker bedienbaar ontgrendelmechanisme voor het ontgrendelen van het hekwerk door het hekwerk voorbij het dode punt te brengen. Door de koppeling van de 30 rotatiebeweging en inklapbeweging vergrendelt dit ontgrendelmechanisme eveneens de rotatiebeweging.
Binnen de context van de onderhavige uitvinding worden de termen ontgrendelmechanisme en vergrendelmechanisme 12 gebruikt om ruwweg dezelfde functionaliteit aan te duiden. Een vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm kan bijvoorbeeld ook worden gezien als een ontgrendelmechanisme. Immers, 5 bediening van het vergrendelmechanisme zorgt ervoor dat de schuifbeweging mogelijk wordt.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding zijn het ontgrendelmechanisme voor het hekwerk en het vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de 10 schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de eerste arm en de derde arm of de verbindingsarm tussen de tweede arm en de vierde arm gelijktijdig bedienbaar door een enkele handeling van de gebruiker. Hierdoor wordt het gemak voor de gebruiker verhoogd. Bovenstaand voordeel kan bijvoorbeeld worden 15 bereikt doordat bovengenoemde mechanismen mechanisch gekoppeld zijn en bediend kunnen worden met hetzelfde bedieningselement. Dit sluit overigens niet uit dat de mechanismen dubbel zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld links en rechts. De enkele handeling slaat dan op het in hoofdzaak 20 gelijktijdig bedienen van de bedieningselement behorende bij het linker en rechter mechaniek.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat het bovenstel een eerste bovensteldeel en een tweede bovensteldeel welke scharnierbaar met elkaar zijn gekoppeld 25 voor het onderling scharnieren om een as parallel aan de rotatieas. Dit is bijvoorbeeld voordelig indien de lengte van het bovenstel in de ingeklapte toestand groter is dan de lengte van het onderstel. Hierdoor zou de lengte van het bovenstel bepalend kunnen zijn voor de totale lengte van de 30 inrichting in ingeklapte toestand. Door het bovenstel nu ook scharnierend uit te voeren kan deze lengte worden verminderd, bijvoorbeeld in hoofdzaak gehalveerd.
13
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de inrichting een door een gebruiker bedienbaar vergrendelmechanisme voor het onderling vergrendelen van het eerste en het tweede bovensteldeel. In de vergrendelde 5 toestand van het eerste en tweede bovensteldeel zijn deze delen in lijn voor het vormen van één langgerekt deel.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat het vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de eerste arm en 10 de derde arm en/of voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de tweede arm en de vierde arm een bedieningselement voor het genoemde bedienen van het vergrendelmechanisme dat is opgenomen in het eerste of tweede bovensteldeel en welke pas toegankelijk 15 en/of bedienbaar wordt voor een gebruiker na het ontgrendelen en onderling roteren van het eerste en tweede bovensteldeel. Het bedieningselement dat een gebruiker moet bedienen van het roteren en inklappen van het onderstel en bovenstel is derhalve niet toegankelijk en/of bedienbaar 20 indien het eerste en tweede bovensteldeel nog vergrendeld zijn. Het bedieningselement kan bijvoorbeeld nabij het scharnierpunt tussen het eerste en tweede bovensteldeel in één van die delen zijn opgenomen. Door het onderling scharnieren van de bovensteldelen komt een binnenkant van 25 deze delen vrij waardoor het bedieningselement bedienbaar wordt voor een gebruiker. Een andere mogelijkheid is dat het bedieningselement geblokkeerd wordt indien het eerste en tweede bovensteldeel nog niet ten opzichte van elkaar gescharnierd zijn.
30 Het moet opgemerkt worden dat bovenstaand systeem met een bedieningselement dat pas beschikbaar wordt bij het scharnieren van bovensteldelen ook toepasbaar is indien het vergrendelmechanisme horende bij het bedieningselement enkel 14 de rotatiebeweging vergrendeld los van het vergrendelen van een inklapbeweging. Een dergelijk systeem kan dus op zichzelf worden toegepast in reeds bestaande systemen waarbij een bovenstel kan roteren ten opzichte van een 5 onderstel. Een voorbeeld van een dergelijk systeem is een kinderwagen waarbij het bovenstel wordt gevormd door twee parallelle duwstangen die kunnen roteren ten opzichte van een met wielen voorzien onderstel.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding 10 omvat de overbrenging een eerste aangrijpelement verbonden aan een einde van het bovenstel en een tweede aangrijpelement verbonden aan een einde van de dwarsverbinding, waarbij het eerste en tweede aangrijpelement elkaar aangrijpen. Deze aangrijpelementen 15 omvatten bijvoorbeeld elk een tandwieldeel. Door gebruik te maken van aangrijpelementen tussen het bovenstel en de dwarsverbinding kan het aantal componenten verminderd worden omdat de overbrenging direct is. Het moge de vakman duidelijk zijn dat het gebruik van een volledig tandwiel 20 niet uitgesloten wordt omdat een tandwiel een tandwieldeel omvat.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is het bovenstel aan een einde vast verbonden met een eerste tandwieldeel dat is opgesteld te roteren om de rotatieas en 25 waarbij de dwarsverbinding aan een einde vast is verbonden met een tweede tandwieldeel dat loodrecht op het eerste tandwieldeel aangrijpt. De tandwieldelen bewegen dus in hetzelfde als de aan het tandwieldeel verbonden component, of in een vlak parallel hieraan.
30 In een verdere uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is de derde arm aan een einde daarvan vast verbonden met het eerste tandwieldeel dat bij een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het 15 onderstel en het bovenstel draait om de rotatieas en waarbij het eerste langgerekte deel bij een naar de eerste arm gericht einde verbonden is met het tweede tandwieldeel, waarbij het tweede tandwieldeel kan roteren om een met de 5 eerste arm vast verbonden eerste as voor het genoemde scharnieren van het eerste langgerekte deel ten opzichte van de eerste arm.
In een nog verdere uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is de eerste as geplaatst in het eerste 10 koppelhuis en is de derde arm aan een einde daarvan voorzien van een tweede as welke zich uitstrekt parallel aan de rotatieas en in een holte van het eerste koppelhuis, en welke tweede as aan een einde daarvan is verbonden met het eerste tandwieldeel.
15 Bovenstaande overbrenging kan dus volledig dan wel bijna volledig in het eerste koppelhuis worden opgenomen. Hierdoor blijven scherpe beweegbare delen of delen waar een kind een vinger tussen kan klemmen afgeschermd. Hierdoor wordt de veiligheid van de inrichting verhoogd.
20 In een verdere uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding zijn een eerste tandwieldeel en tweede tandwieldeel eveneens opgesteld voor de tweede arm, de vierde arm, en het tweede langgerekte deel op vergelijkbare wijze als hierboven beschreven. Ook hierdoor wordt de 25 symmetrie en balans van het systeem verbeterd.
De uitvinding verschaft eveneens een kinderwagen welke de boven beschreven inrichting voor het ondersteunen van een kind omvat. Hierbij komt het onderstel van de inrichting overeen met een wieldragend onderstel van de kinderwagen en 30 het bovenstel van de inrichting met een duwstang van de kinderwagen.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding zijn de eerdergenoemde derde arm en vierde arm duwstangen 16 voor het voortduwen van de kinderwagen en zijn de eerste en tweede arm voorzien van wielen. Deze wielen kunnen zijn verbonden met het eerste dan wel het tweede koppelhuis en kunnen zwenkbaar zijn uitgevoerd. Verder kan het bovenstel 5 van de kinderwagen koppelbaar of verbonden zijn met een kinderzitje dat bij voorkeur inklapbaar is in de eerste richting.
De uitvinding verschaft eveneens een kinderstoel welke de boven beschreven inrichting voor het ondersteunen van een 10 kind omvat.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding vormen de eerste arm en de tweede arm liggers voor het ondersteunen van de kinderstoel op een ondergrond en zijn de derde en vierde arm staanders die koppelbaar of verbonden 15 zijn met een zitdeel. Dit zitdeel kan eveneens inklapbaar zijn in de eerste richting.
De uitvinding verschaft eveneens kinderbed welke de boven beschreven inrichting voor het ondersteunen van een kind omvat.
20 In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat het kinderbed ten minste twee van de genoemde inrichtingen voor het ondersteunen van een kind, waarbij de derde en vierde arm van elke inrichting in de gebruikstoestand verticaal staan opgesteld en waarbij de 25 eerste en tweede armen van de ten minste twee inrichtingen vast met elkaar zijn verbonden zodanig dat de dwarsverbindingen, de eerste armen en de tweede armen een rechthoekige structuur vormen waarin een matras geplaatst kan worden. Het kinderbed kan ingeklapt worden door de 30 staanders te roteren richting de eerste en tweede armen. Hierdoor wordt de afstand tussen het paar eerste armen en het paar tweede armen kleiner. Alvorens te roteren dient eerst het matras uit het kinderbed te worden genomen. Veelal 17 zijn dit soort matrassen vormgegeven als een reeks scharnierbaar gekoppelde matrasdelen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid na het inklappen van het kinderbed de matras rondom het kinderbed te vouwen en als één pakket te 5 vervoeren. Voorts kan het kinderbed voorzien zijn van een inklapbaar of opvouwbaar scherm gespannen tussen de derde en vierde armen. Hierdoor is het kind veilig in het kinderbed en kan het kind het kinderbed niet gemakkelijk verlaten.
10 In het hiernavolgende zal de uitvinding in meer detail worden besproken onder verwijzing naar de bij gevoegde figuren, waarbij:
Figuur 1 een uitvoeringsvorm van een kinderwagen volgens de uitvinding laat zien in gebruikstoestand; 15 Figuur 2 de uitvoeringsvorm uit figuur 1 toont met ingeklapte duwstangen;
Figuur 3 de uitvoeringsvorm uit figuur 1 laat zien waarbij het bovenstel naar het onderstel toe is gedraaid;
Figuur 4A een gedeeltelijk opengewerkt detailaanzicht 20 toont van het koppelhuis uit figuur 1 en figuur 4B het bijbehorende onderaanzicht;
Figuur 5 de kinderwagen uit figuur 1 toont in ingeklapte toestand;
Figuur 6 een dwarsdoorsnede toont van de kinderwagen 25 uit figuur 1 ter plekke van een handgreep van de kinderwagen;
Figuur 7 een dwarsdoorsnede toont van de kinderwagen uit figuur 1 ter plekke van de verdere dwarsverbinding in het bovenstel; 30 Figuur 8 een dwarsdoorsnede toont van de kinderwagen uit figuur 1 ter plekke van het scharnierpunt van de bovenste1delen; 18
Figuur 9 een gedeeltelijk opengewerkt detailaanzicht toont van de kinderwagen uit figuur 1 ter plekke van het tweede koppelhuis;
Figuren 10A-B een uitvoeringsvorm van een kinderstoel 5 volgens de uitvinding laten zien in respectievelijk een gebruikstoestand en ingeklapte toestand;
Figuren 11A-C een uitvoeringsvorm van een kinderbed volgens de uitvinding laten zien in een gebruikstoestand en ingeklapte toestand; 10 Figuur 12 een alternatieve uitvoeringsvorm laat zien voor de uitvoeringsvorm uit figuur 1;
Figuren 13A-13C een uitvoeringsvorm tonen van een kinderzitje voor de kinderwagen uit figuur 1; en
Figuur 14 de montage toont van het kinderzitje uit 15 figuur 13A in de kinderwagen uit figuur 1.
Figuur 1 toont een kinderwagen 1 waarin een uitvoeringsvorm van de inrichting voor het ondersteunen van een kind volgens de uitvinding is toegepast. Kinderwagen 1 omvat een onderstel 2 en een bovenstel 3. Het onderstel 2 20 omvat een eerste arm 4 en een tweede arm 5 welke zijn gekoppeld door een dwarsverbinding 6 en een verdere dwarsverbinding 7. Eerste en tweede arm 4, 5 omvatten respectievelijk een eerste en tweede koppelhuis 8, 9. Aan eerste koppelhuis 8 is een eerste langgerekt deel 10 van 25 dwarsverbinding 6 scharnierbaar verbonden zodanig dat dit deel kan roteren in het vlak van onderstel 2. Eerste langgerekt deel 10 is tevens scharnierbaar verbonden met een tweede langgerekt deel 11 door middel van een scharnierelement 12. Tweede langgerekt deel 11 is aan een 30 ander einde scharnierbaar verbonden met tweede koppelhuis 9. Door middel van twee rotatieassen 13, 14 op scharnierelement 12 kan dwarsverbinding 6 scharnieren zoals weergegeven in figuur 3.
19
Verdere dwarsverbinding 7 is op vergelijkbare wijze uitgevoerd als dwarsverbinding 6. Het omvat een eerste langgerekt deel 15, een tweede langgerekt deel 16 en een scharnierelement 17 met twee rotatieassen 18, 19. Hierdoor 5 kan verdere dwarsverbinding 7 scharnieren in het vlak van onderstel 2 zoals weergegeven in figuur 3.
Eerste en tweede koppelhuis 8, 9 zijn scharnierbaar gekoppeld aan respectievelijk een derde arm 20 en een vierde arm 21. Derde arm en vierde arm 20, 21 zijn aan een einde 10 voorzien van respectievelijk een handgreep 22 en een handgreep 23. Derde arm en vierde arm zijn onderling gekoppeld door een verdere dwarsverbinding 24. Verder dwarsverbinding 24 omvat een eerste langgerekt deel 25 dat scharnierbaar gekoppeld is aan derde arm 20 en een tweede 15 langgerekt deel 26 dat scharnierbaar gekoppeld is aan vierde arm 21. Beide delen zijn scharnierbaar aan elkaar gekoppeld door middel van een scharnierelement 27 dat rotatie om een as 28 mogelijk maakt. Verdere dwarsverbinding 24 kan hierdoor scharnieren zoals weergegeven in figuur 5. Het 20 geheel van derde arm 20, vierde arm 21 en verdere dwarsverbinding 24 vormt bovenstel 3.
Derde arm 20 omvat twee armdelen 20_1, 20_2 welke onderling scharnierbaar gekoppeld zijn door scharnier 29. Op vergelijkbare wijze omvat vierde arm 21 twee armdelen 21_1, 25 21_2 welke onderling scharnierbaar gekoppeld zijn door scharnier 30. Hierdoor kunnen armdelen 20_2, 21_2 roteren ten opzichte van respectievelijk armdelen 20_1, 21_1, zoals weergegeven in figuur 2. Armdelen 20_1, 21_1 vormen hierbij een eerste bovensteldeel en armdelen 20_2, 21_2 een tweede 30 bovensteldeel.
Onderstel 2 en bovenstel 3 zijn gekoppeld door verbindingsarmen 31, 32. Verbindingsarm 31 is scharnierbaar gekoppeld aan derde arm 20 en scharnierbaar en schuifbaar 20 gekoppeld aan eerste arm 4. Deze laatste koppeling wordt mogelijk gemaakt doordat verbindingsarm 31 aan het naar eerste arm 4 gerichte einde scharnierbaar gekoppeld is aan een loopwagen (niet zichtbaar) welke zelf kan schuiven in 5 een gleuf 33. Op vergelijkbare wijze is verbindingsarm 32 aan het naar tweede arm 5 gerichte einde scharnierbaar gekoppeld aan een loopwagen (niet zichtbaar) welke zelf kan schuiven in een gleuf 34.
Verbindingsarmen 31, 32 zijn onderling gekoppeld door 10 een scharnierbaar hekwerk 35. Dit hekwerk 35 omvat een veelvoud aan buisdelen 36 die onderling scharnierbaar gekoppeld zijn door scharnieren 37, zie figuur 9. Hekwerk 35 is voorgespannen door torsieveren 38. Hierdoor vormt hekwerk 35 in de gebruikstoestand een stijve structuur zoals 15 weergegeven in figuur 1. Hekwerk 35 kent een dood punt. Indien hekwerk 35 voorbij dit punt wordt bewogen of gescharnierd vormt het niet langer de stijve structuur uit figuur 1 maar wordt het inklapbaar in een eerste richting zoals weergegeven in figuren 2 en 3.
20 Dwarsverbinding 6 en verdere dwarsverbinding 7 zijn gekoppeld door een arm 39 welke scharnierbaar is verbonden met twee zijarmen 40, 41. Zijarmen 40, 41 zijn op hun beurt scharnierbaar verbonden aan afstandstukken 42, 43 van respectievelijk eerste arm 4 en tweede arm 5. Afstandstukken 25 42, 43 zorgen voor in hoofdzaak gelijke afstanden tussen de scharnierpunten van dwarsverbindingen 6, 7 en bijbehorende armen 4, 5.
Eerste en tweede koppelhuis 8, 9 zijn verbonden met zwenkbare voorwielen 44. Aan een achtereinde zijn eerste en 30 tweede armen 4, 5 verbonden met achterwielen 45, welke doorgaans niet zwenkbaar zijn uitgevoerd. Door het bedienen van voetpedalen 46, 47 kan een op zichzelf genomen bekend remmechanisme geactiveerd worden. Dit mechanisme omvat 21 getande structuren die in elkaar kunnen grijpen (niet getoond). Doordat één getande structuur met de rotatieas van achterwiel 45 is verbonden kan dit wiel geremd worden. Het remmechanisme van beide achterwielen 45 is mechanisch 5 gekoppeld door kabels 48, 49. Hierdoor wordt bereikt dat bij bediening van slechts één pedaal 46, 47 beide achterwielen 45 worden geblokkeerd.
In het hiernavolgende zal de werking van kinderwagen 1 in detail worden besproken. Hierbij wordt uitgegaan van de 10 gebruikstoestand zoals weergegeven in figuur 1.
In figuur 1 zijn twee drukknoppen 50, 51 getoond. Door deze te bedienen worden kabels 52 bewogen welke in derde arm 20 en vierde arm 21 lopen, zie figuren 6-8. Kabel 52 omvat een mantel 53 en een hierin opgenomen kabelader 54.
15 Kabelader 54 is bevestigd aan een rol 55 welke ten opzichte van vierde arm 21 kan draaien om as 56 maar niet kan transleren. Alvorens drukknop 51 bediend kan worden dient deze te worden ontgrendeld. Dit gebeurt door ontgrendelelement 57 naar vierde arm 21 te bewegen. Hierdoor 20 komt uitsparing 58 in lijn te liggen met een uitstulping 59 van drukknop 51. Hierdoor kan drukknop 51 in vierde arm 21 bewegen. Door deze beweging wordt een lichaam 60 naar beneden bewogen. Dit is mogelijk doordat lichaam 60 een gleuf omvat (niet getoond) voor as 56. Aan het einde van 25 lichaam 60 is kabelader 54 vast verbonden op punt 61.
Kabelader 54 loopt dus om rol 55 heen. Een verder lichaam 62 is vast verbonden met vierde arm 21. Lichaam 62 fixeert mantel 53 ten opzichte van vierde arm 21. Verder is een veer 63 opgenomen die lichaam 60 wegduwt ten opzichte van lichaam 30 62. Indien nu door bediening van drukknop 51 lichaam 60 naar beneden beweegt zal het eindpunt 61 van kabelader 54 naar beneden bewegen. Hierdoor wordt dus effectief aan kabelader 54 getrokken.
22
In figuur 8 is het scharnierpunt tussen armdelen 21_1 en 21_2 weergegeven in de ontkoppelde toestand. Koppeling tussen armdelen 21_1 en 21_2 wordt mogelijk gemaakt door haken 64, 65. Haak 64 is in figuur 8 naar boven toe gedraaid 5 door de beweging van kabelader 54. Overigens staat haak 64 onder spanning door torsieveer 66 zodanig dat deze geneigd is te draaien naar een positie waarin haak 65 aangegrepen kan worden. Doordat kabelader 54 haken 64, 65 heeft ontkoppeld kunnen armdelen 21_1 en 21_2 ten opzichte van 10 elkaar scharnieren.
Armdeel 21_1 is voorzien van een hendel 67 welke verbonden is met kabeladers 68, 69 van respectievelijk kabels 70 en 71. De mantels van deze kabels zijn ten opzichte van armdeel 21_1 gefixeerd door middel van element 15 72. Door hendel 67 te draaien om as 73 wordt aan kabeladers 68, 69 getrokken. Echter, alvorens hendel 67 bediend kan worden dient deze ontgrendeld te worden. Een blokkering 74 is opgenomen in armdeel 21_1. In de gebruikstoestand in figuur 1, ligt blokkering 74 vast opgesloten tussen armdelen 20 21_1 en 21_2 waardoor hendel 67 niet bediend kan worden. Na ontkoppeling van armdelen 21_1 en 21_2 en na het scharnieren van deze delen kan blokkering 74 vrij bewegen waardoor hendel 67 wel bediend kan worden.
De beweging van verdere dwarsverbinding 24 zal nu 25 worden besproken onder verwijzing naar figuren 7 en 8.
Figuur 7 geeft armdeel 21_2 weer ter plekke van verdere dwarsverbinding 24. Langgerekt deel 26 van dwarsverbinding 24 is scharnierbaar verbonden met armdeel 21_2 zodanig dat deel 26 kan roteren om as 75. Echter, in de in figuur 7 30 weergegeven situatie is deze rotatie niet mogelijk doordat langgerekt deel 26 aanligt tegen een vergrendelelement 76. Dit element heeft een holte voor het doorvoeren van kabel 52. Beweging van vergrendelelement 76 heeft geen tot 23 nauwelijks invloed op kabel 52. Langgerekt deel 26 is voorzien van een torsieveer 77 welke langgerekt deel 26 aanspoort te roteren.
Armdeel 21_2 omvat een stang 78 welke vast verbonden is 5 met een lichaam 79. Dit lichaam kan transleren in armdeel 21_2 en staat onder veerspanning door veer 80 welke lichaam 79 naar beneden duwt. In lichaam 79 is een verdere veer 81 opgenomen welke het vergrendelelement 76 ten opzichte van lichaam 79 naar boven duwt.
10 In figuur 8 is de situatie getoond waarin stang 78 niet naar beneden kan bewegen. Immers, veer 80 heeft lichaam 79 naar beneden geduwd. Dit in tegenstelling tot figuur 7, waar stang 78 nog in een bovenste positie staat waarin rotatie van langgerekt deel 26 voorkomen wordt. Beide figuren zijn 15 derhalve niet gecorreleerd.
In figuur 8 is een blokkering 82 gestippeld weergegeven die er voor zorgt dat stang 78 niet naar beneden kan bewegen. In de gebruikstoestand wordt blokkering 82 opgesloten tussen armdelen 21_1 en 21_2 waardoor deze over 20 pal 83 naar boven schuift en stang 78 tegenhoudt. Na ontkoppeling van armdelen 21_1 en 21_2 kan blokkering 82 naar beneden schuiven waardoor stang 78 eveneens naar beneden kan bewegen. Door de veerspanning van veer 80 zal lichaam 79 naar beneden bewegen samen met vergrendelelement 25 76. Hierdoor staan langgerekt deel 26 en vergrendelelement 76 niet langer in contact en kan langgerekt deel 26 scharnieren. Vergrendelelement 76 kan bewegen ten opzichte van lichaam 79. Hierdoor kan vergrendelelement 76 in neerwaartse richting bewegen ook al is lichaam 79 door stang 30 78 en blokkering 82 in zijn positie vergrendeld wanneer armdelen 21_1 en 21_2 weer aan elkaar gekoppeld zijn nadat het gestel van de ingeklapte naar de gebruikstoestand is gebracht. Langgerekte delen 25 en 26 van dwarsverbinding 24 24 zullen weer in lijn worden gebracht om de stijfheid van het bovenstel in de dwarsrichting te verhogen. Hierbij drukt langgerekt deel 26 tegen het schuine vlak van vergrendelelement 76 waardoor vergrendelelement 76 naar 5 beneden beweegt tegen de veerspanning van veer 81 in.
Wanneer langgerekt deel 26 zich in de gebruikstoestand bevindt zal deze geen contact meer maken met vergrendelelement 76 en zal vergrendelelement 76 door de veerspanning van veer 81 zich naar zijn vergrendelpositie 10 begeven.
Het moge de vakman duidelijk zijn dat andere uitvoeringsvormen van een kinderwagen mogelijk zijn dan de uitvoeringsvorm weergegeven in figuur 1. De onderhavige uitvinding sluit bijvoorbeeld een uitvoeringsvorm waarbij de 15 dwarsverbinding 24 als duwelement wordt gebruikt, in plaats van de in figuur 1 weergegeven handgrepen 22, 23, uitdrukkelijk niet uit. Bij een dergelijke uitvoeringsvorm zal het functionele deel van handgrepen 22, 23, zoals weergegeven in figuur 6, ten minste ten dele zijn opgenomen 20 in dwarsverbinding 24.
Vervolgens wordt de functionaliteit van onderstel 3 besproken onder verwijzing naar figuren 4A, 4B en 9.
In figuur 9 is weergegeven dat kabel 71 is verbonden met een haak 84. Deze haak grijpt aan op het scharnierpunt 25 van verbindingsarm 32. Figuur 9 geeft derhalve een situatie in waarin het scharnierpunt van verbindingarm 32 niet kan transleren in gleuf 34. Hierdoor kan het bovenstel 3 niet naar onderstel 2 roteren en kan kinderwagen 1 niet inklappen zoals later zal worden toegelicht. Verder is een haak 85 30 zichtbaar waarmee het scharnierpunt kan worden vergrendeld wanneer kinderwagen 1 volledig ingeklapt is. Door stang 86 zijn beide haken 84, 85 gekoppeld en derhalve beide bedienbaar met hendel 67.
25
Zoals later wordt beschreven is het schuiven het van het scharnierpunt van verbindingsarm 32 onlosmakelijk verbonden met het in een dwarsrichting inklappen van kinderwagen 1. Derhalve zal het schuiven van het 5 scharnierpunt moeten samengaan met het inklappen van hekwerk 35. Dit gebeurt door middel van kabel 70 welke hekwerk 35 door zijn dode punt heen trekt. Aangezien dit gelijktijdig gebeurt met het transleren van het scharnierpunt kan kinderwagen 1 inklappen.
10 Figuren 4A en 4B tonen in detail eerste koppelhuis 8.
Hierbij is een as 87 zichtbaar die vast verbonden is aan armdeel 20_1 en eventueel gelagerd wordt ondersteund in koppelhuis 8. Bij rotatie van bovenstel 3 naar onderstel 2 zal as 87 draaien. Aan het einde van as 87 is een 15 tandwieldeel 88 vast aan as 87 verbonden. Tandwieldeel 88 grijpt aan op een tandwieldeel 89 dat loodrecht is opgesteld ten opzichte van tandwieldeel 88. Tandwieldeel 89 is vast verbonden met eerste langgerekt deel 10 van dwarsverbinding 6. Hierbij kan tandwieldeel 89 draaien om een as 90. Als 20 gevolg hiervan is dus ook eerste langgerekt deel 10 draaibaar om as 90.
Bij rotatie van bovenstel 3 naar onderstel 2 zal as 87 door middel van tandwieloverbrenging eerste langgerekt deel 10 laten scharnieren. Aan de andere zijde van kinderwagen 1, 25 dat wil zeggen bij tweede koppelhuis 9 is een identiek mechanisme opgenomen. Hierdoor zal dwarsverbinding 6 scharnieren als weegegeven in figuur 3. Door de koppeling tussen dwarsverbinding 6 en verdere dwarsverbinding 7 zal ook deze laatste scharnieren.
30 Het inklappen van kinderwagen 1 kan dus als volgt worden samengevat. Als eerste stap worden vergrendelelementen 57 bediend zodat door middel van drukknoppen 50, 51 armdelen 20_1 en 20_2 en armdelen 21_1 en 26 21_2 worden ontkoppeld. Vervolgens worden armdelen 20_2 en 21_2 naar voren toe gescharnierd zodanig dat handgrepen 22, 23 in de buurt komen van voorwielen 44, zie figuur 2. Hierdoor wordt verdere dwarsverbinding 24 scharnierbaar in 5 de dwarsrichting van kinderwagen 1. Hierdoor worden eveneens hendels 67 bedienbaar. Door deze te bedienen wordt hekwerk 35 inklapbaar en wordt het scharnierpunt van verbindingsarmen 31, 32 ontkoppeld zodanig dat deze kan schuiven in respectievelijk gleuf 33, 34. Als gevolg hiervan 10 kan de gebruiker het gehele bovenstel 3 naar onderstel 2 roteren, zie figuur 3. Door deze rotatie zal door tandwieloverbrenging dwarsverbinding 6 scharnieren waardoor kinderwagen 1 in dwarsrichting zal inklappen. Hierbij volgen dwarsverbindingen 7 en 24 de scharnierbeweging van 15 dwarsverbinding 6. Uiteindelijk is kinderwagen 1 in de ingeklapte positie zoals weergegeven in figuur 5.
Alhoewel niet getekend, kan kinderwagen 1 op gebruikelijke wijze worden gekoppeld met een wieg of autostoeltje voor een kind. Een dergelijk onderdeel kan ook 20 inklapbaar zijn uitgevoerd en wel zodanig dat het onderdeel aan kinderwagen 1 verbonden kan blijven tijdens het inklappen. Hierbij is bijvoorbeeld een autostoeltje ten minste inklapbaar in de dwarsrichting. Een autostoeltje of wieg is meestal koppelbaar aan derde en vierde arm 20, 21.
25 In het bovenstaande is de toepassing van de inrichting voor het ondersteunen van een kind volgens de uitvinding op het gebied van kinderwagens beschreven. Echter, de uitvinding is niet beperkt tot kinderwagens. Zo tonen figuren 10A en 10B de toepassing in een kinderstoel en tonen 30 figuren 11A-11C de toepassing in een reiswieg.
In figuur 10A is een kinderstoel 101 weergegeven. Deze omvat een eerste arm 104, een tweede arm 105, een dwarsverbinding 106 en een verdere dwarsverbinding 107. Deze 27 elementen vormen een ondersteuningsvlak voor kinderstoel 101. Verder omvat kinderstoel 101 een derde arm 120 en een vierde arm 121. Deze armen zijn telescopisch uitschuifbaar. Deze zijn verbonden met een zitgedeelte 190. Dit gedeelte 5 omvat armsteunen 191 die kunnen scharnieren door middel van scharnieren 192, 193. Verder is een onderzijde van zitgedeelte 190 scharnierbaar verbonden met derde en vierde arm 120, 121 middels een scharnier 194.
Kinderstoel 101 kan als volgt worden ingeklapt. Hierbij 10 hebben de elementen uit figuur 10A dezelfde functie als soortgelijke elementen uit figuren 1-9. Allereerst worden armsteunen 191 ontgrendeld waardoor deze kunnen scharnieren. Vervolgens wordt het zitgedeelte voorwaarts bewogen. Dit ontgrendelt de telescopische armen 120, 121 als gevolg 15 waarvan zitgedeelte 190 naar beneden kan worden gebracht. Deze telescopische beweging ontgrendelt de overbrenging tussen derde arm 120 en eerste arm 104 en tussen vierde arm 121 en tweede arm 105. Dientengevolge kan kinderstoel 101 worden ingeklapt in zowel de dwarsrichting als in de 20 verticale richting.
In figuur 11A is een kinderbed 201 weergegeven in gebruikstoestand. Kinderbed 201 omvat een eerste arm 204, een tweede arm 205, een derde arm 220, een vierde arm 221, en dwarsverbindingen 206. De elementen uit figuur 11A hebben 25 dezelfde functie als soortgelijke elementen uit figuren 1-9.
Om kinderbed 201 in te klappen worden eerst derde en vierde armen 220, 221 richting eerste en tweede armen 204, 205 gedraaid volgens pijl A. Hierdoor zullen dwarsverbindingen 206 gaan scharnieren waardoor de 30 ingeklapte positie weergegeven in figuur 11C wordt verkregen. Verder kan kinderbed 201 voorzien zijn van gaas 295 voor het afschermen van een kind.
28
In de tot nu toe getoonde uitvoeringsvormen werd een tandwieloverbrenging gebruikt om de rotatiebeweging van bovenstel en onderstel om te zetten in een inklapbeweging van het onderstel, en eventueel ook het bovenstel. Echter, 5 de uitvinding is hiertoe niet beperkt.
Figuur 12 toont een alternatief voor de tandwieloverbrenging. In dit figuur is dezelfde nummering gehanteerd als in figuur 1. Het grote verschil echter met de uitvoeringvorm uit figuur 1 is dat in figuur 12 er geen 10 tandwieloverbrenging is. In plaats hiervan zijn er koppelarmen 98, 99 geplaatst. Hierbij is koppelarm 98 scharnierbaar verbonden met verbindingsarm 31 en scharnierbaar verbonden met eerste langgerekt deel 10.
Koppel arm 99 is scharnierbaar verbonden met verbindingsarm 15 32 en scharnierbaar verbonden met tweede langgerekt deel 11.
Bij deze uitvoeringsvorm is zijn het verbindingsarmen 31, 32 welke als gevolg van rotatie van bovenstel naar onderstel door middel van koppelarmen 98, 99 dwarsverbinding 6 doen scharnieren. Echter, ook deze vorm van overbrenging is 20 direct. Er is namelijk een reeks mechanische componenten die de dwarsverbinding direct verbindt met de onderlinge rotatiebeweging van onderstel en bovenstel.
Figuren 13A-13C tonen een uitvoeringsvorm van een kinderzitje 300 voor de kinderwagen uit figuur 1. De zit 25 omvat insteekdelen 301, 302, 303 waarmee de zit aan bovenstel 3 van kinderwagen 1 wordt bevestigd, zie figuur 14. Insteekdelen 303 worden aan armdelen 20 2, 21 2 bevestigd op de plekken aangegeven door pijlen G. Insteekdelen 301, 302 worden aan armdelen 20_1, 21_1 30 bevestigd op de plekken aangegeven door respectievelijk pijlen E, F. Verder omvat zit 300 een rugvlak 307, een zitvlak 322, een beensteun inclusief verstelling, stangen 323, 324, 325, 326 ter ondersteuning van zit 300, een 29 verstelknop 327 en twee stukken niet-elastische band 328, 329.
Zitvlak 322 omvat een stuk stof dat tussen zitstang 304 en 305 wordt gespannen (gestippeld weergegeven). De breedte 5 van bovenstel 3 zorgt er voor dat zitvlak 322 gespannen wordt.
Rugvlak 307 omvat buizen 306 die niet scharnierend op beugels 314 en 315 zijn gemonteerd. Beugels 314 en 315 zijn scharnierend verbonden met respectievelijk zitstang 304 en 10 305. Verder wordt de ondersteuning van de rug gevormd door paneel 308 dat met stangen 311 is verbonden met buizen 306. Op stangen 311 zijn extra panelen 312 en 313 bevestigd om een bredere ondersteuning aan de rug van het kind te bieden. Rugvlak 307 wordt verder ondersteund door niet-elastische 15 banden 328, 329 die aan de achterzijde van zit 300 samenkomen. Op de plek waar banden 328, 329 samenkomen is een voorziening 327 getroffen om de banden te vergrendelen zodat rugvlak 307 in verschillende standen kan worden gezet. Aan elke zijde van zit 300 is een beensteun aan 20 zitstangen 304 en 305 bevestigd. Deze beensteun omvat een bevestigingsdeel 318, 319 waarop een beensteunverstelling 320 is bevestigd. Aan beensteunverstelling 320 is een paneel 321 bevestigd. Aan de achterzijde van beensteunverstelling 320 is een knop voorzien voor het instellen van de hoogte 25 van de beensteun. Deze knoppen vergrendelen de beensteun automatisch wanneer deze omhoog bewogen wordt.
Stangen 323, 324, 325, 326 zorgen voor het in- en uitvouwen van zit 300 samen met bovenstel 3. Hierbij zijn stangen 323 en 325 en stangen 324 en 326 scharnierbaar met 30 elkaar verbonden, zijn stangen 323 en 324 scharnierbaar verbonden met respectievelijk beugels 314 en 315, en zijn stangen 325 en 326 scharnierbaar verbonden met respectievelijk insteekdeel 301 en 302. Verder zorgen 30 stangen 323, 324, 325, 326 er voor dat zitvlak 322 niet meer voorwaarts kan roteren als hieraan getrokken wordt.
Zit 300 wordt aan bovenstel 3 bevestigd door middel van insteekdelen 301, 302, 303. Insteekdelen 303 worden 5 bevestigd aan armdelen 20_2 en 21_2 door middel van uitsparingen (niet weergegeven) in deze armdelen 20_2, 21_2. Insteekdelen 301 en 302 hebben uitsparingen 330 die over verbindingsarmen 31 en 32 vallen. Hogerop klikken insteekdelen 301 en 302 in een kunststofdeel (niet 10 weergegeven) op respectievelijk armdeel 20_1 en 21_1.
Doordat insteekdelen 303 op armdelen 20_2 en 21_2 zijn bevestigd zal de voorwaartse rotatie van armen 20_2 en 21_2, als onderdeel van het inklappen van kinderwagen 1, rugvlak 307 naar voren trekken via insteekdelen 303 en niet-15 elastische banden 328, 329. Doordat rugvlak 307 naar voren wordt getrokken roteren beugels 314 en 315 eveneens voorwaarts. Op beugels 314, 315 is een nok toegevoegd (niet weergegeven) die stangen 323 en 324 naar voren drukt. Aangezien het bovenste scharnierende punt van stangen 325, 20 326 op een vast punt op bovenstel 3 verbonden zit heeft dit tot gevolg dat zit 300 omhoog komt zoals weergegeven in figuur 13B. In de situatie zoals weergegeven in figuur 13B ligt zitvlak 322 parallel aan derde armen 20, 21 en ligt rugvlak 307 bovenop verdere dwarsverbinding 24. Wanneer 25 armdelen 20_1, 21_1 nu richting onderstel 2 worden bewogen zal onderstel 2 en bovenstel 3 via de tandwieloverbrenging smaller worden. Dientengevolge wordt ook zit 300 gedwongen smaller te worden. Dit is onder andere mogelijk doordat stangen 311 scharnierbaar zijn bevestigd aan buizen 306 en 30 paneel 308. Verder kunnen panelen 312, 313 ten minste ten dele over paneel 308 schuiven. De uiteindelijke ingeklapte toestand van het kinderzitje 300 is weergegeven in figuur 13C.
31
Een voordeel van bovenstaande kinderwagen is dat er een reiswieg of een autostoel op geplaatst kan worden en dat het onderstel en bovenstel naar een zeer compacte stand kan worden gebracht. De reiswieg en autostoel kunnen op 5 eenzelfde wijze worden gekoppeld aan het bovenstel als bovenstaand kinderzitje, eventueel gebruikmakend van een verloopstuk. Echter, doorgaans worden reiswieg en autostoel enkel gekoppeld aan armdelen 20_1 en 21_1.
De kinderwagen volgens de uitvinding vormt een 10 combinatie van de eigenschappen van een compact inklapbare buggy en de eigenschappen van een grotere kinderwagen, zoals een kwalitatief hoogwaardige zit en de mogelijkheid voor montage van een reiswieg of autostoel. Om de kinderwagen ook als buggy te gebruiken is het afdoende om slechts in een 15 kleine wielset te voorzien.
Bovenstaand kinderzitje is ook toepasbaar in kinderwagens welke niet de opbouw hebben volgens de onderhavige uitvinding. Echter, het kinderzitje is bijzonder geschikt voor montage aan een kinderwagen of andere 20 kindondersteunende inrichting waarbij gebruik wordt gemaakt van een scharnierbare stang of buis zoals de derde en vierde arm van de onderhavige uitvinding. Bovenstaand kinderzitje staat namelijk toe dat een dergelijke stang of buis kan scharnieren zonder dat het kinderzitje ontkoppeld moet 25 worden. Verder wordt een bijzonder compacte ingeklapte toestand bereikt.
Het hierboven beschreven kinderzitje heeft eerste en tweede koppelelementen voor het koppelen van het kinderzitje aan verschillende delen van een scharnierbare stang of buis 30 van de kindondersteunende inrichting. Vanuit de eerste koppelelementen, maar op afstand van elkaar, strekken zich een eerste arm en een scharnierbare arm uit naar een scharnierelement. De eerste armen, doorgaans één voor een 32 linkerzijde en één voor een rechterzijde, definiëren hierbij een zitvlak terwijl de scharnierbare armen voor een versteviging zorgen. Deze laatste armen omvatten doorgaans twee scharnierbaar met elkaar verbonden delen.
5 Vanuit de scharnierelementen strekken zich tweede armen uit welke een rugvlak definiëren. Deze armen zijn bij voorkeur niet scharnierbaar ten opzichte van de scharnierelementen. Het rugvlak is verder verbonden met de tweede koppelelementen door middel van buigzame delen, bij 10 voorkeur in de vorm van beperkt of niet-elastische banden.
In de gebruikstoestand wordt het rugvlak door deze buigzame delen gefixeerd zodanig dat een kind niet tot nauwelijks naar achteren kan zakken door verschuiving van het rugvlak.
Voor toepassing bij inklapbare kindondersteunende 15 inrichtingen zoals de kinderwagen volgens de onderhavige uitvinding kan een dergelijk kinderzitje inklapbaar zijn in een dwarsrichting. Hierbij kunnen de tweede armen onderling zijn gekoppeld door een scharnierbare dwarsverbinding. Het zitvlak kan worden gevormd door een stuk stof tussen de 20 eerste armen waardoor deze eenvoudig smaller kan worden.
Het rugvlak kan zijn voorzien van een paneel voor ondersteuning van een rug van een kind. Het paneel kan aan twee zijden scharnierbaar verbonden zijn met de tweede armen door middel van verbindingsarmen. Overigens is de verbinding 25 tussen de tweede armen en de verbindingsarmen eveneens scharnierbaar. Op de verbindingsarmen kunnen verdere panelen zijn aangebracht.
Het moge de vakman duidelijk zijn dat verscheidene wijzigingen aan de hier getoonde uitvoeringsvormen mogelijk 30 zijn zonder hierbij af te wijken van de beschermingsomvang behorende bij de onderhavige uitvinding. Deze beschermingsomvang wordt enkel beschreven door de bijgevoegde conclusies.
Claims (41)
1. Inrichting voor het ondersteunen van een kind, omvattende: 5 een onderstel met een scharnierbare dwarsverbinding, waarbij het onderstel inklapbaar is in een eerste richting door middel van het scharnieren van de scharnierbare dwarsverbinding; een scharnierbaar aan het onderstel gekoppeld 10 bovenstel, waarbij het onderstel en bovenstel naar elkaar toe kunnen roteren; een overbrenging voor het omzetten van een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het onderstel en het bovenstel naar een inklapbeweging van de scharnierbare 15 dwarsverbinding; waarbij de inrichting beweegbaar is tussen: een ingeklapte toestand waarbij het onderstel is ingeklapt; en een gebruikstoestand waarbij het bovenstel zich onder 20 een hoek ten opzichte van het onderstel uitstrekt.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij het onderstel en het bovenstel naar elkaar toe kunnen roteren volgens een rotatieas die in hoofdzaak parallel is aan de 25 eerste richting.
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarbij de dwarsverbinding is opgesteld ter plaatse van de rotatieas.
4. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de dwarsverbinding een eerste langgerekt deel en een tweede langgerekt deel omvat welke aan een einde onderling scharnierbaar met elkaar zijn gekoppeld en welke elk afzonderlijk aan een ander einde scharnierbaar zijn gekoppeld met het resterende deel van het onderstel en waarbij in de gebruikstoestand het eerste langgerekte deel in lijn ligt en/of vergrendeld is met het tweede langgerekte 5 deel.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij de dwarsverbinding een scharnierelement omvat voor het genoemde onderling scharnieren van het eerste langgerekte deel en het 10 tweede langgerekte deel, waarbij de overbrenging is ingericht voor het omzetten van de naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van bovenstel en onderstel naar een beweging van het scharnierelement voor het inklappen van het onderstel. 15
6. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het bovenstel inklapbaar is in de eerste richting door middel van een verdere scharnierbare dwarsverbinding uitgevoerd vergelijkbaar met de 20 dwarsverbinding uit conclusie 4 of 5, en waarbij het bovenstel zodanig is uitgevoerd dat bij de naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het bovenstel en het onderstel de verdere dwarsverbinding inklapt.
7. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het onderstel een verdere scharnierbare dwarsverbinding omvat die uitgevoerd is vergelijkbaar met de dwarsverbinding uit conclusie 4 of 5, en waarbij de dwarsverbinding en de verdere dwarsverbinding van het 30 onderstel gekoppeld zijn zodanig dat de dwarsverbinding en de verdere dwarsverbinding van het onderstel in hoofdzaak gelijktijdig scharnieren.
8. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een door een gebruiker bedienbaar vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de dwarsverbinding en/of een door een gebruiker bedienbaar 5 verder vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de verdere dwarsverbinding van het onderstel en/of een door een gebruiker bedienbaar verder vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de verdere dwarsverbinding van het bovenstel. 10
9. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het onderstel omvat: een eerste arm voorzien van een eerste koppelhuis; een tweede arm voorzien van een tweede koppelhuis; 15 waarbij het eerste langgerekte deel scharnierbaar is verbonden met het eerste koppelhuis en het tweede langgerekte deel scharnierbaar is verbonden met het tweede koppelhuis; en waarbij het bovenstel scharnierbaar is verbonden met het 20 eerste koppelhuis en het tweede koppelhuis.
10. Inrichting volgens 9, waarbij het eerste en tweede koppelhuis elk zijn verbonden met steunstructuren, bijvoorbeeld steunblokken of wielen, voor het ondersteunen 25 van de inrichting op een ondergrond.
11. Inrichting volgens conclusie 9 of 10, waarbij de eerste arm, de tweede arm, de dwarsverbinding en/of de verdere dwarsverbinding van het onderstel in hoofdzaak in 30 hetzelfde vlak liggen en waarbij tijdens het inklappen van de dwarsverbinding en/of verdere dwarsverbinding van het onderstel het bijbehorende eerste langgerekte deel en het bijbehorende tweede langgerekte deel scharnieren in het vlak.
12. Inrichting volgens een van de conclusies 9-11, 5 waarbij: de eerste arm, de tweede arm en de dwarsverbinding een U-vormig profiel vormen; of de eerste arm, de tweede arm, de dwarsverbinding en de verdere dwarsverbinding van het onderstel een rechthoekig 10 profiel vormen; of de eerste arm, de tweede arm en de dwarsverbinding een driehoekig profiel vormen waarbij de eerste arm en de tweede arm bij een van de dwarsverbinding af gerichte zijde onderling scharnierbaar gekoppeld zijn. 15
13. Inrichting volgens een van de conclusies 9-12, waarbij het bovenstel omvat: een derde arm scharnierbaar gekoppeld aan het eerste koppelhuis; en 20 een vierde arm scharnierbaar gekoppeld aan het tweede koppelhuis; waarbij, in zoverre afhankelijk van conclusie 6, de verdere dwarsverbinding van het bovenstel scharnierbaar is verbonden met zowel de derde arm als de vierde arm. 25
14. Inrichting volgens een van de conclusies 9-13, omvattende een afzonderlijke overbrenging voor: het omzetten van een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van de eerste arm en de derde arm 30 naar een inklapbeweging van het eerste langgerekte deel van de dwarsverbinding; en/of het omzetten van een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van de tweede arm en de vierde arm naar een inklapbeweging van het tweede langgerekte deel van de dwarsverbinding.
15. Inrichting volgens een van de voorgaande 5 conclusies, verder omvattende een verbindingsarm tussen het onderstel en het bovenstel, waarbij de verbindingsarm schuifbaar en scharnierbaar is gekoppeld aan het onderstel en scharnierbaar is verbonden met het bovenstel.
16. Inrichting volgens conclusie 15, in zoverre afhankelijk van conclusie 13, waarbij de inrichting een verbindingsarm omvat geplaatst tussen de eerste arm en de derde arm en/of tussen de tweede arm en de vierde arm.
17. Inrichting volgens conclusie 15 of 16, omvattende een vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de eerste arm en de derde arm en/of voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de tweede arm en 20 de vierde arm.
18. Inrichting volgens conclusie 17, waarbij de overbrenging een koppelarm tussen de dwarsverbinding en de verbindingsarm omvat, waarbij de verbindingsarm en koppelarm 25 zodanig zijn uitgevoerd dat bij de naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het onderstel en het bovenstel de verbindingsarm wegschuift van de dwarsverbinding en hiermee de dwarsverbinding doet scharnieren. 30
19. Inrichting volgens conclusie 18, in zoverre afhankelijk van conclusies 4 en 16, waarbij een koppelarm is opgesteld tussen de verbindingsarm voor de eerste arm en het eerste langgerekte deel en tussen de verbindingsarm voor de tweede arm en het tweede langgerekte deel.
20. Inrichting volgens conclusie 19, waarbij de 5 verbindingsarmen onderling verbonden zijn door middel van een in de eerste richting inklapbaar hekwerk, waarbij het hekwerk voorgespannen is om in de gebruikstoestand een stijve verbinding te vormen tussen de verbindingsarmen.
21. Inrichting volgens conclusie 20, waarbij het hekwerk een dood punt heeft voorbij welke het hekwerk moet bewegen om niet langer een stijve verbinding te vormen, de inrichting verder omvattende een door een gebruiker bedienbaar ontgrendelmechanisme voor het ontgrendelen van 15 het hekwerk door het hekwerk voorbij het dode punt te brengen.
22. Inrichting volgens conclusie 21, in zoverre afhankelijk van conclusie 17, waarbij het 20 ontgrendelmechanisme en het vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de eerste arm en de derde arm of de verbindingsarm tussen de tweede arm en de vierde arm gelijktijdig bedienbaar zijn door een enkele handeling van de gebruiker. 25
23. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, in zoverre afhankelijk van conclusie 2, waarbij het bovenstel een eerste bovensteldeel en een tweede bovensteldeel omvat welke scharnierbaar met elkaar zijn 30 gekoppeld voor het onderling scharnieren om een as parallel aan de rotatieas.
24. Inrichting volgens conclusie 23, omvattende een door een gebruiker bedienbaar vergrendelmechanisme voor het onderling vergrendelen van het eerste en het tweede bovensteldeel. 5
25. Inrichting volgens conclusie 24, in zoverre afhankelijk van conclusie 17, waarbij het vergrendelmechanisme voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de eerste arm en 10 de derde arm en/of voor het vergrendelen van de schuifbeweging van de verbindingsarm tussen de tweede arm en de vierde arm een bedieningselement omvat voor het genoemde bedienen van het vergrendelmechanisme dat is opgenomen in het eerste of tweede bovensteldeel en welke pas toegankelijk 15 en/of bedienbaar wordt voor een gebruiker na het ontgrendelen en onderling roteren van het eerst en tweede bovensteldeel.
26. Inrichting volgens een van de voorgaande 20 conclusies, waarbij de overbrenging een eerste aangrijpelement omvat verbonden aan een einde van het bovenstel en een tweede aangrijpelement omvat verbonden aan een einde van de dwarsverbinding, waarbij het eerste en tweede aangrijpelement elkaar aangrijpen. 25
27. Inrichting volgens conclusie 26, waarbij het eerste aangrijpelement en het tweede aangrijpelement elk een tandwieldeel omvatten.
28. Inrichting volgens conclusie 27, in zoverre afhankelijk van conclusie 2, waarbij het bovenstel aan een einde vast is verbonden met een eerste tandwieldeel dat is opgesteld te roteren om de rotatieas en waarbij de dwarsverbinding aan een einde vast is verbonden met een tweede tandwieldeel dat loodrecht op het eerste tandwieldeel aangrijpt.
29. Inrichting volgens conclusie 28, in zoverre afhankelijk van conclusie 13, waarbij de derde arm aan een einde daarvan vast verbonden is met het eerste tandwieldeel dat bij een naar elkaar toe gerichte onderlinge rotatiebeweging van het onderstel en het bovenstel draait om 10 de rotatieas en waarbij het eerste langgerekte deel bij een naar de eerste arm gericht einde verbonden is met het tweede tandwieldeel, waarbij het tweede tandwieldeel kan roteren om een met de eerste arm vast verbonden eerste as voor het genoemde scharnieren van het eerste langgerekte deel ten 15 opzichte van de eerste arm.
30. Inrichting volgens conclusie 29, waarbij de eerste as is geplaatst in het eerste koppelhuis en waarbij de derde arm aan een einde daarvan voorzien is van een tweede as 20 welke zich uitstrekt parallel aan de rotatieas en in een holte van het eerste koppelhuis, en welke tweede as aan een einde daarvan is verbonden met het eerste tandwieldeel.
31. Inrichting volgens conclusie 29 of 30, waarbij een 25 eerste tandwieldeel en tweede tandwieldeel eveneens zijn opgesteld voor de tweede arm, de vierde arm, en het tweede langgerekte deel op vergelijkbare wijze als beschreven in conclusie 29 of 30.
32. Kinderwagen omvattende de inrichting voor het ondersteunen van een kind zoals gedefinieerd in een van de conclusies 1-31.
33. Kinderwagen volgens conclusie 32, waarbij het onderstel van de inrichting is voorzien van wielen en een onderstel vormt van de kinderwagen en waarbij het bovenstel van de inrichting een duwstang vormt van de kinderwagen. 5
34. Kinderwagen volgens conclusie 33, in zoverre afhankelijk van conclusies 13, waarbij de derde arm en de vierde arm duwstangen zijn voor het voortduwen van de kinderwagen en waarbij de eerste en tweede arm voorzien zijn 10 van wielen.
35. Kinderwagen volgens conclusie 34, waarbij de wielen zwenkbaar zijn verbonden met het eerste dan wel het tweede koppelhuis. 15
36. Kinderwagen volgens een van de conclusies 32-35, waarbij het bovenstel koppelbaar of verbonden is met een kinderzitje dat inklapbaar is in de eerste richting.
37. Kinderstoel omvattende de inrichting voor het ondersteunen van een kind zoals gedefinieerd in een van de conclusies 1-31.
38. Kinderstoel volgens conclusie 37, in zoverre 25 afhankelijk van conclusie 13, waarbij de eerste arm en de tweede arm liggers vormen voor het ondersteunen van de kinderstoel op een ondergrond en waarbij de derde en vierde arm staanders zijn die koppelbaar of verbonden zijn met een zitdeel. 30
39. Kinderbed omvattende een inrichting voor het ondersteunen van een kind zoals gedefinieerd in een van de conclusies 1-31.
40. Kinderbed volgens conclusie 39, in zoverre afhankelijk van conclusies 13, omvattende ten minste twee van de genoemde inrichtingen voor het ondersteunen van een 5 kind, waarbij de derde en vierde arm van elke inrichting in de gebruikstoestand verticaal staan opgesteld en waarbij de eerste en tweede armen van de ten minste twee inrichtingen vast met elkaar zijn verbonden zodanig dat de dwarsverbindingen, de eerste armen en de tweede armen een 10 rechthoekige structuur vormen waarin een matras geplaatst kan worden.
41. Kinderbed volgens conclusie 40, verder omvattende een inklapbaar of opvouwbaar scherm gespannen tussen de 15 derde en vierde armen.
Priority Applications (12)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2005363A NL2005363C2 (nl) | 2010-09-16 | 2010-09-16 | Inrichtingen voor het ondersteunen van een kind. |
| PCT/NL2011/000064 WO2012036542A1 (en) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | Devices for supporting a child |
| PCT/NL2011/000067 WO2012036543A1 (en) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | Devices for supporting a child |
| CN201180053025.2A CN103201158B (zh) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | 用于支撑儿童的设备 |
| CA2811379A CA2811379A1 (en) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | Devices for supporting a child |
| US13/823,407 US9421991B2 (en) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | Devices for supporting a child |
| JP2013529088A JP2013537150A (ja) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | 子供を支持するための装置 |
| EP11767090.1A EP2616310B1 (en) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | Devices for supporting a child |
| AU2011302751A AU2011302751B2 (en) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | Devices for supporting a child |
| EP11767088.5A EP2616309B1 (en) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | Devices for supporting a child |
| CN201180053020.XA CN103201157B (zh) | 2010-09-16 | 2011-09-15 | 用于支撑儿童的设备 |
| IL225230A IL225230A (en) | 2010-09-16 | 2013-03-14 | Child Support Devices |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2005363A NL2005363C2 (nl) | 2010-09-16 | 2010-09-16 | Inrichtingen voor het ondersteunen van een kind. |
| NL2005363 | 2010-09-16 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2005363C2 true NL2005363C2 (nl) | 2012-03-19 |
Family
ID=44211761
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2005363A NL2005363C2 (nl) | 2010-09-16 | 2010-09-16 | Inrichtingen voor het ondersteunen van een kind. |
Country Status (9)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US9421991B2 (nl) |
| EP (2) | EP2616310B1 (nl) |
| JP (1) | JP2013537150A (nl) |
| CN (2) | CN103201158B (nl) |
| AU (1) | AU2011302751B2 (nl) |
| CA (1) | CA2811379A1 (nl) |
| IL (1) | IL225230A (nl) |
| NL (1) | NL2005363C2 (nl) |
| WO (2) | WO2012036542A1 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN110338595A (zh) * | 2019-07-04 | 2019-10-18 | 安徽酷豆丁科技发展股份有限公司 | 一种快捷收合的婴儿床架 |
Families Citing this family (14)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US9179786B1 (en) * | 2012-08-24 | 2015-11-10 | Artsana Usa, Inc. | Collapsible napper for a playard bassinet |
| NL2009460C2 (nl) * | 2012-09-13 | 2014-03-18 | Mutsy Bv | Gesteldeel, gestel en kinderwagen of buggy voorzien van een telescopische duwstang. |
| US8894090B1 (en) * | 2013-11-06 | 2014-11-25 | Way-Hong Chen | Stroller with foldable structure |
| DE202014101200U1 (de) * | 2014-03-17 | 2014-05-23 | Curt Würstl Vermögensverwaltungs-Gmbh & Co. Kg | Zusammenklappbares Kinderwagen- oder Puppenwagengestell |
| CN104309673B (zh) * | 2014-10-09 | 2017-04-12 | 中山盛加儿童用品有限公司 | 一种可快速收叠的童车 |
| ITUB20152212A1 (it) * | 2015-07-15 | 2017-01-15 | Linglesina Baby S P A | Telaio ripiegabile per passeggini, carrozzine e simili. |
| US9637155B1 (en) * | 2016-02-24 | 2017-05-02 | Pao-Hsien Cheng | Locking mechanism and method for opening and folding baby stroller |
| NL2016449B1 (nl) * | 2016-03-17 | 2017-10-05 | Mutsy Bv | Inrichting voor het vervoeren van een kind. |
| CN107264600A (zh) * | 2017-06-01 | 2017-10-20 | 好孩子儿童用品有限公司 | 一种儿童推车 |
| CN107298124A (zh) * | 2017-07-06 | 2017-10-27 | 昆山森夏儿童用品有限公司 | 一种便于折叠的新型婴儿车架 |
| EP3678575B1 (en) * | 2017-09-06 | 2023-08-23 | Covidien LP | Mobile surgical control console |
| US11033110B2 (en) | 2018-06-01 | 2021-06-15 | Comfor Tek Seating Inc. | Chair caddie |
| US11679796B2 (en) * | 2020-01-22 | 2023-06-20 | Jacob Morrise | Foldable baby stroller |
| EP4566913A1 (en) | 2023-12-05 | 2025-06-11 | NIC Technology GmbH | Baby stroller frame folding mechanism |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2383815A1 (fr) * | 1977-03-17 | 1978-10-13 | Sarrau Sylviane | Voiture-poussette-chaise haute pliante pour enfant |
| FR2394435A1 (fr) * | 1977-06-15 | 1979-01-12 | Kassai Kk | Poussette pliante |
| US20030106149A1 (en) * | 2001-12-12 | 2003-06-12 | Hsia Ben M. | Foldable frame for bassinet, playyard, pen, stroller, and the like |
| US20070069504A1 (en) * | 2005-09-26 | 2007-03-29 | Red Lan | Foldable stroller |
| WO2009089540A2 (en) * | 2008-01-10 | 2009-07-16 | Graco Children's Products Inc. | One-hand fold stroller frame |
Family Cites Families (21)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| ES218173Y (es) * | 1976-01-14 | 1977-03-01 | Jane, S. A. | Coche-silla plegable para ninos. |
| FR2587960B2 (fr) * | 1985-05-29 | 1988-01-15 | Equip Menager Ind & Com | Dispositif repliable pour le transport et/ou la manutention d'objets ou d'articles en vrac |
| US5687984A (en) * | 1995-08-02 | 1997-11-18 | Samuel; Violet S. | Collapsing cart |
| US5893606A (en) * | 1997-12-12 | 1999-04-13 | Chiang; Mao-Chin | Multifunctional children gear |
| JP4416881B2 (ja) * | 1999-10-12 | 2010-02-17 | コンビ株式会社 | ベビーカーの折畳み操作装置 |
| CN2401426Y (zh) * | 1999-10-29 | 2000-10-18 | 康贝(上海)有限公司 | 具连动刹车装置的折叠式童车 |
| US6425599B1 (en) * | 2000-11-02 | 2002-07-30 | James Tsai | Collapsible trolley |
| JP2002225721A (ja) * | 2001-01-31 | 2002-08-14 | Combi Corp | 折畳み式ベビーカー |
| JP4937473B2 (ja) * | 2001-08-09 | 2012-05-23 | コンビ株式会社 | ベビーカーの折り畳み操作装置 |
| US6921102B2 (en) * | 2001-10-18 | 2005-07-26 | Ben Ming Hsia | One-hand operational control device of foldable stroller |
| US6991248B2 (en) * | 2003-05-05 | 2006-01-31 | Dynamic Brands, Llc | Folding baby stroller system and method |
| US6896286B2 (en) * | 2003-09-30 | 2005-05-24 | Wan-Hsing Lin | Stroller having a folding device |
| ES1059064Y (es) * | 2004-12-14 | 2005-06-16 | Jane Sa | Chasis plegable para cochecitos para niños |
| TWM301820U (en) * | 2006-04-25 | 2006-12-01 | Link Treasure Ltd | Framework structure of a baby carriage |
| CN200942792Y (zh) * | 2006-09-04 | 2007-09-05 | 李伟琼 | 折叠式婴儿推车 |
| JP2009012580A (ja) * | 2007-07-03 | 2009-01-22 | Graco Childrens Prod Inc | 乳母車および座席ハンモック |
| US7571926B2 (en) * | 2007-07-12 | 2009-08-11 | Ming-Tai Huang | Foldable toy stroller |
| CN201228021Y (zh) * | 2007-07-12 | 2009-04-29 | 明门实业股份有限公司 | 婴儿车 |
| CN101462550B (zh) * | 2008-02-05 | 2010-12-08 | 好孩子儿童用品有限公司 | 儿童推车 |
| NL2004371C2 (nl) * | 2010-03-09 | 2011-09-13 | Maxi Miliaan Bv | A stroller. |
| CN101830245B (zh) * | 2010-03-30 | 2012-01-04 | 好孩子儿童用品有限公司 | 一种幼儿推车 |
-
2010
- 2010-09-16 NL NL2005363A patent/NL2005363C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2011
- 2011-09-15 WO PCT/NL2011/000064 patent/WO2012036542A1/en not_active Ceased
- 2011-09-15 US US13/823,407 patent/US9421991B2/en not_active Expired - Fee Related
- 2011-09-15 WO PCT/NL2011/000067 patent/WO2012036543A1/en not_active Ceased
- 2011-09-15 JP JP2013529088A patent/JP2013537150A/ja active Pending
- 2011-09-15 CN CN201180053025.2A patent/CN103201158B/zh not_active Expired - Fee Related
- 2011-09-15 AU AU2011302751A patent/AU2011302751B2/en not_active Ceased
- 2011-09-15 CA CA2811379A patent/CA2811379A1/en not_active Abandoned
- 2011-09-15 EP EP11767090.1A patent/EP2616310B1/en not_active Not-in-force
- 2011-09-15 CN CN201180053020.XA patent/CN103201157B/zh not_active Expired - Fee Related
- 2011-09-15 EP EP11767088.5A patent/EP2616309B1/en not_active Not-in-force
-
2013
- 2013-03-14 IL IL225230A patent/IL225230A/en active IP Right Grant
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2383815A1 (fr) * | 1977-03-17 | 1978-10-13 | Sarrau Sylviane | Voiture-poussette-chaise haute pliante pour enfant |
| FR2394435A1 (fr) * | 1977-06-15 | 1979-01-12 | Kassai Kk | Poussette pliante |
| US20030106149A1 (en) * | 2001-12-12 | 2003-06-12 | Hsia Ben M. | Foldable frame for bassinet, playyard, pen, stroller, and the like |
| US20070069504A1 (en) * | 2005-09-26 | 2007-03-29 | Red Lan | Foldable stroller |
| WO2009089540A2 (en) * | 2008-01-10 | 2009-07-16 | Graco Children's Products Inc. | One-hand fold stroller frame |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN110338595A (zh) * | 2019-07-04 | 2019-10-18 | 安徽酷豆丁科技发展股份有限公司 | 一种快捷收合的婴儿床架 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| CN103201157B (zh) | 2016-07-06 |
| CN103201158A (zh) | 2013-07-10 |
| AU2011302751A1 (en) | 2013-04-04 |
| WO2012036542A1 (en) | 2012-03-22 |
| WO2012036543A1 (en) | 2012-03-22 |
| JP2013537150A (ja) | 2013-09-30 |
| US9421991B2 (en) | 2016-08-23 |
| CN103201157A (zh) | 2013-07-10 |
| EP2616309A1 (en) | 2013-07-24 |
| EP2616310B1 (en) | 2015-05-20 |
| CA2811379A1 (en) | 2012-03-22 |
| AU2011302751B2 (en) | 2015-02-26 |
| US20130221636A1 (en) | 2013-08-29 |
| CN103201158B (zh) | 2016-09-07 |
| IL225230A (en) | 2017-06-29 |
| EP2616310A1 (en) | 2013-07-24 |
| EP2616309B1 (en) | 2015-06-17 |
| IL225230A0 (en) | 2013-06-27 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2005363C2 (nl) | Inrichtingen voor het ondersteunen van een kind. | |
| US8141895B2 (en) | Collapsible stroller and method of operating the same | |
| US8696015B2 (en) | Stroller | |
| CA2661000C (en) | Device for a pram and use of a push bar | |
| CN104797486B (zh) | 框架和具有伸缩推杆的婴儿车或童车 | |
| GB2448059A (en) | Collapsible Stroller | |
| WO2000037297A1 (fr) | Poussette | |
| US11052932B2 (en) | Foldable tricycle | |
| NL2007332C2 (en) | Collapsible pushchair. | |
| TWI862950B (zh) | 嬰幼兒推車 | |
| DK2895376T3 (en) | Seat and stroller or pram with such a seat | |
| CN211076032U (zh) | 联动收折的儿童手推车 | |
| CN211918801U (zh) | 一种可折叠的儿童推车 | |
| CN114763172A (zh) | 自动收折的儿童推车 | |
| HK1187315A (en) | Devices for supporting a child | |
| HK1187315B (en) | Devices for supporting a child | |
| WO1992021544A1 (en) | Folding pushchair | |
| GB2640584A (en) | A vehicle, a push chair and a method of folding a vehicle such as a push chair |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20161001 |