NL2006159C2 - Optische telecommunicatiekabel en werkwijze voor het installeren van een optische telecommunicatiekabel. - Google Patents

Optische telecommunicatiekabel en werkwijze voor het installeren van een optische telecommunicatiekabel. Download PDF

Info

Publication number
NL2006159C2
NL2006159C2 NL2006159A NL2006159A NL2006159C2 NL 2006159 C2 NL2006159 C2 NL 2006159C2 NL 2006159 A NL2006159 A NL 2006159A NL 2006159 A NL2006159 A NL 2006159A NL 2006159 C2 NL2006159 C2 NL 2006159C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
telecommunication cable
cable
optical
connector
guiding
Prior art date
Application number
NL2006159A
Other languages
English (en)
Inventor
Johannes Josephus Marie Janssen
Martijn Gerardus Bernardus Borgman
Original Assignee
Twentsche Kabelfab Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Twentsche Kabelfab Bv filed Critical Twentsche Kabelfab Bv
Priority to NL2006159A priority Critical patent/NL2006159C2/nl
Priority to EP12153783A priority patent/EP2485077A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2006159C2 publication Critical patent/NL2006159C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G02OPTICS
    • G02BOPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/46Processes or apparatus adapted for installing or repairing optical fibres or optical cables
    • G02B6/50Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts
    • G02B6/54Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts using mechanical means, e.g. pulling or pushing devices
    • G02B6/545Pulling eyes
    • GPHYSICS
    • G02OPTICS
    • G02BOPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/44Mechanical structures for providing tensile strength and external protection for fibres, e.g. optical transmission cables
    • G02B6/4439Auxiliary devices
    • G02B6/4457Bobbins; Reels

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Light Guides In General And Applications Therefor (AREA)

Description

OPTISCHE TELECOMMUNICATIEKABEL EN WERKWIJZE VOOR HET INSTALLEREN VAN EEN OPTISCHE TELECOMMUNICATIEKABEL
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een 5 optische telecommunicatiekabel omvattende ten minste een optische vezel voor het geleiden van gegevens en een omhulling die de optische vezel omhult. De uitvinding heeft voorts betrekking op een combinatie van een optische telecommunicatiekabel en een verpakking. De uitvinding heeft 10 voorts betrekking op een werkwijze voor het aanleggen van een optische telecommunicatiekabel tussen een knooppunt in een telecommunicatienetwerk en een aansluitpunt en een werkwijze voor het aanleggen van een optisch telecommunicatienetwerk dat ten minste een knooppunt en een 15 veelheid aan aansluitpunten omvat.
Voor het aanleggen van telecommunicatienetwerken, zowel binnenin een gebouw of daartussen, wordt veelvuldig gebruik gemaakt van optische telecommunicatiekabels voor het vormen van een glasvezelnetwerk. De bandbreedte van deze 20 optische telecommunicatienetwerken is vele malen groter dan de maximaal haalbare bandbreedte bij bijvoorbeeld netwerken gebaseerd op elektrische geleiding.
Een typische optische telecommunicatiekabel of glasvezelkabel is voorzien van een optische vezel voor het 25 geleiden van gegevens, en bij voorkeur van meerdere. Deze vezels kunnen ieder zijn voorzien van een bekleding ter bescherming. Bovendien worden de al dan niet beklede vezels doorgaans omsloten door een omhulling of mantel ter bescherming.
30 Voor het aanleggen van een glasvezelnetwerk dat reikt tot aan de gebouwen, bijvoorbeeld in de vorm van woningen ("Fiber To The Home"), is het bekend om vanuit een knooppunt of distributiepunt optische kabels te trekken naar 2 de verschillende gebouwen. Van een grote voorraad optische telecommunicatiekabel, met lengtes tot aan 5 kilometer, wordt een lengte genomen die vervolgens onder de grond wordt geleid van het knooppunt naar een aansluitpunt, ofwel het 5 gebouw. In het gebouw wordt bijvoorbeeld met behulp van boren een doorgang aangebracht in de fundering, waarna de optische kabel door deze doorgang in het gebouw geleid kan worden. Vervolgens wordt aan het uiteinde van de optische kabel door middel van lassen ("splicing") een connector 10 bevestigd. Een dergelijke connector of steker vormt een verbindingselement voor het verbinden, bij voorkeur door klikken, van de optische kabel aan communicatieapparatuur. Ook het andere uiteinde wordt verbonden aan het knooppunt, waarna het gebouw is aangesloten op het glasvezelnetwerk.
15 Het lassen van een connector aan een optische kabel is een tijdrovende en kritische bewerking. Met name het uitlijnen van de vezel(s) van de kabel op de vezel(s) van de connector ("pigtail") luistert zeer nauw en gebleken is dan ook dat een niet onaanzienlijk gedeelte van de aldus 20 gecreëerde aansluitingen niet of niet voldoende functioneert.
Het is daarom een doel, naast andere doelen, om te voorzien in een optische telecommunicatiekabel die efficiënt en/of eenvoudig kan worden gebruikt bij het aanleggen van 25 een optisch telecommunicatienetwerk.
Dit doel, naast andere doelen, wordt bereikt door de optische telecommunicatiekabel volgens conclusie 1.
Meer in het bijzonder wordt dit doel, naast andere doelen, bereikt door een optische telecommunicatiekabel 30 omvattende ten minste een optische vezel voor het geleiden van gegevens, een omhulling die de optische vezel omhult, waarbij de optische vezel aan ten minste een uiteinde daarvan is voorzien van een connector, waarbij de optische 3 vezel zich tussen het ene uiteinde en het uiteinde voorzien van de connector onafgebroken uitstrekt.
Volgens de uitvinding is er voorzien in een optische telecommunicatiekabel die reeds is voorzien van een 5 geschikte connector voor het aansluiten van de telecommunicatiekabel op telecommunicatieapparatuur. Bij het aanleggen van het netwerk is het dan niet meer nodig dat aan een uiteinde met behulp van lassen een connector wordt aangebracht, waarmee ook eventuele daarbij optredende fouten 10 worden vermeden. Bij voorkeur is één uiteinde voorzien van een connector, het is echter ook mogelijk dat beide uiteinden reeds zijn voorzien van een geschikte connector.
De connector is hierbij fabrieksmatig aangebracht aan een uiteinde van de optische vezel, zodat een hoge 15 nauwkeurigheid kan worden gegarandeerd. De vezel in de optische kabel loopt hierbij onafgebroken tussen het ene uiteinde en de connector en is hierbij bij voorkeur niet voorzien van een lasnaad zoals bij een kabel die is aangelegd volgens de bekende werkwijze voor het aansluiten 20 van een aansluitpunt.
De connector kan van ieder type connector zijn dat geschikt is om te worden aangesloten om communicatieapparatuur zoals een modem of een verdeelstation. De diameter van de connector is bij voorkeur 25 kleiner dan 18mm, meer bij voorkeur kleiner dan 14 mm. Dit maakt het mogelijk de connector door een boring te voeren. Meer bij voorkeur omvat de connector een connector van het type SC.
De telecommunicatiekabel heeft bij voorkeur een 30 diameter van 4-8 mm.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm omvat de telecommunicatiekabel een direct-buried telecommunicatiekabel. De kabel is hierbij ingericht om 4 direct, dat wil zeggen zonder verdere bescherming in de vorm van bijvoorbeeld een buis, in de grond aangebracht te worden. De glasvezelkabel is hierbij bij voorkeur metaalvrij uitgevoerd en is bij voorkeur langswaterdicht. Ook is de 5 kabel bestand tegen normale omgevingstemperaturen, meer bij voorkeur in een bereik van -30°C tot en met 70°C. De omhulling, in dit geval in de vorm van een buitenmantel, is bij voorkeur vervaardigd uit een slijtvast kunststof, bij voorbeeld polypropyleen, polyethyleen, polyamide etc. Bij 10 voorkeur is de omhulling bovendien voorzien van een sterkte-element, bij voorkeur twee, vervaardigd uit een relatief stijf materiaal, bijvoorbeeld GRP (Glass Reinforced Polymer). Ook is het voordelig wanneer de kabel is voorzien van trekontlasting, bijvoorbeeld in de vorm van coaxiaal 15 aangebrachte versterkende vezels bijvoorbeeld vervaardigd uit glasgaren of aramide.
De kabel kan hierbij een loose-tube kabel zijn, waarbij de optische vezel, of meerdere vezels, wordt gehouden in een buis. De vezel strekt zich hierbij enigszins 20 spiraalvormig uit in de buis, zodat eventuele rekken van de kabel kunnen worden gecompenseerd. De buis is bij voorkeur gevuld met een gel. Om de buis met de vezel kunnen dan de versterkende vezels zijn aangebracht. Daaromheen kan dan de buitenmantel zijn aangebracht, al dan niet voorzien van 25 sterkte-elementen.
Volgens een verdere voorkeursuitvoering omvat de optische vezel een single-mode optische vezel. Het is bovendien voordelig wanneer de optische kabel is voorzien van meerdere optische vezels, bij voorkeur twee optische 30 vezels of meer.
Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de optische telecommunicatiekabel volgens de uitvinding, omvat de kabel een beschermhuls die zich vanaf de omhulling 5 uitstrekt om de connector en deze waterdicht omsluit. De beschermhuls, die bij voorkeur buisvormig is uitgevoerd, strekt zich hierbij uit om de connector om deze te beschermen en deze bij voorkeur waterdicht af te sluiten.
5 Bij voorkeur is hiertoe voorzien in een afdichting die zich uitstrekt tussen de omhulling van de kabel en de beschermhuls aan een eerste zijde van deze beschermhuls en is er bovendien bij voorkeur voorzien in een tweede afdichting die zich uitstrekt aan het andere einde van de 10 beschermhuls voorbij de connector. De afdichtingen kunnen bijvoorbeeld met behulp van een klemhuls worden aangebracht.
De beschermhuls maakt het mogelijk de kabel voorzien van de connector te gebruiken in vochtige omstandigheden of zelfs onder water. Dit maakt de opslag van 15 de optische kabels op het werk niet alleen eenvoudiger, het is bovendien mogelijk om de optische telecommunicatiekabel volgens de vinding in te graven nabij een gebouw zonder dat de kabel en de connector beschadigd raken. Ook biedt de beschermhuls bescherming aan de connector, bijvoorbeeld bij 20 het aanleggen van de optische kabel. De beschermhuls omvat bij voorkeur een buis vervaardigd uit een stijf kunststof voor het tegengaan van knikken van de vezel met de connector die daarin gehouden wordt.
Bij voorkeur is de beschermhuls ten minste 25 gedeeltelijk vervaardigd uit een doorschijnend materiaal, meer bij voorkeur ten minste ter plaatse van de connector. Dit maakt het mogelijk de optische kabel te testen zonder de beschermhuls te hoeven verwijderen. Het testen kan plaatsvinden door aan het andere uiteinde van de optische 30 kabel een testlamp te plaatsen.
Ook is het voordelig wanneer de kabel, de connector en de beschermhuls een diameter hebben die kleiner is dan de grootte van een boring die kan worden vervaardigd 6 met conventionele draagbare boormachines, in het bijzonder een diameter die kleiner of gelijk is aan 18 mm, bij voorkeur 14 mm. Dit maakt het mogelijk de optische kabel voorzien van de beschermhuls efficiënt in een gebouw te 5 leiden. Het is dan niet nodig om de beschermhuls te verwijderen om de kabel in het gebouw te leiden. Ook in een gebouw kan de beschermhuls van toepassing zijn, met name wanneer het gat wordt aangebracht in de fundering, waarbij de kabel in een vochtige ruimte wordt gevoerd.
10 Wanneer de optische telecommunicatiekabel is voorzien van een veelheid aan optische vezels, en evenveel connectoren die daaraan zijn verbonden, strekken deze connectoren zich bij voorkeur in het verlengde van elkaar uit. De optische vezels die zijn verbonden aan de 15 connectoren hebben hiertoe een verschillende lengte. Dit maakt een verkleinde diameter mogelijk, zodat zij bijvoorbeeld eenvoudig kunnen worden gehouden in de beschermhuls. Ieder van de connectoren wordt hierbij omsloten door de beschermhuls.
20 Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm strekt de optische vezel, bij voorkeur voorzien van een bekleding, zich uit voorbij de omhulling gezien in de lengterichting van de kabel. De optische vezel, bij voorkeur bekleed, ligt dan vrij van de mantel. In het geval van 25 meerdere optische vezels, strekken de optische vezels zich bij voorkeur uit voorbij de mantel met verschillende lengtes, zodanig dat de connectoren zich in het verlengde van elkaar uitstrekken. In het bijzonder wanneer er voorzien is in een beschermhuls is dit voordelig.
30 Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de optische telecommunicatiekabel volgens de vinding, heeft de telecommunicatiekabel een lengte tot 300 meter, bij voorkeur kleiner dan 250 meter en meer bij voorkeur kleiner 7 dan 200 meter. Aangezien de afstand tussen een knooppunt in het glasvezelnetwerk en een woning of gebouw typisch niet groter is dan deze afstand, kan de telecommunicatiekabel efficiënt worden gebruikt voor het aansluiten daarvan op het 5 netwerk. Anders dan bij de bekende manier van het aansluiten van woningen, waarbij een zeer lange voorraad wordt gebruikt voor het vervaardigen van lengtes van kabel, wordt volgens de vinding gebruik gemaakt van geprefabriceerde telecommunicatiekabels met connectoren met een vooraf 10 bepaalde lengte.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een combinatie van een optische telecommunicatiekabel volgens de vinding en een verpakking, waarbij de verpakking bij voorkeur een haspel omvat die een lengte van de optische 15 telecommunicatiekabel houdt. Met behulp van de verpakking kan de telecommunicatiekabel dan eenvoudig worden vervoerd en gebruikt op het werk. Bij voorkeur omvat de verpakking een haspel die na gebruik uitneembaar is in twee delen, waarbij de twee delen in elkaar gestapeld kunnen worden voor 20 eenvoudige opslag daarvan. Aangezien met de telecommunicatiekabel volgens de vinding voor iedere aansluiting een nieuwe telecommunicatiekabel met verpakking moet worden gebruikt, zal het aantal gebruikte verpakkingen op het werk toenemen. Echter, door de twee bij voorkeur 25 symmetrisch uitgevoerde delen in elkaar te schuiven, wordt de benodigde opslagruimte beperkt. Het is bovendien voordelig wanneer de verpakking, bijvoorbeeld in de vorm van een haspel, is voorzien van een klem voor het klemmend houden van een beschermhuls en/of de connector die is 30 aangebracht aan een uiteinde van de telecommunicatiekabel.
Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm is ten minste een van de optische telecommunicatiekabel en de verpakking voorzien van de locatiemarkeringsmiddelen zoals 8 een zender, bij voorkeur een transponder, die is ingericht voor locatiebepaling daarvan. Wanneer de telecommunicatiekabel, bij voorkeur voorzien van de eerder beschreven beschermhuls, wordt ingegraven in de grond, kan 5 deze met behulp van de locatiemarkeringsmiddelen eenvoudig worden teruggevonden. Deze middelen omvatten bij voorkeur een passieve zender of een transponder, zoals een RFID-chip. Met behulp van een geschikte detector kan de kabel dan worden teruggevonden in het geval de kabel alsnog dient te 10 worden aangesloten. Het is ook mogelijk dat de verpakking is voorzien van de locatiemarkeringsmiddelen. In dat geval wordt de verpakking, of een deel daarvan, ingegraven met de kabel. De verpakking, bijvoorbeeld in de vorm van een haspel, dient dan meteen ter bescherming van de ingegraven 15 kabel.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een verpakking, zoals een haspel, voorzien van locatiemarkeringsmiddelen. De uitvinding ziet ook toe op een verpakking, bijvoorbeeld in de vorm van een haspel, voorzien 20 van een klem voor het houden van een connector en/of een beschermhuls van de telecommunicatiekabel volgens de vinding. Dergelijke verpakkingen zijn uitermate geschikt voor gebruik bij de telecommunicatiekabel volgens de vinding.
25 De uitvinding heeft voorts betrekking op een combinatie met een optische telecommunicatiekabel volgens de vinding en een vorminrichting voor het in hoofdzaak recht maken van de optische telecommunicatiekabel volgens de vinding, waarbij de vorminrichting een veelheid aan rollers 30 omvat die ten opzichte van een centrale as versprongen zijn aangebracht voor het meanderend geleiden van de kabel over de rollen. Aangezien de lengtes kabel die worden gebruikt volgens de vinding kleiner zijn dan bij de bekende 9 werkwijze, zullen ook de buigstralen bij verpakking kleiner zijn. Dit maakt het leggen van de kabel moeilijker, aangezien de kabel bij het leggen de neiging heeft terug te keren naar deze opgerolde toestand. Daarom is er hiertoe 5 voorzien in een vorminrichting, die is ingericht voor het althans in hoofdzaak opheffen van het vormgeheugen in de telecommunicatiekabel volgens de vinding. Een dergelijke inrichting is hiertoe voorzien van een veelheid aan rollen, bij voorkeur ten minste drie, die in ten minste één vlak 10 versprongen ten opzichte van een centrale as zijn aangebracht. De kabel kan dan worden geleid op de rollen en zal dan meanderend over een gedeelte van de omtrekken van de rollen worden geleid. De kabel rolt hierbij over de omtreksdelen van de rollen nabij de centrale as. De rollen 15 zijn zodanig geplaatst ten opzichte van elkaar dat de maximale buiging van een geleide kabel niet de maximale buigstraal van deze kabel zal overschrijden. Bij het leggen wordt de kabel door de vorminrichting getrokken, waarna de kabel nagenoeg recht zal zijn en derhalve gemakkelijk te 20 leggen is. De uitvinding heeft voorts betrekking op een vorminrichting als zodanig en kan derhalve ook worden gebruikt voor andere kabels dan de telecommunicatiekabel volgens de vinding. De uitvinding heeft derhalve bovendien betrekking op het gebruik van de vorminrichting bij het 25 aanleggen van kabels, bij voorkeur ter plaatse van het werk.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een telecommunicatiekabel volgens de vinding, omvattende de stappen van het verschaffen van een lengte van 30 telecommunicatiekabel en het verbinden van een connector aan een vezel van de kabel, waarbij de vezel onafgebroken loopt van een uiteinde van de kabel naar de connector. Bij voorkeur omvat de werkwijze voorts het aanbrengen van een 10 beschermhuls en/of het verpakken van de telecommunicatiekabel.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het aanleggen van een optische 5 telecommunicatiekabel tussen een knooppunt in een telecommunicatienetwerk en een aansluitpunt, omvattende de stappen van: - het verschaffen van een telecommunicatiekabel volgens de vinding; 10 - het geleiden van de telecommunicatiekabel tussen het knooppunt en het aansluitpunt, waarbij het uiteinde voorzien van de connector zich uitstrekt in de richting van het aansluitpunt en; - het aansluiten van het andere uiteinde van de 15 telecommunicatiekabel aan het knooppunt.
Volgens de vinding wordt bij het aansluiten van een aansluitpunt aan een knooppunt, of bijvoorbeeld een ander aansluitpunt, gebruik gemaakt van een 20 telecommunicatiekabel die reeds is voorzien van een geschikte connector. Een eventueel slechte verbinding tussen een connector en een kabel door lassen zoals veelvuldig optreedt bij de bekende werkwijzen, wordt hiermee vermeden. Het aansluiten van het andere uiteinde aan het knooppunt 25 geschiedt bij voorkeur door lassen. Echter, aangezien aan het knooppunt bij voorkeur een veelheid aan kabels aangesloten wordt, kan hier centraal een gespecialiseerde vakman worden ingezet om deze verbindingen te maken, terwijl het werk op de aansluitpunten minder precisie vergt, 30 aangezien het lassen daar niet meer nodig is. Ook is het mogelijk dat ook het andere uiteinde is voorzien van een connector.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de 11 werkwijze omvat het verschaffen van de telecommunicatiekabel het verschaffen van een telecommunicatiekabel met een lengte die kleiner is dan 300 meer, bij voorkeur kleiner dan 250 meter en meer bij voorkeur kleiner dan 200 meter. Bij het 5 aansluiten van een aansluitpunt op een knooppunt wordt gebruik gemaakt van relatief korte kabels vergeleken met de lange kabels die normaal gesproken worden gebruikt op een werk.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm omvat het 10 aansluitpunt een gebouw zoals een woning, waarbij het knooppunt zich uitstrekt op een afstand buiten het gebouw, waarbij het geleiden omvat het ten minste ten dele ondergronds geleiden van de telecommunicatiekabel van het knooppunt naar het aansluitpunt. Het knooppunt of 15 distributiepunt bevindt zich doorgaans centraal in een wijk en vanuit dit punt worden de verschillende gebouwen of woningen aangesloten. Een dergelijk knooppunt is reeds aangesloten op een glasvezelnetwerk, zodat door het aansluiten van de woningen en/of gebouwen met behulp van de 20 telecommunicatiekabel deze direct worden aangesloten op dit glasvezelnetwerk. Het aansluitpunt kan bijvoorbeeld telecommunicatieapparatuur omvatten die is aangebracht in de woning en/of het gebouw. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een modem. De connector is hierbij ingericht om samen te 25 werken met deze apparatuur. Ook een knooppunt kan geschikte communicatieapparatuur omvatten om aansluiting met een veelheid aan aansluitingen mogelijk te maken. Het is mogelijk dat het knooppunt een passief knooppunt omvat, bijvoorbeeld uitgevoerd in een mof.
30 Om de gebouwen aan te sluiten op het knooppunt, worden bij voorkeur geulen gegraven in de grond, waarna de kabel volgens de vinding wordt aangebracht in de geul. Bij voorkeur wordt de kabel direct aangebracht in de geul, 12 zonder dat enige vorm van extra bescherming nodig is. Dit maakt een efficiënte aansluiting mogelijk. Na aanbrenging van de kabel kan de gleuf dan worden dichtgegooid. Bij voorkeur verloopt de kabel tussen het knooppunt en het 5 eindpunt, bijvoorbeeld het gebouw, geheel ondergronds.
De werkwijze kan bovendien de stap omvatten van het verschaffen van een doorgang, bij voorkeur onder het maaiveld, voor de telecommunicatiekabel in het gebouw, waarbij het geleiden voorts omvat het in het gebouw geleiden 10 van het uiteinde met de connector van de telecommunicatiekabel door de doorgang. In dit geval wordt de kabel geleid tot in het gebouw of woning. Bij voorkeur wordt de kabel dan meteen aangesloten op de aldaar aanwezige telecommunicatieapparatuur. Wanneer de kabel is voorzien van 15 een beschermhuls zoals hierboven beschreven, dan wordt deze huls eerst verwijderd. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door het doorsnijden van de klemringen zoals hierboven beschreven. Het is echter ook mogelijk dat de kabel niet wordt aangesloten in de woning of het gebouw omdat er 20 bijvoorbeeld nog geen geschikte apparatuur aanwezig is. In dat geval geniet het de voorkeur de mogelijke beschermhuls te laten zitten om eventuele aantasting van de connector en/of de kabel te voorkomen.
Bij voorkeur omvat het verschaffen van de doorgang 25 het boren van een gat met een boormachine zoals een klopboormachine. Aangezien de kabel en bij voorkeur ook de beschermhuls een maximale diameter hebben die kleiner is dan de maximaal haalbare diameter van een boring, kan de kabel met connector en eventueel met beschermhuls eenvoudig door 30 dit gat worden geleid. Er hoeft derhalve geen gebruik te worden gemaakt van zwaar materieel om de doorgang te creëren.
13
Het is echter ook mogelijk dat het geleiden omvat het geleiden van de telecommunicatiekabel, bij voorkeur voorzien van de beschermhuls, tot nabij het gebouw, bijvoorbeeld tot aan het erf of terrein van het gebouw, en 5 waarbij de werkwijze voorts de stap omvat van het aldaar ingraven van de telecommunicatiekabel met connector. Wanneer de gebruiker van een gebouw, bijvoorbeeld de bewoner van een woning, niet wenst dat zijn woning/gebouw wordt aangesloten op het glasvezelnetwerk, kan ervoor worden gekozen om een 10 glasvezelkabel aan te leggen tot aan het terrein of erf. Het is ook mogelijk de kabel aan te leggen tot aan vlakbij de woning/gebouw, zonder de kabel hierin te leiden. Hiertoe kan de kabel voorzien van de connector worden ingegraven in de grond, voor latere aansluiting. Bij voorkeur is de kabel 15 hiertoe voorzien van de eerder beschreven beschermhuls zodat aantasting van de connector en de kabel wordt voorkomen.
Bij voorkeur wordt hierbij bovendien de locatie van de ingegraven telecommunicatiekabel, in het bijzonder de connector daarvan, gemarkeerd met behulp van een zender, bij 20 voorkeur een transponder. Dit maakt het mogelijk de kabel eenvoudig terug te vinden voor bijvoorbeeld aansluiting in een later stadium.
Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvat de werkwijze voorts de stap van het geleiden van de 25 telecommunicatiekabel langs een veelheid aan rollers die versprongen ten opzichte van een centrale as zijn aangebracht voor het meanderend geleiden van de kabel over de rollen voor het althans in hoofdzaak recht maken daarvan. Dit vergemakkelijkt het leggen van de kabel, aangezien deze 30 na deze stap nagenoeg recht is.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het aanleggen van een optisch telecommunicatienetwerk omvattende ten minste een knooppunt 14 en een veelheid aan aansluitpunten, waarbij de werkwijze de stappen omvat van: - het verschaffen van een veelheid aan optische telecommunicatiekabels volgens de vinding, en; 5 - het aanleggen van de optische telecommunicatiekabels tussen ieder van de aansluitpunten en het knooppunt volgens de vinding.
Volgens de werkwijze wordt voor het aansluiten van ieder van de aansluitpunten gebruik gemaakt van een 10 geprefabriceerde kabel voorzien van connector.
De onderhavige uitvinding wordt verder geïllustreerd aan de hand van de volgende figuren, die een voorkeursuitvoeringsvorm van de kabel en werkwijze volgens de uitvinding weergeven, en zijn niet bedoeld om de 15 reikwijdte van de uitvinding op enige manier in te perken, waarbij:
Figuur 1 schematisch een glasvezelkabel toont;
Figuren 2a en 2b schematisch de beschermhuls in perspectief, respectievelijk in dwarsdoorsnede, tonen; 20 Figuur 3 schematisch een haspel met de kabel toont;
Figuren 4a-d schematisch het aansluiten van een woning op een glasvezelnetwerk tonen; en
Figuur 5 schematisch een kabelroller volgens de 25 uitvinding toont.
In figuur 1 is een DAC, direct access cable, 1 volgens de uitvinding getoond. Aan het uiteinde la is de kabel uiteengenomen weergeven. De kabel 1 is voorzien van twee optische vezels 3a en 3b, die worden gehouden in een 30 buis 4. De buis 4 is gevuld met een gel. Om de buis 4 bevindt zich een laag van aramide vezels 5 die voorzien in trekontlasting. Daaromheen is vervolgens een omhulling in de vorm van een buitenmantel 6 aangebracht, waarin twee 15 sterkte-elementen 6a en 6b zijn aangebracht. De buitenmantel is vervaardigd uit polypropyleen en de sterkte-elementen zijn vervaardigd uit GRP. De glasvezels 3a en 3b zijn single-mode glasvezels die in staat zijn te communiceren met 5 volgens het protocol G.657.Al.
Het andere uiteinde lb is hierbij voorzien van twee connectoren 2a en 2b die zijn aangesloten op de respectievelijke glasvezels 3a en 3b, die aan dit uiteinde zijn voorzien van bekledingen. De glasvezels 3a en 3b 10 strekken zich hierbij onafgebroken uit tussen de connectoren 2a en 2b en het andere uiteinde la. De connectoren 2a en 2b zijn van het type SC en zijn door klemming aangebracht op de vezels 3a en 3b. De vezels 3a en 3b met bekleding strekken zich hierbij uit voorbij de mantel 6. Ter plaatse van het 15 einde van mantel 6 is een krimpkous 16 aangebracht die dient voor de trekontlasting.
In de figuren 2a en 2b is een kabel 1 met een beschermhuls 7 volgens de vinding getoond. Aan het uiteinde lb voorzien van de connectoren 2a en 2b is een doorzichtige 20 polyethyleenbuis 8 aangebracht die aan het ene uiteinde met behulp van een siliconen afdichting 10a nauw aansluit op de buitenmantel 6 van de kabel. De buis 8 en de afdichting 10a wordt klemmend op de buitenmantel 6 gehouden door een klemring 9a. Dit sluit het eerste uiteinde van de 25 beschermhuls 7 waterdicht af. Aan het andere uiteinde van de buis 8 is een tweede siliconenafdichting 10b geplaatst, die met behulp van een klemring 9b vast wordt verbonden. Zoals zichtbaar is in de figuren, strekken de connectoren 2a en 2b zich in het verlengde van elkaar uit, zodat de diameter van 30 de buis 8 beperkt kan worden gehouden, en die in dit voorbeeld 12 mm is. De buitendiameter van de kabel 1 is in dit verband nominaal 5,9 mm.
16
Aangezien de buis 8 doorschijnend is, kan door een lamp aan te brengen op het uiteinde la de kabel worden getest zonder dat de beschermhuls 7 dient te worden verwijderd.
5 In figuur 3 is een haspel 11 weergegeven waarop een lengte van 200 m van de kabel 1 is aangebracht. Aan het uiteinde lb is weer een beschermhuls 7 aangebracht, die met behulp van een klem 13 aan een eerste deel 11a van de haspel 11 wordt geklemd. Een tweede deel 11b van de haspel is 10 hierbij voorzien van een RFID-chip 14, die verderop meer in detail zal worden beschreven.
De delen 11a en 11b zijn losneembaar en zijn in losgenomen toestand symmetrisch ten opzichte van elkaar. Wanneer de kabel 1 is gebruikt, kan de haspel 11 uit elkaar 15 worden gehaald en kunnen de delen 11a en 11b in elkaar worden gestapeld om ruimte te besparen op het werk.
Het aansluiten van een woning op een glasvezelnetwerk 102 zal nader worden toegelicht aan de hand van figuren 4a-d. In deze figuren is een woning 200 20 zichtbaar die is voorzien van een modem 202 die aangesloten dient te worden op een verdeelstation 101 van een knooppunt 100 in de vorm van een distributiepunt, dat zowel bovengronds als ondergronds kan zijn. Verdeelstation 101 is aangesloten op een glasvezelnetwerk 102, bijvoorbeeld aan 25 een internet serviceprovider of dergelijke. De afstand tussen het distributiepunt 100 en de woning is in dit voorbeeld 150 m.
Om de woning 200 aan te sluiten, wordt tussen het distributiepunt 100 en het huis 200 een geul 400 in de grond 30 300 gegraven. De geul 400 heeft hierbij een diepte van 80 cm. Onder het maaiveld wordt in de fundering 201 van de woning 200 met behulp van een conventionele klopboor een gat 17 203 geboord met een diameter van 14 mm. Het gat 203 komt hierbij uit in de geul 400.
Ook zichtbaar is een haspel 11 met een kabel 1 die een lengte heeft van 250 m. De kabel 1 is weer voorzien van 5 een beschermingsbuis 7. In de stap zoals getoond in figuur 4b wordt de kabel 1 geleid van het verdeelstation 101 door de doorgang 203 naar een kruipruimte 204 onder de woning 200. Aangezien de beschermbuis 7 een diameter heeft die kleiner is dan 14 mm, kan de kabel met de beschermbuis 10 eenvoudig door de doorgang 203 worden gevoerd.
In een volgende stap, zoals getoond in figuur 4c, kan de kabel 1 met de connectoren 2a en 2b worden aangesloten op de modem 202. Hiertoe worden de klemringen 9a en 9b zoals getoond in de figuren 2a en 2b met behulp van 15 een tang losgesneden zodat de buis 8 eenvoudig van het uiteinde lb kan worden losgenomen, zodat de connectoren 2a, 2b vrij komen te liggen voor aansluiting daarvan. De geul 400 kan dan zijn dichtgegooid.
Echter, het kan ook mogelijk zijn dat de kabel met 20 de beschermbuis 7 in de kruipruimte 204 blijft, bijvoorbeeld wanneer de woning 200 nog niet is voorzien van geschikte apparatuur 202. Ook in deze toestand beschermt de beschermbuis 7 de kabel en in het bijzonder de connectoren 2a en 2b tegen mogelijke vochtige omstandigheden in de 25 kruipruimte 204.
Zoals gezegd heeft de kabel 1 een lengte van 250 m, terwijl de afstand tussen de woning 200 en het distributiepunt 100 maar 150 m is. Het uiteinde la wordt hierbij afgesneden tot de gewenste lengte is bereikt, waarna 30 dit uiteinde kan worden verbonden aan het verdeelstation 101.
In figuur 4d is nog een andere variant weergegeven, waarbij het uiteinde lb met de connectoren 18 wordt ingegraven in de grond 300. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de bewoner van het huis 200 geen prijs stelt op een aansluiting op het glasvezelnetwerk 102. De kabel is hierbij dan ook ingegraven vlakbij de 5 erfafscheiding 205 van het erf van de woning 200. In deze ingegraven toestand beschermt de beschermbuis 7 weer de kabel 1 en in het bijzonder de connectoren 2a en 2b daarvan. In dit voorbeeld is ook de haspel 11 mee ingegraven, die is voorzien van de RFID-chip 14. Met behulp van een geschikte 10 detector kan dan in een later stadium de kabel 1 met de connectoren 2a en 2b worden teruggevonden voor eventuele aansluiting. Het zal duidelijk zijn dat hoewel de kabel 1 hier is ingegraven nabij de erfafscheiding 205, de kabel even goed op andere locaties ingegraven kan worden, 15 bijvoorbeeld dichterbij de woning 200. Zoals is getoond in figuur 4d is het andere uiteinde la van de kabel wel al aangesloten op het verdeelstation 101.
In figuur 5 is tenslotte een kabelroller 12 getoond die kan worden gebruikt om de tot terugrollen 20 neigende kabel 1 min of meer recht te maken. Op de kabelroller 12 zijn drie rollen 12a-c aangebracht waarbij de assen 17 van de rollen versprongen zijn aangebracht ten opzichte van een as A. De kabel 1 wordt tussen de rollen doorgetrokken zodat het vormgeheugen uit de opgerolde 25 toestand wordt gewist.
De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de weergegeven uitvoeringsvormen, maar strekt zich ook uit tot andere uitvoeringsvormen, die vallen binnen de reikwijdte van de aangehechte conclusies. Zo kan de vinding ook worden 30 toegepast voor het aanleggen van een optisch netwerk binnenin een gebouw. Bovendien is het mogelijk de werkwijze toe te passen voor het leggen van een optische telecommunicatiekabel tussen een eerste aansluitpunt en een 19 tweede aansluitpunt, dat in dat geval niet perse een knooppunt hoeft te zijn. Ook is de uitvinding niet beperkt tot een bepaald type knooppunt. Zo kan het knooppunt bijvoorbeeld ook zijn uitgevoerd in een mof, waarbij het 5 knooppunt bij voorkeur passief is. Ook kan het knooppunt bijvoorbeeld een POP ("point-of-presence") omvatten in het glasvezelnetwerk.

Claims (18)

1. Optische telecommunicatiekabel omvattende ten minste een optische vezel voor het geleiden van gegevens, een 5 omhulling die de optische vezel omhult, waarbij de optische vezel aan ten minste een uiteinde daarvan is voorzien van een connector, waarbij de optische vezel zich tussen het ene uiteinde en het uiteinde voorzien van de connector onafgebroken, in het bijzonder zonder 10 lasnaden, uitstrekt.
2. Optische telecommunicatiekabel volgens conclusie 1, waarbij de telecommunicatiekabel een direct-buried telecommunicatiekabel omvat. 15
3. Optische telecommunicatiekabel volgens conclusie 1 of 2, waarbij de optische vezel een single-mode optische vezel omvat.
4. Optische telecommunicatiekabel volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij de kabel een beschermhuls omvat die zich vanaf de omhulling uitstrekt om de connector en deze waterdicht omsluit. 25
5· Optische telecommunicatiekabel volgens conclusie 4, waarbij de beschermhuls ten minste gedeeltelijk is vervaardigd uit een doorschijnend materiaal, bij voorkeur ten minste ter plaatse van de connector.
6. Optische telecommunicatiekabel volgens conclusie 4 of 5, waarbij de beschermhuls een diameter heeft die kleiner of gelijk is aan 14 mm.
7. Optische telecommunicatiekabel volgens een van de 35 voorgaande conclusies, waarbij telecommunicatiekabel een lengte heeft die kleiner is dan 300 meter, bij voorkeur kleiner dan 250 meter en meer bij voorkeur kleiner dan 200 meter.
8. Combinatie van een optische telecommunicatiekabel volgens een van de voorgaande conclusies en een verpakking, waarbij de verpakking een haspel omvat die een lengte van de optische telecommunicatiekabel houdt.
9. Optische telecommunicatiekabel of combinatie van optische telecommunicatiekabel met verpakking volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste een van de optische telecommunicatiekabel en de verpakking is voorzien van locatiemarkeringsmiddelen zoals een 15 zender, bij voorkeur een transponder, ingericht voor locatiebepaling daarvan.
10. Combinatie met een optische telecommunicatiekabel volgens een van de voorgaande conclusies en een 20 vorminrichting voor het in hoofdzaak recht maken van de optische telecommunicatiekabel volgens een van voorgaande conclusies, waarbij de vorminrichting een veelheid aan rollers omvat die ten opzichte van een centrale as versprongen zijn aangebracht voor het 25 meanderend geleiden van de kabel over de rollen.
11. Werkwijze voor het aanleggen van een optische telecommunicatiekabel tussen een knooppunt in een telecommunicatienetwerk en een aansluitpunt, omvattende 30 de stappen van: - het verschaffen van een telecommunicatiekabel volgens een van de voorgaande conclusies; - het geleiden van de telecommunicatiekabel tussen het knooppunt en het aansluitpunt, waarbij het uiteinde voorzien van de connector zich uitstrekt in de richting van het aansluitpunt en; - het aansluiten van het andere uiteinde van de telecommunicatiekabel aan het knooppunt. 5
12. Werkwijze volgens conclusie 11, waarbij het verschaffen van de telecommunicatiekabel omvat het verschaffen van een telecommunicatiekabel met een lengte die kleiner is dan 300 meer, bij voorkeur kleiner dan 250 meter en meer 10 bij voorkeur kleiner dan 200 meter.
13. Werkwijze volgens conclusie 11 of 12, waarbij het aansluitpunt een gebouw zoals een woning omvat, waarbij het knooppunt zich uitstrekt op een afstand buiten het 15 gebouw, waarbij het geleiden omvat het ten minste ten dele ondergronds geleiden van de telecommunicatiekabel van het knooppunt naar het aansluitpunt.
14. Werkwijze volgens conclusie 13, voorts omvattende de 20 stap van het verschaffen van een doorgang onder het maaiveld voor de telecommunicatiekabel in het gebouw, waarbij het geleiden voorts omvat het in het gebouw geleiden van het uiteinde met de connector van de telecommunicatiekabel door de doorgang, waarbij het 25 verschaffen van de doorgang omvat het boren van een gat met een boormachine zoals een klopboormachine.
15. Werkwijze volgens conclusie 13, waarbij het geleiden omvat het geleiden van de telecommunicatiekabel, in het 30 bijzonder volgens een van de conclusies 4-6, tot nabij het gebouw, bijvoorbeeld tot aan het erf of terrein van het gebouw, en waarbij de werkwijze voorts de stap omvat het aldaar ingraven van de telecommunicatiekabel met connector.
16. Werkwijze volgens conclusie 15, voorts omvattende de stap van het markeren van de locatie van de ingegraven telecommunicatiekabel, in het bijzonder de connector 5 daarvan, met behulp van een zender, bij voorkeur een transponder.
17. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, voorts omvattende stap van het geleiden van de 10 telecommunicatiekabel langs een veelheid aan rollers die versprongen ten opzichte van een centrale as zijn aangebracht voor het meanderend geleiden van de kabel over de rollen voor het althans in hoofdzaak recht maken daarvan. 15
18. Werkwijze voor het aanleggen van een optisch telecommunicatienetwerk omvattende ten minste een knooppunt en een veelheid aan aansluitpunten, waarbij de werkwijze de stappen omvat van: 20. het verschaffen van een veelheid aan optische telecommunicatiekabels volgens een van de voorgaande conclusies, en; — het aanleggen van de optische telecommunicatiekabels tussen ieder van de aansluitpunten en het knooppunt 25 volgens een van de voorgaande conclusies.
NL2006159A 2011-02-08 2011-02-08 Optische telecommunicatiekabel en werkwijze voor het installeren van een optische telecommunicatiekabel. NL2006159C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2006159A NL2006159C2 (nl) 2011-02-08 2011-02-08 Optische telecommunicatiekabel en werkwijze voor het installeren van een optische telecommunicatiekabel.
EP12153783A EP2485077A1 (en) 2011-02-08 2012-02-03 Optical telecommunication cable and method for installing an optical communication cable

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2006159A NL2006159C2 (nl) 2011-02-08 2011-02-08 Optische telecommunicatiekabel en werkwijze voor het installeren van een optische telecommunicatiekabel.
NL2006159 2011-02-08

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2006159C2 true NL2006159C2 (nl) 2012-08-09

Family

ID=45531259

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2006159A NL2006159C2 (nl) 2011-02-08 2011-02-08 Optische telecommunicatiekabel en werkwijze voor het installeren van een optische telecommunicatiekabel.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP2485077A1 (nl)
NL (1) NL2006159C2 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2998679B1 (fr) * 2012-11-26 2016-12-09 Decelect Cable a fibres optiques
GB201701997D0 (en) * 2017-02-07 2017-03-22 Emtelle Uk Ltd Improved pre-connectorised optical fibre construction
EP4625016A1 (de) * 2024-03-27 2025-10-01 Glasfaser Connect BH d.o.o. Anschlusseinheit für lichtwellenleiter zur verwendung beim nachträglichen anschluss von haushalten an das glasfasernetz

Citations (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS61162005A (ja) * 1985-01-11 1986-07-22 Sumitomo Electric Ind Ltd 光フアイバ複合電線ケ−ブルの引替方法
DE3605389A1 (de) * 1986-02-20 1987-08-27 Philips Patentverwaltung Mit einer einziehverkappung versehenes ende eines insbesondere optischen kabels
US4696438A (en) * 1986-10-24 1987-09-29 American Telephone And Telegraph Company At&T Technologies, Inc. Spool for holding optical fiber
JPH06258530A (ja) * 1993-03-08 1994-09-16 Sumitomo Electric Ind Ltd 光ファイバケーブルの圧送布設装置
DE9409660U1 (de) * 1994-06-15 1995-03-30 RATIONAL Beratungsgesellschaft für Technologie, Technik, Organisation und Innovation mbH, 18119 Rostock Ziehvorrichtung für konfektioniertes Glasfaserkabel
US20010033730A1 (en) * 2000-02-17 2001-10-25 Vernon Fentress Adapter retaining method and pull-protector for fiber optic cable
EP1191354A1 (de) * 2000-09-20 2002-03-27 Dipl.-Ing. Dr. Ernst Vogelsang GmbH & Co. KG Ortungsvorrichtung zur Identifizierung und/oder Lagebestimmung von erdverlegten Kabeln für optische Nachrichtenübertragung, insbesondere Glasfaserkabeln
JP2002333561A (ja) * 2001-05-07 2002-11-22 Mitsubishi Cable Ind Ltd 光ファイバーケーブルの端末構造
US20070036506A1 (en) * 2004-08-09 2007-02-15 Anthony Kewitsch Fiber Optic Rotary Coupling and Devices

Patent Citations (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS61162005A (ja) * 1985-01-11 1986-07-22 Sumitomo Electric Ind Ltd 光フアイバ複合電線ケ−ブルの引替方法
DE3605389A1 (de) * 1986-02-20 1987-08-27 Philips Patentverwaltung Mit einer einziehverkappung versehenes ende eines insbesondere optischen kabels
US4696438A (en) * 1986-10-24 1987-09-29 American Telephone And Telegraph Company At&T Technologies, Inc. Spool for holding optical fiber
JPH06258530A (ja) * 1993-03-08 1994-09-16 Sumitomo Electric Ind Ltd 光ファイバケーブルの圧送布設装置
DE9409660U1 (de) * 1994-06-15 1995-03-30 RATIONAL Beratungsgesellschaft für Technologie, Technik, Organisation und Innovation mbH, 18119 Rostock Ziehvorrichtung für konfektioniertes Glasfaserkabel
US20010033730A1 (en) * 2000-02-17 2001-10-25 Vernon Fentress Adapter retaining method and pull-protector for fiber optic cable
EP1191354A1 (de) * 2000-09-20 2002-03-27 Dipl.-Ing. Dr. Ernst Vogelsang GmbH & Co. KG Ortungsvorrichtung zur Identifizierung und/oder Lagebestimmung von erdverlegten Kabeln für optische Nachrichtenübertragung, insbesondere Glasfaserkabeln
JP2002333561A (ja) * 2001-05-07 2002-11-22 Mitsubishi Cable Ind Ltd 光ファイバーケーブルの端末構造
US20070036506A1 (en) * 2004-08-09 2007-02-15 Anthony Kewitsch Fiber Optic Rotary Coupling and Devices

Also Published As

Publication number Publication date
EP2485077A1 (en) 2012-08-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
AU2009324815B2 (en) Fiber optic multi dwelling unit deployment apparatus and methods for using the same
CN100549743C (zh) 具有包覆成型的中跨接入部位的配线电缆组件
US5125060A (en) Fiber optic cable having spliceless fiber branch and method of making
CN101460877B (zh) 将光纤布设到用户应用的光纤电缆及组件
US7197214B2 (en) Methods and apparatus for facilitating cable locating
US7668432B2 (en) Multi-drop closure systems and methods for fiber optic cabling
US7266274B2 (en) Pre-connectorized fiber optic distribution cable having overmolded access location
US6572081B2 (en) Installation of guide tubes in a protective duct
JP2008501153A (ja) 光ファイバ配線ケーブルの調節可能なテザー組立体
MX2007008031A (es) Terminal de conexion optica multiportal, sobremoldeada, que tiene medios para alojar la longitud de fibra en exceso.
JP2008501154A (ja) 別個のコネクタポートを有するテザー組立体
CN113284665B (zh) 一种光电复合缆及光电系统
CN101825750A (zh) 光纤分配设备以及包括该光纤分配设备的光纤网络
NL2006159C2 (nl) Optische telecommunicatiekabel en werkwijze voor het installeren van een optische telecommunicatiekabel.
US20120189256A1 (en) Fiber Optic Cable Systems and Methods for Forming the Same
US20140010502A1 (en) Field Installable Cable Splice System
CA3159875A1 (en) Optical fiber splice closure and method of joining fiber optic cables
CN101887153B (zh) 预装配型光缆及其制造方法
WO2015050447A1 (en) Optical communication cable and method for installing a network for communication purposes

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20160301