NL2007141C2 - Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, en samenstel. - Google Patents
Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, en samenstel. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2007141C2 NL2007141C2 NL2007141A NL2007141A NL2007141C2 NL 2007141 C2 NL2007141 C2 NL 2007141C2 NL 2007141 A NL2007141 A NL 2007141A NL 2007141 A NL2007141 A NL 2007141A NL 2007141 C2 NL2007141 C2 NL 2007141C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- basic structure
- holder
- closing element
- foregoing
- beverage
- Prior art date
Links
- 239000000203 mixture Substances 0.000 title description 2
- 235000013361 beverage Nutrition 0.000 claims description 41
- 239000000654 additive Substances 0.000 claims description 35
- 230000000996 additive effect Effects 0.000 claims description 31
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 9
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 6
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 6
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 6
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 6
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 13
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 7
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 6
- 239000011888 foil Substances 0.000 description 5
- 235000015205 orange juice Nutrition 0.000 description 3
- 239000000843 powder Substances 0.000 description 3
- 230000035622 drinking Effects 0.000 description 2
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 description 2
- 230000006870 function Effects 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 238000003860 storage Methods 0.000 description 2
- 238000009736 wetting Methods 0.000 description 2
- 238000010521 absorption reaction Methods 0.000 description 1
- 230000004308 accommodation Effects 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000002775 capsule Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 239000000806 elastomer Substances 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 235000013376 functional food Nutrition 0.000 description 1
- 230000036541 health Effects 0.000 description 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 1
- 238000012856 packing Methods 0.000 description 1
- 230000008447 perception Effects 0.000 description 1
- 239000003566 sealing material Substances 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 235000011496 sports drink Nutrition 0.000 description 1
- 239000006188 syrup Substances 0.000 description 1
- 235000020357 syrup Nutrition 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65D—CONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
- B65D51/00—Closures not otherwise provided for
- B65D51/24—Closures not otherwise provided for combined or co-operating with auxiliary devices for non-closing purposes
- B65D51/28—Closures not otherwise provided for combined or co-operating with auxiliary devices for non-closing purposes with auxiliary containers for additional articles or materials
- B65D51/2807—Closures not otherwise provided for combined or co-operating with auxiliary devices for non-closing purposes with auxiliary containers for additional articles or materials the closure presenting means for placing the additional articles or materials in contact with the main contents by acting on a part of the closure without removing the closure, e.g. by pushing down, pulling up, rotating or turning a part of the closure, or upon initial opening of the container
- B65D51/2857—Closures not otherwise provided for combined or co-operating with auxiliary devices for non-closing purposes with auxiliary containers for additional articles or materials the closure presenting means for placing the additional articles or materials in contact with the main contents by acting on a part of the closure without removing the closure, e.g. by pushing down, pulling up, rotating or turning a part of the closure, or upon initial opening of the container the additional article or materials being released by displacing or removing an element enclosing it
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Closures For Containers (AREA)
Description
Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, en samenstel
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in 5 het bijzonder een fles. De uitvinding heeft tevens betrekking op een samenstel van een drankhouder, in het bijzonder een fles, en een met de drankhouder gekoppelde inrichting overeenkomstig de uitvinding. Doorgaans zal de fles daarbij zijn gevuld met water en worden verrijkt met een in de inrichting initieel opgesloten additief.
10 De consument heeft vandaag de dag een ruime keuze uit dranken waaraan een of meer additieven zijn toegevoegd om de drank een meerwaarde te bieden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om sportdranken, gezondheidsdranken, neutraceuticals, cosmeceuticals of functional foods. Het gaat daarbij vrijwel altijd om een drank die in een standaard samenstelling wordt geproduceerd en wordt aangeboden. Deze dranken zijn vrijwel 15 allemaal gebaseerd op water waaraan de additieven reeds tijdens het productieproces zijn toegevoegd. Om het consumeren te vergemakkelijken, zijn deze dranken doorgaans voorverpakt in drinkflessen waarbij de consument de drank direct uit de fles kan nuttigen en waarvan de inhoud is bedoeld om binnen een tijdsbestek van enkele minuten of enkele uren te worden opgedronken.
20 Het is tevens bekend om het water en het aan het water toe te voegen additief initieel te scheiden in de fles door het doorgaans poedervormig additief initieel te bewaren in de dop van de fles, waarbij het additief kan worden vrijgegeven en kan worden toegevoegd aan het water door ontkoppeling van ten minste een deel van de dop van de fles. Hierbij wordt de drank aldus juist voor consumptie van de drank door de consument zelf 25 geprepareerd. Voordeel van deze separate initiële opslag van water en additief in de fles is dat dit de houdbaarheid van de te vormen drank aanzienlijk ten goede kan komen. Bovendien is een dergelijke scheiding van water en additief voordelig vanuit logistiek en economisch oogpunt, doordat de dop separaat kan worden afgevuld met additief en vervolgens separaat kan worden vervoerd. Afvullen van de fles met water alsmede het 30 assembleren van de fles en de dop kunnen vervolgens op een geografisch gunstige locatie plaatsvinden, waardoor de transportkosten aanzienlijk kunnen worden gereduceerd. Een voorbeeld van een dergelijke fles wordt beschreven in de Amerikaanse octrooiaanvrage US2010/0200536, waarin de fles is afgevuld met water en wordt afgesloten door een bijzondere, als dop fungerende inrichting, welke inrichting 2 een basisstructuur voor koppeling met de fles, en een middels een schroefdraadverbinding losneembaar met de basisstructuur gekoppeld afsluitelement omvat. De basisstructuur omsluit een doorvoerkanaal voor drank, welk doorvoerkanaal initieel is afgesloten en is afgevuld met een poedervormig additief, zoals een 5 wateroplosbaar suikerhoudend additief. Het doorvoerkanaal wordt aan een (naar de fles toegekeerde) onderzijde initieel afgesloten door een perforeerbaar folie en eventueel met een meer rigide afsluitorgaan. In het doorvoerkanaal is een zwenkbaar met de basisstructuur verbonden arm gepositioneerd die aan een naar de folie toegekeerde zijde is voorzien van een snijdorgaan. Een naar het afsluitelement toegekeerde zijde van de 10 arm is ingericht voor samenwerking met een van het afsluitelement deel uitmakende nok. Tijdens het losschroeven van het afsluitelement van de basisstructuur zal een bovenzijde van de arm worden meegenomen door het afsluitelement als gevolg waarvan de arm zal zwenken en het snijdorgaan de folie zal perforeren, waardoor het poedervormige additief in het water kan vallen, de drank kan worden geprepareerd en 15 via het doorvoerkanaal kan worden geconsumeerd. Nadeel van de bekende fles is dat is gebleken dat een poedervormig additief relatief veel weerstand kan bieden, met name ingeval het additief in zekere mate wordt samengedrukt, hetgeen het zwenken van de arm en het snijdorgaan om de folie te kunnen perforeren aanzienlijk bemoeilijkt en zelfs kan verhinderen.
20
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde inrichting voor het verrijken van een in een fles opgenomen drank met één of meerdere additieven.
De uitvinding verschaft daartoe een inrichting van het in aanhef genoemde type, 25 omvattende: een basisstructuur ingericht voor koppeling met de drankhouder, welke basisstructuur is voorzien van ten minste één eerste doorvoerkanaal voor drank, een met de basisstructuur losneembaar gekoppeld afsluitelement voor het afsluiten van het ten minste ene eerste doorvoerkanaal, en ten minste één ten minste gedeeltelijk in het eerste doorvoerkanaal aangebrachte verplaatsbare houder die ten minste gedeeltelijk is gevuld 30 met een aan de drank toe te voegen additief, welke houder aan een naar de basisstructuur toegekeerd uiteinde is voorzien van ten minste één afgifteopening voor het afgeven van het additief aan de drank, waarbij althans in de initieel gesloten toestand van de inrichting de houder zodanig samenwerkt met de basisstructuur dat de afgifteopening wordt afgesloten, en waarbij de houder zodanig is gekoppeld met het 3 afsluitelement dat tijdens ontkoppeling van het afsluitelement van de basisstructuur de houder wordt verplaatst ten opzichte van de basisstructuur waarbij de afgifteopening wordt ontsloten en het additief aan de drank kan worden afgegeven. Door toepassing van een intermediaire verplaatsbare houder (capsule) tussen de basisstructuur en het 5 afsluitelement, welke houder als zodanig wordt verplaatst, in het bijzonder wordt opgetild - id est verplaatsing in van de basisstructuur afgekeerde richting -, tijdens ontkoppeling van het afsluitelement, kan worden voorkomen dat het additief wordt samengedrukt, hetgeen het ontsluiten van de ten minste ene afgifteopening aanzienlijk ten goede komt. Naast verbetering van het gebruiksgemak en betrouwbare werking van 10 de inrichting overeenkomstig de uitvinding, is een verder voordeel van de inrichting dat toepassing van een perforeerbaar folie dat een afgifteopening, welke tevens fungeert als drankdoorvoeropening, afsluit alsmede een met de folie samenwerkend snijdorgaan niet langer hoeven te worden toegepast. Toepassing van een folie en een snijdorgaan zoals beschreven in US2010/0200536 heeft namelijk als nadeel dat de folie en/of het 15 snijdorgaan de drankdoorvoeropening relatief snel, althans gedeeltelijk, kunnen blokkeren, hetgeen verwijdering van drank uit de drankhouder zou bemoeilijken. Door toepassing van een intermediaire houder, doorgaans vervaardigd uit een in hoofdzaak star materiaal, kan een in hoofdzaak constante, en bevredigende drankdoorvoer worden gewaarborgd. Voordeel van de inrichting overeenkomstig de uitvinding is verder dat de 20 inrichting niet is voorzien van separate constructieve componenten die tijdens ontkoppeling van het afsluitelement van de basisstructuur in de drankhouder vallen, hetgeen vanuit oogpunt van veiligheid en beleving door de consument bijzonder voordelig is. Doorgaans zal de houder initieel ten minste gedeeltelijk zijn afgevuld met een in hoofdzaak poedervormig additief. Het is echter tevens denkbaar om een 25 andersoortige additieven toe te passen, zoals een tablet of een (dik)vloeibaar additief, in het bijzonder siroop.
Het is denkbaar dat de houder star is verbonden met het afsluitelement en integraal deel uitmaakt van het afsluitelement. Dit betekent dat volledige ontkoppeling van het 30 afsluitelement van de basisstructuur aldus tevens leidt tot volledige ontkoppeling van de houder van de basisstructuur. Voordeel hiervan is dat het eerste doorvoerkanaal volledig kan worden benut voor doorvoer van drank, hetgeen de verwijdering van drank uit de drankhouder via het eerste doorvoerkanaal ten goede kan komen. Deze uitvoeringsvorm geniet in de praktijk echter doorgaans minder de voorkeur doordat tijdens ontkoppeling 4 van de houder additiefresten in eerste instantie aan de houder kunnen blijven kleven, waarna deze zich loslaten van de houder, waardoor additief wordt gemorst, hetgeen doorgaans ongewenst is. Veelal is het dan ook voordeliger ingeval de houder losneembaar is gekoppeld met het afsluitelement, waardoor volledige ontkoppeling van 5 het afsluitelement van de basisstructuur niet noodzakelijkerwijs hoeft te leiden tot volledige ontkoppeling van de houder van de basisstructuur. Doorgaans zal de houder tijdens ontkoppeling van het afsluitelement gedeeltelijk worden verplaatst ten opzichte van de basisstructuur, waarbij de houder evenwel zal blijven gekoppeld met de basisstructuur, waardoor ongewenste verwijdering van de houder (en eventuele 10 additiefresten) ten opzichte van de basisstructuur kan worden voorkomen.
De houder omvat één of meerdere compartimenten voor het al dan niet gescheiden houden van één of meerdere additieven. Het is daarbij voordelig ingeval de houder in hoofdzaak kokervormig, bij voorkeur in hoofdzaak cilindrisch, is vormgegeven. Deze 15 vormgeving is bijzonder voordelig voor de vorming van een tweede doorvoerkanaal voor drank. Daarbij kan de houder eventueel als drinktuit worden toegepast. Doorgaans zal het eerste doorvoerkanaal van de basisstructuur het tweede doorvoerkanaal van de houder ten minste gedeeltelijk omsluiten. Het geniet daarbij evenwel de voorkeur ingeval het afsluitelement in de initieel gesloten toestand van de inrichting het tweede 20 doorvoerkanaal van de houder in hoofdzaak, bij voorkeur in hoofdzaak vloeistofdicht, afsluit, teneinde bevochtiging van het additief door absorptie van omgevingsvocht zoveel mogelijk te kunnen tegengaan.
Bij voorkeur wordt de afgifteopening gevormd door een open uiteinde van de 25 (kokervormige) houder. Doorgaans zal dit een uiteinde zijn dat is ingericht voor samenwerking van met een deel van de basisstructuur. Veelal zal een kopse zijde van de houder daarbij afsteunen op een deel van de basisstructuur. Bij voorkeur is de houder ingericht voor opname van een deel van de basisstructuur, teneinde de afgifteopening op betrouwbare wijze te kunnen afsluiten. Het is daarbij voordelig ingeval de 30 afgifteopening, bij voorkeur gevormd door een open uiteinde, aan een kopse zijde van de houder en/of aan een binnenwand en/of buitenwand van de houder wordt afgedicht. Deze afdichting is bij voorkeur in hoofdzaak mediumdicht, en wordt bij voorkeur gerealiseerd door toepassing van een afdichtend materiaal, zoals een elastomeer, in het 5 bijzonder rubber. Op deze wijze kan bevochtiging van het additief worden voorkomen, hetgeen bijzonder voordelig is ingeval een poedervormig additief wordt toegepast.
In de praktijk zullen doorgaans zowel een deel van de basisstructuur alsook ten minste 5 een deel van de houder zich in de drankhouder bevinden ingeval de inrichting op de drankhouder is bevestigd. Een dergelijke opname verkleint het uitwendige volume van een samenstel van een drankhouder, in het bijzonder een fles, en een daarmee verbonden inrichting overeenkomstig de uitvinding, hetgeen vanuit logistiek oogpunt (opslag en transport) voordelig is.
10
In een voorkeursuitvoering is de basisstructuur ingericht om onlosmakelijk te worden verbonden met de drankhouder. Bij nadere voorkeur is de basisstructuur ingericht om in hoofdzaak gefixeerd te worden verbonden met de drankhouder. Een dergelijke onlosmakelijk, bij voorkeur gefixeerde, verbinding tussen de basisstructuur en de 15 drankhouder voorkomt dat de basisstructuur tijdens gebruik abusievelijk wordt ontkoppeld van de drankhouder, en facilieert bovendien ontkoppeling van het afsluitelement van de basisstructuur. Doorgaans zullen het afsluitelement en de basisstructuur onderling losneembaar zijn verbonden middels een schroefdraadverbinding. Alternatieve sluitingsmechanismen, zoals een bajonetsluiting, 20 zijn echter tevens denkbaar om te worden toegepast.
De houder is bij voorkeur voorzien van ten minste één begrenzingselement en de basisstructuur is bij voorkeur voorzien van ten minste één contrabegrenzingselement ingericht voor samenwerking met het van de houder deel uitmakende 25 begrenzingselement voor het begrenzen van de maximale verplaatsing van de houder ten opzichte van de basisstructuur. Toepassing van het begrenzingselement en het contrabegrenzingselement maakt verplaatsing van de houder ten opzichte van de basisstructuur mogelijk onderwijl volledige ontkoppeling van de houder van de basisstructuur kan worden tegengegaan. Het (contra)begrenzingselement kan daarbij 30 bijvoorbeeld worden gevormd door een uitkragende rand, nok of andere uitstulping.
Verder is de houder bij voorkeur voorzien van ten minste één meeneemnok ingericht voor samenwerking met het afsluitelement zodanig dat tijdens verplaatsing van het afsluitelement ten opzichte van de basisstructuur de houder wordt meegenomen door het 6 afsluitelement. Daar het afsluitelement doorgaans middels een schroefdraadverbinding is gekoppeld met de basisstructuur, zal tijdens ontkoppeling het afsluitelement doorgaans axiaal worden geroteerd ten opzichte van de (stilstaande) basisstructuur. Het is denkbaar dat de houder door toepassing van de ten minste ene meeneemnok deze 5 axiale rotatie van het afsluitelement volgt, op voorwaarde dat de koppeling van de houder met de basisstructuur een dergelijke axiale rotatie van de houder toelaat. Dit zal doorgaans mogelijk zijn ingeval de houder middels een schroefdraadverbinding is gekoppeld met de basisstructuur. Het is echter tevens mogelijk dat de houder middels een andersoortige geleiding, bijvoorbeeld een lineair vormgegeven geleiding, is 10 gekoppeld met de basisstructuur. Alsdan zal de houder geneigd zijn zich lineair (rechtstandig) te verplaatsen in een van de basisstructuur afgekeerde richting tijdens het roteren van het afsluitelement ten opzichte van de basisstructuur.
In een verdere voorkeursuitvoering is het afsluitelement verbonden met een 15 afscheurbaar verzegelelement dat initieel aangrijpt op de drankhouder en/of de basisstructuur en afscheurt tijdens ontkoppeling van het afsluitelement van de basisstructuur. Op deze wijze wordt een “tamper evident” verschaft aan de hand waarvan een consument in één oogopslag kan zien of de inrichting reeds eerder geopend is geweest.
20
De uitvinding heeft tevens betrekking op een samenstel van een drankhouder, in het bijzonder een fles, en een met de drankhouder gekoppelde inrichting overeenkomstig de uitvinding. Daarbij zal doorgaans een deel van de inrichting in de drankhouder, in het bijzonder de fles, zijn gepositioneerd.
25
De uitvinding zal worden verduidelijkt aan de hand van in navolgende figuren weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: figuur la een dwarsdoorsnede van een samenstel van een fles en een met de fles verbonden inrichting overeenkomstig de uitvinding in een gesloten toestand, 30 figuur lb een dwarsdoorsnede van het samenstel volgens figuur la in een gedeeltelijk geopende toestand, figuur lc een dwarsdoorsnede van het samenstel volgens figuren la en lb in een volledig geopende toestand, 7 figuur ld een dwarsdoorsnede van het samenstel volgens figuren la-lc in een hersloten toestand, en figuur 2 een in onderdelen uiteengenomen aanzicht op de inrichting volgens figuren la-lc.
5
Figuur la toont een dwarsdoorsnede van een samenstel 1 van een (gedeeltelijk weergegeven) fles 2 en een met een flessenhals 3 van de fles 2 verbonden inrichting 4 overeenkomstig de uitvinding in een gesloten toestand. De fles 2 is gevuld met water in dit uitvoeringsvoorbeeld, en de inrichting 4 is gevuld met een consumeerbaar poeder 5, 10 zoals sinaasappelpoeder, bedoeld om te worden vermengd met water onder vorming van sinaasappelsap. De flessenhals 3 is conventioneel voorzien van een uitwendige schroefdraad 6 alsmede een gebruikelijke, zogenaamde satumusring 7 doorgaans bedoeld voor mechanische handling tijdens het productieproces van de fles 2. De inrichting 4 omvat een basisstructuur 8 voorziene van een inwendige schroefdraad 9 die 15 samenwerkt met de uitwendige schroefdraad 6 van de flessenhals 3. De basisstructuur 8 is verder voorzien van een inwendig uitkragende flens 10 die aangrijpt op een uitwendig uitkragende flens 11 van de flessenhals 3, waardoor de basisstructuur 8 wordt vergrendeld en wordt gefixeerd ten opzichte van de flessenhals 3. In een door de basisstructuur 8 omsloten ruimte is een cilindervormige houder 12 aangebracht die is 20 voorzien van twee open uiteinden 13 a, 13b. Het poedervormige additief 5 is in de houder 12 aangebracht. Het onderste open uiteinde 13a fungeert als afgifteopening voor het poedervormige additief 5, welke afgifteopening 13a in de getoonde gesloten toestand van de inrichting 4 wordt afgesloten door een van de basisstructuur 8 deel uitmakende stop 14 die op vormsluitende wijze ten minste gedeeltelijk in het onderste 25 uiteinde 13a van de houder 12 is gepositioneerd. Teneinde de afdichting tussen een binnenwand van de houder 12 en de stop 14 te verbeteren kan eventueel gebruik worden gemaakt van één of meerdere pakkingsringen (afdichtelement) die tussen de houder 12 en de stop 14 kunnen zijn aangebracht en deel kunnen uitmaken van de houder 12 en/of de stop 14. De houder 12 is verder voorzien van een uitwendige schroefdraad 15 die 30 samenwerkt met een inwendige schroefdraad 16 van de basisstructuur 8. Verder is de basisstructuur 8 voorzien van een inwendige flens 17 ingericht voor samenwerking met een tweetal uitwendige flenzen 18a, 18b voor het begrenzen van de maximale verplaatsing van de houder 12 ten opzichte van de basisstructuur 8 in een geopende toestand van de inrichting 4. De basisstructuur 8 is tevens voorzien van een uitwendige 8 schroefdraad 19 ingericht voor samenwerking met een inwendige schroefdraad 20 van een afsluitelement 21 (dop) die op de basisstructuur 8 kan worden geschroefd. Het afsluitelement 21 is daarbij initieel verbonden met een verzegelring 22 die aangrijpt op de satumusring 7 van de flessenhals 3. Tijdens het ontkoppelen (losschroeven) van het 5 afsluitelement 21 van de basisstructuur 8 zal de verzegelring 22 afbreken waaraan een consument kan zien dat de inrichting 4 reeds is geopend. Het afsluitelement 21 is verder ingericht om het bovenste open uiteinde 13b van de houder 12 af te dichten, waarbij het afsluitelement 21 de houder 12 ter plaatse van het bovenste open uiteinde 13b omsluit. Naast de vloeistofdichte afdichting die door deze omsluiting kan worden gerealiseerd 10 zorgt deze omsluiting voor een initiële koppeling tussen de houder 12 en het afsluitelement 21. Daartoe is de houder 12 aan het bovenste open uiteinde 13b voorzien van meerdere meeneemnokken 23 die zijn ingericht voor samenwerking met meerdere van het afsluitelement 21 deel uitmakende meeneemnokken 24 (zie figuur 2). Gevolg van deze koppeling is dat axiale rotatie van het afsluitelement 21 ten opzichte van de 15 basisstructuur 8 tevens leidt tot axiale rotatie van de houder 21 die als gevolg van de schroefdraadverbinding met de basisstructuur 8 daarbij in opwaartse (van de stop 14 afgekeerde) richting wordt verplaatst, zodanig dat van de basisstructuur 8 deel uitmakende, de stop 14 omgevende doorvoeropeningen 25 worden ontsloten en aansluiten op de afgifteopening 13a van de houder 12 (zie figuur lb). Deze opwaartse 20 verplaatsing leidt ertoe dat het poeder via de afgifteopening 13a van de houder 12 en de doorvoeropeningen 25 van de basisstructuur 8 zal vallen in het water, waardoor sinaasappelsap wordt gerealiseerd. De mate van de verticale verplaatsing van de houder 12 is afhankelijk van de dimensionering van de schroefdraadverbinding tussen de houder 12 en de basisstructuur 8 die bij voorkeur zodanig is dat de inwendige flens 17 25 van de basisstructuur 8 tussen beide begrenzingsflenzen 18a, 18b van de houder 12 is gepositioneerd zodra de uitwendige schroefdraad 15 van de houder 12 en de inwendige schroefdraad 16 van de basisstructuur 8 niet langer in elkaar grijpen (zie figuur lb). Overigens wordt in figuur lb tevens weergegeven dat de verzegelring 22 is afgescheurd van het deels ontkoppelde afsluitelement 21. In figuur lc is voorts getoond dat het 30 afsluitelement 21 volledig is verwijderd van de basisstructuur 8, waardoor verwijdering van sinaasappelsap uit de fles 2 - via de doorvoeropeningen 25 van de basisstructuur 8 en de houder 12 - mogelijk wordt gemaakt. Door de flenzenconstructie tussen de basisstructuur 8 en de houder 12 wordt de houder 12 in positie gehouden en zal deze in beperkte mate verplaatsbaar zijn. In ieder geval zijn de flenzen 18a, 18b zodanig 9 gepositioneerd ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de inwendige flens 17 van de basisstructuur 8 dat de doorvoeropeningen 25 van de basisstructuur 8 alsook de uiteinden 13a, 13b van de houder 12 permanent geopend blijven in de getoonde geopende toestand van de inrichting 4. Bij het hersluiten van de inrichting 4 zal het 5 afsluitelement 21 opnieuw worden geschroefd op de basisstructuur 8, echter waarbij de (lege) houder 12 niet terug in de onderste positie wordt gedrukt en op afstand van de stop 14 gepositioneerd zal blijven (figuur ld). In deze hersloten toestand zullen de door de houder 12 omsloten ruimte en de door de fles 2 omsloten ruimte volledig met elkaar in verbinding staan. Voordeel hiervan is dat eventuele additieffesten die zich in de 10 houder 12 bevinden door schudden van het samenstel 1 relatief eenvoudig uit de houder 12 kunnen worden verwijderd. De reden dat de houder in een bovenste positie blijft is dat de inwendige flens 17 van de basisstructuur neerwaartse verplaatsing van de bovenste begrenzingsflens 18b van de houder 12 zal verhinderen, zodanig dat de uitwendige schroefdraad 15 van de houder 12 hoger is gepositioneerd dan de inwendige 15 schroefdraad 16 van de basisstructuur 8, en aldus niet kan aangrijpen op deze inwendige schroefdraad 16 van de basisstructuur 8. In figuur 2 worden alle constructieve componenten van de inrichting 4 in nader detail getoond.
Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de hier weergegeven en 20 beschreven uitvoeringsvoorbeelden, maar dat binnen het kader van de bijgaande conclusies legio varianten mogelijk zijn, die voor de vakman op dit gebied voor de hand zullen liggen.
Claims (21)
1. Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, omvattende: 5. een basisstructuur ingericht voor koppeling met de drankhouder, welke basisstructuur is voorzien van ten minste één eerste doorvoerkanaal voor drank, - een met de basisstructuur losneembaar gekoppeld afsluitelement voor het afsluiten van het ten minste ene eerste doorvoerkanaal, en - ten minste één ten minste gedeeltelijk in het eerste doorvoerkanaal aangebrachte 10 verplaatsbare houder die ten minste gedeeltelijk is gevuld met een aan de drank toe te voegen additief, welke houder aan een naar de basisstructuur toegekeerd uiteinde is voorzien van ten minste één afgifteopening voor het afgeven van het additief aan de drank, waarbij in de initieel gesloten toestand van de inrichting de houder zodanig samenwerkt 15 met de basisstructuur dat de afgifteopening wordt afgesloten, en waarbij de houder zodanig is gekoppeld met het afsluitelement dat tijdens ontkoppeling van het afsluitelement van de basisstructuur de houder wordt verplaatst ten opzichte van de basisstructuur waarbij de afgifteopening wordt ontsloten en het additief aan de drank kan worden afgegeven. 20
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij het additief in hoofdzaak poedervormig is.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de houder integraal is verbonden 25 met het afsluitelement.
4. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de houder losneembaar is gekoppeld met het afsluitelement.
5. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de houder in hoofdzaak kokervormig is vormgegeven.
6. Inrichting volgens conclusie 4 en 5, waarbij de houder een tweede doorvoerkanaal voor drank omsluit.
7. Inrichting volgens conclusie 6, waarbij het eerste doorvoerkanaal het tweede doorvoerkanaal ten minste gedeeltelijk omsluit.
8. Inrichting volgens conclusie 6 of 7, waarbij het afsluitelement in de initieel 5 gesloten toestand van de inrichting het tweede doorvoerkanaal van de houder in hoofdzaak afsluit.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de afgifteopening wordt gevormd door een open uiteinde van de houder. 10
10. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de houder is ingericht voor opname van een deel van de basisstructuur.
11. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de houder en/of de 15 basisstructuur is voorzien van ten minste één afdichtingselement voor het realiseren van een in hoofdzaak mediumdichte initiële afdichting tussen de houder en de basisstructuur.
12. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de houder in 20 hoofdzaak kokervormig, in het bijzonder in hoofdzaak cilindrisch is vormgegeven.
13. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de basisstructuur is ingericht om onlosmakelijk te worden verbonden met de drankhouder.
14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de basisstructuur is ingericht om in hoofdzaak gefixeerd te worden verbonden met de drankhouder.
15. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afsluitelement en de basisstructuur onderling losneembaar zijn verbonden middels een 30 schroefdraadverbinding.
16. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de houder is voorzien van ten minste één begrenzingselement en de basisstructuur is voorzien van ten minste één contrabegrenzingselement ingericht voor samenwerking met het van de houder deel uitmakende begrenzingselement voor het begrenzen van de maximale verplaatsing van de houder ten opzichte van de basisstructuur.
17. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de houder en de 5 basisstructuur onderling zijn gekoppeld middels een schroefdraadverbinding.
18. Inrichting volgens conclusie 16 en 17, waarbij ten minste één begrenzingselement van de houder ten minste één contrabegrenzingselement van de basisstructuur passeert bij het verplaatsen van de houder ten opzichte van de 10 basisstructuur tijdens ontkoppeling van het afsluitelement van de basisstructuur, waarbij de schroefdraadverbinding tussen de houder en de basisstructuur wordt ontkoppeld.
19. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de houder is voorzien van ten minste één meeneemnok ingericht voor samenwerking met het afsluitelement 15 zodanig dat tijdens verplaatsing van het afsluitelement ten opzichte van de basisstructuur de houder wordt meegenomen door het afsluitelement.
20. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afsluitelement is verbonden met een afscheurbaar verzegelelement dat initieel aangrijpt op de 20 drankhouder en/of de basisstructuur en afscheurt tijdens ontkoppeling van het afsluitelement van de basisstructuur.
21. Samenstel van een drankhouder, in het bijzonder een fles, en een met de drankhouder gekoppelde inrichting volgens een der voorgaande conclusies.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2007141A NL2007141C2 (nl) | 2011-07-19 | 2011-07-19 | Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, en samenstel. |
| PCT/NL2012/050499 WO2013012322A1 (en) | 2011-07-19 | 2012-07-12 | Device for closing beverage containers, in particular a bottle, and assembly |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2007141 | 2011-07-19 | ||
| NL2007141A NL2007141C2 (nl) | 2011-07-19 | 2011-07-19 | Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, en samenstel. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2007141C2 true NL2007141C2 (nl) | 2013-01-22 |
Family
ID=46639652
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2007141A NL2007141C2 (nl) | 2011-07-19 | 2011-07-19 | Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, en samenstel. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2007141C2 (nl) |
| WO (1) | WO2013012322A1 (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN109422005A (zh) * | 2017-09-05 | 2019-03-05 | 杨芳林 | 容器盖 |
| CN109422006A (zh) * | 2017-09-05 | 2019-03-05 | 杨芳林 | 瓶盖 |
| US20240262585A1 (en) * | 2023-02-08 | 2024-08-08 | Yonghui Fang | Dispenser |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2005044683A1 (en) * | 2003-11-05 | 2005-05-19 | Jeong-Min Lee | Method and structure for mixing different materials |
| WO2009020340A1 (en) * | 2007-08-07 | 2009-02-12 | Park, Jeong-Oog | Bottle cap with additive supplying structure |
| WO2009069954A2 (en) * | 2007-11-27 | 2009-06-04 | Jeong-Min Lee | Packing system for the beverage and liquor using the alcohol element |
| WO2009128626A2 (ko) * | 2008-04-18 | 2009-10-22 | An In Jae | 혼합원료 캡슐이 구비된 음료용기 |
Family Cites Families (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| HRP20070312A2 (en) | 2007-07-16 | 2009-01-31 | Cedevita D.O.O. | Bottle closure with container for powder material for beverage preparation |
-
2011
- 2011-07-19 NL NL2007141A patent/NL2007141C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2012
- 2012-07-12 WO PCT/NL2012/050499 patent/WO2013012322A1/en not_active Ceased
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2005044683A1 (en) * | 2003-11-05 | 2005-05-19 | Jeong-Min Lee | Method and structure for mixing different materials |
| WO2009020340A1 (en) * | 2007-08-07 | 2009-02-12 | Park, Jeong-Oog | Bottle cap with additive supplying structure |
| WO2009069954A2 (en) * | 2007-11-27 | 2009-06-04 | Jeong-Min Lee | Packing system for the beverage and liquor using the alcohol element |
| WO2009128626A2 (ko) * | 2008-04-18 | 2009-10-22 | An In Jae | 혼합원료 캡슐이 구비된 음료용기 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2013012322A1 (en) | 2013-01-24 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2010426C2 (nl) | Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, en samenstel van een dergelijke inrichting en een drankhouder. | |
| US4410085A (en) | Drinking goblet enabling two doses of constituents to be mixed just before consumption | |
| RU2397932C2 (ru) | Укупорочный узел для емкости | |
| US8887905B2 (en) | Plastic closure having a capsule for dispensing active ingredients | |
| EP2096041A1 (en) | A closure with built-in storing compartment | |
| US20080099487A1 (en) | Multi-purpose cap for drink containers | |
| EA201070147A1 (ru) | Колпачок для бутылок, имеющий ёмкость для порошкообразного материала для приготовления напитков | |
| NL2007141C2 (nl) | Inrichting voor het afsluiten van drankhouders, in het bijzonder een fles, en samenstel. | |
| CA2859010A1 (en) | Dispensing closure | |
| WO2001005675A1 (en) | An assembly for two products to be mixed just prior to use | |
| WO2002002416A3 (en) | Device for dispensing liquids | |
| US20080105639A1 (en) | Fresh product dispensing system | |
| WO2014173933A1 (en) | Multiple compartment container | |
| US7896181B1 (en) | Multi-functional bottle | |
| US20100126957A1 (en) | Attachable mixing device | |
| WO2015106299A1 (en) | Full content flow type substance dispenser | |
| US20130327001A1 (en) | Single serving beverage container used as a drinking vessel | |
| JP2009202944A (ja) | 口栓ユニット、口栓付き包装容器及びこれを製造する方法 | |
| CN101405190A (zh) | 饮料包装容器 | |
| JP2004238022A (ja) | ペットボトル用パウダー茶抽出キャップ | |
| CN201825371U (zh) | 固液混装型固体盛放容器 | |
| CN217919272U (zh) | 储物瓶盖及带有该储物瓶盖的配料瓶 | |
| KR101014806B1 (ko) | 넘침 방지용 음료용기 뚜껑 | |
| CN210556628U (zh) | 一种掺混式的双层瓶盖 | |
| CN115258401A (zh) | 储物瓶盖、配料瓶及该配料瓶的装配方法 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| TD | Modifications of names of proprietors of patents |
Effective date: 20150205 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20160801 |