NL2009778C2 - Systeem voor het bepalen van bewegingen en/of orientaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier. - Google Patents
Systeem voor het bepalen van bewegingen en/of orientaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2009778C2 NL2009778C2 NL2009778A NL2009778A NL2009778C2 NL 2009778 C2 NL2009778 C2 NL 2009778C2 NL 2009778 A NL2009778 A NL 2009778A NL 2009778 A NL2009778 A NL 2009778A NL 2009778 C2 NL2009778 C2 NL 2009778C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- deviation
- animal
- unit
- sensor
- predetermined
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K29/00—Other apparatus for animal husbandry
- A01K29/005—Monitoring or measuring activity
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/103—Measuring devices for testing the shape, pattern, colour, size or movement of the body or parts thereof, for diagnostic purposes
- A61B5/11—Measuring movement of the entire body or parts thereof, e.g. head or hand tremor or mobility of a limb
- A61B5/1116—Determining posture transitions
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/103—Measuring devices for testing the shape, pattern, colour, size or movement of the body or parts thereof, for diagnostic purposes
- A61B5/11—Measuring movement of the entire body or parts thereof, e.g. head or hand tremor or mobility of a limb
- A61B5/1118—Determining activity level
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/68—Arrangements of detecting, measuring or recording means, e.g. sensors, in relation to patient
- A61B5/6801—Arrangements of detecting, measuring or recording means, e.g. sensors, in relation to patient specially adapted to be attached to or worn on the body surface
- A61B5/6813—Specially adapted to be attached to a specific body part
- A61B5/6822—Neck
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/68—Arrangements of detecting, measuring or recording means, e.g. sensors, in relation to patient
- A61B5/6801—Arrangements of detecting, measuring or recording means, e.g. sensors, in relation to patient specially adapted to be attached to or worn on the body surface
- A61B5/6813—Specially adapted to be attached to a specific body part
- A61B5/6828—Leg
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/0002—Remote monitoring of patients using telemetry, e.g. transmission of vital signals via a communication network
- A61B5/0004—Remote monitoring of patients using telemetry, e.g. transmission of vital signals via a communication network characterised by the type of physiological signal transmitted
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/74—Details of notification to user or communication with user or patient; User input means
- A61B5/746—Alarms related to a physiological condition, e.g. details of setting alarm thresholds or avoiding false alarms
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Biophysics (AREA)
- Pathology (AREA)
- Surgery (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Public Health (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Molecular Biology (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Biomedical Technology (AREA)
- Heart & Thoracic Surgery (AREA)
- Medical Informatics (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Oral & Maxillofacial Surgery (AREA)
- Dentistry (AREA)
- Physiology (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Measurement Of The Respiration, Hearing Ability, Form, And Blood Characteristics Of Living Organisms (AREA)
- Burglar Alarm Systems (AREA)
Description
CMJ/P99646NL00
Titel: Systeem voor het bepalen van bewegingen en/of oriëntaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier.
De uitvinding heeft betrekking op een systeem voor het bepalen van bewegingen en/of oriëntaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier voorzien van een eerste eenheid, waarbij de eerste eenheid is voorzien van een behuizing die is ingericht om, in gebruik, op een vooraf bepaalde 5 wijze aan een dier of lichaamsdeel van een dier te worden bevestigd, ten minste een bewegingssensor voor het detecteren van bewegingen en/of oriëntaties van de behuizing en voor het genereren van sensorsignalen die tenminste de gedetecteerde oriëntaties en eventueel ook de gedetecteerde bewegingen representeren, een elektronisch circuit verbonden met de 10 bewegingssensor voor het bewerken van de door de ten minste ene bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen ter verkrijging van bewerkingsresultaten, eerste zendermiddelen verbonden met het elektronische circuit voor het uitzenden van de bewerkingsresultaten en/of gegenereerde sensorsignalen waarbij de ten minste ene bewegingssensor, 15 het elektronisch circuit en de eerste zendermiddelen in de behuizing zijn opgenomen. Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat het in de tijd detecteren van oriëntaties impliciet ook het detecteren van bewegingen inhoudt.
Een dergelijk systeem is onder meer bekend uit het Nederlandse 20 octrooi 2003276. De behuizing van het systeem kan bijvoorbeeld aan de poot van een dier worden verbonden of aan de hals van een dier worden verbonden. In beide gevallen kan dit bijvoorbeeld met behulp van een band waarmee een lus wordt gevormd. Het is voorts bekend dat de bewerkingsresultaten een door het elektronisch circuit uitgevoerde analyse 25 van de signalen van de bewegingssensor kunnen omvatten. Indien de behuizing is ingericht om aan de poot van een dier te worden verbonden, 2 kan de genoemde analyse bijvoorbeeld het tellen van stappen van het dier omvatten. Wanneer de behuizing aan de hals van een dier is verbonden, kan de genoemde analyse bijvoorbeeld het bepalen van de oriëntatie van de kop van het dier omvatten. Bevindt de kop zich regelmatig hoog, dan kan dit 5 bijvoorbeeld duiden op het feit dat het dier tochtig is. Bevindt de kop zich regelmatig naar beneden, dan kan dit duiden op het feit dat het dier aan het eten is. Dergelijke analyses kunnen door het elektronisch circuit van de eerste eenheid worden uitgevoerd. De bewerkingsresultaten kunnen dan vervolgens met behulp van de eerste zendermiddelen worden uitgezonden 10 om te worden ontvangen door de tweede eenheid voor bijvoorbeeld opslag en/of verdere analyse danwel voor het genereren van een alarm. Veelal worden de bewerkingsresultaten op regelmatig in de tijd verspreidde momenten uitgezonden. De uitvinding heeft als doel de betrouwbaarheid van de bewerkingsresultaten te verbeteren. Het systeem van de uitvinding 15 wordt hiertoe gekenmerkt in dat het systeem is ingericht om, in gebruik, een afwijking tussen een actuele oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van een vooraf bepaalde deel van het dier en een veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier te detecteren waarbij de 20 veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier gebaseerd is op de veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing aan het dier is bevestigd en waarbij het systeem verder is ingericht om voor een gedetecteerde afwijking te corrigeren.en/of een signaal af te geven om 25 bijvoorbeeld een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal uit te zenden dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat.De genoemde afwijking kan bijvoorbeeld ontstaan doordat de sensormiddelen met een afwijkende oriëntatie op een printplaat zijn aangebracht. Hieronder wordt hier ook verstaan dat de bewegingssensor 30 zelf een systematische afwijking kan omvatten zodat een gemeten oriëntatie 3 met de sensor niet correspondeert met een hiermee veronderstelde corresponderende oriëntatie van de printplaat. Ook kan het zijn dat een printplaat waarop de sensormiddelen zijn aangebracht met een afwijkende oriëntatie binnen de behuizing is aangebracht. Daarnaast is het mogelijk 5 dat de behuizing met een afwijkende oriëntatie aan het dier is bevestigd dan vooraf de bedoeling was. Al deze vier afwijkingen kunnen optreden in de interpretatie van de signalen die door de tenminste ene bewegingssensor wordt gegenereerd. Alhoewel de signalen wel de actuele oriëntatie van de bewegingssensor aanduiden, geven deze signalen bijvoorbeeld niet een 10 actuele oriëntatie van een deel van het dier waarmee een oriëntatie van de sensor wordt gerelateerd. Anders gezegd, het verband tussen de actuele oriëntatie van de bewegingssensor en de actuele oriëntatie van het dier of lichaamsdeel van het dier komt niet overeen met het verband tussen de oriëntatie van de bewegingssensor en de oriëntatie van het dier dat men 15 verwacht op grond van de wijze waarop de behuizing aan het dier is bevestigd. Het systeem kan dergelijke afwijkingen bepalen en corrigeren. In het bijzonder geldt dat het systeem is ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat een gemiddelde van, in gebruik, door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen afwijkt van 20 een vooraf bepaald verwacht gemiddelde en/of van een vooraf bepaalde range van sensorsignalen en om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde 25 afwijking omvat. Op deze wijze kan het systeem afwijkingen detecteren tussen bijvoorbeeld de genoemde oriëntatie van de sensor ten opzichte van de printplaat, de genoemde oriëntatie van de printplaat ten opzichte van de behuizing en de genoemde oriëntatie van de behuizing ten opzichte van het dier. Indien tenminste één van deze oriëntaties afwijkt van hetgeen men 30 vooraf heeft verondersteld kan een dergelijke afwijking worden gedetecteerd 4 en gecorrigeerd door de sensorsignalen en/of bewerkingsresultaten te corrigeren met de gedetecteerde afwijking. Ook is het mogelijk dat het systeem is ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat, in gebruik, een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerd 5 sensorsignaal afwijkt van een vooraf bepaalde verwachte waarde van het sensorsignaal en/of afwijkt van een vooraf bepaalde range van mogelijk verwachte sensorsignalen en om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde 10 afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat. In het bijzonder kunnen systematische afwijkingen, zoals bijvoorbeeld de oriëntatie van de sensor t.o.v. de behuizing, gecalibreerd worden door de behuizing op een vlakke plaat te leggen en de gedetecteerde afwijkingen van de horizontale oriëntatie als offset in te stellen. Het 15 systeem kan echter voorts ook zijn ingericht om voor afwijkingen die een andere oorzaak hebben te corrigeren. In het bijzonder geldt dat de behuizing is ingericht om aan de hals van een dier te worden bevestigd waarbij de elektronische eenheid is ingericht om te detecteren dat de sensorsignalen van de tenminste ene bewegingssensor boven en/of onder een eerste 20 drempelwaarde liggen en om te detecteren dat de sensorsignalen boven en/of onder een tweede drempelwaarde uitkomen ter verkrijging van de bewerkingsresultaten waarbij de eerste drempelwaarde groter is dan de tweede drempelwaarde. Wanneer wordt gedetecteerd dat de signalen van de sensormiddelen boven een eerste drempelwaarde liggen, kan bijvoorbeeld 25 worden geconcludeerd dat het dier tochtig is. Wanneer wordt gedetecteerd dat de signalen van de sensor beneden de tweede drempelwaarde liggen, kan bijvoorbeeld worden geconcludeerd dat het dier vreet. In het bijzonder geldt dat het systeem is ingericht om de eerste drempelwaarde en de tweede drempelwaarde elk te corrigeren met de gedetecteerde afwijking voor het 30 corrigeren van de bewerkingsresultaten. De eerste drempelwaarde en de 5 tweede drempelwaarde kunnen aldus bijvoorbeeld elk met een gedetecteerde afwijking worden gecorrigeerd wanneer bijvoorbeeld zich één van de vier bovengenoemde systematische afwijkingen zich voordoen. Het is echter ook mogelijk dat bijvoorbeeld de behuizing van de eerste eenheid niet 5 strak tegen de hals van een dier is bevestigd maar enigszins kan bungelen. Dit zal dan tot gevolg hebben dat een gemeten variatie in oriëntatie die optreedt gedurende een zeker tijdsverloop kleiner kan zijn dan de verwachte variatie in oriëntatie van de hals van het dier omdat deze niet volledig wordt gevolgd. Om hiervoor te corrigeren kan volgens een zeer geavanceerde 10 uitvoeringsvorm het systeem zijn ingericht om als een afwijking te detecteren dat een variatie in de tijd van de door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen kleiner is dan een vooraf bepaalde verwachte variatie waarbij het systeem verder is ingericht om een afstand tussen de eerste drempelwaarde en de tweede drempelwaarde te 15 verkleinen als laatst genoemde afwijking wordt gedetecteerd. Doordat bijvoorbeeld de eerste drempelwaarde kleiner wordt gemaakt en de tweede drempelwaarde groter wordt gemaakt, komt de afstand tussen beide drempelwaarden thans toch overeen met een vooraf bepaalde verandering van variatie in de stand van de hals van het dier. Hierdoor geven de 20 bewerkingsresultaten dan toch een juiste analyse van een actuele oriëntatie van de hals van het dier weer. Ook is het moge lijk dat het systeem is ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat, in gebruik, een variatie van een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerd sensorsignaal afwijkt van een vooraf bepaald verwacht patroon van het 25 sensorsignaal en/of van een vooraf bepaalde range van patronen van het sensorsignaal en om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven bijvoorbeeld om een gebruiker zoals een boer attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de 30 gedetecteerde afwijking omvat. Ook hierdoor kan worden gecorrigeerd of 6 gewaarschuwd voor bijvoorbeeld een los aan de hals van een dier bungelende behuizing zoals hiervoor besproken. Het bepalen van de afwijking en het doorvoeren van de correctie om voor een gedetecteerde afwijking te corrigeren kan bij voorkeur door het elektronisch circuit worden 5 uitgevoerd. Het elektronisch circuit heeft immers de signalen die afkomstig zijn van een sensor tot zijn beschikking om deze afwijking te detecteren. Deze signalen omvatten relatief veel informatie. De bewerkingsresultaten omvatten minder informatie zodat het minder gemakkelijk is om uit de bewerkingsresultaten de genoemde afwijkingen te detecteren. Het systeem 10 kan bijvoorbeeld zijn voorzien van een tweede eenheid voorzien van ontvangermiddelen voor het ontvangen en eventueel verder verwerken van de uitgezonden bewerkingsresultaten. Het tweede systeem kan dan uit de bewerkingsresultaten de genoemde afwijking vaststellen. Het tweede systeem kan dan bijvoorbeeld de ontvangen bewerkingsresultaten 15 corrigeren. Het is echter ook mogelijk dat de tweede eenheid een signaal afgeeft, bijvoorbeeld ter attentie van een boer, wanneer deze een afwijking heeft gevonden. De tweede eenheid kan ook nog zijn voorzien van tweede zendermiddelen terwijl de eerste eenheid is voorzien van tweede ontvangermiddelen die in de behuizing is op genomen. De tweede eenheid 20 kan dan informatie over de door de tweede eenheid gedetecteerde afwijking uitzenden. Deze informatie wordt dan met de tweede ontvangermiddelen ontvangen. Omdat de tweede ontvangermiddelen kunnen zijn verbonden met het elektronisch circuit, kan het elektronisch circuit vervolgens de bewerkingsresultaten of de sensorsignalen afkomstig van de tenminste ene 25 bewegingssensor corrigeren met de bepaalde afwijking. Indien de bewerkingsresultaten bijvoorbeeld ook de meest opgeheven oriëntatie van de kop van een dier omvatten en de meest gedaalde oriëntatie van de kop van een dier omvatten, kan hieruit ook worden afgeleid of de afstand tussen de hierboven genoemde eerste en tweede drempelwaarde moet worden 30 verkleind. Ook kan wanneer de bewerkingsresultaten bijvoorbeeld de 7 gemiddelde oriëntatie van de hals van het dier omvatten, door de tweede eenheid worden bepaald of er een afwijking is ten opzichte van een verwacht gemiddelde. Indien dit zo is, kan de tweede eenheid weer bewerkstelligen dat informatie over de geconstateerde afwijking wordt uitgezonden waarna 5 bij ontvangst door de eerste eenheid van deze informatie, het elektronisch circuit bijvoorbeeld de eerste en tweede drempelwaarde met een waarde corrigeert die overeenkomt met de gedetecteerde afwijking/oriëntatie van de hals van het dier. Het gevolg is dat de bewerkingsresultaten worden gecorrigeerd met de betreffende afwijking. Bij voorkeur zal de detectie van 10 een afwijking echter plaatsvinden door het elektronisch circuit zelf. Een correctie van de sensorsignalen en/of de bewerkingsresultaten kan dan worden uitgevoerd door het elektronisch circuit of door de tweede eenheid wanneer de eerste eenheid informatie over een gedetecteerde afwijking uitzendt naar de tweede eenheid. Ook het corrigeren van de 15 bewerkingsresultaten met de afwijking, zei het door correctie van de signalen die door de tenminste ene bewegingssensor worden gegenereerd, zei het door correctie van bepaalde drempelwaarden bij voorkeur door het elektronisch circuit uitgevoerd. Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm geldt nog dat het systeem is ingericht om te detecteren dat de behuizing 20 althans nagenoeg ondersteboven is bevestigd ten opzichte van de vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing aan het dier zou moeten worden bevestigd op grond van het feit dat de sensorsignalen van de tenminste ene bewegingssensor een afwijking van ongeveer 180 graden geven ten opzichte van vooraf bepaalde verwachte sensorsignalen van de tenminste ene 25 bewegingssensor. Het detecteren van een dergelijke afwijking kan wederom door het elektronisch circuit worden uitgevoerd. Het zal echter duidelijk zijn dat de bewerkingsresultaten ook kunnen aantonen dat de signalen van de tenminste ene bewegingssensor een afwijking van 180 graden geven ten opzichte van vooraf bepaalde verwachte signalen van de tenminste ene 30 bewegingssensor. De bewerkingsresultaten kunnen immers bijvoorbeeld een 8 gemiddelde laten zien van een gedetecteerde oriëntatie zoals hierboven besproken. Ook kan telkens een uiterste waarde van gedetecteerde oriëntaties worden gegeven. Hoe het ook zij, deze gemiddelden en/of uiterste waarden kunnen een afwijking van 180 graden tonen. Hierbij kan het ook zo 5 zijn dat de tweede eenheid is ingericht om een dergelijke afwijking te detecteren. De tweede eenheid kan dan wederom informatie over een dergelijke afwijking uitzenden met behulp van de tweede zendermiddelen. Deze informatie wordt dan door de eerste eenheid ontvangen met behulp van de tweede ontvangermiddelen. Deze informatie kan dan vervolgens door 10 het elektronisch circuit worden gebruikt om de signalen van de tenminste ene bewegingssensor met 180 graden te corrigeren danwel de verwerking van de signalen van 180 graden te corrigeren. Het is echter ook mogelijk dat de tweede eenheid geen informatie over een gedetecteerde afwijking uitzendt. In dat geval is het mogelijk dat de tweede eenheid zelf de 15 bewerkingsresultaten corrigeert met een gedetecteerde afwijking. Dit kan voor elk van de afwijkingen die hiervoor zijn besproken.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van de tekening. Hierin toont:
Figuur 1 een mogelijke uitvoeringsvorm van een systeem volgens 20 de uitvinding;
Figuur 2 een eerste eenheid van het systeem volgens figuur 1 die aan de poot van een dier is bevestigd;
Figuur 3a een eerste eenheid van het systeem volgens figuur 1 die op correcte wijze aan de hals van een dier is bevestigd; 25 Figuur 3b de eerste eenheid van het systeem volgens figuur 1 die op zijn kop aan de hals van een dier is bevestigd (gedraaid rondom de hals);
Figuur 3c de eerste eenheid van het systeem volgens figuur 1 die verkeerdom aan de hals van een dier is bevestigd;
Figuur 4a de situatie van figuur 3 wanneer een dier tochtig is; 30 Figuur 4b de situatie van figuur 3 wanneer een dier eet; 9
Figuur 5a een eerste en tweede drempelwaarde die door het systeem worden gehanteerd;
Figuur 5b een eerste en tweede drempelwaarde die door het systeem worden gehanteerd na correctie met een afwijking (offset); 5 Figuur 6a een situatie zoals in figuur 5a; en
Figuur 6b een eerste en tweede drempelwaarde nadat deze door het systeem met een gedetecteerde (schaal) afwijking zijn gecorrigeerd.
In figuur 1 is met referentienummer 1 een systeem voor het bepalen van bewegingen en/of oriëntatie van een dier aangeduid. Het 10 systeem is voorzien van een eerste eenheid 2. De eerste eenheid 2 is voorzien van een schematisch aangeduide behuizing 3 die is ingericht om, in gebruik, op een vooraf bepaalde wijze aan het dier te worden bevestigd. Voorts is de eerste eenheid voorzien van een bewegingssensor 4 voor het detecteren van bewegingen en/of oriëntaties van de behuizing 3. De 15 bewegingssensor genereert sensorsignalen die een oriëntatie van de bewegingssensor representeren. Deze signalen kunnen in dit voorbeeld ook de bewegingen van de bewegingssensor representeren. In dit voorbeeld is de sensor 4 uitgevoerd als een op zich bekende G-sensor. Andere sensoren zijn echter eveneens mogelijk. De sensor 4 is vast in de behuizing 3 opgenomen 20 zodat een oriëntatie van de behuizing 3 correspondeert met een oriëntatie van de sensor 4. Ook correspondeert een beweging van de behuizing 3 met een beweging van de sensor 4. De eerste eenheid is verder voorzien van een leiding 6 waarmee sensorsignalen van de bewegingssensor 4 aan een elektronisch circuit kunnen worden toegevoerd. De inrichting is verder 25 voorzien van zendermiddelen 10 die via een leiding 7 met het elektronisch circuit zijn verbonden. Het elektronisch circuit is ingericht om de van de bewegingssensor ontvangen sensorsignalen te verwerken voor het verkrijgen van bewerkingsresultaten. Deze bewerkingsresultaten kunnen via een leiding 7 aan de zendermiddelen 10 worden toegevoerd voor het 30 uitzenden van de bewerkingsresultaten. De eerste eenheid is verder 10 voorzien van een voedingseenheid 12 die via de leiding 14 met de bewegingssensor 4 is verbonden voor het toevoeren van energie aan de bewegingssensor welke energie de bewegingssensor nodig heeft voor zijn werking. Tevens is de voedingseenheid via een leiding 16 met het 5 elektronisch circuit 8 verbonden voor het van energie voorzien van het elektronisch circuit 8. In het geval de zendermiddelen 10 bestaan uit een actieve zender is de actieve zender 10 ook middels een leiding 22 met de voedingseenheid verbonden voor het verkrijgen van energie voor zijn werking. Het is echter ook moge lijk dat de zendermiddelen een zogenaamde 10 passieve zender is die zijn energie haalt uit een elektromagnetisch ondervraagveld dat bijvoorbeeld door een tweede eenheid 20 wordt uitgezonden. De zendermiddelen zijn dan ingericht om het ondervraagveld te moduleren met informatie over de bewerkingsresultaten welke informatie dan door de tweede eenheid 20 wordt ontvangen. In dit voorbeeld bestaat de 15 zender 10 echter uit een actieve UHF zender die zijn energie betrekt vanuit de voedingseenheid 12.
De behuizing 3 kan zijn ingericht om met behulp van een band 24 aan de poot van een dier te worden bevestigd, zie figuur 2. Het elektronisch circuit kan in dat geval bijvoorbeeld zijn ingericht om aan de hand van de 20 bewegingssensor 4 gegenereerde sensorsignalen stappen te tellen die het dier maakt. Dit laatste kan op op zich bekende wijze worden uitgevoerd. Het aantal getelde stappen, bijvoorbeeld in een bepaalde periode of per tijdseenheid is dan onderdeel van de genoemde bewerkingsresultaten die op geregelde momenten met de zendermiddelen 10 worden uitgezonden om te 25 worden ontvangen met behulp van een tweede eenheid 20 die ook onderdeel uitmaakt van het systeem. De tweede eenheid 20 is hiertoe voorzien van eerste ontvangermiddelen 26. De ontvangen bewerkingsresultaten kunnen in de tweede eenheid 20 worden op geslagen en/of verder verwerkt.
Het is echter ook mogelijk dat de behuizing 3 is ingericht om met 30 behulp van een band 24 aan de hals 28 van een dier te worden bevestigd.
11 Eén ander zoals getoond in figuur 3a. Op deze wijze kan met behulp van de eerste eenheid, bewegingen en/of oriëntaties van het dier en/of lichaamsdelen van het dier worden gemeten. In dit voorbeeld is het elektronisch circuit op op zich bekende wijze ingericht om tenminste een 5 oriëntatie van de behuizing 3 te meten. Omdat de behuizing 3 aan de hals van het dier is bevestigd, zoals getoond in figuur 3a, wordt hiermee in feite een oriëntatie van een deel 30 van de hals van het dier gemeten. Aanbevolen is dat de behuizing dusdanig moet worden bevestigd dat de behuizing zich onderaan de hals van het dier bevindt met de pijl wijzend in de richting van 10 de kop van het dier.
Indien de oriëntatie van het deel 30 van het dier is gemeten, kan deze oriëntatie, of een gemiddelde daarvan, wederom op op zich bekende wijze met behulp van de zendermiddelen 10 worden uitgezonden om vervolgens te worden ontvangen met behulp van de eerste 15 ontvangermiddelen 26 van de tweede eenheid. De tweede eenheid kan de aldus ontvangen bewerkingsresultaten weer opslaan en/of verder verwerken. In het bijzonder kan bijvoorbeeld het elektronisch circuit 8 zijn ingericht om het gemiddelde van de oriëntatie van de hals gedurende een bepaalde periode te meten, bijvoorbeeld gedurende een uur om vervolgens 20 deze informatie uit te laten zenden.
Nu kan het gebeuren dat de eerste eenheid per ongeluk verkeerd aan de hals wordt geplaatst, of tijdens gebruik langs de hals is gedraaid. Dit is in figuur 3b aangetoond met referentienummer 3’. De sensorsignalen suggereren dan dat het dier op zijn kop staat. In dit voorbeeld is het 25 systeem echter ingericht om, in gebruik, een afwijking tussen een actuele oriëntatie van een tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van een vooraf bepaald deel van het dier en een veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel 30 van het dier te detecteren. De veronderstelde oriëntatie van de tenminste 30 ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel 30 van het 12 dier is hierbij gebaseerd op de veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing 3 aan het dier moet zijn bevestigd. In dit voorbeeld wordt de behuizing verondersteld aan de onderzijde van de hals van het dier te zijn bevestigd. Indien de behuizing echter is bevestigd zoals aangegeven met 5 referentie 3’ in figuur 3b, is het systeem dusdanig ingericht dat dit wordt herkend en het systeem is verder ingericht om een gedetecteerde afwijking te corrigeren. Meer in het bijzonder geldt hierbij dat het systeem is ingericht om te detecteren dat de behuizing althans nagenoeg ondersteboven is bevestigd ten opzichte van de vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing 10 aan het dier zou moeten worden bevestigd op grond van het feit dat de sensorsignalen van de tenminste ene bewegingssensor een afwijking van ongeveer 180 graden geven ten opzichte van vooraf bepaalde verwachte sensorsignalen van de tenminste ene bewegingssensor. In dit voorbeeld wordt de genoemde afwijking door het elektronisch circuit 8 gedetecteerd. In 15 dit voorbeeld bepaald hiertoe het elektronisch circuit een gemiddelde van de met de bewegingssensor 4 gegenereerde sensorsignalen. Deze sensorsignalen geven de betreffende oriëntatie weer die met de bewegingssensor wordt gemeten. Deze oriëntatie wijkt in dit voorbeeld ongeveer 180 graden af van verwachte waarden van de sensorsignalen.
20 Meer in het bijzonder geldt in het voorbeeld dat de berekende gemiddelde oriëntatie niet binnen een range van mogelijk verwachtte waarden van de sensorsignalen valt. Indien de bepaalde gegenereerde sensorsignalen buiten de range vallen, wordt geconcludeerd dat de behuizing op zijn kop is bevestigd aan de hals van het dier. Het elektronisch circuit is vervolgens 25 ingericht om de sensorsignalen te inverteren met als gevolg dat alsnog een correcte oriëntatie van de hals van het dier wordt gemeten. Thans zijn de bewerkingsresultaten gecorrigeerd voor het feit dat de eerste eenheid op zijn kop is bevestigd aan het dier. Ook kan worden gedetecteerd dat de behuizing verkeerd is aangebracht zoals getoond in figuur 3c. De behuizing 30 bevindt zich weliswaar onder aan de hals van het dier, echter de pijl wijst 13 niet naar de kop van het dier maar naar de achterzijde van het dier. Ook hier is de behuizing aangegeven met referentienummer 3’. In dat geval wordt, indien het dier de kop laat zakken omdat het vreet (situatie figuur 4b) een oriëntatie van de behuizing gemeten die suggereert dat het dier 5 tochtig is. Tevens wordt in dat geval, indien het dier de kop omhoog doet omdat het dier tochtig is (situatie figuur 4a) een oriëntatie van de behuizing gemeten die suggereert dat het dier vreet. Met andere woorden het detecteren van de toestanden vreten en tochtig zijn worden verwisseld. Omdat echter het vreten zich voordoet op momenten in de tijd verspreid 10 welke momenten zich volgens een vooraf bepaald eerste verwacht tijdspatroon voorkomen (bijvoorbeeld een aantal malen per dag) waarbij het tochtig zijn zich voordoet op momenten in de tijd verspreid welke momenten zich volgens een vooraf bepaald tweede verwacht tijdspatroon voorkomen (bijvoorbeeld een keer per maand) kan aan de hand van gemeten oriëntaties 15 worden gedetecteerd dat de behuizing verkeerd bij het dier is aangebracht zoals getoond in figuur 3c. Immers het gemeten tijdspatroon wijst bijvoorbeeld op tochtigheid terwijl de bijbehorende gemeten oriëntatie van de behuizing wijst op vreten. Ook kan een gemeten tijdspatroon wijzen op vreten terwijl de bijbehorende gemeten oriëntatie van de behuizing wijst op 20 tochtigheid. Bij een dergelijke detectie kunnen de bewerkingsresultaten hiervoor worden gecorrigeerd, bijvoorbeeld door een juiste oriëntatie van de kop van het dier te associëren met een gemeten oriëntatie van de behuizing.Anders gezegd, de sensorsignalen kunnen bijvoorbeeld door het elektronisch circuit zo worden geïnterpreteerd dat deze corresponderen met 25 een situatie waarin de behuizing is aangebracht zoals getoond in figuur 3c. Ook kunnen de sensorsignalen bijvoorbeeld door het elektronisch circuit worden gecorrigeerd opdat deze de juiste oriëntatie van de hals van het dier representeren. In dit voorbeeld gaat het om een afwijking van een tijdspatroon. Het bepalen van afwijking in tijdspatronen van de 14 bewerkingsresultaten en het bepalen van afwijkingen in tijdspatronen van gemeten sensorsignalen behoren eveneens tot de uitvinding.
In dit voorbeeld is de bewegingssensor 4 op een schematisch aangeduide printplaat 32 gemonteerd die met de behuizing 3 is verbonden.
5 Hierbij is het mogelijk dat de bewegingssensor met een oriëntatie op de printplaat 32 is gemonteerd die afwijkt van wat verondersteld was. Ook is het mogelijk dat de printplaat 32 binnen de behuizing is gemonteerd met een oriëntatie die afwijkt van was verondersteld was. Ook is het daarnaast nog mogelijk dat de behuizing 3 weliswaar niet op zijn kop of anderzijds 10 verkeerd zoals getoond in figuur 3c aan de hals van het dier is bevestigd maar wel met een oriëntatie die afwijkt van een oriëntatie die vooraf is aangenomen. In dit voorbeeld is het elektronisch circuit wederom ingericht om dergelijke afwijkingen te detecteren. Het elektronisch circuit is hiertoe ingericht om een gemiddelde van de door de tenminste ene bewegingssensor 15 gegenereerde sensorsignaal te bepalen. Indien het gemiddelde afwijkt van een vooraf bepaald verwacht gemiddelde, wordt de grootte van deze afwijking bepaald. Vervolgens wordt de aldus bepaalde grootte van de afwijking gebruikt om de sensorsignalen te corrigeren voor de afwijking. De vervolgens verkregen bewerkingsresultaten zijn aldus gecorrigeerd voor 20 dergelijke afwijkingen. Hierbij is het niet duidelijk wat de oorzaak is van een afwijking in de oriëntatie. Dit kan zijn gelegen in een afwijking van de oriëntatie van de sensor ten opzichte van de printplaat, een afwijking van de printplaat ten opzichte van de behuizing, en/of een afwijking van de behuizing ten opzichte van een vooraf bepaald deel van het dier waaraan de 25 behuizing is bevestigd. Onder een afwijking van de oriëntatie van de sensor ten opzichte van de printplaat wordt hier ook verstaan een afwijking die door de bewegingssensor zelf (intern) wordt veroorzaakt. Indien de grootte van de betreffende afwijking is bepaald, kunnen de bewerkingsresultaten ook nog op andere wijzen worden gecorrigeerd zoals hierna aan de hand van 30 een voorbeeld zal worden besproken.
15
In dit voorbeeld geldt dat de elektronische eenheid is ingericht om te detecteren dat de sensorsignalen van de tenminste ene bewegingssensor boven en/of onder een eerste drempelwaarde I uitkomen en om te detecteren dat de sensorsignalen boven en /of onder een tweede drempelwaarde II 5 uitkomen ter verkrijging van de bewerkingsresultaten. De eerste drempelwaarde I is groter dan de tweede drempelwaarde II. Een voorbeeld hiervan is getoond in figuur 5a. Hierin is getoond dat op tijdstip tl een oriëntatie cp boven de tweede drempelwaarde II uitkomt om vervolgens op een tijdstip t2 boven de eerste drempelwaarde I uit te komen. Indien 10 bijvoorbeeld geldt dat de gemeten oriëntatie geruime tijd boven de drempelwaarde I uitkomt, kan dit er op duiden dat het dier tochtig is. In figuur 3a is de betekenis van de hoek φ aangeduid. Een hoge waarde van φ betekent dat het dier de kop heeft opgeheven. Indien de waarde van φ daalt tot beneden de tweede drempelwaarde 2, betekent dit dat het dier de kop 15 laag heeft, hetgeen weer kan betekenen dat het dier aan het vreten is. De elektronische eenheid is in dit voorbeeld ingericht om aan de hand van de eerste en tweede drempelwaarde de toestand van het dier te onderzoeken. Is de waarde van φ gedurende geruime tijd groter dan de eerste drempelwaarde, dan is het dier tochtig. Is de waarde van φ gedurende 20 langere tijd beneden de tweede drempelwaarde II, dan wordt geconcludeerd dat het dier aan het vreten is. Wanneer echter een van de vier genoemde afwijkingen zich voordoen, kunnen verkeerde conclusies worden getrokken over de toestand van het dier. Indien een afwijking is vastgesteld zoals hiervoor besproken waarbij de grootte van de afwijking Δφ is, kunnen de 25 drempelwaarden elk met de waarde van Δφ worden gecorrigeerd zoals getoond aan de hand van figuur 5b.
Wanneer vervolgens de sensorsignalen worden vergeleken met de betreffende drempelwaarden, kunnen de uitkomsten veranderen hetgeen betekent dat de bewerkingsresultaten zijn gecorrigeerd.
16
Het systeem kan bovendien nog zijn ingericht om nog andere typen van afwijkingen te detecteren. Een voorbeeld hiervan is getoond aan de hand van figuur 4a en figuur 4b. In figuur 4a en figuur 4b is getoond dat de eerste eenheid niet strak met de band rondom de hals van het dier is 5 bevestigd. De eerste eenheid kan hierdoor bungelen. Indien het hoofd van het dier is opgeheven zoals getoond in figuur 4a, zou bij een correcte bevestiging een oriëntatie φΐ worden gemeten. Thans zakt de eerste eenheid echter naar beneden zodat een andere oriëntatie <p2 wordt gemeten. Indien het dier vreet, wordt een oriëntatie <p3 gemeten wanneer de eerste eenheid 10 strak tegen de hals van het dier is bevestigd. In dit voorbeeld geldt echter dat in plaats van de oriëntatie <p3 een oriëntatie φ4 wordt gemeten. Het zal duidelijk zijn dat het verschil tussen de gemeten hoeken φΐ en <p3 groter is dan het verschil tussen de gemeten hoeken φ2 en <p4. Anders gezegd, wanneer het dier de oriëntatie van de kop met een waarde laat veranderen 15 die gelijk is aan φΐ + φ3 zal slechts een verandering van oriëntatie worden gemeten met een waarde die gelijk is aan φ2 + φ4. Het elektronisch circuit is in dit voorbeeld ingericht om als een afwijking te detecteren dat een variatie in de tijd van de door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen kleiner is dan een vooraf bepaalde verwachte 20 variatie. Zou, zoals gezegd, de eerste bewegingssensor correct zijn bevestigd dan zou in de tijd een variatie kunnen worden gemeten die een grootte heeft in de range van φΐ + φ3. In het geval dat de eerste eenheid niet strak met de hals is verbonden, wordt een kleinere variatie in cp gemeten in de loop van de tijd, bijvoorbeeld in de range van φ2 + cp4. De variatie van afwijking in de 25 tijd kan op, op zich bekende wijze, statistisch worden bepaald. Dit kan bijvoorbeeld door een gemiddelde te bepalen van de grootste hoek cp die wordt gemeten en een gemiddelde te bepalen van de kleinste hoek φ die wordt gemeten. Een verschil tussen deze twee bepaalde waarden geeft dan een gemiddelde variatie in de tijd. Indien deze waarde afwijkt van een 30 vooraf bepaalde verwachte variatie, kan deze afwijking worden bepaald. Is 17 deze afwijking bepaald, dan wordt in dit voorbeeld een afstand tussen de eerste drempelwaarde en de tweede drempelwaarde verkleind met de genoemde bepaalde afwijking. Indien de bepaalde afwijking gelijk is aan Δφ2, wordt in dit voorbeeld de eerste drempelwaarde verlaagd met 1/^Δφ2 en 5 de tweede drempelwaarde verhoogd met een νίλφ2. Vervolgens worden de zendsignalen getoetst zoals getoond in figuur 6b aan de hand van de gecorrigeerde drempelwaarde. De bewerkingsresultaten zijn hiermee gecorrigeerd voor de genoemde afwijking. In dit voorbeeld geldt dat indien de genoemde afwijking Δφ2 toeneemt, ook het verkleinen van de afstand 10 tussen de eerste en tweede drempelwaarde toeneemt. In dit voorbeeld worden de genoemde afwijkingen bepaald door het elektronisch circuit. Ook het corrigeren van de bewerkingsresultaten wordt in dit voorbeeld door het elektronisch circuit uitgevoerd. Er geldt in dit voorbeeld dus dat het elektronische circuit is ingericht om, in gebruik, een afwijking tussen een 15 actuele oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van een vooraf bepaalde deel van het dier en een veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier te detecteren waarbij de veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel 20 van het dier gebaseerd is op de veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing aan het dier is bevestigd en waarbij het elektronisch circuit verder is ingericht om voor een gedetecteerde afwijking te corrigeren. Meer in het bijzonder geldt in dit voorbeeld dat het elektronische circuit is ingericht om de gegenereerde bewerkingsresultaten te corrigeren zodat de 25 bewerkingsresultaten niet langer een fout omvatten tengevolge van de afwijking in de door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen. Het is echter ook mogelijk dat het elektronisch circuit is ingericht om een signaal af te geven om bijvoorbeeld een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking. Dit kan een geluidssignaal zijn, een 18 lichtsignaal en een elektromagnetisch zendsignaal dat bijvoorbeeld door een elders op gestelde ontvanger wordt ontvangen voor verdere verwerking, bijvoorbeeld om elders een alarm te genereren. Het is echter ook nog mogelijk dat het elektronisch circuit is ingericht om een signaal uit te 5 zenden dat informatie over de afwijking omvat. Deze informatie kan bijvoorbeeld omvatten de richting van de afwijking. Het is echter eveneens mogelijk dat de tweede eenheid is ingericht om, in gebruik, een afwijking tussen een actuele oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van een vooraf bepaalde deel van het dier en een veronderstelde 10 oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier te detecteren waarbij de veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier gebaseerd is op de veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing aan het dier is bevestigd en waarbij het 15 de tweede eenheid verder is ingericht om te bewerkstelligen dat voor een gedetecteerde afwijking wordt gecorrigeerd en/of een signaal af te geven om bijvoorbeeld een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal uit te zenden dat informatie over de afwijking omvat. Indien de bewerkingsresultaten bijvoorbeeld de gemiddelde oriëntatie 20 gedurende een bepaalde periode omvat, alsmede een grootste oriëntatie en een kleine oriëntatie gedurende deze periode kan de tweede eenheid aan de hand van deze bewerkingsresultaten ook vaststellen of één van de bovengenoemde afwijkingen zich voordoen. Aan de hand van de gemiddelde oriëntatie kan bijvoorbeeld worden bepaald of de sensor een oriëntatie heeft 25 ten opzichte van een bepaald deel 30 van het dier die afwijkt van de veronderstelde oriëntatie. Aan de hand van het verschil tussen de gemeten grootste oriëntatie en de gemeten kleinste oriëntatie kan worden bepaald of zich een situatie voordoet zoals aan de hand van figuur 4a en 4b is besproken. Indien dit het geval is, kan bijvoorbeeld een alarm worden 30 gegenereerd door de tweede eenheid. Het is echter eveneens mogelijk dat de 19 tweede eenheid verder is voorzien van een tweede zendereenheid 34 voor het uitzenden van informatie naar de eerste eenheid waarbij de eerste eenheid verder is voorzien van een in de behuizing opgenomen en met het elektronisch circuit verbonden tweede ontvangereenheid 36 voor het 5 ontvangen van, en aan het elektronisch circuit toevoeren van, ontvangen informatie van de tweede eenheid. De tweede eenheid kan bijvoorbeeld zijn ingericht om een afwijking te detecteren in de ontvangen bewerkingsresultaten zoals hiervoor besproken en die een gevolg zijn van een afwijking tussen een actuele oriëntatie van de tenminste ene 10 bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier en een veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier. Wederom geldt hierbij dat de veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier gebaseerd is op de 15 veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing aan het dier is bevestigd. De tweede eenheid is in dit voorbeeld verder ingericht om informatie over de met door de tweede eenheid gedetecteerde afwijking met behulp van tweede zendermiddelen uit te zenden. De eerste eenheid is ingericht om met behulp van de tweede ontvangmiddelen de uitgezonden 20 informatie over de gedetecteerde afwijking te ontvangen en om met behulp van het elektronisch circuit de bewerkingsresultaten van de gedetecteerde afwijking te corrigeren met de afwijking zodat de bewerkingsresultaten na correctie de gedetecteerde afwijking niet langer omvatten. De doorgevoerde correcties kunnen van een type zijn zoals hiervoor besproken, dat wil zeggen 25 het corrigeren van de sensorsignalen zelf, of het aanpassen van drempelwaarden zoals besproken aan de hand van figuur 5 en 6, dat wil zeggen door het aanpassen van de bewerking die op de sensorsignalen wordt uitgevoerd voor het verkrijgen van de bewerkingsresultaten. In feite worden hiermee de sensorsignalen ook gecorrigeerd, zij het in de bewerking in 30 plaats van voorafgaande aan de bewerking.
20
Het is ook nog mogelijk dat een vooraf bepaald elektronisch activatiesignaal wordt uitgezonden dat door de tweede ontvangmiddelen 36 wordt ontvangen. Het elektronisch circuit is dusdanig ingericht dat wanneer dit activatiesignaal door de tweede ontvangmiddelen 36 wordt ontvangen en 5 aan het elektronisch circuit wordt doorgegeven, het elektronisch circuit “weet” dat de eerste behuizing thans door een gebruiker in een vooraf bepaalde oriëntatie wordt gebracht. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door de behuizing op een vooraf bepaalde wijze op een horizontaal oppervlak te plaatsen. Het elektronisch circuit analyseert 10 vervolgens de sensorsignalen die, zonder een afwijking, zouden moeten aangeven dat de sensor horizontaal is gepositioneerd. Blijkt dit echter niet zo te zijn, dan is het elektronisch circuit dusdanig ingericht dat vanaf dat moment de ontvangen sensorsignalen met de gemeten afwijking worden gecorrigeerd. Als alternatief kunnen de eerste en tweede drempelwaarden 15 worden gecorrigeerd zoals aan de hand van figuur 5a en 5b is besproken.
Het is dan dus mogelijk om de eerste eenheid voor een afwijking te corrigeren wanneer deze niet aan het dier is bevestigd. Uiteraard wordt een afwijking die ontstaat bij het bevestigen aan het dier, zoals aan de hand van figuur 3 en 4 is besproken dan niet gecorrigeerd. Dit zal echter wel, in 20 gebruik, gebeuren zoals hiervoor is besproken. Wanneer de eerste eenheid aan de poot van een dier is bevestigd zoals getoond aan de hand van figuur 2 kan deze ook op zijn kop worden bevestigd. Geheel analoog zoals hiervoor besproken kunnen door het systeem correcties worden uitgevoerd van een gemeten oriëntatie van de poot van een dier. Indien, zoals hiervoor 25 besproken, oriëntaties worden gecorrigeerd kunnen geheel analoog volgens de uitvinding ook bewegingen en bewegingsrichtingen die met behulp van de eerste eenheid worden gemeten, door het systeem worden gecorrigeerd. Immers, indien de sensorsignalen worden gecorrigeerd, worden aan de hand van de sensorsignalen oriëntatie gecorrigeerd maar worden automatisch ook 30 aan de hand van de sensorsignalen bepaalde bewegingen gecorrigeerd.
21
Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.
De typen afwijkingen die kunnen worden gedetecteerd en gecorrigeerd door hetzij het elektronisch circuit of de tweede eenheid, 5 kunnen volgens de uitvinding alleen of in elke willekeurige combinatie worden toegepast. Ook zal het duidelijk zijn dat detectie van een afwijking door het elektronisch circuit kan worden uitgevoerd op basis van de sensorsignalen. Wanneer de sensorsignalen door de eerste eenheid naar de tweede eenheid wordt overgezonden zoals hiervoor is besproken, kan een 10 afwijking op basis van de sensorsignalen ook door de tweede eenheid worden gedetecteerd. Indien de bewerkingsresultaten van de eerste eenheid naar de tweede eenheid wordt overgezonden kan, zoals gezegd, de tweede eenheid een afwijking detecteren op basis van de ontvangen bewerkingsresultaten. Indien de eerste eenheid een afwijking heeft gedetecteerd kan deze ook een 15 signaal genereren, bijvoorbeeld voor het alarmeren van een gebruiker zoals een boer .Indien de eerste eenheid een afwijking heeft gedetecteerd, kan de eerste eenheid de sensorsignalen corrigeren of de bewerkingsresultaten corrigeren. In dit laatste geval kan dat door het direct corrigeren van de bewerkingsresultaten nadat deze zijn verkregen. Het is ook mogelijk om de 20 bewerking aan te passen die wordt gebruikt voor het verkrijgen van de bewerkingsresultaten op basis van de sensorsignalen. Dit wordt binnen het kader van deze uitvinding ook gezien als het corrigeren van de sensorsignalen. Hiermee wordt immers, zoals gezegd, in feite ook de sensorsignalen gecorrigeerd. Indien de eerste eenheid een afwijking 25 detecteert kan deze ook informatie over deze afwijking naar de tweede eenheid verzenden. De tweede eenheid kan dan een signaal afgeven, bijvoorbeeld als alarm zoals hiervoor besproken. Ook is het mogelijk dat, indien de tweede eenheid de sensorsignalen zelf ontvangt, dat de tweede eenheid de sensorsignalen corrigeert nadat deze zijn ontvangen. Het is 30 echter dan ook mogelijk dat de tweede eenheid een bewerking corrigeert die 22 door de tweede eenheid op de ontvangen sensorsignalen wordt uitgevoerd. Ook kan de tweede eenheid bij ontvangst van informatie over een afwijking van de eerste eenheid, een door de tweede eenheid gegenereerd bewerkingsresultaat van de sensorsignalen corrigeren. Indien de eerste 5 eenheid een met het elektronisch circuit verkregen bewerkingsresultaat naar de tweede eenheid verstuurt alsmede informatie over een gedetecteerde afwijking is het ook mogelijk dat de tweede eenheid het ontvangen bewerkingsresultaat corrigeert. Indien de tweede eenheid zelf een afwijking detecteert zoals hiervoor besproken, kan deze zoals gezegd de 10 bewerkingsresultaten die zijn ontvangen van de eerste eenheid of door de tweede eenheid zelf zijn gegenereerd corrigeren. Ook kan de tweede eenheid informatie over de door de tweede eenheid gedetecteerde afwijking naar de eerste eenheid verzenden, waarna de eerste eenheid de sensorsignalen, de bewerkingsresultaten of de bewerking die op de sensorsignalen door de 15 eerste eenheid wordt uitgevoerd ter verkrijging van de bewerkingsresultaten corrigeren. Al deze varianten behoren tot de scope van de uitvinding. Bij voorkeur detecteert echter het elektronisch circuit van de eerste eenheid een afwijking en corrigeert het elektronisch circuit de sensorsignalen of de bewerkingsresultaten. Onder het corrigeren van de 20 sensorsignalen wordt hier verstaan het corrigeren van de sensorsignalen voordat deze verder worden verwerkt voor het verkrijgen van de bewerkingsresultaten of het corrigeren van het uitvoeren van de bewerking op de sensorsignalen voor het genereren van de bewerkingsresultaten. Voorts verzendt de eerste eenheid bij voorkeur slechts de 25 bewerkingsresultaten naar de tweede eenheid omdat dat minder bandbreedte kan vereisen dan het overzenden van de sensorsignalen zelf. Meer in het bijzonder vallen voor het bepalen van de afwijking zelf, vele varianten binnen het kader van de uitvinding. Zo kan het systeem zijn ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat een 30 gemiddelde van, in gebruik, door de tenminste ene bewegingssensor 23 gegenereerde sensorsignalen afwijkt van een vooraf bepaald verwacht gemiddelde en/of van een vooraf bepaalde range van gemiddelde sensorsignalen en om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven 5 bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat. Ook kan het systeem zijn ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat, in gebruik, een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerd sensorsignaal afwijkt van een vooraf bepaalde 10 verwachte waarde van het sensorsignaal en/of afwijkt van een vooraf bepaalde range van mogelijk verwachte sensorsignalen en om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de 15 gedetecteerde afwijking omvat. Ook kan het systeem zijn ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat, in gebruik, een variatie van een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerd sensorsignaal afwijkt van een vooraf bepaald verwacht patroon van het sensorsignaal en/of van een vooraf bepaalde range van patronen van het sensorsignaal en 20 om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat Deze manieren van het bepalen van de afwijking kunnen dan naar keuze door het elektronisch 25 circuit of de tweede eenheid worden uitgevoerd.
Claims (31)
1. Systeem voor het bepalen van bewegingen en/of oriëntaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier voorzien van een eerste eenheid, waarbij de eerste eenheid is voorzien van een behuizing die is ingericht om, in gebruik, op een vooraf bepaalde wijze aan een dier te worden bevestigd, 5 ten minste een bewegingssensor voor het detecteren van bewegingen en/of oriëntaties van de behuizing en voor het genereren van sensorsignalen die tenminste de gedetecteerde oriëntaties en eventueel ook de gedetecteerde bewegingen representeren, een elektronisch circuit verbonden met de bewegingssensor voor het bewerken van de door de ten minste ene 10 bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen ter verkrijging van bewerkingsresultaten, eerste zendermiddelen verbonden met het elektronische circuit voor het uitzenden van de bewerkingsresultaten en/of gegenereerde sensorsignalen waarbij de ten minste ene bewegingssensor, het elektronisch circuit en de eerste zendermiddelen in de behuizing zijn 15 opgenomen met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om, in gebruik, een afwijking tussen een actuele oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van een vooraf bepaalde deel van het dier en een veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier te detecteren waarbij de 20 veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier gebaseerd is op de veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing aan het dier is bevestigd en waarbij het systeem verder is ingericht om voor een gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven om 25 bijvoorbeeld een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal uit te zenden dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat.
2. Systeem volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de behuizing is ingericht om op vooraf bepaalde wijze aan een hals van het dier te worden 5 bevestigd.
3. Systeem volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de behuizing is ingericht om op vooraf bepaalde wijze aan een poot van het dier te worden bevestigd. 10
4. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het elektronische circuit is ingericht om, in gebruik, een afwijking tussen een actuele oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van een vooraf bepaald deel van het dier en 15 een veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier te detecteren waarbij de veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier gebaseerd is op de veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop de behuizing aan het dier is 20 bevestigd en waarbij het elektronisch circuit verder is ingericht om voor een gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven om bijvoorbeeld een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal uit te zenden dat informatie over de afwijking omvat.
5. Systeem volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het elektronisch circuit is ingericht om, in gebruik, een afwijking te detecteren op basis van een verschil tussen tenminste een gegenereerd sensorsignaal en/of een gemiddelde van gegenereerde sensorsignalen enerzijds en tenminste een vooraf bepaalde waarde en/of range van vooraf bepaalde waarden anderzijds.
6. Systeem volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het elektronisch circuit is ingericht om, in gebruik, een afwijking te detecteren 5 op basis van een verschil tussen de bewerkingsresultaten en/of een gemiddelde van gegenereerde bewerkingsresultaten enerzijds en tenminste een vooraf bepaalde waarde en/of range van vooraf bepaalde waarden anderzijds.
7. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het elektronisch circuit is ingericht om, in gebruik, een afwijking te detecteren door te detecteren dat in gebruik, een variatie van een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerd sensorsignaal afwijkt van een vooraf bepaald verwacht patroon van het sensorsignaal en/of van een vooraf 15 bepaalde range van patronen van het sensorsignaal.
8. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het elektronische circuit is ingericht om de gegenereerde bewerkingsresultaten te corrigeren op grond van informatie over een 20 gedetecteerde afwijking
9. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem verder is voorzien van een tweede eenheid voorzien van eerste ontvangermiddelen voor het ontvangen en eventueel verder 25 verwerken van de uitgezonden bewerkingsresultaten.
10. Systeem volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de tweede eenheid is ingericht om, in gebruik, een afwijking tussen een actuele oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van een 30 vooraf bepaald deel van het dier en een veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier te detecteren waarbij de veronderstelde oriëntatie van de tenminste ene bewegingssensor ten opzichte van het vooraf bepaalde deel van het dier gebaseerd is op de veronderstelde vooraf bepaalde wijze waarop 5 de behuizing aan het dier is bevestigd en waarbij de tweede eenheid verder is ingericht om te bewerkstelligen dat voor een gedetecteerde afwijking wordt gecorrigeerd en/of een signaal af wordt afgegeven bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat. 10
11. Systeem volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de tweede eenheid is ingericht om, in gebruik, een afwijking te detecteren op basis van een verschil tussen tenminste een ontvangen sensorsignaal en/of een door het elektronische circuit en/of tweede eenheid bepaalde gemiddelde van 15 gegenereerde sensorsignalen enerzijds en tenminste een vooraf bepaalde waarde en/of range van vooraf bepaalde waarden anderzijds.
12. Systeem volgens conclusie 10 of 11 met het kenmerk, dat de tweede eenheid is ingericht om, in gebruik, een afwijking te detecteren op 20 basis van een verschil tussen de ontvangen bewerkingsresultaten en/of een gemiddelde van de bewerkingsresultaten enerzijds en tenminste een vooraf bepaalde waarde en/of range van vooraf bepaalde waarden anderzijds waarbij de gemiddelde bewerkingsresultaten door de tweede eenheid wordt bepaald op basis van de door de tweede eenheid ontvangen 25 bewerkingsresultaten en/of waarbij de gemiddelde bewerkingsresultaten worden bepaald door het elektronisch circuit en met de eerste zendermiddelen worden uitgezonden naar en ontvangen door de eerste ontvangermiddelen van tweede eenheid.
13. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 10-12, met het kenmerk, dat de tweede eenheid is ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat, in gebruik, een variatie van een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerd sensorsignaal afwijkt van een vooraf 5 bepaald verwacht patroon van het sensorsignaal en/of van een vooraf bepaalde range van patronen van het sensorsignaal.
14. Systeem volgens een der conclusies 10-13, met het kenmerk, dat de tweede eenheid is ingericht om de ontvangen bewerkingsresultaten te 10 corrigeren op grond van informatie over een door de tweede eenheid gedetecteerde afwijking en/of op grond informatie over een door het elektronisch circuit gedetecteerde afwijking en welke informatie met de eerste zendermiddelen is uitgezonden naar de tweede eenheid en is ontvangen door de tweede eenheid. 15
15. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 10-14, met het kenmerk, dat tweede eenheid verder is voorzien van tweede zendermiddelen voor het uitzenden van informatie naar de eerste eenheid en waarbij de eerste eenheid verder is voorzien van een in de behuizing op genomen en met 20 het elektronisch circuit verbonden tweede ontvangermiddelen voor het ontvangen en aan het elektronisch circuit toevoeren van ontvangen informatie van de tweede eenheid.
16. Systeem volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de tweede 25 eenheid is ingericht om informatie over de door de tweede eenheid gedetecteerde afwijking met behulp van de tweede zendermiddelen uit te zenden en waarbij de eerste eenheid is ingericht om met behulp van de tweede ontvangermiddelen de uitgezonden informatie over de gedetecteerde afwijking te ontvangen en om met behulp van het elektronisch circuit de 30 bewerkingsresultaten op grond van ontvangen informatie over de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of om een signaal af te geven om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking.
17. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, 5 dat de bewerkingsresultaten gedurende bepaalde tijdsperiodes wordt uitgezonden.
18. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de bewerkingsresultaten een door het elektronisch circuit uitgevoerde 10 analyse van de sensorsignalen van de ten minste ene bewegingssensor omvat.
19. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om een afwijking te detecteren door te 15 detecteren dat een gemiddelde van, in gebruik, door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen afwijkt van een vooraf bepaald verwacht gemiddelde en/of van een vooraf bepaalde range van gemiddelde sensorsignalen en om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven 20 bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat.
20. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, 25 dat het systeem is ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat, in gebruik, een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereert sensorsignaal afwijkt van een vooraf bepaalde verwachte waarde van het sensorsignaal en/of afwijkt van een vooraf bepaalde range van mogelijk verwachte sensorsignalen en om vervolgens de 30 bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat.
21. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om een afwijking te detecteren door te detecteren dat in gebruik, een variatie van een door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerd sensorsignaal afwijkt van een vooraf bepaald verwacht patroon van het sensorsignaal en/of van een vooraf bepaalde range 10 van patronen van het sensorsignaal en om vervolgens de bewerkingsresultaten met de gedetecteerde afwijking te corrigeren en/of een signaal af te geven bijvoorbeeld om een gebruiker attent te maken op de gedetecteerde afwijking en/of een signaal af te geven dat informatie over de gedetecteerde afwijking omvat. 15
22. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de behuizing is ingericht om aan de hals van een dier te worden bevestigd waarbij de elektronische eenheid is ingericht om te detecteren dat een sensorsignaal van de tenminste ene bewegingssensor boven en/of onder 20 een eerste drempelwaarde liggen en om te detecteren dat het sensorsignaal boven en/of onder een tweede drempelwaarde uitkomt ter verkrijging van de bewerkingsresultaten waarbij de eerste drempelwaarde groter is dan de tweede drempelwaarde.
23. Systeem volgens conclusie 22, met het kenmerk, het systeem is ingericht om de eerste drempelwaarde en de tweede drempelwaarde elk te corrigeren met een gedetecteerde afwijking voor het corrigeren van de bewerkingsresultaten waarbij de afwijking wordt gedetecteerd door het systeem, door het elektronisch circuit volgens een der conclusies 4-7 en/of door de tweede eenheid volgens een der conclusies 10-16.
24. Systeem volgens conclusie 22 of 23, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om als een afwijking te detecteren dat een variatie in 5 de tijd van de door de tenminste ene bewegingssensor gegenereerde sensorsignalen kleiner is dan een vooraf bepaalde verwachte variatie waarbij het systeem verder is ingericht om een afstand tussen de eerste drempelwaarde en de tweede drempelwaarde te verkleinen als laatst genoemde afwijking wordt gedetecteerd. 10
25. Systeem volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om de afstand met toenemende mate te verkleinen bij een toenemende afwijking en vice versa.
26. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 22-25, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om beide drempelwaarden te verhogen of te verlagen indien een gedetecteerde afwijking in de sensorsignalen een systematische afwijking betreft en/of een afwijking die wordt gedetecteerd volgens een der conclusies 4-7, 10-16, 19-21. 20
27. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om automatisch de afwijking te bepalen en te corrigeren.
28. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de eerste eenheid verder is voorzien van een in de behuizing op genomen en met het elektronisch circuit verbonden tweede ontvangermiddelen voor het ontvangen van zendsignalen en aan het elektronisch circuit toevoeren van ontvangen zendsignalen waarbij het systeem is ingericht om in reactie 30 op het door de tweede ontvangermiddelen ontvangen van een zendsignaal in de vorm van een vooraf bepaald activatiesignaal, automatisch de afwijking te bepalen en te corrigeren voor de afwijking.
29. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, 5 dat de behuizing is voorzien van een band die een gesloten lus kan vormen om de behuizing rondom een hals van het dier te bevestigen of om de behuizing rondom een poot van het dier te bevestigen.
30. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, 10 dat de eerste eenheid verder is voorzien van een in de behuizing op genomen energiebron voor het met energie voeden van tenminste het elektronische circuit en de zendermiddelen.
31. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, 15 dat de tenminste ene bewegingssensor tenminste een G-sensor omvat.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2009778A NL2009778C2 (nl) | 2012-11-09 | 2012-11-09 | Systeem voor het bepalen van bewegingen en/of orientaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier. |
| PCT/NL2013/050802 WO2014073964A1 (en) | 2012-11-09 | 2013-11-08 | System for determining movements and/or orientations of an animal and/or body part of an animal |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2009778 | 2012-11-09 | ||
| NL2009778A NL2009778C2 (nl) | 2012-11-09 | 2012-11-09 | Systeem voor het bepalen van bewegingen en/of orientaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2009778C2 true NL2009778C2 (nl) | 2014-05-12 |
Family
ID=47470077
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2009778A NL2009778C2 (nl) | 2012-11-09 | 2012-11-09 | Systeem voor het bepalen van bewegingen en/of orientaties van een dier en/of lichaamsdeel van een dier. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2009778C2 (nl) |
| WO (1) | WO2014073964A1 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105193420A (zh) * | 2015-08-28 | 2015-12-30 | 中粮饲料有限公司 | 一种猪行为监测方法及装置 |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN106719065B (zh) * | 2016-12-23 | 2019-10-22 | 国网上海市电力公司 | 一种检测动物对静电场方向偏好性的实验装置和方法 |
| NL2025351B1 (nl) * | 2020-04-15 | 2021-10-26 | Nedap Nv | Label geschikt is om te worden gedragen door een dier, en positioneringssysteem voorzien van een label. |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US20070204802A1 (en) * | 2004-05-24 | 2007-09-06 | Equusys, Incorporated | Animal instrumentation |
| US20080091373A1 (en) * | 2006-07-31 | 2008-04-17 | University Of New Brunswick | Method for calibrating sensor positions in a human movement measurement and analysis system |
| WO2011069512A1 (en) * | 2009-12-11 | 2011-06-16 | Syddansk Universitet | Method and system for estimating herbage uptake of an animal |
-
2012
- 2012-11-09 NL NL2009778A patent/NL2009778C2/nl active
-
2013
- 2013-11-08 WO PCT/NL2013/050802 patent/WO2014073964A1/en not_active Ceased
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US20070204802A1 (en) * | 2004-05-24 | 2007-09-06 | Equusys, Incorporated | Animal instrumentation |
| US20080091373A1 (en) * | 2006-07-31 | 2008-04-17 | University Of New Brunswick | Method for calibrating sensor positions in a human movement measurement and analysis system |
| WO2011069512A1 (en) * | 2009-12-11 | 2011-06-16 | Syddansk Universitet | Method and system for estimating herbage uptake of an animal |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105193420A (zh) * | 2015-08-28 | 2015-12-30 | 中粮饲料有限公司 | 一种猪行为监测方法及装置 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2014073964A1 (en) | 2014-05-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| ES2382308T3 (es) | Sensor optoelectrónico y procedimiento para la medición de una distancia o de una modificación de una distancia | |
| US12181576B2 (en) | Time-of-flight based distance measuring method and distance measuring system | |
| NL2015582B1 (nl) | Meetapparaat en werkwijze voor het meten van fysiologische gegevens van een zoogdier. | |
| US4865044A (en) | Temperature-sensing system for cattle | |
| CN107167808B (zh) | 用于声学距离飞行时间补偿的电路 | |
| US9286562B2 (en) | RFID-based devices and methods for interfacing with a sensor | |
| CA2675752A1 (en) | Electronic animal containment system with direction of approach determination | |
| KR101915858B1 (ko) | 신호크기에 의한 측정오차를 저감하는 장치 및 방법 그리고 이를 이용한 라이다 센서 시스템 | |
| US10591350B2 (en) | Device for measuring the frequency of vibrations on a tight drive belt and a method for carrying out the vibration frequency measurement | |
| KR20140145481A (ko) | 차량용 tof 카메라 | |
| US11074794B2 (en) | Systems and methods for activating and deactivating controlled devices in a secured area | |
| CN107478552B (zh) | 油烟浓度传感器及其油烟浓度检测装置和检测方法 | |
| CN107735821A (zh) | 声学警报检测器 | |
| US9519053B2 (en) | Distance measuring apparatus and distance measuring method | |
| RU2007145206A (ru) | Радиочастотная система для слежения за объектами | |
| WO2023064079A3 (en) | Electronic restraint device | |
| CN108181628A (zh) | 一种基于tof的抗干扰测距传感器 | |
| WO2014073964A1 (en) | System for determining movements and/or orientations of an animal and/or body part of an animal | |
| JP7463698B2 (ja) | 検出装置、検出システムおよび検出方法 | |
| JP2019537720A (ja) | 電子回路、および、そのような電子回路を備える飛行時間センサ | |
| US12146801B2 (en) | Temperature-based tamper detection | |
| KR20110066163A (ko) | 센서 시스템용 제어 장치, 센서 시스템 및 센서 시스템에서의 신호 전달 방법 | |
| US20250217616A1 (en) | Sensor systems and methods | |
| US10340911B2 (en) | Method for programming a two-wire sensor and programmable two-wire sensor | |
| ES2374662T3 (es) | Método y dispositivo transmisor-receptor para recibir una señal de tipo dúplex completo. |