NL2010482C2 - Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. - Google Patents
Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2010482C2 NL2010482C2 NL2010482A NL2010482A NL2010482C2 NL 2010482 C2 NL2010482 C2 NL 2010482C2 NL 2010482 A NL2010482 A NL 2010482A NL 2010482 A NL2010482 A NL 2010482A NL 2010482 C2 NL2010482 C2 NL 2010482C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- shoe
- cavities
- roller
- mold plate
- forming
- Prior art date
Links
- 235000013305 food Nutrition 0.000 title claims abstract description 60
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 10
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 title 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 claims abstract description 55
- 238000007493 shaping process Methods 0.000 claims abstract description 50
- 238000000465 moulding Methods 0.000 claims abstract description 32
- 235000013372 meat Nutrition 0.000 claims abstract description 14
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 47
- 239000004033 plastic Substances 0.000 claims description 14
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 claims description 14
- 239000000945 filler Substances 0.000 claims description 13
- 235000020993 ground meat Nutrition 0.000 claims description 13
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 11
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 6
- 239000004698 Polyethylene Substances 0.000 claims description 4
- -1 polyethylene Polymers 0.000 claims description 4
- 229920000573 polyethylene Polymers 0.000 claims description 4
- 238000003491 array Methods 0.000 claims description 2
- 238000004891 communication Methods 0.000 claims 1
- 238000007599 discharging Methods 0.000 claims 1
- 229920000785 ultra high molecular weight polyethylene Polymers 0.000 claims 1
- 238000005086 pumping Methods 0.000 abstract 1
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 description 4
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 3
- 239000011148 porous material Substances 0.000 description 3
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 2
- 238000007664 blowing Methods 0.000 description 2
- 235000015220 hamburgers Nutrition 0.000 description 2
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 2
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 2
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 2
- 241000251468 Actinopterygii Species 0.000 description 1
- 241000287828 Gallus gallus Species 0.000 description 1
- 235000002595 Solanum tuberosum Nutrition 0.000 description 1
- 244000061456 Solanum tuberosum Species 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 235000015278 beef Nutrition 0.000 description 1
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 1
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 description 1
- 235000015228 chicken nuggets Nutrition 0.000 description 1
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 1
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 229920002457 flexible plastic Polymers 0.000 description 1
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 1
- 230000010354 integration Effects 0.000 description 1
- 235000013622 meat product Nutrition 0.000 description 1
- 238000004806 packaging method and process Methods 0.000 description 1
- 239000002984 plastic foam Substances 0.000 description 1
- 230000002265 prevention Effects 0.000 description 1
- 102000004169 proteins and genes Human genes 0.000 description 1
- 108090000623 proteins and genes Proteins 0.000 description 1
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 230000003313 weakening effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C7/00—Apparatus for pounding, forming, or pressing meat, sausage-meat, or meat products
- A22C7/0023—Pressing means
- A22C7/003—Meat-moulds
- A22C7/0069—Pressing and moulding by means of a drum
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C7/00—Apparatus for pounding, forming, or pressing meat, sausage-meat, or meat products
- A22C7/0023—Pressing means
- A22C7/003—Meat-moulds
- A22C7/0076—Devices for making meat patties
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C7/00—Apparatus for pounding, forming, or pressing meat, sausage-meat, or meat products
- A22C7/0023—Pressing means
- A22C7/003—Meat-moulds
- A22C7/0076—Devices for making meat patties
- A22C7/0084—Devices for making meat patties comprising a reciprocating plate
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A23—FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
- A23L—FOODS, FOODSTUFFS OR NON-ALCOHOLIC BEVERAGES, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; PREPARATION OR TREATMENT THEREOF
- A23L13/00—Meat products; Meat meal; Preparation or treatment thereof
- A23L13/60—Comminuted or emulsified meat products, e.g. sausages; Reformed meat from comminuted meat product
- A23L13/67—Reformed meat products other than sausages
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A23—FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
- A23P—SHAPING OR WORKING OF FOODSTUFFS, NOT FULLY COVERED BY A SINGLE OTHER SUBCLASS
- A23P30/00—Shaping or working of foodstuffs characterised by the process or apparatus
- A23P30/10—Moulding
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Polymers & Plastics (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Nutrition Science (AREA)
- Formation And Processing Of Food Products (AREA)
- Processing Of Meat And Fish (AREA)
- Meat, Egg Or Seafood Products (AREA)
Description
Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten.
De uitvinding heeft betrekking een vorminrichting en werkwijze voor het vormen van driedimensionale voedingsproducten uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees.
Een vorminrichting voor het vormen van driedimensionale producten uit een massa van voedingsmateriaal is bijvoorbeeld bekend uit W02004002229 en uit WO2010110655. Deze bekende vorminrichtingen omvatten een vormwals die om een axiale rotatiehartlijn roterend wordt aangedreven door een aandrijfmotor. De vormwals heeft een omtreksoppervlak waarin zich meerdere vormholten bevinden. De vormholten worden tijdens bedrijf gevuld met het voedingsmateriaal door een door het frame gesteunde massatoevoerinrichting, die in een vulpositie ten opzichte van het omtreksoppervlak van de vormwals is opgesteld. Het voedingsmateriaal wordt door een pomp toegevoerd aan een inlaat van de massatoevoerinrichting.
Bij deze bekende inrichtingen omvat de massatoevoerinrichting een gekromde en flexibele kunststof schoenplaat, met een kromming overeenkomstig de vormwals, welke schoenplaat een vlakke zijde heeft waarmee de schoenplaat afdichtend aanligt het gladde cilindrische omtreksoppervlak van de vormwals. De schoenplaat omvat een mond, die zodanig uitmondt bij het omtreksoppervlak van de vormwals, dat de passerende vormholtes bij rotatie van de vormwals in verbinding komen met die mond voor het vullen van die passerende holtes met het voedingsmateriaal. Om de afdichting te waarborgen omvatten deze bekende massatoevoerinrichtingen een drukorgaan voor het stevig aangedrukt houden van de schoenplaat tegen het omtreksoppervlak van de vormwals. In de praktijk kan de totale aandrukkracht op de schoenplaat enkele tonnen, zelfs meer dan 10 ton, bedragen.
Met deze vorminrichtingen kunnen met hoge capaciteit voedingsproducten met een consistente vorm, volume en gewicht worden gevormd, bijvoorbeeld van gemalen vlees, bijvoorbeeld hamburgers of dergelijke vleesproducten.
Het is bij deze bekende vorminrichtingen ook bekend om de bodem van de vormholtes in de vormwals te voorzien van een profiel, zodat een product wordt gevormd met een geprofileerde bodemzijde. Aan de vulzijde is het gevormde product dan vlak.
Een doel van de uitvinding is een verbeterde vorminrichting voor het vormen van driedimensionale voedingsproducten uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees, te verschaffen.
Dit doel is volgens de uitvinding bereikt door een vorminrichting volgens de aanhef van conclusie 1, die is gekenmerkt doordat het omtreksoppervlak van de vormwals is uitgevoerd als een geprofileerd omtreksoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke reeks van holtes uitsteeksels tussen meerdere paren opeenvolgende holtes van die reeks en/of een of meer zich in omtreksrichting tussen en door de openvolgende holtes van die reeks uitstrekkende omtreksgroeven omvat, en doordat het schoenorgaan is voorzien van meerdere schoensegmenten, die, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, naast elkaar zijn opgesteld, en doordat elk schoensegment van het schoenorgaan een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals, welke sectie een of meer reeksen van holtes omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes een of meer in omtreksrichting verlopende groeven en/of in omtreksrichting verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie, en doordat elk schoensegment van het schoenorgaan ten minste een doorlaat omvat die deel uitmaakt van de vulmond en die uitmondt bij de binnenzijde van het schoensegment, zodat bij rotatie van de vormwals telkens een met een doorlaat van het schoensegment in verbinding komende vormholte voor het vormen van een voedingsproduct is begrensd door de vormwals en het schoensegment, en doordat de schoensegmenten van het schoenorgaan ten minste in de richting van de rotatiehartlijn een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is.
Bijvoorbeeld is het aantal schoensegmenten gelijk aan het aantal reeksen holtes van de vormwals; bij elke reeks holtes van de vormwals hoort dan een schoensegment. Het is echter ook denkbaar dat bijvoorbeeld enkele, bijvoorbeeld twee, naburige reeksen holtes tot één sectie behoren en daarbij één schoensegment is voorzien. Dat is bijvoorbeeld denkbaar indien de holtes relatief klein zijn, bijvoorbeeld voor producten met de vorm van kipnuggets.
De uitvinding maakt het mogelijk om de vormwals en de schoensegmenten, ten minste de aan elkaar grenzende zijden daarvan, uit te voeren uit verschillende materialen, bijvoorbeeld de ene uit metaal en de andere uit kunststof.
In een praktische uitvoering is de vormwals uitgevoerd uit metaal, waardoor een lange bedrijfsduur, een hoge vormvastheid en een nauwkeurige vorm en gewicht van de gevormde producten kan worden gerealiseerd, en zijn de schoensegmenten, althans het deel daarvan dat de binnenzijde daarvan vormt, uit kunststof vervaardigd, bijvoorbeeld van polyethyleen. Door de toepassing van meerdere individueel uitlijnende schoensegmenten heeft het aanzienlijke verschil in thermische uitzettingscoëfficiënten tussen metaal en kunststof geen ongewenst nadelige invloed op de uitlijning van de in ingrijping zijnde profielen, en wordt bijvoorbeeld overmatige slijtage van het kunststof schoensegment en/of ongewenste lekkage tussen vormwals en schoensegment voorkomen.
De uitvinding is ook van voordeel met het oog op eventuele slijtage van de choensegmenten, bijvoorbeeld indien die (of althans het gedeelte dat de binnenzijde vormt) van kunststof zijn gemaakt. Door de individuele beweeglijkheid van elk schoensegment kan ondanks een individuele mate van slijtage van elk schoensegment een gewenste aanligging tegen de sectie van de vormwals worden gerealiseerd onder behoud van de correcte uitlijning.
Indien is voorzien in de toepassing van een drukorgaan om de schoensegmenten elk met een drukkracht tegen het omtreksoppervlak van de vormwals te drukken, zoals de voorkeur heeft voor het waarborgen van een gewenste afdichting, dan brengt de toepassing van de schoensegmenten volgens de uitvinding het voordeel met zich mee dat mechanische vervormingen van elk schoensegment toelaatbaar zijn zonder nadelige invloed op de uitlijning van andere schoensegmenten.
Bij voorkeur is erin voorzien dat de schoensegmenten gemakkelijk losneembaar zijn van het schoenorgaan, bijvoorbeeld met losneembare bevestigingsmiddelen, bijvoorbeeld met een of meer bouten. In een uitvoering is elk schoensegment in het geheel niet bevestigd met bevestigingsmiddelen maar uitgevoerd om opgesloten te zijn tussen de vormwals en een tegen de buitenzijde van de schoensegmenten aankomend gedeelte van het schoenorgaan, bijvoorbeeld tussen de vormwals en een alle schoensegment overdekkende rugplaat van het schoenorgaan.
Bijvoorbeeld liggen de schoensegmenten met hun buitenzijde aan tegen een rugplaat die alle schoensegmenten overdekt, bijvoorbeeld een rugplaat van kunststof materiaal. De rugplaat vormt bij voorkeur een glijvlak waar de schoensegmenten in glijdend contact mee zijn, bijvoorbeeld ten minste glijdend in de richting van de rotatiehartlijn. Bijvoorbeeld zijn de schoensegmenten van kunststof en is de rugplaat ook van kunststof.
Bijvoorbeeld liggen de schoensegmenten met hun buitenzijde aan tegen een flexibele rugplaat, waarbij aan de van de schoensegmenten afgekeerde zijde van de rugplaat drukelementen aanwezig zijn om een drukkracht uit te oefenen die de flexibele rugplaat, en daarmee de schoensegmenten, naar de vormwals drukken.
Bijvoorbeeld liggen de schoensegmenten met hun buitenzijde aan tegen een rugplaat, eventueel een flexibele rugplaat, die alle schoensegmenten overdekt, waarbij de rugplaat is voorzien van doorlaten die elk in verbinding staan met een doorlaat in een schoensegment, zodat het door de pomp aangevoerde voedingsmateriaal via de op elkaar aansluitende doorlaten bij de passerende holtes komt.
Bijvoorbeeld is erin voorzien dat staafvormige voedingsproducten worden gevormd, zoals cilindrisch staafvormige voedingsproducten, bijvoorbeeld in de vorm van een aardappelkroket of een overeenkomstig gedimensioneerd product van gemalen vlees. De schoensegmenten van het schoenorgaan omvatten dan bij voorkeur elk één in omtreksrichting verlopende groef, die in dwarsdoorsnede de vorm van een halve cirkel heeft. In een mogelijke uitvoering waarbij de vormwals tevens de bodem van elke holte vormt, bezitten de holtes in dwarsdoorsnede eveneens de vorm van een halve cirkel. Het omtreksoppervlak van de vormwals omvat tussen elke twee opeenvolgende holtes van elke reeks telkens een uitsteeksel.
De schoensegmenten grenzen dan elk met een die groef omvattende binnenzijde aan het omtreksoppervlak van de vormwals, waarbij de uitsteeksels bij rotatie van de vormwals in ingrijping komen met die groef. Door elk schoensegment heen is een doorlaat aangebracht die deel uitmaakt van de vulmond, d.w.z. het voedingsmateriaal wordt via de doorlaat afgegeven, in dit voorbeeld in de groef van het schoensegment. Bij rotatie van de vormwals begrenst het schoensegment dan samen met elke passerende holte van de respectieve reeks telkens een vormholte voor het vormen van een voedingsproduct, waarbij kopvlakken van de aan de holte grenzende uitsteeksels uiteinden van het voedingsproduct vormen.
Het vervaardigde product wordt op een lospositie van de baan van de vormholte uit de vormholte afgegeven. In mogelijke uitvoeringsvorm zijn een of meer wandgedeeltes van de holte vervaardigd uit een poreus materiaal, bijvoorbeeld poreus metaal, bijvoorbeeld poreus gesinterd metaal, en is de vormwals voorzien van een of meer luchtkanalen die de poreuze wandgedeeltes selectief verbindbaar maken met een bron voor lucht onder druk om het lossen van het gevormde product uit de holte te vergemakkelijken. In een mogelijke uitvoering is erin voorzien dat eventuele kopvlakken van aan de holte grenzende uitsteeksels eveneens zijn vervaardigd van poreus materiaal, zodat lucht onder druk uit die kopvlakken van stromen om het gevormde product te lossen.
In een mogelijke toepassing van de vorminrichting te vervaardigen langwerpige staafvormige voedingsproducten kunnen elk een lengte hebben die aanzienlijk is, zodanig dat in die lengterichting ook een kromming waarneembaar is ten gevolge van de kromming van de omtrek van de vormwals. Voor veel producten is dat niet problematisch, bijvoorbeeld omdat een of meer latere bewerkingen het product een rechtere vorm kunnen geven. Bijvoorbeeld kunnen kromme producten door een volgende inrichting een paar keer om hun langsas worden gedraaid over een vlak oppervlak of tussen vlakke oppervlakken, waardoor de producten rechter worden.
In een mogelijke toepassing van de vorminrichting is erin voorzien dat in de vormholtes staafvormige producten worden gevormd, waarbij de lengte van de gevormde producten in hoofdzaak gelijk is aan de over de lengte in hoofdzaak constante diameter, bijvoorbeeld waarbij de verhouding tussen de lengte en de diameter van het gevormde product tussen 1,30:1 en 0,70: 1 ligt. Dit levert een stompvormig product op. Er is in voorzien dat een dergelijk product indien gemaakt van gemalen vlees, indien daarna onderworpen aan een frituurbewerking, door krimp min of meer bolvormig wordt en daarmee op een kleine vleeshal lijkt.
De individuele bewegingsvrijheid van de schoensegmenten is ook voordelig ten aanzien van het voorkomen van eventuele ongewenste naden in de gevormde producten, aangezien de beoogde uitlijning van de met elkaar in ingrijping zijnde schoensegmenten en vormgevingsprofielen van de vormwals, ook na lange bedrijfstijd, wordt gewaarborgd.
Door toepassing van schoensegmenten met een profiel kunnen voedingsproducten met een ambachtelijk uiterlijk worden vervaardigd, bijvoorbeeld hamburgers met een ribbelpatroon aan de vulzijde van het product, waarbij de bodem ook een ribbelpatroon kan hebben, eventueel in een andere richting in de bodem is gevormd door de vormwals zelf.
Opgemerkt wordt dat het vormgevingsprofiel allerlei varianten kan hebben, bijvoorbeeld een profiel met meerdere evenwijdige ribbels als uitsteeksels tussen opeenvolgende vormholtes om een product met aan die zijde een ribbelpatroon te vormen.
Andere varianten zijn ook denkbaar, zoals het voorzien van een of meer omtreksgroeven in het omtreksvlak van de vormwals, welke een of meer omtreksgroeven de holtes doorkruisen. Hierbij is elk schoensegment dan voorzien van een overeenkomstig profiel met een of meer omtreksribbels, die elk met een omtreksgroef in de bijbehorende sectie van de vormwals in ingrijping zijn. Een vormgevingsprofiel dat is opgebouwd uit een combinatie van een of meerdere uitsteeksels naast elkaar met een of meer omtreksgroeven is ook denkbaar, bijvoorbeeld om het product aan die zijde een of meer naar buiten welvende zones te geven in combinatie met een of meer naar binnen welvende zones.
In een mogelijke uitvoering kunnen bijvoorbeeld in doorsnede C-vormige producten worden vervaardigd. Hierbij zijn de holtes uitgevoerd als in doorsnede half-cirkel vormige holtes met een eerste diameter, en is voorzien in een omtreksgroef met een half-cirkel vormige doorsnede van een kleinere, tweede diameter, welke omtreksgroef de holtes doorkruist. Het schoensegment is dan voorzien van een in die omtreksgroef passende ribbel, zodat van elke holte effectief een C-vormige vormholte overblijft op het moment dat de vulmond (via een of meer doorlaten in het schoensegment) wordt gevuld met het voedingsmateriaal.
In een mogelijke uitvoering kunnen bijvoorbeeld producten worden gevormd met een bovenste gedeelte dat een of meerdere evenwijdige bovenste staafgedeelten omvat, en met een onderste gedeelte dat een of meer onder een hoek ten opzichte daarvan gerichte onderste staafgedeelten omvat, waarbij de staafgedeelten van de bovenste en onderste lagen elkaar kruisen en bij elke kruising integraal zijn met elkaar. Bijvoorbeeld kan zo een rasterachtig product worden vervaardigd.
Het uitgelijnd houden van elk individueel schoensegment ten opzichte van het vormgevingsprofiel van de bijbehorende sectie van de vormwals kan op verschillende manieren zijn uitgevoerd.
Bij voorkeur blijven de schoensegmenten elk afzonderlijk uitgelijnd door de ingrijping van de binnenzijde van het schoensegment met het vormgevingsprofiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is. Hierdoor zijn geen additionele voorzieningen nodig om de uitlijning te waarborgen. Bijvoorbeeld kan erin zijn voorzien dat een schoensegment op elk moment op meerdere verschillende plaatsen, bijvoorbeeld op twee plaatsen in omtreksrichting van het schoensegment, in ingrijping is met het vormgevingsprofiel. Als bijvoorbeeld tijdens rotatie van de vormwals voortdurend twee opeenvolgende uitsteeksels, respectievelijk vooruitlopend en volgend ten opzichte van een tussenliggende holte, in ingrijping zijn met een groef van een schoensegment dan kan die ingrijping afdoende zijn om de gewenste uitlijning te behouden, zodat het schoensegment ook correct is uitgelijnd ten opzichte van een volgend “in de groef lopend uitsteeksel”.
In een andere variant is erin voorzien dat de uitlijning niet op basis van het vormgevingsprofiel wordt gerealiseerd, of ten minste niet primair, en dat de sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals naast het vormgevingsprofiel en op een afstand van de holtes in die sectie een aparte uitlijngeleiding omvat die samenwerkt met het respectieve schoensegment voor de afzonderlijke uitlijning daarvan.
Bijvoorbeeld is het profiel van de binnenzijde van elk schoensegment - gezien in de richting van de rotatiehartlijn - met een eerste tolerantie in ingrijping met het vormgevingsprofiel van de bijbehorende sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals, waarbij de uitlijngeleiding - gezien in de richting van de rotatiehartlijn - samenwerkt met het schoensegment met een tweede tolerantie, die kleiner is dan de eerste tolerantie.
Bijvoorbeeld is één van de sectie van het omtreksoppervlak en van de binnenzijde van het schoensegment voorzien van een in omtreksrichting lopende uitlijngroef en is de andere voorzien van een of meer daarmee in ingrijping zijnde uitlijnuitsteeksels, bijvoorbeeld een rondom lopende uitlijnribbel.
De uitlijngeleiding is in dit geval nauwkeuriger dan de uitlijning door middel van het profiel van de schoensegmenten en het vormgevingsprofiel van de vormwals, zodat de afzonderlijke uitlijngeleiding sturend is voor de uitlijning van het schoensegment.
De afzonderlijke uitlijngeleiding kan ook worden benut om een, eventuele additionele, afdichting te verkrijgen tussen elk schoensegment en de vormwals, met name in axiale richting, bijvoorbeeld een barrière voor het weglekken van voedingsmateriaal naar holtes van naburige reeksen.
In een uitvoeringsvorm hebben de schoensegmenten elkeen buitenzijde, waarbij het schoenorgaan is voorzien van een rugplaat die zich over de buitenzijden van meerdere, bij voorkeur alle, schoensegmenten uitstrekt, zodat de schoensegmenten zijn opgesteld tussen de rugplaat en de vormwals, waarbij de rugplaat doorlaten voor het voedingsmateriaal omvat die in verbinding staan met de doorlaten van de schoensegmenten. Bij aanwezigheid van een open spleet tussen naburige schoensegmenten dekt de rugplaat dan die open spleet af, zodat die spleet niet in verbinding staat met de vulmond.
In een praktische uitvoering is de rugplaat, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, aan zijn axiale uiteinden voorzien van telkens een in omtreksrichting verlopende en naar de vormwals uitstekende kraag, waarbij het omtreksoppervlak van de vormwals tegenover elk van die kragen is voorzien van een in omtreksrichting verlopende en naar de rugplaat uitstekende kraag, waarbij de schoensegmenten naast elkaar zijn opgesteld in het axiale gebied tussen de paren van tegenover elkaar liggende kragen van de rugplaat en van het omtreksoppervlak van de vormwals. De schoensegmenten zijn dan als het ware met speling ingesloten tussen de paren van kragen.
De uitvinding voorziet ook in een mogelijkheid om - desgewenst - de vorminrichting te gebruiken in combinatie met een vormwals met een glad cilindrisch omtreksoppervlak waar de massatoevoerinrichting aan grenst en met een schoenplaat in de massatoevoerinrichting die aanligt tegen dat gladde cilindrische omtreksoppervlak, zoals bijvoorbeeld toegelicht aan de hand van W02004002229 en WO2010110655. Bij voorkeur is er dan in voorzien dat de schoensegmenten en een eventueel aanwezige rugplaat losneembaar zijn van de massatoevoerinrichting en die onderdelen, bij voorkeur zonder verwijdering van een eventueel drukorgaan, te vervangen door een schoenplaat, bij voorkeur een flexibele schoenplaat, zoals toegelicht aan de hand van de stand van de techniek.
Een gemakkelijke losneembaarheid, met name van de schoensegmenten, kan ook worden benut als de ene geprofileerde vormwals wordt vervangen door een andere geprofileerde vormwals met een ander profiel waardoor andere schoensegmenten en eventueel ook een andere rugplaat nodig is.
In een uitvoeringsvorm is de buitenomtrek van elk schoensegment niet rotatiesymmetrisch om de rotatiehartlijn zodanig dat door vormsluiting in omtreksrichting met het onderdeel waar het schoensegment tegenaan ligt, bijvoorbeeld een rugplaat, het schoensegment in omtreksrichting gezien stationair wordt gehouden. Bijvoorbeeld is voorzien in de aanwezigheid van een plat vlak rondom de ingang van de doorlaat van het schoensegment, of de aanwezigheid van een nok of dergelijke, waarbij de buitenzijde van het schoensegment stroomopwaarts en stroomafwaarts daarvan in hoofdzaak een cirkelsegment vorm hebben. Bijvoorbeeld is een rugplaat voorzien met een corresponderende vorm van het glijvlak waar de schoensegmenten tegenaan liggen. Hierdoor kan op eenvoudige wijze, namelijk op basis van vormsluiting, worden gewaarborgd dat de schoensegmenten in omtreksrichting betrouwbaar gefixeerd blijven maar wel in richting van de rotatiehartlijn individueel vrij bewegelijk zijn om een uitlijnbeweging uit te voeren. Een dergelijke op vormsluiting gebaseerde blokkering van het schoensegment in rotatierichting kan ook op een andere plaats zijn voorzien, bijvoorbeeld nabij een stroomopwaarts en/of stroomafwaarts eindgedeelte van het schoensegment.
Bij voorkeur is tussen naburige schoensegmenten een open spleet aanwezig zodanig dat elk schoensegment een individuele bewegingsvrijheid heeft om afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is. Eventueel is erin voorzien dat in de spleet een gemakkelijk samendrukbare vulling aanwezig is, bijvoorbeeld een zachte kunststofschuim, maar een open spleet heeft de voorkeur.
De schoensegmenten kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd.
Bij voorkeur is elk van de schoensegmenten vervaardigd als een afzonderlijk onderdeel, bijvoorbeeld uit kunststof, eventueel door spuitgieten.
In een mogelijke uitvoering is erin voorzien dat de schoensegmenten onderling en/of met een gemeenschappelijke drager, bijvoorbeeld een rugplaat, zijn verbonden door flexibele verbindingsgedeelten. Bijvoorbeeld zijn de schoensegmenten, often minste een groep schoensegmenten, vervaardigd uit een monolithisch blok kunststof, waarbij tussen naburige schoensegmenten een spleet is vervaardigd zodanig dat alleen nog maar een of meer flexibele verbindingsgedeelten overblijven, bijvoorbeeld als een soort veren, zodat de beoogde vrije beweeglijkheid van de individuele schoensegmenten wordt bereikt.
In een uitvoeringsvorm zijn de schoensegmenten afzonderlijk vervaardigd en daarna onderling verbonden met flexibele verbindingsgedeelten, die zodanig flexibel zijn dat de schoensegmenten die bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten. Bijvoorbeeld is voorzien in veren die tussen de schoensegmenten worden opgesteld.
Als de schoensegmenten onderling en/of met een eventuele rugplaat flexibel verbonden zijn, kunnen de schoensegmenten gezamenlijk worden gehanteerd, en bijvoorbeeld eenvoudig in een keer worden gemonteerd of geplaatst. De flexibele verbindingsgedeelten tussen de schoensegmenten bezitten een lagere stijfheid dan de stijfheid van de schoensegmenten zelf. Hierdoor bezitten de schoensegmenten voldoende bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar om bij rotatie van de vormwals met de gewenste nauwkeurigheid door de uitlijnmiddelen te worden uitgelijnd.
In een uitvoering omvat de massatoevoerinrichting een drukorgaan voor het tegen het omtreksoppervlak aangedrukt houden van de schoensegmenten van het schoenorgaan. Het drukorgaan is bij voorkeur voorzien van een of meerdere in omtreksrichting op afstand van elkaar gelegen langwerpige drukelementen die elk in hoofdzaak evenwijdig aan de rotatiehartlijn van de vormwals zijn aangebracht en die elk op meerdere, bij voorkeur alle, schoensegmenten een aandrukkracht uitoefenen. Bij voorkeur zijn de drukelementen ingericht om elk een afzonderlijke instelling van de drukkracht mogelijk te maken, zodat -gezien in de omtreksrichting - het schoensegment op verschillende omtrekslocaties met een verschillende druk kan worden belast.
Bijvoorbeeld omvat elk drukelement een onder fluïdumdruk expandeerbare actuator. Tijdens bedrijf is de actuator van het drukelement aangesloten op een bron van onder druk staand drukfluïdum, bijvoorbeeld perslucht. Bijvoorbeeld is de actuator gevormd dooreen langwerpige slangvormige balg.
In een praktische uitvoering van het drukorgaan omvat elk langwerpig drukelement een langwerpige tussenbalk, die in hoofdzaak evenwijdig aan de rotatierichting van de vormwals is aangebracht, waarbij een onder fluïdumdruk expandeerbare actuator is opgesteld tussen een huis van het schoenorgaan en de tussenbalk, waarbij de expandeerbare actuator aangrijpt op de tussenbalk voor het uitoefenen van drukkracht op de schoenorganen via de tussenbalk. De balk verdeelt dan de drukkracht over meerdere, bij voorkeur alle, schoensegmenten.
Een schoensegment kan zijn uitgevoerd met een - in omtreksrichting gezien - in hoofdzaak uniforme doorsnede, zodanig dat het schoensegment in die richting in hoofdzaak een uniforme stijfheid heeft. Er kan echter ook in zijn voorzien dat het schoensegment in die richting bewust niet een uniforme doorsnede heeft, maar bijvoorbeeld een of meer taps uitgevoerd gedeeltes heeft zodat de stijfheid geleidelijk van een lagere waarde (bij de kleinere doorsnede) naar een hogere waarde (bij de grotere doorsnede) verloopt.
Bijvoorbeeld is het schoensegment flexibeler in een inloopgedeelte aan de stroomopwaartse kant van het schoensegment en neemt de stijfheid (geleidelijk) toe richting de in een middengedeelte gelegen doorlaat van het schoensegment. Eventueel is ook het stroomafwaartse uitloopgedeelte van het schoensegment minder stijf dan een middengedeelte waar de doorlaat voor het voedingsmateriaal is voorzien.
Het zal duidelijk zijn dat een schoensegment met in omtreksrichting gezien gedeeltes die onderling afwijkende stijfheden hebben, bijvoorbeeld met een of meer als flexibele gedeeltes die stijvere gedeeltes met elkaar verbinden, ook kan worden gerealiseerd door toepassing van lokale verstijvingen en/of verzwakkingen in het lichaam van het schoensegment. Een dergelijke uitvoering kan met voordeel worden benut in combinatie met een aandrukorgaan dat gezien in de omtreksrichting verschillende aandrukkrachten op de schoensegmenten kan uitoefenen.
De vormwals en de schoensegmenten kunnen op verschillende manieren zijn uitgevoerd.
Bij voorkeur is ten minste het omtreksoppervlak van de vormwals gemaakt van metaal, en zijn de schoensegmenten gemaakt van kunststof, bijvoorbeeld polyethyleen. Een metalen vormwals heeft een lange levensduur en grote vormvastheid, hetgeen voordelig is voor de nauwkeurigheid van de vorm en het gewicht van de gevormde producten. Kunststof schoensegmenten zijn relatief goedkoop en kunnen eenvoudig worden gemaakt en vervangen. Bij toepassing van verschillende materialen voor de vormwals en de schoensegmenten, zoals een stalen vormwals en kunststof schoensegmenten, ontstaan tijdens bedrijf thermische uitzettingsverschillen, maar door de uitvinding werken die niet nadelig op de gewenste uitlijning van de schoensegmenten.
In een mogelijke uitvoering zijn de holtes gevormd als inzetstukken die in bijbehorende opnames van de vormwals zijn gemonteerd, eventueel losneembaar. Bijvoorbeeld zijn die inzetstukken vervaardigd van poreus materiaal, bijvoorbeeld gesinterd metaal, zodat door op zich bekende selectieve toevoer van lucht het lossen van het product uit de holte kan worden bevorderd.
In een uitvoeringsvorm zijn de holtes elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde afgesloten door een bodem, die deel uitmaakt van de vormwals. In dit geval omvat elke holte van de vormwals een met de vormwals geïntegreerde bodem. M.a.w. elke holte van de vormwals is aan de tegenover de vulopening liggende zijde dicht. Bij rotatie van de vormwals draait de bodem van elke holte mee.
In een alternatieve uitvoeringsvorm van de vorminrichting is de vormwals buisvormig met een buitenste en een binnenste omtreksoppervlak. Hierbij grenst het schoenorgaan van de massatoevoerinrichting aan een van die omtreksoppervlakken, bijvoorbeeld het buitenste omtreksoppervlak, waarbij de holtes elk zijn gevormd door een doorgaande opening in de buisvormige vormwals, en waarbij de vorminrichting een bodemorgaan heeft dat stationair-dus niet mee draaiend met de vormwals - ten opzichte van het frame en tegenover het schoenorgaan is opgesteld, bijvoorbeeld in de buisvormige vormwals. Het bodemorgaan grenst dan aan het andere omtreksoppervlak, bijvoorbeeld het binnenste omtreksoppervlak, van de buisvormige vormwals, zodat de holtes elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een door het bodemorgaan bepaalde bodem.
In een voordelige uitvoering is erin voorzien dat ook aan de zijde van het bodemorgaan de producten worden voorzien van een profiel, zodat het product bij toepassing van een buisvormige vormwals zowel aan de vulzijde als aan de bodemzijde een profiel krijgt.
Bij voorkeur is erin voorzien dat de techniek van individueel uitlijnende schoensegmenten ook wordt toegepast in combinatie met het bodemorgaan. Hierbij is erin voorzien dat het bodemzijdige, bijvoorbeeld binnenste, omtreksoppervlak van de buisvormige vormwals is uitgevoerd als een geprofileerd omtreksoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke reeks van holtes uitsteeksels tussen meerdere paren opeenvolgende holtes van die reeks en/of een of meer zich in omtreksrichting tussen en door de openvolgende holtes van die reeks uitstrekkende omtreksgroeven omvat, waarbij het bodemorgaan is voorzien van meerdere schoensegmenten, die, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, naast elkaar zijn opgesteld, en waarbij elk schoensegment van het bodemorgaan een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het betreffende omtreksoppervlak van de vormwals, welke sectie een of meer reeksen van holtes omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes een of meer in omtreksrichting verlopende groeven en/of in omtreksrichting verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie, en waarbij de schoensegmenten van het bodemorgaan ten minste in de richting van de rotatiehartlijn een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is.
Het zal duidelijk zijn dat de toepassing van individueel uitlijnende schoensegment ook van voordeel is in combinatie met een bodemorgaan bij een vorminrichting met een buisvormige vormwals.
In een mogelijke uitvoeringsvorm is voorzien een massatoevoerinrichting die op twee in omtreksrichting van elkaar vandaan gelegen vulposities massa toevoert aan de passerende holtes, bijvoorbeeld om een gelaagd product te maken. Eventueel worden twee verschillende voedingsmaterialen toegevoerd door gebruik te maken van twee pompen en twee schoenorganen, die elk via een bijbehorende vulmond en inlaat met een bijbehorende pomp zijn verbonden. Ook zouden twee pompen kunnen worden ingezet om twee verschillende voedingsmaterialen simultaan aan een schoenorgaan toe te voeren, eventueel met een verdeler in het schoenorgaan en met meerdere doorlaten per schoensegment, die elk een specifiek voedingsmateriaal afgegeven aan passerende holtes, bijvoorbeeld als naast elkaar liggende stroken in een holte of in naast elkaar liggende holtes.
In de techniek van het vormen van driedimensionale producten uit een massa verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees, wordt ook gebruik gemaakt van zogenaamde vormplaatinrichtingen, die een vormplaat en een vormplaataandrijving omvatten. Daarbij heeft de vormplaat een lengte en een breedte, en is de vormplaat in zijn langsrichting heen en weer beweegbaar aandrijfbaar verbonden met het frame. De hierin met betrekking tot inrichtingen met een roterende vormwals beschreven uitvinding en mogelijke details daarvan zijn ook toepasbaar in combinatie met een heen en weer bewegende vormplaat. Dat kan aan de vulzijde van de vormplaat, dus bij de massatoevoerinrichting, maar ook aan de bodemzijde bij het bodemorgaan, of zo mogelijk zowel bij de massatoevoerinrichting als bij het bodemorgaan dus aan weerszijden van de vormplaat.
Het zal duidelijk zijn dat een of meer details van de schoensegmenten en/of hun integratie in de vorminrichting, zoals het gebruik van een rugplaat en/of een drukorgaan, die hierin zijn toegelicht aan de hand van een bepaalde vorminrichting ook toepasbaar zijn in combinatie met een ander type hierin toegelichte vorminrichting. Optionele details die zijn beschreven in volgconclusies van deze aanvrage zijn ook toepasbaar in combinatie met andere onafhankelijke conclusies van deze aanvrage, tenzij technisch niet compatibel daarmee.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het vormen van driedimensionale producten uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees, bijvoorbeeld van rund, kip of vis, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vorminrichting zoals hier beschreven. De werkwijze kan ook een stap van het frituren van gevormde producten omvatten. De uitvinding betreft verder producten gevormd met de werkwijze volgens de uitvinding.
De uitvinding zal hierna worden toegelicht aan de hand van de figuren.
Figuur 1 toont een schematisch aanzicht in perspectief van een eerste uitvoeringsvorm van een vorminrichting volgens de uitvinding,
Figuur 2 toont een schematisch aanzicht in perspectief van de vormwals en een deel van de massatoevoerinrichting van de in figuur 1 weergegeven vorminrichting.
Figuur 3 toont een schematisch aanzicht in dwarsdoorsnede van de vormwals en massatoevoerinrichting van de in figuur 1 weergegeven vorminrichting.
Figuur 4 toont een aanzicht in perspectief van de vormwals van de in figuren 2 en 3 weergegeven vormwals.
Figuur 5 toont een aanzicht in perspectief van een schoensegment van een schoenorgaan van de in figuren 2 en 3 weergegeven massatoevoerinrichting.
Figuur 6 toont schematisch in doorsnede haaks op de rotatiehartlijn de opbouw van de vormwals en de massatoevoerinrichting van de in figuur 1 weergegeven vorminrichting.
Figuur 7 illustreert schematische de toepassing van een uitlijngeleidingsprofiel voor het uitgelijnd houden van een schoensegment.
Figuur 8a toont schematisch een aanzicht in dwarsdoorsnede van een aantal schoensegmenten en een gedeelte van de vormwals van een tweede uitvoeringsvorm van een vorminrichting volgens de uitvinding.
Figuur 8b toont schematisch een bovenaanzicht van de vormwals van de in figuur 6b weergegeven vorminrichting.
Figuur 9 toont een aanzicht in perspectief van een voedingsproduct dat is gevormd met een derde uitvoeringsvorm van een vorminrichting volgens de uitvinding.
Figuur 10 toont schematisch in een doorsnede dwars op de rotatiehartlijn van de buisvormige vormwals een vierde vorminrichting volgens de uitvinding.
Figuur 11 toont schematisch in langsdoorsnede een deel van de vormwals, bodemorgaan, en massatoevoerinrichting van de vorminrichting van figuur 10.
Figuur 1 toont een uitvoeringsvoorbeeld van een vorminrichting 10 voor het vormen van producten uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal dat geschikt is voor consumptie, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees.
De vorminrichting 10 omvat een frame 14, een vormwals 16, een massatoevoerinrichting 18 en een afvoerinrichting 26 voor gevormde producten. De vorminrichting 10 is bedienbaar door middel van een regelinrichting 28.
De vormwals 16 is aandrijfbaar en roteerbaar om een in hoofdzaak horizontale rotatiehartlijn 17 die in figuur 4 is getoond. De vormwals 16 is in dit uitvoeringsvoorbeeld roteerbaar opgehangen aan een verrijdbaar frame 14 met wielen.
De vormwals 16 is roterend aandrijfbaar door een aandrijfinrichting, zoals een elektromotor (niet weergegeven). Zoals de voorkeur heeft draait de vormwals 16 tijdens bedrijf continue rond.
De massatoevoerinrichting 18 is in een vulpositie ten opzichte van het omtreksoppervlak van de vormwals 16 opgesteld in het frame 14 (zie figuur 1). De massatoevoerinrichting 18 heeft een inlaat 32 voor het toevoeren van het voedingsmateriaal aan de massatoevoerinrichting 18. Om het voedingsmateriaal naar de vormwals 16 te verplaatsen is een met de inlaat 32 losneembaar gekoppelde pomp 5 voorzien. De pomp is bijvoorbeeld een zogenaamde “positive displacement pump”, zoals een schottenpomp of een schroefpomp. Tijdens bedrijf werkt de pomp bijvoorbeeld (semi)continu.
De inlaat 32 van de massatoevoerinrichting 18 is stroomopwaarts door middel van een loskoppelbare verbindingsbuis 22 verbonden met een pompeenheid 5 die verder is voorzien van een voorraadhouder, die hier is uitgevoerd als trechter 20, waarin batches voedingsmateriaal worden gelost.
Het voedingsmateriaal komt via de invoertrechter 20 bij de pomp en wordt dan verpompt naar de inlaat 32. Die inlaat 32 is stroomafwaarts verbonden met een schoenorgaan 24 van de massatoevoerinrichting, dat afdichtend aanligt tegen een omtreksgedeelte van het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16. Het schoenorgaan 24 is meer in detail weergegeven in figuren 2 en 3.
De vormwals 16 omvat een buitenste omtreksoppervlak 45, waarin zich meerdere, omtreksrichting verlopende reeksen holtes 44 bevinden. De reeksen holtes 44 liggen, gezien in de richting van de rotatiehartlijn 17, in hoofdzaak onderling evenwijdig en op afstand van elkaar (zie figuur 2 t/m 4). Elke reeks holtes omvat meerdere holtes 44 die, gezien in de omtreksrichting van het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16, op afstand van elkaar liggen.
De holtes 44 kunnen op verschillende manieren over de vormwals 16 zijn verdeeld. Zoals weergegeven in figuren 2 en 4 kunnen de holtes 44 van alle reeksen bijvoorbeeld, gezien in de richting van de rotatiehartlijn 17, in uitgelijnde rijen evenwijdig aan de rotatiehartlijn liggen in het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16. De holtes 44 van naburige reeksen kunnen echter ook ten opzichte van elkaar in omtreksrichting gezien versprongen zijn opgesteld in het omtreksoppervlak 45.
De holtes 44 bepalen elk een vulopening 46 aan het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16. De holtes 44 zijn elk aan een tegenover de vulopening 46 liggende zijde afgesloten door een met de vormwals 16 geïntegreerde bodem 47. De bodem 47 van elke holte 44 heeft in het in figuren 2 t/m 5 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld in dwarsdoorsnede de vorm van een halve cirkel.
Zoals het duidelijkst weergegeven in figuur 4 is het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16 tussen elke twee opeenvolgende holtes 44 van elke reeks voorzien van telkens een uitsteeksel 50. Elke reeks holtes 44 in het omtreksoppervlak van de vormwals 16 is in omtreksrichting na elke holte 44 gescheiden van een in omtreksrichting daarop volgende holte 44 door telkens een uitsteeksel 50, d.w.z. in omtreksrichting wisselen holtes 44 en uitsteeksels 50 elkaar af.
De vormwals 16 is bijvoorbeeld gemaakt van metaal, bijvoorbeeld metaal met een poreuze structuur.
Om het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16 te voorzien van de reeksen holtes 44 met daartussen de uitsteeksels 50 is het mogelijk om eerst het omtreksoppervlak 45 zodanig te frezen dat rondom doorlopende ribbels zijn gevormd, die elk in omtreksrichting verlopen. De ribbels liggen, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, in hoofdzaak onderling evenwijdig en op afstand van elkaar. Het gefreesde oppervlak wordt daarbij mogelijk in axiale richting begrensd door twee tegenoverliggende, in omtreksrichting verlopende kragen 51. Daarna wordt het gehele poreuze omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16 dichtgemaakt. Het dichtmaken van het poreuze oppervlak van de vormwals 16 is op zichzelf bekend en zal daarom niet verder worden toegelicht. Vervolgens worden de rondom doorlopende ribbels gedeeltelijk weggefreesd, zodat de holtes 44 met in omtreksrichting daartussen de uitsteeksels 50 zijn gevormd. Door de laatstgenoemde stap worden de oppervlakken van de holtes 44 weer poreus, d.w.z. de bodem 47 en de kopvlakken 48 van elke holte 44 zijn poreus. Dit is gunstig voor het door middel van afblazen lossen van in de holtes 44 gevormde voedingsproducten.
Het schoenorgaan 24 omvat een vulmond, die is verbonden met de inlaat 32 en zodanig uitmondt bij het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16, dat de vulopeningen van passerende holtes 44 bij rotatie van de vormwals 16 in verbinding komen met die vulmond voor het vullen van die passerende holtes 44 met het voedingsmateriaal.
Het schoenorgaan 24 is voorzien van meerdere schoensegmenten 42, die zich, gezien in de richting van de rotatiehartlijn 17, op een afstand naast elkaar uitstrekken. De schoensegmenten 42 omvatten in dit uitvoeringsvoorbeeld elk een in omtreksrichting verlopende enkele groef 43 (zie figuren 3 en 5). De schoensegmenten 42 liggen elk met een die enkele groef 43 omvattende binnenzijde afdichtend aan tegen het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16.
Elk schoensegment 42 omvat verder een doorlaat 39 (zie figuur 5). De doorlaten 39 van de schoensegmenten 42 maken deel uit van de vulmond van het schoenorgaan.
De uitsteeksels 50 van de vormwals 16 komen bij rotatie van de vormwals 16 in ingrijping met de in omtreksrichting verlopende groeven 43 van de respectieve schoensegmenten 42. Daarbij ligt de in omtreksrichting verlopende groef 43 van elk schoensegment 42 afdichtend aan ten opzichte van de zich daar doorheen verplaatsende uitsteeksels 50 van de respectieve reeksen van de vormwals 16. Daarnaast vormt de in omtreksrichting verlopende groef 43 van elk schoensegment 42 samen met elke passerende holte 44 van de respectieve reeksen van de vormwals 16 telkens een vormholte voor het vormen van een voedingsproduct.
De groeven 43 van de schoensegmenten 42 bezitten in het in figuren 2 t/m 5 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld net als de bodem 47 van elke holte 44 in dwarsdoorsnede de vorm van een halve cirkel. De groeven 43 sluiten aan op de vulopeningen 46 van de holtes 44, zodat cilindrische en staafvormige voedingsproducten worden gevormd, d.w.z. voedingsproducten die in dwarsdoorsnede in hoofdzaak rond zijn. Door het aanpassen van de vorm van de groeven 43 en/of holtes 44 kan het uiterlijk van de voedingsproducten worden aangepast.
Zoals weergegeven in figuur 3 omvat het schoenorgaan 24 hier verder een rugplaat 40, die zich uitstrekt over de buitenzijde van de schoensegmenten 42. In figuur 2 is de rugplaat 40 weggelaten.
De rugplaat 40 is hier, gezien in de richting van de rotatiehartlijn 17, aan zijn axiale uiteinden uitgevoerd met telkens een in omtreksrichting verlopende kraag 41. De kragen 41 van de rugplaat 40 zijn hier uitgelijnd met de kragen 51 van de vormwals 16 (zie figuur 3). De schoensegmenten 42 zijn, gezien in de richting van de rotatiehartlijn 17, met speling ten opzichte van elkaar tussen die uitgelijnde kragen 41, 51 opgesteld.
In dit uitvoeringsvoorbeeld zijn de schoensegmenten 42 gevormd door afzonderlijke onderdelen, die los naast elkaar en met een open spleet ertussen zijn opgesteld. De schoensegmenten 42 bezitten een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar die ten minste voldoende is om in richting van de rotatiehartlijn individuele uitlijnbewegingen van elk schoensegment mogelijk te maken.
Tijdens bedrijf blijven de schoensegmenten 42 elk afzonderlijk uitgelijnd ten opzichte van het door de uitsteeksels 50 gevormde vormgevingsprofiel van de vormwals 16 is gewaarborgd dat elk schoensegment 42 afdichtend aanligt ten opzichte van de uitsteeksels 50 van de respectieve reeks holtes bij rotatie van de vormwals 16.
Het uitgelijnd houden van de schoensegmenten 42 kan op verschillende manieren worden bereikt.
In dit uitvoeringsvoorbeeld blijven de schoensegmenten 42 elk afzonderlijk uitgelijnd door middel van de uitsteeksels 50 die bij rotatie van de vormwals in ingrijping komen met de in omtreksrichting verlopende groef 43 van elk schoensegment 42. In omtreksrichting bevinden zich steeds meerdere uitsteeksels 50 van een reeks holtes in de groef 43 van elk schoensegment 42, zodat het schoensegment 42 door middel van de uitsteeksels 50 zelf uitgelijnd wordt gehouden.
Het gewenst zijn om andere maatregelen te treffen om de schoensegmenten 42 elk afzonderlijk uitgelijnd te houden ten opzichte van de vormwals 16. Dat is schematisch weergegeven in figuur 7.
In figuur 7 zijn twee secties van het omtreksoppervlak van de vormwals 16 te herkennen, in dit voorbeeld elk met één reeks holtes 44 en uitsteeksels 50 zoals weergegeven in figuren 2 -4. Naast dat, hier telkens door een enkele reeks uitsteeksel 50 gevormde, vormgevingsprofiel en op een afstand van de holtes 44 in elke sectie is voorzien in een uitlijngeleiding die samenwerkt met het respectieve schoensegment voor de afzonderlijke uitlijning daarvan.
In figuur 7 is schematisch weergegeven dat het profiel, hier de groef 43, van de binnenzijde van elk schoensegment 42 - gezien in de richting van de rotatiehartlijn - met een eerste tolerantie in ingrijping is met het vormgevingsprofiel van de bijbehorende sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals, hier met uitsteeksels 50. De uitlijngeleiding werkt dan -gezien in de richting van de rotatiehartlijn - samen met het schoensegment 42 met een tweede tolerantie, die kleiner is dan de eerste tolerantie zodat de uitlijngeleiding bepalend is voor de uitlijning en niet, of nauwelijks, de ingrijping met het vormgevingsprofiel.
In figuur 7 is te herkennen dat het omtreksoppervlak van de vormwals is voorzien van een in omtreksrichting lopende uitlijnribbel 60 en de binnenzijde van het schoensegment 42 is voorzien van een of meer daarmee in ingrijping zijnde uitlijngroef 61.
De samenwerkende ribbel 60 en groef 61 van de uitlijngeleiding kunnen volledig rondlopen over de omtrek. Mogelijk bezitten de ribbel en groef tevens een afdichtingsfunctie; de uitlijngeleidingen verhinderen dat het voedingsmateriaal van de ene reeks holtes 44 naar een naburige reeks holtes 44 kan weglekken.
Aan de hand van de figuren 3 en 6 zal een uitvoeringsvoorbeeld worden toegelicht van de aanwezigheid van een drukorgaan voor het tegen het omtreksoppervlak van de vormwals 16 aangedrukt houden van de schoensegmenten 42.
Schematisch is een huis 52 of soortgelijke stationaire steun getoond, die hier deel uitmaakt van de massatoevoerinrichting 18. Ook zijn de schoensegmenten 42 en de vormwals 16 te herkennen, alsmede de rugplaat 40 die over de buitenzijden van de schoensegmenten ligt. Het drukorgaan omvat hier meerdere in omtreksrichting op afstand van elkaar gelegen langwerpige drukelementen, die elk in hoofdzaak evenwijdig aan de rotatierichting van de vormwals zijn opgesteld. Hier is telkens voorzien in een langwerpige tussenbalk of lamel 54 en een onder fluïdumdruk expandeerbare actuator 55 die is opgesteld tussen het huis 52 en de tussenbalk 54.
In dit voorbeeld is elke actuator 55 uitgevoerd als een langwerpige expandeerbare balg, die hier is gekoppeld met een bron voor gas, bijvoorbeeld lucht, onder druk, bijvoorbeeld zodanig dat de druk in elke actuator 55 afzonderlijk instelbaar is.
De tussenbalken 54 en de rugplaat 40 verdelen de aandrukkracht over de schoensegmenten 42. De tussenbalk 54 is bijvoorbeeld een stalen balk, zoals een l-vormige balk. Door het toevoeren van druklucht aan de balg 55 oefent de balg een instelbare drukkracht uit op de tussenbalk 55. Die drukkracht wordt door de tussenbalk 54 doorgeleid naar de flexibele rugplaat 40.
De schoensegmenten 42 bezitten elk rondom de doorlaat 39 daarvan een plat vlak 42a zoals in figuur 6 is te zien, terwijl de overige delen van de elk schoensegment gekromd zijn. De rugplaat 40 is aan de aanligzijde voor de schoensegmenten overeenkomstig vormgegeven zodat in omtreksrichting een vormsluiting aanwezig is die verhinderd dat de schoensegmenten met de vormwals worden meegenomen in rotatierichting.
De in de vormholten gevormde voedingsproducten worden bij een lospositie, hier bij het onderste punt van de baan van de holtes, uit de vormholten gelost, bijvoorbeeld met behulp van afblazen door poreuze oppervlakken van de holtes 44. De geloste voedingsproducten komen op de afvoerinrichting 26 terecht en worden daarmee afgevoerd.
De afvoerinrichting 26 omvat een transportinrichting die onder de vormwals 16 is opgesteld, bijvoorbeeld een eindloze transportband. De afvoerinrichting 26 is zodanig dicht bij de lospositie opgesteld dat de voedingsproducten bij het lossen relatief zacht op de afvoerinrichting 26 komen en het gevormde geprofileerde buitenoppervlak van de geloste voedingsproducten in hoofdzaak behouden blijft. De producten kunnen vervolgens bijvoorbeeld naar een of meer verdere bewerkingsstations worden verplaatst, zoals een eiwitteerinrichting, een paneermiddelbekledingsinrichting, een oven, een frituurinrichting, een vriesinrichting en/of een verpakkingsinrichting.
Met de vorminrichting volgens de uitvinding kunnen voedingsproducten met verschillende vormen worden vervaardigd. Bijvoorbeeld kunnen met de in figuur 8a, 6b weergegeven schoensegmenten 42 en holtes 44 in doorsnede C-vormige voedingsproducten worden vervaardigd.
In dit geval omvatten de schoensegmenten 42 elk een ribbel 53 in plaats van een groef 43, terwijl het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16, in plaats van uitsteeksels 50, is voorzien van verdiepingen 63 tussen de holtes 44 van elke reeks zodat een rondlopende omtreksgroef in de vormwals aanwezig is die de holtes doorkruist. De doorsnede van de verdiepingen 63 stemt overeen met die van de ribbel 53 zodat van elkaar gescheiden vormholtes met een C-vormige doorsnedes zijn voorzien die via een doorlaat in het schoensegment opeenvolgend worden gevuld met voedingsmateriaal.
Figuur 7 illustreert verder de mogelijkheid om tussen naburige schoensegmenten een of meer flexibele verbindingen, bijvoorbeeld met veren 64, te voorzien die de spleet tussen de schoensegmenten overbruggen. De veren 64 zijn zodanig dat ze de uitlijning van de schoensegmenten bevorderen.
Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld het in figuur 9 getoonde voedingsproduct te vormen. Daarbij is erin voorzien dat in het omtreksoppervlak van de vormwals een groep van holtes, hier drie holtes, aanwezig is voor het vormen van de onderste drie stroken 58 van het voedingsproduct. Die holtes zijn bijvoorbeeld elk langwerpig. In dit voorbeeld verlopen de holtes in hoofdzaak evenwijdig aan de rotatiehartlijn 17 van de vormwals, maar een andere richting die in ieder geval onder een hoek staat ten opzichte van de omtreksrichting van de vormwals is ook denkbaar. Tussen de holtes van deze groep holtes in de vormwals bevindt zich geen uitsteeksel 50, maar ligt het omtreksoppervlak 45 in één vlak met de vulopeningen van holtes. Elk schoensegment 42 bezit een of meer, hier vier, omtreksgroeven, terwijl aan het omtreksoppervlak 45 van de vormwals 16 tussen de groepen van holtes is voorzien in een of meerdere uitsteeksels 50, hier vier naast elkaar, die overeenkomen met de vier groeven van elk schoensegment 42. Door middel van die groeven en uitsteeksels worden de vier bovenste stroken 57 van het voedingsproduct gevormd, die de onderste stroken 58 kruisen en op de kruisingen daarmee één geheel vormen. Op deze wijze kan bijvoorbeeld een rastervormig product worden gemaakt.
In een variant zou bijvoorbeeld de groep holtes die de stroken 58 maken kunnen zijn vervangen door een lusvormige holte, bijvoorbeeld als een cirkelvormige lus, waarbij dan een of meer stroken 57 over de lusvormige onderzijde van het product worden gevormd, die de lus kruisen en daarmee eendelig zijn op elke kruising.
Aan de hand van de figuren 10 en 11 zal nu een andere uitvoering van een vorminrichting volgens de uitvinding worden toegelicht.
Te herkennen is een vorminrichting 80 voor het vormen van driedimensionale voedingsproducten 81 uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees.
De inrichting 80 omvat: - een frame 82, - een vormwals 83 die aandrijfbaar en roteerbaar om een rotatiehartlijn 82a is verbonden met het frame 82, - een massatoevoerinrichting 84, die in een vulpositie ten opzichte van het omtreksoppervlak van de vormwals 83 is opgesteld.
De massatoevoerinrichting 84 is voorzien van: • een met een pomp koppelbare inlaat 85 voor het toevoeren van het voedingsmateriaal, • een schoenorgaan 86, dat grenst aan het omtreksoppervlak van de vormwals 83, waarbij het schoenorgaan een vulmond 87 omvat, die is verbonden met de inlaat 85 en zodanig uitmondt bij het omtreksoppervlak van de vormwals, dat de vulopeningen van passerende holtes 88 bij rotatie van de vormwals 83 in verbinding komen met die vulmond voor het vullen van die passerende holtes 88 met het voedingsmateriaal.
De vormwals 83 is buisvormig en heeft een buitenste en een binnenste omtreksoppervlak 83a, 83b. In dit voorbeeld grenst het schoenorgaan 86 aan het buitenste omtreksoppervlak. De holtes 88 zijn elk gevormd als een doorgaande opening in de buisvormige vormwals.
In het omtreksoppervlak heeft de vormwals meerdere, in omtreksrichting verlopende reeksen van holtes 88, waarbij die reeksen zich, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, in hoofdzaak onderling evenwijdig en op afstand van elkaar uitstrekken. De holtes 88 in elke reeks van meerdere holtes 88 liggen, gezien in de omtreksrichting van het omtreksoppervlak van de vormwals, op afstand van elkaar liggen, en de holtes bepalen elk een vulopening aan het omtreksoppervlak van de vormwals.
De vorminrichting 80 heeft verder een bodemorgaan 90 dat in de buisvormige vormwals 83 is opgesteld, stationair ten opzichte van het frame en tegenover het schoenorgaan 86. Dit bodemorgaan 90 grenst aan het binnenste omtreksoppervlak 83b van de vormwals 83 zodat de holtes elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem die door het bodemorgaan 90 wordt gerealiseerd.
In figuren 10 en 11 is geïllustreerd dat het binnenste omtreksoppervlak 83b van de vormwals 83 is uitgevoerd als een geprofileerd omtreksoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke reeks van holtes 88 uitsteeksels tussen meerdere paren opeenvolgende holtes van die reeks en/of een of meer zich in omtreksrichting tussen en door de openvolgende holtes van die reeks uitstrekkende omtreksgroeven omvat. Hier is voorzien een groep naast elkaar liggende ribbelvormige uitsteeksels 92 om een ribbelpatroon op de bodemzijde van het product te vormen.
In figuren 10 en 11 is verder geïllustreerd dat het buitenste omtreksoppervlak van de vormwals 83 is uitgevoerd als een geprofileerd omtreksoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke reeks van holtes 88 uitsteeksels tussen meerdere paren opeenvolgende holtes van die reeks en/of een of meer zich in omtreksrichting tussen en door de openvolgende holtes van die reeks uitstrekkende omtreksgroeven omvat. Hier is voorzien een groep naast elkaar liggende ribbelvormige uitsteeksels 93 om een ribbelpatroon op de vulzijde van het product te vormen.
In de figuren 10 en 11 is geïllustreerd dat het bodemorgaan 90 is voorzien van meerdere schoensegmenten 94, die, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, naast elkaar zijn opgesteld. Daarbij heeft elk schoensegment 94 een binnenzijde die grenst aan een bijbehorende sectie van het binnenste omtreksoppervlak van de vormwals 83. De binnenzijde van elk schoensegment 94 is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes 88 een of meer in omtreksrichting verlopende groeven en/of in omtreksrichting verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie.
De schoensegmenten 94 zijn zodanig in het bodemorgaan 90 opgenomen, bijvoorbeeld met hun buitenzijde aanliggend tegen een glijvlak 95 van het bodemorgaan dat de schoensegmenten 94 van het bodemorgaan ten minste in de richting van de rotatiehartlijn A een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is.
In de figuren 10 en 11 is geïllustreerd dat het schoenorgaan 86 is voorzien van meerdere schoensegmenten 96, die, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, naast elkaar zijn opgesteld. Daarbij heeft elk schoensegment 96 een binnenzijde die grenst aan een bijbehorende sectie van het buitenste omtreksoppervlak van de vormwals 83. De binnenzijde van elk schoensegment 96 is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes 88 een of meer in omtreksrichting verlopende groeven en/of in omtreksrichting verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie.
De schoensegmenten 96 zijn zodanig in het schoenorgaan 86 opgenomen, bijvoorbeeld met hun buitenzijde aanliggend tegen een glijvlak 97 dat de schoensegmenten 96 ten minste in de richting van de rotatiehartlijn A een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment 96 mee in ingrijping is.
Omdat de schoensegmenten 96 aan de vulzijde zijn opgesteld, is elk schoensegment 96 voorzien van een doorlaat 98, die deel uitmaakt van de vulmond van de massatoevoeri nri chti ng.
Het zal duidelijk zijn dat het voorzien van de schoensegmenten 94, 96 dezelfde voordelen biedt als zijn toegelicht aan de hand van de inrichting met een vormwals die zelf de bodem van de holtes vormt. Ook kunnen details van de schoensegmenten die hier aan de hand van het schoenorgaan van de massatoevoerinrichting zijn besproken ook worden toegepast in het bodemorgaan voorzien van schoensegmenten.
De afbeelding van figuur 11 kan ook worden gebruikt om te illustreren dat de uitvinding toepasbaar is bij een zogenaamde plaatvorminrichting. De schematische weergave is namelijk ook representatief voor een vormplaatinrichting volgens de uitvinding, waarbij in de navolgende toelichting dezelfde verwijzingscijfers zijn gebruikt.
Een dergelijke, op zich algemeen bekende vorminrichting, heeft een frame, een vormplaat 83 en een vormplaataandrijving, waarbij de vormplaat 83 een lengte (in een richting dwars op het vlak van de tekening) en een breedte (in het vlak van de tekening) heeft. De vormplaat is in langsrichting heen en weer beweegbaar aandrijfbaar verbonden met het frame, waarbij de vormplaat een eerste buitenoppervlak 83a en een tegenovergelegen tweede buitenoppervlak 83b heeft.
Gezien in de richting van de breedte van de vormplaat 83 zijn in de vormplaat holtes 88 aanwezig, bijvoorbeeld in de vormplaat één enkele reeks holtes of twee evenwijdige reeksen van holtes 88. De holtes 88 van een reeks liggen gezien in die richting op een afstand van elkaar. Elke holte 88 is uitgevoerd als een doorgaande opening in de vormplaat tussen de eerste en tweede buitenoppervlakken. De holtes 88 bepalen elk een vulopening aan het eerste buitenoppervlak van de vormplaat 83.
In een vulpositie wordt door het niet getoonde frame een massatoevoerinrichting vastgehouden die is voorzien van een met een pomp koppelbare inlaat voor het toevoeren van het voedingsmateriaal. die inrichting omvat verder een schoenorgaan 86, dat grenst aan het eerste buitenoppervlak 83a van de vormplaat 83. Het schoenorgaan 86 omvat een vulmond 87, die is verbonden met de inlaat en die zodanig uitmondt bij het eerste buitenoppervlak van de vormplaat, dat de vulopeningen van passerende holtes 88 bij heen en weer beweging van de vormplaat 83 in verbinding komen met die vulmond voor het vullen van die passerende holtes 88 met het voedingsmateriaal.
De plaatvorminrichting heeft verder een bodemorgaan 90 dat stationair ten opzichte van het frame en tegenover het schoenorgaan 86 is opgesteld. Het bodemorgaan grenst aan het tweede buitenoppervlak 83b van de vormplaat 83, zodat de holtes 88 elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem.
Te herkennen is dat het eerste buitenoppervlak 83a van de vormplaat 83 is uitgevoerd als een geprofileerd buitenoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke holte 88 een of meer zich in de lengterichting van de vormplaat uitstrekkende uitsteeksels en/of een of meer zich in de lengterichting van de vormplaat en door de holte uitstrekkende groeven omvat.
Het schoenorgaan 86 is voorzien van meerdere schoensegmenten 96, die, gezien in de richting van de breedte van de vormplaat 83, naast elkaar zijn opgesteld.
Elk schoensegment 96 heeft een binnenzijde die grenst aan een bijbehorende sectie van het eerste buitenoppervlak van de vormplaat 83, welke sectie een reeks van een of meer holtes 88 omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes een of meer in lengterichting van de vormplaat 83 verlopende groeven en/of in lengterichting van de vormplaat verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie.
De schoensegmenten 96 van het schoenorgaan 86 hebben ten minste in de richting van de breedte van de vormplaat een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is.
Te herkennen is dat het tweede buitenoppervlak 83b van de vormplaat 83 is uitgevoerd als een geprofileerd buitenoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke holte 88 een of meer zich in de lengterichting, en dus bewegingsrichting, van de vormplaat 83 uitstrekkende uitsteeksels en/of een of meer zich in de lengterichting van de vormplaat en door de holte uitstrekkende groeven omvat. Hier, zoals al genoemd, is voorzien in ribbelvormige uitsteeksels om een ribbelpatroon op die bodemzijde van het product te maken bij het vormen.
Het bodemorgaan is voorzien van meerdere schoensegmenten 94, die, gezien in de richting van de breedte van de vormplaat 83, naast elkaar zijn opgesteld.
Elk schoensegment 94 van het bodemorgaan een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het tweede buitenoppervlak 83b van de vormplaat, welke sectie een reeks van een of eventueel meerdere holtes 88 omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment 94 is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes 88 een of meer in lengterichting van de vormplaat verlopende groeven en/of in lengterichting van de vormplaat verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie.
Zoals al besproken hebben de schoensegmenten 94 van het bodemorgaan 90 ten minste in de richting van de breedte van de vormplaat een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment 94 mee in ingrijping is.
Een of meer van de in de bovenstaande beschrijving genoemde eigenschappen kunnen elk afzonderlijk of in elke willekeurige combinatie worden gecombineerd. Ook kunnen een of meer van de in de bovenstaande beschrijving genoemde eigenschappen elk afzonderlijk of in elke willekeurige combinatie worden gecombineerd met een of meer van de eigenschappen volgens een of meer van de conclusies.
Claims (20)
1. Vorminrichting (10;80) voor het vormen van driedimensionale voedingsproducten (46) uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees, omvattende: - een frame (14;82), - een vormwals (16;83) die aandrijfbaar en roteerbaar om een rotatiehartlijn is verbonden met het frame, waarbij de vormwals (16;83) een omtreksoppervlak heeft waarin zich meerdere, in omtreksrichting verlopende reeksen van holtes (44;88) bevinden, waarbij die reeksen zich, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, in hoofdzaak onderling evenwijdig en op afstand van elkaar uitstrekken, en waarbij elke reeks meerdere holtes (44;88) omvat die, gezien in de omtreksrichting van het omtreksoppervlak van de vormwals (16), op afstand van elkaar liggen, en waarbij de holtes (44;88) elk een vulopening aan het omtreksoppervlak van de vormwals (16;83) bepalen, waarbij de holtes (44;88) elk aan een tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem, - een massatoevoerinrichting (18), die in een vulpositie ten opzichte van het omtreksoppervlak van de vormwals (16;83) is opgesteld, waarbij de massatoevoerinrichting (18) is voorzien van: • een met een pomp koppelbare inlaat (32) voor het toevoeren van het voedingsmateriaal, • een schoenorgaan, dat grenst aan het omtreksoppervlak van de vormwals (16;83), waarbij het schoenorgaan een vulmond (33;85) omvat, die is verbonden met de inlaat (32) en zodanig uitmondt bij het omtreksoppervlak van de vormwals (16;83), dat de vulopeningen van passerende holtes (44;88) bij rotatie van de vormwals (16;83) in verbinding komen met die vulmond voor het vullen van die passerende holtes (44;88) met het voedingsmateriaal, met het kenmerk, dat het omtreksoppervlak van de vormwals is uitgevoerd als een geprofileerd omtreksoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke reeks van holtes (44;88) uitsteeksels (50) tussen meerdere paren opeenvolgende holtes (44;88) van die reeks en/of een of meer zich in omtreksrichting tussen en door de openvolgende holtes van die reeks uitstrekkende omtreksgroeven (63) omvat, en dat het schoenorgaan is voorzien van meerdere schoensegmenten (42;96), die, gezien in de richting van de rotatiehartlijn (17), naast elkaar zijn opgesteld, en dat elk schoensegment (42;96) een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals (16;83), welke sectie een of meer reeksen van holtes (44;88) omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes een of meer in omtreksrichting verlopende groeven (43) en/of in omtreksrichting verlopende ribbels (53) omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie, en dat elk schoensegment (42;96) ten minste een doorlaat (39;98) omvat die deel uitmaakt van de vulmond (33;85) en die uitmondt bij de binnenzijde van het schoensegment (42;96), zodat bij rotatie van de vormwals telkens een met een doorlaat (39;98) van het schoensegment in verbinding komende vormholte voor het vormen van een voedingsproduct is begrensd door de vormwals (16;83) en het schoensegment (42;96), en dat de schoensegmenten (42;96) ten minste in de richting van de rotatiehartlijn (17) een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment (42;96) mee in ingrijping is.
2. Vorminrichting volgens conclusie 1, waarbij het vormgevingsprofiel (50;63) van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment (42;96) mee in ingrijping is de afzonderlijke uitlijning van het schoensegment realiseert.
3. Vorminrichting volgens conclusie 1, waarbij de sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals naast het vormgevingsprofiel (50) en op een afstand van de holtes (44) in die sectie een uitlijngeleiding (60) omvat die samenwerkt met het respectieve schoensegment (42) voor de afzonderlijke uitlijning daarvan.
4. Vorminrichting volgens conclusie 3, waarbij het profiel van de binnenzijde van elk schoensegment (42) - gezien in de richting van de rotatiehartlijn (17) - met een eerste tolerantie in ingrijping is met het vormgevingsprofiel van de bijbehorende sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals (16), en waarbij de uitlijngeleiding (60,61) - gezien in de richting van de rotatiehartlijn - samenwerkt met het schoensegment met een tweede tolerantie, die kleiner is dan de eerste tolerantie.
5. Vorminrichting volgens conclusie 4, waarbij één van de sectie van het omtreksoppervlak en van de binnenzijde van het schoensegment (42) is voorzien van een in omtreksrichting lopende uitlijngroef (61) en de andere is voorzien van een of meer daarmee in ingrijping zijnde uitlijnuitsteeksels (60).
6. Vorminrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de schoensegmenten (42) elk een buitenzijde hebben, en waarbij het schoenorgaan is voorzien van een rugplaat (40) die zich over de buitenzijden van meerdere, bij voorkeur alle, schoensegmenten (42) uitstrekt zodat de schoensegmenten zijn opgesteld tussen de rugplaat en de vormwals (16), en waarbij de rugplaat doorlaten (40a) voor het voedingsmateriaal omvat die in verbinding staan met de doorlaten (39) van de schoensegmenten (42).
7. Vorminrichting volgens conclusie 6, waarbij de rugplaat (40), gezien in de richting van de rotatiehartlijn (17), aan zijn uiteinden is voorzien van telkens een in omtreksrichting verlopende en naar de vormwals uitstekende kraag (41), en waarbij het omtreksoppervlak van de vormwals tegenover elk van die kragen (41) is voorzien van in omtreksrichting verlopende naar de rugplaat uitstekende kraag (51), waarbij de schoensegmenten (42) naast elkaar zijn opgesteld tussen tegenover elkaar liggende kragen van de rugplaat (40) en van het omtreksoppervlak van de vormwals (16).
8. Vorminrichting volgens een of meer van de conclusies 1-7, waarbij tussen naburige schoensegmenten (42;96) een open spleet aanwezig is zodanig dat elk schoensegment een individuele bewegingsvrijheid heeft om afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is.
9. Vorminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de schoensegmenten (42;96) elk zijn gevormd als een afzonderlijk onderdeel.
10. Vorminrichting volgens een of meer van de conclusies 1 - 9, waarbij schoensegmenten (42) onderling en/of met een gemeenschappelijke drager, bijvoorbeeld een rugplaat, zijn verbonden door flexibele verbindingsgedeelten (64).
11. Vorminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de massatoevoerinrichting een drukorgaan omvat voor het tegen het omtreksoppervlak aangedrukt houden van de schoensegmenten (42) van het schoenorgaan, welk drukorgaan bij voorkeur is voorzien van een of meerdere in omtreksrichting op afstand van elkaar gelegen langwerpige drukelementen (54,55) die elk in hoofdzaak evenwijdig aan de rotatiehartlijn van de vormwals zijn aangebracht en die elk op meerdere, bij voorkeur alle, schoensegmenten (42) een aandrukkracht uitoefenen, waarbij elk drukelement bij voorkeur een onder fluïdumdruk expandeerbare actuator (55) omvat.
12. Vorminrichting volgens conclusie 11, waarbij elk langwerpig drukelement een langwerpige tussenbalk (54) omvat, die in hoofdzaak evenwijdig aan de rotatierichting van de vormwals is aangebracht, waarbij een onder fluïdumdruk expandeerbare actuator (55) is opgesteld tussen een huis (52) van het schoenorgaan en de tussenbalk (54), waarbij de expandeerbare actuator (55) aangrijpt op de tussenbalk voor het uitoefenen van drukkracht op de schoenorganen via de tussenbalk.
13. Vorminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij het omtreksoppervlak van de vormwals (16;83) is gemaakt van metaal en waarbij ten minste de binnenzijde van schoensegmenten (42;96) is gemaakt van kunststof, bijvoorbeeld polyethyleen, zoals UHMW polyethyleen, of omgekeerd.
14. Vorminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de vormwals (42) zodanig is uitgevoerd dat de holtes (44) elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem (47) die deel uitmaakt van de vormwals.
15. Vorminrichting volgens een of meer van de conclusies 1 -14, waarbij de vormwals (83) buisvormig is en een buitenste en een binnenste omtreksoppervlak (83a,b) omvat, waarbij het schoenorgaan (86) grenst aan een van die omtreksoppervlakken, bijvoorbeeld het buitenste omtreksoppervlak (83a), en waarbij de holtes (88) elk zijn gevormd door een doorgaande opening in de buisvormige vormwals (83), en waarbij de vorminrichting (80) een bodemorgaan (90) heeft dat in de buisvormige vormwals is opgesteld, stationair ten opzichte van het frame (82) en tegenover het schoenorgaan (86), welke bodemorgaan grenst aan het andere omtreksoppervlak (83b), bijvoorbeeld het binnenste omtreksoppervlak, van de buisvormige vormwals zodat de holtes (88) elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem.
16. Vorminrichting volgens conclusie 15, waarbij het aan het bodemorgaan (90) grenzende omtreksoppervlak van de buisvormige vormwals (83) is uitgevoerd als een geprofileerd omtreksoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke reeks van holtes (88) uitsteeksels tussen meerdere paren opeenvolgende holtes van die reeks en/of een of meer zich in omtreksrichting tussen en door de openvolgende holtes van die reeks uitstrekkende omtreksgroeven omvat, en waarbij het bodemorgaan (90) is voorzien van meerdere schoensegmenten (94), die, gezien in de richting van de rotatiehartlijn (A), naast elkaar zijn opgesteld, en waarbij elk schoensegment (94) van het bodemorgaan een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het omtreksoppervlak van de vormwals, welke sectie een of meer reeksen van holtes (88) omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment (94) is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes een of meer in omtreksrichting verlopende groeven en/of in omtreksrichting verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie, en waarbij de schoensegmenten (94) van het bodemorgaan (90) ten minste in de richting van de rotatiehartlijn (A) een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is.
17. Vorminrichting (80) voor het vormen van driedimensionale voedingsproducten (81) uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees, omvattende: - een frame (82), - een vormwals (83) die aandrijfbaar en roteerbaar om een rotatiehartlijn is verbonden met het frame, waarbij de vormwals (83) een omtreksoppervlak heeft waarin zich meerdere, in omtreksrichting verlopende reeksen van holtes (88) bevinden, waarbij die reeksen zich, gezien in de richting van de rotatiehartlijn, in hoofdzaak onderling evenwijdig en op afstand van elkaar uitstrekken, en waarbij elke reeks meerdere holtes (88) omvat die, gezien in de omtreksrichting van het omtreksoppervlak van de vormwals (83), op afstand van elkaar liggen, en waarbij de holtes (88) elk een vulopening aan het omtreksoppervlak van de vormwals (83) bepalen, - een massatoevoerinrichting, die in een vulpositie ten opzichte van het omtreksoppervlak van de vormwals (83) is opgesteld, waarbij de massatoevoerinrichting is voorzien van: • een met een pomp koppelbare inlaat voor het toevoeren van het voedingsmateriaal, • een schoenorgaan (86), dat grenst aan het omtreksoppervlak van de vormwals (83), waarbij het schoenorgaan een vulmond (85) omvat, die is verbonden met de inlaat en zodanig uitmondt bij het omtreksoppervlak van de vormwals (83), dat de vulopeningen van passerende holtes (88) bij rotatie van de vormwals (83) in verbinding komen met die vulmond voor het vullen van die passerende holtes (88) met het voedingsmateriaal, waarbij de vormwals (83) buisvormig is en een buitenste en een binnenste omtreksoppervlak (83a,b) omvat, waarbij het schoenorgaan (86) grenst aan een van die omtreksoppervlakken (83a) en waarbij de holtes (88) elk zijn gevormd door een doorgaande opening in de buisvormige vormwals, en waarbij de vorminrichting een bodemorgaan heeft dat stationair ten opzichte van het frame en tegenover het schoenorgaan (86) is opgesteld, welk bodemorgaan (90) grenst aan het andere omtreksoppervlak van de buisvormige vormwals (83) zodat de holtes elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem, met het kenmerk, dat het bodemzijdige omtreksoppervlak (83b) van de buisvormige vormwals is uitgevoerd als een geprofileerd omtreksoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke reeks van holtes (88) uitsteeksels tussen meerdere paren opeenvolgende holtes van die reeks en/of een of meer zich in omtreksrichting tussen en door de openvolgende holtes van die reeks uitstrekkende omtreksgroeven omvat, en dat het bodemorgaan (90) is voorzien van meerdere schoensegmenten (94), die, gezien in de richting van de rotatiehartlijn (A), naast elkaar zijn opgesteld, en dat elk schoensegment (94) van het bodemorgaan (90) een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het betreffende omtreksoppervlak van de vormwals (83), welke sectie een of meer reeksen van holtes (88) omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment (94) is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes (88) een of meer in omtreksrichting verlopende groeven en/of in omtreksrichting verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie, en dat de schoensegmenten (94) van het bodemorgaan (90) ten minste in de richting van de rotatiehartlijn een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment (94) mee in ingrijping is.
18. Vorminrichting (80) voor het vormen van driedimensionale voedingsproducten uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees, omvattende: - een frame, - een vormplaat (83) en een vormplaataandrijving, welke vormplaat een lengte en een breedte heeft, en in langsrichting heen en weer beweegbaar aandrijfbaar is verbonden met het frame, waarbij de vormplaat een eerste buitenoppervlak (83a) en een tegenovergelegen tweede buitenoppervlak (83b) heeft, waarbij zich gezien in de richting van de breedte van de vormplaat in de vormplaat holtes (88) aanwezig zijn, die gezien in die richting op een afstand van elkaar liggen, waarbij elke holte is uitgevoerd als een doorgaande opening in de vormplaat (83) tussen de eerste en tweede buitenoppervlakken, en waarbij de holtes (88) elk een vulopening aan het eerste buitenoppervlak (83a) van de vormplaat bepalen, - een massatoevoerinrichting, die in een vulpositie in het frame is opgesteld, waarbij de massatoevoerinrichting is voorzien van: • een met een pomp koppelbare inlaat voor het toevoeren van het voedingsmateriaal, • een schoenorgaan (86), dat grenst aan het eerste buitenoppervlak van de vormplaat, waarbij het schoenorgaan een vulmond (85) omvat, die is verbonden met de inlaat en zodanig uitmondt bij het eerste buitenoppervlak (83a) van de vormplaat (83), dat de vulopeningen van passerende holtes (88) bij heen en weer beweging van de vormplaat in verbinding komen met die vulmond voor het vullen van die passerende holtes (88) met het voedingsmateriaal, waarbij de vorminrichting een bodemorgaan (90) heeft dat stationair ten opzichte van het frame en tegenover het schoenorgaan (86) is opgesteld, welke bodemorgaan grenst aan het tweede buitenoppervlak (83b) van de vormplaat zodat de holtes (88) elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem, met het kenmerk, dat het eerste buitenoppervlak (83a) van de vormplaat (83) is uitgevoerd als een geprofileerd buitenoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke holte (88) een of meer zich in de lengterichting van de vormplaat uitstrekkende uitsteeksels en/of een of meer zich in de lengterichting van de vormplaat en door de holte uitstrekkende groeven omvat, en dat het schoenorgaan (86) is voorzien van meerdere schoensegmenten (96), die, gezien in de richting van de breedte van de vormplaat (83), naast elkaar zijn opgesteld, en dat elk schoensegment (96) een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het eerste buitenoppervlak (83a) van de vormplaat, welke sectie een reeks van een of meer holtes (88) omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment (96) is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van een of meer holtes (88) een of meer in lengterichting van de vormplaat verlopende groeven en/of in lengterichting van de vormplaat verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie, en dat de schoensegmenten (96) van het schoenorgaan (86) ten minste in de richting van de breedte van de vormplaat (83) een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment (96) mee in ingrijping is.
19. Vorminrichting (80) voor het vormen van driedimensionale voedingsproducten uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa van gemalen vlees, bijvoorbeeld een inrichting volgens conclusie 18, omvattende: - een frame, - een vormplaat (83) en een vormplaataandrijving, welke vormplaat een lengte en een breedte heeft, en in langsrichting heen en weer beweegbaar aandrijfbaar is verbonden met het frame, waarbij de vormplaat een eerste buitenoppervlak (83a) en een tegenovergelegen tweede buitenoppervlak (83b) heeft, waarbij zich gezien in de richting van de breedte van de vormplaat in de vormplaat holtes (88) aanwezig zijn, die gezien in die richting op een afstand van elkaar liggen, waarbij elke holte (88) is uitgevoerd als een doorgaande opening in de vormplaat tussen de eerste en tweede buitenoppervlakken, en waarbij de holtes (88) elk een vulopening aan het eerste buitenoppervlak van de vormplaat bepalen, - een massatoevoerinrichting, die in een vulpositie in het frame is opgesteld, waarbij de massatoevoerinrichting is voorzien van: • een met een pomp koppelbare inlaat voor het toevoeren van het voedingsmateriaal, • een schoenorgaan (86), dat grenst aan het eerste buitenoppervlak van de vormplaat (83), waarbij het schoenorgaan een vulmond (85) omvat, die is verbonden met de inlaat en zodanig uitmondt bij het eerste buitenoppervlak van de vormplaat (83), dat de vulopeningen van passerende holtes (88) bij heen en weer beweging van de vormplaat in verbinding komen met die vulmond voor het vullen van die passerende holtes (88) met het voedingsmateriaal, waarbij de vorminrichting een bodemorgaan (90) heeft dat stationair ten opzichte van het frame en tegenover het schoenorgaan (86) is opgesteld, welke bodemorgaan grenst aan het tweede buitenoppervlak van de vormplaat (83) zodat de holtes (88) elk aan de tegenover de vulopening liggende zijde zijn afgesloten door een bodem, met het kenmerk, dat het tweede buitenoppervlak (83b) van de vormplaat is uitgevoerd als een geprofileerd buitenoppervlak met een vormgevingsprofiel dat bij elke holte (88) een of meer zich in de lengterichting van de vormplaat uitstrekkende uitsteeksels en/of een of meer zich in de lengterichting van de vormplaat en door de holte uitstrekkende groeven omvat, en dat het bodemorgaan (90) is voorzien van meerdere schoensegmenten (94), die, gezien in de richting van de breedte van de vormplaat, naast elkaar zijn opgesteld, en dat elk schoensegment (94) van het bodemorgaan (90) een binnenzijde heeft die grenst aan een bijbehorende sectie van het tweede buitenoppervlak (83b) van de vormplaat, welke sectie een reeks van een of meer holtes (88) omvat, waarbij de binnenzijde van elk schoensegment is uitgevoerd als een geprofileerde binnenzijde met een profiel dat bij elke reeks van holtes een of meer in lengterichting van de vormplaat verlopende groeven en/of in lengterichting van de vormplaat verlopende ribbels omvat, welke groeven en/of ribbels in ingrijping zijn met het vormgevingsprofiel van die sectie, en dat de schoensegmenten (94) van het bodemorgaan (90) ten minste in de richting van de breedte van de vormplaat (83) een bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar bezitten om elk afzonderlijk uitgelijnd te blijven ten opzichte van het profiel van de sectie waar de binnenzijde van het schoensegment mee in ingrijping is.
20. Werkwijze voor het vormen van driedimensionale producten (81) uit een massa van verpompbaar voedingsmateriaal, bijvoorbeeld een vleesmassa, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vorminrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies.
Priority Applications (7)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010482A NL2010482C2 (nl) | 2013-03-19 | 2013-03-19 | Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. |
| PCT/NL2014/050165 WO2014148897A2 (en) | 2013-03-19 | 2014-03-19 | Moulding device, and method for moulding food products |
| BR112015019664-0A BR112015019664B1 (pt) | 2013-03-19 | 2014-03-19 | Dispositivo de moldagem, e, método para moldar produtos tridimensionais |
| US14/762,143 US9737080B2 (en) | 2013-03-19 | 2014-03-19 | Moulding device, and method for moulding food products |
| DK14715705.1T DK2975944T3 (en) | 2013-03-19 | 2014-03-19 | CASTING EQUIPMENT AND PROCEDURE FOR CASTING FOOD |
| EP14715705.1A EP2975944B1 (en) | 2013-03-19 | 2014-03-19 | Moulding device, and method for moulding food products |
| US15/649,223 US10506815B2 (en) | 2013-03-19 | 2017-07-13 | Moulding device, and method for moulding food products |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010482 | 2013-03-19 | ||
| NL2010482A NL2010482C2 (nl) | 2013-03-19 | 2013-03-19 | Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2010482C2 true NL2010482C2 (nl) | 2014-09-24 |
Family
ID=48366541
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2010482A NL2010482C2 (nl) | 2013-03-19 | 2013-03-19 | Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (2) | US9737080B2 (nl) |
| EP (1) | EP2975944B1 (nl) |
| BR (1) | BR112015019664B1 (nl) |
| DK (1) | DK2975944T3 (nl) |
| NL (1) | NL2010482C2 (nl) |
| WO (1) | WO2014148897A2 (nl) |
Families Citing this family (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL2010482C2 (nl) * | 2013-03-19 | 2014-09-24 | Marel Townsend Further Proc Bv | Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. |
| US9861108B2 (en) | 2013-05-03 | 2018-01-09 | Gea Food Solutions Bakel B.V. | Sealing member for a food forming drum |
| ITMI20132011A1 (it) * | 2013-12-02 | 2015-06-03 | Vh S R L | Stampo per prodotti di rivestimento per l'edilizia e impianto per la fabbricazione di tali prodotti di rivestimento |
| US20140272050A1 (en) * | 2014-04-15 | 2014-09-18 | Haim Shelemey | Food cooking |
| US11246318B1 (en) * | 2014-11-25 | 2022-02-15 | Zee Company | Submersion conveyor system and methods thereof |
| NL2016928B1 (en) * | 2016-06-09 | 2018-01-24 | Marel Townsend Further Proc Bv | Moulding device and method for moulding |
| NL2018036B1 (en) | 2016-12-21 | 2018-06-28 | Marel Townsend Further Proc Bv | Installations and methods for moulding food products with a pressurized air food product ejection system from a mould drum |
| NL2022602B1 (en) * | 2019-02-19 | 2020-08-31 | Marel Further Proc Bv | Movable mould member for moulding food products |
| CN115279190B (zh) | 2020-03-10 | 2023-11-21 | 马瑞奥深加工私人有限公司 | 从大量可泵送纤维食品材料生产三维产品 |
| WO2022233817A2 (en) * | 2021-05-03 | 2022-11-10 | Gea Food Solutions Bakel B.V. | Porous mould drum for poultry, pork, meat-replacement and vegetarian food |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2010110655A1 (en) * | 2009-03-26 | 2010-09-30 | Stork Titan B.V. | Mass-distributing device and moulding device comprising a mass- distributing device of this type. |
| WO2011005099A1 (en) * | 2009-07-10 | 2011-01-13 | Marel Townsend Further Processing B.V. | Moulding device, moulding member, moulding method, food preparation method and moulded product |
Family Cites Families (21)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2812729A (en) | 1953-05-11 | 1957-11-12 | Bahlsen Werner | Baking machine |
| US2942987A (en) * | 1955-01-20 | 1960-06-28 | Ray F Beerend | Method for packaging sausage patties |
| US2827659A (en) * | 1956-09-10 | 1958-03-25 | Robert H Superior | Meat patty roller |
| US2958093A (en) * | 1958-05-16 | 1960-11-01 | Armour & Co | Patty molding devices |
| US3724026A (en) | 1970-10-30 | 1973-04-03 | Armour & Co | Producing molded meat sticks |
| US4418446A (en) | 1981-03-05 | 1983-12-06 | Formax, Inc. | Mold assembly for food patty molding machine |
| US4886441A (en) | 1987-11-06 | 1989-12-12 | Food Equipment Engineering, Inc. | Apparatus for forming three dimensional food products |
| US4872241A (en) | 1988-10-31 | 1989-10-10 | Formax, Inc. | Patty molding mechanism for fibrous food product |
| NL1010630C2 (nl) | 1998-11-23 | 2000-05-24 | Stork Pmt | Vormen. |
| US6398540B1 (en) | 2000-07-06 | 2002-06-04 | Pierre Foods, Inc. | Food mold plate and assembly |
| US6592359B2 (en) * | 2001-06-14 | 2003-07-15 | Osi Industries, Inc. | Multiple row meat patty forming apparatus |
| NL1020942C2 (nl) | 2002-06-26 | 2003-12-30 | Stork Titan Bv | Vorminrichting. |
| US7014456B1 (en) * | 2002-11-04 | 2006-03-21 | Tomahawk Manufacturing, Inc. | Vent system for food processing machine |
| US7163391B2 (en) | 2003-08-20 | 2007-01-16 | Formax, Inc. | Molding apparatus for forming food patties having top and bottom surface contours |
| NL1026171C2 (nl) | 2004-05-11 | 2005-11-14 | Stork Titan Bv | Vormen. |
| US7931461B2 (en) | 2007-11-28 | 2011-04-26 | Stork Titan B.V. | Mould member for moulding three-dimensional products, system and methods of manufacturing a mould member |
| EP2901863A3 (en) | 2010-04-23 | 2016-03-30 | GEA Food Solutions Bakel B.V. | 3D-food product forming apparatus and process |
| EP3072395A3 (en) | 2010-07-20 | 2016-10-19 | Formax, Inc. | Rotary mold system |
| NL2010482C2 (nl) * | 2013-03-19 | 2014-09-24 | Marel Townsend Further Proc Bv | Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. |
| EP2983481A4 (en) * | 2013-04-10 | 2016-12-07 | Formax Inc | SYSTEMS, APPARATUS AND METHOD FOR PRODUCING AND TEXTURING A SOLUBLE PRODUCT |
| JP6723919B2 (ja) * | 2013-12-04 | 2020-07-15 | ジーイーエイ・フード・ソリューションズ・バーケル・ベスローテン・フェンノートシャップ | 特別仕様の出口を備えた供給チャネル |
-
2013
- 2013-03-19 NL NL2010482A patent/NL2010482C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2014
- 2014-03-19 WO PCT/NL2014/050165 patent/WO2014148897A2/en not_active Ceased
- 2014-03-19 EP EP14715705.1A patent/EP2975944B1/en active Active
- 2014-03-19 BR BR112015019664-0A patent/BR112015019664B1/pt active IP Right Grant
- 2014-03-19 US US14/762,143 patent/US9737080B2/en active Active
- 2014-03-19 DK DK14715705.1T patent/DK2975944T3/en active
-
2017
- 2017-07-13 US US15/649,223 patent/US10506815B2/en active Active
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2010110655A1 (en) * | 2009-03-26 | 2010-09-30 | Stork Titan B.V. | Mass-distributing device and moulding device comprising a mass- distributing device of this type. |
| WO2011005099A1 (en) * | 2009-07-10 | 2011-01-13 | Marel Townsend Further Processing B.V. | Moulding device, moulding member, moulding method, food preparation method and moulded product |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2975944A2 (en) | 2016-01-27 |
| EP2975944B1 (en) | 2017-02-01 |
| US20150359234A1 (en) | 2015-12-17 |
| WO2014148897A3 (en) | 2014-11-13 |
| BR112015019664B1 (pt) | 2021-04-27 |
| US20170303551A1 (en) | 2017-10-26 |
| DK2975944T3 (en) | 2017-04-10 |
| US10506815B2 (en) | 2019-12-17 |
| US9737080B2 (en) | 2017-08-22 |
| BR112015019664A2 (pt) | 2017-07-18 |
| WO2014148897A2 (en) | 2014-09-25 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2010482C2 (nl) | Vorminrichting, alsmede werkwijze voor het vormen van voedingsproducten. | |
| NL2002672C2 (nl) | Massaverdeelinrichting en vorminrichting omvattende een dergelijke massaverdeelinrichting. | |
| CN102892296B (zh) | 3d食品成型设备和过程 | |
| DK2258200T3 (en) | Form and molding process | |
| RU2573792C2 (ru) | Устройство распределения массы и формовочное устройство | |
| NL2003185C2 (en) | Moulding device, moulding element, moulding method, food preparation method and moulded product. | |
| RU2620372C2 (ru) | Система для подачи массы | |
| EP2877030B1 (en) | A method and system for moulding food patties | |
| CN103249308A (zh) | 馅饼形成设备 | |
| JP4437843B1 (ja) | ドーナツ状食品成形装置及び方法 | |
| CN114403483A (zh) | 具有定制出口的供给通道 | |
| US20200397191A1 (en) | Rotary molding system | |
| EP2874885B1 (en) | Distributor unit for tablets or capsules and corresponding method | |
| US4536146A (en) | Croquette machine | |
| JP6103626B2 (ja) | 米飯成形装置 | |
| JP2006075114A (ja) | 米飯食品成形装置 | |
| US12011007B2 (en) | Production of three-dimensional products from a mass of pumpable fibrous foodstuff material | |
| MXPA00004317A (en) | Improved depositor apparatus |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20180401 |