NL2010568C2 - Samenstel van een installatiedoos en een deksel. - Google Patents
Samenstel van een installatiedoos en een deksel. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2010568C2 NL2010568C2 NL2010568A NL2010568A NL2010568C2 NL 2010568 C2 NL2010568 C2 NL 2010568C2 NL 2010568 A NL2010568 A NL 2010568A NL 2010568 A NL2010568 A NL 2010568A NL 2010568 C2 NL2010568 C2 NL 2010568C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- break
- primary target
- breaking
- main surface
- assembly
- Prior art date
Links
- 238000009434 installation Methods 0.000 title claims description 82
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 claims description 37
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 claims description 25
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 23
- 238000010616 electrical installation Methods 0.000 claims description 6
- 239000004033 plastic Substances 0.000 claims description 5
- 239000004793 Polystyrene Substances 0.000 claims description 4
- 229920002223 polystyrene Polymers 0.000 claims description 4
- 208000010392 Bone Fractures Diseases 0.000 description 22
- 206010017076 Fracture Diseases 0.000 description 22
- 239000011505 plaster Substances 0.000 description 5
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 4
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 description 3
- 230000000295 complement effect Effects 0.000 description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 2
- 239000012634 fragment Substances 0.000 description 2
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 2
- 230000003313 weakening effect Effects 0.000 description 2
- 239000004743 Polypropylene Substances 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 238000005516 engineering process Methods 0.000 description 1
- -1 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 229920001155 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 1
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02G—INSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
- H02G3/00—Installations of electric cables or lines or protective tubing therefor in or on buildings, equivalent structures or vehicles
- H02G3/02—Details
- H02G3/08—Distribution boxes; Connection or junction boxes
- H02G3/14—Fastening of cover or lid to box
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02G—INSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
- H02G3/00—Installations of electric cables or lines or protective tubing therefor in or on buildings, equivalent structures or vehicles
- H02G3/02—Details
- H02G3/08—Distribution boxes; Connection or junction boxes
- H02G3/12—Distribution boxes; Connection or junction boxes for flush mounting
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Connection Or Junction Boxes (AREA)
Description
Samenstel van een installatiedoos en een deksel
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
De uitvinding heeft betrekking op een samenstel van een installatiedoos en een deksel. De installatiedoos vormt een onderdeel van een elektrische installatie van een gebouw.
Een bekende installatiedoos voor plaatsing in een gat in een wand van een gebouw omvat een bodemwand en een van de bodemwand opstaande omtrekswand. De bodemwand en de omtrekswand bepalen gezamenlijk een inbouwruimte voor installatiemateriaal zoals inbouwstopcontacten en schakelaars. De omtrekswand bezit een van de bodemwand af gekeerde omlopende omtreksrand die een primaire opening van de installatiedoos begrenst. De muur wordt tijdens de bouw met een afwerklaag, bijvoorbeeld een pleisterlaag, afgewerkt. Teneinde te voorkomen dat materiaal van de afwerklaag via de primaire opening in de inbouwruimte van de installatiedoos terecht komt, wordt de installatiedoos ter plaatse van de primaire opening voorzien van een afsluitend deksel.
Het deksel dient uiteindelijk te worden verwijderd zodat het installatiemateriaal in de vrijgehouden inbouwruimte kan worden aangebracht. Het deksel is vervaardigd van een bros, breekbaar materiaal dat bij een krachti ge inslag met een gereedschap desintegreert of uiteenspat in een grote hoeveelheid kleine, losse scherven. Hoewel het deksel hierna niet langer de primaire opening afsluit, moet de installateur wel eerst de ontstane scherven verwijderen alvorens het installatiemateriaal kan worden aangebracht. Dit is bijzonder tijdrovend.
Het is een doel van de uitvinding een samenstel van een installatiedoos en een deksel te verschaffen waarvan het deksel snel en eenvoudig te verwijderen is.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
De uitvinding verschaft vanuit een eerste aspect een samenstel van een installatiedoos voor het opbouwen van een elektrische installatie in een gebouw en een deksel voor plaatsing op de installatiedoos, waarbij de installatiedoos een bodemwand en een van de bodemwand opstaande omtrekswand omvat die gezamenlijk een inbouwruimte voor installatiemateriaal bepalen, waarbij de omtrekswand een van de bodemwand afgekeerde, omlopende omtreksrand bezit die een primaire opening van de installatiedoos begrenst, waarbij het deksel een afsluitwand omvat met een hoofdvlak dat de primaire opening in geplaatste toestand van het deksel op de installatiedoos in hoofdzaak volledig afsluit, waarbij het deksel is voorzien van een meervoud van primaire streefbreukverbindingen dat ten minste drie breekvlakken in het hoofdvlak van de afsluitwand bepaalt, waarbij het deksel per breekvlak is voorzien van eerste verstevigings-elementen die elk breekvlak afzonderlijk verstevigen.
Het meervoud van primaire streefbreukverbindingen vormt plaatselijke verzwakkingen in het materiaal van de afsluitwand tussen de breekvlakken van de afsluitwand, waarmee het breekgedrag van het deksel kan worden beïnvloedt. Door het uitoefenen van een krachtige slag op het hoofdvlak van het deksel, kan de afsluitwand in de drie bepaalde breekvlakken breken, welke vervolgens met een beperkt aantal handelingen eenvoudig van de installatiedoos kunnen worden verwijderd. Met de eerste verstevigingsele-menten kan worden bereikt dat de afsluitwand alleen in de door de primaire streefbreukverbindingen bepaalde breek-vlakken uiteenvalt, zonder dat daarbij de breekvlakken zelf breken.
In een uitvoeringsvorm strekken de eerste verste-vigingselementen zich per breekvlak volledig binnen het betreffende breekvlak uit. De eerste verstevigingselementen blijven daarmee vrij van de primaire streefbreukverbindingen tussen de breekvlakken, waardoor het breken van de afsluitwand ter plaatse van de primaire streefbreukverbindingen niet gehinderd wordt.
In een uitvoeringsvorm omvatten de eerste verstevigingselementen ribben, in het bijzonder kruisribben. Ribben, in het bijzonder kruisribben, zijn uitermate geschikt voor het verstevigen van een breekvlak.
In een uitvoeringsvorm wordt elke primaire streefbreukverbinding van het meervoud van primaire streefbreukverbindingen gevormd door een zich in het hoofdvlak van de afsluitwand uitstrekkende sleuf met een diepte van ten minste de helft van de dikte van de afsluitwand. De primaire streefbreukverbindingen vormen hierdoor verzwakte, door een slagkracht ophefbare verbindingen tussen de breekvlakken .
In een uitvoeringsvorm strekt elke primaire streefbreukverbinding van het meervoud van streefbreukverbindingen zich uit over ten minste 70%, en bij voorkeur ten minste 80% van de lengte waarover de breekvlakken, die door de betreffende primaire streefbreukverbinding bepaald worden, aan elkaar grenzen. Het verband in de afsluitwand kan op deze wijze voldoende in stand gehouden zodat de afsluitwand niet onbedoeld bij de minste of geringste belasting op het hoofdvlak uiteenvalt in de breekvlakken.
In een uitvoeringsvorm zijn de primaire streefbreukverbindingen evenredig over het hoofdvlak van de afsluitwand verdeeld. Hierdoor kan een voorspelbaar breuk- gedrag worden verkregen.
In een uitvoeringsvorm zijn de breekvlakken in oppervlakte in hoofdzaak gelijk aan elkaar. Doordat de breekvlakken ongeveer even groot zijn, kan de installateur elk breekvlak met hetzelfde gemak verwijderen.
In een uitvoeringsvorm is het hoofdvlak in hoofdzaak cirkelvormig, waarbij de primaire streefbreukverbin-dingen zich in hoofdzaak radiaal door het hoofdvlak uitstrekken. De hiermee verkregen breekvlakken kunnen vanuit het midden van de afsluitwand worden gebroken.
In een uitvoeringsvorm vormt elk van de breekvlakken een cirkelsector, bij voorkeur met een cirkelboog van hoogstens ongeveer 120 graden en bij meeste voorkeur hoogstens ongeveer 90 graden. De hiermee verkregen breekvlakken overbruggen een beperkte cirkelboog en zullen daardoor eerder geneigd zijn als één stuk af te breken, zonder dat aanvullende, onvoorspelbare scheurvorming in het breekvlak zelf ontstaat.
In een uitvoeringsvorm bepaalt het meervoud van primaire streefbreukverbindingen vier breekvlakken in het hoofdvlak van de afsluitwand. Door het uitoefenen van een krachtige slag op het hoofdvlak van het deksel, kan de afsluitwand in de ten minste vier bepaalde breekvlakken breken, welke vervolgens met een beperkt aantal handelingen eenvoudig van de installatiedoos kunnen worden verwijderd.
In een uitvoeringsvorm vormt elk breekvlak een kwadrant van het hoofdvlak. Door het uitoefenen van een krachtige slag op het hoofdvlak van het deksel, kan de afsluitwand in kwadranten worden gebroken, welke vervolgens met een beperkt aantal handelingen eenvoudig van de installatiedoos kunnen worden verwijderd.
In een uitvoeringsvorm bepaalt het meervoud van primaire streefbreukverbindingen maximaal tien breekvlakken, en bij voorkeur maximaal vijf breekvlakken in het hoofdvlak van de afsluitwand. Hiermee kan de tijd die nodig is voor het verwijderen van de breekvlakken uit de installatiedoos worden verminderd.
In een uitvoeringsvorm vormen de breekvlakken gezamenlijk in hoofdzaak het volledige hoofdvlak van de afsluitwand. Door de breekvlakken te breken kan derhalve het volledige hoofdvlak, dat de primaire opening van de installatiedoos afsluit, worden verwijderd.
In een uitvoeringsvorm is het deksel voorzien van een omlopend tweede verstevigingelement dat de breekvlakken met elkaar verbindt, waarbij het tweede verstevigingsele-ment ter plaatse van elke primaire streefbreukverbinding is voorzien van een met de betreffende primaire streefbreuk-verbinding samenwerkende secundaire streefbreukverbinding. Het tweede verstevigingselement kan het verband van de afsluitwand voorafgaand aan het breken verhogen. De secundaire streefbreukverbindingen kunnen tegelijk met de primaire streefbreukverbindingen breken en daarmee het tweede verstevigingselement opdelen in segmenten.
In een uitvoeringsvorm is het tweede verstevigingselement een omlopende verstevigingsrand die in geplaatste toestand van het deksel op de installatiedoos is ingericht passend te worden opgenomen in de primaire opening. Nadat de verstevigingsrand ter plaatse van de secundaire streefbreukverbindingen in segmenten is gebroken, kan de passende aangrijping tussen het deksel en de installatiedoos worden opgeheven en kan het deksel worden losgenomen .
In een uitvoeringsvorm bezit de afsluitwand een in hoofdzaak vlak hoofdvlak. Het vlakke hoofdvlak gaat tegen dat resten van afwerkmateriaal, zoals stuc- en pleisterwerk, achterblijven in het deksel.
In een uitvoeringsvorm heeft het hoofdvlak van de afsluitwand een voorzijde die in geplaatste toestand van het deksel op de installatiedoos naar buiten is gericht, waarbij de voorzijde in hoofdzaak vlak is, met uitzondering van de primaire streefbreukverbindingen. De vlakke voorzijde van het hoofdvlak gaat tegen dat resten van afwerkmateriaal, zoals stuc- en pleisterwerk, achterblijven in het deksel. De primaire streefbreukverbindingen vormen een zodanig kleine onderbreking in de anderszins platte voorzijde dat hier geen noemenswaardige hoeveelheid afwerkmate-riaal achterblijft.
In een uitvoeringsvorm is het deksel van een bros of breekbaar kunststof vervaardigd, bij voorkeur van polystyreen. Het brosse of breekbare kunststof laat toe dat het deksel bij het uitoefenen van een krachtige slag op het hoofdvlak ter plaatse van de primaire en/of secundaire streefbreukverbindingen gemakkelijk breekt of scheurt.
De uitvinding verschaft vanuit een tweede aspect een deksel, kennelijk geschikt voor gebruik in het hiervoor beschreven samenstel. Een dergelijk deksel kan afzonderlijk van de installatiedoos geleverd worden.
De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten, en andere aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich zijn beschreven in de volgconclu-sies.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bijgevoegde schematische tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in: figuur 1 een isometrisch vooraanzicht van een samenstel van een installatiedoos en een deksel volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding, in uiteengenomen toestand; figuur 2 een isometrisch vooraanzicht van het samenstel van de installatiedoos en het deksel volgens figuur 1, in samengestelde toestand; figuur 3 een isometrisch vooraanzicht van het samenstel van de installatiedoos en het deksel volgens figuur 1, met het deksel in ingeslagen toestand; en figuur 4 een isometrisch achteraanzicht van het deksel volgens figuur 1.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
Figuren 1, 2 en 3 tonen een samenstel 1 van een installatiedoos 2 en een deksel 3 volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. In figuur 4 wordt het deksel 3 afzonderlijk weergegeven.
De installatiedoos 2 wordt bij de bouw aangebracht in een gat in een wand van een gebouw en is ingericht voor het ontvangen elektrisch schakelmateriaal of installatiemateriaal (niet weergegeven). In geïnstalleerde toestand vormt de installatiedoos 1 een onderdeel van een elektrische installatie in een gebouw.
De installatiedoos 2 is door spuitgieten vervaardigd van een geschikte veerkrachtige kunststof, bijvoorbeeld polypropyleen. De installatiedoos 2 is voorzien van een bodemwand 2 0 en een van de bodemwand 2 0 opstaande, omlopende en in hoofdzaak cilindrische eerste omtrekswand 21 met een hartlijn S. De omtrekswand 21 is ingericht om in aanraking te komen met een gat in de muur van het gebouw teneinde de installatiedoos 2 daarin te positioneren en/of vast te zetten. De omtrekswand 21 bezit een van de bodemwand 20 afgekeerde, omlopende eerste omtreksrand 22 die een primaire opening van de installatiedoos 2 begrenst. De bodemwand 20 en de omtrekswand 21 bepalen een via de primaire opening toegankelijke installatieruimte of inbouw-ruimte H voor opname van het elektrische installatiemateriaal .
De installatiedoos 2 is verder voorzien van een verstelbare ring 23 voor bevestiging van installatiemateriaal en een viertal aan de verstelbare ring 23 aangebracht bevestigingsbussen 25 voor het ontvangen van de bevesti- gingsbouten van het installatiemateriaal.
Het deksel 3 is ingericht voor plaatsing op de installatiedoos 2 tijdens de bouw, in het bijzonder tijdens het afwerken van de muur waarin de installatiedoos 2 is aangebracht. Het deksel 3 gaat tegen dat tijdens het afwerken van de muur resten van afwerkmateriaal, zoals stuc- of pleisterlagen, in de inbouwruimte H van de installatiedoos 2 terecht komen. Dergelijke resten van afwerkmateriaal kunnen de latere installatie van het elektrische installa-tiemateriaal verhinderen of onmogelijk maken.
In figuren 1 en 4 zijn respectievelijk de voorzijde en de achterzijde van het deksel 3 weergegeven. Het deksel 3 is door spuitgieten vervaardigd van een geschikte brosse of breekbare kunststof, bijvoorbeeld bros polystyreen, in het bijzonder polystyreen regeneraat zwart. Het deksel 3 omvat een afsluitwand 30 met een in hoofdzaak vlakke voorzijde en verzameling verstevigingselementen 31 aan de achterzijde. De afsluitwand 30 bezit een omlopende, in hoofdzaak cirkelronde omtreksrand 32. De omtreksrand 32 van het deksel 3 is complementair gevormd aan de omtreksrand 22 van de installatiedoos 2 en sluit in geplaatste toestand van het deksel 3 op de installatiedoos 2, zoals dat is weergegeven in figuur 2, afsluitend aan op de omtreksrand 22 van de installatiedoos 2.
Het deksel 3 is verder voorzien van twee weerhaken 33, 34 die zich vanaf de afsluitwand 30 in de richting van de installatiedoos 2 uitstrekken. De weerhaken 33, 34 zijn ingericht om bij plaatsing van het deksel 3 op de installatiedoos 2 tot in de inbouwruimte H van de installatiedoos 2 te reiken en aldaar achter de verstelbare ring 23 van de installatiedoos 2 te haken. Op deze wijze kan het deksel 3 worden vastgezet aan de installatiedoos 2, zoals dat is weergegeven in figuur 2. De omtrekrand 32 van het deksel 3 is ter plaatse van de weerhaken 33, 34 voorzien van uitsparingen voor het met een gereedschap, bijvoorbeeld een schroevendraaier, manipuleren van de weerhaken 33, 34.
De afsluitwand 30 omvat een hoofdvlak 35 en een meervoud van primaire breuklijnen of streefbreukverbindin-gen dat zich door of in het hoofdvlak 35 van de afsluitwand 30 uitstrekt. Een streefbreukverbinding is een door een (slag)kracht ophefbare of verbreekbare verbinding tussen twee aan elkaar grenzende delen van het deksel 3. Elk van de primaire streefbreukverbindingen wordt gevormd door een zich bij voorkeur in een rechte lijn door het hoofdvlak 35 uitstrekkende sleuf, groef of uitsparing met een diepte van ten minste de helft van de dikte van de afsluitwand 30. De sleuven vormen een plaatselijke verzwakking in het materiaal van de afsluitwand 30 tussen twee delen van de afsluitwand 30, waarmee het breekgedrag van het deksel 3 kan worden beïnvloedt.
Het meervoud van primaire streefbreukverbindingen is zodanig in de afsluitwand 30 aangebracht dat zij in het hoofdvlak 35 daarvan een meervoud van breekdelen of breek-vlakken bepalen of dat zij het hoofdvlak 35 daarvan in een meervoud van breekdelen of breekvlakken opdelen of verdelen. Zolang het deksel 3 niet gebroken is zijn de breekvlakken een integraal onderdeel van het deksel 3. Zoals in figuur 3 is weergegeven is het deksel 3 echter ingericht teneinde bij een krachtige inslag van een gereedschap op het hoofdvlak 35 van de afsluitwand 30, bijvoorbeeld door een klap F van een hamer 9, ter plaatse van de primaire streefbreukverbindingen ten minste gedeeltelijk af te scheuren of af te breken. Door het verbreken van de primaire streefbreukverbindingen wordt het hoofdvlak 35 van de afsluitwand 30 in hoofdzaak opgedeeld in de door de primaire streefbreukverbindingen bepaalde breekvlakken. Doordat het verband tussen de breekvlakken gedeeltelijk of volledig is weggenomen kunnen de afzonderlijke breekvlakken zodanig gemanipuleerd worden, dat de verbinding tussen het deksel 3 en de installatiedoos 2, bijvoorbeeld ter plaatse van de weerhaken 33, 34, kan worden verbroken. De breekvlakken kunnen vervolgens eenvoudig in een beperkt aantal handelingen door een installateur worden verwijderd.
Het zal duidelijk zijn dat het meervoud van primaire streefbreukverbindingen in vele configuraties kan worden aangebracht, waarbij het aantal, de vorm en de onderlinge positie van het meervoud van primaire streefbreukverbindingen het breekgedrag van het deksel 3 bepaalt. In de hiernavolgende beschrijving wordt aan de hand van figuren 1-4 een voorkeursuitvoeringsvorm nader belicht.
In de voorkeursuitvoeringsvorm volgens figuur 1 omvat het meervoud van primaire streefbreukverbindingen een eerste primaire streefbreukverbinding 36, een tweede primaire streefbreukverbinding 37, een derde primaire streef-breukverbinding 38 en een vierde primaire streefbreukverbinding 39. De primaire streefbreukverbindingen 36-39 strekken zich radiaal buitenwaarts door het hoofdvlak 35 uit ten opzichte van de hartlijn S van de installatiedoos 2. De primaire streefbreukverbindingen 36-39 zijn ten opzichte van de hartlijn S in de omtreksrichting gelijkmatig of evenredig over het hoofdvlak 35 verdeeld en delen het hoofdvlak 35 daarmee op in een eerste breekvlak 41, een tweede breekvlak 42, een derde breekvlak 43 en een vierde breekvlak 44. De breekvlakken 41-44 zijn in oppervlakte in hoofdzaak gelijk aan elkaar. Elk breekvlak 41-44 vormt een kwadrant van het hoofdvlak 35. In het bijzonder is elk breekvlak 41-44 in dit voorbeeld een cirkelsector met een cirkelboog van ongeveer negentig graden binnen het cirkelvormige hoofdvlak 35, waarbij de vier breekvlakken 41-44 gezamenlijk het volledige cirkelvormige hoofdvlak 35 van de afsluitwand 30 vormen.
Het is in de praktijk ondervonden dat het niet noodzakelijk is dat de hierboven beschreven primaire streefbreukverbindingen 36-39 de breekvlakken 41-44 volledig van elkaar scheiden. Bij primaire streefbreukverbindingen 36-39 die zich over een slechts een deel van de grens of aangrenzing tussen twee naast elkaar gelegen breekvlakken 41-44 uitstrekken wordt het verband in de afsluitwand 30 voldoende in stand gehouden zodat de afsluitwand 30 niet onbedoeld bij de minste of geringste belasting op het hoofdvlak 35 uiteenvalt in de breekvlakken 41-44. De grens of aangrenzing tussen twee naast elkaar gelegen breekvlak-ken 41-44 wordt in dit geval bepaald door een denkbeeldige lijn die samenvalt met de primaire streefbreukverbinding 36-39 tussen de betreffende breekvlakken 41-44 en die zich vanaf de uiteinden van de primaire streefbreukverbinding 36-39 in het verlengde daarvan verder uitstrekt tot aan de hartlijn S van de installatiedoos 2 en tot aan de omtreks-rand 32 van de afsluitwand 30. De primaire streefbreukver-bindingen 36-39 in deze voorkeursuitvoeringsvorm strekken zich uit over ongeveer 70% tot 80 % van de lengte waarover twee naast elkaar gelegen breekvlakken 41-44 aan elkaar grenzen.
De twee weerhaken 33, 34 zijn verbonden met respectievelijk het eerste breekvlak 41 en het derde breek-vlak 43. Het is dus met name van belang om met behulp van een slagkracht deze breekvlakken 41, 43 zodanig te manipuleren, dat de verbinding tussen de weerhaken 33, 34 en de installatiedoos 2 verbroken wordt. Zodra deze verbinding is verbroken, kan het deksel 3 worden losgenomen.
In het achteraanzicht volgens figuur 4 zijn de primaire streefbreukverbindingen 36-39 in de afsluitwand 30 schematisch met behulp van stippellijnen weergegeven en zijn de breekvlakken 41-44 aangeduid. De verzameling ver-stevigingselementen 31 is op een nader te beschrijven wijze zodanig aangebracht en ingericht dat deze het breken van het deksel 3 ter plaatse van primaire streefbreukverbindingen 36-39 in de afsluitwand 30 faciliteert.
Zoals in figuur 4 is weergegeven omvat de verzameling verstevigingselementen 31 een uit de achterzijde van de afsluitwand 30 opstaande, omlopende tweede verstevi-gingselement in de vorm van een verstevigingsrand 50. De verstevigingsrand 50 strekt zich over elk van de breekvlakken 41-44 uit en verbindt deze met elkaar. De verstevigingsrand 50 geeft de afsluitwand 30 op deze wijze verband langs de omtreksrand 32 daarvan. De omlopende verstevigingsrand 50 is complementair gevormd aan de binnenafmeting van de primaire opening van de installatiedoos 2 teneinde daar passend in te worden opgenomen.
Aanvullend is de omlopende verstevigingsrand langs de omtrek daarvan voorzien van een aantal klemwiggen 53 die bij plaatsing van het deksel 3 in de primaire opening klemmend in contact komen met de omtreksrand 22 van de installatiedoos 2 of de daarin aangebrachte, verstelbare ring 23.
De omlopende verstevigingsrand 50 is verder voorzien van een aantal ten opzichte van de installatiedoos 2 ingesprongen randgedeeltes 55 die ruimte in het deksel 3 vrijhouden voor opname van de bevestigingsbussen 25 van de installatiedoos 22.
De omlopende verstevigingsrand 50 is ter plaatse van de primaire streefbreukverbindingen 36-39 in de afsluitwand voorzien van verdere of secundaire streefbreuk-verbindingen 56-59 die het afbreken van de breekvlakken 41-44 ter plaatse van de hiervoor beschreven of primaire streefbreukverbindingen 36-39 in de afsluitwand 30 kunnen vergemakkelijken. De positie van de secundaire streefbreukverbindingen 56-59 valt in dit voorbeeld samen met de ingesprongen randgedeeltes 55 van de omlopende verstevigingsrand 51. De secundaire streefbreukverbindingen 56-59 strekken zich vanuit het snijpunt met de primaire streefbreukverbindingen 36-39 van de afsluitwand 30 loodrecht op het hoofdvlak 35 uit, evenwijdig aan de hartlijn S van de installatiedoos 2. De secundaire streefbreukverbindingen 56-59 delen de omlopende verstevigingsrand 50 op in een aantal segmenten dat overeenkomt met het aantal breekvlakken 41-44 in de afsluitwand 30.
De secundaire streefbreukverbindingen 56-59 in de omlopende verstevigingsrand 50 kunnen bij een krachtige inslag op de voorzijde van het deksel 30 samenwerken met de primaire streefbreukverbindingen 36-39 en tegelijk met het afbreken van de breekvlakken 41-44 tevens het door de omlopende verstevigingsrand 50 verschafte verband tussen de breekvlakken 41-44 verbreken.
Binnen de omlopende verstevigingsrand 50 zijn per breekvlak 41-44 een set eerste verstevigingselementen in de vorm van kruisribben 51 en begrenzingsribben 52 aangebracht. De kruisribben 51 strekken zich per breekvlak 41-44 over een groot deel van het oppervlak van het betreffende breekvlakken 41-44 uit en verstevigen elk breekvlak 41-44 afzonderlijk. De begrenzingsribben 52 lopen evenwijdig aan de primaire streefbreukverbindingen 36-39 tussen de breekvlakken 41-44 en grenzen elke set kruisribben 51 af en/of houden deze vrij van de primaire streefbreukverbindingen 36-39. De begrenzingsribben 52 verbinden de kruisribben 51 in stevig verband met de omlopende verstevigingsrand 50. De kruisribben 51 bieden in samenwerking met de begrenzingsribben 52 elk breekvlak 41-44 afzonderlijk stevigheid. Met de kruisribben 51 en de begrenzingsribben 52 kan worden bereikt dat de afsluitwand 30 alleen in de door de primaire streefbreukverbindingen 36-39 bepaalde breekvlakken 41-44 uiteenvalt, zonder dat daarbij de breekvlakken 41-44 zelf breken.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is het deksel 3 voorzien van een traceerbare sticker, bijvoorbeeld op basis van RFID technologie, waarmee het deksel 3 - en daarmee de installatiedoos 2 - onder een laag afwerkmateriaal kan worden teruggevonden.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is de voorzijde van de afsluitwand 30 in hoofdzaak plat of vlak. De vlakke voorzijde van het hoofdvlak 35 gaat tegen dat resten van afwerkmateriaal, zoals stuc- en pleisterwerk, achterblijven in het deksel 3. De hiervoor beschreven primaire streefbreukverbindingen 36-39 vormen een zodanig kleine onderbreking in de anderszins platte voorzijde dat hier geen noemenswaardige hoeveelheid afwerkmateriaal achterblijft.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
Zo kunnen de eerste primaire streefbreukverbin-ding 36 en de derde primaire streefbreukverbinding 38 in een alternatieve, niet weergegeven uitvoeringsvorm in elkaar overlopen en vormen zij daarmee één lange primaire streefbreukverbinding die zich over nagenoeg de volledige diameter van het hoofdvlak 35 uitstrekt. De overige primaire streefbreukverbindingen 37, 39 blijven ongewijzigd. Deze alternatieve uitvoeringsvorm wordt derhalve gekenmerkt door drie primaire streefbreukverbindingen die gezamenlijk vier breekvlakken 41-44 bepalen.
In een verdere alternatieve uitvoeringsvorm lopen ook de tweede primaire streefbreukverbinding 37 en de vierde primaire streefbreukverbinding 39 in elkaar over en vormen zij één lange primaire streefbreukverbinding die zich over nagenoeg de volledige diameter van het hoofdvlak 35 uitstrekt. De twee lange primaire streefbreukverbindingen snijden elkaar in dat geval in het midden van het hoofdvlak 35. Deze verdere alternatieve uitvoeringsvorm wordt derhalve gekenmerkt door slechts twee primaire streefbreukverbindingen die gezamenlijk vier breekvlakken 41-44 bepalen.
Tenslotte zal duidelijk zijn dat met een ander aantal en een andere verdeling van de primaire streefbreukverbindingen over het hoofdvlak 35 een afwijkend aantal breekvlakken kan worden verkregen. Zo kan het hoofdvlak 35 met drie primaire streefbreukverbindingen worden opgedeeld in drie gelijke cirkelsectorvormige breekvlakken met een cirkelboog van honderd-en-twintig graden. Ook kan gekozen worden voor een ongelijke verdeling van de primaire streefbreukverbindingen en daarmee een ongelijke vorm of oppervlakte van de breekvlakken.
Bij voorkeur wordt het aantal breekvlakken beperkt gehouden tot maximaal tien, bij meeste voorkeur maximaal vijf. Hiermee kan de tijd die nodig is voor het verwijderen van de breekvlakken uit de installatiedoos 2 worden verminderd.
Claims (23)
1. Samenstel van een installatiedoos voor het opbouwen van een elektrische installatie in een gebouw en een deksel voor plaatsing op de installatiedoos, waarbij de installatiedoos een bodemwand en een van de bodemwand opstaande omtrekswand omvat die gezamenlijk een inbouwruim-te voor installatiemateriaal bepalen, waarbij de omtrekswand een van de bodemwand afgekeerde, omlopende omtreksrand bezit die een primaire opening van de installatiedoos begrenst, waarbij het deksel een afsluitwand omvat met een hoofdvlak dat de primaire opening in geplaatste toestand van het deksel op de installatiedoos in hoofdzaak volledig afsluit, waarbij het deksel is voorzien van een meervoud van primaire streefbreukverbindingen dat ten minste drie breekvlakken in het hoofdvlak van de afsluitwand bepaalt, waarbij het deksel per breekvlak is voorzien van eerste verstevigingselementen die elk breekvlak afzonderlijk verstevigen.
2. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij de eerste verstevigingselementen zich per breekvlak volledig binnen het betreffende breekvlak uitstrekken.
3. Samenstel volgens conclusie 1 of 2, waarbij de eerste verstevigingselementen ribben omvatten.
4. Samenstel volgens conclusie 3, waarbij de eerste verstevigingselementen begrenzingsribben omvatten die evenwijdig aan de primaire streefbreukverbindingen lopen.
5. Samenstel volgens conclusie 3 of 4, waarbij de eerste verstevigingselementen kruisribben omvatten.
6. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het deksel is voorzien van een omlopend tweede verstevigingelement dat de breekvlakken met elkaar verbindt, waarbij het tweede verstevigingselement ter plaatse van elke primaire streefbreukverbinding is voorzien van een met de betreffende primaire streefbreukverbinding samenwerkende secundaire streefbreukverbinding.
7. Samenstel volgens conclusie 6, waarbij het tweede verstevigingselement een omlopende verstevigingsrand is die in geplaatste toestand van het deksel op de instal-latiedoos is ingericht passend te worden opgenomen in de primaire opening.
8. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij elke primaire streefbreukverbinding van het meervoud van primaire streefbreukverbindingen wordt gevormd door een zich in het hoofdvlak van de afsluitwand uitstrekkende sleuf met een diepte van ten minste de helft van de dikte van de afsluitwand.
9. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij elke primaire streefbreukverbinding van het meervoud van streefbreukverbindingen zich uitstrekt over ten minste 70%, en bij voorkeur ten minste 80% van de lengte waarover de breekvlakken, die door de betreffende primaire streefbreukverbinding bepaald worden, aan elkaar grenzen.
10. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de primaire streefbreukverbindingen evenredig over het hoofdvlak van de afsluitwand verdeeld zijn.
11. Samenstel volgens conclusie 10, waarbij de breekvlakken in oppervlakte in hoofdzaak gelijk aan elkaar zi jn.
12. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het hoofdvlak in hoofdzaak cirkelvormig is, waarbij de primaire streefbreukverbindingen zich in hoofdzaak radiaal door het hoofdvlak uitstrekken.
13. Samenstel volgens conclusie 12, waarbij elk van de breekvlakken een cirkelsector vormt, bij voorkeur met een cirkelboog van hoogstens ongeveer 120 graden en bij meeste voorkeur hoogstens ongeveer 90 graden.
14. Samenstel volgens een der voorgaande conclu- sies, waarbij het meervoud van primaire streefbreukverbin-dingen vier breekvlakken in het hoofdvlak van de afsluitwand bepaalt.
15. Samenstel volgens conclusie 14, waarbij elk breekvlak een kwadrant vormt van het hoofdvlak.
16. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het meervoud van primaire streefbreukverbin-dingen maximaal tien breekvlakken, en bij voorkeur maximaal vijf breekvlakken in het hoofdvlak van de afsluitwand bepaalt.
17. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de breekvlakken gezamenlijk in hoofdzaak het volledige hoofdvlak van de afsluitwand vormen.
18. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de afsluitwand een in hoofdzaak vlak hoofdvlak bezit.
19. Samenstel volgens conclusie 18, waarbij het hoofdvlak van de afsluitwand een voorzijde heeft die in geplaatste toestand van het deksel op de installatiedoos naar buiten is gericht, waarbij de voorzijde in hoofdzaak vlak is, met uitzondering van de primaire streefbreukver-bindingen.
20. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het deksel van een bros of breekbaar kunststof vervaardigd is, bij voorkeur van polystyreen.
21. Deksel, kennelijk geschikt voor gebruik in het samenstel volgens een der voorgaande conclusies.
22. Samenstel voorzien van een of meer van de in de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijgevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen.
23. Deksel voorzien van een of meer van de in de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijgevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010568A NL2010568C2 (nl) | 2013-04-04 | 2013-04-04 | Samenstel van een installatiedoos en een deksel. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010568 | 2013-04-04 | ||
| NL2010568A NL2010568C2 (nl) | 2013-04-04 | 2013-04-04 | Samenstel van een installatiedoos en een deksel. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2010568C2 true NL2010568C2 (nl) | 2014-10-07 |
Family
ID=48366548
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2010568A NL2010568C2 (nl) | 2013-04-04 | 2013-04-04 | Samenstel van een installatiedoos en een deksel. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2010568C2 (nl) |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CA1025546A (en) * | 1972-08-14 | 1978-01-31 | John C. Mceachron | Injection molding technique, mold structure and articles formed therewith |
| GB2392786A (en) * | 2002-09-03 | 2004-03-10 | Andrew Charles Abbott St Swift | Preventing plaster entering back box |
| EP1447895A1 (en) * | 2003-02-13 | 2004-08-18 | Mariano Fornasa | Temporary closing element of an embedded box for electric installations |
-
2013
- 2013-04-04 NL NL2010568A patent/NL2010568C2/nl active
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CA1025546A (en) * | 1972-08-14 | 1978-01-31 | John C. Mceachron | Injection molding technique, mold structure and articles formed therewith |
| GB2392786A (en) * | 2002-09-03 | 2004-03-10 | Andrew Charles Abbott St Swift | Preventing plaster entering back box |
| EP1447895A1 (en) * | 2003-02-13 | 2004-08-18 | Mariano Fornasa | Temporary closing element of an embedded box for electric installations |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP2427387B1 (en) | A closure with means for retaining the lid in an open position | |
| RU2498932C2 (ru) | Крепежный узел для контейнеров | |
| CA2927945C (en) | Percolation block element, percolation block, and transport unit | |
| US6968968B2 (en) | Container closure assembly with snap-on overcap | |
| CN101061041A (zh) | 显窃启的分配封闭装置 | |
| NL2010568C2 (nl) | Samenstel van een installatiedoos en een deksel. | |
| US7748928B2 (en) | Concrete slab joint system including a load plate sleeve | |
| RU2530098C2 (ru) | Дорожное смотровое устройство | |
| JP2016529697A (ja) | 電気設備のための封止体 | |
| KR20150023259A (ko) | 적어도 하나의 스크류 잠금부를 가진 클램프 링 클로저 | |
| NL1034797C2 (nl) | Doos voor elektrische installaties, voorzien van tuit. | |
| NL2006687C2 (nl) | Gebouw met een installatiedoos. | |
| JP2006070692A (ja) | 高さ調整機能付マンホール | |
| JP7238493B2 (ja) | グレーチング蓋設置構造 | |
| JP3556920B2 (ja) | 擁壁用大型ブロックと成形型枠 | |
| JP2011506786A (ja) | テンプルシリンダ | |
| KR101906200B1 (ko) | 거푸집 반개폐 안전 스토퍼 | |
| US20200370253A1 (en) | Retro-reflective raised pavement marker and a method of manufacturing thereof | |
| CN203877096U (zh) | 废钢筋周转箱 | |
| BR112019018000A2 (pt) | conjunto de revestimento para proteção contra desgaste para uma estrutura, método para prender um conjunto de revestimento para proteção contra desgaste e revestimento para proteção contra desgaste | |
| CZ309896A3 (en) | Marking threshold for putting onto a roadway | |
| JP2006341503A (ja) | シートライニング付きセグメントの製造方法 | |
| EP2615707B1 (en) | Pouring workbox. | |
| JP7840133B2 (ja) | セグメント | |
| EP4013697A1 (en) | Closure |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD | Change of ownership |
Owner name: ABB SCHWEIZ AG; CH Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: ABB TECHNOLOGY AG Effective date: 20240112 |