NL2010687C2 - Werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2010687C2 NL2010687C2 NL2010687A NL2010687A NL2010687C2 NL 2010687 C2 NL2010687 C2 NL 2010687C2 NL 2010687 A NL2010687 A NL 2010687A NL 2010687 A NL2010687 A NL 2010687A NL 2010687 C2 NL2010687 C2 NL 2010687C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- substrate
- crane
- substrate parts
- water
- harvesting device
- Prior art date
Links
- 235000015170 shellfish Nutrition 0.000 title claims description 35
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 31
- 239000000758 substrate Substances 0.000 claims description 183
- 238000003306 harvesting Methods 0.000 claims description 129
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 74
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 8
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 8
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 8
- 241000237536 Mytilus edulis Species 0.000 description 20
- 235000020638 mussel Nutrition 0.000 description 20
- 230000003213 activating effect Effects 0.000 description 1
- 238000004873 anchoring Methods 0.000 description 1
- 230000001680 brushing effect Effects 0.000 description 1
- 230000007613 environmental effect Effects 0.000 description 1
- 210000000056 organ Anatomy 0.000 description 1
- 230000000449 premovement Effects 0.000 description 1
- 238000003756 stirring Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K80/00—Harvesting oysters, mussels, sponges or the like
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K61/00—Culture of aquatic animals
- A01K61/50—Culture of aquatic animals of shellfish
- A01K61/54—Culture of aquatic animals of shellfish of bivalves, e.g. oysters or mussels
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02A—TECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
- Y02A40/00—Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production
- Y02A40/80—Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production in fisheries management
- Y02A40/81—Aquaculture, e.g. of fish
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Marine Sciences & Fisheries (AREA)
- Zoology (AREA)
- Farming Of Fish And Shellfish (AREA)
Description
Korte aanduiding:Werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren middels verticaal in het water hangende substraten. De werkwijze en inrichting volgens de uitvinding zijn onder meer toepasbaar bij de mosselteelt. De mosselteelt begint met het vangen van zogenaamd mosselzaad.
In het voorjaar laten volwassen mosselen zaadcellen los in het water. Wolken van mannelijke en vrouwelijke cellen vinden elkaar vervolgens en er ontstaan larven die zich tot kleine mosseltjes ontwikkelen. Met behulp van draadjes houden de kleine mosseltjes, die ook die worden aangeduid met de term mosselzaad, elkaar vast en hechten zich aan datgene wat ze tegenkomen. Dit kan de bodem van het water zijn wanneer ze door het gewicht van de schelp naar beneden zakken, doch dit kan ook elk in het water voorkomend object zijn. Gebleken is dat het mosselzaad ook gemakkelijk aangroeit op verticaal in het water hangende substraten, zoals velachtige organen of netten. Conventioneel wordt mosselzaad verzameld/geoogst door bevissing van mosselbanken. Heden ten dage maakt men ook gebruik van verticaal in het water gehangen substraten waarop het mosselzaad zich verzameld en aangroeit. In plaats van verzamelen/oogsten door bevissing laat mosselzaad dat zich op verticaal in het water hangende substraten heeft verzameld, zich oogsten door het mosselzaad van het substraat los te maken. Het losmaken gebeurt doorgaans op mechanische wijze met behulp van schrapers.
Oogstinrichtingen voor het van substraat losmaken van mosselzaad zijn bekend uit WO 01/93671, NL 1.023.156 en NL 1.023.830.
Bij de uit WO-A-01/93671 bekende oogstinrichting wordt het mosselzaad geoogst met behulp met een tweetal rollen met een verticaal gerichte hartlijn. Het net wordt tussen de rollen opgenomen en de rollen worden al draaien rond hun hartlijn in langsrichting langs het net bewogen. De schelpdieren komen daarbij los van het net en worden vervolgens opgevangen. De twee rollen zijn hierbij bij het boveneind scharnierend rond een horizontaal scharnier als met elkaar verbonden, zodat de rollen in gespreide V-stand - met de opening van de V naar beneden gericht - op het net te plaatsen zijn, waarnaar de rollen tegen elkaar geklapt worden en het oogsten kan beginnen.
NL 1.023.156 beschrijft een iets andere oogstinrichting. Deze oogstinrichting bestaat uit twee oogstinrichting-delen elk voorzien van een zich in verticale richting uitstrekkende transportband. Beide transportbanden zijn voorzien van schrapers. De twee oogstinrichting-delen met elk een transportband zijn hierbij in horizontale richting uit elkaar te plaatsen om er een substraat tussen op te nemen om ze vervolgens tegen elkaar te plaatsen, waarna het mosselzaad wordt losgemaakt door de transportbanden met schraaporganen rond te laten draaien. De oogstinrichting is hierbij bevestigd op een verticale geleiding die aan de zijkant van een vaartuig is gemonteerd. Het vaartuig vaart langs het in het water hangende substraat om ondertussen het mosselzaad van het substraat af te schrapen.
De oogstinrichting volgens NL 1.023.830 gebruikt twee rollen waar het substraat door heen gevoerd wordt. De oogstinrichting is hierbij echter opgesteld op een ponton boven het water. Het substraat wordt hierbij omhooggevoerd boven het water om op het ponton, boven het water, van mosselzaad ontdaan te worden en vervolgens wordt het substraat weer terug geleid het water in. Nadeel van de inrichting en werkwijze uit NL 1.023.830 is onder meer dat deze omslachtig is, omdat het substraat boven water gebracht moet worden en ook weer terug geleid moet worden het water in.
Bij WO 01/93671 en NL 1.023.156 vindt het oogsten van het mosselzaad vanaf de substraten plaats terwijl de substraten in het water hangen. Nadeel van beide systemen is echter dat de opbrengst per hectare wateroppervlak relatief gering is doordat bij het oogsten het vaartuig terlkens vlak langs het te beoogsten substraat moet varen. Naast elk substraat dient derhalve een voldoende brede vaarweg vrij te zijn. Dit heeft tot gevolg dat de substraten in de praktijk doorgaans 10 m of meer uit elkaar liggen.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel het verschaffen van een verbeterde werkwijze en verbeterd samenstel voor het oogsten van schelpdieren vanaf verticaal in water hangende substraatdelen. Het doel hierbij is in het bijzonder om de werkwijze en het samenstel zo te verbeteren dat een hogere opbrengst per hectare wateroppervlak mogelijk wordt.
Wat betreft de werkwijze wordt dit doel volgens een eerste aspect van de uitvinding bereikt door te verschaffen een werkwijze voor het oogsten van schelpdieren vanaf verticaal in het water hangende substraatdelen, waarbij elk substraatdeel een in horizontale richting verlopende lengterichting en een in verticale richting verlopende hoogterichting heeft; waarbij gebruikgemaakt wordt van een vaartuig voorzien van een oogstinrichting ingericht om vanaf weerszijden van een genoemd substraatdeel de schelpdieren los te maken van dat substraatdeel; waarbij de in het water hangende substraatdelen, beschouwd in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen, op een onderlinge tussenafstand naast elkaar in het water hangen en tezamen een veld van twee of meer, zoals drie of meer of vier of meer, naast elkaar hangende substraatdelen vormen; waarbij, terwijl de oogstinrichting vanaf het vaartuig in het water hangt en aan weerszijden van een genoemd substraatdeel de schelpdieren losmaakt van dat substraatdeel, het vaartuig, buiten het veld en in lengterichting van de substraatdelen, langs het veld verplaatst wordt en de substraatdelen achtereenvolgens door de oogstinrichting heengevoerd worden; waarbij van een genoemd substraatdeel losgemaakte schelpdieren opgevangen worden en in een houder verzameld worden.
De substraatdelen kunnen hierbij telkens van elkaar gescheiden afzonderlijke substraten zijn, doch het kunnen ook onderling evenwijdige delen van een groter substraat zijn dat bijvoorbeeld in een zigzag patroon of spiraalachtig patroon in het water ligt. De substraatdelen kunnen hierbij dicht op elkaar liggen aangezien het vaartuig buiten het veld van substraatdelen blijft. Bij de bekende stand van de techniek is de minimale tussenafstand tussen twee aangrenzende substraten 10 meter of groter om het mogelijk te maken dat hier een vaartuig tussendoor vaart. Voor het laten passeren van een vaartuig is doorgaans een tussenafstand van 15 tot 20 meter nodig. Volgens de onderhavige uitvinding blijft het vaartuig echter buiten het veld van substraatdelen en kunnen de substraatdelen aldus met veel kleinere tussenafstanden naast elkaar hangen. Tussenafstand van kleine wanden van 5 meter, zoals een tussenafstand van ten hoogste 2,5 meter of ten hoogste 1 meter, zijn met de werkwijze volgens de uitvinding eenvoudig realiseerbaar.
Bij de werkwijze volgens de uitvinding wordt de minimaal realiseerbare tussenafstand tussen naast elkaar in het water hangende substraatdelen in wezen bepaald door de dikte van de oogstinrichting. Beter gezegd de helft van de dikte van de oogstinrichting. Volgens een nadere uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding geldt dan ook dat de onderlinge tussenafstand tussen naast elkaar in het water hangende substraatdelen, enerzijds, groter is dan de helft van de, in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen beschouwde dikte van de oogstinrichting; en, anderzijds - teneinde voldoende ruimte te hebben voor het op een substraatdeel plaatsen van de oogstinrichting -, kleiner is dan de helft van die, in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen beschouwde dikte plus X, waarbij X een waarde is in het bereik van 20 cm tot 80 cm, zoals waarde in het bereik van 20 cm tot 50 cm.
Bij de werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding kan het veld ten minste drie van die substraatdelen omvatten, zoals vier, vijf, zes, zeven, acht, negen of tien van die substraatdelen.
Voor een verdere uitvoering van de werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding wordt de oogstinrichting gedragen door een op een vaartuig opgestelde kraan; en wordt, tussen het achtereenvolgens door de oogstinrichting heen voeren van twee genoemde substraatdelen, de oogstinrichting door de kraan verplaatst van het ene van de twee substraatdelen naar het andere van de twee substraatdelen. Het vaartuig kan hierbij op zijn plaats blijven liggen, terwijl de oogstinrichting vanaf het vaartuig middels een manipulator van het ene substraatdeel naar het andere substraatdeel verplaatst wordt.
Vervolgens kan het vaartuig dan voor het oogsten van schelpdieren vanaf het andere van de twee substraatdelen verplaatst worden in een richting, tegenovergesteld aan de verplaatsingsrichting van het vaartuig tijdens het oogsten van schelpdieren vanaf het eerste van de twee substraatdelen. Uiteraard is het ook mogelijk om het vaartuig eerst weer terug te laten varen en vervolgens tijdens het oogsten van het tweede substraatdeel in dezelfde richting te verplaatsen als tijdens het oogsten van het eerste substraatdeel.
Volgens een verdere uitvoering van de werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding wordt bij ‘het verplaatsen van het ene van de twee substraatdelen naar het andere van de twee substraatdelen’, de oogstinrichting achtereenvolgens; bij het ene van de twee substraatdelen uit het water getild, boven het water van het ene van de twee substraatdelen naar het andere van de twee substraatdelen verplaatst, en vervolgens bij het andere substraatdeel in het water neergelaten. Aldus wordt een gemakkelijk overbrengen van de oogstinrichting van het ene substraatdeel naar het andere substraatdeel mogelijk zonder de bij de uiteinden van substraatdelen veelal aanwezige verankeringsmiddelen -waarmee de substraatdelen ten opzichte van de waterbodem verankerd zijn - te beschadigen.
Volgens weer een verdere uitvoering van de werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding is de gebruikte kraan een kraan van een type met een keten van twee of meer kraanarmen waarvan aangrenzende kraanarmen telkens scharnierend aan elkaar gekoppeld zijn; waarbij de eerste kraanarm van de keten met een eind van de keten scharnierend op het vaartuig is opgesteld en de oogstinsrichting bij het andere eind van de keten is aangekoppeld op de laatste kraanarm van de keten. Onder ‘aangekoppeld’ wordt in deze aanvrage begrepen dat er sprake is van een al dan niet scharnieren toelatende vaste verbinding die translatie van de oogstinrichting ten opzichte van de laatste kraanarm verhindert. De oogstinrichting is dus bijvoorbeeld niet middels een kabel aan de laatste kraanarm opgehangen. Een dergelijke kraan met een keten van twee of meer kraanarmen maakt het onder meer mogelijk om ook tijdens het voort bewegen van het vaartuig de oogstinrichting op gelijke en gecontroleerde wijze met het vaartuig mee te laten bewegen. Volgens een verdere uitvoering van de werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding, wordt het oogsten vooraf gegaan door het invangen van schelpdieren op substraatdelen aangebracht in een veld overeenkomstig de uitvinding.
De werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding en de inrichting volgens het hierna te bespreken vierde aspect van de uitvinding maken een aanzienlijk compactere opstelling van substraatdelen in het water mogelijk dan voorheen denkbaar was. Volgens een tweede aspect heeft de onderhavige uitvinding dan ook tevens betrekking op een werkwijze voor het verzamelen van schelpdieren middels in het water hangende substraatdelen, waarbij de in het water hangende substraatdelen, beschouwd in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen, op een onderlinge tussenafstand naast elkaar water hangen en tezamen een veld van twee of meer naast hangende substraatdelen vormen; waarbij: • de onderlinge tussenafstand tussen naast elkaar in het water hangende substraatdelen ten hoogste 5 m bedraagt, zoals ten hoogste 2,5 m often hoogste 1 m; en/of • het veld ten minste 3 van die substraatdelen omvat, zoals vier, vijf, zes, zeven, acht, negen of tien van die substraatdelen.
Tevens heeft de onderhavige uitvinding volgens een derde aspect ook betrekking op een veld voor het verzamelen van schelpdieren middels in het water hangende substraatdelen, waarbij de onderlinge tussenafstand tussen naast elkaar in het water hangende substraatdelen ten hoogste 5 m bedraagt, zoals ten hoogste 2,5 m of ten hoogste 2 m; en/of waarbij het veld ten minste 3 van die substraatdelen omvat, zoals vier, vijf, zes, zeven, acht, negen of tien van die substraatdelen.
Wat betreft het samenstel wordt het eerder genoemde doel van de uitvinding volgens een vierde aspect van de uitvinding bereikt door te verschaffen een samenstel voor het oogsten van schelpdieren die zijn aangegroeid aan verticaal in water hangende substraatdelen die, enerzijds, een in horizontale richting verlopende lengterichting en een in verticale richting voorlopende hoogterichting hebben en die, anderzijds, beschouwd in horizontale richting dwars op de lengterichting, op een onderlinge tussenafstand naast elkaar in het water hangen en tezamen een veld van twee of meer naast elkaar hangende substraatdelen vormen; waarbij het samenstel omvat: • een vaartuig; • een voortbewegingsrichting voor het in lengterichting van de substraatdelen bewegen van het vaartuig; • een oogstinrichting ingericht om aan weerszijden op het substraatdeel aangegroeide schelpdieren van het in het water hangende substraatdeel los te maken; waarbij het samenstel volgens de uitvinding wordt gekenmerkt, doordat het samenstel verder omvat een op het vaartuig opgestelde kraan die zodanig is uitgevoerd dat hiermee de oogstinrichting, in horizontale richting dwars op de lengterichting van een substraatdeel van dat veld, verplaatsbaar is vanaf dat eerste substraatdeel naar een tweede substraatdeel van dat veld.
Volgens een verdere uitvoering van het samenstel volgens het vierde aspect van de uitvinding is de op het vaartuig opgestelde kraan zodanig uitgevoerd dat middels deze kraan de oogstinrichting bij dat eerste substraatdeel van dat veld uit het water is te tillen, boven het water - in horizontale richting dwars op de lengterichting van het eerste substraatdeel -verplaatsbaar is vanaf dat eerste substraatdeel naar een tweede substraatdeel van dat veld, en vervolgens bij het tweede substraatdeel weer in het water is neer te laten. Aldus is, nadat schelpdieren vanaf het eerste substraatdeel geoogst zijn, de oogstinrichting middels de kraan boven het water langs verplaatsbaar naar het volgende substraatdeel om op dit volgende substraatdeel zittende schelpdieren te kunnen oogsten.
Volgens een verdere uitvoering van het samenstel volgens het vierde aspect van de uitvinding is de kraan een kraan van het type met een keten van twee of meer kraanarmen waarvan aangrenzende kraanarmen telkens scharnierend aan elkaar gekoppeld zijn, waarbij de eerste kraanarm van de keten met een eind van de keten scharnierend op het vaartuig is opgesteld en de oogstinrichting bij het andere eind van de keten op de laatste kraanarm van de keten is aangekoppeld.
Volgens een verdere nadere uitvoeringsvorm van het samenstel volgens het vierde aspect van de uitvinding, waarbij de kraanketen van twee of meer kraanarmen heeft, is de keten van kraanarmen tot een langwerpige toestand strekbaar, en is de keten van kraanarmen, in genoemde langwerpige toestand, met aangekoppelde oogstinrichting beweegbaar tussen een verticale stand en een zich over het vaartuig uitstrekkende horizontale stand, waarbij in de horizontale stand, de keten van kraanarmen zich bevindt tussen het vaartuig en de oogstinrichting. Aldus maakt de kraan een eenvoudige stabiele opslag van de oogstinrichting op het vaartuig mogelijk wanneer de oogstinrichting niet in gebruik is. Men moet hierbij bedenken dat de oogstinrichting, beschouwd in verticale in het water hangende toestand, doorgaans een verticale lengte van meer dan 4m, in het bijzonder van meer dan 5m, zoals ongeveer 8m, kan hebben. Wanneer een dergelijke oogstinrichting, bij niet voor oogsten in gebruik zijn, in rechtstandige toestand op het vaartuig opgeslagen zou worden, kan dit gemakkelijk tot instabiliteit van het vaartuig leiden. Anderzijds is het bij horizontale opslag op het vaartuig praktisch wanneer de oogstinrichting al vooraf aan de kraan gekoppeld is, hetgeen bijvoorbeeld in de haven kan plaatsvinden, om ter plaatse snel en efficiënt in voor gebruik gerede toestand is te brengen.
Volgens een nog verdere nadere uitvoeringsvorm van het samenstel volgens het vierde aspect van de uitvinding omvat het samenstel twee of meer oogstinrichtingen van, beschouwd in oogst toestand en in verticale richting, verschillende hoogte, waarbij de aankoppeling van de oogstinrichtingen aan de keten kraanarmen een aan/af-koppelbare koppeling is zodanig dat de oogstinrichtingen verwisselbaar zijn. De meestal gebruikelijke substraten zullen doorgaans tot een diepte van circa 5 m hangen. Wanneer het water echter circa 6 m of minder diep is, zal dit tot gevolg hebben dat de oogstinrichting, die specifiek voor substraten met een hangdiepte van 5 m geschikt is, de bodem van het water beroert.
Dit is enerzijds ongewenst, omdat hier door de oogstinrichting beschadigd kan raken, en anderzijds is dit ongewenst, omdat de bodem van het water daardoor verstoord raakt hetgeen onder meer uit ecologische overwegingen en milieuoverwegingen ongewenst is.
Het is aldus praktisch wanneer de koppeling waarmee de oogstinrichting aan de kraanarm is gekoppeld afkoppelbaar is zodanig dat een andere oogstinrichting met andere afmetingen bij de koppeling aankoppelbaar is. Alnaar gelang de diepte van het water zal later dan weer een omwisseling in de andere richting kunnen plaatsvinden.
Volgens een nog verdere uitvoering van het samenstel volgens het vierde aspect van de uitvinding, is de kraan voorzien van een golfcompensator die de door de kraan gedragen oogstinrichting compenseert voor golfslagbeweging, in het bijzonder verticale golfslagbeweging. Golfcompensatoren die voor verticale golfslagbeweging compenseren zijn ook bekend onder de Engelse naam ‘heave compensators’. Dergelijke golfcompensatoren toegepast bij kranen op een vaartuig zijn uit de stand van de techniek algemeen bekend.
De bij een werkwijze of samenstel volgens de uitvinding toepasbare oogstinrichting kan in wezen elke uit de stand van de techniek bekende oogstinrichting zijn, zie bijvoorbeeld WO 01/93671 en NL 1.023.156, als ook elke nog nader te ontwikkelen oogstinrichting. Waar het hier in deze uitvinding om gaat is dat de substraatdelen met te oogsten schelpdieren op korte onderlinge afstand naast elkaar liggen wanneer het vaartuig buiten het veld van substraatdelen blijft en de substraatdelen achtereenvolgens door de oogstinrichting heen gevoerd worden. Wanneer de substraatdelen afzonderlijke losse substraten zijn dan zal de oogstinrichting hierbij telkens vanaf het vaartuig verplaatst kunnen worden van het ene - al beoogste - substraatdeel naar het andere - nog te beoogsten - substraatdeel.
Daar waar hier in deze aanvraag over een substraatdeel wordt gesproken wordt in algemene zin bedoeld: elk velachtig substraat(deel) zoals bijvoorbeeld een net.
De onderhavig uitvinding zal in navolgende aan de hand van een in de tekening getoond voorbeeld nader worden toegelicht. Hierin toont: figuur 1 een schematisch bovenaanzicht op een samenstel volgens de uitvinding, dat de werkwijze volgens de uitvinding uitvoert; figuur 2 een schematisch aanzicht op een bij de uitvinding bruikbare oogstinrichting in geopende, niet werkzame toestand; figuur 3 een overeenkomstig aanzicht als figuur 2, echter met de oogstinrichting in een gesloten, werkzame toestand; figuur 4, met een schematische weergave van een samenstel volgens de uitvinding, waarbij de kraan en oogstinrichting zich in een op het dek van een vaartuig opgeslagen toestand bevinden; figuur 5 een aanzicht overeenkomstig figuur 4, echter thans met de kraan en oogstinrichting in een gedeeltelijk opgerichte toestand; figuur 6 een aanzicht overeenkomstig figuren 4 en 5, echter met de kraan en oogstinrichting in een toestand waarin de oogstinrichting buiten boord boven een substraat hangt; figuur 7 een aanzicht toont, overeenkomstig figuren 4-6, echter in een toestand waarin de kraan de oogstinrichting over een substraat heen geplaatst heeft en waarin het oogsten kan plaatsvinden; deze in figuur 7 getoonde toestand komt overeen met de in figuur 1 getoonde toestand.
In figuur 1 is met 1 een vaartuig aangeduid. Dit vaartuig 1 kan zijn voorzien van een in het vaartuig voorziene voortbewegingsinrichting, zoals een met een motor verbonden schroef. Het vaartuig kan echter ook gesleept worden met behulp van een zich niet op het vaartuig een bevindende voorbewegingsinrichting.
Naast het vaartuig 1 bevindt zich een met 12 aangeduid veld van - in dit voorbeeld -vier invangers 11,14 voor schelpdieren. Elke invanger omvat hier in deze uitvoering een drijfbuis 11 met een daaronder hangend substraatdeel 14, in dit geval in de vorm van een net. De substraatdelen 14 hebben een in figuur 1 met L aangeduide lengterichting en een in figuur 2 met H aangeduide hoogterichting. De lengte L kan in wezen onbeperkt lang zijn. De hoogte H bedraagt in dit voorbeeld 5 m.
Zoals in figuur 2 te zien hangen de substraatdelen 14 verticaal in het water. Het in figuur 1 met 12 aangeduide veld 12 van substraatdelen omvat aldus vier in het water hangende substraatdelen 14, die beschouwt in horizontale richting dwars op de lengterichting L van de substraatdelen, op een onderlinge tussenafstand Y naast elkaar in het water hangen en tezamen het veld 12 van in dit geval vier naast elkaar hangende substraatdelen vormen. De afstand Y kan kleiner zijn dan 5 m, bijvoorbeeld kleiner zijn dan 2,5 m. De afstand Y kan zelfs kleiner dan 1 m. In dit getoonde voorbeeld is de afstand Y ongeveer 1,6 m.
Verwijzend naar de figuren 1-3, omvat het samenstel volgens de uitvinding een oogstinrichting 10. Deze oogstinrichting is opgebouwd uit een eerste gedeelte 15 en een tweede gedeelte 16, welke in horizontale richting, dwars op de lengterichting L ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn tussen de in figuur 2 getoonde geopende stand en de in figuur 3 getoonde gesloten stand. In de geopende stand is de horizontale afstand C tussen het eerste gedeelte 15 en tweede gedeelte 16 van de oogstinrichting - in dit voorbeeld -ongeveer 85cm. De buitenmaat B1 bedraagt in geopende toestand - in dit voorbeeld - ongeveer 2,75 m. In de in figuur 3 getoonde gesloten toestand is de buitenmaat B1 gereduceerd tot een buitenmaat B2 van - in dit voorbeeld - ongeveer 1,75m.
Aan de binnenzijde van elk gedeelte 15, 16 van de oogstinrichting is telkens een zich iets schuin ten opzichte van de verticaal uitstrekkende eindeloze transporteur 17 met schraaporgaan 18 voorzien. Deze eindeloze transporteur 17 met schraaporgaan 18 komt in wezen overeen met de in figuur 1 van NL 1.023.156 met ‘referenties 7, 9 en 10’ aangeduide eindeloze transporteur. De werking van de in figuren 2 en 3 getoonde oogstinrichting komt in hoofdlijn overeen met die van de oogstinrichting als getoond in NL 1.023.156. Opgemerkt wordt echter dat het binnen de reikwijdte van de onderhavige uitvinding ook zeerwel mogelijk is om een anders uitgevoerde oogstinrichting, zoals bijvoorbeeld de oogstinrichting als getoond in figuur 1 van WO 01/93671, te gebruiken.
Zoals in figuren 2 en 3 te zien is de oogstinrichting verder voorzien van wielen of rollen 40 die in gesloten toestand de drijfbuis 11 tegenhouden zodat deze niet naar beneden getrokken wordt onder invloed van de langs het substraat 14 strijkende schraaporganen 18.
Ten behoeve van het opvangen van losgemaakte schelpdieren is op het vaartuig 1 een aanzuigende pomp 2 voorzien die via een zuigleiding 4 is verbonden met aan de onderzijde van de oogstinrichting voorziene aanzuigmonden 41. Middels de pomp 2 via zuigbuis 4 aangezogen schelpdieren worden op het vaartuig in een houder 3 verzameld. Opgemerkt wordt dat de houder 3 zich eventueel ook op een afzonderlijk vaartuig of anderszins elders kan bevinden. Op een ander vaartuig of elders heeft als voordeel dat het vaartuig 1 niet tussentijds naar een losplaats terug hoeft wanneer de houder 3 vol is.
Verwijzend naar figuur 1 is op het dek van het vaartuig 1 een steunframe 5 voorzien, waarop de in figuur 1 - in verband met de overzichtelijkheid - niet afgebeelde kraan tezamen met de oogstinrichting 10 kan worden afgesteund wanneer de oogstinrichting 10 niet in bedrijf is.
De figuren 4-7 tonen telkens een kopsaanzicht op het vaartuig 1, met daarbij telkens afgebeeld de kraan 20 en oogstinrichting 10 in verschillende standen.
Figuur 4 toont de stand waarin de kraan op het dek van het vaartuig 1 is neergeklapt met bovenop de kraan gelegen de oogstinrichting 10. Naast het vaartuig 1 bevindt zich een veld van vier naast elkaar in het water hangende substraatdelen 14. Het vaartuig 1 bevindt zich, zoals ook in figuur 1 te zien, buiten het veld op een afstand E tot een buitenste substraatdeel. De afstand E bedraagt in het voorbeeld ongeveer 65cm. Deze afstand kan echter ook groter of zelfs ook kleiner zijn.
Verwijzend naar de figuren 4-7 is de kraan 20 van het type met een keten van 2 of meer kraanarmen 21 en 22. In dit geval heeft de kraan 20 twee zogenaamde kraanarmen. De kraanarmen 21 en 22 zijn bij 28 onderling scharnierend verbonden. De eerste kraanarm 21 is met een eind van de keten bij 27 scharnierend aan het vaartuig bevestigd. Bij het andere eind van de keten is bij 30 (zie in het bijzonder figuren 6 en 7) de oogstinrichting scharnierend aangekoppeld aan het uiteinde van de laatste kraanarm 22. Deze laatste kraanarm is in wezen L-vormig opgebouwd uit een lang gedeeld 22 en een dwars op het lange gedeelte 22 staand kort gedeelte 23. Het is eventueel denkbaar de kraanarm 22, 23 tweedelig uit te voeren en middels een bij 29 voorzien scharnier onderling te scharnierend te verbinden.
De eerste kraanarm 21 is middels een hydraulische cilinderzuigereenheid 24 ten opzichte van het vaartuig 1 te zwenken. De tweede kraanarm 22 is middels een hydraulische cilinderzuigereenheid 25 ten opzichte van de eerste kraanarm te verzwenken rond scharnier 28. De hydraulische eenheid 25 grijpt enerzijds aan op de eerste kraanarm 21 en anderzijds op de tweede kraanarm 22.
Teneinde zwaaien van de oogstinrichting 10 ten opzichte van de kraan 20, rond het scharnier bij de aankoppeling 30, te kunnen dempen of verhinderen is een cilinderzuigereenheid 26 voorzien die met een eind aangrijpt op het gedeelte 23 van de tweede kraanarm en met het andere eind aangrijpt op de oogstinrichting 10. Wanneer deze cilinderzuigereenheid 26 hydraulisch bedienbaar is uitgevoerd, dan kan de stand van de oogstinrichting 10 ten opzichte van de kraan 20 hiermee actief gemanipuleerd worden. In geval de tweede kraanarm 22/23 middels een scharnier bij 29 tweedelig uitgevoerd mocht zijn, dan zal er ook een hydraulische cilinderzuigereenheid werkzaam tussen kraanarmdeel 22 en kraanarmdeel 23 voorzien zijn. Opgemerkt wordt dat er in plaats van de genoemde hydraulische cilinderzuigereenheden 24, 25, en 26 ook ander actuatoren voorzien kunnen zijn.
Middels de actuatoren 24 en 25 is de kraan 20 met daaraan gemonteerd de oogstinrichting 10 vanuit de in figuur 4 getoonde opslagtoestand op te richten naar de in figuur 5 getoonde half op gerichte toestand, en vanuit deze half op gerichte toestand verder op te richten tot een volledig opgerichte en werkzame toestand, zoals bijvoorbeeld afgebeeld in de figuren 6 en 7. Figuur 6 toont de kraan in een toestand waarin de oogstinrichting 10 zich bevindt boven het water, hangend precies boven een van de substraatdelen 14. Figuur 6 toont de oogstinrichting 10 in een gesloten toestand. In de praktijk zal de oogstinrichting 10 vanuit deze gesloten toestand in een geopende toestand (vergelijk figuur 2) gebracht worden wanneer de oogstinrichting 10 zich nog niet in de geopende toestand bevindt. Wanneer de oogstinrichting 10 zich in geopende toestand bevindt, kan de kraan 20 de oogstinrichting 10 over een substraat 14 laten zakken. Vervolgens kan het vaartuig 1 in lengterichting L (zie figuur 1) - hetgeen overeenkomt met de richting loodrecht op het vlak van tekening van de figuren 4-7 - buitenlangs het veld 12 van substraatdelen 11 voort bewogen worden.
In geval de schelpdieren bij de eerste passage van de oogstinrichting langs een substraatdeel 14 niet volledig geoogst mochten zijn, kan het vaartuig 1 ook in omgekeerde richting terug bewegen voor herhaalde oogstbehandeling van het substraat 14. Wanneer het substraat 14 over zijn gehele lengte of over gedeelte van zijn lengte in voldoende mate van schelpdieren is ontdaan, kan de oogstinrichting 10 middels de kraan 20, nadat de oogstinrichting 10 in geopende toestand gebracht is, uit het water opgetild worden en middels de kraan 10 boven een van de andere substraatdelen 14 gepositioneerd worden om de oogstinrichting vervolgens over dat andere substraatdeel 14 heen in het water te laten zakken. Daarna kan het andere substraatdeel 14 van schelpdieren ontdaan worden door de oogstinrichting in werking te zetten en het vaartuig langs het veld 12 te verplaatsen. Dit kan zo doorgaan totdat alle substraatdelen van schelpdieren ontdaan zijn.
Zoals in de figuren 1-7 te zien is het overeenkomstig de uitvinding mogelijk om, terwijl het vaartuig 1 buiten het veld van, in dit geval vier, substraatdelen blijft, al deze vier substraatdelen van schelpdieren te ontdoen middels de oogstinrichting 10. Veronderstellend dat het maximale bereik van de kraan 20 net voldoende is om alle vier de substraatdelen 14 uit figuren 1 en 4-7 te behandelen, zal het duidelijk zijn dat dit veld van substraatdelen eenvoudig onder handhaving van de tussenafstand Y is uit te breiden tot acht van die substraatdelen. Het vaartuig 1 kan dan van de tegenoverliggende andere zijden van dit grotere veld 12 de vier extra substraatdelen 14 behandelen.
Opgemerkt wordt verder dat het ook mogelijk is dat de vier substraatdelen 14 deel uit maken van een groot substraat dat bij de uiteinden van de onderling evenwijdige substraatdelen 14 via bochten, zoals figuur 1 schematisch met streeplijnen 44 is aangeduid, doorverbonden zijn.
In de onderhavige aanvrage wordt in algemene zin gesproken over het oogsten van schelpdieren. Het zal echter duidelijk zijn dat de werkwijze volgens de uitvinding en het samenstel volgens de uitvinding in bijzonder bruikbaar zijn voor het oogsten van zogenaamd mosselzaad.
Claims (16)
1] Werkwijze voor het oogsten van schelpdieren vanaf verticaal in water hangende substraatdelen, waarbij elk substraatdeel een in horizontale richting verlopende lengterichting en een in verticale richting verlopende hoogterichting heeft; waarbij gebruikgemaakt wordt van een vaartuig voorzien van een oogstinrichting ingericht om vanaf weerszijden van een genoemd substraatdeel de schelpdieren los te maken van dat substraatdeel; waarbij de in het water hangende substraatdelen, beschouwd in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen, op een onderlinge tussenafstand naast elkaar in het water hangen en tezamen een veld van twee of meer, zoals drie of meer, naast elkaar hangende substraatdelen vormen; waarbij, terwijl de oogstinrichting vanaf het vaartuig in het water hangt en aan weerszijden van een genoemd substraatdeel de schelpdieren losmaakt van dat substraatdeel, het vaartuig, buiten het veld en in lengterichting van de substraatdelen, langs het veld verplaatst wordt en de genoemde substraatdelen achtereenvolgens door de oogstinrichting heengevoerd worden; waarbij van een genoemd substraatdeel losgemaakte schelpdieren opgevangen worden en in een houder verzameld worden.
2] Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de oogstinrichting gedragen wordt door een op het vaartuig opgestelde kraan; en waarbij, tussen het achtereenvolgens door de oogstinrichting heen voeren van twee genoemde substraatdelen, de oogstinrichting door de kraan verplaatst wordt van het ene van de twee substraatdelen naar het andere van de twee substraatdelen.
3] Werkwijze volgens conclusie 2, waarbij, bij het verplaatsen van het ene van de twee substraatdelen naar het andere van de twee substraatdelen, de oogstinrichting achtereenvolgens bij het ene van de twee substraatdelen uit het water getild wordt, boven het water van het ene van de twee substraatdelen naar het andere van de twee substraatdelen verplaatst wordt, en bij het andere substraatdeel in het water neergelaten wordt.
4] Werkwijze volgens een der conclusies 2-3, waarbij de kraan een kraan is van het type is met een keten van twee of meer kraanarmen waarvan aangrenzende kraanarmen telkens scharnierend aan elkaar gekoppeld zijn; waarbij de eerste kraanarm van de keten met een eind van de keten scharnierend op het vaartuig is opgesteld en de oogstinrichting bij het andere eind van de keten op de laatste kraanarm van de keten is aangekoppeld.
5] Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de onderlinge tussenafstand tussen naast elkaar in het water hangende substraatdelen ten hoogste 5 m bedraagt, zoals ten hoogste 2,5 m often hoogste 1 m.
6] Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de onderlinge tussenafstand tussen naast elkaar in het water hangende substraatdelen, enerzijds, groter is dan de helft van de, in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen beschouwde dikte van de oogstinrichting, en anderzijds, kleiner is dan de helft van die, in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen beschouwde dikte plus X, waarbij X een waarde is in het bereik van 20 cm tot 80 cm, zoals een waarde in het bereik van 20 cm tot 50 cm.
7] Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het veld tenminste drie van die substraatdelen omvat, zoals vier, vijf, zes, zeven, acht, negen of tien van die substraatdelen.
8] Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 5-8, waarbij het oogsten voorafgegaan wordt door het invangen van schelpdieren op substraatdelen aangebracht overeenkomstig een der conclusies 5-8.
9] Werkwijze voor het verzamelen van schelpdieren middels in het water hangende substraatdelen; waarbij de in het water hangende substraatdelen, beschouwd in horizontale richting dwars op de lengterichting van de substraatdelen, op een onderlinge tussenafstand naast elkaar in het water hangen en tezamen een veld van twee of meer naast elkaar hangende substraatdelen vormen; en waarbij • de onderlinge tussenafstand tussen naast elkaar in het water hangende substraatdelen ten hoogste 5 m bedraagt, zoals ten hoogste 2,5 m often hoogste 1 m; en/of • het veld tenminste drie van die substraatdelen omvat, zoals vier, vijf, zes, zeven, acht, negen of tien van die substraatdelen.
10] Samenstel voor het oogsten van schelpdieren die zijn aangegroeid aan verticaal in water hangend substraatdelen die, enerzijds, een in horizontale richting verlopende lengterichting en een in verticale richting verlopende hoogterichting hebben en die, anderzijds, beschouwd in horizontale richting dwars op de lengterichting, op een onderlinge tussenafstand naast elkaar in het water hangen en tezamen een veld van twee of meer naast elkaar hangende substraatdelen vormen; waarbij het samenstel omvat: • een vaartuig; • een voortbewegingsrichting voor het in de lengterichting van de substraatdelen bewegen van het vaartuig; • een oogstinrichting ingericht om aan weerszijden op het substraatdeel aangegroeide schelpdieren van het in het water hangende substraatdeel los te maken; met het kenmerk, dat het samenstel verder omvat een op het vaartuig opgestelde kraan die zodanig is uitgevoerd dat hiermee de oogstinrichting, in horizontale richting dwars op de lengterichting van een eerste substraatdeel van dat veld, verplaatsbaar is vanaf dat eerste substraatdeel naar een tweede substraatdeel van dat veld.
11] Samenstel volgens conclusie 10, waarbij de op het vaartuig opgestelde kraan zodanig is uitgevoerd dat hiermee de oogstinrichting bij dat eerste substraatdeel van dat veld uit het water is te tillen, boven het water, verplaatsbaar is vanaf dat eerste substraatdeel naar een tweede substraatdeel van dat veld, en bij het tweede substraatdeel in het water is neer te laten.
12] Samenstel volgens conclusie 10 of 11, waarbij de kraan een kraan is van het type is met een keten van twee of meer kraanarmen waarvan aangrenzende kraanarmen telkens scharnierend aan elkaar gekoppeld zijn; waarbij de eerste kraanarm van de keten met een eind van de keten scharnierend op het vaartuig is opgesteld en de oogstinrichting bij het andere eind van de keten op de laatste kraanarm van de keten is aangekoppeld.
13] Samenstel volgens conclusie 12, waarbij de keten van kraanarmen tot een langwerpige toestand strekbaar is; waarbij de keten van kraanarmen, in genoemde langwerpige toestand, met aangekoppelde oogstinrichting beweegbaar is tussen een verticale stand en een zich over het vaartuig uitstrekkende horizontale stand; waarbij, in genoemde horizontale stand, de keten van kraanarmen zich bevindt tussen het vaartuig en de oogstinrichting.
14] Samenstel volgens een der conclusies 10-13, waarbij het samenstel twee of meer oogstinrichtingen omvat van, beschouwd in oogstende toestand en in verticale richting, verschillende hoogte; en waarbij de aankoppeling van de oogstinrichtingen aan de keten kraanarmen een aan-/af-koppelbare koppeling is zodanig dat de oogstinrichtingen verwisselbaar zijn.
15] Samenstel volgens een der conclusies 10-14, waarbij de kraan, beschouwd in horizontale richting, een werkzaam bereik heeft van tot aan tenminste 5 m, zoals een werkzaam bereik van 0 tot 8 m.
16] Samenstel volgens een der conclusies 10-15, waarbij de kraan is voorzien van een golfcompensator die de door de kraan gedragen oogstinrichting compenseert voor golfslag beweging, in het bijzonder verticale golfslagbeweging.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010687A NL2010687C2 (nl) | 2013-04-22 | 2013-04-22 | Werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010687A NL2010687C2 (nl) | 2013-04-22 | 2013-04-22 | Werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren. |
| NL2010687 | 2013-04-22 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2010687C2 true NL2010687C2 (nl) | 2014-10-23 |
Family
ID=48577830
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2010687A NL2010687C2 (nl) | 2013-04-22 | 2013-04-22 | Werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2010687C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105340845A (zh) * | 2015-09-30 | 2016-02-24 | 浙江省海洋水产研究所 | 一种贻贝自动摘除筛分设备 |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2349279A1 (fr) * | 1976-04-26 | 1977-11-25 | Tirot Michel | Appareil pour collecter des mollusques tels que les moules, sur les pieux des bouchots |
| WO2001093671A1 (en) * | 2000-05-22 | 2001-12-13 | Aspoey Bjoern | Device for harvesting of and tending to shells and for cleaning of an associated shell collector in water |
| EP1466523A2 (en) * | 2003-04-11 | 2004-10-13 | Prins & Dingemanse B.V. | Method and installation for harvesting shellfish |
| WO2005002330A1 (en) * | 2003-07-04 | 2005-01-13 | West 6 B.V. | Method and installation for harvesting shellfish caught on a sheet-like substrate |
-
2013
- 2013-04-22 NL NL2010687A patent/NL2010687C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2349279A1 (fr) * | 1976-04-26 | 1977-11-25 | Tirot Michel | Appareil pour collecter des mollusques tels que les moules, sur les pieux des bouchots |
| WO2001093671A1 (en) * | 2000-05-22 | 2001-12-13 | Aspoey Bjoern | Device for harvesting of and tending to shells and for cleaning of an associated shell collector in water |
| EP1466523A2 (en) * | 2003-04-11 | 2004-10-13 | Prins & Dingemanse B.V. | Method and installation for harvesting shellfish |
| WO2005002330A1 (en) * | 2003-07-04 | 2005-01-13 | West 6 B.V. | Method and installation for harvesting shellfish caught on a sheet-like substrate |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105340845A (zh) * | 2015-09-30 | 2016-02-24 | 浙江省海洋水产研究所 | 一种贻贝自动摘除筛分设备 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| KR101738550B1 (ko) | 착탈이 용이한 해양 부유생물 제거장치 | |
| CN103477796B (zh) | 海带收获船 | |
| PT1476011E (pt) | Cultivo e colheita de marisco | |
| RS49648B (sr) | Uređaj za prikupljanje i gajenje školjki i za čišćenje pripadajućeg sabirnika školjki u vodi | |
| CN108974286A (zh) | 一种水下航行器网式布放与回收装置 | |
| NL2010687C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het verzamelen van schelpdieren. | |
| US5400745A (en) | Shellfish culture and harvesting system | |
| CN101449671A (zh) | 扇贝捕捞网具 | |
| CN103907574A (zh) | 水下海珍品采捕装置 | |
| NL1023156C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het oogsten van schelpdieren. | |
| CN108901956B (zh) | 适用于牡蛎筏架式养殖的机械化结构及布设采收方法 | |
| CN109526897B (zh) | 一种小型船舶牡蛎布置采收设备及其工作方法 | |
| CN212368203U (zh) | 一种海肠采捕船 | |
| KR101027776B1 (ko) | 정치망의 세척장치 및 세척방법 | |
| AU2021221603A1 (en) | An offshore fish pen | |
| CN209201906U (zh) | 一种漂浮式捕鱼装置 | |
| CN2848696Y (zh) | 水面垃圾清扫装备船 | |
| CN207167434U (zh) | 便于转移养殖对象的可移动式水产养殖网箱 | |
| US4464851A (en) | Underwater harvester for marine life | |
| JP4849840B2 (ja) | 多目的漁礁ブロック | |
| NO345192B1 (en) | System and apparatus for cultivating and harvesting aquatic biomass | |
| JP6333671B2 (ja) | 養殖籠洗浄装置及び養殖籠洗浄方法 | |
| JP2012024015A (ja) | 養殖貝の洗浄装置 | |
| CN111528192A (zh) | 一种海肠采捕船 | |
| CN204969017U (zh) | 一种鲢鱼的捕鱼装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20170501 |