NL2017672B1 - Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor - Google Patents
Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor Download PDFInfo
- Publication number
- NL2017672B1 NL2017672B1 NL2017672A NL2017672A NL2017672B1 NL 2017672 B1 NL2017672 B1 NL 2017672B1 NL 2017672 A NL2017672 A NL 2017672A NL 2017672 A NL2017672 A NL 2017672A NL 2017672 B1 NL2017672 B1 NL 2017672B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- head
- spring
- mold
- adapter
- ejector
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 21
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 claims description 10
- 230000004308 accommodation Effects 0.000 claims description 9
- 238000000465 moulding Methods 0.000 description 12
- 238000009499 grossing Methods 0.000 description 3
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 3
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 description 2
- 239000011449 brick Substances 0.000 description 2
- 239000004927 clay Substances 0.000 description 2
- 230000000712 assembly Effects 0.000 description 1
- 238000000429 assembly Methods 0.000 description 1
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 description 1
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 230000001788 irregular Effects 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 238000002360 preparation method Methods 0.000 description 1
- 239000004576 sand Substances 0.000 description 1
- 238000004904 shortening Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B5/00—Producing shaped articles from the material in moulds or on moulding surfaces, carried or formed by, in or on conveyors irrespective of the manner of shaping
- B28B5/02—Producing shaped articles from the material in moulds or on moulding surfaces, carried or formed by, in or on conveyors irrespective of the manner of shaping on conveyors of the endless-belt or chain type
- B28B5/021—Producing shaped articles from the material in moulds or on moulding surfaces, carried or formed by, in or on conveyors irrespective of the manner of shaping on conveyors of the endless-belt or chain type the shaped articles being of definite length
- B28B5/022—Producing shaped articles from the material in moulds or on moulding surfaces, carried or formed by, in or on conveyors irrespective of the manner of shaping on conveyors of the endless-belt or chain type the shaped articles being of definite length the moulds or the moulding surfaces being individual independant units and being discontinuously fed
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B17/00—Details of, or accessories for, apparatus for shaping the material; Auxiliary measures taken in connection with such shaping
- B28B17/009—Changing the forming elements, e.g. exchanging moulds, dies
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B7/00—Moulds; Cores; Mandrels
- B28B7/0002—Auxiliary parts or elements of the mould
- B28B7/0014—Fastening means for mould parts, e.g. for attaching mould walls on mould tables; Mould clamps
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Ceramic Engineering (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Moulds For Moulding Plastics Or The Like (AREA)
Abstract
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting, omvattende: - een vormbak met ten minste één vormholte; - ten minste één uitstoter per vormholte, 5 omvattende: - een bodem van de vormholte die in de vormholte beweegbaar is voor het uitstoten van een in de vormholte gevormde vormeling; - een zich vanaf de bodem van de vormholte door een bodem van de vormbak uitstrekkende stoteras met een kop aan het vrije uiteinde daarvan; - een veer die is opgespannen tussen de kop van de stoteras en de bodem van de vormbak; - waarbij een binnendiameter van de veer een grotere afmeting vertoont dan de kop; en - waarbij een adapter is voorzien die tussen de kop en de veer is aangebracht. De uitvinding heeft verder betrekking op een werkwijze voor het in een vormholte van een vormbak aanbrengen van een dergelijke uitstoter.
Description
Octrooicentrum
Nederland
(21) Aanvraagnummer: 2017672 © Aanvraag ingediend: 25/10/2016 © 2017672
BI OCTROOI (51) Int. CL:
B28B 5/02 (2017.01) B28B 7/00 (2017.01) B28B 17/00 (2017.01)
| (jA Aanvraag ingeschreven: | (73) Octrooihouder(s): |
| 04/05/2018 | Beheermaatschappij De Boer Nijmegen B.V. |
| te WIJCHEN. | |
| (43) Aanvraag gepubliceerd: | |
| (72) Uitvinder(s): | |
| (2) Octrooi verleend: | Hubertus Antonius Maria Jans te Velp. |
| 04/05/2018 | |
| (45) Octrooischrift uitgegeven: | θ Gemachtigde: |
| 14/05/2018 | ir. P.J. Hylarides c.s. te Den Haag. |
© Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor © De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting, omvattende:
- een vormbak met ten minste één vormholte;
- ten minste één uitstoter per vormholte, omvattende:
- een bodem van de vormholte die in de vormholte beweegbaar is voor het uitstoten van een in de vormholte gevormde vormeling;
- een zich vanaf de bodem van de vormholte door een bodem van de vormbak uitstrekkende stoteras met een kop aan het vrije uiteinde daarvan;
- een veer die is opgespannen tussen de kop van de stoteras en de bodem van de vormbak;
- waarbij een binnendiameter van de veer een grotere afmeting vertoont dan de kop; en
- waarbij een adapter is voorzien die tussen de kop en de veer is aangebracht.
De uitvinding heeft verder betrekking op een werkwijze voor het in een vormholte van een vormbak aanbrengen van een dergelijke uitstoter.
NL BI 2017672
Dit octrooi is verleend ongeacht het bijgevoegde resultaat van het onderzoek naar de stand van de techniek en schriftelijke opinie. Het octrooischrift komt overeen met de oorspronkelijk ingediende stukken.
Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting met verbeterde uitstoters voor het uit een vormholte van een vormbak drukken van een in de vormholte gevormde vormeling, en een werkwijze daarvoor.
Bij zogenaamde vormbakpersen, waarop de onderhavige uitvinding betrekking heeft, wordt vervormbare klei in - veelal bezande - vormholtes geperst. De in de vormholte gevormde vormeling wordt vervolgens gelost om te worden gedroogd en gebakken. Een dergelijke vormbakpers omvat een kettingtransporteur, ook wel vormband genoemd, die is samengesteld uit een groot aantal met elkaar verbonden vormbakken. Iedere vormbak omvat doorgaans meerdere vormholten, waarin de vormelingen worden gevormd. In iedere vormholte zijn uitstoters aangebracht voor het uit de respectievelijke vormholte drukken van de vormeling. Dergelijke uitstoters zijn aan slijtage onderhevig, en dienen derhalve met enige regelmaat te worden vervangen voor nieuwe exemplaren. Dit is - mede door het grote aantal uitstoters per vormband een bewerkelijke en tijdrovende reparatie, waarbij de vormband geruime tijd niet kan worden ingezet voor de productie van stenen. Als voorbeeld heeft een vormbakpers met 30 vormholtes per vormbak, die in totaal 50 vormbakken omvat, maar liefst 1500 uitstoters.
Het Europese octrooi EP-B1-2242627 van Aanvraagster beschrijft een inrichting waarbij de uitstoters vooraf in een werkplaats te assembleren zijn, waarbij de vormbak openingen omvat waar doorheen een uitstoter met zijn stoteras met daaromheen aangebrachte veer en aanslag verplaatsbaar is, en waarbij een tussenzetorgaan tussen de veer en de opening in de vormbak is voorzien. Doordat een geassembleerde uitstoter door de opening in de vormbak heen verplaatsbaar is, kan deze uitstoter reeds vooraf elders zijn geassembleerd.
Hoewel de in EP-B 1 -2242627 beschreven uitstoters reeds een significante tijdsbesparing van reparatie- of vervangwerkzaamheden realiseerden, bleek dat deze uitstoters in de praktijk slechts beperkt toepasbaar waren. Zoals reeds beschreven, bestaat een vormband uit een groot aantal met elkaar verbonden vormbakken. Ter plaatse van de verbindingen tussen de vormbakken, die aan beide uiteinden van een vormbak zijn voorzien, kunnen de tussenzetorganen volgens EP-B 1 -2242627 niet aangebracht worden vanwege de aanwezigheid van een diepe uitsparing. Gevolg is, dat op deze posities géén vooraf geassembleerde uitstoter volgens EP-B12242627 kan worden toegepast, maar dat - zoals daarvoor gebruikelijk - een uitstoter ter plaatse dient te worden geassembleerd. Dit resulteert in een bewerkelijke werkwijze, die door de afstelling van een dopmoer bovendien een mogelijke afstelonnauwkeurigheid introduceert.
Deze bewerkelijke werkwijze dient in de praktijk voor een groot aantal posities te worden toegepast. Bij het gegeven voorbeeld van een vormbak met 30 vormholtes, vallen aan beide uiteinden 3 a 4 posities in een dieper liggende uitsparing. Uitgaande van de meest positieve situatie van 3 posities aan beide uiteinden, dus 6 in totaal per vormbak, vallen dus 6 van de 30 posities af, ofwel 20%. Bij vormbakken met minder dan 30 vormholtes is het aantal posities in een dieper liggende uitsparing procentueel nog hoger.
Er is behoefte aan een verbeterde inrichting die op alle posities toepasbaar is, inclusief de 20% of meer posities waar een diepe uitsparing aanwezig is.
Een doel van de onderhavige uitvinding is om een inrichting en werkwijze te verschaffen, waarbij de genoemde nadelen zich niet, of althans in mindere mate voordoen.
Het genoemde doel is volgens de uitvinding bereikt met de inrichting volgens conclusie 1 en de werkwijze volgens conclusie 13.
De inrichting volgens de uitvinding omvat:
- een vormbak met ten minste één vormholte;
- ten minste één uitstoter per vormholte, omvattende:
- een bodem van de vormholte die in de vormholte beweegbaar is voor het uitstoten van een in de vormholte gevormde vormeling;
- een zich vanaf de bodem van de vormholte door een bodem van de vormbak uitstrekkende stoteras met een kop aan het vrije uiteinde daarvan;
- een veer die is opgespannen tussen de kop van de stoteras en de bodem van de vormbak;
- waarbij een binnendiameter van de veer een grotere afmeting vertoont dan de kop;en
- waarbij een adapter is voorzien die tussen de kop en de veer is aangebracht.
Doordat de binnendiameter van de veer een grotere afmeting vertoont dan de kop, kan de veer over de kop heen om de stoteras worden aangebracht. Door vervolgens een adapter tussen de kop en de veer aan te brengen, kan de veer met de adapter tegen de kop worden opgesloten aan het van de vormbak afgekeerde einde van de stoteras. De kop van de stoteras is voor alle posities van vormholtes goed bereikbaar, inclusief voor posities nabij de uiteinden van de vormbakken waar de diepe uitsparingen zijn voorzien waarvoor de werkwijze volgens EP-B12242627 ongeschikt is.
Ondanks dat het aantal handelingen t.o.v. de in EP-B1-2242627 gevormde stand der techniek toeneemt, ontstaat toch een tijdswinst doordat de handelingen verregaand automatiseerbaar zijn. Volgens de stand der techniek dient de veer van de vormbak weggetrokken te worden om tussen de vormbak en de veer ruimte voor het tussenplaatsen van de schotelveer te verschaffen. In tegenstelling tot onhandig trekken aan een veer, is het volgens de uitvinding juist nodig om de veer in te drukken om aan het van de vormbak afgekeerde einde van de stoteras ruimte tussen de kop van de stoteras en de veer te verschaffen voor het tussenplaatsen van een adapter. Dit indrukken van de veren is makkelijker dan het intrekken van dergelijke veren, en daardoor bovendien goed automatiseerbaar.
Een verder voordeel is dat de kop niet-instelbaar vast kan zijn bevestigd aan de as, waardoor een goed controleerbare (d.w.z. niet verstelbare) maatvoering van de stoteras wordt verkregen. Een mogelijke afstelonnauwkeurigheid ten gevolge van een meer of minder aangedraaide dopmoer, zoals in de door EP-B1-2242627 gevormde stand der techniek mogelijk is, wordt hierdoor voorkomen.
De bodems en stoterassen kunnen buiten de vormbak, bijvoorbeeld in een werkplaats, worden samengesteld. Zo is het mogelijk dat de stoterassen in de bodems worden geschroefd en in een goed controleerbare omgeving en met beschikbaarheid van daarvoor toegeruste gereedschappen worden geprepareerd en ver lij md om een gewenste borging van de stoteras in de bodem te verkrijgen. Plet op lokatie en in een in een vormbak aangebrachte toestand van de uitstoters verlijmen van een schroefdraadverbinding tussen een stoteras en een bodem is erg onhandig t.g.v. de beperkte ruimte die beschikbaar is voor de benodigde preparatie (o.a. schoonmaken) voorafgaand aan het verlijmen. Bovendien kan het door een vormbak heen in de bodem vastschroeven van een stoteras een ongewenst koppel op de bodem uitoefenen, met mogelijke beschadiging aan de bodem tot gevolg. In een werkplaats is het vastschroeven en het verlijmen goed controleerbaar, waardoor betrouwbare samenstellen van bodems en stoterassen kunnen worden geprepareerd.
De uitvinding betreft verder een werkwijze voor het in een vormholte van een vormbak aanbrengen van een uitstoter, waarbij de uitstoter een bodem van de vormholte en een zich daar vandaan uitstrekkende stoteras met een kop aan het vrije uiteinde daarvan omvat. Deze werkwijze voor het in een vormholte van een vormbak aanbrengen van een uitstoter, omvat de stappen van:
- het door een opening in een bodem van de vormbak steken van een stoteras van de uitstoter, waarbij de uitstoter een bodem van de vormholte vormt;
- het om de stoteras aanbrengen van een veer; en
- het tussen een kop aan een vrij uiteinde van de stoteras en de veer aanbrengen van een adapter.
Voorkeursuitvoeringsvormen zijn het onderwerp van de afhankelijke conclusies.
In de navolgende beschrijving worden voorkeursuitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding aan de hand van de tekening verder verklaard, waarin toont:
Figuur 1: een doorsnede aanzicht van een inrichting volgens de door EP-B12242627 gevormde stand der techniek;
Figuur 2: een perspectivsiche weergave van een deel van een vormband, waarbij kettingdelen zijn getoond waarmee twee vormbakken aan elkaar schakelbaar zijn, en waarbij uitstoters volgens een eerste voorkeursuitvoeringsvorm zijn getoond;
Figuur 3: een perspectivisch doorsnedeaanzicht van de vormbak uit figuur 2;
Figuren 4 en 5: doorsnedeaanzichten van twee opeenvolgende assemblagestappen van een inrichting omvattende een tweede voorkeursuitvoeringsvorm van een uitstoter volgens de uitvinding;
Figuur 6: een doorsnedeaanzicht van de eerste voorkeursuitvoeringsvorm van de uitstoter volgens de uitvinding, getoond in een toestand conform figuur 5;
Figuur 7: een perspectivische weergave van de toestand van figuur 6;
Figuur 8: een doorsnedeaanzicht van de eerste voorkeursuitvoeringsvorm van een uitstoter volgens de uitvinding, getoond in een verdere assemblagestap;
Figuur 9: een perspectivische weergave van de toestand van figuur 8;
Figuur 10A: een perspectivisch aanzicht van de eerste voorkeursuitvoeringsvorm van een uitstoter volgens de uitvinding, getoond in een nog verdere assemblagestap;
Figuur 10B: een perspectivische weergave van de adapter;
Figuur 11: een doorsnedeaanzicht van de eerste voorkeursuitvoeringsvorm van een uitstoter volgens de uitvinding, getoond in een nog verdere assemblagestap; en
Figuur 12: een perspectivische weergave van de toestand van figuur 11.
Stand der techniek
Figuur 1 toont een inrichting volgens de door EP-B1-2242627 gevormde stand der techniek. In zijaanzicht is een vormbak 1 getoond, waarvan de zijwanden 2 vormholte 6 begrenzen. Aan de onderzijde wordt de vormholte 6 begrensd door een verplaatsbaar in de vormbak 1 opgenomen bodem 16. De verplaatsbare bodem 16 maakt onderdeel uit van een uitstoter 14.
Iedere vormbak 1 vormt tevens een kettingdeel 8 van een kettingtransporteur, ook wel vormband genoemd. De kettingdelen 8 hebben schalmdelen 10, en zijn verder voorzien van loopwielen 12 die de vormbak 1 over een (niet getoonde) geleiding van een (eveneens niet getoonde) vormbakpers kunnen geleiden. Ter plaatse van de schalmdelen 10 ontstaan diepe uitsparingen 36 (te zien in figuur 2, die een eerste voorkeursuitvoeringsvorm van een uitstoter 14 volgens de uitvinding toont). Deze diepe uitsparingen 36 belemmeren het als laatste element aanbrengen van een schotelveer 26.
Zoals in de inleiding reeds beschreven, is de in figuur 1 getoonde uitstoter 14 niet geschikt om ter plaatse van een diepe uitsparing 36 (zoals getoond in figuur 2) te worden aangebracht, omdat er onvoldoende ruimte is om het tussenzetorgaan (schotelveer 26) tussen de vormbak 1 en de veer 28 te schuiven. Voor posities bij dergelijke uitsparingen 36 kan géén vooraf geassembleerde uitstoter 14 volgens figuur 1 en bekend uit EP-B1-2242627 worden toegepast, maar dient - zoals daarvoor gebruikelijk - een uitstoter 14 ter plaatse te worden geassembleerd. Dit geldt voor 20% of meer van de uitstoters 14 van een vormband.
Voor de in figuur 1 getoonde uitvoering volgens de stand der techniek betekent dit, dat een bodem 16 met stoteras 18 vanaf de vormholte 6 door een opening 4 in de vormbak 1 wordt gestoken, waarna vanaf de andere zijde achtereenvolgens een schotelveer 26, een veer 28, een contramoer 24 en een dopmoer 20 worden aangebracht. Deze bewerkelijke werkwijze, die door de afstelling van de dopmoer 20 bovendien een mogelijke afstelonnauwkeurigheid introduceert, dient in de praktijk voor een groot aantal posities te worden toegepast.
De rand 22 van dopmoer 20 vormt een aanslag voor een uiteinde 32 van de veer 28, zodat de veer 28 wordt opgespannen tussen de rand 22 en de schotelveer 26.
Beschrijving van de uitvinding
De inrichting 1 volgens de uitvinding stelt een verbeterde inrichting voor, die op alle posities toepasbaar is, inclusief de 20% of meer posities waar een diepe uitsparing 36 zoals getoond in figuur 2 aanwezig is.
Vergelijkbare maatregelen worden voor de in figuren 2-12 getoonde uitvoeringsvormen van de uitvinding met dezelfde verwijzingscijfers aangeduid als gebruikt in de beschrijving van de stand van de techniek in figuur 1, en van een herhaling van een beschrijving van de overeenkomstige maatregelen wordt grotendeels afgezien.
De perspectivische weergaven van figuur 1 en 2 tonen een vormbak 1 met vormholtes 6. In de figuren worden zes vormholtes 6 getoond, maar een dergelijke vormbak 1 kan bijvoorbeeld wel dertig of meer vormholtes 6 omvatten. Per vormholte 6 is er ten minste één uitstoter 40 voorzien. Deze uitstoter 40 omvat een bodem 42 van de vormholte 6 die in de vormholte beweegbaar is voor het uitstoten van een in de vormholte 6 gevormde vormeling, en een zich vanaf de bodem 42 van de vormholte 6 uitstrekkende stoteras 44 met een kop 50 aan een vrij uiteinde 48 daarvan. In een gemonteerde toestand van de uitstoter 40 strekt de stoteras 44 zich uit door een bodem 3 van de vormbak 1 uit. Er is een veer 66 voorzien die is opgespannen tussen de kop 50 van de stoteras 44 en de bodem 3 van de vormbak 1. Een binnendiameter van de veer 66 vertoont een grotere afmeting dan de kop 50, waardoor de veer 66 over de kop 50 heen om de stoteras 44 aanbrengbaar is. Verder is een adapter 74 voorzien die tussen de kop 50 en de veer 66 is aangebracht, en de veer 66 tussen de kop 50 en de vormbak 1 opsluit. De adapter 74 voorkomt dat een over de kop 50 om de stoteras 44 heen aangebrachte veer 66 weer over de kop 50 van de stoteras 44 af kan bewegen.
Hoewel in de in figuren 2, 3 en 6-12 getoonde eerste voorkeursuitvoeringsvorm de veer 66 met een eerste uiteinde 68 daarvan aanligt tegen een tussenzetorgaan 62, is het tevens mogelijk dat de veer tegen de vormbak 1 zelf afsteunt, zoals de tweede voorkeursuitvoeringsvorm die is getoond in de figuren 4 en 5 toelaat. Bij een grote opening 4 kan een tussenzetorgaan 62 gewenst zijn om een aanslag voor het naar de vormbak 1 gekeerde uiteinde 68 van de veer 66 te vormen.
De kop 74 is niet-instelbaar vast bevestigd aan de stoteras 44, waardoor een goed controleerbare maatvoering van de uitstoter 40 wordt verkregen. Bovendien is de maatvoering voor het grote aantal uitstoters 44 van een vormband met een niet-instelbaar vast bevestigde kop 74 in een hoge mate van nauwkeurigheid reproduceerbaar, zodat alle uitstoters 44 vrijwel dezelfde instelling verkrijgen.
De adapter 74 vertoont een buitendiameter Do die gelijk is aan of groter is dan de binnendiameter Dv van de veer 66. In gemonteerde toestand ligt een van de vormbak 1 afgekeerd uiteinde 70 van de veer 66 aan tegen de om de kop 50 aangebrachte adapter 74. Meer in het bijzonder ligt het uiteinde 70 van de veer 66 tegen een kop-aanslag 86 van een eerste deel 82 van de adapter 74 (figuren 11 en 12).
De adapter 74 is voorzien van een axiale doorgang 76 die is geconfigureerd om de stoteras 44 te ontvangen. Doordat de adapter 74 verder is voorzien van een radiale doorgang 78, kan de adapter in zijdelingse richting over de stoteras 44 worden geschoven (aangegeven met een pijl in figuur 10). Voorafgaand daaraan wordt de veer 66 gecomprimeerd, zodat tussen het uiteinde 70 van de veer 66 en de kop 50 voldoende ruimte ontstaat dat de adapter 74 daartussen plaatsbaar is. Zodra de voorspanning van de veer 66 wordt verwijderd, zal de veer 66 uitveren en zichzelf opspannen tussen de veer-aanslag 90 van de adapter 74 en de vormbak 1.
De adapter 74 is voorzien van een eerste deel 82 omvattende een accommodatie 84 die is geconfigureerd om een buitenste flens 54 van de kop 50 te ontvangen. Het in de accommodatie 84 opgenomen deel van de kop 50 wordt door de accommodatie 84 van de omgeving afgeschermd. De accommodatie 84 is aangebracht in de zijde van de adapter 74 die in een gemonteerde toestand van de vormbak 1 af is gekeerd. De buitenste flens 54 van de kop 50 bevindt zich aan het uiterste vrije einde 48 van de stoteras 44, en een kopdeel van de buitenste flens 54 vormt een van de vormbak 1 afgekeerd kopoppervlak 58 van de kop 50.
De accommodatie 84 vertoont een diepte da die in hoofdzaak overeenkomt met, en bij voorkeur enigszins ondieper is dan, de dikte df van de buitenste flens 54. Hierdoor is de adapter 74 in gemonteerde toestand in hoofdzaak vlak aansluitend op het oppervlak van de kop 50. Een dikteverschil van 0,5 mm volstaat in de praktijk om te garanderen dat de kop 50 wordt aangestoten in plaats van de adapter 74. De adapter 74, die makkelijk vervangbaar is en van bijvoorbeeld kunststof kan zijn vervaardigd, kan zo zand en andere verontreinigingen wegduwen voordat deze in contact komen met de kop 50. Slijtage van de kop 50 wordt hierdoor gereduceerd.
Zoals het beste te zien is in de figuren 10 en 12, vertoont de adapter 74 een getrapte vorm 80.
De accommodatie 84 wordt aan een binnenzijde begrensd door een kop-aanslag 86 die is ingericht om aan te liggen tegen de buitenste flens 54 van de kop 50, en een binnenwand 88 die een manteloppervlak 56 van de buitenste flens 54 van de kop 50 in radiale richting omsluit. De adapter 74 past over de buitenomtrek 52 van de kop 50.
De adapter 74 is verder voorzien van een tweede deel 92 dat een zich vanaf het eerste deel 82 uitstrekkende opstaande rand 94 omvat. De opstaande rand 94 omvat een buitenwand 98 met een diameter D die een kleinere afmeting vertoont dan de binnendiameter Dv van de veer 66 (figuren 10A, 10B). Hierdoor kan het naar de kop 50 gekeerde uiteinde 70 van de veer 66 aan de buitenzijde rondom de opstaande rand 94 tegen de veer-aanslag 90 van de adapter 74 aanliggen. De opstaande rand 94 vormt een radiale aanslag voor de veer 66, die een gewenste positionering van de veer 66 ten opzichte van de stoteras 44 waarborgt. De binnenwand 96 van de opstaande rand 94 is naar de stoteras 44 gericht.
De getoonde uitstoters 40 omvatten verder een tussen de stoteras 44 en de bodem 42 aangebrachte schroefdraadverbinding, waardoor naar wens één of meer dan één vulring 60 aanbrengbaar zijn. De vulringen 60 worden nabij het naar de bodem 42 gekeerde uiteinde 46 van de stoteras 44 aangebracht. De kop 50 is aan het andere uiteinde 48 immers niet-instelbaar vast bevestigd aan de stoteras 44. Tijdens gebruik slijt een bovenzijde 5 van de vormbak 1, waardoor deze onregelmatig wordt en een afstrijken van in de vormholtes 6 aangebrachte klei ten behoeve van het gladstrijken van de vormelingen wordt bemoeilijkt en tot overmatige slijtage van de (niet getoonde) afstrijkband leidt. Tijdens een revisie van een vormband, worden de vormbakken 1 enigszins vlak afgeslepen, waardoor ze worden geëgaliseerd. Om de maatvoering van de vormeling te behouden, worden de afstandshouders 7 een zelfde dikte ingekort. Ter compensatie van deze inkorting, dient ook de stoteras 44 overeenkomstig ingekort te worden, hetgeen volgens de uitvinding gebeurt door het verwijderen en/of vervangen van één of meer dan één vulring 60. Het compenseren van de maatvoering met behulp van vulringen 60 is eenvoudiger, sneller, beter controleerbaar en nauwkeuriger dan een compensatie door het meer of minder aandraaien van een dopmoer 20, zoals in de in figuur 1 getoonde stand van de techniek.
De werkwijze van het assembleren van een uitstoter 40 volgens de uitvinding wordt getoond aan de hand van de figuren 4-12. Opgemerkt wordt dat de figuren 4 en 5 twee opeenvolgende stappen tonen a.d.h.v. een tweede voorkeursuitvoeringsvorm, en dat de figuren 612 opeenvolgende stappen tonen a.d.h.v. de eerste voorkeursuitvoeringsvorm die ook het onderwerp is van figuren 2 en 3. De assemblagestappen zijn identiek voor beide uitvoeringsvormen, en ze verschillen enkel in de aanwezigheid van een tussenzetorgaan 62 voor de eerste voorkeursuitvoeringsvorm.
De werkwijze voor het in een vormholte 6 van een vormbak 1 aanbrengen van een uitstoter 44, omvat als eerste stap het door een opening 4 in een bodem 3 van de vormbak 1 steken van een stoteras 44 van de uitstoter, waarbij de uitstoter een bodem 42 van de vormholte 6 vormt. Figuur 4 toont de aanvangstoestand, waarin een samengestelde stoteras 44 en bodem 42, zoals deze kunnen zijn voorbereid in een werkplaats, worden aangeleverd. Na door de opening 4 gestoken te zijn, ontstaat de in figuur 5 getoonde toestand, waarbij de uitstoter 40 de bodem 42 van de vormholte 6 vormt.
Opgemerkt wordt dat figuren 5 en 6 dezelfde toestand tonen voor respectievelijk de tweede voorkeursuitvoeringsvorm (figuur 5) en de eerste voorkeursuitvoeringsvorm (figuur 6). De verdere beschrijving van de assemblage vervolgt met de eerste voorkeursuitvoeringsvorm, die is voorzien van een tussenzetorgaan 62. Bij voorkeur omvat dit tussenzetorgaan 62 naast een axiale doorgang voor de stoteras 44 tevens een radiale doorgang 64 voor de stoteras 44 (figuur 7), zodat het tussenzetorgaan 62 eenvoudig in radiale richting over de stoteras 44 kan worden geschoven.
De in figuren 5 en 6 getoonde toestand wordt opgevolgd met de stap van het om de stoteras 44 aanbrengen van een veer 66. De binnendiameter Dv van de veer 66 vertoont een grotere afmeting dan de kop 50, waardoor de veer 66 over de kop 50 heen om de stoteras 44 aanbrengbaar is (figuren 8 en 9).
Figuur 10A toont de stappen van het comprimeren van de veer 66 (aangeduid met pijl A), waarbij een ruimte tussen de kop 50 en de veer 66 wordt gevormd, en het vervolgens tussen de kop 50 aan het vrij uiteinde 48 van de stoteras 44 en de veer 66 aanbrengen van een adapter 74 (aangeduid met pijl B). De adapter 74 voorkomt dat een over de kop 50 om de stoteras 44 heen aangebrachte veer 66 weer over de kop 50 van de stoteras 44 af kan bewegen.
Wanneer de veer 66 wordt losgelaten en deze weer uitveert, zal de veer 66 zich opspannen tussen de vormbak 1 en de om de kop 50 aangebrachte adapter 74 (figuren 11 en 12).
Optioneel kan de werkwijze verder de stap omvatten van het om de schroefdraad aanbrengen van één of meer dan één vulring 60. Tijdens een revisie van een vormband worden de uitstoters 40 uit de vormband verwijderd en kunnen de volgende stappen worden uitgevoerd voor het compenseren van een afvlakken van de vormband:
- het voorafgaand aan het aanbrengen van de één of meer dan één vulring 60 losdraaien van een schroefdraadverbinding tussen de stoteras 44 en de bodem 42; en
- het na het aanbrengen van de één of meer dan één vulring 60 vastdraaien van de schroefdraadverbinding tussen de stoteras 44 en de bodem 42.
De hierboven beschreven uitvoeringsvormen zijn, hoewel ze voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding tonen, enkel bedoeld om de onderhavige uitvinding te illustreren en niet om op enigerlei wijze de omschrijving van de uitvinding te beperken. Wanneer maatregelen in de conclusies gevolgd worden door verwijzingscijfers, dienen der gelijke verwijzingscijfers enkel om bij te dragen aan het begrip van de conclusies, maar zijn ze op geen enkele wijze beperkend voor de beschermingsomvang. De beschreven rechten worden bepaald door de navolgende conclusies in de strekking waarvan vele modificaties denkbaar zijn.
Claims (17)
- Conclusies1. Inrichting, omvattende:- een vormbak (1) met ten minste één vormholte (6);- ten minste één uitstoter (40) per vormholte, omvattende:- een bodem (42) van de vormholte (6) die in de vormholte beweegbaar is voor het uitstoten van een in de vormholte gevormde vormeling;- een zich vanaf de bodem (42) van de vormholte door een bodem van de vormbak (1) uitstrekkende stoteras (44) met een kop (50) aan het vrije uiteinde (48) daarvan;- een veer (66) die is opgespannen tussen de kop (50) van de stoteras (44) en de bodem van de vormbak (1);- waarbij een binnendiameter van de veer (66) een grotere afmeting vertoont dan de kop (50); en- waarbij een adapter (74) is voorzien die tussen de kop (50) en de veer (66) is aangebracht.
- 2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de kop niet-instelbaar vast is bevestigd aan de stoteras.
- 3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de adapter een buitendiameter vertoont die gelijk aan of groter is dan de binnendiameter van de veer, en waarbij een uiteinde van de veer aanligt tegen de om de kop aangebrachte adapter.
- 4. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de adapter is voorzien van een axiale doorgang die is geconfigureerd om de stoteras te ontvangen.
- 5. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de adapter is voorzien van een radiale doorgang.
- 6. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de adapter is voorzien van een eerste deel omvattende een accommodatie die is geconfigureerd om een buitenste flens van de kop te ontvangen.
- 7. Inrichting volgens conclusie 6, waarbij de accommodatie een diepte vertoont die in hoofdzaak overeenkomt met, en bij voorkeur enigszins ondieper is dan de dikte van de buitenste flens.
- 8. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de adapter een getrapte vorm vertoont.
- 9. Inrichting volgens conclusie 6 en 8, waarbij de accommodatie aan een binnenzijde wordt begrensd door een kop-aanslag voor de buitenste flens van de kop.
- 10. Inrichting volgens conclusie 8 of 9, waarbij de adapter is voorzien van een tweede deel, omvattende een zich vanaf het eerste deel uitstrekkende opstaande rand.
- 11. Inrichting volgens conclusie 10, waarbij de opstaande rand een buitenwand omvat met een diameter die een kleinere afmeting vertoont dan de binnendiameter van de veer.
- 12. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de uitstoter een tussen de stoteras en de bodem aangebrachte schroefdraadverbinding omvat.
- 13. Werkwijze voor het in een vormholte (6) van een vormbak (1) aanbrengen van een uitstoter (44), omvattende de stappen van:- het door een opening (4) in een bodem (3) van de vormbak (1) steken van een stoteras (44) van de uitstoter, waarbij de uitstoter een bodem (42) van de vormholte (6) vormt;- het om de stoteras (44) aanbrengen van een veer (66); en- het tussen een kop (50) aan een vrij uiteinde (48) van de stoteras (44) en de veer (66) aanbrengen van een adapter (74).
- 14. Werkwijze volgens conclusie 13, omvattende de stap van het voorafgaand aan het tussen de kop van de stoteras en de veer aanbrengen van de adapter comprimeren van de veer, waarbij een ruimte tussen de kop en de veer wordt gevormd.
- 15. Werkwijze volgens conclusie 14, omvattende de stap van het om de schroefdraad aanbrengen van één of meer dan één vulring.
- 16. Werkwijze volgens conclusie 15, omvattende de stappen van:- het voorafgaand aan het aanbrengen van de één of meer dan één vulring losdraaien van een schroefdraadverbinding tussen de stoteras en de bodem; en- het na het aanbrengen van de één of meer dan één vulring vastdraaien van de schroefdraadverbinding tussen de stoteras en de bodem.
- 17. Werkwijze volgens conclusie 16, omvattende een uitstoter volgens een inrichting van één van de conclusies 1-13.1/92/94/9Ί/98/995'75.....259/9
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2017672A NL2017672B1 (nl) | 2016-10-25 | 2016-10-25 | Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor |
| DK17192092.9T DK3321052T3 (da) | 2016-10-25 | 2017-09-20 | Indretning med forbedrede udkastere og tilhørende fremgangsmåde |
| ES17192092T ES2748878T3 (es) | 2016-10-25 | 2017-09-20 | Dispositivo con eyectores mejorados y método asociado |
| EP17192092.9A EP3321052B1 (en) | 2016-10-25 | 2017-09-20 | Device with improved ejectors and method therefor |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2017672A NL2017672B1 (nl) | 2016-10-25 | 2016-10-25 | Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2017672B1 true NL2017672B1 (nl) | 2018-05-04 |
Family
ID=57281267
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2017672A NL2017672B1 (nl) | 2016-10-25 | 2016-10-25 | Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP3321052B1 (nl) |
| DK (1) | DK3321052T3 (nl) |
| ES (1) | ES2748878T3 (nl) |
| NL (1) | NL2017672B1 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1073926B (de) * | 1960-01-21 | Roald Mahler Gartenbaubedarf, Berlin | Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung von Anzuchttopfen | |
| DE2808284A1 (de) * | 1978-02-27 | 1979-08-30 | Erlus Baustoffwerke | Vorrichtung zum entnehmen und ablegen von pressfrischen keramikartikeln, insbesondere dachziegeln, aus einer pressform |
| EP1112827A1 (en) * | 1999-12-29 | 2001-07-04 | Industrie Pica S.p.A. | Machine and moulds with interchangeable bottoms for forming green bricks |
| EP2242627A1 (en) * | 2008-01-18 | 2010-10-27 | Beheermaatschappij De Boer Nijmegen B.V. | Device with improved ejecting device and methods therefor |
-
2016
- 2016-10-25 NL NL2017672A patent/NL2017672B1/nl not_active IP Right Cessation
-
2017
- 2017-09-20 DK DK17192092.9T patent/DK3321052T3/da active
- 2017-09-20 ES ES17192092T patent/ES2748878T3/es active Active
- 2017-09-20 EP EP17192092.9A patent/EP3321052B1/en active Active
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1073926B (de) * | 1960-01-21 | Roald Mahler Gartenbaubedarf, Berlin | Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung von Anzuchttopfen | |
| DE2808284A1 (de) * | 1978-02-27 | 1979-08-30 | Erlus Baustoffwerke | Vorrichtung zum entnehmen und ablegen von pressfrischen keramikartikeln, insbesondere dachziegeln, aus einer pressform |
| EP1112827A1 (en) * | 1999-12-29 | 2001-07-04 | Industrie Pica S.p.A. | Machine and moulds with interchangeable bottoms for forming green bricks |
| EP2242627A1 (en) * | 2008-01-18 | 2010-10-27 | Beheermaatschappij De Boer Nijmegen B.V. | Device with improved ejecting device and methods therefor |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP3321052A1 (en) | 2018-05-16 |
| DK3321052T3 (da) | 2019-10-07 |
| ES2748878T3 (es) | 2020-03-18 |
| EP3321052B1 (en) | 2019-07-03 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP2085199B1 (en) | Device with improved ejecting base and method for fixing an insert plate | |
| US8632718B2 (en) | Method for forming tapered products | |
| US7785097B2 (en) | Concrete block mold with moveable liner | |
| US7156645B2 (en) | Concrete block mold with moveable liner | |
| KR101362393B1 (ko) | 사출금형장치 | |
| KR101983261B1 (ko) | 멀티성형용 반응고 단조성형장치 | |
| CN111215872B (zh) | 一种链条销轴与外附板的自动压合设备及其使用方法 | |
| US10245756B2 (en) | Mold assembly for concrete products forming machine | |
| US7984626B2 (en) | Die assembly for molding of glass element | |
| US20190283298A1 (en) | Injection moulding tool with adjustable core centring device | |
| NL2017672B1 (nl) | Inrichting met verbeterde uitstoters en werkwijze daarvoor | |
| US8430661B2 (en) | Concrete block mold with moveable liner | |
| NL2005213C2 (nl) | Een van een steuninrichting voorziene vormbak-persinrichting, alsmede een dergelijke steuninrichting en werkwijze voor de vervaardiging daarvan. | |
| CN110621503B (zh) | 具有偏移补偿的工具组 | |
| KR101811697B1 (ko) | 배출지지부를 포함하는 섬유강화 복합재 성형물 성형장치 | |
| NL2017812B1 (nl) | Tweedelige vormbak en werkwijze daarvoor | |
| EP1977871B1 (en) | Batching machine for cork granules for the manufacturing of agglomerated stoppers | |
| CN211540149U (zh) | 一种链条销轴与外附板压合设备 | |
| KR101973376B1 (ko) | 버 발생 방지 성형용 금형 장치 | |
| US1400913A (en) | Manufacture of hard-rubber battery-jars and similar articles | |
| KR20000013540A (ko) | 조립식 타일블럭의 제조방법 및 장치 | |
| CN121206883A (zh) | 一种多级浮动压头氧化锆热压烧结炉 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20211101 |
