NL7905741A - Draadspaninrichting. - Google Patents
Draadspaninrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL7905741A NL7905741A NL7905741A NL7905741A NL7905741A NL 7905741 A NL7905741 A NL 7905741A NL 7905741 A NL7905741 A NL 7905741A NL 7905741 A NL7905741 A NL 7905741A NL 7905741 A NL7905741 A NL 7905741A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- wire
- coil
- wear
- thread
- tensioning device
- Prior art date
Links
- 230000004907 flux Effects 0.000 claims description 12
- 238000004804 winding Methods 0.000 claims description 10
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 claims description 8
- 230000005347 demagnetization Effects 0.000 claims description 7
- 238000009940 knitting Methods 0.000 claims description 7
- 230000001276 controlling effect Effects 0.000 claims description 6
- 230000007423 decrease Effects 0.000 claims description 5
- 239000000696 magnetic material Substances 0.000 claims description 4
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 claims description 3
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 claims description 3
- 230000005389 magnetism Effects 0.000 claims description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 3
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 claims description 3
- 230000033764 rhythmic process Effects 0.000 claims description 3
- 239000010959 steel Substances 0.000 claims description 3
- 230000033001 locomotion Effects 0.000 claims 4
- VYZAMTAEIAYCRO-UHFFFAOYSA-N Chromium Chemical compound [Cr] VYZAMTAEIAYCRO-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims 2
- 239000000725 suspension Substances 0.000 claims 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 claims 1
- 238000000034 method Methods 0.000 claims 1
- 238000001208 nuclear magnetic resonance pulse sequence Methods 0.000 claims 1
- 230000000737 periodic effect Effects 0.000 claims 1
- 230000035699 permeability Effects 0.000 claims 1
- 230000001965 increasing effect Effects 0.000 description 13
- 239000003990 capacitor Substances 0.000 description 7
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 3
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 3
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 3
- 229910001369 Brass Inorganic materials 0.000 description 2
- RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N Copper Chemical compound [Cu] RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 244000007853 Sarothamnus scoparius Species 0.000 description 2
- XUIMIQQOPSSXEZ-UHFFFAOYSA-N Silicon Chemical compound [Si] XUIMIQQOPSSXEZ-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 239000010951 brass Substances 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 239000004065 semiconductor Substances 0.000 description 2
- 229910052710 silicon Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000010703 silicon Substances 0.000 description 2
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 description 2
- 239000004753 textile Substances 0.000 description 2
- 241000606643 Anaplasma centrale Species 0.000 description 1
- 239000004809 Teflon Substances 0.000 description 1
- 229920006362 Teflon® Polymers 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 1
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000013459 approach Methods 0.000 description 1
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000000919 ceramic Substances 0.000 description 1
- 229910010293 ceramic material Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 230000006866 deterioration Effects 0.000 description 1
- 230000001939 inductive effect Effects 0.000 description 1
- 239000004922 lacquer Substances 0.000 description 1
- 238000003754 machining Methods 0.000 description 1
- 230000005415 magnetization Effects 0.000 description 1
- 230000013011 mating Effects 0.000 description 1
- 238000002156 mixing Methods 0.000 description 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 1
- 239000012255 powdered metal Substances 0.000 description 1
- 238000010008 shearing Methods 0.000 description 1
- 230000008719 thickening Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65H—HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
- B65H59/00—Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators
- B65H59/10—Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by devices acting on running material and not associated with supply or take-up devices
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65H—HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
- B65H59/00—Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators
- B65H59/10—Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by devices acting on running material and not associated with supply or take-up devices
- B65H59/20—Co-operating surfaces mounted for relative movement
- B65H59/22—Co-operating surfaces mounted for relative movement and arranged to apply pressure to material
- B65H59/225—Tension discs
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65H—HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
- B65H2555/00—Actuating means
- B65H2555/10—Actuating means linear
- B65H2555/13—Actuating means linear magnetic, e.g. induction motors
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65H—HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
- B65H2701/00—Handled material; Storage means
- B65H2701/30—Handled filamentary material
- B65H2701/31—Textiles threads or artificial strands of filaments
Landscapes
- Tension Adjustment In Filamentary Materials (AREA)
- Sewing Machines And Sewing (AREA)
- Looms (AREA)
- Treatment Of Fiber Materials (AREA)
Description
* N/29.148-dV/f.
Appalachian Electronic Instruments, Inc., Ronceverte,
West Virginia, Verenigde Staten van Amerika.
Draadspaninrichting,
De uitvinding heeft betrekking op een draadspaninrichting voor het spannen van ten minste êên draad, die wordt getransporteerd, zoals bijvoorbeeld textielgarens of industriële garens of dergelijke.
5 In de textielindustrie is de uiteinde lijke kwaliteit van het produkt in grote mate afhankelijk van de nauwkeurigheid of gelijkmatigheid van de spanning van de afzonderlijke draden. Als de besturing van de draadspanning verloren gaat.of kan:gaan variëren tijdens een 10 willekeurige fase van de bewerking, zoals bijvoorbeeld opwikkelen, opbomen, bewerking, breien of een andere wijze van laagvorming, is het moeilijk zo niet onmogelijk om de kwaliteitsachteruitgang te compenseren. Streepvorming of dergelijke, grote breifouten en denier-variatie zijn 15 enkele van de bekende problemen, die dikwijls worden veroorzaakt door een onjuiste of niet-bestuurde spanning van de afzonderlijke draden.
Het meest algemene type spanorgaan, dat momenteel wordt toegepast, is waarschijnlijk het type span-20 orgaan, dat met een staaf en schijf is uitgerust, waarbij de draad on onde staven wordt geleid, zodat wrijving ontstaat en een spanning wordt opgebouwd. Het voordeel van dit type spanorgaan ligt in de eenvoudige uitvoering en de lage kosten, terwijl een belangrijk nadeel hierin 25 bestaat, dat de spanning, die door dit wikkelen wordt opgewekt, afhankelijk is van de spanning in de draad als deze de omwikkelde staaf nadert. Aangezien de spanning in de uitgaande draad bij een dergelijk spanorgaan gelijk is aan de spanning van de inkomende draad vermenigvuldigd 30 met een constante K, die wordt bepaald door de wikkelhoek of het aantal staven, terwijl de spanning van de draad, die 79 0 5 7 4 f 2 t <
V
aan een dergelijk..· spanorgaan wordt toegevoerd, gewoonlijk niet bestuurd wordt/ heeft het vermenigvuldigen van de spanning in de toegevoerde draad met een bepaalde factor slechts tot gevolg, dat de spanning groter wordt maar onbestuurd 5 blijft. Beschouw bijvoorbeeld een gebruikelijke bewerking, waarbij de draad van pakketten wordt afgetrokken voor het scheren. De spanning van de draad, die aan het spanorgaan met staaf en schijf wordt toegevoerd, kan variëren van 0,5 gram voor een vol. pakket, waarbij een toevoersnel-10 heid van 91,4 m/min. geldt als de ópboommachine op snelheid komt, nadat deze is gestopt om een verdikking te verwijderen, tot 1 gram voor een vol. pakket bij de volle op-boom-snelheid van 457 m/min. en tot 3 gram, wanneer het pakket bijna leeg is bij de volle opboomsnelheid.
15 Als deze variaties optreden bij een spanorgaan van het type met staaf en schijf, dat de spanning met een bepaalde waarde, bijvoorbeeld 5, vermenigvuldigt dan zou de draadspanning op de opboommachine variëren van 2,5 tot 15 gram, hetgeen een spanningsvaria-20 tie van 6 op 1 inhoudt, waardoor streepvorming in het eindprodukt, fouten in een gebreid produkt en dergelijke, kunnen optreden.
De uitvinding beoogt een draadspanin-richting van de in de aanhef genoemde soort te verschaffen, 25 die elektronisch kan worden bestuurd, waardoor de spanning in de toegevoerde draad met een bepaalde waarde kan worden verhoogd, zodat de invloed van een niet-bestuurde ingangs-spanning wordt geminimaliseerd.
De draadspaninrichting volgens de uit-30 vinding is voorzien van een tweetal aangrenzende, tegenover elkaar liggende slijtvlakorganen en van elektromagnetische middelen voor de spanningshesturing, die elektronisch worden bestuurd door een besturingseenheid, welke een groot aantal spanorganen kan besturen, ten einde een bepaalde 35 kracht op de draad uit te oefenen, zodat de spanning van de uitgaande draad althans nagenoeg overeenkomt met een 7905741 3 * * κ voorafbepaalde spanningswaarde.
De draadspaninrichting volgens de uitvinding is voorzien van een elektromagnetische spoel, waarmee een magnetische kracht op de slijtvlakorganen voor het 5 verhogen van de spanning in de draad kan worden uitgeoefend, welke slijtvlakorganen tegenoverelkaar liggende platte draadslijtoppervlakken bezitten, die in parallel vertikale vlakken liggen en in het magnetische krachtveld van de spoel, die wordt bestuurd door een elektronische schakeling, 10 waarmee de vergroting van de spanning in de draad gemakke lijk kan worden ingesteld op verschillende gewenste waarden, waarmee binnen een breed gebied een bijzonder nauwkeurige spanningsbesturing mogelijk is.
Volgens de uitvinding kan hierbij de elek-15 tronische schakeling zijn voorzien van een met de hand bedienbare spanningsinstelpotentiometer, waarmee het elektrische spanningsniveau van besturingssignalen kan worden ingesteld, welke signalen worden geleverd aan het spanorgaan, om de waarde te bepalen, waarmee de mechanische 20 draadspanning wordt verhoogd, waarbij een ontmagnetisatie- schakeling is aangebracht, die negatieve impulsen aan de spoel levert, die periodiek afnemeró tot een negatief elektrisch spanningsniveau gedurende het instellen van de potentiometer om het elektrische spanningsniveau van de 25 besturingssignalen te verlagen en daardoor restmagnetisatie effekten te minimaliseren.
Volgens de uitvinding kunnen middelen zijn aangebracht, die reageren op variaties in de toevoersnelheid van de toegevoerde draden, teneinde automatisch de 30 besturingssignalen volgens een voorafbepaalde relatie met de snelheidsvariaties te variëren.
De uitvinding wordt hierna nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin een uitvoeringsvoor-beeld is weergegeven.
^ Fig. 1 is een enigszins schematisch weer gegeven perspectivisch aanzicht van een spoelenrek- scheer- 79 0 5 7 4 f τ i - 4 ν installatie met draadspanning-besturingsorganen volgens de uitvinding voor het regelen van de draadspanning van de aan de scheermachine toegevoerde draden; fig. 2 is een perspectivisch aanzicht van 5 een uitvoeringsvoorbeeld van de draadspanning-besturings- inrichting volgens de uitvinding met rechthoekige slij,t-platen; fig. 3 is een met fig. 2 overeenkomend perspectivisch aanzicht in gedeeltelijk uiteengenomen toe- 10 stand; fig. 4 is een voöraanzicht van de besturings-inrichting volgens fig. 2; fig. 5 is een langsdoorsnede volgens het vlak V-V uit fig. 4; 15 fig. 6 is een doorsnede volgens het vlak VI-VI uit fig. 4? dè fig. 7A en 7B geven een schema weer van een elektronisch besturingssysteem voor het met de hand instellen van een groot aantal draadspanning-besturingsin- 20 richtingen bij een meerkanaals-besturingssysteem; fig. 8 is een perspectivisch aanzicht van een uitvoeringsvorm- van de draadspanning-besturingsinrich-ting volgens de uitvinding, welke met een schijf is uitgerust; 25 fig. 9 is een gedeeltelijk in uiteen geno men toestand weergegeven perspectivisch aanzicht van het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 8; fig. 10 is een vooraanzicht van het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 8? 30 fig. 11 is een vertikale doorsnede volgens het vlak XI-XI uit fig. 10; en fig. 12 geeft een schema weer van de onderdelen van een elektronisch besturingssysteem, die aan de schakeling volgens de fig. 7A en 7B moeten worden toege- 35 voegd, ten einde een automatische variatie van de magne tische kracht, welke de draadspanning opwekt, met variëren- 7905741 > 5
* * V
de draadsnelheid te verkrijgen.
In de fig. 1-5 is een draadspanning-bestu-ringsinrichting 15 weergegeven, welke is voorzien van een elektromagnetische spoel 16 met een bijbehorend kernsamen-5 stel 17. Het kernsamenstel 17 vormt een ongeveer recht hoekige kernlus met een tweetal op enige afstand van elkaar gelegen kerndelen, die een spleet vormen. Het kernsamenstel 17 omvat voorts platte vlakken, die in een vertikaal vlak liggen, waartegen een stel parallelle vlakke 10 draadslijtplaten 18 worden ondersteund, die in parallelle vertikale vlakken liggen en waartussen de te spannen draad 19 passeert. De elektromagnetische spoel 16 en het kernsamenstel 17 zijn zodanig uitgevoerd, dat een bestuurbare magnetische kracht op het slijtplaatsamenstel 15 kan worden uitgeoefend, waardoor een magnetisch permea bele plaat zijwaarts tegen een niet-magnetische plaat met een passende kracht wordt getrokken, om de gewenste spanningswaarde in de draad 19 te verkrijgen. De inrichting 15 kan met voordeel worden toegepast in opboom-20 spoelrekinstallaties, rondbreimachines, bewerkingsmachi- nes, wikkelmachines of dergelijke apparatuur, waarbij een besturing van de draadspanning gewenst is. De uitvinding wordt hierna toegelicht aan de hand van een opboom-spoelenrekinstallatie. Bij een dergelijke opboominstal-25 latie is een aantal van deze draadspanning-besturings- inrichtingen 15, welk aantal overeenkomt met het aantal draden 19, dat van een spoelenréc21 wordt afgenomen (zie fig. 1), bijvoorbeeld 1050 draden bij een 1050-spoelenrek, gemonteerd op de vertikale staanders 21a van 30 het spoelenrek 21 ter plaatse waar de draden, die van draadpakketten 22 worden afgenomen, het spoelenrek-gestel 23 verlaten. De draden worden dan door de oogjes van scheidingspanelen 24 en een plaat 25 geleid en vormen een draadbaan 26, welke naar de opboommachine 27 loopt.
35 Elke draad 19 van de pakketten 22 wordt door een bijbe horende besturingsinrichting 15 getrokken, zodat de draad- 79 0 5 7 4 f 6 \ «
V
spanning in de verschillende draden op de gewenste waarde kan worden ingesteld, ten einde een althans nagenoeg gelijkmatige draadspanning voor alle draden, die op de opboomma-chine 27 worden opgewikkeld, te handhaven, onafhankelijk van 5 het feit, of de pakketten 22 vol danwel bijna leeg zijn en van het feit/ of de opboommachine 25 op volle snelheid werkt danwel op een tussenliggende snelheid tijdens het opstarten, nadat de machine is gestopt. Opgemerkt wordt, dat de draad-spanning-besturingsinrichting op vele andere terreinen kan 10 worden toegepast, bijvoorbeeld om een besturing van de draadspanning voor elke draad te verkrijgen, die aan een rond-breimachine wordt toegevoerd, om een patroonvariatie te bereiken, een gelijkmatige spanning te bereiken of de spanning te besturen om bepaalde patrooneffekten te bewerkstel-15 ligen, enz.
Volgens het in de fig. 1-6 afgeheelde uitvoeringsvoorbeeld bestaat het kernsamenstel 17 uit een tweetal parallel verlopende vertikale zijplaten 30, 31, die aan de bovenzijde zijn bevestigd aan een kruiselings ge-20 plaatst steunstaaf- en poolstuksamenstel. Di.t samenstel om vat een tweetal op enige afstand van elkaar gelegen pool-stukken 33, 34, die zijn bevestigd op een draagstaaf 32 en waartussen een spleet 35 aanwezig is. De poolstukken 33, 34 zijn op de steunstaaf of steunplaat 32 bevestigd door middel 25 van Allen-schroeven 32a, terwijl de steunplaat 32 door middel van Allen-schroeven 33a, 34a met de vertikale zijplaten 30, 31 is verbonden. De. poolstukken 33, 34 hebben elk een plat voorvlak 33b, resp. 34b, dat grenst aan de spleet 35 * en tegenover de steunplaat 32 ligt, welke voorvlakken 30 scherpe rechte hoeken vormen met de horizontale boven- en ondervlakken en de vertikale eindvlakken van de poolstukken, waartegen de slijtplaten gemonteerd moeten worden, zodat deze in vertikale vlakken komen te liggen, parallel aan de voorvlakken 33b, 34b van de poolstukken 33, 34. De pool-35 stukken 33, 34 zijn bij voorkeur vervaardigd uit staal met lage remanentie-eigenschappen en zijn als een stijf samen- 7905741 ... 7 m *· % stel . bevestigd op de steunplaat 32, dat bijvoorbeeld uit niet-magnetisch aluminium bestaat.
De vertikale zijplaten 30, 31 zijn aan het ondereinde door middel van Allen-schroeven 30b, 31b, 5 verbonden met een cilindrisch kernstuk 36, dat door een kunststofspoel 37 verloopt, waarop magneet-draad is gewikkeld, bijvoorbeeld ongeveer 6000 windingen van Φ 36 koperdraad om de elektromagnetische spoel 16 te verkrijgen.
Wanneer de spoel 16 wordt gevoed met een elektrische stroom 10 door de besturingsschakeling voor de spaninrichtingen, wekt de spoel 16 een magnetische flux op, die door de vertikale zijplaten 30, 31 en de poolstukken 33, 34 naar de spleet 35 loopt.
Het slijtplaat- of spanschoen-samenstel, 15 waarmee in afhankelijkheid van de magnetische flux de mechanische spanning in de draad kan worden verhoogd, is met 18 aangeduid en op grotere schaal in fig. 6 weergegeven.
Het spanschoen-samenstel 18 omvat een vlakke, rechthoekige achterschoen 41 van niet-magnetisch materiaal, zoals niet- 20 magnetisch roestvrijstaal, waarvan de lange zijde in de transportrichting van de draad, verloopt en waarvan de lengte nagenoeg de gehele afstand tussen de vertikale zijplaten 30,31 overbrugt. De achterschoen 41 ligt in een vertikaal vlak tegen de voorvlakken 33b, 34b van de poolstukken 25 33, 34 en vormt een achterste slijtplaat voor de draad 19, die door een in- en uitgangsoogje 28a, resp. 28b over deze slijtplaat 41 verloopt, welke oogjes 28a, 28b in openingen in de zijplaten 30, 31 zijn bevestigd. Direct voor de ach-terspanschoen 41 bevindt zich een voorspanschoen 42, die 30 uit magnetisch metaal bestaat en eveneens als een dunne rechthoekige plaat is uitgevoerd, waarbij de lange zijde zich in de transportrichting van de draad 19 uitstrekt.
De voorspanschoen 42 dient een wrijvingskracht op de draad 19 uit te oefenen, ten einde de gewenste mechanische span-35 ning in de draad te verkrijgen.
De plaat of schoen 42 vormt een anker- 7905741 li * δ· brug over de spleet 35 en reageert op de magnetische flux,; die door de spoel 16 wordt opgewekt en die door de zijpla-ten 30/ 31 en de poolstukken 33, 34 langs .'flüxbanen wordt geleid, welke de spleet 35 overbruggen, waardoor de schoen 5 42 zijwaarts tegen de schoen 41 wordt getrokken en een de mechanische spanning in de draad verhogende kracht op de draad wordt uitgeoefend. De tegerioverelkaar liggende korte zijden van de schoenen 41 en 42 zijn aan de zijde van de draadbaan enigszins cilindrisch afgerond, waarbij de assen 10 van de afronding vertikaal dwars op de draadbaan verlopen.
De beide schoenen 41, 42 zi jn los aangebracht· op horizontale draagpennen 44, die in de poolstukken 33, 34 zijn bevestigd en door doorlopende openingen in de schoenen 41, 42 verlopen. De slijtplaten of schoenen 41, 42 hangen der-15 halve aan de draagpennen 44 in parallelle vertikale vlakken, zodat bij een opboom-spoelenrekinstallatie de tegenover-elkaarliggende slijtvlakken van de voor- en achterspan-schoen 42, 41 gelijk met de draadbaan en parallel aan de voorvlakken 33b, 34b van de poolstukken 33, 34 verlopen.
20 Bij een praktische uitvoeringsvorm wordt op deze wijze een mechanische spanning van 35 gram bereikt bij een elektrische besturingsspanning van ongeveer 24 V (bij ongeveer 50 mA) voor de elektromagnetische spoel 16.
De spoel 16 en de aangrenzende onderste 25 gedeelten van de kern kunnen zijn omsloten door een vast dekselgedeelte (niet weergegeven!, terwijl de slijtplaten 41, 42 en de poolstukken 33, 34, alsmede de bovenste kerngedeelten kunnen zijn omsloten door een losneembaar beugelvormig of U-vormig dekselgedeelte. Ook andere uitvoeringen 30 van bij elkaar passende huissecties of dergelijke kunnen worden gebruikt.
In de fig. 7A en 7B is een schema weergegeven van een elektronisch besturingssysteem voor het op afstand met de hand instellen van een groot aantal draad-35 spaninrichtingen volgens de fig. 2-6, bijvoorbeeld 200 van dergelijke inrichtingen. Een voeding 50 is voorzien van een 7905741 * - 9 - driefase-transformator 50-1, waarmee een nominale driefase-spanning van 440 V omlaag wordt getransformeerd tot een uit-gangsspanning van 26 V voor de gelijkrichters 50-2, die op de- secundaire wikkelingen 50-3 zijn aangesloten. Twee extra 5 secundaire wikkelingen 50-4 en 50-5 geven respectievelijk een wisselspanning van 18 V en 30 V. De leidingen van de secundaire driefasewikkeling 50-3 van de transformator 50-1 zijn aangesloten op de gelijkrichterdioden 50-2 van een gelijkrichternetwerk 51, waardoor een niet-gestabiliseerde 10 gelijkspanning van 26 V over de uitgangsleidingen 51-A en 51—B wordt verkregen. De leiding 51-B is aan massa gelegd.
De leiding 51-A levert de collectorspanning voor een tweetal stuurtransistoren 52-T1 en 52-T2 van het besturings-kanaal voor het regelen van de mechanische spanning voor 15 de gehele groep spaninrichtingen 15, die door het betref-ende kanaal worden bediend, waarbij de groep tot ongeveer 200 spaninrichtingen kan omvatten. De secundaire wikkeling 50-5 is aangesloten op de diode-gelijkrichterbrug 53, waarvan de uitgang over een condensator 53-C1 op een als ge-20 integreerde schakeling uitgevoerde spanningsregelaar 53-IC is aangesloten, zoals bijvoorbeeld een LM317K. Op deze spanningsregelaar volgen weerstanden 53-R1, 53-R2 en 53-R3 en een condensator 53-C2, waardoor een geregelde gelijkspanning van +28 V op het knooppunt 53-A wordt verkregen voor 25 de collectoren van transistors 52-T3 en 52-T4 en voor de ene aansluiting van een instelpotentiometer 52-R1 voor de mechanische draadspanning.
• De secundaire wikkeling 50-4 is eveneens aangesloten op een diode-gelijkrichterbrug 54, waar-30 van de uitgang op een condensator 54-Cl is aangesloten, waardoor een ongeregelde gelijkspanning van -20 V op de aansluitklem 54-C wordt verkregen voor de voeding van bepaalde transistoren van een ontmagnetiseringscircuit. De ongeregelde gelijkspanning van -20 V wordt eveneens toege-35 voerd aan de als geïntegreerde schakeling uitgevoerde spanningsregelaar 55-VR, waarop weerstanden 55-R1 en 55-R2, 79 0 5 7 4 f - 10 alsmede een condensator 55-C1 zijn aangesloten, waardoor een geregelde gelijkspanning van -15 V wordt verkregen voor het met 56 aangeduide ontmagnetiseringscircuit.
Zoals in fig. 7A is weergegeven is het 5 beweegbare contact of de loper van de instelpotentiometer 52- R1 over een weerstand 52-R2 aangesloten op een kiooppunt 52- J. De potentiometer 52-R1 is 'tussen massa en de geregelde gelijkspanning van +28 V geschakeld.Het knooppunt 52-J is aangesloten op de basis van de transistor 52-T3 van het 10 besturingskanaal voor de draadspanning en over een silicium- diode 52-D1 op een ontmagnetiserings-besturingsleiding 59-1.
De emitter van de transistor 52-T3 volgt de spanning, die met de loper van de potentiometer 52-Rl wordt ingesteld, terwijl de emitter van de transistor 52-T4 de spanning van 15 de emitter van de transistor 52-T3 volgt. De emitters van de stuurtransistoren 52-T1 en 52-T2 volgen de spanning van de emitter van de transistor 52-T4, zodat de spanning wordt ingesteld, die op de uitgang 58-2 aan de spaninrich- d»s tingen 15 wordt geleverd. Het Joöoppunt· -52-J voorts verbonden 20 met een eerste transistor 58-T1 van een Darlington-paar, dat uit de transistoren 58-T1 en 58-T2 bestaat, bijvoorbeeld een 2N5193 en een MJ-2955.. Voorts is het knooppunt 52-J verbonden met een ingangsnetwerk van een operationele versterker 57-OA, bijvoorbeeld een type 741, die dient voor het 25 detecteren van een eerste afname van het elektrische spanningsniveau van de instelpotentiometer 52-Rl en die een v spanning levert aan een poorfschakeling 59-G, dië bestaat uit een transistor 59-TI en een transistor 59-T2, waardoor ontmagnetiseringsimpulsen worden geleverd aan de ontmagne-30 tiserings-besturingslijn 59-1.
Het ontmagnetiseringscircuit 56 is toegevoegd aan de spanningsregelaar 55-VR, bijvoorbeeld een Motorola 79MG geïntegreerde schakeling, waarvan de aansluit-pen 1 aan massa is gelegd en waarbij de weerstand 55-R2 35 tussen de aansluitpennen 2 en 3 en de weerstand 55-R1 tussen de pen 2 en massa is geschakeld. De geregelde gelijk- 7905741 11 spanning van -15 V wordt afgenomen van de aansluitpen 3 en geleverd aan een aansluitpen 1 van een als geïntegreerde schakeling uitgevoerde impulsgenerator 56-IC, bijvoorbeeld een IC555 van National Semiconductor. De aansluit-5 pennen 4 en 8 zijn aan massa gelegd, een weerstand 56-R1 is tussen de aansluitpennen 8 en 7 geschakeld, terwijl een weerstand 56-R2 in serie is geschakeld met een potentiometer 56-R3 tussen de aansluitpennen 7 en de met elkaar verbonden pennen 6 en 2, waarbij de potentiometer 56-R3 10 dienst doet als instelorgaan voor de impulsbreedte. De aansluitpen 3 is over een weerstand 59-R4 aangesloten op de basis van de poorttransistor 59-T1 van de poortschakeling 59-G, waarvan de emitter op de geregelde gelijkspanning van -15 V is aangesloten en waarvan de collector over een 15 weerstand 59-R1 op de geregelde spanning van +24 V en op de basis van de transistor 59-T2 is aangesloten, waarvan de collector over een weerstand 59-R2 eveneens op de gelijkspanning +24 V is aangesloten. De collector van de transistor 59-T2 is tevens door de ontmagnetiserings-20 besturingslijn 59-1 verbonden met de siliciumdiode 52-T1, die met het knooppunt 52-J is gekoppeld. De gelijkspanning +24 V voor de transistoren 59-T1 en 59-T2 en voor de operationele versterker 57-OA wordt afgeleid van de geregelde voedingsspanning van +28 V op het knooppunt 53-25 A door middel van een weerstand 59-R6 en een Zener-diode 59-ZD.
Met de weergegeven aansluitingen van de impulsgenerator 56-IC verzorgt de impulsbreedte-instel-potentiometer 56-R3 van 10 kH de breedte-instelling voor 30 de impulsen met korte duur op de uitgangspen 3, terwijl de weerstand 56-R1 van 220 kil de periode van de geleverde vierkantsgolf instelt. De uitgang van de operationele versterker 57-OA is normaal +24 V, waardoor de poorttransistor 59-T1 over de weerstand 57-R1 in de geleidende 35 toestand wordt gehouden, welke transistor 59-ΪΊ de transistor 59-T2 uitgeschakeld houdt, waardoor de spanning op 7905741 % .
- 12 de lijn 59-1 +24 V is, zodat de diode 52-D - niet-gelei- dend is. Wanneer de operationele versterker 57-OA het begin van een afnemend spanningsniveau op de loper van de instelpotentiometer 52-R1 detecteert, gaat de uitgang hier-5 van naar het lage niveau van -15 V, waardoor de transistor
59-T1 wordt uitgeschakeld, terwijl de transistor 59-T2 wordt ingeschakeld en de spanning op de lijn 59-1 -15 V
wordt. De poorttransistor 59-T1 wordt vervolgens door het impulsuitgangssignaal van de impulsgenerator 59-IC aan- en 10 uitgeschakeld, waardoor de transistor 59-T2 uit en aan . wordt geschakeld en op de lijn 59-1 impulsen tussen + 24 V en -15 V verschijnen. Wanneer de spanning op de lijn 59-1 naar -15 V gaat, zal het Darlington-paar 58-T1 en 58-T2 worden aangeschakeld, waardoor de ontmagnetiseringsspanning 15 op de leiding 58-1 wordt toegevoerd aan de uitgangslijn 58-2, terwijl de transistor 52-T3 wordt uitgeschakeld, welke tevens de transistoren 52-T4, 52-T1 en 52-T2 uitschakelen. Telkens wanneer de poorttransistor 59-T2 wordt uitgeschakeld gedurende de impulsgolfvorm, gaat de spanning 20 op de lijn 59-1 weer naar +24 V, waardoor het Darlington- paar 58-T1 en 58-T2 wordt uitgeschakeld en de transistoren 52-T1, T2, T3 en T4 worden aangeschakeld. Deze werking gaat door, totdat een condensator 57-Cl volledig is ontladen, op welk moment de uitgang van de operationele ver-25 sterker 57-OA weer naar + 24 V gaat en de transistor 59- T1 aangeschakeld houdt.
Een beweegbaar contact of loper van een potentianeter60-Rl is over een weerstand 60-R2 verbonden met de basis van de transistor 60-T1 van een transistorpaar 30 60-T1 en 60-T2, waarvan de collectoren zijn aangesloten op de ongeregelde gelijkspanning van -20 V op het knooppunt 54-C. De emitter van de transistor 60-T2 is verbonden met de basis van een transistor 60-T3, waarvan de emitter is verbonden met de leiding 58-1, waardoor het negatieve ni-35 veau van de ontmagnetiseringssignalen wordt bepaald. Het de potentiometer 60-R1 kan derhalve het negatieve niveau
790574T
* 13 * van de ontmaghetiseringsimpuls, die aan de uitgangslijn 58-2 wordt geleverd, worden ingesteld op een gewenst negatief spanningsniveau, dat nodig is om een eventueel rest-magnetisme in de kernen van de spaninrichtingen 15 te ver-5 wijderen. Een geschikt spanningsniveau is bijvoorbeeld -2 of -3 V.
De normale elektrische spanning voor de besturing van de draadspanning voor de spaninrichtingen 15 wordt aan de hoofdbesturings - uitgangsleiding 58-2 ge-10 leverd over een parallel geschakelde reeks emitterweerstan-den, die met 52-Rl en 52-R2 zijn aangeduid en bijvoorbeeld een waarde van Q,lil bezitten. De emitterweerstanden 52-Rl, R2 zijn aangesloten op de emitters van de stuurtransistoren 52-T1 en 52-T2, waarvan de basiselektroden over een weer-15 standenpaar 52-R3, resp. 52-R4 zijn aangesloten op de emitter van de transistor 52-T4, waarvan de collector is verbonden met de gelijkspanning van + 28 V. De negatieve impulsen, die door de leiding 58-1 worden geleverd aan de hoofduitgangsleiding 58-2, wanneer de poortschakeling 59-G 20 de transistor 58-T2 aanschakelt, gaan naar elk van de spaninrichtingen 15, die het betreffende kanaal vormen, via een contactstop voor elke spaninrichting. De contactstop is in fig. 7B schematisch aangeduid met 15P en is verbonden met de hoofduitgangsleiding 58-2, waardoor de-besturings-25 spanning voor de elektromagneetspoelen impulsvormig wordt met het genoemde negatieve niveau van ongeveer -2 of -3 V, terwijl de normale besturingsspanning, die door de stuurtransistoren 52-11 en 52-T2 wordt geleverd, tijdens de duur van elke impuls van de hoofduitgangsleiding 58-2 wordt ver-30 wijderd. De contactstop 15P voor elke spaninrichting kan zijn voorzien van zener-dioden, teneinde de inductieve terugkoppeling tijdens het optreden van de impulsen te onderdrukken.
Een andere uitvoeringsvorm van de span-35 inrichting voor het verhogen van de draadspanning in de draad in afhankelijkheid van de magnetische flux, die door 7005741 ί . ' 14 de elektromagneetspoel wordt opgewekt om de besturing van de over de hoofduitgangsleiding van het kanaalbesturings-circuit geleverde stroom, is in de fig. 8-11 aangeduid met 80. De spaninrichting 80 is voorzien van een magneetkern-5 samenstel 81, dat is uitgevoerd als een stijve kom 82 met E-vormige dwarsdoorsnede ', waardoor een gescheiden pool-paar wordt verkregen, bestaande uit een cirkelvormig pool-gedeelte 83 en een ringvormig poolgedeelte 84, welke worden gescheiden door een ringvormige spleet 82a. De pooldelen 10 83, 84 bezitten platte voorvlakken 83a,84a, die aan de spleet 82a grenzen en in één vertikaal vlak liggen. Tegen de poolvlakken 83a, 84a dienen de draadslijtvlakorganen te worden gemonteerd, zodat deze in vertikale vlakken parallel aan de poolvlakken liggen. De kom 82, die de pooldelen 15 vormt bestaat bij voorkeur uit staal met lage remanentie-eigenschappen, bijvoorbeeld gesinterd of poedervormig metaal. De spaninrichting 80 is voorts voorzien van een elektromagnetische spoel 85, die bijvoorbeeld is gewikkeld . uit magneetdraad, bijvoorbeeld 6000 windingen van #36 20 koperdraad. De magneetspoel 85 is gewikkeld op een cilindrische kunststofspoel 86 .en aangebracht in de ringvormige ruimte van de kom 82 om het cilindrische kerndeel 83. De magneetspoel 85 dient voor het opwekken van een geschikte magnetische flux, die door de pooldelen 83, 84 en de spleet 25 82a loopt, als aan de spoel 85 een elektrische stroom wordt geleverd door een op afstand gelegen besturingscircuit voor de spaninrichtingen (of een hierin opgenomen besturingscircuit 1.
Een paar als cirkelvormige schijven uitge-30 voerde slijtvlakorganen 88, 89 vormt een draadspanvlaksamen-stel 90 en wordt ondersteund langs en evenwijdig 'aan het vlak van de poolvlakken 83a, 84a. Deze slijtvlakorganen omvatten een achterste slijtvlakschijf 88 van niet-magne -tisch. materiaal, zoals niet-magnetisch roestvrij staal of 35 messing, met een diameter van ongeveer 3,5 cm, ten einde het grootste gedeelte van de platte poolvlakken 83a, 84a 7905741 i « 15 te overbruggen. De schijf 88 ligt in een vertikaal vlak tegen een dunne teflonring 87, welke tegen de poolvlakken 83a, 84a ligt, zodat de schijf 88 een achterslijtvlak voor de draad 91 vormt, die volgens de weergegeven draadbaan 5 wordt getransporteerd. Direct voor de achterschijf 88 ligt op enige afstand van de magneetspoel 85 een voorslij tvlak-schijf 89, bestaande uit magnetisch metaal, met althans nagenoeg dezelfde diameter als de schijf 88, ten einde een wrijvingskracht op de draad 91 uit te oefenen, 10 zodat de gewenste draadspanning wordt bereikt. De slijtvlak-schijf 89 vormt de ankerbrug over de spleet 82a en reageert op de magnetische flux, die door de spoel 85 wordt opgewekt en door de poolstukken wordt geleid langs fluxbanen, die de spleet 82a overbruggen, waardoor de schijf 89 zijwaarts 15 tegen de slijtvlakschijf 88 wordt getrokken en een de draadspanning verhogende kracht op de draad 91 wordt uitgeoefend. De randdelen van de slijtvlakschijven 88 en 89 zijn vanaf de draadbaan naar buiten afgerond volgens convexe krommen, zoals in de tekening is weergegeven.
20 De spaninrichting volgens de fig. 8-12 heeft voor bepaalde typen draden enkele voordelen ten opzichte van de spaninrichting volgens de fig. 1-6, doordat een positieve rotatie wordt geleverd aan de achterslijtvlakschijf 88 door een motor 93, bijvoorbeeld een 24 V - 60 Hz-25 elektromotor met laag toerental, welke vier toeren per minuut voor scheermachines of 0,6 toeren per minuut voor breimachines levert. De motor 93 wordt ondersteund door de montagestangen van een steun 94,welke tevens het elek-tromagneetsamenstel en de spanschijven draagt. De uitgangs-30 as van de motor 93 is gekoppeld met een schijf-aandrijfas 95, die door de centrale as van de kom 82 verloopt en een on-rond voorgedeelte 95b bezit, dat in een onronde opening van de achterslijtschijf 88 past, zodat de schijf 88 wordt geroteerd in een voorwaartse richting ten opzichte van 35 de transportrichting van de draad met een lagere snelheid dan de tegen de schijf liggende delen van de draad.Hier- 7905741 % v ' * - 16 ' door wordt een veegwefking op de draad uitgeoefend, terwijl de ruimte tussen de beide tegenoverelkaar liggende slijtvlakschijveri 88, 89 wordt schoongehouden, waardoor verontreiniging of verzameling van afval in deze zone 5 wordt yoorkomen, bijvoorbeeld door de draadafwerkingslaag, welke anders de 'juiste 'werking van de spaninrichting nadelig zou beïnvloeden of de waarde,' waarmee de draadspan-ning wordt verhoogd, zou vervormen.
De. 'voorzijde van de schijf aandrijf as 95 10 eindigt gelijk met of enigszins achter het vertikale vlak van het slijtvlak van de schijf 88, waarbij in de aandrijfas 95 een keramisch'asverlengstuk 95a door een wrij-vingspassing is gemonteerd. Het asverlengstuk 95a steekt vanaf de as 95 uit door een. centraal gat in de voorste 15 schijf 89 en vormt een steuntap voor de schijf 89 direct onder de draadbaan.. Het asverlengs tuk 95a. is bij voorkeur vervaardigd uit keramisch materiaal om slijtage door aanraking met de draad aan de bovenzijde van het verlengstuk te voorkomen, zoals bij voorbeeld met messing of een ander 20 materiaal zou kunnen plaatsvinden.
De voorschijf 89 is bevestigd op het asverlengstuk 95a. door een kunststofdop 96, die met wrijving past op het verlengstuk 95a. De dop 96 draagt een veer 97, waarvan een spoeldeél de dop 96 omgrijpt en een vingerdeel 25 9!7a op een uitsteeksel. 98 van de voorschijf 89 aangrijpt.
Hierdoor wordt, voorkomen, dat de voorschijf 89, welke neigt te worden aangedreven door het contact met de draad tot een snelheid, die overeenkomt met de transportsnelheid van de draad tussen de schijven 88, 89, de zeer lage ro-30 tatiesnelheid.van de aangedreven achterschijf 88 over schrijdt, aangezien de veervinger 97a, die met de snelheid van de aandrijfas 95 en de achterschijf 88 roteert, tegen het uitsteeksel 98 op de schijf 89 komt te liggen als de draad de schijf 89 tot de assnelheid heeft aangedreven, 35 waarna de snelheid van de schijf 89 niet verder kan toe nemen , 7905741 t . - 17
In fig. 12 is een schema van een elektronische besturingsschakeling weergegeven, welke aan de elektronische besturingsschakeling volgens de fig. 7A en 7B kan worden toegevoegd door een verbinding met het punt 12A aan 5 te brengen, waardoor een snelheidsgevoelig draadspanning- vereffenings- of -regelcircuit wordt verkregen. Op deze wijze wordt een automatische variatie van de mate, waarin de draadspanning wordt verhoogd, welke wordt bepaald door de instelpotentiometer 52-R1, verkregen, zodanig, dat de 10 besturingsspanning voor de elektromagneetspoelen van de gehele groep spaninrichtingen een voorafbepaalde relatie vertoont met de variaties in de machinesnelheid van de op-boommachine of breimachine, zodat de draadspanningsverhoging automatisch, wordt aangepast aan de draadtoevoersnelheid.
15 Wanneer het circuit volgens fig. 12 met punt 12A uit fig. 7A
wordt verbonden, wordt de leiding tussen de punten 12x en 12y, die de geregelde spanning van +28 V met de bovenste aansluiting van de potentiometer 52-R1 verbindt, weggelaten.
Het op de snelheid reagerende draadspan-20 nings-vereffeningscircuit is in fig. 12 met 70 aangeduid en bewaakt tijdgeversignalen afkomstig van een impulsgenerator 70-PG, welke bij bijvoorbeeld een opboominstallatie wordt aangedreven door de drukrol, die tegen de draden op de hoofd-opboomrol drukt en een van de draadsnelheid afhan-25 kelijke rotatiesnelheld vertoont. Op de drukrol kan een wiel met omtreksleuven zijn aangebracht, bijvoorbeeld 180 sleuven bij een wiel met een diameter van 7,5 cm, door welke sleuven een lichtbron, zoals een licht emitterende diode, een lichtbundel werpt naar een fotodetector. Hierdoor wordt 30 een impulspatroon 70-P-^ op de ingang van een invertor 70-11 verkregen, welke bijvoorbeeld een 7404-invertor van Texas Instruments is. Het geïnverteerde impulsuitgangssignaal van de invertor 70-11 is een positieve impuls 70-P2, waarvan de voorflank overeenkomt met de voorflank van de nega-35 tieve impuls, die wordt opgewekt telkens wanneer de licht bundel wordt onderbroken door het wiel in de impulsgenerator.
7905741 v . V 1 18
De impulsgenerator kan bijvoorbeeld ëén negatieve impuls leveren voor elke 2,54 mm toegevoerd draad. De positieve impulsen 70-P2 op de uitgang van de invertor 70-11 worden toegevoerd aan de ingangspen 5 van een mono-5 stabiele multivibrator 70-M1, waarbij de.positieve flank van de impulsen 70-P2 een negatieve impuls met een breedte van 1,5 jjs op de uitgang veroorzaakt, welke impuls met 70-P3 is aangeduid. De negatieve impuls van de monostabiele multivibrator 70-M1 wordt toegevoerd aan een ingangspen 2 10 van een monostabiele multivibrator 70-M3 met variabele impulsbreedte, waarop een instelbare potentiometer 70-R1 is aangesloten, bijvoorbeeld, een potentiometer van 500 kil.
De potentiometer 70-R1 is over een weerstand 70-R2 van 1 kXl verbonden met de aansluitpennen 6 en 7 van de multi-15 vibrator 70-M3 voor het instellen van de breedte van de positieve uitgangsimpuls op de aansluitpen 3 van deze multivibrator 70-M3. — ""
De positieve uitgangsimpulsen van de invertor 70-11 worden eveneens geleverd aan een invertor 20 70-12, waarvan de negatieve uitgangsimpulsen worden toege voerd aan de ingangspen 6 van een met de multivibrator 70-M1 overeenkomendmonostabiele multivibrator 70-M2, welke echter wordt gestart door de positieve flank aan het einde van de negatieve impuls op de uitgang van de invertor 70-25 12, zodat een negatieve impuls 70-P^ met een breedte van 1,5 £S wordt verkregen. Het impulssignaal 70-P^ dat door de impulsgenerator wordt opgewekt, is ongeveer een vier-kantsgolfpatroon, zodat de positieve flank van de negatieve impulsen, die aan de ingang van de multivibrator 70-M2 30 worden geleverd, althans nagenoeg midden tussen twee opeenvolgende positieve flanken van het impulspatroon van de impulsgenerator optreedt. De voorflank van de negatieve impulsen 70-P4 treedt derhalve ongeveer op midden tussen de voorflanken van twee opeenvolgende negatieve impulsen 35 70-P3 op de uitgang van de multivibrator 70-Ml.' De beide multifibratoren 70-M1 en 70-M2 kunnen bijvoorbeeld het type 7905741 19 74121 Van Texas Instruments zijn. De negatieve impulsen 70-P^ worden geleverd aan de ingangspen 2 van een mono-stabiele multivibrator 70-M4 met variabele impulsbreedte, welke overeenkomt met de multivibrator 70-M3 en bijvoor-5 beeld van het type 555 van National Semiconductor is.'De multivibrator 70-M4 levert hierdoor positieve uitgangsim-pulsen met een variabele breedte afhankelijk van de instelling van de bijbehorende met de hand instelbare potentiometer 70-R3, die gelijktijdig met de potentiometer 70-R1 10 wordt bediend en die over een weerstand 70-R4 van 1 kik is aangesloten op de sluitpennen 6 en 7 van de multivibrator 70-M4.
De uitgangssignalen van de aansluitpennen 3 van de beide multivibratoren 70-M3 en 70-M4 worden via 15 invertoren 70-13 en 70-14, bijvoorbeeld van het type 7404 van Texas Instruments, geleverd aan de ingangen 1 en 2 van een NOF-poort 70-G1, welke van het type 7400 kan zijn.
De positieve impulsen op de uitgang van de NOF-poort 70-G1 worden over een invertor 70-15 (een TI-7404) en een 20 weerstand 70-R5 geleverd aan de basis van een transistor 70-T1, waarvan de emitter aan massa is gelegd en de collector over een weerstand 70-R6 op de geregelde spanning van +28 V is aangesloten. De collector van de transistor 70-P1 is tevens over een weerstand 70-R 6 verbonden met de 25 basis van een transistor 70-T2, waarvan de emitter aan de geregelde voedingsspanning van +28 V is gelegd en de collector over een weerstand 70-R7 van 1 kil, die enerzijds over een weerstand 70-R8 van 2 k en anderzijds over een condensator 70-C1 van 10 ^if aan massa is gelegd, 30 is verbonden met de basis van een transistor 70-T3.
De collector van de transistor 70-T3 is eveneens aangesloten op de voedingsspanning van +28 V, terwijl de emitter over de leiding 70-L is verbonden met het knooppunt .12A uit fig. 7A, waardoor een spanning aan de bovenste 35 aansluiting van de instelpotentiometer 52-R1 wordt gele verd, welke de spanning bepaalt, die aan de hoofduitgangs- 7905741 ' 20 « ·* leiding voor de elektromagneetspoelen van de gehele groep van de spaninrichtingen van het betreffende kanaal wordt geleverd.
Het zojuist beschreven circuit maakt' het 5 mogelijk om de breedte van de impulsen 70-P5 op de uitgang van de multivibrator 70-M3 en van de impulsen 70-P6 op de uitgang van de multivibrator 70-M4 te regelen door het instellen van de gekoppelde potentiometers 70-R1 en 70-R3 zodanig, dat de impulsen kunnen worden gevarieerd van 10 · zeer korte impulsen ,die slechts een fractie van de betref fende halve periode beslaan, tot lange impulsen, die de gehele halve periode beslaan en elkaar enigszins overlappen in het uitgangssignaal van de NOF-poor?£-Gl. Dit heeft tot gevolg, dat door het instellen van de potentiometers 15 70-R1 en 70-R3. het uitgangssignaal van de NOF-poort 70-G1 constant hoog kan zijn voor impulsen met een maximale lengte of het grootste gedeelte van de tijd laag kan zijn voor de impulsen met de kleinste breedte. Nadat de instel-potentiometer 52-R1 voor de draadspanning is ingesteld op 20 de gewenste draadspanningswaarde, bijvoorbeeld 6 óf 7 gram, voor een zeer lage opboomsnelheid,welke met "stop-draad-spanning" kan worden aangeduid, wordt de opboommachine vervolgens op volle snelheid gebracht en worden de gekoppelde potentiometers 70-R1 en 70-R3 ingesteld, om de .
25 draadspanning bij de hoogste opboomsnelheid, welke met "loop-draadspanning" kan worden aangeduid, te verlagen tot ongeveer de waarde van de "stop-draadspanning". Het zal duidelijk zijn,d at als de opboomsnelheid en derhalve de snelheid van de impulsgenerator toeneemt, het impuls-30 ritme eveneens zal toenemen, waardoor de impulsen op de uitgang van de multivibratoren 70-M3 en 70-M4 steeds dichter zullen naderen tot de overlappingstoestand.De potentiometers 70-R1 en 70-R3 , die de multivibratoren 70-M3 en 70-M4 besturen, zullen zodanig zijn ingesteld, 35 dat de overlappingstoestand juist of bijna wordt bereikt bij de hoogste snelheid van de opboommachine, waardoor een 7905741 21 passende verlaagde voedingsspanning voor de potentiometer 52-R1 wordt verkregen. Als het impulsritme afneemt met lagere opboomsnelheden, komen de gedeelten van de betreffende halve cycli, die door deze impulsen in beslag worden 5 genomen, steeds verder te liggen van de overlappingstoestand, waardoor de spanning, welke aan de instelpotentio-meter 52-R1 wordt geleverd, geleidelijk toeneemt tot de maximale 28 V. Het zal duidelijk zijn, dat bij een bepaalde instelling voor de impulsbreedte van de gekoppelde 10 potentiometers 70-R1 en 70-R3 de impulsen op de uitgangen van de multivibratoren 70-M3 en 70-M4, bij toenemende op7 boomsnelheid en toenemende impulsritme en afnemende periode tussen opeenvolgende positieve impulsen in elk kanaal steeds dichter tot de overlappingstoestand naderen, waar-15 door het percentage tijd, waarin het uitgangssignaal van de invertor 70-15 laag is, geleidelijk toeneemt bij toenemende snelheid. De transistoren 70-T1 en 70-T2 zijn derhalve niet-geleidend gedurende een tijd, die toeneemt met toenemende snelheid, waarbij door het vereffenende 20 effect van de weerstand 70-R7 en de condensator 70-Cl aan de ingang van de transistor 70-T3,de gemiddelde uitgangs-gelijkspanning van de transistor 70-T3 afneemt met toenemende snelheid. Hierdoor wordt de spanning, die aan de bovenste aansluiting van de instelpotentiometer 50-R1 25 wordt geleverd, steeds lager vanaf de gelijkspanning van 28 V van de collector van de transistor 70-T3. De transistor 70-T1 kan een type TN53, de transistor 70-T2 kan een type 2N4402 en de transistor 70-T3 kan een TN53 zijn.
7905741
Claims (20)
1. Draadspantoestel voor het spannen van draden, gekenmerkt door een elektronisch bestuurbare draadspaninrichting, voorzien van een elektromagnetisch kern- en spoelsamenstel, dat langs een draadbaan 5 dient te worden geplaatst en dat een langgerekte elektromagnetische spoel en een stijve/ althans nagenoeg rechthoekige kernlus omvat, welke kernlus bestaat uit een U-vormig deel met een in langsrichting door de spoel verlopend dwarsbeen en dwars hierop geplaatste eindbenen en is 10 voorzien van twee poolstukken, die zich vanaf de eindbenen naar elkaar toe uitstrekken en een spleet insluiten, waar de door de spoel opgewekte en door de kernbenen en poolstukken geleide magnetische flux doorloopt, welke poolstukken platte montagevlakken bezitten, die in één direct aan 15 de draadbaan grenzend en daartegenoverliggend vertikaal vlak liggen, waarbij een draadslijtplaatsamenstel met een aantal platen loshangend in parallelle vlakken direct langs de montagevlakken wordt ondersteund door de poolstukken, zodat de spleet wordt overbrugd, welk slijtplaatsamenstel 20 een platte binnen- en platte buitenslijtplaat.; omvat met naar elkaar toe gerichte, althans nagenoeg platte, verti-kale, met de draad in aanraking zijnde slijtvlakken, waartussen de draad met wrijving passeert, waarbij de buitenste slijtplaat uit magnetisch materiaal bestaat, zodat 25 deze reageert op de variabele magnetische aantrekkingskracht van de door dé poolstukken lopende flux, ten einde de daarop uitgeoefende, horizontaal binnenwaarts naar de poolstukken gerichte kracht te variëren en, derhalve de mechanische spanning in de afgegeven draad, terwijl een 30 elektronische besturingseenheid is aangebracht, die elektrisch is gekoppeld met de elektromagnetische spoel voor het regelen van een elektrische besturingsspanning, die aan de spoel wordt geleverd, waardoor de op de slijtpla-ten uitgeoefende magnetische krachten worden geregeld. 7905741
2. Draadspantoestel volgens conclusie l, met het kenmerk, dat de elektromagnetische spoel, althans ongeveer, cilindrisch is uitgevoerd , waarbij de centrale as onder en evenwijdig aan de bijbeho-5 rende draadbaan loopt, en een hol spoellichaam omvat, waarop een aantal wikkelingen is aangebracht en waardoor een cilindrisch kerndeel verloopt, waarbij de as van de elektromagnetische spoel tijdens het normale gebruik van het spantoestel horizontaal verloopt. 10 ‘3. Draadspantoesel volgens conclusie 1 of 2,met het kenmerk, dat de dwars geplaatste eindbenen van de kern worden gevormd door vertikale, langgerekte kernplaten, die in parallelle/ vertikale vlakken liggen, welke de draadbaan in dwarsrichting doorsnijden, en die 15 elk zijn voorzien van een gat, waar de draad doorheen loopt, welke kernplaten tegen de tegenoverelkaarliggende uiteinden van de spoel zijn bevestigd en tegen de, tegenover de spleet liggende zijden van de poolstukken liggen, waardoor fluxbanen met een hoge permeabiliteit vanaf de spoel naar 20 de poolstukken worden verkregen.
4. Draadspantoestel volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat de poolstukken bestaan uit stijve metalen blokken met althans nagenoeg vierkante zijvlakken van gelijke omvang, die de genoemde monta-25 gevlakken vormen, waarbij de poolstukken met een onderlinge tussenruimte achter elkaar langs de draadbaan liggen, terwijl elk van de poolstukken is voorzien van een ophangpen met kleine diameter, die zijwaarts is gericht en althans nagenoeg loodrecht op het betreffende montagevlak staat voor 30 het ondersteunen van de draadslijtplaten, waarbij de binnen-en buitenslijtplaat elk zijn voorzien van twee openingen, waarvan de diameter iets groter is dan de diameter van de ophangpennen, die met de genoemde openingen in lijn liggen, zodat de slijtplaten in parallelle, vertikale vlakken aan de 35 pennen hangen, welke pennen tijdens het gebruik horizontaal verlopen, waardoor de slijtplaten niet worden beinvloed 7905741 » r door een component van de zwaartekracht, die de platen . naar elkaar toe of naar de poolstukken beweegt.
5. Draadspantoestel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat 5 de binnenslijtplaat is vervaardigd uit althans nagenoeg niet-magnetisch materiaal.
6. Draadspantoestel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het oppervlak van de buitenslijtplaat, dat naar de draadbaan 10 is gericht ,is geslepen en van een satijnchroom-afwerklaag is voorzien.
7. Draadspantoestel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de binnenslijtplaat is vervaardigd uit niet-magnetisch staal, 15 waarvan het naar de draadbaan gerichte oppervlak is geslepen en is voorzien van een hardchroomafwerklaag.
8. Draadspantoestel voor het spannen van draden, gekenmerkt door een elektronisch bestuurbare draadspaninrichting voorzien van een elektro-, 20 magnetisch kern- en spoelsamenstel, dat langs een draadbaan dient te worden geplaatst en dat een stij^kernorgaan omvat met kernvlakken, die een spleet insluiten en die in één vertikaal, direct aan de draad aangrenzend en daartegenover-liggend vlak liggen, waarmee een draadslijtvlaksamenstel 25 met twee aangrenzende, tegenoverelkaarliggende slijtvlak-organen is aangebracht, die in parallelle vertikale vlakken direct langs de kernvlakken liggen en de spleet overbruggen, welke slijtorganen zijn uitgerust met tegenover- ; elkaar liggende, althans nagenoeg platte, vertikale, met 30 de draad in aanraking zijnde slijtvlakken, waartussen de draad met wrijving passeert, waarbij het buitenslijtvlak-orgaan, dat het verst van het kernorgaan afligt, uit magnetisch materiaal bestaat, zodat deze reageert op de variabele magnetische aantrekkingskracht van de door het kernor-35 gaan lopende flux, ten einde de daarop nitgeoefende, horizontaal binnenwaarts naar het kernorgaan gerichte aantrek- 7905741 - 25 kingskracht te variëren en derhalve de mechanische spanning in de afgegeven draad, terwijl een elektronische besturingseenheid is aangebracht, die elektrisch is gekoppeld met de elektromagnetische spoel voor het regelen van 5 een elektrische besturingsspanning, die aan de spoel wordt geleverd, waardoor de op de slijtvlakorganen uitgeoefende magnetische krachten worden geregeld.
9. Draadspantoestel volgens conclusie 8, gekenmerkt door vlak-verplaatsingsmiddelen, 10 die ten minste ëën van de slijtvlakorganen continu bewegen volgens een voorafbepaalde baan langs de draadbaan, ten einde doorlopend het gedeelte van het slijtvlak, dat met de draad in aanraking is, te wijzigen.
10. Draadspantoestel volgens conclu- 15 sie 9, met het kenmerk, dat het andere slijt- vlakorgaan beweegbaar is onder invloed van de beweging van de hiermee in aanraking zijnde draad, waarbij de vlak-verplaatsingsmiddelen een orgaan omvatten, dat volgens een bepaalde '.smenhang met het genoemde éne slijtvlak- 20 orgaan beweegt, om de beweging van het andere slijtvlak- orgaan te begrenzen tot een ongeveer overeenkomstige beweging.
11. Draadspantoestel volgens conclusie IQ, met het kenmerk, dat het genoemde or- 25 gaan van de verplaatsingsmiddelen een beperkingsorgaan is.
12. Draadspantoestel volgens ëën der conclusies 8-11, met het kenmerk, dat de slijtvlakorganen bestaan uit een eerste en een tweede schijf, die draaibaar op een gemeenschappelijke centrale as wor- 30 den ondersteund.
13. Draadspantoestel volgens conclu sie 12, met het kenmerk, dat de vlak-verplaatsingsmiddelen bestaan uit een motor met een draaibaar uit-gangsorgaan, dat is gekoppeld met de eerste schijf om deze 35 continu te roteren.
14. Draadspantoestel volgens conclu- 7905741 _ 26. sie 12 of 13, m e t h e t kenmerk, dat het genoemde beperkingsorgaan wordt gevormd door een vanaf de genoemde as uitstekend orgaan, dat de rotatie van de tweede schijf beperkt tot althans nagenoeg de rotatie van de 5 -eerste schijf.
15. Draadspantoestel volgens één der conclusies 12-14, met het kenmerk, dat de eerste schijf vast is aangebracht op de genoemde as, terwijl de tweede schijf vrij draaibaar op de as is aange- 10 bracht, waarbij op de as een veer met uitstekende vinger is aangebracht, die aangrijpt op een uitsteeksel van de tweede schijf en de rotatie hiervan begrenst.
16. Draadspantoestel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat 15 de elektronische besturingseenheid is voorzien van een met de hand instelbare potentiometer voor het instellen van de mechanische spanning, waarbij middelen zijn aangebracht, die in responsie op de potentiometer de aan de elektromagneetspoel geleverde besturingsspanning variëren, 20 alsmede van een ontmagnetiseringscircuit, dat intermitterend impulsen met een korte duur, die een voorafbepaalde andere elektrische spanningswaarde bereiken, kan leveren aan de elektromagneetspoel gedurende het op een lagere besturingsspanning instellen van de instelpotentiometer, 25 ten einde periodieke spannings impulsen aan de spoel te leveren, die het magnetisme in de kern opheffen, zodat restmagnetisme in het kernorgaan tot een minimum wordt beperkt. •17. Draadspantoestel volgens conclusie 30 17,met het kenmerk, dat de impulsen met korte duur negatieve impulsen zijn, die een voorafbepaalde negatieve spanningswaarde bereiken.
18. Draadspantoestel volgens conclusie 16 of 17,met het kenmerk, dat de genoemde 35 middelen, die op de instelpotentiometer reageren, bestaan uit een transistorschakeling, welke de besturingsspanning 7905741 ί - 27 aan de elektromagneetspoel levert, waarbij de instelpoten-tiometer is aangesloten op een geregelde gelijkspannings-bron en is voorzien van een beweegbaar contact, waarmee een regelspanning voor de transistorschakeling wordt opge-5 wekt in overeenstemming met de instelling van de potentiometer voor het variëren van het spanningsniveau van de besturingsspanning.
29. Draadspantoestel volgens conclusie 16, 27 of 28, m e t het kenmerk, dat het ontmagneti-10 seringscircuit is voorzien van middelen voor het automatisch detecteren van de aanwezigheid van een afnemende spanning op het beweegbare contact van de instelpotentiometer, waarbij een circuit is aangebracht, dat in responsie hierop de genoemde negatieve impulsen aan de elektromagneetspoel 15 levert.
20. Draadspantoestel volgens conclusie 18 of 19,met het kenmerk, dat het ontmagnetise-ringscircuit is voorzien van een oscillator, die een reeks althans nagenoeg rechthoekige, negatieve impulsen levert 20 en is uitgerust met een potentiometer voor het instellen van de impulsbreedte, een transistorpoortschakeling, die in responsie op de impulsreeks van de oscillator de genoemde transistorschakeling, welke de besturingsspanning levert, aan- en uitschakelt, en middelen, die een bepaalde 25 negatieve spanning aan de 'spoel leveren, wanneer de genoemde transistorschakeling is uitgeschakeld, ten einde een ontmagnetiserings-impulsuitgangssignaal te verkrijgen met periodieke negatieve impulsen met voldoende amplitude, om intermitterend de spanningswaarde van de aan de spoel 3Q geleverde besturingsspanning te verlagen tot een bepaalde negatieve spanningswaarde onafhankelijk van de instelling van de instelpotentiometer voor het instellen van de mechanische spanning, gedurende de periode, dat deze instelpotentiometer op een lagere spanningswaarde wordt in-35 gesteld.
22. Draadspantoestel volgens één der voor- 7905741 gaande conclusies, g e 'k e n m e r. k t door een op de draadsnelheid reagerend spanningsyereffeningsorgaan, dat is voorzien van eén impulsgenerator,.welke een impulsreeks opwekt, waarvan het ritme afhankelijk is van de snelheid, 5 waarmee de draad aan een verwerkend apparaat wordt toege- yoerd, en van middelen, die in responsie op het impulsritme van de impulsreeks automatisch de hésturingsspanning variëren volgens een. .inverse relatie met de variatie van de draadsnelheid, ten einde een variatie in de mechanische 10 spanning van de draad tengevolge van een wijziging van de draadsnelheid te minimaliseren. 22» Draadspantoestel volgens conclusie 21r m e t het kenmerk, dat de instelpotentiome-ter voor het instellen van de mechanische spanning op een 15 hepaalde draadspanning bij een gekozen draadsnelheid wordt ingesteld, waarbij het vereffeningsorgaan is voorzien van middelen, die in responsie op de mate, waarin de draadsnelheid deze gekozen snelheid overschrijdt, de voedingsspanning voor de instelpotentiometer zodanig verlagen, dat 20 de variatie van de vooraf bepaalde draadspanning bij variërende draadsnelheid minimaal is.
23. Draadspanstelsel voorzien van een aantal draadspaninrichtingen. volgens êê'n der conclusies 1-7, of 8-15 en 16-22,. voor het spannen van een aantal 25 draden, die van voorraadpakketten worden afgetrokken langs een aantal draadbanen en die worden geleverd aan een draad-verwerkend apparaat., zoals een opboommachine, een breimachine en dergelijke, met het kenmerk, dat de draadspaninrichtingen êën kanaal vormen, die worden gere-30 geld door êën. kanaal-besturingsspanning, welke over een hoofduitgangsleiding wordt geleverd door de genoemde elektronische besturingseenheid, die op enige afstand van de draadspaninrichtingen is geplaatst, waarbij de hoofduitgangsleiding elektrisch is gekoppeld met elk van de elek-35 tromagnetische spoelen van de respectieve draadspaninrichtingen. 7905741
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US92857278A | 1978-07-27 | 1978-07-27 | |
| US92857278 | 1978-07-27 | ||
| US06/031,477 US4313578A (en) | 1978-07-27 | 1979-04-19 | Yarn tension control apparatus |
| US3147779 | 1979-04-19 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL7905741A true NL7905741A (nl) | 1980-01-29 |
| NL190409B NL190409B (nl) | 1993-09-16 |
| NL190409C NL190409C (nl) | 1994-02-16 |
Family
ID=26707298
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE7905741,A NL190409C (nl) | 1978-07-27 | 1979-07-24 | Draadspaninrichting. |
Country Status (10)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4313578A (nl) |
| AU (1) | AU521631B2 (nl) |
| CA (1) | CA1117628A (nl) |
| CH (1) | CH634114A5 (nl) |
| DE (2) | DE2954571C2 (nl) |
| FR (1) | FR2432987B1 (nl) |
| GB (2) | GB2026558B (nl) |
| IT (1) | IT1118195B (nl) |
| NL (1) | NL190409C (nl) |
| SE (3) | SE7906396L (nl) |
Families Citing this family (39)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4446690A (en) * | 1982-10-18 | 1984-05-08 | Milliken Research Corporation | Bar balloon control |
| US4446691A (en) * | 1982-11-10 | 1984-05-08 | Milliken Research Corporation | High A.C.-D.C. yarn tension control |
| US4454710A (en) * | 1982-10-18 | 1984-06-19 | Milliken Research Corporation | Balloon control for yarn texturing machine |
| US4462557A (en) * | 1982-10-18 | 1984-07-31 | Milliken Research Corporation | Spring biased electromagnetically controlled tension control |
| US4449356A (en) * | 1982-11-10 | 1984-05-22 | Milliken Research Corporation | Continuous A.C. tension control |
| US4449354A (en) * | 1982-10-18 | 1984-05-22 | Milliken Research Corporation | Disc type yarn tension control |
| US4457129A (en) * | 1982-10-18 | 1984-07-03 | Milliken Research Corporation | Slotted disc type yarn tension control |
| US4449355A (en) * | 1982-10-18 | 1984-05-22 | Milliken Research Corporation | A.C.-D.C. Slotted type yarn tension control |
| US4532760A (en) * | 1984-02-21 | 1985-08-06 | Milliken Research Corporation | D. C. Yarn tension control |
| US4646989A (en) * | 1985-05-22 | 1987-03-03 | Marlin Van Wilson | Tension control and yarn handling system for "V" type creels |
| US4635391A (en) * | 1985-06-13 | 1987-01-13 | Early Susan E | Fishing line gripping and release assembly for attachment to a floatation member |
| US4880175A (en) * | 1987-04-14 | 1989-11-14 | Murata Kikai Kabushiki Kaisha | Tension setting and controlling method and apparatus in an automatic winder |
| DE3813216A1 (de) * | 1988-04-20 | 1990-02-08 | Gustav Memminger | Vorrichtung zum beeinflussen der fadenspannung bei einer fadenverarbeitenden textilmaschine, insbesondere strickmaschine |
| US5046673A (en) * | 1988-11-01 | 1991-09-10 | Institute Of Textile Technology | Controlled programmable electronic winding |
| BE1004027A3 (nl) * | 1990-04-17 | 1992-09-08 | Picanol Nv | Universele draadrem. |
| US5221059A (en) * | 1991-01-30 | 1993-06-22 | Basf Corporation | Uniform yarn tensioning |
| CH682926A5 (de) * | 1991-02-06 | 1993-12-15 | Sulzer Ag | Fadenbremse mit elektromagnetisch betätigter Bremslamelle. |
| DE4114519A1 (de) * | 1991-02-08 | 1992-11-05 | Werner Schlaich | Untersetzt angetriebene fadenbremse fuer den fadenzubringer einer strickmaschine o. dgl. |
| DE4104663C1 (nl) * | 1991-02-15 | 1992-08-13 | Memminger-Iro Gmbh, 7290 Freudenstadt, De | |
| DE4120328C1 (en) * | 1991-06-20 | 1993-01-07 | Memminger-Iro Gmbh, 7290 Freudenstadt, De | Self-cleaning yarn brake giving improved cleaning action - has two disc- or plate-shaped brake elements mounted on bearing means and pressed against each other yieldingly through loading means |
| DE4130301A1 (de) * | 1991-09-12 | 1993-03-18 | Schlafhorst & Co W | Rotierend angetriebene bremstelleranordnung eines fadenspanners |
| US5238202A (en) * | 1992-04-15 | 1993-08-24 | Intronics, Inc. | Yarn tensioning apparatus |
| LT3387B (en) | 1993-06-02 | 1995-08-25 | Memminger Iro Gmbh | A brake of thread |
| GB2281918A (en) * | 1993-09-21 | 1995-03-22 | Pillarhouse Int Ltd | Wire tensioner with hysteresis brake |
| DE4409450C2 (de) * | 1994-03-18 | 1996-12-05 | Memminger Iro Gmbh | Fadenbremseinrichtung |
| US5901544A (en) * | 1994-08-26 | 1999-05-11 | Caress Yarns, Inc. | Method and apparatus for producing randomly variegated multiple strand twisted yarn and yarn and fabric made by said method |
| BE1011089A3 (nl) * | 1997-04-07 | 1999-04-06 | Picanol Nv | Draadrem met twee remelementen. |
| US6257518B1 (en) * | 1998-08-13 | 2001-07-10 | Ogura Clutch Co., Ltd. | Tension apparatus and tension system |
| US6439488B1 (en) * | 2000-11-27 | 2002-08-27 | Bobby Hunter | Tensioning device for circular knitting machine |
| US6618538B2 (en) * | 2000-12-20 | 2003-09-09 | Alcatel | Method and apparatus to reduce variation of excess fiber length in buffer tubes of fiber optic cables |
| US7806358B2 (en) * | 2007-12-04 | 2010-10-05 | American Linc Corporation | Yarn tension control device |
| US8256364B2 (en) * | 2009-11-03 | 2012-09-04 | Columbia Insurance Company | Methods and devices for controlling the tension of yarn in a tufting machine |
| WO2012074642A1 (en) | 2010-10-28 | 2012-06-07 | Shaw Industries Group, Inc. | Methods and devices for controlling a tufting machine for forming tufted carpet |
| DE102012005478A1 (de) * | 2012-03-17 | 2013-09-19 | Power-Heat-Set Gmbh | Vorrichtung und Verfahren zur Kontrolle und Regelung der Fadenspannung einer Vielzahl von Fäden auf einen vorgegebenen Wert |
| CN110158233A (zh) * | 2019-06-20 | 2019-08-23 | 福建信亿机械科技有限公司 | 一种带独立纱架的多梳贾卡双针床经编机 |
| US11585823B2 (en) * | 2019-06-26 | 2023-02-21 | Siemens Healthcare Diagnostics Inc. | Magnetic puck for transporting sample containers in a clinical chemistry analyzer system |
| CN114277480A (zh) * | 2021-12-07 | 2022-04-05 | 安徽华烨特种材料有限公司 | 整经纱线张力控制方法 |
| CN114000241A (zh) * | 2021-12-07 | 2022-02-01 | 安徽华烨特种材料有限公司 | 整经机纱线张力器 |
| CN115961404B (zh) * | 2022-12-23 | 2024-08-16 | 南通三思机电科技有限公司 | 整经机及其整经方法 |
Family Cites Families (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2281204A (en) * | 1940-12-04 | 1942-04-28 | American Paper Tube Co | Magnetic tension device |
| US2907535A (en) * | 1958-01-02 | 1959-10-06 | Lindly & Company Inc | Yarn tensioning device |
| US3100091A (en) * | 1961-03-20 | 1963-08-06 | Lindley & Company Inc | Yarn tensioning device |
| CH400029A (de) * | 1962-01-20 | 1965-09-30 | Reiners Walter Dr Ing | Verfahren und Vorrichtung zum Spannungsausgleich zwischen mehreren gleichzeitig zu verarbeitenden Fäden |
| CH452452A (de) * | 1966-02-15 | 1968-05-31 | Benninger Ag Maschf | Fadenspannvorrichtung |
| CH498766A (de) * | 1969-08-28 | 1970-11-15 | Peyer Siegfried | Fadenbremse, insbesondere für Spul- oder Wickelmaschinen |
| US3606196A (en) * | 1970-06-01 | 1971-09-20 | Allied Control Co | Whorl control system |
| CH584650A5 (nl) * | 1974-09-06 | 1977-02-15 | Peyer Siegfried | |
| US4123014A (en) * | 1977-03-21 | 1978-10-31 | Milliken Research Corporation | Yarn tension control |
| CH636578A5 (de) * | 1977-12-27 | 1983-06-15 | Schlafhorst & Co W | Fadenbremse. |
-
1979
- 1979-04-19 US US06/031,477 patent/US4313578A/en not_active Expired - Lifetime
- 1979-06-26 AU AU48396/79A patent/AU521631B2/en not_active Ceased
- 1979-07-05 GB GB7923399A patent/GB2026558B/en not_active Expired
- 1979-07-05 GB GB8134437A patent/GB2093488B/en not_active Expired
- 1979-07-12 CA CA000331668A patent/CA1117628A/en not_active Expired
- 1979-07-16 IT IT49766/79A patent/IT1118195B/it active
- 1979-07-24 NL NLAANVRAGE7905741,A patent/NL190409C/nl not_active IP Right Cessation
- 1979-07-26 FR FR797919325A patent/FR2432987B1/fr not_active Expired
- 1979-07-26 SE SE7906396A patent/SE7906396L/xx not_active Application Discontinuation
- 1979-07-26 CH CH692579A patent/CH634114A5/fr not_active IP Right Cessation
- 1979-07-26 SE SE7906397A patent/SE445207B/sv not_active IP Right Cessation
- 1979-07-26 SE SE7906398A patent/SE444928B/sv not_active IP Right Cessation
- 1979-07-27 DE DE2954571A patent/DE2954571C2/de not_active Expired
- 1979-07-27 DE DE19792930641 patent/DE2930641A1/de active Granted
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE2954571C2 (nl) | 1988-07-21 |
| GB2093488A (en) | 1982-09-02 |
| AU4839679A (en) | 1980-01-31 |
| GB2026558A (en) | 1980-02-06 |
| DE2930641C2 (nl) | 1988-07-28 |
| SE7906397L (sv) | 1980-01-28 |
| GB2093488B (en) | 1983-02-23 |
| SE7906398L (sv) | 1980-01-28 |
| FR2432987A1 (fr) | 1980-03-07 |
| DE2930641A1 (de) | 1980-02-14 |
| AU521631B2 (en) | 1982-04-22 |
| CA1117628A (en) | 1982-02-02 |
| CH634114A5 (fr) | 1983-01-14 |
| IT7949766A0 (it) | 1979-07-16 |
| US4313578A (en) | 1982-02-02 |
| FR2432987B1 (fr) | 1985-07-26 |
| IT1118195B (it) | 1986-02-24 |
| NL190409B (nl) | 1993-09-16 |
| GB2026558B (en) | 1982-11-17 |
| NL190409C (nl) | 1994-02-16 |
| SE445207B (sv) | 1986-06-09 |
| SE7906396L (sv) | 1980-01-29 |
| SE444928B (sv) | 1986-05-20 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL7905741A (nl) | Draadspaninrichting. | |
| KR900005017B1 (ko) | 방직기용 실 공급장치 | |
| US4049211A (en) | Winding apparatus for textile threads | |
| EP0943713B1 (de) | Fadenspannungssensor mit wiederholtem Abgleich | |
| US3797775A (en) | Strand tension control | |
| KR100292422B1 (ko) | 야안 공급기 장치 | |
| US2907535A (en) | Yarn tensioning device | |
| CA2233647A1 (en) | Yarn supply apparatus for elastic yarns | |
| SE408890B (sv) | Sett och apparat for styrning av en tradmatningsanordning | |
| GB1584259A (en) | Methods and apparatus for knitting machine control systems | |
| US5238202A (en) | Yarn tensioning apparatus | |
| JPH06502613A (ja) | 糸ブレーキ | |
| EP0056954B1 (en) | Electric control for yarn feeding devices | |
| DE19531674C2 (de) | Steuergerät für elektrisch angetriebene Vibrationsförderer | |
| US3677036A (en) | Method of equalizing supply of thread to a plurality of knitting stations | |
| US3351296A (en) | Electromagnetic thread-tension control assembly | |
| US5385310A (en) | Thread feed device | |
| EP0016714B1 (fr) | Installation perfectionnée pour la commande des variations de vitesse des boîtes à cames d'une machine textile | |
| JPS6218468B2 (nl) | ||
| JPH02100950A (ja) | 細幅長尺物の送り出し張力自動制御装置 | |
| EP0080843B1 (en) | Apparatus and method for lubricating strand material | |
| US3076615A (en) | Warp beam control for textile machines | |
| US3627215A (en) | Strand-handling equipment | |
| DE2050045C3 (de) | Vorrichtung zum Steuern der Spannungeines durch einen Antrieb von einer Abwickelspule abgewickelten Magnetbandes | |
| DE3003501A1 (de) | Spannvorrichtung fuer den spulenfaden einer naehmaschine |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 19960201 |