NL7906013A - Inrichting voor het koelen van koelwater. - Google Patents

Inrichting voor het koelen van koelwater. Download PDF

Info

Publication number
NL7906013A
NL7906013A NL7906013A NL7906013A NL7906013A NL 7906013 A NL7906013 A NL 7906013A NL 7906013 A NL7906013 A NL 7906013A NL 7906013 A NL7906013 A NL 7906013A NL 7906013 A NL7906013 A NL 7906013A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
drip
plates
cooling
dry
drip plates
Prior art date
Application number
NL7906013A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Guenter Ernst Prof Dr Ing
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from US05/931,001 external-priority patent/US4202847A/en
Application filed by Guenter Ernst Prof Dr Ing filed Critical Guenter Ernst Prof Dr Ing
Publication of NL7906013A publication Critical patent/NL7906013A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F28HEAT EXCHANGE IN GENERAL
    • F28FDETAILS OF HEAT-EXCHANGE AND HEAT-TRANSFER APPARATUS, OF GENERAL APPLICATION
    • F28F25/00Component parts of trickle coolers
    • F28F25/02Component parts of trickle coolers for distributing, circulating, and accumulating liquid
    • F28F25/08Splashing boards or grids, e.g. for converting liquid sprays into liquid films; Elements or beds for increasing the area of the contact surface
    • F28F25/087Vertical or inclined sheets; Supports or spacers
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F28HEAT EXCHANGE IN GENERAL
    • F28CHEAT-EXCHANGE APPARATUS, NOT PROVIDED FOR IN ANOTHER SUBCLASS, IN WHICH THE HEAT-EXCHANGE MEDIA COME INTO DIRECT CONTACT WITHOUT CHEMICAL INTERACTION
    • F28C1/00Direct-contact trickle coolers, e.g. cooling towers
    • F28C1/02Direct-contact trickle coolers, e.g. cooling towers with counter-current only
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02BCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
    • Y02B30/00Energy efficient heating, ventilation or air conditioning [HVAC]
    • Y02B30/70Efficient control or regulation technologies, e.g. for control of refrigerant flow, motor or heating

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Thermal Sciences (AREA)
  • Heat-Exchange Devices With Radiators And Conduit Assemblies (AREA)

Description

^ _ 79.3380/M/Rey/jz 1^ι_ — r
Aanvrager: Prof. Dr.-Ing. GOnter ERNST te Karlsruhe, Bondsrep.
Duitsland.
Titel : Inrichting voor het koelen van koelwater.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het koelen van koelwater, in het bijzonder op een koeltoren met natuurlijke trek, die is voorzien van druipplaten, waarbij het van boven door middel van een sproei-inrichting toegevoerde warme koel-5 water van de naar beneden toe gerichte vlakken van de platen afdruipen langs welke platen een koelend gas, in het bijzonder lucht strooml en de druipplaten tenminste aan één zijde grotendeels kunnen worden bevochtigd.
Bij bekende natte koeltorens worden de gewoonlijk met de 10 breedte richting vertikaal geplaatste druipplaten aan hun beide oppervlakken besproeid met koelwater, dat vervolgens van deze platen afdruipt· Het water wordt hierbij aan beide oppervlakken van de druipplaten blootgesteld aan de voorbij stromende lucht en hierdoor gekoeld. Ten gevolge van het directe contact van het water met de 15 lucht aan beide oppervlakken van de platen verdampt een aanzienlijk deel van het koelwater en verlaat in de vorm van nevelwolken de koeltoren. Afgezien van het waterverlies leidt dit tot ongewenste gevolgen voor de omgeving.
Er zijn ook droge koeltorens bekend. Bij dergelijke 20 koeltorens wordt het koelwater niet in direct contact met de lucht gebracht, maar door ribbenbuizen geleid. Dergelijke ribbenbuizen zijn duur. Bovendien is de koelwerking ten gevolge van het ontbreken van de verdamping slechter dan bij natte koeltorens.
Er is een inrichting bekend, die de voordelen van de 25 natte- en droge koeling met elkaar combineert, waarbij het af te koelen warme koelwater slechts op één vlak van de op aeliike wijze __ 7908013 * - 2 - als bij normale natte koeltorens geplaatste druipplaten wordt geleid en zodoende ook slechts langs één oppervlak naar beneden loopt (DE-AS 25 32 544 en 25 37 887).
Op deze wijze wordt bereikt, dat een aanzienlijk kleiner 5 wateroppervlak met de lucht in contact komt en derhalve nat gekoeld wordt. De langs de andere droge zijde van elke afdruipplaat stromende lucht heeft dezelfde koelwerking als bij een droge koeler. Hierdoor wordt enerzijds de bij een geheel natte koeler optredende nevelvorming en de daarmee in verband staande belasting van het 10 milieu verminderd, terwijl anderzijds de bij een droge koeler noodzakelijke ribbenbuizen zijn vervangen door de een weinig omgebouwde, bij de natte koeler gebruikte druipplaten.
De uitvinding beoogt een inrichting van het hiervoor genoemde soort te verschaffen, waarbij de gecombineerde natte- en 15 droge koeling nog wordt verbeterd. Dit oogmerk wordt volgens de uitvinding bereikt, doordat de sproei-inrichting en/of de druipplaten zodanig zijn uitgevoerd, dat in elk tussen twee druipplaten gevormd kanaal een vlak van één der druipplaten in hoofdzaak droog is, en het hier tegenover liggende vlak van de hiernaast gelegen druipplaat 20 is bevochtigd, en de verhouding tussen de hoogte h van elke plaat en de afstand d tot de aangrenzende plaat niet groter is dan 50:1,
Bij de bekende inrichting (DE-AS 25 37 887) worden tussen de druipplaten afwisselend kanalen gevormd, waarvan de tegenover elkaar liggende wanden nat of droog zijn, terwijl bij de inrichting 25 volgens de uitvinding elk kanaal een natte en een droge wand heeft. Hierdoor vindt aan het bovenste uiteinde van elk kanaal een intensieve menging plaats van droge met vochtige lucht, zodat zonder extru hulpmiddelen, zoals ventilatoren een goede menging van de hoeveelheid droge en de hoeveelheid vochtige lucht wordt verkregen. De vorming 30 van nevelwolken wordt zodoende minimaal en bijna even klein gehouden “"als bij droge koelers. _ 7906013 - 3 -
De begrensde verhouding tussen de hoogte van elke afdruip -plaat en de afstand tot de aangrenzende druipplaat draagt tevens bij tot deze werking. Bij druipplaten met een grotere hoogte kan het namelijk voorkomen dat voordat de van onder naar boven door de 5 kanalen stromende lucht naar buiten treedt ook de droge zijde van elk kanaal door de van de vochtige wand meegenomen waterdruppeltjes wordt bevochtigd. Dit zou, tenminste in het gebied waar de lucht naar buiten treedt, eveneens leiden tot een natte koeling, waardoor de aangegeven werking zou verslechteren.
10 Bij voorkeur is de genoemde verhouding tussen de hoogte van elke druipplaat en de afstand tot de aangrenzende druipplaat nie': groter dan 20:1.
De genoemde verhouding moet echter ook niet te klein worden, teneinde het gebied waar de warmte overdracht in de kanalen 15 plaats vindt niet te klein te laten worden. Een doelmatige onderste grens van de genoemde verhouding is 10:1.
Als het bovenste deel van elke druipplaat schuin staat ten opzichte van het vertikale onderste deel (DE-AS 25 32 544, 25,37 887], dan bedraagt in een gunstige uitvoeringsvorm van de uitvinding de 20 projectie van het bovenste deel op een horizontaal vlak tenminste 20% en ten hoogste 11052 van de afstand tot de hiernaast gelegen druipplaat. Als men uitgaat van gebruikelijke sproeiers, die het water hoofdzakelijk vertikaal van boven naar beneden sproeien, dan is het verrassend, dat hierbij ook een uitvoeringsvorm functioneert, 25 waarbij de projectie, de afstand tot de naburige druipplaat niet volledig overbrugt, maar een spleet van maximaal 80% van deze afstanc vrij laat. Men zou namelijk verwachten, dat het water zonder enige koelwerking door de vrijblijvende spleet tussen de druipplaten naar beneden valt. Aanvrager heeft echter vastgesteld dat dit niet het 30 geval is. De naar beneden vallende waterdruppeltjes worden zodanig "door de naar boven stromende lucht afgebogen, dat ze op de bevochtigde 7906013 - 4 - wanden van de druipplaten vallen.
Bij voorkeur is de afbuigingshoek van het bovenste deel van elke druipplaat ten opzichte van het vertikale deel niet groter dan 45°. Bij in de praktijk toegepaste uitvoeringsvormen ligt deze 5 afbuigingshoek tussen de 15 en 20°.
In een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvinding is elke druipplaat aan het bovenste uiteinde voorzien van een naar de droge zijde toe afgebogen lip. Deze uitvoeringsvorm is bijzonder gunstig wanneer de projectie van het bovenste, schuine 10 deel op een horizontaal vlak slechts een deel van de afstand tot de aangrenzende druipplaat beslaat.
De lip vangt het spatwater op, dat van de tegenover liggende bevochtigde wand op de droge wand kan terechtkomen. De uitvinding wordt aan de hand van de tekening die een aantal schema-15 tisch weergegeven uitvoeringsvormen toont nader toegelicht0
Fig. 1 toont een conventionele koeltoren met natuurlijke trek met een hierin aangebrachte inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 2 toont schematisch twee verschillende uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de uitvinding.
20 Fig. 3 toont een bovenaanzicht van een andere uitvoerings·· vorm van de inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 4 toont een bovenaanzicht van een in principe in Fig. 2 weergegeven uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding.
25 Fig. 5 toont een op vergrote schaal weergegeven doorsnede volgens de lijn V-V in Fig. 4.
Fig. 6 is een aanzicht in de richting van de pijlen VI-VI
in Fig. 5.
Fig. 7 is een perspectief aanzicht van een andere uitvoe-30 ringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding.
Z_Fia. 8r 9 en 10 tonen andere uitvoeringsvormen van de 7906013 - 5 - inrichting volgens de uitvinding, waarbij het deel natte- resp. drog i koeling variabel is·
Fig. 1la-d tonen vier varianten van een sproei-inrichting volgens de uitvinding· 5 Fig. 12a en b tonen twee varianten, waarbij zowel de sproei-inrichting als de druipplaten zijn uitgevoerd vojLgens de uitvinding.
Fig. 13a en b tonen twee andere varianten van de sproei-inrichting volgens de uitvinding.
10 Fig. 14 toont een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de druipplaten volgens de uitvinding, vanwelke uitvoeringsvorm tenminste enige details bij de hierboven in het kort beschreven uitvoeringsvormen kunnen worden toegepast·
Fig. 1 toont een koeltoren 1 met natuurlijke trek, waarvan 15 de buitenzijde op conventionele wijze is uitgevoerd. Op het fundament van de koeltoren 1 is een reservoir 2 voor het gekoelde water aangebracht· Op de bodem van dit reservoir rusten' steunen 3, die de mantel 4 van de koeltoren dragen. Binnen deze mantel zijn een druppelvanger 5, een koelwaterverdeler 6 en een in zijn geheel met 20 het cijfer 7 aangegeven vullichaam aangebracht. Het opgewarmde, b.v. van een warmtekrachtcentrale afkomstige koelwater wordt via een kanaal 8 naar de verdeler 6 gevoerd. Het af te koelen koelwater druipt vanaf het vullichaam 7 naar beneden in het reservoir 2, en wordt bij het passeren van het vullichaam door de tussen de steunen / 25 3 binnenkomende en in de richting van de pijl A stromende omgevings lucht afgekoeld. De omgevingslucht wordt hierbij verwarmd, zodat deze in de koeltoren een geringere dichtheid heeft als buiten de koeltoren, en derhalve naar boven stijgt. De met waterdamp verrijkte lucht treedt via de opening aan de bovenzijde van de koeltoren naar 30 buiten. Het gekoelde water wordt via een kanaal 9 weer naar de ‘"warmtekrachtcentrale of dergelijke teruggevoerd._ 7906013 - 6-
Het vullichaom bestaat uit druipplaten 10 en uit evenwijdig hierboven aangebrachte gelijkrichtplaten 11, die met hun langs-richting horizontaal en met hun breedterichting ongeveer vertikaal zijn geplaatst, en waarop het water vanuit de verdeler 6 via spuit-5 koppen, sproeigaten 12 of dergelijke wordt gespoten, zoals in Fig. 2 is weergegeven. De gelijkrichtplaten 11 hebben tot doel, het in verschillende richtingen uit de sproeigaten komende water om te buigen, zodat het aan de onderste uiteinden vertikaal naar beneden druipt, en op de bovenste schuine delen 13 van de versprongen onder 10 de gelijkrichtplaten aangebrachte druipplaten komt. Hierdoor wordt bereikt, dat slechts een der vlakken, in Fig. 1 de rechtervlakken, van de druipplaten door het af te koelen koelwater worden bevochtigd, terwijl in Fig. 2 de linker vlakken droog blijven· Aan de rechter zijden van de druipplaten 10 staat de omgevingslucht, die langs de 15 druipplaten van onderen naar boven stroomt in contact met het te koelen water, terwijl de omgevingslucht aan de linker zijden in contact staat met het droge oppervlak van de druipplaten 10. Het met de omgevingslucht in direct contact komende water oppervlak is zodoende in vergelijking met een constructie waarbij de beide zijden 20 van de druipplaten zijn bevochtigd, gehalveerd. Hierdoor wordt overeenkomstig minder water verdampt, hetgeen het vochtigheidsgehalto in de lucht en de hierbij komende ongewenste beïnvloeding van het milieu kleiner maakt.
Het enige verschil tussen de in Fig. 2 naast elkaar 25 weergegeven varianten bestaat hieruit, dat bij de links getekende variant ook de gelijkrichtplaten een schuin bovendeel 14 hebben. Dit leidt ook bij deze platen in zekere mate reeds tot een gecombineerde natte- en droge koelwerking, waarbij niet is te vermijden, dat de linker oppervlakken van de gelijkrichtplaten in Fig. 2 over een 30 bepaald gebied eveneens worden bevochtigd. Bij de in Fig. 2 rechts weergegeven uitvoeringsvorm zijn de gelijkrich.tpla.tftn volledig vink .
'9 0 6 0 1 3 - 7 - en vertikaal geplaatst, zodat beide zijden van de gelijkrichtplaten 11 op dezelfde wijze door het uit de sproeigaten 12 tredende koelwater worden bevochtigd. Doordat zowel bij de linker als bij de rechter uitvoering de druipplaten 10 ten opzichte van de gelijkricht·· 5 platen 11 zijdelings zijn versprongen, wordt bereikt, dat het water slechts op de in Fig. 2 rechter vlakken van de druipplaten 10 komt, zodat de linkerzijden droog blijven·
De platen 10, 11 kunnen uit dun blik of kunststof bestaan, zodat een lichte, en goedkope constructie kan worden verwezenlijkt, 10 Ten opzichte van de gebruikelijke vertikale druipplaten bestaat de enige extra bewerking uit het omzetten van het bovenste de£13 van de druipplaten,
Fig, 3 toont een bovenaanzicht van een andere uitvoeringsvorm, waarbij de gelijkrichtplaten 11 zo zijn aangebracht, dat ze 15 de druipplaten 10 kruisen,
Fig. 4, 5 en 6 tonen een constructieve uitvoeringsvorm van de in het rechter deel van Fig. 2 in principe weergegeven opstelling, waarbij de gelijkrichtplaten 11 en de druipplaten 10 evenwijdic lopen, Fig. 4 toont een schematisch bovenaanzicht op de druipplaten 20 10, die met hun zijranden 15 rusten resp. zijn opgehangen aan dragers 16 van een ondersteuningsconstructie. De uit blik vervaardigde druipplaten 10 worden door middel van karrenen 17 op een afstand van elkaar gehouden, welke kammen tegelijkertijd fungeren als ondersteuning voor de in Fig. 4 niet weergegeven gelijkrichtplaten 11, 25 hetgeen duidelijker is te zien in de Fig. 5 en 6.
De aanzichten volgens de Figs. 5 en 6 zijn ten opzichte van Fig. 4 in vergrote schaal en meer gedetailleerd weergegeven.
De druipplaten 10 zijn verdeeld in een onderste, vertikaal gericht deel 18 en een bovenste schuin deel 19, dat ten opzichte van 30 het onderste deel langs de rand 20 is omgezet. Aan de zijranden is elke druipplaat 10 voorzien van een de delen 18, 19 overbruggend_ 7906013 .-8- uitstekend deel 21 met een onderste horizontaal steunvlak 22, via welk steunvlak de druipplaten op de dragers 16 rusten. Boven de druipplaten zijn de gelijkrichtplaten 11 zodanig versprongen aangebracht, dat hun onderste uiteinden boven de schuine delen 19 van de 5 druipplaten 10 liggen. Evenals de druipplaten worden de gelijkricht-platen door de kammen 17 die uit kunststof kunnen zijn vervaardigd op een afstand van elkaar gehouden. Deze kammen 17 zijn voorzien van vertikale, van de bovenste rand uitgaande en op gewenste afstem d aangebrachte uitsparingen 23 voor het opnemen van de gelijkrichtplaten 10 11 en van vanuit de onderste rand uitgaande overeenkomstige schuine uitsparingen 24 voor het opnemen van de bovenste schuine uiteinden van de druipplaten 10, waarbij de uitsparingen 23, 24 in de kammen 17 ten opzichte van elkaar zijn versprongen overeenkomstig de gewenste zijdelingse verschuiving van de druipplaten 10 ten opzichte 15 van de gelijkrichtplaten 11.
De Fig. 5 en 6 tonen een variant op de vormgeving van de druipplaten. De in Fig. 6 geheel rechts weergegeven druipplaat is aan de Hnter natte zijde voorzien van uitsteeksels 29. In Fig. 5 is de opstelling van deze uitsteeksels weergegeven. Door deze uitsteek-20 seis wordt het natte oppervlak verkleind, daar het tussen de uitsteeksels 29 naar beneden stromende water de uitsteeksels gedeeltelijk droog laat. Hierdoor wordt de hoeveelheid water die verdampt nog verkleind.
Ten opzichte van de Fig. 5 en ó toont Fig. 7 principieel 25 anders uitgevoerde druipplaten 30. Deze druipplaten 30 zijn over hun gehele hoogte schuin aangebracht en hebben in hun bovenste helft uitspringende neuzen 31. Op horizontale afstand van elkaar zijn een aantal neuzen 31 aangebracht, die via een druppelgeleiding in de vorm van een richel 32 met elkaar zijn verbonden. Deze richel heeft 30 _zijn hoogste punt tussen de neuzen terwijl de laatste punten ter 7906013 - 9- hoogte van de neuzen 31 liggen. Deze neuzen 31 lopen enigszins schuin naar beneden toe. Het is duidelijk, dat het eventueel op het bovenste deel 33 van de rechter vlakken in Fig. 7 terechtkomende water zich verzamelt op de neuzen 31 en vandaar op het onderste 5 deel 34 van de linker vlakken druipt. Het onderste deel 35 van de re:h-ter vlakken, die eventueel langer kunnen zijn uitgevoerd dan het bovenste deel 33 blijven zodoende gëheel droog. Op deze wijze kunnen bij de uitvoering volgens Fig. 7 de gelijkrichtplaten, zoals die bij de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen werden toegepast, volledig 10 achterwege worden gelaten. Bij de uitvoering volgens Fig. 7 zijn tevens kammen 37 aangebracht voor het in rijen boven elkaar aanbrengen van de druipplaten 30.
De Figs. 8, 9 en 10 tonen varianten, waarbij de verhouding tussen de natte- en droge koelwerking kan worden gevarieerd.
1 5 Bij de uitvoering volgens Fig. 8 zijn de gelijkrichtplaten 11 en de druipplaten 40 in gemeenschappelijke vertikale vlakken aang;-bracht. De druipplaten 40 zijn vanuit de vertikale stand over een hoek 06 draaibaar tot een schuine stand, en wel om draaipunten 41, die onder de bovenste uiteinden van de druipplaten 40 liggen.
20 In de uiterste schuine stand (hoektt.) zijn de bovenste uiteinden van de druipplaten 40 versprongen ten opzichte van de onderste uiteinden van de gelijkrichtplaten 11. Hierbij worden in Fig. 8 slechts de linker vlakken van de druipplaten 40 bevochtigd, zodat een gecombineerde natte- en droge koelwerking optreedt. Daar-25 entegen worden in de vertikale stand van de druipplaten 40 de beide zijden bevochtigd, zodat een zuivere natte koeling optreedt.
Bij de uitvoeringsvorm volgens de Figs. 9 en 10 zijn de druipplaten 50 identiek uitgevoerd en wel overeenkomstig de uitvoering volgens de Fig. 4-6 met een schuin bovenste deel 51, waarvan 30 het bovenste uiteinde 52 echter vertikaal is geplaatst. Bij de tii+vftgring volgens Fig. 9 yijn <Je bnvgn de druipplaten 50 aongebrachte 7906013 ~ 10- geiijkrichtplaten 11 gezamenlijk evenwijdig verschuifbaar. Wanneer de gelijkrichtplaten zich in de gestreept weergegeven stand boven de bovenste uiteinden 52 van de druipplaten 50 bevinden, worden de beide zijden bevochtigd. Indien de gelijkrichtplaten echter even-5 wijdig naar links in de met getrokken lijnen weergegeven stand worden geschoven, dan wordt slechts in Fig. 9 de linker zijde van de druipplaten 50 bevochtigd. Ook hier treedt in het eerste geval een zuivere natte koeling en in het tweede geval gecombineerde natte- en droge koeling op. Dezelfde werking kan worden bereikt, 10 wanneer in plaats van de gelijkrichtplaten 11 de druipplaten 50 evenwijdig kunnen worden verschoven. Bij de uitvoeringsvorm volgens Fig. 10 zijn de druipplaten 50 op dezelfde wijze gevormd als bij de uitvoering volgens Fig. 9. In dit geval zijn de gelijkrichtplaten 53 in de aangegeven richting tegen de klok in vanuit een vertikale, 15 naar de bovenste uiteinden 52 van de druipplaten 50 gerichte stand draaibaar over een hoek (b , d.w.z. in de richting naar de linker oppervlakken van de druipplaten 50. Hierdoor wordt hetzelfde effect als bij de evenwijdige verschuiving volgens Fig. 9 verkregen.
De Figs. 11-13 tonen varianten van de sproei-inrichting.
20 In Fig. Ila-d zijn de sproei-inrichtingen boven de in hun breedte richting vertikaal geplaatste gelijkricht- of druipplaten 62 aangebracht· In de gemeenschappelijke uitvoeringsvoorbeelden zijn de sproei-inrichtingen hierbij boven en met hun lengterichting horizontaal en evenwijdig aan de gelijkricht- resp. druipplaten 25 aangebracht. Bij de uitvoering volgens Fig. 11a en 11b zijn de sproei-inrichtingen voorzien van verdeelgoten 60 met loodrecht op hei vlak van de tekening en op gelijke afstanden van elkaar aangebrachte mondstukken 61. Bij de uitvoering volgens Fig. 11a maken de mondstukken 61 en daarmee het sproeivlak V een hoek £ ten opzichte van 30 de vertikaal. Op deze wijze wordt bereikt, dat in de tekening slechte de rechter yijden-van de druip-resp. gelijkrichtplaten 62 worden 7906013 -11 - bevochtigd. Hierdoor is het niet noodzakelijk het bovenste deel van de platen schuin uit te voeren.
Bij de uitvoering volgens Fig. 11b zijn de mondstukken 63 van de verdeelgoten 60 vertikaal naar beneden gericht. Onder de 5 mondstukken 63 zijn echter geleidingsprofielen 64 in de vorm van in doorsnede L-vormige platen of dergelijke aangebracht, die de uit het mondstuk tredende vloeistofstralen over een nog grotere hoek ƒ ombuigen, teneinde ten opzichte van de vertikaal een nog schuiner sproeivlak V te verkrijgen. Bij de uitvoeringsvorm volgens Fig. 11c 10 is een verdeelbuis 65 aangebracht, die is voorzien van schuin geplaatste mondstukken 66, die een hoek ƒ met de vertikaal maken. In Fig. lid zijn de mondstukken 67 van een verdeelbuis 65 vertikaal naar beneden toe gericht en richten hun straal op een geleidings-profiel 68, waarvan de werking en de uitvoering overeenkomt met het 15 geleidingsprofiel 64.
In Fig. 12a en b alsmede in Fig. 13a en 13b zijn voorbeelden weergegeven voor het variëren van het natte- en droge koelgedeelte. Een dergelijke variatie wordt bij deze uitvoeringsvormtn bereikt, doordat de sproeivlakken worden verdraaid. In Fig. 12a en 20 13a bestaan de sproei-inrichtingen uit verdeelbuizen 65 die zijn voorzien van schuine mondstukken 66 die evenals in Fig. 11c een hoek ƒ met de vertikaal maken. De schuine hoek ƒ van het sproeivlak V kan nu bijvoorbeeld overgaan in een hoek ƒ1 van een nieuw sproeivlak V* door het verlagen van de druk van het koelwater.
25 Bij de uitvoering volgens Fig. 12b en 13b worden de verdeelbuizen 65 met de mondstukken 66 voor het verkrijgen van een andere hoek mechanisch verdraaid om een met de hartlijn A van de verdeelbuis samenvallende horizontale as.
Bij de uitvoering volgens Fig. 12a en 12b zijn druip-30 platen 10 aangebracht met een schuin bovenste deel, zoals bijvoor-Fnaold in Ho Fig. 9-6 is weergegeven. Bi j _deze uitvoering ziin zowel 79 0 60 15 -12 - de sproei-inrichting als de druipplaat zodanig uitgevoerd, dat de druipplaten 10 aan 44n zijde worden bevochtigd. De uitvoering volgens Fig. 13 is eenvoudiger, daar de druipplaten of de gelijk-richtplaten 62 over hun gehele breedte vertikaal zijn geplaatst.
5 Fig. 14 toont een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de druipplaten, zoals die in het bijzonder in de Fig, 1-6 en 12a 12b zijn weergegeven. Details van de druipplaten volgens Fig. 14 kunnen met voordeel ook bij de andere uitvoeringsvormen worden toegepast. Volgens Fig. 14, die slechts twee druipplaten van een rij druipplaten 10 toont, heeft elke druipplaat een lang recht onderste deel 70 en een met een hoek S schuin daarop staand bovenste deel 72. De hoek S moet echter niet groter zijn dan 45°, en ligt bij voorkeur tussen 12 en 20°. In de weergegeven uitvoeringsvorm bedraagt de hoek $ 16,5°.
De verhouding tussen de hoogte Jh van de druipplaten en 15 de horizontale afstand tussen de platen is niet groter dan ongeveer 50:1 en bij voorkeur niet groter dan ongeveer 20:1.
Bij de weergegeven uitvoeringsvorm bedraagt de verhouding h/d ongeveer 20:1.
De projectie e van het schuine deel 72 van elke druip-20 plaat op een horizontaal vlak, beslaat minstens 20% en ten hoogste 110$ van de afstand jd tussen de aangrenzende druipplaten.
Bij de weergegeven uitvoeringsvorm beslaat de projectie e van het schuine deel 72 ongeveer 75% van de afstand d. Wanneer men in aanmerking neemt, dat geen waterdruppeltjes door de open spleet 25 d-e tussen aangrenzende druipplaten mogen vallen, maar dat al het water in contact met de natte zijden (in Fig. 14 steeds de linker zijden) van de druipplaten moeten komen, dan is het verrassend, dat zoals aanvrager heeft vastgesteld de schuine delen 72 van aangrenzende druipplaten elkaar.in horizontale projectie gezien niet geheel 30 moeten overlappen, maar een spleet d-e van 80^ van de afstand d open “kunnen laten. Vastgesteld is, dat zelfs bij een dergelijke extreem 7906013 - 13- grote spleet d-e alle waterdruppeltjes nog in contact komen met de natte zijden van de druipplaten. Dit verschijnsel kan worden verklaard, door de stromingseffecten van de in het kanaal tussen de twee druipplaten naar boven stromende lucht, die de loskomende waterdruppeltje;; 5 uit hun vertikale baan naar de vochtige zijden (in Fig. 14 op de linker zijde) van de druipplaten afbuigen. Bij voorkeur zijn de bovenste uiteinden van het bovenste deel 72 van de druipplaten omge-bogen voor het vormen van lippen 74, waarbij deze lippen naar de bevochtigde zijde van de aangrenzende druipplaat wijzen, De lippen 10 74 zorgen er voor dat het op de schuine bovenste zijde 72 spattende water niet op de tegenover liggende droge zijde van de druipplaten kan spatten maar door de lippen 74 wordt opgevangen, zodat de droge zijden (in Fig. 14 de rechter zijden van de druipplaten) ook voor het bevochtigen door spatwater worden afgeschermd. Dit spatwater 15 druipt van de lippen 74 vertikaal naar beneden en wordt door de opstijgende luchtstroom eveneens naar de natte zijde van de druipplaten afgebogen.
Het is duidelijk, dat de in Fig. 14 weergegeven druipplaten ook bij de uitvoeringen volgens de Fig. 1-6 en 12a, 12b kunner 20 worden toegepast· Bij voorkeur worden echter zowel de aan de hand var Fig. 14 verduidelijkte verhouding h:d en/of de beschreven lippen 74 ook bij de uitvoeringsvormen volgens de Fig. 7-10 en 1la—1ld alsmede 13a en 13b toegepast·
Binnen het kader van de uitvinding kunnen meerdere rijen 25 van druipplaten, bijvoorbeeld twee rijen, op een bepaalde vertikale afstand boven elkaar zijn aangebracht. Hierbij zijn slechts de bovenste of de bovenste rij druipplaten uitgevoerd voor een zoals hierboven beschreven gecombineerde natte- en droge koeling. Bij in dc praktijk toegepaste uitvoeringsvormen zijn in koeltorensmet een natutr-30 lijke trek vullichamen geplaatst met druipplaten waarvan de hoogte tussen 5QQ en 2000 mm liat._ 7906013

Claims (10)

1. Inrichting voor het afkoelen van koelwater, in het bijzonder een koeltoren roet natuurlijke trek die is voorzien van druipplaten, waarbij het van boven door middel van een sproei-inrichting toegevoerde warme koelwater van de naar beneden toe 5 gerichte vlakken van de platen afdruipt en langs welke platen een koelend gas, in het bijzonder lucht stroomt en de druipplaten tenminste aan één zijde grotendeels kunnen worden bevochtigd, met het kenmerk, dat de sproei-inrichting (60, 65) en/of de druipplaten (10, 30, 40, 50, 70, 72) zodanig zijn uitgevoerd, 10 dat in elk tussen twee druipplaten gevormd kanaal een vlak van één der druipplaten in hoofdzaak droog is, en het hier tegenover liggend» vlak van de hiernaast gelegen druipplaat is bevochtigd en de verhouding (h/d) tussen de hoogte (h) van elke druipplaat en de afstand (d) tot de aangrenzende druipplaat niet groter is dan 50:1·
2. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de verhouding (h/d) niet groter is dan 20:1.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de verhouding (h/d) niet kleiner is dan 10:1.
4. Inrichting volgens een der conclusies 1-3, waarbij het 20 bovenste deel van elke druipplaat schuin staat ten opzichte van het vertikale onderste deel, met het kenmerk, dat de projectie (e) van het bovenste deel (72) op een horizontaal vlak tenminste 2Q$ van de afstand (d) tot de aangrenzende druipplaat (70) beslaat.
5. Inrichting volgens conclusie 4, m e t h et kenmerk, dat de projectie (e) ten hoogte 110$ van de afstand (d) tot de aangrenzende druipplaat (7Ö) beslaat.
6. Inrichting volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, dat de schuine hoek (£) van het bovenste deel (13, 19 79 0 6 0 1 3 -15- 51, 72) van elke druipplaat ten opzichte van de vertikaal niet grotei is dan 45°.
7. Inrichting volgens conclusie 6, m e t het kenmerk, dat de boek (5») ligt tussen 15 en 20°*
8. Inrichting volgens een der conclusies 1-7, met het kenmerk, dat elke druipplaat (70, 72) aan het bovenste uiteinde is voorzien van een naar haar droge zijde toe afgebogen lip (74).
9. Inrichting volgens een der conclusies 1-8, waarbij meerdere 10 rijen van druipplaten boven elkaar zijn aangebracht, met het kenmerk, dat slechts de bovenste resp. de bovenste rij druipplaten zijn uitgevoerd voor een gecombineerde natte- en droge koelwerking volgens een der conclusies 1-8.
10. Inrichting volgens een der conclusies 1-¾ met 15 het kenmerk, dat de afstand (d) tussen aangrenzende druipplaten over hun gehele hoogte in hoófdzaak constant is en dat het stromingskanaal geen scherpe bochten maakt. t 7906013
NL7906013A 1978-08-04 1979-08-06 Inrichting voor het koelen van koelwater. NL7906013A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US93100178 1978-08-04
US05/931,001 US4202847A (en) 1975-07-21 1978-08-04 Apparatus and method for cooling cooling water especially in cooling towers

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7906013A true NL7906013A (nl) 1980-02-06

Family

ID=25460066

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7906013A NL7906013A (nl) 1978-08-04 1979-08-06 Inrichting voor het koelen van koelwater.

Country Status (13)

Country Link
JP (1) JPS5531297A (nl)
AU (1) AU528938B2 (nl)
BE (1) BE878058R (nl)
BR (1) BR7905006A (nl)
CA (1) CA1120852A (nl)
CH (1) CH639189A5 (nl)
DE (1) DE2930567C2 (nl)
ES (1) ES253365Y (nl)
FR (1) FR2439377A2 (nl)
GB (1) GB2029561A (nl)
GR (1) GR69602B (nl)
IT (1) IT1119118B (nl)
NL (1) NL7906013A (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3561909D1 (en) * 1984-08-03 1988-04-21 Elektrowatt Ing Ag Arrangement for reducing the plume discharge from wet-dry cooling towers
RU2306513C1 (ru) * 2006-06-19 2007-09-20 Открытое акционерное общество "Всероссийский научно-исследовательский институт гидротехники им. Б.Е. Веденеева" Комбинированная градирня

Family Cites Families (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE148330C (nl) *
BE552873A (nl) *
DE64034C (de) * F. PELZER in Dortmund Apparat zum Kühlen von Flüssigkeiten durch Luft
GB415581A (en) * 1933-08-21 1934-08-30 Ernest Edwin Lucas Improvements in and connected with apparatus for cooling oils and other liquids
GB484635A (en) * 1936-05-22 1938-05-09 Rosenblads Patenter Ab Improvements in heat absorbing or heat exchanging apparatus
FR871845A (fr) * 1941-04-30 1942-05-18 Condensateurs Delas Soc D Perfectionnements aux échangeurs à contact
DE857642C (de) * 1950-03-20 1952-12-01 Viktor Dipl-Ing Thausing Rieselwerk
DE1134689B (de) * 1956-01-26 1962-08-16 Maurice Hamon Berieselungsvorrichtung
GB1141050A (en) * 1966-06-06 1969-01-22 Visco Ltd Mechanical draught liquid-cooling structures
FR1534051A (fr) * 1967-06-15 1968-07-26 Appareil de mise en contact d'un gaz avec une pellicule liquide en mouvement
US3669425A (en) * 1970-07-30 1972-06-13 P T & T Ind Inc Water cooling tower
FR2236158A1 (en) * 1973-07-04 1975-01-31 Air Ind Air humidification and water cooling plant - allowing control over degree of satn of air leaving to atmos

Also Published As

Publication number Publication date
IT1119118B (it) 1986-03-03
DE2930567A1 (de) 1980-02-14
JPS5531297A (en) 1980-03-05
GR69602B (nl) 1982-07-05
AU528938B2 (en) 1983-05-19
BR7905006A (pt) 1980-04-22
ES253365Y (es) 1982-02-01
GB2029561A (en) 1980-03-19
ES253365U (es) 1981-09-01
FR2439377B2 (nl) 1983-10-21
FR2439377A2 (fr) 1980-05-16
CA1120852A (en) 1982-03-30
AU4958379A (en) 1980-02-07
BE878058R (fr) 1979-12-03
CH639189A5 (de) 1983-10-31
DE2930567C2 (de) 1984-05-24
IT7968612A0 (it) 1979-08-03

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN1158124C (zh) 填料塔的液体分布器
US4816191A (en) Distributor for liquid-gas contact column and method of preparation and use
US6053484A (en) Downcomers for vapor-liquid contact trays
US4981265A (en) Liquid distributor for mass-transfer and heat-exchange columns
US4202847A (en) Apparatus and method for cooling cooling water especially in cooling towers
US3290025A (en) Trough system for evaporative heat exchangers
US4139584A (en) Contact body for liquid and gas
RU2605975C2 (ru) Башня мокрого тушения для тушения горячего кокса
US3807145A (en) Injector type cooling tower
JP4574767B2 (ja) 液体分配器を備えた向流カラム
US3468521A (en) Splash directing fill for cooling towers
US4981113A (en) Deaerator tray for a steam boiler feedwater heater system
US6598315B1 (en) Nozzle arrangement in airborne web-drying and method for improving heat transfer in airborne web-drying
NL7906013A (nl) Inrichting voor het koelen van koelwater.
NL8103640A (nl) Tegenstroomkoeltoren, in het bijzonder terugkoel-koeltoren voor stoomkrachtinstallaties.
JPH0618166A (ja) 流下液体熱交換器及びそのような熱交換器を有する空気精留装置
KR20020077468A (ko) 가스/액체 접촉 트레이
KR102162553B1 (ko) 냉각수의 비산 방지를 위한 돌출부가 형성된 충진재
KR100311297B1 (ko) 냉각탑
US4390481A (en) Apparatus for spraying trickler plates with cooling water
RU2109242C1 (ru) Лист оросителя градирни
CN2054370U (zh) 组合式液体分布器
KR20230072044A (ko) 트레이
JP7745634B2 (ja) デュアルトラフ前分配器を含む分離装置のための多段液体分配器
SU48381A1 (ru) Градирн

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed