NL7908090A - Grondbewerkingsmachine. - Google Patents

Grondbewerkingsmachine. Download PDF

Info

Publication number
NL7908090A
NL7908090A NL7908090A NL7908090A NL7908090A NL 7908090 A NL7908090 A NL 7908090A NL 7908090 A NL7908090 A NL 7908090A NL 7908090 A NL7908090 A NL 7908090A NL 7908090 A NL7908090 A NL 7908090A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
machine according
holder part
tool carrier
soil cultivation
rotation
Prior art date
Application number
NL7908090A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Amazonen Werke Dreyer H
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Amazonen Werke Dreyer H filed Critical Amazonen Werke Dreyer H
Publication of NL7908090A publication Critical patent/NL7908090A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B61/00Devices for, or parts of, agricultural machines or implements for preventing overstrain
    • A01B61/04Devices for, or parts of, agricultural machines or implements for preventing overstrain of the connection between tools and carrier beam or frame
    • A01B61/042Devices for, or parts of, agricultural machines or implements for preventing overstrain of the connection between tools and carrier beam or frame with shearing devices
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B33/00Tilling implements with rotary driven tools, e.g. in combination with fertiliser distributors or seeders, with grubbing chains, with sloping axles, with driven discs
    • A01B33/08Tools; Details, e.g. adaptations of transmissions or gearings
    • A01B33/10Structural or functional features of the tools ; Theoretical aspects of the cutting action
    • A01B33/106Structural or functional features of the tools ; Theoretical aspects of the cutting action the rotating shaft being oriented vertically or steeply inclined

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Soil Working Implements (AREA)

Description

c · νο 86k1
Grondbewerkingsmachine.
Be uitvinding heeft betrekking op een grondt ewerkingsmachine met tenminste een roterend aangedreven gereedschapdrager, waaraan terzijde, op enige afstand van de aandrijfas, tenminste een naar de grond gerichte en uit een bovenst, verend houderdeel alsmede een onderst, 5 star arbeidsdeel bestaande beverkingstand, is aangebracht.
Git het Duitse Offenlegungsschrift 2.755*001 is een dergelijke grondbewerkingsmachine bekend. Bij deze machine heeft het verende houderdeel een vierkante doorsnede en strekt zich uit vanaf zijn bovenste inspanplaats aan de gereedschapdrager via twee windingen tot aan 10 het midden van het starre arbeidsdeel, waarbij de lengte van dit arbeidsdeel, de windingen buiten beschouwing gelaten, ongeveer 1/5 van de lengte van het houderdeel is.
Door deze maatregelwordt weliswaar het voordeel verkregen, dat elke bewerkingstand, in het bijzonder het houderdeel bij aanstoten 15 tegen in de grond zich bevindende stenen elastisch vervormt, en dus het arbeidsdeel langs de steen kan glijden, zonder dat druk of andere schade aan de bewerkingstanden zelf, resp. aan de daarmee verbonden delen optreden.
Hadelig is hierbij echter, dat het houderdeel reeds bij het 20 instellen grotere en in vele gevallen noodzakelijke werkdiepte, in het bijzonder bij zware en/of grond, waarin kleine stenen aanwezig zijn, als gevolg van de grotere rompweerstand tegen de draairichting van de gereedschapdrager in, teruggebogen wordt.
Daarbij treedt echter een zodanige verandering van de instel-25 hoek van het werkzame deel ten opzichte van de bodem op, dat de losmakende werkzaamheden van de machine niet meer gewaarborgd zijn.
Aan de uitvinding ligt het probleem ten grondslag, ook bij grotere werkdiepte en veel stenen bevattende grond, beschadigingen van de tanden en de daarmee verbonden delen zonder nadelige invloed op de 50 beoogde losmakende werkzaamheden van de machine, te bereiken.
Volgens de uitvinding wordt dit verkregen, doordat het houderdeel in de draairichting van de gereedschapdrager een langgerekte doorsnede heeft en dat het arbeidsdeel zich tenminste nagenoeg over de 7908095 2 halve lengte van. een bewerkingstand uitstrekt.
Als gevolg van deze maatregel kan het arbeidsdeel zijdelings ten opzichte van in de grond bevindende stenen uitwijken, zonder dat de instelhoek ten opzichte van de grond wordt veranderd. Bovendien 5 komt slechts het arbeidsdeel en niet het houderdeel met de in de grond zich bevindende stenen in aanraking.
De ëLastische uitwijkmogelijkheid van het arbeidsdeel wordt verhoogd, doordat dit deel uit een aantal met hun brede zijden tegen elkaar aanliggende bladveren bestaat. Hierbij is het doelmatig, dat 10 de dikte van elke bladveer maximaal drie millimeter is.
Teneinde te sterke en in een extreem geval tot blijvende vervormingen van het houderdeel voerende uitwijkingen te verhinderen, wordt verder volgens de uitvinding voorgesteld, dat op beide brede zijden van het houderdeel een star- aan de gereedschapdrager bevestigd begrenzingselement aanwezig is en dat dit begrenzingselement tenminste over de halve lengte van het houderdeel naar onderen toe doorloopt.
Met het oog op de zijdelingse elastische vervorming van het houderdeel is het daarbij van groot voordeel, dat de binnenvlakken van de begrenzings element en naar onderen toe divergerend in overeenstemming met de 20 buiglijn van het houderdeel verlopen.
Zijn de begrenzingselementen als een naar onderen open huis uitgevoerd, dan ontstaat zonder nadelige invloed op de uitwijkmogelijkheid van het arbeidsdeel, een bijzonder stabiele uitvoeringsvorm van het houderdeel.
25 Anderzijds kan, doordat de begrenzingselementen plaatvormig zijn uitgevoerd, uit verend materiaal bestaan en een grotere veerconstan-te kan het houderdeel bezitten, een grote uitwijkmogelijkheid van het arbeidsdeel zonder het gevaar van een blijvende vervorming daarvan, verkregen worden.
30 Een eenvoudige constructie van de gereeds chap drager wordt ver kregen, wanneer het houderdeel aan de begrenzingselementen bevestigd is. Zijn daarbij voor de bevestiging van het houderdeel aan de begrenzings— elementen twee op enige afstand van elkaar zich bevindende schroeven gebruikt, welke zowel door de begrenzingselementen als het houderdeel 35 dringen, en bevinden zich tussen de begrenzingselementen op de schroeven 7908080 < 3 <» afstandsbussen, waarvan de lengte groter is als de dikte van het houderdeel, dan is ook binnen de begrenzingselementen een extra zijdelingse beweging van het houderdeel voor een verdere vergroting van de uitwijkmogelijkheid, aanwezig.
5 Sen extra verbetering van de uitwijkmogelijkheid van het ar- beidsdeel wordt verkregen, doordat de afstandsbussen en de daartoe in het houderdeel aanwezige gaten een vierhoekige vorm hebben, waarbij de in de langsrichting van het houderdeel verlopende hoogte van de gaten groter dan de hoogte van de afstandsbussen is.
10 Als gevolg van deze maatregel kunnen de afzonderlijke blad- ‘ veren bij zijdelings elastisch uitbuigen van het houderorgaan in een langsrichting onderling verschuiven, zodat een zuivere buigbelasting en niet bovendien een trek of drukbelasting in de langsrichting ontstaat. Om extra bevestigingselementen voor de begrenzingselementen 15 te kunnen besparen, zijn met behulp van de beide schroeven ter beves tiging van het houderdeel ook de begrenzingselementen aan de gereed-schapdrager aangebracht, niettegenstaande deze verschuifbaarheid van de bladveren onderling wordt een stevige bevestiging van de bewerkingstan-den verkregen, wanneer de beide schroeven boven elkaar gelegen zijn.
20 Voor het verhinderen van beschadiging van de bewerkingstanden dient ook de extra maatregel volgens de uitvinding, dat het arbeidsdeel met behulp van twee bevestigingselementen aan het houderdeel is aangebracht, waarbij het ene bevestigingselement een kleinere doorsnede dan het andere heeft en als breukbeveiligingselement dient. Hierdoor 25 kan het arbeidsdeel zelf een nog grotere in de grond aanwezige steen passeren, indien de uitwijkmogelijkheid van het houderdeel daartoe niet meer voldoende zou zijn. Een extra voordeel wordt verkregen, dat een aanslag aanwezig is, welke na breuk of verwijdering van het als breukbeveiligingselement dienende bevestigingselement het arbeidsdeel 'in 30 een ten opzichte van de draairichting van de gereedschapdrager naar ach teren hellende stand houdt. Als gevolg van deze maatregel neemt het arbeidsdeel na het afscheuren van een breukbeveiligingselement de voor het glijden over de steen gunstige, schuin naar achteren hellende stand in. Bovendien kan deze stand door het verwijderen van het als breukbevei-35 ligingselement aanwezige bevestigingselement vooraf ingesteld worden.
7908090 T ’ * k
Hierdoor wordt een nog betere verkruimelende werking bereikt, welke voor het gereed maken van een zaadbed op een reeds geploegde akker aan te bevelen is.
Volgens een eenvoudige uitvoeringsvorm reikt hierbij het 5 houderdeel in een vorkvormig uitgevoerd aanzetsel van het arbeidsdeel, waarbij het als breukbeveiligingselement aanwezige bevestigingselement in de draairichting*van de gereedsehapdrager gezien, zich achter het andere bevestigingselement bevindt. Voorts wordt met oog op het hiervoor bedoelde toepassingsdoel een verdere vereenvoudiging van de 10 constructie van de bewerkingstanden verkregen, doordat als aanslag voor het in de draairichting van de gereedsehapdrager gezien, achterste deel van het ondereinde van het houderdeel als steun voor het ondervlak van het vorkvormig uitgevoerde aanzetsel aanwezig is.
Tenslotte wordt volgens de uitvinding voorgesteld, dat het 15 arbeidsdeel langs zijn, in de draairichting van de gereedsehapdrager gezien, voorste kant, een zich met zijn brede zijde dwars op de draairichting uitstrekkende versterking heeft. Deze maatregel is in zoverre gunstig voor het oplossen van het gestélde doel, dat inkervingen aan de voorkant van de bewerkingstanden bij het aanstoten tegen stenen 20 in hoge mate vermeden worden.
Onder verwijzing naar de tekening wordt de uitvinding nader toegelicht. Daarin toont: figuur 1 een bewerkingstand volgens de uitvinding in zijaanzicht en 25 figuur 2 de tand in doorsnede over de lijn I-I van figuur 1.
De naar de grond gekeerde bewerkingskant 1 bestaat uit een bovenste elastisch, houderdeel 2. alsmede een onderst, star bewerking s:— deel 3 en bevindt zich. aan de binnenzijde- van de. gedeeltelijk weer ge— geven gereedsuhapdrager ^, welke meedraaiend met de aandrijfas' 5 ver-? 30 bonden is en in de door de pijl 6 weergegeven draairichting wordt aan-- gedreven, Hierbij heeft Set houderdeel 2. een in de draairichting 6 lang-? gerekte doosnede, alsmede vier met hun brede zijden tegen elkaar aanliggende bladveren 7, terwijl het arbeidsdeel 3 over iets-meer dan de halve, lengte L zich. over de. bewerkingstand 1 uitstrekt.
35 De. bladveren 7 hebben een dikte d van elk. 2 mm, 7908090 * <* 5
Aan weerskanten van de. "Brede zieden van Eet Eouderdeel 2 zijn de plaatvormig uitgevoerde Bsgrenzingselementen 8 aanwezig, welke, naar onderen tot over de halve lengte 1 van Bet Ecruderdeel 2 reiken en uit verend materiaal Bestaan, waardij zij een aanzienlijk, grotere veer?? 5 constante EeBBen dan Eet Eouderdeel 2. Voortsr verlopen de BinnenvlaRken 9 van de Eegenzihgselementen 8 naar onderen, overeenkomstig de Buiglijn van Eet Eouderdeel 2 divergerend.
Voor de Bevestiging van Eet Eouderdeel 2 alsmede de Begrens zingselementen 8 aan de. gereedscfiapdrager 4 zijn de. Beide scEroaven 10 10 aanwezig, welke op een afstand a Boven elkaar gelegen zijn. Op deze schroeven IQ Bevinden. zicE tussen de Begrenzingselementen 8 af stands?-Bussen 11,. waarvan de lengte B. groter isr dan de dikte D van Eet Houder-? deel 2. Bovendien EeBBen de afstandsBussen 11,' en de daartoe, in Eet Eöu-=-derdeel 2 aanwezige gaten 12 een vier Hoekige vorm, waarBij de in de* 15 langsricEting van Eet Eouderdeel 2 verlopende Hoogte7 Hl van de gaten 12 groter dan de Hoogte E van de afstandsBussen 11 is.
Aan het Boveneinde is een arneidsBeel 3 van . een vorkvormige· aanzetsel 13 voorzien, waarin het ondereinde van het Eouderdeel..2 reikt.
Voor het Bevestigen van het arBeidsdeel 3 aan Het Ecmderdeel 2 zijn 20 de Beide schroefvormig uitgevoerde Bevestigingselementen 1¾ en IJ aan wezig, waarvan de in de’ draairichting 6 gezien achterste élement ik een kleinere doorsnede heeft en als BreuEBeveiligingselement dient..
Bij Breuk of na het wegnemen van dit Bevestigingselèment ik zwenkt Eet aroeidsdeel 3 om het voorste Bevestigingselement IJ zover naar achteren, 25 dat het ondervlak-1 €. van het vorkvormige aanzetsel 13 tegen de door het achterste deel van het ondereinde van het Eouderdeel 2 gevormde, aar-? slag 17 aankomt en hierBij de met streepstippellijnen weergegeven stand 3’ inneemt.
Tenslotte heeft het arBeidsdeel 3 langs zijn ÏH de draai.-? 30 richting 6 gezien, voorste, kant 18 een met de Brede zijde, dwars op de.
draairichting 6 zien. uitstrekkende versterking IJ.
7908090

Claims (14)

1. Grondbeverkingsmachine met tenminste een roterend aangedreven gereedschapdrager, waaraan zijdelings op enige afstand ten opzichte van de aandrijfas tenminste een naar de grond gerichte en uit 5 een bovenst verend houderdeel alsmede een onderst star arbeidsdeel bestaande beverkingstand is aangebracht, met het kenmerk, dat het houderdeel (2) in de draairichting (6) van de gereedschapdrager (k) een langgerekte doorsnede heeft, en dat het arbeidsdeel (3) zich tenminste nagenoeg over de halve lengte (L) van de bewerkingstand (1) uitstrekt.
2. Grondbeverkingsmachine volgens conclusie 1, met het ken merk,. dat het houderdeel (2) uit een aantal met hun brede zijden tegen elkaar aanliggende bladveren (7) bestaat.
3. Grondbeverkingsmachine volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de dikte (d) van elke bladveer (7) maximaal 3 mm bedraagt. 15 k.Grondbeverkingsmachine volgens conclusies 1-3, met het kenmerk, dat aan beide brede zijden van het houderdeel (2) een star aan de gereedschapdrager (k) bevestigd begrenzingselement (8] aanwezig is, en dat deze begrenzingselementen (8) zich tenminste over de halve lengte (l) van het houderdeel (2) naar- onderen toe uitstrekken. 20 5· Grondbeverkingsmachine volgens conclusie U, met het kenmerk, dat de binnenvlakken (9) van de begrenzingselementen (8) naar onderen toe divergerend overeenkomstig de buiglijman het houderdeel (2) verlopen.
6. Grondbeverkingsmachine volgens conclusie k of 5,. met het 25 kenmerk, dat de begrenzingselementen (8) als een naar onderen toe open huis zijn uitgevoerd.
7· Grondbeverkingsmachine volgens conclusies b of 5, met het kenmerk, dat de begrenzingselementen (8) plaatvormig zijn uit gevoerd, uit verend materiaal bestaan en een aanzienlijk grotere veerconstante 30 hebben dan het houderdeel (2).
8. Grondbeverkingsmachine volgens conclusies U-7, met het kenmerk, dat het houderdeel (2) aan de begrenzingselementen (8) bevestigd is. -
9. Grondbeverkingsmachine volgens, conclusie 8, met het kenmerk, 35 dat ter bevestiging van het houderdeel (2) aan de begrenzingselementen (8) twee op enige afstand (a), van elkaar zich. bevindende schroeven (10] 7908090 τ Τ ·> aanwezig zijn, welke zowel door de "be grenzings element en (8) als door het houder deel (2) heenlopen, en dat zich tussen de hegr enzings elementen (8) op de schroeven (10) afstandsbussen (11) bevinden, waarvan de lengte (b) groter dan de dikte (D) van het houderdeel (2) is.
10. Grondbewerkingsmachine volgens conclusies 8 en 9, met het kenmerk, dat de afstandsbussen (11) en de daartoe in het houderdeel (2) aanwezige gaten (12) elk een vierhoekige vorm hebben, waarbij de in de langsrichting van het houderdeel (2) verlopende hoogte (H) van de gaten (12) groter is dan de hoogte (h) van de afstandsbussen (11).
11. Grondbewerkingsmachine volgens conclusies 8-10, met het kenmerk, dat met behulp van de beide schroeven (10) ter bevestiging van het houderdeel (2) ook de begrenzingselementen (8) aan de gereed-schapdrager (1) zijn aangebracht.
12. Grondbewerkingsmachine volgens conclusies 8-11, met het 15 kenmerk, dat de beide schroeven (10) boven elkaar gelegen zijn.
13. Grondbewerkingsmachine volgens conclusies 1-12, met het kenmerk, dat het arbeidsdeel (3) met behulp van twee bevestigingsele-menten (1¼, 15) aan het houderdeel (2) is aangebracht, waarvan het ene bevestigingselement (1¼} een kleinere doorsnede dan het andere 20 bevestigingselement (15) heeft en als breukbeveiligingselement dient. 1¼. Grondbewerkingsmachine volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat een aanslag (17) aanwezig is, welke na breuk of verwijdering van het als breukbeveiligingselement dienende bevestigingselement (1¼) het arbeidsdeel (3) in een ten opzichte van de draairichting (6) van 25 de gereedschapdrager (¼) naar achteren hellende stand houdt.
15. Grondbewerkingsmachine volgens conclusies 13 en 1^ net het kenmerk, dat het houderdeel (2) in een vorkvormig uitgevoerd aanzetsel (13) van het arbeidsdeel (3) reikt en dat het als breukbeveiligingselement dienende bevestigingselement (1¼) zich in de 30 draairichting (6) van de gereedschapdrager (¼) gezien, achter het andere bevestigingselement (15) bevindt.
16. Grondbewerkingsmachine volgens conclusies 13-15, met het kenmerk, dat als aanslag (17) voor het, in de draairichting (6) van de gereedschapdrager (k) gezien, achterste deel, het ondereinde van het 35 houderdeel (2) als steun voor het ondervlak (16) van het vorkvormige uitgevoerde aanzetsel (13) dient. 7908050 ¥
17· Grondbewerkingsmachine volgens conclusies 1-16, met het kenmerk, dat het arbeidsde'el (3) langs zijn, in de draairichting (6) van de gereedschapdrager (10 gezien, voorkant (18) een zich met zijn brede zijde dwars op de draairichting (6) uitstrekkende versterking 5 (19) heeft. 7908090
NL7908090A 1978-11-20 1979-11-05 Grondbewerkingsmachine. NL7908090A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE19782850226 DE2850226C2 (de) 1978-11-20 1978-11-20 Bodenbearbeitungsmaschine
DE2850226 1978-11-20

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7908090A true NL7908090A (nl) 1980-05-22

Family

ID=6055115

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7908090A NL7908090A (nl) 1978-11-20 1979-11-05 Grondbewerkingsmachine.

Country Status (5)

Country Link
AT (1) AT363268B (nl)
DE (1) DE2850226C2 (nl)
FR (1) FR2441323A1 (nl)
GB (1) GB2039201B (nl)
NL (1) NL7908090A (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8304356A (nl) * 1983-12-20 1985-07-16 Lely Nv C Van Der Grondbewerkingsmachine.
US4706761A (en) * 1985-01-31 1987-11-17 Roper Corporation Tilling machine with pivotal bi-directional operative tines
FR2780236B1 (fr) * 1998-06-26 2000-09-08 Tiverton Limited Herse rotative et dents pour l'equipement d'une telle herse
ATE262776T1 (de) * 2000-02-18 2004-04-15 Pellenc Sa Bodenbearbeitungsmaschinengerät
NO336586B1 (no) * 2013-10-18 2015-09-28 Kverneland Group Operations Norway As Festearrangement for bladfjørsammenstilling
CN105284229B (zh) * 2015-09-30 2017-10-24 中南林业科技大学 一种松土方法及新型松土机构及侧置松土作业头

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE468641C (de) * 1928-11-17 Johannes Grams Abfederung fuer die Zinken von Bodenfraesen
DE508715C (de) * 1925-09-30 1930-10-01 Siemens Schuckertwerke Akt Ges Umlaufendes, federnd angeordnetes Werkzeug fuer Bodenbearbeitungsmaschinen
US1635442A (en) * 1926-07-06 1927-07-12 Carl G Sigurd Break-pin device for cultivators
FR896594A (fr) * 1943-07-19 1945-02-26 Outil pour fraiser le sol et comportant plusieurs ressorts de torsion
NL7613805A (nl) * 1976-12-13 1978-06-15 Texas Industries Inc Grondbewerkingsmachine.

Also Published As

Publication number Publication date
ATA720679A (de) 1980-12-15
AT363268B (de) 1981-07-27
FR2441323B1 (nl) 1983-11-18
GB2039201A (en) 1980-08-06
GB2039201B (en) 1982-09-22
DE2850226C2 (de) 1980-09-18
FR2441323A1 (fr) 1980-06-13
DE2850226B1 (de) 1980-01-24

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL7908090A (nl) Grondbewerkingsmachine.
RU2733439C1 (ru) Рабочий орган для обработки почвы
US3155169A (en) Cultivator shield device
JP6857393B2 (ja) 農作業機
US397632A (en) Cultivator and harrow
NO159431B (no) Rysteharv.
RU2793464C1 (ru) Орудие для глубокой обработки почвы
US998823A (en) Harrow attachment for plows.
US80015A (en) rqtjtt
US846876A (en) Cultivator.
RU72109U1 (ru) Дисковое почвообрабатывающее орудие
RU142923U1 (ru) Глубокорыхлитель навесной
RU2479179C2 (ru) Глубокорыхлитель навесной
US1215096A (en) Cultivator.
US467415A (en) Cultivator
US660095A (en) Weeder.
US849396A (en) Cultivator.
US269564A (en) Cultivator
US94774A (en) Improvement in combined plow and scraper
US418953A (en) Cultivator
RU61976U1 (ru) Выравниватель - грядоделатель для лесных питомников
RU23723U1 (ru) Рабочий орган для безотвальной обработки почвы
US135301A (en) Improvement in corn-coverers
US881379A (en) Plowshare.
US81034A (en) Improvement in hand-cultivators

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed