NL8004010A - Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardigen daarvan. - Google Patents

Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardigen daarvan. Download PDF

Info

Publication number
NL8004010A
NL8004010A NL8004010A NL8004010A NL8004010A NL 8004010 A NL8004010 A NL 8004010A NL 8004010 A NL8004010 A NL 8004010A NL 8004010 A NL8004010 A NL 8004010A NL 8004010 A NL8004010 A NL 8004010A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
layer
floor covering
felt
carrier
plastic
Prior art date
Application number
NL8004010A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Forbo B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Forbo B V filed Critical Forbo B V
Priority to NL8004010A priority Critical patent/NL8004010A/nl
Priority to EP81200791A priority patent/EP0044114A1/en
Publication of NL8004010A publication Critical patent/NL8004010A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B32LAYERED PRODUCTS
    • B32BLAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
    • B32B5/00Layered products characterised by the non- homogeneity or physical structure, i.e. comprising a fibrous, filamentary, particulate or foam layer; Layered products characterised by having a layer differing constitutionally or physically in different parts
    • B32B5/22Layered products characterised by the non- homogeneity or physical structure, i.e. comprising a fibrous, filamentary, particulate or foam layer; Layered products characterised by having a layer differing constitutionally or physically in different parts characterised by the presence of two or more layers which are next to each other and are fibrous, filamentary, formed of particles or foamed
    • B32B5/24Layered products characterised by the non- homogeneity or physical structure, i.e. comprising a fibrous, filamentary, particulate or foam layer; Layered products characterised by having a layer differing constitutionally or physically in different parts characterised by the presence of two or more layers which are next to each other and are fibrous, filamentary, formed of particles or foamed one layer being a fibrous or filamentary layer
    • B32B5/245Layered products characterised by the non- homogeneity or physical structure, i.e. comprising a fibrous, filamentary, particulate or foam layer; Layered products characterised by having a layer differing constitutionally or physically in different parts characterised by the presence of two or more layers which are next to each other and are fibrous, filamentary, formed of particles or foamed one layer being a fibrous or filamentary layer another layer next to it being a foam layer
    • DTEXTILES; PAPER
    • D06TREATMENT OF TEXTILES OR THE LIKE; LAUNDERING; FLEXIBLE MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • D06NWALL, FLOOR, OR LIKE COVERING MATERIALS, e.g. LINOLEUM, OILCLOTH, ARTIFICIAL LEATHER, ROOFING FELT, CONSISTING OF A FIBROUS WEB COATED WITH A LAYER OF MACROMOLECULAR MATERIAL; FLEXIBLE SHEET MATERIAL NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • D06N7/00Flexible sheet materials not otherwise provided for, e.g. textile threads, filaments, yarns or tow, glued on macromolecular material
    • D06N7/0005Floor covering on textile basis comprising a fibrous substrate being coated with at least one layer of a polymer on the top surface
    • D06N7/0007Floor covering on textile basis comprising a fibrous substrate being coated with at least one layer of a polymer on the top surface characterised by their relief structure
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B32LAYERED PRODUCTS
    • B32BLAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
    • B32B19/00Layered products comprising a layer of natural mineral fibres or particles, e.g. asbestos, mica
    • B32B19/06Layered products comprising a layer of natural mineral fibres or particles, e.g. asbestos, mica next to a fibrous or filamentary layer
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B32LAYERED PRODUCTS
    • B32BLAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
    • B32B27/00Layered products comprising a layer of synthetic resin
    • B32B27/12Layered products comprising a layer of synthetic resin next to a fibrous or filamentary layer
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B32LAYERED PRODUCTS
    • B32BLAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
    • B32B27/00Layered products comprising a layer of synthetic resin
    • B32B27/40Layered products comprising a layer of synthetic resin comprising polyurethanes
    • DTEXTILES; PAPER
    • D06TREATMENT OF TEXTILES OR THE LIKE; LAUNDERING; FLEXIBLE MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • D06NWALL, FLOOR, OR LIKE COVERING MATERIALS, e.g. LINOLEUM, OILCLOTH, ARTIFICIAL LEATHER, ROOFING FELT, CONSISTING OF A FIBROUS WEB COATED WITH A LAYER OF MACROMOLECULAR MATERIAL; FLEXIBLE SHEET MATERIAL NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • D06N7/00Flexible sheet materials not otherwise provided for, e.g. textile threads, filaments, yarns or tow, glued on macromolecular material
    • D06N7/0005Floor covering on textile basis comprising a fibrous substrate being coated with at least one layer of a polymer on the top surface
    • D06N7/006Floor covering on textile basis comprising a fibrous substrate being coated with at least one layer of a polymer on the top surface characterised by the textile substrate as base web
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B32LAYERED PRODUCTS
    • B32BLAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
    • B32B2471/00Floor coverings

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Laminated Bodies (AREA)
  • Synthetic Leather, Interior Materials Or Flexible Sheet Materials (AREA)
  • Floor Finish (AREA)

Description

ψ·'»»* 80 0 4 01Q
Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardlafeftffla&TTOn^ ^ * - - -......... t' ~ fjlhuipim
Er zijn de laatste tijd .vloerbedekkingsmaterialen ontwik- * ' i» .
keld, die bestaan uit een gelaagd samensfrel van een dragerlaag uit vezelmateriaal met aan de'bovenzijde daarvan een laag geschuimde kunststof, die is afgedekfc ra'et een slijtlaag, terwijl aan de onder-5 zijde soms een ruglaag uit kunststof is aangebracht. De geschuimde. ·' bovenlaag bestaat daarbij meestal uit polyvinylchloride. Deze ,ge- * schuimde laag is elastisch, en kan op talloze wijzen en met willekeurige patronen worden gekleurd en/of bedrukt. Het schuimen kan 1 voorts zodanig worden geregeld, dat volgens elk gewenst patroon dik- 10 teverschillen kunnen worden verkregen, die in het bijzonder met een * kleurpatroon kunnen samenvallen.
Als vezelmateriaal werd tot voor kort veelal asbestvilt gebruikt. De deklagen van dergelijk materiaal vertonen krimpver-schijnselen, waarbij de krimp optreedt bij het geleren, en voorts 15 door spanningsrelaxatieverschijnselen e.d., welke krimp tot het opkrullen van het materiaal zal leiden. Derhalve wordt dergelijk vloer-bedekkingsmateriaal bij voorkeur op de vloer vastgelijmd. Er worden * V* - *·'* ··. '* m echter aan de verwerking en toepassing van asbesthoudende materialen _________wegens de gevaren voor de gezondheid steeds meer beperkingen opgelegd, . ?p jspdat men op een ander dragermateriaal is overgegaan.
Als vervangingsmateriaal voor asbestvilt wordt nu meestal glasvezelvlies gebruikt, dat bij een zeer geringe vezeldichtheid een * ij voldoende sterkte heeft. Ddar de openingen tussen de vezels groot zijn, zal de schuimstof bij het aanbrengen In de holten dringen. Bij -25 het schuimen hangt het schuimeffect af van de laagdikte, zodat daar, waar de schuimstof in de glasvezellaag is gedrongen, het schuimeffect sterker zal zijn dan in punten, waar geen indringing heeft plaatsgevonden, zodat de oppervlaksstructuur van het glasvlies versterkt aan het oppervlak van de schuimstoflaag zichtbaar wordt. Der-30 halve wordt meestal tussen het vlies en de schuimlaag een tussen]aag-je uit niet schuimende kunststof aangebracht om het glasvliesopper-vlak eerst af te vlakken. Dit vereist echter een bijkomende bewerking.
Een ander bezwaar van het glasvezelvlies is, dat bij het 35 hanteren ervan kleine stukjes glasvezel in de handen kunnen dringen, hetgeen tot hinderlijke huidprikkeling aanleiding kan geven. Der- i» - 2 - halve wordt op de achterzijde van het glasvezelvlies meestal een rug-laag uit kunststof aangebracht, teneinde het loslaten van de glasvezels tegen te gaan.
Dergelijk materiaal vertoont echter een sterke krul, die 5 eveneens het vastlijmen ervan op de vloer nodig maakt, waarbij de krul zelfs zo sterk kan zijn, dat de lijm wordt losgetrokken. Dit is het gevolg van het feit, dat het glasvezelvlies in de krimprichting van de schuimlaag zeer stijf is, en dus in het geheel niet meegeeft, hetgeen nog wordt versterkt door de aan het oppervlak van het vlies 10 aangebrachte tussenlaag, die in het glasvezelvlies dringt, en dan een stijve gewapende kunststoflaag vormt. Het neutrale vlak van de buiging ligt dan betrekkelijk laag, en wel in de omgeving van het midden van de glasvezellaag.
Deze sterke krul kan worden tegengegaan door de ruglaag, 15 die om de voornoemde reden toch al moet worden aangebracht, zodanig uit te voeren, dat het krimpgedrag daarvan met dat van de bovenlaag vergelijkbaar is, rekening houdend met het feit, dat het eigen gewicht van het materiaal de krul al enigszins tegenwerkt. Wegens de voornoemde ligging van het neutrale vlak moet de dikte ervan verge-20 lijkbaar met de totale dikte van de bovenlaag worden gemaakt.
Een dergelijk symmetrisch opgebouwd gelaagd samenstel blijkt betrekkelijk goed krulvrij te zijn. Er moet echter ook voor worden gezorgd, dat de verschillende lagen zodanige rekeigenschappen hebben, dat bij het oprollen geen blijvende kromming ontstaat.
25 Bij het aanbrengen van dergelijke ruglagen is gebleken, dat daarin luchtblazen of zelfs‘kraters worden gevormd, die een gevolg »· zijn van het feit, dat tijdens het aanbrengen van de ruglaag de lucht tussen de glasvezels door verwarming gaat uitzetten, welke lucht in resp. door de nog weke ruglaag dringt. Dit heeft een ongunstige uit-30 werking op het uiterlijk van de ruglaag, die de verkoopbaarheid schaadt. Deze luchtverdringing kan worden vermeden door de holten van het glasvezelvlies met kunststof te vullen, of tenminste vóór het aanbrengen van de eigenlijke ruglaag een dicht tussenlaagje aan te brengen, dat de lucht tegenhoudt. Dit leidt echter tot bijkomende be-35 werkings- en materiaalkosten.
Hoewel op deze wijze een vloerbedekkingsmateriaal wordt verkregen,· dat van goede hoedanigheid is, en dat een betrekkelijk geringe krul vertoont, zijn de vervaardigingskosten aanmerkelijk, niet alleen wegens de prijs van het glasvezelvlies en van het materiaal 8004010 t.
ί V
} ; -- -- -- 3 - van de verschillende lagen, doch ook wegens het· aantal bewerkingen, f: * dat moet worden uitgevoerd. Ben bijkomend nadeel van het grote aan- Ί - i tal bewerkingen, dat eveneens een ongunstige invloed op de prijs heeft, is, dat elke bjewerkingsstap tot een bepaalde hoeveelheid we-5 gens fouten af te keuren materiaal leidt. - - 1
De uitvinding bèoogt een gelaagd vloerbedekkingsmateriaal te verschaffen, dat op een goedkopere.wijze kan worden vervaardigd, zonder dat daaraan de krulonderdrukking of het uiterlijk van het ma- *,0 teriaal wordt opgeofferd, waarbij in het bijzonder een betrekkelijk « 10 voordelig materiaal wordt verkregen, dat zo weinig krult, dat het niet meer behoeft te worden vastgelijmd, zodat het ook door weinig of niet vakkundige personen kan worden gelegd.
Het vloerbedekkingsmateriaal volgens de uitvinding heeft daartoe als kenmerk, dat de drager bestaat uit een vezelvilt of ve-15 zelraateriaal met vergelijkbare dichtheid, waarop de bovenlaag en de ruglaag zonder tussenlaag zijn aangebracht, terwijl de voor het opheffen van de krul dienende ruglaag dunner is dan de totale bovenlaag, waarbij de ruglaag in het bijzonder een in hoofdzaak homogene kunststoflaag kan zijn, waarvan de dikte vergelijkbaar is met die .20 van de slijtlaag.
^ Wanneer namelijk vezelvilt, bijvoorbeeld steenwolvilt, tex- _________ tielvilt, papierachtig materiaal of dergelijke, wordt gebruikt, is de meegevendheid daarvan in de krimprichting van de bovenlaag vrij groot, en aanmerkelijk groter dan die van het voornoemde glasvezel-25 vlies, hetgeen de kans op opkrullen al vermindert. Bovendien is de afwezigheid van een tussenlaag gunstig voor deze meegevendheid. Verrassenderwijs is gebleken, dat al met betrekkelijk dunne ruglagen een uitstekende krulvereffening kan worden verkregen, in het bijzonder in het geval van homogene kunststoflagen-, waarbij dan eep laagdikte, 50 die vergelijkbaar is met die van de slijtlaag, al voldoende is. Bij gebruik van geschuimde ruglagen is de dikte daarvan bij eenzelfde krulvereffeningseffect aanmerkelijk geringer dan in het geval van een drager uit glasvezelvlies. Een en ander leidt tot een dienovereenkomstig grote materiaalbesparing, terwijl ook een aanmerkelijke 55 besparing door het geringere aantal bewerkingstrappen kan worden verkregen.
Het gebruik van dunnere ruglagen laat bij toepassing van een bepaalde werkwijze volgens de uitvinding bovendoen toe deze ruglagen zonder blazen of kraters te vervaardigen, zodat dan het uiter- - k - lijk daarvan onberispelijk wordt.
De werkwijze volgens de uitvinding heeft daarbij als kenmerk, dat van de bovenste schuimlaag resp. ruglaag die laag, die het laatst wordt aangebracht, zodanige gelerings- of hardingseigenschap-5 pen heeft, en met een zodanige dikte op de dragerlaag wordt aangebracht, dat het bij verwarming uit de drager verdreven gas geen vorming van blazen, kraters of ingesloten luchtbellen zal veroorzaken, en wel doordat de gelering dan wel harding zodanig kan worden beheerst, dat deze laag ofwel zo snel geleert of verhardt, dat het gas * 10 niet meer kan ontsnappen, ofwel zo lang kan worden uitgesteld, dat al het gas door de nog weke laag is ontsnapt, waarbij dan de dikte van deze laag zodanig gering is en de materiaaleigenschappen ervan zodanig zijn, dat het gas zonder aanmerkelijke weerstand wordt doorgelaten.
15 In de regel zal men de ruglaag het laatst aanbrengen, daar deze het dunst is, zodat de gelering of harding daarvan gemakkelijker kan worden beheerst. De bovenlaag kan echter vóór het schuimen al voldoende dun zijn om eveneens als laatste laag te kunnen worden gebruikt. Voor de ruglaag kan daarbij een plastisol worden gebruikt, 20 d.w.z. een in hoofdzaak homogene laag, terwijl ook een geschuimde kunststof kan worden gebruikt, waarbij in beide gevallen de laag uit polyvinylchloride kan bestaan, terwijl het ook mogelijk is een ther-mohardende kunststof te gebruiken, bijvoorbeeld een polyurethan.
Het van ouds bekende asbestvilt kan eventueel voor het ma-25 teriaal volgens de uitvinding worden gebruikt, daar door het aanbrengen van een dergelijke ‘ruglaag het materiaal los kan worden gelegd en niet meer behoeft te worden vastgelijmd. Een bezwaar van het gangbare asbestmateriaal was namelijk, dat bij het later verwijderen de lijmlaag dikwijls sterker blijkt te zijn dan de asbestviltlaag, 30 zodat dan asbestvezels vrijkomen, in het bijzonder ook bij het afkrabben van de vastgeplakte resten. Bij los te leggen materiaal bestaat dit bezwaar echter niet. Een bezwaar van asbestvilt is echter, dat dit bij verwarming ontledingsgassen voortbrengt, zodat de gasontwikkeling veel sterker zal zijn dan bij steenwol- of andere vilten.
35 Bij het gebruik van asbestvilt zal bij toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding de kans op luchtblazen of kraters groter zijn, zodat dienovereenkomstig zorgvuldig moet worden gewerkt.
Volgens de uitvinding kan een vloerbedekkingsmateriaal worden verkregen, dat op een aanmerkelijk goedkopere wijze dan het gang- 8004010 - 5 - bare glasvezelvlies bevattende materiaal kan worden vervaardigd, en dat een geringere krul vertoont dan het duurdere materiaal, zodat het uitstekend geschikt is om los te worden gelegd, hetgeen de kosten voor de gebruiker nog verlaagt.
5 Aan de ruglaag dient verder slechts de eis te worden ge steld, dat deze de door krimpverschijnselen in de bovenlaag veroorzaakte krul door overeenkomstige krimpverschijnselen en elastische werking kan opheffen. Daar de krimp van de bovenlaag door weekmaker-verlies, spanningsrelaxaties e.d. blijft doorgaan, dient ook het 10 krimpgedrag in de tijd van de ruglaag zo goed mogelijk aan dit verloop te worden aangepast, waarbij ook het elastische gedrag van de ruglaag tot de krulbestrijding bijdraagt.
De uitvinding zal in het onderstaande nader worden toegelicht aan de hand van een tekening, waarin een schematische doorsne-15 de van een uitveeringsvoorbeeld van vloerbedekkingsmateriaal volgens de uitvinding is weergegeven.
Het in de tekening afgebeelde materiaal omvat een drager-laag 1, die uit een geschikt vezelmateriaal bestaat, bijvoorbeeld steenwolvilt of dergelijke, welk materiaal een zodanige vezeldicht-20 heid heeft, dat het bovenoppervlak 2 ervan in hoofdzaak glad is, en in het bijzonder geen grote tussenruimte tussen de vezels vertoont. Op het oppervlak 2 is een laag 3 uit geschuimde kunststof aangebracht, die met een slijtlaag 4 is afgedekt. Op het benedenoppervlak 5 van de dragerlaag 1 is een ruglaagje 6 aangebracht.
25 De dragerlaag 1 bestaat, zoals vermeld, uit een dicht ve zelmateriaal, dat een veel grotere dichtheid dan glasvezelvlies heeft, en dat nochtans goedkoper kan zijn dan glasvezelvlies, dat met kunststof is gevuld of van kunststoflaagjes is voorzien. Doordat het bovenoppervlak 2 veel geslotener is dan bij glasvezelvlies, kan de 30 schuimlaag 3 rechtstreeks op het oppervlak 2 worden aangebracht, zonder dat het materiaal ervan aanmerkelijk in de holten van de laag 1 dringt. De structuur van de dragerlaag 1 zal dan niét aan het oppervlak zichtbaar worden. De slijtlaag 4 bestaat uit een dichte slijtvaste kunststof* De lagen 3 en 4.zijn van de gangbare soort.
35 Het ruglaagje 6, dat op het benedenoppervlak 5 is aange bracht, is een dun laagje van een dichte kunststof, dat bijvoorbeeld pas op de drager wordt aangebracht, nadat de lagen 3 en 4 al zijn gevormd. Het laagje 6 is naar verhouding dun, en heeft in het afgebeelde geval een dikte, die vergelijkbaar is met die van de slijtlaag 800 40 10 - 6 - *l·. Daar de viltlaag 1 de krimp van de laag 3 in zekere mate kan volgen, ligt het neutrale vlak van de krul betrekkelijk hoog, zodat het dunne laagje 6 op een naar verhouding grote afstand van het neutrale vlak ligt, en derhalve dun kan zijn en nochtans het gewenste effect 5 kan hebben. Dunne laagjes zijn ook met het oog op de kosten gunstig.
Om een dergelijk vloerbedekkingsmateriaal te vervaardigen kan op verschillende wijzen worden gewerkt.
Bij een eerste uitvoeringsvorm volgens de uitvinding worden eerst de lagen 3 en k op de drager 1 aangebracht. Het oppervlak • 10 2 wordt door deze lagen gesloten. Bij het aanbrengen van de ruglaag 6 moet worden vermeden, dat bij verwarming van de drager 1 daaruit ontwijkende lucht de laag 6 beschadigt. Bij deze uitvoeringsvorm wordt de samenstelling van de laag 6 zodanig gekozen, dat de uiteindelijke gelering dan wel harding van deze laag wordt vertraagd tot-15 dat de uitgezette lucht uit de laag 1 door de nog weke laag 6 heen is ontweken. De laag 6 is daarbij zo dun en heeft zodanige eigenschappen, dat de weerstand in de weke toestand niet zo groot is, dat het doortreden van de lucht aanmerkelijk wordt gehinderd.
De laag 6 kan daarbij uit een zgn. plastisol bestaan, dat 20 na geleren een in hoofdzaak homogene laag vormt. Het is echter ook raogelijk een schuimende kunststof te gebruiken, die dan wel dikker wordt dan in het geval van een homogene laag.
Bij een tweede uitvoeringsvorm wordt de laag 6 zodanig uitgevoerd, dat het geleren dan wel harden ervan zeer snel plaatsvindt, 25 en in het bijzonder voordat een aanmerkelijke hoeveelheid lucht uit de dragerlaag 1 is ontsnapt'.
De laag 6 kan uit PVC bestaan, en een zodanige samenstelling hebben, dat de krimp bij het geleren, en verder in de tijd door verlies van weekmaker, door spanningsrelaxatie e.d., voldoende is om 30 de door soortgelijke krimpverschijnselen veroorzaakte krul op te heffen. Het is ook mogelijk een thermohardende kunststof, bijvoorbeeld polyurethan, te gebruiken, die eveneens tijdens het harden en öok later nog een bepaalde krimp vertoont. De laag 6 wordt verder bij opwaartse krul elastisch op trek belast, waarbij de trekspanning de 35 krul tegengaat.
Bij de beide voornoemde uitvoeringsvormen kan de laag 6 ook worden aangebracht voordat de laag 3 is geschuimd, waarbij dan het schuimen van de laag 3 en eventueel ook van de laag 6 pas later plaatsvindt.
8004010 - 7 -
Bij een derde uitvoeringsvorm volgens de uitvinding wordt eerst de laag 6 op het oppervlak 5 van de drager 1 aangebracht en ge-geleerd of gehard. De eisen, die aan de laag 6 worden gesteld, zijn daarbij dezelfde als in het geval van de voorgaande uitvoeringsvor-5 men, doch nu behoeft de gelerings- of hardingstijd van deze laag niet meer nauwkeurig beheersbaar te zijn. De laag 3 wordt pas daarna op het oppervlak 2 van de laag 1 aangebracht, waarbij de samenstelling daarvan zodanig wordt gekozen, dat ofwel de gelering nagenoeg onmiddellijk plaatsvindt, zodat geen lucht uit de laag 1 de laag 10 3 kan binnendringen, ofwel de gelering voldoende wordt vertraagd om ! de verdrongen lucht door de nog weke kunststof te kunnen laten ont wijken. De laag 3 is dan nog betrekkelijk dun, zodat de ontwijkende lucht geen aanmerkelijke weerstand ondervindt. Pas daarna wordt de laag 3 tot de gewenste uiteindelijke dikte geschuimd.
13 In de onderstaande tabel zijn gegevens ten aanzien van een gangbaar glasvezelvliesmateriaal en van een materiaal volgens de uitvinding vermeld.
Materiaal met glasvezelvlies_ Materiaal met steenwolvilt slijtlaag 0,20-mm slijtlaag 0,20 mm 20 schuimlaag 0,73 mm schuimlaag 0,75 mm glasvezelvlies 0,60 mm steenwolvilt 0,60 mm ruglaag 0,95 mm ruglaag 0,20 mm totale dikte 2,50 mm totale dikte 1,75 mm krul* h mm krul* 2 ram 25 * De krul wordt gemeten als de stijging van een hoekpunt van een
O
eenheidsplaatje van 25 x 25 mm , nadat dit gedurende 3 d op
Q
70 C is gehouden.
Uit deze tabel blijkt, dat met een zeer dunne ruglaag een 50 veel betere krulonderdrukking kan worden verkregen. Bij het eerstgenoemde materiaal zijn de tussenlagen niet genoemd, die naar verhouding dun zijn, doch die wel bijkomende bewerkingen vereisen. Wanneer bij het materiaal volgens de uitvinding een geschuimde ruglaag wordt gebruikt, wordt deze wegens de geringere dichtheid uiteraard dikker 35 om eenzelfde effect te bereiken, öok dan kan met een ruglaag worden gewerkt, die aanmerkelijk dunner is dan in het geval van glasvezelma-teriaal, welke ruglaag dan in de geschuimde toestand dunner kan zijn dan de bovenlaag. j)e gebruikte kunststoffen zijn van de gangbare soort, zodat deze niet nader behoeven te worden beschreven# 8004010

Claims (9)

1. Vloerbedekking, bestaande uit een gelaagd samenstel van een dragerlaag uit vezelmateriaal met aan de bovenzijde daarvan een laag geschuimde kunststof, die met een slijtlaag is afgedekt, terwijl aan de onderzijde van deze dragerlaag een ruglaag uit kunststof 5 is aangebracht, met het kenmerk, dat de drager bestaat uit een vezelvilt of vezelmateriaal met vergelijkbare dichtheid, waarop de bovenlaag en de ruglaag rechtstreeks zonder tussenlaag zijn aangebracht, terwijl de ruglaag dunner is dan de totale bovenlaag.
* 2. Vloerbedekking volgens conclusie 1, met het kenmerk, 10 dat de ruglaag een homogene kunststoflaag is, waarvan de dikte vergelijkbaar is met die van de slijtlaag.
3. Vloerbedekking volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het vezelvilt een steenwolvilt, textielvilt, papierachtig materiaal of asbestvilt is.
4. Vloerbedekking volgens een van de conclusies 1..3> met het kenmerk, dat de ruglaag uit een thermoplastisch materiaal, en in het bijzonder een plastisol,bestaat.
5· Vloerbedekking volgens een van de conclusies 1.*3> met het kenmerk, dat de ruglaag uit een thermo hardend materiaal, en 20 in het bijzonder een polyurethan,bestaat.
6. Werkwijze voor het vervaardigen van een vloerbedekking volgens een van de conclusies 1 ..5» met het kenmerk, dat van de bovenste schuimlaag dan wel de ruglaag die laag, die het laatst op de drager wordt aangebracht, zodanige gelerings- of hardings- 23 eigenschappen heeft, en met een zodanige dikte op de dragerlaag wordt ----------aangebracht, dat het bij verwarming uit de drager verdreven gas geen vorming van blazen, kraters of ingesloten luchtbellen in deze laag zal veroorzaken.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat 30 de gelering dan wel harding van de laag zodanig wordt beheerst, dat deze laag zo snel geleert dan wel verhardt, dat het gas niet meer kan ontsnappen.
8. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de gelering dan wel harding zodanig wordt beheerst, dat deze wordt 35 uitgesteld, tot al het gas door de nog weke laag is ontsnapt, waarbij de dikte en materiaaleigenschappen van deze drager zodanig zijn, dat het gas zonder aanmerkelijke weerstand wordt doorgelaten.
9. Werkwijze volgens een van de conclusies 6..8, met het kenmerk, dat de ruglaag het laatst wordt aangebracht. 8004010
NL8004010A 1980-07-11 1980-07-11 Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardigen daarvan. NL8004010A (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8004010A NL8004010A (nl) 1980-07-11 1980-07-11 Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardigen daarvan.
EP81200791A EP0044114A1 (en) 1980-07-11 1981-07-09 Method for manufacturing a flooring material

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8004010A NL8004010A (nl) 1980-07-11 1980-07-11 Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardigen daarvan.
NL8004010 1980-07-11

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8004010A true NL8004010A (nl) 1982-02-01

Family

ID=19835613

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8004010A NL8004010A (nl) 1980-07-11 1980-07-11 Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardigen daarvan.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP0044114A1 (nl)
NL (1) NL8004010A (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2298594B (en) * 1995-03-10 1999-03-10 Kurashiki Boseki Kk Facing for a seat
EP3222766A1 (en) 2016-03-22 2017-09-27 Polytex Sportbeläge Produktions-GmbH Machine for manufacturing artificial turf

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1029085A (en) * 1963-04-09 1966-05-11 Marley Tile Co Ltd Improvements in or relating to flooring materials and methods for the manufacture thereof
GB1206584A (en) * 1966-08-12 1970-09-23 Marley Tile Co Ltd Improvements in or relating to flooring materials and methods for the manufacture thereof
DE2605879A1 (de) * 1975-02-14 1976-09-02 Marley Tile Ag Oberflaechenbelagmaterialien
DE2730052A1 (de) * 1976-07-06 1978-01-19 Nairn Floors Ltd Flachmaterial und seine verwendung
US4245689A (en) * 1978-05-02 1981-01-20 Georgia Bonded Fibers, Inc. Dimensionally stable cellulosic backing web

Also Published As

Publication number Publication date
EP0044114A1 (en) 1982-01-20

Similar Documents

Publication Publication Date Title
AU2001278534B2 (en) Plastic floor covering and method for obtaining same
NL8601776A (nl) Kunstmatige vingernageltop.
DE2626171A1 (de) Belagmaterial und verfahren zu dessen herstellung
US3709752A (en) Method of making suede-like plastic
US7524778B2 (en) Composite sheet material
DE3344237A1 (de) Dekorativer oberflaechenbelag
JP2020111024A5 (nl)
EP0682722B1 (de) Tuftingteppich und verfahren zu seiner herstellung
NL8004010A (nl) Vloerbedekking, en werkwijze voor het vervaardigen daarvan.
EP0399274A3 (de) Kunststoffbeschichtetes, flächiges Material in bahnförmiger oder abgepasster Form unter Verwendung eines Trägers mit einer Latexschaumschicht sowie Verfahren zur Herstellung eines solchen Materials
US3574106A (en) Leather-like laminated sheet materials
ATE237524T1 (de) Verpackungsmaterial mit guter bedruckbarkeit und wiedergewinnbarkeit, und verfahren zu seiner herstellung
KR930019403A (ko) 장식성 상감 바닥 또는 벽 피복물 및 그의 제조방법
EP0157136B1 (de) Vlies aus Kunststoffasern
SE9600645D0 (sv) Mehrlagiges Bauelement sowie Verfahren zu dessen Herstellung
JPS581673B2 (ja) 凹凸模様を有する化粧材及びその製造方法
CA1186187A (en) Process for the manufacture of a composite product comprising a low-porosity support layer and useful as a floor-covering product, and the product obtained
JPS58101763A (ja) プリント調植毛化粧シ−トの連続製造法
JPH0123806Y2 (nl)
JP4809289B2 (ja) 栞及びその製造方法
DE19510240A1 (de) Leder oder Kunstleder
US1901150A (en) Inflatable figure toy
DE2124627A1 (en) Gymnastic mat - with foam core and an outer casing impregnated with foam reaction mixt
KR100670466B1 (ko) 자연소재를 이용한 벽지 및 그 제조방법
US637509A (en) Mold for relief ornamentation.

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed