NL8004955A - Urineerinrichting. - Google Patents
Urineerinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8004955A NL8004955A NL8004955A NL8004955A NL8004955A NL 8004955 A NL8004955 A NL 8004955A NL 8004955 A NL8004955 A NL 8004955A NL 8004955 A NL8004955 A NL 8004955A NL 8004955 A NL8004955 A NL 8004955A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- urine
- outlet
- vacuum
- transport tube
- tank
- Prior art date
Links
- 230000027939 micturition Effects 0.000 title claims description 23
- 210000002700 urine Anatomy 0.000 claims description 151
- 230000002485 urinary effect Effects 0.000 claims description 8
- 239000007858 starting material Substances 0.000 claims description 6
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 5
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 7
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 3
- 230000009471 action Effects 0.000 description 2
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 2
- RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N Copper Chemical compound [Cu] RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000005591 Swarts synthesis reaction Methods 0.000 description 1
- 230000004913 activation Effects 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000008602 contraction Effects 0.000 description 1
- 239000011889 copper foil Substances 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000006870 function Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 230000035807 sensation Effects 0.000 description 1
- 230000035945 sensitivity Effects 0.000 description 1
- 230000007306 turnover Effects 0.000 description 1
- 238000009736 wetting Methods 0.000 description 1
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61F—FILTERS IMPLANTABLE INTO BLOOD VESSELS; PROSTHESES; DEVICES PROVIDING PATENCY TO, OR PREVENTING COLLAPSING OF, TUBULAR STRUCTURES OF THE BODY, e.g. STENTS; ORTHOPAEDIC, NURSING OR CONTRACEPTIVE DEVICES; FOMENTATION; TREATMENT OR PROTECTION OF EYES OR EARS; BANDAGES, DRESSINGS OR ABSORBENT PADS; FIRST-AID KITS
- A61F5/00—Orthopaedic methods or devices for non-surgical treatment of bones or joints; Nursing devices ; Anti-rape devices
- A61F5/44—Devices worn by the patient for reception of urine, faeces, catamenial or other discharge; Colostomy devices
- A61F5/451—Genital or anal receptacles
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61G—TRANSPORT, PERSONAL CONVEYANCES, OR ACCOMMODATION SPECIALLY ADAPTED FOR PATIENTS OR DISABLED PERSONS; OPERATING TABLES OR CHAIRS; CHAIRS FOR DENTISTRY; FUNERAL DEVICES
- A61G9/00—Bed-pans, urinals or other sanitary devices for bed-ridden persons; Cleaning devices therefor, e.g. combined with toilet-urinals
- A61G9/006—Urinals
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Epidemiology (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Public Health (AREA)
- Nursing (AREA)
- Heart & Thoracic Surgery (AREA)
- Vascular Medicine (AREA)
- Biomedical Technology (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Orthopedic Medicine & Surgery (AREA)
- Orthopedics, Nursing, And Contraception (AREA)
- Accommodation For Nursing Or Treatment Tables (AREA)
- External Artificial Organs (AREA)
Description
"1- 2I482/CV/mv i ' i
Aanvrager: Kiraura Bed Mfg. Co., Ltd., Tokio, Japan Korte aanduiding: Urineerinrichting
De uitvinding heeft betrekking op een urineerinrichting van het 5 vacuürazuigtype.
Er zijn personen, die hulp nodig hebben bij het in bed urineren, zoals bi jvoorbeeld oude bedlegerige mensen, ernstig. zieke patiënten, patiënten, die, zodra zij de behoefte voelen om te urineren, dit urineren niet kunnen regelen, patiënten die niet alleen naar het tqilet kunnen iO gaan enz.
Om aan deze mensen hulp te bieden wordt tot nu toe gebruik gemaakt van een inrichting voorzien van een opneemorgaan, dat op het urineerorgaan van de patient kan worden geplaatst voor het opvangen van de urine, terwijl dit opneemorgaan met behulp van een buis is verbonden met 15 een tank voor het verzamelen van de urine. Bij deze bekende inrichting valt de door het opneemorgaan ontvangen urine echter eenvoudig onder invloed van de zwaartekracht door de buis in de tank, zodat het noodzakelijk is om hierbij de buis en de tank lager dan het .opneemorgaan op te stellen om de beoogde stroming van de urine mogelijk te maken. Indien bijvoorbeeld 2® de patient zijn stand wijzigt waardoor veroorzaakt wordt ,dat eventueel slechts een deel van de buis hoger komt te liggen dan het opneemorgaan, zal de urine in de buis naar het opneemorgaan terugstromen waardoor de patient en het beddegoed bevochtigd kunnen worden, hetgeen uiteraard onge-wens t is.
25 De bekende inrichting is dan ook op nadelige wijze beperkt met betrekking tot de gebruiksplaats en de stand tijdens het urineren.
Bij de urineerinrichting volgens de onderhavige uitvinding wordt de urine van de patiënt of dergelijke opgenomen in een opneemorgaan, dat aan te brengen is *op het urineergebied, terwijl de urine gedwongen 30 tesamen met lucht via een transportbuis van de ’urine naar een tank wordt getransporteerd door vacuümaanzuiging waardoor het nadeel van de bekende inrichting perfect wordt overwonnen. Met andere woorden zelfs indien de transportbuis van de urine en de urinetank niet onder het opneemorgaan van de 'urine kunnen worden opgesteld maakt de huidige uitvinding het mo-35 gelijk de urine naar de tank te transporteren zonder dat daarbij enige terugstroming van de urine zal plaats vinden.
De uitvinding zal hieronder nader worden uiteengezet aan de hand van in bijgaande figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeelden van de 80 0 4 95 5 i · ‘ -2- 21482/CV/mv constructie volgens de uitvinding.
.Fig. 1 toont in perspectief de algemene samenstelling van een uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting volgens de utivinding.
Fig. 2 toont in prespectief schematisch de wijze waarop de 5 inrichting volgens de uitvinding kan worden gebruikt.
Fig. 3a en 3b tonen schematisch in doorsnede een eerste uitvoeringsvoorbeeld van een opneemorgaan voor een inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 4 toont schematisch in doorsnede' een tweede uitvoerings-10 voorbeeld van een opneemorgaan van een inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 5a toont in perspectief met de onderdelen op afstand van elkaar weergegeven een verder uitvoeringsvoorbeeld van een opneemorgaan voor een inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 5b toont een doorsnede over het in fig. 5a afgeheelde op-15 neemorgaan met de onderdelen samengebouwd,
Fig. 6a toont schematisch een opstelling van een inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 6b toont op grotere schaal een doorsnede over het in fig. 6a toeeepaste opneemorgaan.
20 Fig. 7a toont een doorsnede over een transportbuis voor de urine met daarin aangebracht draden.
Fig. 7b toont in doorsnede een verder uitvoeringsvoorbeeld van een transportbuis voor urine met daarin opgenomen draden.
Fig. 8a toont schematisch gedeeltelijk in doorsnede, gedeel-25 telijk in aanzicht een opstelling van een verdere inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 8b toont een schakelschema, dat kan worden gebruikt bij de in fig. 8a afgebeelde inrichting.
Fig. 8c toont een doorsnede over een opneemorgaan, dat kan 50 worden gebruikt bij de in fig. 8a afgebeelde inrichting.
Fig. 8d toont een doorsnede over een verdere uitvoeringsvorm van een opneemorgaan.
in de figuren weergegeven inribhtingen omvatten een opneemorgaan, 1 voor urine. Dit opneemorgaan 1 is aan zijn voorzijde voorzien van 55 een urineaanzuigopening 2, welke is aangepast om te worden geplaatst op het urineergebied van een patient of dergelijke. Verder is het opneemorgaan op een geschikte plaats voorzien van een luchtaanzuiggat 3, dat gescheiden is van de urineaanzuigopening 2, terwijl het opneemorgaan verder aan zijn 800 4 95 5 * i -3- 21482/CV/mv achterzijde is voorzien van een urineuitlaat 4. De urineuitlaat 4 van het opneemorgaan I is aangesloten op een uiteinde van een transportbuis o van de urine, terwijl het andere einde van de . transportbuis 5 is verbonden met een urinetank 6, die aan :zijn bovenzijde via een vacuümzuigbuis 7 in verbinding staat met een vacuümzuiginrichting V.
5 Bij gebruikmaking van een dergelijke inrichting heemt een patient indien hij de behoefte voelt om te urineren, het opneenmorgaan op met behulp van een daarop aangebracht handgreep 8, ten einde de aanzuigopening 2 van het opneemorgaan 1 op zijn urineergebied te plaatsem, waarna hij in het opneemorgaan 1 kan urineren. Onmiddellijk voor of na deze han-10 deling wordt op een niet nader weergegeven met de hand bedienbare startschakelaar, die op een geschikte plaats, zoals op de handgreep 8, is aangebracht, opgezet,of wordt bijvoorbeeld een electrische stroom, welke vloeit tussen een paar in de urinedoortocht aangebrachte electroden e en e' waargenomen via controleleidingen 1 en 1' giet behulp van een 15 regelinrichting C ten einde de vacuümzuiginrichting V op gang te brengen. Aangezien onderdruk wordt aangebracht op de urineuitlaat 4 van het opneemorgaan 1 via dd vacuümzuigbuis 7, de urinetank 6 en de transportbuis 5 van de urine wordt via het luchtaanzuiggat 3 en de speling tussen het urineergebied en de urineaanzuigopening 2 lucht in het opneemorgaan 1 20 aangezogen. Dientengevolge wordt de in het opneemorgaan voor de urine door de urineaanzuigopening 2 afgegeven urine met kracht aangezogen in de transportbuis 5, via de urineuitlaat tesamen met en door de in het opneemorgaan 1 via het aanzuiggat 3 en de speling tussen de urineaanzuigopening 2 en het urinegebied aangezogen lucht, zodat de urine door de transportbuis 5 in 25 de urinetank 6 wordt getransporteerd. Aangezien de vacuümzuigbuis 7, die is aangesloten op de vacuümzuiginrichting V met het bovenste deel van de urinetank 6 is verbonden wordt geen urine aangezogen in de vacuümbuis 7, maar verzameld in de urinetank 6,- waar de urine zich onder invloed van de zwaartekracht scheidt van de lucht. Aangezien verder het luchtaanzuig-30 gat 3 afzonderlijk van de urineaanzuigopening 2 is aangebracht wordt voorkomen, dat de urineaanzuigopening 2 zich aan het urineergebied van de patient hecht, zoals anders zou worden veroorzaakt door de vacuiimdruk, waardoor het gevoel bij gebruikmaking van de hulpinrichting voor het urineren wordt verbeterd, terwijl zelfs indien de urineaanzuigopening in nauw 35 contact wordt gehouden met het urineergebied zonder enige speling daartussen steedd kan worden gewaarborgd, dat een voldoend groot volume lucht voor het transporteren van de urine via het luchtaanzuiggat 800 4 95 5 * 1 -4- 21482/CV/mv 3 kan worden aangezogen.
•Een belangrijk voordeel van de huidige uitvinding is dan ook , dat daar de in het opneemorgaan opgenotnen urine met kracht tesamen met lucht wordt weggezogen in de transportbuis door de vacuümzuiginrichting V om 5 in de urïnetank 6 Jte worden getransporteerd, er geen urine terugstroomt, zelfs niet indien de transportbuis 5 en/of de tank 6 ’hoger zijn gelegen dan het opneemorgaan 1, zodat dientengevolge de gebruiksplaats en de stand tijdens het urineren niet aan beperkingen onderhevig zijn.
In aanvulling op bovengenoemd voordeel heeft«de onderhavige 10 uitvinding de volgende kenmerken en voordelen in de samenstellingen van de verschillende in de figuren afgebeelde uitvoeringsvoorbeelden.
In het in de figuren 3a en 3b weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is een luchtaanzuigkap 10 uitgerust met een terugslagklep 9, aangebracht in het luchtaanzuiggat 3. De terugslagklep 9 kan worden gevormd door een i5 elastische plaat, zoals een rubberplaat, en terwijl de terugslagklep 9 het luchtaanzuiggat 3 tengevolge van zijn eigen elasticiteit op de in fig. 3a weergegeven wijze normaal sluit komt de klep 9 aan zign ene einde vrij van de luchtaanzuigkap 10 tegen de werking van zijn eigen elasticiteit in om vrije aanzuiging van lucht mogelijk te maken 20 zoals weergegeven in fig. 3b, indien onderdruk wordt aangebracht in het opneemorgaan 1 via de urineuitlaat 4. Bij deze samenstelling is het aanzuigen van lucht in het opneemorgaan 1 via het luchtaanzuiggat 3 gunstig, terwijl de uit het urineergebied afgegeven urine niet kan lekken of buiten het opneemorgaan kan spatten via het luchtaanzuiggat 3, zelfs indien de urine 25 het aanzuiggat 3 rechtstreeks treft, daar dit wordt voorkomen door de terugslagklep 9. Dientengevolge kan zelfs indien een lichamelijk gehandicapte patient de inrichting gebruikt en zijn lichaam tijdens het urineren beweegt lekkage en rondspetteren van urine uitstekend worden voorkomen als een voordeel van dit uitvoeringsvoorbeeld.
30 In het in fig. 4 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn een paar electrodes e en e' op afstand van elkaar binnen de uitlaat 4 voor de urine opgesteld en regelleidingen 1 en 1' zijn respectievelijk verbonden met de electrodes e en e' en met een regelinrichting S van de vacuümzuiginrichting V. Bij deze uitvoering wordt indien urine uittreedt bij de urineuitlaat 35 4 electrische stroom, die tussen de electrodes e en e' vloeit waargenomen, door de regelinrichting C welke dan de vacuümzuiginrichting V op gang brengt. De regelinrichting C kan iedere gewenste circuit uitvoering be.- 800 4 95 5 -5- 21482/GV/mv I * zitten voor zover deze in staat is een dergelijke electrische stroom waar te nemen en de vacuümzuiginrichting V op gang te brengen. Ook de electrodes e en e' kunnen op iedere gewenste wijze zijn samengesteld, maar indien zij ringvormig zijn uitgevoerd, kan urine, dat op een of andere 5 deel van de urineuitlaat 4 langs bewegt.wordt en waargenomen en daarbij kan zelfs een kleine hoeveelheid urine de vacuümzuiginrichting op gang brengen. Dit 'uitvoeringsvoorbeeld heeft als belangrijk kenmerk het voordeel, dat aangezien de vacuümzuiginrichting V automatisch kan worden gestart door het waarnemen van de aanwezigheid van urine de bediening een-10 voudig is doordat geen last wordt veroorzaakt ten' gevolge van het vergeten van het omdraaien van een schakelaar of het niet tijdig omdraaien van die schakelaar bij toepassing van een handbediende schakelaar, terwijl een patient zich daarbij zeer ’gemakkelijk zelf kan helpen. De electrodes e en e’ kunnen uiteraard zijn aangebracht tussen de urineuitlaat 4 en de 15 transportbuis 5 van de urine, zoals nog zal worden beschreven aan de hand van een verder uitvoeringsvoorbeeld .
In het in fig. 5a en b weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is bij de urineuitlaat 4 een gat 11 gevormd terwijl een afdicbtdeel 13 zoals een 0-ring is aangebracht om een verbindingscylinder 12 nabij het 20 uiteinde daarvan, dat vrij in de urineuitlaat 4 kan worden ingestoken.
Aan de buitenomtrek van de verbindingscylinder 12 is in een op afstand van de afdichtring 13 gelegen punt een rondlopende groef 14 aangebracht.
Een elastische kraag 16, welke is voorzien van een aan het binnenoppervlak daarvan gevormd uitsteeksel 15, dat past in het gat 11, is rondom de uit-25 iaat 4 geplaatst zodanig dat het uitsteeksel 5 door het gat 11 is ingestoken in de groef 14 van de verbindingscylinder 12. Een einde van de transportbuis 5 is verbonden met de verbindingscylinder 12, waarbij dit uiteinde vrij kan draaien ten opzichte van de uitlaat onder toepassing van de boven omschreven verbindingscylinder 12.
30 Indien de transportbuis 5 voor de urine niet kan worden gedraaid ten opzichte van de uitlaat 4 van het opneemorgaan kan de transportbuis 5 geleidelijk worden ineengedraaid indien het opneemorgaan meerdere malen wordt gebruikt voor het urineren. Een dergelijke ineendraaing van de transportbuis 5 werkt in op het opneemorgaan 1. Dientengevolge maakt 35 een eenvoudige verbinding tussen het opneemorgaan 1 en de transportbuis 5 een hanteren van het opneemorgaan lastig, waardoor een weinig kracht bezittende patient zoals een oud in bed liggend persoon de aanzuigopening 2 voor de urine niet op de juiste wijze op zijn urineergebied kan plaatsen.
8004955 i 1 -6- 21482/CV/mv
Bij het uitvoeringsvoorbeeld volgens de huidige uitvinding kan het opneemorgaan i voor de urine relatief ten opzichte van de trans -portbuis 5 worden gedraaid zoals hierboven is uiteengezet en zal een in-eendraaing van de transportbuis 5 worden voorkomen door de verdraaing 5 van de verbindingscylinder 12 ten opzichte van het opneemorgaan 1 welke verdraaibeweging niet op het opneemorgaan wordt overgehracht. Dienten -gevolge kan zelfs een weinig kracht bezittende patient de aanzuigopening 2 op de juiste plaats en gemakkelijk aanbrengen terwijl deze stand kan worden gehandhaafd zelfs indien de patient tijde'ns het urineren zijn lichaam 10 beweegt.
Met andere woorden heeft dit uitvoeringsvoorbeeld het grote voordeel, dat een het opneemorgaan 1 gebruikende patient dit opneemorgaan zeer gemakkelijk in de optimale stand kan benutten terwijl bovendien het opneemorgaan gemakkelijk kan worden vastgehouden onder gebruikmaking van 15 een hefhaak of dergelijke indien het niet wordt gebruikt , aangezien het niet wordt beïnvloed door verdraaing van de transportbuis 5. Aangezien rondom de verbindingscylinder 12 het afdichtdeel 13 is aangebracht zal er geen urine kunnen lekken uit de uit laat 4.
Het in de fign. 6a en 6b en 7a en 7b weergegeven uitvoerings-20 voorbeeld wordt gekenmerkt doordat de de urineuitlaat 4 met de urinetank 6 verbindende transportbuis 5 vast is verbonden met de regeldraden £ en £’ voor het regelen van de vacuümzuiginrichting V buiten de urinedoortocht.P.
De urinedoor tocht P en de regelleidingen £ en l’ zijn bijvoorbeeld vast wet elkaar verbonden door dubbele vorming en de regel-25 draden kunnen bedekte draden of blóte draden zijn. De regeldraden £ en 2' kunnen buiten de urinedoortocht P worden gevormd in een wijze waarop zij uitsteken zoals afgebeeld in fig. 7a of op een wijze waarbij geen uitsteeksel wordt gevormd, zoals weergegeven in fig. 7b. De regeldraden 2 en zijn ieder nabij een uiteinde verbonden met de niet nader weer-50 gegeven met de hand bedienbare startschakelaar, die op de juiste wijze op de handgreep van het opneemorgaan 1 is aangebracht of met de electrodes e en e', die op afstand van elkaar binnen de urineuitlaat van het opneemorgaan 1 zijn aangebracht of binnen de verbindingscylinder 12 of dergelijke terwijl de andere uiteinden van de draden zijn verbonden met de regelinrichtmg C van de vacuümzuiginrichting V. In dit uitvoeringsvoorbeeld van de huidige uitvinding zijn dus het startsignaal opwekkende gedeelte voor de vacuümzuiginrichting V aangebracht in of nabij het opneemorgaan 1 voor de urine en de regelinrichting C van de vacuüminrichting V ver- 800 4 95 5 -7- 21482/CV/mv bonden door de regeldraden 1 en X', die vast zijn verbonden met en opgesteld buiten de urinedoortocht P. Daar zodoende de transportbuis 5 van de urine zowel de functie heeft voor het doorvoeren van het startsignaal als voor het doorvoeren van de urine is de inrichting makkelijk te hanteren 5 en heeft de inrichting een aantrekkelijk uiterlijk. Indien de draden worden gevormd door een spiraalvormige koperfoeliewinding kan de verdraaing van de transportbuis 5 door de urine door de regeldraden en ' minimaal worden gehouden.
Het in de fign. 8a, 8b, 8c en 8d weergegeven uitvoeringsvoorbeeld 10 wordt gekenmerkt doordat een in het opnaemorgaan Voor de urine aangebrachte .s tartschakelaar SW met behulp van een paar regelleidingen l en , die zijn aangebracht langs de transportbuis 5 voor de urine,is verbonden met de regelinrichting C van de vacuümzuiginrichting V. In de contröle-inrichting C is een van de regeldraden 4 en JL' verbonden met een geaarde 15 wisselstroomkrachtbron 17, terwijl de andere draad is verbonden met de ingang I van een schakelcircuit C' met een ingangsdiode D^ verbonden tussen de ingang I en de aarding om de aardingszijde positief te maken. In het opneemorgaan 1 voor de urine is een licht afgevende diode verbonden met de regeldraden H en 4' en parallel aan de startschakelaar SW, zodat de 20 richting van de stroom bij de ingangsdiode voorwaarts kan zijn. In dit geval kan de startschakelaar SW een niet nader weergegeven met de hand bedienbare schakelaar zijn, die is aangebracht op de handgreep 8 van het opneemorgaan, zoals hierboven vermeld, of ieder orgaan dat een schakel-signaal opwekt door het waarnemen van urine, bijvoorbeeld door wijziging 25 in de weerstand tussen een paar bijvoorbeeld ringvormige electrodes e en e' die op de weergegeven zijde in de urinedoortocht zijn aangebracht.
De regeldraden 4 en 4' kunnen spiraalvormig zijn gewikkeld om de *rans- portbuis 5 voor de urine of vast om de urinetransportbuis 5 zijn gevormd zoals hierboven vermeld of zijn samengesteld op een andere geschikte wijze 50 zolang als zij langs de transportbuis 5 voor de urine zijn opgesteld. De regelinrichting C en het schakelcircuit C' kunnen op iedere gewenste wijze zijn opgebouwd en er kan bijvoorbeeld een diode D2 voor het verkrijgen van een ingangsgolfvorm, een variabele weerstand VR voor de gevoeligheids rege1-ling enz op de juiste wijze zijn aangebracht. In deze samenstelling is de 55 werking van dit uitvoeringsvoorbeeld als volgt.
Indien er geen urine aanwezig is tussen het paar electroden e en e' in de urinedoortocht of indien de handschakelaar niet in werking wordt gesteld vloeit negatieve wisselstroom half-cyclusstroom in het circuit van 800 4 95 5 ί ι -8- 21482/CV/mv de inputdiode D^, de regeldraad £, de licht afgevende diode D^, de regel-draad t' en.de wisselstroomvermogensbron 17 om te veroorzaken, dat de licht afgevende diode oplicht. De positieve wisselstroom of -cycluscomponent wordt geblokkeerd door de licht afgevende diode en de ingangsdiode 5 ener'vloeit geen stroom in het circuit en zodoende wordt, daar geen positieve spanning wordt aangebracht op de input I^het schakelcircuit niet in werking gesteld.
Indien een patient de behoefte gevoelt om te urineren brengt hij de zuigopening 2 van het opneeraorgaan 1 aan ojp zijn urineergebied en urineert dan in het opneemorgaan.Onmiddellijk voor of na deze actie wordt zoals hierboven gemeld of de handschakelaar omgezet of vindt een bevochtiging van het gebied tussen de electrode e en e’ van de urinedoortocht met behulp van de uri'ne plaats ter vermindering van de weerstandwaarde indien de positieve spanning van de positieve wisselstroom halfcycluscomponent wordt 15 aangebracht vanaf de wisselstroomvermogensbron 17 door de electrodes e en e’ op de input I. Indien de positieve spanning de drempelwaarde van het schakelcircuit C overschrijdt wordt het schakelcircuit C in werking gesteld De werking van het schakelcircuit C' veroorzaakt het in werking stellen van een tijsregelrelais of een ander geschikt regelcircuit voor het op 20 gang brengen van de vacuümaanzuiginrichting V waarop de via de zuigopening 2 in het .opneemorgaan 1 afgegeven urine met kracht wordt aangezogen in de transportbuis 5 tesamen met en door de lucht, die wordt aangezogen via het luchtaanzuiggat 3 en de speling tussen de aanzuigopening 2 voor de urine en het urineergebied, waarop de urine naar de tank 6 wordt gevoerd en 25 wordt gescheiden'van de lucht om in de tank te worden verzameld. Zodoende zal zelfs indien de vacuürazuiginrichting in werking is gesteld stroom van de negatieve wisselstroom halve ringkringloopcomponent door de inputdiode vloeien naar de licht-afgevende diode D^ zoals hierboven vermeld en . dientengevolge blijft de lick: afgevende diode oplichten onafhankelijk 50 daarvan of de vacuümopwekinrichting V nu al dan niet in werking is. Zodoende kah bij dit uitvoeringsvoorbeeld ook indien de inrichting 's nachts wordt gebruikt in een donkere kamer de stand van het opneemorgaan 1 steeds onmiddellijk worden vastgesteld door het licht van de lichtafgevende diode D^, zodat het niet nodig is om naar het opneemorgaan door tasten te zoeken. Een patient kan de hulpinrichting voor het urineren gebruiken zodra hij de behoefte., tot urineren gevoelt en het kan niet gebeuren dat hij ten gevolge van de donkerte het opneemorgaan niet tijdig kan vinden. Verder blijft de lich taf gevende diode D^ oplichten, zelfs indien de vacuiimopwek- 800 4 95 5
’ A
-9- 21482/CV/mv inrichting V in werking is gesteld en .dientengevolge kan tijdens gebruik de stand van het opneemorgaan 1 worden gecontroleerd, zodat een belangrijk voordeel van deze uitvoeringsvorm is, dat steeds, ook in liet donker, het urineren mogelijk is met het opneemorgaan in de optimale stand. Aangezien 5 de lichtafgevende diode Dg het ten gevolge van het afgegeven licht mogelijk maakt de stand van het opneemorgaan 1 vast te stellen kan deze op iedere gewenste plaatsrworden aangebracht zover dit voldoet aan hetgeen beoogd wordt. De lichtafgevende diode Dg kan bijvoorbeeld worden geplaatst op de in fig. 8a .weergegeven stand voor het blootgeven van het licht.
10 Indien het opneemorgaan 1 is vervaardigd uit een materiaal, dat in staat is om licht door te geven kan de voorrand van het opneemorgaan 1 of dergelijke indirect worden verlicht, zoals weergegeven in fign. 8c en 8d.
Het boven omschreven effect van de onderhavige uitvinding wordt verkregen door het aanbrengen van de lichtafgevende diode in 15 het opneemorgaan voor de urine, waarbij vermogen aan de diode Dg wordt toegevoerd onder gebruikmaking van de regeldraden £ en ' die de startschakelaar van het opneemorgaan 1<- verbinden met de regel inrichting C van de vacuüm-opwekinrichting C. Dientengevolge zijn aanvullende draden voor de lich't-afgevende diode niet vereist, hetgeen de kosten omlaag brengt en de samenstel 20 ling eenvoudig houdt.
Zoals hierboven uiteengezet is een belangrijk kenmerk van de inrichting volgens de uitvinding dat zelfs indien de -transportbuis voor de urine en/of de tafak voor de urine niet onder het opneemorgaan voor de urine kunnen worden geplaatst, de urine perfect kan worden verzameld 25 in de tank voor de urine zonder dat een terugstroming van de urine wordt voorkomen zodat een pateint of dergelijke, die bijvoorbeeld in bed of dergelijke ligt kan urineren zonder enige beperking met betrekking tot de ge-bruikplaats of de stand tijdens het urineren, doordat de in het opneemorgaan ontvangen urine met kracht wordt getransporteerd tesamen met lucht 30 in de transportbuis ten gevolge van onderdruk in de urinetank.
-conclusies-35 800 4 95 5
Claims (7)
1. Urineerinrichting van het vacuümzuigtype voorzien van een op-neemorgaan voor de urine, welk opneemorgaan aan de voorzijde is voorzien 5 van een urineaanzuigopening, die geschikt is om te worden aangebracht op een urineergebied, terwijl op een geschikte plaats het opneemorgaan is voorzien van een van de urineaanzuigopening gescheiden luchtaanzuiggat en verder aan de achterzijde van het opneemorgaan een urineuitlaat is aangebracht op welke .'.uitlaat een einde van een transportbuis' voor de ^urine is aange-10 sloten, terwijl het andere einde van de transportbuis is verbonden meteen urinetank en verder een op een vacuümopwekinrichting aangesloten zuigbüis is verbonden met het bovenste deel van de urinetank.
2. Urineerinrichting van het vacuümzuigtype voorzien van een opneemorgaan voor de urine die aan zijn voorzijde is voorzien van een op 15 een urineergebied aan te brengen urineaanzuigopening en op een geschikte plaats verder is voorzien van een van de urineaanzuigopening gescheiden luchtaanzuiggat terwijl aan de achterzijde van het opneemorgaan een urineuitlaat is aangebracht, welke uitlaat is verbonden met een uiteinde van een urinetransportbuis, waarvan het andere einde is verbonden met 20 een urinetank, terwijl verder een met een vacuümopwekinrichting in verbinding staande vacuümzuigbuis is aangesloten op het bovenste .deel van de urinetank en in het luchtaanzuiggat van het opneemorgaan een met een terugslagklep uitgerust deksel is aangebracht.
3. Urineerinrichting van het vacuümzuigtype voorzien van een 25 opneemorgaan voor de urine, welke aan de voorzijde is voorzien van een op ' een urineergebied aan te brengen urineaanzuigopening en verder op een geschikte plaats van een gescheiden van de urineaanzuigopening opgesteld luchtaanzuiggat, terwijl aan de achterzijde van het opneemorgaan een urineuitlaat is aangebracht, welke urineuitlaat is verbonden met een uiteinde 30 van een transportbuis waarvan het ’andere uiteinde is verbonden met een urinetank en een met een vacuümopwekinrichting in verbinding staande vacuümzuigbuis is aangesloten op de bovenzijde van de urinetank, waarbij op afstand van elkaar gelegen electrodes binnen de urineuitlaat zijn opgesteld en met de electrodes verbonden regeldraden zijn aangesloten op een 35 regelinrichting voor de vacuümopwekinrichting, zodat indien er urine in de uitlaat voor de urine aanwezig is er een door de urine tussen de electrodes vloeiende stroom wordt waargenomen door de regelinrichting voor het op gang brengen van de vacuümopwekinrichting dooj de regelinrichting. 8004955 -11- 21482/CV/mv
4- Urineerinrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de electrodes ringvormig zijn uitgevoerd.
5. Urineerinrichting van het vacuümzuigtype voorzien van een opneemorgaan voor de urine, welk opneemorgaan aan de voorzijde is voorzien 5 van een op een urineergebied aan te brengen urineaanzuigopening en op een geschikte plaats van een gescheiden van de urineaanzuigopening aan -gebracht luchtaanzuiggat en verder aan de achterzijde van een urineuitlaat, waarbij een transportbuis voor de urine met een einde op de urineuitlaat is aangesloten en met het andere uiteinde op een urinetank en een met een* 10 vacuümopwekinrichting in verbinding staande vacuümzuigbuis is aangesloten op de bovenzijde van de urinetank, waarbij bij de urineuitlaat een opneemgat is gevormd en in de urineuitlaat een uiteinde van een verbindings-cylinder is aangebracht, welke nabij dit uiteinde is omgeven door een af-dichtdeel en die is voorzien van eenopneemgroef, welke zich rondom de ver- 15 bindings cylinder uitstrekt en op enige afstand van het afdichtdeel is gelegen, terwijl een elastische kraag voorzien van een op het binnen-oppervlak daarvan gevormd uitsteeksel, dat past':*in het opneemgat, rondom de urineuitlaat is aangebracht, zodanig dat het uitsteeksel is ingestoken doo'r he C opneemgat’in de groef van de verbindingscylinder waaraan een einde 20 van de. transportbuis is bevestigd een en ander zodanig,dat een uiteinde van de transportbuis vrij verdraaibaar is ten opzichte van de uitlaat van het opneemorgaan met behulp van de verbindingscylinder.
6. Urineerinrichting voorzien van een op de voorzijde daarvan aangebracht en op een urineergebied aan te brengen urineaanzuigopening 25 en op een geschikte plaats van een gescheiden van de urineaanzuigopening uitgevoerd luchtaanzuiggat en verder aan de achterzijde van een urineuitlaat waarop een uiteinde van een transportbuis is aangesloten, terwijl het andere uiteinde van de transportbuis voor de urine is verbonden met een urinetank die via een op de bovenzijde van de urinetank aangesloten 30 vacuümzuigbuis in verbinding staat .met een vacuümopwekinrichting, terwijl de .urinetransportbuis vast is gevormd met regeldraden voor het regelen van de vacuümopwekinrichting, waarbij de regeldraden buiten de urinedoor-tocht zijn gelegen.
7. Urineerinrichting van het vacuümzuigtype voorzien van een 35 opneemorgaan voor de urine, welk opneemorgaan aan de voorzijde is uitgerust met een op een urineergebied aan te brengen urineaanzuigopening en op een geschikte plaats is voorzien van een gescheiden van de urineaanzuigopening opgesteld luchtaanzuiggat en verder aan de achterzijde van een urine- 80 0 4 95 5 -12- 214'2/CV/rav uitlaat waarop een uiteinde van een urinetransportbuis is aangesloten, terwijl het andere uiteinde van de urinetransportbuis is aangesloten op een urinetank welke via een op de bovenzijde van de ·urinetank aangesloten va-cuümzuigbuis in verbinding staat met een vacuümopwekinrichting, waarbij 5 een op het opneemorgaan voor de urine aangebrachte startschakelaar via een paar regelleidingen, die langs de urinetransportbuis zijn aangebracht, is verbonden met de regelinrichting van de vacuümopwekinrichting, 1'terwijl in de regelinrichting een van de regeldraden is verbonden met een geaarde wisselstroombron,terwijl de andere draad is verbonden met de ingang 10 van een schakelcircuit, waarbij een diode is verbonden tussen de input en de aarding, ten einde de aardingszijde positief te maken, terwijl verder in het opneemorgaan voor de urine een licht afgevende "diode is verbonden met de regeldraden parallel aan de startschakelaar, zodat de richting van de stroom bij de ingangsdiode v.oorwaarts" kan zijn, 15 8004955
Applications Claiming Priority (10)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP3337080U JPS56135727U (nl) | 1980-03-14 | 1980-03-14 | |
| JP3337180 | 1980-03-14 | ||
| JP3337180U JPS56135728U (nl) | 1980-03-14 | 1980-03-14 | |
| JP3337080 | 1980-03-14 | ||
| JP5163180U JPS56152629U (nl) | 1980-04-15 | 1980-04-15 | |
| JP5163180 | 1980-04-15 | ||
| JP5702580U JPS56158233U (nl) | 1980-04-25 | 1980-04-25 | |
| JP5702580 | 1980-04-25 | ||
| JP7496680U JPS5850908Y2 (ja) | 1980-05-30 | 1980-05-30 | 真空吸引式排尿装置 |
| JP7496680 | 1980-05-30 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8004955A true NL8004955A (nl) | 1981-10-16 |
Family
ID=27521512
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8004955A NL8004955A (nl) | 1980-03-14 | 1980-08-30 | Urineerinrichting. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| DE (1) | DE3032141C2 (nl) |
| DK (1) | DK157658C (nl) |
| FR (5) | FR2477881B1 (nl) |
| IT (1) | IT1129914B (nl) |
| NL (1) | NL8004955A (nl) |
| SE (3) | SE443711B (nl) |
Families Citing this family (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0092076B1 (fr) * | 1982-04-16 | 1986-12-17 | Societe Des Produits Nestle S.A. | Composition lipidique destinée à l'alimentation orale, entérale ou parentérale |
| FR2613931A2 (fr) * | 1983-11-21 | 1988-10-21 | Nigay Pierre | Ensemble pour incontinent |
| FR2555044B1 (fr) * | 1983-11-21 | 1988-08-26 | Nigay Pierre | Culotte pour incontinent |
| EP0287441A1 (fr) * | 1987-04-17 | 1988-10-19 | Pierre Nigay | Ensemble pour incontinent |
| US7737321B2 (en) * | 2003-09-23 | 2010-06-15 | Elliott Nyle S | colostomy alert device and method |
| US10932503B2 (en) * | 2015-10-21 | 2021-03-02 | Martha Fallis | Urine powered garment system |
Family Cites Families (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3114916A (en) * | 1960-07-11 | 1963-12-24 | Richard H Hadley | Sanitary feminine hand urinals |
| FR1550657A (nl) * | 1967-08-08 | 1968-12-20 | ||
| US3626941A (en) * | 1968-08-06 | 1971-12-14 | Donald D Webb | Excretory prosthesis |
| US4084589A (en) * | 1976-06-07 | 1978-04-18 | Kulvi Ruth L | Urine collection apparatus |
| JPS5750009Y2 (nl) * | 1979-03-12 | 1982-11-02 |
-
1980
- 1980-08-18 SE SE8005789A patent/SE443711B/sv not_active IP Right Cessation
- 1980-08-26 DE DE3032141A patent/DE3032141C2/de not_active Expired
- 1980-08-30 NL NL8004955A patent/NL8004955A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-10-13 DK DK432380A patent/DK157658C/da not_active IP Right Cessation
- 1980-10-16 FR FR8022109A patent/FR2477881B1/fr not_active Expired
- 1980-11-25 IT IT8068799A patent/IT1129914B/it active
-
1985
- 1985-01-08 FR FR858500169A patent/FR2555053B1/fr not_active Expired
- 1985-01-08 FR FR858500170A patent/FR2555054B1/fr not_active Expired
- 1985-01-08 FR FR858500171A patent/FR2555055B1/fr not_active Expired
- 1985-01-08 FR FR858500168A patent/FR2555052B1/fr not_active Expired
- 1985-09-30 SE SE8504512A patent/SE443713B/sv not_active IP Right Cessation
- 1985-09-30 SE SE8504511A patent/SE443712B/sv not_active IP Right Cessation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DK157658C (da) | 1990-06-25 |
| FR2555055A1 (fr) | 1985-05-24 |
| DK432380A (da) | 1981-09-15 |
| IT1129914B (it) | 1986-06-11 |
| SE8504512L (sv) | 1985-09-30 |
| IT8068799A0 (it) | 1980-11-25 |
| SE443712B (sv) | 1986-03-10 |
| FR2555055B1 (fr) | 1988-08-26 |
| DK157658B (da) | 1990-02-05 |
| FR2555053A1 (fr) | 1985-05-24 |
| SE8504512D0 (sv) | 1985-09-30 |
| FR2555053B1 (fr) | 1988-08-26 |
| FR2477881A1 (fr) | 1981-09-18 |
| FR2477881B1 (fr) | 1985-09-20 |
| SE8504511D0 (sv) | 1985-09-30 |
| DE3032141A1 (de) | 1981-09-24 |
| FR2555054A1 (fr) | 1985-05-24 |
| SE443713B (sv) | 1986-03-10 |
| FR2555052A1 (fr) | 1985-05-24 |
| DE3032141C2 (de) | 1985-04-04 |
| FR2555054B1 (fr) | 1988-08-26 |
| SE8504511L (sv) | 1985-09-30 |
| SE443711B (sv) | 1986-03-10 |
| SE8005789L (sv) | 1981-09-15 |
| FR2555052B1 (fr) | 1988-09-02 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US20040068780A1 (en) | Pump augmented urine collector | |
| CA1142832A (en) | Vacuum suction type urinating aid | |
| CA2083755C (en) | Urine collecting apparatus | |
| EP1052956B1 (en) | A urine discharge apparatus for female | |
| DE60120385T2 (de) | Vorrichtung zum urinieren | |
| US3931650A (en) | Disposal device for wheelchairs | |
| GB2129688A (en) | A vacuum suction type urinating aid | |
| JP3176350B2 (ja) | 女性用排尿受け器 | |
| NL8004955A (nl) | Urineerinrichting. | |
| JP2000157581A (ja) | 女性用排尿受け器 | |
| FR2477880A1 (fr) | Appareil auxiliaire d'urination, du type a aspiration par depression | |
| US6493883B2 (en) | Portable urinal device | |
| US4443217A (en) | Suction type urinating aid | |
| JPS5850908Y2 (ja) | 真空吸引式排尿装置 | |
| KR101554710B1 (ko) | 남성용 소변 유도 배출구 | |
| US20020144337A1 (en) | Toilet having odor removing and automatic seat lifting capacity | |
| WO2007065177A1 (en) | Lighting device | |
| CN101591934A (zh) | 一种男女站立式小便器及其使用方法 | |
| US20030163102A1 (en) | Male urinary system | |
| KR20180114671A (ko) | 강아지 배변기 | |
| JPS59908Y2 (ja) | 真空吸引式排尿装置に於ける尿検知装置 | |
| US20220354686A1 (en) | Urinary device for males | |
| JPH0435807Y2 (nl) | ||
| CN202593418U (zh) | 自动感应式集尿器 | |
| JPS59907Y2 (ja) | 真空吸引式排尿装置に於ける尿検知装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |