NL8100190A - Verpakkingsinrichting. - Google Patents

Verpakkingsinrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL8100190A
NL8100190A NL8100190A NL8100190A NL8100190A NL 8100190 A NL8100190 A NL 8100190A NL 8100190 A NL8100190 A NL 8100190A NL 8100190 A NL8100190 A NL 8100190A NL 8100190 A NL8100190 A NL 8100190A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
frame
folding
load
sleeve
vertical
Prior art date
Application number
NL8100190A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Thimon Sa
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Thimon Sa filed Critical Thimon Sa
Publication of NL8100190A publication Critical patent/NL8100190A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65BMACHINES, APPARATUS OR DEVICES FOR, OR METHODS OF, PACKAGING ARTICLES OR MATERIALS; UNPACKING
    • B65B9/00Enclosing successive articles, or quantities of material, e.g. liquids or semiliquids, in flat, folded, or tubular webs of flexible sheet material; Subdividing filled flexible tubes to form packages
    • B65B9/10Enclosing successive articles, or quantities of material, in preformed tubular webs, or in webs formed into tubes around filling nozzles, e.g. extruded tubular webs
    • B65B9/13Enclosing successive articles, or quantities of material, in preformed tubular webs, or in webs formed into tubes around filling nozzles, e.g. extruded tubular webs the preformed tubular webs being supplied in a flattened state
    • B65B9/135Enclosing successive articles, or quantities of material, in preformed tubular webs, or in webs formed into tubes around filling nozzles, e.g. extruded tubular webs the preformed tubular webs being supplied in a flattened state for palletised loads

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Basic Packing Technique (AREA)
  • Containers And Plastic Fillers For Packaging (AREA)
  • Folding Of Thin Sheet-Like Materials, Special Discharging Devices, And Others (AREA)

Description

* * * Vh
Verpakkingsinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een verpakkingsinrichting voor het om een lading aanbrengen van een verpak-kingskoker van soepel materiaal, zoals in het bijzonder 5 kunststof, voorzien van middelen voor het in de richting van de lading aanvoeren van stukken van de verpakkingskoker in platgevouwen vorm, middelen voor het openen van het naar de lading gekeerde voorste uiteinde van elk stuk van de verpakkingskoker, een plooiinrichting voor het geleidelijk gedeel-10 telijk plooien van elk stuk verpakkingskoker en welke is voorzien van aangedreven draaibare organen, door welke de koker vanaf de buitenzijde tegen daarin aangebrachte aanhoudorganen wordt aangedrukt, een freem voor het opnemen van het geplooide kokerstuk en waarvan de dwarsdoorsnede groter is dan die 15 van de te verpakken lading en middelen voor het langs de lading verplaatsen van dit freem, teneinde tijdens deze verplaatsing het geplooide kokerstuk automatisch te ontplooien en om de lading aan te brengen.
Een dergelijke verpakkingsinrichting is bekend uit 20 de ter inzage gelegde Franse octrooiaanvrage 7318756. Deze bekende inrichting is voorzien van een magazijn voor het opnemen van het geplooide kokerstuk, alsmede van middelen voor het in verticale richting over de lading verplaatsen van het freem en dit magazijn, teneinde het zich in het maga-25 zijn bevindende geplooide kokerstuk, dat tijdens deze beweging automatisch wordt ontplooid om de lading aan te brengen.
De uitvinding beoogt, een verbeterde inrichting van de bovenbeschreven soort te verschaffen, welke met name voor wat de daarbij toegepaste middelen voor het vormen van de 30 plooien in de verpakkingskoker en het verplaatsen van het freem langs de te verpakken lading betreft ten opzichte van de bekende inrichting is vereenvoudigd.
De uitvinding verschaft een dergelijke inrichting, waarmede het gestelde doel is bereikt, doordat daarbij de 35 draaibare plooiorganen op een los van het freem staande ondersteuning zijn aangebracht en de plooiinrichting is voorzien van beweegbare plooiarmen en voorts middelen voor het bedienen daarvan bevat, door welke deze armen in de verpakkingskoker kunnen worden aangebracht en daarbij tegen de draaibare 40 plooiorganen worden aangedrukt en door welke deze armen na 8100 19 0 * * - 2 - het plooien van de koker daaruit worden verwijderd» teneinde een verplaatsing van het freem mogelijk te maken.
Hierbij kan de ondersteuning van de draaibare plooi-organen vast aan het gestel van de inrichting zijn bevestigd 5 en het freem tijdens het vormen van de plooien worden ver-plaatst.
Bij een voorkeursuitvoering van de inrichting is echter de ondersteuning van de draaibare plooiorganen beweegbaar ten opzichte van de plooiarmen, welke de aanhoudorganen 10 voor deze plooiorganen dragen .en tijdens de plooibewerking een vaste stand innemen. In dit geval zijn de plooiarmen elk voorzien van een aanslag voor het tegenhouden van het voorste uiteinde van het kokerstuk tijdens het vormen van de plooien. Deze uitvoeringsvorm biedt de mogelijkheid om tijdens het 15 afvoeren van een eerder verpakte lading geheel onafhankelijk hiervan reeds een om een volgende lading aan te brengen kokerstuk te plooien, hetgeen een aanzienlijke verhoging van het werktempo van de inrichting oplevert.
De inrichting volgens de uitvinding kan worden 20 gebruikt voor het om een gehele lading of een deel daarvan aanbrengen van een eenvoudig, aan de beide uiteinden open omhulsel of een aan een uiteinde gesloten hoes.
De inrichting volgens de uitvinding heeft het voordeel, dat deze de mogelijkheid biedt om de verpakkingskoker 25 in zijn geopende toestand zodanig vast te houden, dat deze tijdens het aanbrengen daarvan om de te verpakken lading niet met deze lading in aanraking kan komen. Bovendien wordt ook de lading in zijn geheel beschermd, omdat de samenstellende onderdelen van het freem op afstand hiervan kunnen worden 30 gehouden. Voorts is het mogelijk om wanneer de eventueel als een gesloten hoes uitgevoerde verpakkingskoker zich nog in zijn geplooide toestand bevindt alvorens deze om de lading wordt aangebracht een willekeurige bewerking in het inwendige van deze hoes uit te voeren. Meer in het bijzonder kan met 35 behulp van een beweegbaar orgaan een etiket tegen de binnenzijde van het gesloten uiteinde van de hoes worden aangebracht. Deze bewerking kan gemakkelijk worden uitgevoerd, omdat een hoes, zelfs wanneer deze grote afmetingen bezit in zijn geplooide toestand slechts een geringe hoogte heeft.
40 8 1 0 0 1 9 0 i i - 3 -
De inrichting volgens de uitvinding biedt de mogelijkheid om voor de verpakking een willekeurig soepel materiaal·, zoals met name een dikke of dunne en al dan niet van kleine of grote openingen voorziene folie van een al dan niet 5 krimpbare of rekbare kunststof te gebruiken. De inrichting heeft in het bijzonder het voordeel, dat deze de mogelijkheid biedt om als verpakkingsmateriaal een zeer dunne folie met een dikte van 60 micron of minder te gebruiken, hetgeen met de van beweegbare grijpers voorziene bekende inrichtingen 10 van deze soort niet mogelijk is. De inrichting kan eveneens worden gebruikt voor het om een lading aanbrengen van andere verpakkingsmaterialen, zoals al dan niet geweven materialen, samengestelde materialen, netten, textielmaterialen enzovoorts. De gebruikte koker kan een balgvormig gevouwen koker, een 15 eenvoudige platgevouwen koker, een uit een dubbelgevouwen folie, waarvan de vrije randen op elkaar zijn gelast bestaande koker of een uit twee met hun randen aan elkaar gelaste folies samengestelde koker zijn.
De te verpakken lading kan een willekeurige 20 dwarsdoorsnede bezitten, aan welke de dwarsdoorsnede van het freem voor het aanbrengen van de verpakkingskoker om deze lading kan worden aangepast.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van enkele uitvoeringsvoorbeelden, welke zijn weerge-25 geven in de bijgaande tekening, waarin is: fig. 1 een schematisch weergegeven verticale doorsnede van een verpakkingsinrichting volgens de uitvinding; fig. 2 een verticale doorsnede op grotere schaal van het bovenste gedeelte van de inrichting met het verpakkings-30 freem in zijn hoogste stand; fig. 3 een verticale doorsnede van het onderste gedeelte van de inrichting met het verpakkingsfreem in zijn laagste stand; fig. 4 een aanzicht in horizontale doorsnede van 35 een gedeelte van de inrichting volgens de lijn IV-IV uit fig. 2; fig. 5 een aanzicht in horizontale doorsnede van hetzelfde gedeelte van de inrichting als is weergegeven in fig. 4, doch waarbij de plooirollen met de daarbij behorende 40 8 1 00 19 0 + « - 4 - aandrijforganen zijn weggelaten; fig. 6 een verticale doorsnede op vergrote schaal van het 1inkergedeelte van de inrichting, waarbij de plooiarm in de hoogste stand en het verpakkingsfreem in de laagste 5 stand zijn weergegeven; fig. 7 een zijaanzicht van een plooiarm en het bedieningsmechanisme daarvan; fig. 8 een verticale doorsnede volgens de lijn VIII-VIII uit fig. 7; 10 fig. 9 een aanzicht van een grijpvinger en het bedi en i ngsmechani sme ‘daarvan; figuren 10A,10B,10C,10D,10E,10F en 10G schematische voorstellingen van de verschillende bewerkingen, welke door de inrichting worden uitgevoerd tijdens het vormen en om een 15 lading aanbrengen van een geplooide verpakkingshoes; fig. 11 een schematische voorstelling van een andere uitvoeringsvorm van de inrichting, waarbij het vormen van de plooien op de plooiarmen zelf plaatsvindt; figuren 12A,12B en 12C schematische voorstellingen 20 ter illustratie van de werking van een verpakkingsfreem, waarvan het raam door scharnierende platen wordt gevormd; fig. 13 een schematische voorstelling van een gewijzigde uitvoeringsvorm van het mechanisme voor het openen van de verpakkingskoker met uitsluitend in horizontale rich-25 ting beweegbare grijporganen; fig. 14 een schematische voorstelling van een mechanisme voor het aanbrengen van een etiket tegen de binnenkant van het gesloten uiteinde van een geplooide verpakkingskoker; fig. 15 een aanzicht van een gedeelte van een inrich-30 ting voor het bedienen van de steunvingers en de draaibare steunplaten; fig. 16 een verticale doorsnede volgens de lijn XVI-XVI uit fig. 15; figuren 17,18 en 19 schematische afbeeldingen in 35 perspectief ter illustratie van de werking van de in de figuren 15 en 16 weergegeven inrichting.
De schematisch in fig. 1 weergegeven verpakkings-inrichting volgens de uitvinding is voorzien van een gestel, waarin de te verpakken lading kan worden opgesteld.
40 8 1 0 0 1 9 0 * i - 5 -
Deze lading kan bestaan uit een stapel voorwerpen, die is aangebracht op een laadbord la, dat kan worden verplaatst door middel van een horizontale transportband 100, welke loodrecht op het vlak van tekening beweegt. De lading 1 5 wordt verpakt door middel van een baan 2 van een verpakkingsmateriaal, die wordt afgewikkeld van een voorraadrol 3 met een horizontale as, welke naast de inrichting op de grond of in het bovenste gedeelte van het gestel van de inrichting kan zijn aangebracht. De baan 2 kan uit een willekeurig soe-10 pel materiaal, zoals een kunststoffolie bestaan, welke folie uit een al dan niet krimpbare of rekbare kunststof kan zijn vervaardigd, van kleine of gróte openingen kan zijn voorzien en een geringe dikte van minder dan 60 micron of een grote dikte van meer dan 200 micron kan bezitten. De baan 2 kan 15 ook bestaan uit een al dan niet geweven materiaal, een willekeurig samengesteld materiaal, een net, een textielmateriaal enzovoorts. De baan 2 kan verschillende vormen bezitten en bijvoorbeeld bestaan uit een balgvormig gevouwen koker, een' platte koker,een dubbelgevouwen folie of een samenstel van 20 twee platte folies.
De inrichting volgens de uitvinding zal in het navolgende worden beschreven aan de hand van een toepassing daarvan voor het van bovenaf om de lading 1 aanbrengen van een aan zijn bovenzijde gesloten hoes. De inrichting kan echter 25 eveneens worden gebruikt voor het om de lading 1 aanbrengen van een aan zijn beide uiteinden open kokervormig omhulsel, dat zich daarbij over de gehele hoogte van de lading 1 of een gedeelte daarvan kan uitstrekken. De lading kan in horizontale doorsnede een willekeurige omtreksvorm, zoals een rechthoeki-30 ge, vierkante, ronde, zeshoekige, achthoekige of andere veelhoekige omtreksvorm bezitten.
Bij het in de tekening weergegeven uitvoeringsvoor-beeld van de inrichting wordt gebruik gemaakt van een verpakkingsmateriaal in de vorm van een balgvormig gevouwen koker-35 baan 2, welke aan de bovenzijde van de inrichting tussen een aandrijfrol 4 met een horizontale as, die door een motor 5 wordt aangedreven en een aandrukrol 6 met een evenwijdig aan de as van de rol 4 gerichte horizontale as wordt doorgevoerd.
De aandrukrol 6 is aangebracht op een hefboom 7, die draaibaar 40 8 1 00 19 0 A « - 6 - is om een horizontale as en kan tegen de aandrijfrol 4 worden aangedrukt door middel van een vijzel 8. Vanaf de rollen 4 en 6 beweegt de balgvormig gevouwen kokerbaan 2 omlaag en komt daarbij in aanraking met een verticale scheidingsinrich-5 ting 9, die is samengesteld uit twee aan weerszijden van de baan opgestelde organen, welke elk zodanig tussen een naar binnen gevouwen zijrand van de kokerbaan dringen, dat de beide vlakke zijden van de koker ter plaatse van elkaar af worden bewogen. Onder deze scheidingsinrichting 9 is een 10 las- en snijinrichting 10 van een willekeurig bekend type aangebracht, welke in hoofdzaak bestaat uit twee, aan weerszijden van de door de gedeeltelijk geopende kokerbaan 2 doorlopen baan aangebrachte lasbekken 11, die door middel van vijzels 12 in horizontale richting beweegbaar zijn.
15 Hoewel voor het vormen van een aan ëén uiteinde gesloten verpakkingshoes bij voorkeur gebruik wordt gemaakt van een 1asinrichting kan voor dit doel in plaats daarvan een willekeurige andere inrichting, zoals bijvoorbeeld een inrichting voor het dichtsmelten, dichtnaaien, dichtplakken, 20 dichtnieten enz. worden toegepast.
Onder de las- en snijinrichting 10 wordt de gedeeltelijk geopende kokerbaan 2 tussen twee leirollen 20 met horizontale assen doorgevoerd, onder welke een inrichting voor het opentrekken van de koker is aangebracht. Deze laatstge-25 noemde inrichting kan op verschillende, op zichzelf bekende wijzen worden uitgevoerd en kan bijvoorbeeld zijn voorzien van zuigmonden of grijpers voor het aanzuigen of aangrijpen van de vier hoekpunten van de kokerbaan. In de tekening zijn schematisch voor dit doel bestemde beweegbare grijpers 13 30 weergegeven, welke zijn bevestigd aan eindloze kettingen 14, die door een motor worden aangedreven. Deze grijpers kunnen de gedeeltelijk geopende koker op zijn onderste vier hoekpunten aangrijpen en deze hoekpunten zodanig van elkaar verwijderen, dat de koker wordt opengetrokken in de vorm van 35 een tentdak, zoals dit in fig. 10B is weergegeven.
Zoals eveneens in fig. 10B is weergegeven kunnen de grijpers 13 hiertoe zowel in horizontale als in verticale richting worden verplaatst. Zoals in fig. 13 is weergegeven kunnen echter ook grijpers worden toegepast, die uitsluitend 40 8 1 0 0 1 9 0
« V
- 7 - in horizontale richting beweegbaar zijn. In dit geval zullen de grijpers 13 de vouwranden van de balgvormig gevouwen koker-baan op enige afstand boven het vrij onder de leirollen 20 hangende onderste uiteinde daarvan aangrijpen.
5 Wanneer de koker is opengetrokken wordt een bepaalde lengte daarvan geplooid. Bij een eerste uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding kan deze plooibewerking worden uitgevoerd op een in verticale richting beweegbaar verpakkingsfreem 15. Dit verpakkingsfreem 15, dat in fig. 2 10 in zijn hoogste stand en in fig. 3 in zijn laagste stand is weergegeven bevindt zich bij de afbeelding volgens fig. 1 in een tussenstand. Het verpakkingsfreem 15 kan in verticale richting worden verplaatst door middel van vier verticale eindloze kettingen 16, die nabij de vier hoekpunten van het 15 freem zijn aangebracht en daarmee zijn verbonden. Deze kettingen 16 zijn aangebracht om kettingwielen 17 met horizontale en onderling evenwijdige draaiïngsassen, welke met elkaar zijn gekoppeld door een overbrengingsmechanisme, dat niet in detail is weergegeven. De kettingen 16 en derhalve 20 het verpakkingsfreem 15 worden aangedreven door middel van een met de kettingen gekoppelde motor 18.
Zoals in de figuren 1 en 5 is weergegeven omvat het verpakkingsfreem 15 een mal, die is samengesteld uit vier geprofileerde steunplaten 19, die volgens een rechthoek ten 25 opzichte van elkaar zijn aangebracht en waarbij op de hoekpunten van deze rechthoek ruimten tussen deze platen zijn vrijgelaten. De steunplaten 19 zijn bij voorkeur in horizontale richting ten opzichte van het uitwendige freem 15 instelbaar aangebracht, teneinde de daardoor omgeven opening aan de 30 horizontale dwarsdoorsnede van de te verpakken lading 1 te kunnen aanpassen. De steunplaten 19 kunnen echter ook vast aan het freem 15 zijn bevestigd of, zoals in het navolgende nog nader zal worden uiteengezet draaibaar om nabij de onderzijde daarvan aangebracht'e horizontale assen zijn uitgevoerd.
35 Elke steunplaat 19 bezit bij voorkeur in verticale dwarsdoorsnede de vorm van een gebroken lijn, bestaande uit een bovenste verticaal lijnstuk 19a, dat aan zijn onderzijde overgaat in een schuin naar beneden en naar buiten gericht lijnstuk 19b, dat op zijn beurt overgaat in een naar buiten 40 8 1 00 1 9 0 - 8 - * * gericht horizontaal lijnstuk 19c en een aan het uiteinde daarvan gevormd, verticaal omhoog gericht lijnstuk 19d.
Twee, evenwijdige en tegenover elkaar liggende steunplaten 19 zijn elk aan hun beide uiteinden voorzien van twee verti-5 cale vingers 21, welke zijn bestemd om ter plaatse van de vier hoekpunten van de geplooide hoes in deze te worden aangebracht. Elke vinger 21 is bevestigd aan een horizontale stang 22, die door middel van rollen 23 langs de steunplaat 19 verplaatsbaar is uitgevoerd. De stang 22 is bevestigd aan 10 de stang van een op de steunplaat 19 bevestigde horizontale . vijzel 24.
Elke vinger 21 kan door middel van de bijbehorende vijzel 24 worden verplaatst tussen een ingetrokken stand en een uitgetrokken stand, welke respectievelijk met getrokken 15 lijnen en stippellijnen in de figuren 5 en 9 zijn aangegeven. In de uitgeschoven stand rust elke vinger 21 stevig tegen de binnenzijde van een hoekpunt van de geplooide hoes.
De verpakkingsinrichting omvat voorts een plooiin-richting, welke wordt gevormd door vier, in de vier hoeken 20 van het gestel van de inrichting aangebrachte plooiarmen 25 en vier paren, daarmee samenwerkende plooirollen 26, 26a.
Elke plooiarm 25 is zodanig beweegbaar, dat deze een bovenste verticale stand, waarin de arm 25 naar boven is gericht kan innemen, welke in fig. 1 met getrokken lijnen is weer-25 gegeven en waarin de arm zich tijdens het vormen van de plooien in de verpakkingskoker bevindt, terwijl de arm voorts ook in de met stippellijnen aangegeven onderste stand kan worden aangebracht. Elke plooiarm 25 is aan zijn uiteinde voorzien van een rol 27, die zich, wanneer de plooiarm 25 30 in zijn verticale bovenste stand is ingesteld onder een hoek ten opzichte van de koker met de binnenzijde daarvan in aanraking bevindt.
In hun onderste stand zijn de armen 25 zijdelings naar buiten bewogen, teneinde het omlaagbewegen van het freem 35 15 met de geplooide koker mogelijk te maken.
De beweging van elke plooiarm 25, door middel waarvan deze vanuit zijn hoogste stand in zijn laagste stand kan worden aangebracht kan bestaan uit een draai beweging, zoals in de tekening is weergegeven of in plaats daarvan uit een 40 8 1 0 0 1 9 0 ♦ «.
- 9 - rechtlijnige verticale en horizontale beweging.
Bij de in de tekening bij wijze van voorbeeld weergegeven uitvoeringsvorm van de inrichting is elke arm 25 draaibaar om een horizontale as 25a, die loodrecht is gericht 5 op de bissectrice van de hoek van de rechthoek, welke wordt gevormd door de steunplaten 19 van het freem 15. Met andere woorden gezegd is dus elke plooiarm 25 draaibaar in een verticaal vlak, dat een bissectrixvlak is van het veelvlak, dat wordt gevormd door twee naburige zijvlakken van het 10 verpakkingsfreem.
In de verticale bovenste stand strekt elke arm 25 zich loodrecht uit in de ruimte tussen de beide uiteinden van twee naburige en onderling loodrechte steunplaten 19, zoals met name in fig. 5 is weergegeven.
15 Het mechanisme voor het besturen van de draaiende beweging van elk van de plooiarmen 25 is in het bijzonder weergegeven in de figuren 5, 7 en 8. Dit mechanisme bevat een verticale vijzel 28, welke met zijn gesloten uiteinde draaibaar is om een horizontale as en waarvan de stang, die 20 omhoog is gericht is gekoppeld met een arm 29, welke een kegelvormig tandwiel 31 draagt, dat zich in ingrijping bevindt met een ander kegelvormig tandwiel 32. Dit laatstgenoemde tandwiel is bevestigd aan een radiale arm 25b, die zich onder een rechte hoek ten opzichte van de plooiarm 25 uitstrekt en 25 draaibaar is om de horizontale as 25a.
Wanneer de vijzel 28 zodanig wordt bestuurd, dat de stang daarvan wordt ingetrokken zal door middel van de kegel -wielen 31 en 32 de plooiarm 25 uit zijn verticale bovenste stand naar zijn onderste stand worden bewogen. In deze onder-30 ste stand, welke in de figuren 1 en 7 met stippellijnen is aangeduid is de arm 25 tevens in zijdelingse richting naar buiten verplaatst.
Elke plooiarm 25 is onder de rol 27, wanneer de arm verticaal omhoog is gericht voorzien van twee plooigeleidingen 35 33 van een materiaal met een geringe wrijvingscoëfficient, zoals bijvoorbeeld kunststof. Elk van de beide plooigeleidingen 33 bezit een dwarsdoorsnede in de vorm van een rechthoekige gelijkbenige driehoek en deze geleidingen zijn aan weerszijden op de arm 25 bevestigd in de vorm van een staaf met een 40 8 1 0 0 19 0 - 10 - rechthoekige dwarsdoorsnede, zodat het samenstel van de arm en deze geleidingen een vierkant of rechthoekig profiel bezit. De beide plooi geleidingen 33 vormen twee onderling loodrechte steunvlakken 33a, waarmede de plooirollen 26 en 26a zich in 5 aanraking bevinden. Elk van deze rollen is op zijn omtrek voorzien van een laag met een grote ruwheid, teneinde een goede aangrijping daarvan op de kunststoffolie te waarborgen.
De beide plooirollen 26, 26a, die in elke hoek zijn aangebracht zijn draaibaar om horizontale assen, welke onderling 10 loodrecht zijn gericht en in elke hoek met elkaar zijn gekop- · peld door middel van een paar kegelwielen 34 (fig. 4). De vier paren plooirollen 26,26a zijn in de vier hoeken aangebracht in een plooiraam 35, dat vast kan zijn opgesteld of, zoals in de tekening is weergegeven in verticale richting 15 beweegbaar kan zijn. Dit plooiraam 35 is boven het freem 15 aangebracht en de verticale verplaatsing daarvan wordt bestuurd door vier eindloze kettingen 36, die aan het raam 35 zijn bevestigd en om bovenste kettingwielen 37 en onderste kettingwiel en 38 zijn aangebracht, welke door het gestel van 20 de inrichting worden gedragen (fig. 2). De beide kettingwielen 37, welke in het 1inkergedeelte van de inrichting zijn aangebracht zijn met elkaar gekoppeld door middel van een horizontale as 39, terwijl de beide kettingwielen 37, die in het rechter gedeelte van de inrichting zijn aangebracht met elkaar 25 zijn gekoppeld door middel van een horizontale as 41. Eén van deze beide assen en wel in het hier beschouwde geval de as 39 aan de linkerzijde van de inrichting wordt aangedreven door middel van een electromotor 42. De draaiende beweging van deze as 39 wordt door een eindloze ketting 43 op de andere 30 as 41 overgebracht. Op deze wijze zal een draaiing van de electromotor 42 in de ene of de andere richting tot gevolg hebben dat het samenstel van het plooiraam 35 met de vier paren plooirollen 26,26a omhoog of omlaag wordt bewogen. Teneinde het raam 35 te geleiden is dit aan elk van zijn 35 zijden voorzien van een aantal manchetten 44, die verschuifbaar zijn op verticale kolommen 45, welke aan het gestel van de inrichting zijn bevestigd.
Op het plooiraam 35 zijn middelen voor het aandrijven van de plooirollen 26,26a tijdens de plooi bewerking 40 8 1 0 0 1 9 0 - π - aangebracht. Deze middelen omvatten een electromotor 46, die op het plooiraam 35 is bevestigd en een zich aan de linkerzijde van de inrichting uitstrekkende horizontale as 47 aandrijft. Deze as 47 is aan zijn beide uiteinden door middel 5 van over kettingwiel en aangebrachte eindloze kettingen 48 gekoppeld met tandwieloverbrengingen 49, die op hun beurt zijn gekoppeld met een andere horizontale as 51, welke zich aan de rechterzijde van de inrichting uitstrekt. De assen 47 en 51 zijn voorts elk door samenstellen van over kettingwie-10 len aangebrachte eindloze kettingen 52 gekoppeld met de plooirollen 26, welke door middel van de kegelwielen 34 met de andere plooirollen 26a zijn gekoppeld. Op deze wijze zal de motor 46 alle paren plooirollen 26,26a, welke op het plooiraam 35 zijn aangebracht gezamenlijk en gelijktijdig aandrij-15 ven.
In de figuren IOC t/m 106 is de wijze, waarop de verpakkingshoes voor de lading 1 wordt gevormd en over deze lading wordt aangebracht schematisch weergegeven.
Nadat de koker 2 door middel van de grijpers 13 is 20 opengetrokken, zoals in fig. 10B is weergegeven worden de plooiarmen 15 in de koker aangebracht en in hun verticale bovenste stand ingesteld, zoals dit in fig. IOC is weergegeven. Voor dit doel worden de vijzels 28 zodanig bestuurd, dat deze de armen 25 om hun assen 25a doen draaien, waarbij deze 25 armen tot in de koker worden verplaatst. Op een gegeven ogenblik tijdens deze beweging komen de op de uiteinden van de armen 25 aangebrachte rollen 27 met de koker in aanraking en bewerkstelligen daarbij een zodanige vervorming van de koker, dat deze in horizontale richting tussen de rollen 27 en het 30 paar boven de las- en snijinrichting 10 liggende rollen 20 wordt gespannen.
Wanneer de armen 25 hun verticale bovenste stand bereiken komen de door deze armen gedragen plooigeleidingen met hun buitenvlakken 33a in een zodanige stand ten opzichte 35 van de plooirollen 26 en 26a, dat de uit kunststof bestaande koker tussen deze rollen 26, 26a en de plooigeleidingen 33 wordt ingeklemd.
Vervolgens wordt het freem 15 met de daarop aangebrachte steunplaten 19 tot in zijn bovenste stand, welke in 40 8 1 0 0 1 3 0 - 12 - de figuren 2 en 10D is weergegeven omhoogbewogen. Hierdoor zullen de verticale delen 19a van de steunplaten 19 en de verticale vingers 21, welke in de hoeken van het freem zijn aangebracht in de door de rollen 27 opengetrokken en tussen 5 de plooirollen 26,26a en de plooigeleidingen 33 ingeklemde koker worden ingevoerd.
Hierna wordt met het eigenlijke vormen van de plooien begonnen. Deze plooi bewerking kan in beginsel op twee verschillende wijzen worden üitgevoerd, waarbij de plooien op het 10 freem 15 of op de plooiarmen 25 worden gevormd.
Bij een eerste uitvoeringsvorm is het plooiraam 35 met de plooirollen 26,26a vast opgesteld, zoals in fig. 10E is weergegeven en wordt het freem 15 tijdens de plooibewerking omlaagbewogen. Tegelijkertijd wordt de electromotor 46 bekrach-15 tigd, teneinde de plooirollen 26,26a in de voor het vormen van de plooien geschikte zin aan te drijven. Deze rollen zullen daardoor de geopende koker op zijn vier hoekpunten omlaag-trekken, waarbij deze over de gladde buitenvlakken 33a van de plooigeleidingen 33 zal glijden. Hierdoor zal de koker 2 tij-20 dens het omlaagbewegen van het freem 15 op de verticale delen 19a van dit freem worden geplooid, zoals schematisch in fig. . 10E is weergegeven. De schuin naar buiten gerichte delen 19b van de steunplaten 19 vormen hierbij een aanslag voor het voorste uiteinde van het kokerstuk tijdens de plooibewerking, 25 hetgeen voor het vormen van de plooien noodzakelijk is.
Bij een tweede uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding, welke in het navolgende nog zal worden beschreven worden de plooien op de plooiarmen 25 gevormd en wordt het plooiraam 35 tijdens de plooibewerking bij voorkeur 30 omhoogbewogen. Deze uitvoeringsvorm verdient de voorkeur, omdat daarbij de plooien onafhankelijk van het freem 15 op de plooiarmen 25 zelf kunnen worden gevormd.
Nadat de vereiste lengte van de koker in geplooide vorm op het plooiraam is aangebracht, welke lengte van de 35 hoogte van de uiteindelijk te vormen hoes afhankelijk is wordt de koker door middel van de inrichting 10 boven de rollen 20 dichtgelast en doorgesneden, zoals in fig. 10F is weergegeven.
Gelijktijdig met deze las- en snij bewerking worden 40 8 1 0 0 1 9 0 - 13 - de plooiarmen 25 omlaagbewogen en in de door de pijlen in fig. 10F aangeduide richting gedraaid. Hierdoor worden de armen 25 in een stand gebracht, waarin zij naar beneden zijn gericht.
5 Nadat de plooiarmen 25 op deze wijze in hun laagste stand zijn aangebracht worden de vier vijzels 28 zodanig bestuurd, dat de vier vingers 21 naar buiten worden bewogen, teneinde de hoes door het uitoefenen van een van binnen naar buiten gerichte kracht in de vier hoekpunten daarvan te span-10 nen.
Wanneer de plooiarmen 25 in hun onderste stand zijn gedraaid, waarin zij tevens in zijdelingse richting zijn verplaatst en de vingers 21 in de bovengenoemde stand zijn ingesteld wordt het freem 15 met de daarop gevormde geplooide 15 koker omlaagbewogen, zoals schematisch is weergegeven in fig. 106.
Tijdens deze beweging is de hoes volkomen vrij en wanneer de gesloten bovenzijde daarvan in aanraking komt met het bovenoppervlak van de lading 1 zal deze door de lading 20 worden tegengehouden, terwijl het freem 15 nog verder omlaag wordt bewogen. Als gevolg hiervan zal de koker geleidelijk worden ontplooid en wanneer het freem 15 zijn uiterste onderste stand nabij de bodem bereikt zal de gehele hoes zijn ontplooid en de lading 1 omgeven. Op dit ogenblik worden de 25 vingers 21 door middel van de vijzels 28 weer ingetrokken.
Wanneer het freem 15 zich in zijn laagste stand bevindt kan de met de hoes bedekte lading 1 worden verwijderd en door een nieuwe te verpakken lading worden vervangen. Teneinde tijdens de plooibewerking de stapeling van de plooien 30 op geschikte wijze te regelen kan het freem 15 langzaam omlaag worden bewogen ten opzichte van de plooirollen 26,26a, die hierbij op hetzelfde horizontale niveau blijven, hetgeen het geval zal zijn, wanneer het raam 35 een vaste stand inneemt.
35 Bij de in het voorgaande reeds genoemde tweede uit voeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding worden de plooien van het kokerstuk op de plooiarmen 25 zelf gevormd, terwijl het freem 15 zich hierbij in zijn laagste bevindt, zoals in fig. 11 is weergegeven. In dit geval is elke 40 8100 19 0 - 14 - plooiarm 25 zodanig gevormd, dat deze een aanslag voor het onderste uiteinde van het kokerstuk vormt. Deze aanslag kan bijvoorbeeld worden gevormd door een deel 25c v'an de arm 25, dat wanneer de arm zich in zijn verticale hoogste stand be-5 vindt (fig. 7) schuin omlaag en naar buiten is gericht. Dit armdeel verbindt het bovenste, betrekkelijk smalle deel van de arm, waarop de plooigeleidingen 33 zijn aangebracht met het ondprste bredere deel van de arm. Wanneer de armen 25 in hun verticale stand in de koker zijn aangebracht (fig. 11) 10 wordt een verticale verplaatsing van het plooiraam 35 met de plooirollen 26,26a ten opzichte van de plooiarmen 25 tot stand gebracht. Deze relatieve verplaatsing wordt bij voorkeur tot stand gebracht door een beweging van het raam 35 ten opzichte van de vaststaande plooiarmen 25, doch het is ook 15 mogelijk om in plaats hiervan de plooiarmen ten opzichte van het vaststaande raam te verplaatsen. Bij voorkeur zal echter het plooiraam 35 met de plooirollen 26,26a langzaam omhoog worden bewogen, terwijl de plooirollen worden aangedreven. Hiertoe wordt de electromotor 42 zodanig bekrachtigd, dat de 20 assen 39 en 41 in de juiste richting worden aangedreven om het plooiraam 35 langzaam omhoog te doen bewegen, terwijl de rollen 26,26a hierbij in een draaiende beweging ten opzichte van de plooigeleidingen 33 worden gebracht. Hierdoor zullen deze rollen langs de plooigeleidingen 33 omhoogbewegen, ter-25 wijl de gevormde plooien op de armen 25 worden verzameld.
Wanneer het vormen van de plooien op de armen 25 is beëindigd wordt het freem 15 zodanig omhoogbewogen, dat de steunplaten 19 in het geplooide kokerstuk worden aangebracht, waarna de armen 25 omlaag en naar buiten worden bewogen.
30 Vanaf dit moment bevindt de inrichting zich in dezelfde toestand als is weergegeven in fig. 10F, vanuit welke het geplooide kokerstuk met behulp van het freem 15 door het omlaag-bewegen van dit freem om de lading kan worden aangebracht.
De 1aatstbeschreven uitvoeringsvorm van de inrich-35 ting volgens de uitvinding heeft het voordeel, dat deze de mogelijk biedt om reeds tijdens het aanbrengen van een hoes om een lading met het vormen van een geplooide hoes voor een volgende lading te beginnen. Hierdoor wordt een hogere productiesnelheid van de inrichting verkregen, omdat het vormen van 4o 8100190 - 15 - de plooien hierbij onafhankelijk plaatsvindt van hetgeen zich op hetzelfde tijdstip in het onderste gedeelte van de inrichting afspeelt.
Volgens een gewijzigde uitvoeringsvorm kunnen de 5 steunplaten 19 worden weggelaten en in plaats daarvan een eenvoudig freem 15 worden toegepast, in de vier hoekpunten waarvan de door de vijzels 24 bediende vier verticale vingers 21 zijn aangebracht. Hierbij zullen de plooien van de koker dus op deze vier verticale vingers en de zich in hun verticale 10 stand bevindende plooiarmen 25 worden gevormd.
De aan het freem 15 bevestigde steunplaten 19 kunnen als vaststaande platen zijn uitgevoerd, doch zullen bij voorkeur zodanig worden uitgevoerd, dat zij kantelbaar zijn om nabij de onderzijden daarvan aangebrachte horizontale assen 15 53 (fig. 12A t/m 12C), waardoor zij naar binnen of naar bui ten kunnen kantelen. Door de platen 19, bijvoorbeeld met behulp van op het freem 15 aangebrachte vijzels 54 (fig. 12A) naar buiten te kantelen zullen deze van de te verpakken lading 1 worden verwijderd, waardoor het omhoogbewegen van het freem 20 15 langs deze lading wordt vergemakkelijkt. Wanneer het freem 15 zijn hoogste stand bereikt zullen de platen 19 daarentegen door middel van de vijzels 54 naar binnen worden gekanteld, (fig. 12B), teneinde het invoeren daarvan in het geplooide kokerstuk te vergemakkelijken. Tenslotte zullen de platen 19 25 tijdens het aanbrengen van de hoes om de lading 1 een tussenstand tussen de naar buiten gekantelde en de naar binnen gekantelde stand innemen (fig. 12C).
Wanneer de hoes uit een krimpbare kunststof bestaat kunnen de steunplaten 19 tevens worden gebruikt voor het 30 verhitten van deze kunststof door middel van op het freem 15 aangebrachte verhittingsorganen. Deze verhittingsorganen kunnen op een willekeurige bekende wijze zijn uitgevoerd en bijvoorbeeld worden gevormd door in de platen 19 aangebrachte electrische verhittingsweerstanden. In plaats hiervan kunnen 35 de platen ook vanaf de buitenzijde worden verwarmd. Op deze wijze kan worden bereikt, dat de kunststof, waaruit de hoes is vervaardigd bij het aanbrengen van de hoes om de lading 1 tevens wordt gekrompen.
De inrichting volgens de uitvinding biedt voorts de 40 8 1 00 19 0 - 16 - mogelijkheid om voor het verpakken van de lading 1 in koude toestand rekbare folies toe te passen. Door. middel van hydraulische vijzels kunnen de onderdelen van het freem 15 hierbij van elkaar af worden bewogen en wanneer daarbij een voldoend 5 grote kracht wordt uitgeoefend kan' de gevormde geplooide koker zodanig worden uitgerekt, dat deze eerst door het om-laagbewegen van het freem 15 om de lading 1 kan worden aangebracht en zich daarna door zijn eigen elasticiteit vast om de 1ading sluit.
10 Fig. 14 toont schematisch een inrichting voor het aanbrengen van een etiket aan de binnenzijde van het gesloten bovenste uiteinde van een geplooid koker-stuk. Zoals is weergegeven kan deze inrichting bijvoorbeeld bestaan uit een arm 55, die draaibaar is om een horizontale as 56 en kan worden 15 bewogen door middel van een niet in de tekening weergegeven aandrijfmechanisme. De arm 55 kan vanaf de onderzijde in het geplooide kokerstuk worden aangebracht, terwijl het vrije uiteinde 57 daarvan is voorzien van een drukplaat door middel waarvan een daarop aangebracht etiket aan de binnenzijde 20 tegen het gesloten bovenvlak van het geplooide kokerstuk kan worden bevestigd. Op deze wijze kan ook gemakkelijk een etiket worden aangebracht in een hoes, die in ontplooide toestand een grote hoogte bezit, aangezien de hoogte van de hoes in zijn geplooide toestand slechts zeer gering is. Op overeen-25 komstige wijze kan ook elke willekeurige andere bewerking in het inwendige van de geplooide hoes worden uitgevoerd.
Thans zal aan de hand van de figuren 15 t/m 18 een gewijzigde uitvoeringsvorm van de inrichting voor het besturen van de beweging van de steunplaten 19 en de vingers 21 30 worden beschreven. Bij deze gewijzigde uitvoeringsvorm is elke verticale vinger 21 bevestigd aan een stang 61, welke op zijn beurt is bevestigd aan een bus 62 die draaibaar is om een verticale as. Deze bus is zelf weer bevestigd aan een radiale arm 63, van welke het vrije uiteinde draaibaar met de 35 stang van een bedieningsvijzel 24 is gekoppeld. Door middel van deze vijzel 24 kan derhalve een verdraaiing van de bus 62 om de verticale as worden bewerkstelligd. De bus 62 is voorzien van een aanslag 64, bestaande uit een horizontale cirkelboogvormige ribbe. Met deze aanslag 64 werkt een pal 65 samen, 40 8 1 0 0 1 9 0 - 17 - die draaibaar is om een horizontale as 66. Aan de pal 65 is een verticale taster 67 bevestigd, welke met zijn bovenste uiteinde draaibaar is om een as 68.
Voorts is elke steunplaat 19 bevestigd aan een hori-5 zontale as 53, welke de kantelas daarvan vormt. Op deze as 53 is een radiale strip 69 bevestigd. Deze strip rust tegen een rol 71, welke wordt gedragen door een radiale arm 72, die met de bus 62 verdraaibaar is. De beschreven inrichting werkt als volgt.
10 In de figuren 15 en 16 zijn de belangrijkste bewe gende delen van de inrichting weergegeven met getrokken lijnen in een eerste stand, welke zij bij het aanbrengen van de geplooide koker om de lading innemen, met streep-streep-punt-lijnen in een tweede stand, welke zij tijdens het omhoogbewe- 15 gen van het freem innemen en met streep!ijnen in een derde stand, welke zij bij het opnemen van de geplooide koker innemen..
Tijdens het omlaagbewegen van de geplooide koker bevinden de verticale vingers 21 zich in deze koker, zoals « 20 in fig. 17 is weergegeven. In deze stand bevindt elke vinger 21 zich in een hoekpunt van de koker en wordt zijn hoekstand ten opzichte van de draaiingsas bepaald door de aanraking tussen de cirkel vormige aanslag 64 en het omlaaggebogen uiteinde van de draaibare pal 65. In deze toestand is de steun- 25 plaat 19 nagenoeg verticaal gericht, doch kan deze vrij om zijn as kantelen als gevolg van het feit, dat de strip 69 tegen de rol 71 rust onder het eigen gewicht van de steunplaat 19, die ten opzichte van zijn kantelas naar binnen is geplaatst.
30 Tijdens het omlaagbewegen van het freem, waarbij het geplooide kokerstuk geleidelijk wordt ontplooid en om de lading wordt aangebracht wordt dit kokerstuk gedragen door de vier verticale vingers 21, terwijl de steunplaten 19 zich in een vrije positie tussen het kokerstuk en de lading bevinden 35 en het in aanraking komen van de koker met de lading verhinderen.
Wanneer het freem zijn laagste stand bereikt komt de taster 67 in aanraking met de bodem (of met een op het gestel van de inrichting aangebrachte aanslag), hetgeen tot gevolg 40 8 1 0 0 1 9 0 - 18 - heeft, dat de pal 65 om zijn as 66 wordt gedraaid en wordt gelicht. Hierbij wordt het uiteinde van de pal 65 buiten aanraking gebracht met de ronde aanslag 64 en daar de vijzel 24 nog steeds vanaf zijn kop wordt gevoed zal deze een draaiing 5 van de vinger 21 bewerkstelligen, waardoor deze vinger in 1inksomgaande richting om zijn verticale as zal worden gedraaid. De vinger 21 zal hierbij zijn met de streep-9treep-punt-lijn in fig. 15 weergegeven tweede of buitenste stand innemen.
De arm 72 en de door deze gedragen rol 71 zullen deze beweging 10 volgen, waarbij de rol 71 een zodanige naar buiten gerichte draaiing van de strip 69 en de as 53 zal bewerkstelligen, dat de steunplaat 19 in zijn eveneens met een streep-streep-punt-lijn weergegeven tweede of buitenste stand wordt ingesteld.
Deze stand is weergegeven in fig. 18. Wanneer het freem ver-15 volgens weer omhoog wordt bewogen zal de taster 67 buiten aanraking met de bodem worden gebracht, waardoor de pal 65 wordt vrijgegeven. De pal kan nu echter niet in zijn vergren-delstand terugkeren, omdat het uiteinde daarvan op de ronde aanslag 64 rust. Tijdens het omhoogbewegen van het freem 20 blijven de vingers 21 en de steunplaten 19 derhalve in hun in fig. 18 weergegeven tweede of buitenste stand.
Wanneer het freem een boven de bovenzijde van de lading liggende stand bereikt wordt de besturing van de vijzel 24 omgekeerd. Als gevolg hiervan zullen de bus 62 en de verti-25 cale vinger 21 over een hoek van 90° in rechtsomgaande richting worden gedraaid, zoals in fig. 15 is weergegeven. De vinger 21 komt nu in zijn met een streeplijn weergegeven derde of binnenste stand. Tijdens deze draai beweging zal de pal 65 opnieuw zijn vergrendel stand innemen, zodra het voor-30 vlak van de ronde aanslag 64 het uiteinde van de pal is gepasseerd. Voorts wordt ook de arm 72 met de rol 71 over een hoek van 90° gedraaid, waardoor de steunplaat 19 wordt vrijgegeven, zodat deze in zijn met de streeplijn weergegeven binnenste stand kan kantelen. Deze derde of binnenste stand 35 is de stand voor het opnemen van de geplooide koker en in deze stand bevinden de vier vingers 21 en de vier steunplaten 19 zich binnen de omtrek van deze koker.
Wanneer het freem zijn uiterste bovenste stand bereikt wordt de besturing van de vijzel 24 opnieuw omgekeerd, 40 8 1 00 1 9 0 - 19 - waardoor de vinger 21 vanuit zijn binnenste stand in zijn tussenstand wordt gedraaid, waarin hij zich met een hoekpunt van de koker in aanraking bevindt. Het voorvlak van de ronde •aanslag 64 komt in aanraking met de pal 65, waardoor de ver-5 draaiing van de vinger 21 in 1inksomgaande richting wordt begrensd. Tegelijkertijd worden de arm 72 en de rol 71 in 1inksomgaande richting gedraaid tot in hun eerste stand, waarin de rol 71 zich met de strip 69 in aanraking bevindt. Hierbij is de steunplaat 19 volkomen vrij en wordt deze al-10 leen tegengehouden, doordat de strip 69 zich met de rol 71 in aanraking bevindt. Als gevolg hiervan zal de steunplaat 19 bij het vervolgens omlaagbewegen daarvan de eventuele onregelmatigheden in de ligging van de horizontale doorsneden van de lading kunnen volgen.
15 Hoewel de uitvinding in het voorgaande is toegelicht aan de hand van een inrichting, welke is bestemd voor het verpakken van de lading 1 door middel van een in verticale richting vanaf de bovenzijde daarover aangebrachte hoes kan deze inrichting in plaats hiervan oök worden gebruikt voor 20 het in horizontale richting verpakken van lange voorwerpen of ladingen, die op een tafel zijn aangebracht. In dit geval wordt het freem met de geplooide koker in horizontale richting verplaatst vanaf het ene uiteinde van de lading naar het andere uiteinde daarvan. De lading wordt hierbij gedra-25 gen door een te verwijderen ondersteuning.
De inrichting volgens de uitvinding kan voor een volledig automatische werking of voor een halfautomatische werking in combinatie met bepaalde handbewerkingen worden ingericht.
30 8100190

Claims (22)

1. Verpakkingsinrichting voor het om een lading aanbrengen van een verpakkingskoker van soepel materiaal, zoals in het bijzonder kunststof, voorzien van middelen voor het in de richting van de lading aanvoeren van stukken van de 5 verpakkingskoker in platgevouwen vorm, middelen voor het openen van het naar de lading gekeerde voorste uiteinde van elk stuk van de verpakkingskoker, een plooiinrichting voor het geleidelijk gedeeltelijk plooien van elk stuk verpakkingskoker en welke is voorzien van aangedreven draaibare organen, 10 door welke de koker vanaf de buitenzijde tegen daarin aangebrachte aanhoudorganen wordt aangedrukt, een freem voor het opnemen van het geplooide kokerstuk en waarvan de dwarsdoorsnede groter is dan die van de te verpakken lading en middelen voor het langs de lading verplaatsen van dit freem, ten-15 einde tijdens deze verplaatsing het geplooide kokerstuk automatisch te ontplooien en om de lading aan te brengen, met het kenmerk, dat de draaibare plooiorganen (26,26a) op een los van het freem (15) staande ondersteuning (35) zijn aangebracht en de plooiinrichting is voorzien van 20 beweegbare plooiarmen (25) en voorts middelen (28) voor het bedienen daarvan bevat, door welke deze armen in de verpakkingskoker kunnen worden aangebracht en daarbij tegen de draaibare plooiorganen (26,26a) worden aangedrukt en door welke deze armen na het plooien van de koker daaruit worden 25 verwijderd, teneinde een verplaatsing van het freem (15) mogelijk te maken.
2. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het k e n m e r k, dat de ondersteuning (35) van de draaibare plooiorganen (26,26a) vast aan het gestel van de inrichting 30 is bevestigd en de inrichting van middelen voor ten opzichte van deze plooiorganen (26,26a) verplaatsen van het freem (15) voor het vormen van de plooien is voorzien.
3. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van middelen 35 (42) voor het tijdens het vormen van de plooien tot stand brengen van een evenwijdig aan de plooiarmen (25) gerichte onderlinge verplaatsing van de draaibare plooiorganen (26,26a) en de plooiarmen (25). 8100 19 0 - 21 -
4. Inrichting volgens conclusie 3, m e t het kenmerk, dat de ondersteuning (35) van de draaibare plooiorganen (26,26a) in dezelfde richting als het freem (15) beweegbaar in het gestel van de inrichting zijn aangebracht 5 en de inrichting van middelen voor het ten opzichte van het gestel verplaatsen van deze organen is voorzien.
5. Inrichting volgens conclusie 4, m e t het kenmerk, dat de middelen voor het verplaatsen van de ondersteuning (35) van de plooiorganen (26,26a) bestaan uit 10 een op het gestel van de inrichting aangebrachte electromotor (42) en vier verticale kettingen (36), welke zijn aangebracht om kettingwielen (37,38), die door horizontale assen (39,41) en een horizontale eindloze ketting (43) met elkaar zijn gekoppeld, waarbij de ondersteuning (35) van de plooiorganen 15 (26,26a) is verbonden met vier eindloze kettingen (36), die zijn voorzien van manchetten (44), welke verschuifbaar om aan het gestel van de inrichting bevestigde geleidingskolommen (45) zijn aangebracht.
6. Inrichting volgens een der conclusies 2 t/m 5, 20 met het kenmerk, dat in elke hoek van het gestel van de inrichting twee jjlooirollen (26,26a) zijn aangebracht op onderling loodrechte assen, die door een paar kegelwielen (34) met elkaar zijn gekoppeld en welke rollen samenwerken met twee onderling loodrechte vlakken (33a) van 25 een plooigeleiding (33), die door· de bijbehorende plooiarm (25) wordt gedragen.
7. Inrichting volgens conclusie 6, m e t het kenmerk, dat op de ondersteuning (35) van de plooirol-len (26,26a) een electromotor (46) voor het aandrijven van 30 deze rollen is aangebracht, welke door een overbrengingsmechanisme (47,48,49,51,52) met een rol (26) van elk rollen-paar (26,26a) is gekoppeld.
8. Inrichting volgens een der conclusies 2 t/m 7, met het kenmerk, dat elke plooiarm (25) draai- 35 baar is om een horizontale as (25a) en wordt bediend door een vijzel (28) over een koppelmechanisme (29,31,32), door middel waarvan de rechtlijnige beweging van de stang van de vijzel (28) in een draaiende beweging van de arm (25) wordt omgezet. 40 8 1 00 190 - 22 -
9. Inrichting volgens conclusie 8, m e t h e t kenmerk, dat elke plooiarm (25) aan zijn beweegbare uiteinde van een rol (27) is voorzien.
10. Inrichting volgens conclusie 8 of 9, m e t 5 het kenmerk, dat de draaiingsas (25a) van elke plooiarm (25) loodrecht is gericht op het bissectricevlak van de door twee aangrenzende zijden van de verpakking gevormde hoek.
11. Inrichting volgens een der conclusies 8 t/m 10, 10 met het kenmerk, dat elke plooiarm (25) bestaat uit een staaf met een rechthoekige dwarsdoorsnede en twee op de vlakke zijden daarvan bevestigde plooigeleidingen (33) van kunststof, welke in dwarsdoorsnede de vorm van een gelijkbenige rechthoekige driehoek bezitten.
12. Inrichting volgens een der conclusis 8 t/m 11, met het k e n m e r k, dat elke plooiarm (25) een betrekkelijk smal uiteinde bezit en nabij de draaiingsas is voorzien van een betrekkelijk breed gedeelte, dat met het smallere uiteinde is verbonden door een van binnen naar 20 buiten schuin aflopend deel (25c), dat een aanslag voor het voorste of onderste uiteinde van de verpakkingskoker vormt.
13. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/m 12, met het kenmerk, dat het freem (15) in zijn vier hoekpunten is voorzien van in horizontale richting 25 beweegbare verticale vingers (21), die zijn verbonden met de stangen van in horizontale stand op het freem (15) aangebrachte vijzels (24) voor het bedienen daarvan.
14. Inrichting volgens conclusie 13, m et het kenmerk, dat elke verticale vinger (21) is bevestigd 30 aan een horizontale stang (22), die door op het freem (15) aangebrachte rollen (23) wordt geleid en met de stang van de bedieningsvijzel (24) is verbonden.
15. Inrichting volgens conclusie 13 of 14, met het kenmerk, dat het freem (15) is voorzien van 35 een raam, dat is samengesteld uit vier, onderrechte hoeken ten opzichte van elkaar evenwijdig aan de zijden van het freem (15) aangebrachte steunplaten (19), tussen welke op de hoeken van het freem ruimten voor het doorlaten van de plooi-armen (25) zijn opengelaten. 40 8 1 00 19 0 - 23 -
16. Inrichting volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat elke steunplaat (19) is voorzien van een verticaal bovenstuk (19a), dat aan zijn onderzijde over een zich naar beneden verbredend tussenstuk (19b) overgaat in 5 een naar buiten gericht horizontaal onderstuk (19c) met een naar boven omgezette rand (19d).
17. Inrichting volgens conclusie 15 of 16, met het kenmerk, dat de steunplaten (19) vast aan het freem (15) zijn bevestigd.
18. Inrichting volgens conclusie 15 of 16, met het kenmerk, dat de steunplaten (19) kantelbaar zijn om nabij hun onderzijden aangebrachte horizontale assen (53) en de inrichting is voorzien van middelen (54) voor het zodanig doen kantelen van de platen (19), dat deze tijdens 15 het omhoogbewegen van het freem (15) langs de lading naar buiten worden gekanteld, vervolgens bij het invoeren daarvan in de op de plooiarmen (25) gevormde geplooide koker naar binnen worden gekanteld en tijdens het omlaagbewegen van het freem (15) voor het aanbrengen van de koker om de lading in 20 een verticale tussenstand worden gebracht en gehouden.
19. Inrichting volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat elke verticale vinger (21) door middel van een op het freem aangebrachte vijzel (24) draaibaar is om een verticale as en is voorzien van een aanslag (71), welke zich 25 met de arm verplaatst en die samenwerkt met een strip (69), die is bevestigd aan een horizontale as (53), welke tevens de kantelas van een daaraan bevestigde steunplaat (19) vormt en welke strip (69) door het gewicht van de plaat (19) tegen de aanslag (71) wordt aangehouden, die aldus de uiterste naar 30 binnen gerichte stand van de steunplaat (19) in afhankelijkheid van de stand van de vinger (21) bepaalt.
20. Inrichting volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat de verticale vinger (21) is bevestigd aan een bus (62), welke draaibaar is aangebracht op een verticale 35 as en met welke de stang van de bedieningsvijzel (24) is gekoppeld en waarbij de bus (62) is voorzien van een aanslag (64), gevormd door een horizontale cirkelsegmentvormige ribbe, die samenwerkt met een pal (65), welke draaibaar is om een horizontale as (66) en met welke pal (65) het bovenste 8 1 0 0 1 9 0 - 24 -· uiteinde van een verticale taster (67) zodanig scharnierend is verbonden, dat deze wanneer het freem zijn laagste stand bereikt de pal omhoogbeweegt en buiten ingrijping met de ronde aanslag (64) brengt.
21. Inrichting volgens een der conclusies 15 t/m 19, met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van middelen voor het verhitten van de steunplaten (19).
22. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/m 21, met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien 10 van organen (55,57) voor het uitvoeren van een bewerking, zoals het aanbrengen van een etiket, in het inwendige van de op de plooiarmen (25) gevormde geplooide verpakkingskoker. 15 ------ 8100 19 0
NL8100190A 1980-01-17 1981-01-16 Verpakkingsinrichting. NL8100190A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
FR8000980 1980-01-17
FR8000980A FR2473985A1 (fr) 1980-01-17 1980-01-17 Machine d'emballage d'une charge dans un troncon de gaine en un materiau souple

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8100190A true NL8100190A (nl) 1981-08-17

Family

ID=9237615

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8100190A NL8100190A (nl) 1980-01-17 1981-01-16 Verpakkingsinrichting.

Country Status (8)

Country Link
US (1) US4473990A (nl)
JP (1) JPS56106709A (nl)
BR (1) BR8100274A (nl)
DE (1) DE3101310C2 (nl)
FR (1) FR2473985A1 (nl)
GB (1) GB2070549B (nl)
IT (1) IT1135064B (nl)
NL (1) NL8100190A (nl)

Families Citing this family (38)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3208544A1 (de) * 1982-03-10 1983-09-15 INDAG Gesellschaft für Industriebedarf mbH, 6900 Heidelberg Verfahren und vorrichtung zum aufbringen von schrumpffolien auf palettierte gueterstapel
AU553073B2 (en) * 1982-04-23 1986-07-03 Technosearch Pty. Limited Stretch wrapping apparatus
US4594836A (en) * 1984-07-23 1986-06-17 Good Maynard L Apparatus and method for loading plastic tubing with bales
DE3621297A1 (de) * 1986-06-25 1988-01-14 Moellers Maschf Gmbh Vorrichtung zum ueberziehen und anschrumpfen einer schrumpffolienhaube ueber bzw. an einen stapel.
DE3621296A1 (de) * 1986-06-25 1988-01-14 Moellers Maschf Gmbh Vorrichtung zur herstellung einer vollstaendig mit schrumpffolie umhuellten, palettenlosen verpackungseinheit
DE58900904D1 (de) * 1988-06-03 1992-04-09 Beumer Maschf Bernhard Verfahren und vorrichtung zum umhuellen von stueckgut, insbesondere stueckgutstapeln, mit einer stretchfolienhaube.
WO1991007867A1 (en) * 1989-11-24 1991-06-13 Ag-Bag Corporation Sheathing apparatus
GB8926537D0 (en) * 1989-11-24 1990-01-17 Cundall David J Bale sheathing device mkii
FR2669002B1 (fr) * 1990-11-09 1994-10-28 Newtec Int Procede, machine et installation d'emballage d'une charge pourvue au moins une corniere de protection d'arete; dispositif de saisie, deplacement, depot et maintien d'une telle corniere.
DE19732298C1 (de) * 1997-07-26 1999-02-04 Moellers Maschf Gmbh Vorrichtung und Verfahren zum Umhüllen eines Stapels
US6052972A (en) * 1997-12-19 2000-04-25 Westinghouse Savannah River Company Llc Portable containment sleever apparatus
EP1000858B1 (de) * 1998-11-05 2004-08-18 Kurt Lachenmeier A/S Verfahren und Vorrichtung zum Anbringen und Schrumpfen einer Verpackungshaube auf einem Gegenstand
ES2161126B1 (es) * 1999-02-26 2002-09-01 Daumar Talleres Maquina para fabricar, llenar y cerrar bolsas de malla.
DE10020856B9 (de) * 2000-04-28 2007-10-04 MSK-Verpackungs-Systeme Gesellschaft mit beschränkter Haftung Vorrichtung zum Umhüllen von Stück- oder Packgut
DE50002545D1 (de) * 2000-08-09 2003-07-17 Lachenmeier As Sonderborg Verfahren und Vorrichtung zum Verpacken von Gegenständen
ES2240588T3 (es) * 2001-06-13 2005-10-16 BEUMER MASCHINENFABRIK GMBH & CO. KG Procedimiento y dispositivo para envolver unidades de mercancias con una envoltura de lamina elastica en forma de caperuza o de tubo flexible.
DE20109692U1 (de) * 2001-06-13 2002-10-24 Beumer Maschinenfabrik Gmbh & Co. Kg, 59269 Beckum Vorrichtung zum Umhüllen von Stückgut mittels einer Stretchfolienhaube
WO2003062062A1 (de) * 2002-01-24 2003-07-31 Lachenmeier A/S Verfahren und vorrichtung zum verpacken von stückgut
EP1497176B9 (de) * 2002-04-19 2008-01-09 Msk-Verpackungs-Systeme Gesellschaft Mit Beschränkter Haftung Vorrichtung und verfahren zum umh üllen von stück- oder packgut
DE602004015598D1 (de) 2003-06-20 2008-09-18 Seelen As Verfahren und system zur verpackung von objekten in schlauchfolien
US7210278B2 (en) * 2005-09-08 2007-05-01 Tien Heng Machniery Co., Ltd. Detecting and protecting device of a shrink film machine
WO2007071063A1 (en) * 2005-12-23 2007-06-28 Les Plastiques Balcan Limitée Apparatus for bagging material
CA2723059A1 (en) * 2006-03-22 2007-09-22 Jacques Dussault Apparatus and method for bagging material
ATE535448T1 (de) * 2007-11-16 2011-12-15 Msk Verpackung Syst Gmbh Vorrichtung zum uberziehen einer schlauchfolie bzw. einer folienhaube über einen gutstapel
US7861500B2 (en) * 2008-07-14 2011-01-04 Bradley Arthur Bennett Automatic cart bagger
DK2371716T3 (da) * 2008-12-19 2012-09-24 Msk Verpackung Syst Gmbh Fremgangsmåde og indretning til overtrækning af en slangefolie eller en foliekappe over en materialestabel
US8225584B2 (en) * 2009-08-21 2012-07-24 Exxonmobil Chemical Patents Inc. Film for stretch hood applications and method for using same
DE102010000381A1 (de) 2010-02-11 2011-08-11 Krones Ag, 93073 Vorrichtung und Verfahren zum Erstellen von Gebinden aus Getränkebehältern
EP2377762B1 (de) * 2010-04-15 2012-08-29 MSK - Verpackungs-Systeme GmbH Vorrichtung und Verfahren zum Umhüllen eines Gutstapels mit einer Folie
DE102011000205B4 (de) 2011-01-18 2014-07-17 Illinois Tool Works Inc. Vorrichtung und Verfahren zum Reffen eines Schlauchfolienabschnitts
DE102011075451B4 (de) 2011-05-06 2014-05-08 Illinois Tool Works Inc. Verfahren und Vorrichtung zum Aufreffen eines Schlauchfolienabschnitts auf die Refffinger einer Verpackungsanlage
FI124180B (fi) 2011-09-30 2014-04-15 Illinois Tool Works Menetelmä käärintäkoneen kuljetustilaan saattamiseksi sekä käärintäkone
FI125661B (en) 2012-09-07 2015-12-31 Signode Int Ip Holdings Llc Method and apparatus for positioning corner guards on a load
FI125411B (en) 2013-10-31 2015-10-15 Signode Internat Ip Holdings Llc Method and Attachment Device for Attaching the End of a Wrapping Film Web to a Wrapping Machine, and a Wrapping Machine
DE102014106365B4 (de) 2014-05-07 2017-06-14 Lachenmeier Aps Verpackungsverfahren zum Verpacken eines Gutes
DE102015101489A1 (de) * 2015-02-02 2016-08-04 Signode Industrial Group Llc Verpackungsvorrichtung und Verfahren zum Betrieb derselben
GB201506182D0 (en) * 2015-04-13 2015-05-27 Composite Technology & Applic Ltd Bagging apparatus
US11492155B2 (en) 2020-05-14 2022-11-08 Signode Industrial Group Llc Stretch-hood machine

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2249225A1 (de) * 1972-10-07 1974-04-11 Eberhardt Geb Verfahren zum falten einer schlauchfolie zum fuellen von flachsilos
FR2230549A1 (en) * 1973-05-23 1974-12-20 Applic Thermiques Machine for packing an object in a plastic sleeve - compresses sleeve into bellows form before passing object through
US3897674A (en) * 1973-08-31 1975-08-05 Comptex Bagging machine
US3902303A (en) * 1974-08-19 1975-09-02 Henry E King Stretch bag wrapping machine
US4023238A (en) * 1975-12-03 1977-05-17 Rheem Manufacturing Company Stuffing machine with telescoping nozzle
US4050219A (en) * 1976-02-19 1977-09-27 Comptex, Inc. Bagging machine
DE2706955A1 (de) * 1977-02-18 1978-08-24 Keller Gmbh & Co Kg Einrichtung zum umhuellen von stapeln, insbesondere von ziegelstapeln
AU533462B2 (en) * 1978-08-18 1983-11-24 Technosearch Pty. Limited Enclosing articles in preformed tubular webs
IT1112723B (it) * 1979-04-24 1986-01-20 Sitma Soc Italiana Macchine Au Macchina automatica per la suddivisione di articoli di corrispondenza in particolare riviste,in pacchi a diversa destinazione

Also Published As

Publication number Publication date
BR8100274A (pt) 1981-08-04
FR2473985B1 (nl) 1984-06-01
IT1135064B (it) 1986-08-20
GB2070549A (en) 1981-09-09
JPS56106709A (en) 1981-08-25
FR2473985A1 (fr) 1981-07-24
DE3101310C2 (de) 1986-06-19
IT8119171A0 (it) 1981-01-16
US4473990A (en) 1984-10-02
GB2070549B (en) 1984-06-20
DE3101310A1 (de) 1981-12-10

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8100190A (nl) Verpakkingsinrichting.
US5077956A (en) Method for banding a palletized load
CN113830375B (zh) 一种全自动小包入盒机
RU2769526C1 (ru) Установка для обертывания поддонов
US4687462A (en) Process for the automatic insertion of box-shaped bags
KR0149795B1 (ko) 연신포장된 적하물과 수축포장된 적화물용 포장풀기장치
NL1029106C2 (nl) Machine voor het palletiseren van voorwerpen, zoals verpakkingsdozen.
CA2467009C (en) Random multi-stage automatic case sealer
US20100083620A1 (en) Method and apparatus for packaging a mattress in a package composed of multiple wrappings arranged one inside the other
HUE034167T2 (en) Pallet wrapping machine
FR2543513A1 (fr) Machine a palettiser pour recipients
FR2471318A1 (fr) Appareil a ensacher
NL1029107C2 (nl) Machine voor het palletiseren van voorwerpen, zoals verpakkingsdozen.
CN120903273B (zh) 一种卷纸生产自动堆垛机
DE2729964C3 (de) Vorrichtung zum automatischen Einschlagen einer mit Ware gefüllten Schale in eine Plastikfolie
EP0078248B1 (fr) Dispositif d'enroulement de rideaux de bâchage
CN212501193U (zh) 一种卷材包覆机器人
JP2000153816A (ja) 箱体の折り畳み処理方法及び装置
FR2639611A1 (fr) Dispositif de pose de coiffe sur une charge emballee par banderolage
CN109774997B (zh) 一种包装箱的打包生产线
US4193726A (en) Apparatus for handling of flat goods
FR2628390A1 (fr) Appareil et procede de regroupement d'articles par enveloppement
EP1319594A8 (en) Method and machine for automatic packaging, transportation and delivery of strip plates and the like
KR20240062929A (ko) 적재물 플레이트 구조물로부터 추락을 방지하기 위한 장치
EP1331168B1 (fr) Procédé et dispositif de mise en place d'une gaine étirable sur une charge palettisée

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed
BV The patent application has lapsed