NL8100697A - Brandermondstuk. - Google Patents

Brandermondstuk. Download PDF

Info

Publication number
NL8100697A
NL8100697A NL8100697A NL8100697A NL8100697A NL 8100697 A NL8100697 A NL 8100697A NL 8100697 A NL8100697 A NL 8100697A NL 8100697 A NL8100697 A NL 8100697A NL 8100697 A NL8100697 A NL 8100697A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
nozzle
nozzle end
sleeve
insert
oil
Prior art date
Application number
NL8100697A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Marian Sikora
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Marian Sikora filed Critical Marian Sikora
Publication of NL8100697A publication Critical patent/NL8100697A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F23COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
    • F23DBURNERS
    • F23D11/00Burners using a direct spraying action of liquid droplets or vaporised liquid into the combustion space
    • F23D11/36Details
    • F23D11/38Nozzles; Cleaning devices therefor
    • F23D11/383Nozzles; Cleaning devices therefor with swirl means

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Nozzles For Spraying Of Liquid Fuel (AREA)

Description

m_ * N/30.15 2-tM/f.
Brandermondstuk.
De uitvinding heeft betrekking op een mondstuk voor een drukstraal-oliebrander met een lichaam met een achterste aansluitschroefbus voor het aansluiten van het mondstuk op een drukolieleiding, en een mondstukvooreind, waarin een olie-afvoerkanaal is gevormd.
Vroegere brandermondstukken waren gewoonlijk voorzien van een aantal tangentiale kanalen, die openen in een kleine turbulentiekamer, waar de olie in zeer snelle rotatie wordt gebracht, gewoonlijk in een rotatierichting tegengesteld aan die van een stroom van secundaire lucht om en langs de buitenzijde van het mondstuk. Uit de turbulentiekamer komt een fijn axiaal gat uit in het eind van het brandermondstuk. Door een speciaal ontwerp van de tangentiale kanalen ten opzichte van het axiale gat of kanaal in het mondstukeind wordt de olie uitgespoten in de vorm van een nevel voor fijne oliedeeltjes, die conisch worden uitgespreid met een zekere voorafbepaalde hoek. Het is belangrijk, dat de hoek van de oliekegel zo min mogelijk verandert tijdens het gebruik van het mondstuk om een doelmatige vermenging daarvan met secundaire lucht en een gunstige verbrandings-economie te verkrijgen, maar ook om een betrouwbare ontsteking door middel van een elektrische ontsteker te waarborgen, die normaal wordt toegepast.
Voor verschillende redenen verandert echter de vorm van het fijne uitlaatkanaal tijdens de werking van de brander, zoals door slijtage aan het mondstuk tengevolge van afzettingen, waardoor de fijne verdeling van olie slechter wordt met als resultaat een onvolledige oneconomische verbranding, en verder zal de vorming van roetdeeltjes toenemen en kan de ontsteking worden verstoord.
Ondanks de kosten van nieuwe mondstukken is het daarom economischer betrekkelijk vaak het mondstuk te vervangen inplaats van hetzelfde mondstuk langere tijd te gebruiken.
De kosten van het veranderen van mondstukken kan variëren in afhankelijkheid van de constructie van het mondstuk. Een mondstuk van een gebruikelijk type bestaat uit twee hoofddelen, waarvan ëën het lichaam voor het andere 81 00 69 7 4 -2- deel vormt, dat een staafvormig onderdeel is, de z.g. naald, die in sommige uitvoeringen is voorzien van een schroefdraad-deel, dat kan worden geschroefd in de inwendige schroefdraad van het lichaam. Het lichaam heeft gewoonlijk de vorm van een 5 dopmoer met een achterwaarts uitstekende van inwendige en uitwendige schroefdraad voorziene pijpmof. Het gesloten vooreind van het lichaam, dat gelijk is aan een dopmoer, vormt een mondstukeind, waarin het fijne afvoerkanaal is gevormd.
De achterste schroefdraadpijpmof van het lichaam is uitgevoerd 10 om een schroefverbinding te verkrijgen met de olietoevoerpijp. Het schroefdraaddeel van de naald is doorboord door axiale stroomkanalen en een cilindrisch vooreinddeel van de naald vormt met de binnenzijde van het lichaam een ruimte om de olie te laten stromen naar de turbulentiekamer, die is gevormd 15 door een conisch of afgeknot conisch eind van de naald en een gewoonlijk confsche binnenzijde aan de bodem van het lichaam (mondstuktip), die een verbinding vormt naar de afvoeropening. Om de gewenste turbulente beweging aan de olie te geven, is het conische eindvlak van het mondstuk voorzien van schuine 20 of schroeflijnvormige fijne kanalen.
Vele varianten van dit onderwerp zijn bekend. De naald kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een zeer kort cilindrisch onderdeel, dat een afgeknot kegelvormig eind heeft en op zijn plaats in het huis wordt gehouden door een schroef-25 plug, die in het huis is geschroefd en aangrijpt op het achtereind van een naald, waarbij oliekanalen door de plug of tussen de plug en de binnenzijde van het lichaam zijn gevormd. Verder is het gebruikelijk het mondstuk te voorzien van ëén of andere oliefilter.
30 Bij uitwisseling van brandermondstukken van de bekende uitvoering, moet ten minste het gehele lichaam, dat gewoonlijk is vervaardigd uit messing, worden weggegooid, zelfs als het enige defect ervan een onbevredigende afvoer-opening in het mondstukeind is. Echter wordt vaak het gehele 35 mondstuk met inbegrip van een naald weggegooid tengevolge van het vermoeden, dat de tangentiele of schroeflijnvormige kanalen ook zijn beschadigd of verstopt.
40
De onderhavige uitvinding beoogt een brander-mondstuk te verschaffen, dat even doelmatig is als de bekende brandermondstukken, maar niet in zijn geheel behoeft te worden 81 0069 7 -3- uitgewisseld, maar op economische wijze zowel wat betreft materiaalkosten als arbeidskosten weer in geheel bevredigende toestand kan worden teruggebracht. Dit doel wordt bereikt in een brandermondstuk volgens de uitvinding door de kenmerken, 5 die uit de volgende beschrijving en conclusies blijken.
De uitvinding zal meer in detail hierna worden beschreven aan de hand van de bijgaande tekeningen, waarin: fig. 1 is een axiale doorsnede van een brander, die voorzien is van een mondstuk volgens de uitvinding en 10 is verbonden met een olietoevoerleiding.
Fig. 2 is een perspectivisch uiteengenomen aanzicht van verschillende onderdelen van het mondstuk van fig. 1 in hun juiste stand voor montage.
Fig. 3 is een soortgelijk perspectivisch uit-15 eengenomen aanzicht van een gewijzigde uitvoeringsvorm van het mondstukeind.
Fig. 4 is een axiale doorsnede van een verdere gewijzigde uitvoerihg van het mondstuk volgens de uitvinding.
20 Het in fig. 1 afgeheelde mondstuk 1 is gemon teerd in een hulsvormig verbindingsonderdeel 2 aan het eind van een olietoevoerpijp 2' en omringd door een cilindrische buitenmantel 3, waardoorheen lucht wordt geblazen naar de zone om de uitlaat van het mondstuk. 4 geeft een elektrische 25 ontsteker aan.
Het mondstuk in fig. 1 lijkt op een gewoon brandermondstuk maar heeft de in fig. 2 afgebeelde constructie die van de gebruikelijke constructie o.a. verschilt doordat het mondstukeind een afzonderlijk onderdeel is.
30 Het in fig. 2 afgebeelde mondstuk bestaat uit vier afzonderlijke onderdelen, namelijk een mondstuklichaam 5, een mondstukeind 6, een naald 7 en een naald- en-filter-houder 8.
Het in fig. 2 afgebeelde mondstuklichaam 5 35 heeft althans nagenoeg dezelfde buitenvorm als een gewoon mondstuklichaam, waarvan het mondstukeind is afgesneden.
40
In het mondstuk volgens de uitvinding is het mondstukeind 6 gevormd door een afzonderlijk onderdeel, dat kan worden gestoken in het lichaam 5 vanaf het open achtereind van het lichaam, zodat het mondstukeind met zijn vooreinddeel 9 uit- 81 00 69 7 -4 steekt door een centraal gat 10 aan het vooreind van het lichaam 5 over enige afstand voorbij het lichaam. Het mond-stukeind 6 is hoedvormig en in de top ervan is een gebruikelijke afvoeropening 11 aangebracht. Aan zijn achtereind heeft 5 het mondstukeind 6 een flensvormige schouder 12/ die na het insteken van het mondstukeind 6 in het lichaam nauw aanligt tegen een zitting 13 met complementaire vorm in het lichaam. Een afdichtingsring van geschikt materiaal kan zijn aangebracht tussen de vlakken 12 en 13. Na het insteken van het 10 mondstukeind 6 in het lichaam 5 hebben deze onderdelen bij elkaar van buiten het uiterlijk van het mondstuk 1 in fig. 1 dat fundamenteel samenvalt met het uiterlijk van een gewoon brandermondstuk.
De mondstuknaald 7 is een cilindrisch on- 15 derdeel met een afgeknot kegelvormig taps eind 14, dat zoals bij gebruikelijke mondstukken in aanraking kan komen met het conische bodemvlak aan de bodem van het mondstukeind 6, waarvanaf de uitlaatopening 11 zich uitstrekt en dat door middel van zijn, bijvoorbeeld plat eind 14', een turbulentie-20 kamer in het mondstukeind vormt van hetzelfde type als de turbulentiekamer bij gebruikelijke brandermondstukken. Zoals bij gebruikelijke brandermondstukkanalen heeft de naald 7 een aantal schroeflijnvormige of schuine kanalen 15, die zijn aangebracht in het afgeknot.· kegelvormige vooreindvlak 14 om 25 een rotatiebeweging aan de olie te geven, terwijl deze passeert naar de turbulentiekamer.
De naald- en -filterhouder 8 heeft de vorm van een huls met een van uitwendige schroefdraad voorziene hulswand Γ6 voor aangrijping op een inwendige schroefdraad 17 3Q van het mondstuklichaam 5. De huls 16 heeft een voldoend brede diameter voor het opnemen van het achterste einddeel van de naald 7 en een cilindrisch oliefilter 18, dat op de naald is aangebracht en de huls heeft een achterste eindwand 16', die dient om het achtereind van de naald 7 en de filter 18 35 te ondersteunen. Een :zeshoekig gat of een bodemgat met een zeshoekige vorm (zie fig. 3) voor een zeshoekige sleutel kan zijn gevormd in de achtereindwand. Een steunvlak (niet af geheeld! voor het vooreind van het filter 18 is aangebracht in het achtereind van het hoekvormige mondstukeind.
40 De holle ruimte in het mondstukeind heeft
Figure NL8100697AD00051
7 -5- een iets grotere diameter dan de naald 7, zodat na het insteken van het voorste einddeel van de naald 7 in het mondstuk-eind 6 voor het verkrijgen van de aanraking tussen het ringvormige afgeknot kegelvormige oppervlak 14 en een overeenkom-5 stig steunvlak aan de bodem van het mondstukeind 6 een ringvormige ruimte wordt gevormd tussen het omtreksvlak van de naald 7 en het binnenste omtreksvlak van het mondstukeind 6. De wand 16 van de huls is voorzien van inlaatgaten 19 voor olie, die moet passeren door het filter 18 om de turbulen-10 tiekamer aan het vooreind van het mondstukeind 6 te bereiken.
De van uitwendige schroefdraad voorziene huls 8 moet worden geschroefd in het lichaam 5, die daartoe is voorzien van inwendige schroefdraad. Wanneer de onderdelen worden gemonteerd en de huls 8 wordt geschroefd in het 15 lichaam 5, komt het schoudervlak 12 van het mondstukeind 6 aan te liggen tegen de zitting 13 van het lichaam 5 en het vooreind 14 van de naald 7 komt aan te liggen tegen de bodem van het mondstukeind 6 op de beschreven wijze, waarbij de onderdelen stevig op elkaar worden gehouden door de schroef-20 verbinding tussen de huls 8 en het lichaam 5, terwijl het achtereinddeel van de huls met de olie-inlaatkanalen 19 vrij achterwaarts uitsteekt uit de van uitwendige schroefdraad voorziene achterste mof 20 van het lichaam 5, waarbij de mof op gebruikelijke wijze kan worden geschroefd in het aansluit-25 deel 2 van de oliepijp 2'(zie fig. 1). In de gemonteerde stand van fig. 1 steekt het deel van de huls 8, dat achterwaarts uitsteekt uit de schroefmof 20 van het mondstuklichaam 5, vrij uit in het verbindingsorgaan 2, zodat olie kan binnentreden door de olie-inlaatgaten 19 van de huls 8.
30 i De in fig. 3 afgeheelde uitvoering komt met die van fig. 2 overeen, behalve dat het in fig. 3 met 6a aangegeven mondstukeind een betrekkelijk kort uitwendig,bijvoorbeeld halfbolvormig voorste deel 25 heeft en een tapsmofvor-mig achterste deel 26, dat is voorzien van schroefdraad om het 35 mondstukeind 6a te kunnen schroeven in een schroefdraadgat in het vooreind van het lichaam 5a, dat van het lichaam 5 van fig. 2 slechts verschilt doordat het voorste gat 10 van het lichaam 5 in fig. 2 van schroefdraad is voorzien in de uitvoering van fig. 3. De naald 7 en de huls 8 in fig. 3 40 hebben dezelfde constructie als de overeenkomstige onderdelen 81 0069 7 -6- in fig. 2 en in fig. 3 is het zeshoekige gat 27 afgeheeld aan het achtereind van de huls 8 om de huls te kunnen schroeven in het lichaam 5 door middel van een zeskantige> sleutel. Opgemerkt wordt, dat de huls 8 ook een dichte bodemwand kon 5 hebben, waarvan de omtrek de vorm kan hebben van een zeshoekige moer of de achterzijde ervaneen sleuf kan hebben voor een schroevendraaier of een gat voor een zeskantige zogenaamde Allensleutel.
Fig. 4 toont een uitvoering die fundamen 10 teel overeenkomt met de beschreven uitvoeringen, maar in constructie daarvan in verschillende opzichten verschilt. Het mondstukeind 6b heeft althans nagenoeg de vorm van een eenvoudige dopmoer, waarop van buiten een schroefsok 30 is geschroefd, die voorwaarts van het lichaam 5b uitsteekt. Het 15 achtereind van het lichaam 5b evenals het lichaam 5 in fig.
2 heeft een uitsteeksel in de vorm van een van inwendige en uitwendige schroefdraad voorziene mof 20. De.naald 7b heeft hier de vorm van een pen met een kop 31. Deze kop 31 heeft een cilindrisch omtreksvlak en een afgeknot kegelvormig voor-2Q eind met soortgelijke oppervlakken als de oppervlakken 14, 14' in fig. 2 en vormt een turbulentiekamer 32, die is verbonden met de uitlaatopening 11. De steel 33 van de penvormige naald 7b strekt' zich met speling uit door de cilindrische boring 34 in de voorste mof 30 van het lichaam om de 25 olie te laten passeren naar een ringvormig, kanaal 35 tussen het vooreind van de mof 30 en een aangrenzend oppervlak binnen het mondstukeind 6b, De naaldkop 31 rust op het vooreind van de mof 30 en wordt in aanraking met dit vooreind gehouden doordat het mondstukeind 6b is geschroefd op de mof 30.
3Q Een afdichtingsring 36 kan zijn aangebracht tussen een schoudervlak in het mondstukeind en de buitenrand van de mof 30.
In de uitvoering van fig. 3 is dus geen afzonderlijke naaldhouder nodig, maar in de achterste 35 schroefmof 20 van het lichaam 5b is een filterhouder 37 geschroefd voor een cilindrisch filter 18, dat het middelste deel van de filterhouder 37 en zijn olie-inlaatgaten 19 omringt, waarbij het filter met zijn vooreind tegen het achtereind van de mof 20 drukt, terwijl het achtereind van het 40 filter drukt tegen een schouder 38 aan het achtereind van de 81 00 69 7 -7- filterhouder 37.
Bij het uitwisselen van het mondstukeind 6 in de uitvoering van fig. 2 wordt eerst het hele mondstuk uit het verbindingsdeel 2 (zie fig.l] geschroefd en dan wordt 5 de huls 8 van het mondstuk 5 afgeschroefd om dé elementen 6 en 7 vrij te maken. In de uitvoering van fig. 3 hoeft men zelfs niet eens het mondstuk van het verbindingsdeel 2 in fig. 1 te schroeven, maar kanoet mondstukeind 6a van voren los schroeven met behulp van een geschikte sleutel. Om een 10 sleutel te laten aangrijpen kan het mondstukeind 6a bijvoorbeeld zijn voorzien van een paar gaten voor een pensleu-tel of van platte vlakken (niet afgebeeldl voor een instelbare sleutel, maar wanneer het gewenst is om te verhinderen dat onbevoegde personen de mondstukeinden uitwisselen, kan 15 het mondstukeind 6a in de uitvoering van fig. 3 zijn voorzien van een glad, bijvoorbeeld bolvormig topvlak en kan het achterdeel van de holle ruimte van het mondstuk zijn uitgevoerd om een sleutel te laten aangrijpen die wordt ingebracht in het mondstukeind 6a vanaf de achterzijde via de achterste 20 mof 20 van het mondstuklichaam 5a nadat de elementen 7, 8, 18 zijn verwijderd. Voor aangrijping van een zeskantige sleutel (Allensleutel1. is het voldoende de binnenzijde van het mondstukeind 6a te voorzien van zes axiale groeven 40.
In de uitvoering van fig, 4 kan het mond-25 stukeind 6b in de vorm van een eenvoudige dopmoer van buitenaf op eenvoudige wijze worden gedemonteerd door middel van een instelbare sleutel,
De uitvinding is niet beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen, die binnen het kader van 30 de uitvinding gewijzigd kunnen worden.
810069 7

Claims (7)

1. Mondstuk voor een drukstraaloliebrander, gekenmerkt door een lichaam met een, bijvoorbeeld van schroefdraad voorziene, achterste aansluitmof voor aansluiting van het mondstuk op een drukolieleiding, een met 5 het lichaam verbonden mondstukvooreind met een daarin gevormd olie-afvoerkanaal en een inzetstuk, dat een van groeven voorzien vooreind heeft en is aangebracht in het mond-stuklichaam met het vooreind aan of dichtbij de naar het inwendige van het lichaam gekeerde zijde van het mondstuk-10 eind, zodat de groeven samen met de binnenzijde van het mondstukeind stroomkanalen vormen, die leiden van het mond-stuklichaam naar het olie-afvoerkanaal in het mondstukeind, waarbij het inzetstuk door axiale klemming tussen het lichaam en het mondstukeind tengevolge van het op elkaar schroeven 15 van het huis en het mondstukeind losneembaar kan worden vastgezet, zowel tegen verschuiving als draaiing ten opzichte van het mo’ndstukeind.
2. Mondstuk volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het lichaam althans nagenoeg de 20 vorm heeft van een moer met een opening aan zijn vooreind en een aan zijn achtereind uitstekende schroefmof, waarbij het mondstukeind een hulsvormige nippel is met een vooreind-wand, waarvan de binnenzijde een bodemvlak in het mondstukeind vormt en waarin het olie-afvoerkanaal is gevormd en met 25 een open achtereind, waarbij het mondstukeind zo is gedimensioneerd ten opzichte van de binnendiameter van het lichaam dat het in het lichaam kan worden gestoken vanaf het achtereind ervan in een stand, waarin het vooreind van het mondstukeind uitsteekt door de vooropening van het lichaam en 30 waarin het mondstukeind met een schoudervlak aan het achtereind ervan rust op een zittingvlak in het lichaam achterwaarts van de vooropening daarvan, waarbij het mondstukeind losneembaar in deze stand kan worden vastgehouden in het lichaam door middel van het in het lichaam aangebrachte en 35 tussen een oppervlak daarvan en het mondstukeind geklemde inzetstuk, dat voor montage van de mondstukonderdelen kan worden gestoken in het mondstukeind in aanraking met het binnenste bodemvlak daarvan, en door middel van een filter- 810069 7 -9- houder, die door een schroefverbinding met het lichaam verbindbaar is om het inzetstuk tegen het binnenste bodemvlak van het mondstukeind te drukken.
3. Mondstuk volgens conclusie 1, m e t 5 het kenmerk, dat het lichaam op op zichzelf bekende wijze een hol lichaam is met inwendige schroefdraad en een achterste deel in de vorm van een van inwendige en uitwendige schroefdraad voorziene mof en een open vooreind heeft, waarbij het afzonderlijke mondstukeind een van uitwendige 10 schroefdraad voorzien mofvormig achterste uitsteeksel heeft, dat kan worden gestoken in het open vooreind van het lichaam en in het voorste einddeel van het lichaam wordt geschroefd.
4. Mondstuk volgens conclusie 3, m e t 15 het kenmerk, dat het achterste deel van de holle ruimte van het mofvormige achterste uitsteeksel van het mondstukeind zo is uitgevoerd, dat daarop een gereedschap kan aangrijpen dat voor het vast en los schroeven van het mondstukeind ten opzichte van het lichaam kan worden gesto-20 ken in de holle ruimte in het achtereind van het mondstukeind via de achterste mof van het lichaam.
5. Mondstuk volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het mondstuklichaam op op zichzelf bekende wijze een hol lichaam is met inwendige schroef- 25 draad en een achterste deel in de vorm van een zowel van inwendige als uitwendige schroefdraad voorziene mof, waarbij het lichaam voorts een voorste uitsteeksel in de vorm van een van uitwendige schroefdraad voorziene pen met een axiale boring heeft en waarbij het afzonderlijke mondstukeind de 30 vorm heeft van een dopmoer, die een schroefverbinding kan vormen met het voorste van schroefdraad voorziene penvormige uitsteeksel van het mondstuklichaam.
6. Mondstuk volgens conclusie 5, m e t het kenmerk, dat het inzetstuk losneembaar wordt 35 vastgehouden tussen het vooreind van het voorste uitsteeksel van het lichaam en het bodemvlak van het op dit uitsteeksel geschroefde mondstukeind.
7. Mondstuk volgens conclusie 6, m e t het kenmerk, dat het inzetstuk de vorm heeft van 40 pen met een kop, waarbij de steel van de pen met speling is 8 1 00 69 7 -10- opgenomen in de boring in het voorste uitsteeksel van het mondstuklichaam, terwijl de kop van de pen op losneembare wijze wordt vastgehouden tussen het vooreind van het uitsteek sel en de bodem van het mondstukeind. 81 00 69 7
NL8100697A 1980-02-15 1981-02-12 Brandermondstuk. NL8100697A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
SE8001193 1980-02-15
SE8001193A SE437294B (sv) 1980-02-15 1980-02-15 Munstycke for tryckoljebrennare

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8100697A true NL8100697A (nl) 1981-09-16

Family

ID=20340257

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8100697A NL8100697A (nl) 1980-02-15 1981-02-12 Brandermondstuk.

Country Status (7)

Country Link
US (1) US4384679A (nl)
DE (1) DE3104782A1 (nl)
DK (1) DK63081A (nl)
FR (1) FR2476274A1 (nl)
GB (1) GB2069685B (nl)
NL (1) NL8100697A (nl)
SE (1) SE437294B (nl)

Families Citing this family (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3395562A (en) * 1965-09-27 1968-08-06 Quality Tool & Die Co Cup drawing die and method
DE9203804U1 (de) * 1991-10-28 1992-07-30 Roth, Jacques, Volketswil Ölbrennerdüse
TW345977U (en) * 1997-10-07 1998-11-21 yu-qiong Huang Improved structure for nozzle
US8403236B2 (en) * 2007-11-27 2013-03-26 Microblend Technologies, Inc. Nozzle for use with a tote
US20090202954A1 (en) * 2008-02-13 2009-08-13 Kao-Hsung Tsung Multifunctional fuel gas nozzle
DE102008054534A1 (de) 2008-12-11 2010-06-17 Robert Bosch Gmbh Ölbrennerdüse sowie Herstellungsverfahren
US20140070025A1 (en) * 2012-09-13 2014-03-13 Paolo DALBO Spray Nozzle for Dispensing a Fluid and Sprayer Comprising Such a Spray Nozzle
US12128118B2 (en) 2021-07-29 2024-10-29 The Procter & Gamble Company Aerosol dispenser containing a hairspray composition and a nitrogen propellant

Family Cites Families (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR401567A (fr) * 1909-03-24 1909-09-03 Heinrich Alfred Roettger Ajustage pulvérisateur d'eau applicable notamment à l'arrosage des houillères
FR436046A (fr) * 1911-11-07 1912-03-15 Knut Martin Dahl Procédé et appareil pour pulvériser et introduire les hydrocarbures dans les foyers
US1461545A (en) * 1921-06-04 1923-07-10 William R Purnell Mechanical pressure atomizing fuel burner
US1543769A (en) * 1924-05-21 1925-06-30 Gen Electric Resilient support
US2055864A (en) * 1935-09-19 1936-09-29 Harsch Frank Atomizing nozzle
FR811001A (fr) * 1935-12-21 1937-04-05 Appareil permettant la pulvérisation mécanique des liquides combustibles dans une direction faisant un angle déterminé avec son axe
FR987915A (fr) * 1943-03-19 1951-08-21 Injecteur centrifugé à trous multiples
US2556493A (en) * 1947-11-10 1951-06-12 Otis E Fairfield Oil burner nozzle
US2660387A (en) * 1951-12-29 1953-11-24 Waugh Equipment Co Vibration and shock isolator
GB715796A (en) * 1952-05-28 1954-09-22 Robinson Aviat Inc Improvements in or relating to vibration isolation units
CH312023A (de) * 1953-04-09 1955-12-15 Oerlikon Maschf Elastische Aufhängevorrichtung im Triebwerk elektrischer Triebfahrzeuge, insbesondere für Tatzlagermotoren.
US2762657A (en) * 1953-09-15 1956-09-11 La Roy A Wilson Nozzle
FR1113139A (fr) * 1953-12-15 1956-03-23 Charmilles Sa Ateliers Corps de buse pour la pulvérisation sous pression de combustibles liquides épais nécessitant un réchauffage
US2850276A (en) * 1955-04-11 1958-09-02 Gen Motors Corp Hydro-pneumatic suspension unit
US3429545A (en) * 1966-10-26 1969-02-25 Rudolph Michel Shock absorber for persons
US3572621A (en) * 1968-09-27 1971-03-30 Us Navy Shock mitigating spring and detent pedestal
US3672578A (en) * 1970-08-20 1972-06-27 Delavan Manufacturing Co Nozzle
US3684194A (en) * 1970-10-29 1972-08-15 Delavan Manufacturing Co Spray nozzle
JPS54172415U (nl) * 1978-05-24 1979-12-05

Also Published As

Publication number Publication date
SE8001193L (sv) 1981-08-16
FR2476274A1 (fr) 1981-08-21
DE3104782A1 (de) 1982-02-25
GB2069685A (en) 1981-08-26
GB2069685B (en) 1984-08-08
US4384679A (en) 1983-05-24
DK63081A (da) 1981-08-16
SE437294B (sv) 1985-02-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US1940171A (en) Nozzle
CA1275907C (en) Burner device
NL8100697A (nl) Brandermondstuk.
US4699587A (en) Burner
US3793690A (en) Nozzle
JPH01116280A (ja) 燃料噴射弁用の穴あき体
US5058808A (en) Burner nozzle
US3746262A (en) Spray nozzle
EP4063022A1 (en) Nozzle
US3045926A (en) Spray nozzle
US2238360A (en) Nozzle
US4860955A (en) Spraying equipment with rotatable cap for adjusting flowrate
US5067657A (en) Burner nozzle
EP1192011B1 (fr) Tete de pulverisation
GB2168616A (en) Edge filter for fuel injection nozzle
US4396355A (en) Ejector
US5307996A (en) Atomizer for slurry fuel
FR2781697A1 (fr) Buse de pulverisation de liquides
EP0683886B1 (fr) Canon a neige
US2284264A (en) Fuel burner
JPS5937532Y2 (ja) 低圧空気式オイルバ−ナ用ノズル
JP2001038251A (ja) ノズルおよび廃液燃焼装置
US2069498A (en) Oil burner tip
JPH0519301Y2 (nl)
JPH1147645A (ja) エアー併用型エアレスガン

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed