NL8101846A - Waaiermotorhuis in het bijzonder voor een stofzuiger. - Google Patents

Waaiermotorhuis in het bijzonder voor een stofzuiger. Download PDF

Info

Publication number
NL8101846A
NL8101846A NL8101846A NL8101846A NL8101846A NL 8101846 A NL8101846 A NL 8101846A NL 8101846 A NL8101846 A NL 8101846A NL 8101846 A NL8101846 A NL 8101846A NL 8101846 A NL8101846 A NL 8101846A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
housing
outlet
cooling air
expansion chamber
impeller
Prior art date
Application number
NL8101846A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Shop Vac Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Shop Vac Corp filed Critical Shop Vac Corp
Publication of NL8101846A publication Critical patent/NL8101846A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A47FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
    • A47LDOMESTIC WASHING OR CLEANING; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
    • A47L9/00Details or accessories of suction cleaners, e.g. mechanical means for controlling the suction or for effecting pulsating action; Storing devices specially adapted to suction cleaners or parts thereof; Carrying-vehicles specially adapted for suction cleaners
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F04POSITIVE - DISPLACEMENT MACHINES FOR LIQUIDS; PUMPS FOR LIQUIDS OR ELASTIC FLUIDS
    • F04DNON-POSITIVE-DISPLACEMENT PUMPS
    • F04D29/00Details, component parts, or accessories
    • F04D29/66Combating cavitation, whirls, noise, vibration or the like; Balancing
    • F04D29/661Combating cavitation, whirls, noise, vibration or the like; Balancing especially adapted for elastic fluid pumps
    • F04D29/663Sound attenuation
    • F04D29/664Sound attenuation by means of sound absorbing material

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structures Of Non-Positive Displacement Pumps (AREA)
  • Electric Suction Cleaners (AREA)
  • Saccharide Compounds (AREA)
  • Electric Vacuum Cleaner (AREA)

Description

• « v 813092/Timmers
Korte aanduiding: waaiermotorhuis in het bijzonder voor een stofzuiger.
De uitvinding heeft betrekking op een waaiermotorhuisstelsel in het bijzonder voor een stofzuiger, omvattende een shuntwaaier-motor met een motorhuis, een daarin aancebrachte aandrijfmotor, een hoofdwaaier verbonden met de aandrijfmotor met een inlaat-5 kant en een uitlaat door de te verplaatsen lucht, waarbij het huis is voorzien van een koelluchtinlaat aan een einde van de motor en koelluchtuitlaat aan het andere einde van de motor en een.met de aandrijfmotor verbonden motorkoelluchtwaaier voor het verplaatsen van koellucht in het huis over de motor van de koel-10 luchtinlaat naar de koelluchtuitlaat, en met scheidingsmiddelen voor het scheiden van de koelluchtstroom in het huis tussen de koelluchtinlaat en de koelluchtuitlaat van de langs de hoofdwaaier getransporteerde lucht, en met een huis voor het opnemen van de waaiermotor en het huis daarvan welk huis een inlaat heeft 15 die in verbinding staat met de inlaatkant van de hoofdwaaiermotor.
Een waaiermotorstelsel omvat een motor, veelal een elektromotor, en een daardoor aangedreven waaier voor het in beweging brengen van lucht of gas. De waaiermotor wordt bij een stofzuiger gebruikt voor het aanzuigen van de lucht en het daarmee meegezogen 20 vuil naar een houder. De aandrijfmotor moet worden gekoeld en bij . de bekende shuntwaaiermotoren wordt een aparte kleinere waaier gebruikt voor het opwekken van de koelluchtstroom. Deze is gescheiden van de door de hoofdwaaier opgewekte luchtstroming.
Het is bij een shuntwaaiermotor gewenst dat de luchtstroom 25 door de hoofdwaaier, uitstromend uit de uitlaat van de hoofdwaaier, gescheiden blijft van de koelluchtstroom. Om dit te bereiken worden speciale huizen toegepast, zoals beschreven in de Amerikaanse octrooischriften 3.780.397, 3.815.172, 3.870.486 en 3.063.082.
30 Voorts moet het door de waaiermotor opgewekte lawaai zo ge ring mogelijk zijn. Zowel voor industriële als huishoudelijke toe- badorig^o 1 8 4 6
m V
-2- passingen wordt deze eis gesteld, in het bijzonder bij elektrische stofzuigers. De totnutoe gebruikte waaiermotorhuizen, zoals gebruikt in stofzuigers, zijn niet voldoende geruisarm. Verschillende maatregelen voor het verminderen van het opgewekte lawaai zijn 5 reeds voorgesteld, doch alle hinderen de luchtstroming. Het opwekken van een sterkere luchtstroming vergt een grotere en sterkere motor die weer meer energie vergt; het is ook mogelijk de bestaande motor zwaarder te belasten waardoor echter een grotere warmte-ontwikkeling optreedt, dikwijl gepaard gaande met over-10 verhitting. Er bestaat dus behoefte aan maatregelen voor het onderdrukken van het door een waaiermotor opgewekte lawaai, in het bijzonder bij een elektrische stofzuiger, zonder dat daardoor het rendement van de motor nadelig wordt beïnvloed.
Men kan de snelheid van de het huis van de waaiermotor ver-15 latende lucht verlagen. Een dergelijke snelheidsreduktie kan worden bereikt door toepassing van expansiekamers of geschikte schotten in de baan van de luchtstroming. Wanneer in deze baan vele bochten aanwezig zijn zal de snelheid der luchtstroming worden verlaagd en zal ook het opgewekte lawaai minder zijn.
20 Spiraalvormige uitlaten voor de door een waaier opgewekte luchtstroming zijn beschreven in de Amerikaanse octrooischriften 2.982.986 en 2.983.432.
Het is ook mogelijk de lucht over geschikt geluiddempend materiaal te leiden. Het kontakt tussen lucht en materiaal zal 25 luchttrillingen verminderen en door de lucht voortgeplant motorlawaai onderdrukken. Geluidsabsorberende elementen, aangebracht in de luchtstroming, zijn bekend uit de Amerikaanse octrooischriften Re 21.519, 2.330.701, 3.831.223 en 4.015.683.
Totnutoe echter bestaat er geen effectief geluid onder-30 drukkend waaiermotorhuis dat in het bijzonder voor een stofzuiger toepasbaar is.
De uitvinding beoogt een dergelijk huis te verschaffen.
BAD ORIGIN^ Q -| g 4 g -3-
Volgens de uitvinding wordt een dergelijk huis gekenmerkt doordat het huis een eerste expansiekamer omvat in verbinding met de uitlaatkant van de hoofdwaaiermotor en zodanig gedimensioneerd en uitgevoerd dat de snelheid van de in de eerste expansiekamer 5 door de hoofdwaaier ingeblazen lucht daarin wordt verlaagd, en met een eerste uitlaat van deze eerste expansiekamer uit het huis, terwijl voorts een tweede expansiekamer aanwezig is in verbinding met de koelluchtuitlaat en met zodanige afmetingen en zodanig uitgevoerd dat de snelheid van de in de tweede 10 expansiekamer door de motorkoelingswaaier geblazen lucht wordt verlaagd, met een tweede uitlaat van de tweede expansiekamer uit het huis, waarbij het huis is voorzien van eerste scheidings-middelen voor het scheiden van de eerste en tweede expansiekamers, tweede scheidingsmiddelen voor het scheiden van de eerste 15 expansiekamer van de inlaat voor de hoofdwaaier en derde scheidingsmiddelen buiten het motorhuis voor het scheiden van de luchtstroming naar de koelluchtinlaat van die der koelluchtuitlaat.
Het huis bepaalt een eerste expansiekamer waarin de uitlaat 20 van de hoofdcentrifugaalwaaier uitkomt. Deze eerste expansiekamer heeft een groter volume waarin de snelheid van de luchtstroming afneemt, zodat lawaai wordt onderdrukt. Geschikte schotten in de eerste expansiekamer komen in de luchtstroming van de hoofdwaaier uit en verandert de richting van deze stroming, waardoor 25 de lawaaionderdrukking wordt versterkt. De schotten zijn bij voorkeur spiraalvormig rond de waaier aangebracht; deze spiraal bepaalt een geleidelijk toenemende ruimte van de uitlaat van de eerste expansiekamer naar de omgeving. Dit geleidelijk toenemende volume geeft een verdere verlaging der luchtsnelheid en de spiraal-30 vormige baan verandert de richting der luchtstroming waardoor de snelheid daarvan afneemt, minder luchttrillingen optreden en het motorlawaai wordt gedempt.
BAD ORIGIN^ Q 1 8 4 6 η ^ -4-
Bij het gedeelte met grotere doorsnede von deze ruimte bevindt zich de uitlaat van de eerste expansiekamer naar de omgeving. Deze uitlaat is uitgevoerd met een buisvormig deel dat uitsteekt in het gedeelte der kamer met grotere doorsnede. Om deze 5 uitlaatfitting is een manchet van de luchtstromingssnelheid en lawaai en trillingen dempend materiaal aangebracht, bijv. uit schuimkunststof. De manchet kan zijn aangebracht in een kooi met grote openingen zodat de lucht vrij van de omgeving kan toestromen. Het uitsteken van deze fitting in het gedeelte der kamer met grote 10 afmetingen heeft tot gevolg dat de lucht door deze kamer opnieuw een andere stromingsrichting krijgt waardoor een nog betere la-waaionderdrukking en trillingsdemping worden verkregen.
De combinatie van bovengenoemde maatregelen heeft een zeer gunstig effekt: de snelheid van de uit de hoofdwaaier uittredende 15 lucht wordt aanzienlijk gereduceerd, en er treedt een veel kleinere lawaaiontwikkeling op zonder dat door deze maatregelen de motor die de hoofdwaaier aandrijft zwaarder wordt belast.
De aparte shuntluchtstroming voor het koelen van de motor gaaf van het motorhuis naar een tweede expansiekamer, gescheiden 20 van de eerste. Deze tweede expansiekamer bepaalt eveneens een groter volume waarin de motorkoellucht wordt uitgeblazen. Dit grote volume van de tweede expansiekamer heeft tot gevolg dat de snelheid van de koellucht afneemt waardoor minder lawaai wordt ontwikkeld. Er is een uitlaat van de tweede expansiekamer naar de 25 omgeving en de toevoer van motorkoellucht naar het motorhuis geschiedt door een inlaat die zich bevindt bij de tweede expansiekamer. Deze inlaat gaat buiten de tweede expansiekamer en staat in verbinding met het motorhuis.
Een geschikt afschermdeksel over de inlaat van het huis voor 30 de motorkoellucht en over de uitlaat van de koellucht geeft een goede afscherming tegen de omgeving. Geschikte schotten zijn onder deze afdekking aangebracht voor het scheiden van de binnenstromende en uittredende koellucht. De afdekking dient tevens als schei-BAD ORIGIN/^ Q ï g 4 g -5- « \i ding tussen de uitstromende lucht en die van de tweede expansie-kamer waardoor de luchtstroming een andere richting krijgt, de snelheid ervan wordt verlaagd en een verdergaande vermindering van het opgewekte lawaai optreedt.
5 De shuntmotor is zodanig aangebracht en de expansiekamers zijn zodanig geplaatst dat de eerste expansiekamer zich bevindt boven het deksel over de tank van de stofzuiger en de inlaat van de hoofdwaaier door dit deksel in de tank uitmondt. De tweede expansiekamer bevindt zich boven de eerste expansiekamer en de 10 afdekking ligt op afstand boven de tweede expansiekamer voor het bepalen van de luchtinlaat en uitlaatkanalen van de tweede expansiekamer.
Bij voorkeur is de eerste expansiekamer gevormd onder een eerste of lager huisdeel dat op het deksel rust en is de eerste 15 expansiekamer bepaald binnen dit lagere huisdeel boven het deksel.
De tweede expansiekamer is gevormd tussen het onderste huis en een bovenhuis dat zich boven het onderste huis bevindt. De afdekking is een aparte eenheid boven het bovenhuis. De afdekking en het onderste en bovenste huis zijn onderling, en aan het deksel van de 20 tank van de stofzuiger bevestigd.
Door het gebruik van expansiekamerschotten en de lowaai en trillingen onderdrukkende buisvormige uitlaatfitting van de eerste expansiekamer onderdrukt het huis volgens de uitvinding op zeer effectieve wijze het lawaai dat wordt veroorzaakt door 25 een shuntwaaiermotor, in het bijzonder bij een elektrische stofzuiger.
De uitvinding wordt toegelicht aan de hand van de tekening.
Fig. 1 is een vooraanzicht van een elektrische stofzuiger voorzien van een huis volgens de uitvinding; 30 fig. 2 is een doorsnede door dit huis; fig. 3 toont in detail de bevestiging van het deksel aan de tank;
BAD ORIGINAL
8101846
« V
-6- fig. 4 is een onderaonzicht van het onderhuis; fig. 5 is een doorsnede over de lijn 5-5 in fig. 4; fig. 6 is een doorsnede over de lijn 6-6 in fig. 4; fig. 7 is een bovenaanzicht van het bovenhuis; 5 fig. 8 is een doorsnede over de lijn 8-8 in fig. 7; fig. 9 is een zijaanzicht van het bovenhuis en de verbinding van het deksel daarmee, gezien in de richting der pijlen 9-9 in fig. 13; fig. 10 is een zijaanzicht van het afdekpaneel over het 10 elektrisch aansluithuis in het bovenhuis; fig. 11 is een bovenaanzicht van het deksel volgens fig. 10; fig. 12 is een vooraanzicht van het afdekpaneel volgens fig. 10; fig. 13 is een onderaanzicht van de afdekking over het boven-15 huis gezien in de richting van de pijlen 13-13 in fig. 14; fig. 14 is een zijaanzicht van de afdekking volgens fig. 13 gezien in de richting van de pijlen 14-14 in fig. 13; fig. 15 is een bovenaanzicht van een andere uitvoeringsvorm van het bovenhuis; 20 fig. 16 is een doorsnede over de lijn 16-16 in fig. 15; fig. 17 is een onderaanzicht van een andere uitvoeringsvorm van het deksel te gebruiken in combinatie met het bovenhuis; fig. 18 is een doorsnede over de lijn 18-18 in fig. 17.
De stofzuiger volgens de uitvinding bestaat uit een aantal 25 eenheden, en wel de shuntwaaiermotor 50, de tank 10 voor het opnemen van de opgezogen materialen, het deksel 20 van de tank, het onderste huis 30 boven het deksel dat een drager vormt voor de shuntwaaiermotor en de hoofdwaaier 54 en dat een geluiddempend uitlaatkanaal vormt voor de door de hoofdwaaier 54 verdrongen » 30 lucht en tevens ofe bodem vormt van de uitlaatkamer voor de motor- koellucht die wordt uitgeblazen uit het waaiermotorhuis; het
bovenste huis 150 of 300 dat de instromende motorkoellucht BAD ORIGINAL
8101846 -7- scheidt van de motorkoellucht welke wordt uitgeblazen uit het motorhuis en een uitlaatkamer bepaalt voor het afremmen van de motorkoelluchtstroming welke uit het motorhuis is uitgeblazen welk. bovenhuis is voorzien van schotten voor het scheiden van de 5 inkomende luchtstroom en de uitstromende luchtstroom van de shunt-waaiermotor; dit bovenhuis draagt tevens de elektrische componenten en het paneel van de stofzuiger. Ten slotte is er een deksel-deel 240 of 350 dat past over de gehele stofzuiger en dat samenwerkt met de schotten voor het scheiden von de instromende 10 lucht en de uitstromende lucht.
Zoals de figuren 1 en 2 tonen is de tank 10 een lege houder waarin het opgezogen vuil wordt verzameld. Aan de zijwand 12 heeft de tank een inlaat 14 waaraan de zuigslang kan worden aangesloten. Wanneer de waaiermotor 52 met de waaier 54 zijn ingeschakeld zullen 15 lucht en het daarmee meegesleurde vuil door de invoer 14 worden gezogen; het vuil slaat neer in de tank 10. De zijwand 12 eindigt aan de bovenrand in een ringvormige kraal 15, zoals meer in het bijzonder in fig. 3 weergegeven.
De tank 10 is afgesloten door een plaatvormig deksel 20, b.v. 20 uitgevoerd zoals beschreven in het Amerikaans octrooischrift 4.185.974. Het deksel 20 is aangepast aan de vorm van de tank 10 en de opening daarin, bestemd voor het opnemen van de filterkooi 22,ligt beneden de waaiermotor.
Zoals fig. 3 toont heeft het deksel een ringvormig randdeel 25 24 met een groef 26 aan de onderkant daarvan waarin de kraal 15 aan de bovenkant van de tank 10 past. Drie op gelijke afstanden aangebrachte knevels 27 zijn bevestigd aan de zijwand 12 van de tank; de haken 28 daarvan werken samen met de kraal 29 aan de omtreksrand 24 voor het bevestigen van het deksel 20 op de tank.
30 Het deksel heeft een opening 31 waardoor de hoofdwaaier 54 de lucht kan aanzuigen.
Direkt boven het deksel 20 bevindt zich het onderste huis 30, BAD ORIGINAL
8101846
V V
-8- meer in detail afgebeeld in de figuren 2, 4, 5 en 6. Dit onderste huis wordt bepaald door de omtrekszijwand 32 die om esthetische redenen getrapt is uitgevoerd. De bodem van het onderste huis is open en de bodemrand past op het deksel 20.
5 Zoals fig. 2 toont is aan de bodem van de buitenste zijwand 32 van het onderste huis een ringvormig naar beneden gericht deel 36 aanwezig; dit rust op de omtreksribbe 29 van het deksel. Een afhangende flens 38 steekt naar beneden uit en dekt de omtrek van het deksel, voornamelijk uit esthetische overwegingen, gedeelte-10 lijk af.
De hoogte van het onderste huis 30 wordt zodanig gekozen dat daarin de hoofdwaaier 54 kan worden ondergebracht met de gehele spiraalvormige uitlaatruimte 86, 90, 94, 96 voor de door de hoofdwaaier 54 verplaatste lucht. Het onderste huis heeft een 15 afgesloten bovenwand 40 van waaruit de zijwand 32 van dit onderste huis uitsteekt. De bovenwand 40 heeft een opening 42 die wordt omringd door de afhangende flens 44. De bodemrand 46 van de flens 44 steekt slechts gedeeltelijk in het onderste huis 30 uit. Deze flens bepaalt de bovenste ondersteuning voor de ringvormige veer-20 krachtige pakking 61, die daartegenaan wordt gedrukt op de bovenzijkant 62 van het wijdere onderste deel 51 voor de hoofdwaaier 54. De bodemrand 46 van de flens 44 is hoog genoeg opdat de ringvormige uitlaat 58 van de centrifugaalwaaier 54 geheel is opgesloten in het onderste huis en boven het deksel 20. De flens 44 25 dient dus tevens als verdeler voor het scheiden van de lucht die afkomstig is van de hoofdwaaier 54 ten opzichte van de koellucht die de elektromotor 52 heeft gekoeld en die uittreedt door de sleuf 74 in het motorhuis 51.
Het waaiermotorstelsel 50 is van het shunttype en heeft de 30 gebruikelijke constructie; de motor is opgenomen in een huis 51.
Het geheel bestaat uit de elektromotor 52 met een hoofdaandrijfas
53 die naar beneden uitsteekt naar de hoofdwaaier 54. Deze bevindt BAD ORIGINAL
81018 46 -9-
« . V
zich in het onderste deel van het waaierhuis 51. Het waaierhuis rust op de bovenzijde van het deksel 20 via de ringvormige pakking 55. De waaier 54 heeft de gebruikelijke vorm en zuigt lucht aan uit de tank 10 via de opening 31 in het deksel naar de centrale 5 waaierinlaat 56. De waaier 54 drijft dan de lucht centrifugaal uit de open ringvormige zijkant 58 van het onderste gedeelte van ger waaiermotorhuis 51. Het onderste gedeelte van dit huis heeft een bovenwand 62 die een pakking 61 draagt waarop de bodemrand 46 van de flens 44 rust. Het kontakt tussen de flens 44, 46 en de 10 bovenwand 62 van het huis 51 geeft de scheiding tussen de koel-luchtstroom van de motor en de hoofdzuigluchtstroom via de shunt·*· motor.
De motordrijfas 53 steekt tevens naar boven uit en drijft de kleinere shuntwaaier 66 aan die koellucht over de elektromotor 52 15 blaast.
Het motorhuis 51 heeft een versmald bovenste cilindrisch deel 68 dat de elektromotor 52 bevat. De bovenkant van dit cilindrisch deel 68 heeft openingen 72 voor de toevoer van koellucht.
Er zijn sleufvormige uitlaatopeningen 74 aan de bodem van het huis-20 deel 68 voor het uitdrijven van de koellucht uit het buis 51. De flens 44 en de huiswand 62 scheiden de koellucht van de lucht die gaat door de hoofdwaaier 54.
Deze centrifugale hoofdwaaier 54 drijft lucht centrifugaal naar buiten over de gehele omtrek 58 van het onderste huisdeel.
25 Deze luchtstroom moet worden geleid en afgeremd en daardoor het opgewekte lawaai verminderd echter zonder dat daarbij de luchtstroom wordt behinderd en zonder dat de stofzuiger daardoor minder efficiënt zal werken; voorts moet overbelasting van de waaier-motor worden voorkomen. Hiertoe wordt volgens de uitvinding een 30 in het algemeen spiraalvormig gevormde geleideflens 80 gebruikt; deze strekt zich uit naar beneden van de bovenwand 40 van het huis 30. Zoals fig. 4 toont begint het flensschot 80 ter plaatse 82
BAD ORIGINAL
8101846
« V
-10- radiaal dichter bij de omtrek van de centrifugaalwaaier en gaat dan radiaal van de omtrek daarvan weg rond de waaier tot het uitlaat-einde van de flens 80 bij 84. Hierdoor wordt een continu breder wordende ruimte 86 bepaald die opent naar het open gedeelte 90 5 tussen de flenseinden 82, 84 in de ruimte 94. De ruimte 94 bevindt zich buiten de flens 80 doch binnen de omtrekswand 32 van het onderste huis. Omdat de flens 44 en daarmee de schotflens 80 lateraal excentrisch zijn op het deksel 30 zal het volume van de ruimte 94 geleidelijk toenemen tot bij het uitlaatgedeelte 96 daarvan.
10 De ruimten 86, 90, 94, 96 bepalen een spiraalvormige baan voor de lucht, uitgeblazen door de centrifugaalwaaier 54. Omdat de ruimte naar de uitlaat 86 steeds groter wordt zal de snelheid van de uitgedreven lucht afnemen waardoor ook het opgewekte lawaai afneemt.
De lucht stroomt uit de ruimten 94, 96 via de uitlaatopening 15 100 die is gevormd in de zijwand 32 van het onderste huis 30. De figuren 4 en 6 tonen hoe voor het geleiden van de luchtstroom en het verminderen van de lawaaiontwikkeling de lucht niet direkt uit de opening 100 stroomt, daar een luchtstroomgeleidend en geluiddempend element 110 rond de opening 100 is aangebracht, bestaande 20 uit een buitenring 114 juist binnen de onderste huisopening 100 en een binnenring 116 op afstand van de ring 114 en verder in de ruimte 96, met smalle verbindingen 118 tussen de ringen 114 en 116 die openingen 120 daartussen bepalen. De hieruit resulterende kooi hangt onder de bovenwand 40 van het onderste huis. Er zijn steun-25 stroken 122 rond de onderste helft van de ring 114 en deze hebben holle, naar boven open stompen 124 aan de einden ervan. Een paar op afstand van elkaar gelegen stompen 125 steekt naar beneden uit van de onderkant van de bovenwand 40 bij de sleuf 136. De stompen 125 zijn zodanig gevormd dat zij goed worden vastgehouden binnen de 30 openingen 126 in de stompen 124. Geschikte bevestigingselementen 127 houden de stompen 124, 125 tezamen waardoor het element 110 aan de bovenwand 40 van het onderste huis is vastgezet.
BADOR.G.N£101846
W V
-11-
De kooi 114, 116, 113 wordt omringd door een ringvormige manchet 130 bestaande uit een laag schuimplastic die voldoende poreus is om een luchtstroming daardoor mogelijk te maken doch die zo dik en poreus is om de luchtstroming te dempen en de lawaai-5 ontwikkeling te beperken. De manchet 130 heeft een bepaalde weerstand voor de luchtstroming zodat het grootste gedeelte van de lucht uitstroomt door de opening 100 na eerst axiaal door de open kooi te zijn gestroomd; de lucht kan echter ook door de manchet 130 zelf stromen. Omdat de manchet 130 rond de kooi is gewikkeld zullen 10 luchttrillingen binnen de kooi evenals trillingen van de buis zelf worden gedempt, waardoor een nog verdergaande vermindering van de geluidsontwikkeling wordt vèrkregen. Omdat de uit schuimmateriaal bestaande manchet 130 zich in de ruimte 94, 96 bevindt zal,wanneer trillende lucht de uitlaat 100 nadert, deze eerst in kontakt komen 15 met de manchet 130 die de luchttrillingen dempt. De combinatie van de ruimten 94, 96 met het element 110 aan de uitlaat 100, en het feit dat het element 110 zich bevindt in de ruimte 94, 96 en is blootgesteld aan de lucht daarin zelf reduceert luchttrillingen en daarmee de geluidsontwikkeling. In feite wordt met de bovenonv-20 schreven structuur een grotere vermindering van het opgewekte lawaai verkregen dan mogelijk zou zijn met een onafhankelijk van elkaar en gecombineerde toepassing van enerzijds een geleidelijk groter wordende stromingsruimte en anderzijds een uitlaatbuis met daaromheen een schuimkunststofmanchet, met de buis uitgevoerd met grote 25 openingen die met deze manchet in verbinding staan. Een verder voordeel van het bovenomschreven systeem is dat een minimale tegen- * druk op de hoofdwaaier 54 wordt uitgeoefend omdat het uitlaatkanaal voor de lucht door de open kooi ruim is omdat de lucht uittreedt van een groter wordende ruimte 94, 96 wat op zichzelf reeds de 30 stromingssnelheid der lucht verkleint. Er is geen labyrinthvormig kanaal waardoor de uittredende lucht moet stromen voor het verlaten van de stofzuiger.
bad original 8101846
* V
-12-
Een ringvormige omtreksverdieping 136 bevindt zich in de bovenwand 40 en steekt van de rand 138 naar onder uit. Dit verdiept gedeelte is afgesloten door een ringvormige binnenwand 139 die samenwerkt met het nog te beschrijven bovenste huis 150 bij de flens 186.
5 Het verdiept gedeelte 136 bepaalt een sleuf voor het opnemen van de netvoedingskabel. Het bovenste huis 150 en het deksel 240 over dit bovenste huis zijn zodanig gevormd dat een grote toegangs-opening 140 naar deze kabelsleuf wordt verkregen. Er is een opening 141 aan de onderkant van het verdiept gedeelte 136 waardoor eventu-10 eel verzameld water kan wegstromen.
De buitenste omtrekswand 32 van het onderste huis 30 heeft drie op gelijke afstanden gelegen verdiepingen 144 die, uitgaande van de bodem, tot gedeeltelijk de zijkant verlopen waardoor er ruimte ontstaat voor de klemmen 27, 29 die het deksel 20 op de tank 10 vast-15 houden. De verdiepte gedeelten zijn met hun zijwanden 146 en met hun binnenwanden 148 afgesloten waardoor toegang naar het inwendige van het onderste huis via de verdiepte gedeelten 144 onmogelijk is.
De figuren 2, 7, 8 en 9 tonen het bovenste huis 150 dat samenwerkt met het onderste huis 30 en is voorzien van een smaller 20 motorhuisdeel 68 waardoor een kanaal wordt bepaald voor de koellucht voor de motor 52. Het bovenste huis heeft een in hoofdzaak vlakke bovenwand 152. Een ronde opening 154 is in deze bovenwand 152 gevormd door middel van een uitstekende huls 156 gaande rond het bovendeel van de buitenzijde van het motorhuisdeel 68. De dia-25 meter van de opening 154 is in hoofdzaak gelijk aan de buitendiameter van het huisdeel 68 zodat geen luchtlek optreedt tussen het huis 68 en de koelluchtinlaat -en -uitlaat via dit huis. De samenwerking tussen de flens 156 en de zijkant van het huisdeel 68 is zodanig dat motorhuizen van verschillende hoogte kunnen worden 30 toegepast; het motorhuis kan axiaal worden verschoven door de flens 156 voor het op de juiste wijze positioneren van de hoofdzuig-vaaier 54 van een bepaalde motor.
BAD ORIGINAL A , Λ 8101846
- * V
-13-
Het waaiermotorhuisdeel 63 heeft inlaatopeningen 72 aan de bovenzijde voor de koelluchttoevoer. Het is zodanig geplaatst dat de openingen 72 uitkomen in de bovenwand 152 van het bovenhuis.
De koellucht stroomt uit door de uitlaatsleuven 74 aan de bodem 5 van het deel 68. De opening 154 en de flens 156 voorkomen dat de vervulde koellucht, die de motor is gepasseerd en uitstroomt uit de openingen 74, terugstroomt naar de inlaatopeningen 72.
Het onderste huis 30 en het bovenste huis 150 scheiden tezamen de instromende koellucht van de uitstromende motorkoellucht. De boven-10 wand -40 van het onderste huis is gesloten met uitzondering van een opening die is afgesloten door de flens 44 die samenwerkt met een wijder wordend deel 58. De bovenwand 152 is eveneens gesloten met uitzondering van de opening 154 en de reeds genoemde motorkoellucht-uitlaat 160. Aan de onderzijde is het bovenste huis open en de boven-15 wand 152 ervan werkt samen met de bovenwand 40 en de flens 186 voor het vormen van een afgesloten expansiekamer (zie fig. 2) met een deel met kleiner volume 157 binnen de flens 44 dat in verbinding staat met het deel met veel groter volume 158 binnen de zijwandflsns 186. De expansiekamer verloopt rond het motorhuisdeel 68.
20 Aan elke kant van de opening 154 door de bovenwand 152, en radiaal op korte afstand voorbij de flens 156 bevindt zich de ene uitlaat voor de uit de expansiekamer 157, 158 uitstromende motorkoellucht. Deze wordt gevormd door een sikkelvormige opening 160 gevormd in de bovenwand 152.
25 Een geschikt gevormd schot 400 op het bovenste huis 150 en onder het deksel 240 van de stofzuiger dient als afscheiding tussen de openingen 154 en 160 en voorkomt het mengen van de instromende en uitstromende motorkoellucht. Uitstekend van, en een geheel vormend met de bovenkant van het bovenste huis 152 bevindt zich een 30 schotvormige ribbe 400 met een vaste hoogte, aangegeven in fig. 8 en met een profiel zoals aangegeven in fig. 7. Het profiel van het schot 400 is aangepast aan de vorm van de openingen 154, 160.
BAD ORIGINAL
8101846
«* V
-14-
In het bijzonder begint het schot 400 aan het einde 402 van de ribbe aan het deel 172 van de opvangwand 166. Het deel 404 van de ribbe 400 strekt zich uit tot voorbij het deel 172 van deze wand en voorbij het einde 406 van de opening 160. Het gebogen deel 408 5 van de ribbe 400 past op het smalle deel 410 van de bovenwand 152 van het bovenste huis en bepaalt een scheidingswand tussen de openingen 154 en 160. Het deel 412 van de ribbe 400 verloopt tot voorbij het einde 256 van de opening 160 in het bovenste huis en gaat dan over in het wanddeel 168.
10 De hoogte van de ribbe 400 is groter dan die van de wanden 170, 175 daar zij verschillende funkties moeten verrichten. De ribbe strekt zich uit over de gehele afstand naar de dekselwand daar de ribbe luchtstroming erlangs moet voorkomen. De opvang- of spatwand blokkeert water en vuildeeltjes doch moet de luchtstroming zelf 15 niet blokkeren; deze wand heeft dus een geringere hoogte.
Aan het ene einde van de bovenwand 152 van het bovenste huis bevindt zich een zijwaarts uitstekende naar boven hellende flens 161 met een opening 162. De flens 161 en de opening 162 geven een bescherming voor het netsnoer 164 van de stofzuiger.
20 Uitstekend tot boven het bovenoppervlak van de wand 152 be vindt zich een betrekkelijk lage spatwand 166. De spatwand 166 heeft een recht deel 168 dat uitsteekt op voorbij de rand van de flens 161 en naar boven tot het aangrenzende einde van de opening 160. De wand 166 heeft een gebogen deel 170 dat in omtreksrichting 25 doorloopt tot rond de buitenkant van de sikkelvormige opening 160.
De wand 166 heeft een ander recht deel 172 dat verloopt naar de in het hierna te beschrijven aansluitdoos 206 aan de tegenover gelegen zijde van het bovenste huisa'eel vanuit de flens 161. De spatwand 166 geeft bescherming tegen water en vuil dat opspat naar 30 onder het dekseldeel 240 en in de opening 160.
Er is een spatwand 175 van overeenkomstige hoogte gericht naar de tegenover gelegen rand van de bovenrand van het huis. De BAD ORIGINgU| Q 1 8 4 6
V V
-15- wand 175 heeft een kort recht deel 176 dat zich uitstrekt langs de tegenover gelegen rand van de flens 161, een gebogen deel 178 dat gaat rond de omtrek van het bovenhuis 150, een recht deel 179 dat zich uitstrekt rond de omtrek van het huis, een gebogen deel 182 5 dat de wand 175 completeert rond de omtrek van het bovenste huis totdat de wand eindigt in de aansluitdoos 206.
De verschillende elektrische componenten der stofzuiger, op zich bekend en schematisch aangegeven met het vierkant 185, bevinden zich onder de bovenkant van de bovenste huiswand 152 in het deel 10 daarvan tussen de spatwand 175 en de opening 154. Deze delen zijn verbonden met het netsnoer 164, de motor 52 en het aansluitpaneel 210, een en ander op zich bekende wijze. De spatwand 175 dicht bij de omtrek van het bovenste huis 150 geeft een bescherming tegen opspattend water en vuil onder het deksel 240 voor die elektrische 15 aansluitdelen die zich bevinden op de bovenwand 152.
Een ringvormige steunflens 186 is gevormd aan de onderzijde van de bovenwand 152 nabij de omtrek ervan. Deze gaat onder de verdiepte bodemwand 212 van het aansluitdeel 206. Zoals fig. 2 toont bevindt de flens 186 zich zodanig aan de onderkant van het bovenste 20 huis dat de flens zich uitstrekt tot in de netsnoeropneemsleuf 136 van het onderste huis waarbij het onderste einddeel rust tegen de onderwand 138 en tegen de radiale binnenwand 139 van het verdiepte deel 136. De wanden 138, 139 werken samen met het onderste einddeel 188 van de flens 186 voor het positioneren van het bovenste huis 25 150. De flens 186 bepaalt een insluitende zijwand voor de expansie- kamer 157, 158.
Een aantal verdiepingen 194 is gevormd onder de onderkant van de bovenwand 152 van het bovenste huis; deze strekken zich uit tot, en rusten op de bovenkant van de bovenwand 40 van het onderste huis 30 30. Bevestigingsschroeven 196 gaan door deze verdiepingen 194, door openingen 197 in de bodem daarvan, en door de in lijn gelegen openingen 198 gevormd in de boveneinden der uitsteeksels 201 die
BAD ORIGINAL
8101846 -16- uitsteken van de flens 80 onder de bovenwand 40 van het onderste huis 30, Wanneer de schroeven 196 in de openingen 198 worden aangedraaid worden het onderste en het bovenste huis aan elkaar bevestigd.
Andere, niet getekende, schroeven gaan door het tankdeksel 20 5 in de bodem van de openingen 198 in de uitsteeksels 201 voor het aan elkaar bevestigen van het onderste huis en het deksel, zodat op deze wijze de verschillende onderdelen alle aan elkaar zijn bevestigd.
Het bovenste huis bevat de elektrische aansluitdoos 206 met 10 het elektrische paneel 210 dat aan de voorzijde daarvan is aangebracht. Dit paneel heeft regelorganen 212 zoals een schakelaar en/of een waarschuwingslicht, en/of een hulpcontactdoos. De specifieke uitvoering daarvan wordt hier niet beschreven omdat deze op zich bekend is. De regelorganen 212 op het elektrische paneel zijn ver-15 bonden met de elektrische componenten 185 en deze zijn op de op zich bekende wijze verbonden met de waaiermotor 52. De aansluitdoos 206 wordt aan de onderkant daarvan in het bovenste huis bepaald door de bodemwand 212, aan de binnenkant door de binnenwand 214 en voorts door de tegenover elkaar gelegen zijwanden 216. De wanden 20 212,214, 216 zorgen ervoor dat de ene kant van het bovenste huis waarin zich de aansluitdoos 206 bevindt is afgedicht tegen het binnendringen van water en vuil; deze wanden geven verder de verdere afdichting van de expansiekamer 157, 158,
Het elektrisch paneeldeksel 220 afgebeeld in de figuren 9, 10, 25 11 en 12 past over de naar buiten gerichte open zijde van de doos 206. Er is een sleufvormig onderdeel 222 voor het opnemen van het naar voren uitstekend deel van de bodemwand 212 van de doos 206.
Het vooroppervlak 224 van het deksel 220 valt over het vooropper-vlak van de doos 206. Met uitzondering van de doorgangsopeningen 30 225 voor de regelorganen 212 sluit het vooroppervlck 224 de doos af. Het bovenvlak 226 van het deksel 220 sluit de bovenkant van de naar boven open doos 206 af. De uitstekende bevestigingsflenzen 228 BADO^GINA^ 01 846
•β V
-17- αση de zijkanten van het deksel 220 maken het mogelijk dat het deksel wordt vastgezet over de holle uitsteeksels gedragen door het bovenste huis door middel van de bevestigingsschroeven 234.
Zoals de fig. 2, 9, 13 en 14 tonen bedekt het deksel 240 het 5 bovengedeelte van het bovenste huisdeel 150 en bepaalt samen met de bovenomschreven schotvormige ribbe 400 delen waarmee de instromende koellucht voor de waaiermotor via de openingen 72 wordt gescheiden van de uitstromende luchtstroom afkomstig van de expansiekameruitgang 160. Het deksel heeft voorts een gesloten vlakke bovenwand 242. Zoals 10 fig. 9 toont steekt de binnenwand 214 van de doos 206 naar boven uit, voorbij de rand 402 van de uitstekende ribbe 400. De bovenkant 226 van het aansluitdoosdeksel valt tegen de onderkant van de bovenwand 242 van het deksel. Zoals fig. 9 toont strekt de schotvormige ribbe 400 zich uit tot, en rust tegen de onderkant van de vlakke bovenwand 15 242 van het deksel 240.
De samenwerking tussen de ribbe 400 aan het bovenoppervlak van de bovenwand 152 en de bovenwand 242 scheidt de ruimten tussen de bovenwand 152 van het bovenste huis en de bovenwand 242 van het deksel zodat twee kamers worden gevormd, nl. een kamer 260 die ligt 20 buiten de elektrische aansluitdoos 206 en in verbinding staat met de opening 154 in het bovenhuis zodat lucht kan toestromen voor de koeling van de motor, en de kamer 262 die ligt σαη de andere kant van de ribbe 400, eveneens buiten de aansluitdoos 206 voor koellucht die afkomstig is van de uitlaat 74 van het motorhuisdeel 68 en door 25 de openingen 160.
Het is duidelijk dat het profiel ven de ribbe 400 onder het deksel zodanig is gekozen dat het is aangepast aan de configuratie en plaatsing der openingen 154, 160. Wanneer de openingen 154, 160 worden gewijzigd wordt het profiel van de ribbe 400 dcaraan aangs-30 past.
Het deksel heeft een afhangende omtrekszijwand 266. Het heeft een grotere diameter dan het bovenste huis en er is dus een ruimte 267 BADOR,G.NAèl()1846 -18- tussen de zijwand 26ó en de ontrek van het deksel voor het toe-en uitstromen van koellucht voor de motor via de kamers 260, 262.
Het deksel heeft voorts^omlaaggericht verlengstuk 270 dat uitsteekt over het netsnoer en de steunflens 161 van het bovenhuis 5 en een opening 272 bepaalt voor het netsnoer 164.
De ruimte 276 aan de rand van het deksel is zodanig gevormd dat deze is aangepast aan de aansluitdocs 206, een en ander zoals de figuren 9 en 13 aangeven.
Pe uitsnijdingen 280 aan weerskanten van het deksel hebben 10 steunflenzen 282 net de opening 284. Er is7in het algemeen U-vor-mige draaghandgreep 290 en een schroef 292 gaat door een opening 293 in de handgreep, dan door een opening 284 in het deksel en past in de schroefdraadopening 294 in het uitsteeksel 295 dat is gevormd aan de omtrek van de bovenwand 152 van het bovenhuis 150. Hiermee is 15 de handgreep 290 aan het deksel en het bovenste huis bevestigd zodat de stofzuiger als geheel daaraan kan worden gedragen.
De fig. 15 en 16 tonen andere uitvoeringsvormen van het bovenste huis 300; een andere uitvoeringsvorm van het deksel 350 is in de fig. 17 en 18 afgebeeld. In het bovenste huis 300 is er 20 hier een geprofileerde bovenwand 302 met een waaiermotorkoellucht-inlaatopening 304 voor de koellucht afkomstig van het motorhuis.
Het smalle bovendeel van het motorhuis wordt opgenomen in de flens 205 onder de opening 304. In plaats van een enkele sikkelvormige opening 160 voor de uitstromende koellucht die zich bevindt in de 25 expansiekamer onder het bovenste huis 300 zijn er twee sikkelvormige luchtuitlaatopeningen 306, 308 aan weerskanten van de koellucht in de opening 304 en twee uitstroomopeningen van de expansiekamer onder het bovenste huis.
Een spatbescherming voor de beide sikkelvormige openingen 306, 30 308 en de inlaatopening 304 wordt gevormd door de enkele gebogen spatwand 310, die uitsteekt boven het huis tot bijna in de aansluit- doos 312.
BAD ORIGINAL
8101846 m v -19-
Ter aanpassing aan verschillende configuraties van de in- en uitlaatopeningen 304, 306, 308 door hst bovensts huis heeft een gewijzigde uitvoeringsvorm van het bovenste huis 300 een gebogen ribbevormig schot 322 een geheel vormend met, en uitstekend van 5 de bovenwand 302 daarvan. Het deel 326 van de ribbe omringt het deel van de inlaatopening 304 dat is gericht naar de aansluitdoos 312 en strekt zich uit over de smalle scheidingswanden 328 tussen de opening 304 enerzijds en de openingen 306, 308 anderzijds. De delen 330 van de ribbe 322 gaan tot voorbij de einden 332 van de 10 openingen 306, 308 en strekken zich dan uit langs de wand 310 die zij snijden en tot buiten de omtrek van het deksel. Het is een extra schot 334 dat begint aan de buitenkant van de spatwand 310 en dat zich uitstrekt tot de omtrek van het deksel 350. Het deksel 350 heeft een vlakke bovenwand 352 tot naar de ribbe 322 uitstekend.
15 Evenals in de eerste uitvoeringsvorm is de ribbe 322 groter dan de wand 310 daar de schotvormige ribbe de luchtstroming afstopt, terwijl de spatwand daar niet voor is bedoeld, doch slechts moet voorkomen dat deeltjes doordringen tot in de openingen 304, 306 en 308.
20 De ribben 322, 334 bepalen twee kamers onder het deksel 350 en boven het bovenste huis 300, nl. de koelluchtinlaatkamer 335 aan een kant van de ribbe 322 en de koelluchtuitlaatkamer 336 aan de andere kant van de ribbe 322.
Het deksel 350 heeft een eerste uitgesneden deel 354 samen-25 werkend met de elektrische aansluitdoos. Uitsteeksels 356 in het deksel 350 liggen over en zijn bevestigd aan het uitste eksel 344 boven het bovenste huis voor het onderling bevestigen van deze twee elementen.
Voor de rest kan de vormgeving van het bovenste huis 300 en 30 het deksel 350 zijn zoals in het voorgaande beschreven. Ook alle andere elementen van de daarmee uitgevoerde stofzuiger kunnen zijn uitgevoerd zoals in het voorgaande aangegeven.
BADORIGIN4M 018 4 6

Claims (15)

1. Waaiermotorhuisstelsel, in het bijzonder voor een stofzuiger, omvattende een shuntwaaiermotor met een motorhuis, een daarin aangebrachte aandrijfmotor, een hoofdwaaier verbonden met de aandrijf-motor met eèn inlaatkant en een uitlaat door de te verplaatsen 5 lucht, waarbij het huis is voorzien van een koelluchtinlaat aan een einde van de motor en koelluchtuitlaat aan het andere einde van de motor en met de aandrijfmotor verbonden koelluchtwaaier voor het verplaatsen van koellucht in het huis over de motor van de koelluchtinlaat naar de koelluchtuitlaat, en met scheidingsmiddelen voor het 10 scheiden van de koelluchtstroom in het huis tussen de koelluchtinlaat en de koelluchtuitlaat van de langs de hoofdwaaier getransporteerde lucht, en met een huis voor het opnemen van de waaiermotor en het huis daarvan welk huis een inlaat heeft die in verbinding staat met de inlaatkant van de hoofdwaaiermotor, met het 15 kenmerk, dat het huis een eerste expansiekamer omvat in verbinding met de uitlaatkant van de hoofdwaaiermotor en zodanig gedimensioneerd en uitgevoerd dat de snelheid van de in de eerste expansiekamer door de hoofdwaaier ingeblazen lucht daarin wordt verlaagd, en met een eerste uitlaat van deze eerste expansiekamer 20 uit het huis, terwijl voorts een tweede expansiekamer aanwezig is in verbinding met de koelluchtuitlaat en met zodanige afmetingen en zofanig uitgevoerd dat de snelheid van de in de tweede expansiekamer door de motorkoelingswaaier geblazen lucht wordt verlaagd, met een tweede uitlaat van de tweede expansiekamer uit het huis, 25 waarbij het huis is voorzien van eerste scheidingsmiddelen voor het scheiden van de eerste en tweede expansiekamers, tweede scheidingsmiddelen voor het scheiden van de eerste expansiekamer van de inlaat voor de hoofdwaaier en derde scheidingsmiddelen buiten het motorhuis voor het scheiden van de luchtstroming naar de koellucht-30 inlaat van die der koelluchtuitlaat. BAD ORIGINAjj 1 Q 1 8 4 6 -21-
2. Stelsel volgens conclusie 1, waarbij het huis is omsloten door een buitenwand en de eerste uitlaat een wandopening daardoor omvat, gekenmerkt door een buisvormige uitlaat-fitting uitstekend in de eerste expansiekamer vanuit de wandopening 5 voor het bepalen van de buisvormige uitlaatbaan naar de wandopening vanuit de eerste expansiekamer.
3. Stelsel volgens conclusie 2, gekenmerkt door een manchet van de luchtstromingssnelheid verlagend en lawaai en trillingen dempend materiaal gecombineerd met de buisvormige 10 uitlaatfitting.
4. Stelsel volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het materiaal van de manchet bestaat uit poreus schuimmateriaal.
5. Stelsel volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het materiaal van de manchet bestaat uit poreuze schuimkunst- 15 stof.
6. Stelsel volgens conclusie 3 of 4, gekenmerkt d oor éen kooi voor het opnemen van de manchet met toegangsopeningen vanuit de uitlaatfitting naar de manchet.
7. Stelsel volgens conclusie 1,2 of 3, met het ken- 20 merk, dat de eerste expansiekamer is voorzien van schotmiddelen voor het bepalen van een geleidelijk in afmetingen toenemende ruimte in de eerste expansiekamer gaande van de hoofdwaaieruitgang naar de eerste uitgang van de hoofdexpansiekamer.
8. Stelsel volgens conclusie 7, met het kenmerk, 25 dat de schotten zodanig zijn gevormd dat zij een in hoofdzaak spiraalvormige baan bepalen van geleidelijk toenemende dwarsdoorsnede van de hoofdwaaieruitgang naar de eerste uitgang.
9. Stelsel volgens conclusie 8,met het kenmerk, dat de huisbuitenwand een in het algemeen ronde dwarsdoorsnede 30 heeft rond de eerste expansiekamer.
10. Stelsel volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de hoofdwaaier een centrifugaalvaaier is met de luchtuitlaat BAD ORIGIN*^ Q 1 8 4 6 * V -22- ααη de omtrek daarvan.
11. Stelsel volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat een gedeelte van de schotmiddelen althans gedeeltelijk verloopt rond de omtrek van de hoofdwaaier aan de uitlaat daarvan en de ruimte 5 eveneens geleidelijk in volume toeneemt rond de omtrek van c;e ηοοτοΐ-waaier en wel tot voorbij het gedeelte van de schotelementen on althans gedeeltelijk rond de hoofdv/aaier.
12. Stelsel volgens conclusie 1,met het kenmerk, dat de tweede uitlaat van de tweede expansiekamer is gericht in 10 dezelfde richting als de koelluchtinlaat, terwijl de derde schei-dingsmiddelen schotelementen omvatten voor het scheiden van de luchtstroming van de tweede uitlaat van de luchtstroming naar de koelluchtinlaat.
13. Stelsel volgens conclusie 12, waarbij het huis.een deksel om-15 vat, met het kenmerk, dat de' tweede uitlaat en de koelluchtinlaat beide zijn gericht naar en liggen op afstand van het deksel dat daarboven ligt waarbij de schotelementen zich uitstrekken door de ruimte onder het deksel en liggen tussen de tweede uitlaat en de koelluchtinlaat, terwijl het deksel zodanig is gevormd 20 dat een luchtstroming mogeiijk is near de koelluchtinlaat en de luchtstroming van de tweede uitlaat naar resp. van de koelluchtinlaat resp. de tweede uitlaat onder het deksel verloopt.
14. Stelsel volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de eerste expansiekamer tweede schotelementen bevat voor het 25 bepalen van een geleidelijk in volume toenemende ruimte in de eerste expansiekamer van de hoofdwaaieruitlaat naar de eerste uitlaat van de eerste expansiekamer.
15. Stofzuiger, voorzien van een opvangruimte voor aangezogen stof en voorzien van een v/aaiermotorhuisstelsel volgens conclusies 1-14. BAD ORIGIN/0. ^ Q 1 8 4 6
NL8101846A 1980-04-18 1981-04-14 Waaiermotorhuis in het bijzonder voor een stofzuiger. NL8101846A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US14156780 1980-04-18
US06/141,567 US4330899A (en) 1980-04-18 1980-04-18 Noise reducing blower motor housing means for vacuum cleaner, or the like

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8101846A true NL8101846A (nl) 1981-11-16

Family

ID=22496246

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8101846A NL8101846A (nl) 1980-04-18 1981-04-14 Waaiermotorhuis in het bijzonder voor een stofzuiger.

Country Status (12)

Country Link
US (1) US4330899A (nl)
JP (1) JPS5720236A (nl)
AT (1) AT383486B (nl)
CA (1) CA1175613A (nl)
CH (1) CH653234A5 (nl)
DE (1) DE3023630A1 (nl)
FR (1) FR2480589A1 (nl)
GB (1) GB2074648B (nl)
IT (1) IT1174687B (nl)
NL (1) NL8101846A (nl)
NO (1) NO153413C (nl)
SE (1) SE449557B (nl)

Families Citing this family (53)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4361928A (en) * 1981-07-01 1982-12-07 Parise & Sons, Inc. Muffled exhaust system for hot water vacuum extraction machine
DE3225258C2 (de) * 1982-07-06 1985-11-28 Guido Oberdorfer Wap-Maschinen, 7919 Bellenberg Schmutzsauger
US4512713A (en) * 1982-09-17 1985-04-23 Shop-Vac Corporation Vibration isolating means
US4435877A (en) 1982-09-30 1984-03-13 Shop-Vac Corporation Noise reducing means for vacuum cleaner
USD283065S (en) 1983-03-23 1986-03-18 Dupro Ag Top portion for a canister-type suction apparatus
US4547206A (en) * 1983-06-22 1985-10-15 Royal Appliance Mfg. Co. Vacuum cleaner
US4538971A (en) * 1983-07-18 1985-09-03 Shop-Vac Corporation Assembly of tank lid and fan means of a wet/dry vacuum
US4651380A (en) * 1985-03-01 1987-03-24 Rug Doctor, Inc. Portable vacuum cleaning machine
US4824333A (en) * 1985-10-01 1989-04-25 Rexair, Inc. Air blower assembly for vacuum cleaners
US4735555A (en) * 1985-10-01 1988-04-05 Rexair, Inc. Air blower assembly for vacuum cleaner
AU589822B2 (en) * 1986-12-12 1989-10-19 Shop-Vac Corporation Motor cap and housing for wet/dry vacuum
GB8703295D0 (en) * 1987-02-13 1987-03-18 Smith A G Vacuum cleaner system
AU5889790A (en) * 1989-12-04 1991-06-06 General Electric Company Integral silencer for electric motors
US5049770A (en) * 1990-03-26 1991-09-17 General Motors Corporation Electric motor-driven impeller-type air pump
JP3047984B2 (ja) * 1990-04-18 2000-06-05 株式会社日立製作所 電気掃除機
DE9006336U1 (de) * 1990-06-05 1991-10-02 Siemens AG, 8000 München Staubsauger mit einem auf den Motor des Gebläseaggregates aufsteckbaren schalldämmenden Körper
GB2246395A (en) * 1990-07-26 1992-01-29 Garrett Automotive Limited Noise attenuation in a turbocharger
US5155876A (en) * 1991-10-28 1992-10-20 Clarke Industries, Inc. Integrated sound baffle
US5353469A (en) * 1992-07-01 1994-10-11 National Super Service Company Wet/dry vacuum cleaner with noise reducing housing structure
US5289612A (en) * 1992-08-13 1994-03-01 Ryobi Motor Products Corporation Noise reduction system for hard body vacuum
US5400463A (en) * 1993-02-16 1995-03-28 Beam Of Canada, Inc. Noise dampened canister vacuum cleaner
US5479676A (en) * 1994-05-12 1996-01-02 Electrolux Corporation Vacuum cleaner
US5743721A (en) * 1996-04-30 1998-04-28 Itt Automotive Electrical Systems, Inc. Blower assembly having integral air flow cooling duct
US5873143A (en) * 1996-12-26 1999-02-23 Terry Huey Exhaust filtration system for vacuum cleaners
US6003200A (en) * 1997-11-14 1999-12-21 Overhead Door Corporation Powerhead housing assembly for vacuum cleaner
CA2281241C (en) * 1998-08-31 2009-05-12 Emerson Electric Co. Wet/dry vacuum with reduced operating noise
US6219880B1 (en) 1998-09-17 2001-04-24 Pullman-Holt Corporation Vacuum cleaner
US6264427B1 (en) 1999-02-10 2001-07-24 Shop-Vac Corporation Vaneless impeller housing for a vacuum cleaner
US6175988B1 (en) 1999-07-14 2001-01-23 Overhead Door Corporation Bypass vacuum cleaner with flexible vacuum hose stored over motor cooling air shroud and carrying handle
US6171054B1 (en) 1999-09-28 2001-01-09 Royal Appliance Mfg. Co. Impeller housing with reduced noise and improved airflow
US6579060B1 (en) 1999-09-28 2003-06-17 Royal Appliance Mfg. Co. Impeller and housing assembly with reduced noise and improved airflow
US6385809B1 (en) * 2000-03-03 2002-05-14 Emerson Electric Co. Gasketless wet/dry vacuum with switchable blowing
US6325844B1 (en) * 2000-05-31 2001-12-04 Florida Pneumatic Manufacturing Corporation Filter and muffler device for vacuum mechanism
US6499183B1 (en) * 2000-09-29 2002-12-31 Oreck Holdings, Llc Low-profile and highly-maneuverable vacuum cleaner having a headlight, a sidelight, anti-ingestion bars, side brushes, a squeegee, and a scent cartridge
CA2332195A1 (en) 2001-01-24 2002-07-24 Alexandre Plomteux Quiet central vacuum power unit
US6530116B2 (en) 2001-02-13 2003-03-11 Shop Vac Corporation Vacuum cleaner with muffled detachable blower exhaust
EP1495706B1 (en) * 2003-07-10 2013-05-01 Black & Decker Inc. Vacuum cleaner
US7614113B2 (en) * 2003-07-31 2009-11-10 Panasonic Corporation Of North America Motor enclosure for a vacuum cleaner
US20050042078A1 (en) * 2003-08-22 2005-02-24 Sturgell Brent J. Isolated blower fan housing assembly
US7461430B2 (en) * 2005-01-10 2008-12-09 Broan-Nutone Llc Vacuum system and method
USD534697S1 (en) 2005-01-10 2007-01-02 Broan-Nutone Llc Vacuum system
US20080016646A1 (en) * 2005-01-10 2008-01-24 Martin Gagnon Housing assembly for a vacuum
US7406744B2 (en) * 2005-01-20 2008-08-05 Marc Bruneau Central vacuum system with secondary airflow path
KR100676318B1 (ko) * 2005-05-16 2007-01-30 삼성광주전자 주식회사 모터조립체 및 이를 구비한 진공청소기
KR20060129758A (ko) * 2005-06-13 2006-12-18 삼성전자주식회사 진공청소기
US20070174992A1 (en) * 2005-09-30 2007-08-02 Murray Christopher W Quiet vacuum cleaner
ITMO20050279A1 (it) * 2005-10-21 2007-04-22 Massimiliano Pineschi Apparato di aspirazione
US20130133155A1 (en) * 2011-11-28 2013-05-30 Julio C. Perez Vacuum cleaner incorporating noise suppression system
EP2828534B1 (de) 2012-03-22 2020-04-22 Alfred Kärcher SE & Co. KG Saugaggregat und saugmaschine
US20170000306A1 (en) * 2015-06-30 2017-01-05 Karcher North America, Inc. Portable waste collection and cleaning device
US10869586B2 (en) 2016-11-17 2020-12-22 Karcher North America, Inc. Portable vacuum and related accessories
US11560904B2 (en) * 2018-09-25 2023-01-24 Abb Schweiz Ag Modular low-noise motor
JP7519926B2 (ja) * 2021-01-22 2024-07-22 株式会社マキタ 集じん機

Family Cites Families (20)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE499586C (de) * 1930-06-10 Aeg Vorrichtung zum Daempfen des Geraeusches der aus Staubsaugern austretenden Luft
US21519A (en) 1858-09-14 Bed-bottom
US2330701A (en) * 1939-12-07 1943-09-28 Hoover Co Suction cleaner
US2731194A (en) * 1953-02-02 1956-01-17 Moss A Kent Vacuum cleaner blower
BE523079A (nl) 1953-07-13
US2983432A (en) * 1956-09-19 1961-05-09 Gen Electric Vacuum cleaner with improved fan arrangement
US2982986A (en) * 1956-09-19 1961-05-09 Gen Electric Vacuum cleaner with improved fan arrangement
US3063082A (en) * 1960-08-03 1962-11-13 Nat Super Service Company Suction cleaner
GB1080851A (en) 1966-01-03 1967-08-23 Goblin Ltd B V C Improvements in and relating to vacuum cleaners
US3848290A (en) * 1971-12-27 1974-11-19 C Bates Rinse method and machine
US3831223A (en) * 1972-01-31 1974-08-27 Carpetech Corp Carpet and upholstery cleaning apparatus with improved noise muffling feature
SE366642B (nl) * 1972-09-22 1974-05-06 Electrolux Ab
US3780397A (en) * 1973-01-03 1973-12-25 Singer Co Wet/dry suction cleaner
US3815172A (en) * 1973-01-03 1974-06-11 Singer Co Wet/dry suction cleaner
US4015683A (en) * 1975-12-29 1977-04-05 Purex Corporation Ltd. Noise suppressor for vacuum sweeper and the like
US4114231A (en) * 1977-03-04 1978-09-19 Nauta Jelle G Motor ventilation system for wet/dry vacuum cleaner
US4185974A (en) * 1977-12-15 1980-01-29 Shop-Vac Corporation Integral filter cage and lid for cannister type vacuum cleaner
US4195969A (en) * 1978-01-05 1980-04-01 Clarke-Gravely Corporation Vacuum cleaner
US4213224A (en) * 1978-08-21 1980-07-22 Shop-Vac Corporation By-pass type portable vacuum cleaner
US4280245A (en) * 1980-02-19 1981-07-28 Shop-Vac Corporation Sound dome for electric vacuum cleaner

Also Published As

Publication number Publication date
AT383486B (de) 1987-07-10
NO153413C (no) 1986-03-12
US4330899A (en) 1982-05-25
NO153413B (no) 1985-12-02
CA1175613A (en) 1984-10-09
GB2074648A (en) 1981-11-04
FR2480589A1 (fr) 1981-10-23
NO811251L (no) 1981-10-19
IT8025695A0 (it) 1980-10-31
SE449557B (sv) 1987-05-11
GB2074648B (en) 1984-01-25
ATA173281A (de) 1986-12-15
SE8004303L (sv) 1981-10-19
IT1174687B (it) 1987-07-01
CH653234A5 (de) 1985-12-31
DE3023630A1 (de) 1981-10-22
JPS5720236A (en) 1982-02-02
FR2480589B1 (nl) 1983-06-24
DE3023630C2 (nl) 1991-05-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8101846A (nl) Waaiermotorhuis in het bijzonder voor een stofzuiger.
EP0211317B1 (en) Housing assembly for motor/fan means for a wet/dry vacuum cleaner
US4435877A (en) Noise reducing means for vacuum cleaner
KR100367726B1 (ko) 조리장용의배기장치
RU2344322C1 (ru) Корпусной узел вентиляторного двигателя
EP1047176A2 (en) Motor cooling and sound absorbing system
RU2004120671A (ru) Узел электродвигателя (варианты) и пылесос с таким узлом
EP3550212A1 (en) Cookware and exhaust device
EP4641096A2 (en) Suction unit for cooking hobs
US5803072A (en) Kitchen ventilator
US4890546A (en) Ventilation cowl
US5863309A (en) Hard bag door with air directing arrangement
JP3688864B2 (ja) 自動車用空気清浄器のエアインテーク構造
US20050138755A1 (en) Vacuum cleaner
JP6073178B2 (ja) 電気掃除機
JP2537454Y2 (ja) ファン・フィルタユニット
US3199435A (en) Vent hood and blower device usable therein
JP5831519B2 (ja) サイクロン分離装置及び電気掃除機
JP6640155B2 (ja) 油煙捕集装置
KR20090079146A (ko) 사이클론 집진장치 및 진공청소기
JPH09264298A (ja) 電動送風機
JPH1132950A (ja) 掃除装置
EP4632279A1 (en) Downdraft hood and household appliance for cooking dishes incorporating such downdraft hood
JP2000249098A (ja) 電動送風機および電気掃除機
JPH09264299A (ja) 電動送風機

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BI The patent application has been withdrawn