NL8200009A - Verbeterde olieverplaatsingsprocessen en samenstelling. - Google Patents

Verbeterde olieverplaatsingsprocessen en samenstelling. Download PDF

Info

Publication number
NL8200009A
NL8200009A NL8200009A NL8200009A NL8200009A NL 8200009 A NL8200009 A NL 8200009A NL 8200009 A NL8200009 A NL 8200009A NL 8200009 A NL8200009 A NL 8200009A NL 8200009 A NL8200009 A NL 8200009A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
polymer
cationic
sulfur
atoms
carbon atoms
Prior art date
Application number
NL8200009A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Halliburton Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Halliburton Co filed Critical Halliburton Co
Publication of NL8200009A publication Critical patent/NL8200009A/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C09DYES; PAINTS; POLISHES; NATURAL RESINS; ADHESIVES; COMPOSITIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; APPLICATIONS OF MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • C09KMATERIALS FOR MISCELLANEOUS APPLICATIONS, NOT PROVIDED FOR ELSEWHERE
    • C09K8/00Compositions for drilling of boreholes or wells; Compositions for treating boreholes or wells, e.g. for completion or for remedial operations
    • C09K8/60Compositions for stimulating production by acting on the underground formation
    • C09K8/84Compositions based on water or polar solvents
    • C09K8/86Compositions based on water or polar solvents containing organic compounds
    • C09K8/88Compositions based on water or polar solvents containing organic compounds macromolecular compounds
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C09DYES; PAINTS; POLISHES; NATURAL RESINS; ADHESIVES; COMPOSITIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; APPLICATIONS OF MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • C09KMATERIALS FOR MISCELLANEOUS APPLICATIONS, NOT PROVIDED FOR ELSEWHERE
    • C09K8/00Compositions for drilling of boreholes or wells; Compositions for treating boreholes or wells, e.g. for completion or for remedial operations
    • C09K8/02Well-drilling compositions
    • C09K8/04Aqueous well-drilling compositions
    • C09K8/06Clay-free compositions
    • C09K8/12Clay-free compositions containing synthetic organic macromolecular compounds or their precursors
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C09DYES; PAINTS; POLISHES; NATURAL RESINS; ADHESIVES; COMPOSITIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; APPLICATIONS OF MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • C09KMATERIALS FOR MISCELLANEOUS APPLICATIONS, NOT PROVIDED FOR ELSEWHERE
    • C09K8/00Compositions for drilling of boreholes or wells; Compositions for treating boreholes or wells, e.g. for completion or for remedial operations
    • C09K8/50Compositions for plastering borehole walls, i.e. compositions for temporary consolidation of borehole walls
    • C09K8/504Compositions based on water or polar solvents
    • C09K8/506Compositions based on water or polar solvents containing organic compounds
    • C09K8/508Compositions based on water or polar solvents containing organic compounds macromolecular compounds
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C09DYES; PAINTS; POLISHES; NATURAL RESINS; ADHESIVES; COMPOSITIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; APPLICATIONS OF MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • C09KMATERIALS FOR MISCELLANEOUS APPLICATIONS, NOT PROVIDED FOR ELSEWHERE
    • C09K8/00Compositions for drilling of boreholes or wells; Compositions for treating boreholes or wells, e.g. for completion or for remedial operations
    • C09K8/58Compositions for enhanced recovery methods for obtaining hydrocarbons, i.e. for improving the mobility of the oil, e.g. displacing fluids
    • C09K8/588Compositions for enhanced recovery methods for obtaining hydrocarbons, i.e. for improving the mobility of the oil, e.g. displacing fluids characterised by the use of specific polymers
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S507/00Earth boring, well treating, and oil field chemistry
    • Y10S507/935Enhanced oil recovery
    • Y10S507/936Flooding the formation

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Materials Engineering (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
  • Lubricants (AREA)
  • Compositions Of Macromolecular Compounds (AREA)
  • Separation Using Semi-Permeable Membranes (AREA)

Description

• t ; ' - 1 -
Verbeterde olieverplaatsingsprocessen en samenstelling.
De uitvinding heeft betrekking op verbeterde winning van koolwaterstoffen door verplaatsing onder toepassing van waterige fluïda en in het bijzonder op de bereiding en het gebruik van waterige oplossingen van mengsels van synthe-5 tische polymeer viskeusmakers en polykationische organische polymeren.
Synthetische organische polymeren, in het bijzonder polyacrylamide, zijn gebruikt om de viscositeit te verhogen van water, gebruikt in secundaire en tertiaire olie-10 winningsbewerkingen. Onder de Amerikaanse octrooischriften, die het gebruik behandelen van polymeren in onderaardse lagen zijn onder andere 3.406.754, 3.367.418, 2.827.964 en 4.060.490. Het gebruik van gegeleerde polymeeroplossingen om de injectivi-teitsprofielen en/of vertikaal gedrag in heterogene formaties 15 te verbeteren wordt uiteengezet in de Amerikaanse octrooischriften 3.926.258, 3.334.689, 3.421.584, 4.098.337 en 3.502.149.
Methodes om de mechanische achteruitgang van polyacrylamide-polymeren te reduceren of te compenseren omvatten in situ polymerisatie· zoals uiteengezet in het Amerikaanse octrooischrift 20 3.490.533 en het gebruik van hoogmoleculaire polymeren en copoly- meren zoals uiteengezet in het Amerikaanse octrooischrift 3.973.629. Het gebruik van dergelijke polymeren in een produktie-boorput om waterproduktie te reduceren zonder aanzienlijke afname in olieproduktie wordt uiteengezet in het Amerikaanse 25 octrooischrift 3.308.885.
Het gebruik van synergistische mengsels van polymeren om toegenomen oplossingsviscositeiten te verkrijgen is reeds beschreven. Zo beschrijft het Amerikaanse octrooischrift 4.169.818 het gebruik van een synergistisch visco-30 siteitsmengsel van hydroxypropylcellulose en poly(maleïnezuur- anhydride-co-alkylvinylether). Het Amerikaanse octrooischrift 4.038.206 leert het gebruik van mengsels van xanthaangom en 8200009 < * - 2 - locustboongom om te voorzien in verbeterde verdikkingseigen-schappen. Het Amerikaanse octrooischrift 3.765.918 leert het gebruik van mengsels van xanthaangom en guargom om verbeterde verdikkingseigenschappen te verkrijgen. Het gebruik van mengsels 5 van cellulose-ethers en polyacrylamides ter verkrijging van grondmassaverstoppende gelen van verbeterde gelsterkte wordt uiteengezet in het Amerikaanse octrooischrift 4.043.921.
Het is bekend dat polyacrylamide-oplos-singen zeer onderhevig zijn aan mechanische achteruitgang, waar-10 door de oplossingsviscositeit sterk kan afnemen. Verslagen over polyacrylamide-achteruitgang zijn opgesteld door Seright / SPE 9297, "The Effects of Mechanical Degradation and Viscoelastic Behavior on Injectivity of Polyacrylamide Solutions", gepresenteerd op de 55th Annual Pall Technical Conference and Exhibition 15 of the Society of Petroleum Engineers of ΑΙΜΕ, Dallas, Texas, 21-24 september 1980) en daarin genoemde referenties_/.
De bovenstaande referenties en die welke hieronder in een lijst zijn verwerkt kunnen worden gebruikt door deskundigen met het oog op deze beschrijving om de uitvin-20 ding in praktijk te brengen en de uitvoeringsvormen daarvan en deze referenties moeten hier als ingelast worden beschouwd in de mate als nodig daartoe.
Op naam van Octrooischrift Uitvinders Verleend 25 Union Oil of Cal. 2.827.964 Sandiford, c.s. 25-3-1958
Pan American 2.842.338 Davis, c.s. 8-7-1958
Halliburton Co. 3.136.360 Ramos, c.s. 9-6-1964
Halliburton Co. 3.223.163 Koch, c.s. 14-12-1965
Union Oil Co. 3.308.885 Sandiford, c.s. 14-3-1967 30 Halliburton Co. 3.334.689 McLaughlin,c.s. 8-8-1967
Dow Chemical Co. 3.367.418 Routson 6-2-1968
Halliburton Co. 3.374.834 Ramos, c.s. 26-3-1968
Marathon Oil Co. 3.406.754 Gogarty, c.s. 22-10-1968
Dow Chemical Co. 3.421.584 Eilers, c.s. 14-1-1969 35 Dow Chemical Co. 3.502.149 Pence, Jr. 24-3-1970
Halliburton Co. 3.557.562 McLaughlin, Jr. 26-1-1971
Phillips Petro. 3.610.339 Harvey, c.s. 5-10-1971
Wyandotte Chem. 3.634.305 Johnson, c.s. 11-1-1972
Halliburton Co. 3.649.574 Cole 14-3-1972 8200009 , * * * - 3 -
Op naam van Octrooischrift Uitvinders Verleend
Phillips Petro. 3.667.546 Parker 6-6-1972
General Mills Chem. 3.765.918 Jordan, c.s. 16-10-1973
Nalco Chem.Co. 3.780.806 Bott 25—12—1973 5 Phillips Petro. 3.801.502 Hitzman 2-4-1974
Halliburton Co. 3.857.443 Cole 31-12-1974
Texaco Inc. 3.915.230 Plournoy, c.s. 28-10-1975
Phillips Petro. 3.926.258 Hessert, c.s. 16-12-1975
Texaco Inc. 3.939.911 Maddox,Jr, c.s. 24-2-1976 10 Shell Oil Co. 3.943.059 Ying C. Chiu 9-3-1976
Shell Oil Co. 3.945.437 Chiu, c.s. 23-3-1976
Texaco Inc. 3.956.145 Christopher,c.s. 11-5-1976
No Assignee 3.973.629 Knight, c.s. 10—8—1976
Shell Oil Co. 3.984.333 van de Kraats,c.s. 5-10-1976 15 Mobil Oil Corp. 4.018.281 Chang 39-4-1977
Nalco Chem. Co. 4.034.809 Phillips, c.s. 12-7-1977
General Mills Chem. 4.038.206 Kari 26-7-1977
Phillips Petro.Co. 4.043.921 Hessert, c.s. 23-8-1977
Phillips Petro. Co. 4.049.054 Wier 20-9-1977 20 Texaco Inc. 4.050.513 Ching H. Wu,c.s. 27-9-1977
Union Oil Co. 4.060.490 Bernard 29-11-1977
Shel Oil Co. 4.074.755 Hill, c.s. 21-2-1978
Texaco Inc. 4.074.759 Bousard ,21-2-1978
Marathon Oil Co. 4.098.337 Argabright, c.s. 4-7-1978 25 Texaco Inc. 4.104.193 Carter, c.s. 1-8-1978
Phillips Petro. 4.125.156 Glinsmann 14-11-1978
Marathon Oil Co. 4.137.969 Phalangas, c.s. 6-2-1979
Soc.Nat.’l.Elf Aqu. 4.155.405 Lino Vio 22-5-1979
Texaco Inc. 4.157.306 Kalfoglou 5-6-1979 30 Celanese Corp. 4.169.818 DeMartino 2-10-1979
Cities Serv.Co. 4.195.689 Chang 1-4-1980
Texaco Inc. 4.207.946 Haltmar, c.s. 17-6-1980
Phillips Petro. 4.212.747 Swanson 15-7-1980
Texaco Devel.Corp. 4.216.098 Hunter 5—8—1980 35 Magna Corp. 4.216.828 Blair, Jr. 12-8-1980
No Assignee 4.217.146 Avdzhiev, c.s. 12-8-1980
Texaco Devel.Corp. 4.217.230 Hunter 12-8-1980
Petroleum Rec.Inst. 4.217.955 Sigmund, c.s. 19-8-1980
Texaco Canada Inc. 4.217.956 Goss 19-8-1980 40 Texaco Inc. 4.217.957 Schievelbein 19-8-1980
Texaco Devel.Corp. 4.228.016 Hunter 14—10—1980
Texaco Devel.Corp. 4.228.017 Hunter 14-10—1980
Texaco Devel.Corp. 4.228.018 Hunter 14-10-1980
Texaco Devel.Corp. 4.228.019 Hunter 14—10—1980 45 Texaco Inc. 4.232.737 Tyler, c.s. 11-11-1980 8200009 * * - 4 -
De uitvinding betreft een methode voor het reduceren van de viscositeit en de achteruitgang door wrijving van bepaalde in water oplosbare viskeusmakende polymeren in waterige oplossing. Deze vondst is bijzonder nuttig 5 voor de winning van koolwaterstoffen uit poreuze doordringbare onderaardse aardformaties, waarbij viskeuze waterige fluïda worden gebruikt om de winning van de olie te verhogen door te werken als een drijvend fluïdum om de olie te verplaatsen en als een verspreidend en/of verstoppend fluïdum om fluïdumstroom 10 te richten in de formatie.
De uitvinding voorziet in een mengsel of combinatie van twee klassen van polymeren, die gebruikt worden in een waterig fluïdum. De eerste klasse omvat in water oplosbare en door water hydrateerbare synthetische polymeren, 15 die fungeren als viskeusmakers in waterig fluïdum om een viskeus waterig fluïdum te verkrijgen. De polymeren worden aangeduid als viskeusmakende of stroompolymeren. De tweede klasse van polymeren is die van polykationische polymeren of in water oplosbare polymeren, die talrijke kationische atomen of groepen 20 bevatten, die in een nagenoeg lineaire polymeerketen kunnen zijn; in de rechte keten van een vertakt polymeer; of in aan-. gehangen groepen of ver t ak*k ing s gr o ep en van polymeren. De kat ionische groep moet niet bovenmatig gehinderd zijn tegen toegankelijkheid door een hoge graad van vertakking en/of ver-25 knoping zodat de kationische groep kan associëren met anioni-sche plaatsen in andere polymeren en/of aan formatie-opper-vlakken, zoals die van klei en/of zandplaatjes of deeltjes.
De kationische polymeren worden aangeduid als polykationische polymeren of nagenoeg lineaire polykationische polymeren.
30 De processen en polymeerrecepten volgens de uitvinding kunnen worden toegepast en/of gebruikt op elke conventionele wijze voor de gebruiksdoeleinden, die hier worden beschreven en de modificaties ervan. Bij êën toepassing wordt het polymeerrecept eenvoudig gemengd hetzij in een bassin-vat 35 of door continue injectie van ëën of beide polymeren in een vloeiende fluïde stroom als het fluïdum wordt gepompt of onder 8200009 • * - 5 - druk gezet in geschikte leidingen, zoals naar omlaag gaande buis in een boorput, in de put of de putring en in aangrenzende formaties en/of breuken. Het fluïdum kan waterig zijn of het kan andere componenten bevatten in kleinere of grotere hoeveel-5 heden; zoals vloeibare koolwaterstoffasen, gemakkelijk vloeibaar te maken gassen (zoals of ^), niet-ionische opper-vlakactieve stoffen en vaste of halfvaste fasen. Onder "kleinere" wordt hier verstaan ongeveer 5 gew.% en onder "grotere" 30 % of meer. De polymeren kunnen worden toegevoegd in nagenoeg poe-10 dervorm, als waterige concentraten of als verdunde waterige fluïda hetzij alleen, met andere polymeren of met andere fasen, zoals hier aangeduid. Typisch zal de polymeersamenstelling worden geperst in de formatie bij minder dan de breukdruk van de formatie, zodat het polymeerfluïdum in de poriën en/of kana-15 len van de formatie vloeit voor maximale stroomweerstandsver-schil en/of maximum verbetering van de mobiliteitsverhouding, veegrendement en verplaatsing van aanwezige koolwaterstoffen.
Voor een andere toepassing kan men het polymeerfluïdum toepassen volgens een van de bovengenoemde methodes, maar bij een 20 druk die hoger is dan de aangrenzende formatiebreukdruk om een grote breuk of kanaal in de formatie te creëren, waardoor de winning van koolwaterstoffen wordt verbeterd. Elk van de bovengenoemde methodes kan worden gebruikt voor het zuurmaken hetzij alleen of in combinatie met de andere behandelingen. Voor 25 volledigheids - en/of boorbewerkingen kan men de polymeer- fluïda louter laten circuleren door buis en ring en/of kan men het fluïdum persen in gedeeltes van de aangrenzende formaties.
De nieuwe waterige polymeerrecepten reduceren de mechanische achteruitgang van polymeer viskeusmakers 30 gedurende het pompen, injecteren door nauwe kanalen, zoals perforaties, en in poreuze doordringbare bedden, zoals een forma-tie-oppervlak, en stroming door de doordringbare formatiezone binnen het hoge fluïdumstroomsnelheidsgebied met een straal van ongeveer 3 meter rond een boorput. De polymere viskeusmaker 35 kan worden gebruikt om een waterig fluïdum te verdikken, waardoor de mobiliteitsverhouding tussen stroomwater en olie bij 8200009 t - 6 - secundaire of tertiaire oliewinning wordt verbeterd, zodat het injectieprofiel en/of het vertikale gedrag bij een injectie-boorput wordt verbeterd, of de waterproduktie bij een producerende boorput wordt gereduceerd. Toevoeging van een polykatio-5 nisch organisch polymeer aan het synthetische polymeerfluïdum of oplossing leidt tot een onverwacht aanzienlijke afname in viscositeit. De oplossing heeft dus verbeterde injectiviteit met betrekking tot een waterig fluïdum, dat slechts het synthetische polymeer bevat. Het polymeermengsel gekenmerkt door een lagere 10 oplossingsviscositeit heeft een afgenomen mechanische wrijvings-achteruitgang van de polymeren gedurende het pompen, injectie door de perforaties en het vormingsoppervlak, en gedurende beweging van de oplossing in het hoge fluïdumsnelheidsgebied gedurende de injectie ongeveer 3 meter in straal rond de boorput.
15 Het kationische polymeer wordt dan geabsorbeerd in de funde- ringsoppervlakken. De verwijdering ervan uit de oplossing leidt tot een toename in oplossingsviscositeit. Viskeusmakend poly-meeradsorptie is gering in vergelijking met die van het poly-kationische organische polymeer. Adsorptie van het polykationisch 20 polymeer leidt ook tot stabilisering van de kleisoorten van de formatie waardoor het mogelijk is de reservoirs te laten overstromen met vers water polymeeroplossingen, die anderzijds niet met succes zouden kunnen worden overstroomd. Adsorptie van het polykationische organische polymeer leidt tot een toename in 25 de resterende polymeeroplossingsviscositeit waardoor de mobili-teitsverhouding tussen de overstromingsoplossing en de olie in de formatie wordt verbeterd. Toegenomen oplossingsviscositeit leidt ook tot een meer efficiënte polymeerprop om het injectie-profiel te verbeteren of de waterproduktie te reduceren door 30 meer van de waterige oplossing naar minder doordringbare zones te verspreiden. Ook werd gevonden, dat de gemengde polymeeroplossingen volgens de uitvinding leiden tot hogere winning van olie uit de formatie in vergelijking met tot nog toe gebruikte polymeeroplossingen. De gemengde polymeeroplossingsviscositeit 35 neemt dus aanzienlijk af gedurende injectiebwerkingen, wanneer een lage viscositeit is gewenst en neemt vervolgens toe binnen 8200009 v f « - 7 - de formatie wanneer een hoge oplossingsviscositeit de voorkeur verdient.
Een andere methode waarbij de samenstelling volgens de uitvinding kan worden gebruikt als een 5 grondmassaverstoppingsmiddel is de vorming van een verknoopt copolymeer of terpolymeer van de synthetische polymeer viskeusmaker en het polykationïsche organische polymeer via associatie van kationische en anionische plaatsen van de polymeren onder vorming van een neerslag. De anionische plaatsen kunnen aan-10 wezig zijn in de synthetische polymeerviskeusmaker zodanig dat zich zeer langzaam een vast neerslag vormt. De oplossing kan gebracht worden in het gewenste deel van de formatie voor de neerslagvorming of de anionische groepen kunnen worden opgewekt door hydrolyse van de synthetische polymeer viskeusmaker 15 nadat de polymeeroplossing in het gewenste gedeelte van de formatie is gebracht. De hydrolyse wordt zeer voordelig bevorderd door de polymeren op te lossen in een oplossing, waarvan de pH is ingesteld op 8-10.
De samenstellingen volgens de uitvinding 20 kunnen ook worden gebruikt als boorfluïda. Als vaste stoffen (afsnijdsels) worden geproduceerd door de werking van de boorkop, wordt.het kationische organische polymeer*geadsorbeerd op het oppervlak van deze vaste stoffen. De oplossingsviscositeit van het boorfluïdum neemt toe hetgeen leidt tot een betere 25 suspensie van de vaste deeltjes als het fluïdum, dat de afsnijdsels bevat, wordt opgepompt door de ring van de boorput naar het oppervlak. Men laat de vaste stoffen zich dan afzetten uit de boorvloeistof in een modderpoel. Extra kationisch organisch polymeer en viskeusmakend polymeer worden toegevoegd naar 30 behoefte, zoals door injectie van het kationische polymeer in het fluïdum, als dit de modderpoel verlaat voor het circuleren door pompen en terug naar de boorstreng beneden, waardoor de viscositeit afneemt en de achteruitgang door wrijving als het fluïdum terug door de boorstreng omlaag wordt gepompt.
35 De samenstellingen volgens de uitvinding kunnen ook worden gebruikt voor het breken en sommige breuk- 8200009 - 8 - zuurmakingstoepassingen. Zo kan men bijvoorbeeld een oplossing van kationisch organisch polymeer en viskeusmakend polymeer gebruiken om zand of enig ander opvulmiddel te suspenderen. Een derde polymeer (of meer dan twee) of een verknoopt polymeer kan 5 ook aanwezig zijn zo lang het niet stoort. Men pompt deze suspensie in een boorgat omlaag bij een druk groter dan de breuk-druk vande formatie. Als het fluïdum de breuk ingaat en in de rand van de breuk, wordt het kationisch organisch polymeer geadsorbeerd op of door de formatie. De verkregen toename in 10 oplossingsviscositeit of afgenomen snelheid van viscositeits-afname vanwege temperatuursverdunning en andere factoren stelt het verstoppingsmiddel in staat gesuspendeerd te worden gedurende een langere tijd met als gevolg een langere breuk en bijgevolg een toegenomen koolwaterstofproduktie.
15 Het verlies aan polymeermengselfluïdum in het scheuroppervlak leidt ook tot adsorptie van het kationisch stabiliseringspolymeer door het breukvlak en tot een overeenkomstige stabilisering van het breukvlak, in het bijzonder in de buurt van de boorput. Dit levert een inherent fluïdum-20 verliesregelingsmechanisme met de hoge viscositeitspolymeer- oplossing in de formatie langs het breukvlak. Daar het breukvlak dat dichter gelegen is bij de boorput is blootgesteld aan de gemengde polymeeroplossing gedurende de langste tijd, zal dit gebied van de formatie langs het breukvlak een dikker ge-25 bied hebben, dat minder beweeglijke hoge viscositeitspolymeer-oplossing bevat. Dit inherente fluïdumverliesmechanisme zal een meer volledige schoonmaking en/of verwijdering van het breukfluïdum uit de breuk en de aangrenzende formatie bevorderen, omdat de formatiefluïda en de druk de verwijdering van 30 het breukfluïdum zullen bevorderen uit het verste einde van de breuk, waar de hoge viscositeitspolymeeroplossing slechts begonnen is door te dringen in het doordringbare formatievlak.
Dit verschijnsel zou het breukpakkingsbed reinigen en geleidelijk meer van de viskeuze polymeeroplossing uit het breuk-35 vlak reinigen als de boorput en de formatie toestaan te doen terugstromen.
8200009 - 9 -
Het overstromingspolymeer kan één of meer van de lukraak repeterende eenheden van de formule 1 van het formuleblad bevatten, waarin Rj en R£ onafhankelijk van elkaar waterstof of alkylgroepen met 1-4 koolstofatomen, X zuurstof, 5 zwavel of NR^, waarin R^ waterstof of een alkylgroep met 1-6 koolstofatomen, R^ waterstof, een alkylgroep met 1-6 koolstof-atomen en eventueel een of meer heteroatomen onafhankelijk gekozen uit zuurstof in de vorm van hydroxylgroepen, carbonyl-groepen of estergroepen; stikstof in de vorm van amine, amide, 10 nitro of oniumgroepen en zwavel of fosfor in regulaire co- valente binding, gedeeltelijk geoxydeerd, of in de oniumtoe-stand; chloor, broom, jodium of fluor, R^ en R^ samen een cyclo-alkylring met 4-6 koolstofatomen en met één of meer heteroatomen onafhankelijk gekozen uit zuurstof in de vorm van hy-15 droxylgroepen, carbonylgroepen of estergroepen, stikstof in de vorm van amine, amide, nitro of oniumgroepen en zwavel of fosfor in regelmatige covalente binding, gedeeltelijk geoxydeerd, of in de oniumtoestand voorstelt.
Indien het bevloeiingspolymeer een copoly-20 meer of terpolymeer is (dat wil zeggen meer dan één monomeer-eenheid bevat), kan x in het comonomeer of termonomeer ook . OM zijn, waarin M waterstof is of een metaal gekozen uit de metalen van groep la van het Periodieke Systeem van de elementen. Dit comonomeer of termonomeer heeft 10 mol.% of minder dan 25 de repeterende monomeereenheden. Een polymeer van deze beschrijving kan hetzij gevormd zijn als een copolymeer of terpolymeer of gevormd zijn uit een bestaand polymeer door gedeeltelijke hydrolyse. Men kan bijvoorbeeld een gedeeltelijk gehydrolyseerd polyacrylamide vormen door hydrolyse van polyacrylamide.
30 n is een getal voldoende om een polymeer- molecuulgewicht te geven dan 500.000 tot 50.000.000.
Een voorkeursklasse van bevloeiings-polymeren zijn polyacrylamides met 0-5 mol.% carboxylaatgroe-pen.
35 Andere bevoorkeurde groepen van vloei- polymeren zijn polyacrylamide met maximaal 10 mol.% carboxylaat- 8200009 -10- groepen, lukrake copolymeren van 90 mol.% of meer acrylamide en 10 mol.% of minder acrylzuur of acrylzuurzouten. Deze twee klassen van polymeren hebben dezelfde algemene formule, die de repeterende polymeereenheden van de formules 2 en 3 in luk-5 rake volgorde bevat, waarin elke M onafhankelijk waterstof of elk metaal uit groep la van het periodieke systeem der elementen, Y gelijk aan of groter dan 90 % van het totale aantal repeterende polymeereenheden, z gelijk aan of minder dan 10 % van het totale aantal repeterende polymeereenheden voorstelt.
10 Andere voorkeurspolymeerklassen zijn homopolymeren van N-methylacrylamide of N,N-dimethylacrylamide van de algemene formules 4 en 5.
Andere voorkeurspolymeerklassen zijn copolymeren of terpolymeren uit 0,1-99,9 mol.% acrylamide en 15 99,9-0,1 mol.% N-methylacrylamide en/of N,N-dimethylacryl- amide.
Voorkeursklassen van vloeipolymeren zijn die polymeergroepen welke hierboven zijn gedefinieerd, poly(methylmethacrylaat), poly(ethylmethacrylaat), poly(methacryl-20 amide), poly(methylacrylaat), poly(ethylacrylaat), poly(N-methyl-methacrylamide) en poly(N,N-dimethylacrylamide) en die formules hebben die aanzienlijke gedeeltes van of nagenoeg alle bestaan uit de repeterende polymeereenheden van de formules 6-12, waarin n de eerder gegeven betekenis heeft.
25 Andere voorkeursklassen van polymeren zijn copolymeren of terpolymeren uit 0,1-99,9 mol.% acrylamide en 0,1-99,9 mol.% van een of meer van de bovengenoemde monomeren.
Het voorkeursmolecuulgewichttraject voor 6 6 alle bovengenoemde klassen van vloeipolymeren is 5.10 -50.10 , 30 bij voorkeur 15-50.10^.
De klasse van kationische polymeren gebruikt voor de mengsels volgens de uitvinding bevat organische in water oplosbare polymeren, waarbij de kationische rest, groep of atoom een stikstof, fosfor of zwavelatoom is, gerang-35 schikt in de polymeerketen, in een aangehangen gedeelte van de keten of een aanhangende takketen met andere resten, atomencf 8200009 - 11 - groepen verbonden of geassocieerd om het atoom kationisch te maken. Het kationische polymeer heeft bij voorkeur ten minste ëën kationisch atoom voor elke repeterende monomere of poly-mere eenheid; de concentratie aan kationische atomen kan ech-5 ter lager zijn. De polymeereenheden, die kationische atomen bevatten, kunnen lukraak gescheiden zijn door hetzelfde type polymeereenheden, waarin het overeenkomstige atoom niet kationisch is of door verschillende polymeereenheden. Dat wil zeggen dat het stikstof, fosfor of zwavelatoom wel niet kat-10 ionisch kan zijn in bepaalde polymeereenheden en het kationische polymeer kan een copolymeer zijn met meer dan ëën type of talrijke types polymere eenheden hetzij in een lukraak patroon i in het polymeer of in enkele rgulaire subgroepen. Deze copoly- meren bevatten typisch ongeveer 2-6 verschillende types poly-15 meereenheden. Zij kunnen worden geproduceerd door beginpoly- merisatie van mengsels van monomeereenheden, mengsels van pre-polymeermoleculen, of mengsels daarvan. Copolymeren kunnen ook worden geproduceerd door modificatie van, substitutie aan of reactie met bepaalde polymeereenheden, nadat de polymeerketen 20 is gevormd.
Een voorkeursklasse van kationische polymeren bevat ëën of meer repeterende polymeereenheden, die onafhankelijk gedefinieerd zijn door en aanzienlijke hoeveelheden bevatten van de repeterende polymeereenheden van de for-25 mule 13, waarin Rj een alifatische, cycloalifatische of aromatische rest is met 2-40 koolstofatomen, of waterstof, R2, en R^ onafhankelijk van elkaar resten zijn gedefinieerd als Rj en met 0-6 koolstofatomen en ook 0-2 heteroatomen of resten gedefinieerd als zuurstof of stikstof. Z is een kation, onaf-30 hankelijk gekozen uit stikstof, fosfor of zwavel. X is een anion zoals een halogenide, nitraat, sulfaat, bisulfaat, car-bonaat, hydroxyde, boraat, oxyde, azide, cyanide of fosfaat om de lading van de kationen te balanceren; m is een getal dat, met de valentie van X, voldoende is om de kationische ladingen 35 van de polymeereenheden te balanceren en n is een getal gelijk aan het aantal monomeer of polymeereenheden vereist om een 8200009 - 12 - molecuulgewicht te geven in het traject van 800-6.000.000. Het aantal en de rangschikking van de R groepen en hetero-atomen zijn zodanig, dat de chemische structuur en de valenties een stabiel polymeer leveren. Wanneer Rj bijvoorbeeld cycloalifa-5 tisch is, kan Z en alle of een gedeelte van de andere R radicalen al of niet in de polymeerketen zijn. Wanneer Z zwavel is, kan éën van de R resten niet aanwezig zijn c£ twee of meer van de R resten kunnen worden beschouwd als te zijn gecombineerd.
De R of koolwaterstofresten kunnen 10 lineaire, vertakte of cycloalifatische resten, aromatische resten, een onverzadigde koolwaterstofrest zijn en substituent-resten bevatten zoals carbonyl, carboxyl, ester, halogenide, azo, amino, cyaan, ether, mercapto, sulfonyl, nitro, keto en dergelijke. De R resten kunnen ook mono- of divalent zijn of ver-15 schillende verbindings- of terminale valenties hebben.
Zoals aangegeven door de bovengenoemde formule zijn de bindingen, die de repeterende polymeereenheid in de keten verbinden, niet bepaald. Deze bindingen kunnen zijn verbonden via een enkelvoudige R groep of via twee verschil-20 lende R groepen of, indien de R groepen verbonden zijn in een cyclische structuur, kunnen de bindingen worden beschouwd als te verbinden via alle R groepen in de repeterende polymeereenheid.
Een voorkeursklasse van polymeren heeft 25 nagenoeg alle of overwegende hoeveelheden van de lukrake, regulaire of blokrepeterende polymeereenheden, die onafhankelijk gedefinieerd worden door de formule 14, waarin Rj een tweewaardige rechte of vertakte alkylgroep is met 2-40, bij voorkeur 2-12 koolstofatomen; R^ waterstof is of een rechte of ver-30 takte alkylgroep met 1-6, bij voorkeur 1-3 koolstofatomen; R. dezelfde betekenissen heeft als R- of er van kan verschillen, 4 3 en z, m en n de eerder gegeven betekenissen hebben.
Een andere voorkeursklasse van kationi-sche polymeren heeft een aanzienlijk gedeelte van het polymeer 35 aan repeterende eenheden, die onafhankelijk gedefinieerd zijn door ëén of meer vormen van de formule 15, waarin Rj alkyleen, 8200009 - 13 - onverzadigd alkyleen, gesubstitueerd alkyleen, of gesubstitueerd onverzadigd alkyleen, dat een cyclische koolwaterstofstructuur vormt met het kation Z, gedefinieerd als hierboven, en 0-3 hetero-atomen. De heterocyclische koolwaterstofring kan alifa-5 tisch, alkenisch of aromatisch of combinaties daarvan zijn afhankelijk van de onverzadigingsgraad en de sübstituenten.
De substituenten kunnen zijn alkyl, alkenyl, alkynyl of aryl of kunnen 0-6 substituentgroepen bevatten als hiervoor gedefinieerd. Onder heteroatomen vallen fosfor of zwavel in regu-10 laire covalente, onium of geoxydeerde toestand, zoals fosfaat of sulfon. Zij omvatten ook stikstof, zuurstof, hydroxyl, carbonyl of covalent halogeen, maar zij zijn niet direct gebonden aan Z. R^ en worden onafhankelijk van elkaar gedefinieerd als hierboven en bij voorkeur bevat elke R onafhan-15 kelijk 1-6 koolstofatomen en Q-2 heterogroepen zoals zuurstof of stikstof. Z, n en Xm worden onafhankelijk van elkaar gedefinieerd als hierboven.
Een andere voorkeursklasse van kat-ionisch polymeer heeft een aanzienlijk gedeelte van de polymeer-20 repeterende eenheden onafhankelijk gedefinieerd door ëën of meer vormen van de formule 16, waarin Rj alkyleen, alkenyleen, alkynyleen, aryleen of combinaties ervan is in nagenoeg rechte of vertakte configuraties. Rj kan 2-40 koolstofatomen, 0-3 hetero-atomen of groepen en 0-10 substituenten, zoals hier ge-25 definieerd, bevatten. R2, Rg en R^ worden onafhankelijk van elkaar gedefinieerd als waterstof of alkyl, alkenyl, aryl of combinaties daarvan met 1-40 koolstofatomen, 0-3 hetero-atomen of groepen en 0-10 -substituenten als hier gedefinieerd, mits zij niet in de polymeerketen zijn. De aanhangbinding van Rj naar 30 Z kan variëren van een enkelvoudige directe binding tot een vertakking met verscheidene atomen tussen Z en de polymeerketen-waaronder hetero-atomen, mits een hetero-atoom of groep niet direct gebonden is aan Z. Z, X, n en m zijn als hierboven gedefinieerd.
35 Voorbeelden van de kationische polymeren zijn onder andere de polymeren en copolymeren, die aanzienlijke 8200009 - 14 - porties van de polymeereenheden, die hier zijn geïllustreerd, bevatten.
De organische polykationische polymeren volgens de uitvinding kunnen in het algemeen worden beschouwd 5 als kwaternaire polymeren met stikstof of fosfor als het kwater-naire of kationi'sche atoom met een alifatische, cycloalifatische of aromatische keten. Driewaardige of tertiaire zwavel kan de kwaternaire stikstof of fosfor in de polymeren vervangen. De kationische atoom-koolstofatoomverhouding is bij voorkeur onge-10 veer 1:1 tot 1:36 en het molecuulgewicht is boven ongeveer 1000 en bij voorkeur boven ongeveer 30.000. Het organische polykationische polymeer is polair en daarom in het algemeen oplosbaar in polaire oplosmiddelen of dragerfluïda, zoals een waterig medium.
15 Voorkeurs organische polykationische polymeren volgens de uitvinding kunnen worden gekenmerkt en geïllustreerd door de formule 17, waarin Rj een organische alifatische, cycloalifatische of aromatische rest met 2-40 koolstofatomen of een waterstofatoom is en wanneer Rj cyclo-20 alifatisch is Z, R£, R^ of R^ in de ting kunnen zijn; R2, R^ en R^ organische resten zijn onafhankelijk gedefinieerd als Rj met 0-6 koolstofatomen en 0-2 zuurstof of stikstofatomen; en wanneer Rj cycloalifatisch is, kan zij al of niet in de organische polykationische polymeerketen zijn; wanneer Z 25 zwavel is, is R^ niet aanwezig; Z is een kation zoals die, afgeleid van stikstof, fosfor of zwavel, X is een anion zoals halogenide, nitraat, sulfaat, bisulfaat, carbonaat, hydroxyde, boraten, oxydes, azides, cyanides, fosfaten, enz.; n is een getal gelijk aan het aantal monomeereenheden in het polymeer 30 vereist om een molecuulgewicht te geven in het traject van 800-6.000.000 en bij voorkeur ten minste ongeveer 1000 en liefst boven ongeveer 30.000; en m is een getal gelijk aan het aantal anionen vereist om elektronische neutraliteit te handhaven.
35 De organische of koolwaterstofresten kunnen lineaire, vertakte of cycloalifatische resten, aromati- 8200009 / - - 15 - sche resten, onverzadigde resten, gesubstitueerde resten of combinaties daarvan zijn. De organische resten kunnen homo-alifatische of hetero-alifatische zijn, dat wil zeggen kunnen al of niet andere atomen bevatten zoals zuurstof of stikstof.
5 De organische resten kunnen homocyclische of heterocyclische zijn, dat wil zeggen kunnen al of niet andere atomen bevatten zoals zuurstof of stikstof. Dus de organische resten kunnen aL of niet gesubstitueerde alkyl, aryl of combinaties ervan zijn, met elke rest met 0-40 en bij voorkeur 0-6 koolstofatomen. ]0 De bovengenoemde klasse van organische polykationische polymeren kan worden verdeeld in de volgende voorkeurssubklassen: A. Alkylpolykationische polymeren van de formule 14, 15 waarin Rj een tweewaardige rechte of vertakte alkylgroep bezit met 2-40, bij voorkeur 2-12 koolstofatomen, R£ deel uitmaakt van Rj; R^ een rechte of vertakte alkylgroep is met 0-6, bij voorkeur 1-3 koolstofatomen of waterstof; R^ een rest gedefinieerd als R^, maar kan al of niet identiek zijn aan R^, 20 bijvoorbeeld R^ “ methyl en R^, = propyl; wanneer Z zwavel is, R^ niet aanwezig is; Z een kation zoals, die afgeleid van stikstof, fosfor of zwavel, X een anion zoals halogenide, nitraat, sulfaat, hydroxyde enz., n een getal gelijk aan het aantal monomeereenheden in het polymeer vereist om een molecuulge-25 wicht te geven in het traject van 1500-6.000.000, en m een getal gelijk aan het aantal anionen vereist om elektronische neutraliteit te handhaven.
Voor de bovengenoemde subklasse zijn voorkeursmolecuulgewichttrajecten tot maximaal ongeveer 30 1.000.000, in het bijzonder ongeveer 40.000-80.000 voor mini male viscositeit en ongeveer 40.000-6.000.000 voor hogere vis-cositeits waterige oplossingen van de polymeren. Een voorkeurs-groep van deze subklasse, wanneer Z stikstof is, is die waarbij ten minste ëén van de groepen R^ en R^ geen waterstof, methyl, 35 ethyl of propyl is.
B. Heteroalifatische polykationische polymeren van de formule 13, 8200009 - 16 - waarin Rj aryl, alkyl, arylalkyl, alkylaryl, alkenyl of combinaties ervan is. Wanneer Rj alkyl is, bevat zij of heeft er aan gehangen ëën of mee.r heteroatomen of groepen. Wanneer Rj aryl of alkylaryl is, kan zij bevatten of kan aangehangen heb-5 ben ëën of meer heterocyclische atomen of groepen. Rj kan een rechte heteroalkyl zijn of kan uitgebreid vertakt zijn via de heteroatomen of groepen. De heteroatomen of groepen kunnen ethenisch, ethynisch, aryl of stikstof, fosfor of zwavel zijn in regulaire covalente binding, gedeeltelijk geoxydeerd, bij-10 voorbeeld sulfon, of in de oniumtoestand, andere heteroatomen of groepen kunnen zuurstof, hydroxyl, carbonyl of covalent halogeen zijn. Met uitzondering van ethenisch of aryl is een heteroatoom of groep niet direct gebonden aan Z. R2 is een ongesubstitueerd alkyl of kan gedefinieerd worden als Rj, maar 15 het is niet vereist dat zij identiek is aan Rj. R2 kan in Rj zijn opgenomen. R^ kan alkyl zijn met 1-6 koolstofatomen, waterstof of kan gedefinieerd worden als een ëënwaardige vorm van Rj, maar het is niet vereist dat zij identiek is aan Rj.
R^ kan gedefinieerd worden als R^, maar het is niet vereist 20 dat zij identiek is aan R^. Wanneer Z zwavel is, is R^ niet aanwezig. Z is een kation zoals die afgeleid van stikstof, fosfor of zwavel, X is een anion, zoals halogenide, nitraat, sulfaat, hydroxyde, enz., n is een getal gelijk aan het aantal monomeereenheden in het polymeer vereist omëen molecuul-25 gewicht te geven in het traject van ongeveer 800-6.000,000. m is een getal gelijk aan het aantal anionen vereist om elektronische neutraliteit te handhaven. Het polymeer kan vertakt zijn via Rj, R2, R^ of R^, zodanig dat de hoofdpolymeer-keten een arbitraire keuze is en Rj, R2, R^ en R^ zijn arbi-30 traire keuzen rond elke bepaalde Z. Een voorkeursmolecuulge-wicht is van ongeveer 15.000-800.000.
Een typisch vertakt polymeer wordt getoond in formule 18, waarbij de anionen voor de duidelijkheid zijn weggelaten.
35 C. Polykationische polymeren, die ringen bevatten, en die de formule 15 hebben, s 8200009 . ' - 17 - waarin Rj alkyleen, onverzadigd alkyleen, gesubstitueerd alky-leen of gesubstitueerd onverzadigd alkyleen, die een heterocyclische ring vormen, waaronder Z. De heterocyclische ring kan alifatisch, alkenisch of aromatisch zijn afhankelijk van 5 de onverzadigingsgraad. Substituenten kunnen alkyl, alkenyl, alkynyl of aryl zijn, of vertakkingen of substituenten kunnen heteroatomen zijn of heterogroepen, die zich in de ring bevinden, aan de ring gehangen zijn of aan de takken gehangen zijn. Heteroatomen of groepen kunnen fosfor of zwavel zijn 10 (in regulair covalent, onium of geoxydeerde toestand, bijvoorbeeld fosfaat of sulfon), stikstof, zuurstof, hydroxyl, carbonyl of covalent halogeen, waarbij een beperking is dat het heteroatoom of groep niet direct gebonden is aan Z. R£ is in Rj opgenomen. R^ is een waterstof of een organische rest met 15 3-6 koolstofatomen en 0-2 zuurstof of stikstofatomen. In het geval van bepaalde aryl polykationische polymeren, met mono-meer-eenheden verbonden via Z en elders aan het aryl, kan R^ afwezig zijn. R^ heeft dezelfde definitie als R^, maar behoeft niet noodzakelijk identiek te zijn aan R^. Wanneer Z zwavel is, 20 is R^ afwezig. Z is een kation, zoals die afgeleid van stikstof, fosfor of zwavel, x is een anion, zoals halogenide, nitraat, sulfaat, hydroxyde, enz. n is een getal gelijk aan het aantal monomeer-eenheden in het polymeer vereist om een mole-cuulgewicht te geven in het traject van ongeveer 800-6.000.000. 25 m is een getal gelijk aan het aantal anionen vereist om elektronische neutraliteit te handhaven. Bindingen die monomeer-eenheden bevatten kunnen zijn via Z, andere hetero-atomen,
Rj (1 of 2 plaatsen) of vertakkingen aan Rj. Een voorkeurs-molecuulgewichtstraject is ongeveer 1500-800.000.
30 D. Aangehangen polykationische polymeren van de formule 16, waarin Rj alkyleen, alkenyleen, alkynyleen, aryleen en bindingen of vertakkingen ervan kunnen zijn in combinaties. Rj kan heteroatomen bevatten of groepen in de aangehangen binding, 35 aan vertakkingsketens, op of aan of in de polymeerbinding.
Heteroatomen of groepen kunnen fosfor of zwavel zijn (in regu- 8200009 - 18 - laire covalente onium, of gedeeltelijk geoxydeerde toestand, bijvoorbeeld sulfon), stikstof, zuurstof, hydroxyl, carbonyl, , of covalente halogeen, met die beperking dat het heteroatoom of groep niet direct aan Z is gebonden. De aangehangen binding 5 kan variëren van een eenvoudige binding tot een vertakking van Rj van verscheidene atomen lang, die Z verbindt met de poly-meerketen. R2, R^ en R^ kunnen onafhankelijk van elkaar alkyl, alkenyl, aryl of combinaties daarvan zijn of kunnen zijn waterstof, mits zij niet zoals Rj in de polymeerketen zitten. Wan-10 neer R2 aryl is, met inbegrip van Z, in een heterocyclische ring en/of wanneer Z zwavel is, kunnen R^ of R^ niet aanwezig zijn. Z is een kation, zoals die afgeleid van stikstof, fosfor of zwavel. Volgens ëén voorkeursklasse kunnen niet meer dan twee van de drie R groepen waterstof zijn. Volgens een andere 15 voorkeursklasse heeft de arylring, wanneer R2 aryl is en stikstof bevat, ten minste ëën substituent of bevat éën ander heteroatoom of groep, X is een anion, zoals halogenide, nitraat, sulfaat, hydroxyde enz., n is een getal gelijk aan het aantal monomeereenheden in het polymeer vereist om een molecuulgewicht 20 te geven van 800-6,000.000, en m is een getal gelijk aan het aantal anionen vereist om neutraliteit te handhaven. Een voor-keursmolecuulgewichtstraject is van 1500-800.000.
Thans volgen voorbeelden van de voorkeurs-polykationische polymeerklassen met repeterende polymeereen-25 heden, zoals die welke hieronder worden geïllustreerd: (1) Wanneer Z zwavel is, een sulfoniumpolymeer van de formule 19 en een voorbeeld hiervan is afgeleid van het monomeer H2C=CHC02CH2CH2S(CH^)2^1» P°ly(2-acryloxyethyldimethyl-sulfoniumchloride); 30 Rj = 2-acryloxyethy1, R2 = methyl, R^ = methyl, R^ is er niet, en X = chloride;
De bovengenoemde formule en R groepen tonen een polymeer, waarin de R groepen geen waterstof zijn.
(2) Wanneer Z fosfor is, een fosfoniumpolymeer van de formule 35 20 en een voorbeeld-monomeer hiervan is die van de for mule 21, glycidyltributylfosfoniumchloride; R^ = glycidyl, / 82ΟΟΟΟ9/ - 19 - 1*2 = butyl, R^ s butyl, R^ = butyl, en X = chloride;
Het bovenstaande voorbeeld toont een polymeer, waarin het Ration Z is aangehangen en niet in de polymeerketen is en ten minste drie van de R groepen dezelfde zijn.
5 (3) Wanneer Z stikstof is, kwaternaire ammoniumpolymeren: (3a) Integrale alkyl kwaternaire polymeren, bijvoorbeeld die van de formule 22, poly(dimethylethyleenammoniumchloride), van de formule 23, namelijk 10 1,5-dimethyl-1,5-diazaundecamethy leenpolymethobromide, van de formule 24, het condensatieprodukt van 1,4-bis(2-diethylaminoethyl)benzeen en 1,4-dibroombutaan, van de formule 25, het condensatieprodukt van dimethylamine en epichloorhydrine, 15 van de formule 26, het condensatieprodukt van 1,3-bis/ 3-(dimethylamino)propyl_/-ureum en 4,4'-bis-(chloormethyl)bifenyl, van de formule 27, het condensatieprodukt van N,N,N',Ν'-tetramethylethyleendiamine en 1,4-dichloor-20 butaan.
De bovengenoemde voorbeelden tonen polymeren, waarin de R groepen geen waterstof zijn, waarin het Ration Z in de polymeerketen is en in het tweede voorbeeld ook in een van de R groepen is, twee van de R groepen dezelfde 25 zijn en twee van de R groepen verschillend zijn, en waarin ten minste twee van de R groepen rechte alifatische resten zijn met niet meer dan ëën en/of twee verschillende resten in de polymeerketen.
(3b) Integraal kwaternair in cyclische ring, bijvoorbeeld 30 polymeer van de formule 28, het condensatieprodukt van 4-chloorpyridine, (3c) Integraal alkyl, aryl kwaternair, bijvoorbeeld polymeer van de formule 29, het condensatieprodukt van 1-(4-pyridyl)-3-chloorpropaan, 35 en als ander voorbeeld het polymeer van de formule 30, het condensatieprodukt van pyrazine en 1,2-ethyleendi- 8200009 / - 20 - chloride.
De bovengenoemde voorbeelden tonen polymeren met een of meer kationische Z groepen in de polymeerketen en in een aromatische rest, die ook in de polymeerketen zit 5 met twee verschillende R resten, die ook in de polymeerketen zitten. De voorbeelden tonen dus heterocyclische aromatische en rechte R groepen, die in de polymeerketen zitten.
(3d) Aangehangen alkyl kwaternaire verbindingen, bijvoorbeeld polymeer van formule 31, 10 poly(vinyltrimethylammoniummethylsulfaat).
Het bovengenoemde voorbeeld toont een polymeer met een aangehangen kationische Z rest en aangehangen R groepen, die dezelfde zijn maar verschillen van de R groep in de polymeerketen, dus Z en drie van de R groepen zitten niet 15 in de polymeerketen.
(3e) Aangehangen kwaternair aan cyclische hoofdketen, bijvoorbeeld polymeer van de formule 32.
Het bovengenoemde voorbeeld toont een polymeer met aromatische en heteroresten in de polymeerketen, 20 een aangehangen kationische Z rest en drie R groepen, die ali-fatisch zijn en geen waterstof of niet in de polymeerketen.
(3f) Aangehangen kwaternair aan carbocyclische ring, bijvoorbeeld polymeer van de formule 33, poly(viny1-4-benzyltrimethylammoniumchloride), 25 en polymeer van de formule 34, poly/ 4-(2-diethylamino)ethyl)styreen_/.
(3g) Aangehangen kwaternaire stikstof aan polymethacrylaat- hoofdketen, bijvoorbeeld polymeer van de formule 35 en 36, poly(3-methacryloxy-2-hydroxypropyltrimethylammonium-30 chloride).
Het bovengenoemde voorbeeld toont verschillende R groepen met êën ervan in de polymeerketen en drie alifatische R groepen, waarvan er één een kationische Z groep bevat en heteroatomen, die niet in de polymeerketen zitten.
35 Een ander voorbeeld is polymeer van de formule 37, poly(acrylamido-3-propyltrimethylammoniumchloride).
/ 8200009 - 21 -
Dit voorbeeld toont een polymeer met aangehangen R groepen en kationen die niet in de polymeerketen zitten, alifatische.. R groepen met ëén ervan in de polymeerketen, en een aangehangen groep, die heteroatomen bevat en meer 5 dan ëén Z groep.
(3h) Kwaternaire stikstof in aangehangen heterocyclische ring, bijvoorbeeld polymeren van formule 38, poly(4-vinyl-N-methylpyridiniumjodide).
Deze formule toont een polymeer met een ]0 aangehangen heteroaromatische.rest, wat ook een kationische rest is en zij zitten niet in de organische polykationische polymeerketen. Een ander voorbeeld van deze klasse is het condens at iep rodukt van epichloorhydrine en N-methylpyridine.
(3i) Heterocyclische ring, die kwaternaire stikstof bevat, 15 bijvoorbeeld polymeren van de formules 39 en 40, polymeren van diallyldimethylammoniurnchloride. Deze formules tonen een aangehangen Z kation en aangehangen alifatische R groepen, waarbij ten minste twee van de R groepen hetzelfde aantal kool-stofatomen hebben en waarbij twee R groepen hetzelfde aantal 20 koolstofatomen hebben en rechte alifatische resten zijn in de polymeerketen. De formules tonen ook heterocyclische alifatische groepen in de polymeerketen, die aangehangen gedeeltes hebben.
De bovengenoemde klassen en subklassen van polykationische polymeren kunnen nagenoeg lineair of ver-25 takt zijn. De voorbeelden (3a), (3b) en (3c) kunnen beschouwd worden als nagenoeg lineaire polymeren. De voorbeelden (1), (2), (3d), (3e), (3f), (3g), (3h) en (3i) kunnen als vertakt worden beschouwd. Deze voorbeelden tonen vertakkingen via tenminste ëën organische rest, zoals de voorbeelden (1), (2), (3d), (3e), 30 (3f), (3g), (3h) en (3i) en via een kationische rest zoals voorbeeld (3a). Ook de voorbeelden (3d), (3e), (3f), (3g), (3h) en (3i) kunnen worden beschouwd als vertakkingen te hebben via aangehangen kationresten of heterogroepen. Andere anionen waaronder organische of anorganische anionen kunnen in de 35 plaats worden gesteld voor die, welke worden getoond, zoals een halogenide, sulfaat, sulfonaat, alkylsulfonaat, nitraat, 8200009 ! - 22 - hydroxyde, gesubstitueerd alkyl, enz.
Voorbeeld I
De in de tabel samengevatte proeven illustreren de niet voor de handliggendheid van de uitvinding.
5 Het viscositeitsgedrag van een nagenoeg niet-gehydrolyseerd, dat wil zeggen niet ionisch polyacrylamide (minder dan 5 % hydrolyse) wordt vergeleken met dat van een niet-ionisch polysaccharide, hydroxyethylcellulose, terwijl als kationisch polymeer 1,5-dimethyl-l,5-diazaundecamethyleenpolymethobromide 10 van de formule 41 wordt toegevoegd. De aanvankelijke hydroxy-ethylcellulose-concentratie is 4000 ppm, terwijl de aanvankelijke polyacrylamideconcentratie 5400 ppm is. Deze begin-polymeerconcentraties worden constant gehouden, terwijl men de concentratie aan kationisch polymeer liet toenemen.
15
Concentratie Brookfield viscositeit van_ Vers van kationisch Hydroxyethyl- Polyacryl- water polymeer cellulose__amide _ cps ^ (PPm) CpS % begin- cps % begin- viscosi- viscosi- ___teit__teit__ 0 77,8 100,0 18,1 100,0 1,0 25 2000 - - 9,3 51,4 1,9 4000 81,5 106,1 8,0 44,4 1,9 8000 81,2 105,7 7,6 41,8 2,1 -,----
De viscositeit van de 4000 ppm hydroxy- 30 ethylcellulose-oplossing bleef nagenoeg onveranderd in de aanwezigheid van het kationisch polymeer, zelfs wanneer de kat-ionische polymeerconcentratie tweemaal zo groot was als die van het polysaccharide. Daarentegen leidde de aanwezigheid van 2000 ppm kationisch polymeer (37 gew.% polyacrylamide) in een 35 5400 ppm polyacrylamide-oplossing tot een viscositeitsafname van bijna 50 %. Verdere toenames in de concentratie van het kationische polymeer leidde tot een bescheiden verdere afname in viscositeit, waaruit bleek dat een grote concentratie aan 8200009 - 23 - kationisch polymeer niet vereist is om een aanzienlijke viscosi-teitsafname waar te nemen.
*· De resultaten duiden er op dat veel la gere concentraties aan kationisch polymeer een effectieve hoe-5 veelheid zouden zijn of een aanzienlijke afname in viscositeit leveren van de viskeus makende polymeeroplossing. Voor sommige polymeren zou minimaal wel 5 % kationisch polymeer (en zeker 10 gew.% viskeusmakend polymeer) een afname leveren in viscositeit van de viskeusmakende polymeeroplossing.
10 Beschouwing van de laatste kolom van de bovenstaande tabel laat zien dat het kationische polymeer geen effectieve viskeusmaker is en het gedrag ervan in vers water is typisch voor vele niet-viskeusmakende in water oplosbare polymeren.
15 Wanneer men het kationische polymeer toe voegt aan een xanthaangom-oplossing, neemt men onmiddellijk het neerslaan van een polysaccharide-kationisch polymeercom-plex waar. Xanthaangom is een anionisch polysaccharide, dat een carboxylaatgroep bevat in de polymeer repeterende eenheid.
20 Voorbeeld II
Dit voorbeeld illustreert dat andere kationische organische polymeren effectief zijn in het reduceren van polyacrylamide-oplossingsviscositeit. Men gebruikt een nagenoeg niet gehydrolyseerd (dat wil zeggen minder dan 5 % 25 hydrolyse) polyacrylamide met een molecuulgewicht van onge- g veer 12-15 x 10 . Een 2500 ppm oplossing van dit polymeer in vers water heeft een Brookfield viscositeit van 48,8 cps (UL adapter, 6 rpm). Onder dezelfde omstandigheden is, in aanwezigheid van 2500 ppm poly(diallyldimethylammoniumchloride) 30 met een molecuulgewicht van ongeveer 6,0 x 10^, de oplossings-viscositeit 44,0 cps, een afname van 9,8 %. Een verdere toename in kationische polymeerconcentratie tot 5000 ppm leidt, terwijl men de polyacrylamideconcentratie constant houdt op 2500 ppm, tot een viscositeit van 41,6 cps, een afname van 14,8 % van de 35 waarde bij afwezigheid van het kationisch polymeer.
De resultaten zijn enigszins verschil- / 82 0 0 0 0 9 - 24 - lend onder hogere schuifomstandigheden. Onder toepassing van Brookfield spindle No. 1 bij 30 omwentelingen per minuut, is de viscositeit van de 2500 ppm polyacrylamide-oplossing 73,2 cps. In aanwezigheid van 2500 ppm poly(diallyldimethyl-5 ammoniumchloride) is de oplossingsviscositeit 72,8 cps, een afname van slechts 0,6 %. Een verdere toename in kationische polymeerconcentratie tot 5000 ppm leidt, terwijl men de poly-acrylamide-concentratie constant houdt, tot een viscositeit van 58,8 cps, een afname van 19,7 %.
10 Voorbeeld III
De polymeeroplossing-studies van dit voorbeeld illustreren het effect van een ander kationisch polymeer, poly(dimethylamine-co-epichloorhydrine) op de oplossingsviscositeit van twee acrylamide-dimethylaminoëthyl-15 methacrylaatzwavelzuurzout-copolymeren. Polymeer A bevat 95,0 mol.% acrylamide, terwijl polymeer B 79,1 mol.Z acrylamide bevat. De acrylamide-copolymeerconcentratie in vers water is 1000 ppm.
20 __
Kationische polymeer Oplossingsviscositeit van_ concentratie Polymeer A__Polymeer B_ (ppm) cps % van begin- cps Z van begin- ___viscositeit__viscositeit 25 0 14,9 100,0 9,0 100,0 500 · 5,7 38,3 7,6 84,4 1000 5,1 34,2 7,5 83,3 2500 3,8 25,5 4,5 50,0 5000 3,7 24,8 3,6 40,0 30 _____
Men gebruikt dezelf^de spindel en aantal spindel-omwentelingen per minuut bij alle metingen. Polymeer A, dat minder kationisch monomeer bevat, schijnt gevoeliger te 35 zijn voor de toevoeging van het poly(dimethylamine-co-epichloor-drine). De meeste waargenomen viscositeits-afname wordt veroorzaakt door een betrekklijk lage concentratie (500 ppm, 50 % 8200009 v' fc ·; - 25 -
van die van polymeer A) aan toegevoegd kationisch polymeer. Daarentegen moet de concentratie aan toegevoegd kationisch polymeer 2,5 maal die zijn van polymeer D om een 50 %rs vis-cositeitsafname te bewerkstelligen. Dit ondanks het feit dat 5 polymeer B meer dan tweemaal zoveel kationisch comonomeer bevat dan polymeer A. Op basis van een eenvoudig zouteffect, zou men voorspellen dat de toevoeging van kationisch polymeer aan een oplossing van polymeer B een groter effect zou hebben dan de toevoeging van eenzelfde hoeveelheid kationisch poly-10 meer aan een oplossing van dezelfde concentratie van polymeer A. Het effect van toegevoegd kationisch polymeer op de oplos-singsviscositeit van kationisch monomeer-acrylamidecopolyme-ren schijnt dus meer te behelzen dan een eenvoudig zouteffect. Voorbeeld IV
15 De resultaten samengevat in dit voor beeld illustreren dat het effect van toegevoegde kationische organische polymeren op polyacrylamide-oplossingsviscositeit blijft zelfs in geconcentreerde pekel. De Brookfield oplossings-viscositeit van een 5000 ppm oplossing van een nagenoeg niet 20 gehydrolyseerd polyacrylamide (dat wil zeggen minder dan 5 % hydrolyse) in een olieveldpekel was 25,0 cps (spindel 2, 12 omwent&ingen per minuut). Onder dezelfde omstandigheden is, in aanwezigheid van 4930 ppm poly(dimethylamine-co-epiehloor-hydrine) de oplossingsviscositeit 12,5 cps, een afname van 25 50 %. De pekel bevatte bijna 20 % opgeloste vaste stof en bevatte ongeveer 2 % tweewaardige metaalkationen. De pekel-analyse is als volgt: 30 j ! 8200009 - 26 -
Ion- Concentratie (mg/1) HC03“ 153
Cl" 123,000 SO "2 0 ii 5 Ca 17,800
Mg+2 2,493 +2,+3 ,r
Fe 166
Na+ 54,693
Totaal opgeloste vaste 198,305 Λ stoffen 10
Voorbeeld V
Dit voorbeeld illustreert bet effect van kationische organische polymeerstructuur op de verenigbaar-15 heid van het toegevoegde polymeer met het loedpolymeer. De in de bovengenoemde voorbeelden gebruikte polymeren bevatten kationische stikstofatomen gehinderd door de sterische volumineusheid van naburige groepen (zie formule 41, 1,5-dimethyl- 3,5-diazaundecamethyleenpolymethobromide, formule 42, % 20 poly(dimethylamine-co-epichloorhydrine), en formule 40, poly-(diallyldimethylammoniumchloride).
Wanneer deze polymeren gemengd worden met de nagenoeg niet gehydrolyseerde polyacrylamide-homopoly-meren en -copolymeren uit de eerdere voorbeelden, wordt geen 25 vaste stofvorming waargenomen zelfs na 24 uur.
Wanneer men daarentegen poly(methacryl-amidopropyltrimethylammoniumchloride) van de formule 43 mengt met het nagenoeg niet gehydrolyseerde (dat wil zeggen minder dan 5 % hydrolyse) polymeer, neemt men na 3 uur een fijne witte 30 ondoorzichtige vaste stof of neerslag waar. De concentratie van elk polymeer is 4000 ppm. Dit polyacrylamide is hetzelfde polymeer gebruikt in de voorbeelden I en IV. Wanneer men formule 43 vergelijkt met de formules 41-43 kan worden opgemerkt dat het aangehangen kwaternaire stikstofatoom zich bevindt aan 35 het einde van een lange zijketen en zich op vrij grote afstand bevindt van de volumineuze polymere hoofdketen. Daarentegen 8200009 - 27 - worden de kwaternaire stikstofatomen van de formules· 41-43 dicht in de buurt gehouden van en vormen een deel van de volumineuze polymere hoofdketen. Daarom is wisselwerking van het kationisehe stikstofatoom met anionische groepen van het 5 polyacrylamide veel gemakkelijker in het geval van formule 43.
Een ander kationisch organisch polymeer illustreert dit punt verder. De structuur van dit methacryl-amidederivaat van de formule 35 bevat ook een kwaternair stikstofatoom gelegen aan het einde van een zeer lange zijketen. 10 Wanneer men een oplossing van dit polymeer mengt met een oplossing van het nagenoeg niet gehydrolyseerde (dat wil zeggen minder dan 5 % hydrolyse) polyacrylamide gebruikt in voorbeeld II, begint zich onmiddellijk een fijn wit neerslag te vormen.
De concentratie van elk polymeer is 4000 ppm.
15 Wanneer het neerslaan of de reactie kan worden vertraagd gedurende twee tot verscheidene uren zoals bij het eerste stel polymeren van dit voorbeeld, kan men de onverenigbaarheid gebruiken als de methode om zeer doordringbare stroken in onderaardse formaties te verstoppen.
v
20 Voorbeeld VI
Dit voorbeeld illustreert dat kat-ionische atomen, zoals stikstof, vereist zijn in het polymeer om de afname in viscositeit te doen optreden. Hetzelfde poly-acrylamide-polymeer gebruikt in voorbeeld I en IV wordt ge-25 bruikt in concentratie van 40Q0 ppm. Het effect van 4000 ppm poly(dimethylaminopropylmethacrylamide) van de formule 44, dat een tertiair stikstofatoom bevat, wordt vergeleken met het methylchloride-zout van dit polymeer van de formule 43, dat een kationisch stikstofatoom bevat. De resultaten zijn hieronder 30 weergegeven: 8200009 , » - 28 -
Toegepast Brookfield Viscositeit.........
Polymeer cps % begin viscositeit
Geen 17,2 100,0 5 Formule 44 17,8 103,5%
Formule 43 8,2 47,7 % H Men gebruikt de UL adapter bij 12 omw./min.
10 Uit beschouwing van deze gegevens blijkt, dat het kationische stikstofatoom vereist is, daar de formules van de toegevoegde polymeren anders identiek zouden zijn.
15 Voorbeeld VII
Oliewinningspróeven.
De resultaten van een re^ts laboratorium-verplaatsings- of overstromingsproeven in 10,5-13,5 darcy 60 cm lange zandpakken met een inwendige diameter van 3,1 cm, 20 wijzen er op, dat het viscositeitsreductie-effect veroorzaakt door kationische organische polymeren de oliewinning niet doen afnemen bij een kamertemperatuur van 74°F. Men gebruikt het bevloeiingspolymeer A en kationisch organisch polymeer gebruikt in voorbeeld III. De gebruikte ruwe olie had een 25 Brookfield viscositeit van 13,5 cps (spindel 1, 30 omwentelingen per minuut) en bevatte 0,3 % asfaltenen en 2,7 % paraffines.
30 8200009 - 29 -
Proef Kolom- Vloed- Kationisch Oplossings- Olie- permea- polymeer polymeer viscositeit win- biliteit (ppm) (ppm) (cps) a ning (darcies) (% OOIP) 5 b 1 12,1 500 0 37,0 90,1 2 12,1 500 500 8,2 96,0 3 10,5 250 0 14,0 93,4 4 12,3 250 433 3,0 99,2 10 5 13,5 125 0 8(3,3)C 82,4 6 12,3 125 433 2,6C 97,8 a. Brookfield viscositeit bepaald bij omgevingstemperatuur onder toepassing van spindel No. 1 bij 30 omwentelingen 15 per minuut, tenzij anders aangegeven.
b. Percentage olie, dat oorspronkelijk op zijn plaats is.
c. Brookfield viscositeit onder toepassing van de UL adapter 20 spindel bij 30 omwentelingen per minuut.
De eerste proef samengevat in de tabel geeft de resultaten weer waargenomen bij toepassing van een 500 ppm oplossing van vloedpolymeer in vers water. De polymeer-25 oplossing is veel viskeuzer dan de olie (37 cps tegenover 13,5 cps). De oliewinning was 90,1 %. Wanneer de vloedpolymeer-oplossing ook 500 ppm kationisch organisch polymeer (zie proef 2) bevat, is de oliewinning aanzienlijk groter, 96,0 %, zelfs hoewel de aanvankelijke oplossingsviscositeit minder was dan 30 de olieviscositeit. Hen meent dat dit toe te schrijven is aan de afgenomen schuifbeschadiging en afgenomen vloedpolymeer-adsorptie vanwege de adsorptie van het kationisch organisch polymeer. Dergelijke resultaten werden waargenomen bij de proeven 3 en 4 bij polymeerconcentraties van 250 ppm. De polymeer- 8200009
V
- 30 - oplossingsviscositeit bij afwezigheid van kationisch organisch polymeer was ongeveer dezelfde als de olieviscositeit (14,0 cps tegen 13,5 cps).
In de proeven 5 en 6 zijn de polymeer-5 concentraties 125 ppm. Bij afwezigheid van kationisch organisch polymeer was de vloedpolymeeroplossingsviscositeit 8 cps, minder dan de 13,5 cps olieviscositeit. Dit was misschien de oorzaak van de betrekkelijk lage oliewinning van 82,4 %. De waarschijnlijke verklaring van de hogere oliewinning ver- 10 kregen in aanwezigheid van kationische organische polymeer is, dat het kationisch polymeer bij voorkeur en snel wordt geadsorbeerd op het siliciumoxyde, waarbij het werkt als een op-offerings- of blokkeringsmiddel, dat de vloedpolymeeradsorptie reduceert.
15 Voorbeeld VIII
Dit voorbeeld geeft de resultaten waargenomen in vers water polymeer bevloeringen van Berea-kernen. Men gebruikt dezelfde polymeren en olie als in voorbeeld VII.
De proefdetails worden gegeven in voetnoot a van de tabel.
20 De temperatuur van deze proeven was 115°F.
Een 1000 ppm vloedpolymeerconcentra-tie leverde een oliewinning van 70 %. Het vloedpolymeer was veel viskeuzer dan de olie (71 cps tegen 13,5 cps). Wanneer de vloedpolymeeroplossing 990 ppm kationisch organisch polymeer 25 bevat, is de vloedpolymeeroplossingsviscositeit 9,0 cps, minder dan die van de olie.
30 8200009 - 31 - £
Proef Kern- Poly- Kationisch Oplossings- Olie- permea- meer A polymeer viscositeit winning biliteit (ppm) (ppm) (cps) (% OOIP) (md) 5 7 6,1 1000 0 71 70,0 8 1,9 1000 990 9 76,2 9 31,2 500 0 35 89,9 10 55,7 500 500 8,3 100,0 11 40 125 0 8,0 75,3 10 12 57,2 125 490 8,0 83,9 . 3 a. Polymeeroplossmg behandelmgsvolume is 10,0 cm . Het polymeer op losmiddel was gedeïoniseerd water. De toegepaste druk is 100 psig en de temperatuur 115°F. De kernen werden gehy-15 drateerd in 5 % natriumchloride-oplossingen. De kolommen werden gevloeid totdat geen olie werd geproduceerd in drie . 3 v achtereenvolgende porties van 10 cm . De Brookfield viscosi teit wordt bepaald met spindel No. 1 bij 30 omwentelingen per minuut.
20
Ondanks de afname van 87,3 % in vloedoplossingsviscositeit, was de oliewinning niet verminderd. Dergelijke resultaten wer- • den waargenomen bij polymeerconcentraties van 500 ppm. Het verschil in oliewinning bij de proeven 9 en 10 is aanzienlijk.
25 Men verkrijgt aldus toegenomen oliewinning onder toepassing van het polymeermengsel volgens de uitvinding. Men meent dat dit toe te schrijven is aan afgenomen schuifachteruitgang als de polymeeroplossing de kern binnentreedt en afgenomen vloed-polymeeradsorptie vanwege de adsorptie van het kationische 30 organische polymeer.
Bij de proeven 11 en 12 blijkt, dat een lagere kationische organisch polymeerconcentratie niet voldoende de viscositeit van deze verdunde (125 ppm) vloedpolymeer- 8200009 - 32- op los sing doet afnemen. De toename in oliewinning in aanwezigheid van het kationisch organisch polymeer is aanzienlijk en men meent dat dit toe te schrijven is aan afgenomen vloed-polymeeradsorptie vanwege kationische organische polymeer-5 adsorptie.
Voorbeeld IX
Dit voorbeeld illustreert dat het kationische organische polymeer preferentieel wordt geadsorbeerd op smectiet-klei-oppervlakken in aanwezigheid van een poly-10 acrylamide, dat minder dan 5 % gehydrolyseerde amidegroepen bevat. Het oplosmiddel was de pekel, gebruikt in voorbeeld IV.
De resultaten van polymeeradsorptieproeven zijn samengevat in de volgende tabel.
15 Polymeeroplossing Concentratie Smectiet-klei-basale
Polymeer_(ppm)_ afstand in 10 ^ m
Polyacrylamide 5000 15,0
Kationisch polymeer 14,2 _+ 0,2
Polyacrylamide + 5000 j ’ 20 Kationisch polymeer 5002
De totale hoeveelheid gebruikt polymeer bij elke proef is 150 % van de theoretische hoeveelheid, die twee lagen levert van geadsorbeerd organisch polymeer tussen smectiet-klei-kristallen.
% 25 De polyacrylamide-oplossing levert een smectietklei-vlok, waarin de vaste stoffen de neiging hebben samen te kleven. Het röntgenadsorptiespectrum vertoont een piek die een basale afstand van de smectietklei aangeeft van 15,0.10 m. De piek is goed gedefinieerd en geeft tamelijk goed de georiën-30 teerde adsorptie aan van een enkele laag polyacrylamide.
Het gebruikte kationische organische polymeer was het poly(dimethylamine-co-epichloorhydrine) gebruikt in voorbeeld III. Met een grote verscheidenheid van waterige oplossingen over een concentratietraject van 1000-35 10.000 ppm leverde adsorptie van dit polymeer aan smectietklei 8200009 - 33 - een scherpe röntgenadsorptiepiek, die duidde op een smectiet-klei tussenlaag basale afstand van 14,2 +_ 0,2.10 meter. Het kationische organische polymeer werd geadsorbeerd in een enkelvoudige goed georiënteerde laag. De vaste stoffen of klei-5 vlokdeeltjes gevormd door kationische polymeeradsorptie had den niet de neiging samen te kleven.
Wanneer men een gemengde oplossing van beide polymeren gebruikt, duidt rontgenanalyse op een goed gedefinieerde adsorptiepiek bij een basale afstand van 14,1.10 ^m, 10 waaruit blijkt dat het kationische polymeer selectief is geadsorbeerd. Er bleek ook uit dat een zeer kleine hoeveelheid polyacrylamide was geadsorbeerd op de smectietklei. De vaste stoffen in de kleivlok gevormd door behandeling van de smectietklei met de oplossing van beide polymeren had de neiging samen 15 te kleven.
8200009

Claims (27)

1. Werkwijze ter behandeling van een poreuze doordringbare formatie cm de fluïdum stroomeigenschap- 5 pen ervan te modificeren, met het kenmerk, dat men genoemde formatie in contact brengt met een mengsel van een waterig fluïdum van ten minste twee types van in water oplosbare polymeren, waarvan het eerste polymeer een nagenoeg niet-ionische waterige fluïdum viskeusmaker is met een molecuulgewicht van 10 ongeveer 0,5-30.10 en het tweede polymeer een nagenoeg lineair kationisch polymeer is met een molecuulgewicht van ongeveer 800-3.000.000.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het kationische polymeer bestaat uit onge-15 veer 2-95 gew.% van genoemd mengsel van polymeren.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het viskeusmakende polymeer een aanzienlijke hoeveelheid repeterende polymeereenheden bevat afgeleid van aeryIzmir, acrylamide of combinaties daarvan.
4. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk,, dat het kationische polymeer kationische atomen bevat van stikstof, zwavel, fosfor of combinaties daarvan.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat bijna alle kationische atomen stikstof 25 zijn.
6. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat nagenoeg alle kationische atomen zwavel, fosfor of zwavel en fosfor zijn.
7. Werkwijze volgens conclusie 4, 30 met het kenmerk, dat men de formatie in contact brengt met genoemd mengsel van polymeren door te maken dat het waterige fluïdum in de genoemde formatie stroomt en dat het kationisch polymeer geadsorbeerd wordt door de formatie onder achterlating van een viskeus waterig fluïdum, dat genoemd eerst vis-35 keusmakend polymeer bevat en het resterende waterige fluïdum 8200009 - 35 - een. hogere viscositeit heeft dan het waterige fluïdum, dat beide polymeren bevat.
8. Werkwijze voor het doen afnemen van de viscositeit in water en van de schuif verslechtering van een 5 in water oplosbaar viskeusmakend polymeer, met een molecuulge- “6 wicht van 0,5-30.10 , met het kenmerk, dat men met genoemd viskeusmakend polymeer ten minste 5 gew.% van genoemd viskeusmakend polymeer aan een tweede in water oplosbaar polymeer mengt, dat nagenoeg een lineair kationisch polymeer is.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het viskeusmakend polymeer een synthetisch polymeer is, waarin het grootste gedeelte van de polymeereenhe-den afgeleid zijn van acrylzuur, acrylamide of combinaties daarvan.
10. Werkwijze voor het winnen van een koolwaterstof, waarbij men op een poreuze doordringbare formatie een waterig fluïdum aanbrengt, dat een viskeusmakend polymeer bevat, met het kenmerk, dat er een effectieve hoeveelheid aanwezig is van een tweede polymeer in genoemd fluïdum, wat een 20 kationisch organisch polymeer is, dat de viscositeit van het waterige fluïdum, dat het viskeusmakende polymeer bevat, doet afnemen.
11. Werkwijze volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het kationisch organisch polymeer geadsor-25 beerd wordt’door genoemde formatie.
12. Werkwijze volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat het viskeusmakende polymeer een synthetisch polymeer is, waarin het grootste gedeelte van de polymeereenhe-den is afgeleid van acrylzuur, acrylamide of combinaties daar-30 van en het kationisch organisch polymeer een nagenoeg recht polymeer is met een molecuulgewicht van ongeveer 800-3.000.000.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat men het waterige polymeermengsel laat circuleren in een boorput om deeltjesvormig materiaal te ver- 35 voeren en een minimum hydraulische druk in genoemde boorput te handhaven. 8200009 - 36 -
14. Werkwijze volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat men genoemd waterig polymeermengsel in een boorput houdt om een minimale hydraulische druk te handhaven in genoemde boorput en deeltjesvormig materiaal te 5 suspenderen.
15. Werkwijze volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat men de hydraulische druk van genoemd waterig polymeermengsel laat toenemen tot een waarde groter dan de breukdruk van de formatie.
16. Werkwijze volgens conclusie 12, mét het kenmerk, dat de hydraulische druk van genoemd waterig polymeermengsel op een punt in genoemde boorput groter is dan de breukdruk van een formatie, die de boorput kruist, op dat punt.
17. Werkwijze voor het vervangen van een viskeus fluïdum uit een poreuze doordringbare formatie, waarbij men een waterig fluïdum gebruikt, dat een synthetisch polymeer bevat, om de viscositeit van het waterig fluïdum te doen toenemen, met het kenmerk, dat men een effectieve hoeveel-20 heid van een kationisch organisch polymeer mengt met genoemd waterig polymeermiddel om de viscositeit van genoemd mengsel te doen afnemen en de schuifachteruitgang van genoemd waterig polymeermiddel, wanneer het mengsel in genoemde formatie vloeit.
18. Werkwijze volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het kationisch organisch polymeer geadsorbeerd wordt door de formatie, waardoor de viscositeit van waterig polymeerfluïdum in de formatie toeneemt.
19. Werkwijze volgens conclusie 17, 30 met het kenmerk, dat het kationisch organisch polymeer wordt geadsorbeerd door de formatie en fungeert als een middel voor het stabiliseren van klei in genoemde formatie tegen zwelling veroorzaakt door waterige fluïda.
20. Werkwijze volgens conclusie 18, 35 met het kenmerk, dat het grootste gedeelte van de polymeer- eenheden van genoemd kationisch organisch polymeer gedefini- 8200009 ' 9 - 37 - eerd worden door tenminste één van de formules 45, waarin Z een heteroatoom is, bestaande uit zwavel, stikstof of fosfor, R^ een organisch alifatisch, cycloalifatisdi of aromatische rest met 2-40 koolstofatómen of een waterstofrest, wanneer Rg cyclo-5 alifatisch is, Z en Rg, Ry en Rg in de ring kunnen zijn, wanneer Rg cycloalifatisch is, het al of niet in de organische polykationische polymeerketen kan zijn, Rg, Ry of Rg organische resten zijn onafhankelijk gedefinieerd als Rg en 0-6 koolstof-atomen kunnen bevatten en ook 0-2 heteroatomen, wanneer Z 10 zwavel is slechts drie van de koolwaterstofresten Rg, Rg, Ry en R8 aanwezig zijn, Y een anion is, geassocieerd met het kationische heteroatoom Z, m een getal is dat een molecuulge-wicht van ongeveer 800-6.000.000 geeft met de resten, ionen en atomen gerangschikt om de chemische valentie en de structuur-15 vereisten te compenseren en n een getal is met een waarde, die de ionladingen van de kationische heteroatomen en anionen balanceert.
21. Werkwijze volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat het grootste gedeelte van de polymeer-20 eenheden van het synthetische middel gedefinieerd worden door ten minste één van de formules 1, waarin Rj en Rg onafhankelijk van elkaar waterstof, of een alkylgróep met 1-4 koolstofatomen; X zuurstof, zwavel of NR^, Rg waterstof, een alkylgróep met 1-6 koolstofatomen en 0-3 heteroatomen onafhankelijk van elkaar * 25 gedefinieerd als zuurstof in de vorm van hydroxyl, carbonyl of ester; stikstof in de vorm van amine, amide, nitro of onium; zwavel of fosfor in regulaire covalente binding, gedeeltelijk geoxydeerd of in de oniumtoestand; chbride, bromide, jodide of fluoride, of Rg en R^ samen een cyclische alifatische rest, 30 een aromatische rest of een combinatie daarvan vormen met elke koolwaterstofrest, die 4-6 koolstofatomen en 0-3 heteroatomen bevat als hier gedefinieerd, en n een getal is dat een mole-cuulgewicht geeft van ongeveer 500.000-30.000.000; wanneer er een aanzienlijk gedeelte van meer dan één type aan repeterende 35 polymere eenheid aanwezig is, X kan zijn OM, waarin M waterstof is of een metaal van groep ja van het periodieke systeem, en de 8200009 Λ J - 38 - tweede van genoemde in water oplosbare polymeren een kationisch organisch polymeer is met een aanzienlijke hoeveelheid repeterende polymeereenheden die gedefinieerd zijn door ten minste êën van de formules, die hierboven zijn genoemd.
22. Werkwijze voor het vervaardigen van een koolwaterstof uit een poreuze doordringbare laag, waarbij men gebruik maakt van een waterig verplaatsingsfluïdum, welke werkwijze gekenmerkt is door de aanwezigheid van een mengsel van ten minste twee in water oplosbare polymeren in het wate-10 rige fluïdum, waarbij de eerste van genoemde polymeren bestaat uit een in water oplosbaar synthetisch polymeer, waarin een aanzienlijk deel van de repeterende polymeereenheden worden gedefinieerd door de formule 1, waarin Rj en R2 onafhankelijk van elkaar waterstof of een alkylgroep met 1-4 koolstofatomen, 15. zuurstof, zwavel of NR^; Rg waterstof, een alkylgroep met 1-6 koolstofatomen en 0-3 heteroatomen, onafhankelijk gedefinieerd als zuurstof in de vorm van hydroxyl, carbonyl of ester; stikstof in de vorm van amine, amide, nitro of onium; zwavel of fosfor in regulaire covalente binding, gedeeltelijk 20 geoxydeerd of in de oniumtoestand; chloor, broom, jodium of fluor; of Rg en R^. samen een cyclische alifatische rest, een aromatische rest of een combinatie ervan kunnen zijn met elke koolwaterstofrest, die 4-6 koolstofatomen en 0-3 heteroatomen bevat, zoals hier gedefinieerd, en n een getal is dat een mole-25 cuulgewicht heeft van ongeveer 500.000-30.000.000; wanneer er een aanzienlijk deel van meer dan éën type repeterende poly-meereenheH aanwezig is, X kan zijn OM, waarin M waterstof is of een metaal van groep la van het periodieke systeem, en de tweede van genoemde in water oplosbare polymeren een kationisch 30 organisch polymeer is met een aanzienlijke hoeveelheid van de repeterende polymeereenheden gedefinieerd door tenminste ëën van de formules 48, waarin Z een heteroatoom is bestaande uit zwavel, stikstof of fosfor, Rg een organische alifatische, cycloalifatische of aromatische rest met 2-40 koolstofatomen 35 of waterstof; wanneer Rg cycloalifatisch is, Z en Rg, Ry of Rg in de ring kunnen zijn, wanneer Rg cycloalifatisch is deze 8200009 ,. * » - 39 - al of niet in de aromatische polykatIonische polymeerketen kan zijn, Rg, Ry of Rg organische resten zijn onafhankelijk gedefinieerd als Rg en 0-6 koolstofatomen kunnen bevatten en ook 0-2 heteroatomen; wanneer Z zwavel is, slechts drie van de 5 koolwaterstofresten Rg, Rg, R^ en Rg aanwezig zijn, Y een anion is geassocieerd met het kationische heteroatoom Z, m een getal is dat een molecuulgewicht heeft van ongeveer 800-6.000.000 met de resten, ionen en atomen gerangschikt om te voldoen aan de chemische valentie en de structuurvereisten, en n een getal is 10 met een waarde, die in evenwicht is met de ionladingen van de kationische heteroatomen en anionen.
23. Een koolwaterstofvervangingssamen-stelling bestaande uit een waterig mengsel van ten minste twee in water oplosbare polymeren, mét het kenmerk, dat de eerste van 15 genoemde polymeren bestaat uit een in water oplosbaar synthetisch polymeer, waarin het grootste gedeelte van de repeterende lukrake polymeereenheden gedefinieerd worden door de formule 1, waarin R^ en R^ onafhankelijk van elkaar waterstof of een alkyl-groep met 1-4 koolstofatomen, X zuurstof, zwavel of NR^, Rg wa-20 terstof, een alkylgroep met 1-6 koolstofatomen en 0-3 heteroatomen onafhanidijk gedefinieerd als zuurstof in de vorm van hydroxyl, carbonyl of ester, stikstof in de vorm van amine, amide, nitro of onium, zwavel of fosfor in regulaire covalente binding, gedeeltelijk geoxydeerd of in de oniumtoestand, chloor, 25 broom, jodium of fluor, of Rg en R^ samen een cyclische alifa-tische rest, een aromatische rest of een combinatie ervan kunnen zijn met elke koolwaterstofrest, die 4-6 koolstofatomen bevat en 0-3 heteroatomen, en n een getal is dat een molecuulgewicht heeft van ongeveer 500.000-30.000.000, wanneer er een 30 aanzienlijke hoeveelheid van meer dan één type repeterende poly-meereenheid aanwezig is, X kan zijn OM, waarin M waterstof is of een metaal van groep la van het periodieke systeem, en de tweede van genoemde in water oplosbare polymeren een kationisch polymeer is met een grootste gedeelte aan repeterende lukrake 35 polymeereenheden gedefinieerd door ten minste ëën van de formules 48, waarin Z een heteroatoom is bestaande uit zwavel, stikstof 8200009 < > - 40 - of fosfor, R^ een organische alifatische, cycloalifatische of aromatische rest met 2-40 koolstofatomen of waterstof, wanneer R,. cycloalif at-isch is, Z en Rg, R^ of Rg in de ring kunnen zijn, wanneer R^ cycloalifatisch is, deze al of niet kan zijn 5 in de organische polykationische polymeerketen, Rg, R^ of Rg organische resten zijn onafhankelijk gedefinieerd als R^ en 0-6 koolstofatomen en ook 0-2 heteroatomen kunnen bevatten, wanneer Z zwavel is slechts drie van de koolwaterstofresten R,-, Rg, R^ en Rg aanwezig zijn, Y een anion is geassocieerd met 10 het kationische heteroatoom Z, m een getal is dat een molecuul-gewicht heeft van ongeveer 800-6.000.000 met de resten, ionen en atomen gerangschikt om te voldoen aan de chemische valentie en structuurvereisten, en n een getal is met een waarde, die evenwicht brengt met de ionladingen van de kationische hetero-15 atomen en anionen.
24. Koolwaterstofverplaatsingssamenstel-ling volgens conclusie 23, met het kenmerk, dat het viskeusmaken-de polymeer een aanzienlijk gedeelte bevat aan repeterende poly-meereenheden afgeleid van acrylzuur,· acrylamide of combinaties 20 daarvan.
25. Koolwaterstofvervangingssamenstel-lings volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat nagenoeg alle kationische atomen stikstof zijn.
26. Koolwaterstofvervangingssamenstel-25 ling volgens conclusie 23, met het kenmerk, dat nagenoeg alle kationische atomen zwavel, fosfor of zwavel en fosfor zijn.
27. Koolwaterstofvervangingssamenstel-ling volgens conclusie 23, met hét kenmerk, dat genoemd eerste in water oplosbare polymeer een molecuulgewicht heeft van onge- 30 veer 0,5-30 miljoen en waarin de genoemde samenstelling ten minste 5 gew.% bevat van het tweede in water oplosbare polymeer, wat een nagenoeg recht kationisch polymeer is. / / 8200009 /
NL8200009A 1981-01-06 1982-01-05 Verbeterde olieverplaatsingsprocessen en samenstelling. NL8200009A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US22283781 1981-01-06
US06/222,837 US4409110A (en) 1981-01-06 1981-01-06 Enhanced oil displacement processes and compositions

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8200009A true NL8200009A (nl) 1982-08-02

Family

ID=22833910

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8200009A NL8200009A (nl) 1981-01-06 1982-01-05 Verbeterde olieverplaatsingsprocessen en samenstelling.

Country Status (10)

Country Link
US (1) US4409110A (nl)
JP (1) JPS58101994A (nl)
AU (1) AU552941B2 (nl)
BR (1) BR8200017A (nl)
CA (1) CA1178040A (nl)
DE (1) DE3200022A1 (nl)
GB (1) GB2091320B (nl)
MY (1) MY8600362A (nl)
NL (1) NL8200009A (nl)
NO (1) NO820015L (nl)

Families Citing this family (55)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4447342A (en) * 1982-04-19 1984-05-08 Halliburton Co. Method of clay stabilization in enhanced oil recovery
US4495367A (en) * 1982-07-06 1985-01-22 Celanese Corporation High charge density, cationic methacrylamide based monomers and their _polymers
DE3462059D1 (en) * 1983-06-22 1987-02-19 Halliburton Co Anionic polymer composition and its use for stimulating a subterranean formation
US4527628A (en) * 1983-08-15 1985-07-09 Halliburton Company Method of temporarily plugging portions of a subterranean formation using a diverting agent
IT1203717B (it) * 1983-12-19 1989-02-23 Sabo Spa Addensante composito
CA1235141A (en) * 1984-03-28 1988-04-12 Laurence G. Dammann High charge density, cationic methacrylamide based monomers and their polymers
US4626363A (en) * 1984-08-29 1986-12-02 National Starch And Chemical Corporation Cationic acrylamide emulsion polymer brine thickeners
US4604217A (en) * 1984-09-13 1986-08-05 Hercules Incorporated Gelled aqueous compositions
US4579667A (en) * 1984-11-07 1986-04-01 Hercules Incorporated Gelled aqueous compositions
US4617132A (en) * 1985-04-01 1986-10-14 Halliburton Company Method of altering the permeability of a hydrocarbon-containing subterranean formation
US4662444A (en) * 1985-04-17 1987-05-05 Standard Oil Company Process for reducing polymer plugging during polymer injection into oil reservoir
US4638865A (en) * 1985-05-30 1987-01-27 The Standard Oil Company Bioresistant water-soluble alkyl substituted acrylamide polymers and enhanced oil recovery method employing same
FR2585712B1 (fr) * 1985-07-31 1989-11-24 Sandoz Sa Melanges de polymeres d'addition vinyliques utilisables comme agents de floculation et de deshydratation
US4852652A (en) * 1988-05-24 1989-08-01 Chevron Research Company Chemical flooding with improved injectivity
GB8911519D0 (en) * 1989-05-19 1989-07-05 Allied Colloids Ltd Polymeric compositions
AU736803B2 (en) * 1997-08-06 2001-08-02 Halliburton Energy Services, Inc. Well treating fluids and methods
US6403537B1 (en) 1998-11-06 2002-06-11 Baker Hughes Incorporated Drilling fluid systems with improved fluid loss properties
BR9904294B1 (pt) 1999-09-22 2012-12-11 processo para a redução seletiva e controlada da permeabilidade relativa à água em formações petrolìferas.
US7439209B2 (en) * 1999-11-05 2008-10-21 Baker Hughes Incorporated Drilling fluid systems with improved fluid loss properties
US7405188B2 (en) 2001-12-12 2008-07-29 Wsp Chemicals & Technology, Llc Polymeric gel system and compositions for treating keratin substrates containing same
EP1728843B1 (en) 2001-12-12 2009-04-08 Clearwater International, L.L.C Friction reducing composition and method
US20030114315A1 (en) * 2001-12-12 2003-06-19 Clearwater, Inc. Polymeric gel system and use in hydrocarbon recovery
US7205262B2 (en) * 2001-12-12 2007-04-17 Weatherford/Lamb, Inc. Friction reducing composition and method
US7183239B2 (en) 2001-12-12 2007-02-27 Clearwater International, Llc Gel plugs and pigs for pipeline use
US8273693B2 (en) 2001-12-12 2012-09-25 Clearwater International Llc Polymeric gel system and methods for making and using same in hydrocarbon recovery
US7741251B2 (en) 2002-09-06 2010-06-22 Halliburton Energy Services, Inc. Compositions and methods of stabilizing subterranean formations containing reactive shales
US7157409B2 (en) * 2002-09-25 2007-01-02 M-I Llc Surfactant-polymer compositions for enhancing the stability of viscoelastic-surfactant based fluid
CA2508339C (en) * 2002-12-02 2006-10-24 Genesis International Oilfield Services Inc. Drilling fluid and methods of use thereof
US7759292B2 (en) 2003-05-16 2010-07-20 Halliburton Energy Services, Inc. Methods and compositions for reducing the production of water and stimulating hydrocarbon production from a subterranean formation
US8631869B2 (en) 2003-05-16 2014-01-21 Leopoldo Sierra Methods useful for controlling fluid loss in subterranean treatments
US8278250B2 (en) * 2003-05-16 2012-10-02 Halliburton Energy Services, Inc. Methods useful for diverting aqueous fluids in subterranean operations
US8181703B2 (en) 2003-05-16 2012-05-22 Halliburton Energy Services, Inc. Method useful for controlling fluid loss in subterranean formations
US8091638B2 (en) 2003-05-16 2012-01-10 Halliburton Energy Services, Inc. Methods useful for controlling fluid loss in subterranean formations
US7528095B2 (en) * 2005-02-04 2009-05-05 Halliburton Energy Services, Inc. Methods and compositions for improving the thermal stability of aqueous polymeric wellbore treatment fluids
US7541316B2 (en) * 2005-02-04 2009-06-02 Halliburton Energy Services, Inc. Wellbore treatment fluids having improved thermal stability
WO2007112254A2 (en) * 2006-03-27 2007-10-04 Shell Oil Company Water injection systems and methods
CN101809044B (zh) * 2007-03-23 2013-12-04 德克萨斯州立大学董事会 用于处理水堵井的组合物和方法
WO2008118243A1 (en) * 2007-03-23 2008-10-02 Board Of Regents, The University Of Texas System Method for treating a formation with a solvent
BRPI0809313A2 (pt) * 2007-03-23 2014-10-14 Mi Llc Fluido de furo de poços de base aquosa e método para perfurar um furo de poço
US8138127B2 (en) * 2007-03-23 2012-03-20 Board Of Regents, The University Of Texas Compositions and methods for treating a water blocked well using a nonionic fluorinated surfactant
EP2134806A4 (en) * 2007-03-23 2011-08-03 Univ Texas METHOD FOR TREATING A CARBON HYDROGEN INFORMATION
WO2008118240A1 (en) * 2007-03-23 2008-10-02 Board Of Regents, The University Of Texas System Method and system for treating hydrocarbon formations
US8065905B2 (en) 2007-06-22 2011-11-29 Clearwater International, Llc Composition and method for pipeline conditioning and freezing point suppression
US8099997B2 (en) 2007-06-22 2012-01-24 Weatherford/Lamb, Inc. Potassium formate gel designed for the prevention of water ingress and dewatering of pipelines or flowlines
MX2010005870A (es) * 2007-11-30 2010-08-02 Univ Texas Metodos para mejorar la productividad de pozos productores de petroleo.
US7932214B2 (en) 2008-11-14 2011-04-26 Clearwater International, Llc Foamed gel systems for fracturing subterranean formations, and methods for making and using same
WO2010147901A1 (en) * 2009-06-15 2010-12-23 Conocophillips Company-Ip Services Group Swellable polymer with cationic sites
US8394872B2 (en) * 2009-07-10 2013-03-12 Nalco Company Method of reducing the viscosity of hydrocarbon fluids
US20120252707A1 (en) * 2011-03-30 2012-10-04 Leiming Li Methods and compositions to delay viscosification of treatment fluids
CN102676144B (zh) * 2012-05-10 2013-12-04 中国石油天然气股份有限公司 驱渗型采油剂用组合物及驱渗型采油剂
CN103320112B (zh) * 2013-06-26 2015-12-09 西南石油大学 一种抗剪切树枝聚合物驱油剂及其合成方法
CN104155410B (zh) * 2014-07-04 2015-12-02 中国石油天然气股份有限公司 一种洗油效率测试装置
CN110257042B (zh) * 2019-07-06 2021-06-04 西南石油大学 一种储层自动破胶的清洁压裂液及其制备方法
CN110257043B (zh) * 2019-07-06 2021-06-04 西南石油大学 一种刺激响应型清洁压裂液及其制备方法
US11685852B2 (en) 2020-09-03 2023-06-27 Aramco Services Company Reservoir drilling fluids consist of cationic heterocyclic polymers, synthesis, formulation, and applications

Family Cites Families (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2718497A (en) * 1950-11-03 1955-09-20 Union Oil Co Drilling muds
US2761843A (en) * 1954-11-18 1956-09-04 Gulf Research Development Co Treatment of clays
US3039529A (en) * 1959-05-19 1962-06-19 Dow Chemical Co Secondary recovery of petroleum
US3804173A (en) * 1971-07-01 1974-04-16 Dow Chemical Co Method for reducing polymer adsorption in secondary oil recovery operations
US3780806A (en) * 1972-01-31 1973-12-25 Nalco Chemical Co Inverted mixed latex for water flooding
US3923666A (en) * 1973-02-26 1975-12-02 Halliburton Co Method and composition for acidizing and fracturing wells
US4191657A (en) * 1975-12-24 1980-03-04 Phillips Petroleum Company Compositions for acidizing subterranean formations
US4152274A (en) * 1978-02-09 1979-05-01 Nalco Chemical Company Method for reducing friction loss in a well fracturing process

Also Published As

Publication number Publication date
JPS58101994A (ja) 1983-06-17
CA1178040A (en) 1984-11-20
AU7924182A (en) 1982-07-15
GB2091320A (en) 1982-07-28
NO820015L (no) 1982-07-07
US4409110A (en) 1983-10-11
DE3200022A1 (de) 1982-08-26
AU552941B2 (en) 1986-06-26
BR8200017A (pt) 1982-10-26
MY8600362A (en) 1986-12-31
GB2091320B (en) 1985-07-31

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8200009A (nl) Verbeterde olieverplaatsingsprocessen en samenstelling.
US4137182A (en) Process for fracturing well formations using aqueous gels
US3744566A (en) Secondary oil recovery process
US4532052A (en) Polymeric well treating method
US4439334A (en) Enhanced oil recovery methods and systems
US4460751A (en) Crosslinking composition and method of preparation
US4460627A (en) Polymeric well treating method
US4401789A (en) Enhanced oil recovery methods and systems
EP0115836B1 (en) Polymeres useful in the recovery and processing of natural resources
AU2013399160B2 (en) Acid diversion treatments in injection wells using permeability modifiers
US4524829A (en) Method of altering the permeability of a subterranean formation
CA3005976C (en) Weak gel system for chemical enhanced oil recovery
US3556221A (en) Well stimulation process
US4193453A (en) Method for consolidating sand or water control in subterranean formations
CN113646381B (zh) 用于水力压裂的反相乳液
US4529523A (en) Hydrophobically modified polymers
US4448697A (en) Secondary recovery process
CA2973692C (en) Crosslinked polymer compositions with two crosslinkers for use in subterranean formation operations
WO2016137434A1 (en) Methods of use for crosslinked polymer compositions in subterranean formation operations
US11248167B2 (en) Acid diversion in naturally fractured formations
EP0161858B1 (en) Composition for altering the permeability of a subterranean formation
JPH0430991B2 (nl)
EP0136773B1 (en) Composition for cross-linking carboxyl polymers and the use thereof in treating subterranean formations
GB2101179A (en) Polymer solution production for oil recovery
US3399725A (en) Water flooding process for the recovery of petroleum and improved water flooding process

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed