NL8200628A - Inrichting voor het vervaardigen van gelaagde metaalkoorden. - Google Patents
Inrichting voor het vervaardigen van gelaagde metaalkoorden. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8200628A NL8200628A NL8200628A NL8200628A NL8200628A NL 8200628 A NL8200628 A NL 8200628A NL 8200628 A NL8200628 A NL 8200628A NL 8200628 A NL8200628 A NL 8200628A NL 8200628 A NL8200628 A NL 8200628A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- wires
- cage
- machine
- drum
- group
- Prior art date
Links
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims description 18
- 239000002184 metal Substances 0.000 title claims description 14
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 22
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 22
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 21
- 230000007704 transition Effects 0.000 claims description 8
- 238000005452 bending Methods 0.000 claims description 5
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 claims description 4
- 239000000463 material Substances 0.000 claims 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 12
- 238000000034 method Methods 0.000 description 9
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 6
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 5
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 description 5
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 3
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 3
- 238000013461 design Methods 0.000 description 2
- 230000006872 improvement Effects 0.000 description 2
- 230000001788 irregular Effects 0.000 description 2
- 230000008569 process Effects 0.000 description 2
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 150000001875 compounds Chemical class 0.000 description 1
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 1
- 230000007547 defect Effects 0.000 description 1
- 238000011161 development Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 239000000835 fiber Substances 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 230000003449 preventive effect Effects 0.000 description 1
- 238000012360 testing method Methods 0.000 description 1
- 238000011282 treatment Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D07—ROPES; CABLES OTHER THAN ELECTRIC
- D07B—ROPES OR CABLES IN GENERAL
- D07B3/00—General-purpose machines or apparatus for producing twisted ropes or cables from component strands of the same or different material
- D07B3/02—General-purpose machines or apparatus for producing twisted ropes or cables from component strands of the same or different material in which the supply reels rotate about the axis of the rope or cable or in which a guide member rotates about the axis of the rope or cable to guide the component strands away from the supply reels in fixed position
- D07B3/022—General-purpose machines or apparatus for producing twisted ropes or cables from component strands of the same or different material in which the supply reels rotate about the axis of the rope or cable or in which a guide member rotates about the axis of the rope or cable to guide the component strands away from the supply reels in fixed position with provision for imparting two or more twists to the filaments for each revolution of the guide member
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D07—ROPES; CABLES OTHER THAN ELECTRIC
- D07B—ROPES OR CABLES IN GENERAL
- D07B2207/00—Rope or cable making machines
- D07B2207/20—Type of machine
- D07B2207/207—Sequential double twisting devices
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D07—ROPES; CABLES OTHER THAN ELECTRIC
- D07B—ROPES OR CABLES IN GENERAL
- D07B2207/00—Rope or cable making machines
- D07B2207/40—Machine components
- D07B2207/409—Drives
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D07—ROPES; CABLES OTHER THAN ELECTRIC
- D07B—ROPES OR CABLES IN GENERAL
- D07B2501/00—Application field
- D07B2501/20—Application field related to ropes or cables
- D07B2501/2046—Tyre cords
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D07—ROPES; CABLES OTHER THAN ELECTRIC
- D07B—ROPES OR CABLES IN GENERAL
- D07B3/00—General-purpose machines or apparatus for producing twisted ropes or cables from component strands of the same or different material
- D07B3/08—General-purpose machines or apparatus for producing twisted ropes or cables from component strands of the same or different material in which the take-up reel rotates about the axis of the rope or cable or in which a guide member rotates about the axis of the rope or cable to guide the rope or cable on the take-up reel in fixed position and the supply reels are fixed in position
- D07B3/10—General-purpose machines or apparatus for producing twisted ropes or cables from component strands of the same or different material in which the take-up reel rotates about the axis of the rope or cable or in which a guide member rotates about the axis of the rope or cable to guide the rope or cable on the take-up reel in fixed position and the supply reels are fixed in position with provision for imparting more than one complete twist to the ropes or cables for each revolution of the take-up reel or of the guide member
- D07B3/106—General-purpose machines or apparatus for producing twisted ropes or cables from component strands of the same or different material in which the take-up reel rotates about the axis of the rope or cable or in which a guide member rotates about the axis of the rope or cable to guide the rope or cable on the take-up reel in fixed position and the supply reels are fixed in position with provision for imparting more than one complete twist to the ropes or cables for each revolution of the take-up reel or of the guide member characterised by comprising two bows, both guiding the same bundle to impart a twist
Landscapes
- Ropes Or Cables (AREA)
- Wire Processing (AREA)
- Tyre Moulding (AREA)
Description
ί « ΥΟ 2717
Betr.: Inrichting voor het vervaardigen van gelaagde metaalkoorden.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het op uiterst efficiënte wijze en tegen lage kosten vervaardigen van gelaagde metaalkoorden van het type, waarbij aan de buitenzijde wordt verzameld en voorzien van twee dubbel-twistende, in serie geschakelde twijnmachines, 5 die coaxiaal ten opzichte van elkaar zijn opgesteld met met elkaar zijn verbonden door een koppeling, waarmede de verhouding tussen de rotatie-snelheden van de twee kooien tijdens bedrijf kan worden veranderd.
De snellere kooi is verder bij zijn uiteinden uitgerust met twee trommels voor het op afstand van elkaar distribueren van de draden, welke 10 de draden van de kroonlaag van het omwikkelingskoord in omtreksrichting op afstand houden op het rotatie-oppervlak van de kooi en bij voorkeur zijn aangebracht volgens twee coaxiale omtreksbogen met de eerdergenoemde trommels, die symmetrisch ten opzichte van een diameter zijn opgesteld.
15 De uitvinding betreft het vervaardigen van metaalkoorden, in het bijzonder van het bekende type, zoals wordt gebruikt voor het versterken van elastomere voorwerpen, zoals luchtbanden, stroken, riemen en dergelijke.
In het bijzonder betreft de uitvinding het vervaardigen van ge-20 laagde metaalkoorden, d.w.z. koorden met een centrale kern en een kroon, gevormd door een of meer lagen van coaxiaal ten opzichte van de kern en schroeflijnvormig daarop gewikkelde draden.
In het voorgaande en ook in het volgende deel van de beschrijving wordt met het woord draden zowel bedoeld enkele metaaldraden, beter 25 gedefinieerd als elementairdraden en strengen of koorden, welke worden gevormd door een aantal van deze elementairdraden die in elkaar zijn getwijnd.
Een zeer gunstige werkwijze voor het vervaardigen van metaalkoorden van de in het voorgaande beschreven soort is bekend.
30 Deze methode betreft in hoofdzaak het vervaardigen van een streng, samengesteld uit een aantal draden, gelijk aan die van de kroonlaag, die op een tevoren bepaald centraal deel van een koord is gewikkeld en daardoor de streng wordt getwijnd en deze wordt omgezet in een schoof van verschillende draden en tenslotte deze schoof van draden wordt getwijnd 35 door deze ondertussen schroeflijnvormig te wikkelen op het met genoemde 8200628 * ψ - 2 - laag 'te "bedekken deel van tiet koord.
De werkwijze wordt "bij voorkeur uitgevoerd met "behulp van twee dubbel-twistende twijnmachines die in serie zijn geschakeld en bij voorkeur coaxiaal ten opzichte van elkaar staan en op zodanige wijze met el-5 kaar zijn gekoppeld, dat de eerste roteert met de dubbele snelheid en in dezelfde richting als de laatste.
Bijvoorbeeld zijn in een inrichting van recent ontwerp met verzameling aan de buitenzijde, op de langzame machine (binnen de kooi) de toevoerspoelen gemonteerd van de draden die de te vervaardigen kroonlaag IQ moeten vormen en op de snelle machine is (binnen de kooi) dé toevoer- spoel aangebracht van het in de nieuwe laag te wikkelen, tevoren bepaalde deel van het koord.
De werkwijze en de inrichting, werken volgens het volgende schema. De draden die door de spoelen op de kooi van de langzame machine wor-15 den geleverd, worden toegevoerd aan de buitenzijde van de twijnmachine en van het ene einde naar het andere einde van deze machine geleid overeenkomstig het bekende traject van een dubbele twistmachine voor het twijnen van een streng die dubbel is getwist op het punt waar de twijnmachine vrij loopt.
20 Vervolgens wordt, wanneer de strang op de snelle twijnmachine wordt geleid, hetgeen op bekende wijze van het ene einde naar het andere einde daarvan geschiedt, echter als gevolg van de richting en van de rota- · tiesnelheid van de snelle machine ten opzichte van de langzame machine, wordt de draad eerst volledig onttwist en gereduceerd tot een schoof van 2$ verschillende draden, die vervolgens opnieuw tezamen worden getwist voordat zij de snelle twijnmachine verlaten, echter tegelijkertijd worden zij schroeflijnvormig en onderling evenwijdig gewikkeld op het centrale deel van het koord dat intussen wordt toegevoerd en wordt geleid naar hetzelfde uiteinde van genoemde snelle twijnmachine.
30 Aanvraagster heeft evenwel gemerkt, dat deze werkwijze nog niet volledig naar genoegen werkt. Terwijl n.1. bij oude installaties (bijvoorbeeld van het type met inwendige verzameling) is de werkwijze in het geheel niet toepasbaar en met de meest recente inrichtingen neemt de pro-duktie toe en het daaruit volgende economische voordeel ten opzichte van 35 de alternatieve inrichtingen met de normaal beschikbare machines was aanzienlijk en onbetwistbaar, echter blijken daarbij onverklaarbaar enige nadelen ten aanzien van de kwaliteit van het vervaardigde koord. Deze na- 8200628 - 3 - delen betreffen in vezen onregelmatige punten in de distributie van de draden in de kroonlaag, met verspringingen in de spoed, het naar het oppervlak uitkomen van een draad van de respectieve laag, variaties van de onderlinge lengte van de draden van eenzelfde laag in een beperkt deel 5 van het koord.
Deze nadelen blijken in het bijzonder aanwijsbaar in die stukken, die direkt na een stilstand en daaropvolgend starten van de inrichting worden vervaardigd.
Tijdens deze overgangsfazen kunnen breuken in de draden van de 10 eerste groep optreden, nl.1 die welke de kroonlaag vormen.
Aanvraagster heeft nu ontdekt, dat het mogelijk is deze nadelen te ondervangen door verdere verbeteringen te verschaffen inzake de kwaliteit en de regelmaat van het geproduceerde koord onder behoud van de economische voordelen-en het voordeel van eenvoudige produktie, zoals dit 15' aanwezig is bij de eerder beschreven werkwijze en inrichting.
Het doel van de onderhavige uitvinding is dan ook een verbetering van een inrichting voor het vervaardigen van gelaagde koorden volgens het dubbel-twijnsysteem, voor het met een eenvoudige machine met hoge produktiecapaciteit verschaffen van koorden van het in het voorgaande ge-20 noemde type met een hoge kwaliteit en grote regelmaat en uniformiteit voor wat betreft de geometrische configuratie.
Doel van de uitvinding is derhalve een machine voor het vervaardigen van metaalkoorden, in het bijzonder voor specifiek gebruik voor versterkingselement in elastcmere strukturen, gevormd door een centrale 25 kern en tenminste een kroonlaag, waarbij de draden van elke laag onderling schroeflijnvormig en evenwijdig zijn en op de radiaal binnenste laag en op de centrale kern zijn gewikkeld, welke machine is voorzien van een eerste dubbel-twistende machine die in hoofdzaak wordt gevormd door een om zijn eigen as roterende kooi en een coaxiaal met de kooi opgestelde wieg 30 die daarin is aangebracht en vrij om zijn eigen as kan draaien voor het ondersteunen van voedingsspoelen van een eerste groep draden voor het vormen van genoemde kroonlagen, een tweede machine die in hoofdzaak gelijk is aan de eerder genoemde machine voor het afleveren van een tweede groep draden voor het vormen van het centrale deel van het koord, waarop een 35 kroonlaag moet worden gewikkeld, een voorvorminrichting voor het tenminste door buigen permanent vervormen van de draden van de eerste groep en een inrichting voor het onderling koppelen van genoemde eerste en tweede 8200528 , » -. k - machine en welke in staat is tijdens "bedrijf een constante verhouding 1 : 2 tussen de rotatiesnelheden van de relatieve kooien te handhaven, welke inrichting is gekenmerkt doordat de koppelinrichting het mogelijk maakt de verhouding tussen de rotatiesnelheid van de kooien van de waar-5 de 1 : 1 tijdens de start-overgangsperiode te variëren tot de waarde 1 : 2 tijdens bedrijf, waarbij middelen zijn aangebracht op de tweede machine voor het tijdens hun doorgang van het ene einde daarvan naar het andere einde van de tweede machine vasthouden van de draden van de eerste groep aan de buitenzijde van de betreffende kooi en elk volgens 10' een beschrijvende lijn van het corresponderende rotatie-oppervlak, onderling gespatieerd en zich uitstrekkend in tenminste een omtreksdeel van het genoemde rotatie-oppervlak.
In een gunstige uitvoeringsvorm van dergelijke inrichtingen is de koppeling tussen de twee machines voorzien van twee elementkoppels, 15' die stijf met elkaar zijn verbonden voor het overbrengen van de beweging van de ene kooi naar de andere met een tevoren bepaalde verhouding tussen de snelheden van de kooien, welke koppels beurtelings worden geactiveerd en de onderlinge commutatie uitsluitend geschiedt met behulp van een preventieve, volledige ontkoppeling van de twee kooien.
20 Voor wat betreft de middelen voor het spatiëren van de draden van de genoemde eerste groep, deze zijn bij voorkeur bij elk einde van de kooi voorzien van een cilindrische trommel die coaxiaal met de eerste kooi vast daarmede is verbonden, voorzien van een aantal' leidingen in in hoofdzaak axiale richting, welke in omtreksrichting en concentrisch ten 25 opzichte van de as van genoemde trommel zijn gedistribueerd, bij voorkeur zijn opgesteld in twee omtreksbogen niet breder dan 120° en symmetrisch zijn opgesteld ten opzichte van een diameter. Bovendien kunnen deze leidingen hellend zijn opgesteld ten opzichte van de as van genoemde trommel, alle in dezelfde richting verlopend, elk in het axiale vlak 30 waarin zij zijn ingebed, axiaal convergerend naar de buitenzijde van de trommel ten opzichte van de corresponderende kooi.
Een van genoemde trommels en met name de trommel die bij de uitlaat van de kooi is aangebracht met betrekking tot de bewegingsrichting van de draden op de machines, kan bij voorkeur de voorvorminrichting vor-35 men voor de draden van de eerste groep : de trommels zijn bovendien bij voorkeur aangebracht op het uiteinde dat naar de corresponderende kooi is toegekeerd, met een in hoofdzaak afgeknot-conische bus die aan de binnen- 8200628 a >» - 5 - zijde trechtervormig uitloopt en opent in de richting van de hooi, zodat een oppervlak wordt gevormd voor het "begeleiden van de draden van de eerste groep.
Ter verduidelijking van de uitvinding zal, onder verwijzing naar 5 de tekening, een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting voor het vervaardigen van gelaagde metaaldraden worden beschreven.
Fig. 1 toont’ schematisch een zuiver functioneel afgebeelde inrichting voor het vervaardigen van gelaagde koorden volgens de uitvinding; to. fig· 2 is een voorkeursuitvoeringsvorm van een inrichting voor het koppelen van de kooien; fig. 3 is een vooraanzicht (buitenoppervlak) van een trommel voor het spatiëren van de draden; en fig. U is een doorsnede volgens de lijn ÏF-ÏV in fig. 3 van de 15 trommel voor het spatiëren van de draden.
De inrichting volgens de uitvinding (fig. 1) is derhalve uitge-rust met een eerste machine 1, welke de langzame machine zal worden genoemd, van het dubbel-twistende type, in hoofdzaak gevormd door een kooi, eventueel beperkt tot twee schijven 2 en 2a die onderling coaxiaal 20 en roteerbaar zijn opgesteld.
Tussen deze schijven is een wieg 3 opgenomen die een bepaald aantal spoelen U draagt voor het afleveren van de eerste groep metaaldraden 5: deze draden zijn met behulp van een bepaald aantal keerrollen, waaronder in het bijzonder de rollen 1¾ en 15, axiaal uit de kooi geleid en 25 daaromheen gewikkeld en vervolgens weer volgens een axiaal traject afgevoerd.
De wieg is coaxiaal in de kooi opgesteld en is vrij roteerbaar ten opzichte van de kooi, zodat terwijl de kooi roteert de wieg stationair is.
30 Ook de spoelen zijn alle vrij roteerbaar om hun eigen assen, waarbij elke as zodanig in de wieg is georiënteerd, dat regelmatige afwikkeling van de draden 5 tijdens bedrijf van de inrichting mogelijk is.
Het aantal spoelen is afhankelijk van het aantal draden dat de laag vormt die op het tevoren bepaalde deel van het koord moet worden ge-35 wikkeld; in het bijzonder met spoelen die slechts ëên draad afleveren is het aantal spoelen gelijk aan het aantal draden van de laag.
Gekoppeld aan genoemde machine 1 is een andere machine 6 van het 8200628 « * — 8 — dubbel-twistende type, die in deze inrichting de snelle machine zal worden genoemd. Deze machine is in hoofdzaak gelijk aan de eerder "beschreven machine, n.1. uitgerust met een kooi, gevormd door twee schijven 7 en 7a die onderling coaxiaal zijn en roteren, alsmede een wieg 8 die een toe-5 voerspoel 9 draagt voor de groep draden 10' die het centrale deel van het koord vormt en die in de nieuwe kroonlaag moet worden gewikkeld.
De genoemde tweede groep van draden is met "behulp van een reeks rollen langs de "buitenzijde van de kooi geleid en direkt daaruit afgeleid volgens een traject dat samenvalt met de as van de machine zelf.
10 In overeenstemming met de schijven 7 en Ja van de kooi en in een axiale buitenste positie ten opzichte daarvan, zijn twee trommels 11 en . 11a coaxiaal ten opzichte van de schijven opgesteld.
Gaten kannen uniform zijn aangebracht over de gehele omtrek, danwel.zijn gegroepeerd in een of meer omtreksbogen. Bijvoorbeeld toont 15 fig. 3 een trommel 11'met achttien gaten, die negen in elk deel zijn gegroepeerd in twee omtreksbogen met een breedte van 120° en symmetrisch opgesteld ten opzichte van een diameter.
Het voordeel van een dergelijke verdeling in groepen zal nader worden verduidelijkt.
20 De gaten 12 kunnen in axiale richting zijn georiënteerd, zoals kan worden afgeleid uit fig. 1 of variërend hellen ten opzichte van de trommelas, bijvoorbeeld zijn opgesteld volgens een conisch oppervlak, zoals weergegeven in fig. k.
Genoemde trommels kunnen tenslotte aan hun zijde die naar de cor- 25 responderende schijf van de kooi is toegekeerd, zijn uitgerust met een bus 13, die intern trechtervormig uitloopt en opent in de richting van genoemde schijf, voor het geleiden van het traject van elk van de draden 15 vanuit de trommel naar het radiaal buitenste oppervlak van de schijven-kooi en terug.
30 De twee machines 1 en 6 zijn met elkaar gekoppeld door een koppel- inrichting die in het hiernavolgende koppeling zal worden genoemd, voor het instellen van twee verschillende verhoudingen tussen de omtrekssnel-heden van de twee kooien en wel nauwkeurig de verhouding 1 : 1 (gelijke verhouding) en 1 : 2.
35 Fig· 2 toont een voorkeursuitvoeringsvorm van deze koppeling, die in hoofdzaak bestaat uit koppels van elementen die stijf met elkaar zijn verbonden door direkte koppeling, voor het in beweging brengen van elk 8200028 Λ * % - τ - koppel met zijn eigen snelheidsverhouding, welke door riemen en riem-schijven zijn verbonden met één zijde van de uitlaatbus 16 van de eerste kooi en anderzijds met de invoertrommel 11 van de tweede kooi.
Bekijk men de inrichting in zijn details dan blijkt dat de bus-5 16 van de langzaam draaiende kooi de beweging direkt afneemt van de motor IT via de poelie 18' en de riem 19 en deze beweging doorgeeft aan de poe-lie 21 via riem 20.
Op de as van poelie 21 is het eerste koppel van verbindingselementen ondergebracht, samengesteld uit twee poelies 22 en 25, elk ver-10 bonden met een ring (28, respectievelijk 29) welke in radiale richting een vertanding heeft op het oppervlak dat naar de tegenoverliggende ring is toegekeerd.
De poelie 22 is verbonden met de poelie 21 en is door een riem 23 verbonden met een andere poelie 2b.
15 Het is derhalve duidelijk dat de poelies 22 en 2k direkt door de motor 17’ worden aangedreven.
Op de as van de poelie 2b is een tweede koppel van verbindingselementen aangebracht, gevormd door een poelie 2k en een poelie 27, elk uitgerust met getande, coaxiale ringen (30, respectievelijk 31), op 20 dezelfde wijze als in het voorgaande beschreven met betrekking tot het eerste koppel.
De poelie 27 is verbonden met een andere coaxiale poelie 32 en deze is door een riem 26 verbonden met de in het voorgaande beschreven poele 25- 25 Op zijn beurt is de poelie 28 door een riem 33 verbonden met de inlaattrommel 11 van de eerste kooi.
De twee poelies 22/25 en 2k/2j van elk koppel of paar kunnen tot samenwerking worden gebracht door direkte koppeling met een relatief axiale beweging door de corresponderende getande ringen, echter de twee 30 koppels kunnen ook tijdelijk met elkaar worden verbonden, waarbij de (niet afgeheelde) aandrijfinrichting de verbinding van het ene koppel met het andere tot stand brengt via een vaste overgang van de positie van beide niet met elkaar verbonden koppels.
De werking van de koppeling is duidelijk. Afhankelijk van welke 35 van de koppels in direkte aandrijfverbinding staan, wordt de roterende beweging van de bus 1β overgebracht op de trommel 11 via het poeliekop-pel 22/25 of anders door het koppel 2b/2J; de totale aandrijving geschiedt 8200628 - 8 - dan zodanig, dat via het koppel 2k/27 de rotatiesnelheden van de twee kooien gelijk zijn (verhouding 1 : l), terwijl via koppel 22/25 de rotatie van de trommel 11' tweemaal die van de hus 16 bedraagt ,· waarbij natuurlijk de rotatieriehting dezelfde is.
5 Dit doel wordt gemakkelijk verwezenlijkt door een juiste vergro ting van de diameter van poelie 25 ten opzichte van poelie 27·
Zoals reeds eerder is opgemerkt zijn gedurende de overgangsfaze na het starten de poelies 2k/2'J onderling gekoppeld, terwijl gedurende de werking van de machines de poelies 22/25 met elkaar in verbinding 10 staan. Het is nu dan ook duidelijk waarom de machines in het voorgaande zijn gedefinieerd als een langzame en een snelle machine.
De inrichting is bovendien uitgerust met een voorvorminrichting 3¼ die bij voorkeur bestaat uit drie coaxiale, aan elkaar grenzende ringen, elk met een aantal in omtreksrichting langs de randzone verdeeld 15 opgestelde gaten, waardoorheen de draden van de eerste groep worden geleid voordat zij op het centrale deel van het koord worden gewikkeld.
De ring die in het midden is opgesteld kan worden geroteerd ten opzichte van de twee aangrenzende ringen, zodat de langskomende draden worden onderworpen aan een abrupte hoekvariatie in het traject, zodanig, 20 dat de draden een permanente voorvorming in de vorm van een buiging ondergaan, waarvan de mate instelbaar is door de relatieve rotatie van de centrale ring ten opzichte van de twee daarnaast gelegen ringen.
Benedenstrooms van de bovengenoemde voorvorminrichting (gezien in de richting van de draadbeweging), bevindt zich tenslotte een vlecht-25 kop 35 die de plaats vormt en ook vastlegt waar de -draden uiteindelijk schroeflijnvormig op het genoemde centrale deel van het koord worden gewikkeld.
Deze kop die niet met de twee kooien is verbonden, is bevestigd op het huis van de machine en wordt in hoofdzaak gevormd door een geca-30 libreerde opening met een diameter die gelijk is aan die van het verzamelde koord en die trechtervormig uitlopend is gevormd in het deel waar het koord in loopt.
Aldus verhindert de kop onderlinge verschuiving van de wikkel-punten van elke draad ten opzichte van de volgende overlappende draad 35 van de kroonlaag met alle bekende nadelige gevolgen voor de voltooide koorden.
De inrichting is verder uitgerust met een reeks op zichzelf be- 8200628 - 9 - kende, hier niet afgebeelde apparaten, voor het strekken, en verzamelen van het vervaardigde koord en ook voor het egaliseren en het regulariseren daarvan.
Hu de inrichting is beschreven zal de werking ervan worden beke-5 ken, beperkt tot de aspecten die met de uitvinding verband houden, aangezien de werking in zijn algemeenheid na de voorgaande uiteenzettingen duidelijk zal zijn.
Zoals reeds opgemerkt hebben gelaagde koorden die met machines van bekend type worden vervaardigd, bepaalde kwalitatieve onvoXkomen-10'. heden, zoals een op het oog willekeurige distributie die moeilijk controleerbaar was.
Aanvraagster heeft het inzicht gehad, dat deze onvolkomenheden het gevolg zouden kunnen zijn van het feit dat de draden van de kroon-laag gegroepeerd in bundels het wikkelpunt bereiken en derhalve onder-15 linge overlappingen plaats hebben.
Deze hypothese verklaart echter noch de afwezigheid van fouten in de delen van het koord zelf, noch de verzameling van fouten in bepaalde delen van het koord en in het bijzonder in dii delen, welke ontstaan na het in bedrijf stellen van de inrichting, 20 Voor een gedetailleerd onderzoek van dit specifieke deel van het vervaardigingsproces moet men ervan uitgaan, dat de inrichting in werking moet worden gesteld nadat daarin de nodige spoelen k en 9 zijn geplaatst voor het vervaardigen van een bepaald type koord.
Op dit moment, voordat de inrichting in bedrijf wordt gesteld, 25 moeten de diverse draden 5 met de hand door de inrichting worden getrokken totaan de plaats waar zij op retourrollen benedenstrooms van de inrichting 35 worden gewikkeld.
Bovendien loopt door de machine 1 een schoof of bundel van verschillende draden in plaats van een streng, welke bundel ook aanwezig is 30 in de doorgang op de rol 15 naar de ingang van de machine 6.
De aandacht wordt gevestigd op het feit, dat in de inrichting volgens de uitvinding het ingangs element van de machine 6 de trommel 11 is, terwijl bij bekende installaties deze trommel is vervangen door een retourrol.
35 Indien nu de inrichting in bedrijf wordt gesteld zal de bundel draden 5 in het traject tussen de rollen 1U en 15' niet worden onderworpen aan enige twist, maar zal in de bundeltoestand blijven, te beginnen 8200628 -10- bij punt A (fig. 1) zodra bet over de rol Ik passeert.
Met andere woorden is hetgeen door de rol 15 tijdens de overgangs-faze na de start wordt afgeleverd, niet een streng, maar een schoof of bundel draden met een lengte gelijk aan de ontwikkeling van het traject 5 tussen de rollen 15 en 1¾.
Beschouwt men nu de bekende installaties en houdt men in gedachte, dat de kooi 6 roteert met de dubbele snelheid van de kooi 1, dan moet men tot de conclusie komen, dat genoemde bundel draden die over de kooi 6 passeert tot een streng wordt gevlochten in de tegenovergestelde zin 10' als wordt beoogd en de streng loopt in deze toestand door de snelle machine om schroeflijnvormig te worden gewikkeld op delen van het koord die intussen door de spoel 9 zijn afgeleverd.
De genoemde streng wordt naar de bundeltoestand teruggebracht zodra het punt A (het begin van de strengvorming op de langzame kooi) 15 de rol 15 passeert.
Het is nu duidelijk dat door gebruik te maken van een koppeling met twee snelheidsverhoudingen, overeenkomstig de uitvinding, de twee kooien tijdens de aanvankelijke overgangstoestand met dezelfde snelheid kunnen roteren en wel juist totdat het punt A van de bundel draden 5 20 de rol 15 is gepasseerd, waardoor de vorming van een streng op de snelle kooi wordt voorkomen en het probleem dat aan de meest belangrijke kwalitatieve defecten in de kroonlagen van volgens bekende technieken vervaardigde koorden ten grondslag ligt, wordt opgelost.
Bovendien wordt de lengte van het bundeltraject tussen de rollen 25 1^ en 15 bepaald door de uitvoering van de gehele installatie, zodat, wanneer de vooruitbewegingssnelheid van de bundel en de rotatiesnelheid van de kooi bekend zijn, genoemde lengte direkt verband houdt met een nauwkeurig aantal omwentelingen van de kooi. Derhalve is het mogelijk en dit geschiedt ook in de installatie volgens de uitvinding, de omzet-30 ting van de koppeling waarvan de verhouding 1 : 1 naar de verhouding 1 : 2 automatisch controleren op basis van het aantal omwentelingen dat door de kooi wordt uitgevoerd en ook op basis van het aantal afgeleverde meters draad.
Het in het voorgaande beschreven verschijnsel, treedt telkens op 35 "bij vervanging van een spoel h en de mate van relatieve fouten op het koord varieert natuurlijk in afhankelijkheid van het aantal vervangen spoelen en derhalve van de draden van de inrichting.
8200628 - 11 -
Samen met de "beschreven koppelingverbinding en teneinde ook de overige minder "belangrijke kwalitatieve onvolkomenheden te elimineren, zijn twee spatieertrommels 11 en 11a, die in het voorgaande zijn beschreven, aangebracht.
5 Aanvraagster heeft n.1. opgemerkt, dat de draden 5 van de streng, afkomstig van de machine 1 en terugkerend naar de bundeltoestand, opweg naar de machine 6, een individuele twist behouden, waardoor zij zelf om hun eigen as roteren, welliswaar in een beperkte, echter niet-verwaar-loosbare mate.
10. Dit verschijnsel houdt verband met het feit, dat de'twists die door de draden worden veroorzaakt tijdens hun schroeflijnvormige positionering voor het vormen van de kroonlaag van het ontwikkelde koord, opklimmen langs de draden die opnieuw de trommel 11a of de corresponderende trommel bij de bekende installatie passeren opweg naar het deel 15'. van de draad dat over de kooi loopt.
Deze twist veroorzaakt een verkeerde twijning, n.1. onderlinge verweving van de draden van de bundel, welke twijning niet wordt geëlimineerd door de schroeflijnvormige wikkeling op het centrale deel van het koord, waardoor de bovengenoemde kwalitatieve onvolkomenheden op de 20 kroonlaag worden overgedragen. In de installatie volgens de uitvinding verdeelt de trommel 11, die de getwiste streng ontvangt, daarentegen de draden 5 in omtreksrichting op het buitenoppervlak van de kooi 6 volgens trajecten die samenvallen met de beschrijvende lijnen van het cilindrische rotatie-oppervlak, bepaald door de koppeling van twee ringen 7 25 en 7a van de kooi, waardoor het bovendien mogelijk is dat elke draad vrij om zichzelf kan roteren, een en ander zoals reeds uiteengezet*
Deze toestand blijft ook gehandhaafd door de volgende trommel 11a en door de voorvorminrichting 3^, zodat bij het aanbrengen van de schroeflijnvormige wikkeling de draden 5 zich in hoofdzaak concentrisch opstel-30 len ten opzichte van de kern 10, waardoor, mede door de gunstige werking van de twijnkop 35 een nauwkeurige, gebalanceerde en uniforme oriëntatie in de kroonlaag wordt gerealiseerd.
Door de werking van de spatieertrommels'in de variantuitvoering volgens fig. 3 van de uitvinding worden de draden 5 verdeeld in groepen 35 volgens twee omtreksbogen met een breedte van 120°.
Het voordeel van deze opstelling zal duidelijk zijn, indien met in gedachte houdt, dat het noodzakelijk is de spoel 9 op de wieg 8 regel- 8200628 - 12 - matig te vervangen.
Deze opstelling van de draden laat een boog van 60° vrij op het oppervlak van de kooi, -welke boog voldoende is om , de diameter van de schijven in aanmerking genomen, een spoel 9 aan te brengen zonder de 5 draden die op'deikooi'zelf zijn gestrekt, te beïnvloeden.
Verder moet in aanmerking worden genomen, dat' de verbindings-koppeling met variabele verhouding en de spatieertroramels onderling onafscheidenlijk zijn, teneinde het beoogde doel te bereiken: een installatie die slechts één koppeling heeft kan onvolkomenheden, verband TQ. houdend met verkeerde strengen, n.1. met onderlinge overlapping van de draden 5 die als een bundel op de kooi zelf zijn gegroepeerde, niet elimineren.
Dergelijke onvolkomenheden hebben samen met de meest ernstige afwijkingen die het gevolg zijn van de vaste 1 : 2 verhouding tussen TJ de rotatiesnelheden van de kooien tijdens de overgangsperiode na het in werking stellen van de inrichting, tot dusverre een goed begrip van de problemen verhinderd en daardoor ook geleid tot een onvolkomen werking van de bekende machines, die dan ook niet in ruime mate worden toegepast.
Een inrichting met spatieertrommels, echter zonder koppeling, • 20 zou zelfs niet werken. Men behoeft immers slechts te bedenken, dat tijdens de overgangsfaze na het starten een streng en niet een bundel van verschillende draden, op de twijnmachine 6 aankomt.
Het is nu duidelijk, dat de trommel 11, uitgerust met spatieer-openingen het doorlaten van een streng verhindert, zodat bij het in wer-25 king stellen van de inrichting onvermijdelijk breuk in de draden 5 optreedt .
Tenslotte wordt erop gewezen, dat de trommel 11a, afgezien van mogelijke problemenrm& de praktische uitvoering, zou kunnen worden vervangen door een voorvorminrichting 3^, die eveneens tenslotte een om-3Q treks spatiëring van de van de kooi afkomstige draden uitvoert, zoals weergegeven in fig. 1. Inzake deze mogelijke vervanging zou trommel 11a zelfs kunnen worden gevormd door slechts één van de ringen van de voorvorminrichting 3^ op voorwaarde, dat natuurlijk de trajecthoek van de draden door genoemde ring zodanig is, dat aan de draad de noodzakelijke 35 voorvorming wordt gegeven.
Bovendien kan bij bepaalde typen koorden, bijvoorbeeld de omwikkelde koorden, deze voorvorming achterwege blijven en kan worden vol 8200628 - 13 - staan met'de twist die de draden ontvangen tijdens.de doorgang van de inrichting. In een dergelijk geval zou inderdaad de onderlinge omtreks-spatiëring van de draden voldoende zijn.
Bij een eindanalyse kan worden waargenomen, dat de beschreven 5 inrichting metaalkoorden produceert, waarvan herkenbaar is dat zij in dit type installatie zijn vervaardigd en niet in andere installaties met kabelslagmachines volgens de stand van de techniek.
Bij koorden, vervaardigd met behulp van kabelslagmachines worden de draden van de kroonlaag n.1. schroeflijnvormig op het centrale deel 10 van het koord gewikkeld door een buigvoorvervorming die zich op hun buitenoppervlak ontwikkelt als een cilindrische schroeflijn, echter de enkele draad wordt aan het einde van het proces niet onderworpen aan enige twist op zichzelf.
Derhalve zullen de beschrijvende lijnen van elke draad, die als IJ een cilinder wordt beschouwd, evenwijdig zijn aan de hartlijn van de draad zelf.
Daarentegen zijn in de koorden, die met de installatie volgens de uitvinding zijn vervaardigd, de draden van de kroonlaag onderworpen aan buigvoorvervorming, die in hoofdzaak is ontwikkeld volgens een be-20 schrijvende lijn (afgezien van de matige rotatie over zichzelf, die voor dit doel geen belang heeft, waaraan de draad wordt onderworpen op een oppervlak van de snelle kooi), echter bij het wikkelen op het centrale deel van het koord wordt zij eveneens onderworpen aan een rotatiebewe-ging om hun hartlijn, waardoor de beschrijvende lijnen van elke draad 25 volgens een cilindrische schroeflijn worden gepositioneerd.
De in het voorgaande geschetste mogelijke herkenning berust op het feit, dat de hypothese van een perfecte cilindrische draad onjuist is ook al is het natuulijk een geschikte hypothese voor wat betreft het gedrag van de draad in de praktijk.
30 Een metaaldraad zal n.1. door de behandelingen die het heeft on dergaan, in het algemeen een elliptische of eigenlijk onregelmatige doorsnede hebben met vaak bepaalde delen van de omtrek van een rechte doorsnede, die ongeveer rechtlijnig verlopen.
Hierdoor is het mogelijk met een geschikte test, bijvoorbeeld 35 microscopisch, tenminste êên beschrijvende lijn en derhalve de opstelling daarvan in de draad van het voltooide koord te beschouwen en vast te stellen of deze rechtlijnig danwel schroeflijnvormig verloopt en aldus 8200628 - 1k - is het mogelijk te "bepalen of de draad al dan niet is onderworpen aan een twist om zijn eigen hartlijn.
In de praktijk hebben de draden in de kroonlagen van een voltooid koord een volledige twist cm hun eigen hartlijn voor iedere spoed-5 lengte.
Het is derhalve duidelijk, dat de onderhavige beschrijving slechts verduidelijkend en niet beperkend is bedoeld, het daardoor mogelijk is, dat diverse wijzigingen in de installatie worden aangebracht, • welke hier niet met zoveel woorden zijn beschreven en in de conclusies 10' zijn amschreven, echter welke worden geacht binnen het raam*van de uitvinding te vallen, omdat zij na kennisneming van de onderhavige uitvinding binnen het bereik van iedere deskundige komen.
8200628
Claims (8)
1. Inrichting voor het vervaardigen van metaalkoorden, in het bij zonder voor gebruik als wapeningselement en voor elastomere strukturen, gevormd door een centrale kern en tenminste één kroonlaag, -waarbij de draden van elke laag onderling schroeflijnvormig en evenwijdig zijn en 5 zijn gewikkeld op de radiaal binnenste lagen en op genoemde centrale kern, welk apparaat is voorzien van een eerste dubbel-tvistende machine die in hoofdzaak wordt gevormd door een om zijn eigen as roterende kooi en door een coaxiaal ten opzichte van deze kooi daarin aangebrachte wieg, die vrij roteerbaar is om zijn eigen as en die een aantal toevoer-10 spoelen draagt voor een eerste groep draden voor het vormen van genoemde kroonlagen, een tweede machine die in hoofdzaak gelijk is aan de eerstgenoemde machine, voor het af leveren van een tweede groep draden voor het vormen van het centrale deel van het koord, waarop een kroonlaag moet worden gewikkeld, een voorvorminrichting, welke in staat is tenminste 15 door buiging de draden van genoemde eerste groep permanent te vervormen en een inrichting voor het onderling koppelen van de eerste aan de tweede machine, welke koppeling tijdens bedrijf een constante verhouding van 1 ï 2 tussen de rotatiesnelheden van de relatieve kooien kan handhaven, welke inrichting is gekenmerkt doordat de genoemde koppeling in staat 20 is de verhouding tussen de rotatiesnelheid van de kooien van de waarde 1 : 1 tijdens de overgangsfaze na het in bedrijf stellen van de inrichting kan variëren tot de waarde 1 : 2 tijdens bedrijf, middelen zijn aangebracht op genoemde tweede machine om de draden van genoemde eerste groep tijdens hun doorgang van het ene einde naar het andere einde van 25 de tweede machine aan de buitenzijde van de betreffende kooi en volgens % de beschrijvende lijnen van het corresponderende rotatie-oppervlak te handhaven.
2. Inrichting volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de genoemde koppelinrichting is voorzien van twee koppels of stellen elementen die 30 stijf met elkaar zijn gekoppeld voor het overbrengen van de beweging van een kooi naar de andere kooi met een tevoren bepaalde waarde van de verhouding tussen de snelheden van de kooien, welke twee koppels alternatief in bedrijf zijn.
3- Inrichting volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat de twee kop- 35 pels onderling omzetbaar zijn door tevoren de twee kooien volledig te 8200628 - 16.- ont koppel en. U. Inrichting volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat genoemde middelen voor het op onderlinge afstand houden van de draden van genoemde eerste groep hij elk uiteinde van de kooi een cilindrische trommel 5 omvatten die coaxiaal is met en vast met de kooi is bevestigd, uitgerust met een aantal leidingen in in hoofdzaak axiale richting en in om-treksrichting en concentrisch.verdeeld gepositioneerd ten opzichte van de as van genoemde trommel.
5· Inrichting volgens conclusie ^ met het kenmerk, dat genoemde TO. leidingen uniform zijn verdeeld in twee omtreksbogen, die symmetrisch zijn opgesteld ten opzichte van een diameter, welke bogen een opening hebben niet groter dan 120°.
6. Inrichting volgens conclusie k met het kenmerk, dat genoemde lei dingen hellen ten opzichte van de as van genoemde trommel en wel alle in 15: dezelfde richting, elk in het axiale vlak waarin het is ingebed en axiaal convergerend naar de buitenzijde van genoemde trommel ten opzichte van de corresponderende kooi.
7· Inrichting volgens conclusie k met het kenmerk, dat de trommel, die zich bij het afvoeruiteinde van genoemde kooi bevindt, gerekend in 20 de bewegingsrichting van genoemde draden op genoemde tweede machine, de genoemde voorvorminrichting voor genoemde eerste groep van draden vormt.
8. Inrichting volgens conclusie k met het kenmerk, dat genoemde trommel aan het naar de kooi toegekeerde uiteinde is voorzien van een in hoofdzaak afgeknot-conische bus die aan de binnenzijde trechtervormig 25 uitloopt en opent in de richting van de corresponderende kooi met een configuratie die correspondeert met de baan van de draden van genoemde eerste groep die zich vanaf de trommel naar de kooi uitstrekken.
9. Metaalkoord, in het bijzonder voor gebruik als wapeningselement voor elastomere strukturen, gevormd door een centrale kern en tenminste 30 een kroonlaag, waarbij de draden van elke laag schroef lijnvormig, evenwijdig aan elkaar op de aan de radiale binnenzijde gelegen lagen en op genoemde centrale kern zijn gewikkeld en. vervaardigd onder toepassing van de materie van een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de draden van tenminste een kroonlaag een volledige twist om hun eigen hart-35 lijn vertonen voor elke spoedlengte van hun bijbehorende laag. 8200628
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| IT1999481 | 1981-02-26 | ||
| IT19994/81A IT1135631B (it) | 1981-02-26 | 1981-02-26 | Miglioramenti alle macchine per la produzione di cordicelle metalliche a strati |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8200628A true NL8200628A (nl) | 1982-09-16 |
Family
ID=11162930
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8200628A NL8200628A (nl) | 1981-02-26 | 1982-02-17 | Inrichting voor het vervaardigen van gelaagde metaalkoorden. |
Country Status (11)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4437297A (nl) |
| JP (1) | JPS57159230A (nl) |
| BE (1) | BE892280A (nl) |
| BR (1) | BR8200963A (nl) |
| DE (1) | DE3206636A1 (nl) |
| ES (1) | ES8302821A1 (nl) |
| FR (1) | FR2500498B1 (nl) |
| GB (1) | GB2093878B (nl) |
| IT (1) | IT1135631B (nl) |
| LU (1) | LU83974A1 (nl) |
| NL (1) | NL8200628A (nl) |
Families Citing this family (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4495759A (en) * | 1983-10-05 | 1985-01-29 | The Goodyear Tire & Rubber Company | Manufacture of metallic cable |
| FR2691573A1 (fr) * | 1992-05-22 | 1993-11-26 | Pourtier Pere Fils Ets | Machine de câblage à double torsion. |
| US6535613B1 (en) | 1999-12-28 | 2003-03-18 | Jl Audio, Inc. | Air flow control device for loudspeaker |
| US6948304B2 (en) * | 2003-05-11 | 2005-09-27 | Roteq Machinery Inc. | Compact universal concentric strander with take-off sheaves mounted on strander shaft |
| KR101647091B1 (ko) * | 2014-10-14 | 2016-08-09 | 홍덕산업 주식회사 | 타이어 보강용 스틸코드 |
| CN108655300B (zh) * | 2018-06-05 | 2024-07-23 | 山东梦金园珠宝首饰有限公司 | 一种自动扭麻花机 |
| CN109371564B (zh) * | 2018-09-27 | 2020-05-19 | 黄山艾利斯特鞋业有限公司 | 一种自动控制绕线制带机 |
| FR3099189A1 (fr) * | 2019-07-25 | 2021-01-29 | Compagnie Generale Des Etablissements Michelin | Procédé de fractionnement et de réassemblage |
Family Cites Families (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1276511B (de) * | 1963-03-01 | 1968-08-29 | Krupp Gmbh | Verfahren und Vorrichtung zum Verseilen mehrlagiger Kabel od. dgl. |
| FR87005E (fr) | 1963-04-12 | 1966-05-27 | Geoffroy Delore | Procédé pour transmettre un mouvement de rotation de l'une à l'autre des extrémités d'un élément filiforme, et machines à câbler pour la mise en oeuvre de ce procédé |
| US3431718A (en) * | 1964-02-18 | 1969-03-11 | Vornbaeumen & Co E | Method and machines for twisting together strands of material |
| GB1285270A (en) * | 1970-03-31 | 1972-08-16 | Mario Martinez | Bunching and stranding machine |
| IT1078402B (it) | 1977-04-08 | 1985-05-08 | Pirelli | Metodo e dispositivo per la confezione di cordicelle metalliche |
| IT1094576B (it) | 1978-05-09 | 1985-08-02 | Pirelli | Macchina per cordare cordicelle metalliche |
| IT1110954B (it) * | 1979-02-06 | 1986-01-13 | Pirelli | Metodo e macchinario per produrre cordicelle metalliche a strati |
| US4300339A (en) | 1979-06-28 | 1981-11-17 | Belden Corporation | System for stranding and cabling elongate filaments |
-
1981
- 1981-02-26 IT IT19994/81A patent/IT1135631B/it active
-
1982
- 1982-02-08 GB GB8203594A patent/GB2093878B/en not_active Expired
- 1982-02-17 NL NL8200628A patent/NL8200628A/nl not_active Application Discontinuation
- 1982-02-18 BR BR8200963A patent/BR8200963A/pt unknown
- 1982-02-23 US US06/351,367 patent/US4437297A/en not_active Expired - Lifetime
- 1982-02-24 DE DE19823206636 patent/DE3206636A1/de active Granted
- 1982-02-25 LU LU83974A patent/LU83974A1/fr unknown
- 1982-02-25 FR FR8203116A patent/FR2500498B1/fr not_active Expired
- 1982-02-25 BE BE0/207412A patent/BE892280A/fr not_active IP Right Cessation
- 1982-02-26 JP JP57030441A patent/JPS57159230A/ja active Granted
- 1982-02-26 ES ES510544A patent/ES8302821A1/es not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| FR2500498A1 (fr) | 1982-08-27 |
| DE3206636A1 (de) | 1982-09-16 |
| FR2500498B1 (fr) | 1986-03-14 |
| LU83974A1 (fr) | 1982-07-08 |
| GB2093878A (en) | 1982-09-08 |
| BR8200963A (pt) | 1982-08-17 |
| GB2093878B (en) | 1984-08-01 |
| IT8119994A0 (it) | 1981-02-26 |
| ES510544A0 (es) | 1983-02-01 |
| ES8302821A1 (es) | 1983-02-01 |
| JPS57159230A (en) | 1982-10-01 |
| IT1135631B (it) | 1986-08-27 |
| US4437297A (en) | 1984-03-20 |
| JPH0140698B2 (nl) | 1989-08-30 |
| DE3206636C2 (nl) | 1991-06-27 |
| BE892280A (fr) | 1982-06-16 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0138731B1 (en) | Metallic cable | |
| NL8200628A (nl) | Inrichting voor het vervaardigen van gelaagde metaalkoorden. | |
| US4887421A (en) | Apparatus and process of manufacturing a metal cord | |
| CN1042575C (zh) | 反转绳缆绞捻机 | |
| US4195469A (en) | Method and device for producing metallic cords | |
| US4392341A (en) | Twisting machine | |
| CN1197492A (zh) | 将多根丝同时卷绕成多丝卷轴和/或从如此卷绕的多丝卷轴同时退卷这些丝用于其后续的绞合的方法和设备 | |
| US4083173A (en) | Method and apparatus for the manufacture of core yarn in an open-end spinning device | |
| EP0563586B1 (de) | Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung hochfester Stahldrahtlitzen | |
| CA1307996C (en) | Production of steel cord | |
| US2988867A (en) | Method of handling a plurality of yarns during processing | |
| NL8100859A (nl) | Inrichting voor het vervaardigen van elektrische kabels. | |
| US4141205A (en) | Stranding process and apparatus | |
| EP1519825A1 (de) | Spiralisiervorrichtung | |
| US4300339A (en) | System for stranding and cabling elongate filaments | |
| RU2220238C2 (ru) | Механизм ложного кручения, в частности для изготовления спиралеобразных элементарных нитей | |
| US4573312A (en) | Friction spinning apparatus | |
| DE2227858C3 (de) | FalschdraUkräusebnaschine | |
| JPS63282386A (ja) | 一重及び多重の鋼線ストランドの製造方法及びその装置 | |
| NL8105481A (nl) | Inrichting voor het maken van kabels of dergelijke. | |
| CN1867707A (zh) | 用于将细长丝状元件卷绕在绕线元件上的装置 | |
| EP0094335B1 (en) | Apparatus and method of making metallic cord | |
| RU2088995C1 (ru) | Способ изготовления металлических витых изделий | |
| JPH04308288A (ja) | スチールコードの製造方法及びその製造装置 | |
| JP3579371B2 (ja) | 多層撚り線の加工方法と装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |