NL8201802A - Lijnbeveiligingsschakelstelsel. - Google Patents

Lijnbeveiligingsschakelstelsel. Download PDF

Info

Publication number
NL8201802A
NL8201802A NL8201802A NL8201802A NL8201802A NL 8201802 A NL8201802 A NL 8201802A NL 8201802 A NL8201802 A NL 8201802A NL 8201802 A NL8201802 A NL 8201802A NL 8201802 A NL8201802 A NL 8201802A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
channel
centering
signal
digital
bit
Prior art date
Application number
NL8201802A
Other languages
English (en)
Other versions
NL191003C (nl
NL191003B (nl
Original Assignee
Western Electric Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Western Electric Co filed Critical Western Electric Co
Publication of NL8201802A publication Critical patent/NL8201802A/nl
Publication of NL191003B publication Critical patent/NL191003B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL191003C publication Critical patent/NL191003C/nl

Links

Classifications

    • H—ELECTRICITY
    • H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04B—TRANSMISSION
    • H04B1/00—Details of transmission systems, not covered by a single one of groups H04B3/00 - H04B13/00; Details of transmission systems not characterised by the medium used for transmission
    • H04B1/74—Details of transmission systems, not covered by a single one of groups H04B3/00 - H04B13/00; Details of transmission systems not characterised by the medium used for transmission for increasing reliability, e.g. using redundant or spare channels or apparatus

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Computer Networks & Wireless Communication (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Detection And Prevention Of Errors In Transmission (AREA)
  • Synchronisation In Digital Transmission Systems (AREA)

Description

“' " ' “...... — -* Λ vo 32U0
Betr.: Li j nbeveiligingsschakelstelsel.
De uitvinding beeft betrekking·op een beveiligingsschakeling voor een radioccmmunicatiestelsel en meer in het bijzonder op een foutvrije wijze van amschakeXing tussen digitaXe radiokanaXen voor het verzekeren van de betrouwbaarheid van een steXseX.
5 Tengevolge van het in radioeamnnanicatiesteXseXs optreden van fre quent ie-seXectieve fading en eventueXe onjuiste werkingen van de uitrusting, is het bekend een beveiXigingsomschakeiing toe te passen tussen een normaal kanaal, dat door een onjuiste transmissie wordt belemmerd, en een paraat zijnd kanaal. Elk kanaalsignaal bij een dergelijk radiostel-10 sel ondergaat een transmissievertraging, welke een constant gedeelte omvat, waarvan de waarde voor elk kanaal bepaald is, en een met de tijd variërend gedeelte omvat in verband met de variabiliteit in atmosferische voortplanting, die bij elke: bepaalde kanaalfrequentie wordt geïntroduceerd.
Bij digitale radiocommunicatiestelsels maakt deze variabele of dy-15 namische vertraging op zichzelf een beveiligingsomschakeling tussen een enkel paraat kanaal, ook bekend als een beveiligingskanaal, en een van een aantal normale kanalen (aangeduid met 1X3T) tot een moeilijke zaak.
De nauwkeurige tempering voor de digitale signalen is een verdere eis, welke zodanig is, dat 1Xff-beveiligingsstelsels voor digitale radiocommu-20 nicatie-inrichtingen tot nu toe in het algemeen niet beschikbaar zijn geweest.
Een type normaal beveiligingsschakelstelsel voor digitale transmis-siestelsels omvat een beperkt êén-voor-één (1X1)-stelsel, waarbij een pa— raatbeveiligingskanaal slechts in de plaats kan treden van een bepaald 25 kanaal van een aantal normale kanalen. Een dergelijke beveiliging is ongewenst in verband met duplicering van de uitrusting en congestie van het frequentiespectrum bij de radiofrequentie.
De moeilijkheid van dit probleem is zo groot, dat bij de gebruikelijke beveiligingsschakelstelsels zelfs voor ëén-voor-ëên-stelsels in 30 hoofdzaak zijn gericht op het onderhouden van een synchronisatie op de digitale bitstroom in plaats van te trachten de bitfouten volledig te elimineren. Aangezien. een raster van een typerend transmissietype een vooraf aangegeven groot aantal bits omvat, leidt het verlorengaan van de synchronisatie tot duizenden bitfouten. Het uiteindelijke oogmerk van elk 35 beveiligingsschakelstelsel dient evenwel te zijn een foutvrije werking 8201802 ” * ï ï ·» 2 - "bij omschakeling naar’ een paraatkanaal. aangezien slechts dit consistent is met het "beoogde doel om een der gelijke maatregel, te "bieden.
Omdat het aantal digitale "bitfouten in het algemeen exponentieel toeneemt waaneer het overgedragen informatiesignaal een fading van een 5 paar decibel demping ondergaat, hebben" bitfouten de neiging om snel te groeien. Het'is derhalve zeer gewenst, dat de kanaalbeveiligingsomscha-keling plaats vindt wanneer een over dracht fout voor de eerste maal met betrouwbaarheid wordt gedetecteerd teneinde te voorzien in de best mogelijke foutwerking door een digitaal radiotransmissiestelsel. Een verder 10 voordeel van een foutvrije beveiligingsomschakeling is het verlagèn van de eisen, opgelegd aan de omschakeling voor onderhoudsdoeleinden aangezien de fouten bij de gebruikelijke beveiligingsschakelstelsels deze onder-houdsamschakeling beperken tot situaties van absolute noodzakelijkheid.
- .Een verdere eis doet zich voor bij desynchronisatiestelsels, die 15; in de huidige digitale radiostelsels worden toegepast. De desynchroni— satie-inrichtingen worden gebruikt-voor het verschaffen van het informatiesignaal en een teruggewonnen kloksignaal in de lijnontvangers van der— gelijke stelsels.. Ongelukkigerwijs leidt een puls "stuffing"-methode, die in de desynchronisatie-inrichtingen wordt toegepast, tot tempeer-20 "jitter". Deze tempeer-"jitter" heeft een hogere frequentie dan het met de tijd variërende gedeelte van de variabele vertraging, zoals boven genoemd. Dientengevolge legt dit een verdere eis op aan het foutloze om-sehakelvermogen van een beveilgigingsschakelstelsel, in een digitaal radio-communicatiestelsel.
25 De uitvinding voor ziet in een foutvrije kanaalbeveiligingsomscha- keling in'aanwezigheid van signaaltempeer-"jitter" als een produkt van de variabiliteit in atmosferische voortplanting en puls-"stuffing"-desynchronisatietempeer-"jitter". Daartoe voorziet de uitvinding in een regelaar voor inrichtingen in een kanaalbeveiligingsschakelstelsel, die 30 op een juiste wijze de .relatieve signaaltempering tussen twee digitale kanalen, welke hetzelfde digitale kanaal voeren, iinstelt om de vervanging van een dienstkanaal door een extra kanaal mogelijk te maken zonder· dat fouten worden geïntroduceerd. De relatieve tempering tussen de twee digitale kanalen wordt in een.eerste richting verschoven en daarna 35 omgekeerd, waarbij na elke instelstap de signaalcentrering wordt gecontroleerd. Deze eigenschap van de regelaar is zeer gewenst aangezien de detector slechts de aanwezigheid van een signaalcentrering bepaalt en niet 82 0 1 8 0 2........... —" * l ( 3 ~ in staat is cm de richting van de relatieve tempeerverschuiving voor het tot stand "brengen van een signaalcentrering aan te geven.
Verder stelt de regelaar volgens de uitvinding een verschuiver in om de relatieve signaalfaze ten opzichte van een initiële waarde in een 5 eerste richting naar een· eerste extreme waarde en daarna in tegengestelde richting naar de tegengestelde extreme waarde te veranderen. Deze instellingen hebben de vorm van kleine stappen. De status van de bitcentrering wordt na elke kleine stap gecontroleerd en beëindigd wanneer de detector een centrering aangeeft. Nadat de bitcentrering is verkregen, 10 wordtde informatiecentrering op een soortgelijke wijze bepaald onder gebruik van grove instelstappen, gelijk "aan de duur van een bitperiode. Nadat zowel de bit- als informatiecentrering zijn verkregen, voert de regelaar de kanaalsubstitutie uit.
Volgens de uitvinding heeft de regelaar het vermogen om opeenvol-15*. gende instelprocessen van. de relatieve signaaltempering uit te voeren wanneer de detector faalt om de centrering aan te geven. De regelaar is ook in staat het aantal pogingen bij te houden en voert een andere werking uit wanneer een voorgeschreven grenswaarde van pogingen, optreedt. De regelaar controleert na elke instelling van de informatiecentrering de bit-20 centrering opnieuw- Wanneer de biteentrering niet meer door de detector wordt aangegeven, wordt het proces met kleine stappen gebruikt om de detector terug te stellen voordat het informatiecentreerproces wordt toege— past... Als: een verdere controle op de werking van de detector vertraagt de regelaar de instelling van de verschuiver over- één. stap en gebruikt 25 deze instelling of de voorafgaande om de biteentrering te onderhouden.
Een terugschakeling vanuit het paraatkanaal naar het normale kanaal, dat eerst uit dienst is genomen, wordt eveneens door de regelaar uitgevoerd. Dit brengt slechts een instelling met kleine stappen met zich méde aangezien het kanaal», dat wordt verschoven, in bedrijf is en 30 dit bedrijf niet dient te worden onderbroken. De regelaar is ook in staat om een direkte kanaalomschakeling te verschaffen zonder. tempering en in-formatiesynchronisatie wanneer een uit-raster-toestand optreedt of wanneer een aantal pogingen tot een.dergelijke synchronisatie niet tot het gewenste resultaat leidt.
35 De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht onder verwij zing naar de tekening. Daarbij toont : fig. 1 een toepassing van de uitvinding op een typerend digitaal 82 0 1 8 0 2 —" * * » -k- radioearamunicatiestelsel; fig. 2 een meer gedetailleerd blokschema ter illustratie van geschikte plaatsen voor verschillende functies, die verhand houden met de uitvinding; 5 fig. 3 een schema van een statische centreerinriehting voor het variëren van de constante signaalvoortplantingsvertraging van het digitale radiokanaalsignaal; fig. b een geschikte keten voor het dynamisch variëren van de ka-naalsignaalvoortplantingsvertraging in constante incrementen en in bit-10 incrementen; fig. 5 een schema van een centreerdetector ten gebruikt bij fig. 2; fig. 6. een stroomdiagram van de hasisprocedure, welke wordt gebruikt voor het tot stand brengen van een kanaalsignaalcentrering; fig. 7 een stroomdiagram van een kanaalsignaalcentreersubroutine, 15'. welke wordt toegepast, in fig. 6; fig. 8 een subroutine, welke wordt gebruikt in fig. 7; fig. 9 een stroomdiagram van een subroutine, welke wordt gebruikt voor het controleren van de kloksignaalcentreringf fig. 10 een stroomdiagram van een procedure, welke wordt gebruikt 20 voor het verschaffen van een informatiecentrering; fig. 11 een reeks stappen, welke wordt toegepast bij fig. 10; fig. 12 een stroomdiagram van de algemene procedure, welke wordt gebruikt, voor het instellen van de signaalvoortplantingsvertraging bij afsehakeling van het beveiligingskanaal; 25 fig* 13 en Tl· wanneer deze volgens fig. 15 worden gerangschikt, een stroomdiagram van de instelsubroutine, die voor elke actieve signaal— rail:-in een radiokanaal wordt gebruikt; en fig. 16 een blokschema van de lijnschakelregelaar,..die in het in fig. 1 afgeheelde stelsel wordt toegepast.
30 Fig. 1 toont het algemene blokschema van een digitaalradiostelsel, waarbij lijnbeveiligingsemschakeling.volgens de uitvinding wordt toegepast. Het radi ogransmi s s ie st els el omvat, zoals uit fig. 1 blijkt, een aantal H-transmissiekanalen en een enkel beveiligingskanaal.,. dat in de plaats kan treden van elk van de ïï-kanalen. Het is duidelijk, dat dit 35 een gronde onfigur at ie van het kanaalbeveiligings stelsel is, dat een aantal * malen overeenkomstig de totale kanaalcapaciteit van het stelsel kan worden gerepliceerd.
8201802 . 5 “
Elk normaal kanaal "bij het zendeind omvat zijn eigen zendlijn- i schakelaar (TLS) 11, digitale zendpost (TDT) 12 en radiozender (ET) 13, die de radio-antenne ih bekrachtigt.'Meer in het bijzonder is elk kanaal met het over te dragen radiodraaggolfsignaal gemultiplexed door 5 een enkele radio-antenne, zodat individuele antennes 1¾ symbolisch zijn aangegeven. Het ontvangeind van elk kanaal omvat een van de antennes (eveneens symbolisch aangegeven) 15, een radio-ontvanger (RR) 16 een digitale ontvangpost (RDT) 1f, een statische centreerinrichting (SA) 18, een ontvanglijnschakelaar (ELS) 19 en een monitor (VM) 20, die met de 10 uitgang van het kanaal samenwerkt.
Het beveiligingskanaal omvat de zendkiesinrichting (TS) 21, die een ingangssignaal uit elk van de schakelaars 11 ontvangt, een digitale · zendpost 22, een radiozender 23 en een antenne 2k3 alle bij het zendeind. Het ontvangeind van het beveiligingskanaal omvat een antenne 26, 15* een radio-ontvanger 2T» een digitale ontvangpost 28, een dynamische cen-treerinriehting (DA) 29, een ontvangkiesinrichting (ES) 31, een gemeen— schappelijke kiezer (CS) 32 en een monitor (gemeenschappelijk) 33. De lijnschakelregelaar 3^ bestuurt de lijnbeveiligingssehakelfunctie bij deze inrichting in responsie op de uitgangssignalen van de monitors 20 20 en activeert geschikte, zendeind- en ontvangeindschakelaars om. de betrouwbaarheid van de transmissiekanalen te onderhouden.
In wezen is de totale functie van deze inrichting het detecteren . van transmissiefouten onder gebruik van pariteitsbits in elk van de normale kanalen en ook het beveiligingskanaal en het daarna vervangen van 25 een normaal kanaal door het beveiligingskanaal wanneer het normale kanaal fouten vertoont. Op dit punt wordt erop gewezen, dat elke monitor twee functies vervult, waarvan de ene het bepalen van een foutfrequentieis door het aantal digitale bits in een bepaald blok te tellen en met de pariteitsbitinformatie te vergelijken., die bij dat informatieblok behoort.
30 Wanneer fouten worden gedetecteerd zal een monitor pas een uitgangssignaal leveren wanneer een vooraf toegewezen grenswaarde wordt overschreden. De tweede functie van . de monitor is het aangeven van een uit-syn-chronisatietoestand, hetgeen neerkomt op een falen bij vergrendeling op de digitale bitstroom. Een dergelijke indicatie, ofschoon ongebruikelijk, 35 wijst op een toestand, welke meer in het bijzonder leidt tot het ontstaan van enige tienduizenden bitfouten en derhalve levert een monitor- bij het detecteren van het verloren gaan van de synchronisatie, onmiddellijk een.
8201802..... “ ~ 8 — "bepaald uitgangssignaal..De.regelaar 3¼ verzorgt dan in responsie op dit bepaalde uitgangssignaal een direkte.kanaalsubstitutie.'
Een zeer belangrijk kenmerk van deze inrichting, is, dat de kanaal-signaalbitcentrering tussen een foutief normaal kanaal en het beveili-5 gingskanaal. wordt verkregen voordat de kanaalcmschakeling wordt ingeleid teneinde geen aanleiding te geven tot bitfouten, waardoor de betrouwbaarheid van.het stelsel wordt vergroot. Voordat het stelsel volgens fig. 1 in werking wordt gesteld, worden de bij elk normaal kanaal behorende statische eentreerinrichtingen 18 met de hand zodanig ingesteld, dat het 10. gebied van de vertraging van alle normale kanalen in het midden van het variabele gebied van de dynamische centreerinriehting 29 in het beveili-gingskanaal is gelegen.. De elektrische lengte van het beveiligingskanaal is initieel groter tengevolge van de extra vertraging, welke inherent is aan de inwendige schakeling van de kiezers 21 en 31.
15‘. Fig. 2 toont meer gedetailleerd de schakelinrichting aan het ont- • vangeind. Er wordt op dit punt op gewezen, dat elk kanaal bestaat uit twee digitale bitstremen op een A- en een B-rail. Derhalve wordt elk van de componenten in.fig. 2 gesplitst in een. A- en een B-sectie, zoals voor het dubbele-railkanaalsignaal nodig is. Het dubbele railsignaal voor elk . 20 van de normale kanalen wordt toegevoerd aan een statische centreerin- . . richting. 18, waarvan het uitgangssignaal aan een paar ingangsklemmen van de lijnschakelaar 19 wordt toegevoerd.. Het ingangssignaal van het be-. veiligingskanaal wordt toegevoerd aan de dynamische centreerinriehting 29» die de kiezer 31 voedt. Het uitgangssignaal van de kiezer 31 wordt toege— 23 voerd aan de gemeenschappelijke kiezer 32 en ook aan de schakelaar 19·
Fig. 2 toont de verschillende ingangs- en uitgangssignalen van de rege- • laar 3^* -
Voor een juist begrip van deze inrichting zullen de verschillende schakelaars worden beschreven in termen van voltooide signaalbanen tijdens 30 het normale bedrijf wanneer de monitors in het stelsel geen enkele fout-toestand aangeven. Voor elk normaal kanaal wordt het dubbele-deelkanaal-signaal op de lijnen 1*1 en l*2 aan de lijnen l*3 en 1*1* toegevoerd over sig— naalbanen, welke in de lijnschakelaar 19 worden voltooid. Tegelijkertijd wordt het dubbele-r ails ignaal voor >het...beveilgingskanaal. op de'lijnen 1*6 35 en 1*7 aan de ingang van de kiezer 31' direkt aan de lijnen 1*8 en 1*9 van de kiezer 32’ en vervolgens direkt aan de lijnen, welke de uitgangssignalen leveren, toegevoerd. Het is duidelijk, dat wanneer het beveiligingskanaal 8 2 0 1 8 0 2 ( —- *J geniet in de plaats treedt yan een normaal kanaal, i het beyeiligingskanaal wordt gebruikt yoor het overdragen van een.normaal kanaalsignaal, zodat een foutieve werking daarvan continu door de monitor 33 kan worden gecontroleerd. In het geval, dat het heveiligingskanaal fouten veroorzaakt, 5 wordt het kanaal niet meer beschikbaar gesteld voor substitutie van de normale kanalen.
Bij het begin van de beveiligingsmodus levert een monitor een uitgangssignaal, dat bij een fout in een kanaal of een falen van een kanaal behoort. Dit uitgangssignaal wordt toegevöerd aan de regelaar 3^, die 10. de zehdlijnschakelaar in het foutieve,normale kanaal en de zendkiezer 21 in het heveiligingskanaal activeert. Hierdoor verkrijgt het beveiligings-kanaal hetzelfde kanaalingangssignaal als het foutieve, normale kanaal.
Aan het ontvangeind levert de regelaar· 3^ een signaal aan de ontvang— kiesinrichting 31 ent een duplikaat kanaalingangssignaal aan. de ontvang-15. lijnschakelaar toe te voeren. In dit geval wordt aangenomen,, dat dit de schakelaar is, welke, in fig. 2 is aangeduid met 19-1. Zoals later zal blijken, omvat elke ontvanglijnschakelaar een centreerdetector, die aan -de regelaar 3¼ een uitgangssignaal levert, dat indicatief is voor het ver- -• schil in de elektrische weglengten tussen het duplikaat stel kanaalsig- -. 20 nalen. De regelaar 3^· levert een stuursignaal om de vertraging van de dynamische centreerinriehting 29 in te stellen. Derhalve veranderen deze componenten de elektrische weglengte van het heveiligingskanaal zodanig, dat de totale transmissievertraging daarvan overeenkomt met die van het gestoorde, normale kanaal.
25 Wanneer een signaalcentrering plaats vindt beïnvloedt de regelaar 3¾ de ontvangli jnschakelaar 19-1 zodanig, dat het signaal uit het bevei-ligingskaaaal op de lijnen 51 en 52 aan de uitgangslijnen if3 en kU wordt toegevoerd. Tegelijkertijd wordt het kanaalingangssignaal uit het ge-. stoorde, normale kanaal, op de lijnen 41 en kZ aan de uitgangslijnen 53 30 en 5^ van de gemeenschappelijke kiesinrichting 32 toegevoerd. Onder bestuur van de regelaar 3¾ opent de kiezer 32 de signaalbaan, die tijdens de normale bedrijfsmodus aanwezig was en vormt een signaalbaan,. waarover het signaal van het gestoorde normale kanaal aan de monitor 33 wordt toegevoerd. Dit is het moment waarvoor de monitor 33 bestemd is aange-35 zien deze in wezen kan worden gebruikt cm elk van de signaalkanalen te controleren. Derhalve wordt in de beveiligingsmodus niet slechts de. substitutie van het heveiligingskanaal voor het normale kanaal gecontroleerd, 8201802 ~ —. 8 —.
doch wordt ook de werking van het gestoorde normale kanaal, dat "buiten dienst wordt gesteld, gecontroleerd.
Wanneer het uitgangssignaal ran de monitor 33 aangeeft, dat de foutieve werking van het gestoorde normale kanaal is opgeheven, leidt 5 de regelaar 3^ een proces in, waarbij het gestoorde normale kanaal in de plaats treedt van het beveiligingskanaal om de normale bedrijfsmodus te herstellen. De dynamische centreerinriehting 29 dient weer voor het egaliseren van de~ elektrische weglengten, die door de kanaalsignalen worden afgelegd, zodat de schakelverking geen bitfouten zal veroorzaken. Wanneer 10 le signaalcentrering eenmaal plaats vindt levert de centreerdetector een signaal aan de regelaar 3¼. De ontvanglijnschakelaar 18 keert de signaal-baanconfiguratie daarvan om teneinde de normale bedrijfsmodus te verschaffen.
Fig. 3 toont de inwendige schakeling van de sectie A van de sta— T5. tische centreerinriehting 18. Sect ie B van de centreerinriehting 18 is eenvoudig als een rechthoek aangegeven, omdat de inwendige schakeling daarvan identiek is aan die in de sectie A. De lijnontvangers 71 respectievelijk 72. ontvangen het gebalanceerde informatie-ingangssignaal op de A-rail en het gebalanceerde klokingangssignaal.. Er wordt op gewezen, dat 20 tussen fysisch verschoven ketens balanssignalen worden gebruikt om bekende redenen, zoals ruisimmuniteit. Ontvanger 71 zet de gebalanceerde A-railinformatie- cm in informatiesignalen met enkel eind, welke geschikt zijn voor daarin aanwezige schakeling. Op een soortgelijke wijze levert de ontvanger 72 een. kloksignaaL met één eind, dat gebruikt wordt voor het 25 "strobing” van de verschillende componenten.
Initieel wordt de juiste relatie tussen het informatie- en het kloksignaal verkregen door de hertempeerinrichting 73» Het informatie-uitgangssignaal van de hartempeerinrichting 73 wordt toegèvoerd aan D-flip-flops 7^-0 t/m 7^-1^, die in serie zijn verbonden voor het vormen 30 van een schuifregistervertragingslijn. Het ingangssignaal en het uitgangssignaal van de flip-flop.7^-0 worden.respectievelijk toegevoerd aan de eerste, en tweede ingangen van de multiplexinrichting J6. De resterende ingangssignalen van de multiplexinriehting 76 worden geleverd door de uitgangssignalen van de flip-flop -7^—1 en tussengelegen flip-flops van 35 fig. 3.' De uitgangen van andere tussengelegen flip-flops leveren op een na alle ingangssignalen voor de multiplexinrichting 77· De flip-flop 7k-1k. levert het eindingangssignaal voor de multiplexinrichting 77· — 82 0 1 8 02-----------:-- - 9 -
De roteerbare1 schakelaar J8 "bestuurt liet kiezen yan een yan dé mogelijke uitgangssignalen yan de multiplexinrichtingen 76 en TT cm aan de hertempeerinrichting 79 te worden toegevoerd. Het inf ormat ie-uit gangs-signaal yan de hertempeerinrichting 79 wordt door de lijnaandrijfinrich-5 ting 81 weer in de complementaire of balansvorm terug gebracht. De lijn-aandrijfinrichting 82 veroorzaakt eenzelfde omzetting voor het klöksig-naal.
Tijdens het bedrijf levert de statische centreerinrichting 18 een vertraagde versie van het informatiesignaal overeenkomstig de instel-10. ling van de schakelaar 78. Met andere woorden wordt slechts- één signaal-baan over de multiplexinrichtingen 76 en 77 voltooid overeenkomstig de signaalstatus met drie bits op de lijnen 8b en de inschakellijnen 83.
Het gekozen signaal wordt toegevoerd aan de hertempeerinrichting 79. Op de ingangen van de multiplexinrichtingen 76 en 77 is tengevolge van de 15. werking van de flip-flops 7^—0 t/m. 7^-11 een aantal informatiesignalen beschikbaar, die achtereenvolgens met incrementen van een bit zijn vertraagd. Zoals reeds is beschreven, wordt de schakelaar 78 met de hand ingesteld voor het verschaffen van de juiste vertraging voor let bijbehorende, normale of dienstkanaalsignaal op de A-rail. Van het B-railsignaal 20 wordt het eigen, vertragingsinterval tot stand gebracht.door sectie B van 1 de centreerinrichting 18.
Pig. b toont de inwendige schakeling van de dynamische centreerinrichting 29, welke identieke A— en B-secties omvat., waarvan slechts A . gedetailleerd, is weergegeven. Overeenkomstig de statische centreerinrich-25 ting 18 worden bij de dynamische centreerinrichting 29 lijnontvangers 91 en 92 voor het verschaffen, van informatie- en kloksignalen met één eind en voorts lijnaandrijfinrichtingen 93 en 9b voor het levéren van gebalanceerde uitgangssignalen .voor de informatie- en kloksignalen gebruikt. Het uitgangssignaal van de ontvanger 91 wordt toegevoerd aan de in serie ver-30 bonden hertempeerinrichtingen 96 - 99» terwijl de ontvanger 92 een klok-si-gnaal .levert voor in serie verbonden variabele vertragingsinriehtingen 101 - 103. De hertempeerinrichting 96 zorgt ervoor, dat de juiste tijd— relatie .aanwezig is tussen het informatie- en het kloksignaal voor de rest vande schakeling in de centreerinrichting 29· De hertempeerinrich-35 tingen 97 - 99 dienen elk om het informatiesignaal overeenkomstig de respectieve, door de variabele vertragingsinriehtingen 101 - 103 verschafte vertraging-te vertragen. Door de vertragingsinriehtingen 10Ί - 103 wordt 820 1 802-----------" - ίο: - een mate Tan vertraging, minder' dan. een. bit interval, verschaft als een functie van het uitgangssignaal van grendelinrichtingen 106 en -107. Het ingangssignaal voor de grendelketens 10'6 en 10f wordt geleverd door een isolatieketen 108,' die met de regelaar 3¾ van fig. 1 is verbonden.
5 .De hertempeerinriehtingen 97--- 99 voorzien elk in een mate van vertraging overeenkomstig de bestuurde instelling van het respectieve vertraagde kloksignaal daarvan. De variabele vertragingsinrichtingen 101-103 zijn afgetakte vertragingslijnen, waarbij naast elkaar gelegen aftakkingen een klein increment in vertraging voor het kloksignaal verschaf-10' fen, dat overeenkomt met een klein gedeelte van. een bit interval in het informatiesignaal. Een bit interval kont ook overeen met het vertragings-interval, dat aanwezig is tussen naast elkaar gelegen of opeenvolgende kloksignalen. Het is duidelijk, dat dit gedeelte van de centreerinrichting: 29 zal worden betiteld als het fijne gedeelte, aangezien, dit vertragings— I5; instellingen levert in incrementen,. welke kleiner zijn dan de duur van een enkele bit in de informatiestroom.
Het informatiesignaal uit de hertempeerinrichting 99 wordt toege-• voerd aan een schuifregister 109· Het klok— of ',strobe"-signaal voor het ' schuifregister 109 wordt geleverd door- het uitgangssignaal van de varia— 20 bele vertragingsinrichting 103. Het ingangssignaal voor het register 109 en de verschillende uitgangssignalen worden tezamen aan de multiplexinrichting 111 toegevoerd. Het register 109 en de multiplexinrichting 111 vervullen dezelfde functie als is beschreven voor de flip-flops 7^- en de multiplexinrichting 76 in de centreerinrichting Ιδν,.Ιη dit geval echter 25 bestuurt de grendelinrichting 107 de keuze van het uitgangssignaal van de multiplexinrichting 111 uit een van de ingangen daarvan. De hertempeerinrichting 112 brengt de juiste relatie tussen het klok- en het informatiesignaal voor. het uitgangssignaal van de centreerinrichting 29 opnieuw tot stand. De samenwerking met het register 107 met de multiplexinrich-30 ting 11.1 voorziet in een vertraging van nul tot zeven bits en zal hierna de grove vertraging worden genoemd. Een ,,strobe,,-signaal op de lijn 113 wordt door de regelaar 3k van fig. 1 aan de grendelinrichtingen 10'6 en 107 toegevoerd.
Het is duidelijk, dat de centreerinrichting 29 bestemd is cm te 35 worden toegepast in het beveiligingskanaal van fig. 1.. Derhalve wordt de werking daarvan automatisch bestuurd door de regelaar 3^. De funetie van deze automatische werking is het voorzien in een signaalkanaalcentrering 8201 S02T " " 1 -11'. - ι tussen een normaal kanaal en een beveiligingskanaal en wel zodanig, dat een signaalkanaalsubstitutie kan plaats, vinden zonder dat.bitfouten worden geïntroduceerd in de digitale bitstrocm, die over bet radiostelsel volgens fig. 1 wordt overgedragen.
5 Fig. 5 toont een centreerdetector, welke geschikt is om te worden toegepast in de schakelaar 19’van fig. 1. De centreerdetector 119' ontvangt informatiesignalen uit het normale kanaal en het beveiligingskanaal bij de exclusieve OF-poort 12Ό. Kloksignalen, welke afkomstig zijn uit de respectieve kanalen, worden aan de exclusieve OF-poort 121 toege-10. voerd. Er wordt op gewezen, dat de aan de detector 119 toegevoerde ingangssignalen direkt worden verkregen uit een punt in de schakelaar 19 om ervoor -te zorgen, dat zij representatief zijn voor de kanaalsignalen in het schakelpunt. Een derde exclusieve OF-poort "\2k in de detector 119 bezit een gekoppeld paar zwevende ingangen, waarbij de uitgangen zijn 15’ verbonden met een resistief netwerk, voorzien van weerstanden 123 en 128 cm referentiespanningen voor de vergelijkingsinrichtingen 129 en 131 te verschaffen.
Wanneer de aan de poort 121 toegevoerde kloksignalen nauwkeurig-in faze- zijn, zal de niet-geïnverteerde uitgang van de poort een constante 20 lage toestand bezitten. Wanneer de ingangssignalen niet in faze zijn, levert de poort 121 in positieve richting verlopende pulsen met een breedte, welke evenredig is met de decentrering van de ingangssignalen. Het pulsuitgangssignaal van de poort 121 wordt gemiddeld door een integrator,, bestaande uit een weerstand 132 en een condensator 133. Het gemiddelde 25 uitgangssignaal wordt toegevoerd aan de resterende ingang van de verge-lijkingsinrichting 131, welke een uitgangssignaal voor de regelaar 3^ levert, gebaseerd op het door de poort 122 verschafte referentieniveau.
. Op een soortgelijke wijze wordt de toestand van de signaaleentre- ring met informatiesignalen verkregen door het uitgangssignaal van de 30 poort 12Ό, welk signaal wordt toegevoerd aan een gemiddelde detector, bestaande uit een weerstand 13^ en een condensator 136'. Dit gemiddelde signaal wordt vergeleken met het uit de poort Ί22 afkomstige referentieniveau. Er wordt op gewezen, dat het aan de vergelijkingsinrichting 131 aangelegde referentieniveau overeenkomt met de voorafbepaalde waarde van de— 35 centrering van de kloksignalen. Het aan de vergelijkingsinrichting 129 aangelegde referentieniveau komt op een soortgelijke wijze overeen met een .voorafbepaalde waarde van de signaaldecentrering. In de detector 119 is 8201802 - 12 - voorts een klem 1U0 aanwezig > welke vóórziet in een pulsuitgangssignaal uit de inverterende uitgangsklem van’de poort 121, dat gebruikt kan worden voor bet waarnemen van pulsbreedten als een indicatie voor de klok-decentrering.
5 De sectie B is eenvoudig veergegeven..als een rechtboek, aangezien de inwendige schakeling daarvan overeenkomt met die van de sectie A, De beide secties van de detector 119 leveren uitgangssignalen, welke indicatief zijn voor de relatieve centrering van de informatie- en kloksignalen voor elke rail van bet signaalkanaal, zodat de regelaar 3^ een procedure 10 voor kanaalsubstitutie overeenkomstig bet uitgangssignaal van de monitors volgens fig. 1 kan inleiden.
f Terwille van de duidelijkheid zal een bepaalde toepassing van bet inventieve principe worden, beschreven. De A-rail-en B-railkanaalsignalen voeren digitale informatie met de Bell System DS3 frequentie (^,736 MBPS), 15 waarbij de beide rails in tandem een tussenfrequentiedraaggolf van 70 MHz moduleren, zodat een rail in bet frequentiespectrum onder'de:-.draaggolf'.en de andere in het frequentiespectrum boven de draaggolf is gelegen. Het werkelijke signaal, waarmede deze inrichting werkt, is bet niet-gecodeerde unipolaire informatiesignaal, ofschoon bet overgedragen signaal een geco-20 deerde bipolaire drie-nul-substitutie (B3ZS) is. Bij volgens B3ZS gecodeerde informatie vereist een juiste bepaling van de niet-gecodeerde daarvan een geheugen met een eindige hoeveelheid vroegere informatie. Derhalve kan het zijn, dat geen foutloze beveiliging van deze laatste wordt verkregen door slechts een centrering van de twee B3ZS-signalen, hetgeen 25 wordt vermeden door direkt met de niet-gecodeerde unipolaire informatie-signalen te werken.
Bij het ontwerp van de werkelijke schakeling, werd elk van de statische centreer inrichtingen 18 zodanig ontworpen,, dat werd voorzien in » een vertraging van 335 HSEC, hetgeen ongeveer overeenkomt met 15 bitperio-30 den. Elke bitperiode heeft bij de DS3-frequentie een duur van 22,35 HSEC. Zoals reeds is vermeld, dienen de statische centreerinriehtingen 18 voor . het reduceren van de statische vertraging tussen kanalen tot een gebied, dat overeenkomt met het vermogen van de dynamische centreerinrichting 29 in het beveiligingskanaal. De dynamische centreerinrichting 29 heeft in 35 dit geval een totaalgebied van negen bits of ongeveer 223 HSEC vertraging.
Dit gebied wordt verder gesplitst in een fijn gedeelte met 21 - 63 HSEC • · vertraging in incrementen van 2 HSEC en een grof gedeelte van nul tot 8201802 “ V * - 13 - 156 BSEC vertraging in bitincrementen van 22,35 NSEC elk. De centreer-procedure komt in -wezen neer op een combinatie van twee handelingen, eerst een fijne klokcentrering nit kloksignalen, die uit elk kanaalsignaal worden af genomen en daarna informat iec entrering onder gebruik van grove 5 vertragingsverschuivingen van bitperioden.
Fig. 6 is een stroomdiagram van de kanaalsignaalcentreerprocedure, die door de regelaar 34 wordt gébruikt om een normaal kanaal door het beveiligingskanaal te vervangen. Er worden drie verschillende symbolen gebruikt: ovale symbolen geven het begin en eind van de routine aan; recht» 10 hoekige symbolen, die gewoonlijk operationele blokken worden genoemd, vereisen de werking van een bepaalde operationele stap; en ruitvormige symbolen, welke gewoonlijk worden betiteld als conditionele aftakpunten of beslissingsblokken,. vereisen, dat een test wordt uitgevoerd om de loop van de volgende handeling te bepalen. De procedure begint met het centreer- . 15 (JUjHUP) ovaal 6θ1 wanneer een ..van de monitors- 20 êentfouttoestand signaleert. Verder wordt erop gewezen, dat een door een bedienende persoon met de hand te beïnvloeden schakelaar kan worden gebruikt cm AHJP te starten.
Deze handeling met de hand. is van voordeel voor onderhoudsdoeleinden.
Op dit punt wordt de- zendeindoverbrugging voltooid, zodat zowel het ge— 20 stoorde,, normale kanaal als het beveiligingskanaal dezelfde digitale hitst room voeren.
In het conditionele aftakpunt 603 vindt een controle plaats ten aanzien van een uit-synchronisatietoestand en. wel met de monitor voor het gestoorde, normale kanaal. Indien geen synchronisatie aanwezig is, . 25 is het blok 6ok de. volgende stap. Aangezien, een niet-synchronisatietoe» stand een extreme .fouttoestand is, zijn in blok 6θ4 de instelschakelwer-kingen (SWOP/A&B) voor de A- en B-rails aangegeyen. Eenvoudig gezegd is dit een direkfce substitutie van het beveiligingskanaal voor het normale kanaal zonder het voordeel van een signaalkanaalcentrering. In het blok 30. 6θ6 wordt een ingestelde niet-eentreervlag .(E A FLG) gebruikt cm deze operationele status aan te geven voordat wordt voortgegaan naar het ovaal 60J. Deze twee eenvoudige handelingen van het blok 60h en 6θ6 omgaan op een doeltreffende wijze de centreerprocedure, wanneer een poging daartoe futiel zou zijn.
35 Indien de synchronisatie wordt onderhouden, zoals een meer normale toestand is, is de volgende gebeurtenis het aftakpunt 6o8. In het conditionele aftakpunt 6θ8 wordt de status van de schakelaar gecontroleerd cm 820 1 8 Ó 2 " - 11; - vast te stellen of de A-rail werkelijk wordt gebruikt voor het voeren van 1 informatie. Indien dit niet het geval, is» gaat de procedure voort naar blok 609- en geschiedt het beïnvloeden van de instelschakelaar voor de A-rail (SWOP/A) om een direkte vervanging van het A-railgedeelte door het 5- A-railgedeelte van het beveiligingskanaal te realiseren. Hierdoor wordt het. blok 611 omgaan,, dat een centreersubroutine voor de A-rail (CAUS/A) vereist, welke in verband met fig. 7 later zal worden beschreven. Hetzelfde type werking vindt nu plaats voor de B-rail onder gebruik van de door de blokken 612 en 613 aangegeven handelingen. Indien de B-rail niet 10 wordt gebruikt dient de procedure ook om het blok 613 te omgaan via het blok è'lk, dat de instelling van de schakelaarwerking voor de B-rail (SWOP/B) bestuurt.
-Pig. 7 toont een stroomdiagram van de centreerprocedure, welke voor elke rail van het kanaalsignaal wordt gebruikt. Bij het begin van de pro-15 cedure in blok 711 wordt aan de- c entreerklokvlak de waarde nul toegewezen en wordt aan het luspunt (EPT) een waarde vier toegewezen. Vervolgens wordt in het conditionele aftakpunt 712 een klokcentrering gecontroleerd. Indien een kloksignaalcentrering aanwezig is gaat de procedure voort naar het conditionele aftakpunt 713. Indien evenwel geen kloksignaalcen-20 trering aanwezig is, is de volgende werking de oproepcentreerklokeontrole (CACCK) 71^·» welke een andere, later te beschrijven subroutine is, om de centrering uit te voeren voordat wordt voortgegaan naar de aftakking 713.·
In het aftakpunt 713 is de oproepcentreerinformatiecontrole (CADCK) veereen andere subroutine voor het leveren van informatiecentrering na klok-25 signaalcentrering. Indien zowel klok- als infoxmatiecentrering wordt verkregen gaat de procedure_ voort naar het blok 715, waarin de fijne— positiewaarde van de dynamische centreerinrichting 29 volgens fig. i; wordt geregistreerd en is de volgende stap de terugkeer 716.
Indien in de conditionele aftakpunten 713 en 71^ noch de informatie-, 30 noch de klokcentrering is voltooid, is de volgende werking het incremente-ren van het fijne-positiegetal in blok 717. Blok 718 wordt gebruikt om de centreerklokvlag terug te stellen wanneer- geen informatiecentrering wordt- verkregen voordat het blok 717 wordt bereikt. Bij de volgende, ge-xncrementeerde waarde van het fijne-positiegetal is de volgende hande-35 ling het oproepen van de fijne uit-subroutine (CFTS) aangegeven in blok 719. Deze subroutine zal later onder verwijzing naar fig. 8 worden toegelicht.
82 0 1 802---------:--- \ - 15 -
Daarna volgt in de procedure het conditionele aftakpunt 721. In dit punt wordt het uiteindelijke positiegetal voor de waarde 17 gecontroleerd. Indien het fijne-positiegetal niet tot de waarde 17 is geincre-menteerd, gaat de stroom terug naar het conditionele aftakpunt 71^· In-5 dien de waarde 17 is, is. de volgende handeling de oproepcentreerklokcon-trole (CACCK) in het aftakpunt 722. Nu wordt de klokcentrering gecontroleerd en indien een centrering wordt vastgesteld, is de volgende hande- . ling de oproepcentreerinformatiecontrole (CADCK) in het conditionele af-takpunt 723. Indien de twee toestanden van klok- en infonnatiecentrering 10 worden geverifieerd, gaat de procedure voort naar het blok 715»
Indien dit niet het geval is wordt de stroom gericht naar het blok T2kt waarin het positiegetal wordt geincrementeerd. Het blok 726 stelt de centreerklokvlag terug op nul. Dit betekent, dat, aangezien geen infor-matiecentrering kon worden verkregen, de oorspronkelijke status van /.
e 15 klokcentrering onjuist was en de klokcentrering opnieuw dient te geschieden. Nadat het fijne-positiegetal is gedecrementeerd., is de volgende handeling het blok 727, waarin de subroutine volgens fig. 8 wordt gebruikt.
'De volgende stap in de procedure is het testen van het conditionele 20 aftakpunt 728, waarbij een initiële waarde van het fijne-positiegetal wordt gecontroleerd.. Indien de initiële waarde niet wordt verkregen, gaat de stroom terug naar het conditionele aftakpunt 722. Wanneer de initiële waarde wel wordt verkregen, gaat de stroom, naar het conditionele aftak— punt 729, waarin de status van het luspunt op nul wordt gecontroleerd.
25 Indien dit niet het geval is gaat de procedure terug naar het conditionele aftakpunt^ 71 ^ via het blok 731, waarin het luspunt getal wordt gedecrementeerd.
Wanneer het luspuntgetal in het conditionele aftakpunt 729 de waarde nul bereikt, betekent dit, dat de handelingen, welke plaats vinden. 30 in de procedure vanuit' het conditionele aftakpunt 71^ - 729 viermaal zijn uitgevoerd zonder dat een informatie- of klokcentrering is verkre-gen. De fouttoestand. van het normale kanaal is derhalve te lang aanwezig geweest en de procedure gaat naar het blok 732, dat de instelling of voltooiing van de A-railsignaalbaan voor de omschakeling: bestuurt. De 35 volgende stap is het blok 733. In het blok 733 dient het inleiden van een alarm (ITAM9-werking om de status van de centreerwerking op een controlepaneel ter plaatse van de uitrusting voor onderhoudsdoeleinden aan te 82 0 1 8 0 2 ~ - 16 - geven.
Pig. 8 is eenvoudig een direkte volgorde van handelingen om de nieuwe getalwaarde van FUSE aan de dynamische centreerinrichting 29 van fig. 4 toe te voeren. Eerst specificeert het blok 801 de registratie 5 van de nieuwe FINE-waarde uit de regelaar 34 volgens fig. 1. Daarna bestuurt in blok 802 de start-"strobe"-puls (SSP) het begin van de "strobe"-puls voor de geleider 113» waarvan de duur overeenkomt met een bedrag, overeenkomstig het blok 803. Nadat de nieuwe waarde van FUJE aan de gren— delinrichtingen 106 en 107 van de centreerinrichting 29 is toegevoerd, 10 specificeert het blok 8θ4 de eind-"strobe"-puls (ESP). Het blok 805 vóórziet in nog een vertraging voordat wordt' teruggegaan naar het' blok 721. Hierdoor kan de integratiewerking van de centreerinrichting 29 overeenkomstig de opnieuw ingestelde kanaalsignaalcentrering op een nieuwe waarde worden, gestabiliseerd.
15 Pig. 9 toont een stroomdigram van de centreerklokcontrole, welke· plaats vindt in de conditionele aftakpunten (CACCK) 714 en 722 in fig. 7. Bij het begin'van de procedure vereist het conditionele aftakpunt 901 een verificatie van de status van de c entreerdeteet or. Een logische een geeft, aan, dat een klokcentrering aanwezig is, terwijl een logische nul de te-20 genovergestelde toestand aangeeft. Dit wordt op een eenvoudige wijze verkregen door het door de detector volgens fig. 5 opgewekte uitgangssignaal logisch te inverteren. Wanneer de signaalcentrering niet aanwezig is, gaat de procedure voort naar het beslissingblok 902, dat de status van de centreer klok (AC) vlag controleert, welke in een van de blok-25 ken 718' of 726 van fig:. 7 kan zijn teruggesteld. Indien dit niet het geval is.volgt blok 903» waarin het fijne-positiegetal (FP?$ wordt opgeslagen voordat wordt voortgegaan naar het blok 904.. In het blok 904 treedt een bit op, aangeduid als overdracht-terugstelling en geen terugkeren.' Hierdoor wordt de procedure voortgezet naar het volgende blok 30 in fig. 7» dat of het blok 717 of het blok 724 kan zijn.
Indien de centreerklokslag in het conditionele aftakpunt 902 wordt, ingesteld, gaat de stroom naar het blok 907» waarin gebruik wordt gemaakt van.het fijne-positiegetal, dat eerder in het blok 903 is opgeslagen.
Het volgende blok 908 vereist de fijne uit-subroutine (CFTSj. Deze sub-35 routine is, zoals reeds is vermeld, weergegeven in fig. 8 en wordt gebruikt om dé fijne increment instelling van de dynamische centreerinrichting 29 in fig. 4 te wijzigen. Daarna gaat de procedure naar blok 909, ......8201802 : - IT-.
waarin de bit wordt ingesteld, aangeduid als overdracht sinstelling en wel terugketen, voordat wordt voortgegaan naar of 713 of 723 al naar gelang het geval.
De route in het stroomdiagram volgens fig. 9, beschreven in de on-5 middellijk voorafgaande alinea, dient om de werking van de detector volgens fig. 5 dubbel te controleren. Met andere woorden wordt, wanneer eenmaal een klokcentrering tot stand schijnt te zijn gebracht, doch geen daarop volgende verandering in de dynamische centreerinrichtingsinstel-ling nodig was, de eerdere instelling gebruikt. Er wordt evenwel op ge-10 wezen, dat deze karakteristiek verband houdt met de gebruikte onderdelen en de keuze van de waarde van het fijne increment.
In het conditionele aftakpunt 901 veroorzaakt een indicatie van de klokcentrering,- dat de procedure naar het conditionele aftakpunt 912 voortgaat. In het punt 912 wordt de status van de centreerklokvlaginstel— • 15 ling bepaald. Indien de centreerklokvlag niet is ingesteld, gaat de stroom naar het blok 913, dat een instelling van de centreerklok (AC)-vlag vereist voordat wordt voortgegaan naar het blok 903. Indien inthet conditione aftakpunt 912 de centreerklokvlag reeds is ingesteld gaat de procedure voort naar het blok 909· Een. voortgang vanuit dat punt in voor-20 waartse richting is reeds eerder beschreven.
De laatst beschreven baan geeft aan, dat de klokcentrering tot stand is gebracht, zelfs na een tweede verandering in de fijne increment-instelling van de dynamische centreerinrichting 29. Zoals reeds is toege-licht, is dit nodig in verband met een bepaalde mate van, speling in de · • 25 centreerdetectorketen volgens fig. 5 ten aanzien van. de keuze van de waarde van de fijne increment en, welke wordt gebruikt. Een toestand waarin de· klokcentrering voor de eerste maal wordt verkregen, wordt voorgestel! door een voortgang vanuit het aftakpunt 912 naar het blok 903 via het blok 913'» 30 Fig. 10 toont een stroomdiagram..van de procedure voor het verkrij gen van een informatiecentrering. De procedure volgens fig. 10 wordt initieel gebruikt in of het conditionele aftakpunt 713 of het- punt 723 van fig. 7· Later wordt deze procedure ook gebruikt in, fig. 15· In fig.
7 vindt, de informatiecentrering plaats nadat de klokcentrering is- ver-35 kregen. Bij het begin wordt de status van de informatiecentrering door de centreerdetector 91 van fig. 5 bepaald. Indien de informatie gecentreerd is voor het normale en beveiligingskanaal, wordt de centreerinformatie 82 0T8Ö2 - 18 - (AID) "bit in het conditionele aftakpunt 1001 ingesteld op een logische waarde één. Vervolgens vereist het "blok 1002, dat of de omschakeling A of omschakeling B wordt ingesteld, al naar gelang het geval. Derhalve 'begint een handeling voor het substitueren van de juiste signaalrails van 5 het beveiligingskanaal voor het normale kanaal. Tenslotte wordt in het blok 1003 een enkele bit ingesteld, aangeduid als overdracht en terugkeer, voor het exciteren bij de ja-uitgang, waarbij de algemene procedure in dit geval voortgaat naar het Hok 715 van fig. 7· Ook de conditionele af-takpunten 1006 en 1007 voeren naar het blok 1002.
10 Terug in het conditionele aftakpunt 1001 leidt een logische waarde nul voor de ALD-bit tot een voortgang naar het blok 1008, waarin de initiële waarde van het bitpositienummer (BP££) wordt verkregen. Er wordt op gewezen, dat men bij de constructie van de dynamische- centreer inrichting 29 volgens fig. H een gebied van zeven bits tengevolge van het 15 schuif register- 109 verkrijgt. De multiplexinrichting- 111 kiest dan een van de uitgangssignalen van. het register 109 overeenkomstig het ingangssignaal van de grendelinrichting 10T in fig. k. In dit geval wordt een initiële waarde 3» overeenkomende met een vertraging van drie bits, in het blok. 1008 .ingesteld voordat wordt voortgegaan naar het conditionele • 20 aftakpunt 1009» dat controleert cm na te kijken», dat het bitpositiege- tal gene -maximale waarde heeft, bereikt. Indien het bitpositiegetal niet maximaal is, gaat de stroom naar het blok 1011, waarin het bitpositiegetal wordt geïncrementeerd voordat wordt voortgegaan naar het blok. 1012.
In het blok 1012 is een bit-uit subroutine vereist (CBTS), aange-25 geven in fig. 11. Derhalve verandert deze de waarde van de door de dynamische centreerinrichting 29 volgens fig. 1* verschafte bitvertraging voordat het uitgangssignaal van de centreerdetector 91 iu het conditionele aftakpunt .1006-wordt gecontroleerd. Wanneer het increment in het blok 1011 niet tot een informatiebitcentrering leidt, gaat de stroom vanuit het 30. conditionele aftakpunt 10ö6 voort naar het conditionele aftakpunt 1013, waarin de status van de klokcentrering opnieuw wordt gecontroleerd. Indien geen. kloksignaalcentrering wordt aangegeven, gaat de stroom voort naar het blok 10Ί h, waarin een bit, aangeduid als overdrachtterugst elling en geen terugkeer., wordt ingesteld voordat de neen-uitgang wordt ge-35 ëxeiteerd. Dientengevolge kamt de stroom bij de algemene procedure volgens fig. 7 terug bij het juiste blok van de blokken 718 of 726 van fig.
7.
........ Ö 2 0 1 8 0 2 “ ' - 19 -
Wanneer een kloksignaalc entrering wordt aangegeven, gaat de stroom naar het conditionele aftakpunt 1016, waarin het geldende bitpositiege-tal wordt gecontroleerd cm na te kijken of dit gelijk is aan de bewaarde waarde. Ihdien dit het geval is, gaat de stroom naar het blok 101¾. In-5 dien dit niet het geval is, gaat de stroom naar het conditionele aftak-punt 1017» waarin het bitpositienummer opnieuw wordt gecontroleerd op een maximale waarde. Indien niet, gaat de stroom terug naar het blok 1011 cm het bitpositiegetal opnieuw te incrementeren. Wanneer het bit-positiegetal de maximale waarde bereikt, gaat de stroom naar het blok 10 1018 om het getal te decrementeren voordat wordt voortgegaan naar' het blok 1019» dat de dynamische centreer inricht ing 29 opnieuw instelt, voordat het uitgangssignaal van de detector 91 wordt gecontroleerd, zoals in het conditionele aftakpunt 100T is vereist. Wanneer geen informatie-centrering wordt verkregen, tengevolge van. de decrement er ing van het 15 bitpositiegetal overeenkomstig hét blok 1018 volgt het conditionele aftakpunt 1021. Indien daarentegen vel een informatiecentrering wordt verkregen bij het controleren van de waarde van de ALD-bit, gaat de stroom· naar het blok 1002.
In het conditionele aftakpunt 1021 wordt bij afwezigheid van de 20 klokcentrering de stroom naar het blok 101¾ gericht. Indien de klokcen- trering nog steeds wordt aangegeven, kan de stroom teruggaan naar het blok T C1 ~ 10.18 -via het. conditionele aftakpunt 1022. Wanneer het bitpositiegetal de waarde nul heeft bereikt, voert het conditionele aftakpunt 1020 de stroom terug naar het blok 1011 voor increment er ing.
25 Fig. 11 toont een reekswelke wordt gebruikt voor het terugstel len van. de. waarde van de informatiebitvertraging, die in de dynamische centreer inricht ing 29 overeenkomstig de procedure volgens fig. 10 wordt gebruikt... Er wordt op gewezen, dat deze overeenkomt met die volgens fig. 8 voor de fijne uit-subroutine. Beide dienen slechts voor het leve-30 ren van een "strobe"=puls met constante duur. Derhalve worden verwijzingen in fig. 11, waarvan de laatste twee cijfers overeenkomen met.die volgens fig.. 8, .gebruikt om equivalente blokken aan.te duiden.
Fig. 12" toont de algemene procedure voor het uitschakelen van het beveiligingskanaal. Het bedrijfspunt voor het stelsel volgens fig. 1 35 is op dit moment, dat het beveiligingskanaal in de plaats is getreden van een van de normale kanalen en de monitor 33 aangeeft,- dat de transmissie-kwaliteit van het normale kanaal is hersteld. Derhalve wordt de omgekeerde -------82 0 1 8 0 2---------—--- - 20 - - I procedure in werking- gesteld, zodat het heveiligingskanaal tuiten dienst kan worden gesteld door het normale kanaal weer in dienst te stellen. Hierdoor wordt het heveiligingskanaal vrij gegeven, en is dit direkt beschikbaar als een paraatkanaal voor substitutie wanneer dit nodig mocht 5 zijn bij een fouttoestand in een van de normale kanalen.
De procedure begint met de centreer-neer (ALHDW) ovaal 1201. Daarop volgt het conditionele aftakpunt 1203, waarin de synchronisatietoe-stand van het heveiligingskanaal wordt gecontroleerd. Indien het bevei-ligingskanaal uit synchronisme is (PC OQF) is geen precisiecentrering ge-10 rechtvaardigd en deze wordt op een doeltreffende wijze voorbijgegaan via de blokken 120k en 1206. In het blok 120k wordt de omschakeling (SWCP) voor de A-rail en B # -rail teruggesteld. Dientengevolge wordt een onmiddellijke vervanging van het heveiligingskanaal door het normale ka-- naai ingeleid. In het blok 1206 wordt de niet-centreer-(HA)-vlag terug— 15‘ gesteld voordat wordt voortgegaan naar een initiële toestand,, als voorgesteld door de ovaal 20f.
Indien daarentegen het heveiligingskanaal wel in synchronisme is, volgt het conditionele aftakpunt 1208 na het aftakpunt 1203. In het af-tekpunt 1208 wordt het gebruik van de A-rail gecontroleerd en indien de 20 A-rail. niet wordt gebruiktvolgt het blok 1209, waarin de omschakeling voor de A-rail wordt, teruggesteld. Indien in het conditionele aftakpunt 1208 de A -rail wordt gebruikt , volgt het blok 1211'. Het blok 1211 vereist een centrering-neer-subroutine voor de A-rail (CADS/A). Deze sub-• routine zal later onder verwijzing- naar fig. 13 en 14· worden toegelicht.
25 In de procedure volgt dan een equivalente werking van het conditionele aftakpunt' 1212 en de blokken 1213 en 121k als voor het conditionele aftakpunt 1208 en de blokken 1209, 1211 behoudens wat betreft de B-rail.
" Fig. 15, welke de wijze.van combinatie van fig. 13 en 1^ aangeeft om de eentreer-neer-subroutine te voltooien, wordt gebruikt voor of de 30 A-rail of de B-rail in. de blokken 1211 en 1213 van fig. 12. De procedure begint met het blok 1301, waarin de luspunter.waar de initieel op nul wordt; ingesteld en de centreerklokvlag eveneens op nul wordt ingesteld. voordat wordt voortgegaan naar het conditionele aftakpunt 1302. In het conditionele aftakpunt 1302 worden de klokcentreer- en informatiecentreeruit-35 gangssignalen van de centreerdetector 119 beide gecontroleerd cm een centrering vast te stellen.. Wanneer beide gecentreerd zijn, wordt de procedure voor een langzame verschuiving van de vertraging van het kanaal, dat ....... 82 0 1 8,02-- - 21 - in bedrijf is, omgaan doordat wordt voortgegaan naar het blok 1Uoi van fig. 1¼ teneinde een onmiddellijke kanaalsubstitntie te verschaffen»
De trage verschuivingen in vertraging, verkregen door de enkelvoudige stappen van het fijne positiegetal worden gebruikt cm een verlorengaan 5 van de synchronisatie van het stelsel volgens fig. 1 tijdens het bedrijf te beletten. Daarna vereist het blok 1U02, dat het fijne positiegetal (FPS^f ) en bitpositiegetal (BPS 411) beide worden geinitialiseerd aangezien de substitutie van het normale kanaal voor het beveiligingskanaal reeds bij de operationele stap van blok 1^01 heeft plaats gevonden. De 10 blokken 1^02 - 1h05 dienen voor het tot stand brengen van een "strobe"-puls, waarvan de duur overeenkomt met de door het blok 1hoh vereiste waarde van. de vertraging. De dynamische centreerinriehting 29 wordt derhalve overeenkomstig de initiële waarden van het fijne positiegetal en het. bitpositiegetal, aangegeven in blok 1^02, ingesteld. De daaropvolgen-15 de ovaal 1^06 geeft aan, dat het beveiligingskanaal nu een paraatkanaal is, waarvan de voortplantingsvertraging is ingesteld op initiële waarden, welke weer beschikbaar zijn voor substitutie van het volgende normale kanaal wanneer daaraan behoefte bestaat.
In het conditionele aftakpunt 73C2 voert een indicatie van noch 20 een klokcentrering, noch een informatiecentrering,. verschaft door de een-treerdetector 91, haarcheticónditionële}.aft.dkpüüt .1303. "let aftakpunt 1303 vereist een centreerklokcontrole, welke is aangegeven in fig. 9· Indien een klokcentrering wordt aangegeven, wordt overgegaan naar het con- e ditionele aftakpunt 130½. Indien een informatiecentrering wordt verkre-25 . gen, gaat de procedure naar blok 1h01. Indien dit niet het geval is, . volgt het blok 1306.'Het blok 1306 vereist, dat de centreerklokvlag wordt .teruggesteld voordat wordt overgegaan naar het blok 1307. Het blok 1307 geeft aan, dat het fijne positiegetal met ëên positie moet worden gede- ' crementeerd en vervolgens wordt in het blok 1308 het gereduceerde fijne 30 positiegetal gebruikt om de dynamische centreerinriehting 29 overeenkomstig de in fig. 8 aangegeven procedure, in te stellen.
Het conditionele aftakpunt 1399 vereist, dat de status van het fijne positiegetal voor een waarde nul. wordt gecontroleerd. Indien deze waarde niet is bereikt, -gaat de procedure terug naar· het conditionele • 35 aftakpunt 1303, zodat het fijne positiegetal opnieuw, indién nodig, met éên stap verder kan worden gedecrementeerd. Derhalve zal deze terugkop-• -· pellus worden gebruikt totdat of een klok- of een informatiecentrering - 82 0 1 8 0 2 -............ · - 22 - wordt verkregen of het fijne positiegetal tot de -waarde nul is gereduceerd. Wanneer dit laatste het geval is* wordt overgegaan naar het conditionele aftakpunt 1311, waarbij weer de eentreerklokprocedure volgens fig. 9 plaats vindt.
5- Bij het conditionele aftakpunt 1311 behoren de conditionele aftak- punten 1312, 1313 en de blokken 131¾ - 1316, hetgeen neerkomt op hetzelfde type procedure, als behorende bij het conditionele aftakpunt 1303, behalve dat ηΰ; het fijne positiegetal door incrementering wordt vergroot.
Indien een klok- en informatiecentrering wordt verkregen gaat de proce-10 dure weer voort naar het blok 1^01. Indien geen van beide wordt verkregen voordat heb fijne positiegetal een maximale waarde bereikt, volgt het conditionele aftakpunt 1^11.
Op dit punt werken met het aftakpunt 1V1 de conditionele aftakpunt en 114-12, 1V13 en de blokken 1141¾ - Ιΐ4·1β samen, welke voorzien in het-15 zelfde- type procedure, waarbij het fijne positiegetal weer wordt gede— crementeerd totdat de initiële waarde is bereikt. Op dit punt volgt het aftakpunt iVlT om een luspuntwaarde van tien te controleren. Totdat deze waarde optreedt, gaat de procedure terug naar het conditionele aftakpunt 1303 via het blok lVl8, dat het luspunt eenmaal voor elke terugkop-20 peling incrementeert. Indien de bij de conditionele aftakpunten 1303, 1311' en 1 Vil' behorende decrementeer- en. incrementeerhandelingen niet voorzien in zowel een klok- als informatiecentrering voordat de luspunt— waarde van-tien. is verkregen, gaat de procedure naar het blok 11419» waarin de alarmstatus op peil wordt gebracht voordat wordt overgegaan naar 25 het blok 11401, waarin het. normale kanaal wordt gesubstitueerd voor het beveiligihgskanaal zonder het voordeel van centrering. Er wordt op gewezen, dat echter in de meeste gevallen de klok- en informatiecentrering wordt verkregen voordat een punt wordt bereikt, waarin het beveiligings-kanaal eenvoudig naar het normale kanaal wordt cmgeschakeld zonder het . . 30“ voordeel van een kanaalsignaaleentrering. Normaliter maakt het optreden van een klok- en informatiecentrering een foutvrije substitutie van het normale kanaal voor het beveiligingskanaal in de centreerprocedure mogelijk.
Er wordt op gewezen, dat de procedure volgens fig. 15 wordt ge-35 bruikt cm de signaaltempering van een kanaal, wanneer dit werkelijk in bedrijf is, in te stellen. Derhalve zijn de individuele instelstappen van. de dynamische centreerinrichting 29 klein gekozen (bijvoorbeeld 2NSEC).
" 82 0 1 8 0 2 “ ‘ - 23 -
Hierdoor verkrijgt men een toelaatbare overgang of "jitter” tussen de stappen voor de uitrusting van bet stelsel, dat de rastersynchronisatie onderhoudt. De regelaar volgens fig. 16 is verder zodanig uitgevoerd, dat een toelaatbare afstand tussen opeenvolgende instelstappen van de 5 dynamische centreerinrichting 29 aanwezig is om in het transmissiestelsel een rasterintegriteit te behouden.
Fig. 16 toont een uitvoering van de regelaar 3^, waarbij de verschillende in de fig. 6 - 1k weergegeven procedures -worden gevolgd. De kern van de centrale processor eenheid (CHJ) 1βθ1 is de microprocessor 10 1602welke kan bestaan uit een van de vele microprocessors, die in de handel verkrijgbaar zijn. Bij een bepaalde uitvoeringsvorm wordt gebruik gemaakt van een Intel 8085 en compatibele, bijbehorende elementen. De Intel 8085 en de werking daarvan zijn beschreven in "MCS 85 User's Manual", uitgegeven door Intel, maart 1077. De programmering* van de een— 15 heid 8085 is beschreven in Latei 8080/85 "Assembly- Language Programming i
Manual"", 1977* De bijbehorende klok 1603 werd in dit geval zodanig gekozen, dat deze een frequentie van k MHz had. Het informatiegeheugen 160^ slaat informatie uit inwendige handelingen op, welke via de lijn 1606 uit de microprocessors 1602 beschikbaar· wordt gesteld. De lijn 20 1606 is verbonden met de buffer 1ÓQ7 en strekt zich verder uit tot de bus 1608 om de resterende componenten bij het vormen van de regelaar 3^ te . ondersteunen. Het geheugen 1601 levert het opgeslagen programma voor- de microprocessor 1βθ2. De ingangs/uitgangseenheid (i/0) 1611 levert stuursignalen voor de zendschakelaar 21 van fig. 1 en ontvangt schakel-25 verificatiesignalen. De ingangs/uitgangseenheid (I/O) 1612 vervult dezelfde'functie voor de ontvangstschakelaar 31. Op een soortgelijke wijze dient I/O 1613 voor het besturen-van de werking van de gemeenschappelijke schakelaar 32.. Informatie ten aanzien van de kanaalcentrering, welke moet worden verwerkt, bij het verschaffen van een foutvrije kanaal-30 substitutie onder bestuur van de CPU 1601 wordt verkregen uit de kop-pelinrichting 1βΐ% welke eveneens dient om de vertraging in de dynamische centreerinrichting 29 te veranderen. Verder bestuurt op de lijn 1608 de I/O 1616 de ingangskeuze, die in elk van de ontvanglijnschake-laars 19 wordt gebruikt. De foutketen 1617 voorziet in de foutverwerking: 35 van elk van de monitors 20 en de monitor 33, gebruikt als de schakel-verzoekinformatie voor het inleiden van de kanaalsubstitutie.
_ 8201802

Claims (13)

1. Digitaal radiostelsel voorzien van een lijnbeveiligingsschakel-inrichting gekenmerkt door verschuivingsorganen (fig. 10 om de relatieve tempering tussen digitale signalen van een defekt, normaal kanaal en van een extra .kanaal in te stellen, wanneer aan beide kanalen hetzelf- · 5 de digitale signaal voor omschakeling van het normale kanaal naar het extra kanaal wordt toegevoerd, detectie-organen (fig. 5) voor het ontvangen van zowel digitale signalen als afgeleide kloksignalen via de verschuivingsorganen voor het aangeven van een kanaalsignaalcentrering en kloksignaalcentrering, schakelorganen (19) voor het ontvangen van di— 10 gitale signalen uit zowel het extra kanaal als het defekte kanaal via de verschuivingsorganen voor het verschaffen van een signaalbaan vanuit elk naar de uitgang daarvan, en besturingsorganen. (3*0 om de verschuivingsorganen in responsie op de indicaties van de detectie-organen in te stellen., waarbij de besturingsorganen eerst de kloksignalen centreren 15 door- de verschuivingsorganen in fijne incrementen in te stellen cm de tempering van een van de digitale signalen en het bijbehorende afgeleide kloksignaal te variëren en daarna de bits van de digitale signalen te centreren door de verschuivingsorganen in bit incrementen voor een van de digitale signalen in te stellen,, waarbij de besturingsorganen de scha-20 kelorganen besturen cm de signaalbaan naar de uitgang daarvan van het normale kanaal naar het extra kanaal te veranderen nadat de besturingsorganen een kanaalsignaalcentrering verkrijgen teneinde daardoor te voorzien in een foutvrije kanaalsubstitutie.
2. Stelsel volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de verschuivings— 25 organen zijn voorzien van vertragingsorganen (29) cm de tempering te variëren door de effectieve voortplantingsvertraging van een van de beide digitale kanalen te veranderen. 3* Stelsel volgens conclusie 2 met het kenmerk, -dat de vertragingsorganen zijn voorzien van een aantal in serie verbonden hertempeerorga-30 nen (97 - 99) en in serie verbonden instelbare vertragingslijnen (101 -103), waarbij de instelbare vertragingslijnen een kloksignaal ontvangen en door de besturingsorganen worden bestuurd om de tempering van het kloksignaal te variëren, waarbij het aantal hertempeerorganen het digitale kanaalsignaal ontvangt en elk tempeer or gaan bestemd is cm een di- 35 gitaaluitgangssignaal te leveren, waarvan de tempering wordt bepaald • 82 0 1 8 02 ----— - 25 - door een getempeerd, gevarieerd kloksignaal uit een van de instelbare vertragingslijnen voor het verschaffen van een verschoven digitaal ka-naaluitgangssignaal, waarvan de tempering in fijne incrementen verschuift.
5 U. Stelsel volgens conclusie 3 met het kenmerk,, dat schuifregister-organen (109) "bestemd zijn voor het ontvangen van het digitale kanasl-signaal uit de èindhertenrpeerorganen (99) en een naar de tijd gevarieerd kloksignaal uit de eindhertempeerorganen (103), welke verschuivingsre-gisterorganen "bestemd zijn om een aantal opeenvolgende digitale uit-10 gangssignalen met opeenvolgend verschoven "bitposities te leveren, kies- organen (111), welke "bestemd zijn voor het ontvangen van het kanaalingangs-signaal en de opeenvolgende digitale uitgangssignalen uit de schuifre-gisterorganea, waarbij de besturingsorganen bestemd zijn om aan de kies-organen een ingangssignaal toe te voeren teneinde de keuze van éên uit— 15 gangssignaal te- besturen voor het verschaffen van volie-bit inerementale-tempeerverschuivingen door de verschuivingsorganen.
5· Stelsel volgens conclusie U met het kenmerk, dat de verschuivingsorganen (29) zijn voorzien van een uitgang (93) voor het digitale ka— naalsignaal 'en een andere uitgang (9^) voor het naar de tijd verschoven 20 kloksignaal.
6. Stelsel volgens conclusie 5 met het kenmerk, dat de detectie-organen. (119) zijn voorzien van eerste en tweede poort organen (120, 12T), elk met twee ingangen, waarbij de eerste poortorganen bestemd zijn om de beide digitale signalen te ontvangen en de tweede poortorganen bestemd 25 zij» voor het ontvangen van kloksignalen, die uit de beide digitale signalen afkomstig· zijn.
7. Stelsel volgens conclusie 6 met het kenmerk, dat de detectie- * \ organen (119) zijn voorzien van eerste en tweede middelingsorganen (13^·, 13'6; 132, 133), welke dienen om de uitgangssignalen van de eerste en 30 tweede poortorganen te ontvangen.
8. Stelsel volgens conclusie 7 met het kenmerk, dat de verschuivingsorganen (29) in serie met het extra kanaal zijn verbonden cm de tempering van het digitale signaal uit het extra kanaal te variëren.
9. Stelsel volgens conclusie 8 met het kenmerk, dat de detectie-orga-35 nen (119) zijn voorzien van eerste en tweede vergelijkingsinrichtingen (129, 131), elk met zijn eigen voorafbepaald referentieniveau voor een respeetieve vergelijking met het gemiddelde niveau, dat door de eerste en 82-04 802 -----------:-- - 26 - tweede middelingsorganen worden onderhonden, waarbij de eerste vergelij-kingsinrichting een logisch signaal levert, dat indicatief is voor een bitcentrering, en de tweede vergelijkingsinrichting een logisch signaal levert,-dat indicatief is voor een klokeentrering.
10. Stelsel volgens conclusie 9 gekenmerkt door statische vertragings- organen (18), die in serie in elk normaal digitaal- kanaal zijn opgenomen voor het verschaffen van een voorgeschreven mate van vertraging voor elk kanaal teneinde ervoor te zorgen, dat de totale vertraging daarvan binnen het instelbare gebied van de verschuivingsorganen in het extra kanaal is 10 gelegen voor het verschaffen van een klok- en bitcentrering.
11. Transmissiestelsel, waarbij een van een aantal normale digitale kanalen kan worden overbrugd door een digitaal beveiligingskanaal, waarbij de beide kanalen hetzelfde digitale signaal uit'een eerste punt van het stelsel voeren gekenmerkt door verschuivingsorganen (29) om de relatieve . 15 vertraging van de. digitale- signalen., tussen het beveiligingskanaal en het defekbe kanaal in te stellen, welke verschuivingsorganen in fijne stappen kunnen worden ingesteld, welke fractioneel zijn gerelateerd aan een bit-periode, en in grove stappen kunnen worden ingesteld, gelijk aan een bit— periode, detectie-organen (119) voor het aangeven van een centrering van 20 de ingestelde relatieve vertraging van de beide digitale kanaalsignalen voor het leveren van een infonnatiecentreeruitgangs signaal, waarbij de detect ie-organen kloksignalen ontvangen, één uit elk van de beide kanalen, teneinde een bitcentreeruitgangssignaal te verschaffen, besturingsorga-nen (fig. 16) voor- het verschaffen van een bit-informatiecentrering, 25 voordat een schakelbesturingssignaal wordt geleverd, waarbij de besturings-organen zijn voorzien van eerste organen om de verschuivingsorganen in fijne stappen in een eerste richting vanuit een initiële waarde naar een eerste extreme waarde en daarna in tegengestelde richting vanuit de eer- . - ste extreme waarde naar de tegenover gelegen extreme waarde in te stellen, 30 welke, eerste organen :in responsie op het bitcentreeruitgangssignaal van de detectie-organen de instelling van de verschuivingsorganen beëindigen wanneer een bitcentrering wordt aangegeven, en tweede organen voor het verschaffen van een informatiecentrering door de verschuivingsorganen zodanig in te stellen, dat grove stappen in êën richting tot een extreme 35 waarde en grove stappen in de omgekeerde richting naar de tegenover gelegen extreme waarde worden uitgevoerd, welke tweede organen in responsie op het informatiecentreeruitgangssignaal van de detectie-organen de in- 8201002 ~ ... ~ * - 27 - stelling beëindigen -wanneer een informatiecentrering is aangegeven, en schakelorganen (19) in een tweede punt van het stelsel, dat op een afstand van het eerste punt is gelegen, om het digitale signaal van het beveiligingskanaal te substitueren voor het ene kanaal in responsie op 5 het schakelhesturingssignaal, nadat zowel een bitcentrering als een informatiecentrering is verkregen.
12. Transmissiestelsel volgens conclusie 11 met het kenmerk, dat de hesturingsorganen zijn voorzien van rondvoerorganen om de eerste en tweede organen opnieuw in werking te stellen wanneer de detectie-organen geen 10 centrering aangeven na het gebruik van de eerste en tweede logische organen.
13. Transmissiestelsel volgens conclusie 12 met het kenmerk, dat de hesturingsorganen zijn voorzien van organen voor het verschaffen van een voorafbepaalde waarde voordat de eerste organen initieel worden ge- 15* bruikt» wijzigingsorganen cm de voorafbepaalde waarde elke keer, dat de rondvoerorganen worden gebruikt, te veranderen,, en alternatieve organen om de schakelorganen in werking te stellen wanneer de verandering van de voorgeschreven waarde door de wij zigingsorganen een voorafbeschreven grenswaarde bereikt. 20 1^. Transmissiestelsel volgens conclusie 13 met het kenmerk, dat de hesturingsorganen zijn voorzien van derde organen cm de detectie-organen voor indicaties van een bitcentrering en informatiecentrering te controleren, welke derde organen der. bitcentrering controleren nadat de tweede organen de verschuivingsorganen over steeds een grove stap in een 25 eerste riehting hebben ingesteld, wanneer de detectie-organen éên informatiecentrering aangeven, en de derde organen de eerste logische organen signaleren wanneer geen bitcentrering is aangegeven, zodat de verschuivingsorganen opnieuw zullen worden ingesteld voor het verschaffen van een bit centrering. 30 15t. Transmissiestelsel· volgens conclusie 1¾ met het kenmerk, dat de hesturingsorganen zijn voorzien van vierde organen cm de detectie-organen voor indicaties van de bitcentrering en informatiecentrering te controleren, welke vierde organen.de bitcentrering controleren nadat de tweede organen de verschuivingsorganen steeds een grove· stap in de tweede 35 richting instellen wanneer de detectie-organen geen informatiecentrering aangeven, en de vierde organen de eerste organen signaleren wanneer geen bitcentrering wordt aangegeven, zodat de verschuivingsorganen opnieuw 8 2UT 80? «. » < - 28 - * 1 zullen -worden ingesteld voor het verschaffen van een hitcentrering.
16. Transmissiestelsel volgens conclusie 15” met het kenmerk, dat de hesturingsorganen zijn voorzien van vijfde organen cm de verschuivings-organen over een fijne stap tegengesteld aan de instelrichting te ver-5 tragen, nadat de detectie-organen eenmaal een hitcentrering hehhen aangegeven, waarbij deze vijfde organen de eerste fijne stappen gebruiken als een instelling voor de verschuivingsorganen, welke leidt tot een betrouwbare hitcentreringsindicatie uit de detectie-organen. 8201802
NL8201802A 1981-04-30 1982-04-29 Digitaal datatransmissiestelsel. NL191003C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US25900681 1981-04-30
US06/259,006 US4395772A (en) 1981-04-30 1981-04-30 Line protection switch controller

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8201802A true NL8201802A (nl) 1982-11-16
NL191003B NL191003B (nl) 1994-07-01
NL191003C NL191003C (nl) 1994-12-01

Family

ID=22983098

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8201802A NL191003C (nl) 1981-04-30 1982-04-29 Digitaal datatransmissiestelsel.

Country Status (8)

Country Link
US (1) US4395772A (nl)
JP (1) JPS57185745A (nl)
CA (1) CA1173926A (nl)
DE (1) DE3215783C2 (nl)
FR (1) FR2505109B1 (nl)
IT (1) IT1159061B (nl)
NL (1) NL191003C (nl)
SE (1) SE454639B (nl)

Families Citing this family (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4514844A (en) * 1983-06-22 1985-04-30 Gte Automatic Electric Inc. Duplex digital span transmission circuit arrangement
DE3509511A1 (de) * 1985-03-16 1986-09-18 Philips Patentverwaltung Gmbh, 2000 Hamburg Verfahren und schaltungsanordnung zur phasensprungfreien durchschaltung von breitbandigen digitalsignalen in einem synchronen breitbandkommunikationsnetz
CA1249633A (en) * 1985-12-11 1989-01-31 Hideaki Morimoto Channel switching system
JPS62239736A (ja) * 1986-04-11 1987-10-20 Nec Corp 回線切替装置
JPH0624345B2 (ja) * 1986-04-28 1994-03-30 日本電気株式会社 予備回線監視回路
JPS6370632A (ja) * 1986-09-11 1988-03-30 Nec Corp 回線切替方式
US4829343A (en) * 1987-07-17 1989-05-09 American Telephone & Telegraph Company, At&T Bell Laboratories Hot electron transistor
US5175878A (en) * 1990-02-02 1992-12-29 At&T Bell Laboratories Radio network with switching arrangement for coupling radios to a selected antenna out of a plurality of antennas
DE4008502A1 (de) * 1990-03-16 1991-09-19 Hirschmann Richard Gmbh Co Verfahren zum mobilen empfang von digitalen signalen
US5051979A (en) * 1990-06-28 1991-09-24 At&T Bell Laboratories Method and apparatus for errorless switching
DE4031241A1 (de) * 1990-10-04 1992-04-09 Philips Patentverwaltung Digitales uebertragungssystem
JP3023705B2 (ja) * 1990-12-20 2000-03-21 富士通株式会社 予備チャンネル切替え装置および方法
JPH0831856B2 (ja) * 1991-08-16 1996-03-27 インターナショナル・ビジネス・マシーンズ・コーポレイション 故障信号搬送ラインを予備信号搬送ラインで置き換える装置及び方法
US5311551A (en) * 1992-01-24 1994-05-10 At&T Bell Laboratories Digital signal hardware protection switching
JP3434556B2 (ja) * 1994-01-10 2003-08-11 富士通株式会社 信号線切替え回路
ZA96474B (en) * 1995-03-27 1996-08-14 Alcatel Altech Telecoms Propri Error protection in transmission
US5742646A (en) * 1995-05-05 1998-04-21 Harris Corporation Method of selecting and switching signal paths in a digital communication system
US6151354A (en) * 1997-12-19 2000-11-21 Rockwell Science Center Multi-mode, multi-band, multi-user radio system architecture
US6327299B1 (en) * 1999-08-31 2001-12-04 Motorola, Inc. Method and system for measuring and adjusting the quality of an orthogonal transmit diversity signal in a wireless communications system

Family Cites Families (15)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3213370A (en) * 1961-03-13 1965-10-19 Ibm Signal selecting system with switching at the interstice between data increments
BE731482A (nl) * 1968-05-15 1969-09-15
SE355709B (nl) * 1972-06-09 1973-04-30 Ericsson Telefon Ab L M
JPS5726014B2 (nl) * 1973-01-30 1982-06-02
US3878463A (en) * 1973-06-06 1975-04-15 Bell Telephone Labor Inc Automatic channel switching system
JPS5439093B2 (nl) * 1974-08-24 1979-11-26
SE7512401L (sv) * 1974-11-07 1976-05-10 Decca Ltd Dempsats for antenner
CA1059215A (en) * 1974-12-24 1979-07-24 Hideki Saito Space diversity system in pcm-tdma telecommunication system using stationary communication satellite
JPS5542790B2 (nl) * 1975-01-09 1980-11-01
JPS5732535B2 (nl) * 1975-02-17 1982-07-12
US3991278A (en) * 1975-06-13 1976-11-09 Bell Telephone Laboratories, Incorporated Line protection switching system
US4143321A (en) * 1977-05-25 1979-03-06 The Boeing Co. Apparatus and process for grouping pulse signals according to source
US4234956A (en) * 1978-10-11 1980-11-18 The General Electric Company Limited Digital relay systems
US4246656A (en) * 1978-10-24 1981-01-20 Raytheon Company Diversity switch correlation system
JPS5588452A (en) * 1978-12-26 1980-07-04 Nec Corp Digital signal switching circuit for diversity receiver for digital radio communication

Also Published As

Publication number Publication date
FR2505109A1 (fr) 1982-11-05
IT1159061B (it) 1987-02-25
DE3215783A1 (de) 1982-11-25
SE8202461L (sv) 1982-10-31
CA1173926A (en) 1984-09-04
NL191003C (nl) 1994-12-01
JPS57185745A (en) 1982-11-16
IT8221006A0 (it) 1982-04-29
SE454639B (sv) 1988-05-16
DE3215783C2 (de) 1987-04-16
FR2505109B1 (fr) 1985-06-28
US4395772A (en) 1983-07-26
NL191003B (nl) 1994-07-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4663766A (en) Method of determining automatically the rate of data signals in a modem
US4234956A (en) Digital relay systems
US7577226B2 (en) Clock recovery circuitry
US6937681B2 (en) Skew correction apparatus
US8130891B2 (en) Clock-data recovery (“CDR”) circuit, apparatus and method for variable frequency data
US4395772A (en) Line protection switch controller
US4417348A (en) Errorless line protection switcher
US4001692A (en) Time diversity data transmission apparatus
US4181975A (en) Digital delay line apparatus
US5835483A (en) Information transmission system utilizing at least two channels in the redundancy mode
US4774703A (en) Switching system for digital transmission network
US5515362A (en) Digital signal transmission apparatus
US4908839A (en) Channel switching system
CN115001484B (zh) 时钟数据恢复电路及方法、显示面板
AU650947B2 (en) Digital communications systems
JPS6340080B2 (nl)
US5123020A (en) Phase synchronization pull-in system in bit error detecting apparatus
US4246656A (en) Diversity switch correlation system
US4596023A (en) Balanced biphase transmitter using reduced amplitude of longer pulses
EP1437855A1 (en) Method of determining an eye diagram of a digital signal
WO1995013579A1 (en) Reducing errors in digital communication
CA1232023A (en) Method and apparatus for supervising digital radio transmission line
WO1980000904A1 (en) Digital phase-locked loop
US5764703A (en) Circuit for restoring bits transmitted asynchronously
CA2061031C (en) Digital communications systems

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
A85 Still pending on 85-01-01
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20001101