NL8403200A - Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling. - Google Patents

Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling. Download PDF

Info

Publication number
NL8403200A
NL8403200A NL8403200A NL8403200A NL8403200A NL 8403200 A NL8403200 A NL 8403200A NL 8403200 A NL8403200 A NL 8403200A NL 8403200 A NL8403200 A NL 8403200A NL 8403200 A NL8403200 A NL 8403200A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
value
unit
input
frequency range
output
Prior art date
Application number
NL8403200A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Philips Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Philips Nv filed Critical Philips Nv
Priority to NL8403200A priority Critical patent/NL8403200A/nl
Priority to DE8585201692T priority patent/DE3571109D1/de
Priority to EP85201692A priority patent/EP0179530B1/en
Priority to KR1019850007742A priority patent/KR860003703A/ko
Priority to JP60234657A priority patent/JPS61101107A/ja
Priority to US06/789,998 priority patent/US4677389A/en
Publication of NL8403200A publication Critical patent/NL8403200A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H03ELECTRONIC CIRCUITRY
    • H03GCONTROL OF AMPLIFICATION
    • H03G3/00Gain control in amplifiers or frequency changers
    • H03G3/20Automatic control
    • H03G3/30Automatic control in amplifiers having semiconductor devices
    • GPHYSICS
    • G10MUSICAL INSTRUMENTS; ACOUSTICS
    • G10LSPEECH ANALYSIS TECHNIQUES OR SPEECH SYNTHESIS; SPEECH RECOGNITION; SPEECH OR VOICE PROCESSING TECHNIQUES; SPEECH OR AUDIO CODING OR DECODING
    • G10L25/00Speech or voice analysis techniques not restricted to a single one of groups G10L15/00 - G10L21/00
    • G10L25/78Detection of presence or absence of voice signals
    • HELECTRICITY
    • H03ELECTRONIC CIRCUITRY
    • H03GCONTROL OF AMPLIFICATION
    • H03G3/00Gain control in amplifiers or frequency changers
    • H03G3/20Automatic control
    • H03G3/30Automatic control in amplifiers having semiconductor devices
    • H03G3/32Automatic control in amplifiers having semiconductor devices the control being dependent upon ambient noise level or sound level

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Computational Linguistics (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Audiology, Speech & Language Pathology (AREA)
  • Human Computer Interaction (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Acoustics & Sound (AREA)
  • Multimedia (AREA)
  • Control Of Amplification And Gain Control (AREA)

Description

« % » » ·, . _ ___ ^ »·*.»».«*_« -V -•wsc—>. ~„ ^ | _ JJeeMewn -»«. -¾ PHN 11.182 t N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken te Eindhoven.
Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling. __ __
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het aanpassen van de versterkingsgraad van een versterker aan het niveau van het achtergrondlawaai dat heerst in een ruimte ten gevolge van een onafhankelijke geluidsbron (indien aanwezig), waarbij een signaal dat 5 representatief is voor het akoestische signaal in de ruimte door detektiemiddelen wordt gedetekteezd en wordt omgezet in een elektrisch signaal, waarna een regelsignaal wordt afgeleid dat een maat is voor het niveau van liet achtergrondlawaai, in afhankelijkheid van welks regelsignaal de versterkingsgraad van de versterker zodanig wordt 1Q aangepast dat bij een verhoging van het niveau van het achtergrondlawaai de versterkingsgraad wordt verhoogd en bij een verlaging van het achtergrondlawaai de versterkingsgraad wordt verlaagd. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze en qp een inrichting voor het afleiden van een regelsignaal ig voor toepassing in de werkwijze. Een dergelijke werkwijze respektievelijk inrichting is bekend uit het Duitse Offenlegungsschrift 27 31 971. De bekende werkwijze respektievelijk inrichting heeft het nadeel dat zij soms niet goed funktioneert, wat dan tot gevolg heeft dat een te hoge versterkingsgraad wordt ingesteld,waardoor een te hoog en daardoor 2q hinderlijk gewenst akoestisch signaal in de ruimte wordt gerealiseerd.
De uitvinding beoogt een werkwijze respektievelijk inrichting te verschaffen die beter funktioneert, zodanig dat een beter aan het achtergrondlawaai in de ruimte aangepaste waarde voor de versterkingsgraad van de versterker wordt ingesteld en een meer aangenaam 25 niveau van het gewenste akoestische signaal in de ruimte wordt gerealiseerd.
De werkwijze volgens de uitvinding heeft daartoe het kenmerk, dat, bij een zekere instelling van de versterkingsgraad van de versterker een bij een zekere inhoud van ten minste een bij een 30 bijbehorend frekwentiegebied behorend geheugen, in opvolgende operaties telkens de volgende stappen worden uitgevoerd: (a) een binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal wordt ingenomen, 84Ö3200 if* ; ' PHN 11.182 2 (b) uit dit gedeelte van het elektrische signaal wordt voor het frekwentiegebied een grootheid afgeleid, welke een maat is voor de energie-inhcud van dit gedeelte in het frekwentiegebied, (c) de grootheid overeenkomende met de energie-inhoud in het 5 frekwentiegebied wordt vergeleken met de waarde van de inboud van het geheugen, (d) indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de grootheid ligt binnen een waardebereik rondom de in het geheugen opgeslagen waarde, dan wordt de inhoud van een tot het frekwentiegebied 10 behorende teller, welke teller aangeeft gedurende hoeveel voorgaande operaties de verkregen waarde voor de grootheid binnen een waardebereik rondom de in het geheugen opgeslagen waarde ligt, met een eerste getal verhoogd en vervolgens de inhoud van deze teller met een eerste eindwaarde vergeleken, 15 (e) zowel indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de in het geheugen opgeslagen waarde, als indien in stap (d) blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de inhoud van de teller verlaagd, bij voorkeur qp een eerste begin-20 waarde gezet, dat de operatie vanaf stap (a) herhaald wordt voor een opvolgend binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal, en dat indien, gedurende een operatie, voor het frekwentiegebied blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de versterkingsgraad van de versterker 25 (indien noodzakelijk) aangepast.
De uitvinding baseert zich op het inzicht dat de tot nu toe bekende werkwijzen respektievelijk inrichtingen niet in staat zijn onderscheid te maken tussen achtergrondlawaai en spraak.
Het gevolg is dat, indien twee personen in de ruimte 30 (bijvoorbeeld het personenkompartiment van een auto), waarin een radio voorzien van de voomoemde bekende werkwijze respektievelijk inrichting aanwezig is die bovendien ingeschakeld is, een gesprek beginnen dat de werkwijze respektievelijk de inrichting de spraak als achtergrondlawaai detekteert waardoor de versterkingsgraad van de 35 versterker qp een hogere waarde wordt ingesteld.
Het gevolg is dat de personen harder gaan praten hetgeen resulteert in een verdere toename van de versterkingsgraad van de versterker. De personen gaan opnieuw harder spreken waardoor de ver- 84 0 32 0 0 ♦ ^ « PHN 11.182 3 sterkingsgraad opnieuw verhoogd wordt ....... enzovoorts.
Het resultaat is: a) een veel te hoge versterkingsgraad vergeleken met het "echte” achtergrondlawaai, zijnde het akoestische signaal in de ruimte 5 minus iet gewenste signaal geleverd door de versterker en minus de spraak.
b) een veel te hoge versterkingsgraad vergeleken met het niveau van de spraak.
Het geheel wordt door de personen als zeer hinderlijk 10 ervaren. Kat men dus zou willen is een systeem dat reageert op het "echte" achtergrondlawaai, doch dat niet reageert op spraaksignalen, ifet de werkwijze volgens te uitvinding kan nu een dergelijke werking worden gerealiseerd. Er is daarbij gebruik gemaakt van te wetenschap dat: 15 (i ) spraaksignalen in te tijd gezien in anplitute snel fluktueren terwijl het "echte " achtergrondlawaai juist vrij konstant in anplitude is.
(ii ) spraak in te tijd gezien snel van frekwentie wisselt terwijl het "echte" achtergrondlawaai juist bijna niet (of hoogstens traag/ 2Q van* 'frekwentie. (band) wisselt.
(iii) spraaksignalen onderbrekingen vertonen (om explosies op te bouwen tijdens het uitspreken van sonmige letters, zoals bijvoorbeeld de letter "p"), terwijl het "echte" achtergrondlawaai meestal geen onderbrekingen vertoont.
2g De; voomoemde drie punten stellen speciale eisen aan te werkwijze respektievelijk inrichtingen. De maatregel volgens te uitvinding, waarbij herhaald in (ten minste) één frekwentiegebied wordt gemeten en wordt gekeken of te energie-inhoud in het frekwentiegebied varieert, is gebaseerd op het hiervoor vermelde punt (i).
30 Het spreekt voor zich dat indien slechts in één frekwentiegebied gemeten wordt, dit frekwentiegebied daar moet liggen waar zich te belangrijkste frekwentiekomponenten van het achtergrondlawaai bevinden.
Een verbetering kan worden gerealiseerd in de werkwijze 35 volgens de uitvinding die is gekenmerkt, door dat bij een zekere instelling van de versterkingsgraad van de versterker en bij een zekere inhoud van n, elk bij een van n frekwentiegébieten behorende geheugens (n ^ 2), in opvolgende operaties telkens te volgende stappen 840 32 0 0 PHN 11,182 4 , V * worden uitgevoerd: (a) een binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal wordt ingenomen, (b) uit dit gedeelte van het elektrische signaal wordt voor een frekwen-5 tiegebied i een grootheid afgeleid, welke een maat is voor de energie- inhoud van dit gedeelte in het bijbehorende frekwentiegebied, (c) de i-de grootheid overeenkomende met de energie-inhoud in het i-de frekwentiegebied wordt vergeleken met de waarde van de inhoud van het i-de geheugen van de n elk tot een frekwentiegebied behorende geheugens, 10 (d) indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid ligt binnen een waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde, dan wordt de inhoud van een van n, elk tot een bijbehorend frekwentiegebied behorende tellers, welke teller aangeeft gedurende hoeveel voorgaande operaties de verkregen 15 waarde 'voor de i-de grootheid binnen een waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde ligt, met een eerste getal verhoogd en vervolgens de inhoud van deze teller met een eerste eindwaarde vergeleken, (e) zowel indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen 20 waarde voor de i-de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde, als indien in stap (d) blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de inhoud van de teller behorende bij het i-de frekwentiegebied verlaagd, bij voorkeur op een eerste beginwaarde gezet, 25 (f) indien in stap (d) blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eindwaarde nog niet bereikt heeft, óf na de stap (e), dan wordt de waarde i met een tweede getal verhoogd en vergeleken met een tweede eindwaarde, (g) indien in stap (f) bljkt dat de waarde i de tweede eindwaarde nog 30 niet bereikt heeft, dan wordt de werkwijze vanaf tenminste stap (c) voortgezet voor een andere frekwentiegebied, (h) indien in stap (f) blijkt dat de waarde i de tweede eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de operatie vanaf stap (a) herhaald voor een opvolgend binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elek- 35 trische signaal, waarbij vóórdat de stap (c) weer wordt uitgevoerd de waarde voor i op een tweede beginwaarde wordt gezet, en dat indien, gedurende een operatie, voor ten minste een frekwentiegebied i blijkt dat de inhoud van de bijbehorende teller de eerste eindwaarde bereikt 840 32 0 0 - « s EHN 11.182 5 heeft, dan wordt de versterkingsgraad van de versterker (indien r noodzakelijk) aangepast. Hierbij wordt bovendien gebruikgemaakt van het gegeven onder punt (ii) hierboven.
In het vervolg zal de uitvoering met twee of meer frekwentie-g gebieden verder worden besproken. Het spreekt echter voor zich dat maatregelen betrekking hebbende qp een frekwentiegebied ook toepasbaar zijn in de werkwijze waarbij slechts in een frekwentiegebied gemeten wordt. De frekwentiegebieden zijn zodanig gekozen dat zij, voor een zo goed mogelijke regeling in afhankelijkheid van het niveau van het 10 "echte" achtergrondlawaai, gezamenlijk een frekwentiebereik bestrijken waarbinnen zich ten minste grotendeels het "echte" achtergrondlawaai bevindt. Bovendien mag een frekwentiegebied slechts een gedeelte van het frekwentiebereik waarbinnen de spraak zich bevindt met dit frekwentiebereik gmeen mag hebben.
15 Indien alleen spraaksignalen in de frekwentiegebieden opgevangen worden dan zal de signaalinhoud in de frekwentiegebièden, in de tijd gezien, in grootte snel variëren. Wordt er echter alleen het "echte" achtergrondlawaai gedetekfceerd. dan zal in éeh of meer frekwentiegebied (en) de signaalinhoud, in de tijd gezien, nagenoeg 2Q konstant blijven. Door dus in een aantal operaties achter elkaar in een frekwentiegebied i (en dit natuurlijk parallel voor de andere frekwentiegebieden) telkens de i-de grootheid (echter meer algemeen de "signaalinhoud" genoemd, waarmee is aangeduid dat men naar keuze bijvoorbeeld de energie-inhoud, de gemiddelden amplitude of de RMS-2g waarde kan bepalen) te bepalen kan men onderscheid maken tussen "echte" achtergrondlawaai en "echte achtergrondlawaai met daarop gesuperponeerd spraak". In het eerste geval kan de versterkingsgraad van de versterker worden aangepast. In het laatste geval mag de versterkingsgraad niet worden aangepast.
Dit "onderscheid maken" gebeurt als volgt: blijkt in een aantal opvolgende operaties, waarbij dit aantal overeenkomt met de eerste eindwaarde, dat de waarde voor de i-de grootheid steeds ligt binnen het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde (er is nu sprake van "echte" achtergrondlawaai), dan wordt de versterkingsgraad van de versterker (indien noodzakelijk) aangepast.
35
Het kan namelijk zijn dat het niveau van het "echte" achtergrondlawaai, vanaf de vorige aanpassing van de versterkingsgraad niet is gewijzigd.
Het zou dan nu niet noodzakelijk zijn om de versterkingsgraad aan te 8403200 ίΓ ΐ ΡΗΝ 11.182 6 passen. Men kan het natuurlijk wel doen. De versterkingsgraad blijft in dat gevaldan op.'dezelfde waarde staan.
Behalve dat de versterkingsgraad wordt aangepast kan het regelsignaal bijvoorbeeld ook gebruikt worden cm het dynamisch bereik 5 van het te versterken signaal aan te passen. Daarbij kan gedacht worden aan een verkleining respektievelijk vergroting van het dynamische bereik, bij een toename respektievelijk afname van het niveau van het achtergrondlawaai.
In die gevallen waarbij, voordat de eerste eindwaarde 10 bereikt is, de waarde voor de i-de grootheid: buiten het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde valt dan wordt de inhoud van de teller behorende bij het i-de frekwentiegebied verlaagd, bij voorkeurr op de eerste beginwaarde gezet. Bijgevolg wordt de versterkingsgraad van de versterker niet aangepast. Er is in dit geval 15 blijkbaar sprake van "echte achtergrondlawaai met daarop gesuperponeerd spraak”.
Het aanpassen van de versterkingsgraad kan geschieden elke keer in stap (d) direkt nadat voor een zeker frekwentiegebied i in deze stap is gebleken dat de inhoud van de i-de teller de eerste eind-20 waarde bereikt heeft. Het is ' ook mogelijk de versterkingsgraad eerst aan het eind van een operatie aan te passen voort al die frekwentiegebieden (ten minste een!) waarvoor gedurende de operatie is gebleken dat de inhoud van de bijbehorende teller (s) de eerste eindwaarde bereikt heeft (hebben).
25 De eerste eindwaarde heeft een ondergrens die bepaald wordt door enerzijds de maximale duur van een spraakuiting en anderzijds de meettijd van een operatie. De maximale duur van een spraakuiting is ongeveer 250 ms terwijl de meettijd van een operatie onder andere afhankelijk is van de traagheid in de gebruikte komponenten. Er geldt 30 dat de eerste eindwaarde groter dan of gelijk dient te zijn aan 250 ms gedeeld door de meettijd van een operatie. Naarmate de eerste eindwaarde groter is, is de meting nauwkeuriger, doch de responsietijd van het systeem is dan wel langer.
Indien de versterkingsgraad van de versterker voor het 35 volledige frekwentiebereik van de audiosignalen een zelfde waarde heeft dan zal, ook indien in één enkel frekwentiegebied i de eerste eindwaarde bereikt wordt de versterkingsfraad voor het volledige frekwentiebereik aangepast worden. Akoestisch en/of systeemtechnisch 840 32 0 0
Λ W
ΡΗΝ 11.182 7 zijn danmaatregelen uitgevoerd waardoor het mogelijk is de verster·* kingsgraad voor het gehele frekwentiébereik aan te passen terwijl toch slechts voor een beperkt aantal frekwentiegebieden de eerste eindwaarde bereikt is.
g De werkwijze volgens de uitvinding, voor het aanpassen van de frekwentie-afhankelijke versterkingsgraad van de versterker in de voomoemde n frekwentiegebieden heeft het kenmerk, dat indien gedurende een operatie, voor ten minste een frekwentiegebied blijkt dat de inhoud van de bijbehorende teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan IQ wordt de versterkingsgraad van de versterker in liet i-de frekwentiegebied (indien noodzakelijk) aangepast. Dl deze "een (¾) een" relatie tussen de grootheden overeenkomende met de energie-inhoud in de n frekwentiegebieden en de versterkingsgraad van de versterker in deze n frekwentiegebieden kan dus iedere keer dat voor een frekwentiegebied 15 de eerste eindwaarde bereikt wordt, de versterkingsgraad in het bijbehorende frekwentiegebied worden aangepast (indien noodzakelijk).
Doch ook andere varianten zijn mogelijk, bijvoorbeeld waarbij de versterkingsgraad van de versterker in m frekwentiegebieden (m n) aangepast kan worden. Er bestaat nu een relatie tussen de n frekwentie-2o gebieden waarin gemeten wordt en die zijn onderverdeeld tot m groepen van frekwentiegebieden, waarbij elke groep is gerelateerd aan een van de eerder genoemde m frekwentiegebieden en de verstefkingsfaktor van de versterker in het bijbehorende frekwentiegebied regelt.
Een eerste uitvoeringsvorm van de werkwijze kan zijn 25 gekenmerkt, doordat, indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde, dan wordt in stap (c) bovendien, uitgaande van de in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid en eventueel de waarde van de inhoud in het i-de geheugen, 30 een nieuwe waarde voor de i-de grootheid afgeleid die in het i-de geheugen wordt opgeslagen. Doordat de waarde voor de i-de grootheid buiten het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde ligt, moet men konkluderen dat, of er sprake is van een variërend achtergrondniveau bf dat de meting van het achtergrondniveau verstoord 35 is door de aanwezigheid van spraaksignalen. Deze beide mogelijkheden zijn niet direkt van elkaar te onderscheiden. Toch moet in de eerstgenoemde mogelijkheid de in het i-de geheugen opgeslagen waarde worden aangepast aan het nieuwe gemeten niveau. Dit kan men realiseren door de 8403200 y is PHN 11.182 8 in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid in het i-de geheugen op te slaan. Zowel om de invloed van de aanwezigheid van spraaksignalen (de laatstgenoemde mogelijkheid) als wel cm de invloed van extreme variaties in het achtergrondniveau te verminderen zal men 5 echter bij voorkeur een nieuwe waarde voor de i-de grootheid af leiden uit de in stap (b) verkregen waarde van de i-de grootheid en de waarde van de inhoud van het i-de geheugen (bijvoorbeeld door de gemiddelde waarde van de tweede waardes te nemen) en die als nieuwe waarde in het i-de geheugen opslaan ► Ligt de waarde van de i-de grootheid binnen 10 het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde, dan hoeft de in het i-de geheugen opgeslagen waarde in principe niet gewijzigd te worden.
Een tweede uitvoeringsvorm van de werkwijze kan zijn gekenmerkt, doordat bovendien in stap (c), uitgaande van de in stap 15 (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid en/of de waarde van de inhoud in het i-de geheugen, een nieuwe waarde voor de i-de grootheid wordt afgeleid die in het i-de geheugen wordt opgeslagen. In dit geval kan, ook als de waarde van de i-de grootheid binnen het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde ligt een nieuwe waarde 20 voor de i-de grootheid worden afgeleid uit de originele waarde voor de i-de grootheid en de in het i-de geheugen opgeslagen waarde, die in het i-de geheugen wordt opgeslagen. Hiermee wordt bereikt dat een zo nauwkeurig mogelijk gemiddeld achtergrondniveau wordt verkregen.
De werkwijze volgens de uitvinding kan verder zijn 25 gekenmerkt, doordat in stap (b) voor alle frekwentiegebieden de bijbehorende grootheden worden afgeleid en dat. indien in stap (f) blijkt dat de waarde.i de tweede eindwaarde nog niet bereikt heeft, de werkwijze vanaf stap (c) wordt voortgezet. Deze werkwijze houdt in dat in een operatie slechts eenmaal een tijdsignaal wordt ingenomen 3£J en in een keer voor alle n frekwentiegebieden de bijbehorende grootheden worden bepaald. Dit kan men realiseren bijvoorbeeld doordat men een filterbank met n met de n frekwentiegebieden overeenkomende band-doorlaatfilters heeft en men in één keer de uitgangssignalen van deze filters meet. Een andere mogelijkheid is om op het in stap (a) 3& ingenomen signaal een fouriertransformatie toe te passen (bijvoorbeeld een snelle fouriertransformatie) en uit het resultaat daarvan de grootheden voor de n frekwentiegebieden af te leiden.
De werkwijze volgens de uitvinding kan in plaats daarvan ook 84 0 32 0 0 • * * PHN 11.182 9 zijn gekenmerkt doordat in de stap (b) voor slechts één frekwentiegebied i de voomoemde grootheid wordt afgeleid en dat, indien in stap (f) blijkt dat de waarde i de tweede eindwaarde nog niet bereikt heeft, de werkwijze vanaf ten minste stap (b) wordt voortgezet met het bepalen 5 van de grootheid welke een maat is voor de energie-inoud van het betreffende gedeelte in het andere frekwentiegebied en dat in stap (h), indien de operatie vanaf stap (a) wordt herhaald, vó&dat de stap (b) weer wordt uitgevoerd, de waarde voor i op een tweede beginwaarde wordt gezet. In dit geval zijn er twee mogelijkheden waarop de werkwijze 10 kan worden uitgevoerd. In de eerste mogelijkheid wordt in één operatie slechts één maal de stap (a) uitgevoerd, waarna vervolgens n cycli worden uitgevoerd, waarbij in elke cyclus in stap (b) voor slechts een frekwentiegebied i de i-de grootheid wordt afgeleid. Deze mogelijkheid kan worden uitgevoerd indien er een geheugen is waarin het tijdsignaal 15 kan worden opgeslagen. De reden dat men de werkwijze op deze manier uitvoert, kan zijn dat men slechts één filter heeft waarvan de centrale frekwentie en de bandbreedte instelbaar is op de centrale frekwenties en de bandbreedtes van de n frekwentiegebieden. In de tweede mogelijkheid worden in één operatie n cycli uitgevoerd, waarbij in één cyclus 20 de stap (a) wordt uitgevoerd en vervolgens in stap (b) uit het in stap (a) verkregen tijdsignaal voor een frekwentiegebied i in de i-de grootheid wordt afgeleid. In een volgende cyclus wordt opnieuw stap (a) uitgevoerd en de grootheid afgeleid voor het (i + 1) -de frekwentiegebied. Deze mogelijkheid is nodig indien geen geheugen voor het opslaan 25 van het tijdsignaal aanwezig is.
De inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding voorzien van - een versterker waarvan de versterkingsgraad in afhankelijkheid van 30 een regelsignaal regelbaar is, met een ingang gekoppeld met een eerste ingangsklem voor het ontvangen van een te versterken elektrisch signaal, een uitgang gekoppeld met een uitgangsklem voor het leveren van een uitgangssignaal en een regelingang voor het ontvangen van het regelsignaal, - een tweede ingangsklem voor het ontvangen van een elektrische signaal 35 dat een maat is voor het akoestische signaal in een ruimte, - konversiemiddelen voor het af leiden van een regelsignaal dat een maat is voor het niveau van het achtergrondlawaai, met een uitgang gekoppeld met de regelingang van de versterker, 84 0 32 0 0 * λ ΡΗΝ 11.182 10 - korrektiemid.delen voor het ten minste grotendeels korrigeren voor de invloed van het door de versterker versterkte signaal op het regelsignaal, heeft het kenmerk,, idat de inrichting verder is voorzien van 5 - een eerste eenheid met een ingang gekoppeld met de tweede ingangsklem, voor het voor een frekwentiegebied uit een binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal afleiden van een grootheid welke een maat is voor de energie-inhoud van dit gedeelte in het betreffende frekwentiegebied, 10 - een tweede eenheid met een ingang gekoppeld met een uitgang van de eerste eenheid en een uitgang, de tweede eenheid bevattende een tot het frekwentiegebied behorend geheugen, de inhoud waarvan een maat is voor de energie-inhoud van het elektrische signaal in het frekwentiegebied 15 - een eerste komparator met een eerste en een tweede ingang gekoppeld met de uitgang van de eerste respektievelijk de tweede eenheid, voor het met elkaar vergelijken van de in de eerste eenheid afgeleide waarde voor de grootheid behorende bij het frekwentiegebied met de waarde van de inhoud van het bij dit frekwentiegebied behorende 20 geheugen van de tweede eenheid, - een derde eenheid bevattende een bij het frekwentiegebied behorende teller, - een tweede komparator met een eerste ingang gekoppeld met een uitgang van de derde eenheid en een ingang voor het toevoeren van 25 de eerste eindwaarde, welke tweede komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de teller met de eerste eindwaarde, dat de eerste komparator is voorzien van een eerste en een tweede uitgang voor het leveren van een uitgangssignaal indien de waarde van de in de eerste eenheid bepaalde grootheid ligt binnen 30 respektievelijk buiten een waardebereik rondom de in het geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde, dat deze eerste en tweede uitgangen zijn gekoppeld met een telingang respektievelijk een andere ingang, bij voorkeur een resetingang van de derde eenheid, dat de uitgang van de tweede komparator is gekoppeld met de andere ingang 35 van de derde eenheid en bovendien is gekoppeld met een stuuringang van de konversiemiddelen voor het leveren van een stuursignaal, indien in de tweede komparator blijkt dat de inhoud van de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
840 32 00 ΡΗΝ 11.182 11 φ
V
De inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze waarbij in twee of meer frekwentiegebieden wordt gemeten kan verder zijn gekenmerkt doordat de eerste eenheid is ingericht voor het voor een frekwentiegebied i uit hst binnen het tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische 5 signaal afleiden van de grootheid welke een maat is voor de energie-inhoud van dit gedeelte in het betreffende frekwentiegebied, de tweede eenheid n elk tot éeh van de n frekwentiegebieden behorende geheugens bevat, de inhoud waarvan een maat is voor de energieinhoud van het elektrische signaal in het bijbehorende frekwentiegebied, de eerste Μ konparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de in de eerste eenheid afgeleide waarde voor de grootheid behorende bij het i-de frekwentiegebied met de waarde van de inhoud van het bij dit frekwentiegebied behorende geheugen van de tweede eenheid, de derde eenheid n elk tot eën van de n frekwentiegebieden behorende tellers bevat, de tweede komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de i-de teller met de eerste eindwaarde, dat de eerste komparator verder is- ingericht voor het leveren van een uitgangssignaal indien de waarde van de in de eerste eenheid bepaalde grootheid behorende bij het i-de frekwentiegebied ligt binnen respektievelijk 2 g buiten een waardebereik rondom de in het i-de geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde, en dat de tweede komparator verder is ingericht voor het leveren van een stuursignaal indien in de tweede konparator blijkt dat de inhoud van de i-de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
25 Zoals hiervoor is vermeld zal men, in het geval dat de waarde voor de i-de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de reeds in het i-de geheugen van de tweede eenheid, de inhoud van het i-de geheugen willen vervangen door een nieuwe waarde die is afgeleid uit de waaide voor de i-de grootheid en eventueel de waarde van de inhoud 30 van het i-de geheugen. De inrichting heeft daartoe het kenmerk, dat de tweede uitgang van de eerste konparator is gekoppeld met een laadin-gang van de tweede eenheid voor het opslaan van deze nieuwe waarde, die aanwezig is aan de ingang van de tweede eenheid.
In het algemeen zal men de in de geheugens van de tweede 3g eenheid opgeslagen waarden bij voorkeur elke keer aanpassen. Dus ook indien te waarde voor de i-de grootheid vel ligt binnen het waardebereik rondom de in het i-de geheugen van te tweede eenheid opgeslagen waarde. In dat geval heeft te inrichting volgens te uitvinding het 8403200 PHN 11.182 12 kenmerk, dat de uitgang van de eerste en de- tweede eenheid zijn gekoppeld met een eerste respektievelijk een tweede ingang van een signaal-kombineereenheid, een uitgang waarvan is gekoppeld met de ingang van de tweede eenheid, welke signaalkcmbineereenheid is ingeriefafc voor 5 het af leiden van een signaal uitgaande van de signalen aan zijn beide ingangen en voor het leveren van dit signaal aan zijn uitgang, en dat de tweede eenheid is voorzien van een laadingang voor het ontvangen van een stuursignaal voor het opslaan van het signaal aanwezig aan de ingang van de tweede eenheid in het bijbehorende geheugen i van de 10 tweede eenheid.
De inrichting heeft verder het kenmerk, dat de inrichting verder is voorzien van een adresteller waarvan een uitgang is gekoppeld met een adresingang van de eerste tot en met de derde eenheid en een klokpulsingang is gekoppeld met een uitgang van. een klokpulsgenerator.
15 De inrichting kan verder zijn gekenmerkt doordat de eerste eenheid voor het bepalen van de grootheid welke een maat is voor de energie-inhoud in een zeker frekwentiegebied i een banddoorlaatfilter met een bandbreedte ten minste ongeveer overeenkomende met de bandbreedte van het frekwantiegebied bevat, met een ingang gekoppeld met 20 de ingang van de eerste eenheid en een uitgang gekoppeld met een gemiddelde waardebepaler. De eerste eenheid kan voor elk van de n frekwentiegebieden een dergelijke set van een banddoorlaatfilter en een gemiddeldewaardebepaler bevatten. In dit geval kan men voor alle frekwentiegebieden in een keer de bijbehorende n grootheden 25 bepalen.
Door maar slechts een banddoorlaatfilter met een variabele centrate frekwentie en bandbreedte te gebruiken en ook slechts één geraiddeldé.: waardebepaler kan men ten opzichte van de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm van de eerste eenheid n - 1 banddoorlaat-30 filters en n - 1 gemiddelde waardebepalers uitsparen. Daar staat tegenover dat de n grootheden niet meer tegelijkertijd doch na elkaar dienen te worden bepaald. Bovendien is de sturing iets gekanpliceerder.
De keuze van de integratietijd van de gemiddelde waardebepaler is zodanig dat deze niet zo groot mag worden dat het explosieve 35 karakter van de spraak uitgemiddeld wordt.
De korrektiemiddelen bevatten eenzelfde banddoorlaatfilter, eenzelfde gemiddelde waardebepaler en een signaalkoiribineereenheid waarbij een ingang en een uitgang van het banddoorlaatfilter is gekoppeld 8403200 EHN 11.182 13 met de ingang van de versterker respektieveli j k een ingang van de gemiddelde waardebepaler, waarvan een uitgang is gekoppeld met een eerste ingang van de signaalkombineereenheid en dat een tweede ingang van de signaalkcaofoineereenheid is gekoppeld met een uitgang van de 5 gemiddelde waardebepaler van de eerste eenheid. Door de integratietijd van de gemiddelde waardebepalers in de eerste eenheid en de korrektie-middelen op de voorgeschreven waarde in te stellen wordt bereikt dat voor de looptijd van de akoestische signalen in de ruimte wordt gekanpenseerd. Dit heeft tot resultaat dan een juiste korrektie, door 10 middel van een aftrekking van het signaal aan de ene ingang van het signaal aan de andere ingang van de signaalkombineereenheid - mits beide signalen met de juiste fase aan de beide ingangen worden toegevoerd - , kan worden gerealiseerd.
Het spreekt voor zich dat indien de eerste eenheid een 15 enkel filter bevat waarvan de centrale frekwentie en de bandbreedte instelbaar zijn op de centrale frekwenties en de bandbreedtes van de n frekwentiegebieden, dat de korrektiemiddëlen ook zo zijn uitgevoerd en dat de filter zodanig geregeld worden dat zij beide op hetzelfde frekwentiegebied staan.
20 Ook spreekt het voor zich dat de korrektiemiddelen ©p andere wijze kunnen wordt uitgevoerd, zie bijvoorbeeld de korrektiemiddelen beschreven In DE-OS 25 22 381, DE-OS 2 414 143, DE-OS 27 31 971, DE-OS 24 56 468 en EP 26 929.
De inrichting kan verder zijn gekenmerkt, doordat tussen 25 de tweede ingangsklem van de inrichting en de ingang van de eerste eenheid een tweede regelbare versterker is aangebracht. Deze maatregel kan nodig zijn omdat het dynamische bereik van het achtergrondlawaai soms erg groot kan zijn. Door nu een extra verzwakking aan te brengen vt55r de eerste eenheid kan men, indien men in de eerste eenheid een 3g analoog-digitaal omzetter heeft om het signaal eerst te digitaliseren alvorens het verder te verwerken-;, volstaan met een eenvoudiger en minder goede analoog-digitaal omzetter.
De konversiemiddelen kunnen zijn gekenmerkt, doordat zij_.zijn voorzien van 35 -(. een vierde eenheid bevattende n elk tot een van de n frekwentiegebieden behorende geheugens voor het opslaan van n, elk tot een van de n frekwentiegebieden behorende referentiewaarden, - een vijfde eenheid eveneens bevattende n elk tot éeh van de n S 4 0 32 0 0 PHN 11.182 14 v frekwentiegebieden behorende geheugens, - -een zesde eenheid met een eerste en een tweede ingang gekoppeld met een uitgang van de vierde respektievelijk vijfde eenheid en een uitgang gekoppeld met de uitgang van de konversiemiddelen, welke zesde 5 eenheid is ingericht voor het af leiden van een regelsignaal uit de signalen aangeboden aan zijn twee ingangen, dat destuuringang van de konversiemiddelen is gekoppeld met een laad-ingang van de vijfde eenheid voor het opslaan van de (eventueel nieuwe) waarde voor de i-de grootheid in het overeenkomstige geheugen van de 10 vijfde eenheid indien in de tweede komparator blijkt dat de inhoud van de i-de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft. De uitvoering van de zesde eenheid is afhankelijk van de vraag of de versterker een versterkingsgraad heeft die varieerbaar en instelbaar is voor het gehele audiofrekwentiebereik of een versterkings-* 15 graad heeft die in een aantal m (eventueel gelijk aan h) frèkwentie-gebieden)'‘’instelbaar en varieerbaar is. In het eerste geval dient de zesde eenheid de informatie in de n frekwentiegebieden en opgeslagen in de vierde en de vijfde eenheid om te werken naar éeh enkellregelsignaal die de versterkingsgraad van de versterker over het volledige 2Q vaudiofEfikwentiefèbéëd-regelt, In deze situatie zal men het ingangssignaal van de eerste eenheid bij voorkeur eerst onderwerpen aan een A-weging of een andere weging. Voor een verdere uitleg van het begrip " A-weging" zij verwezen naar "Application of B & K Equipment to Acoustic noise measurements" een Bruël en Kjaer publikatie van juni 1975 25 (reprint), zie in het bijzonder hoofdstuk 3.8 p. 31 en hoofdstuk 4.1 pagina 43.
Door deze A-weging wordt gerealiseerd dat alle frekwentiegebieden op de juiste wijze bijdragen tot het regelsignaal voor de versterker.
In het tweede geval (met m = n) verwerkt de zesde eenheid
0 U
voor elk der n -frekwentiegebieden de bijbehorende informatie opgeslagen in de vierde en de vijfde eenheid tot een regelsignaal voor elk der n frekwentiegebieden, waarmee de versterkingsgraad van de versterker in de n frekwentiegebieden wordt bijgeregeld. Is m kleiner dan n dan neemt de zesde eenheid steeds de informatie uit de vierde 09 en de vijfde eenheid van m groepen uit de n frekwentiegebieden tesamen voor het verkrijgen van m regel signalen.
In alle gevallen is de uitgang van de adresteller eveneens 840 32 0 0 PHN 11.182 15 gekoppeld met een adresingang van de vierde en de vijfde eenheid.
Vcör het geval dat de versterkingsgraad. van de versterker in n frekwentiegebieden regelbaar en instelbaar is, is de zesde eenheid ingericht voor het af leiden van n regelsignalen voor het instellen van 5 de vesterkingsgraad van de versterker in de n frekwentiegebieden.
De inhoud van de geheugens van de vierde eenheid, zijnde de n, elk bij een frekwentiegebied behorende, referentiewaarden zijn verkregen in een iniMaliseringsproces voordat de werkwijze wordt gestart. In dit initialiseringsproces wordt met de hand de versterkings-10 graad van de versterker (door bediening van de volumeknop) ingesteld.
Er wordt daarbij van uitgegaan dat de bediener van de volumeknop de versterkingsgraad van de versterker zodanig instelt dat een voor hem aangenaam niveau van het gewensts signaal ten opzichte van het achtergrondlawaai isgerealiseerd. Een grootheid die een maat is voor 15 de versterkingsgraad van de versterker, behorende bij dit aangenaam niveau wordt nu als referentiewaarde opgeslagen in de vierde eenheid. De regeling is nu zodanig dat uitgaande van deze begininstelling van de versterkingsgraad, bij een verandering van het niveau van het achtergrondlawaai de versterkingsgraad door de inrichting zodanig 20 aangepst wordt dat bij het verhoogde achtergrondniveau het verschil in niveau (in dB's gezien) tussen de versterkingsgraad van de versterker en het achtergrondniveau in de nieuwe situatie dezelfde is als in de oorspronkelijke situatie.
Bedient de bediener de volumeknop opnieuw (dat wil zeggen; 25 Stelt de bediener de versterkingsgraad op een andere waarde in ten opzichte van het heersende lawaainiveau dan kan de werkwijze opnieuw gestart worden door middel van het invoeren van de nieuwe referentiewaarden in de vierde eenheid.
De inrichting voor het af leiden van een regelsignaal voor 30 toepassing in de werkwijze volgens de uitvinding kan zijn gekenmerkt, doordat de inrichting is voorzien van - een tweede eenheid met een ingang en een uitgang, de tweede eenheid bevattende een tot het frekwentiegebied behorende geheugen, de inhoud waarvan een: maat is voor de energie-inhoud van het elektrische 35 signaal in het frekwentiegebied, - een eerste komparator met een eerste en een tweede ingang en een uitgang, waarvan de tweede ingang is gekoppeld met de uitgang van de tweede eenheid, voor het met elkaar vergelijken van de waarde voor de 8403200 3 PHN 11.182 16 grootheid behorende bij het frekwentiegebied met de waarde van de inhoud van het bij dit frekwentiegebied behorende geheugen van de tweede eenheid, - een derde eenheid bevattende een bij het frekwentiegebied behorende 5 teller, - een tweede komparatar met een· eerste ingang gekoppeld met een uitgang van de derde eenheid en een ingang voor het toevoeren van de eerste eindwaarde, welke tweede komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de teller met de eerste eindwaarde, 10 dat de eerste komparator is voorzien van een eerste en een tweede uitgang voor het leveren van een uitgangssignaal indien de waarde van de grootheid ligt binnen respektievelijk buiten een waardebereik rondom de in het geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waaide, dat deze eerste en tweede'uitgangen zijn gekoppeld met een telingang respektie-lg velijk een andere ingang, bij voorkeur* een resetingang van de derde eenheid, dat de uitgang van de tweede komparator is gekoppeld met de anders ingang van de derde eenheid en bovendien is gekoppeld met een stuuringang van de· konversiemiddelen voor het leveren van een stuursignaal indien in de tweede komparator blijkt dat de inhoud van 2o de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
De inrichting voor het af leiden van het regelsignaal voor toepassing in de werkwijze waarbij in twee of meer frekwentiegebieden gemeten wordt, kan verder zijn gekenmerkt, doordat de tweede eenheid n elk tot een van de n frekwentiegebieden behorende geheugens bevat, - 25 de inhoud waarvan een maat is voor de energie-irihoud van het elektrische signaal in het bijbehorende frekwentiegebied, de eerste komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de waarde voor de grootheid behorende bij het i-de frekwentiegebied met de waarde van de inhoud van het i-de geheugen van de tweede eenheid, dat de derde 30 eenheid ή- elk tot één van de frekwentiegebieden behorende tellers bevat, de tweede komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de i-de teller met de eerste eindwaarde, dat de eerste konparator verder is ingericht voor het leveren van een uitgangssignaal indien de waarde van de grootheid behorende bij het 35 i-de frekwentiegebied ligt binnen respektievelijk buiten een waardebereik rondom de in het i-de geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde, en dat de tweede konparator verder is ingericht voor het leveren van een stuursignaal indien in de tweede komparator blijkt dat de inhoud 8403200 BHN 11.182 17 £ van de i-de teller in de derde eenheid de:'.eêrste eindwaarde bereikt heeft, en dat de inrichting verder is voorzien van een adres teller mat ee uitgang gekoppeld met een adresingang van de tweede en de derde eenheid*
Deze laatstgenoemde inrichting kan weer verder zijn 5 gekenmerkt, doordat tussen de uitgang van de konversiemiddelen en de regelingang van de versterker een zevende eenheid is opgenomen, welke zevende eenheid is ingericht voor het opslaan van de waarde van het regelsignaal van de zesde eenheid en dat de zevende eenheid is voorzien van een laadingang voor het tenminste één maal gedurende een operatie 10 ontvangen van een stuursignaal, indien gedurende deze operatie voor ten minste één frekwentiegebied i blijkt dat de inhoud van de teller i van de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft. Op deze wijze kan men een éénmalige aanpassing van de versterkingsgraad in een qperatiè realiseren, bijvoorbeeld aan het eind van elke operatie. Deze 15 inrichting kan bovendien zijn gekenmerkt, dat de zevende eenheid is ingericht voor het opslaan van n waarden overeenkomende met de n regelsignalen voor het instellen van de versterkingsgraad van de versterker, en dat de zevende eenheid bovendien is voorzien van een adresingang gekoppeld met de uitgang van de adresteller.
20 Delen, van de inrichtingen volgens de uitvinding kunnen worden geïntegreerd en in een microprocessor worden opgenomen. Bij voorkeur · zijn ten minste de tweede en de derde eenheid, de eerste en de tweede komparator, de konversiemiddelen en de adresteller in een microprocessor zijn opgenomen.
25 De uitvinding zal aan de hand van de hierna volgende figuurbeschrijving nader worden uiteengezet. Hierin toont: figuur 1 een stroomschema van een uitvoeringsvoorbeeld van de werkwijze, figuur 2 een schematisch uitvoeringsvoorbeeld van de 30 inrichting voor het uitvceren van de werkwijze, figuur 3 een verder uitgewerkt uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting, figuren 4, 5 en 6 een aantal signalen aanwezig op een aantal punten in de inrichting van figuur 3, als funktie van de tijd, 35 figuur 7 een ander, uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting, zijnde de inrichting van figuur 3 doch licht gewijzigd, en figuur 8 weer een ander uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting, eveneens zijnde de inrichting van figuur 3, doch licht gewijzigd.
8403200 * * PHN 11.182 18
Figuur 1 beschrijft de werkwijze waarbij binnen een operatie in een aantal frekwentiegebieden wordt gemeten om uiteindelijk daaruit een regelsignaal te kunnen afleiden.
Figuur 1 toont een stroomschema van de werkwijze. De start 5 van het progranma wordt in het blok 100 gerealiseerd doordat de (auto) radio wordt aangeschakeld. De gebruiker stelt de volumeknop van de ' radio nu zodanig in (blok 110) dat het niveau van het gewenste signaal dat de (auto) radio levert voor de gebruiker naar wens is. Dit betekent dat de gebruiker een zeker gewenst niveauverschil tussen het niveau 10 van het achtergrondlawaai en het niveau van het gewenste signaal heeft ingesteld. Zoals uit het volgende zal blijken zal het programma ervoor zorgen dat bij een verhoging respektievelijk een verlaging van het achtergrondlawaainiveau. het volume van de radio zodanig wardt bij geregeld (verhoogd respektievelijk verlaagd) dat het door de gebruiker ingestelde 15 niveauverschil gehandhaafd blijft.
In blok 120 wordt nu van een mikrofoon in de ruimte (het auto-konpartiment) een binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het mikfofoonsignaal ingenomen. Vervolgens wordt in blok 130 voor de n frekwentiegebieden elk daaruit een grootheid afgeleid die een maat 20 is voor de energie-inhoud van het signaal in de n frekwentiegebieden.
De verkregen waarden voor de energie-inhoud in de n frekwentiegebieden worden opgeslagen in n bijbehorende geheugens als waarden en in n bijbehorende referentiegeheugens als waarden R^, waarbij i loopt van 1 tot en met n. Deze opslag vindt plaats in blok 140. Bovendien wordt 25 de inhoud k^ van n elk tot een frekwentiegebied behorende tellers alle op nul gezet.
Nu worden in een aantal opvolgende operaties telkens de volgende stappen uitgevoerd: (a) er wordt weer een binnen een tijdinterval vallend gedeelte van het 30 elektrische (mikrofoon)signaal ingenomen. Dit vindt plaats in blok 120'.
(b) uit dit gedeelte van het elektrische signaal wordt in blok 130' voor alle n frekwentiegebieden een grootheid E^ afgeleid, wélke een maat is voor de energie-inhoud van dit gedeelte in de n frekwentiegebieden. Vervolgens wordt in blok 150 een lopende variabele i gelijk aan 1 gemaakt. 35 (c) in blok 160 wordt nu de eerste grootheid vergeleken met de waarde M1 van de inhoud van het eerste geheugen van de n elk tot een frekwentiegebied behorende geheugens.
(d) indien in blok 160 blijkt dat de in blok 130' verkregen waarde voor 840 32 0 0 + ΓΗΝ 11.182 19 de eerste grootheid ligt binnen een waardebereikAM rondom de in het eerste geheugen opgeslagen waarde M^, dat wil zeggen Μχ - ΔΜ 4. E1 < Μχ + ΔΜ, (1) 5 dan wordt de inhoud·^ van de eerste teller behorend bij het eerste frekwentiegebied met een getal één. verhoogd. Dit vindt plaats in blok 180. AM kan een vasts waarde hébben/ doch noodzakelijk is dit niet, zoals later zal blijken. Vervolgens wordt k^ in blok 190 vergeleken IQ met een eerste eindwaarde N.
Blijkt in blok 190 dat de inhoud k^ van de eerste teller de eerste eindwaarde N nog niet bereikt heeft dan verloopt het programna via de tak 220 naar het blok 260.
Blijkt in blok 160 dat E^ buiten het waardebereik rondom 15 ligt dan loopt het programma via de tak 240 naar het blok 250. Ook indien in blok 190 blijkt dat k^ de eerste eindwaarde N bereikt heeft, loopt het programma (via de tak 230χ naar het blok 250.
(e) in blok 250 wordt de inhoud k^ van de eerste teller verlaagd, in dit geval op een eerste beginwaazde, en wel de waarde nul, gezet.
2o Vervolgens loopt het programna naar het blok 260.
(f) in blok 260 wordt de lopende variabele i met een tweede getal, gelijk aan één, verhoogd. Vervolgens wordt de lopende variabele i in blok 270 vergeleken met een tweede eindwaarde n + 1.
(g) is de tweede eindwaarde nog niet bereikt danr. loopt het programma 25 via de. tak 280 naar het blok 160 voor het herhalen ran het programma vanaf blok 160 voor het tweede (meer in het algemeen een opvolgend) frekwentiegebied.
Via de tak 280 worden dus achtereenvolgens alle n frekwentiegebieden afgehandeld.
30 (h) zijn alle ir freksrentiégébieden afgehandeld dan loopt het programma via de blokken 270, 290 en de tak 300 naar het blok 120' voor het opnieuw innemen van een tijdsignaal en het bepalen van de energie-inhouden Ei in een opvolgende operatie.
35 Situatie 1; Stel dat vanaf het begin van het inschakelen van de (auto) radio het aehtergrondlawaainiveau in een zeker frekwentiegebied i gedurende voldoend lange tijd niet gewijzigd is. De opvolgende operaties verlopen voor dit frekwentiegebied i allemaal via de blokken 160, 180, 840 32 00 PHN 11.182 20 190 de tak 220 en het blok 260, totdat in een zekere operatie de waarde k^ in het blok 190 de eerste eindwaarde N bereikt.
Doordat gedurende N operaties de waarde (praktisch) niet gewijzigd is, wordt aangenomen dat deze waarde overeenkomt met het 5 "echte achtergrondlawaai- (dat dus niet is "verontreinigd" door spraak). De versterkingsgraad van de versterker kan nu aangepast worden aan het nieuwe lawaainiveau. Dit vindt plaats in blok 200. Aangezien het lawaainiveau sinds het moment van inschakelen niet is gewijzigd, betekent dit dat en IYL gelijk zijn, en zal dit niet leiden tot een 10 verandering van de versterkingsgraad van de versterker. Vervolgens wordt de inhoud k^ van de i-de teller (in blok 250) weer op nul gezet. Situatie 2: Stel nu dat vanaf het begin van inschakelen van de (auto) radio het achtergrondlawaai in een zeker frekwentiegebied i eerst gedurende een zekere.tijd, die kleiner is dan de tijd benodigd om k^ 15 de waarde N te laten bereiken, zich niet wijzigt en er vervolgens een wijziging in het niveau optreedt die nu gedurende een voldoend lange tijd konstant blijft.
In eerste instantie loopt het programma voor het frekwentiegebied i in opvolgende operaties via de blokken 160, 180, 190 de tak 20 220 en het blok 260. Voordat k^ de waarde N bereikt heeft verandert het lawaainiveau. In de eerste volgende operatie verloopt het programrra voor het frekwentiegebied i via blok 160 en de tak 240. In de tak 240 is nu het blok 210 opgencmen.. In dit blok 210 kan men nu de in het i-de geheugen opgeslagen, waarde op verschillende manieren "verfrissen", 25 dat wil zeggen, aanpassen aan de nieuwe gemeten waarde in het i-de frekwentiegebied: (i) de waarde voor de i-de grootheid wordt opgeslagen in het i-de geheugen, ofwel , of (ii) uit de waarde voor de i-de grootheid en de in het i-de geheugen 30 opgeslagen waarde wordt een nieuwe waarde afgeleid die in het i-de geheugen wordt opgeslagen, bijvoorbeeld Μ. , E.
μ = 10 + 1 ' (2) . in 2 waarbij respektievelijk MLq de nieuwe respektievelijk oorspronkelijke waarde in het i-de geheugen voorstellen.
Het spreekt voor zich dat ook andere aanpassingen van de waarde in het i-de geheugen mogelijk zijn.
840 32 00 « Μ $ PHN 11.182 21
Vervolgens wordt de inhoud k^ van de i-de teller weer qp nol gezet in blok 250.
Daar bet lawaainiveau vervolgens gedurende een voldoend lange tijd konstant blijft loopt het programma in opvolgende operaties g nu weer via de blokken 160, 180, 190, de tak 220 en het blok 260 totdat de inhoud k^ van de i-de teller de waarde N bereikt. Daar de waarde M. nu anders is geworden, zal M. ongelijk zijn aan R., en zal in J* 1 het blok 200 een verandering van de verstsrkingsgraad gerealiseerd worden afhankelijk van iet verschil tussen R- en It. Bovendien wordt IQ de inhoud k^ van de i-de teller in blok-·. 250 weer qp nul gezet.
Situatie 3? Neem nu aan dat enige tijd na inschakelen van de autoradio de bestuurder met een passagier gaat praten. In eerste instantie zal het prograuma via de blokken 160, 180, 190,-de tak 220 en het blok 260 lopen. Vanaf het moment dat de bestuurder en de passagier gaan 15 praten zal, ten gevolge van het in de tijd variërend karakter van de spraak) in opvolgende operaties voor het i-de frekwentiegebied het · programma bf via de tak 240 bf via de. tak 220 lopen, waarbij k^ de waards N in principe niet zal kannen bereiken. Er zal dus geen aanpassing van de versterkingsgraad van de versterker plaats vinden, 2q hetgeen zoals eerder reeds vermeld is, gewenst is.
Zou het achtergrondlawaai gedurende de tijd dat de bestuurder en de passagier net elkaar praatten zijn veranderd in een ander lawaaniveau dan zal de versterkingsgraad evenmin worden aangepast. Pas indien de inzittenden gedurende een voldoende lange tijd niet gesproken hebben (zo lang dat in opvolgende operaties k. de waarde N kan bereiken), dan vindt een aanpassing aanl:het nieuwe lawaainiveau plaats.
In de hiervoor beschreven tweede situatie is aangegeven dat men de in het i-de geheugen opgeslagen waarde dient qp te frissen om deze waarde aan te passen aan het nieuwe (gemeten) lawaainiveau wil in het i-de frekwentiegebied. Is er geen variatie in het gemeten lawaainiveau (dan loopt het programma dus via het blok 160 naar blok 180) dan is in principe geen "opfrissen" van de in het i-de geheugen opgeslagen waarde nodig.
oc Ook in dit geval kan het verfrissen van de in het i-de geheugen opgeslageiwaarde zinvol zijn aangezien hierdoor een nauwkeuriger gemeten gemiddeld achtergrondniveau kan worden verkregen. Het verfrissen kan bijvoorbeeld op dezelfde manieren gebeuren als bij de tweede 8403200 * f 4.
PHN 11.182 22 situatie beschreven. Dit verfrissen vindt dan plaats in het blok 170.
Indien de versterker een in een n-tal frekwentiegebieden varieerbare versterkingsfaktor heeft, welke frekwentiegebieden qua plaats en breedte in het spektrum overeenkomen met de n frekwentie-5 gebieden waarbinnen de energie-inhoud van het tijdsignaal in blok 130' wordt bepaald, dan zal men, indien in een zeker frekwentiegebied i in blok 190 bepaald is dat de i-de teller k^ de eerste eindwaarde N bereikt heeft, bij voorkeun direkt daarna de versterkingsfaktor in het i-de frekwentiegebied aanpassen. Vandaar dat het blok 200 direkt 10 na het blok 190 in het stroomdiagram is aangebracht. Het is echter ook mogelijk dat men slechts een keer gedurende een operatie, bijvoorbeeld aan het eind ervan, de versterJdngsfaktoren in de n frekwentiegebieden aanpast. In dit geval moet v er een geheugen zijn waarin wordt opgeslagen voor welke frekwentiegebieden de bijbehorende teller k^ de 15 eerste eindwaarde N bereikt heeft. Het hlok 200 bevindt zich nu bijvoorbeeld tussen de blokken 270 en 290, zodat na afloop van de operatie de aanpassing van de versterkingsgraad in de n--frekwentiegebieden kan plaats vinden.
Indien de versterker een versterkingsfaktor bezit voor het 20 volledige frekweritiebereik dan zal men bij voorkeur aan het eind van een operatie de versterkingsfaktor aanpassen.. Doch in principe is ook een aanpassing direkt na het blok 190 mogelijk door middel van blok 200.
In het voorgaande is aangenomen dat na het innemen van een tijdsignaal in blok 120% in blok 130' voor alle n frekwentiegebieden 26 de grootheden tot en met En afgeleid worden. Het is echter ook mogelijk dat in blok 130r voor slechts een frekwentiegebied i de grootheid E^ bepaald wordt. In dat geval kan het stroomdiagram er op de volgende manieren uitzien: 1. in het blok 120' wordt het tijdsignaal ingenomen en opgeslagen, 30 bijvoorbeeld in digitale vorm.
In blok 130' wordt slechts een grootheid E.. afgeleid.
Het blok 150 dient dan tussen de blokken 120 ' en 130 ’ te worden geplaatst en de tak 280 dient dan vóór het blok 130' weer op de hoofdprogrammatak aan te sluiten, zodat, na het blok 270, in blok 130' de grootheid Ei 35 voor het volgende frekwentiegebied kan worden, bepaald uit de in het blok 120' opgeslagen tijdsignaal.
2. in het blok 120' wordt alleen een tijdsignaal opgenomen, doch niet opgeslagen. In blok 130* wordt slechts een grootheid afgeleid. Vanaf 8403200 EHN 11.182 - 23 de toevoer van de tak 300 naar de hoofdprogramnatak is de volgorde van de blokken nu als volgt: eerst,'blok 150 - vervolgens de toevoer van de tak 280 naar de hoofdpro-granmatak - het blok 120’ en vervolgens het blok 130'Voor elk 5 frekwentlegebied wordt dus steeds een nieuw tijdsignaal ingenomen.
Is de gebruiker niet tevreden met het door hem zelf, door middel van de volumeknop, ingestelde niveau van het gewenste signaal (hij kan het niveauverschil tussen het gewenste signaal en het achtergrondlawaai te groot of juist te klein vinden) dan kan hij door middel 10 van het verdraaien van de volumeiknop een nieuw niveau (verschil) instellen. Het programna springt nu automatisch naar het blok 320 en begint van voor af aan met het innemen van een tijdsignaal in het blok 120.
Het programna kan beëindigd worden via blok 290 naar het 15 blok 310 of vanaf blok 330 naar blok 310. Blok 330 geeft aan dat het programna stopt ondat de radio wordt afgeschakeld. Het beëindigen van het programna via het blok 290 kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden bijvoorbeeld doordat met de knop op de radio waarmee de lawaai-afhankelijke volumeregeling in-'en uitgeschakeld kan worden, de regeling 20 wordt uitgeschakeld.
Een werkwijze waarbij binnen een operatie slechts in éën frekwentlegebied gemeten wordt ter verkrijging van het regelsignaal kan eenvoudig uit het stroomschema van figuur 1 afgeleid worden door het blokken'260 en 270, de tak 280 en het blok 150 weg te laten.
25 Figuur 2 toont een uitvoeringsvoofbeeld van de inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze zoals aan de hand van figuur 1 beschreven. De inrichting bevat een versterker 1 waarvan de versterkings-graad in afhankelijkheid van een regelsignaal regelbaar is, met een ingang gekoppeld met een eerste ingangsklem 3 voor het ontvangen van 30 een te versterken elektrisch signaal, een uitgang 4 gekoppeld met een uitgangsklem 5 voor het leveren van een uitgangssignaal , en een regelingang 6 voor het ontvangen van het regelsignaal. Aan de uitgangsklem 5 is een luidspreker 7 aangesloten. De luidspreker 7 zet het elektrische signaal aan de uitgangsklem 5 om in een akoestisch 35 signaal, dat wordt af gestraald in de ruimte 8 waarin de luidspreker 7 is aangebracht. In de ruimte 8 bevindt zich ook een mikrofoon 9 gekoppeld met een tweede ingangsklem 10 van de inrichting. De mikrofoon 9 detekteert het in de ruimte 8 aanwezige akoestische signaal dat, in 8403200 * li PHN 11.182 24 het algemeen is opgebouwd uit drie bijdragen, te weten de bijdrage van het gewenste signaal of het luidsprekersignaal LS dat door de luidspreker 7 wordt af gegeven, de bijdrage van het achtergrondlawaai NS van een onafhankelijke geluidsbron en een bijdrage overeenkomende met het spraak-5 signaal SS van een spreker in de ruimte 8.
Om te korrigeren voor de bijdrage LS in het mikrofoonsignaal dat via de tweede ingangsklem 10 aan de inrichting wordt aangeboden is de inrichting voorzien van korrektiemiddelen 11. De korrektiemidde 1 en 11 bevatten een filter 12, een gelijkrichter 13 en een signaalkorribineer-10 eenheid 14. De tweede ingangsklem 10 is via eveneens een filter 15 en een gelijkrichter 16 gekoppeld met de signaalkombineereenheid 14. De sig-naalkombineereenheid 14 kombineert de signalen van de gèlijkrichters 13 en 16 zodanig dat bij afwezigheid van het spraaksignaal SS en het achtergrondlawaai NS, er voor elk der n frekwentiegebieden ingesteld 15 door de (instelbare) filters 12 en 13 aan de uitgang 17 van de signaal-kambineereenheid 14 (praktisch) geen signaal verschijnt. Het op de hiervoor beschreven wijze korrigeren^-voor de invloed van het door de versterker 1 versterkte signaal LS op het regelsignaal, dat via de leiding 18 aan de regelingang 6 van de versterker 1 wordt aangeboden, is op 20 zich bekend. Het korrigeren zou eventueel ook op een andere wijze kunnen worden gerealiseerd.
Bij aanwezigheid van het achtergrondlawaai NS en het spraaksignaal SS ontstaat er aan de uitgang 17 van de signaalkombineer-eenheid 14 een elektrisch signaal dat een maat is voor de som van deze 25 beide signalen. Dit signaal wordt toegevoerd aan een mikroprocessor 19 die een' 'regelsignaal afgeeft aan zijn uitgang 20 voor toevoer via de leiding 18 aan de versterker 1 en een tweede regelsignaal afgeeft aan zijn uitgang 21, voor toevoer aan de instelbare filters 12 en 15.
Het spreektnatuurlijk voor zich dat de filters 12 en 15 zodanig 30 gestuurd worden dat zij beide steeds op hetzelfde frekwentiegebied worden ingesteld.
De korrektiemiddelen 11 hadden natuurlijk ook kunnen worden uitgevoerd met een filterband- 12 met n parallelle filters, overeenkomende met de n frekwentiegebieden. De gelijkrichters en de signaalkombineer-35 eenheid hadden dan n maal moeten worden uitgevoerd. In dat geval is geen sturing van filters meer nodig, doch zal later in de schakeling de n verkregen signalen dienen te worden verwerkt.
De mikroprocessor 19 is verder nog voorzien van een volumeknop 8403200 0ΗΝ 11.182 25 22 die de gebruiker kan bedienen voor het instellen van een zeker niveauverschil tussen het gewenste geluid LS en het achtergrondlawaai NS. Dit niveauverschil wordt zoals later zal blijken, in dit uitvoeringsvoorbeeld gerealiseerd door de hulpversterker 1' die daartoe 5 een regelsignaal via een regelingang 6' en de leiding 18' van een uitgang 20* van de mikroprocessor 19 krijgt toegevoerd. De inrichting en in het bijzonder de mikroprocessor 19 zullen verder worden beschreven in figuur 3.
In figuur 3 is de tweede ingangsklem 10 gekoppeld met een 10 ingang 23 van een eerste eenheid 24. De eerste eenheid 24 is ingericht voor het voor een frekwentiegebied i uit een', binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal (aanwezig aan de uitgang 17 van de signaalkombineereenheid 14 in figuur 2) af leiden van de grootheid E^, welke een maat is voor de energie-inhoud van dit · 15 gedeelte in het betreffende frekwentiegebied. Dit betekent dat de korrektiemiddelen 11, het filter 15 en de gelijkrichter 16 uit figuur 2 in figuur 3 zijn gedacht te zijn opgenomen in de eerste eenheid 24. Dit is ook zichtbaar doordat de-eerste ingangsklem 3 via een rechtstreekse elektrische doorverbinding is gekoppeld met een andere 20 ingang 25 van de eerste eenheid 24. De inrichting bevat verder een tweede eenheid 26 en een signaalkcmbineereenheid 28. De uitgangen 29 en 30 van de eerste respektievelijk de tweede eenheid 24 respektievelijk 26 zijn gekoppeld met een eerste respektievelijk een: tweede ingang 31 respektievelijk 32 van de signaalkombineereenheid 28, een uitgang 33 25 waarvan is gekoppeld met een ingang 27 van de tweede eenheid 26. De tweede eenheid 26 bevat n, elk tot een van de n frekwentiegebieden behorende geheugens, de inhoud ]VL waarvan een maat is voor de energie-inhoud van het elektrische signaal. De werking en de funktie van de signaalkombineereenheid 28 zal later worden uiteengezet.
2Q De uitgangen 29 en 30 van de eerste en de tweede eenheid 24 respektieveliik 26 zijn gekoppeld met een eerste en een tweede ingang 34 respektievelijk 35 van een eerste komparator 36. De komparator 36 vergelijkt de grootheden, door de eerste en de tweede eenheid 24 respektievelijk 26 aan zijn eerste en tweede ingang 34 respektievelijk 35 35 geleverd, met elkaar. Een eerste uitgang 37 van de komparator 36 is via een EN-poort 39 gekoppeld met een telingang 41 van een derde eenheid 43. Een tweede uitgang 38 van de komparator 36 is via een EN-poort 40 en een OF-poort 44 gekoppeld met een resetingang 42 van 8403200 *' x PHN 11.182 26 de derde eenheid 43. De derde eenheid bevat n, élk tot één van de n frekwentiegebieden behorende tellers. Een uitgang 45 van de derde eenheid 43 is gekoppeld met een eerste ingang 46 van een tweede kanparator 47. De tweede komparator 47 heeft ook een tweede ingang 48 5 voor het toevoeren van de eerste eindwaarde N. De tweede kanparator 47 is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de i-de teller uit de derde eenheid 43 met de eerste eindwaarde N. De uitgang 49 van de tweede komparator 47 is via de OF-poort 44' gekoppeld met de resetingang 42 van de derde eenheid 43. De uitgang 49 is 10 bovendien via een OF-poort 50 gekoppeld met een set (of laad-) ingang 51 van een tot de konversiemiddelen 52 behorende vijfde eenheid 53/ welke vijfde eenheid 53 n elk tot een van de frekwentiegebiefen behorende geheugens bevat. De uitgang 33 van de signaalkambineereenheid 28 is gekoppeld met een ingang 54 respektievelijk 55 van de vijfde eenheid 15 53 respektievelijk een vierde eenheid 56/ eveneens behorend tot dë konversiemiddelen 52. De vierde eenheid 56 bevat n elk tot één van de n frekwentiegebieden behorende geheugens, voor het opslaan van n, elk tot één van de frekwentiegebieden behorende referentiewaarden. De uitgangen 57 en 58 van de vierde en de vijfde eenheid zijn gekoppeld met een 20 eerste respektievelijk een tweede ingang 59 respektievelijk 60 van een zesde eenheid 61, eveneens behorend tot de konversiemiddelen 52. De zesde eenhé-id 61 is ingericht voor het af leiden van een regelsignaal uit de signalen aangeboden aan zijn twee ingangen 59 en 60 en voor het ieverenü van dit regelsignaal aan zijn uitgang 62, welke uitgang 62 25 dienst doet als uitgang van de konversiemiddelen 52. De uitgang 62 van de zesde eenheid 61 vormt de uitgang 20 van de mikroprocessor 19 uit figuur 2.
Voor hét. toevoeren van adressen aan de adresingangen 65, 66, 67, 68 en 69 van de eerste, tweede, derde, vierde respektievelijk 3Q vijfde eenheid is de inrichting voorzien van een adresteller 70. De adresteller 70 levert cyclisch n adressen i overeenkomstig de n frekwentiegebieden over de leiding 82 aan d hiervoor genoemde eenheden. De adresteller 70 kriigt klokpulsen van een centrale besturingseenheid 71 via de leiding 72. Verder lopen er vanaf de centrale 35 besturingseenheid:;? 1 de volgende leidingen: een leiding 73 die is gekoppeld met een set- (Of laad-) ingang 74 van de vierde eenheid 56 die via de OF-poort 50 is gekoppeld met de set- (of laad-) ingang 51 van de vijfde eenheid 53, en die via de OF-poort 44 is gekoppeld met 8403200 FHN 11.182 27 de resetlngang 42 van de derde eenheid 43; een leiding 75 die is gekoppeld met een set- (of laad-) ingang 76 van de tweede eenheid 26? een leiding 87 die via de EDHpoorten 39 en 40 is gekoppeld met de ingangen 41 respektievelijk 42 van de derde eenheid 43; een leiding 5 77 gekoppeld met een stuuringang 64 van de zesde eenheid 61 én met de inhibitingang 78 respektievelijk 79 van de eerste kanparator 36 respektievelijk de signaalkonibineereenheid 28; een leiding 80 gekoppeld met een resetingang van de adresteller 70 en met een ingang 83 van de eerste eenheid 24; en de leiding 18' vanaf de uitgang 20' 10 naar de regelingang 6' van de hulpversterker 1'. Vanaf de adresteller 70 loopt er nog een leiding 84 naar de centrale besturingseenheid 71.
De werking van de inrichting van figuur 3 is nu als volgt. Allereerst wordt het initialiseren, dat is het realiseren van de begininstelling, uitgélegd aan de hand van figuur 4, waarin een aantal 15 signalen qp een aantal punten in de inrichting zijn weergegeven als funktie van de tijd. Vervolgens wordt de echte meting uitgelegd aan dehand van figuren 5 en 6/ die beide eveneens een aantal signalen aanwezig op een aantal punten in de inrichting weergeven als funktie van de tijd.
20 1. Het initialiseren
Er wordt aangenomen dat de versterker 1 en de hulpversterker 1’ een versterkingsfakbor A respektievelijk oc bezitten die elk voor alle frekwentiegebieden dezelfde waarde hebben.
Op een gegeven ogenblik t^ draait de gebruiker aan de 25 volumeknop 22 voor het instellen van de versterkingsfaktor oCA van de inrichting, en wel zodanig dat een door hem gewenst en als prettig ervaren niveauverschil tussen het gewenste geluid LS en het achtergrondlawaai NS gerealiseerd wordt. De centrale besturingseenheid 71 zendt nu over de leiding 77 een stuursignaal, zie figuur 4(a), aan de 30 zesde eenheid 6i waardoor er aan de uitgang 62 een zodanig regelsignaal verschijnt, en wordt toegevoerd aan de versterker 1, dat de versterkingsfaktor A van de versterker 1 de waarde 1 aanneemt. Bovendien zendt de centrale besturingseenheid 71 over de leiding 18’ een zodanig regelsignaal aan de versterker 1' dat de versterkingsfaktor oC van de inrichting 35 (A is immers gelijk aan 1) juist zodanig is dat het gewenste niveauver* schil tussen gewenst signaal en achtergrondlawaai wordt gerealiseerd. Vervolgens geeft de besturingseenheid 71 over de leiding 80 een inpuls, zie figuur 4 (b). Deze impuls reset de adresteller 70 naar een beginstand, 840 32 00
* V
PHN 11.182 28 bijvoorbeeld de stand 0000 ... 00, overeenkomende met het adres van het . eerste frekwentiegebied. Bovendien initieert de impuls in de eerste eenheid 24 1° een inname van een binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte 5 van het elektrische signaal aanwezig aan de uitgang 17 in figuur 2, 2° een bepalen van de grootheden E^, zijnde een maat voor de energie-inhoud van dit gedeelte in de bijbehorende frekwentiegebieden, 3° voor het opslaan van de grootheden E^ in n bijbehorende geheugens.
In het voorgaande is dus aangenomen dat de eerste eenheid 10 24 n parallel werkende filters voor de n f rekwentiegebieden bezit.
Vervolgens wordt op de beide leidingen 73 en 75 op het tijdstip t2 een impuls door de besturingseenheid 71 afgegeven, zie figuur 4 (c) en 4(d). Deze impuls, via de OF-poort 44, toegevoerd aan de resetingang 42 van de derde eenheid 43 draagt er zorg voor dat het aan de ingang 15 85 van de derde eenheid 43 aangeboden getal (dit is altijd een nul) wordt ingeladen in de eerste teller, dat wil zeggen k^ = 0. Dit omdat aan de adresingang 67 het adres 00 ... 00 wordt aangeboden. Doordat aan de adresingangen 65, 66, 68 en 69 van de eerste, de tweede, de vierde en de vijfde eenheid 24, 26, 56 en 53 respektievelijk bovendien 20 het adres overeenkomstig het eerste frekwentiegebied wordt aangeboden, wordt de grootheid aanwezig aan de uitgang 29 van de eerste eenheid, via de signaalknribineereenheid 28 aangeboden aan de tweede, de vierde en de vijfde eenheid, na toevoer van de hiervoor vermelde impuls via de leiding 75 aan de laadingang 76 en via de leiding 73 aan de laad-25 ingangen 74 en 51, opgeslagen op de bij het eerste frekwentiegebied behorende geheugenplaats in deze drié eenheden 26, 56 en 53. Doordat via de leiding 77 nog steeds het eerder genoemde stuursignaal aan de ingang 79 van de signaalkombineereenheid 28 wordt aangeboden bewerkt deze dat de eenheid 28 enkel als elektrische doorverbinding tussen 30 de ingang 31 en de uitgang 33 fungeert.
Vervolgens wordt door de besturingseenheid 71 via de leiding 72 een klokpuls afgegeven op het tijdstip t^ aan de adresteller 70, zie figuur 4(e), waardoor de adresteller zijn inhoud met de waarde éeh verhoogd en aan de uitgang, en dus op de leiding 82, het adres 35 00 ... 01 verschijnt. Nu wordt er op het tijdstip t^ door de besturings eenheid 71 een impuls afgegeven over de leidingen 73 en 75, zie f iguur 4 (c) en 4 (d), waardoor de grootheid E2 aanwezig aan de uitgang 29 vandè'eerste eenheid 24 via de signaalkombineereenheid 28 wordt 840 32 00 PHN 11.182 29 aangeboden aan de tweede, de vierde en de vijfde eenheid 26, 56 en 53 respekfcievelijk en daarin wordt qpgeslagen in een geheugen behorende bij het tweede frekwentiegebied. Vervolgens ontvangt de adresteller 70 weer een klokpuls via de leiding 72 op het tijdstip tg, zie figuur 4(e), 5 waardoor het volgende adres op de leiding 82 verschijnt en de grootheid E|, door middel van de opvolgende impuls via de leidingen 73 en 75 aan de tweede, de vierde en de vijfde eenheid, in deze eenheden kan worden opgeslagen. Dit gaat steeds zo door totdat na een impuls op het tijdstip tn, zie figuur 4(e), via de leiding 72, de adresteller de 10 adresstand "n" overeenkomstig met het n-de frekwentiegebied aangeeft en de grootheid in de tweede, de vierde en de vijfde eenheid wordt qpgeslagen onder invloed van een impuls op de leidingen 73 en 75. De adres- of tellerstand "n" is bovendien de hoogste stand in de adresteller 70. Dit betekent dat de teller "vol" is. Via de fc (full counter) uitgang 15 van de adresteller 70 wordt nu een signaal over de leiding 84 toegevoerd aan de besturingseenheid 71, zie figuur 4(f). Het stuursignaal op de leiding 77, zie figuur 4(a), verdwijnt nu, waardoor de signaalkcmbineer-eenheid 28 en de eerste kcmparator 36 ontgrendeld worden. Ook de zesde eenheid 61 wordt ontgrendeld. Dit is geen bezwaar, aangezien de inhouden 20 van de vierde en de vijfde eenheid 56 respektievelijk 53 gelijk zijn. De zesde eenheid is namelijk zodanig ingericht dat deze bij toevoer van de inhouden en van de beide eenheden 56 en 53 aan de uitgang 62 een regelsignaal levert dat een versterking lx in versterker 1 wordt gerealiseerd. De initialisatie is nu afgerond.
25 De meting.
Er verschijnt qp het tijdstip t^, zie figuur 5 (b), een impuls op de leiding 80. Deze impuls initieert in de eerste eenheid 24 opnieuw een inname van een tijdsignaal en het bepalen van de grootheden E^ tot en met E . Daar de adresteller de stand 00 ... 00 heeft worden vanaf n 30 de uitgangen 29 respektievelijk 30 van de eerste en de tweede eenheid 24 respektievelijk 30 de grootheden en aangeboden aan de ingangen 34 respektievelijk 35 van deeerste kcmparator 36. In de eerste korrparator 3& wordt gekeken of geldt dat <1 E^<[ + <ΔΜ. Indien dit zo is dan wordt de uitgang 32 "hoog". Is dit niet het geval dan wordt 35 de uitgang 38 "hoog". We nemen aan dat uitgang 37 "hoog" wordt, zie figuur 5(g). Via de leiding 87 wordt op het tijdstip t2, zie figuur 5(i), een impuls toegevoerd aan de EN-poorten 39 en 40. Deze puls wordt alleen door de EN-poort 39 doorgelaten, zodat aan de ingang 41 van de 840 32 00
„ * V
PHN 11.182 30 derde eenheid 43, zie figuur 5(j), een telpuls wordt aangeboden. Daar het adres 00 ... 00 ook aan de adresingang 67 van de derde eenheid 43 wordt aangeboden wordt de inhoud van de eerste teller in de derde eenheid met een verhoogd, dat wil zeggen = 1. De inhoud van de 5 eerste teller staat aan de uitgang 45 van de derde eenheid. Daar in de tweede kanparator 47 blijkt dat k^ <N is het uitgangssignaal aan de 49 van de tweede koirparator 47 "laag" zie figuur 5(1).
Vervolgens wordt over de leiding 75 op het tijdstip t^, zie figuur 5(d) een impuls aangeboden aan de laad'ingang 76 van de tweede 10 eenheid''26 zodat het uitgangssignaal van de signaalkorribineereenheid 28 wordt geladen in het eerste geheugen van de tweede eenheid. De nieuwe M^, zijnde M^, is dus een funktie van de oude M^, zijn M^, en bijvoorbeeld geldt: Μΐλ + Ei 15 Mln = JS— of meer algemeen: M. + E.
M. = 1Q· 0 (2) in 2 20
Vervolgens wordt via de leiding 72 op het tijdstip t^, zie figuur 5(e), een klokpuls af gegeven aan de adresteller 70, waardoor: op de leiding 82 het adres 00 ... 01 overeenkomstig het tweede frekwentiegébied verschijnt. Vanaf de uitgangen 29 respektievelijk 30 van de eenheden 25; 24 respektievelijk 30 worden de grootheden E2 en M2 aangeboden aan de ingangen 34 respektievelijk 35 van de komparator 36. Nu blijkt dat E2 valt buiten de grenzen - Am en M2 + Am. Dit betekent dat de uitgang 37 "laag" wordt, zie figuur 5(g), en de uitgang 38 "hoog", zie figuur 5 (h). de besturingseenheid 71 levert nu via de leiding 87, zie 30 figuur 5 (i), een impuls op het tijdstip t^ die alleen via de EN-poort 40 wordt doorgelaten en via de OF-poort 44 wordt toegevoerd aan de resetingang 42-.van de derde eenheid 43, zie figuur 5(k). De tellerstand van de tweede teller wordt op nul ingesteld (k2 = 0). In de tweede komparator 47 blijkt hu dat k2 < N zodat de uitgang 49 van de komparator 35 47 "laag" blijft):- zie figuur 5(1). Over de leiding 75, zie figuur 5 (d), wordt nu op het tijdstip tg een impuls af gegeven zodat de waarde M2 in de tweede eenheid vervangen kan worden door de waarde aan de uitgang 33 van de signaalkorribineereenheid 28.
840 32 0 0 S- ' PHN 11.182 31
Over de leiding 72, zie figuur 5(e) wordt nu op het tijdstip t^ een impuls toegevoerd aan de adresteller 70 en wordt over de leiding 82 het adres 00 ... 10 toegevoerd aan de eerste en de tweede eenheid 24 respektievelijk 26. In de eerste komparator 36 worden Eg en Mg met 5 elkaar vergeleken waarbij, zoals uit figuur 5(j) blijkt, de derde teller in de derde "eenheid 43 met 1 wordt verhoogd, dat wil zeggen kg = 1. Dit gaat zo door totdat alle frekwentiegebieden zijn af gehandeld. Op de leiding 84, zie figuur 5(f), verschijnt op het tijdstip tg weer het signaal dat de adresteller 70 vol is. Van de 10 tellers in de derde eenheid 43 zijn er nu een aantal die een teller-stand 1 bezitten, 'zoals de eerste, de derde, de (n-l)-de en de n-de teller, zie figuur--' 5(j) en een aantal tellers, zoals de tweede teller zie figuur 5 (k), die nog steeds een stand nul hebben. Figuur 5 beschrijft één operatie. Een dergelijke operatie wordt nu herhaald, 15 gebruikmakend van een nieuw binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het tijdsignaal en ingenamen door de eerste eenheid 24.
φ een gegeven ogenblik wordt voor een zéker frekwentie-gebied i in de bijbehorende teller de tellerstand N bereikt. Het verdere verloop van het programma wordt uitgelegd aan de hand van figuur 20 6. Op het tijdstip t^ wordt over de leiding 72, zie figuur 6(e), een impuls geleverd aan de adresteller, waardoor vervolgens aan zijn uitgang 82 het adres i verschijnt. Bij vergelijking van met in de eerste kctnparator 36 blijkt dat binnen de aangegeven grenzen valt, zodat de uitgang 37, zie figuur 6 (g), hoog wordt. De impuls op 25 de leiding 87, zie figuur 6(i), qp het tijdstip 12 wordt dus door de EN-poort 39 doorgelaten, zie figuur 6(j) waardoor de i-de teller met één verhoogd wordt en de waarde N .bereikt. Het gevolg daarvan is dat de uitgang 49 van de tweede komparator 47 op het tijdstip tg, zie figuur 6(1) hoog wordt. Deze opgaande flank op hét tijdstip tg wordt 3Q via de QF-poort 44 toegevoerd aan de resetingang 42 van de derde eenheid 43, zie figuur 6(k), waardoor de tellerstand k^ wordt teruggezet op de waarde nul. De uitgang 49 van de kcmparator 47 wordt vervolgens weer laag op het tijdstip t^, zie figuur 6 (1). De impuls die feitelijk aan de uitgang 49 ontstaat wordt ook toegevoerd, via 35 de OF-poort 5o aan de laadingang 51 van de vijfde eenheid 53, zodat de grootheid aan de uitgang 33 van de signaalkcmibineereenheid 28 in het i-de geheugen van de vijfde eenheid 53 wordt opgeslagen.
Aan de ingang 60 van de zesde eenheid 61 worden nu andere 8403200 ΡΗΝ 11.182 32 * *ί signalen F^ aangeboden uit de vijfde eenheid 53, dan eerst. Dit resulteert in een verandering in het regelsignaal door de zesde eenheid 61 aan zijn uitgang 62 af gegeven en toegevoerd aan de versterker 1. Was de grootheid M. groter dan de oorspronkelijke waarde F., dan is het 5 lawaainiveau blijkbaar omhooggegaan. De versterkingsfaktor A zal bijgevolg opgeregeld worden van de ingestelde waarde, tot op heden gelijk aan 1, naar de nieuwe aangepast waarde A, waarbij A >1. Was de grootheid M. kleiner dan de oorspronkelijke waarde F., dan is het lawaainiveau dus cmlaaggegaan. De versterkingsfaktor zal bijge-10 volg naar een waarde A worden bijgeregeld waarvoor geldt A < 1.
Het verkrijgen van een regelsignaal voor het gehele frekwentiebereik in de zesde eenheid 61, uitgaande van de grootheden R. en F. in de n frekwentiegebieden, kan, bij een goede scheiding
1 X
tussen de filters, gerealiseerd worden door de dB^waardes van de 15 signalen in de diverse filters bij elkaar op te tellen. Bij een minder goede scheiding dient er een korrektie plaats te vinden, welke korrektie op zich bekend is.
Indien de versterker 1 een in de n frekwentiegebieden afzonderlijk instelbare versterkingsgraadTA^ tot en met An bezit 20 dan dienen n regelsignalen door de zesde eenheid 61 te worden geleverd aan de regel ingang 6 van de versterker 1. Uit iedere set grootheden R^ en F^ uit de vierde en de vijfde eenheid 56 respektievelijk 53 en behorend tot een frekwentiegebied i wordt een regelsignaal r^ afgeleid. Dit kan men zodanig realiseren dat een verhoging van het 25 achtergrondlawaainiveau in een frekwentiegebied met x dB (waarbij, x dan een zekere waarde voorstelt) de versterking A in dat frekwentiegebied met x dB verhoogd wordt. Afhankelijk van de regeling zal men kleiner dan of gelijk aan een nemen.
In het voorgaande is aangegeven dat in alle gevallen de 30 inhoud van de tweede eenheid 26 werd verfrist, doordat voor elk frekwentiegebied i, ongeacht of binnen of buiten het waardebereik rond lag, aan de ingang 76 een impuls wordt aangeboden waardoor het signaal aan de uitgang 33 van de signaalkcmbineereenheid 28 in het i-de geheugen van de tweede eenheid 26 wordt ingelezen.
35 Figuur 7 toont een ander uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting, waarbij niet in alle gevallen de inhoud van de tweede eenheid 26 wordt verfrist. Figuur 7 toont alleen de essentiële elementen van de inrichting van figuur 3 en de daarin aan te brengen 8403200 PHN 11.182 33 veranderingen. In plaats van dat een uitgang van de besturingseenheid 71 is gekoppeld met de laadingang 76 van de tweede eenheid 26 is nu de uitgang van de EN-poort 40 via een OF-poort 88 met deze laadingang 76 gekoppeld. Bovendien is de besturingseenheid 71 nu via de leiding 5 73 en de OF-poort 88 met de laadingang 76 gekoppeld.
Tijdens het initialiseren worden er via de leiding 73 impulsen aan de laadingang 76 aangeboden, zodat de tweede eenheid met de nieuwe grootheden Mi gevuld wordt. Tijdens de meting zal, alleen indien in de eerste kcnparator 36 blijkt dat de grootheid E^ buiten 10 het waardebereik rondom de in het i-de geheugen van de tweede eenheid 26 valt, er aan de uitgang van de M-poort 40 een impuls verschijnen die via de QF-poort 88 aan de laadingang 76 wordt aangeboden en de waarde aan de uitgang 33 van de kombineereenheid 28 wordt in het i-de geheugen van de tweede eenheid opgeslagen.
15 lil het voorgaande is de werking van de inrichting uiteengezet, waarbij de aanpassing van de versterkingsgraad A van de versterker 1 plaats vond direkt nadat door de tweede kcnparator was gedetekteerd dat een tellerstand de waarde N bereikt had .
Figuur 8 toont weer een ander uitvoeringsvoorbeeld van de 20 imrichting, waarbij slechts eenmaal in een operatie, bij voorkeur aan het eind, de versterkingsgraad wordt aangepast. Figuur 8 toont alleen de essentiële elementen van de inrichting van figuur 3 en de daarin aan te brengen veranderingen. Tussen de uitgang 62 van de zesde eenheid 6l en de klem 20 is een zevende eenheid 90 geschakeld.
25 De zevende eenheid 90 is ingericht voor het opslaan van de waarde van het regelsignaal van de zesde eenheid. De zevende eenheid 90 is voorzien van een laadingang 91 voor het ten minste eenmaal gedurende een operatie ontvangen van een stuursignaal van de centrale besturingseenheid 71, indien gedurende deze operatie voor ten minste een 30 frekwentiegebied i blijkt dat de inhoud van de teller i van de derde eenheid 43 de eerste eindwaarde N bereikt heeft. Daartoe is de uitgang 49 van de tweede kanparator 47 eveneens gekoppeld met een ingang van de centrale besturingseenheid,71.
Bezit de versterker 1 een in de n frekwentiegebieden 35 onafhankelijk van elkaar instelbare versterkingsfaktor dan dient de zevende eenheid 90 te zijn ingericht voor het opslaan van n waarden overeenkomende met de n regelsignalen van de zesde eenheid 61, voor het instellen van de versterkingsgraad van de versterker. Bovendien is 8403200 * *.
PHN 11.182 34 de zevende eenheid 90 dan voorzien van een adresingang 92 via de leiding 82 gekoppeld met de uitgang van de adresteller 70.
De keuze voor de waarde N van de eerste eindwaarde is tamelijk willekeurig. Wel dient men er rekening mee te houden dat N groter moet 5 zijn dan of gelijk is aan de eerder genoemde ondergrens bepaald door de maximale tijdduur van een spraakuiting en de meettijd van een operatie.. Zo kan men bijvoorbeeld een waarde voor N hebben van 600.
Verder toont figuur 8 nog een regelbare versterker 93 tussen de tweede ingangsklem 10 en de ingang 23 van de eerste eenheid 24. De ver-10 sterkingsgraad van deze versterker 93 wordt via de leiding 94 vanuit de centrale besturingseenheid 71 gestuurd. Deze versterker kan worden gebruikt om, indien nodig, het niveau van het elektrische signaal aan de ingang 10 aan te passen, aan het bereik van de analoog-digitaal omzetter in de eenheid 24.
15 Het vergelijken, in blok 160 in figuur 1 respektievelijk in de eerste komparator 36 in figuur 3, van de grootheid E^, overeenkomende met de energie-inhoud in het i-de frekwentiegebied, met de waarde van de inhoud van het i-de geheugen kan ook op een andere wijze geschieden dan zoals door middel van formule (1) beschreven.
20 Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld als volgt.
Allereerst' wordt de grootheid X bepaald uit de gemeten waarde en de in het geheugen opgeslagen waarde M^Q volgens: x = I Ei - M±0| «λ
Ook wordt bepaald volgens formule (2).
25 Vervolgens geldt als beslissingskriterium dat:
M
a) indien X <in , (4) dat dan het programma van°figuur 1 verder loopt via het blok 180, terwijl m .
b) indien X (5) 30 dat dan het programma van figuur 1 verder loopt via de tak 240.
Formule (3) ingevuld in formulé (4) levert uiteindelijk °p Mio - ASi< Bi < Mio + Δ Ml, (6Γ T’:' ' - M.
waarbij ΔΜ. = (77 35 Uit (6) en (7) volgt dat het detektièkriteriüm van formule (4) inhoudt dat uiteindelijk toch de gemeten waarde (E^) wordt vergeleken met de in het i-de geheugen opgeslagen waarde (M^Q).
Bovendien is uit formulé' (7) duidelijk dat Λ niet vast ligt.
8403200 i * FM 11.182 35 " Tabel: -— ---- Blok nummer Inschrift __ 100 start 110 initial gain setting 120, 120' input of time signal 5 130, 130' derivation of 140 storage in memories 160 comparison step 170 refresh 180 increase 10 200 adaptation of gain setting 210 refresh Jb 250 decrease k^ 260 increase i 290 control switched off 15 310 stop 320 adjustment to new initial gain setting 330 radio switched off 20 25 30 84 0 32 0 0

Claims (29)

1. Werkwijze voor het aanpassen van de versterkingsgraad van een versterker aan het niveau van het achtergrondlawaai dat heerst in een ruimte ten gevolge van een onafhankelijke geluidsbron (indien aanwezig) , waarbij een signaal dat representatief is voor het akoestische 5 signaal in de ruimte door detektiemiddelen wordt gedetekteerd en wordt omgezet in een elektrisch signaal, waarna een regelsignaal wordt afgeleid dat een mat is voor het niveau van het achtergrondlawaai, in afhankelijkheid van welks regelsignaal de versterkingsgraad van de versterker zodanig wordt aangepast dat bij een verhoging van het niveau 10 van het achtergrondlawaai de versterkingsgraad wordt verhoogd en bij een verlaging van het achtergrondlawaai de versterkingsgraad wordt ver-, laagd, met het kenmerk, dat, bij een zekere instelling van de versterkings graad van de versterker en bij een zekere inhoud van ten minste één bij een bijbehorend frekwentiegebied behorend geheugen, in opvolgende· opera-15 ties telkens de volgende stappen worden uitgevoerd: (a) een binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal wordt ingenomen, (b) uit dit gedeelte van het elektrische signaal wordt voor het frekwentiegebied een grootheid afgeleid, welke een maat is voor de energie-inhoud 20 van dit gedeelte in het frekwentiegebied, (c) de grootheid overeenkomende met de energie-inhoud in het frekwentiegebied wordt vergeleken met de waarde van de inhoud van het geheugen, (d) indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de grootheid ligt binnen een waardebereik rondom de in het geheugen op- 25 geslagen waarde, dan wordt de inhoud van een tot het frekwentiegebied behorende teller, welke teller aangeeft gedurende hoeveel voorgaande operaties de verkregen waarde voor de grootheid binnen een waardebereik rondom de in het geheugen opgeslagen waarde ligt, met een eerste getal verhoogd en vervolgens de inhoud van deze teller met een eerste eind-30 waarde vergeleken, (e) zowel indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de in het geheugen opgeslagen waarde, als indien in stap (d) blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de inhoud van de 35 teller verlaagd, bij voorkeur op een eerste beginwaarde gezet, dat de operatie vanaf stap (a) herhaald wordt voor een opvolgend binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal, en dat indien, gedurende een operatie, voor het frekwentiegebied blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de 84 0 32 0 0 PHN 11182 37 versterkingsgraad van de versterker (indien noodzakelijk} aangepast.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, net het kennerk, dat, bij een zékere instelling van de versterkingsgraad van de versterker en bij een zékere inhoud van n, elk bij één van n frekwentiegebieden be-5 horende geheugens (n^2), in opvolgende operaties telkens de volgende stappen worden uitgevoerd: (a) een binnen een zéker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal wordt ingenonen, (b) uit dit gedeelte van het elektrische signaal wordt voor een frekwentie-10 gebied i een grootheid afgeleid, welke een maat is voor de energie-inhoud van dit gedeelte in het bijbehorende frekwentiegebied, (c) de i-de grootheid overeenkomende met de energie-inhoud in het i-de frekwentiegebied wordt vergeleken met de waarde van de inhoud van het i-de geheugen van de n elk tot een frekwentiegebied behorende geheugens, 15 (d) indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid ligt binnen een waardebereik rondom de in het i-de geheugen cpgeslagen waarde, dan wordt de inhoud van één van n, elk tot een bijbehorend frekwentiegebied behorende tellers, welke teller aangeeft gedurende hoeveel voorgaande operaties de verkregen waarde voor de i-de 20 grootheid binnen een waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde ligt, met een eerste getal verhoogd en vervolgens de inhoud van deze teller met een eerste eindwaarde vergeleken, (e) zowel indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de in het i-de 25 geheugen opgeslagen waarde, als indien in stap (d) blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de inhoud van de teller behorende bij het i-de frekwentiegebied verlaagd, bijvoorkeur op een eerste beginwaarde gezet, (f) indien in stap - (d) blijkt dat de inhoud van de teller de eerste eind-30 waarde nog niet bereikt heeft, óf na de stap (e), dan wordt de waarde i met een tweede getal verhoogd en vergeleken met een tweede eindwaarde, (g) indien in stap (f) blijkt dat de waarde i de tweede eindwaarde nog niet bereikt heeft, dan wordt de werkwijze vanaf tenminste stap (c) voortgezet voor een ander frekwentiegebied, 35 (h) indien in stap (f) blijkt dat de waarde i de tweede eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de operatie vanaf stap (a) herhaald voor een opvolgend binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal, waarbij vóórdat de stap (c) weer wordt uitgevoerd de waarde voor 840 32 00 - k PHN 11.182 38 i qp een tweede beginwaarde wordt gezet, en dat indien, gedurende een operatie, voor ten minste één frekwentiegebied i blijkt dat de inhoud van. de bijbehorende teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt versterkingsgraad van de versterker (indien noodzakelijk) 5 aangepast.
3. Werkwijze volgens konklusie 2, voor het aanpassen van de frèkwentieafhankelijke versterkingsgraad van de versterker in de voornoemde n frekwentiegebieden, met het kenmerk, dat indien gedurende een operatie, voor ten minste één frekwentiegebied i blijkt dat de 10 inhoud van de bijbehorende teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan wordt de versterkingsgraad: van de versterker in het i-de frekwentiegebied (indien noodzakelijk) aangepast.
4. Werkwijze volgens konklusie 2 of 3, met het kenmerk, dat, indien in stap (c) blijkt dat de in stap (b) verkregen waarde voor 15 de i-de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de in het i-de geheugen opgeslagen waarde, dan wordt in stap (c) bovendien, uitgaande van de in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid en eventueel de waarde van de inhoud in het i-de geheugen, een nieuwe waarde voor de i-de grootheid afgeleid die in het i-de geheugen wordt opgeslagen.
5. Werkwijze volgens konklusie 2 of 3, met het kenmerk, dat bovendien in stap (c), uitgaande van de in stap (b) verkregen waarde voor de i-de grootheid en/of de waarde van de inhoud in het i-de geheugen, een nieuwe waarde voor de i-de grootheid wordt afgeleid die in het i-de geheugen wordt opgeslagen.
6. Werkwijze volgens konklusie 2 of 3, met het kenmerk, dat, indien in stap (d) voor een frekwentiegebied i blijkt dat de inhoud van de bijbehorende teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, dan vervolgens de versterkingsgraad van de versterker (indien noodzakelijk) wordt aangepast.
7. Werkwijze volgens konklusie 2 of 3, met het kenmerk, dat, indien gedurende één operatie blijkt dat voor ten minste êên frekwentiegebied i de bijbehorende teller de eerste eindwaarde bereikt heeft, de versterkingsgraad van de versterker eerst aan het einde van de operatie (indien noodzakelijk) wordt aangepast.
8. Werkwijze volgens konklusie 2 of 3, met het kenmerk, dat in stap (b) voor alle frekwentiegebieden de bijbehorende grootheden worden afgeleid en dat, indien in stap (f) blijkt dat de waarde i de tweede eindwaarde nog niet bereikt heeft, de werkwijze vanaf stap (c) . 8403200 * ¾ pm 11.182 39 wordt voortgezet.
9. Werkwijze volgens konklusie 2 of 3, roet het kenmerk, dat in de stap (b) voor slechts een. frekwentiegébied i de voornoemde grootheid wordt afgeleid en dat, indien in stap (f) blijkt dat de waarde i de 5 tweede eindwaarde nog niet bereikt heeft, de werkwijze vanaf ten minste stap (b) wordt voortgezet met het bepalen van de grootheid welke een maat is voor de energie-inhoud van het betreffende gedeelte in het andere frekwentiegebied en dat in stap (h), indien de operatie vanaf stap (a) wordt herhaald, vdördat de stap (b) weer wordt uitgevoerd, 10 de waarde voor i op een tweede beginwaarde wordt gezet .
10. Werkwijze volgens één der konklusies 2 tot en met 9, met het kenmerk, dat voor de tweede beginwaarde, het tweede getal en de tweede eindwaarde de respektievelijke waarden 1, 1 en n + 1 genomen worden. IS
11. Werkwijze volgens een der voorgaande konklusies, met het kenmerk, dat voor de eerste beginwaarde en het eerste getal de respektievelijke waarden 0 en 1 genomen worden.
12. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens een der voorgaande konklusies, voorzien van 20 - een versterker waarvan de versterkingsraad in afhankelijkheid van een regelsignaal regelbaar is, met een ingang gekoppeld met een eerste ingangsklem voor het ontvangen van een te versterken elektrisch signaal, een uitgang gekoppeld met een uitgangsklem voor het leveren van een uitgangssignaal en een regelingang voor het 25 ontvangen van het regelsignaal, - een tweede ingangsklem voor het ontvangen van een elektrisch signaal dat een maat is voor het akoestische signaal in een ruimte, - kcnversiemiddelen voor het af leiden van een regelsignaal dat een maat is voor het niveau van het achtergrondlawaai, met een uitgang 30 gekoppeld met de regelingang van de versterker, - korrektiemiddelen voor het ten minste grotendeels korrigeren voor de invloed van het door de versterker versterkte signaal op het regelsignaal, met het kenmerk, dat de inrichting verder is voorzien van - een eerste eenheid met een ingang gekoppeld met de tweede ingangsklem, 35 voor het voor een frekwentiegébied uit een binnen een zeker tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal af leiden van een grootheid welke een maat is voor de energie-inhoud van dit gedeelte in het betreffende frekwentiegebied, 8403200 PHN 11.182 40 - een tweede eenheid met een ingang gekoppeld met een uitgang van de eerste eenheid en een uitgang, de tweede eenheid bevattende een tot het frekwentiegebied behorend geheugen, de inhoud waarvan een maat is voor de energie-inhoud van het elektrische signaal in het frekwentie- 5 gebied, een eerste komparator met een eerste en een tweede ingang gekoppeld”” met de uitgang van de eerste respektievelijk de tweede eenheid, voor het met elkaar vergelijken van de in de eerste eenheid afgeleide waarde voor de grootheid behorende bij.; het frekwentiegebied net de 10 waarde van de inhoud van het bij. dit frekwentiegebied behorende geheugen van de tweede eenheid, - een derde eenheid bevattende een bij het frekwentiegebied behorende teller, - een tweede komparator met een eerste ingang gekoppeld met een 15 uitgang van de derde eenheid en een ingang voor het toevoeren van de eerste eindwaarde, welke tweede komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de teller met dageerste eindwaarde, dat de eerste komparator is voorzien van een eerste en een tweede uitgang voor het leveren van een uitgangssignaal indien de waarde 20 van de in de eerste eenheid bepaalde grootheid ligt binnen respektievelijk buiten een waardebereik rondom de in het geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde, dat deze eerste en tweede uitgangen zijn gekoppeld met een telingang respektievelijk een andere ingang, bij voorkeur' een resetingang van de derde eenheid, dat de uitgang 25 van de tweede komparator is gekoppeld met de andere ingang van de derde eenheid en bovendien is gekoppeld met een stuuringang van de konversiemiddëlenvoorhet leveren van een stuursignaal, indien in de tweede komparator blijkt dat de inhoud van de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
13. Inrichting volgens konklusie 12, voor het uitvoeren van de werkwijze volgens één der konklusies 2 tot en met 11, met het kenmerk, dat de eerste eenheid is ingericht voor het voor een frekwentiegebied i uit het binnen het tijdinterval vallend gedeelte van het elektrische signaal af leiden van de grootheid welke een maat 35 is voor de energie-inhoud van dit gedeelte in het betreffende frekwentiegebied, de tweede eenheid n elk tot één van de n frekwentie-gebieden behorende geheugens bevat, de inhoud waarvan een maat is voor de energie-inhoud van het elektrische signaal in het bijbehorende 8403200 > * PHN 11.182 41 frekwentiegebied, de eerste karparator is ingericht voor het roet elkaar vergelijken van de in de eerste eenheid afgeleide waarde voor de grootheid behorende bij heti-de frekwentiegebied roet de waarde van de inhoud van het bij dit frekwentiegebied behorende geheugen 5 van de tweede eenheid, de derde eenheid n elk tot een van de n frekwentiegebieden behorende tellers bevat, de tweede komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de i-de teller met de eerste eindwaarde, dat de eerste komparator verder is ingericht voor het leveren van een uitgangssignaal indien de 10 waarde van de in de eerste eenheid bepaalde grootheid behorende bij het i-de frekwentiegebied ligt binnen respektievelijk buiten een waardebereik rondom de in het i-de geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde, en dat de tweede komparator verder is ingericht voor het leveren van een stuursignaal indien in de tweede komparator 15 blijkt dat de inhoud van de i-de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
14. Inrichting volgens konklusie 13, voor het uitvoeren van de werkwijze volgens konklusie 4, roet het kenmerk, dat de tweede uitgang van de eerste kctnparator is gekoppeld met een laadingang van de 20 tweede eenheid voor het opslaan van de waarde aanwezig aan de ingang van de tweede eenheid, welke waarde is afgeleid uit de waarde voor de i-de grootheid aanwezig aan de uitgang van de eerste eenheid en eventueel de waarde van de inhoud van het i-de geheugen van de tweede eenheid, in het i-de geheugen van de tweede eenheid indien in de 25 eerste kctnparator blijkt dat de waarde voor de i-de grootheid ligt buiten het waardebereik rondom de reeds in het i-de geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde.
15. Inrichting volgens konklusie 13, voor het uitvoeren van de werkwijze volgens konklusie 4 of 5, roet het kenmerk, dat de uitgang 30 van de eerste en de tweede eenheid zijn gekoppeld met een eerste respektievelijk een tweede ingang van een signaalkombineereenheid, een uitgang waarvan is gekoppeld met de ingang van de tweede eenheid, welke signaalkombineereenheid is ingericht voor het af leiden van een signaal uitgaande van de signalen aan zijn beide ingangen en voor 35 het leveren van dit signaal aan zijn uitgang, en dat de tweede éenheid is voorzien van een laadingang voor het ontvangen van een stuursignaal voor het opslaan van het signaal aanwezig aan de ingang van de tweede eenheid in het bi jbehorende geheugen i van de tweede eenheid. 8403200 k PHN 11.182 42 *
16. Inrichting volgens een der konklusies 13 tot en 15, met het kenmerk, dat de inrichting verder is voorzien van een adresteller waarvan een uitgang is gekoppeld met een adresingang van de eerste tot en net de derde eenheid en een klokpulsingang is gekoppeld met een 5 uitgang van een klökpulsgenerator.
17. Inrichting volgens éeh der konklusies 13 tot en met 16, met het'-kenmerk, dat de eerste eenheid voor het bepalen van de grootheid welke een maat is voor de energie-inhoud in een zeker frekwentie-gebied i een banddoorlaatfilter met een bandbreedte ten minste 10 ongeveer overeenkomende met de bandbreedte van het frekwentiegebied bevat, met een ingang gekoppeld met de ingang van de eerste eenheid en een uitgang gekoppeld met een gemiddelde waardebepaler.
18. Inrichting volgens konklusie 17, met het kenmerk, dat de * korrektiemiddelen voor het ten minste grotendeels korrigeren voor 15 de invloed van het door de versterker versterkte signaal op het regelsignaal, eenzelfde banddoorlaatfilter, eenzelfde gemiddelde waardebepaler en een signaalkambineereenheid bevatten, dat een ingang en een uitgang van het banddoorlaatfilter is gekoppeld met de ingang van de versterker respektievelijk een ingang van de 20 gemiddelde waardebepaler, waarvan een uitgang is gekoppeld met een eerste ingang van de signaalkambineereenheid en dat een tweede ingang van de signaalkotbineereenheid is gekoppeld met een uitgang van de gemiddelde waardebepaler van de eerste eenheid.
19. Inrichting volgens konklusie 17 of 18, met het kenmerk, dat 25 de eerste eenheid respektievelijk de korrektiemiddelen één enkel filter bevat.respektievelijk bevatten waarvan de centrale frekwentie en de bandbreedte instelbaar zijn op de centrale frekwenties respektievelijk de bandbreedtes van de n frekwentiegebieden.
20. Inrichting volgens één der konklusies 13 tot en met 19, 30 met het kenmerk, dat tussen de tweede ingangsklem van de inrichting en de ingang van de eerste eenheid een tweede regelbare versterker is aangébracht.
21. Inrichting volgens één der konklusies 13 tot en met 20, met het kenmerk, dat de n frekwentiegebieden zodanig qua bandbreedte 35 en centrale frekwentie gekozen zijn dat zij alle slechts een gedeelte van het frekwentiebereik waarbinnen de spraak zich bevindt met dit frekwentiebereik gemeen hebben en gezamenlijk een frekwentiebereik bestrijken waarbinnen zich ten minste grotendeels het achtergrondlawaai 8403200 * PHN 11.182 43 bevindt.
22. Inrichting volgens één der konklusies 13 tot en met 21, met bet kenmerk, dat de konversiemiddelen zijn voorzien van - een vierde eenheid bevattende n elk tot één van de n frekwentie- 5 gebieden behorende geheugens voor het opslaan van n, elk tot één van de n frekwentiegebieden behorende referentiewaarden, - een vijfde eenheid eveneens bevattende n elk tot één van de n frekwentiegebieden behorende geheugens, - een zesde eenheid met een eerste en een tweede ingang gekoppeld met 10 een uitgang van de vierde respectievelijk vijfde eenheid en een uitgang gekoppeld met de uitgang van de konversiemiddelen, welke zesde eenheid is ingericht voor het af leiden van een regelsignaal uit de signalen aangeboden aan zijn twee ingangen, dat de stuuringang van de konversiemiddelen is gekoppeld met een laadingang van de vijfde eenheid 15 voor het opslaan van de (eventueel nieuwe) waarde voor de i-de grootheid,in het overeenkomstige geheugen van de vijfde eenheid indien in de tweede kcmparator blijkt dat de inhoud van de i-de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
23. Inrichting volgens konklusie 22, voor zover afhankelijk 20 van konklusie 16, met het kenmerk, dat de uitgang van de adresteller eveneens is gekoppeld met een adresingang van de vierde en de vijfde eenheid.
24. Inrichting volgens konklusies 22 of 23, voor het uitvoeren van de werkwijze volgens konklusie 3, met het kenmerk, dat de zesde 25 eenheid is ingericht voor het af leiden van n regelsignalên voor het instellen van de versterkingsgraad van de versterker in de n frekwentiegebieden.
25. Inrichting voor het af leiden van een regelsignaal, voor toeapssing in de werkwijze volgens één der konklusies 1 tot en met 11, 30 met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van - een tweede eenheid met een ingang en een uitgang, de tweede eenheid bevattende een tot het frekwentiegebied behorend geheugen, de inhoud waarvan een maat is voor de energie-inhoud van het elektrische signaal in het frekwentiegebied, 35. een eerste Comparator met een eerste en een tweede ingang en een uitgang, waarvan de tweede ingang is gekoppeld net de uitgang van de tweede eenheid, voor het met elkaar vergelijken van de waarde voor de grootheid behorende bij het frekwentiegebied met de waarde van de 8403200 * t & PHN 11.182 44 inhoud van het bij dit frekwentiegebied behorende geheugen van de tweede eenheid, - een derde eenheid bevattende een bij het frekwentiegebied behorende teller, 5. een tweede komparator met een eerste ingang gekoppeld met een uitgang van de- derde eenheid en een ingang voor het toevoeren van de eerste eindwaarde, welke tweede komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de teller met de eerste eindwaarde, eerste komparator is voorzien van een dat de/eerste en een tweede uitgang voor hetieveren van een uitgangs- 10 signaal indien de waarde van de grootheid ligt binnen respektievelijk buiten een waardebereik rondom de in het geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde, dèt deze eerste en tweede uitgangen zijn gekoppeld met een telingang respektievelijk een andere ingang, bij voorkeur een resetingang van de derde eenheid, dat de uitgang = van de tweede 15 komparator is gekoppeld met de andere ingang van de derde eenheid, en bovendien is gekoppeld met een stuuringang van de konversiemiddelen voor het leveren van een stuursignaal indien in de tweede komparator blijkt dat de inhoud van de telle r in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
26. Inrichting-' voor het af leiden van· een regelsignaal volgens konklusie 25, voor toepassing in de werkwijze volgens een der konklusies 2 tot en met 11, met het kenmerk, dat de tweede eenheid n elk tot een van de n frekwentiegebieden behorende geheugens bevat, de inhoud waarvan een maat is voor de energie-inhoud van het elektrische 25 signaal in het bijbehorende frekwentiegebied, de eerste komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de waarde voor de grootheid behorende bij het i-de frekwentiegebied met de waarde van de inhoud van het i-de geheugen van de tweede eenheid, dat de derde eenheid n elk tot een van de frekwentiegebieden behorende tellers bevat, de tweede 30 komparator is ingericht voor het met elkaar vergelijken van de inhoud van de i-de teller met de eerste eindwaarde, dat de eerste komparator verder is ingericht voor het leveren van een uitgangssignaal indien de waarde van de grootheid behorende bij het i-de frekwentiegebied ligt binnen respektievelijk buiten een waardebereik rondom de in 35 het i-de geheugen van de tweede eenheid opgeslagen waarde, en dat de tweede komparator verder is ongericht voor het leveren van een stuursignaal indien in de tweede komparator blijkt dat de inhoud van de i-de teller in de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft, 8403200 k > ' t EHN 11.182 45 en dat de inrichting verder is voorzien van een adresteller met een uitgang gekoppeld met een adresingang van de tweede en de derde eenheid.
27. Inrichting volgens een der konklusies 13 tot en met 24 of 26, met het kenmerk, dat tussen de uitgang van de konversiemiddelen 5 en de regelingang van de versterker een zevende eenheid is qpgenomen, welke zevende eenheid, is ingericht voor het opslaan van de waarde van het regelsignaal van de zesde eenheid en dat de zevende eenheid is voorzien van een laadingang voor het ten minste een maal gedurende een operatie ontvangen van een stuursignaal, indien gedurende deze 10 operatie voor ten minste 'één. frekwentiegebied i blijkt dat de inhoud van de teller i van de derde eenheid de eerste eindwaarde bereikt heeft.
28. Inrichting volgens konklusie 27, met het kenmerk, dat de zevende eenheid is ingericht voorhet'opslaan van n waarden overeenkomende net de n regelsignalen voor het instellen van de versterkingsgraad 15 van de versterker, en dat de zevende eenheid bovendien is voorzien van een adresingang gekoppeld met de uitgang van de adresteller.
29. Inrichting volgens een der konklusies 12 tot en met 28, met het kenmerk, dat ten minste de tweede en de derde eenheid, de eerste en de tweede komparator, de konversiemiddelen en de adresteller in 20 een mikroprocessor zijn opgenomen. 25 30 35 34 0 32 0 0
NL8403200A 1984-10-22 1984-10-22 Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling. NL8403200A (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8403200A NL8403200A (nl) 1984-10-22 1984-10-22 Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling.
DE8585201692T DE3571109D1 (en) 1984-10-22 1985-10-16 Noise-dependent volume control having a reduced sensitivity to speech signals
EP85201692A EP0179530B1 (en) 1984-10-22 1985-10-16 Noise-dependent volume control having a reduced sensitivity to speech signals
KR1019850007742A KR860003703A (ko) 1984-10-22 1985-10-21 잡음 종속 볼륨 제어방법 및 장치
JP60234657A JPS61101107A (ja) 1984-10-22 1985-10-22 通話信号に対する減少した感度を有する雑音依存音量調節
US06/789,998 US4677389A (en) 1984-10-22 1985-10-22 Noise-dependent volume control having a reduced sensitivity to speech signals

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8403200A NL8403200A (nl) 1984-10-22 1984-10-22 Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling.
NL8403200 1984-10-22

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8403200A true NL8403200A (nl) 1986-05-16

Family

ID=19844642

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8403200A NL8403200A (nl) 1984-10-22 1984-10-22 Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US4677389A (nl)
EP (1) EP0179530B1 (nl)
JP (1) JPS61101107A (nl)
KR (1) KR860003703A (nl)
DE (1) DE3571109D1 (nl)
NL (1) NL8403200A (nl)

Families Citing this family (35)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4747065A (en) * 1985-10-11 1988-05-24 International Business Machines Corporation Automatic gain control in a digital signal processor
WO1988001453A1 (en) * 1986-08-13 1988-02-25 Aranda Applied Research & Tech Adaptive gain control amplifier
AU602351B2 (en) * 1986-08-13 1990-10-11 Aranda Audio Applications Pty. Ltd. Adaptive gain control amplifier
US4754486A (en) * 1987-04-13 1988-06-28 John J. Lazzeroni Motorcycle stereo audio system with VOX intercom
DE3741253A1 (de) * 1987-12-05 1989-06-15 Blaupunkt Werke Gmbh Verfahren und schaltungsanordnung zur selbsttaetigen stoergeraeuschabhaengigen lautstaerkeregelung
JPH032720U (nl) * 1989-05-29 1991-01-11
US5081707A (en) * 1989-08-08 1992-01-14 Motorola, Inc. Knowledge based radio
US5054078A (en) * 1990-03-05 1991-10-01 Motorola, Inc. Method and apparatus to suspend speech
GB2249888A (en) * 1990-10-03 1992-05-20 Hazel Grove Music Co Ltd Sound level control equipment
CH681188A5 (nl) * 1990-10-30 1993-01-29 Ascom Audiosys Ag
KR930007376B1 (ko) * 1991-07-19 1993-08-09 삼성전자 주식회사 음향레벨 자동 조절장치
US5243659A (en) * 1992-02-19 1993-09-07 John J. Lazzeroni Motorcycle stereo audio system with vox intercom
US5329243A (en) * 1992-09-17 1994-07-12 Motorola, Inc. Noise adaptive automatic gain control circuit
DE4314451A1 (de) * 1993-05-03 1994-11-10 Blaupunkt Werke Gmbh Anordnung zur geräuschabhängigen Regelung der Lautstärke eines Autoradios
BE1007188A3 (fr) * 1993-06-30 1995-04-18 Staar Sa Procede automatique de reglage du volume de reproduction sonore.
US5708722A (en) * 1996-01-16 1998-01-13 Lucent Technologies Inc. Microphone expansion for background noise reduction
US6298139B1 (en) * 1997-12-31 2001-10-02 Transcrypt International, Inc. Apparatus and method for maintaining a constant speech envelope using variable coefficient automatic gain control
US6408104B1 (en) * 1997-12-31 2002-06-18 Lg Electronics Inc. Method and apparatus for eliminating noise in a video signal encoder
DE19827197A1 (de) * 1998-06-18 1999-12-23 Volkswagen Ag Verfahren und Einrichtung zur Beeinflussung der Lautstärke von Audiowiedergabegeräten in Kraftfahrzeugen
KR100343776B1 (ko) 1999-12-03 2002-07-20 한국전자통신연구원 디지털 전화 단말기에서 주변소음에 따른 신호음 및/또는수신음 크기 조절장치 및 방법
US20040125962A1 (en) * 2000-04-14 2004-07-01 Markus Christoph Method and apparatus for dynamic sound optimization
DE10018666A1 (de) 2000-04-14 2001-10-18 Harman Audio Electronic Sys Vorrichtung und Verfahren zum geräuschabhängigen Anpassen eines akustischen Nutzsignals
DE10043090A1 (de) * 2000-09-01 2002-03-28 Bosch Gmbh Robert Verfahren zur Wiedergabe von Audiosignalen mindestens zweier verschiedener Quellen
RU2206174C2 (ru) * 2001-03-05 2003-06-10 Журин Дмитрий Вячеславович Способ регулирования громкости звуковоспроизведения и устройства для его реализации
EP1580882B1 (en) * 2004-03-19 2007-01-10 Harman Becker Automotive Systems GmbH Audio enhancement system and method
EP1619793B1 (en) * 2004-07-20 2015-06-17 Harman Becker Automotive Systems GmbH Audio enhancement system and method
US8170221B2 (en) * 2005-03-21 2012-05-01 Harman Becker Automotive Systems Gmbh Audio enhancement system and method
DE602005015426D1 (de) 2005-05-04 2009-08-27 Harman Becker Automotive Sys System und Verfahren zur Intensivierung von Audiosignalen
FR2932332B1 (fr) * 2008-06-04 2011-03-25 Parrot Systeme de controle automatique de gain applique a un signal audio en fonction du bruit ambiant
CN101668243B (zh) * 2008-09-01 2012-10-17 华为终端有限公司 一种麦克风阵列及麦克风阵列校准的方法和模块
CN103047994A (zh) * 2011-10-12 2013-04-17 昆山研达电脑科技有限公司 一种导航仪语音播报音量自动调节的方法及装置
US9923534B2 (en) 2014-07-31 2018-03-20 E.F. Johnson Company Automatic volume control for land mobile radio
US9800905B2 (en) * 2015-09-14 2017-10-24 Comcast Cable Communications, Llc Device based audio-format selection
DE102016220365B4 (de) * 2016-10-18 2022-02-17 Audi Ag Verfahren zum Betreiben einer Audioausgabevorrichtung, Audioausgabevorrichtung für ein Kraftfahrzeug und Kraftfahrzeug
CN115527548B (zh) * 2022-08-31 2025-06-27 博泰车联网(南京)有限公司 车机端功能无关的语音过滤方法、装置、终端和介质

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4052568A (en) * 1976-04-23 1977-10-04 Communications Satellite Corporation Digital voice switch
DE2731971B2 (de) * 1977-07-15 1980-05-14 Dieter 4300 Essen Eller Verfahren und Einrichtung zur Steuerung bzw. Regelung einer Nutzschallquelle

Also Published As

Publication number Publication date
DE3571109D1 (en) 1989-07-20
US4677389A (en) 1987-06-30
KR860003703A (ko) 1986-05-28
JPS61101107A (ja) 1986-05-20
EP0179530A1 (en) 1986-04-30
EP0179530B1 (en) 1989-06-14

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8403200A (nl) Lawaaiafhankelijke- en spraakonafhankelijke volumeregeling.
US4628526A (en) Method and system for matching the sound output of a loudspeaker to the ambient noise level
US5844992A (en) Fuzzy logic device for automatic sound control
US3803357A (en) Noise filter
US7289637B2 (en) Method for automatically adjusting the filter parameters of a digital equalizer and reproduction device for audio signals for implementing such a method
US10979847B1 (en) Method and apparatus for automated tuning of vehicle sound system
AU5418999A (en) Hearing aid with adaptive matching of microphones
US20010029449A1 (en) Apparatus and method for recognizing voice with reduced sensitivity to ambient noise
KR100260224B1 (ko) 하울링방지장치
JPS63221722A (ja) 移動用ダイバーシチ受信装置
JPH1195759A (ja) 自動音色補正方法及びその装置
US4817160A (en) Amplifier with automatic gain control
EP0462285A4 (en) Acoustic reproducing device
US5148491A (en) Automatic mixer apparatus
WO2004100602A2 (en) Method and system for communication enhancement ina noisy environment
JP3227068B2 (ja) ハウリング防止装置
US4099025A (en) Methods and means for avoiding false indications of activity in a multimicrophone system
JP2000270392A (ja) 音質調整装置
US5877710A (en) Operational parameter non-linear regulation process and circuitry
KR19990025250A (ko) 자동 이퀄라이저 장치
US3737580A (en) Speaker authentication utilizing a plurality of words as a speech sample input
JPS6272214A (ja) 車載用オ−デイオ機器における自動音量調整装置
US5452363A (en) Direction sensing microphone system using time differential
JPH06296158A (ja) 車載オーディオ装置
KR0114977Y1 (ko) 하이파이 브이씨알의 기록 전류조정용 경보장치

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed