NL8601005A - Informatieverwerkende inrichting voorzien van een massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden groepsgewijs verdeeld is opgeslagen. - Google Patents

Informatieverwerkende inrichting voorzien van een massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden groepsgewijs verdeeld is opgeslagen. Download PDF

Info

Publication number
NL8601005A
NL8601005A NL8601005A NL8601005A NL8601005A NL 8601005 A NL8601005 A NL 8601005A NL 8601005 A NL8601005 A NL 8601005A NL 8601005 A NL8601005 A NL 8601005A NL 8601005 A NL8601005 A NL 8601005A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
image
memory
lines
line
picture
Prior art date
Application number
NL8601005A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Philips Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Philips Nv filed Critical Philips Nv
Priority to NL8601005A priority Critical patent/NL8601005A/nl
Publication of NL8601005A publication Critical patent/NL8601005A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04NPICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
    • H04N1/00Scanning, transmission or reproduction of documents or the like, e.g. facsimile transmission; Details thereof
    • H04N1/21Intermediate information storage
    • H04N1/2166Intermediate information storage for mass storage, e.g. in document filing systems
    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04NPICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
    • H04N5/00Details of television systems
    • H04N5/76Television signal recording
    • H04N5/91Television signal processing therefor
    • H04N5/93Regeneration of the television signal or of selected parts thereof
    • H04N5/937Regeneration of the television signal or of selected parts thereof by assembling picture element blocks in an intermediate store
    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04NPICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
    • H04N9/00Details of colour television systems
    • H04N9/79Processing of colour television signals in connection with recording
    • H04N9/87Regeneration of colour television signals
    • H04N9/877Regeneration of colour television signals by assembling picture element blocks in an intermediate memory

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Multimedia (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Signal Processing For Digital Recording And Reproducing (AREA)

Description

* >' - ·* PHN 11.738 1 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken, te Eindhoven.
Informatieverwerkende inrichting voorzien van een massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden groepsgewijs verdeeld is opgeslagen.
De uitvinding heeft betrekking op een informatieverwerkende inrichting, bevattende een sectorsgewijs ingedeeld massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden is opgeslagen en een beeldgeheugen met een capaciteit voor het 5 opslaan van ten minste N beeldlijnen, welke N beeldlijnen tesamen één op een beeldscherm af te beelden beeld vormen, welk beeldgeheugen via een communicatiebus met het massageheugen verbonden is, én aan welke communicatiebus verder een stuureenheid voorzien van een decodeur is aangesloten, welke stuureenheid voorzien is voor het 10 besturen van het transport van beeldinformatie naar het beeldgeheugen, waarbij de beeldinformatie in groepen is verdeeld en de beeldlijnen behorende tot eenzelfde groep op verschillende geheugenadressen bij eenzelfde transportoperatie op te slaan.
Een dergelijke inrichting is algemeen bekend. Het massageheugen waarin 15 beeldeninformatie is opgeslagen, is meestal gevormd door een optische of een magnetische schijfvormige informatiedrager waarin de informatie spoorsgewijs in opeenvolgende sectoren is opgeslagen. De beeldlijnen van eenzelfde groep is in één of meer sectoren opgeslagen. Onder besturing van de stuureenheid worden de sectoren opeenvolgend uitgelezen 20 en de beeldinformatie van eenzelfde groep wordt via de communicatiebus naar het beeldgeheugen overgebracht en aldaar opgeslagen. De beeldlijnen van eenzelfde groep worden op verschillende geheugenadressen van het beeldgeheugen bij eenzelfde transportoperatie opgeslagen en vormen zodoende de beeldlijnen waaruit een beeld is op te bouwen. Het afbeelden 25 op een beeldscherm geschiedt door middel van het uitlezen van het beeldgeheugen en het genereren van videosignalen uit de in het beeldgeheugen opgeslagen beeldlijnen.
Een nadeel van de bekende inrichting is dat de tijd noodzakelijk om het beeldgeheugen telkens te laden met verschillende 30 beeldlijnen van eenzelfde groep, die één voor één afkomstig zijn van het massageheugen, in hoofdzaak wordt bepaald door de tijdsduur nodig om serieëel het massageheugen uit te lezen. Deze tijdsduur is £601005 ΐ .¾ « ΡΗΝ 11.738 2 aanzienlijk langer dan de tijd nodig om het beeldgeheugen met N beeldlijnen te laden. Voornamelijk bij snel veranderende beelden levert deze lange tijdsduur problemen op.
Een verder nadeel van de bekende inrichting is dat 5 wanneer al de beeldlijnen van eenzelfde groep in eenzelfde sector of in aangrenzende sectoren zijn opgeslagen, en die sector bevat een fout, bijvoorbeeld een dropout of een inschrijffout, dan is de beeldkwaliteit van dat beeld aanzienlijk verminderd en er is weinig mogelijkheid tot enig herstel van die beeldkwaliteit.
10 De uitvinding beoogt de tijd noodzakelijk voor het laden van N opeenvolgende beeldlijnen in het beeldgeheugen minder afhankelijk te maken van de tijdsduur noodzakelijk om de beeldinformatie van een groep uit te lezen.
De uitvinding beoogt verder een mogelijkheid te bieden 15 voor het maskeren van fouten in de opgeslagen beeldlijnen van eenzelfde groep en zodoende de beeldkwaliteit te verbeteren.
Een inrichting volgens de uitvinding heeft daartoe het kenmerk, dat voor een.voorafbepaald aantal groepen het aantal beeldlijnen behorende tot zo'n groep kleiner is dan N, en waarbij elke 20 groep Uit genoemd voorafbepaald aantal een indicator bevat die aanduidt voor welke adressen van het beeldgeheugen de tot die groep behorende beeldlijnen bestemd zijn, en welke decodeur voorzien is voor het decoderen van genoemde indicator en voor het op basis daarvan genereren van een eerste stuursignaal voor een beeldlijnengenerator die onder 25 besturing daarvan verdere beeldlijnen genereert op basis van de in die groep aanwezige beeldlijnen, welke beeldlijnengenerator met de communicatiebus en het beeldgeheugen verbonden is en verder voorzien is om onder besturing van het eerste stuursignaal op elk geheugenadres waarvoor geen beeldlijn uit de aangeboden groep bestemd was een verdere 30 beeldlijn op te slaan.
Doordat nu een vooraf bepaald aantal groepen minder dan N beeldlijnen bevat, is de tijdsduur nodig voor het lezen van die geringe hoeveelheid beeldlijnen uit zo'n groep aanzienlijk verminderd. De beeldlijnengenerator zorgt er voor, door gegenereerde verdere 35 beeldlijnen op die geheugenadressen waarvoor geen beeldlijnen bestemd waren op te slaan, dat alsnog een volledig beeld in het beeldgeheugen en dus op het beeldscherm wordt gevormd. De aanwezigheid van de indicator ƒ>· «? .f) £
V Ï:J u 'J 'J
i * PHN 11.738 3 zorgt ervoor dat de voorafbepaalde groepen herkenbaar zijn, en tevens dat door decodering de stuureenheid kan nagaan welke beeldlijnen aangeboden worden.
Een inrichting volgens de uitvinding heeft eveneens het 5 kenmerk, dat een voorafbepaald aantal groepen in een eerste en ten minste één tweede subgroep is onderverdeeld, welke subgroepen in niet direct opéénvolgende sectoren van het massageheugen zijn opgeslagen en telkens voorzien zijn van een respectievelijk instructiewoord dat onder meer beeldgeheugenadresgegevens bevat voor het 10 aanduiden van bestemmingsadressen in het beeldgeheugen voor de beeldlijnen uit zijn respectievelijke subgroep, welke bestemmingsadressen van eenzelfde subgroep verspreid zijn over het desbetreffende adresbereik van het beeldgeheugen, en waarbij de decodeur verder voorzien is voor het genereren van een eerste respectievelijk ten 15 minste één tweede stuursignaal bij het decoderen van een eerste respectievelijk ten minste één tweede instructiewoord, welke decodeur verbonden is met een beeldlijnengenerator die verder aan de communicatiebus is aangesloten voor het ontvangen van beeldinformatie, welke beeldlijnengenerator voorzien is voor het onder besturing van een 20 ontvangen eerste stuursignaal genereren van verdere beeldlijnen op basis van de beeldlijnen uit de eerste subgroep en opslaan op elk bestemmingsadres dat niet door de beeldgeheugenadresgegevens van de ontvangen eerste subgroep is aangeduid van een verdere beeldlijn, welke stuureenheid verder is voorzien om onder besturing van een tweede 25 stuursignaal alleen die beeldlijnen van de betreffende tweede subgroep die door de betrouwbaarheidsindicator als betrouwbaar zijn aangeduid op hun toegewezen beeldgeheugenadressen in te schrijven .
Door een voorafbepaald aantal groepen in een eerste en ten minste één tweede subgroep onder te verdelen, welke subgroepen in niet 30 direct opéénvolgende sectoren van het massageheugen zijn opgeslagen, is de kans dat, ten gevolge van een dropout in een sector het beeld beschadigd is aanzienlijk verminderd. Bij het laden van een eerste subgroep in het beeldgeheugen zorgt de beeldlijnengenerator ervoor dat het beeldgeheugen op die adressen geen beeldlijnen in de eerste subgroep 35 aanwezig zijn met verdere beeldlijnen gevuld wordt. Onder besturing van het (de) tweede stuursignaal (en) worden nu slechts die beeldlijnen uit de tweede subgroep(en) geladen welke als betrouwbaar zijn aangeduid. Op
O ϋ ij ! ij J D
k ? ( PHN 11.738 4 die adressen waarvoor uit de tweede subgroep(en) geen betrouwbare beeldlijnen zijn aangeboden, blijft de gegenereerde verdere beeldlijn staan. Het weglaten van onbetrouwbare beeldlijnen verbeterd de beeldkwaliteit.
5 Een eerste voorkeursuitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding heeft het kenmerk, dat de beeldlijnengenerator voorzien is om een verdere beeldlijn welke voor een gegeven geheugenadres bestemd is te genereren op basis van aangeboden beeldlijnen die bestemd zijn voor naburige geheugenadressen van genoemd 10 gegeven geheugenadres.
Door voor de verdere beeldlijnen naburige beeldlijnen te gebruiken, is de beeldlijnengenerator eenvoudig te realiseren en wordt de aangebrachte correctie nagenoeg onzichtbaar in het afgeheelde beeld.
Het is gunstig dat de beeldlijnengenerator een 15 copieerschakeling bevat die voorzien is om genoemde verdere beeldlijn voor genoemd gegeven geheugenadres te genereren door copieêren van de beeldlijn bestemd voor het geheugenadres voorafgaand aan genoemd gegeven geheugenadres.
Copieêren van beeldlijnen is eenvoudig en snel te realiseren.
20 Een voorkeursuitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding heeft het kenmerk, dat de stuureenheid voorzien is voor het inventariseren van die in het beeldgeheugen ingeschreven beeldlijnen welke door de betrouwbaarheidsindicator als onbetrouwbaar zijn aangeduid en voor het genereren van een herstelsignaal wanneer er een 25 onbetrouwbare beeldlijn in het beeldgeheugen is ingeschreven, welke beeldlijnengenerator verder voorzien is om onder besturing van een tweede stuursignaal in combinatie met een herstelsignaal de als onbetrouwbaar aangeduide beeldlijnen te herstellen door substitutie van een onbetrouwbare beeldlijn door een van een verdere beeldlijn.
30 Het inventariseren van als onbetrouwbaar aangeduide beeldlijnen en het genereren van herstelsignalen biedt de mogelijkheid om ook voor beeldlijnen waarvan geen nieuwe informatie meer uit het massageheugen wordt aangeboden, alsnog fouten te maskeren.
Het is gunstig dat een eerste subgroep alleen 35 beeldlijnen bestemd voor de oneven geheugenadressen bevat en een tweede subgroep alleen de beeldlijnen bestemd voor de even geheugenadressen bevat.
y "J i r j “} -J
* * PHN 11.738 5
Dit maakt de realisatie van de beeldlijnengenerator eenvoudig.
Het is gunstig dat het massageheugen een schijfvormige optische informatiedrager bevat en dat de eerste en de tweede subgroep binnen eenzelfde spoor op een onderlinge afstand die ten minste 10% en 5 ten hoogste 90% van een volledige omwenteling van de schijf bevat.
Hierdoor is foutenspreiding optimaal uitgesmeerd.
De uitvinding zal nu worden beschreven aan de hand van de tekening waarin: figuur 1 een uitvoeringsvoorbeeld laat zien van een 10 inrichting voor het afbeelden van informatie volgens de uitvinding; figuren 2a en b een eerste respectievelijk een tweede uitvoeringsvoorbeeld van de opbouw van een sector uit het massageheugen laten zien; figuur 2c een voorbeeld van de inhoud van het 15 gebruikersgebied van een sector laat zien; figuur 2d drie opeenvolgende sectoren laat zien; figuur 3 de inhoud van het beeldgeheugen illustreert; figuur 4 een voorbeeld laat zien van een stroomdiagram van een programma dat het laden van het beeldgeheugen bestuurt; 20, figuur 5 een voorbeeld van een copiêerschakeling laat zien; figuur 6 een voorbeeld van een aangepaste teller te gebruiken in de copiêerschakeling laat zien; figuur 7 een schijfvormige informatiedrager laat zien; 25 figuur 8 een stroomdiagram laat zien van een programma voor het maskeren van fouten.
Figuur 1 laat een uitvoeringsvoorbeeld zien van een dataverwerkende inrichting volgens de uitvinding. De inrichting bevat een leeseenheid 1 die voorzien is voor het uitlezen van informatie die 30 op een schijfvormige informatiedrager 2 is opgeslagen. De schijfvormige informatiedrager vormt dus een massageheugen en is bij voorkeur een CD ROM schijf die bij een diameter van 12 cm een opslagcapaciteit van 600 MByte heeft.
De informatie opgeslagen in de informatiedrager wordt serieëel 35 uitgelezen en tijdelijk opgeslagen in een buffer 3. Het buffer 3 is verbonden met een communicatiebus 8 waarmee tevens een stuureenheid 4, bijvoorbeeld een microprocessor, is verbonden. Aan de communicatiebus is ^ Λ v ** Λ 03
V V y i J J
PHN 11.738 6 . * verder een video-eenheid 9 verbonden die een beeldgeheugen 5, een beeldlijnengenerator 11 en een videogenerator 6 bevat. Met de videogenerator is een afbeeldingseenheid 7, bijvoorbeeld een CRT, voor het lijnsgewijs afbeelden van een beeld verbonden. De videogenerator is 5 op zichzelf bekend en is voorzien om uit de digitale data, opgeslagen in het beeldgeheugen, een kleurenbeeld te genereren en dat op het beeldscherm van de afbeeldingseenheid af te beelden. Het beeldgeheugen heeft een capaciteit voor het opslaan van ten minste één beeldpagina, die N beeldlijnen bevat. De opgeslagen informatie bevat 10 één of meer bits per af te beelden beeldpunt.
Aan de communicatiebus 8 is verder een geheugen 10, bijvoorbeeld een RAM of een combinatie van een ROM en een RAM, aangesloten dat dienst doet als werkgeheugen van de inrichting. Wanneer dat geheugen een ROM gedeelte bevat, dan zijn in dat ROM gedeelte 15 programmagegevens en instructies opgeslagen voor het in samenwerking met de microprocessor besturen van de inrichting. Bij een alternatieve uitvoeringsvorm echter is zo'n ROM gedeelte overbodig en zijn de programmagegevens en de instructies opgeslagen op de schijfvormige informatiedrager en worden ze bij het opstarten van de inrichting 20 opgehaald en geladen in het RAM geheugen 10 of in een intern geheugen van de microprocessor.
Voor het afbeelden van informatie op het beeldscherm 7, wordt onder besturing van de microprocessor 4 de leeseenheid 1 geactiveerd en beeldinformatie wordt serieëel uit de 25 informatiedrager gelezen en in het buffer opgeslagen. De beeldinformatie is opgeslagen in de informatiedrager, welke een sporenpatroon bevat dat sectorsgewijs is ingedeeld. Figuur 2a laat een eerste uitvoeringsvoorbeeld zien van de opbouw van een sector uit de informatiedrager. De sector afgebeeld in figuur 2a bevat: 30 - een synchronisatiegebied S (van bijvoorbeeld 12 bytes) welke onder meer het lokaliseren van een specifieke sector in een spoor mogelijk maakt - een sectorhoofdgebied H (Header) (van bijvoorbeeld 4 bytes) die identificatiegegevens van de sector bevat, alsook kloksignaal- 35 informatie - een gebruikersgebied UDF (User Data Field) (van bijvoorbeeld 2048 bytes) waarin gebruikersinformatie is opgeslagen (of op te slaan is) - ’ λ ^ -λ *=* ó 0 i» 4 y ü 0 * * PHN 11.738 7 - een hulpgebied ADF (Auxiliary Data Field) (van bijvoorbeeld 288 bytes) waarin onder meer foutenpratectiebits zijn opgeslagen.
Figuur 2b laat een tweede uitvoeringsvoorbeeld zien van de opbouw van een sector. Dit tweede uitvoeringsvoorbeeld onderscheidt 5 zich van het eerste doordat er nu een extra sectorhoofdgebied SH (Sub Header) van bijvoorbeeld 8 bytes aanwezig is. In dat extra hoofdgebied worden verdere identificatiegegevens opgeslagen die gebruikt worden om het type informatie aanwezig in de sector te identificeren.
Verschillende types informatie zijn mogelijk, onder andere Video, Audio 10 en Computerdata. Bij voorkeur wordt in eenzelfde sector slechts één van die types informatie opgeslagen.
Figuur 2c laat een voorbeeld zien van de inhoud van het gebruikersgebied DDF van een sector. In dit gebruikersgebied is een instructiewoord vermeld dat onder meer een opcode (OPC) gedeelte en een 15 parameter (PAR) gedeelte bevat. Zo een instructiewoord identificeert de informatie (DATA) opgeslagen in de sector en is bedoeld om de microprocessor aan te geven welke handelingen er met de informatie uit de sector moeten geschieden. Teneinde het opcode gedeelte en de parameter tegen fouten te beschermen worden deze ten minste twee maal in 20 de sector geschreven (OPC R, PAR R).
Figuur 2d laat drie opeenvolgende sectoren uit de informatiedrager zien (S1, S2, S3). In het extra sectorhoofdgebied van sector S1 respectievelijk S3 is een startbit (STR) respectievelijk een stopbit (STP) opgenomen. De startbit in S1 duidt aan dat de informatie 25 in het gebruikersgebied van S1 het begin vormt van een datablok, waarvan het einde pas in sector S3 aanwezig is. Het einde van deze verzameling data wordt door middel van de stopbit in S3 aangegeven. Het gebruik van start- en stopbits biedt het voordeel dat men niet meer strikt aan de fysieke grenzen van een sector gebonden is, maar de informatie over 30 meerdere opeenvolgende sectoren uit te smeren is. De grenzen van een datablok worden zodoende bepaald door de start- en de stopbit en niet meer door de sector. Tevens is het mogelijk om, bijvoorbeeld in de parameter, de lengte (in bytes) van het datablok aan te geven. In het geval dat het gebruikersgebied van sector S3 niet geheel gevuld kan 35 worden met data uit het datablok, is het mogelijk om de resterende ruimte uit de sector met bijvoorbeeld nullen op te vullen.
De uit een sector gelezen data wordt opgeslagen in het ' Λ ' Λ 5
«1-/» . j v J
« * PHN 11.738 8 buffer 3. De data wordt vervolgens parallel, bijvoorbeeld door middel van 16 bits brede blokken, uit het buffer opgehaald, en onder besturing van de microprocessor gedecodeerd. De microprocessor is hiervoor voorzien van een decodeur.
5 Het decoderen van het sectorhoofdgebied en indien aanwezig van het extra hoofdgebied, verschaft aan de inrichting de nodige informatie voor het identificeren van de data uit de sector en het op basis daarvan genereren van stuursignalen die het pad welke de data in de inrichting zal afleggen bepalen.
10 Daar het nieuwe aspect van een dataverwerkende inrichting volgens de uitvinding meer in het bijzonder betrekking heeft op het laden van het beeldgeheugen, zal voor de verdere beschrijving alleen die gelezen sectoren welke video-informatie bevatten worden beschouwd. De overige sectoren spelen voor de beschrijving van de uitvinding geen 15 bijzondere rol. Wanneer nu een sector video-informatie bevat, dan bevat het extra hoofdgebied een desbetreffende indicator. De decodeur decodeert deze indicator en onder besturing daarvan wordt de schrijfbesturingsingang van het beeldgeheugen 5 geactiveerd. Het is ook mogelijk om de schrijfbesturingsingang van het geheugen 10 te activeren 20 in de plaats van de schrijfbesturingsingang van het beeldgeheugen 5, ten einde de beeldinformatie tijdelijk op de slaan in het geheugen 10 en vervolgens een transferoperatie van geheugen 10 naar het beeldgeheugen 5 te realiseren.
De beeldinformatie afkomstig van het massageheugen wordt lijnsgewijs in 25 het beeldgeheugen 5 ingeschreven. Per geheugenadreslocatie is er ruimte om de data van ten minste één volledige beeldlijn op te slaan.
Figuur 3 laat schematisch een voorbeeld zien van de inhoud van een beeldgeheugen 5 zoals gebruikt in de video-eenheid 9.
Het beeldgeheugen is voorzien om opeenvolgende horizontale beeldijnen 30 11, L2, ..., LN van een af te beelden beeld dat ten minste N lijnen bevat, op opeenvolgende adressen AD-1, AD-2, ... AD-N op te slaan (bijvoorbeeld N = 284).
In een eerste uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding, wordt, omwille van het feit dat de beeldinformatie op een 35 bijzondere manier in de informatiedrager 2 is ingeschreven, het beeldgeheugen op een bijzondere manier geladen. Immers een probleem dat bij deze inrichting optreedt, is dat de benodige tijd om de beeldpunten 1 5 'J ij i! ':j J 0 PHN 11.738 9 van één beeldlijn in het beeldgeheugen in te schrijven, kleiner is dan de tijd nodig om de data voor één beeldlijn uit de schijfvormige informatiedrager op te halen. Zonder bijzondere maatregelen wordt dus de tijd nodig om een beeld te laden in het beeldgeheugen volledig bepaald 5 door de uitleestijd van data uit de informatiedrager 2. Een vermindering van de laadtijd van het beeldgeheugen wordt verkregen door voor één of meer af te beelden beelden slechts een deel van de beeldinformatie de geheugenschijf op te slaan, bijvoorbeeld alleen de oneven of alleen de even beeldlijnen, of andere varianten zoals bijvoorbeeld alleen de 10 eerste, de vierde, de zevende etcetera beeldlijnen. De voor dat beeld niet aanwezige beeldlijnen worden dan gegenereerd door de beeldlijnengenerator 11. Bijvoorbeeld wanneer de sector alleen de oneven beeldlijnen bevat, dan worden de even beeldlijnen bijvoorbeeld gegenereerd door het maken van een copie van de voorafgaande oneven 15 beeldlijn en deze op het adres gereserveerd voor de even beeldlijn op te slaan. Door deze behandeling gaat weliswaar de verticale beeldresolutie achteruit, echter zal dit afhankelijk van de beeldinhoud, geen probleem opleveren. Men denke hierbij bijvoorbeeld aan beelden met uniforme gedeeltes (blauwe lucht, achtergrondkleur etcetera). Bovendien is het 20 mogelijk om deze reductie van de beeldinformatie selectief uit te voeren, en alleen toe te passen bij een voorafbepaald aantal beelden of gedeeltes van beelden waarbij vermindering van verticale resolutie geen problemen oplevert.
De beeldlijnengenerator 11 is bij voorkeur gevormd door 25 een copieerschakeling die 1-1 copieën maakt van een aangeboden beeldlijn. Andere uitvoeringsvormen zijn echter ook toepasbaar, zoals bijvoorbeeld een interpolator die door middel van interpolatie uit twee of meer naburige beeldlijnen een nieuwe beeldlijn genereert.
Figuur 4 laat een voorbeeld zien van een stroomdiagram 30 van een programma dat het laden van het beeldgeheugen bestuurt. Bij het lezen van data uit de informatiedrager 2 start (20) de microprocessor dit programma en onderzoekt (21) op basis van de informatie uit het extra sectorhoofdgebied of de gelezen sector videodata bevat. Bevat de sector geen videodata (N) dan wordt het programma niet verder behandeld. 35 Bevat de sector wel videodata (Y), dan onderzoekt (22) de microprocessor op basis van indicatoren uit de aangeboden gegevens van die sector of er volledige of partiële informatie van het beeld
^ V i < , / -J
r * PHN 11.738 10 aanwezig is. Wanneer het volledige beeld aanwezig is (C), dan wordt er onmiddellijk naar stap 26 overgestapt. Wanneer slechts een partieel beeld aanwezig is (P), bijvoorbeeld alleen de oneven beeldlijnen, dan gaat de microprocessor na (23), door middel van de aangeboden indicator, 5 welk deel van het beeld in de beeldinformatie aanwezig is. Op basis van deze informatie laadt (24) de microprocessor een cyclische teller met een waarde die correspondeert met graad waarin de gelezen sector met beeldlijnen gevuld is. Bijvoorbeeld wanneer de sector alleen even of oneven beeldlijnen bevat, dan wordt de cyclische teller met de waarde 10 twee geladen. Na het laden van de cyclische teller wordt deze gestart (25) alsook het schrijven (26) in het beeldgeheugen. De microprocessor gaat (27) nu na wanneer er N beeldlijnen in het beeldgeheugen zijn opgeslagen. Zodra het beeldgeheugen met N beeldlijnen geladen is, stopt (28) de microprocessor de teller en het programma wordt vanaf stap 21 15 hervat.
Het onderzoek uit de aangeboden indicator (stap 22) geschiedt bijvoorbeeld door decodering van de opcode (operatiecode) van het instructiewoord uit de sector. Zo'n instructiewoord luidt bijvoorbeeld "laad op oneven geheugenadressen de hierna volgende data". 20 Door decodering van de opcode “laad op oneven geheugenadressen" weet de microprocessor dat alleen oneven beeldlijnen aanwezig zijn in de gelezen sector en dus dat slechts een partieel beeld wordt aangeboden.
Figuur 5 laat een voorbeeld van een schakeling zien voor een van beeldlijnengenerator zoals gebruikt in een inrichting volgens 25 de uitvinding. De schakeling bevat een cyclische teller 30, een klok 36, een flipflop 31 en een buffer 32. Het buffer 32 is via de communicatiebus 8 verbonden met het beeldgeheugen 5. Een eerste ingang van de teller 30 is via lijn 33 verbonden met de microprocessor 4. Aan deze eerste ingang wordt de waarde (DN) die correspondeert met de graad 30 waarin de sector met beeldlijnen gevuld is, aangeboden. Een tweede, ingang van de teller is via lijn 34 met de klok verbonden. Aan deze tweede ingang wordt de frequentie waarmede de lijnen in het beeldgeheugen worden geschreven (LF) aangeboden. Een derde ingang van de teller is via lijn 35 met de microprocessor verbonden voor het ontvangen 35 van een resetpuls.Lijn 35 is tevens met resetingang van de flipflop 31 verbonden. De signaalingang (S) van de flipflop is met een uitgang van de teller 30 verbonden en de resultaatuitgang Q is met de p. ¢5 f5 * ^ A ^ V V 'j ‘ V w/ rf * PHN 11.738 11 schrijf/leesfaesturingsingang van het buffer verbonden.
Wanneer de decodeur een opcode heeft gecodeerd die aanduidt dat er slechts partiële informatie van een beeld wordt aangeboden, genereert een microprocessor een resetpuls voor het resetten 5 van teller 30 en flipflop 31. Vervolgens (stap 24, figuur 4) wordt genoemde waarde LN via lijn 33 in de teller geladen en wordt de teller gestart. Veronderstel, eenvoudigheidshalve, dat de teller vanaf nul opwaarts telt. Wanneer de teller de waarde nul aangeeft, dan wordt deze nul aan de signaalingang (S) van de flipflop aangeboden en dus 10 verschijnt er aan de resultaatuitgang (Q) van de flipflop ook de waarde logische *0". Deze logische "0" wordt door het buffer 32 gezien als een schrijfbesturingssignaal, en onder besturing hiervan wordt de inhoud van een op de communicatiebus 8 aanwezige beeldlijn in het buffer opgeslagen. Die data wordt tevens ingeschreven in een door de 15 adrespointer van het beeldgeheugen aangeduide locatie (veronderstel AD-1 uit figuur 3). Onder besturing van het signaal LF op lijn 34 wordt nu de teller gelncrementeerd tot de waarde "1“, die aan de signaalingang (S) van de flipflop wordt aangeboden. Aan de resultaatuitgang (Q) van de flipflop verschijnt nu de waarde logische "1" die door het buffer gezien 20 wordt als een leesbesturingssignaal. De inhoud van het buffer wordt zodoende gelezen en via de communicatiebus naar het beeldgeheugen getransporteerd om aldaar te worden opgeslagen op de door de adrespointer aangeduide locatie (AD-2). Zodoende is nu op AD-2 dezelfde beeldlijn als op AD-1 geschreven.
. 25 De incrementatie van de teller gaat door onder besturing van het signaal LF. Daar echter de teller een cyclische teller is die modulo de ingestelde waarde LN telt, zal telkens wanneer de waarde LN bereikt is, de teller weer op nul gezet worden en zodoende ook de resultaatuitgang van de flipflop waardoor dan weer een volgende 30 beeldlijn in het buffer wordt geladen. Zolang de teller een van nul verschillende waarde aangeeft, blijft op de resultaatuitgang van de flipflop de waarde logische "1“ aanwezig.
Indien de uit de gelezen sector niet aanwezige beeldlijnen alsnog uit een verder te lezen sector worden aangeboden, dan 35 is de microprocessor in staat deze beeldlijnengenerator te deactiveren, bijvoorbeeld door het aanbieden van de waarde LN = 0.
Deze methode van copiëren van beeldlijn is toepasbaar · · ‘ï· .» -* * - 9 · · PHN 11.738 12 hetzij op het gehele beeld hetzij op een deel van het beeld. Het laden van slechts een deel van het beeld, bijvoorbeeld de lijnen L1 tot en met L20, volgens die methode vereist een aangepaste teller, zoals afgebeeld in figuur 6. In deze figuur hebben overeenkomstige delen aan die uit 5 figuur 5 hetzelfde verwijzingscijfer. De tellerschakeling 40 bevat een cyclische teller 44 en een normale lijnenteller 43, die beide met de lijnen 34 en 35 verbonden zijn voor het ontvangen van de signalen LF respectievelijk RS. De cyclische teller 44 ontvangt verder via lijn 33 de waarde LN en werkt analoog aan de cyclische teller 30 beschreven bij 10 figuur 5.
De lijnenteller 43 telt onder besturing van de signalen LF en RS de opeenvolgende beeldlijnen (Li). Een uitgang van de lijnenteller is verbonden met een eerste ingang van een vergelijkingseenheid 45 waarvan een tweede ingang verbonden is met een register 42. Het register 42 is 15 via lijn 41 met de microprocessor verbonden en ontvangt een indicator LX welke: is opgenomen in de opcode of de parameter van het instructiewoord en welke aangeeft binnen welk gebied in het beeld het genereren van beeldlijnen moet geschieden.
Veronderstel nu dat van het gebied tussen de lijnen L1 en 20 £20 van het beeld alleen de data van de oneven lijnen aanwezig zijn in de sector, en dat de data van alle overige lijnen volledig aanwezig is. Via lijn 41 worden dan de indicatoren £1 en £20 in het register geladen. De indicator £1 wordt dan aan de vergelijkingseenheid 45 aangeboden. Wanneer nu de lijnenteller 43 de lijnen van een nieuw beeld 25 begint te tellen, dan stelt de vergelijkingseenheid een gelijkheid vast tussen £1 en de tellerstand en genereert een logische T welke aan een eerste poortingang van een· logische EN-poort 46 wordt aangeboden.
Een tweede poortingang van de logische EN-poort 46 is met de uitgang van de cyclische teller 44 verbonden. Onder besturing van deze logische "1" 30 aan de eerste poortingang worden nu de signalen uit de cyclische teller doorgelaten en aan de flipflop afgegeven. De vergelijkingseenheid, die ook de waarde £20 ontvangen heeft, blijft nu deze logische "1“ afgeven totdat de lijnenteller 43 de 21s1:e lijn geteld heeft, en genereert bij het vergelijken van de waarde 21 met £20 een logische "0" die ervoor zal 35 zorgen om de logische EN-poort te blokkeren en zodoende de uitgang van de cyclische teller te deactiveren. Aan de poortuitgang van de logische EN-poort 46 verschijnt dan een logische "0" en deze blijft gehandhaafd 8 ö ij ; V ;j :.j PHN 11.738 13 voor al de overige beeldlijnen van het desbetreffende beeld, waardoor het copiêren gedeactiveerd is.
De in dé figuren 5 en 6 geschetst oplossingen zijn geschikt voor inrichtingen waarin er een ruime mogelijkheid moet bestaan 5 van variaties in de gedeeltes van een beeld welke in één of meer sectoren is opgeslagen. Wanneer echter die mogelijkheden beperkter zijn, bijvoorbeeld alleen de mogelijkheid om de even of de oneven lijnen op te slaan in een sector, dan zijn eenvoudigere uitvoeringen van de schakeling zoals afgebeeld in figuur 5 mogelijk. Bijvoorbeeld is het 10 mogelijk om in de plaats van de cyclische teller de MSB van het adres te gebruiken.
Het opslaan in de informatiedrager van minder dan N beeldlijnen van een beeld biedt zoals reeds vermeld, een oplossing om de tijdsduur te reduceren nodig om een beeld in het beeldgeheugen te 15 laden. Zo zijn er bijvoorbeeld 700 psec nodig om één beeldlijn te laden en 100 psec nodig om een beeldlijn te copiêren. Een factor 7 in tijdswinst is dus mogelijk wanneer één lijn telkens zou gecopiêerd worden. Echter dient er niet uit het oog te worden verloren dat dit copiêren ten koste gaat van de resolutie van het beeld. Afhankelijk 20 van de beeldinhoud kan er worden gesteld dat een hoeveelheid van 7 gecopiêerde lijnen een bovengrens is, daarboven immers wordt de resolutie van het beeld behoorlijk aangetast.
Wanneer echter de laadtijd van het geheugen ondergeschikt is, bijvoorbeeld bij stilstaande of weinig veranderde beelden, dan biedt 25 het copiêren van een volledige of een gedeelte van een beeldlijn een oplossing voor het maskeren van fouten in een beeldlijn. Dit vereist echter wel dat alle beeldlijnen van eenzelfde beeld in de informatiedrager zijn opgeslagen. Tevens is hiervoor statusinformatie van de verschillende lijnen noodzakelijk.
30 Fouten in de beeldinformatie opgeslagen in de schijfvormige informatiedrager kunnen ontstaan door meerdere oorzaken zoals bijvoorbeeld constructiefouten in het materiaal waaruit de informatiedrager is vervaardigd (dropouts), krassen, lokale vervuiling enzovoorts. Daar deze foutoorzaken plaatsgebonden zijn, is het voordelig 35 om de data van eenzelfde beeld niet rond eenzelfde locatie op te slaan dus niet in sectoren die naaste buren van elkaar zijn. Er is immers een reële kans dat wanneer één sector beschadigd is, ook de naaste
8y . . . 'j *J
#· **J
PHN 11.738 14 buren enigszins beschadigd zijn. Een gunstige oplossing is om wanneer een eerste gedeelte (bijvoorbeeld de oneven lijnen) van de data van een beeld in een eerste aantal opeenvolgende sectoren is opgeslagen, de overige data (bijvoorbeeld de even lijnen) op te slaan in een tweede 5 aantal opeenvolgende sectoren die zich in een gebied bevinden dat 10 tot 90 % van één omwenteling verder ligt dan genoemde eerste aantal sectoren. Uiteraard is het ook mogelijk om de data over meer dan twee aantallen opeenvolgende sectoren te verdelen.
Figuur 7 laat een voorbeeld zien van een schijfvormige 10 informatiedrager zoals gebruikt in een inrichting volgens de uitvinding. In het spoor TP zijn twee reeksen van sectoren A en B aangegeven, welk van deze reeksen bevat één of meer sectoren. De beeldlijnen die op N opeenvolgende geheugenlocaties van het beeldgeheugen moeten worden ingeschreven, zijn nu verdeeld over de 15 sectoren A en B opgeslagen. Zo een verzameling van beeldlijnen vormt eén groep, waarvan een eerste subgroep, bijvoorbeeld bevattende alleen de beeldlijnen voor de oneven geheugenlocaties in de sectoren A is opgeslagen, en een tweede subgroep bevattende de beeldlijnen, voor de even geheugenlocaties in de sectoren B is opgeslagen. De sectoren A en B 20 zijn op nagenoeg een halve omwenteling van elkaar verwijderd.
Veronderstel nu dat inderdaad in de sectoren A respectievelijk B de beeldlijnen voor de oneven respectievelijk de even adressen van het beeldgeheugen zijn opgeslagen. Eenvoudigheidshalve zullen de beeldlijnen opgeslagen in de sectoren A respectievelijk B nu 25 als subgroep A respectievelijk B worden aangeduid. Een eerste sector uit de reeks sectoren A respectievelijk B bevat nu een instructiewoord dat luidt: "laad op de oneven respectievelijk de even geheugenadressen de volgende data". Het maskeren van fouten door middel van de inrichting volgens de uitvinding zal nu hieronder worden beschreven.
30 Figuur 8 laat een stroomdiagram zien van een programma voor het maskeren van fouten. Het programma wordt uitgevoerd onder besturing van de microprocessor en wordt gestart (50) zodra er data van de schijfvormige informatiedrager wordt opgehaald. De individuele programmastappen zullen nu eerst kort worden beschreven, daarna zal aan 35 de hand van een voorbeeld de werking van het programma worden uiteengezet.
$ β η Λ 5
*»’ w V - \S V J
PHN 11.738 15 51 VDE? De microprocessor onderzoekt, bijvoorbeeld op basis van de informatie uit het extra sectorhoofdgebied, of de gelezen data videodata bevat.
52 OPC/P? De microprocessor onderzoekt of de aangeboden beeld- 5 informatie N beeldlijnen of minder bevat. Dit onder zoek geschiedt op basis van de opcode van het instructiewoord dat deel uitmaakt van de aangeboden beeldinformatie, alsook van de startbit.
53 STK? De microprocessor onderzoekt of er op de stapel onbe- 10 trouwbaarheidsindicatoren zijn opgeslagen met betrek king tot de in het beeldgeheugen opgeslagen beeldlijnen.
54 EER? De decodeur onderzoekt op basis van de foutenpro- tectiebits welke deel uitmaken van de aangeboden 15 informatie, of deze betrouwbaar is of niet, en genereert een betrouwbaarheidsindicator welke de betrouwbaarheid van de aangeboden informatie aangeeft.
55 WR STK Heeft de decodeur informatie als onbetrouwbaar aangeduid, dan wordt op de stapel geschreven welke 20 beeldlijnen geheel of gedeeltelijk onbetrouwbaar zijn.
55 CNT Zoals beschreven aan de hand van figuur 4 wordt een beeldlijnengenerator gestart voor het genereren van de in de aangeboden beeldinformatie niet 25 ' aanwezige beeldlijnen.
57 WRT Het beeldgeheugen wordt geladen.
58 STP? Er wordt door de microprocessor onderzocht of de N beeldlijnen in het beeldgeheugen zijn geladen, en of de stopbit is gedecodeerd.
30 59 RST? De microprocessor onderzoekt of die beeldlijnen welke in het beeldgeheugen zijn opgeslagen en welke als onbetrouwbaar zijn aangeduid, herstelbaar zijn met de aangeboden beeldinformatie. Zo een onderzoek geschiedt bijvoorbeeld op basis van de opcode van 35 het aangeboden instructiewoord, zoals verderop aan de hand van een voorbeeld zal worden toegelicht.
60, 68, 69 CL STKDe gegevens met betrekking tot onbetrouwbare
Λ Ί Λ Λ .,λ V ., , -J
PHN 11.738 16 beeldlijnen worden van de stapel geveegd.
61 RD STK De gegevens met betrekking tot onbetrouwbare beeldlijnen worden uit de stapel gelezen.
62 C-ERR De microprocessor onderzoekt of de onbetrouwbare 5 beeldlijnen eenvoudig te herstellen zijn.
63 CORK Door gebruik te maken van nieuw aangeboden beeld informatie worden voorbereidingen getroffen om in het beeldgeheugen opgeslagen beeldlijnen die als onbetrouwbaar zijn aangeduid, geheel of gedeeltelijk 10 te corrigeren, bijvoorbeeld door het genereren van stuursignalen voor de adrespointer van het beeldgeheugen .
64, 65 CNT? De microprocessor onderzoekt, bijvoorbeeld op basis van de opcode van het instructiewoord en van de 15 opcode van voorafgaande instructiewoorden of alle subgroepen van eenzelfde groep aan de orde zijn gekomen.
66 CORR P Deze stop doet dezelfde handelingen als 63 CORR, maar alleen voor die beeldlijnen waarbij door 20 gebruik te maken van nieuw aangeboden beeldinforma tie herstel mogelijk is.
67 SLU Dat is een subroutine waarin een poging wordt onder nomen om die beeldlijnen die door de stappen 63 en 66 nog niet herstelbaar zijn, alsnog geheel of 25 gedeeltelijk te herstellen.
Beschouw nu het voorbeeld gegeven in figuur 7 waarbij in spoor TP beeldinformatie voor de even respectievelijk de oneven geheugenadressen van het beeldgeheugen in de sectoren B respectievelijk A is opgeslagen. Veronderstel dat in de beeldinformatie welke in het 30 beeldgeheugen op adres AD-2 respectievelijk AD-3 wordt opgeslagen een fout aanwezig is (aangegeven door X in figuur 3). Veronderstel verder dat de sectoren A vóór de sectoren B worden gelezen en dat er op de stapel van de microprocessor geen onbetrouwbaarheidsindicatoren zijn opgeslagen. Veronderstel eveneens dat de sectoren A en B telkens 35 tenminste twee fysieke sectoren op de geheugenschijf bevatten, waarin de beeldinformatie is opgeslagen.
Wanneer nu een eerste sector (A-1) uit de verzameling ύ U 2 ü v 0 PHN 11.738 17 sectoren A wordt gelezenr dan wordt aan de microprocessor onder meer het extra hoofdgebied van die sector A-1 aangeboden. De decodeur van de microprocessor decodeert (51) dat extra sectorhoofdgebied en wanneer daarbij wordt vastgesteld dat de sector A-1 beeldinformatie bevat, dan 5 wordt er onder besturing van de microprocessor naar stap 52 van het stroomdiagram afgeheeld in figuur 8 overgestapt. Door decodering (52) van de opcode "laad in oneven geheugenlocaties" die deel uitmaakt van het in sector A-1 aanwezige instructiewoord, weet de microprocessor dat in de sectoren A alleen (52P) beeldinformatie voor de oneven 10 geheugenadressen van het beeldgeheugen aanwezig is. Decodering van de startbit in A-1 geeft aan dat het begin van een subgroep is. Er moet dus naar stap 53 worden overgestapt. (In het geval dat alle (52C) beeldlijnen van een beeld opeenvolgend zouden worden aangeboden, wordt er onmiddellijk naar stap 57 overgestapt.) 15 Daar er geen onbetrouwbaarheidsindicatoren op de stapel zijn geschreven (53N) gaat de decodeur na of de aangeboden beeldinformatie betrouwbaar is (54). In het gekozen voorbeeld bevindt zich in de beeldinformatie bestemd voor adres AD-3 een fout. Decodering van de foutenprotectiebits geeft deze fout aan en bijgevolg wordt er dan 20 onbetrouwbaarheidsindicator voor AD-3 op de stapel geschreven (55). Ten einde de beeldlijninformatie voor de even geheugenadressen te genereren, wordt (zoals beschreven bij figuur 4) de beeldlijnengenerator geactiveerd (56). In dit voorbeeld wordt er in de even geheugenlocaties een copie geschreven van de beeldinformatie aanwezig of het voorafgaand 25 oneven adres van het beeldgeheugen. De gedecodeerde startbit zorgt ervoor dat het laden van het beeldgeheugen gestart wordt (57). Het in stap 58 uitgevoerde onderzoek geschiedt door decodering van de stopbit, welke aan het einde van de beeldinformatie voor subgroep A is opgeslagen. Het decoderen van een stopbit bij stap 58 biedt de 30 mogelijkheid om de waarde M te laten variëren.
Wanneer nu alle beeldlijnen aanwezig in de sectoren A in het beeldgeheugen zijn opgeslagen, dan wordt het programma opnieuw vanaf stap 51 hervat. Wanneer nu een eerste (B-1) van de sectoren B wordt gelezen, dan stelt de microprocessor vast (51) dat deze sector B-1 35 beeldinformatie bevat en decodeert (52) hij vervolgens de opcode aanwezig in het aangeboden instructiewoord. Daar deze opcode luidt: "laad in de even geheugenlocaties" (52P) wordt er naar stap 53 . 83 5::.)0 v» PHN 11.738- 18 overgestapt alwaar in de inhoud van de stapel wordt nagegaan of er onbetrouwbaarheidsindicatoren zijn opgeslagen. Daar op de stapel vermeld staat dat er op adres AD-3 een fout aanwezig is, onderzoekt (59) de microprocessor of die beeldlijn op adres AD-3 met nieuw aangeboden 5 beeldinformatie herstelbaar is. Aangezien nu de opcode aanwezig in sector B-1 de even geheugenlocaties aanduidt, en de opcode aanwezig in sector A-1 de oneven geheugenlocaties aanduidt, is het duidelijk dat de informatie van de subgroepen A en B tot eenzelfde groep behoren. Het is dus mogelijk om de onbetrouwbare beeldlijnen te herstellen (59Y).
10 Wanneer herstel van de onbetrouwbare beeldlijnen niet mogelijk is (59N), bijvoorbeeld doordat beeldinformatie van een volgende groep wordt aangeboden dan worden de onbetrouwbaarheidsindicatoren van de stapel geveegd (60).
Daar de onbetrouwbare beeldlijnen nu herstelbaar zijn 15 gebleken, worden de onbetrouwbaarheidsindicatoren van de stapel gelezen (61), In dit voorbeeld wordt nu aan de microprocessor meegedeeld dat er op adres AD-3 een onbetrouwbare beeldlijn aanwezig is. De decodeur meldt vervolgens (62) dat de op AD-2 (L2) in te schrijven beeldlijn onbetrouwbaar is. Aangezien nu L3 op AD-3 herstelbaar is met een 20 correcte L4 op AD-4 en er op AD-2 reeds een copie van L1 aanwezig is, concludeert de microprocessor dat de onbetrouwbare beeldlijn op AD-2 en AD-3 eenvoudig herstelbaar zijn (62Y). De microprocessor genereert (63) vervolgens stuursignalen voor een adresgenerator, de beeldlijnengenerator, en het schrijfbesturingssignaal van het 25 beeldgeheugen ten einde er voor te zorgen dat er op AD-2 geen nieuwe beeldlijn wordt geschreven en op AD-3 een copie van de inhoud van AD-4 wordt geschreven.
Aangezien nu alle subgroepen aan de orde zijn gekomen (oneven - even lijnen, 64N) wordt de stapel schoongeveegd (69) van alle 30 onbetrouwbaarheidsindicatoren, en wordt het laadproces (57, 58) gestart, ten einde het volledige beeld in het beeldgeheugen opgeslagen te hebben.
Het kan voorkomen dat de microprocessor bij stap 62 vaststelt dat de onbetrouwbare beeldlijnen niet eenvoudig te herstellen zijn, bijvoorbeeld doordat meerdere opeenvolgende beeldlijnen 35 onbetrouwbaar zijn, of doordat de beeldlijnen noodzakelijk om het. herstel uit te voeren nog niet beschikbaar zijn.
In zo'n geval wordt er bij stap 65 onderzocht of nog meer f', · .. ~ Q Ki '' - s» 9 ΡΗΝ 11.738 19 beeldinformatie mogelijkerwijs te verwachten is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer in sectoren A de lijnen L1, L4r L7 ., in sectoren B de lijnen L2, L5, 18 ... en sectoren C de lijnen L3, L6, L9 ... aanwezig zijn. Door middel van decodering van de opcode aanwezig in het 5 instructiewoord van subgroep B en door vergelijking met de opcode uit subgroepen A kan de microprocessor vaststellen dat enerzijds nog niet alle beeldlijnen voor het laden van beeldgeheugen zijn aangeboden (immers de lijnen L3, L6, L9 ... missen nog) en anderzijds dat er een verdeling in een subgroep A en B heeft plaats gehad. De microprocessor 10 kan hieruit concluderen dat er nog ten minste één subgroep C zal vólgens (65Y) en er dus verderop nog mogelijkheid tot herstel van onbetrouwbare beeldlijnen zal zijn. Onder stap 66 worden dan maatregelen getroffen om die onbetrouwbare beeldlijnen die reeds herstelbaar zijn te herstellen.
15 Wanneer echter de microprocessor concludeert dat er geen verdere beeldlijnen voor datzelfde beeld meer uit de informatiedrager zullen worden aangeboden (65N) dan wordt de subroutine van stap 67 gestart. Bij deze subroutine wordt door gebruik te maken van gedeeltelijk goede beeldlijnen en van copieën van goede gedeeltes van 20 naburige beeldlijnen alsook bijvoorbeeld door gebruik te maken van interpolatie tussen opeenvolgende geheel of gedeeltelijk goede beeldlijnen, de geheel of gedeeltelijk onbetrouwbare beeldlijnen geheel of gedeeltelijk hersteld. Volledigheidshalve dient er te worden opgemerkt dat het niet uitgesloten is dat er ten gevolge van 25 hersteloperaties zoals verricht bij de subroutine van stap 67 discontinuïteiten in het beeld optreden.
Het zal duidelijk zijn dat ook bij stap 63 het mogelijk is de microprocessor zodanig te voorzien, dat niet noodzakelijkerwijze een als gedeeltelijk onbetrouwbaar aangeduide beeldlijn volledig door 30 een andere beeldlijn wordt vervangen. Ook het herstellen van alleen het onbetrouwbare gedeelte is door middel van een inrichting volgens de uitvinding mogelijk. Hiervoor is de beeldlijnengenerator bijvoorbeeld voorzien om slechts een gedeelte van een beeldlijn te genereren en om voor het overige gedeelte het uit de geheugenschijf aangeboden 35 betrouwbare gedeelte te gebruiken. Het gegeven dat slechts een gedeelte van een beeldlijn onbetrouwbaar is, wordt geleverd door de foutenprotectiebits.
Q s ί> J λ n ff
V V * J

Claims (11)

1. Informatieverwerkende inrichting, bevattende een sectorsgewijs ingedeeld massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden is opgeslagen en een beeldgeheugen met een capaciteit voor het opslaan van ten minste N beeldlijnen, welke 5 N beeldlijnen tesamen één op een beeldscherm af te beelden beeld vormen, welk beeldgeheugen via een communicatiebus met het massageheugen verbonden is, en aan welke communicatiebus verder een stuureenheid voorzien van een decodeur is aangesloten, welke stuureenheid voorzien is voor het besturen van het transport van beeldinformatie naar het 10 beeldgeheugen, waarbij de beeldinformatie in groepen is verdeeld en de beeldlijnen behorende tot eenzelfde groep op verschillende geheugenadressen bij eenzelfde transportoperatie op te slaan, met het kenmerk, dat voor een voorafbepaald aantal groepen het aantal beeldlijnen behorende tot zo'n groep kleiner is dan N, en waarbij elke 15 groep uit genoemd voorafbepaald aantal een indicator bevat die aanduidt voor welke adressen van het beeldgeheugen de tot die groep behorende beeldlijnen bestemd zijn, en welke decodeur voorzien is voor het decoderen van genoemde indicator en voor het op basis daarvan genereren van een eerste stuursignaal voor een beeldlijnengenerator die onder 20 besturing daarvan verdere beeldlijnen genereert op basis van de in die groep aanwezige beeldlijnen, welke beeldlijnengenerator met de communicatiebus en het beeldgeheugen verbonden is en verder voorzien is om onder besturing van het eerste stuursignaal op elk geheugenadres waarvoor geen beeldlijn uit de aangeboden groep bestemd was een verdere 25 beeldlijn op te slaan.
2. Informatieverwerkende inrichting, bevattende een sectorsgewijs ingedeeld massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden en voorzien van foutenprotectiebits is opgeslagen en een beeldgeheugen met een capaciteit voor het opslaan 30 van ten minste N beeldlijnen, welke N beeldlijnen tesamen één op een beeldscherm af te beelden beeld vormen, en waarbij de beeldinformatie in groepen is verdeeld en de beeldlijnen behorende tot eenzelfde groep voor opeenvolgende geheugenadressen van het beeldgeheugen bestemd is, welk beeldgeheugen via een communicatiebus met het massageheugen verbonden 35 is, en aan welke communicatiebus verder een stuureenheid voorzien van een decodeur is aangesloten, welke stuureenheid voorzien is voor het besturen van het transport van beeldinformatie naar het beeldgeheugen, ?> Λ Λ ί Λ _» ·? is) V ï 'J -·) v PHN 11.738 21 ^ & I welke decodeur voorzien is voor het decoderen van aangeboden foutenprotectiebits en op basis daarvan genereren van een betrouwbaarheidsindicator, met het kenmerk, dat een voorafbepaald aantal groepen in een eerste en ten minste één tweede subgroep is 5 onderverdeeld, welke subgroepen in niet direct opéénvolgende sectoren van het massageheugen zijn opgeslagen en telkens voorzien zijn van een respectievelijk instructiewoord dat onder meer beeldgeheugenadresgegevens bevat voor het aanduiden van bestemmingsadressen in het beeldgeheugen voor de beeldlijnen uit zijn 10 respectievelijke subgroep, welke bestemmingsadressen van eenzelfde subgroep verspreid zijn over het desbetreffende adresbereik van het beeldgeheugen, en waarbij de decodeur verder voorzien is voor het genereren van een eerste respectievelijk ten minste één tweede stuursignaal bij het decoderen van een eerste respectievelijk ten minste 15 één tweede instructiewoord, welke decodeur verbonden is met een beeldlijnengenerator die verder aan de communicatiebus is aangesloten voor het ontvangen van beeldinformatie, welke beeldlijnengenerator voorzien is voor het onder besturing van een ontvangen eerste stuursignaal genereren van verdere beeldlijnen op basis van de 20 beeldlijnen uit de eerste subgroep en opslaan op elk bestemmingsadres dat niet door de beeldgeheugenadresgegevens van de ontvangen eerste subgroep is aangeduid van een verdere beeldlijn, welke stuureenheid verder is voorzien om onder besturing van een tweede stuursignaal alleen die beeldlijnen van de betreffende tweede subgroep die door de 25 betrouwbaarheidsindicator als betrouwbaar zijn aangeduid op hun toegewezen beeldgeheugenadressen in te schrijven .
3. Informatieverwerkende inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de beeldlijnengenerator voorzien is om een verdere beeldlijn welke voor een gegeven geheugenadres bestemd is te 30 genereren op basis van aangeboden beeldlijnen die bestemd zijn voor naburige geheugenadressen van genoemd gegeven geheugenadres.
4. Informatieverwerkende inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de beeldlijnengenerator een copieerschakeling bevat die voorzien is om genoemde verdere beeldlijn voor genoemd gegeven 35 geheugenadres te genereren door copieëren van de beeldlijn bestemd voor het geheugenadres voorafgaand aan genoemd gegeven geheugenadres.
5. Informatieverwerkende inrichting volgens conclusie 3, met <·* -J * V 0 ΡΗΝ 11.738 22 ψ· *- ϊ het kenmerk, dat de beeldlijnengenerator een interpolator bevat die voorzien is om genoemde verdere beeldlijn voor genoemd gegeven geheugenadres te genereren door interpolatie tussen de beeldlijnen bestemd voor naburige geheugenadressen van genoemd gegeven 5 geheugenadres.
6. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk , dat de stuureenheid voorzien is voor het inventariseren van die in het beeldgeheugen ingeschreven beeldlijnen welke door de betrouwbaarheidsindicator als onbetrouwbaar zijn aangeduid en voor het 10 genereren van een herstelsignaal wanneer er een onbetrouwbare beeldlijn in het beeldgeheugen is ingeschreven, welke beeldlijnengenerator verder voorzien is om onder besturing van een tweede stuursignaal in combinatie met een herstelsignaal de als onbetrouwbaar aangeduide beeldlijnen te herstellen door substitutie van een onbetrouwbare beeldlijn door een 15 van een verdere beeldlijn.
7. Inrichting volgens conclusie 2 of 6, met het kenmerk, dat een eerste subgroep alleen beeldlijnen bestemd voor de oneven geheugenadressen bevat en een tweede subgroep alleen de beeldlijnen bestemd voor de even geheugenadressen bevat.
8. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat genoemd inventariseren het opslaan van de onbetrouwbaarheidsindicator op een stapel van de stuureenheid bevat.
9. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het massageheugen een schijfvormige optische 25 informatiedrager bevat.
10. Inrichting volgens conclusie , 6, 7 of 8, met het kenmerk, dat het massageheugen een schijfvormige optische informatiedrager bevat en dat de eerste en de tweede subgroep binnen eenzelfde spoor op een onderlinge afstand die ten minste 10% en ten 30 hoogste 90% van een volledige omwenteling van de schijf bevat.
11. Massageheugen te gebruiken in een inrichting volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het massageheugen een schijfvormige optische informatiedrager bevat. ^ fl .J λ λ W ! ; l , ; ' -Λ * - « V 'j
NL8601005A 1986-04-21 1986-04-21 Informatieverwerkende inrichting voorzien van een massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden groepsgewijs verdeeld is opgeslagen. NL8601005A (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8601005A NL8601005A (nl) 1986-04-21 1986-04-21 Informatieverwerkende inrichting voorzien van een massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden groepsgewijs verdeeld is opgeslagen.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8601005 1986-04-21
NL8601005A NL8601005A (nl) 1986-04-21 1986-04-21 Informatieverwerkende inrichting voorzien van een massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden groepsgewijs verdeeld is opgeslagen.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8601005A true NL8601005A (nl) 1987-11-16

Family

ID=19847906

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8601005A NL8601005A (nl) 1986-04-21 1986-04-21 Informatieverwerkende inrichting voorzien van een massageheugen waarin beeldinformatie voor lijnsgewijs samengestelde beelden groepsgewijs verdeeld is opgeslagen.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL8601005A (nl)

Cited By (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1991002430A1 (de) * 1989-08-03 1991-02-21 Deutsche Thomson-Brandt Gmbh Digitales signalverarbeitungssystem
WO1992005554A1 (en) * 1990-09-19 1992-04-02 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken Picture retrieval system, and record carrier and device for use in the system
WO1992005556A1 (en) * 1990-09-19 1992-04-02 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken Record carrier on which a main data file and a control file have been recorded, method of and device for recording the main data file and the control file, and device for reading the record carrier
EP0424903A3 (en) * 1989-10-25 1993-06-09 Nec Corporation Data recording system
US5835674A (en) * 1990-09-19 1998-11-10 U.S. Philips Corporation Picture retrieval system, and record carrier and device for use in the system

Cited By (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1991002430A1 (de) * 1989-08-03 1991-02-21 Deutsche Thomson-Brandt Gmbh Digitales signalverarbeitungssystem
US5239308A (en) * 1989-08-03 1993-08-24 Deutsche Thomson-Brandt Gmbh Digital signal processing system
US5758012A (en) * 1989-08-03 1998-05-26 Deutsche Thomson-Brandt Gmbh Digital video signal processing system for transmission and recording
US6101314A (en) * 1989-08-03 2000-08-08 Deutsche Thomson-Brandt Gmbh Digital video signal processing for recording and replay
EP0424903A3 (en) * 1989-10-25 1993-06-09 Nec Corporation Data recording system
WO1992005554A1 (en) * 1990-09-19 1992-04-02 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken Picture retrieval system, and record carrier and device for use in the system
WO1992005556A1 (en) * 1990-09-19 1992-04-02 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken Record carrier on which a main data file and a control file have been recorded, method of and device for recording the main data file and the control file, and device for reading the record carrier
US5835674A (en) * 1990-09-19 1998-11-10 U.S. Philips Corporation Picture retrieval system, and record carrier and device for use in the system
US6134200A (en) * 1990-09-19 2000-10-17 U.S. Philips Corporation Method and apparatus for recording a main data file and a control file on a record carrier, and apparatus for reading the record carrier

Similar Documents

Publication Publication Date Title
RU2073913C1 (ru) Носитель записи, способ и устройство для записи информационных файлов и устройство для воспроизведения информации с такого носителя записи
EP0424903A2 (en) Data recording system
TW571305B (en) Record carrier of a read-only type and read device
US8509595B2 (en) Information storage medium storing multi angle data, and recording method and reproducing apparatus thereof
US7280745B2 (en) Process and device for managing the memory space of a hard disk, in particular for a receiver of satellite digital television signals
NL9002110A (nl) Beeldopzoek- en weergavesysteem alsmede een registratiedrager voorzien van gecodeerde beelden, werkwijze voor het optekenen van gecodeerde beelden en een opzoek- en weergave-inrichting.
KR100273727B1 (ko) 디지탈 신호 재생 장치
US4409627A (en) Video signal decoding circuit
JP3642751B2 (ja) 画像検索システムに用いる記録担体
EP0046323B1 (en) Method of writing and reading sector-organized information into and out of a record carrier body and device for performing the method
JP2522258B2 (ja) 信号処理装置
JPS61113166A (ja) デイジタル情報再生装置における時間軸補正装置
US4949303A (en) Information retrieval control system with input and output buffers
US5537217A (en) Image reproducing device
US20080155370A1 (en) Error correction device and recording and reproducing device
NL8403818A (nl) Werkwijze en inrichting voor het decoderen van door een reed-solomon-code beschermde informatiestroom.
KR100373467B1 (ko) 어드레스 발생 회로
US5852523A (en) Data sector pulse generating method
JP4786071B2 (ja) 予約データ領域を識別する方法及び装置
NL8301845A (nl) Stelsel voor het inschrijven van informatie in een geheugenschakeling.
JPS6035376A (ja) デ−タ記録検査方式
JP2574251B2 (ja) 交代記録再生装置
JP3046998B2 (ja) 可変長データの抽出回路
JPH1186465A (ja) 信号処理装置
JPH02254680A (ja) 情報再生装置

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed