NL9200736A - Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam. - Google Patents

Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam. Download PDF

Info

Publication number
NL9200736A
NL9200736A NL9200736A NL9200736A NL9200736A NL 9200736 A NL9200736 A NL 9200736A NL 9200736 A NL9200736 A NL 9200736A NL 9200736 A NL9200736 A NL 9200736A NL 9200736 A NL9200736 A NL 9200736A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
connecting pins
contact elements
electrical connector
connector
pins
Prior art date
Application number
NL9200736A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Du Pont Nederland
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Du Pont Nederland filed Critical Du Pont Nederland
Priority to NL9200736A priority Critical patent/NL9200736A/nl
Priority to US08/045,783 priority patent/US5387137A/en
Priority to EP93201168A priority patent/EP0567196B1/en
Priority to DE69306647T priority patent/DE69306647T2/de
Priority to KR1019930006723A priority patent/KR100276530B1/ko
Priority to SG1996005139A priority patent/SG55082A1/en
Priority to JP5096288A priority patent/JPH0636835A/ja
Publication of NL9200736A publication Critical patent/NL9200736A/nl
Priority to HK26297A priority patent/HK26297A/en

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H01ELECTRIC ELEMENTS
    • H01RELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
    • H01R12/00Structural associations of a plurality of mutually-insulated electrical connecting elements, specially adapted for printed circuits, e.g. printed circuit boards [PCB], flat or ribbon cables, or like generally planar structures, e.g. terminal strips, terminal blocks; Coupling devices specially adapted for printed circuits, flat or ribbon cables, or like generally planar structures; Terminals specially adapted for contact with, or insertion into, printed circuits, flat or ribbon cables, or like generally planar structures
    • H01R12/50Fixed connections
    • H01R12/51Fixed connections for rigid printed circuits or like structures
    • H01R12/55Fixed connections for rigid printed circuits or like structures characterised by the terminals
    • HELECTRICITY
    • H01ELECTRIC ELEMENTS
    • H01RELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
    • H01R43/00Apparatus or processes specially adapted for manufacturing, assembling, maintaining, or repairing of line connectors or current collectors or for joining electric conductors
    • H01R43/20Apparatus or processes specially adapted for manufacturing, assembling, maintaining, or repairing of line connectors or current collectors or for joining electric conductors for assembling or disassembling contact members with insulating base, case or sleeve
    • HELECTRICITY
    • H01ELECTRIC ELEMENTS
    • H01RELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
    • H01R12/00Structural associations of a plurality of mutually-insulated electrical connecting elements, specially adapted for printed circuits, e.g. printed circuit boards [PCB], flat or ribbon cables, or like generally planar structures, e.g. terminal strips, terminal blocks; Coupling devices specially adapted for printed circuits, flat or ribbon cables, or like generally planar structures; Terminals specially adapted for contact with, or insertion into, printed circuits, flat or ribbon cables, or like generally planar structures
    • H01R12/70Coupling devices
    • H01R12/71Coupling devices for rigid printing circuits or like structures
    • H01R12/72Coupling devices for rigid printing circuits or like structures coupling with the edge of the rigid printed circuits or like structures
    • H01R12/722Coupling devices for rigid printing circuits or like structures coupling with the edge of the rigid printed circuits or like structures coupling devices mounted on the edge of the printed circuits
    • H01R12/724Coupling devices for rigid printing circuits or like structures coupling with the edge of the rigid printed circuits or like structures coupling devices mounted on the edge of the printed circuits containing contact members forming a right angle
    • HELECTRICITY
    • H01ELECTRIC ELEMENTS
    • H01RELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
    • H01R13/00Details of coupling devices of the kinds covered by groups H01R12/70 or H01R24/00 - H01R33/00
    • H01R13/62Means for facilitating engagement or disengagement of coupling parts or for holding them in engagement
    • H01R13/629Additional means for facilitating engagement or disengagement of coupling parts, e.g. aligning or guiding means, levers, gas pressure electrical locking indicators, manufacturing tolerances
    • H01R13/631Additional means for facilitating engagement or disengagement of coupling parts, e.g. aligning or guiding means, levers, gas pressure electrical locking indicators, manufacturing tolerances for engagement only
    • HELECTRICITY
    • H05ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • H05KPRINTED CIRCUITS; CASINGS OR CONSTRUCTIONAL DETAILS OF ELECTRIC APPARATUS; MANUFACTURE OF ASSEMBLAGES OF ELECTRICAL COMPONENTS
    • H05K3/00Apparatus or processes for manufacturing printed circuits
    • H05K3/30Assembling printed circuits with electric components, e.g. with resistors
    • H05K3/306Assembling printed circuits with electric components, e.g. with resistors with lead-in-hole components

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Coupling Device And Connection With Printed Circuit (AREA)
  • Connector Housings Or Holding Contact Members (AREA)
  • Details Of Connecting Devices For Male And Female Coupling (AREA)
  • Multi-Conductor Connections (AREA)

Description

Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam.
De uitvinding heeft betrekking op een elektrische connector, omvattende een behuizing van elektrisch isolerend materiaal voorzien van meerdere contactelementen van elektrisch geleidend materiaal, elk met een contactzijde voor het contacteren van een verdere connector en een aan-sluitzijde in de vorm van buiten de behuizing uitstekende aansluitpennen met een aansluiteinde voor montage op een plaat met gedrukte bedrading, en met een lichaam van plastisch deformeerbaar kunststof, voorzien van delen welke zich tussen de betreffende aansluitpennen uitstrekken.
Elektrische connectoren voorzien van een de aansluitpennen omgevend lichaam zoals hierboven beschreven, zijn op zichzelf in de praktijk bekend. In de Engelstalige vakliteratuur wordt een dergelijk lichaam aangeduid met de term "wafer".
In de praktijk kunnen twee typen, de aansluitpennen van een connector omgevende, lichamen worden onderscheiden, te weten lichamen welke in hoofdzaak de aansluiteinden van de aansluitpennen omgeven en lichamen welke zich over de gehele aansluitzijde van de connector tussen de aansluitpennen uitstrekken.
Lichamen van het eerstgenoemde type hebben in hoofdzaak tot doel om afwijkingen in de vooraf bepaalde onderlinge steekafstand tussen de aansluiteinden, bijvoorbeeld als gevolg van verbuiging hiervan tijdens transport of assemblage van de connector, te verhinderen ten einde de elektrische verbinding van de aansluiteinden in corresponderend gelegen openingen en/of met aansluitvlakjes op een plaat met gedrukte bedrading te vergemakkelijken, hetgeen in het bijzonder van voordeel is bij connectoren met een groot aantal contactelementen en bij machinale montage via bijvoorbeeld een assemblage-robot.
De lichamen van het tweede type verschaffen naast de gewenste positionering van de aansluiteinden ook een elektrische en mechanische bescherming van de aansluitpennen, zodat bijvoorbeeld kortsluiting tussen aansluitpennen onderling effectief wordt voorkomen. Ook ongewenste aanraking van een of meer aansluitpennen kan op deze wijze effectief worden verhinderd. Het zal duidelijk zijn dat de lichamen van het tweede type een grotere omvang hebben dan de lichamen van het bovenbeschreven eerste type. De lichamen van het tweede type kunnen ook worden toegepast om de contactelementen in de behuizing in te brengen.
Ten einde een optimale positionering van de aansluiteinden te garanderen, is het voordelig om het lichaam tijdens transport en assemblage van de connectoren zo dicht mogelijk bij de uiteinden van de aan- sluitpennen te houden. Bij montage op een plaat met gedrukte bedrading wordt het lichaam dan langs de aansluiteinden omhoog geschoven, zodat dit op de plaat rust. De aansluiteinden zijn dan vrij voor het met de betreffende aansluitvlakjes van de plaat met gedrukte bedrading elektrisch verbinden daarvan.
Het tussen de aansluiteinden vasthouden van de lichamen is in de praktijk gerealiseerd door één of meer van de doorgaande openingen van het lichaam zodanige afmetingen te geven, dat de betreffende aansluiteinden hierin klemmend passen. De aldus verkregen klemmende bevestiging is in het algemeen voldoende om het lichaam zowel op zijn plaats te houden als verschuifbaar te doen zijn bij montage van de connector.
Het nadeel van deze manier van bevestiging zijn de nauwe toleran-tie-eisen tussen de doorgaande openingen van het lichaam en de aansluit-pennen van de connector. Bij het aanbrengen van het lichaam moeten de langere pennen voldoende ondersteund kunnen worden om ongewenste buiging of vervorming van deze pennen bij het monteren van het lichaam, dat wil zeggen het klemmend in de doorgaande openingen aanbrengen van de aansluiteinden, te voorkomen. Om deze redenen worden in de praktijk slechts één of meer van de doorgaande openingen voor het opnemen van de kortste, in het algemeen de dichtst bij de aansluitzijde van de connectorbehuizing gelegen aansluiteinden, klempassend uitgevoerd. Gebleken is, dat hiermee voor de bovenbeschreven lichamen van het eerste type een voldoende houd-kracht kan worden verschaft.
Voor de genoemde omvangrijkere beschermende lichamen van het tweede type, welke voor het omringen van eenzelfde aantal aansluitpennen bijgevolg evenredig zwaarder zijn dan de lichamen van het eerste type, kan in het algemeen niet worden volstaan met het slechts klempassend uitvoeren van één of meer van de doorgaande openingen voor het opnemen van de kortste aansluitpennen van een connector. Het gevaar bestaat dat het lichaam, als gevolg van zijn grotere gewicht, van de aansluitpennen afglijdt. Het klempassend uitvoeren., van meerdere doorgaande, .openingen brengt weer het . bovenbeschreven nadeel van nauwere toleranties en het risico van buiging van aansluitpennen bij het aanbrengen van het lichaam en bij assemblage op de plaat met gedrukte bedrading met zich mee.
Aan de uitvinding ligt bijgevolg de opgave ten grondslag een lichaam voor het positioneren en beschermen van de aansluitpennen van een connector te verschaffen, waarbij het gevaar voor ongewenste verwijdering van het lichaam effectief wordt verhinderd, zonder de nadelen van nauwe toleranties en relatief hoge krachten óp de aansluitpennen bij het monteren van het lichaam, en met behoud van de mogelijkheid dat het lichaam in de richting van de aansluiteinden kan schuiven voor montage van de con-nector op een plaat met gedrukte bedrading.
Deze opgave is volgens de uitvinding daardoor opgelost, dat één of meer van de zich tussen de aansluitpennen uitstrekkende delen van het lichaam, na het over de aansluitpennen aanbrengen van het lichaam, zodanig plastisch zijn vervormd, dat een barrière voor het verwijderen van het lichaam is verkregen.
Omdat de, door het vervormen van één of meer van de zich tussen de aansluitpennen uitstrekkende delen van het lichaam gevormde barrière overeenkomstig de uitvinding na het monteren van het lichaam kan worden aangebracht, bestaat er in wezen geen noodzaak voor klempassende doorgaande openingen. Deze openingen kunnen bijgevolg binnen het tolerantiegebied van de aansluiteinden van de connector en het lichaam voldoende ruim worden gedimensioneerd. Het zal duidelijk zijn, dat dergelijke relatief ruime afmetingen een gunstige invloed hebben op de voor het monteren van het lichaam benodigde kracht, welke dan ook lager is dan bij toepassing van klempassende openingen. Omdat de genoemde barrière zich in de ruimte tussen de op een voorafbepaalde steekafstand van elkaar liggende aansluitpennen uitstrekt, kan gemakkelijk worden voldaan aan de eis van het verschuifbaar doen zijn van het lichaam.
In een uitvoeringsvorm van de connector volgens de uitvinding, waarin de contactelementen rij- en kolomsgewijs zijn gerangschikt, waarbij gezien in gemonteerde toestand van de connector op een plaat met gedrukte bedrading de contactelementen in een rij zich langs het plaatop-pervlak en de contactelementen in een kolom zich dwars op het plaatopper-vlak uitstrekken, omvat het genoemde lichaam een wanddeel, vanaf waarvan zich zuilvormige delen tussen de kolommen aansluitpennen uitstrekken, waarbij één of meer van deze zuilvormige delen voor het vormen van de genoemde barrière zijn vervormd.
De betreffende zuilvormige delen kunnen van een zich in de rijrichting van de contactelementen uitstrekkende, tussen twee of meer rijen aansluitpennen gelegen verdikking zijn voorzien. Bij voorkeur strekt zich de genoemde verdikking tussen de, in gemonteerde toestand van de connector op een plaat met gedrukte bedrading gezien, bovenste of onderste twee rijen aansluitpennen uit. In plaats van tussen de kolommen kan het lichaam ook van zich tussen de rijen aansluitpennen uitstrekkende zuilvormige delen zijn voorzien. In een uitvoeringsvorm hiervan bestaat de barrière uit zich in kolomrichting van de contactelementen uitstrekkende verdikkingen.
De verdikkingen kunnen gemakkelijk worden gevormd door het van buitenaf op de betreffende zuilen uitoefenen van een deformerende kracht.
In een nog weer verdere uitvoeringsvorm van de connector volgens de uitvinding zijn de zuilvormige delen zodanig uitgevoerd, dat deze geheel of gedeeltelijk tot voorbij de aansluitpennen in een kolom of rij uitstrekken en in dit gebied van een zich in de rij- respectievelijk kolom-richting van de contactelementen uitstrekkende verdikking zijn voorzien.
Omdat de betreffende verdikkingen zich niet tussen maar voorbij de aansluitpennen van een connector uitstrekken, vormen de betreffende verdikkingen geen hindernis voor het verschuifbaar doen zijn van het lichaam. Dit met het oog op montage op een plaat met gedrukte bedrading, zoals in het voorgaande beschreven.
Teneinde zo weinig mogelijk ruimte aan de aansluitzijde van de connector in beslag te nemen en op grond van mechanische overwegingen, zijn in een uitvoeringsvorm van de connector zuilvormige delen aangrenzend aan de aansluitzijde van de connectorbehuizing van een zich tot voorbij de aansluitpennen uitstrekkend, tot een verdikking vervormd gedeelte voorzien.
Teneinde te voorkomen dat het lichaam na het tussen de aansluitpennen aanbrengen hiervan en vóór het volgens de uitvinding vormen van de barrière ongewenst kan losraken, verdient het de voorkeur om in een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarin het genoemde wanddeel van het lichaam is voorzien van met de aansluiteinden of een groep van aan-sluiteinden corresponderend gelegen doorgaande openingen door welke zich de betreffende aansluiteinden in gemonteerde toestand van het lichaam uitstrekken, één of meer van de doorgaande openingen voor het opnemen van de aangrenzend aan de aansluitzijde van de connectorbehuizing gelegen aansluitpennen klempassend uit te voeren.
Om reiniging van de soldeerplaatsen na montage van de connector op een plaat met gedrukte bedrading mogelijk te maken, bijvoorbeeld het wegspoelen van resten vloei- en soldeermiddel en dergelijke, is in een uitvoeringsvorm van de uitvinding het bodemdeel van het lichaam- van naar buiten uitstekende verhoging voorzien. Bij voorkeur nemen deze verhogingen in lengte toe in de richting verwijderd van de aansluitzijde van de connectorbehuizing, teneinde een zo effectief mogelijke reiniging te bewerkstelligen .
De uitvinding heeft tevens betrekking op een lichaam van plastisch deformeerbaar kunststof voor montage aan de aansluitzijde van een connector zoals in het voorgaande beschreven, alsmede een werkwijze voor het monteren van een dergelijk lichaam, gekenmerkt door de stappen van; het positioneren van het lichaam, zodanig dat de genoemde delen hiervan tussen de aansluitpennen van de connector kunnen worden gebracht, het aan de aansluitzijde van de connector aanbrengen van het lichaam, en - het plastisch vervormen van de betreffende delen.
Bij voorkeur worden de genoemde delen koud gedeformeerd. Koude deformatie heeft, in tegenstelling tot deformatie onder toevoeging van warmte, het voordeel dat er geen kunststof aan het vervormende gereedschap hecht, dat er geen (schadelijke) gassen kunnen vrijkomen, waardoor geen maatregelen voor het afzuigen daarvan noodzakelijk zijn, en dat er geen regeling van temperatuur hoeft plaats te vinden, met de daarbij behorende apparatuur en dergelijke.
Teneinde scheuren in het kunststof te voorkomen, zijn met koude deformatie slechts relatief geringe vervormingen toegestaan, hetgeen echter voor het doel van de uitvinding geen bezwaar is, omdat de betreffende deformaties, c.q. verdikkingen slechts een barrière tegen het door afglijden en dergelijke ongewenst verwijderen van het betreffende lichaam na montage op de connector hoeven te vormen.
In het kader van de uitvinding dient onder de in het voorgaande gehanteerde benaming "plaat met gedrukte bedrading" elk substraat te worden begrepen, waarop de aansluiteinden van een connector kunnen worden aangesloten, dus bijvoorbeeld ook het substraat van een vloeibaar kristal weergever of dergelijke.
De uitvinding wordt in het navolgende aan de hand van verschillende uitvoeringsvormen nader geïllustreerd.
Figuur 1 en 2 tonen schematisch, in doorsnede een connector voorzien van een lichaam voor het positioneren van de aansluiteinden, respectievelijk voorafgaand aan en in gemonteerde toestand op een plaat met gedrukte bedrading, overeenkomstig een door aanvraagster in de handel gebrachte uitvoeringsvorm.
Figuur 3· ^ en 5 tonen schematisch verschillende doorsnede-aanzich-ten van een connector met een aan de aansluitzijde aangebracht lichaam volgens de uitvinding, voorafgaand aan de vervorming daarvan.
Figuur 6 toont schematisch een doorsnede-aanzicht van het lichaam overeenkomstig figuur 4, na vervorming daarvan.
Figuur 7 toont schematisch een doorsnede-aanzicht van een connector voorzien van een verdere uitvoeringsvorm van het lichaam volgens de uitvinding.
Figuur 8 toont schematisch een aanzicht tegen het lichaam volgens figuur 6.
Figuur 9a-c en figuur lOa-c tonen schematisch verdere uitvoeringsvormen van een lichaam volgens de uitvinding.
Figuur 1 toont een dwarsdoorsnede door een connector volgens de stand van de techniek, voorzien van een behuizing 1 van kunststof, met kanalen 2 waarin zich contactelementen 3 van elektrisch geleidend materiaal uitstrekken. De contactelementen 3 zijn rij- en kolomsgewijs gerangschikt, waarbij de rijen dwars op het vlak van de tekening uitstrekkend, en de kolommen in het vlak van de tekening liggend, worden beschouwd.
In de getoonde uitvoeringsvorm zijn deze contactelementen 3 nis opneemcontact uitgevoerd, voor het vanaf de contactzijde 4 opnemen van stekercontactelementen van een verdere connector (niet getoond). In plaats van als opneemcontact kunnen de contactelementen 3 ook als steker-contact zijn uitgevoerd, voor het aan de contactzijde 4 van de connector contacteren van een verdere connector voorzien van opneemcontacten. Uiteraard kan de connector ook een combinatie van opneem- en stekercontactelementen bevatten.
Vanaf de aansluitzijde 5 van de connector 1 strekken zich met de contactelementen 3 verbonden aansluitpennen 6-9 uit, elk met een haaks omgezet aansluiteinde 10 voor montage op een plaat met gedrukte bedrading. In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld zijn aansluiteinden 10 voor de zogeheten pen/gat-soldeermontage op een plaat met gedrukte bedrading uitgevoerd.
Voor het op een plaat met gedrukte bedrading bevestigen van de connector, is de behuizing 1 voorzien van kunststof vasthoudpennen 11 en positioneringspennen 12. Verder is de behuizing voorzien van een orgaan 13 voor het opnemen van coderingselementen voor het selectief contacteren van connectoren.
Tussen de aansluiteinden 10 van de aansluitpennen 6-9 strekt zich een kunststof lichaam 15 uit, voorzien van een bodeadeel 16 met doorgaande openingen 17 voor het opnemen van de aansluiteinden 10. Het lichaam 15 omvat verder scheidingswanden 18, 19, 20 welke zich dwars op het vlak van de tekening tussen de aansluiteinden 10 van respectievelijk de aansluitpennen 6 en 7, 7 en 8, alsmede 8 en 9 uitstrekken.
Eén of meer van de doorgaande openingen 17 waarin zich de aansluiteinden 10 van de kortste aansluitpennen 6 uitstrekken hebben zodanige afmetingen, dat de betreffende aansluiteinden 10 hierin klemmend passen. De overige doorgaande openingen 17 zijn van zodanige afmetingen, dat de aansluiteinden 10 hierin vrij kunnen bewegen. De klemmende passing van de aansluiteinden 10 van de kortste aansluitpennen 6 van de connector verschaft voldoende vasthoudkracht voor het in de getoonde beschermende positie houden van het lichaam 15 tijdens transport en assemblage van de connector.
Zoals in het voorgaande reeds genoemd, wordt het lichaam 15 in de Engelstalige vakliteratuur aangeduid als "wafer".
Figuur 2 toont een soortgelijke doorsnede als figuur 1, waarbij de connector echter op een plaat met gedrukte bedrading 21 is gemonteerd. De aansluiteinden 10 van de aansluitpennen 6-9 strekken zich daarbij uit in openingen 22 en zijn door middel van soldeerplaatsen 23 elektrisch geleidend met aansluitvlakjes 2b van de plaat 21 met gedrukte bedrading verbonden. De vasthoudpen 11 van de behuizing 1 strekt zich in een overeenkomstige doorgaande opening 26 van de plaat 21 uit en is door warm-stui-ken tot een bevestigingskop 25 gestuikt.
Duidelijk is te zien dat het lichaam 15 in de richting naar de aansluitpennen 6-9 is verschoven, waarbij het bodemdeel 16 door verhogingen of af standhouders 27, 28 op afstand van de plaat 21 met gedrukte bedrading wordt gehouden.
In de, in figuur 1 getoonde positie van het lichaam 15 zorgt dit er voor dat de aansluiteinden 10 op hun voorafbepaalde steekafstand worden gehouden, corresponderend met de onderlinge steekafstand van de openingen 22 van de plaat 21 met gedrukte bedrading. Door het op deze wijze op een juiste onderlinge positie houden van de aansluiteinden 10 wordt de assemblage op de plaat 21 aanzienlijk vereenvoudigd, waardoor montage met een assemblage-robot mogelijk is.
De verhogingen 27 en 28 zorgen ervoor dat eventuele resten van het bij het soldeerproces gebruikte vloeimiddel en resten soldeer onder het bodemdeel 16 kunnen worden weggespoeld, zonder risico van het achterblijven van aantastende verontreinigingen of kortsluiting tussen de aansluit-einde 10 door achtergebleven soldeermateriaal. In de, in figuur 2 getoonde situatie heeft het lichaam 15 in feite geen functie meer.
Figuur 3 toont een soortgelijke doorsnede als figuur 1 en 2, waarbij echter een lichaam 30 volgens de uitvinding aan de aansluitzijde 5 van de connector is gemonteerd, welk lichaam 30 zowel de aansluiteinden 10 als de aansluitpennen 6-9 omringt.
In het bodemdeel 31 van het lichaam 30 zijn doorgaande openingen 32 gevormd, waarin zich de aansluiteinden 10 van de aansluitpennen 6-9 uitstrekken. Vanaf het bodemdeel 31 steken zich eveneens verhogingen 33. 3^ naar buiten uit, welke in de richting verwijderd van de aansluitzijde 5 van de connectorbehuizing in lengte toenemen, overeenkomstig de verhogin gen 27 en 28 zoals getoond in figuur 1 en 2. In de richting dwars op het vlak van de tekening gezien, strekken zich tussen de aansluiteinden 10 van de aansluitpennen 6-9 driehoekvormige scheidingswanden 35, 36, 37 vanaf het bodemdeel 31 uit, waarbij de scheidingswand 37 tot nabij de aansluitpennen 9 reikt.
Figuur 4 toont een doorsnede langs de lijn IV-IV in figuur 3, Duidelijk is te zien dat zich tussen de kolommen van aansluitpennen 6-9 zuilvormige delen 40 uitstrekken, begrensd door buitenste zijwanden 38* 39 van het lichaam 30. In figuur 4 is het lichaam 30 getoond voorafgaand aan het volgens de uitvinding vervormen van de zuilvormige delen 40 voor het vormen van een barrière voor het in gemonteerde toestand houden van het lichaam 30.
Voor het uitvoeren van de vervorming is een inrichting voorzien, welke stiften 4l omvat, die in de richting van de pijlen 42 met kracht op de zuilvormige delen 40 kunnen drukken.
Figuur 3 is de doorsnede langs de lijn III-III in figuur 4. Duidelijk is te zien dat de stiften 4l zodanig zijn gepositioneerd, dat deze de zuilvormige delen 40 in het gebied tussen de aansluitpennen 8 en 9 kunnen vervormen.
Figuur 5 toont een aanzicht op het lichaam 30 langs de lijn V-V in figuur 3. echter in ongemonteerde toestand. Zoals geïllustreerd, kunnen de doorgaande openingen 32 voor het opnemen van de aansluiteinden 10 van de aansluitpennen 6 vernauwd zijn uitgevoerd, aangeduid met het verwij-zingscijfer 43 voor het klemmend hierin opnemen van de betreffende aansluiteinden 10, teneinde wegglijden van het lichaam voorafgaand aan het vervormen van de zuilvormige elementen 40 te verhinderen.
Figuur 6 toont een soortgelijke doorsnede als figuur 4, echter na het door de stiften 4l vervormen van de zuil vormige delen 40 tot een verdikking 42, welke zich in rijrichting van de contactelementen uitstrekken. Deze verdikkingen vormen een effectieve barrière om het langs de aansluiteinden 10 wegschuiven van het lichaam 30 te verhinderen. De afmetingen van de verdikkingen 42 zijn dusdanig, dat het lichaam 30 voldoende bewegingsvrijheid heeft om langs de aansluiteinden 10 te kunnen worden verplaatst, voor montage op een plaat met gedrukte bedrading.
Hoewel in figuur 4 en 6 een inrichting is getoond met stiften 41 die elk van de zuil vormige delen 40 kan vervormen, kan desgewenst worden volstaan met het vervormen van enkele van de zuilvormige delen, bijvoorbeeld de buitenste en de middelste zuilvormige delen 40.
Figuur 7 toont een soortgelijke doorsnede als figuur 3t echter met een verdere uitvoeringsvorm van een lichaam 45 volgens de uitvinding. De zuilvormige delen 40 zijn hierbij van een voorbij de aansluitpennen 9 uitstekend gedeelte 46 voorzien.
Figuur 8 toont een aanzicht van het lichaam 45 langs de lijn VIII-VIII in figuur 7, echter in ongemonteerde toestand hiervan. Duidelijk is te zien dat elk van de zuilvormige elementen 40 van een uitsteeksel 46 is voorzien, dat op soortgelijke wijze als geïllustreerd in figuur 5 middels een inrichting met stiften 4l tot een zich in rijrichting van de contact-elementen 3 uitstrekkende verdikking 47 kan worden vervormd, zoals met onderbroken lijnen in figuur 8 is aangegeven.
Deze uitvoeringsvorm van het lichaam 45 heeft het voordeel dat dit gemakkelijk langs de aansluiteinden 10 kan worden verplaatst, zonder hinder van de verdikkingen 47, zodat dit lichaam 45 in ongemonteerde toestand van de connector relatief dicht nabij de soldeereinden van de aansluiteinden 10 kan worden gehouden, en een maximale bescherming tegen zowel mechanische als elektrische vervorming van de aansluitpennen 6-9 en hun aansluiteinden 10 kan bieden.
Figuur 9a. b, c toont een verdere uitvoeringsvorm van een lichaam 50 volgens de uitvinding, waarbij eenvoudigheidshalve alleen de aansluitpennen 6-9 van de connector zijn getoond. De in het rechter deel van de tekening weergegeven afbeeldingen zijn zij-aanzichten tegen het lichaam 50 en de afbeeldingen in het linker deel van de tekeningen tonen doorsneden langs de lijnen a-a, b-b en c-c, respectievelijk.
Zoals in figuur 9a is te zien, is het nog onvervormde lichaam vanaf de aansluitpennen 9 aangebracht, waarbij zich vanaf het wanddeel 51 zuilvormige delen 52 tussen de kolommen aansluitpennen 6-9 uitstrekken.
Figuur 9b toont het lichaam 50 waarbij verdikkingen 53 overeenkomstig de uitvinding vanaf het wanddeel 51 in de zuilvormige delen 52 zijn gevormd. De betreffende verdikkingen 53 kunnen op soortgelijke wijze als beschreven aan de hand van de figuren 3» 4 en 6 middels pennen 4l worden aangebracht. Het verwijzingscijfer 54 illustreert de posities waar de pennen 4l op het lichaam 50 hebben aangegrepen, voor het deformeren van de zuilvormige delen 52. De verdikkingen 53 strekken zich in rijrichting tussen de aansluitpennen 8 en 9 uit.
In plaats van tussen de bovenste aansluitpennen 8 en 9 kunnen de verdikkingen 53 ook tussen de onderste aansluitpennen 6 en 7 worden aangebracht, zoals geïllustreerd in figuur 90.
Figuur 10 toont op soortgelijke wijze als figuur 9 aanzichten en doorsneden van een nog weer verdere uitvoeringsvorm van een lichaam 60 volgens de uitvinding. In plaats van in kolomrichting strekken zich vanaf een wanddeel 6l van het lichaam 60 zuilvormige delen 62 in rijrichting tussen de aansluitpennen 6-9 uit. Het zuil vormige lichaam 60 wordt, zoals getoond in figuur 10a, zijwaarts vanaf de connector over de aansluitpennen 6-9 aangebracht.
Figuur 10b toont het lichaam 60 voorzien van verdikkingen 63 welke aan de vrije uiteinden van de zuilvormige delen 62 tussen de, gezien vanaf het wanddeel 6l van het lichaam 60, buitenste twee kolommen aansluitpennen 6-9 zijn gevormd. De verdikkingen 63 strekken zich in kolom-richting uit. De uitsparingen 64 illustreren weer de positie van het gereedschap voor het vormen van de verdikkingen 63, bijvoorbeeld de pennen 41 zoals geïllustreerd in figuur 3.
Figuur 10c toont een uitvoeringsvorm waarbij een barrière 65 in een wand 66 van het lichaam 60 is gevormd, overeenkomstig de uitvinding. De barrières 63 en 65 kunnen uiteraard in combinatie worden toegepast.
De lichamen 30, 45, 50 en 6θ worden in de Engelstalige vakliteratuur ook wel aangeduid met de benaming "protected wafer".
Teneinde de betreffende zuilvormige delen 40, 52, 62 koud te kunnen vervormen, dat wil zeggen zonder het toevoegen van extra warmte, verdient het de voorkeur om de betreffende lichamen van plastisch deformeerbaar kunststof uit te voeren.
Het spreekt vanzelf dat bij het uitvoeren van de vervorming de lichamen effectief dienen te worden ondersteund, om vervorming van de aansluitpennen 6-9 te verhinderen.
Hoewel koud vervormen de voorkeur geniet, is vervorming van de zuilvormige delen onder plaatselijke verhitting uiteraard eveneens mogelijk.

Claims (15)

1. Elektrische connector, omvattende een behuizing van elektrisch isolerend materiaal voorzien van meerdere contactelementen van elektrisch geleidend materiaal, elk met een contactzijde voor het contacteren van een verdere connector en een aansluitzijde in de vorm van buiten de behuizing uitstekende aansluitpennen met een aansluiteinde voor montage op een plaat met gedrukte bedrading, en met een lichaam van plastisch deformeerbaar kunststof, voorzien van delen welke zich tussen de betreffende aansluitpennen uitstrekken, met het kenmerk, dat één of meer van de zich tussen de aansluitpennen uitstrekkende delen van het lichaam, na het over de aansluitpennen aanbrengen van het lichaam, zodanig plastisch zijn vervormd, dat een barrière voor het verwijderen van het lichaam is verkregen.
2. Elektrische connector volgens conclusie 1', waarin de contactelementen rij- en kolomsgewijs zijn gerangschikt, waarbij gezien in gemonteerde toestand van de connector op een plaat met gedrukte bedrading de contactelementen in een rij zich langs het plaatoppervlak en de contactelementen in een kolom zich dwars op het plaatoppervlak uitstrekken, waarbij het genoemde lichaam een wanddeel omvat, vanaf waarvan zich zuilvormige delen tussen de kolommen aansluitpennen uitstrekken, waarbij één of meer van deze zuilvormige delen voor het vormen van de genoemde barrière zijn vervormd.
3. Elektrische connector volgens conclusie 2, waarin één of meer van de zuilvormige delen in een zich tussen één of meer van de aansluitpennen uitstrekkend gebied zijn voorzien van een zich in de rijrichting van de contactelementen uitstrekkende, de genoemde barrière vormende verdikking.
4. Elektrische connector volgens conclusie 1, waarin de contactelementen rij- en kolomsgewijs zijn gerangschikt, waarbij gezien in gemonteerde toestand van de connector op een plaat met gedrukte bedrading de contactelementen in een rij zich langs het plaatoppervlak en de contactelementen in een kolom zich dwars op het plaatoppervlak uitstrekken, waarbij het genoemde lichaam een wanddeel omvat, vanaf waarvan zich zuilvormige delen tussen de rijen aansluitpennen uitstrekken, waarbij één of meer van deze zuilvormige delen voor het vormen van de genoemde barrière zijn vervormd.
5. Elektrische connector volgens conclusie 4, waarin één of meer van de zuilvormige delen in een zich tussen één of meer van de aansluitpennen uitstrekkend gebied zijn voorzien van een zich in de kolom- richting van de contactelementen uitstrekkende, de genoemde barrière vormende verdikking.
6. Elektrische connector volgens conclusie 3 of 5. waarin de verdikkingen in het gebied tussen de, in gemonteerde toestand van de connector op een plaat met gedrukte bedrading gezien, bovenste twee rijen aansluitpennen zijn gelegen.
7- Elektrische connector volgens conclusie 3 of 5i waarin de verdikkingen in het gebied tussen de, in gemonteerde toestand van de connector op een plaat met gedrukte bedrading gezien, onderste twee rijen aansluitpennen zijn gelegen.
8. Elektrische connector volgens conclusie 2, waarin zich één of meer van de zuilvormige delen geheel of gedeeltelijk tot voorbij de aansluitpennen in een kolom uitstrekken en in dit gebied van een zich in de rijrichting van de contactelementen uitstrekkende verdikking zijn voorzien.
9. Elektrische connector volgens conclusie 4, waarin zich één of meer van de zuilvormige delen geheel of gedeeltelijk tot voorbij de aansluitpennen in een rij uitstrekken en in dit gebied van een zich in de kolomrichting van de contactelementen uitstrekkende verdikking zijn voorzien.
10. Elektrische connector volgens conclusie 8 of 9» waarin zuilvormige delen aangrenzend aan de aansluitzijde van de connectorbehui-zing van een zich tot voorbij de aansluitpennen uitstrekkend, tot een verdikking vervormd gedeelte zijn voorzien.
11. Elektrische connector volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarin het genoemde wanddeel van het lichaam is voorzien van met de aansluiteinden of een groep van aansluiteinden corresponderend gelegen doorgaande openingen door welke zich de betreffende aansluiteinden in gemonteerde toestand van het lichaam uitstrekken, en één of meer van de doorgaande openingen voor het opnemen van de aangrenzend aan de aansluitzijde van de connectorbehuizing gelegen aansluitpennen klempassend zijn uitgevoerd.
12. Elektrische connector volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarin het lichaam aan de, in gemonteerde toestand naar de aansluiteinden toegekeerde zijde van naar buiten uitstekende verhogingen is voorzien.
13* Lichaam van plastisch deformeerbaar kunststof voor montage aan de aansluitzijde van een connector zoals beschreven in één of meer van de voorgaande conclusies.
14. Werkwijze voor het aan een connector monteren van een lichaam volgens één of meer van de voorgaande conclusies, gekenmerkt door de stappen van: ” het positioneren van het lichaam, zodanig dat de genoemde delen hiervan tussen de aansluitpennen van de connector kunnen worden gebracht, - het aan de aansluitzijde van de connector aanbrengen van het lichaam, en het plastisch vervormen van de betreffende delen.
15. Werkwijze volgens conclusie 11, waarin de genoemde delen koud worden gedeformeerd.
NL9200736A 1992-04-22 1992-04-22 Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam. NL9200736A (nl)

Priority Applications (8)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9200736A NL9200736A (nl) 1992-04-22 1992-04-22 Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam.
US08/045,783 US5387137A (en) 1992-04-22 1993-04-14 Electrical connector having a body surrounding the connecting pins
EP93201168A EP0567196B1 (en) 1992-04-22 1993-04-21 Method of manufacturing an electrical connector and a body surrounding the connector pins
DE69306647T DE69306647T2 (de) 1992-04-22 1993-04-21 Herstellungsverfahren eines elektrischen Verbinders mit einem die Kontaktstifte umgebenden Körper
KR1019930006723A KR100276530B1 (en) 1992-04-22 1993-04-21 An electrical connector having a body surrounding the connecting pins
SG1996005139A SG55082A1 (en) 1992-04-22 1993-04-21 Electrical connector having a body surrounding the connecting pins
JP5096288A JPH0636835A (ja) 1992-04-22 1993-04-22 電気コネクタ
HK26297A HK26297A (en) 1992-04-22 1997-03-06 Method of manufacturing an electrical connector and a body surrounding the connector pins

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9200736 1992-04-22
NL9200736A NL9200736A (nl) 1992-04-22 1992-04-22 Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9200736A true NL9200736A (nl) 1993-11-16

Family

ID=19860727

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9200736A NL9200736A (nl) 1992-04-22 1992-04-22 Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam.

Country Status (8)

Country Link
US (1) US5387137A (nl)
EP (1) EP0567196B1 (nl)
JP (1) JPH0636835A (nl)
KR (1) KR100276530B1 (nl)
DE (1) DE69306647T2 (nl)
HK (1) HK26297A (nl)
NL (1) NL9200736A (nl)
SG (1) SG55082A1 (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CA2173067A1 (en) * 1995-03-30 1996-10-01 Mark G. Hopson Electrical connector having improved contact retention means
JP3106957B2 (ja) * 1996-05-27 2000-11-06 住友電装株式会社 基板用コネクタ
US6179629B1 (en) * 1997-06-25 2001-01-30 Hon Hai Precision Ind. Co., Ltd. Electrical connector with improved contact tail aligning effectiveness
JP3998442B2 (ja) 2001-08-09 2007-10-24 矢崎総業株式会社 基板用コネクタ
JP2004192976A (ja) * 2002-12-12 2004-07-08 Auto Network Gijutsu Kenkyusho:Kk 端子の圧入用冶具及びその圧入装置
DE102004057182B4 (de) * 2004-11-26 2007-12-06 Tyco Electronics Amp Gmbh Verfahren zum Verlöten eines Steckverbinders mit einer Leiterplatte, Steckverbinder und Montagewerkzeug
US7261591B2 (en) * 2005-01-21 2007-08-28 Hon Hai Precision Ind. Co., Ltd Pluggable connector with a high density structure
CN105580508B (zh) * 2013-09-23 2018-11-09 株式会社富士 软支撑销的状态确认装置
KR102585482B1 (ko) 2021-12-10 2023-10-05 충남대학교산학협력단 전선 정리장치

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1984036A (en) * 1932-10-12 1934-12-11 Western Electric Co Electrical insulating device having a terminal thereon and a method of making it
DE3402902A1 (de) * 1984-01-27 1985-08-08 Siemens AG, 1000 Berlin und 8000 München Winkelsteckverbinder
US4686607A (en) * 1986-01-08 1987-08-11 Teradyne, Inc. Daughter board/backplane assembly
US4722691A (en) * 1986-02-03 1988-02-02 General Motors Corporation Header assembly for a printed circuit board
DE3775230D1 (de) * 1986-02-11 1992-01-30 Du Pont Elektrische steckverbinder.
JPH0537435Y2 (nl) * 1988-01-27 1993-09-21
JPH01296576A (ja) * 1988-05-25 1989-11-29 Nippon Ee M P Kk 電気コネクター
US4860445A (en) * 1989-02-09 1989-08-29 Gte Products Corporation Method of mounting electrical contacts in connector body
US5037334A (en) * 1990-11-30 1991-08-06 Amp Corporated Connector with equal lateral force contact spacer plate

Also Published As

Publication number Publication date
JPH0636835A (ja) 1994-02-10
DE69306647D1 (de) 1997-01-30
KR930022636A (ko) 1993-11-24
KR100276530B1 (en) 2000-12-15
EP0567196B1 (en) 1996-12-18
EP0567196A1 (en) 1993-10-27
HK26297A (en) 1997-03-06
US5387137A (en) 1995-02-07
SG55082A1 (en) 1998-12-21
DE69306647T2 (de) 1997-06-19

Similar Documents

Publication Publication Date Title
KR101932648B1 (ko) 배터리 커넥터 시스템
NL9200736A (nl) Elektrische connector met een de aansluitpennen omgevend lichaam.
US5199886A (en) Shrouded connector assembly
CN110752487B (zh) 包括极性件的电连接器组件
US5476389A (en) Electrical connector
KR930022635A (ko) 얇은 표면 장착형 전기 커넥터
KR100592622B1 (ko) 접지 컨택에 의해 잡음의 발생이 억제된 커넥터
KR100216615B1 (ko) 안티-위킹 특성을 구비한 직각 기판 대 기판 커넥터와 그 커넥터용 단자
NL9200117A (nl) Stelsel en connectoren voor het onderling elektrisch verbinden van componentplaten.
KR20060049134A (ko) 커넥터의 설치 구조물
US20210044040A1 (en) Cable assembly modules detachably mounted upon corresponding circuit pads
JP7623243B2 (ja) メス型端子、コネクタ、端子付き電線、コネクタ付き電線及びワイヤーハーネス
KR970068032A (ko) 고속 케이블의 차폐부 접속 시스템
US10069223B2 (en) Electrical cable connector
EP1361627A1 (en) Connector which can be simplified in structure of an end portion in a card inserting/removing direction
US5639249A (en) Printed circuit board connector
EP0364015A1 (en) Fixing frame for filter unit and connectors
EP0112600A2 (en) Electrically conductive device
NL192067C (nl) Connector met bevestigingsmiddelen voor montage op een substraat.
US4522460A (en) Connecting means for closely spaced conductors
US5439400A (en) Disposable electrical connector header
NL1027045C2 (nl) Connector voorzien van een afschermingsplaat.
CA1298371C (en) Overmolded electrical contact for the manufacture of connectors
NL8601073A (nl) Werkwijze en inrichting voor het pakketteren van halfgeleiderinrichtingen.
US5677748A (en) Lead wire arrangement for LCD having glass sealed wires

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed