NL9300501A - Stal met voersysteem. - Google Patents

Stal met voersysteem. Download PDF

Info

Publication number
NL9300501A
NL9300501A NL9300501A NL9300501A NL9300501A NL 9300501 A NL9300501 A NL 9300501A NL 9300501 A NL9300501 A NL 9300501A NL 9300501 A NL9300501 A NL 9300501A NL 9300501 A NL9300501 A NL 9300501A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
feed
feed slide
partition
stable according
slide
Prior art date
Application number
NL9300501A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Johannes Martinus Willibrordus
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Johannes Martinus Willibrordus filed Critical Johannes Martinus Willibrordus
Priority to NL9300501A priority Critical patent/NL9300501A/nl
Priority to NO941007A priority patent/NO301623B1/no
Priority to AT94200737T priority patent/ATE143765T1/de
Priority to US08/216,486 priority patent/US5467737A/en
Priority to CA002119615A priority patent/CA2119615C/en
Priority to EP94200737A priority patent/EP0616763B1/en
Priority to DE69400660T priority patent/DE69400660T2/de
Priority to ES94200737T priority patent/ES2095711T3/es
Priority to DK94200737.8T priority patent/DK0616763T3/da
Publication of NL9300501A publication Critical patent/NL9300501A/nl
Priority to US08/516,943 priority patent/US5857426A/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K1/00Housing animals; Equipment therefor
    • A01K1/10Feed racks
    • A01K1/105Movable feed barriers
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K5/00Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
    • A01K5/02Automatic devices

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
  • Birds (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Feeding And Watering For Cattle Raising And Animal Husbandry (AREA)
  • Paper (AREA)
  • Devices For Conveying Motion By Means Of Endless Flexible Members (AREA)
  • Fodder In General (AREA)
  • Pinball Game Machines (AREA)
  • Branching, Merging, And Special Transfer Between Conveyors (AREA)

Description

Korte aanduiding: Stal met voersysteem
De uitvinding heeft betrekking op een stal volgens de aanhef van conclusie 1.
Bij bekende stallen van dit type wordt het voer naar behoefte in het gedeelte van het voergebied nabij de afscheiding geplaatst. Dit is een arbeidsintensieve bezigheid, zelfs bij toepassing van speciale kostbare machines voor het verplaatsen van het voer.
Een dier in het verblijfsgebied kan het in het voergebied geplaatste voer bereiken door zijn of haar kop door een opening in de afscheiding te steken. Wanneer een grote hoeveelheid voer zodanig dicht bij de afscheiding wordt geplaatst, dat dit voor de dieren in het verblijfsgebied bereikbaar is, ontstaat het probleem, dat de dieren het voer omwoelen en onderkwijlen, waardoor de kwaliteit en de houdbaarheid van het voer sterk achteruit gaat. Het telkens aanbieden van kleinere hoeveelheden voer nabij de afscheiding brengt het nadeel met zich mee, dat de arbeidsintensiteit verder toeneemt.
Onder de aanduiding "WEELINK-SYSTEM" wordt een stalinrichting op de markt aangeboden, waarbij de voornoemde problemen zijn ondervangen door de afscheiding verplaatsbaar uit te voeren. Door het voer op een geschikte afstand van de afscheiding te plaatsen, zodat het voer door de dieren juist bereikbaar is en de afscheiding naar het voer toe te schuiven naarmate dit wordt opgegeten, wordt bereikt dat steeds een klein gedeelte van het voer voor de dieren bereikbaar is. Hierdoor eten de dieren steeds vers voer vanaf de zijkanten van het in het voergebied geplaatste voer (meestal in de vorm van pakken of geperste blokken). Hierdoor kan worden volstaan met het eens per 6-8 dagen aanvoeren van voer, waarvoor een normale tractor, eventueel uitgerust met een kuilvoersnijder kan worden gebruikt. In stallen voorzien van een dergelijke inrichting nemen koeien het voer sneller tot zich en is de opname van droge stof zodanig beter, dat een besparing van ca. 25% op de kosten van krachtvoer kan worden bereikt.
De uitvinding heeft als doel een stal te verschaffen, waarmee ten eerste de voordelen van het WEELINK-SYSTEM worden verkregen en die, ten tweede, eenvoudiger en tegen lagere kosten kan worden gerealiseerd in bestaande stallen, ongeacht of deze een ten opzichte van het voergebied lager gelegen verblijf sgebied hebben en ongeacht of deze in het verblijfsgebied zijn voorzien van een roostervloer.
Dit doel wordt volgens de onderhavige uitvinding bereikt door bij een stal van het in de aanhef beschreven type, de kenmerkende maatregelen volgens conclusie 1 toe te passen.
Door middel van de vanuit een uitgangsstand door het voergebied naar de afscheiding toe verplaatsbare voerschuif kan in het voergebied opgeslagen voer over de vloer van het voergebied naar de afscheiding toe worden geschoven, waarbij de voerschuif wordt aangedreven door de middelen voor het aandrijven van de voerschuif. Aldus kan het voer naar de afscheiding toe worden opgeschoven wanneer dit gedeeltelijk is opgegeten, zodat de afstand van de afscheiding tot het voer in hoofdzaak constant kan worden gehouden en steeds slechts een klein gedeelte van het voer voor de dieren achter de afscheiding bereikbaar is.
Bij de stal volgens de uitvinding bevindt de afscheiding zich op een vaste plaats, zodat bij toepassing van de uitvinding in een bestaande stal de bestaande vaste afscheiding kan worden gehandhaafd. Doordat de afscheiding tussen het voergebied en het verblijfsgebied op een vaste plaats is gelegen, is bovendien enig niveauverschil tussen het verblijfsgebied en het voergebied, dat meestal iets hoger is gelegen, niet bezwaarlijk. Bovendien hoeft de vloer van het verblijfsgebied niet te zijn voorzien van middelen voor het afvoeren van bij verplaatsing van de afscheiding opgeschoven mest.
Een verder voordeel van de stal volgens de uitvinding is, dat de afscheiding die door de dieren sterk wisselend en in verschillende richtingen wordt belast vast uitgevoerd is en derhalve in vloer kan zijn verankerd. De verplaatsbaar uitge-voerde voerschuif wordt in gebruik slechts in hoofdzaak con stant en in hoofdzaak in één bepaalde richting belast, zodat deze eenvoudiger verplaatsbaar is uit te voeren dan de afscheiding .
Doordat het voer over de vloer van het voergebied wordt verschoven hoeft deze slechts voldoende glad te zijn en zijn geen verder aanpassingen van de vloer van het voedergebied nodig.
De uitvinding kan tevens zijn belichaamd in een samenstel volgens conclusie 18, waarmee een bestaande conventionele stal van het in de aanhef beschreven type kan worden ingericht als een stal volgens de uitvinding.
Specifieke uitvoeringsvoorbeelden van de stal volgens de uitvinding zijn neergelegd in de volgconclusies. Specifieke uitvoeringsvoorbeelden van het samenstel volgens de uitvinding voor het inrichten van een stal volgens de uitvinding kunnen de in één of meer van de volgconclusies genoemde elementen omvatten.
Navolgend wordt de uitvinding nader toegelicht aan de hand van een op dit moment de meeste voorkeur genietend uit-voeringsvoorbeeld, waarbij wordt verwezen naar de tekening. Daarbij toont, telkens in schematische weergave: fig. 1 een zijaanzicht van een gedeelte van een stal volgens de uitvinding, fig. 2 een bovenaanzicht van de stal volgens fig. 1, waarin een afscheiding opengewerkt is weergegeven, fig. 3 een perspectivisch aanzicht van een aandrijfmodule, en fig. 4 een zijaanzicht van een samenstelling voor het aandrijven van de aandrijfmodules.
In eerste instantie wordt de uitvinding nader toegelicht aan de hand van fig. 1.
In fig. 1 is een stal met een voergebied 1 en een verblijf sgebied 2 gescheiden door een afscheiding 3 weergegeven. De afscheiding 3 is in het algemeen uitgevoerd als een hek en wordt gebruikelijkerwijs aangeduid met de benaming voerhek, maar kan op elke andere geschikte wijze zijn uitgevoerd, bij voorbeeld als een wand of als een op afstand van de vloer opgehangen rek. Het voergebied is voorzien van een vloer 4, waarop geperste blokken voer 5 zijn geplaatst. De afscheiding 3 is zoals op zich bekend voorzien van openingen (niet getoond), zodat dieren vanuit het verblijfsgebied 2 met hun koppen voedsel 5 in het voergebied kunnen bereiken. Stallen met een voergebied 1 en een verblijfsgebied 2 gescheiden door een afscheiding 3 zijn uit de praktijk bekend en in zeer grote aantallen in gebruik.
In het voergebied 1 is een naar de afscheiding 3 toe verplaatsbare voerschuif 6 geplaatst voor het over de vloer 4 van het voergebied 1 naar de afscheiding 3 toe schuiven van het in het voergebied 1 opgeslagen voer 5. De stal is voorts voorzien van middelen voor het aandrijven van verplaatsing van de voerschuif 6.
De uitgangspositie van de voerschuif 6 wordt zodanig gekozen, dat tegen de voerschuif geplaatst voer 5 - in het algemeen in de vorm van pakken of blokken mais- en kuilvoer- op een zodanige afstand a van de afscheiding 3 is gelegen, dat de dieren achter de afscheiding 3 het voer 5 juist kunnen bereiken. Wanneer de dieren het bereikbare voer geheel of gedeeltelijk hebben opgegeten wordt de schuif 6 nar de afscheiding 3 toe verplaatst totdat de afstand a tussen het voer 5 en de afscheiding 3 weer hersteld is. Bij een bepaalde bezetting van de verblijfsruimte is de per tijdseenheid benodigde verplaatsing van de voerschuif 6 in hoofdzaak constant, zodat de verplaatsing van de voerschuif 6 eenvoudig automatisch bestuurbaar is.
De afscheiding 3 bevindt zich steeds op dezelfde plaats, zodat enig niveauverschil tussen het verblijfsgebied 2 en het voergebied 1, bijvoorbeeld als in fig. 1 is weergegeven, geen bezwaar vormt. Bij conventionele stallen vaak aanwezig hoogteverschil tussen het voergebied 1 en het verblijfsgebied kan aldus gehandhaafd blijven, zodat de vloer ongewijzigd kan worden gelaten.
Zowel het voer 5 als de voerschuif 6 zijn over de vloer 4 van het voergebied 1 verplaatsbaar. Hiertoe hoeft de vloer 4 slechts voldoende vlak te zijn, hetgeen bij conventionele stallen gebruikelijkerwijs reeds het geval is. Ook wat dit betreft is aldus in het algemeen geen aanpassing van de stal-vloer nodig.
De middelen voor het aandrijven van de voerschuif 6 omvatten een aantal flexibele trekorganen 7 (zie ook fign. 2 en 3) tussen de voerschuif 6 en de afscheiding 3 voor het naar de afscheiding 3 toe trekken van de voerschuif 6. In plaats van meerdere trekorganen 7 kan uiteraard ook een enkel trekorgaan worden toegepast. De flexibele trekorganen 7 kunnen eenvoudig nabij de afscheiding 3 worden opgewikkeld of omgeleid en vormen eenvoudige elementen, waarmee grote krachten op de voerschuif 6 kunnen worden uitgeoefend. Aldus kan tevens de afscheiding 3 worden benut als verankering voor de aandrijving voor het verplaatsen van de voerschuif 6.
Bij het getoonde uitvoeringsvoorbeeld is van deze veran-keringsmogelijkheid gebruik gemaakt, doordat de middelen voor het aandrijven van de voerschuif 6 spoelen 8 voor het opwikkelen van de trekorganen 7 omvatten. Deze spoelen kunnen eenvoudig roteerbaar op elke gewenste plaats, zoals aan de voerschuif, aan de wand tegenover de afscheiding of op afstand boven of onder de afscheiding, worden aangebracht. Verder laten de spoelen een grote krachtsuitoefening op de trekorganen toe en vormen deze tevens een compacte opslag voor naar de spoelen toe verplaatste gedeeltes van de trekorganen.
Bij voorkeur zijn de spoelen 8 roteerbaar aan de afscheiding 3 bevestigd. Gedeeltes van de trekorganen 7 die de afscheiding 3 hebben bereikt hoeven dan niet weggeleid te worden en worden compact opgeslagen.
Wanneer het voer 5 op is, kan de voerschuif 6 in principe door een of meer de stal beherende personen worden teruggebracht in zijn uitgangsstand. Het is echter uit het oogpunt van arbeidsbesparing gunstiger, wanneer de voerschuif 6 ook door een mechanische aandrijving naar de uitgangsstand terug verplaatsbaar is.
Hiertoe zijn bij de stal volgens het weergegeven uitvoe-ringsvoorbeeld de middelen voor het aandrijven van de voer-schuif 6 uitgerust met aan de van de afscheiding 3 af gekeerde zijde van de voerschuif 6 bevestigde omleidingswielen 9, via de omleidingswielen 9 verlopende tweede trekorganen 10 tussen de voerschuif 6 en met de genoemde spoelen 8 gekoppelde tweede spoelen 11 voor het opwikkelen van de tweede trekorganen 10. Wanneer de eerste trekorganen 7 om de eerste spoelen 8 wikkelen voor het naar de afscheiding 3 toe trekken van de voerschuif 6, wikkelen het tweede trekorganen 10 automatisch van de tweede spoelen 11 af. Tijdens het terugtrekken van de voerschuif 6 werken de middelen voor het aandrijven van de verplaatsing van de voerschuif 6 in omgekeerde richting.
Een eenvoudige koppeling tussen de eerste spoelen 8 en de tweede spoelen 11 is verkregen, doordat de tweede spoelen 11 met de eerstgenoemde spoelen 8 op een gemeenschappelijke as 12 zijn bevestigd, waarbij de eerste en de tweede spoelen 8, 11 onderling niet verdraaibaar zijn. Dit biedt verder het voordeel, dat een dwars op de afscheiding 3 weinig uitstekende bouw van de middelen voor het bedienen van de trekorganen 7, 10 wordt verkregen. De tegengestelde werking tussen de eerste spoelen 8 en de tweede spoelen 11 is verkregen, doordat de wikkelrichting van de tweede trekorganen 11 tegengesteld is aan de wikkelrichting van de eerste trekorganen 7 om de eerste spoelen 8. Dit blijkt het duidelijkst uit fig. 3 waarin de spoelen 8, 11 van een enkele aandrijfmodule zijn weergegeven.
Opgemerkt wordt, dat uiteraard ook de as 12 met de spoelen 8, 11 op een andere plaats kan zijn opgehangen, bijvoorbeeld aan de voerschuif 6, aan tegenover de afscheiding 3 gelegen wand of op afstand boven of onder de afscheiding 3. Indien de as op de voerschuif is bevestigd kan deze bijvoorbeeld vanaf een op een vaste plaats aangebrachte krachtbron worden aangedreven door middel van een flexibele as. Ook is het moge lijk de krachtbron eveneens aan de voerschuif te bevestigen, zodat een zichzelf verplaatsende voerschuif wordt verkregen.
Op de eerste en de tweede spoelen 8, 11 zullen praktisch steeds verschillende lengtes van de trekorganen 7, 10 zijn gewikkeld, zodat deze verschillende buitenomtrekken hebben en bij een bepaalde hoekverdraaiing de lengtes van de trekorganen die worden af- dan wel opgewikkeld voor de eerste en de tweede spoelen 8, 11 onderling zullen verschillen. Teneinde te vermijden dat hierdoor de trekorganen bij bepaalde posities van de voerschuif 6 te lang of te kort zijn, omvatten de middelen voor het aandrijven van de voerschuif 6 een spanners 13 voor het op spanning houden van gedeeltes van de tweede trekorganen 10 tussen de tweede spoelen 11 en de voerschuif 6. Dat de tweede trekorganen op spanning worden gehouden biedt het voordeel, dat met een betrekkelijk lage door de spanners 13 uitgeoefende kracht kan worden volstaan, omdat de tweede trekorganen 10 slechts dienen voor het terug trekken van de voerschuif 6 en derhalve de maximaal door de tweede trekorganen 10 uit te oefenen kracht aanzienlijk geringer is dan de maximaal door de eerste trekorganen 7 uit te oefenen kracht.
Opgemerkt wordt, dat het effect, dat bij een bepaalde hoekverdraaiing de lengtes van de eerste trekorganen 7 die wordt op- of afgewikkeld niet gelijk is aan de lengte van de tweede trekorganen 10 die wordt af- resp. opgewikkeld kan worden beperkt en zelfs ondervangen door de trekorganen volgens een schroeflijn op de spoelen te wikkelen, zodat windingen van een trekorgaan op de bijbehorende spoel uitsluitend of vooral naast elkaar en niet, of althans in mindere mate, over elkaar worden gelegd.
Voor het aandrijven van de spoelen 8, 11 zijn deze gekoppeld met een palwiel 14 (fig. 4), dat bedienbaar is door een pal 15 die is gekoppeld met een arbeidscilinder 16.
Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is de koppeling tussen de pal 15 en de arbeidscilinder 16 uitgevoerd als een hefboom 17. De hefboom 17 is zwenkbaar om de as van het palwiel 14 en op afstand van die as gekoppeld met de arbeidsci-
Under 16. Tussen de as en de arbeidscilinder is de pal 15 zwenkbaar met de hefboom 17 verbonden.
Wanneer de arbeidscilinder 16 heen en weer wordt bewogen grijpt de pal 15 telkens aan op een volgende tand van het pal-wiel 14 en duwt de pal 15 die tand weg. Teneinde terugveren van het wiel 14 bij de teruggaande beweging van de pal 15 te vermijden grijpt een om een vast punt zwenkbare tweede pal 18 op het wiel 14 aan.
Door de pal 15 om te zwenken naar de tegenovergestelde zijde van de hefboom 15 en de tweede pal 18 buiten werking te stellen kan de draairichting waarin het palwiel 14 wordt aangedreven worden omgekeerd. Aldus kan zowel de verplaatsing van de voerschuif 6 naar de afscheiding 3 toe als het terug verplaatsen van de voerschuif 6 naar zijn uitgangsstand worden aangedreven door de palwielaandrijving.
De arbeidscilinder 16 is uitgevoerd als een dubbelwer-kende pneumatische cilinder met, waarop twee drukleidingen 19, 20 zijn aangesloten.
Om veiligheidsredenen is de pallenaandrijving bij voorkeur in een behuizing ondergebracht, zodat vermeden wordt dat lichaamsdelen van mensen of dieren daarin beklemd kunnen raken.
Toepassing van een palwielaandrijving biedt het voordeel, dat de voor het verschuiven van de voerschuif 6 vereiste grote krachten bij beheerste kleine verplaatsingen op eenvoudige wijze worden gerealiseerd. Eén slag van de arbeidscilinder komt overeen met een bepaalde verplaatsing van de voerschuif. Bij variatie in de effectieve diameter van de spoelen 8, 11 kan enige variatie in de verplaatsing van de voerschuif 6 bij een bepaalde hoekverdraaiing van het palwiel optreden, maar deze variaties zijn in de praktijk niet van belang en kunnen desgewenst eenvoudig worden ondervangen door de besturing van de arbeidscilinder zo in te stellen, dat het aantal slagen per tijdseenheid afneemt naarmate de eerste trekorganen 7 verder op de eerste spoelen 8 zijn gewikkeld.
De verplaatsing van de voerschuif kan ook worden geregeld met behulp van terugkoppeling, bijvoorbeeld met behulp van een lichtbundel die wordt onderbroken wanneer zich binnen een bepaalde afstand van de afscheiding 3 voer bevindt.
Daarbij wordt, telkens wanneer de lichtbundel langere tijd niet wordt onderbroken, de voerschuif 6 naar de afscheiding 3 toe verplaatst.
Het palwiel is voorzien van gaten 21, waardoor bouten kunnen worden gestoken voor het aansluiten van een flens van een as, waarop spoelen 8, 11 zijn bevestigd.
In plaats van een palwiel kan ook een andere aandrijving zoals een elektromotor in combinatie met een geschikte reductie worden toegepast. Een wormoverbrenging is als reductie zeer geschikt, omdat deze zelfremmend is en derhalve aandrijving van de elektromotor door verplaatsing van de voerschuif verhindert.
In gespannen toestand verlopen de trekorganen 7, 10 langs de vloer 4 van het voergebied 1. Dit biedt het voordeel, dat het voer op de trekorganen 7, 10 kan worden geplaatst, zodat bij het plaatsen van het voer geen rekening hoeft te worden gehouden met de plaatsen waar de trekorganen 7, 10 verlopen. Verdere voordelen van deze positie van de trekorganen 7, 10 zijn, dat deze niet neergelaten hoeven te worden teneinde met een tractor het voergebied 1 binnen te kunnen rijden voor het plaatsen van het voer 5, dat men ook wanneer de trekorganen 7, 10 in bedrijf zijn gemakkelijk door het voergebied kan lopen, en dat de trekorganen de bereikbaarheid van het voer 5 voor de dieren niet belemmeren.
Teneinde de trekorganen voortdurend zo laag mogelijk langs de vloer te houden, zijn de middelen voor het aandrijven van de voerschuif 6 uitgerust met neerhouderwielen 22, 23 waarover de trekorganen 7, 10 verlopen.
De voerschuif 6 omvat in hoofdzaak verticale schermen 24 en aan de van de afscheiding 3 af gekeerde zijde van de schermen 24 uitstekende steunen 25. De schermen 24 sluiten aan op een zijde van in het voergebied 1 geplaatste pakken, terwijl de steunen 25 tegengaan dat de voerschuif 6 achterover kantelt onder invloed van de door de trekorganen 7 uitgeoefende kracht en de op afstand daarboven door het voer 5 op de voerschuif 6 uitgeoefende reactiekracht. Verder bieden de steunen 5 het voordeel, dat de voerschuif 6 ook rechtop blijft staan wanneer geen voer 5 in het voergebied 1 aanwezig is.
De schermen kunnen bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als dichte wanden of als open roosters.
Eventueel kunnen voor het tegengaan van achterover kantelen van de voerschuif ook met de voerschuif verbonden trekorganen op afstand van de vloer van het voergebied verlopen. Deze dienen dan bij voorkeur op een zodanige hoogte te zijn aangebracht, dat een tractor onder deze trekorganen door kan rijden.
Voorts is de voerschuif 6 voorzien van vanaf de schermen 24 in de richting van de afscheiding 3 uitstekende vlakke voeten 26. Deze voeten 26 zijn uitgevoerd als platen, waarop tegen de voerschuif 6 geplaatst voer 5 steunt. Door het gewicht van het op de platen 26 steunende voer 5 wordt achterover kantelen van de voerschuif 6, waarbij de platen 26 omhoog bewegen, tegengegaan. In plaatse van als platen, kunnen de voeten bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als harken, waarvan punten in gebruik onder en in het voer uitsteken.
Ter beperking van wrijving en slijtage zijn is de voerschuif 6 voorzien van wielen 30, waarmee deze over de vloer 4 verrijdbaar zijn.
De trekorganen 7, 10 zijn uitgevoerd als trekbanden. Dit biedt het voordeel, dat deze bij een bepaalde treksterkte relatief vlak zijn en het gevaar van blessures door per ongeluk op de trekorganen 7, 10 stappen of struikelen over de trekorganen beperkt is. De trekbanden kunnen bijvoorbeeld zijn vervaardigd uit polyamide of een ander voor banden gangbaar materiaal .
Aan de zijde van het voergebied 1 zijn voor de afscheiding 3 middelen 27 aangebracht voor het van de trekorganen 7, 10 verwijderen van aanhangend voer, zodat wordt vermeden dat dit op de spoelen 8, 11 wordt gewikkeld. Deze middelen voor het van de trekorganen verwijderen van aanhangend voer zijn uitgevoerd als schrapers 27. Deze vormen tevens een afscherming van de neerhouderwielen 22, 23, waardoor wordt tegengegaan, dat dieren of mensen tussen de neerhouderwielen 22, 23 en de trekorganen 7, 10 beklemd raken.
De middelen voor het van de trekorganen verwijderen van aanhangend voer kunnen ook zijn uitgevoerd als borstels. Door deze roterend uit te voeren kan worden bereikt, dat de trekorganen steeds grondig gereinigd worden, voordat deze op de spoelen worden opgerold.
De voerschuif 6 van de stal volgens het getoonde uitvoe-ringsvoorbeeld is samengesteld uit een aantal met enige speling in horizontale richting evenwijdig aan de voerschuif en zwenkbaar aan elkaar gekoppelde voerschuifmodules. De middelen voor het aandrijven van de voerschuif 6 zijn samengesteld uit een met het aantal voerschuifmodules corresponderend aantal aandrijfmodules, die elk zijn gekoppeld voor het aandrijven van verplaatsing van een bepaalde, bijbehorende voerschuifmodule. Hierdoor kan de voerschuif en de bijbehorende aandrijving eenvoudig worden vervaardigd in een met de lengte van de afscheiding corresponderende lengte. Doordat de voerschuifmodules ten opzichte van elkaar enigszins beweegbaar zijn, wordt de trekkracht gelijkmatig over de trekorganen 7 verdeeld zonder dat het nodig is, de lengte van de trekorganen 7 zeer nauwkeurig te beheersen.
De as waarop spoelen van een aandrijfmodule (zie fig. 3) zijn bevestigd is voorzien van flenzen 28 met gaten 29, waardoor bouten kunnen worden gestoken voor het aan elkaar koppelen van opeenvolgende aandrijfmodules en voor het aan het pal-wiel 14 bevestigen van de as van de eerste aandrijfmodule. De voerschuif volgens de uitvinding kan bestaan uit een enkele of uit meerdere voerschuifmodules.

Claims (18)

1. Stal, in het bijzonder ligboxenstal voor het houden van koeien, omvattende een verblijfsgebied (2) voor dieren, een voergebied (1) met een vloer (4) voor het opslaan en aanbieden van voer (5) en een afscheiding (3) tussen het verblijfsgebied (2) en het voergebied (1) met openingen voor het naar het voergebied (1) doorlaten van koppen van dieren in het verblijfsgebied (2), gekenmerkt door ten minste een vanuit een uitgangspositie door het voergebied (1) naar de de afscheiding (3) toe verplaatsbare voerschuif (6) voor het over de vloer (4) van het voergebied (1) naar de afscheiding (3) toe schuiven van in het voergebied (1) opgeslagen voer (5) en middelen voor het aandrijven van de voerschuif (6).
2. Stal volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de middelen voor het aandrijven van de voerschuif (6) een flexibel trekorgaan (7) tussen de voerschuif (6) en de afscheiding (3) voor het naar de afscheiding (3) toe trekken van de voerschuif (6) omvatten.
3. Stal volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de middelen voor het aandrijven van de voerschuif (6) een in het gebied van de afscheiding (3) aangebrachte spoel (8) voor het opwikkelen van het trekorgaan (7) omvatten.
4. Stal volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de middelen voor het aandrijven van de voerschuif (6) zijn uitgerust met een aan de van de afscheiding (3) af gekeerde zijde van de voerschuif (6) bevestigd omleidingswiel (13), en een via het omleidingswiel (13) verlopend tweede trekorgaan (10), tussen de voerschuif (6) en een met de genoemde spoel (8) gekoppelde tweede spoel (11) voor het opwikkelen van dat tweede trekorgaan (10).
5. Stal volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de tweede spoel (11) met de eerstgenoemde spoel (8) op een gemeenschappelijke as (12) is bevestigd.
6. Stal volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, dat de middelen voor het aandrijven van de voerschuif (6) zijn uitgerust met een spanner (13) voor het tussen de tweede spoel (11) en de voerschuif (6) op spanning houden van het tweede trekorgaan (11).
7. Stal volgens één der conclusies 3-6, met het kenmerk, dat de spoel (8) is gekoppeld met een palwiel (14), dat be-dienbaar is door een pal (15) die is gekoppeld met een ar-beidscilinder (16).
8. Stal volgens conclusie 5 of 6 en volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de pal (15) en het palwiel (14) zijn ingericht voor het in beide richtingen aandrijven van het palwiel (14).
9. Stal volgens één der conclusies 2-8, met het kenmerk, dat het trekorgaan (7) in gespannen toestand langs de vloer (4) van het voergebied (1) verloopt.
10. Stal volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de middelen voor het aandrijven van de voerschuif (6) zijn uitgerust met een neerhouderwiel (22) waarover het trekorgaan (7, 10) verloopt.
11. Stal volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat de voerschuif (6) een in hoofdzaak verticaal scherm (24) en een aan de van de afscheiding (3) af gekeerde zijde van het scherm (24) uitstekende steun (25) omvat.
12. Stal volgens één der conclusies 8-11, met het kenmerk, dat de voerschuif (6) een in hoofdzaak verticaal scherm (24) en een langs de vloer (4) vanaf het scherm (24) in de richting van de afscheiding (3) uitstekende vlakke voet (26) omvat.
13. Stal volgens één der conclusies 2-12, met het kenmerk, dat het trekorgaan (7) is uitgevoerd als een trekband.
14. Stal volgens één der conclusies 2-13, gekenmerkt door aan de zijde van het voergebied (1) voor de afscheiding (3) aangebrachte middelen (27) voor het van het trekorgaan (7) verwijderen van aanhangend voer.
15. Stal volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de middelen voor het van het trekorgaan verwijderen van aanhangend voer zijn uitgevoerd als een schraper (27).
16. Stal volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de middelen voor het van het trekorgaan verwijderen van aanhangend voer zijn uitgevoerd als een borstel.
17. Stal volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de voerschuif (6) is samengesteld uit een aantal met enige speling in horizontale richting evenwijdig aan de voerschuif (6) en zwenkbaar aan elkaar gekoppelde voerschuif-modules, en de middelen voor het aandrijven van de voerschuif zijn samengesteld uit een met het aantal voerschuifmodules corresponderend aantal aandrijfmodules, die elk zijn gekoppeld voor het aandrijven van verplaatsing van een bepaalde voerschuif module .
18. Samenstel voor het inrichten van een stal volgens de aanhef van conclusie 1 als een stal volgens één der voorgaande conclusies, omvattende een over een vloer verplaatsbare voerschuif (6) en middelen voor het over een vloer verplaatsen van de voerschuif (6).
NL9300501A 1993-03-22 1993-03-22 Stal met voersysteem. NL9300501A (nl)

Priority Applications (10)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9300501A NL9300501A (nl) 1993-03-22 1993-03-22 Stal met voersysteem.
NO941007A NO301623B1 (no) 1993-03-22 1994-03-21 Fjös med fôringssystem
AT94200737T ATE143765T1 (de) 1993-03-22 1994-03-22 Stall mit fütterunganlage
US08/216,486 US5467737A (en) 1993-03-22 1994-03-22 Stable with feeding system
CA002119615A CA2119615C (en) 1993-03-22 1994-03-22 Stable with feeding system
EP94200737A EP0616763B1 (en) 1993-03-22 1994-03-22 Stable with feeding system
DE69400660T DE69400660T2 (de) 1993-03-22 1994-03-22 Stall mit Fütterunganlage
ES94200737T ES2095711T3 (es) 1993-03-22 1994-03-22 Establo con sistema de alimentacion.
DK94200737.8T DK0616763T3 (da) 1993-03-22 1994-03-22 Stald med fodringsanlæg
US08/516,943 US5857426A (en) 1993-03-22 1995-08-18 Feeding system for a stable

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9300501A NL9300501A (nl) 1993-03-22 1993-03-22 Stal met voersysteem.
NL9300501 1993-03-22

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9300501A true NL9300501A (nl) 1994-10-17

Family

ID=19862197

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9300501A NL9300501A (nl) 1993-03-22 1993-03-22 Stal met voersysteem.

Country Status (9)

Country Link
US (2) US5467737A (nl)
EP (1) EP0616763B1 (nl)
AT (1) ATE143765T1 (nl)
CA (1) CA2119615C (nl)
DE (1) DE69400660T2 (nl)
DK (1) DK0616763T3 (nl)
ES (1) ES2095711T3 (nl)
NL (1) NL9300501A (nl)
NO (1) NO301623B1 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
AT405476B (de) * 1997-12-23 1999-08-25 Wasserbauer Ludwig Franz Fütterungsvorrichtung für einen stall
US6273024B1 (en) * 1999-12-20 2001-08-14 Arthur G. Windholz Managed feeding system
US7685968B2 (en) * 2005-01-28 2010-03-30 Cooper James E Livestock feed scraper

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE8016891U1 (de) * 1980-06-26 1980-09-18 B. Strautmann & Soehne Gmbh U. Co, 4518 Bad Laer Vorrichtung zum Verschieben von Futter-Silageblöcken
DE8021740U1 (de) * 1980-08-14 1980-11-06 B. Strautmann & Soehne Gmbh U. Co, 4518 Bad Laer Vorrichtung zum Verschieben von Futtersilageblöcken
EP0043098A1 (de) * 1980-06-26 1982-01-06 B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. Vorrichtung zum Verschieben von Futter-Silageblöcken

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB178989A (en) * 1921-02-14 1922-05-04 Harold Gregson An appliance for the feeding of green food, and the like, to animals
DE1431409A1 (de) * 1964-07-10 1970-04-02 Alexander Faller Stallentmistungseinrichtung mit Seilzugdungschieber
DE1607241A1 (de) * 1967-11-22 1970-01-08 Max Kast Viehstand fuer Rinder
FR2415428A1 (fr) * 1978-01-25 1979-08-24 Boulley Suzanne Dispositif permettant la presentation progressive et sa prehension par l'animal d'une ration de fourrage ou d'aliment sans risques de gaspillage ou de souillure
NL7805548A (nl) * 1978-05-23 1979-11-27 Cees Snel Hooibox.
NL8101597A (nl) * 1981-03-31 1982-10-18 Johannes Martinus Willibrordus Voederhok.
NL8901158A (nl) * 1989-05-08 1990-12-03 Johannes Martinus Willibrordus Verplaatsbaar voerhek.
CA2073091A1 (en) * 1992-07-03 1994-01-04 James V. Blazek Cattle barrier
NL9300444A (nl) * 1993-01-18 1994-08-16 Boer Stalinrichtingen Voerinrichting.

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE8016891U1 (de) * 1980-06-26 1980-09-18 B. Strautmann & Soehne Gmbh U. Co, 4518 Bad Laer Vorrichtung zum Verschieben von Futter-Silageblöcken
EP0043098A1 (de) * 1980-06-26 1982-01-06 B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. Vorrichtung zum Verschieben von Futter-Silageblöcken
DE8021740U1 (de) * 1980-08-14 1980-11-06 B. Strautmann & Soehne Gmbh U. Co, 4518 Bad Laer Vorrichtung zum Verschieben von Futtersilageblöcken

Also Published As

Publication number Publication date
NO941007D0 (no) 1994-03-21
ES2095711T3 (es) 1997-02-16
NO941007L (no) 1994-09-23
DE69400660D1 (de) 1996-11-14
EP0616763A1 (en) 1994-09-28
ATE143765T1 (de) 1996-10-15
US5857426A (en) 1999-01-12
CA2119615A1 (en) 1994-09-23
DK0616763T3 (da) 1997-03-24
NO301623B1 (no) 1997-11-24
US5467737A (en) 1995-11-21
EP0616763B1 (en) 1996-10-09
DE69400660T2 (de) 1997-05-15
CA2119615C (en) 2001-07-10

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4195958A (en) Bale unroller
US4354323A (en) Long fishing line apparatus with movable multiple skate racks, a two position main hauler and a slack taker, and a water agitated automatic baiter
EP0397257B1 (en) Device for feeding animals
US5042737A (en) Multiple wire dispensing assembly
US6116838A (en) Mechanical hay distributor
EP0061817B1 (en) Feeding railing
US6655897B1 (en) Systems and methods for transporting young fowl from a hatchery to a growout house
US3874609A (en) Bale unroller
US3389780A (en) Poultry loading device
NL9300501A (nl) Stal met voersysteem.
US3738327A (en) Cattle feeder
US5353740A (en) Hay distributing apparatus
CA2253305C (en) Moving head gate feeding apparatus
EP2024233B1 (en) Twineball storage for balers
CA2291319C (en) Square bale processor
DE2851065C2 (nl)
NL9300444A (nl) Voerinrichting.
US3342165A (en) Suspended dumping feed distributer apparatus
BE1008285A3 (nl) Inrichting en werkwijze voor het tot binnen bereik van dieren verplaatsen van voer.
US4070991A (en) Feed bunk structure
DE19601402C1 (de) Verfahren und Vorrichtung zum Fangen von Mastgeflügel in einem Stall
AU2007275964B2 (en) Shearing apparatus and method of shearing
US3844604A (en) Forage wagon with hinged roof
US3465725A (en) Stock feed loader for feeding bunks
GB2098047A (en) Apparatus for feeding livestock

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BN A decision not to publish the application has become irrevocable