<Desc/Clms Page number 1>
"WaKentie voor een zg. sniider-plotter"
Deze uitvinding heeft betrekking op een wagentje voor een z. g. snijder-plotter die is uitgerust met o. m. twee
Stangen met een lengte die nagenoeg overeenstemt met de breedte van het materiaal waaruit de letters, symbolen of figuren worden uitge- sneden, waarbij een stang, hierna geleidingsstang genaamd, uitsluitend een geleidende functie voor het wagentje heeft, en de tweede stang, hierna stuurstang genaamd, als functie heeft het wagentje te geleiden en het daarin verdraaibaar gemonteerd mes te besturen.
Snijder-plotters uitgerust met een langsheen een eerste geleidingsstang en een eveneens als stuurstang voor het mes fungerende tweede geleidingsstang zijn bekend. Wanneer in de hierna- volgende tekst over een mes en een snijbewerking wordt gesproken, zou ook een pen en een tekenbewerking kunnen bedoeld worden.
Gemakshalve wordt hierna uitsluitend een mes bedoeld. Dit mes is gemonteerd in een meshouder die in een wagentje is gelagerd, welk wagentje heen en weer in functie van het geprogrammeerde snijwerk langs hogerbedoelde stangen wordt verplaatst. Om het wagentje langsheen bedoelde stangen te geleiden, gaan deze stangen dwars doorheen het wagentje, wat betekent dat het niet mogelijk is deze naar believen uit te wisselen.
De uitvinding heeft tot doel deze nadelen te verhelpen en hoofdzakelijk de produktiecapaciteit van een dergelijke machine in ongewone mate te verhogen.
Om dit volgens de uitvinding mogelijk te maken, vertoont bedoeld wagentje tangs de in de gebruiksstand als onderkant te beschouwen zijde twee inkepingen met een breedte die overeenstemt met de diameter van hogerbedoelde geleiding-en stuur- stang en zijn middelen voorzien om bedoeld wagentje op minstens een van deze stangen vast te klikken een en ander zodanig dat het
<Desc/Clms Page number 2>
wagentje zonder meer in een beweging op hogerbedoelde stangen kan worden bijgeplaatst en hiervan kan worden verwijderd, waardoor ook meerdere wagentjes in functie van de behoeftes naast elkaar kunnen worden gemonteerd en in gebruik genomen.
Andere details en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiernavolgende beschrijving van een wagentje voor een z. g. snijder-plotter, volgens de uitvinding. Deze beschrijving wordt uitsluitend bij wijze van voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet. De verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
Figuur l is een algemeen perspectivische voorstelling van een snijder-plotter met een wagentje, volgens de uitvinding, uitgerust.
Figuur Ibis vertoont meerdere wagentjes volgens de uitvinding aan een rangeerstang opgehangen.
Figuur 2 is een schematische perspectivische voorstelling op een grotere schaal van een wagentje volgens de uitvinding.
Figuur 3 is, op een andere schaal, een bovenaanzicht op een wagentje van het type waarop de uitvinding betrekking heeft.
Figuur 4 is, op dezelfde schaal als figuur 3, een zijaanzicht van een wagentje volgens de uitvinding.
Het wagentje I door deze figuren voorgesteld, is uitgewerkt als behuizing van een meshouder 2 waarvan de verdraaiingen rond zijn aslijn bevolen worden door een riem 3 die over het als leirol 4 uitgewerkt bovenste deel van de meshouder 2 gaat en zijn bewegingen van ieiroilen 3 en 5'ontvangt.
Een van deze leirollen, leirol 5, zit vast op een gemeenschappelijk asje 6, terwijl de andere, 5', vrijdraaiend hierop is gemonteerd. Op dit asje 6 is nog een derde leirol 7 bevestigd waarover een riem 8 is geslagen die tenslotte over leirol 9 gaat. De riem 8 is over de stuurstang 10 geslagen en ontvangt zijn bewegingen van bedoelde heen-en weer verdraaibare stuurstang 10.
In de bekende snijder-plotters van deze
<Desc/Clms Page number 3>
soort met een wagentje dat de meshouder draagt en volgens de z. g. Y-as van het systeem langsheen de stuurstang 10 en de geleidingsstang 11 wordt verplaatst, gaan deze stangen doorheen het wagentje zelf. De verwisselbaarheid van een dergelijk wagentje is mogelijk maar hiertoe moeten beide stangen met hun uiteinden uit hun lageringen worden verwijderd.
Het valt dan ook op dat de verwisselbaarheid van een wagentje zo tijdrovend en ingewikkeld is dat deze in de praktijk niet, althans niet door de bedienaar van de snijder-plotter wordt uitgevoerd.
De uitvinding maakt deze verwisselbaarheid onmiddellijk mogelijk. Het inschakelen van een tweede, een derde, desgevallend van meerdere wagentjes in een handomdraai kan nu volgens de uitvinding plaatsvinden. Dit is het gevolg van de originele structuur van het wagentje dat, in plaats van twee gesloten doorgangen voor twee stangen, twee open inkepingen 12 en 13, vertoont. Dank zij deze voorziening kan een wagentje in een beweging worden weggenomen en door een andere worden vervangen. Het wagentje 1 volgens de uitvinding en hoofdzakelijk door de figuren t, Ibis, 2 en 4 duidelijk gemaakt kan in een beweging op de stuur-en geleidingsstangen 10, resp. 11, worden "geklikt" en dus even gemakkelijk van de stangen 10 en 11 worden verwijderd.
Dank zij deze snelle uitwisselbaarheid kunnen nu ook meerdere wagentjes van hetzelfde type, volgens behoefte, naast elkaar op de stangen 10 en 11 worden bijgemonteerd, wat een gevoelige stijging van de produktie per tijdseenheid voor gevolg heeft. Om dit mogelijk te maken, hoeven de verschillende wagentjes die dus snel ingeschakeld en verwijderd kunnen worden op de gewenste afstand van elkaar te worden gehouden, hetgeen eenvoudig gebeurt door het verbinden van twee of meerdere wagentjes door beroep te doen op een verbindingslat 14 bij voorbeeld.
Figuur l toont duidelijk hoe naast een wagentje 20 van het standaardtype, een bijkomend tweede wagentje 1 op een stel van stangen 10 en 11 werd gemonteerd en door een verbindingslat 14 verbonden met het wagentje 20 zodat de capaciteit van de snijder-plotter verdubbeld werd. Deze capaciteit kan op de-
<Desc/Clms Page number 4>
zelfde manier met 3,4, 5 of 6 enz. worden vermenigvuldigd afhankelijk, enerzijds, van de lengte van de stangen 10 en 11, dus van de breedte van het materiaal 16, en van de breedte van de uit dit materiaal te snijden figuren, symbolen of letters 17 (figuur 1). De verschillende wagentjes 1 ziet men in figuur Ibis afgebeeld.
Om de wagentjes volgens de uitvinding, vrij van speling met hun inkepingen 12 en 13 op de stuur- en geleidingsstangen 10, resp. 11, te monteren, is onderaan de stuurstang 10 een rolletje 18 voorzien dat vrijdraaiend op een wentelarm 19 is gemonteerd en hiermede onder invloed van een veer bij voorbeeld in contact blijft met de stuurstang waardoor het wagentje als"klaar voor gebruik" kan worden beschouwd.
Uit het voorgaande blijkt dus zeer duidelijk dat door het simultaan monteren en laten werken van meerdere met een mes uitgeruste wagentjes in een plotter van de bedoelde soort de capaciteit van dit toestel op zeer gevoelige wijze kan worden ver- dubbeld of met 3, 4, 5 of 6 naar willekeur van de verbruiker kan worden vermenigvuldigd.
Het is duidelijk dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en dat hieraan vele wijzigingen kunnen worden aangebracht zonder buiten het raam van de octrooiaanvrage te treden.