<Desc/Clms Page number 1>
BALENPERS
De uitvinding heeft betrekking op een balenpers voor het vormen van balen landbouwgewas omvattende een in hoofdzaak horizontale langwerpige perskamer met een aan de onderzijde ervan aangebrachte invoeropening, een in de perskamer in lengterichting längs de invoeropening heen en weer beweegbare perswagen, een op de invoeropening van de perskamer aansluitend invoerkanaal waarvan het gedeelte aan de zijde van de invoeropening van de perskamer omhoog loopt, een nabij het opneemgebied'van het invoerkanaal aangebrachte opraper en ten minste een door een zijwand in het invoerkanaal stekend en in lengterichting van het invoerkanaal beweegbaar invoerorgaan.
Een dergelijke balenpers is in vele uitvoeringsvormen in de praktijk bekend. Bij alle uitvoeringsvormen wordt op het land liggend gewas met behulp van de opraper opgenomen en continu in het invoerkanaal gebracht. Het invoerorgaan dat werkzaam is in het omhoog lopende gedeelte van het invoerkanaal, verzamelt periodiek in een aantal stappen een bepaalde hoeveelheid van het in het invoerkanaal aanwezige gewas in het omhoog lopende, op de invoeropening van de perskamer aansluitende gedeelte van het invoerkanaal en brengt vervolgens deze hoeveelheid gewas via de invoeropening in de perskamer. Aan het eind van elke verzamelstap beweegt het invoerorgaan uit het invoerkanaal.
Dit heeft tot gevolg dat gedurende een korte periode het in het omhoog lopende gedeelte van het invoerkanaal verzamelde gewas niet wordt ondersteund en daardoor de neiging heeft weer terug te glijden in het invoerkanaal. Dit is een groot nadeel van alle bekende balenpersen van het aan het begin genoemde type.
De uitvinding heeft daarom tot doel een balenpers te verschaffen die dit nadeel niet heeft.
Dit doel wordt bij een balenpers van het aan het begin genoemde type bereikt doordat ten minste een wand van het omhoog lopende gedeelte van het invoerkanaal in het werkgebied van het invoerorgaan is voorzien van vanaf deze wand naar
<Desc/Clms Page number 2>
binnen stekende tegenhoudmiddelen die zijn ingericht om een terugglijden van het door het invoerorgaan in het omhoog lopende gedeelte van het invoerkanaal verzamelde gewas tegen te gaan.
Door toepassing van de tegenhoudmiddelen volgens de uitvinding wordt bereikt dat de perskamer effektiever en gelijkmatiger wordt gevuld.
De tegenhoudmiddelen kunnen zijn aangebracht op de tegenover het invoerorgaan liggende wand van het omhoog lopende gedeelte van het invoerkanaal of op de aan de zijde van het invoerorgaan liggende wand ervan of op beide genoemde wanden.
Doelmatige uitvoeringsvormen van de tegenhoudmiddelen volgens de uitvinding zijn vastgelegd in de conclusies 5 t/m 9.
Door hun vorm geven de tegenhoudmiddelen nauwelijks een verkleining van het dwarsdoorsnede-oppervlak van het invoerkanaal, zodat de weerstand die het gewas bij het transport door het invoerkanaal ondervindt nauwelijks wordt beïnvloed.
De uitvinding zal in het hierna volgende uitvoeringsvoorbeeld nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin : fig. 1 schematisch een balenpers volgens de uitvinding in langsdoorsnede weergeeft, fig. 2 schematisch de opeenvolgende stappen bij het invoeren van een bepaalde hoeveelheid gewas in de perskamer van de balenpers van het in fig. 1 getoonde type weergeeft, fig. 3 een eerste mogelijke uitvoeringsvorm van de tegenhoudmiddelen volgens de uitvinding weergeeft, fig. 4 een tweede mogelijke uitvoeringsvorm van de tegenhoudmiddelen volgens de uitvinding weergeeft, fig. 5 een derde mogelijke uitvoeringsvorm van de tegenhoudmiddelen volgens de uitvinding weergeeft, fig. 6 een detail van fig. 4 weergeeft, en fig. 7 een vierde mogelijke uitvoeringsvorm van de tegenhoudmiddelen volgens de uitvinding weergeeft.
In fig. 1 is schematisch een verrijdbare balenpers
<Desc/Clms Page number 3>
weergegeven, die gekoppeld is met een trekker of dergelijke. De weergegeven balenpers omvat een in hoofdzaak horizontale langwerpige perskamer 1, die in dit geval enigszins schuin naar achteren helt. De perskamer 1 is aan de onderzijde voorzien van een invoeropening 2. Verder is een in de perskamer 1 in lengterichting langs de invoeropening 2 heen en weer beweegbare perswagen 3 aanwezig voor het tot balen 4 vormen van via de invoeropening 2 in de perskamer 1 gebracht gewas. Op de invoeropening 2 van de perskamer 1 sluit een invoerkanaal 6 aan, waarvan het gedeelte 7 aan de zijde van de invoeropening 2 van de perskamer 1 in een bocht omhoog loopt. Het op het gedeelte 7 aansluitende gedeelte 8 van het invoerkanaal 6 strekt zich naar voren toe naar het opneemgebied 9 van het invoerkanaal 6 vooruit.
In het opneemgebied 9 van het invoerkanaal 6 is een opraper 10 aangebracht, die gewoonlijk bestaat uit een van tanden 11 voorziene, om een horizontale as draaibare trommel of een aantal om een horizontale as draaiende, van tanden 11 voorziene balken. Met de opraper 10 wordt op het land liggend gewas opgenomen en in het invoerkanaal 6 gebracht.
De balenpers is voorts voorzien van een vanaf een zijde door sleuven in de gebogen zijwand 13 van het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 stekend en in lengterichting van het invoerkanaal beweegbaar invoerorgaan 14. Dit invoerorgaan wordt aangedreven via een stangenmechanisme 15.
Het invoerorgaan 14 maakt een zodanige beweging dat periodiek in een aantal stappen, bijvoorbeeld drie, een bepaalde hoeveelheid van het in het invoerkanaal 6 aanwezige gewas in het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 wordt verzameld. Daarbij is de invoeropening 2 van de perskamer 1 afgesloten door de perswagen 3. Aan het einde van de laatste verzamelstap, wanneer de invoeropening 2 weer is vrijgegeven door de perswagen 3 brengt het invoerorgaan 14 de aldus verzamelde hoeveelheid gewas via de invoeropening 2 in de perskamer 1, waar dit gewas door de perswagen 3 verder wordt samengeperst om samen met eerder in de perskamer 1 gebracht gewas tot een baal 4 te worden gevormd.
Een en ander is
<Desc/Clms Page number 4>
schematisch weergegeven in fig. 2, waarin bij a, b respectievelijk c de drie opeenvolgende stappen bij het verzamelen en in de perskamer 1 brengen van een bepaalde hoeveelheid gewas door het invoerorgaan 14 zijn weergegeven. Tijdens de verschillende stappen steekt het invoerorgaan 14 in het invoerkanaal 6. Aan het eind van elke stap wordt het invoerorgaan 14 uit het invoerkanaal teruggetrokken en beweegt het buiten het invoerkanaal terug naar de beginpositie voor de volgende stap. De beweging van het invoerorgaan 14 en de beweging van de perswagen 3 zijn uiteraard op elkaar afgestemd.
De balenpers omvat verder een dragend gestel dat voorzien is van loopwielen 16 en een trekdissel 17 waarmee de balenpers aan een trekker 18 kan worden gekoppeld.
De hierboven beschreven balenpers is op zich in de praktijk bekend. Het nadeel van deze bekende balenpers en andere bekende balenpersen van de aan het begin genoemde type is dat tijdens de teruggaande beweging van het invoerorgaan 14 tussen twee verzamelstappen, waarbij het invoerorgaan zich buiten het invoerkanaal bevindt, het door het invoerorgaan 14 in het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 verzamelde gewas onder invloed van de zwaartekracht de neiging heeft in het invoerkanaal terug te glijden.
Om dit nadeel te ondervangen is volgens de onderhavige uitvinding ten minste een wand van het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 in het werkgebied van het invoerorgaan 14 voorzien van vanaf deze wand naar binnen stekende tegenhoudmiddelen. Deze tegenhoudmiddelen zorgen er voor dat een in het invoerkanaal 6 terugglijden van het door invoerorgaan 14 in het oplopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 verzamelde gewas wordt tegengegaan. Door toepassing van deze tegenhoudmiddelen kan het vullen van de perskamer 1 effektiever en gelijkmatiger plaatsvinden.
Bij de in fig. 1 weergegeven balenpers zijn de tegenhoudmiddelen, die zijn aangeduid met het verwijzingscijfer 20, aangebracht op de tegenover het invoerorgaan 14 gelegen wand 19 van het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6.
<Desc/Clms Page number 5>
Het is echter ook mogelijk tegenhoudmiddelen op de aan de zijde van het invoerorgaan 14 gelegen wand 13 van het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 aan te brengen. In bepaalde gevallen kan het voordelig zijn op zowel de wand 19 als de wand 13 tegenhoudmiddelen aan te brengen. De laatste twee uitvoeringen zijn in de tekening niet nader aangegeven.
De tegenhoudmiddelen 20 volgens de uitvinding kunnen op verschillende wijzen zijn uitgevoerd. In fig. 3 t/m 7 zijn een viertal mogelijke uitvoeringsvormen weergegeven. Uiteraard zijn binnen het kader van de uitvinding ook nog andere uitvoeringsvormen mogelijk.
In fig. 3 t/m 7 is een gedeelte van de wand 19 van het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 weergegeven met daarop aangebracht de tegenhoudmiddelen 20.
Bij de uitvoeringsvorm volgens fig. 3 bestaan de tegenhoudmiddelen uit een aantal langwerpige platte opstaande strippen 21 die zich in langsrichting van het invoerkanaal 6 uitstrekken en in dwarsrichting van het invoerkanaal op afstand van elkaar liggen. De vrije zijrand 22 van elk van de strippen loopt in de richting van het opneemgebied 9 van het invoerkanaal 6 geleidelijk naar de wand 19 van het invoerkanaal 6. Daardoor wordt voorkomen dat door het invoerorgaan 14 meegenomen gewas bij het omhoog bewegen door de strippen 21 wordt gehinderd. De strippen 21 hebben een zodanige vorm dat ze een in het invoerkanaal 6 terugglijden van het in het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 verzamelde gewas tijdens de teruggaande beweging van het invoerorgaan 14, dus wanneer op het gewas alleen het eigen gewicht werkt, tegengaan.
Bij de in fig. 4 weergegeven uitvoeringsvorm bestaan de tegenhoudmiddelen, ongeveer op dezelfde wijze als bij de uitvoeringsvorm van fig. 3, uit langwerpige strippen 23. De vrije zijrand 24 van de strippen 23 is bij de uitvoeringsvorm van fig. 4 echter getand. De tanden 25 hebben aan de naar het opneemgebied 9 van het invoerkanaal 6 gerichte zijde een betrekkelijk kleine helling en zijn aan de naar de perskamer
<Desc/Clms Page number 6>
1 gerichte zijde betrekkelijk steil. Door toepassing van dit type tegenhoudmiddelen wordt op zeer effektieve wijze voorkomen dat gewas terugglijdt in het invoerkanaal.
Bij de uitvoeringsvorm van fig. 5 bestaan de tegenhoudmiddelen 20 uit een aantal platte opstaande afzonderlijke tanden 25, die zich in langsrichting van het invoerkanaal 6 uitstrekken en in dwarsrichting van het invoerkanaal op afstand van elkaar liggen. Aan de naar het opneemgebied 9 van het invoerkanaal 6 gerichte zijde hebben de tanden 25 een betrekkelijk kleine helling en aan de naar de perskamer 1 gerichte zijde zijn ze betrekkelijk steil. Daardoor kan evenals met de tegenhoudmiddelen volgens fig. 4, met de tegenhoudmiddelen volgens fig. 5 het gewas op zeer effektieve wijze worden tegengehouden.
De tanden 25 kunnen vast bevestigd zijn op de wand 19 van het invoerkanaal. Het is echter ook mogelijk, zoals in fig. 6 is weergegeven, dat de tanden 25 van buitenaf door sleuven 26 in de wand 19 van het invoerkanaal 6 steken en in een richting loodrecht op deze wand 19 beweegbaar zijn, waarbij de tanden 25 door veerkracht in het invoerkanaal 6 worden gedrukt. Bij de uitvoeringsvorm volgens fig. 6 wordt dit bereikt door elk van de tanden 25 te bevestigen op een om een as 27 scharnierbare arm 28 en op deze arm 28 een veer 29 te laten inwerken die ervoor zorgt dat de arm 28 tegen de wand 19 wordt gedrukt. Door de tanden 25 verend uit te voeren zal de weerstand die het gewas bij het transport door het transportorgaan 14 ondervindt, tot een minimum worden beperkt.
Bij de uitvoeringsvorm van fig. 7 bestaan de tegenhoudmiddelen uit in de wand 19 aangebrachte kleine doorgedrukte wanddelen 30, die bijvoorbeeld de vorm van een halve kegel kunnen hebben en waarvan er in fig. 7 slechts enkele zijn getekend. De wanddelen 30 hebben aan de naar het opneemgebied 9 van het invoerkanaal gerichte zijde een betrekkelijk kleine helling en zijn aan de naar de perskamer 1 gerichte zijde betrekkelijk steil. De wand 19 heeft daardoor een vorm die lijkt op die van een rasp. Naar boven toe glijdt het gewas
<Desc/Clms Page number 7>
gemakkelijk over de wand 19, maar in tegengestelde richting wordt het gewas tegengehouden.
Zoals vermeld, kunnen de tegenhoudmiddelen ook op de wand 13 van het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal zijn aangebracht of op de beide wanden 19 en 13. In het algemeen zal daarbij de hoogte van de tegenhoudmiddelen op de wand 13 kleiner zijn dan op de wand 19. Als voorbeeld van de toepassing van tegenhoudmiddelen op de beide wanden 13 en 19 kan gedacht worden aan tegenhoudmiddelen volgens fig. 5 of fig. 7 met geringe hoogte op de wand 13 en tegenhoudmiddelen volgens fig. 6 op de wand 19, waarbij dan de verende tanden 25 zodanig zouden kunnen worden geplaatst dat ze na een verzamelstap juist onder een door het invoerorgaan 14 omhooggebrachte hoeveelheid gewas grijpen.
Andere combinaties van tegenhoudmiddelen zijn uiteraard mogelijk.
Het zal duidelijk zijn dat door toepassing van de in de fig. 3 t/m 7 weergegeven tegenhoudmiddelen het dwarsdoorsnede-oppervlak van het invoerkanaal slechts in zeer geringe mate wordt verkleind. Het transport van het gewas in de richting van de perskamer door middel van het transportorgaan 14 zal dan ook niet of nauwelijks worden gehinderd. Anderzijds is de vorm van de tegenhoudmiddelen wel zodanig dat een in het invoerkanaal terugglijden van in het omhoog lopende gedeelte 7 van het invoerkanaal 6 verzameld gewas onder invloed van het eigen gewicht van het gewas op effektieve wijze wordt tegengegaan.
Door toepassing van de tegenhoudmiddelen volgens de uitvinding is de werking van de balenpers aanzienlijk verbeterd. De perskamer wordt sneller en be-ter gevuld. De verdeling van het gewas is gelijkmatiger, zodat de geperste balen een gelijkmatiger dichtheid hebben.