BE1007082A3 - Werkwijze voor de zuivering van een polymeer. - Google Patents

Werkwijze voor de zuivering van een polymeer. Download PDF

Info

Publication number
BE1007082A3
BE1007082A3 BE9300533A BE9300533A BE1007082A3 BE 1007082 A3 BE1007082 A3 BE 1007082A3 BE 9300533 A BE9300533 A BE 9300533A BE 9300533 A BE9300533 A BE 9300533A BE 1007082 A3 BE1007082 A3 BE 1007082A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
sep
polymer
mass
gas
powder form
Prior art date
Application number
BE9300533A
Other languages
English (en)
Inventor
Roosmalen Lodevicus Van
Stanislaus Martinus Pe Mutsers
Jozef Alfons Johan Linders
Original Assignee
Dsm Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Dsm Nv filed Critical Dsm Nv
Priority to BE9300533A priority Critical patent/BE1007082A3/nl
Priority to EP94201443A priority patent/EP0626394A1/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1007082A3 publication Critical patent/BE1007082A3/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08FMACROMOLECULAR COMPOUNDS OBTAINED BY REACTIONS ONLY INVOLVING CARBON-TO-CARBON UNSATURATED BONDS
    • C08F6/00Post-polymerisation treatments
    • C08F6/001Removal of residual monomers by physical means
    • C08F6/005Removal of residual monomers by physical means from solid polymers

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Polymers & Plastics (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Addition Polymer Or Copolymer, Post-Treatments, Or Chemical Modifications (AREA)

Abstract

De uitvinding betreft een werkwijze voor de zuivering van een polymeer door middel van het doorleiden van een gas door een droge massa van het polymeer in poedervorm en wordt gekenmerkt doordat de massa van het polymeer in poedervorm zich op een voor het gas doordringbaar en voor de poederdeeltjes van het polymer in poedervorm ondoordringbaar lichaam bevindt, waarbij een hogere gasdruk in stand wordt gehouden aan de zijde van het lichaam waar de massa van het polymeer in poedervorm zich bevindt dan aan de andere zijde van het lichaam.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   WERKWIJZE VOOR DE ZUIVERING VAN EEN POLYMEER 
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor de zuivering van een polymeer door middel van het doorleiden van een gas door een droge massa van het polymeer in poedervorm. 



   Een dergelijk polymeer, dat bijvoorbeeld door middel van emulsie polymerisatie of oplosmiddel polymerisatie wordt gevormd, bevat na het polymerisatieproces   een   of meer laagmoleculaire verontreinigingen, zoals bijvoorbeeld restmonomeer of een oplosmiddel met laag kookpunt. Deze laagmoleculaire verontreinigingen kunnen bijvoorbeeld tijdens de verwerking of bij het gebruik van het polymeer in een artikel uit het polymeer diffunderen en vrijkomen in de omgeving. Veel verontreinigingen zijn toxisch, carcinogeen of hebben een ander ongewenst effekt op de omgeving. Het is derhalve van groot belang de hoeveelheid verontreiniging in het polymeer zo veel als mogelijk terug te brengen. Dit geldt bijvoorbeeld voor polymeren of copolymeren die hun toepassing vinden in de voedingsmiddelenindustrie, bijvoorbeeld als verpakkingsmateriaal. 



  In veel polymerisatie processen wordt het polymeer tijdens of na het polymerisatie proces in poedervorm gebracht of bevindt het zich reeds in poedervorm door de aard van het polymerisatie proces zelf. Onder poedervorm wordt verstaan een massa deeltjes met een gewichtsgemiddelde deeltjesafmeting van 0. 03 mm tot ongeveer 1 mm. De polymeerdeeltjes kunnen hierbij porien bevatten, zoals bijvoorbeeld het geval is bij polymeerkruim, verkregen na coagulatie van een latex. 



  De verontreiniging bevindt zich dan in de matrix van het polymeer, waaruit de poederdeeltjes van het polymeer in poedervorm zijn opgebouwd. De verontreiniging kan uit deze matrix moeilijk worden verwijderd. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 



  Daarnaast kan in bepaalde gevallen de massa van het polymeer na de polymerisatie tevens een hoeveelheid vloeistof bevatten, die als hulpmiddel dient in het polymerisatieproces. Dit is bijvoorbeeld het geval bij polymeren gevormd door middel van een emulsiepolymerisatieproces, waarbij water wordt toegepast. Deze hoeveelheid vloeistof wordt   vóór   de zuiveringsstap, waarop onderhavige uitvinding betrekking heeft, op eenvoudige bekende wijze verwijderd, bijvoorbeeld door middel van centrifugatie of door gebruik te maken van een gefluidiseerd bed. De hoeveelheid vloeistof wordt gemakkelijk verwijderd, daar de vloeistof zich tussen de poederdeeltjes van het polymeer in poedervorm bevindt en niet in de matrix van het polymeer, waaruit de poederdeeltjes van het polymeer in poedervorm zijn opgebouwd. 



  Onder droge massa van het polymeer in poedervorm wordt dan ook verstaan een dergelijke massa met een vloeistofgehalte lager dan 2 gewichtsprocent ten opzichte van het totale gewicht van de massa van het polymeer in poedervorm. 



   Een werkwijze voor de zuivering van een polymeer door middel van het doorleiden van een gas door een massa van het polymeer in poedervorm is bekend uit het Engelse octrooischrift nr. 1507338. Hierin wordt een werkwijze beschreven waarin een massa van het polymeer in poedervorm wordt behandeld met een gas, waarbij het gas en de massa van het polymeer in poedervorm in tegenstroom door een aantal   gefluidiseerde   bedden worden geleid. Het tegen de zwaartekracht in stromende gas komt in kontakt met de door het stromende gas gefluidiseerde polymeerdeeltjes van de massa van het polymeer in poedervorm, waarbij de verontreinigingen uit de poederdeeltjes diffunderen en zich mengen met het stromende gas, waarna ze met het gas worden afgevoerd. 



   Het nadeel van de bekende werkwijze bestaat hierin dat de stripefficientie gering is. Onder stripefficientie wordt verstaan het gewichtspercentage laagmoleculaire verontreiniging dat kan worden verwijderd 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 per m3 gas en per kg polymeer. Door de geringe stripefficiëntie is een relatief grote hoeveelheid gas nodig in de bekende werkwijze om het in de massa van het polymeer in poedervorm aanwezige gehalte aan verontreiniging terug te brengen tot de gewenste lage waarde. Deze relatief grote hoeveelheid, verontreiniging bevattend gas dient afgevoerd te worden waarbij bovendien de verontreiniging uit het gas dient te worden afgescheiden. 



  Hiervoor zijn complexe, dure installaties nodig. 



   De uitvinding beoogt een werkwijze te verschaffen die dit nadeel niet heeft. 



   Dit wordt bereikt doordat in de werkwijze volgens de uitvinding de massa van het polymeer in poedervorm zich op een voor het gas doordringbaar en voor de poederdeeltjes van het polymeer in poedervorm ondoordringbaar lichaam bevindt, waarbij een hogere gasdruk in stand wordt gehouden aan de zijde van het lichaam waar de massa van het polymeer in poedervorm zich bevindt dan aan de andere zijde van het lichaam. Op deze manier onstaat een gasstroom door de massa van het polymeer in poedervorm, in de richting van het voor het gas doordringbaar lichaam. 



   Verrassenderwijs wordt in de werkwijze volgens de uitvinding een beduidend hogere stripefficientie bereikt dan het geval is in de bekende werkwijze. 



   Een bijkomend voordeel van de werkwijze volgens de uitvinding is het feit dat het nu onmogelijk is dat poederdeeltjes worden onttrokken aan de massa van het polymeer in poedervorm en met het stromende gas worden meegevoerd, omdat de massa van het polymeer in poedervorm op het lichaam wordt gedrukt door het aangelegde drukverschil over het lichaam. In de werkwijze volgens de stand der techniek worden met name de kleinere poederdeeltjes uit de massa onttrokken en meegevoerd met het gas. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



   Een verder voordeel van de werkwijze volgens de uitvinding is dat de poederdeeltjesgrootteverdeling van het polymeer in poedervorm niet of nauwelijks van invloed is op de stripefficientie, terwijl bij de werkwijze volgens de stand van de techniek een beduidend lagere stripefficientie wordt bereikt, naarmate de poederdeeltjes grootteverdeling in het polymeer in poedervorm breder is. 



   Bij voorkeur wordt daarom de werkwijze volgens de uitvinding gekenmerkt doordat de poederdeeltjes grootteverdeling van de massa van het polymeer in poedervorm voldoet aan althans één van de voorwaarden (D90-D50)/D50 > 3 en   (D50-D10)/D10   > 3. Hierbij zijn de poederdeeltjesafmetingen D90, D50 en D10 karakteristiek voor de poederdeeltjesgrootteverdeling. Voor D90 (resp. 



  D50 en   D10)   geldt dat 90 (resp. 50 en 10) gewichtsprocent van het poeder bestaat uit deeltjes met afmetingen kleiner of gelijk aan D90 (resp. D50 en D10). 



   Het instandhouden van een gasdrukverschil over het lichaam in de werkwijze volgens de uitvinding kan op velerlei manieren gebeuren. Aan de zijde van het lichaam waar de massa van het polymeer in poedervorm zieh bevindt - deze zijde wordt vanaf nu de polymeerzijde genoemd-kan bijvoorbeeld een gasdruk groter dan de atmosferische druk worden aangelegd, terwijl de gasdruk aan de andere zijde van het lichaam gelijk wordt gekozen aan de atmosferische druk. Een andere mogelijkheid bestaat erin een gasdruk groter dan de atmosferische druk aan te brengen aan de polymeerzijde en tegelijkertijd een vacuum aan te brengen aan de andere zijde. Onder vacuum wordt elke gasdruk lager dan de atmosferische druk verstaan. 



  Bij toepassing van een gasdruk hoger dan de atmosferische druk, dient een gesloten ruimte voorzien te worden, waarin het polymeer in poedervorm kan worden toegevoerd. Hiertoe dienen extra voorzieningen aanwezig te zijn voor aan-en afvoer van het polymeer in poedervorm en dienen extra voorzieningen te worden aangebracht om te vermijden dat polymeer poederdeeltjes uit de onder gasdruk staande 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 ruimte in de omgeving worden geblazen. 



   Bij voorkeur wordt daarom de gasdruk aan de polymeerzijde van het lichaam gelijk gekozen aan de atmosferische druk, terwijl aan de andere zijde van het lichaam een vacuum wordt aangebracht. 



  Het gebruik van vacuum heeft als voordeel dat geen extra voorzieningen dienen te worden aangebracht. 



   Een mogelijke uitvoeringsvorm voor het voor het gas doordringbaar en voor de poederdeeltjes van de polymeermassa in poedervorm ondoordringbaar lichaam van de werkwijze volgens de uitvinding is een zeef, waarvan de poriendiameter kleiner wordt gekozen dan het kleinste poederdeeltje van de polymeermassa in poedervorm. Ook kan het lichaam worden opgebouwd uit een poreus materiaal, bijvoorbeeld kan een poreus doek worden gebruikt of filterpapier. 



   Het heeft grote voordelen een uitvoeringsvorm voor het lichaam te kiezen die op eenvoudige wijze een continue aan-en afvoer van de massa van het polymeer in poedervorm toelaat. 



  Een continue aan-en afvoer van de massa van het polymeer in poedervorm wordt op eenvoudige wijze verkregen doordat in de werkwijze volgens de uitvinding een vacuum bandfilter wordt gebruikt. 



  Onder vacuum bandfilter wordt verstaan een inrichting, omvattende een eindloze poreuze band, die over keerrollen loopt, en middelen om aan   een   zijde van de band een vacuum aan te brengen. 



  Vacuum bandfilters staan bijvoorbeeld beschreven in het "Chemical Engineers'Handbook" (Perry, uitg. McGraw-Hill, Hfdst. 20) en worden gebruikt voor het scheiden van vaste stof en vloeistof (met name droging). 



   Verrassenderwijs wordt nu volgens de werkwijze van de uitvinding gevonden dat een dergelijk apparaat ook uitstekend gebruikt kan worden voor de werkwijze voor de zuivering van een polymeer. 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 



   Bij voorkeur wordt in de werkwijze volgens de uitvinding als polymeer een copolymeer gebruikt dat styreen monomeereenheden bevat. 



   De styreen monomeereenheden bevattende copolymeren die gezuiverd kunnen worden met behulp van de werkwijze volgens de uitvinding zijn bijvoorbeeld thermoplastische copolymeren van styreen met onverzadigde comonomeren, zoals ethyleen, propyleen, butenen, butadieen, isopreen, alkyl acrylaat, alkyl methacrylaat, acrylonitrile, methacrylonitrile, maleinezuur anhydride en acrylzuur. Het copolymeer kan een ent-of blokcopolymeer zijn, of een copolymeer van het type shell-core. Ook blends van styreenbevattende copolymeren met elkaar of met geringe percentages, bijvoorbeeld minder dan 10 gewichtsprocent ten opzichte van het totaal gewicht, van een ander niet styreenbevattend copolymeer kunnen toegepast worden. 



   Een mogelijk entcopolymeer toe te passen in de werkwijze volgens de uitvinding is een entcopolymeer van styreen, een vinylcyanide en eventueel een derde monomeer op een rubber. Geschikt toe te passen styreen monomeereenheden in het copolymeer worden bijvoorbeeld gekozen uit de groep styreen, a-methylstyreen, o-, m-of p-vinyltolueen, vinylnaftaleen, dimethylstyreen,   . t-butylstyreen   en gehalogeneerde styreenderivaten, zoals bijvoorbeeld chlorostyreen of bromostyreen. Bij voorkeur is de toegepaste vinylaromatische verbinding styreen en/of a-methylstyreen. Geschikt toe te passen vinylcyanideverbindingen worden bijvoorbeeld gekozen uit de groep acrylonitril en cyanoalkyleenverbindingen, die 4-7 koolstofatomen bevatten, zoals bijvoorbeeld methacrylonitril. Bij voorkeur is de toegepaste vinylcyanideverbinding acrylonitril en/of methacrylonitril.

   Geschikt toe te passen derde monomeren worden bijvoorbeeld gekozen uit de groep   (meth) acrylaten,   zoals bijvoorbeeld methylmethacrylaat en ethylacrylaat,   a. ss-onverzadigde   dicarbonzuren, a, ss-onverzadigde 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 dicarbonzuuranhydriden, zoals bijvoorbeeld maleinezuuranhydride, en al dan niet gesubstitueerde imidederivaten daarvan, zoals bijvoorbeeld maleimide en   N-fenylmaleïmide.   



   De rubber, die wordt toegepast in het copolymeer kan worden gekozen uit de bekende rubbers. In het algemeen hebben deze rubbers een glasovergangstemperatuur beneden   - 10. C.   Geschikt toe te passen rubbers worden bijvoorbeeld gekozen uit de groep butadiëenrubbers en etheen-propeen copolymeren, die desgewenst een derde copolymeriseerbaar diëenmonomeer bevatten, zoals    bijvoorbeeld" 1, 4-hexadiëen,     dieyclopentadiëen,     dieyelooetadiëen,   methyleennorborneen, 
 EMI7.1 
 ethylideennorborneen en tetrahydroindeen. De voorkeur wordt gegeven aan butadiëen-copolymeren met een butadiëen-gehalte van 60-90 gew. 



  Bij voorkeur wordt in de werkwijze volgens de uitvinding een entcopolymeer gekozen uit de groep acrylonitril-styreen-butadiëen (ABS), acrylonitril-styreen-acrylaat (ASA) en een   etheen-propeen-diëen   rubber, gepolymeriseerd met styreen en acrylonitril (AES). Met de meeste voorkeur is het copolymeer een   acrylonitril-styreen-butadiëen   (ABS) copolymeer. 



   De uitvinding wordt verder verduidelijkt aan de hand van de onderstaande voorbeelden zonder daartoe te worden beperkt. 
 EMI7.2 
 



  Voorbeelden en vercreliikende experimenten Voorbeelden I t/m V 
Een hoeveelheid ABS copolymeer in poedervorm, type Ronfalin (TM) TZ 236 van DSM uit Nederland werd aangebracht op een rooster, dat zieh in een dubbelwandig glazen vat (diameter 30 cm) bevindt. Op het rooster werd, voor aanbrengen van het polymeerpoeder, een polyester filterdoek type PES 7450 aangebracht, geleverd door de firma Pannevis uit Nederland. Het vat werd aan de 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 bovenzijde aangesloten op een persluchtleiding. De perslucht werd met behulp van een stoomverhitter op de gewenste striptemperatuur gebracht. De andere zijde van het vat werd aangesloten op een vacuumpomp. Het te zuiveren polymeerpoeder werd alvorens het aan te brengen in het stripvat op de gewenste striptemperatuur gebracht. 



  Het start-en eindgehalte aan styreen in het copolymeer werden bepaald door gebruik te maken van een gaschromatograaf. 



  De parameterinstelling was als volgt : 
 EMI8.1 
 
<tb> 
<tb> Voorbeeld <SEP> I <SEP> II <SEP> III <SEP> IV <SEP> V
<tb> Striptemperatuur
<tb> (OC) <SEP> 81 <SEP> 70 <SEP> 78 <SEP> 78 <SEP> 76
<tb> Massa <SEP> polymeer
<tb> (kg) <SEP> 2. <SEP> 9 <SEP> 9. <SEP> 3 <SEP> 3. <SEP> 5 <SEP> 3. <SEP> 4 <SEP> 9. <SEP> 7 <SEP> 
<tb> Luchtdebiet
<tb> (m3jmin) <SEP> 0. <SEP> 22 <SEP> 0. <SEP> 12 <SEP> 0. <SEP> 21 <SEP> 0. <SEP> 20 <SEP> 0. <SEP> 08 <SEP> 
<tb> Striptijd <SEP> (min) <SEP> 12 <SEP> 54 <SEP> 24 <SEP> 36 <SEP> 37
<tb> Startgehalte <SEP> styreen
<tb> (gew%) <SEP> 0. <SEP> 33 <SEP> 0. <SEP> 33 <SEP> 0. <SEP> 33 <SEP> 0. <SEP> 33 <SEP> 0. <SEP> 32 <SEP> 
<tb> 
 De poederdeeltjes grootteverdeling werd in alle gevallen konstant gehouden : D10, D50 en D90 bedroegen respectievelijk 0. 04 mm,   0. 25   mm en 1. 15 mm.

   Hieruit werden (D90-D50)/D50 =   3. 6   en (D50-D10)/D10 = 5. 25 berekend. 



    Veraeliikende experimenten A t/m D  
Een hoeveelheid ABS copolymeer in poedervorm, type Ronfalin (TM) TZ 236 van DSM uit Nederland werd in een gefluïdiseerd bed installatie aangebracht. De 
 EMI8.2 
 gefluidiseerd bed installatie bestond uit een cylindrische kunststof kolom (diameter 0. m) met een open verbreding aan de bovenzijde. Aan de onderzijde werd een standaard gesinterde bodemplaat aangebracht (drukval 0. 01 bar). Door 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 middel van een pomp werd voorverwarmde lucht toegevoerd aan de onderzijde van de gefluidiseerd bed installatie. Het te zuiveren polymeerpoeder werd alvorens het aan te 
 EMI9.1 
 brengen in de gefluidiseerd bed installatie op de gewenste striptemperatuur gebracht. Start-en eindgehalte aan styreen in het copolymeer werden bepaald met behulp van een gaschromatograaf. 



  De parameterinstelling was als volgt : 
 EMI9.2 
 
<tb> 
<tb> Experiment <SEP> A <SEP> B <SEP> C <SEP> D
<tb> Striptemperatuur
<tb> (OC) <SEP> 80 <SEP> 81 <SEP> 70 <SEP> 78
<tb> Massa <SEP> polymeer
<tb> (kg) <SEP> 2. <SEP> 8 <SEP> 2. <SEP> 8 <SEP> 4. <SEP> 2 <SEP> 4. <SEP> 6 <SEP> 
<tb> Luchtdebiet
<tb> (m3 <SEP> Imin) <SEP> 0. <SEP> 87 <SEP> 0. <SEP> 58 <SEP> 0. <SEP> 29 <SEP> 0. <SEP> 29 <SEP> 
<tb> Striptijd <SEP> (min) <SEP> 12 <SEP> 15 <SEP> 60 <SEP> 45
<tb> Startgehalte <SEP> styreen
<tb> (gew%) <SEP> 0. <SEP> 32 <SEP> 0. <SEP> 27 <SEP> 0. <SEP> 33 <SEP> 0. <SEP> 28 <SEP> 
<tb> 
 In   tabel l   staan de resultaten samengevat. 



   TABEL 1 (Stripefficientie) Voor-Styreen Benodigd lucht Stripefficiëntie beeld afname volume per kg (gew%) polymeerpoeder   (gew%. kg/m3)   (m3/kg) 
 EMI9.3 
 
<tb> 
<tb> I <SEP> 0. <SEP> 22 <SEP> 0. <SEP> 9 <SEP> 0. <SEP> 244 <SEP> 
<tb> II <SEP> 0. <SEP> 19 <SEP> 0. <SEP> 7 <SEP> 0. <SEP> 271 <SEP> 
<tb> III <SEP> 0. <SEP> 26 <SEP> 1. <SEP> 4 <SEP> 0. <SEP> 186 <SEP> 
<tb> IV <SEP> 0. <SEP> 31 <SEP> 2. <SEP> 1 <SEP> 0. <SEP> 148 <SEP> 
<tb> V <SEP> 0. <SEP> 14 <SEP> 0. <SEP> 3 <SEP> 0. <SEP> 467 <SEP> 
<tb> A <SEP> 0. <SEP> 21 <SEP> 3. <SEP> 7 <SEP> 0. <SEP> 057 <SEP> 
<tb> B <SEP> 0. <SEP> 18 <SEP> 3. <SEP> 1 <SEP> 0. <SEP> 058 <SEP> 
<tb> C <SEP> 0. <SEP> 22 <SEP> 4. <SEP> 1 <SEP> 0. <SEP> 054 <SEP> 
<tb> D <SEP> 0. <SEP> 22 <SEP> 4. <SEP> 6 <SEP> 0.

   <SEP> 048 <SEP> 
<tb> 
 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 Uit alle voorbeelden blijkt dat met de werkwijze volgens de uitvinding gemiddeld 3 tot 5 keer minder lucht noodzakelijk is per kg te zuiveren copolymeer om dezelfde hoeveelheid styreen te verwijderen uit het copolymeer dan met de bekende gefluidiseerd bed methode.

Claims (8)

  1. CONCLUSIES 1. Werkwijze voor de zuivering van een polymeer door middel van het doorleiden van een gas door een droge massa van het polymeer in poedervorm, met het kenmerk, dat de massa van het polymeer in poedervorm zieh op een voor het gas doordringbaar en voor de poederdeeltjes van het polymeer in poedervorm ondoordringbaar lichaam bevindt, waarbij een hogere gasdruk in stand wordt gehouden aan de zijde van het lichaam waar de massa van het polymeer in poedervorm zieh bevindt dan aan de andere zijde van het lichaam.
  2. 2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de poederdeeltjesgrootteverdeling van de massa van het polymeer in poedervorm voldoet aan althans een van de voorwaarden (D90-D50)/D50 > 3 en (D50-D10)/D10 > 3.
  3. 3. Werkwijze volgens een der conclusies 1 - 2, met het kenmerk, dat de gasdruk aan de zijde van het lichaam waar de massa van het polymeer in poedervorm zieh bevindt gelijk is aan de atmosferische druk en de gasdruk aan de andere zijde van het lichaam lager is dan de atmosferische druk.
  4. 4. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat een vacuum bandfilter gebruikt wordt.
  5. 5. Werkwijze volgens een der conclusies 1 - 4, met het kenmerk, dat het polymeer een styreen monomeereenheden bevattend copolymeer is.
  6. 6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat het styreen monomeereenheden bevattend copolymeer een EMI11.1 acrylonitril/butadieen/styreen copolymeer is.
  7. 7. Werkwijze zoals in hoofdzaak is beschreven in de beschrijvingsinleiding en/of de voorbeelden.
  8. 8. Artikel, geheel of gedeeltelijk vervaardigd uit een polymeer, welk polymeer is verkregen uit de werkwijze volgens een der voorgaande conclusies.
BE9300533A 1993-05-25 1993-05-25 Werkwijze voor de zuivering van een polymeer. BE1007082A3 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9300533A BE1007082A3 (nl) 1993-05-25 1993-05-25 Werkwijze voor de zuivering van een polymeer.
EP94201443A EP0626394A1 (en) 1993-05-25 1994-05-20 Process for purification of a polymer

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9300533A BE1007082A3 (nl) 1993-05-25 1993-05-25 Werkwijze voor de zuivering van een polymeer.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1007082A3 true BE1007082A3 (nl) 1995-03-07

Family

ID=3887066

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9300533A BE1007082A3 (nl) 1993-05-25 1993-05-25 Werkwijze voor de zuivering van een polymeer.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP0626394A1 (nl)
BE (1) BE1007082A3 (nl)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5688910A (en) * 1995-09-26 1997-11-18 Union Carbide Chemicals & Plastics Technology Corporation Process and apparatus for removing unpolymerized gaseous monomers from olefin polymers

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2289548A1 (fr) * 1974-11-02 1976-05-28 Peters Ag Claudius Procede et dispositif pour nettoyer des produits de polymerisation en forme de poudre et/ou de granules, pour en enlever les monomeres residuels
US4703105A (en) * 1985-12-23 1987-10-27 The Dow Chemical Company Extraction of residues from styrenic polymers
EP0351629A2 (de) * 1988-07-16 1990-01-24 Hoechst Aktiengesellschaft Verfahren und Vorrichtung zum Abtrennen und Getrennthalten von unterschiedlichen Lösemitteln

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5292863A (en) * 1992-11-02 1994-03-08 Union Carbide Chemicals Process for removing unpolymerized gaseous monomers from olefin polymers

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2289548A1 (fr) * 1974-11-02 1976-05-28 Peters Ag Claudius Procede et dispositif pour nettoyer des produits de polymerisation en forme de poudre et/ou de granules, pour en enlever les monomeres residuels
US4703105A (en) * 1985-12-23 1987-10-27 The Dow Chemical Company Extraction of residues from styrenic polymers
EP0351629A2 (de) * 1988-07-16 1990-01-24 Hoechst Aktiengesellschaft Verfahren und Vorrichtung zum Abtrennen und Getrennthalten von unterschiedlichen Lösemitteln

Also Published As

Publication number Publication date
EP0626394A1 (en) 1994-11-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN107001520B (zh) 回收聚苯乙烯废料的加工方法
US6096858A (en) Removing residual volatiles from polymer dispersions
TW396190B (en) High gloss high impact monovinylidene aromatic polymers
KR102434953B1 (ko) 폴리스티렌 폐기물의 재생 방법
NL8700208A (nl) Verbeterde met rubber versterkte monovinylideen-aromatische polymeerharsen en een werkwijze voor de bereiding daarvan.
BE1007082A3 (nl) Werkwijze voor de zuivering van een polymeer.
KR101877069B1 (ko) 비닐 방향족 단량체 중합을 저해하는 방법 및 조성물
US8207291B2 (en) Process for devolatilization of polymer of an aromatic alkylene
NL8501949A (nl) Styreenpolymeerhars met verbeterde vloeieigenschappen.
US4243781A (en) Process for the preparation of styrene and acrylonitrile containing polymers
JPH08332631A (ja) 熱可塑性樹脂の製造法、およびこれにより得られる成形材料
US6162880A (en) Purification of polystyrene recycle streams
US7868093B2 (en) Method for producing blends consisting of polystyrene and of a cross-linked polyvinyl pyrrolidone having a reduced styrene residual monomer content
NO773106L (no) Fremgangsmaate til kontinuerlig fjerning av monomere fra vandige dispersjoner av polymere
US20090275691A1 (en) Method for the production of co-extrudates composed of polystyrene and of a crosslinked polyvinylpyrrolidone with reduced residual styrene monomer content
JP4130133B2 (ja) スチレン−(メタ)アクリル酸系共重合樹脂の製造方法
EP0499599A2 (en) Reduction of polymerisation inhibitor in recycle streams
JP2020524205A (ja) 優れた官能特性を有するビニル芳香族/ジエン−ブロックコポリマー
JP3721349B2 (ja) 防曇性スチレン系透明樹脂シート及びその成形品
US5185400A (en) Reduction of residual volatiles in styrene polymers
HK40077474B (zh) 回收聚苯乙烯废料的加工方法
HK40077474A (en) Processes for recycling polystyrene waste
WO2016160684A1 (en) Treating sulfuric acid
JPH04146907A (ja) スチレン―アクリロニトリル共重合体の製造法
EP0002559A1 (en) Process for the removal of non-converted monomers from a copolymer of acrylonitrile

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: DSM N.V.

Effective date: 19950531