BE1008839A5 - Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel. - Google Patents
Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1008839A5 BE1008839A5 BE9400910A BE9400910A BE1008839A5 BE 1008839 A5 BE1008839 A5 BE 1008839A5 BE 9400910 A BE9400910 A BE 9400910A BE 9400910 A BE9400910 A BE 9400910A BE 1008839 A5 BE1008839 A5 BE 1008839A5
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- pile
- pole
- threads
- weft threads
- weft
- Prior art date
Links
- 239000004744 fabric Substances 0.000 title claims abstract description 135
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 40
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims abstract description 22
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 claims description 15
- 238000000576 coating method Methods 0.000 claims description 15
- 239000003086 colorant Substances 0.000 claims description 9
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 10
- 238000009941 weaving Methods 0.000 description 3
- 239000000945 filler Substances 0.000 description 2
- 239000004743 Polypropylene Substances 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 210000000988 bone and bone Anatomy 0.000 description 1
- 150000001875 compounds Chemical class 0.000 description 1
- 239000004816 latex Substances 0.000 description 1
- 229920000126 latex Polymers 0.000 description 1
- -1 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 229920001155 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D27/00—Woven pile fabrics
- D03D27/12—Woven pile fabrics wherein pile tufts are inserted during weaving
- D03D27/16—Woven pile fabrics wherein pile tufts are inserted during weaving with tufts around wefts
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D39/00—Pile-fabric looms
- D03D39/16—Double-plush looms, i.e. for weaving two pile fabrics face-to-face
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Textile Engineering (AREA)
- Woven Fabrics (AREA)
Abstract
Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool, waarbij boven elkaar twee grondweefsels (9,10) geweven worden door een reeks inslagdraden (1-8) tussen bindkettingdraden (11,12), (13,14) in te binden en figurrkettingdraden (15,16), (17,18) tussen de inslagdraden (1-8) te voorzien; waarbij poolkettingdraden (19, 20) afwisselend in het bovenste (9) en het onderste grondweefsel (10) ingebonden worden volgens een V-binding; waarbij de positie van de figuurkettingdraden (15,16), (17,18) ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden (1-8) in functie van de poolrichting bepaald worden; waarbij deze posities bepaald worden voor opeenvolgende groepen van minstens drie inslagdraden (1,2,3,4), (5,6,7,8), terwijl poollussen (29) gevormd worden, waarvan beide poolbenen zich uitstrekken tussen inslagdraden (1,2), (3,4), (5,6), (7,8) van eenzelfde groep; en waarbij de poolkettingdraden (19,20) tussen de grondweefsels (9,10) worden doorgesneden. Een volgens een dergelijke werkwijze vervaardigd fluweelweefsel.
Description
<Desc/Clms Page number 1>
"Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel".
Onderhavige uitvinding heeft betrekking tot een werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool, waarbij boven elkaar een bovenste en een onderste grondweefsel geweven worden, door een reeks inslagdraden in te binden tussen bindkettingdraden, terwijl figuurkettingdraden zo ingeweven worden dat zieh zowel erboven als eronder inslagdraden uitstrekken ; waarbij poolkettingdraden afwisselend in het bovenste en het onderste grondweefsel worden ingebonden door inslagdraden ; waarbij de posities van een figuurkettingdraad ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden bepaald worden, in functie van een gewenste richting van de gerichte pool ; en waarbij de poolkettingdraden tussen beide grondweefsels doorgesneden worden.
Deze uitvinding heeft ook betrekking tot een fluweelweefsel met gerichte pool, omvattende een reeks tussen bindkettingdraden ingebonden inslagdraden, zieh tussen deze inslagdraden uitstrekkende figuurkettingdraden, en door inslagdraden ingebonden poollussen waarvan de poolbenen zieh uitstrekken in een richting, die bepaald is door de posities van de figuurkettingdraden ten opzichte van de inslagdraden aan weerszijden van die poolbenen.
Zowel fluweelweefsels met de hierboven omschreven kenmerken, als de hierboven omschreven werkwijze voor hun vervaardiging, zijn gekend :
In het Belgisch octrooi nr. 1004509A4 (aanvraagnr. 9100154) wordt een dergelijke werkwijze beschreven voor het dubbelstuk weven van schaduwfluweel. Bij deze werkwijze worden de poolkettingdraden volgens een 4/8-W-binding ingebonden door de inslagdraden. De posities van een figuurkettingdraad ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden worden bepaald voor opeenvolgende groepen van vier inslagdraaden, in functie
<Desc/Clms Page number 2>
van de richting van de gerichte pool, die men wil vormen met een poolkettingdraad, dewelke met deze figuurkettingdraad samenloopt.
De poolkettindraden worden telkens ingebonden door de vier inslagdraden van een groep, zodat de poolbenen zich telkens uitstrekken tussen een vierde inslagdraad van een groep en een eerste inslagdraad van een naburige groep.
De richting van een poolbeen wordt bijgevolg bepaald door de posities van de zich in de nabijheid ervan uitstrekkende figuurkettingdraad, ten opzichte van de genoemde eerste en vierde inslagdraden aan weerszijden van het poolbeen. Als deze inslagdraden zieh langs dezelfde kant van de figuurkettingdraad uitstrekken (erboven of eronder) dan wordt een rechtopstaand poolbeen bekomen.
Als de vierde inslagdraad van een groep en de eerste inslagdraad van een volgende groep zieh respectievelijk langs de poolzijde en langs de rugzijde van de figuurkettingdraad uitstrekken, bekomt men een schuin naar rechts gericht poolbeen, en als de vierde inslagdraad van een groep en de eerste inslagdraad van een volgende groep zich respectievelijk langs de rugzijde en langs de poolzijde van de figuurkettingdraad uitstrekken wordt een schuin naar links gericht poolbeen bekomen.
In het Europees octrooi nr. 0 380 808 wordt een dergelijke werkwijze beschreven voor het vervaardigen van een jacquard-schaduwfluweel, waarbij de poolkettingdraden volgens een 3-schots-W-binding (in het bijzonder volgens een 3/6-W-binding ingebonden worden.
De posities van een figuurkettingdraad ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden worden bepaald voor opeenvolgende groepen van drie inslagdraden, in funktie van de richting van de gerichte pool, die men wil vormen met een poolkettingdraad, dewelke met deze figuurkettingdraad samenloopt.
De poolkettingdraden worden telkens ingebonden
<Desc/Clms Page number 3>
door de drie inslagdraden van een groep zodat de poolbenen zieh telkens uitstrekken tussen een derde inslagdraad van een groep en een eerste inslagdraad van een naburige groep.
De richting van een poolbeen wordt bijgevolg bepaald door de posities van de zich in de nabijheid ervan uitstrekkende figuurkettingdraad, ten opzichte van de genoemde eerste en derde inslagdraden een weerszijden van het poolbeen.
Door het uitvoeren van deze twee gekende werkwijzen bekomt men fluweelweefsels met de kenmerken die in de tweede allinea van deze beschrijving worden omschreven. De poollussen van deze fluweelweefsels zijn bij die twee werkwijzen volgens een 4 schots-W-binding, respectievelijk volgens een 3-schots-W-binding ingebonden door vier, respectievelijk drie opeenvolgende inslagdraden.
Deze weefsels kunnen geweven worden met verschillend gekleurde inslagdraden, waarbij de kleur of de verschillende kleuren van de langs de poolzijde van de figuurkettingdraden gelegen inslagdraden zichtbaar zijn langs de poolzijde van het weefsel. In deze weefsels kunnen bijkomende inslagdraden vlottend voorzien worden.
Bij de twee gekende werkwijzen worden de posities van de figuurkettingdraden ten opzichte van opeenvolgende groepen van vier, respectievelijk drie inslagdraden bepaald, terwijl de poolkettingdraden telkens door alle inslagdraden van een groep worden ingebonden.
Aangezien de poolbenen van de aldus gevormde poollussen zich telkens uitstrekken tussen de laatste inslagdraad van een groep inslagdraden en de eerste inslagdraad van een volgende groep inslagdraden wordt de richting van een poolbeen bepaald door de posities van inslagdraden die tot twee naburige groepen behoren, ten opzichte van de figuurkettingdraden.
Wanneer twee opeenvolgende groepen inslagdraden een poolkettingdraad inbinden, bevindt zieh van elk van de
<Desc/Clms Page number 4>
twee opeenvolgende poollussen, een poolbeen tussen de laatste inslagdraad van de eerste groep en de eerste inslagdraad van de tweede groep.
De posities van deze inslagdraden ten opzichte van de figuurkettingdraden bepalen dus telkens de richting van twee poolbenen.
Het doel van deze uitvinding is aan deze nadelen te verhelpen door te voorzien in een werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool, waarbij de richting van de gerichte pool telkens voor elk poolbeen afzonderlijk kan bepaald worden en waarbij de inslagdraden die deze posities bepalen, inslagdraden zijn van eenzelfde groep.
Dit doel wordt bereikt door te voorzien in een werkwijze, waarbij de posities van de figuurkettingdraden ten opzichte van de inslagdraden telkens bepaald worden voor opeenvolgende groepen van minstens drie inslagdraden terwijl de poolkettingdraden bij elke inbinding een poollus vormen, waarvan beide poolbenen zich uitstrekken tussen inslagdraden van eenzelfde groep. De inbinding van de poolkettingdraden moet daarvoor niet noodzakelijk volgens een V-binding gebeuren.
Volgens deze werkwijze bekomt men een fluweelweefsel met gerichte pool, zoals omschreven in de tweede allinea van deze beschrijving, waarvan elk poolbeen zieh alleen tussen twee inslagdraden uitstrekt, terwijl er zich tussen twee naburige poolbenen telkens minstens twee inslagdraden bevinden. De poollussen kunnen al dan niet volgens een V-binding ingebonden zijn. Hierdoor zijn de poolbenen beter verdeeld over het fluweelweefsel, en bekomt men een fijner uitzicht van het weefsel.
Een bijkomend voordeel van deze werkwijze is dat men van elke poollus de richting van elk poolbeen afzonderlijk kan bepalen, zonder dat dit invloed heeft op de richting van een poolbeen van een naburige poollus.
<Desc/Clms Page number 5>
Hierdoor wordt het mogelijk opeenvolgende poollussen te voorzien waarvan de twee poolbenen respectievelijk schuin naar rechts gericht en rechtopstaand zijn, of respectievelijk schuin naar links gericht en rechtopstaand zijn, of respectievelijk schuin naar links gericht en schuin naar rechts gericht zijn.
De naburige poolbenen beinvloeden min of meer elkaars richting, zodat, wanneer men opeenvolgende poollussen voorziet waarvan de twee poolbenen respectievelijk schuin naar rechts gericht en rechtopstaand zijn, men als resultaat poolbenen bekomt die schuin naar rechts gericht zijn, maar een ander effekt geven dan wanneer beide poolbenen van elke poollus telkens naar rechts zouden gericht zijn.
Als men opeenvolgende poollussen voorziet waarvan de twee poolbenen respectievelijk schuin naar links gericht zijn en rechtopstaand zijn, bekomt men als resultaat poolbenen die schuin naar links gericht zijn, maar een ander effekt geven dan wanneer beide poolbenen van elke poollus telkens naar links gericht zouden zijn. Men kan bijgevolg vijf verschillende effekten bekomen.
Bij de gekende werkwijze had men de keuze uit slechts drie mogelijke effekten.
De gekende werkwijzen hebben ook als nadeel dat er bij het vervaardigen van het fluweelweefsel relatief veel poolkettingdraad wordt verbruikt, hetgeen van invloed is op de kostprijs van de vervaardigde weefsels.
Een ander doel van deze uitvinding is aan het hierboven genoemde nadeel te verhelpen door te voorzien in een werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool waarbij minder poolkettingdraad wordt verbruikt.
Dit doel wordt bereikt door de poolkettingdraden in te binden volgens een V-binding.
Bij een volgens een V-binding ingebonden
<Desc/Clms Page number 6>
poolkettingdraad wordt bij elke inbinding een veel kleinere lengte van de poolkettingdraad in het grondweefsel ingebonden, dan bij een W-binding. Dit betekent dat volgens de uitvinding een fluweelweefsel met gerichte pool kan vervaardigd worden met veel minder poolkettingdraad dan volgens de gekende werkwijzen, voor eenzelfde pooldichtheid en poolhoogte.
Volgens een voorkeurdragende werkwijze volgens deze uitvinding worden de poolkettingdraden ingebonden volgens een 2-schots-V-binding.
De lengte van de in het grondweefsel ingebonden gedeelte van de poolkettingdraden wordt hierdoor minimaal gehouden, zodat een weefsel kan vervaardigd worden met een minimale hoeveelheid poolkettingdraad. Elke poollus van het fluweelweefsel is immers telkens slechts over twee inslagdraden omgebogen.
In een andere voorkeurdragende werkwijze, volgens deze uitvinding, worden de posities van de figuurkettingdraden ten opzichte van de inslagdraden telkens bepaald voor groepen van vier opeenvolgende inslagdraden terwijl de poolkettingdraden volgens een 2/8V-binding ingebonden worden en bij elke inbinding een poollus vormen over de tweede en de derde inslagdraad van een groep.
Volgens deze werkwijze wordt een fluweelweefsel met gerichte pool bekomen, waarvan de poollussen volgens een 2/8-V-binding ingebonden zijn.
Bij deze werkwijze wordt de opeenvolging van posities van elke figuurkettingdraad, ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden van een groep van vier inslagdraden, bij voorkeur bepaald volgens een van de volgende reeksen : a) rugzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. b) rugzijde, poolzijde, poolzijde, poolzijde. c) poolzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde.
<Desc/Clms Page number 7>
d) poolzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. e) rugzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. f) poolzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. g) rugzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde. h) poolzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. i) rugzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. j) rugzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde. k) poolzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde.
1) poolzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. m) rugzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. n) poolzijde, rugzijde, rugzijde, rugzijde.
Hierdoor bekomt men een weefsel waarin, ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden van een groep van vier inslagdraden, met een tweede en een derde inslagdraad waarrond een poollus gevormd is, elke figuurkettingdraad, een opeenvolging van posities heeft, zoals bepaald in een van de hierboven genoemde reeksen.
Volgens een zeer voorkeurdragende werkwijze volgens deze uitvinding worden de posities van de figuurkettingdraden ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden bepaald voor opeenvolgende groepen van vier inslagdraden, en worden in elke groep inslagdraden, inslagdraden van minstens twee verschillende kleuren voorzien, terwijl per groep, een of meerdere inslagdraden langs de poolzijde van de figuurkettingdraden voorzien worden, om de kleur of de verschillende kleuren van deze inslagdraden zichtbaar te maken langs de poolzijde van het fluweelweefsel, overeenkomstig een gewenste kleur of kleurenkombinatie in een te weven figuur.
Doordat per groep inslagdraden drie of meer inslagdraden langs de poolzijde van de figuurkettingdraden kunnen voorzien worden, kan men met elke groep inslagdraden verschillende kleurenkombinaties zichtbaar maken langs de poolzijde van het fluweelweefsel. Wanneer men voor elke inslagdraad van een groep een verschillend gekleurde draad
<Desc/Clms Page number 8>
voorziet, is het aantal kleurenkombinaties dat per groep inslagdraden kan zichtbaar gemaakt worden langs de poolzijde van het weefsel veel groter dan bij de gekende werkwijzen. Een fluweelweefsel dat volgens deze werkwijze vervaardigd is, zal bijgevolg veel meer kleurvariatie hebben dan de bestaande fluweelweefsels.
Bij een alternatieve werkwijze volgens deze uitvinding, worden een of meerdere bijkomende inslagdraden door de figuurkettingdraden ingeweven. Deze bijkomende inslagdraden kunnen over hun volledige lengte ingeweven zijn.
Bij voorkeur echter worden een of meerdere bijkomende inslagdraden vlottend langs de poolzijde van het fluweelweefsel voorzien en nu en dan ingeweven. Dit inweven gebeurt bij voorkeur door deze bijkomende inslagdraden nu en dan langs de rugzijde van een of meerdere figuurkettingdraden te brengen.
Tussen twee opeenvolgende plaatsen waar de inslagdraad ingeweven wordt, strekt zieh telkens een relatief grote lengte ervan uit langs de poolzijde van het fluweelweefsel. Deze bijkomende inslagdraden worden niet ingebonden door de bindkettingdraden.
De kleur van elke bijkomende inslagdraad is bijgevolg ook zichtbaar langs de poolzijde van het weefsel en draagt bij tot een nog grotere kleurvariatie in het fluweelweefsel.
Een of meerdere bijkomende inslagdraden kunnen bijvoorbeeld vlottend ingeweven worden tussen twee inslagdraden, waarrond een poollus gevormd wordt.
De hoger omschreven 2-schots-V-binding van de poolkettingdraden zou, door het voorzien van een bijkomende inslagdraad tussen twee inslagdraden waarrond een poollus gevormd wordt, dan kunnen beschouwd worden als een 3schots-V-binding, waarbij de poolkettingdraad omgebogen wordt over twee door bindkettingdraden ingebonden
<Desc/Clms Page number 9>
inslagdraden en over een tussen die twee inslagdraden vlottend ingeweven inslagdraad. Een 2-schots-V-binding moet in deze beschrijving en in de conclusies echter ge nterpreteerd worden als een binding, waarbij een poolkettingdraad over twee niet-vlottend ingebonden inslagdraden wordt ingebonden.
Wanneer in meerdere opeenvolgende groepen inslagdraden, telkens een bijkomende inslagdraad ingeweven wordt tussen de twee inslagdraden waarrond een poollus gevormd is dan wordt de hoger omschreven 2/8-V-binding een 3/10-V-binding. Een 2/8-V-binding moet in deze beshrijving en in de conclusies ge nterpreteerd worden als een binding waarbij een poolkettingdraad telkens over twee nietvlottend ingebonden inslagdraden wordt ingebonden en waarbij de binding van dezelfde poolkettingdraad in hetzelfde grondweefsel na acht niet-vlottend ingebonden inslagdraden herhaald wordt.
Een bijkomende inslagdraad kan bijvoorbeeld ook vlottend voorzien worden tussen de laatste inslagdraad van een groep en de eerste inslagdraad van een volgende groep inslagdraden.
Bij voorkeur worden de inslagdraden ingebonden door paren van samenwerkende bindkettingdraden dewelke elkaar herhaaldelijk kruisen zodat tussen de kruispunten opeenvolgende openingen gevormd worden, terwijl de eerste en de tweede inslagdraad van een groep inslagdraden zieh samen in een eerste opening uitstrekken terwijl de derde en de vierde inslagdraad zieh respectievelijk in een tweede en een derde opening tussen de bindkettingdraden uitstrekken. Bij een fluweelweefsel dat volgens deze werkwijze vervaardigd is worden de poollussen telkens gevormd om de tweede en de derde inslagdraad van een groep van vier inslagdraden.
Volgens een V-binding ingebonden poolkettingdraden komen in bepaalde gebruikssituaties van
<Desc/Clms Page number 10>
het weefsel-bijvoorbeeld als meubelstof voor zitmeubelen die frequent gebruikt worden-relatief gemakkelijk los uit het grondweefsel.
Dit kan volgens deze uitvinding op zeer doeltreffende wijze vermeden worden door op de rugzijde van het fluweelweefsel een coating of een weefsel aan te brengen, om de poolussen vast te houden.
De poollussen worden op die manier goed vastgehouden ten opzichte van het grondweefsel, en komen zelf in de meest nadelige gebruikssituaties niet meer los.
Volgens een alternatieve werkwijze wordt op de rugzijde van het fluweelweefsel een coating aangebracht, en wordt op de coating een weefsel aangebracht.
Zitmeubelen hebben dikwijls een zitoppervlak dat hoofdzakelijk bestaat uit een vervormbare vulmassa, die bedekt is met een meubelstof. Men heeft ondervonden dat, als een poolweefsel gebruikt wordt als meubelstof, de poollussen van dit weefsel na verloop van tijd verschuiven.
Dit wordt veroorzaakt door het wrijven van het bovenoppervlak van de vulmassa tegen de rugzijde van het weefsel, telkens als iemand gaat neerzitten op het zitoppervlak en de vulmassa bijgevolg wordt vervormd.
Aan dit nadeel werd tot op heden verholpen door tussen het poolweefsel en de vulmassa een afzonderlijke tussenlaag te voorzien. Volgens deze uitvinding wordt aan dit nadeel verholpen door op de rugzijde van het fluweelweefsel of van de coating een weefsel met glad rugoppervlak aan te brengen. De afzonderlijke tussenlaag is hierdoor niet meer nodig.
Wanneer het weefsel ook voorzien is om de poollussen vast te houden, worden door het aanbrengen van dit weefsel terzelfdertijd twee problemen opgelost.
Deze uitvinding wordt verder verduidelijkt aan de hand van de hiernavolgende gedetailleerde beschrijving van een voorkeurdragende werkwijze voor de vervaardiging
<Desc/Clms Page number 11>
van een fluweelweefsel met gerichte pool en van de volgens deze werkwijze bekomen fluweelweefsels.
In deze beschrijving wordt verwezen naar de hierbijgevoegde figuren :
Figuur 1 is een dwarsdoorsnede in kettingrichting van een volgens deze uitvinding vervaardigd dubbelstuk fluweelweefsel, voor het doorsnijden van de poolkettingdraden, waarop de bindkettingdraden weggelaten zijn.
Figuren 2 t/m 15 zijn dwarsdoorsneden in kettingrichting van verschillende variante uitvoeringsvormen van bovenstukfluweelweefsels, vervaardigd volgens deze uitvinding, na het doorsnijden van de poolkettingdraden, waarop de bindkettingdraden weggelaten zijn.
Figuur 16 is een dwarsdoorsnede in kettingrichting, van de inbinding van de inslagdraden door middel van samenwerkende bindkettingdraden bij de fluweelweefsels volgens de voorgaande figuren.
Figuur 17 is een dwarsdoorsnede identiek aan figuur 1, maar waarop bijkomende vlottende inslagdraden zijn voorgesteld.
Figuur 18 is een dwarsdoorsnede in kettingrichting van de inbinding van de inslagdraden door middel van samenwerkende bindkettingdraden, met aanduiding van de bijkomende vlottende inslagdraden, bij het fluweelweefsel volgens figuur 17.
Figuur 19 is een dwarsdoorsnede in kettingrichting van een fluweelweefsel, met op de rugzijde een coating om de poollussen vast te houden, en op de coating een weefsel met glad rugoppervlak.
Volgens een voorkeurdragende werkwijze, volgens deze uitvindng wordt een fluweelweefsel met gerichte pool vervaardigd op een dubbelstuk-weefmachine, waarbij de poolkettingdraden (19, 20) en de bindkettingdraden (11, 12),
<Desc/Clms Page number 12>
(13, 14) gepositioneerd worden door middel van schachten, en de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) gepositioneerd worden door middel van een jacquardmachine.
Door het gebruik van een inslagwisselaar kunnen achtereenvolgens verschillend gekleurde inslagdraden (1-8) ingebracht worden.
Er wordt een bovenste grondweefsel (9) en een onderste grondweefsel (10) geweven (zie figuur 1) waarbij elk grondweefsel (9, 10) bestaat uit inslagdraden (1-8) en dwars op de inslagdraden (1-8) gelegen bindkettingdraden (11, 12), (13, 14)-zie figuur 16 - en figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18).
De bindkettingdraden (11, 12), (13, 14) de figuurkettingdraden (15,16), (17,18) en de poolkettingdraden (19, 20) worden telkens, voor een inslagdraad (1-8) wordt ingebracht, zo gepositioneerd dat in naast elkaar gelegen kettingstelsels, bestaande uit vier
EMI12.1
bindkettingdraden (11, vier figuurkettingdraden (1 en twee poolkettingdraden (19, 20), het volgende plaatsvindt :
- Opeenvolgende groepen van vier opeenvolgende inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) worden in beide grondweefsels (9, 10) door twee bindkettingdraden
EMI12.2
(11, ingebonden (zie figuur 16) waarbij deze twee bindkettingdraden (11, elkaar herhaaldelijk kruisen zodat opeenvolgende openingen (26, 27, 28) gevormd worden, waarbij de eerste (1, 5) en de tweede inslagdraad (2, 6) van elke groep zieh samen in een eerste opening (26) uitstrekken, terwijl de derde (3, 7) en de vierde inslagdraad (4, 8) van elke groep zieh respectievelijk in een tweede (27) en een derde opening (28) tussen de bindkettingdraden (11, 12), (13, 14) uitstrekken.
- In elk grondweefsel (9, 10) worden twee figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) samenlopend boven
<Desc/Clms Page number 13>
of onder de verschillende inslagdraden (1-8) ingeweven, waarbij de opeenvolging van posities ten opzichte van vier inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) van de genoemde opeenvolgende groepen in elke groep een van de volgende is (zie figuren 2 t/m 15) :
a) rugzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. b) rugzijde, poolzijde, poolzijde, poolzijde. c) poolzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde. d) poolzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. e) rugzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. f) poolzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. g) rugzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde. h) poolzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. i) rugzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. j) rugzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde. k) poolzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde.
1) poolzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. m) rugzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. n) poolzijde, rugzijde, rugzijde, rugzijde.
De poolkettingdraden (19, 20) worden afwisselend in het bovenste (9) en het onderste grondweefsel (10) ingebonden volgens een 2/8-V-binding, en bij elke inbinding door de tweede (2, 6) en de derde inslagdraad (3, 7) van een groep ingebonden. Als de ene poolkettingdraad (19), (20) ingebonden wordt door inslagdraden (2, 3), (6, 7) in het bovenste grondweefsel (9) wordt de andere poolkettingdraad (20), (19) in het onderweefsel (10) ingebonden door de eronder gelegen inslagdraden (2, 3), (6, 7).
De opeenvolging van posities van de figuurkettingdraden
EMI13.1
(15, ten opzichte van de inslagdraden (1, van elke groep wordt bepaald in functie van de gewenste richting van elk poolbeen, van de poollus die men wil vormen over de inslagdraden van die groep met een poolkettingdraad (19, 20) van hetzelfde
<Desc/Clms Page number 14>
kettingstelsel.
Zoals kan gezien worden op de figuren 2 t/m 15, is de richting van een poolbeen afhankelijk van de posities van de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) ten opzichte van de twee inslagdraden (1, 2), (3, 4), (5, 6), (7, 8) die zieh aan weerszijden van dat poolbeen bevinden. (Deze twee inslagdraden worden verder de richtingbepalende inslagdraden genoemd).
- Wanneer de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) zieh boven of onder beide richtingbepalende inslagdraden (1, 2), (3, 4), (5, 6), (7, 8) bevinden, wordt een rechtopstaand poolbeen bekomen.
- Wanneer de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) zieh boven de eerste richtingbepalende inslagdraad (1), (3), (5), (7) en onder de tweede richtingbepalende inslagdraad (2), (4), (6), (8) bevinden, wordt een rechtsgericht poolbeen bekomen.
- Wanneer de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) zieh
EMI14.1
onder de eerste richtingbepalende inslagdraad (1), (3), (5), (7) en boven de tweede richtingbepalende inslagdraad (2), (4), (6), (8) bevinden, wordt een linksgericht poolbeen bekomen.
Men kan vijf verschillende effekten bekomen voor de pool van het fluweelweefsel.
1) Een eerste effekt waarbij elk poolbeen van de opeenvolgende poollussen (29) linksgericht is (zie figuur 4).
2) Een tweede effekt, waarbij de opeenvolgende poollussen (29) telkens een linksgericht en een rechtopstaand poolbeen hebben (zie figuren 5,11, 12,15).
3) Een derde effekt waarbij elk poolbeen van de opeenvolgende poollussen (29) rechtopstaand is (zie figuren 8 en 9).
4) Een vierde effekt, waarbij elk poolbeen van de opeenvolgende poollussen (29) rechtsgericht is (zie
<Desc/Clms Page number 15>
figuur 2).
5) Een vijfde effekt, waarbij de opeenvolgende poollussen (29) telkens een rechtsgericht en een rechtopstaand poolbeen hebben (zie figuren 3,10, 13,14).
Wanneer de opeenvolging van posities van de figuurkettingdraden ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) van een groep van vier inslagdraden volgens een van de reeksen f, m en n bepaald is, is gebleken dat de poollussen (29) onvoldoende diep ingebonden zijn, en dus relatief gemakkelijk uit het grondweefsel (9, 10) kunnen getrokken worden. De zo vervaardigde weefsels zijn dan ook van een minder goede kwaliteit. (zie figuren 7,14, en 15).
De inslagdraden (1, 2, 3, 4) van elk van de groepen hebben een verschillende kleur, terwijl de opeenvolging van kleuren in elke groep in dezelfde volgorde herhaald wordt.
De inslagdraden (1-8, 21, 22) dewelke langs de poolzijde van de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) worden voorzien, is zichtbaar langs de poolzijde van het fluweelweefsel. De posities van de figuurkettingdraden
EMI15.1
(15, ten opzichte van de inslagdraden (1, worden ook bepaald in functie van de kleur of kleurenkombinatie die men wil bekomen op die plaats in het fluweelweefsel, om een bepaalde figuur langs de poolzijde van het fluweelweefsel zichtbaar te maken.
Doordat men per groep van vier inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) naar keuze een, twee of drie inslagdraden langs de poolzijde van de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) kan voorzien, kan men met de vier beschikbare kleuren in elke groep een groot aantal kombinaties maken.
In elke groep inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) is de eerste inslagdraad (1, 5) groen, de tweede inslagdraad rood, de derde inslagdraad blauw en de vierde inslagdraad bruin. Door gebruik van de verschillende mogelijke opeenvolgingen van posities van de figuurkettingdraden
<Desc/Clms Page number 16>
(15, 16), (17, 18)-reeksen a t/m n die respectievelijk overeenkomen met figuren 2 t/m 15 - kan men dus de volgende kleuren of kleurenkombinaties langs de poolzijde van het fluweelweefsel zichtbaar maken : reeks a (figuur 2) : groen + blauw reeks b (figuur 3) : groen reeks c (figuur 4) : rood + bruin reeks d (figuur 5) : bruin reeks e (figuur 6) : groen + bruin reeks f (figuur 7) : rood + blauw
EMI16.1
reeks g (figuur 8) : + rood reeks h (figuur 9) : blauw + bruin reeks i (figuur 10) : groen + blauw + bruin reeks j (figuur 11) :
groen + rood + bruin reeks K (figuur 12) : rood
EMI16.2
reeks 1 (figgur 13) blauw reeks m (figuur 14) : + rood + blauw reeks n (figuur 15) : + blauw + bruin
Om het aantal mogelijke kleurenkombinaties nog groter te maken kunnen bijkomende inslagdraden (21, 22) vlottend langs de poolzijde van het fluweelweefsel voorzien worden en nu en dan ingeweven worden door ze langs de rugzijde van de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) te brengen. Op figuur 17 worden deze bijkomende inslagdraden voorgesteld door niet-opgevulde cirkels in volle lijn, op de plaats waar ze zieh bevinden als ze vlotten, en door niet-opgevulde cirkels in puntlijn, op de plaats waar ze zieh bevinden als ze ingeweven worden door de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18).
Figuur 18, waarop deze bijkomende inslagdraden (21, 22) op analoge wijze voorgesteld zijn, toont duidelijk dat deze bijkomende inslagdraden (21, 22) niet door de bindkettingdraden (11, 12), (13, 14) worden ingebonden.
Deze bijkomende inslagdraden (21, 22) kunnen echter ook over een relatief grote lengte of over hun
<Desc/Clms Page number 17>
volledige lengte ingeweven zijn.
De kleur van een bijkomende inslagdraad (21, 22) is zichtbaar langs de poolzijde van het fluweelweefsel, als deze inslagdraad (21, 22) vlot, en niet zichtbaar als deze inslagdraad (21, 22) ingeweven is.
Om een fluweelweefsel te vervaardigen, dat voldoet aan de kwaliteitseisen voor alle gebruikssituaties (bijvoorbeeld : ook voor gebruik als meubelstof voor frequent gebruikte zitmeubelen : zie hoger) brengt men op de rugzijde van het fluweelweefsel een coating (23) aan, zoals bijvoorbeeld latex.
Deze coating (23) fixeert de zieh langs de rugzijde van de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) bevindende inslagdraden (1-8), de bindkettingdraden (11, 12), (13, 14) en de omgebogen delen van de poollussen (29) ten opzichte van elkaar. Op die manier wordt voorkomen dat de poollussen (29) loskomen.
Op de coating (23) wordt een polypropyleenweefsel (24) met gladde rugzijde (25) gelijmd. Hierdoor bekomt men een goede verschuiving van het fluweelweefsel ten opzichte van de vulmasse in een zitmeubel, en kunnen de poollussen (29) niet meer loskomen langs de onderkant van het fluweelweefsel.
Claims (25)
1) poolzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. m) rugzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. n) poolzijde, rugzijde, rugzijde, rugzijde.
2. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de poolkettingdraden (19, 20) ingebonden worden volgens een V-binding.
3. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool, volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de poolkettingdraden (19, 20) ingebonden worden volgens een 2-schots-V- binding.
<Desc/Clms Page number 19>
4. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool, volgens een van de voorgaande conslusies met het kenmerk dat de posities van de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) ten opzichte van de inslagdraden (1-8) telkens bepaald worden voor groepen van vier opeenvolgende inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8), en dat de poolkettingdraden (19, 20) volgens een 2/8-V-binding ingebonden worden en bij elke inbinding een poollus (29) vormen over de tweede (2, 6) en de derde inslagdraad (3, 7) van een groep.
5. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool, volgens conclusie 4, met het kenmerk dat de opeenvolging van posities van elke
EMI19.1
figuurkettingdraad (15, ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden (1, van een groep, een van de volgende is : a) rugzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. b) rugzijde, poolzijde, poolzijde, poolzijde. c) poolzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde. d) poolzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. e) rugzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. f) poolzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. g) rugzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde. h) poolzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. i) rugzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. j) rugzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde. k) poolzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde.
6. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat in elke groep inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8), inslagdraden van minstens twee verschillende kleuren voorzien worden,
<Desc/Clms Page number 20>
en dat per groep, een of meerdere inslagdraden langs de poolzijde van de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) voorzien worden, om de kleur of de verschillende kleuren van deze inslagdraden zichtbaar te maken langs de poolzijde van het fluweelweefsel, overeenkomstig een gewenste kleur of kleurenkombinatie in een te weven figuur.
7. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens een van de voorgaande conclusies met het kenmerk dat een of meerdere bijkomende inslagdraden (21, 22) door de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) worden ingeweven.
8. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens een van de conclusies 1 t/m
6 met het kenmerk dat een of meerdere bijkomende inslagdraden (21, 22) vlottend langs de poolzijde van het fluweelweefsel voorzien worden, en nu en dan ingeweven worden.
9. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens een van de conclusies 4 t/m
8, met het kenmerk dat de inslagdraden (1-8) ingebonden worden door paren van samenwerkende bindkettingdraden (11, 12), (13, 14), dewelke elkaar herhaaldelijk kruisen zodat tussen de kruispunten opeenvolgende openingen (26, 27, 28) gevormd worden, en dat de eerste (1, 5) en de tweede inslagdraad (2, 6) van een groep inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) zieh samen in een eerste opening (26) uitstrekken terwijl de derde (3, 7) en de vierde
EMI20.1
inslagdraad (4, respectievelijk in een tweede (27) en een derde opening (28) tussen de bindkettingdraden (11, 12), (13, 14) uitstrekken.
10. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens een van de voorgaande conclusies met het kenmerk dat op de rugzijde van het fluweelweefsel een coating (23) of een weefsel (24)
<Desc/Clms Page number 21>
aangebracht wordt om de poollussen vast te houden.
11. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens een van de conclusies 1 t/m
9 met het kenmerk dat op de rugzijde van het fluweelweefsel een coating (23) aangebracht wordt, en dat op de coating (23) een weefsel (24) wordt aangebracht.
12. Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel met gerichte pool volgens conclusie 10 of 11 met het kenmerk dat het weefsel (24) een glad rugopppervlak (25) heeft.
13. Fluweelweefsel met gerichte pool, omvattende een reeks tussen bindkettingdraden (11, 12), (13, 14) ingebonden inslagdraden (1-8), zieh tussen deze inslagdraden (1-8)
EMI21.1
uitstrekkende figuurkettingdraden en door inslagdraden (2, ingebonden poollussen (29), waarvan de poolbenen zieh uitstrekken in een richting, die bepaald is door de posities van de
EMI21.2
figuurkettingdraden (15, ten opzichte van de inslagdraden (1, aan weerszijden van die poolbenen, met het kenmerk dat elk poolbeen zieh tussen twee inslagdraden (1, 2), (3,4), (5,6) (7, 8) uitstrekt, en dat er zieh tussen twee naburige poolbenen telkens minstens twee inslagdragen (4,5) bevinden.
14. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens conclusie 13 met het kenmerk dat de poollussen (29) volgens een V- binding ingebonden zijn.
15. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens conclusies
13 t/m 14, met het kenmerk dat de poollussen (29) telkens om twee inslagdraden (2, 3), (6, 7) omgebogen zijn.
16. Fluweelweefsel, met gerichte pool, volgens conclusie
15, met het kenmerk dat de poollussen (29) volgens een
2/8-V-binding ingebonden zijn.
<Desc/Clms Page number 22>
17. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens conclusie 15 of 16, met het kenmerk dat ten opzichte van de opeenvolgende inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) van een groep van vier inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8), met een tweede (2, 6) en een derde inslagdraad (3, 7) waarrond een poollus gevormd is, elke figuurkettingdraad (15, 16), (17, 18) een opeenvolging van posities heeft, zoals bepaald in een van de volgende reeksen :
a) rugzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. b) rugzijde, poolzijde, poolzijde, poolzijde. c) poolzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde. d) poolzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. e) rugzijde, poolzijde, poolzijde, rugzijde. f) poolzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. g) rugzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde. h) poolzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. i) rugzijde, poolzijde, rugzijde, rugzijde. j) rugzijde, rugzijde, poolzijde, rugzijde. k) poolzijde, rugzijde, poolzijde, poolzijde. l) poolzijde, poolzijde, rugzijde, poolzijde. m) rugzijde, rugzijde, rugzijde, poolzijde. n) poolzijde, rugzijde, rugzijde, rugzijde.
18. Fluweelweefsel met gerichte pool volgens een van de conclusies 13 t/m 17 met het kenmerk dat het verschillend gekleurde inslagdraden (1-8) omvat, en dat de kleur of de verschillende kleuren van de langs de
EMI22.1
poolzijde van de figuurkettingdraden (15, voorziene inslagdraden (1-8, 21, de kleur bepalen van een langs de poolzijde van het fluweelweefsel zichtbare figuur.
19. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens een van de conclusies 13 t/m 18, met het kenmerk dat een of meerdere bijkomende inslagdraden (21, 22) door de figuurkettingdraden (15, 16), (17, 18) ingeweven zijn.
<Desc/Clms Page number 23>
20. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens een van de conclusies 13 t/m 18, met het kenmerk dat een of meerdere bijkomende inslagdraden (21, 22) vlottend langs de poolzijde van het fluweelweefsel voorzien zijn, en nu en dan ingeweven zijn.
21. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens conclusie 19 of 20, met het kenmerk dat minstens een bijkomende inslagdraad (22) voorzien is tussen twee inslagdraden (2, 3), (6, 7) waarrond een poollus (29) gevormd is.
22. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens een van de conclusies 15 t/m 21, met het kenmerk dat de inslagdraden (1-8) ingebonden worden door paren van samenwerkende bindkettingdraden (11, 12), (13, 14), dewelke elkaar herhaaldelijk kruisen zodat tussen de kruispunten opeenvolgende openingen (26, 27, 28) gevormd worden, en dat van een groep van vier opeenvolgende inslagdraden (1, 2, 3, 4), (5, 6, 7, 8) met een tweede (2, 6) en een derde inslagdraad (3, 7) waarrond een poollus (29) gevormd is, de eerste (1, 5) en de tweede inslagdraad (2, 6) van die groep zich samen in een eerste opening (26) uitstreken, terwijl de derde (3, 7) en de vierde inslagdraad (4, 8) van die groep zich respectievelijk in een tweede (27) en een derde opening (28) tussen de bindkettingdraden (11, 12), (13, 14) uitstrekken.
23. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens een van de conclusies 13 t/m 22, met het kenmerk dat op de rugzijde van het fluweelweefsel een coating (23) of een weefsel (24) aangebracht is om de poollussen (29) vast te houden.
24. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens een van de conclusies 13 t/m 22, met het kenmerk dat op de rug- zijde van het fluweelweefsel een coating (23) aange- bracht is, om de poollussen (29) vast te houden, en dat op de coating (23) een weefsel (24) aangebracht is.
<Desc/Clms Page number 24>
25. Fluweelweefsel met gerichte pool, volgens conclusie 23 of 24, met het kenmerk dat dat het weefsel (24) een glad rugoppervlak (25) heeft.
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9400910A BE1008839A5 (nl) | 1994-10-07 | 1994-10-07 | Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel. |
| DE1995137030 DE19537030A1 (de) | 1994-10-07 | 1995-10-05 | Arbeitsweise für die Herstellung eines Samtgewebes |
| NL1001355A NL1001355C2 (nl) | 1994-10-07 | 1995-10-05 | Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel. |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9400910A BE1008839A5 (nl) | 1994-10-07 | 1994-10-07 | Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1008839A5 true BE1008839A5 (nl) | 1996-08-06 |
Family
ID=3888402
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE9400910A BE1008839A5 (nl) | 1994-10-07 | 1994-10-07 | Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1008839A5 (nl) |
| DE (1) | DE19537030A1 (nl) |
| NL (1) | NL1001355C2 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB419766A (en) * | 1932-08-20 | 1934-11-19 | Naamlooze Vennootschap Gebrs V | Improvements in or relating to the weaving of double pile fabrics |
| EP0380808A1 (de) * | 1989-01-10 | 1990-08-08 | Leo Schellens B.V. | Verfahren und Vorrichtung zum Herstellen eines Jacquard-Schattenvelours |
| EP0384140A1 (de) * | 1989-02-01 | 1990-08-29 | PARABEAM Industrie- en Handelsonderneming B.V. | Doppelplüschgewebe |
| BE1004509A4 (nl) * | 1991-02-15 | 1992-12-01 | Haezebrouck Weverij Bvba | Werkwijze voor het dubbelstuk-weven van schaduwfluweel en volgens deze werkwijze vervaardigd schaduwfluweel. |
-
1994
- 1994-10-07 BE BE9400910A patent/BE1008839A5/nl not_active IP Right Cessation
-
1995
- 1995-10-05 NL NL1001355A patent/NL1001355C2/nl not_active IP Right Cessation
- 1995-10-05 DE DE1995137030 patent/DE19537030A1/de not_active Withdrawn
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB419766A (en) * | 1932-08-20 | 1934-11-19 | Naamlooze Vennootschap Gebrs V | Improvements in or relating to the weaving of double pile fabrics |
| EP0380808A1 (de) * | 1989-01-10 | 1990-08-08 | Leo Schellens B.V. | Verfahren und Vorrichtung zum Herstellen eines Jacquard-Schattenvelours |
| EP0384140A1 (de) * | 1989-02-01 | 1990-08-29 | PARABEAM Industrie- en Handelsonderneming B.V. | Doppelplüschgewebe |
| BE1004509A4 (nl) * | 1991-02-15 | 1992-12-01 | Haezebrouck Weverij Bvba | Werkwijze voor het dubbelstuk-weven van schaduwfluweel en volgens deze werkwijze vervaardigd schaduwfluweel. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE19537030A1 (de) | 1996-06-20 |
| NL1001355C2 (nl) | 1996-11-12 |
| NL1001355A1 (nl) | 1996-07-11 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1016008A4 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het weven van dubbelzijdig bruikbare weefsels. | |
| BE1013266A3 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een hoogkorig poolweefsel. | |
| BE1020430A3 (nl) | Werkwijze voor het weven van een poolweefsel met poolvrije zones. | |
| BE1021026B1 (nl) | Tapijt met een schaduweffect en werkwijze voor het weven van een tapijtweefsel met een schaduweffect. | |
| BE1015103A3 (nl) | Werkwijze voor het weven van een poolweefsel. | |
| BE1016849A3 (nl) | Werkwijze voor het weven van weefsels met zones met een ribstructuur met een grote variatie in kleureffecten. | |
| BE1011348A3 (nl) | Werkwijze voor het weven van dubbelstuktapijten en tapijtweefsels met verbeterde eigenschappen. | |
| BE1012357A3 (nl) | Werkwijze voor het dubbelstukweven van poolweefsels. | |
| BE1008839A5 (nl) | Werkwijze voor de vervaardiging van een fluweelweefsel. | |
| BE1023598A1 (nl) | Werkwijze voor het dubbelstukweven van weefsels met figuurkettingdraden | |
| BE1012005A3 (nl) | Werkwijze voor het weven van een poolweefsel met hoge pooldichtheid. | |
| BE1004509A4 (nl) | Werkwijze voor het dubbelstuk-weven van schaduwfluweel en volgens deze werkwijze vervaardigd schaduwfluweel. | |
| EP1180556B1 (de) | Verfahren zur Herstellung eines Doppelpolgewebes | |
| BE1014129A3 (nl) | Werkwijze voor het dubbelstukweven van schaduwfluweel. | |
| BE1011689A5 (nl) | Werkwijze voor het weven van een poolweefsel met toepassing van bindingscorrecties. | |
| BE1014573A5 (nl) | Uitrusting van een weefmachine, werkwijze voor het wijzigen van een weefmachine-uitrusting, en weefprocede gebruik makend van een weefmachine met zo'n uitrusting. | |
| EP0943711B1 (de) | Frottiergewebe mit Reliefeffekt und Verfahren zu dessen Herstellung | |
| NL2019894B1 (nl) | Meerlaags doek met daarin gevormde buidels en werkwijze voor het vervaardigen daarvan | |
| US1707956A (en) | Elastic woven fabric | |
| BE1005208A4 (nl) | Werkwijze voor het weven van dubbelstuk jacquardpoolweefsels, en volgens een dergelijke werkwijze vervaardigde poolweefsels. | |
| BE1008684A5 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een dubbelstukpoolweefsel met poolhoogteverschillen. | |
| NL1006160C2 (nl) | Jacquard-schaduwvelours, inrichting en werkwijze voor het vervaardigen van een dergelijke jacquard-schaduwvelours. | |
| BE1015032A6 (nl) | Badstofweefsel en werkwijze voor de vervaardiging ervan. | |
| BE1010423A3 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het vervaardigen van een lussenpoolweefsel. | |
| BE1009343A3 (nl) | Weefsel. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Owner name: *WEVERIJ HAZEBROUCK B.V.B.A. Effective date: 20021031 |