BE1009385A3 - Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine. - Google Patents

Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine. Download PDF

Info

Publication number
BE1009385A3
BE1009385A3 BE9500426A BE9500426A BE1009385A3 BE 1009385 A3 BE1009385 A3 BE 1009385A3 BE 9500426 A BE9500426 A BE 9500426A BE 9500426 A BE9500426 A BE 9500426A BE 1009385 A3 BE1009385 A3 BE 1009385A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
bobbin
rack
thread
bobbins
yarn
Prior art date
Application number
BE9500426A
Other languages
English (en)
Inventor
Carlo Derudder
Erik Vermeulen
Original Assignee
Michel Van De Wiele N V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Michel Van De Wiele N V filed Critical Michel Van De Wiele N V
Priority to BE9500426A priority Critical patent/BE1009385A3/nl
Priority to EP96870061A priority patent/EP0742297B1/en
Priority to DE69617311T priority patent/DE69617311T2/de
Priority to TR96/00381A priority patent/TR199600381A1/xx
Priority to US08/644,154 priority patent/US5752549A/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1009385A3 publication Critical patent/BE1009385A3/nl

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02HWARPING, BEAMING OR LEASING
    • D02H1/00Creels, i.e. apparatus for supplying a multiplicity of individual threads
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H59/00Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators
    • B65H59/02Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by regulating delivery of material from supply package
    • B65H59/04Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by regulating delivery of material from supply package by devices acting on package or support
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H59/00Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators
    • B65H59/10Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by devices acting on running material and not associated with supply or take-up devices
    • B65H59/36Floating elements compensating for irregularities in supply or take-up of material
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2701/00Handled material; Storage means
    • B65H2701/30Handled filamentary material
    • B65H2701/31Textiles threads or artificial strands of filaments

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)

Abstract

De werking van een draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine wordt gelijkmatiger wanneer ze vooraan in elke rekdeur en tussen twee geleidroosters (13) wordt aangebracht en dat elke kettinggarenrbobijn (1) afgeremd wordt door een doorlopende bandrem (12) per rij of gedeelte van een rij, zodat de bobijnen (1) die op het voorste gedeelte van het rek (3) geplaatst zijn, naar wens meer of minder afgeremd worden dan de achterste bobijnen.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



     DRAADSPANNINGS-EN   TERUGTREKINRICHTING
VOOR WEEFMACHINE 
De huidige uitvinding betreft een draadspannings-en terugtrekinrichting alsook een afreminrichting voor weefmachine. 



    Ze vindt vooral toepassing in jacquard-weefma-    chines met verschillend garenverbruik voor iedere individuele kettingdraad. 



   Door Belgisch octrooi nr. 905. 810 is een werkwijze bekend voor het af een bobijn trekken van draad bij weefmachines, alsmede een inrichting hierbij aangewend. Elke draad wordt door een achter de bobijn geplaatste draadgeleider geleid, op zulke wijze dat de afstand tussen de draadgeleider en de bobijn, hoofdzakelijk gedurende het weefproces, automatisch wordt geregeld. 



   Ook andere spaninrichtingen zijn in de literatuur omschreven. Zij bestaan uit   een   of meerdere krammen of schakels die telkens eens voor en eens achter de bobijn op de afgetrokken draadlus gehangen worden. De afgetrokken kettingdraad wordt eerst naar achter over de achterste omkeer geleidspil geslagen en daar terug naar voren gebracht over de voorste geleidspil. Een eerste kram of schakel wordt over de kettinggarenlus tussen de achterste geleidspil en bobijn gehangen en een tweede kram wordt tussen de voorste geleidspil en bobijn gehangen. De twee krammen vormen met de draad een soort bandrem op het cylindrisch oppervlak van de bobijn. 



  Wanneer kettinggaren verbruikt wordt in de weefzone, spant de kettingdraad zich op. Beide krammen worden door de zich opspannende kettingdraad geheven totdat de 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 garenlus tussen de krammen de bobijn voldoende vrijlaat, zodat deze zich met zijn huls om de draagspil kan verdraaien, waardoor kettinggaren afgewikkeld wordt. Door deze afwikkeling vallen de krammen opnieuw op de bobijn en gaan deze opnieuw afremmen. Bij de valbeweging van de voorste kram wordt ook het garen uit de weefzone teruggetrokken en aangespannen. 



   De spanning op het kettinggaren wordt bepaald door het gewicht van de krammen en het aantal wrijvingspunten van voorliggende geleide spillen en roosters. 



  Deze spanningsinrichting is eenvoudig te maken en is vrij goedkoop. Ze heeft echter een aantal nadelen. 



   Een eerste nadeel is dat een kram, geplaatst in het meest achterste gedeelte van het rek, minder ef-   ficiënt   is dan een kram geplaatst in het voorste gedeelte van het rek. Door het groter aantal wrijvingspunten over de geleidspillen en de tussenroosters wordt het kettinggaren ten eerste minder efficiënt teruggetrokken en ten tweede wordt de weerstand voor het doortrekken van kettinggaren groter : de pool zal neiging hebben om voor deze kettingdraden korter te worden. 



   Een tweede nadeel is dat het vervangen van een bobijn vrij tijdrovend is. De bobijnopzetter moet eerst beide krammen of schakels op de naburige geleidspil hangen. Hij moet dan een oude bobijn verwijderen en een nieuwe bobijn plaatsen en moet uiteindelijk de kettingdraad van de oude bobijn afknippen en aanknopen aan het begin van de nieuwe bobijn. Hij moet ook deze bobijn verdraaien tot de kettingdraad op spanning gekomen is en dan opnieuw de krammen van de geleidspillen voor en achter de bobijn op de kettingdraad trekken. 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 



   Een derde nadeel is dat men over een reeks krammen of schakels met verschillend gewicht moet beschikken om de kettingspanning te kunnen veranderen voor aanpassing aan verschillende types garen of garensoort. 



   Om deze nadelen te verhelpen, wordt volgens deze uitvinding vooraan in elke rekdeur en tussen twee roosters een spanningsinrichting aangebracht en elke kettinggarenbobijn wordt afgeremd door een doorlopende bandrem per rij of gedeelte van een rij. 



  Hierdoor kunnen de voorste bobijnen, die op het voorste gedeelte van het rek geplaatst zijn, meer afgeremd worden dan de achterste, die dus minder afgeremd worden en ook omgekeerd. 



   De spaninrichting bevindt zich op nagenoeg dezelfde afstand van de weefzone of inlooprooster. Het vervangen van een bobijn wordt minder tijdrovend doordat de manipulatie van gewichten wegvalt. Aanpassing aan garensoort kan door inwerking op veerspanning. 



   Ook wordt op elke bobijn een nieuwe reminrichting voorgesteld, die op de volgende wijze verwezenlijkt wordt. De draagspil van elke bobijn wordt met een plastieken huls uitgerust die verdraaibaar is aangebracht. 



   Deze draaihuls wordt aan een zijde voorzien van een uitkraging met V-groef of een gegroefd wieltje uit kunststof wordt aan de draaihuls gelijmd. 



  De draaihuls wordt met de U-groefzijde eerst op de draagspil geschoven en draaibaar bevestigd. Per rij, of van een gedeelte per rij, wordt een koord of snoer over de V-groefschijven gespannen en aan een zijde opgespannen door spaninrichting of veer. Deze koord of 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 snoer werkt als een houdrem op iedere huls waardoor de opgestoken bobijn het afgetrokken garen op spanning houdt tussen de omkeergeleidspil en de spaninrichting. 



  Dit brengt als voordeel mee dat de bobijn makkelijk kan afgenomen en vervangen worden door een nieuwe. De afreminrichting met draaihuls blijft op de draagspil van het rek en de bobijn wordt met eigen kartonhuls op de draaihuls geschoven zodat de gewichten nu niet meer dienen afgenomen of opgeplaatst te worden. Dit betekent een aanzienlijke tijdwinst bij het vervangen van de bobijnen in het rek. De remkracht op de bobijnen kan ingesteld worden door de koord of snoer min of meer aan te spannen. 



  Krammen met een verschillend gewicht zijn dus niet meer nodig. Het rek kan ingedeeld worden in compartimenten met bijvoorbeeld vooraan meer remming dan achteraan of omgekeerd volgens noodzaak voor goede werking. 



   Deze en andere kenmerken en bijzonderheden van de draadspanningsinrichting vloeien, volgens de uitvinding, voort uit de volgende beschrijving waarin verwezen wordt naar de hierbij gevoegde tekeningen. 



   Deze tekeningen zijn :   figuur l   : een zijaanzicht van een bobijnrek met spaninrichting behorend tot de stand van de tech- niek ; figuur 2 : een zijaanzicht overeenkomstig met dit 
 EMI4.1 
 van figuur 1 van de spaninrichting volgens de uitvinding ; figuur 3 : een zijaanzicht van de bevestiging van de veerspanning van een draadopspannings-en te- 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 
 EMI5.1 
 rugtrekinrichting volgens de uitvinding figuur 4 : een vooraanzicht van de draadspannings- en terugtrekinrichting volgens de uitvinding. 



   In   deze figuren verwijzen dezelfde referentie-   tekens naar gelijke of gelijkaardige elementen. 



   Bij jacquard-weefmachinesmet eenverschillend garengebruik voor iedere individuele kettingdraad 10 worden de figuur-of poolkettingdraden vanaf de individuele bobijnen 1 naar de weefzone 2 toegevoerd. Deze bobijnen 1 worden in een rek 3 achter de weefmachine geplaatst. Zo een rek 3 bestaat, zoals afgebeeld in figuur   1,   uit een aantal deuren die aan beide zijden een aantal draag-en geleidspindels 4,5 hebben. De deuren worden naast elkaar opgesteld. Men onderscheidt draaibare deuren : het rek 3 heeft vooraan een vaste draaias op een onderlinge vaste afstand en het deurraam kan om deze vertikale as scharnieren om een betere toegang tot de bobijnen 1 te verschaffen in de richting van achter naar voor. Andere rekken worden vast opgesteld : tussen twee deuren laat men dan voldoende ruimte om toegang tot de bobijnen te verschaffen voor vervanging of aanvulling. 



   Een aantal spillen zijn in de hoogte en een aantal in de diepte opgesteld. Er kunnen een beperkt aantal deuren naast elkaar   in breedterichting   of inslagrichting van de weefmachine geplaatst worden. Het aantal bobijnen 1 in de hoogte wordt beperkt tot een veelvoud van het aantal koor of kleurstelsels waarmee geweven wordt. Dit aantal kan ook verdeeld worden over het gelijkvloers en   een   verdieping. Dit is vooral het geval wanneer men met grote garenvoorraad per bobijn wil wer- 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 ken. Om het totaal benodigd aantal bobijnen 1 te bereiken, wordt het rek 3 dan vooral in de diepte uitgebouwd. Elke bobijn 1 wordt met behulp van een draaihuls 6 op een draagspil geschoven.

   De bobijn kan via deze draaihuls 6 zelf verdraaibaar zijn op de spil, maar de huls kan ook op een tweede draaihuls 6 geschoven worden, die steeds draaibaar verbonden blijft op de draagspil van het rek 3. Het gareneinde van de bobijn 1 wordt eerst over een achterliggende geleidspil 5 omgeslagen en dan terug naar voren gevoerd over de voorliggende geleidspil. Het gareneinde wordt dan, over het aantal voorliggende geleidspil doorheen eventuele tussenroosters naar het   deurrooster 13,   die het groot aantal draden van elkaar moet scheiden, naar voren in het rek 3 geleid. 



  Van dit deurrooster 13 wordt het garen getrechterd naar een inlooprooster dat niet voorgesteld wordt. Vanaf dit inlooprooster wordt de kettingdraad 10 in lagen doorheen eventuele kettinggarenwachters gevoerd en vandaar naar de weefzone 2, waar de kettingdraad 10 uiteindelijk verweven wordt tot een weefsel. 



   Bij het vormen van de weefgaap wordt elke individuele kettingdraad bij opeenvolgende inslaginbrengingen op verschillende standen gebracht door de jacquard-hevel, die via een harnaskoord bewogen wordt door de jacquard-inrichting. Om de kettingdraad 10 tijdens de beweging en de stilstand in een bepaalde stand onder spanning te houden, wordt op elke bobijn 1 in het rek 3 een spanningsinrichting voorzien. Bij dubbelstuk weefmachines, in het bijzonder voor poolweefsels, zijn ofwel twee ofwel drie standen nodig naargelang de enkelspoelige of dubbelspoelige weefmethode gebruikt wordt. 



  In elk van deze standen dient de poolkettingdraad onder spanning gehouden te worden alsook tijdens de beweging voor gaapwissel teneinde, enerzijds, te verhinderen dat 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 de pooldraden zouden slap vallen en met elkaar zouden verstengelen, maar, anderzijds, ook om een zuivere poollus te trekken met gelijkmatige poolhoogte en om slappe lussen op de rug van het tapijt en slappe lussen tussen poolrijen van inbindende poolkettingdraden 10 te vermijden. M. a. w. bestaat de   proDleemstelling   erin het poolmateriaal zo gestrekt mogelijk te verweven teneinde overmatig poolmateriaalverbruik te beperken en om een gelijkmatig pooloppervlak te verzekeren. Hiertoe moet zelfs poolgaren uit de weefzone naar het rek 3 teruggetrokken worden en dit bij een zo gelijkmatig mogelijke spanning voor alle bobijnen 1 (figuur 2). 



   De   draadspannings-en   terugtrekinrichting wordt vooraan in de deuren van het rek 3 en tussen twee geleidroosters 13 geplaatst. Zoals afgebeeld in figuren 3 en 4, bestaat deze draadspanningsinrichting uit een metalen strip 7 die vertikaal en schuifbaar is opgesteld in een U-vormige houder 8. 



  Bovenaan deze strip 7 is in een boring een doorvoeroog 9 aangebracht. Hierdoor kan deze strip 7 niet uit de gleuf vallen. 



   In een eerste uitvoeringsvorm, afgebeeld in figuur 3, werken alle strips 7   onder invloed van hun ge-   wicht naar beneden en trekken de kettingdraad 10, die door het bovenste doorvoeroog 9 loopt, in een V-lus naar beneden waardoor de kettingdraad 10 teruggetrokken wordt en dus op spanning gehouden wordt. De strip 7 moet een zekere lengte hebben om een voldoend gewicht te hebben. 



   In een tweede uitvoeringsvorm, afgebeeld in figuur 4, worden de strips 7 voldoende kort gehouden en belast met een trekveer 11 waarvan de voorspanning kan ingesteld worden. Bovendien kan de garenlaag per rij 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 bobijen van het rek 3 gesplitst worden in een onder-en bovenlaag. Een eerste rij naar omlaag werkende strips 7 werkt op de onderlaag en een tweede rij naar omhoog werkende strips 7 werkt op de bovenlaag. Hierdoor kan de kettinggarenlaag in twee lagen verdeeld worden waardoor de garens minder op elkaar gaan wrijven en waardoor de kans voor onderlinge verstengeling geringer wordt. 



  De terugtrekkracht kan ingesteld worden door regeling van de voorspanning   van de veer 11,   die per rij in groepen kan geregeld worden door instelling met behulp van instelmoeren 12 (zie fig. 4). De veren kunnen in twee vlakken naast elkaar werken zodat deze in de hoogtedeling van de bobijnen 1 kunnen ondergebracht worden. 



   Deze draadspanningsinrichting werkt voor alle kettingdraden 10 op nagenoeg dezelfde afstand van de weefzone 2 en de terugtrekkracht is dus niet meer zo afhankelijk van de diepte van de bobijn 1 in het rek 3. De poolhoogte van dubbelstuk weefsels zal gelijkmatiger worden. Deze inrichting blijft ook werken bij de verwisseling van een bobijn 1 op het rek 3. De verwisseling van een bobijn 1 geeft minder storing op het weefproces.

Claims (5)

  1. CONCLUSIES 1. Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weef- machine met het kenmerk dat ze uit lamellen (7) met doorvoeroog (9) bestaat die schuifbaar in een houder (q) zijn opgesteld en vooraan in elke rek- deur en tussen twee geleidroosters (13) is aange- bracht.
  2. 2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat elke lamel de draad door eigen gewicht op- spant.
  3. 3. Inrichting volgnes conclusie 1, met het kenmerk dat elke lamel de draad door weerspanning opspant. EMI9.1
  4. 4. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat elke kettinggarenbobijn (1) afgeremd wordt door een doorlopende bandrem (12) per rij of ge- deelte van een rij, zodat de bobijnen (1), die op het voorste gedeelte van het rek (3) zijn ge- plaatst, naar wens meer afgeremd worden dan de achterste bobijnen, die minder afgeremd worden.
  5. 5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk dat de draagspil (4) van elke bobijn met een plas- tieken draaihuls (6) wordt uitgerust die aan de zijde van een V-groefschijf of uitkraging met V-groef wordt voorzien waarover een bandrem (12) gespannen is, die aan een uiteinde door een span- inrichting opgespannen wordt om als afreminrich- ting te dienen.
BE9500426A 1995-05-11 1995-05-11 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine. BE1009385A3 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9500426A BE1009385A3 (nl) 1995-05-11 1995-05-11 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine.
EP96870061A EP0742297B1 (en) 1995-05-11 1996-05-07 Thread-tensioning and pull-back device for weaving machine
DE69617311T DE69617311T2 (de) 1995-05-11 1996-05-07 Fadenspann- und Rückzugvorrichtung für eine Webmaschine
TR96/00381A TR199600381A1 (tr) 1995-05-11 1996-05-09 Dokuma makinesi icin iplik-germe ve geri cekme aleti.
US08/644,154 US5752549A (en) 1995-05-11 1996-05-10 Work thread-tensioning and pull-back device for jacquard pile weaving machine creel

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9500426A BE1009385A3 (nl) 1995-05-11 1995-05-11 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1009385A3 true BE1009385A3 (nl) 1997-03-04

Family

ID=3888976

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9500426A BE1009385A3 (nl) 1995-05-11 1995-05-11 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1009385A3 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2885158A (en) * 1957-08-05 1959-05-05 Koppelman Edward Creel
FR1196127A (fr) * 1958-05-14 1959-11-20 Récupérateur à baladeur à tension mécanique constante pour matériaux linéaires souples
NL6401645A (nl) * 1964-02-21 1965-08-23
GB1162216A (en) * 1965-11-26 1969-08-20 Heberlein & Co Ag Improvements in or relating to a Device for Controlling Thread Tension
BE905810A (nl) * 1986-11-25 1987-05-25 Picanol Nv Werkwijze voor het af een bobijn trekken van draad bij weefmachines, alsmede inrichting hierbij aangewend.

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2885158A (en) * 1957-08-05 1959-05-05 Koppelman Edward Creel
FR1196127A (fr) * 1958-05-14 1959-11-20 Récupérateur à baladeur à tension mécanique constante pour matériaux linéaires souples
NL6401645A (nl) * 1964-02-21 1965-08-23
GB1162216A (en) * 1965-11-26 1969-08-20 Heberlein & Co Ag Improvements in or relating to a Device for Controlling Thread Tension
BE905810A (nl) * 1986-11-25 1987-05-25 Picanol Nv Werkwijze voor het af een bobijn trekken van draad bij weefmachines, alsmede inrichting hierbij aangewend.

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5752549A (en) Work thread-tensioning and pull-back device for jacquard pile weaving machine creel
JP3418562B2 (ja) 電子制御サンプル整経機
BE1027382B1 (nl) Een opstelling van een weefmachine en een garenvoorraadinrichting met een bijhorende garenspanningsinrichting
CA1163530A (en) Parallel thread supply
US6247504B1 (en) Device for tensioning and drawing back warp yarns coming from a creel to a weaving machine
BE1009385A3 (nl) Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine.
US2764367A (en) Tension and let-off device and method
US7178558B2 (en) Modular weaving for short production runs
US4326322A (en) Beaming machine
BE1010270A4 (nl) Weefrek en werkwijze voor bobijnwissel.
CN110485056B (zh) 一种数字化全自动打结网编织机
US7318456B2 (en) Modular weaving system with individual yarn control
BE1008376A3 (nl) Weefmachine met afvallint.
BE1010060A6 (nl) Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek.
Gandhi Yarn preparation for weaving: Warping
US20040221910A1 (en) Method and face-to-face weaving machine for face-to-face weaving of an upper and a lower fabric
US20040195425A1 (en) Yarn tensioning device and arrays thereof
BE1027384B1 (nl) Gaapvormingsinrichting
JP3418568B2 (ja) 電子制御サンプル整経機における糸交換機構
US4091512A (en) Deweaving apparatus for textile tapes
US6671937B1 (en) Rotary creel for electronically controlled sample warper
BE1027254B1 (nl) Werkwijze voor het aanvullen van garenvoorraden in een garenvoorraadinrichting van een textielmachine en een hiervoor voorziene garenvoorraadinrichting
JPS6118052Y2 (nl)
BE1019609A3 (nl) Opslagelement voor inslagdraad.
BE1018606A3 (nl) Inrichting voor het voeden van inslagdraad.