<Desc/Clms Page number 1>
Bouwelement Deze uitvinding heeft betrekking op een bouwelement voor het opbouwen van een muur, meer bepaald een thermisch geïsoleerde muur.
Men weet dat de op dit ogenblik gebruikelijke isolatietechnieken vereisen dat een isolerende laag tegen een muur of wand wordt aangebracht, nadat de muur of wand is opgebouwd.
In het algemeen worden geïsoleerde spouwmuren toegepast die van binnen naar buiten, hoofdzakelijk bestaan uit een binnenmuur, een isolerende laag, een spouw en een buitenmuur.
Zulke spouwmuren worden verwezenlijkt door eerst de binnenmuur op te bouwen, waarbij tussen de voegen op welgekozen afstanden pennen worden aangebracht, waarna met behulp van de voornoemde pennen, tegen de buitenzijde van de binnenmuur isolerende platen worden aangebracht, vaak bestaande uit polyurethaanschuim.
Vervolgens wordt op een geringe afstand ten opzichte van de voornoemde binnenmuur de gevelmuur opgebouwd die meestal bestaat uit siersteen.
Het nadeel van deze gebruikelijke bouwtechniek is dat de isolerende platen met aandacht voor detail dienen te worden aangebracht, wat op een bouwwerf niet vanzelfsprekend is.
<Desc/Clms Page number 2>
De isolerende platen dienen namelijk nauw met elkaar aan te sluiten omdat anders koudebruggen ontstaan. Bovendien mogen deze isolerende platen met de tijd niet loskomen, wat de kwaliteit van de isolatie sterk zou benadelen en zelfs vochtproblemen kan veroorzaken.
Bovendien is het een moeilijke opgave de isolerende platen overal nauw passend tegen de buitenzijde van de binnenmuur aan te brengen, daar dit bijvoorbeeld bemoeilijkt wordt door uitpuilende cementdelen.
Tenslotte brengt het aanbrengen van een voornoemde isolerende laag een hoge kost met zich mee.
De huidige uitvinding heeft een bouwelement tot doel dat de voornoemde en andere nadelen uitsluit.
Tot dit doel bestaat het bouwelement volgens de uitvinding uit minstens een constructief element en minstens een isolerend element die met elkaar zijn verbonden.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm bestaat het constructief element uit lichtbeton, terwijl het isolerend element bestaat uit polyurethaanschuim.
Het voordeel hiervan is dat lichte bouwelementen bekomen worden die verlijmd kunnen worden. Een ander voordeel hiervan is dat, zowel lichtbeton, als polyurethaanschuim verwerkt kunnen worden door middel van een gietwerkwijze.
<Desc/Clms Page number 3>
Volgens de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm is het constructief element een bouwsteen, bestaande uit lichtbeton, en is het isolerend element uit polyurethaanschuim tegen de bouwsteen aangebracht, en zijn het constructief element en het isolerend element met elkaar verbonden door middel van samenwerkende ribben en groeven, voorzien aan het constructief element, enerzijds, en het isolerend element, anderzijds.
Het is duidelijk dat zulk bouwelement vooral voordelig is voor het bouwen van een geïsoleerde muur, waarbij de verbinding tussen het constructief element en het isolerend element, welke bij voorkeur met behulp van ribben en groeven wordt gerealiseerd, het voordeel biedt dat de productie gerealiseerd kan worden met een eenvoudige gietwerkwijze.
Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen is hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter een voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven van een bouwelement, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin:
Figuur 1 in perspectief een bouwelement volgens de uitvinding weergeeft; figuur 2 een uiteengenomen zicht weergeeft van het bouwelement volgens figuur 1; figuur 3 in perspectief en op kleinere schaal een gedeelte van een spouwmuur weergeeft, waarvan de binnenmuur is opgebouwd uit bouwstenen volgens de uitvinding ;
<Desc/Clms Page number 4>
figuur 4 een doorsnede weergeeft volgens lijn IV-IV in figuur 3;
Het bouwelement 1 volgens de uitvinding bestaat in hoofdzaak uit een constructief element 2, meer speciaal een bouwsteen 3 verwezenlijkt uit lichtbeton, en een daarmee verbonden isolerend element 4, in dit geval een kunststof, bijvoorbeeld polyurehaanschuim.
Het isolerend element 4 is met de bouwsteen 3 verbonden door middel van hechtingsmiddelen 5, die in deze uitvoering worden gevormd door ribben 6 en groeven 7 welke voorzien zijn aan het verbindingsvlak 8, van het isolerend element 4.
De ribben 6 en groeven 7 zijn zwaluwstaartvormig uitgevoerd en strekken zich rechtlijnig uit over de volledige hoogte H van het isolerend element 4.
In figuren 3 en 4 is een spouwmuur 9 weergegeven, waarvan de binnenmuur 10 is opgebouwd met bouwelementen 1 volgens de uitvinding, waarbij het isolerend element 4 van ieder bouwelement 1 naar de buitenzijde 11 is gericht, en waarbij, tussen de verschillende bouwelementen 1, een bindmiddel 12, bij voorkeur lijm, wordt aangebracht, welke, zowel de bouwstenen 3, als de isolerende elementen 4 onderling verbindt, een en ander zodanig dat het geheel van aan elkaar verlijmde isolerende elementen 4 een isolerende laag 13 vormt.
De buitenmuur 14, die op een afstand S van de isolerende laag 13 is gelegen, is opgebouwd uit gevelstenen 15,
<Desc/Clms Page number 5>
tussen dewelke een gebruikelijke gecementeerde verbinding 16 is voorzien.
Het gebruik van een hiervoor beschreven bouwelement 1 volgens de uitvinding is zeer eenvoudig en als volgt.
Om een geïsoleerde muur 9 op te bouwen, worden de bouwelementen 1, met het isolerend element 4 telkens aan dezelfde zijde, tegen elkaar geplaatst met tussenvoeging van een bindmiddel 12, zoals cementmortel, lijm of dergelijke.
Het bindmiddel 12 wordt bij voorkeur, zowel ter plaatse van het constructief element 2, meer speciaal de bouwsteen 3, als aan de zijranden van het isolerende element 4 aangebracht, waardoor men in één bewerking één gesloten isolerende laag 13 bekomt.
Vervolgens kan de muur worden afgewerkt. In het geval van een spouwmuur 9, worden de isolerende elementen 4 allen naar de buitenzijde 11 gericht en wordt op gebruikelijke wijze een buitenmuur 14 op een afstand S van de bouwelementen 1 opgebouwd.
Het is duidelijk dat de bouwelementen 1 tevens met hun isolerend element 4 naar binnen gericht samengebouwd kunnen worden, en dat de muur vervolgens bezet wordt aan de buitenzijde 11. De binnenzijde kan dan eventueel verder worden afgewerkt met gipsplaten of dergelijke.
Ook de fabricage van het bouwelement 1 volgens de uitvinding is zeer eenvoudig.
<Desc/Clms Page number 6>
Om een bouwelement 1 volgens de uitvinding te vormen, kan men bijvoorbeeld uitgaan van een plaat voorgevormd polyurethaanschuim, die voorzien is van de voornoemde ribben 6 en groeven 7, en die men op de bodem van een vorm plaatst, waarna men op deze plaat het lichtbeton giet om het bouwelement 1 te bekomen.
Door de aanwezigheid van de bij voorkeur zwaluwstaartvormige groeven 7, bekomt men dat het lichtbeton hierin vloeit en dat, na verharding, een stevige verbinding wordt bekomen tussen het constructief element 2 en het isolerend element 4.
Het is duidelijk dat de vorm van het bouwelement 1 niet beperkt is tot de beschreven balkvorm, en dat, zowel het constructief element 2, als het isolerend element 4 diverse vormen kunnen aannemen.
Tevens is het duidelijk dat de hechtingsmiddelen 5, welke het constructief element 2 en het isolerend element 4 met elkaar verbinden, op verschillende wijzen gevormd kunnen worden.
Ook is het duidelijk dat de materialen van, zowel het constructief element 2, als van het isolerend element 4 kunnen verschillen van de beschreven combinatie van lichtbeton, enerzijds, en polyurethaanschuim, anderzijds.
De huidige uitvinding is dan ook geenszins beperkt tot het als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven bouwelement, doch zulk bouwelement kan in allerlei vormen
<Desc/Clms Page number 7>
en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.