BE1016322A3 - Regeltoestel in een straalweefgetouw voor het invoegen van de inslagdraad. - Google Patents

Regeltoestel in een straalweefgetouw voor het invoegen van de inslagdraad. Download PDF

Info

Publication number
BE1016322A3
BE1016322A3 BE2004/0492A BE200400492A BE1016322A3 BE 1016322 A3 BE1016322 A3 BE 1016322A3 BE 2004/0492 A BE2004/0492 A BE 2004/0492A BE 200400492 A BE200400492 A BE 200400492A BE 1016322 A3 BE1016322 A3 BE 1016322A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
weft thread
arrival
timing
control
moment
Prior art date
Application number
BE2004/0492A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Toyota Jidoshokki Kk
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Toyota Jidoshokki Kk filed Critical Toyota Jidoshokki Kk
Application granted granted Critical
Publication of BE1016322A3 publication Critical patent/BE1016322A3/nl

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D47/00Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
    • D03D47/28Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed
    • D03D47/30Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed by gas jet
    • D03D47/3026Air supply systems
    • D03D47/3053Arrangements or lay out of air supply systems
    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D47/00Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
    • D03D47/28Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed
    • D03D47/30Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed by gas jet
    • D03D47/3026Air supply systems
    • D03D47/3033Controlling the air supply
    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D47/00Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
    • D03D47/28Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed
    • D03D47/30Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed by gas jet
    • D03D47/3026Air supply systems
    • D03D47/3033Controlling the air supply
    • D03D47/304Controlling of the air supply to the auxiliary nozzles

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)

Abstract

Een inslagdraaddetector 19 dient om een moment van aankomst van inslagdraad y te detecteren. Een regelcomputer C regelt de druk in de toevoertanks 25 en 26 voor perslucht op basis van een verschil tussen een gemiddelde waarde van een aantal getecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden en het beoogde moment van aankomst. Deze drukregeling gebeurt door een drukbijstelparameter van drukregelkleppen 27 en 28 te regelen. Verder, op basis van een verschil tussen gedetecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraad en het beoogde moment van aankomst, regelt de regelcomputer C bij de volgende invoeging van inslagdraad, de timing van het openen en sluiten van elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten.

Description


  Regeltoestel in een straalweefgetouw voor het invoegen van de inslagdraad.

ACHTERGROND VAN DE UITVINDING

  
1. Toepassingsgebied van de uitvinding

  
De huidige uitvinding heeft betrekking op een regeltoestel in een straalweefgetouw voor het invoegen van de inslagdraad, uitgerust met een blaasmond voor het invoegen van de inslagdraad door middel van het injecteren van lucht en een klep die open en dicht gaat en die de timing voor het toevoeren van perslucht aan de blaasmond voor het invoegen van de inslagdraad kan wijzigen.

  
2. Beschrijving van de aanverwante technologie

  
In een straalweefgetouw waarin het invoegen van de inslagdraad gebeurt door lucht te injecteren vanuit een hoofdblaasmond voor het invoegen van inslagdraad en een hulp-inslagblaasmond, is het belangrijk het moment van aankomst van een inslagdraad aan de invoegkant goed te regelen teneinde de vereiste stofkwaliteit te kunnen garanderen. Daartoe werd een regeltoestel voor het invoeren van de inslagdraad beschreven in JP 5-59638 A, waarbij halverwege een inslagdraad invoeghoek wordt gedetecteerd en, uitgaande van dit resultaat, een drukgolfvorm van de hoofdblaasmond voor het invoegen van de inslagdraad instelbaar kan worden gewijzigd op het moment waarop de injectie daarvan voltooid is.

   Verder, volgens een werkwijze voor het regelen van het invoegen van de inslagdraad, beschreven in JP 9-228192 A, wordt perslucht geïnjecteerd via een inslagblaasmond door middel van de wederzijdse samenwerking tussen een route voor perslucht onder hoge druk en een route voor perslucht onder lage druk. Verder, uitgaande van een afwijking tussen het vastgestelde moment van aankomst van de inslagdraad en een standaard moment van aankomst van de inslagdraad, worden een injectieperiode van perslucht onder hoge druk en een aanvangstijd voor het invoegen van inslagdraad onder lage druk gewijzigd teneinde de afwijking voor de volgende invoeging van inslagdraad vanaf dat moment te wijzigen.

  
Bij het toestel beschreven in JP 5-59638 A wordt getracht om de verandering van de drukgolfvorm tijdens het invoegen van de inslagdraad te regelen terwijl de hoek halverwege het invoegen van de inslagdraad wordt gedetecteerd. Het is echter bijzonder moeilijk zowel de hoek halverwege het invoegen van de inslagdraad te detecteren en de drukgolfvorm overeenstemmend met het vastgestelde resultaat op een regelbare manier te wijzigen binnen de periode van het invoegen van de inslagdraad, die tamelijk kort is. Met andere woorden, het regelbaar wijzigen van de drukgolfvorm kan niet tijdig plaatsvinden.

  
In de regelwerkwijze beschreven in JP 9-228192 A variëren de injectieperiode onder hoge druklucht en de aanvangstijd van het invoegen van de inslagdraad onder lage druk, teneinde voornoemde afwijking op het moment van het invoegen van de inslagdraad volgend op het moment van invoegen van de inslagdraad waarop het moment van aankomst van de inslagdraad werd vastgesteld te elimineren, waardoor het mogelijk wordt een situatie te vermijden waarin de regeling niet tijdig kan plaatsvinden.

  
Met een werkwijze waarbij de injectieperiode onder hoge luchtdruk en de aanvangstijd voor het invoegen van de inslagdraad onder lage druk voor de volgende invoeging van inslagdraad vanaf dat moment enkel geregeld worden op basis van een enkel vastgesteld moment van aankomst van een inslagdraad, is het echter nogal moeilijk om het vastgestelde moment van aankomst van de inslagdraad mooi te laten samenvallen met een standaard moment van aankomst voor de inslagdraad.

SAMENVATTING VAN DE UITVINDING

  
De huidige uitvinding beoogt het moment van aankomst van de inslagdraad mooi te laten samenvallen met het beoogde moment van aankomst van de inslagdraad.

  
Om de bovenstaande doelstelling van de huidige uitvinding te kunnen verwezenlijken, reikt de huidige uitvinding een regeltoestel aan voor het invoegen van inslagdraad voor een straalweefgetouw, uitgerust met een blaasmond voor het invoegen van de inslagdraad door middel van het injecteren van lucht en kleppen die open en dicht gaan en die de timing voor het toevoeren van perslucht aan de blaasmond voor het invoegen van de inslagdraad kunnen wijzigen.

   Het regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad omvat: middelen om het moment van aankomst van de inslagdraad te detecteren; een regelmiddel voor de injectieparameter om een injectieparameter voor lucht die wordt geïnjecteerd vanuit de inslagblaasmond te regelen, op basis van een verschil tussen een gemiddelde waarde van een aantal momenten van aankomst van de inslagdraden, gedetecteerd door de detectiemiddelen voor het moment van aankomst van de inslagdraad en een vooraf ingesteld beoogd moment van aankomst; en een regelmiddel voor de injectietiming om de timing te regelen van het openen en sluiten van de kleppen die openen en sluiten bij de volgende invoeging van de inslagdraad, op basis van een verschil tussen een enkel moment van aankomst van de inslagdraad, gedetecteerd door de detectiemiddelen voor het moment van aankomst van de inslagdraad, en het beoogde moment van aankomst.

  
Hier verwijst de regeling van de timing van het openen en sluiten van de kleppen die openen en sluiten enkel naar de regeling van de timing van het opengaan, of enkel naar de regeling van de timing van het sluiten, of de regeling van zowel de timing van het openen als het sluiten.

BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN

  
In de bijgaande tekeningen:

  
is figuur 1 een diagram dat een schematische voorstelling geeft van een constructie volgens een eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding;

  
zijn de figuren 2A, 2B en 2C tijdsgrafieken die de regeling van de timing van het openen en sluiten illustreren; en

  
is figuur 3 een stroomdiagram dat een regelprogramma voor het invoegen van de inslagdraad weergeeft voor het uitvoeren van een regeling van de injectiedruk en een regeling van de injectietiming.

BESCHRIJVING VAN DE VOORKEURDRAGENDE UITVOERINGSVORM

  
Hierna wordt een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding beschreven met verwijzing naar figuren 1 tot en met 3.

  
Cijfer 11 verwijst naar een meet/opslagtoestel van het wikkeltype. Het wikkelen van inslagdraad rond een garenwikkelvlak 111 van het meet/opslagtoestel voor inslagdraad 11 en het uittrekken en afwikkelen van inslagdraad van het garenwikkelvlak 111 wordt geregeld via een invoeg/afwikkeloperatie van een vergrendelingspen 121 van een elektromagneet 12. Het bekrachtigen/deactiveren van de elektromagneet 12 gebeurt via een besturingscontrole van een regelcomputer C die het bekrachtigen/deactiveren van de elektromagneet 12 regelt, uitgaande van informatie betreffende het afwikkelen van de inslagdraad, vastgesteld door een inslagdraadafwikkeldetector

  
13. De inslagdraadafwikkeldetector 13 detecteert het afwikkelen van garen dat op het garenwikkelvlak 111 gewikkeld is.

  
Inslagdraad Y die van het garenwikkelvlak 111 wordt getrokken en wordt geïnjecteerd vanuit een hoofdblaasmond voor het invoegen van de inslagdraad 14 wordt aan een relaisinjectie onderworpen door meerdere hulpblaasmonden 15, 16, 17 en 18 voor het invoegen van de inslagdraden. Wanneer het invoegen van de inslagdraad op bevredigende wijze heeft plaatsgevonden, wordt de inslagdraad Y gedetecteerd door een inslagdraaddetector 19 binnen een vooraf bepaald draaihoekbereik van de machine. Een detectiesignaal dat het al dan niet aanwezig zijn van de inslagdraad aangeeft en dat afkomstig is van de inslagdraaddetector 19 wordt ingevoerd in de regelcomputer C, die een keuze maakt tussen de werking van de weefmachine laten doorgaan of stopzetten, uitgaande van het detectiesignaal dat het al dan niet aanwezig zijn van de inslagdraad weergeeft.

  
De injectie van perslucht voor het invoegen van inslagdraad aan de hoofdblaasmond 14, als blaasmond voor het invoegen van de inslagdraad, wordt geregeld via het openen en sluiten van een elektromagnetische klep 20 die opent en sluit. De injectie van perslucht voor het invoegen van inslagdraad aan de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18, als blaasmond voor het invoegen van de inslagdraden, wordt geregeld via het openen en sluiten van elektromagnetische kleppen 21, 22, 23 en 24 die openen en sluiten. De elektromagnetische klep 20 die opent en sluit is aangesloten op een toevoertank 25 voor perslucht, en de elektromagnetische kleppen 21, 22, 23 en 24 die openen en sluiten zijn aangesloten op een toevoertank 26 voor perslucht.

   De elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten zijn kleppen die openen en sluiten en die de timing voor de toevoer van perslucht naar de blaasmond voor het invoegen van de inslagdraden kunnen wijzigen.

  
De besturing voor het openen en sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten gebeurt via een opdracht afkomstig van de regelcomputer C. De regelcomputer C regelt het openen en sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten op basis van een detectiesignaal van de rotatiehoek van de weefmachine, verkregen van een roterend codeertoestel 30 voor rotatiehoekdetectie bij weefmachines.

  
De toevoertanks 25 en 26 voor perslucht zijn aangesloten op een hoofddruktank 29 via elektrische drukregelkleppen
27 en 28. De drukregelklep 27 dient om de druk van de toevoertank 25 voor perslucht bij te regelen, en de drukregelklep 28 dient om de druk van de toevoertank 26 voor perslucht bij te regelen.

  
Figuren 2A, 2B en 2C zijn timingsgrafieken die de timing van het openen en sluiten weergeven van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten, m.a.w. de timing van de injectie in de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad. De horizontale as geeft tijd T weer, en de verticale as geeft de aankomstpositie weer van het voorste uiteinde van een ingeslagen inslagdraad
(invoegpositie inslagdraad). In de horizontale as wordt het hoekbereik van een deel van een rotatie van de weefmachine (een krukhoek met een bereik van 360 graden) vervangen door een tijdsweergave.

  
Lijn M geeft de injectietiming van de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad weer, en lijnen El, E2, E3 en E4 geven de injectietiming van de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad. Tijd To geeft het tijdstip weer waarop het opgewikkelde garen van het garenwikkelvlak 111 loskomt door de losmaakwerking van de vergrendelingspen 121, met andere woorden het tijdstip waarop de bekrachtiging van de elektromagneet 12 aanvangt. Tijd Ml geeft de openingstiming weer voor de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit voor de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en voor de elektromagnetische klep 21 die opent en sluit voor de hulpblaasmond groep 15 voor het invoegen van de inslagdraad.

   De tijdstippen E2s, E3s en E4s geven de timing weer voor het openen van de elektromagnetische kleppen 22 tot en met 24 die openen en sluiten voor de hulpblaasmond groepen 16 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad. De openingstiming E2s, E3s en E4s voor de elektromagnetische kleppen 22 tot en met 24 die openen en sluiten liggen vast. Tijdstip M2 geeft de sluitingstiming weer voor de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit
20 de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad, en tijdstippen Ele, E2e, E3e en E4e geven de sluitingstiming weer voor de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 24 die openen en sluiten voor de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad. Hierna kunnen Ele, E2e, E3e en E4e eveneens worden uitgedrukt als Eje (j = 1, 2, 3, 4).

  
De sluitingstiming Ele, E2e, E3e en E4e van de injectietiminglijnen M en El tot en met E4 zijn ingesteld op een vooraf bepaalde sluitingstiming die als referentie geldt. Lijn Dl in figuur 2A en lijn D2 in figuur 2B geven voorbeelden weer van de trajectstatus van een inslagdraad Y.

  
Op de toevoertanks 25 en 26 voor perslucht zijn drukdetectors 31 en 32 aangesloten, en informatie over de gedetecteerde druk, verkregen door de drukdetectors 31 en
32, wordt in de regelcomputer C ingevoerd. De regelcomputer C geeft een feedbackcontrole aan de drukregelkleppen 27 en
28, gebaseerd op de informatie over de druk afkomstig van de drukdetectors 31 en 32.

  
De regelcomputer C detecteert het moment van aankomst van de inslagdraad op basis van een inslagdraad-detectiesignaal verkregen van de inslagdraaddetector 19 en een detectiesignaal betreffende de rotatiehoek van de weefmachine, verkregen van het roterend codeertoestel 30. De inslagdraaddetector 19, het roterend codeertoestel 30 en de regelcomputer C vormen samen een detectiemiddel voor het moment van aankomst van de inslagdraad: zij detecteren het tijdstip waarop de inslagdraad de eindzijde van de inslagdraadinvoeging bereikt (met andere woorden, het detectiegebied voor de inslagdraaddetector

  
19). De regelcomputer C voert een aandrijfsturing uit op de drukregelkleppen 27 en 28, uitgaande van het gedetecteerde moment van aankomst van de inslagdraad teneinde de druk van de toevoertanks 25 en 26 voor perslucht te regelen. De regelcomputer C voert met andere woorden een injectiedrukregeling uit op de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad.

  
Figuur 3 is een stroomdiagram dat een regelprogramma voor het invoegen van de inslagdraad weergeeft voor het uitvoeren van een injectiedrukregeling en een regeling van de injectietiming. Hierna wordt de regeling voor het invoegen van de inslagdraad zoals weergegeven in het stroomdiagram in figuur 3 geïllustreerd. 

  
De regelcomputer C oordeelt of het bemonsteringsaantal afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden TW, verkregen via de inslagdraaddetector 19, een vooraf bepaald aantal N bereikt heeft (bijv. N = 50) (stap SI). Wanneer het bemonsteringsaantal afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden TW het vooraf bepaalde aantal N bereikt heeft (wanneer het antwoord in stap SI JA is), berekent de regelcomputer C de gemiddelde waarde <TW> van het vooraf bepaalde aantal momenten van aankomst van de inslagdraden TW (stap S2). Met andere woorden, de berekening van de gemiddelde waarde <TW> wordt uitgevoerd voor elke N invoeging van inslagdraad.

   De regelcomputer beoordeelt de grootterelatie tussen de absolute waarde van het verschil tussen het beoogde moment van aankomst TWo van de inslagdraad Y en de gemiddelde waarde <TW> van het gedetecteerde afzonderlijke moment van aankomst van de inslagdraden, (TWo - <TW>) , en een toelaatbaar verschil a (> 0) (stap S3) .

  
Wanneer de absolute waarde van het verschil (TWo - <TW>) niet meer is dan het toelaatbare verschil a (m.a.w. wanneer het antwoord in stap S3 JA is), houdt de regelcomputer C de injectiedruk aan de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en de injectiedruk aan de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad op hun bestaande niveau (stap S4). Wanneer de absolute waarde van het verschil (TWo - <TW>) het toelaatbare verschil a overschrijdt (m.a.w. wanneer het antwoord in stap S3 NEEN is), wijzigt de regelcomputer C de injectiedruk aan de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad zodanig dat de absolute waarde van het verschil (TWo - <TW>) samenvalt met het toelaatbare verschil a (stap S5).

   Wanneer (<TW> - TWo) > a, met andere woorden wanneer de inslagdraad te laat aankomt, wijzigt de regelcomputer C de drukregelingsvoorwaarden van de drukregelkleppen 27 en 28 zodanig dat er meer injectiedruk komt aan de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad. Wanneer (<TW> - TWo) < -a, met andere woorden wanneer de inslagdraad te vroeg aankomt, wijzigt de regelcomputer C de drukregelingsvoorwaarden van de drukregelkleppen 27 en 28 zodanig dat de injectiedruk aan de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en de hulpblaasmond groepen
15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad daalt.

  
Wanneer het antwoord in stap SI NEEN is (m.a.w. wanneer het bemonsteringsaantal afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden TW het vooraf bepaalde aantal N niet bereikt heeft), of na de stappen S4 en S5, beoordeelt de regelcomputer C de grootterelatie tussen het verschil (TW -

  
 <EMI ID=1.1> 

  
S6). Wanneer het gedetecteerde verschil (TW - TWo) op het moment van invoeging van deze inslagdraad [aangeduid met P(l)] niet minder bedraagt dan de grenswaarde (3 (m.a.w. wanneer het antwoord in stap S6 JA is), zal de regelcomputer C alles zodanig regelen dat de sluittijd van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten vertraagd wordt voor de volgende invoeging van inslagdraad [aangeduid met P(2)] (S7).

  
De waarde van (3 laat een willekeurige invoering en instelling door een invoertoestel 33 toe (weergegeven in figuur 1) dat via een signaal verbonden is met de regelcomputer C.

  
Figuur 2B is een timingsgrafiek die de timing van de injectie aan de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en aan de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad weergeeft. De timing van de injectie in figuur 2B is hetzelfde als deze in figuur 2A. Lijn D2 geeft een voorbeeld weer van de trajectstatus van een inslagdraad Y waarbij het verschil (TW - TWo) niet minder <EMI ID=2.1> 

  
Bij de vertragingsregeling in stap S7 wordt de timing van het sluiten, bijvoorbeeld aan de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit, vertraagd door het verschil (TW - TWo) , en de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 23 die openen en sluiten wordt vertraagd door het dubbele verschil (TW - TWo). Figuur 2C is een timingsgrafiek die de timing van de injectie aan de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en aan de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad weergeeft, na het regelen van de injectietiming in figuur 2B.

   Figuur 2C geeft een geval weer waarin de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit vertraagd wordt door het verschil (TW - TWo) en waarin de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 23 die openen en sluiten vertraagd wordt door het dubbele verschil
(TW - TWo).

  
Wanneer het antwoord in stap S6 NEEN is, met andere woorden wanneer het verschil (TW - TWo) dat wordt gedetecteerd op het moment van het invoegen van de inslagdraad P (l) minder bedraagt dan de grenswaarde (3, oordeelt de regelcomputer C of de huidige invoeging van inslagdraad P (l) al dan niet in een voortzettingsmodus met vertraagde regeling verkeert
(stap S8).

  
Bovendien, wanneer het verschil (TW - TWo) de grenswaarde (3 bij de volgende invoeging van inslagdraad P(2), geregeld in stap S7, niet bereikt, zal de regelcomputer C een vertraging blijven regelen voor een vooraf bepaald aantal invoegingen van inslagdraad, te beginnen vanaf de invoeging na de volgende invoeging [weergegeven met P(3)].

  
We zullen de voortgezette regeling met vertraging illustreren aan de hand van het geval in figuur 2C. We nemen als uitgangspunt dat de vertraging van de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit [met andere woorden (TW - TWo)] y is, en dat de vertraging van de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 23 die openen en

  
 <EMI ID=3.1> 

  
regelcomputer C wij zigt de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit bij het invoegen van de inslagdraad na de volgende invoeging P(3) in [M2 + y (1 - 1/n)], en wijzigt de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen 21 tot en met
23 die openen en sluiten bij de invoeging van de

  
 <EMI ID=4.1> 

  
1/n)], waarbij n een geheel getal is van niet minder dan
2.

  
Bijvoorbeeld, wanneer n 2 is, zal de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit bij de invoeging van de inslagdraad na de volgende invoeging P(3) [M2 + y/2] zijn, en de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 23 die openen en sluiten zal [Eje + 5/2] zijn. Met andere woorden, in dit geval bevindt de invoeging van de inslagdraad na de volgende invoeging zich in de voortzettingsmodus met vertraagde regeling. Vervolgens, bij de invoeging van inslagdraad [weergegeven met P(4)] volgend op de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging P(3), is de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit [M2 + y/3] , de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 23 die openen en sluiten is Eje.

   Met andere woorden, in dit geval verkeert de invoeging van inslagdraad P(4) volgend op de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging P(3) niet in de voortzettingsmodus met vertraagde regeling.

  
Wanneer n 3 is, is de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit bij de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging P(3) [M2 + y x 2/3] en de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 23 die openen en

  
 <EMI ID=5.1> 

  
geval gebeurt de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging in de voortzettingsmodus met vertraagde regeling. Vervolgens, bij de invoeging van inslagdraad [aangeduid met P (4) volgend op de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging P(3), is de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep 20 die opent en

  
 <EMI ID=6.1> 

  
elektromagnetische kleppen 21 tot en met 23 die openen en  <EMI ID=7.1> 

  
gebeurt de invoeging van inslagdraad P(4) volgend op de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging P(3) in de voortzettingsmodus met vertraagde regeling. En, bij de invoeging van inslagdraad [aangeduid met P(5)] drie invoegingen na de volgende invoeging van inslagdraad P(2), is de timing van het sluiten aan de elektromagnetische klep die opent en sluit 20 M2, en de timing van het sluiten aan de elektromagnetische kleppen die openen en sluiten 21 tot en met 23 is Eje. Met andere woorden, in dit geval gebeurt de invoeging van inslagdraad P(5) drie invoegingen na de volgende invoeging van inslagdraad P(2) niet in de voortzettingsmodus met vertraagde regeling.

  
Wanneer het antwoord in stap S8 JA is (met andere woorden in het geval van de voortzettingsmodus met vertraagde

  
 <EMI ID=8.1> 

  
+ 1)/n] (stap S9), waarbij k een geheel getal is binnen het bereik van 0 < k < n. Wanneer n 2 is, is k 1, en wanneer n 3 is, is k 1, 2. Met andere woorden, stap S9 geeft de voortgezette regeling met vertraging weer of de stopzetting van de voortgezette regeling met vertraging.

  
De waarde van n laat een willekeurige invoering en instelling door het invoertoestel 33 toe.

  
De regelcomputer C, die alles regelt zoals hiervoor beschreven, is een injectievoorwaarde regelingsmiddel dat de injectievoorwaarden van de geïnjecteerde lucht vanuit de blaasmond regelt voor het invoegen van de inslagdraden
(in deze uitvoeringsvorm de luchtdruk in de toevoertanks
25 en 26 voor perslucht) op basis van het verschil tussen de gemiddelde waarde <TW> van meerdere gedetecteerde af zonderlij ke momenten van aankomst van de inslagdraden TW en het vooraf ingestelde beoogde moment van aankomst TWo.

   Verder is de regelcomputer C een middel voor het regelen van de injectietiming dat de timing van het openen en sluiten regelt (in deze uitvoeringsvorm, de timing van het sluiten) van de klep die opent en sluit bij de volgende invoeging van inslagdraad P(2), op basis van het verschil tussen het gedetecteerde afzonderlijke moment van aankomst van de inslagdraad TW en het beoogde moment van aankomst TWo. De drukregelkleppen 27 en 28, waarvan de voorwaarden voor de drukregeling gewijzigd worden door de regelcomputer C, zijn luchtinjectie-bijstelmiddelen voor het bijstellen van de injectievoorwaarden van de lucht die vanuit de blaasmond voor het invoegen van de inslagdraden geïnjecteerd wordt.

  
Deze uitvoeringsvorm biedt de volgende voordelen:

  
(1-1) De regelcomputer C regelt de druk in de toevoertanks
25 en 26 voor perslucht op basis van het verschil tussen de gemiddelde waarde <TW> van een aantal gedetecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden en het beoogde moment van aankomst TWo. Met andere woorden, de regelcomputer C regelt de injectiedruk (de injectievoorwaarden van de geïnjecteerde lucht) aan de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad en de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad, op basis van het verschil tussen de gemiddelde waarde <TW> van een aantal gedetecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden en het vooraf ingestelde beoogde moment van aankomst TWo.

   De regeling van de injectiedruk op basis van het verschil tussen de gemiddelde waarde <TW> van een aantal gedetecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden en het beoogde moment van aankomst TWo
(waarnaar hierna verwezen wordt als de gemiddelde waarderegeling) kan trage fluctuaties in het moment van aankomst van de inslagdraad aan.

  
Verder regelt de regelcomputer C de timing van het openen en sluiten (in deze uitvoeringsvorm enkel de timing van het sluiten) van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten bij de volgende invoeging van inslagdraad P(2), op basis van het verschil tussen de gedetecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraad TW bij de timing van de invoeging van inslagdraad P (l) en het beoogde moment van aankomst TWo.

   De regeling van de timing van het openen en sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 op basis van het verschil tussen het gedetecteerde afzonderlijke moment van aankomst van de inslagdraad TW en het beoogde moment van aankomst TWo (waarnaar hierna verwezen wordt als de regeling in real time) kan grote, plotse fluctuaties in het moment van aankomst van de inslagdraad aan als gevolg van onregelmatigheden die zijn toe te schrijven aan de dikte van de inslagdraad, pluizen, enz.

  
Bijvoorbeeld, bij de klassieke regeling van de invoeging van inslagdraad waarbij enkel de gemiddelde waarde wordt geregeld zal, wanneer er plotseling een grote fluctuatie optreedt in het moment van aankomst van de inslagdraad, de injectiedruk niet snel en correct kunnen worden geregeld vanaf de volgende invoeging van inslagdraad (de drukregeling is met andere woorden vertraagd), waardoor het onmogelijk is de plotse, grote fluctuatie in het moment van aankomst van de inslagdraad snel te reduceren.

  
De regelcomputer C voert een regeling van de invoeging van inslagdraad uit, die een combinatie is van de gemiddelde waarderegeling en de regeling in real time. Wanneer er bijgevolg een plotse, grote vertraging optreedt in het moment van aankomst van de inslagdraad bij de invoeging van inslagdraad P(l), wordt de periode van de luchtinjectie aan het meet/opslagtoestel voor inslagdraad
11 en de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad verlengd bij de volgende invoeging van inslagdraad P(2), waarbij het mogelijk is grote vertragingen in het moment van aankomst van de inslagdraad te onderdrukken bij de volgende invoeging van inslagdraad P(2).

   Zodoende is een combinatie van de injectievoorwaardenregeling waarbij gebruik wordt gemaakt van de gemiddelde waarde <TW> van een aantal momenten van aankomst van de inslagdraden TW (de gemiddelde waarderegeling) en de regeling van de timing van het openen en sluiten waarbij gebruik wordt gemaakt van een enkel moment van aankomst van de inslagdraad TW (de regeling in real time) doeltreffend in die zin dat het moment van aankomst van de inslagdraad netjes samenvalt met het beoogde moment van aankomst van de inslagdraad.

  
(1-2) Wanneer er een grote vertraging is in het moment van aankomst van de inslagdraad, zal de inslagdraad wellicht verslappen. Wanneer het afzonderlijke moment van aankomst van de inslagdraad sterk vertraagd wordt [met andere woorden, het afzonderlijke moment van aankomst van de

  
 <EMI ID=9.1>  van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 vertraagd worden bij de volgende invoeging van inslagdraad P(2), zodanig dat de vertraging in het moment van aankomst van de inslagdraad onderdrukt wordt, waardoor het verslappen van de inslagdraad vermeden wordt.

  
(1-3) De regelcomputer C regelt alles zo dat de timing van het sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten vertraagd worden bij de invoeging van inslagdraad P(2) volgend op de invoeging van inslagdraad P(l), waarbij het afzonderlijke moment van aankomst van de inslagdraad sterk vertraagd wordt. Wanneer zo'n vertragingsregeling plaatsvindt, wordt alles zo geregeld dat de grootte van de vertraging in de timing van het sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten gereduceerd wordt vanaf de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging P(3) [met andere woorden, vanaf de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging wanneer het moment van aankomst van de inslagdraad sterk vertraagd is bij de invoeging van inslagdraad P(l)].

  
We gaan ervan uit dat, bij een invoeging van inslagdraad waarbij de timing van het sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten sterk vertraagd is [met andere woorden, bij de invoeging van inslagdraad P(2) volgend op de invoeging van inslagdraad P(l) waarbij het moment van aankomst van de inslagdraad sterk vertraagd is], de vertraging in de gedetecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraad minder bedraagt dan een vooraf bepaalde periode (met

  
 <EMI ID=10.1>  grootte van de vertraging in de timing van het sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten bij de invoeging van inslagdraad P(3) na de volgende invoeging tot nul wordt herleid, bestaat de vrees dat het moment van aankomst van de inslagdraad zodanig zal fluctueren dat het een vertraging oploopt ten aanzien van het beoogde moment van aankomst TWo. De regeling om de grootte van de vertraging in de timing van het sluiten van de elektromagnetische kleppen 20 tot en met 24 die openen en sluiten te reduceren vanaf de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging werkt doeltreffend in die zin dat het fluctuaties in het moment van aankomst van de inslagdraad verhindert, zodanig dat er geen vertraging optreedt ten opzichte van het beoogde moment van aankomst TWo.

  
Volgens onderhavige uitvinding zijn de volgende uitvoeringsvormen eveneens mogelijk:

  
(1) Terwijl in de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm de injectiedruk (met andere woorden, de luchtdruk in de toevoertanks 25 en 26 voor perslucht) wordt aangewend als parameter voor de injectie van de lucht die wordt geïnjecteerd vanaf de blaasmond voor het invoegen van de inslagdraden, is het eveneens mogelijk de snelheid van de luchtstroom als parameter voor de injectie van de lucht te gebruiken. In dat geval kan een elektrische regelklep voor de stroomsnelheid worden aangebracht in het gedeelte van de stroombaan tussen de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit en de toevoertank 25 voor perslucht, en er kan een elektrische regelklep voor de stroomsnelheid worden aangebracht tussen de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 24 die openen en sluiten en de toevoertank 26 voor perslucht.

   Verder, op basis van het verschil tussen de gemiddelde waarde van een aantal gedetecteerde momenten van aankomst van de inslagdraden en een vooraf ingesteld beoogd moment van aankomst, wordt alles zo geregeld dat de bijstelparameter van de stroomsnelheid van de stroomsnelheidsregelklep zodanig gewijzigd wordt dat dit verschil wordt geëlimineerd. Dat helpt eveneens om trage fluctuaties in het moment van aankomst van de inslagdraad te ondervangen.

  
(2) Het is eveneens mogelij k om de timing van het openen en sluiten van de klep die opent en sluit als parameter voor de luchtinjectie aan te wenden. In dat geval, op basis van het verschil tussen de gemiddelde waarde van een aantal gedetecteerde momenten van aankomst van de inslagdraden en een vooraf ingesteld beoogd moment van aankomst, kan de regeling zo gebeuren dat de timing van het openen en sluiten van de klep die opent en sluit wordt gewijzigd, teneinde bedoeld verschil te elimineren. Het helpt eveneens om trage fluctuaties in het moment van aankomst van de inslagdraad te ondervangen.

  
(3) Verder is het mogelij k de inslagdraadafwikkel-detector 13 te gebruiken als detectiemiddel voor de aankomst van de inslagdraad.

  
(4) Bij de regeling in real time, wanneer de timing van het openen en sluiten van de klep die opent en sluit geregeld moet worden, is het eveneens mogelijk zowel de timing van de opening als de timing van het sluiten te regelen.

  
(5) Bij de regeling in real time, wanneer de timing van het openen en sluiten van de klep die opent en sluit geregeld moet worden, is het eveneens mogelijk enkel de timing van het openen te regelen.

  
(6) Bij de regeling in real time is het eveneens mogelijk enkel de timing van het openen en sluiten van de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 24 die openen en sluiten van de hulpinvoeging van inslagdraad blaasmond groepen 15 tot en met 18 te regelen.

  
(7) Bij de regeling in real time is het eveneens mogelijk enkel de timing van het openen en sluiten van een deel van de elektromagnetische kleppen 21 tot en met 24 die openen en sluiten van de hulpinvoeging van inslagdraad blaasmond groepen 15 tot en met 18 te regelen.

  
(8) Bij de regeling in real time is het eveneens mogelijk enkel de timing van het openen en sluiten van de elektromagnetische klep 20 die opent en sluit van de hoofdblaasmond 14 voor het invoegen van de inslagdraad te regelen.

  
(9) Bij de regeling van de gemiddelde waarde is het eveneens mogelijk enkel de injectiedruk aan de hulpblaasmond groepen 15 tot en met 18 voor het invoegen van de inslagdraad te regelen (met andere woorden, de luchtdruk in de toevoertank 26 voor perslucht).

  
(10) Bij de regeling in real time is het eveneens mogelijk stappen S8 en S9 van het stroomdiagram in figuur 3 niet uit te voeren. Met andere woorden, wanneer (TW - TWo)

  
 <EMI ID=11.1>  dan kan n in stap S9 van figuur 3 worden ingesteld op 3, zodanig dat de waarde van n varieert volgens de grootte van het verschil (TW - TWo).

  
(11) Bij de regeling van de gemiddelde waarde kan men, in plaats van de oudste van de N monsters van de gedetecteerde afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden te nemen, eveneens een bewegende gemiddelde waarde gebruiken, waarbij een nieuw gedetecteerd afzonderlijk moment van aankomst van de inslagdraad wordt aangenomen.

Claims (6)

Conclusies.
1. Een regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad voor een straalweefgetouw, uitgerust met een blaasmond (14, 15 tot en met 18) voor het invoegen van een inslagdraad (Y) door middel van het injecteren van lucht, en kleppen (20 tot en met 24) die openen en sluiten en die de timing kunnen wijzigen van de perslucht die aan de blaasmond wordt toegevoerd voor het invoegen van de inslagdraad, daardoor gekenmerkt dat het regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad is uitgerust met:
detectiemiddelen (19, 30, C) voor het detecteren van een afzonderlijk moment van aankomst van de inslagdraad (TW);een regelmiddel (C) voor het regelen van een injectieparameter van lucht die is geïnjecteerd vanuit de blaasmond (14, 15 tot en met 18) op basis van een verschil tussen een gemiddelde waarde (<TW>) van een aantal afzonderlijke momenten van aankomst van de inslagdraden (TW), gedetecteerd door de detectiemiddelen (19, 30, C), en een vooraf ingesteld beoogd moment van aankomst (TWo); en regelmiddelen (C) voor het regelen van de timing van het openen en sluiten van de kleppen (20 tot en met 24) bij de volgende invoeging van inslagdraad op basis van een verschil tussen het afzonderlijke moment van aankomst van de inslagdraad (TW), gedetecteerd door de detectiemiddelen (19, 30, C) voor het moment van aankomst van de inslagdraad, en het beoogde moment van aankomst (TWo).
2. Een regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad voor een straalweefgetouw volgens conclusie 1, waarbij, wanneer het gedetecteerde afzonderlijke moment van aankomst van de inslagdraad (TW) vertraging oploopt ten opzichte van het beoogde moment van aankomst (TWo) gedurende een vooraf bepaalde <EMI ID=12.1>
de injectie, bij de volgende invoeging van inslagdraad, de timing van het sluiten (Ele tot en met E4e) van de kleppen (20 tot en met 24) die openen en sluiten zodanig regelt dat er een vertraging in optreedt.
3. Een regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad voor een straalweefgetouw volgens conclusie 2, waarbij wanneer, bij de volgende invoeging van inslagdraad, de regeling zo gebeurt dat de timing van het sluiten van de kleppen (20 tot en met 24) die openen en sluiten vertraagd wordt, de regelmiddelen (C) voor de timing van de injectie, te beginnen vanaf de invoeging van inslagdraad na de volgende invoeging, alles zo zullen regelen dat de grootte van de vertraging in de timing van het sluiten (Ele tot en met E4e) van de kleppen (20 tot en met 24) die openen en sluiten gereduceerd wordt.
4. Een regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad voor een straalweefgetouw volgens een van de conclusies 1 tot en met 3, waarbij het regelmiddel (C) voor de injectieparameter de druk regelt van de lucht die vanaf de blaasmond (14, 15 tot en met 18) voor het invoegen van de inslagdraad wordt geïnjecteerd, de stroomsnelheid van de lucht die vanaf de blaasmond voor het invoegen van de inslagdraad (14, 15 tot en met 18) wordt geïnjecteerd, en de timing van het openen en sluiten van de kleppen die openen en sluiten.
5. Een regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad voor een straalweefgetouw volgens een van de conclusies 1 tot en met 4, die verder een bijstelmiddel (27, 28) voor de luchtinjectie bevat voor het bijstellen van de injectieparameter van de lucht die wordt geïnjecteerd vanuit de blaasmond (14, 15 tot en met 18) voor het invoegen van de inslagdraad, waarbij het regelmiddel (C) voor de injectieparameter een bijstelparameter voor het bijstelmiddel (27, 28) voor de luchtinjectie regelt.
6. Een regeltoestel voor het invoegen van inslagdraad voor een straalweefgetouw volgens een van de conclusies 1 tot en met 5, waarbij de detectiemiddelen (19, 30, C) voor het moment van aankomst van de inslagdraad een inslagdraaddetector (19) omvatten die detecteert of inslagdraad (Y) zich op een vooraf bepaalde positie aan de eindzijde voor de invoeging van inslagdraad bevindt.
BE2004/0492A 2003-10-08 2004-10-07 Regeltoestel in een straalweefgetouw voor het invoegen van de inslagdraad. BE1016322A3 (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP2003349475A JP4399228B2 (ja) 2003-10-08 2003-10-08 ジェットルームにおける緯入れ制御装置

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1016322A3 true BE1016322A3 (nl) 2006-08-01

Family

ID=34541330

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2004/0492A BE1016322A3 (nl) 2003-10-08 2004-10-07 Regeltoestel in een straalweefgetouw voor het invoegen van de inslagdraad.

Country Status (3)

Country Link
JP (1) JP4399228B2 (nl)
CN (1) CN1605669B (nl)
BE (1) BE1016322A3 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN114150421A (zh) * 2020-09-07 2022-03-08 株式会社丰田自动织机 喷气织机的引纬装置

Families Citing this family (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP5216990B2 (ja) 2005-11-21 2013-06-19 ピカノール エアージェット式織機によこ糸を導入する方法とエアージェット式織機
BE1016857A3 (nl) * 2005-11-21 2007-08-07 Picanol Nv Werkwijze voor het inbrengen van een inslagdraad bij een luchtweefmachine en luchtweefmachine.
JP5098299B2 (ja) * 2006-11-03 2012-12-12 株式会社豊田自動織機 エアジェット織機の流量制御弁の異常検出方法
EP2319968B1 (en) * 2009-11-09 2013-01-02 ITEMA S.p.A. Air control system for inserting a weft yarn in a pneumatic weaving loom
CN102268772B (zh) * 2011-07-13 2013-08-21 中达电通股份有限公司 一种喷气织机自动引纬控制系统及方法
JP5958296B2 (ja) * 2012-11-16 2016-07-27 株式会社豊田自動織機 エアジェット織機における圧縮エア流量表示装置
JP6190250B2 (ja) * 2013-11-14 2017-08-30 株式会社豊田自動織機 エアジェット織機の緯糸検知装置
CN104894731A (zh) * 2015-03-12 2015-09-09 天津工业大学 喷气织机引纬气流压力流量测试系统
CN106012243B (zh) * 2015-03-27 2017-08-25 株式会社丰田自动织机 用于喷气织机的纬纱检测装置
JP6447533B2 (ja) * 2016-02-19 2019-01-09 株式会社豊田自動織機 エアジェット織機における緯入れ制御方法及び緯入れ制御装置
JP6994377B2 (ja) * 2017-12-13 2022-01-14 株式会社豊田自動織機 エアジェット織機における緯入れ診断方法
CN113011854B (zh) * 2021-03-29 2024-09-20 广东溢达纺织有限公司 经纱与纬纱匹配结果的确定方法、装置和计算机设备

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0306998A1 (en) * 1987-09-11 1989-03-15 Tsudakoma Corporation Picking controller
WO1992004490A1 (en) * 1990-09-10 1992-03-19 Iro Ab Method for controlling a weft processing system and measuring feeder
EP0503848A1 (en) * 1991-03-08 1992-09-16 Tsudakoma Kogyo Kabushiki Kaisha Control device for weft inserting in jet loom
JPH0559638A (ja) * 1991-08-29 1993-03-09 Toyota Central Res & Dev Lab Inc ジエツトルームにおける緯入れ制御装置
EP0790340A1 (en) * 1996-02-14 1997-08-20 Tsudakoma Kogyo Kabushiki Kaisha Weft insertion control method
EP0832999A1 (en) * 1996-09-26 1998-04-01 Micron Instrument Inc. Weft Control system for looms
JPH1096140A (ja) * 1996-09-19 1998-04-14 Toyota Autom Loom Works Ltd ジェットルームにおける噴射作用調整指示装置

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0306998A1 (en) * 1987-09-11 1989-03-15 Tsudakoma Corporation Picking controller
WO1992004490A1 (en) * 1990-09-10 1992-03-19 Iro Ab Method for controlling a weft processing system and measuring feeder
EP0503848A1 (en) * 1991-03-08 1992-09-16 Tsudakoma Kogyo Kabushiki Kaisha Control device for weft inserting in jet loom
JPH0559638A (ja) * 1991-08-29 1993-03-09 Toyota Central Res & Dev Lab Inc ジエツトルームにおける緯入れ制御装置
EP0790340A1 (en) * 1996-02-14 1997-08-20 Tsudakoma Kogyo Kabushiki Kaisha Weft insertion control method
JPH1096140A (ja) * 1996-09-19 1998-04-14 Toyota Autom Loom Works Ltd ジェットルームにおける噴射作用調整指示装置
EP0832999A1 (en) * 1996-09-26 1998-04-01 Micron Instrument Inc. Weft Control system for looms

Non-Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 017, no. 376 (C - 1084) 15 July 1993 (1993-07-15) *
PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 1998, no. 09 31 July 1998 (1998-07-31) *

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN114150421A (zh) * 2020-09-07 2022-03-08 株式会社丰田自动织机 喷气织机的引纬装置
EP3964613A1 (en) * 2020-09-07 2022-03-09 Kabushiki Kaisha Toyota Jidoshokki Weft insertion device of air jet loom
CN114150421B (zh) * 2020-09-07 2023-12-15 株式会社丰田自动织机 喷气织机的引纬装置

Also Published As

Publication number Publication date
CN1605669A (zh) 2005-04-13
JP4399228B2 (ja) 2010-01-13
CN1605669B (zh) 2010-11-10
JP2005113319A (ja) 2005-04-28

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE1016322A3 (nl) Regeltoestel in een straalweefgetouw voor het invoegen van de inslagdraad.
EP1874989B1 (en) Method for introducing a weft thread in a weaving machine
DE4137681A1 (de) Verfahren und vorrichtung zur verhinderung der erzeugung eines schussstreifens in einem duesenwebstuhl
US7819142B2 (en) Method for introducing a weft thread in an air weaving machine and air weaving machine
JP2701545B2 (ja) ジェットルームにおける緯入れ用圧力制御装置
KR940010634B1 (ko) 유체 제트 직기 및 그 작동 방법
JP2792128B2 (ja) ジェットルームにおける緯入れ制御方法
JPH0532508B2 (nl)
EP2435609B1 (en) Method for inserting a weft thread and airjet weaving machine
JP5098299B2 (ja) エアジェット織機の流量制御弁の異常検出方法
JP2002069800A (ja) 流体噴射式織機の緯入れ制御装置
BE1016900A3 (nl) Werkwijze voor het inbrengen van een inslagdraad bij een weefmachine, en weefmachine.
CN1261631C (zh) 用于控制织造装置的方法及实施上述方法的织造装置
JP2671514B2 (ja) 多色ジェットルームにおける緯入れ制御装置
CN108350627B (zh) 用于插入纬纱的方法
JPH0693534A (ja) ジェットルームにおける緯入れ制御装置
JP2618376B2 (ja) ジエツトルームにおける緯入れ方法
JP2002088617A (ja) 流体噴射式織機の緯入れ制御装置
JP2636467B2 (ja) ジェットルームにおける緯入れ制御装置
JP2898791B2 (ja) ジェットルームの緯入れ制御装置
JPH01183555A (ja) ジェットルームにおける緯入れ状態検出方法
EP3567143B1 (en) Method of controlling weft insertion of air jet loom
CN103370463B (zh) 用于供给纬纱的方法和装置
JPH0559638A (ja) ジエツトルームにおける緯入れ制御装置
JPH0759772B2 (ja) ジエツトル−ムにおける緯入れ方法

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20211031