BE1017809A5 - Ventilatie-inrichting. - Google Patents
Ventilatie-inrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1017809A5 BE1017809A5 BE2007/0492A BE200700492A BE1017809A5 BE 1017809 A5 BE1017809 A5 BE 1017809A5 BE 2007/0492 A BE2007/0492 A BE 2007/0492A BE 200700492 A BE200700492 A BE 200700492A BE 1017809 A5 BE1017809 A5 BE 1017809A5
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- ventilation device
- ventilation
- rebate
- environment
- air flow
- Prior art date
Links
- 238000009423 ventilation Methods 0.000 title claims abstract description 113
- 239000011521 glass Substances 0.000 claims abstract description 9
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 abstract description 20
- 230000035515 penetration Effects 0.000 abstract description 11
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 2
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 2
- 241000195940 Bryophyta Species 0.000 description 1
- 238000009825 accumulation Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 235000011929 mousse Nutrition 0.000 description 1
- 229920001296 polysiloxane Polymers 0.000 description 1
- 238000010998 test method Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E06—DOORS, WINDOWS, SHUTTERS, OR ROLLER BLINDS IN GENERAL; LADDERS
- E06B—FIXED OR MOVABLE CLOSURES FOR OPENINGS IN BUILDINGS, VEHICLES, FENCES OR LIKE ENCLOSURES IN GENERAL, e.g. DOORS, WINDOWS, BLINDS, GATES
- E06B7/00—Special arrangements or measures in connection with doors or windows
- E06B7/02—Special arrangements or measures in connection with doors or windows for providing ventilation, e.g. through double windows; Arrangement of ventilation roses
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E06—DOORS, WINDOWS, SHUTTERS, OR ROLLER BLINDS IN GENERAL; LADDERS
- E06B—FIXED OR MOVABLE CLOSURES FOR OPENINGS IN BUILDINGS, VEHICLES, FENCES OR LIKE ENCLOSURES IN GENERAL, e.g. DOORS, WINDOWS, BLINDS, GATES
- E06B7/00—Special arrangements or measures in connection with doors or windows
- E06B7/02—Special arrangements or measures in connection with doors or windows for providing ventilation, e.g. through double windows; Arrangement of ventilation roses
- E06B7/10—Special arrangements or measures in connection with doors or windows for providing ventilation, e.g. through double windows; Arrangement of ventilation roses by special construction of the frame members
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F24—HEATING; RANGES; VENTILATING
- F24F—AIR-CONDITIONING; AIR-HUMIDIFICATION; VENTILATION; USE OF AIR CURRENTS FOR SCREENING
- F24F13/00—Details common to, or for air-conditioning, air-humidification, ventilation or use of air currents for screening
- F24F13/08—Air-flow control members, e.g. louvres, grilles, flaps or guide plates
- F24F13/18—Air-flow control members, e.g. louvres, grilles, flaps or guide plates specially adapted for insertion in flat panels, e.g. in door or window-pane
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Specific Sealing Or Ventilating Devices For Doors And Windows (AREA)
Abstract
De uitvinding betreft een ventilatie-inrichting (1), omvattende een ventilatiehuis dat voorzien is van één of meerdere profielen (5) die grenzen aan een buitenomgeving (3), omvattende een luchtdoorstroomkanaal (6), en omvattende een sponning (7) van een raam, waarbij het ventilatiehuis voorzien is om in deze sponning (7) te monteren, waarbij de sponning (7) een aanslag en/of een glaslat (8) omvat, waarbij het raam voorzien is om de genoemde binnenomgeving (2) van de genoemde buitenomgeving (3) af te schermen, en waarbij de genoemde één of meerdere profielen (4) van het ventilatiehuis die grenzen aan de binnenomgeving (2) in hun lengterichting doorlopen tot achter de corresponderende glaslat of aanslag (8) van de sponning (7). Met een dergelijke ventilatie-inrichting (1) wordt waterindringing van de buitenomgeving (3) naar de binnenomgeving (2) vermeden onder verschillende hellingsgraden van de ventilatie-inrichting (1).
Description
VENTILATIE-INRICHTING
De uitvinding betreft een ventilatie-inrichting, omvattende een ventilatiehuis dat voorzien is van één of meerdere profielen die grenzen aan een binnenomgeving en één of meerdere profielen die grenzen aan een buitenomgeving, omvattende een luchtdoorstroomkanaal, en omvattende een sponning van een raam, waarbij het ventilatiehuis voorzien is om in deze sponning te monteren, waarbij de sponning een aanslag en/of een glaslat omvat, en waarbij het raam voorzien is om de genoemde binnenomgeving van de genoemde buitenomgeving af te schermen.
Een gekend probleem bij ventilatie-inrichtingen in woningen is, dat wanneer het regent en wanneer de luchtdruk van de binnenomgeving lager is dan deze van de buitenomgeving, bijvoorbeeld als gevolg van een windkracht op de ventilatie-inrichting, water langs de ventilatie-inrichting binnenkomt, ofwel in de ventilatie-inrichting zelf, ofwel in het gebouw. Deze waterindringing is ongewenst. Analoog is bijvoorbeeld ook waterindringing bij ventilatie-inrichtingen in voertuigen een probleem.
Daarom omvat een ventilatie-inrichting meestal een voorziening (een klep, schuif, etc.), zodat het luchtdoorstroomkanaal kan afgesloten worden om waterindringing te voorkomen.
In NL 1 025 600 is bijvoorbeeld een ventilatie-inrichting beschreven die voorzien is van een scharnierende klep die voorzien is voor het regelen van de maximale luchtvolumestroom bij een gegeven drukverschil over de ventilatie-eenheid of voor het volledig afsluiten van de luchtstroom. Om de waterdichtheid van de ventilatie-inrichting te verzekeren wordt hierbij een dichtingelement voorzien, dat ervoor zorgt dat in de gesloten stand van de scharnierende klep het luchtdoorstroomkanaal lucht- en waterdicht is.
Het sluiten van de ventilatie-inrichting verhindert evenwel de initiële bedoeling van de ventilatie-inrichting, namelijk de permanente toevoer van verse lucht. Bijgevolg is een oplossing nodig om waterindringing in elke open stand van de ventilatie-inrichting te vermijden.
Volgens de Vlaamse EnergiePrestatieRegelgeving (EPR), moet een regelbare ventilatie-inrichting voor natuurlijke luchttoevoer waterdicht zijn in de volledig open stand tot een drukverschil van 20 Pa en tot 150 Pa in gesloten stand. Met een regelbare ventilatie-inrichting, wordt een ventilatie-inrichting bedoeld waarbij het debiet aan verse lucht dat met de ventilatie-inrichting wordt aangevoerd bij een gegeven drukverschil, kan ingesteld worden. De bepaling van de waterdichtheid van een ventilatie-inrichting gebeurt volgens de Europese norm EN 13141-1, die op zijn beurt verwijst naar één van de methodes beschreven in de Europese norm EN 1027. In een dergelijke proefmethode, wordt het drukverschil over de ventilatie-inrichting trapsgewijs opgedreven tot het drukverschil waarbij water doorheen het rooster komt. Dit finale drukverschil bepaalt het drukverschil tot waar de ventilatie-inrichting waterdicht is.
Er zijn reeds verschillende manieren gekend om de waterdichtheid van ventilatie-inrichtingen te verhogen in elke open stand.
Een gekende manier om de waterdichtheid van ventilatie-inrichtingen te verhogen bestaat erin de inlaatopening van de ventilatie-inrichting voldoende af te schermen.
Een dergelijke afscherming kan bestaan uit een buitenkap. Uitvoeringsvormen hiervan zijn bijvoorbeeld terug te vinden in NL 1 018 166, WO 03/060387 A1, EP 0 730 126 A2, EP 0 327 186 en EP 1 050 659. Hier wordt telkens een afscherming voorzien aan de buitenzijde van de ventilatie-inrichting, waarbij zowel in WO 03/060387 A1 als in EP 0 730 126 A2 bij de beschrijving van de figuren is aangegeven dat deze dient als weersafscherming. In EP 0 327 186 wordt aangegeven dat waterindringing in de ventilatie-inrichting wordt beperkt doordat de inlaat-opening neerwaarts is gericht. In EP 1 050 659 wordt meegegeven hoe bij een ventilatie-inrichting met regelbare, maar niet-zelfregelende klep, waterindringing in de ventilatie-inrichting wordt beperkt doordat de regelbare klep aan de buitenzijde van het glaspaneel, waarboven de ventilatie-inrichting wordt gemonteerd, is voorzien. Waterindringing wordt goed beperkt vanaf een half open positie van de regelbare klep tot een gesloten positie van de regelbare klep.
Het nadeel van een dergelijke buitenkap is echter dat dit systeem niet altijd kan toegepast worden, zoals bijvoorbeeld bij schuiframen, omdat het raam hierbij tegen de ventilatie-buitenkap aanstoot. De buitenkap maakt de ventilatie-inrichting ook meer zichtbaar van buitenaf wat door velen als minder esthetisch wordt ervaren.
Een andere afscherming is uitgevoerd als een uitwendig rooster, bestaande uit een set naar buiten toe neerwaarts gehelde horizontale lamellen. Een dergelijk rooster is bijvoorbeeld omschreven in GB 2 276 235 A en in GB 2 285 860. In GB 2 276 235 A is dit rooster bovendien onderaan voorzien van neerwaarts gerichte tanden om het regenwater vlot af te voeren. Het rooster uit GB 2 285 860 is hiertoe voorzien van goten per lamel met openingen verbonden met respectievelijke drainagekanalen en een gemeenschappelijke verticale drainagebuis. Dergelijke uitwendige roosters zijn echter een dure oplossing om de waterdichtheid van ventilatie-inrichtingen te verhogen.
Een andere manier om de waterdichtheid van ventilatie-inrichtingen te verhogen bestaat erin de inwendige stromingsweerstand van de ventilatie-inrichting te verhogen. Wanneer de weerstand voor de luchtstroming verhoogd wordt, wordt immers ook de weerstand tegen waterindringing verhoogd.
Enerzijds wordt de inwendige stromingsweerstand van ventilatie-inrichtingen bij gekende oplossingen verhoogd door de lengte van het luchtdoorstroomkanaal te vergroten. Anderzijds kan de inwendige stromingsweerstand van ventilatie-inrichtingen bij gekende oplossingen verhoogd worden door het luchtdoorstroomkanaal minder gestroomlijnd te maken door het voorzien van bijvoorbeeld uitstekende randen of lippen of door het voorzien van stijgende delen.
De Z-vormige doorsnede van de lamellen uit GB 1 045 132 zorgen bijvoorbeeld niet enkel voor een verlenging van het luchtdoorstroomkanaal, maar bovendien ook voor een minder gestroomlijnd doorstroomkanaal, gezien met de Z-vorm de stroomlijning enkele keren abrupt verstoord wordt. Analoog wordt met het zigzag-pad van de ventilatie-inrichting uit GB 1 557 534 het luchtdoorstroomkanaal zowel verlengd als minder gestroomlijnd. Verder combineert ook het zigzag-pad gevormd door lamellen in DE 103 52 113 deze beide oplossingen.
In GB 1 202 450, BE 1012000 en JP 11336442 worden ventilatie-inrichtingen beschreven waarbij de inwendige stromingsweerstand verhoogd wordt enkel door het luchtdoorstroomkanaal minder gestroomlijnd te maken. In GB 1 202 450 en BE 1012000 worden hiertoe uitstekende randen aangebracht aan de lamellen die samen een luchtdoorstroomkanaal vormen. In JP 11336442 wordt een minder gestroomlijnd luchtdoorstroomkanaal bekomen door deze te voorzien van stijgende delen.
Geen van deze gekende manieren om de waterdichtheid van ventilatie-inrichtingen te verhogen in elke open stand biedt echter een afdoende oplossing om waterdichtheid te verhogen bij ventilatie-inrichtingen die aansluiten op de beglazing of een vulpaneel van een hellend raam. Ook bij ventilatie-inrichtingen die aansluiten op verticaal geplaatste beglazing of vulpanelen, wordt met de gekende oplossingen nog vaak een ophoping van water in de ventilatie-inrichting verkregen, die men via ontwateringsgroeven en boringen in het ventilatiehuis probeert af te leiden, zoals bijvoorbeeld beschreven in JP10115156. Van zodra ventilatie-inrichtingen echter onder zeer kleine hellingshoeken worden ingebouwd, is het niet altijd mogelijk om het water via deze ontwateringsgroeven en boringen af te voeren, of kan het water via de aansluitingen met de binnenomgeving naar deze binnenomgeving doordringen. Deze aansluitingen probeert men bij de bestaande systemen voldoende af te dichten met behulp van silicone of afdichtingsmousse. Dergelijke afdichtingen zijn echter niet duurzaam en bieden een onvoldoende oplossing voor het probleem.
Het doel van deze uitvinding is dan ook om te voorzien in een ventilatie-inrichting, omvattende een ventilatiehuis dat voorzien is van één of meerdere profielen die grenzen aan een binnenomgeving en één of meerdere profielen die grenzen aan een buitenomgeving, omvattende een luchtdoorstroomkanaal, en omvattende een sponning van een raam, waarbij het ventilatiehuis voorzien is om in deze sponning te monteren, waarbij de sponning een aanslag en/of een glaslat omvat, en waarbij het raam voorzien is om de genoemde binnenomgeving van de genoemde buitenomgeving af te schermen, die waterindringing van de buitenomgeving naar de binnenomgeving toe voldoende kan vermijden onder verschillende hellingsgraden van de ventilatie-inrichting.
Dit doel van de uitvinding wordt bereikt door te voorzien in een ventilatie-inrichting, omvattende een ventilatiehuis dat voorzien is van één of meerdere profielen die grenzen aan een binnenomgeving en één of meerdere profielen die grenzen aan een buitenomgeving, omvattende een luchtdoorstroomkanaal, en omvattende een sponning van een raam, waarbij het ventilatiehuis voorzien is om in deze sponning te monteren, waarbij de sponning een aanslag en/of een glaslat omvat, waarbij het raam voorzien is om de genoemde binnenomgeving van de genoemde buitenomgeving af te schermen, en waarbij de genoemde één of meerdere profielen van het ventilatiehuis die grenzen aan de binnenomgeving in hun lengterichting doorlopen tot achter de corresponderende glaslat of aanslag van de sponning.
Bij een bijzondere uitvoeringsvorm van een ventilatie-inrichting volgens deze uitvinding, is deze voorzien van eindstukken, die voorzien zijn om de uiteinden van het ventilatiehuis ter hoogte van de sponning minstens gedeeltelijk af te schermen, waarbij deze eindstukken de uiteinden van het ventilatiehuis ter hoogte van de één of meerdere profielen die grenzen aan de buitenomgeving afschermen en doorlopen tot in de respectievelijke sponning waarin het ventilatiehuis gemonteerd wordt.
Op deze manier kan water niet meer binnendringen doorheen de aansluiting van profielen van het ventilatiehuis die zich aan de binnenomgeving bevinden en een eindstuk, gezien deze aansluiting zich nu achter de aanslag of de glaslat bevindt of zelfs niet meer bestaat, indien eindstukken als gevolg van deze uitvinding slechts gedeeltelijk worden aangebracht. Het gedeeltelijk aanbrengen van eindstukken biedt het bijkomende voordeel dat deze gedeeltelijke eindstukken niet over de volledige breedte van het ventilatiehuis dienen voorzien te worden en deze dus onafhankelijk van de dikte van de beglazing of het vulpaneel geproduceerd en voorzien kunnen worden.
Bij een meer specifieke uitvoeringsvorm van een dergelijke ventilatie-inrichting schermen de eindstukken de uiteinden van het ventilatiehuis in de sponning minstens gedeeltelijk af. Bij voorkeur is hierbij het gedeelte van de eindstukken dat in de respectievelijke sponning de uiteinden van het ventilatiehuis minstens gedeeltelijk afschermt, smaller uitgevoerd dan de breedte van de aanslag of de glaslat die grenst aan de binnenomgeving.
Bij een verdere uitvoeringsvorm van een ventilatie-inrichting volgens deze uitvinding omvat deze ventilatie-inrichting een roterende of schuivende klep, waarmee het luchtdoorstroomkanaal afsluitbaar is. Een dergelijke roterende of schuivende klep heeft naast zijn functie om de luchtdoorstroming door het luchtdoorstroomkanaal te regelen de bijkomende functie van vermijden van waterindringing.
Het luchtdoorstroomkanaal van een nog verdere uitvoeringsvorm van een ventilatie-inrichting volgens deze uitvinding is voorzien van obstructies die de luchtdoorstroming door het luchtdoorstroomkanaal verstoren. Een nog verdere uitvoeringsvorm van een ventilatie-inrichting volgens deze uitvinding omvat een buitenkap, die het luchtdoorstroomkanaal aan de zijde van de buitenomgeving afschermt. Verder is een ventilatie-inrichting volgens deze uitvinding bij voorkeur voorzien van één of meerdere ontwateringsgroeven.
Volgens deze uitvinding maakt de sponning van een ventilatie-inrichting zoals hierboven omschreven bij voorkeur deel uit van een verticaal of hellend raam. Dit hellend raam kan hierbij specifiek voorzien zijn om in een verandadak gemonteerd te worden.
Deze uitvinding wordt nu nader toegelicht aan de hand van de hierna volgende gedetailleerde beschrijving van een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een ventilatie-inrichting volgens deze uitvinding. De bedoeling van deze beschrijving is uitsluitend verduidelijkende voorbeelden te geven en om verdere voordelen en bijzonderheden van deze uitvoeringsvorm aan te duiden, en kan dus geenszins geïnterpreteerd worden als een beperking van het toepassingsgebied van de uitvinding of van de in de conclusies opgeëiste octrooirechten.
In deze gedetailleerde beschrijving wordt door middel van referentiecijfers verwezen naar de hierbij gevoegde tekeningen, waarbij in figuur 1 een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een ventilatie-inrichting volgens deze uitvinding in perspectief en doorgesneden is weergegeven, kijkend van de buitenomgeving op de ventilatie-inrichting; figuur 2 de voorkeurdragende uitvoeringsvorm uit figuur 1 in perspectief en doorgesneden is weergegeven, kijkend van de binnenomgeving op de ventilatie-inrichting; figuur 3 de voorkeurdragende uitvoeringsvorm uit figuur 1 en 2 in doorsnede is weergegeven.
De uitvoeringsvorm van een ventilatie-inrichting (1) volgens deze uitvinding, zoals is afgebeeld in de figuren 1, 2 en 3, omvat de sponning (7) van een raam dat een binnenomgeving (2) van een buitenomgeving (3) afschermt. De genoemde sponning (7) omvat aan de zijde van de binnenomgeving (2) een aanslag (8).
Deze ventilatie-inrichting (1) omvat een ventilatiehuis dat voorzien is om in de genoemde sponning te monteren. Dit ventilatiehuis is voorzien van een profiel (4) dat grenst aan de binnenomgeving (2). Dit profiel (4) dat grenst aan de binnenomgeving (2) loopt in de lengterichting door tot achter de aanslag (8), zodat een eventuele aansluiting tussen dit profiel (4) en een eindstuk (9) zich in de sponning (7) bevindt en hierlangs dan ook geen water kan binnendringen in de binnenomgeving (2).
Verder omvat dit ventilatiehuis enkele profielen (5) die grenzen aan de buitenomgeving (3) en is deze voorzien van eindstukken (9) die de uiteinden van het ventilatiehuis ter hoogte van de sponning (7) gedeeltelijk afschermen. Deze eindstukken (9) schermen hierbij de uiteinden van het ventilatiehuis ter hoogte van de profielen (5) die grenzen aan de buitenomgeving (3) af en lopen door tot in de sponning (7) waarin het ventilatiehuis is gemonteerd. Deze eindstukken (9) zouden hierbij ook zo uitgevoerd kunnen worden dat ze de uiteinden van het ventilatiehuis in de sponning (7) eveneens minstens gedeeltelijk afschermen. Hiertoe is het gedeelte van deze eindstukken (9) dat dan in de sponning (7) de uiteinden van het ventilatiehuis minstens gedeeltelijk afschermt bij voorkeur smaller uitgevoerd dan de breedte van de aanslag (8), zodat de aansluiting tussen de eindstukken (9) en het ventilatiehuis aan de zijde van de binnenomgeving (2) zich in de sponning (7) bevindt, zodat geen water langs deze aansluiting kan binnendringen in de binnenomgeving (2).
Om de waterdichtheid van deze ventilatie-inrichting (1) zoals afgebeeld in de figuren 1, 2 en 3 verder te verhogen, is deze verder voorzien van enkele hulpmiddelen uit de stand van de techniek, namelijk van een roterende klep (10), van een buitenkap (11) en van ontwateringsgroeven (12).
Claims (10)
1. Ventilatie-inrichting (1), omvattende een ventilatiehuis dat voorzien is van één of meerdere profielen (4) die grenzen aan een binnenomgeving (2) en één of meerdere profielen (5) die grenzen aan een buitenomgeving (3), en omvattende een luchtdoorstroomkanaal (6), en omvattende een sponning (7) van een raam, waarbij het ventilatiehuis voorzien is om in deze sponning (7) te monteren, waarbij de sponning (7) een aanslag en/of een glaslat (8) omvat, en waarbij het raam voorzien is om de genoemde binnenomgeving (2) van de genoemde buitenomgeving (3) af te schermen, met het kenmerk dat de genoemde één of meerdere profielen (4) van het ventilatiehuis die grenzen aan de binnenomgeving (2) in hun lengterichting doorlopen tot achter de corresponderende glaslat of aanslag (8) van de sponning (7).
2. Ventilatie-inrichting (1) volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de ventilatie-inrichting (1) voorzien is van eindstukken (9), die voorzien zijn om de uiteinden van het ventilatiehuis ter hoogte van de sponning (7) minstens gedeeltelijk af te schermen, waarbij deze eindstukken (9) de uiteinden van het ventilatiehuis ter hoogte van de één of meerdere profielen (5) die grenzen aan de buitenomgeving (3) afschermen en doorlopen tot in de respectievelijke sponning (7) waarin het ventilatiehuis gemonteerd wordt.
3. Ventilatie-inrichting (1) volgens conclusie 2, met het kenmerk dat de eindstukken (9) de uiteinden van het ventilatiehuis in de sponning (7) minstens gedeeltelijk afschermen.
4. Ventilatie-inrichting (1) volgens conclusie 3, met het kenmerk dat het gedeelte van de eindstukken (9) dat in de respectievelijke sponning (7) de uiteinden van het ventilatiehuis minstens gedeeltelijk afschermt, smaller is uitgevoerd dan de breedte van de aanslag of de glaslat (8) die grenst aan de binnenomgeving (2).
5. Ventilatie-inrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat deze ventilatie-inrichting (1) een roterende of schuivende klep (10) omvat, waarmee het luchtdoorstroomkanaal (6) afsluitbaar is.
6. Ventilatie-inrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het luchtdoorstroomkanaal (6) voorzien is van obstructies die de luchtdoorstroming door het luchtdoorstroomkanaal (6) verstoren.
7. Ventilatie-inrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat deze ventilatie-inrichting een buitenkap (11) omvat, die het luchtdoorstroomkanaal (6) aan de zijde van de buitenomgeving (3) afschermt.
8. Ventilatie-inrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het luchtdoorstroomkanaal (6) voorzien is van één of meerdere ontwateringsgroeven (12).
9. Ventilatie-inrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de sponning (7) deel uitmaakt van een verticaal of hellend raam.
10. Ventilatie-inrichting (1) volgens conclusie 9, met het kenmerk dat het hellend raam voorzien is om in een verandadak gemonteerd te worden.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2007/0492A BE1017809A5 (nl) | 2007-10-11 | 2007-10-11 | Ventilatie-inrichting. |
| EP08162500.6A EP2048318B1 (en) | 2007-10-11 | 2008-08-18 | Assembly of a ventilation device and a rebate of a window |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2007/0492A BE1017809A5 (nl) | 2007-10-11 | 2007-10-11 | Ventilatie-inrichting. |
| BE200700492 | 2007-10-11 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1017809A5 true BE1017809A5 (nl) | 2009-07-07 |
Family
ID=39398685
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2007/0492A BE1017809A5 (nl) | 2007-10-11 | 2007-10-11 | Ventilatie-inrichting. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2048318B1 (nl) |
| BE (1) | BE1017809A5 (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE102011101406A1 (de) * | 2011-05-13 | 2012-11-29 | Johann Matuschek | Raumbelüftungssystem mit zumindest einem Raumbelüftungsmodul |
| JP6419014B2 (ja) * | 2015-04-17 | 2018-11-07 | Ykk Ap株式会社 | 建具 |
| JP6419636B2 (ja) * | 2015-04-17 | 2018-11-07 | Ykk Ap株式会社 | 建具 |
Citations (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE1014717A3 (nl) * | 2002-03-21 | 2004-03-02 | Aralco Ventilation Technology | Houten raam met verluchtingselement. |
Family Cites Families (16)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB1045132A (en) | 1964-01-08 | 1966-10-12 | British Railways Board | Improvements relating to air-inlet louvres |
| GB1202450A (en) | 1968-12-02 | 1970-08-19 | Southern Gas Board | Improvements relating to ventilators |
| NL7700477A (nl) | 1977-01-18 | 1978-07-20 | Heycop Beheer Bv | Geluiddempingskast. |
| GB2183818B (en) * | 1985-11-22 | 1989-11-01 | Hunter Int Ltd | Improvements in or relating to a ventilation arrangement |
| DE68901930T2 (de) | 1988-02-04 | 1993-01-07 | Buva Rat Bouwprod Bv | Luefter. |
| GB2276235B (en) | 1993-03-19 | 1996-08-21 | Hunter International | Ventilators |
| GB2285860B (en) | 1993-10-30 | 1998-03-18 | Gilberts | Louvred apparatus |
| GB2299663A (en) | 1995-03-01 | 1996-10-09 | Hardware & Systems Patents Ltd | Ventilator |
| JP3318218B2 (ja) | 1996-10-15 | 2002-08-26 | 佐原ブレス工業株式会社 | 換気装置 |
| BE1012000A3 (nl) | 1996-12-11 | 2000-04-04 | Vero Duco Nv | Rooster. |
| JPH11336442A (ja) | 1998-05-26 | 1999-12-07 | Taisei Kogyo Kk | 換気装置 |
| EP1050659B1 (en) | 1999-05-03 | 2002-03-27 | Kestral Organisation Limited | Ventilation device with regulating valve, to be mounted on a glazing panel or a crossbeam |
| NL1018166C2 (nl) | 2001-05-28 | 2002-12-03 | Vero Duco Nv | Ventilatie-inrichting voor een kozijn. |
| GB0200834D0 (en) | 2002-01-15 | 2002-03-06 | Titon Hardware | Ventilators |
| DE10352113A1 (de) | 2003-11-04 | 2005-06-09 | Siegle + Epple Gmbh & Co. Kg Luft- Und Klimatechnik | Wetterschutzgitter |
| NL1025600C2 (nl) | 2004-02-27 | 2005-08-30 | Renson Ventilation N V | Inrichting voor het regelen van het luchtdebiet in een ventilatie-inrichting. |
-
2007
- 2007-10-11 BE BE2007/0492A patent/BE1017809A5/nl not_active IP Right Cessation
-
2008
- 2008-08-18 EP EP08162500.6A patent/EP2048318B1/en not_active Not-in-force
Patent Citations (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE1014717A3 (nl) * | 2002-03-21 | 2004-03-02 | Aralco Ventilation Technology | Houten raam met verluchtingselement. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2048318A2 (en) | 2009-04-15 |
| EP2048318B1 (en) | 2017-04-05 |
| EP2048318A3 (en) | 2014-01-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| KR101762067B1 (ko) | 블라인드가 일체형으로 내장된 이중창호. | |
| US20140311063A1 (en) | Rain deflecting window covering | |
| US20090320388A1 (en) | Double-skin and moveable-sunshade facade system | |
| WO2010047606A1 (en) | Roof window, in particular a smoke extraction window, with a pivot sash | |
| WO2008133539A2 (en) | Roof window with air supply channel | |
| BE1017809A5 (nl) | Ventilatie-inrichting. | |
| JP5231596B2 (ja) | 住宅用防雨パネル | |
| KR102716417B1 (ko) | 단열기능을 갖는 해수 및 빗물유입방지용 미서기창호 | |
| KR101808057B1 (ko) | 수밀성이 향상된 창호 | |
| KR100933382B1 (ko) | 복합기능 방충망 | |
| EP2762653B2 (en) | Roof window set with an air outlet | |
| BE1009282A3 (nl) | Kozijn omvattende een ventilatie-inrichting, alsmede ventilatie-inrichting toepasbaar in het kozijn. | |
| KR102075380B1 (ko) | 창호 시스템 | |
| KR102032838B1 (ko) | 블라인드 일체형 창호 | |
| NL1034077C2 (nl) | Gebruik van een zelfregelende klep. | |
| CN112012411B (zh) | 一种具有防风排水导流功能的上开式百叶窗 | |
| JP4411592B2 (ja) | 雨の降り込まない網戸用通風雨具 | |
| JP2006274666A (ja) | 屋根 | |
| BE1015475A5 (nl) | Inrichting voor zonnewering en ventilatie. | |
| EP3411554B1 (en) | Frame for a window or door | |
| KR200417841Y1 (ko) | 창문용 빗물 차단장치 | |
| JPH0113747Y2 (nl) | ||
| JP5676999B2 (ja) | 建物の外壁構造 | |
| BE1020149A3 (nl) | Lat voor rolluik en rolluik daarmee uitgerust. | |
| DK179627B1 (en) | Smoke ventilating roof window arrangement |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20181031 |