BE1028202B1 - Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen en werkwijze voor vervaardiging ervan - Google Patents

Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen en werkwijze voor vervaardiging ervan

Info

Publication number
BE1028202B1
BE1028202B1 BE20205234A BE202005234A BE1028202B1 BE 1028202 B1 BE1028202 B1 BE 1028202B1 BE 20205234 A BE20205234 A BE 20205234A BE 202005234 A BE202005234 A BE 202005234A BE 1028202 B1 BE1028202 B1 BE 1028202B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
filter cloth
textile layer
woven textile
pollen filter
aqueous composition
Prior art date
Application number
BE20205234A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1028202A1 (nl
Inventor
DAELE Gunnar VAN
Original Assignee
Finipur Bvba
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Finipur Bvba filed Critical Finipur Bvba
Priority to BE20205234A priority Critical patent/BE1028202B1/nl
Publication of BE1028202A1 publication Critical patent/BE1028202A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1028202B1 publication Critical patent/BE1028202B1/nl

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D04BRAIDING; LACE-MAKING; KNITTING; TRIMMINGS; NON-WOVEN FABRICS
    • D04HMAKING TEXTILE FABRICS, e.g. FROM FIBRES OR FILAMENTARY MATERIAL; FABRICS MADE BY SUCH PROCESSES OR APPARATUS, e.g. FELTS, NON-WOVEN FABRICS; COTTON-WOOL; WADDING ; NON-WOVEN FABRICS FROM STAPLE FIBRES, FILAMENTS OR YARNS, BONDED WITH AT LEAST ONE WEB-LIKE MATERIAL DURING THEIR CONSOLIDATION
    • D04H1/00Non-woven fabrics formed wholly or mainly of staple fibres or like relatively short fibres
    • D04H1/40Non-woven fabrics formed wholly or mainly of staple fibres or like relatively short fibres from fleeces or layers composed of fibres without existing or potential cohesive properties
    • D04H1/413Non-woven fabrics formed wholly or mainly of staple fibres or like relatively short fibres from fleeces or layers composed of fibres without existing or potential cohesive properties containing granules other than absorbent substances
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D39/00Filtering material for liquid or gaseous fluids
    • B01D39/14Other self-supporting filtering material ; Other filtering material
    • B01D39/16Other self-supporting filtering material ; Other filtering material of organic material, e.g. synthetic fibres
    • B01D39/1607Other self-supporting filtering material ; Other filtering material of organic material, e.g. synthetic fibres the material being fibrous
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D2239/00Aspects relating to filtering material for liquid or gaseous fluids
    • B01D2239/04Additives and treatments of the filtering material
    • B01D2239/0464Impregnants
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D2239/00Aspects relating to filtering material for liquid or gaseous fluids
    • B01D2239/10Filtering material manufacturing
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D2239/00Aspects relating to filtering material for liquid or gaseous fluids
    • B01D2239/12Special parameters characterising the filtering material
    • B01D2239/1233Fibre diameter
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D2239/00Aspects relating to filtering material for liquid or gaseous fluids
    • B01D2239/12Special parameters characterising the filtering material
    • B01D2239/1291Other parameters
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D46/00Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours
    • B01D46/0027Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours with additional separating or treating functions

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Filtering Materials (AREA)

Abstract

De huidige uitvinding heeft betrekking op een anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen omvattende een non-woven textiellaag en een waterige samenstelling, waarbij de non-woven textiellaag met de waterige samenstelling geïmpregneerd is en waarbij de waterige samenstelling water en een anti-allergeenmiddel op basis van polyfenolen omvat, waarbij de anti-pollenfilterdoek minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel omvat. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze voor vervaardiging van anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen omvattende ter beschikking stellen van een non-woven textiellaag en impregneren van de non-woven textiellaag met een waterige samenstelling, waarbij de waterige samenstelling water en een anti-allergeenmiddel op basis van polyfenolen omvat waarbij de anti-pollenfilterdoek minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel per vierkante meter omvat en dat de werkwijze een continu proces is.

Description

1 BE2020/5234
ANTI-POLLENFILTERDOEK VOOR HET DENATUREREN VAN ALLERGENEN EN
WERKWIJZE VOOR VERVAARDIGING ERVAN
TECHNISCH DOMEIN
De uitvinding heeft betrekking op een anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen.
De uitvinding heeft in een tweede aspect eveneens betrekking op een werkwijze voor de vervaardiging van een anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen.
In een derde aspect heeft de uitvinding betrekking op een anti-pollenfilterdoek volgens het eerste aspect, bekomen met een werkwijze volgens het tweede aspect.
In een vierde aspect heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze volgens het tweede aspect, geconfigureerd voor het vervaardigen van een anti-pollenfilterdoek volgens het eerste aspect.
STAND DER TECHNIEK
Anti-pollenfilterdoek is in de stand der techniek gekend als anti-allergeenfilter, in het bijzonder in relatie tot een luchtventilatiesysteem voor het passagierscompartiment van een automobiel. Het anti-allergeenfilter omvat minstens één filtersubstraat, waarbij het filtersubstraat minstens één anti-allergeenmiddel bevat. Hiervoor is vaak een anti-allergeenmiddel uit de familie van de looizuren geselecteerd. Het gewicht van het looizuur ten opzichte van het totale gewicht van het filtersubstraat bedraagt in de stand der techniek gebruikelijk tussen 0.1% en 5%.
Eveneens gekend uit de stand der techniek is de werkwijze uit WO 91/15622. WO ‘622 heeft betrekking op een werkwijze voor het impregneren van een vezelachtige, geweven, gebreide of non-woven stof met een waterige vloeistof. De stof wordt op een transportband geplaatst die permeabel voor vloeistoffen is. De waterige vloeistof wordt met behulp van een vloeistofgordijn op de stof aangebracht. Onder de transportband is een vacuümsleuf die minstens een deel van de waterige vloeistof doorheen de stof zuigt. Hierdoor wordt de stof met de waterige vloeistof geïmpregneerd.
2 BE2020/5234
Het impregneren van filtersubstraten met een anti-allergeenmiddel is omslachtig.
Anti-allergeenmiddelen worden voor het impregneren in een waterachtige samenstelling opgelost. Door de vloeibaarheid van de waterachtige samenstelling gaat veel van het anti-allergeenmiddel verloren. Het is eveneens moeilijk om een uniforme verdeling van het anti-allergeenmiddel te bekomen. Een nadeel van een anti-allergeenfilter volgens de stand der techniek is dan ook dat het slechts een beperkte hoeveelheid anti-allergeenmiddel omvat, namelijk tussen 0.1% en 5% van het totale gewicht van het filtersubstraat. Het filter verliest dan ook snel zijn anti- allergene functie.
De werkwijze volgens WO ‘622 is specifiek voor het impregneren van textiel met een waterige vloeistof. Het nadeel van WO ‘622 is dat een complexe installatie met een vacuümsleuf voor de uitvoering van de werkwijze vereist is. Het in stand houden van een vacuüm verbruikt eveneens veel energie.
De huidige uitvinding beoogt minstens een oplossing te vinden voor enkele van bovenvermelde problemen of nadelen.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
In een eerste aspect betreft de huidige uitvinding een anti-pollenfilterdoek volgens conclusie 1.
Het grote voordeel van een anti-pollenfilterdoek volgens conclusie 1 ten opzichte van de stand der techniek is dat het een non-woven textiellaag omvat dat door impregnatie met een waterige samenstelling, omvattende water en een anti- allergeenmiddel, een groter aandeel anti-allergeenmiddel omvat. De anti- pollenfilterdoek omvat minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel, waardoor de anti-pollenfilterdoek zijn anti- allergene functie langer behoudt dan een anti-allergeenfilter volgens de stand der techniek. Een bijkomend voordeel van een groter aandeel anti-allergeenmiddel is dat door gebruik van een anti-pollenfilterdoek volgens de huidige uitvinding filters met een anti-allergene functie kleiner kunnen worden uitgevoerd. Dit is in het bijzonder voordelig bij anti-allergene filters in bijvoorbeeld een motorruimte van een automobiel.
3 BE2020/5234
Voorkeursvormen van de inrichting worden weergegeven in de conclusies 2 tot en met 7.
In een tweede aspect betreft de huidige uitvinding een werkwijze volgens conclusie 8.
Deze werkwijze heeft onder meer als voordeel dat door een eenvoudig continu impregnatieproces een anti-pollenfilterdoek met een groter aandeel anti- allergeenmiddel ten opzichte van de stand der techniek bekomen wordt. Door een inventieve toepassing van procesparameters en uitvoering van het proces, is een betere impregnatie mogelijk zonder noodzaak aan een complexe en energieverslindende installatie.
Voorkeursvormen van de werkwijze worden beschreven in de volgconclusies 9 tot en met 13.
In een derde aspect heeft de uitvinding betrekking op een anti-pollenfilterdoek volgens het eerste aspect, bekomen met een werkwijze volgens het tweede aspect.
In een vierde aspect heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze volgens het tweede aspect, geconfigureerd voor het vervaardigen van een anti-pollenfilterdoek volgens het eerste aspect.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING
Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd. “Een”, ”de” en “het” refereren in dit document aan zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, “een segment” betekent een of meer dan een segment.
De termen “omvatten”, “omvattende”, “bestaan uit”, “bestaande uit”, “voorzien van”, “bevatten”, “bevattende”, “inhouden”, “inhoudende” zijn synoniemen en zijn
4 BE2020/5234 inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsluiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek.
Het citeren van numerieke intervallen door de eindpunten omvat alle gehele getallen, breuken en/of reële getallen tussen de eindpunten, deze eindpunten inbegrepen.
Een garennummer verwijst naar de dikte van een garen. De maat is aangegeven als de verhouding van het gewicht en de lengte van een stuk garen. Bij gewichtsnummering wordt het gewicht van een vaste garenlengte bepaald. Tex is een voorbeeld van gewichtsnummering waarbij tex het gewicht in gram van 1000 m garen geeft. Meer gebruikt is de dtex, dat het gewicht in gram van 10 000 m garen geeft.
Met kalanderen wordt voor het vervolg van dit document een industrieel proces bedoeld waarbij een baan textiel onder hoge druk tussen twee of meer walsen wordt doorgehaald.
In een eerste aspect betreft de uitvinding een anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de anti-pollenfilterdoek een non-woven textiellaag en een waterige samenstelling, waarbij de non-woven textiellaag met de waterige samenstelling geïmpregneerd is en waarbij de waterige samenstelling water en een anti-allergeenmiddel op basis van polyfenolen omvat, waarbij de anti-pollenfilterdoek minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel omvat.
De anti-pollenfilterdoek omvat een non-woven textiellaag. Vezels in een non-woven textiel liggen in tegenstelling tot een geweven textiel volgens een onregelmatige structuur. Dit is voor filterdoeken voordelig omdat lucht doorheen de non-woven textiellaag in vergelijking met een geweven textiel van eenzelfde dikte een onregelmatige en langere doorgang heeft, waardoor een verhoogde interactie tussen lucht en anti-allergeenmiddel gerealiseerd is.
De non-woven textiellaag is met een waterige samenstelling geïmpregneerd. De waterige samenstelling omvat water en een anti-allergeenmiddel. Het anti-
allergeenmiddel is in water opgelost om een lagere viscositeit te bekomen. Door de lagere viscositeit van de waterige samenstelling ten opzichte van de viscositeit van het anti-allergeenmiddel is de non-woven textiellaag dieper geïmpregneerd. 5 Het anti-allergeenmiddel omvat polyfenolen. Polyfenolen zijn geschikt voor het denatureren van allergenen. Allergenen zijn in water oplosbare proteïnen en vertonen een driedimensionale structuur die een beroep doet op specifieke aminozuursequenties. De allergene aard van deze aminozuursequenties drukt zich uit door het optreden van antigeen-antistof reacties bij een mens. Het anti- allergeenmiddel beschikt over het vermogen om de activiteit van een allergeen te denatureren door zich aan het allergeen te hechten om zo zijn driedimensionale structuur te wijzigen en de activiteit ervan te inhiberen. Dit is een eenvoudigere aanpak dan het supprimeren van een allergeen door ontbinding van het allergeen in een mens.
Optioneel omvat de waterige samenstelling in kleine concentratie bijkomende additieven. Niet limitatieve voorbeelden van dergelijke additieven zijn schimmelwerende middelen, zoals natriumsorbaat, natriumbenzoaat, zinkpyrithion of een andere geschikte stof en mengelingen daarvan, en schuimwerende middelen zoals minerale olie, silicone, alcohol, tributylfosfaat, triëthylfosfaat of een andere geschikte stof en mengelingen daarvan. Schimmelwerende middelen zijn voordelig om schimmelvorming in de anti-pollenfilterdoek tegen te gaan, die voor een vermindering van luchtkwaliteit zorgt. Schuimwerende middelen zijn voordelig om het vormen van schuim tijdens impregnatie te vermijden. Schuimvorming tijdens impregnatie bemoeilijkt een diepe impregnatie van het anti-allergeenmiddel in de non-woven textiellaag. Deze bijkomende additieven bedragen maximaal 5 gewichtsprocent van de waterige samenstelling.
De hoeveelheid anti-allergeenmiddel bedraagt minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent van het totale gewicht van de anti-pollenfilterdoek. Dit is een groter aandeel anti-allergeenmiddel in vergelijking met een anti- pollenfilterdoek volgens de stand der techniek, waardoor een anti-pollenfilterdoek volgens de huidige uitvinding langer een anti-allergene functie heeft. Dit is bijkomend voordelig omdat door gebruik van een anti-pollenfilterdoek volgens de huidige uitvinding filters met een anti-allergene functie kleiner kunnen worden uitgevoerd.
Dit is in het bijzonder voordelig bij anti-allergene filters in bijvoorbeeld een motorruimte van een automobiel, waar de beschikbare ruimte beperkt is. Het grotere
6 BE2020/5234 aandeel anti-allergeenmiddel is mogelijk door een diepere en completere impregnatie van de non-woven textiellaag.
Volgens een uitvoeringsvorm heeft de non-woven textiellaag een gewicht van minimaal 65 g/m? en maximaal 95 g/m2.
De non-woven textiellaag is bij voorkeur zo licht mogelijk. Anti-pollenfilterdoek wordt bijvoorbeeld in anti-allergene filters van een ventilatiesysteem van een automobiel toegepast. Gewicht heeft bij een automobiel impact op het brandstof- of batterijverbruik. Anderzijds is voor een goede werking van de anti-pollenfilterdoek een minimale hoeveelheid vezels in de non-woven textiellaag vereist voor het vormen van onregelmatige en lange doorgangen voor lucht en voor het hechten van anti- allergeenmiddel. Het gewicht van een non-woven textiellaag dat zo laag mogelijk is en een goede anti-allergene functie garandeert, is minimaal 65 g/m? en maximaal 959/m2, bij voorkeur minimaal 70 g/m? en maximaal 90 g/m?, en bij nog meer voorkeur minimaal 75 g/m? en maximaal 85 g/m2.
Volgens een uitvoeringsvorm heeft de non-woven textiellaag een dikte tussen 0.3 mm en 0.7 mm.
Een anti-pollenfilterdoek is meestal onderdeel van een uitgebreidere anti-allergene filter met meerdere lagen filterdoek, waarbij iedere laag zijn eigen functie heeft. Om de totale dikte van een anti-allergeen filter te beperken is het voordelig om een zo dun mogelijk anti-pollenfilterdoek te hebben. Anderzijds is een minimale dikte vereist om een voldoende lange doorgang van lucht doorheen de anti-pollenfilterdoek te bekomen. Een dikte tussen 0.3 mm en 0.7 mm, bij voorkeur tussen 0.4 mm en 0.6 mm, garandeert een minimale dikte en een goede anti-allergene functie.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat de non-woven textiellaag vezels in de orde van grootte van 5 tot 30 dtex per filament.
Voor een anti-pollenfilterdoek is het gebruik van dunne vezels voordelig omdat voor eenzelfde gewicht aan vezel meer doorgangen met een grotere gezamenlijke oppervlakte in de non-woven textiellaag zijn, waarbij interactie tussen allergenen en het anti-allergeenmiddel mogelijk is. Anderzijds is voor de dwarsdoorsnede van de doorgangen een minimale grootte vereist zodat de doorgangen in de non-woven textiellaag na impregnatie niet door het anti-allergeenmiddel verstopt zijn. Voor een
7 BE2020/5234 optimale anti-allergene functie van de anti-pollenfilterdoek omvat de non-woven textiellaag vezels in de orde van grootte van 5 tot 30 dtex per filament, bij voorkeur 10 tot 20 dtex per filament.
Volgens een uitvoeringsvorm zijn de polyfenolen in het anti-allergeenmiddel uit een groep geselecteerd die bestaat uit looizuur, extract van olijfbladeren bestaande uit oleuropeïne, en mengelingen daarvan.
Bij voorkeur zijn de polyfenolen uit natuurlijke producten bekomen. Hierdoor is de ecologische belasting van de anti-pollenfilterdoek gering. Looizuur is hiervoor geschikt. Een niet limitatieve lijst van mogelijke bronnen voor looizuur is bast van sequoia en eik, peul van Caesalpinia spinosa en galappels. Ook extract van olijfbladeren bestaande uit oleuropeïne is een geschikte polyfenol.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat de waterige samenstelling tussen 40 en 75 gewichtsprocent water.
Het anti-allergeenmiddel is in water opgelost om een waterige samenstelling met lagere viscositeit te bekomen. Door de lagere viscositeit van de waterige samenstelling ten opzichte van de viscositeit van het anti-allergeenmiddel is de non- woven textiellaag dieper geïmpregneerd. Voor een diepe en complete impregnatie van de non-woven textiellaag is 40 gewichtsprocent water in de waterige samenstelling vereist. Echter bij teveel water in de waterige samenstelling vloeit na het impregneren het anti-allergeenmiddel van de non-woven textiellaag vooraleer de waterige samenstelling kan opdrogen. Dit resulteert, ondanks het diep doordringen van de waterige samenstelling in de non-woven textiellaag, in een anti- pollenfilterdoek die minder anti-allergeenmiddel omvat. Voor een diepe en complete impregnatie van de non-woven textiellaag omvat de waterige samenstelling maximaal 75 gewichtsprocent water.
Bij voorkeur omvat de waterige samenstelling tussen 45 en 70 gewichtsprocent water.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat de waterige samenstelling tussen 25 en 60 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel.
8 BE2020/5234
Het verbruik van anti-allergeenmiddel is bij voorkeur beperkt. Anderzijds vloeit een deel van het anti-allergeenmiddel na impregnatie samen met het water in de waterige samenstelling van de non-woven textiellaag. Voor een diepe en volledige impregnatie van de non-woven textiellaag, omvat de waterige samenstelling tussen 25 en 60 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel, bij voorkeur tussen 20 en 45 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel en bij meer voorkeur tussen 20 en 35 gewichtsprocent anti- allergeenmiddel.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor vervaardiging van anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de werkwijze de stappen van ter beschikking stellen van een non-woven textiellaag en impregneren van de non- woven textiellaag met een waterige samenstelling, waarbij de waterige samenstelling wateren een anti-allergeenmiddel op basis van polyfenolen omvat, waarbij de anti- pollenfilterdoek minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti- allergeenmiddel omvat en waarbij de werkwijze een continu proces is.
De eerste stap van de werkwijze is het ter beschikking stellen van een non-woven textiellaag. De non-woven textiellaag heeft een gewicht van minimaal 65 g/m? en maximaal 95 g/m2. De non-woven textiellaag heeft een dikte tussen 0.3 mm en 0.7 mm. De non-woven textiellaag omvat vezels in de orde van grootte van 5 tot 30 dtex per filament.
De non-woven textiellaag is bij voorkeur een lange baan opgerold textiel. Een lange baan textiel heeft als voordeel dat een anti-pollenfilterdoek in een continu proces kan vervaardigd worden, wat tot verhoogde productiviteit en kostenefficiëntie leidt. De baan heeft bij voorkeur een lengte van minstens 100 m.
In een tweede stap wordt de non-woven textiellaag met een waterige samenstelling geïmpregneerd. De waterige samenstelling omvat water en een anti-allergeenmiddel op basis van polyfenolen. De waterige samenstelling omvat tussen 40 en 75 gewichtsprocent water en tussen 25 en 60 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel. Het anti-allergeenmiddel is in water opgelost om een waterige samenstelling met lagere viscositeit te bekomen. Door de lagere viscositeit van de waterige samenstelling ten opzichte van de viscositeit van het anti-allergeenmiddel kan de non-woven textiellaag dieper geïmpregneerd worden. Om te vermijden dat na het impregneren het anti-
9 BE2020/5234 allergeenmiddel, vooraleer de waterige samenstelling kan opdrogen, van de non- woven textiellaag vloeit, omvat de waterige samenstelling maximaal 75 gewichtsprocent water.
Het impregneren gebeurt volgens een continu proces, waarbij de non-woven textiellaag opgerold vanaf een eerste roteerbare rol, omheen een tweede roteerbare rol geleid wordt, die in een impregnatiebad gevuld met de waterige samenstelling geplaatst is. De tweede rol bevindt zich onder het niveau van de waterige samenstelling waardoor de non-woven textiellaag aan beide zijden door de waterige samenstelling bedekt wordt. De anti-pollenfilterdoek wordt na impregnatie op een derde roteerbare rol opgerold.
De met een werkwijze volgens de huidige uitvinding bekomen anti-pollenfilterdoek omvat minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti- allergeenmiddel. Dit is een groter aandeel anti-allergeenmiddel in vergelijking met een anti-pollenfilterdoek volgens de stand der techniek, waardoor een anti- pollenfilterdoek volgens de huidige uitvinding langer een anti-allergene functie heeft.
Dit is bijkomend voordelig omdat door gebruik van een anti-pollenfilterdoek volgens de huidige uitvinding filters met een anti-allergene functie kleiner kunnen worden uitgevoerd. Dit is in het bijzonder voordelig bij anti-allergene filters in bijvoorbeeld een motorruimte van een automobiel, waar de beschikbare ruimte beperkt is.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat de werkwijze de extra stap van na impregnatie het kalanderen van de anti-pollenfilterdoek met behulp van twee perswalsen, waarbij de drukkracht tussen de twee perswalsen tussen 1 en 5 kN bedraagt.
De non-woven textiellaag wordt na het impregnatiebad en voor de derde rol tussen twee perswalsen geleid. De perswalsen drukken de waterige samenstelling tot diep in de non-woven textiellaag, waar het anti-allergeenmiddel zich aan de vezels hecht, waardoor een complete en diepe impregnatie plaats vindt. Voor een complete en diepe impregnatie is een drukkracht tussen 1 en 5 kN vereist.
Volgens een uitvoeringsvorm beweegt de non-woven textiellaag met een snelheid tussen 2 m en 5 m per minuut doorheen het continu proces.
Voor een hoge doorvoersnelheid in de werkwijze, beweegt de non-woven textiellaag bij voorkeur met een zo hoog mogelijke snelheid doorheen het continu proces. Een
10 BE2020/5234 bijkomend voordeel van een hoge snelheid is dat dit spanning in de non-woven textiellaag veroorzaakt, wat doorgangen tussen vezels in de non-woven textiellaag tijdelijk iets groter maakt, waardoor de waterige samenstelling tijdens impregnatie dieper kan indringen. Hierdoor omvat de anti-pollenfilterdoek een hoger aandeel anti- allergeenmiddel.
Anderzijds is de snelheid beperkt omdat anders een te hoge spanning in de non- woven textiellaag gecreëerd wordt, waardoor de non-woven textiellaag kan scheuren en de doorvoersnelheid van de werkwijze verlaagd wordt. Bijkomend is bij een zeer hoge snelheid de verblijftijd in een impregnatiebad te kort voor een complete en diepe impregnatie met de waterige samenstelling.
Een optimale snelheid voor het bewegen van de non-woven textiellaag doorheen het continu proces is tussen 2 men 5 m per minuut.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat de werkwijze de extra stap van het drogen van de anti-pollenfilterdoek gedurende 1 minuut tot 2 minuten bij een temperatuur tussen 130° C en 150° C.
Om de hoeveelheid anti-allergeenmiddel dat na impregnatie samen met water van de non-woven textiellaag vloeit zoveel mogelijk te beperken, wordt de anti- pollenfilterdoek na impregnatie, bij voorkeur na kalanderen, en voor de derde rol gedroogd. De anti-pollenfilterdoek wordt bij voorkeur zo snel mogelijk gedroogd.
Hiervoor wordt de anti-pollenfilterdoek gedurende 1 minuut tot 2 minuten doorheen een oven geleid. De temperatuur waarbij de anti-filterpollendoek gedroogd wordt, ligt tussen 130° C en 150° C, bij voorkeur tussen 135° C en 145° C. Bij deze temperatuur verdampt het water uit de waterige samenstelling zo snel mogelijk zodat het anti-allergeenmiddel in de non-woven textiellaag achterblijft, zonder de non- woven textiellaag te beschadigen, bijvoorbeeld door smelten, en zonder het anti- allergeenmiddel te inactiveren, bijvoorbeeld door ontbinding.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt de non-woven textiellaag voor het impregneren gestrekt.
De non-woven textiellaag wordt vanaf een eerste roteerbare rol naar een tweede roteerbare rol in een impregnatiebad geleid. Tussen de eerste en tweede rol is een bijkomende rol geplaatst. Iedere rol omvat een as met twee uiteinden. De assen van
11 BE2020/5234 de rollen zijn evenwijdig. De asuiteinden van de bijkomende rol bevinden zich niet op een lijn door de asuiteinden van de eerste en tweede rol. Door de non-woven textiellaag over de bijkomende rol tussen de eerste rol en de tweede rol te leiden, ontstaat door de richtingveranderingen van de non-woven textiellaag extra spanning in de non-woven textiellaag, die de non-woven textiellaag strekt. De doorgangen tussen vezels in de non-woven textiellaag zijn tijdelijk iets groter, waardoor de waterige samenstelling tijdens impregnatie dieper kan indringen. Hierdoor omvat de anti-pollenfilterdoek een hoger aandeel anti-allergeenmiddel.
De spanning in de non-woven textiellaag kan optioneel verder verhoogd worden door de bijkomende rol verder van de lijn door de asuiteinden van de eerste en tweede rol te verplaatsen. Bij voorkeur omvat de bijkomende as middelen voor het manueel, bij voorkeur automatisch, verplaatsen van de bijkomende as. Bij voorkeur omvat de bijkomende as een verende ophanging voor het opvangen van spanningsvariaties.
Volgens een uitvoeringsvorm bedraagt de afstand tussen het impregneren en het drogen niet meer dan 3 m.
Door het beperken van de afstand tussen het impregneren en het drogen, wordt vermeden dat een overmatige hoeveelheid anti-allergeenmiddel met water van de non-woven textiellaag vloeit, waardoor het aandeel anti-allergeenmiddel in de anti- pollenfilterdoek zou dalen. Een afstand van maximaal 3 m leidt tot een tijd van minder dan twee minuten tussen impregneren en drogen bij een geschikte snelheid voor het bewegen van de non-woven textiellaag doorheen het continu proces.
In een derde aspect betreft de uitvinding een anti-pollenfilterdoek volgens het eerste aspect, bekomen met een werkwijze volgens het tweede aspect.
In een vierde aspect betreft de uitvinding een werkwijze volgens het tweede aspect, geconfigureerd voor het vervaardigen van een anti-pollenfilterdoek volgens het eerste aspect.
12 BE2020/5234
VOORBEELDEN
De uitvinding zal nu verder worden toegelicht aan de hand van het volgende voorbeeld, zonder hiertoe overigens te worden beperkt.
VOORBEELD 1
Voorbeeld 1 betreft een anti-pollenfilterdoek, waarbij de anti-pollenfilterdoek 27 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel omvat.
De anti-pollenfilterdoek omvat een non-woven textiellaag met een gewicht van 80 9/m2. De non-woven textiellaag is op een eerste rol opgerold. De non-woven textiellaag wordt over een tussenliggende rol naar een tweede rol in een impregnatiebad gevoerd. Het impregnatiebad omvat een waterige samenstelling van water en een anti-allergeenmiddel. Het anti-allergeenmiddel omvat polyfenolen. Na het impregnatiebad wordt de geïmpregneerde non-woven textiellaag tussen twee perswalsen gekalanderd. Hierdoor dringt het anti-allergeenmiddel tot diep in de non- woven textiellaag in. Meteen na het kalanderen wordt de non-woven textiellaag gedurende anderhalve minuut bij 140° C voor drogen door een oven geleid. Na het drogen wordt de bekomen anti-pollenfilterdoek op een derde rol opgerold. De anti- pollenfilterdoek heeft een gewicht van 110 g/M?, wat betekent dat de anti- pollenfilterdoek een gewicht aan anti-allergeenmiddel van 30 g/m? omvat, of 27 gewichtsprocent. Dit is substantieel hoger dan een anti-pollenfilterdoek volgens de stand der techniek.

Claims (14)

13 BE2020/5234 CONCLUSIES
1. Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen omvattende een non-woven textiellaag en een waterige samenstelling, waarbij de non-woven textiellaag met de waterige samenstelling geïmpregneerd is en waarbij de waterige samenstelling water en een anti-allergeenmiddel op basis van polyfenolen omvat, met het kenmerk, dat de anti-pollenfilterdoek minimaal gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel omvat, dat de waterige samenstelling tussen 40 en 75 gewichtsprocent water 10 omvat en dat de polyfenolen in het anti-allergeenmiddel uit een groep geselecteerd zijn die bestaat uit looizuur, extract van olijfbladeren bestaande uit oleuropeïne, en mengelingen daarvan.
2. Anti-pollenfilterdoek volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de non- woven textiellaag een gewicht van minimaal 65 g/m? en maximaal 95 g/m? heeft.
3. Anti-pollenfilterdoek volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de non- woven textiellaag een dikte tussen 0.3 mm en 0.7 mm heeft.
4, Anti-pollenfilterdoek volgens één der voorgaande conclusies 1-3, met het kenmerk, dat de non-woven textiellaag vezels in de orde van grootte van 5 tot 30 dtex per filament omvat.
5. Anti-pollenfilterdoek volgens één der voorgaande conclusies 1-4, met het kenmerk, dat de waterige samenstelling tussen 40 en 75 gewichtsprocent water omvat.
6. Anti-pollenfilterdoek volgens één der voorgaande conclusies 1-5, met het kenmerk, dat de waterige samenstelling tussen 25 en 60 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel omvat.
7. Werkwijze voor vervaardiging van anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen omvattende ter beschikking stellen van een non-woven textiellaag en impregneren van de non-woven textiellaag met een waterige samenstelling, waarbij de waterige samenstelling water en een anti- allergeenmiddel op basis van polyfenolen omvat met het kenmerk, dat de
14 BE2020/5234 anti-pollenfilterdoek minimaal 10 gewichtsprocent en maximaal 40 gewichtsprocent anti-allergeenmiddel omvat en dat de werkwijze een continu proces is, dat de waterige samenstelling tussen 40 en 75 gewichtsprocent water omvat en dat de polyfenolen in het anti-allergeenmiddel uit een groep geselecteerd zijn die bestaat uit looizuur, extract van olijfbladeren bestaande uit oleuropeïne, en mengelingen daarvan.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de werkwijze de extra stap omvat van na impregnatie het kalanderen van de anti-pollenfilterdoek met behulp van twee perswalsen, waarbij de drukkracht tussen de twee perswalsen tussen 1 en 5 kN bedraagt.
9, Werkwijze volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat de non-woven textiellaag met een snelheid tussen 2 m en 5 m per minuut doorheen het continu proces beweegt.
10. Werkwijze volgens conclusie 7, 8 of 9, met het kenmerk, dat de werkwijze de extra stap omvat van het drogen van de anti-pollenfilterdoek gedurende 1 minuut tot 2 minuten bij een temperatuur tussen 130° C en 150° C.
11. Werkwijze volgens één van de conclusies 7-10, met het kenmerk, dat de non-woven textiellaag voor het impregneren gestrekt wordt.
12. Werkwijze volgens één van de conclusies 7-11 en conclusie 10, met het kenmerk, dat de afstand tussen het impregneren en het drogen niet meer dan 3 m bedraagt.
13. Anti-pollenfilterdoek volgens één van de conclusies 1-6 verkregen door een werkwijze volgens één van de conclusies 7-12.
14. Werkwijze volgens één van de conclusies 8-13, geconfigureerd voor het vervaardigen van een anti-pollenfilterdoek volgens één van de conclusies 1-
7.
BE20205234A 2020-04-09 2020-04-09 Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen en werkwijze voor vervaardiging ervan BE1028202B1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205234A BE1028202B1 (nl) 2020-04-09 2020-04-09 Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen en werkwijze voor vervaardiging ervan

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205234A BE1028202B1 (nl) 2020-04-09 2020-04-09 Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen en werkwijze voor vervaardiging ervan

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1028202A1 BE1028202A1 (nl) 2021-11-04
BE1028202B1 true BE1028202B1 (nl) 2021-11-10

Family

ID=70470713

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20205234A BE1028202B1 (nl) 2020-04-09 2020-04-09 Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen en werkwijze voor vervaardiging ervan

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1028202B1 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP1985350A2 (en) * 2007-04-26 2008-10-29 Sanden Corporation Anti-allergen filter
JP2013067901A (ja) * 2011-09-22 2013-04-18 Sumika Enviro-Science Co Ltd アレルゲン低減化機能を付与する方法
WO2014019660A1 (fr) * 2012-08-02 2014-02-06 Valeo Transmissions - Materiaux De Friction Filtre anti-allergene et systeme de ventilation d'air de l'habitacle d'un vehicule automobile associe
CN205252894U (zh) * 2015-12-14 2016-05-25 张松波 一种茶多酚空气净化膜
US20160296871A1 (en) * 2013-12-18 2016-10-13 Mann+Hummel Gmbh Filter Medium, Filter Element and Filter Arrangement

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2660942B1 (fr) 1990-04-11 1994-09-09 Kaysersberg Sa Procede d'impregnation en continu d'une nappe textile.

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP1985350A2 (en) * 2007-04-26 2008-10-29 Sanden Corporation Anti-allergen filter
JP2013067901A (ja) * 2011-09-22 2013-04-18 Sumika Enviro-Science Co Ltd アレルゲン低減化機能を付与する方法
WO2014019660A1 (fr) * 2012-08-02 2014-02-06 Valeo Transmissions - Materiaux De Friction Filtre anti-allergene et systeme de ventilation d'air de l'habitacle d'un vehicule automobile associe
US20160296871A1 (en) * 2013-12-18 2016-10-13 Mann+Hummel Gmbh Filter Medium, Filter Element and Filter Arrangement
CN205252894U (zh) * 2015-12-14 2016-05-25 张松波 一种茶多酚空气净化膜

Non-Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
DATABASE WPI Week 201330, Derwent World Patents Index; AN 2013-F62790, XP002801192 *
DATABASE WPI Week 201640, Derwent World Patents Index; AN 2016-35529G, XP002801193 *

Also Published As

Publication number Publication date
BE1028202A1 (nl) 2021-11-04

Similar Documents

Publication Publication Date Title
DE69530957T2 (de) Verfahren zur Sättigung mit einem flüssigen Mittel, Vorrichtung und Artikel
DE69409648T2 (de) Vorrichtung zur Abnahme und zum Transportieren mit hoher Geschwindigkeit eines Faservlieses am Ende einer Karde
DE112010002094T5 (de) Einrichtung zur trocknung und behandlung einer tissuepapierbahn
GB1376676A (en) Process for manufacturing fibrous webs from suspensions of fibres
US4279060A (en) Method of and apparatus for the production of open non-woven fabric from fibrous material
EP0900295B1 (de) Verfahren zur Herstellung eines Vlieses hydrodynamischer Vernadelung
DE2355543A1 (de) Verfahren und vorrichtung zum trocknen von synthetischen fasermaterialien
BE1028202B1 (nl) Anti-pollenfilterdoek voor het denatureren van allergenen en werkwijze voor vervaardiging ervan
EP1756357A1 (de) Papiermaschinen-pressfilz und verfahren sowie vorrichtung zu seiner herstellung
US2323167A (en) Treatment of webs or fleeces produced on carding engines
GB733451A (en) Improvements in or relating to web product and method of making the same
DD145412A5 (de) Verfahren und vorrichtung zum bespruehen von textilen flaechengebilden
EP0640408B1 (de) Verfahren zum kontinuierlichen Imprägnieren
DE1951099A1 (de) Verfahren und Vorrichtung zum Herstellen von Vliesstoffen mit textilen Eigenschaften auf nassem Wege
DE727393C (de) Filzartiger Werkstoff und Verfahren zu seiner Herstellung
DE650143C (de) Verfahren und Vorrichtung zum Herstellen von Kunstleder
DE2637303B2 (de) Verfahren und Vorrichtung zur Verminderung des Grauschleiers beim kontinuierlichen Färben von Textilgeweben mit Zwischentrocknung
US2795823A (en) Process of recovering waste coated fibers and products made therewith
EP4444946B1 (de) Anlage und verfahren zur herstellung eines ein- oder mehrlagigen vlieses
GB796678A (en) Method of and apparatus for manufacturing a filtering material and filtering material thereby produced
DE581032C (de) Verfahren zum Faerben von Papier oder anderen Werkstoffbahnen
DE10123099C1 (de) Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung einer Vielzahl von Saugmittelschichten
DE1469416A1 (de) Verfahren zur Herstellung von Vliesen
DE102012017168B4 (de) Verfahren zur Herstellung eines Papierverbundstoffes, Papierverbundstoffe sowie Verwendung der Papierverbundstoffe
DE604499C (de) Verfahren zur Behandlung von Papiermaschinenfilzen, Filzwalzen oder Filzschlaeuchen

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20211110