BE1029112B1 - Textiellaag en substraat voor sabotagedetectie en paneel omvattende hetzelfde - Google Patents
Textiellaag en substraat voor sabotagedetectie en paneel omvattende hetzelfde Download PDFInfo
- Publication number
- BE1029112B1 BE1029112B1 BE20215547A BE202105547A BE1029112B1 BE 1029112 B1 BE1029112 B1 BE 1029112B1 BE 20215547 A BE20215547 A BE 20215547A BE 202105547 A BE202105547 A BE 202105547A BE 1029112 B1 BE1029112 B1 BE 1029112B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- layer
- optical
- textile
- electrical
- electrical paths
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G08—SIGNALLING
- G08B—SIGNALLING SYSTEMS, e.g. PERSONAL CALLING SYSTEMS; ORDER TELEGRAPHS; ALARM SYSTEMS
- G08B13/00—Burglar, theft or intruder alarms
- G08B13/02—Mechanical actuation
- G08B13/12—Mechanical actuation by the breaking or disturbance of stretched cords or wires
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Laminated Bodies (AREA)
Abstract
Textiellaag voor sabotagedetectie omvattende een textiele ondersteuning, een elektronisch sabotagedetectiecircuit omvattende een of meer optische en/of elektrische paden geïntegreerd met de textiele ondersteuning en aansluitbaar op optische en/of elektrische meetmiddelen voor het meten van een optische en/of elektrische meetwaarde; en meerdere openingen, waarbij het elektronische sabotagedetectiecircuit wordt geconfigureerd om sabotage te detecteren met ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning als een wijziging van genoemde meetwaarde optreedt, waarbij het genoemde ene of de meerdere optische en/of elektrische paden zijn voorzien in een patroon dat zich uitstrekt over genoemd detectiegebied, waarbij een fractie van een oppervlaktegebied van de meerdere openingen in genoemd detectiegebied over een totaal oppervlaktegebied van de textiele ondersteuning in genoemd detectiegebied 25-98% is, zodat een vulmateriaal door de meerdere openingen kan passeren.
Description
' BE2021/5547 Textiellaag en substraat voor sabotagedetectie, en paneel omvattende hetzelfde Gebied van de uitvinding
[0001] De onderhavige uitvinding heeft, in het algemeen, betrekking op een textiellaag voor sabotagedetectie. De onderhavige uitvinding heeft verder betrekking op een substraat voor sabotagedetectie. De onderhavige uitvinding heeft verder betrekking op een fabricagemethode van een textiellaag voor sabotagedetectie. De onderhavige uitvinding heeft verder betrekking op een fabricagemethode van een substraat voor sabotagedetectie. De onderhavige uitvinding heeft verder betrekking op een paneel omvattende genoemde textiellaag of substraat en een fabricagemethode van een dergelijk paneel. De onderhavige uitvinding heeft verder betrekking op een gebruik van een textiellaag als deel van een sabotagedetectiesysteem voor integratie met een substraat en/of een paneel. Stand van de techniek
[0002] Het is duidelijk dat verplaatsbare containers, zoals vrachtwagens, bestelwagens, trailers, transportcontainers, kluizen etc. onderhevig zijn aan sabotage, diefstal en andere illegale activiteiten. Hetzelfde type illegale activiteiten komt ook voor met vaste structuren, zoals kantoren, huizen etc. gemaakt van soortgelijke materialen of componenten (bijv. wanden of panelen) die zich in de verplaatsbare containers bevinden. Hetzelfde is van toepassing op de verplaatsbare containers en de vaste structuren met isolatie, bijvoorbeeld thermisch, akoestisch, elektrisch etc.
[0003] In het algemeen zijn containers of structuren meestal gemaakt van dunne metalen platen (bijv. staal) of van dik stijf schuim tussen zeer dunne oppervlaktelagen. De containers en structuren gebaseerd op metalen platen hebben als nadeel het zware gewicht (toenemende transportbrandstofkosten en afnemende maximale gewichtscapaciteit), maar ze zijn moeilijk te saboteren en open te breken. De containers en structuren gebaseerd op schuimpanelen zijn lichter en hebben thermische isolatie-eigenschappen (gebruikt voor bijv. koelcontainers, -vrachtwagens etc.), maar zijn ook makkelijk te saboteren en door te snijden.
[0004] WO2008/002878 (Honeywell international Inc, 2008) beschrijft een groot oppervlakteverdeeld elektrisch circuit geprint op een diëlektrische folie voor het wikkelen van pallets of containers, waarbij het verdeelde elektrische circuit een breuk van de film herkent door middel van een elektrische weerstandswijziging van een of meer elementen van het verdeelde elektrische circuit.
[0005] Het hierboven beschreven systeem voorziet enkel in een extern breukdetectiecircuit dat zichtbaar is en niet binnenin de container geïntegreerd kan worden.
[0006] Er is daarom behoefte aan een textiellaag voor sabotagedetectie die kan worden geïntegreerd met een paneel, zoals de wandpanelen in ten minste de bovengenoemde containers en structuren. Verder is er behoefte aan een substraat voor sabotagedetectie dat een dergelijke textiellaag omvat, die geïntegreerd kan worden met het paneel. Samenvatting van de uitvinding
[0007] Een doel van de uitvinding is daarom het voorzien in een verbeterde textiellaag en substraat die niet een of meer van bovengenoemde nadelen vertoont.
° BE2021/5547
[0008] Aanvullende en alternatieve doelen van de openbaarmaking kunnen uit het volgende begrepen worden.
[0009] Een aspect van de onderhavige uitvinding voorziet in een textiellaag voor sabotagedetectie waarbij de laag een textiele ondersteuning omvat; een elektronisch sabotagedetectiecircuit omvattende een of meer optische en/of elektrische paden geïntegreerd met de textiele ondersteuning en aansluitbaar op optische en/of elektrische meetmiddelen voor het meten van een optische en/of elektrische meetwaarde; en meerdere openingen, waarbij het elektronische sabotagedetectiecircuit wordt geconfigureerd om sabotage te detecteren met ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning als een wijziging van genoemde meetwaarde optreedt, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden zijn aangebracht in een patroon dat zich uitstrekt over genoemd ten minste ene detectiegebied, waarbij een fractie van een oppervlaktegebied van de meerdere openingen in genoemd ten minste ene detectiegebied over een totaal volume van de textiele ondersteuning in genoemd ten minste ene detectiegebied 25- 98% is, zodat een vulmateriaal door de meerdere openingen in de textiellaag kan passeren.
[0010] De textiellaag heeft als voordeel dat een vulmateriaal door de meerdere openingen in de textiellaag kan passeren en bij voorkeur de textiellaag vult, die kan worden gebruikt om de textiellaag in een substraat en/of paneel en/of ieder ander stijf oppervlak voor sabotagedetectie te integreren. Verder verbetert de porositeit of openheid van de textiellaag het vullen van de textiellaag, bij voorkeur textiele ondersteuning met het vulmateriaal. De textiellaag voorziet daarom in verbeterde sabotagedetectie, terwijl hij niet zichtbaar is voor het blote oog.
[0011] Verder voorziet de textiellaag volgens de onderhavige uitvinding in een dunne en lichte laag, hetgeen zorgt voor gereduceerde invloed op het gewicht, de thermische isolatiewaarden, het volume en de stijfheid van een substraat en/of paneel waarmee de textiellaag kan worden geïntegreerd.
[0012] Een aspect van de onderhavige uitvinding voorziet ook in een paneel voor sabotagedetectie omvattende een oppervlaktelaag; een vullaag; en een textiellaag, waarbij de textiellaag geïntegreerd is in de vullaag en de vullaag wordt geïntegreerd met de oppervlaktelaag.
[0013] Een aspect van de onderhavige uitvinding voorziet ook in een fabricagemethode van een textiellaag voor sabotagedetectie.
[0014] Een aspect van de onderhavige uitvinding voorziet ook in een fabricagemethode van een substraat voor sabotagedetectie.
[0015] Een aspect van de onderhavige uitvinding voorziet ook in het gebruik van een textiellaag als deel van een sabotagedetectiesysteem voor integratie in een substraat en/of een paneel. Korte beschrijving van de tekeningen
[0016] De onderhavige uitvinding wordt hieronder meer gedetailleerd besproken, met verwijzing naar de bijgevoegde tekeningen, waarin:
[0017] Afb. 1A-1C een textiellaag voor sabotagedetectie beschrijven volgens de onderhavige uitvinding, voor, tijdens en na sabotage;
[0018] Afb. 2A-2C een textiellaag, substraat en paneel voor sabotagedetectie beschrijven volgens 40 de onderhavige uitvinding, voor, tijdens en na sabotage;
° BE2021/5547
[0019] Afb. 3A-3C een textiellaag en substraat voor sabotagedetectie beschrijven volgens de onderhavige uitvinding, voor, tijdens en na sabotage;
[0020] Afb. 4A, 4B, 5A, 5B, GA en 6B een textiellaag beschrijven volgens de onderhavige uitvinding. Beschrijving van uitvoeringsvormen
[0021] De volgende beschrijvingen zijn alleen een beschrijving van voorbeelduitvoeringsvormen en worden niet als beperkend beschouwd wat het doeleinde betreft. Iedere verwijzing hierin naar de openbaarmaking is niet bedoeld om de openbaarmaking te begrenzen of beperken tot precieze kenmerken van één of meerdere van de voorbeelduitvoeringsvormen bekendgemaakt in deze specificatie.
[0022] Verder worden de termen, eerste, tweede en derde en soortgelijke termen in de beschrijving en in de conclusies gebruikt voor het onderscheiden van twee soortgelijke elementen en niet noodzakelijkerwijs voor het beschrijven van een sequentiële of chronologische volgorde. De termen zijn uitwisselbaar onder geschikte omstandigheden en de uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen werken in andere sequenties dan hierin beschreven of geïllustreerd.
[0023] Bovendien worden de termen bovenkant, onderkant, boven, onder en dergelijke in de beschrijving en de conclusies gebruikt voor beschrijvende doeleinden en niet noodzakelijkerwijs voor het beschrijven van relatieve posities. De zo gebruikte termen zijn uitwisselbaar onder geschikte omstandigheden en de hierin beschreven uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen werken in andere richtingen dan hierin beschreven of geïllustreerd.
[0024] Verder moeten de verschillende uitvoeringsvormen, ook al wordt ernaar verwezen als “preferent”, worden opgevat als voorbeeldwijzen waarin de uitvinding kan worden geïmplementeerd en niet als beperkend voor het doeleinde van de uitvinding.
[0025] De term “omvattende”, gebruikt in de conclusies, mag niet worden geïnterpreteerd als begrensd tot de hierna vermelde elementen of stappen; het sluit geen andere elementen of stappen uit. Het moet geïnterpreteerd worden als het specificeren van de aanwezigheid van de vermelde kenmerken, integers, stappen of componenten waarnaar verwezen wordt, maar sluit de aanwezigheid of aanvulling van een of meer andere kenmerken, integers, stappen of componenten, of groepen daarvan, niet uit. Zodoende mag de uitdrukkingsreikwijdte “een apparaat omvattende A en B” niet worden beperkt tot apparaten enkel bestaande uit componenten A en B, juist wat betreft de onderhavige uitvinding zijn de enige opgesomde componenten van het apparaat A en B, en verder moet de conclusie worden geïnterpreteerd als bevattende equivalenten van die componenten.
[0026] In uitvoeringsvormen omvat een textiellaag voor sabotagedetectie een textiele ondersteuning; en een elektronisch sabotagedetectiecircuit omvattende een of meer optische en/of elektrische paden geïntegreerd met de textiele ondersteuning, en aansluitbaar op optische en/of elektrische meetmiddelen voor het meten van een optische en/of elektrische meetwaarde; en meerdere openingen, waarbij het elektronische sabotagedetectiecircuit wordt geconfigureerd om sabotage te detecteren met ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning als een 40 wijziging van genoemde meetwaarde optreedt, waarbij het ene of de meerdere optische en/of
* BE2021/5547 elektrische paden zijn voorzien in een patroon dat zich uitstrekt over genoemd ten minste ene detectiegebied, waarbij een fractie van een oppervlaktegebied van de meerdere openingen in genoemd ten minste ene detectiegebied over een totaal oppervlaktegebied van de textiele ondersteuning in genoemd ten minste ene detectiegebied 25-98% is, zodat een vulmateriaal door de meerdere openingen in de textiellaag kan passeren.
[0027] De textielonderlaag kan ten minste één materiaal van de groep van polyvinylchloride (PVC), polyurethaan (PU), siliconen, polyester, polyamide (PA), polyolefin (PE), polypropyleen (PP), thermoplastisch elastomeer (TPE), nylon, celluloseacetaat, katoen, elastaan, epoxy, rubber, glas etc. omvatten. Het garen of het weefsel kan een van deze of een combinatie van genoemd ten minste één materiaal omvatten. Om een goede stijfheid en hantering van de textiellaag mogelijk te maken, kan de textiele ondersteuning bijvoorbeeld worden bevestigd door textielconstructie zoals hierin beschreven (bijv. linonweefsel, breisel etc.) en/of door het bekleden van de textiele ondersteuning met een van de hierboven beschreven materialen (bijv. flexibele PVC, PP, PE, PU, TPE, epoxy etc.) rond het garen gebruikt voor het produceren van de textiele ondersteuning.
[0028] In uitvoeringsvormen omvatten het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden een eerste set optische en/of elektrische paden en een tweede set optische en/of elektrische paden aangesloten op de eerste set optische en/of elektrische paden.
[0029] In verdere uitvoeringsvormen omvat de eerste set optische en/of elektrische paden hoofdzakelijk parallelle optische en/of elektrische paden en/of omvat de tweede set optische en/of elektrische paden hoofdzakelijk parallelle optische en/of elektrische paden.
[0030] Het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden zijn voorzien in een patroon dat zich uitstrekt over ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning om daarmee sabotage te detecteren. Het ten minste ene detectiegebied kan bij voorkeur de gehele textiele ondersteuning of de gehele textiellaag vertegenwoordigen. Er kunnen verschillende patronen van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden gevormd worden, waar de eerste set optische en/of elektrische paden parallel zijn en/of de tweede set optische en/of elektrische paden parallel zijn. Dergelijke patronen worden gedetailleerder beschreven onder verwijzing naar onderstaande Afb. 4-6.
[0031] In uitvoeringsvormen kunnen voor ten minste een van de eerste en tweede sets optische en/of elektrische paden een afstand tussen de optische en/of elektrische paden, bijv. tussen aangrenzende paden in de eerste en/of tweede set, tussen 0,4 en 30 cm zijn. Voorkeursbereiken bevatten: 0,4-5 cm, 0,4-10 cm, 0,4-15 cm, 0,4-20 cm, 0,4-25 cm, 5-10 cm, 5-15 cm, 5-20 cm, 5-25 cm, 5-30 cm, 10-15 cm, 10-20 cm, 10-25 cm, 10-30 cm, 15-20 cm, 15-25 cm, 15-30 cm, 20-25 cm, 20-30 cm, 25-30 cm etc. De meeste voorkeursbereiken bevatten: 3-10 cm, 4-10 cm, 5-10 cm, 6-10 cm, 7-10 cm, 8-10 cm, 9-10 cm, 3-9 cm, 4-9 cm, 5-9 cm, 6-9 cm, 7-9 cm, 8-9 cm, 3-8 cm, 4-8 cm, 5-8 cm, 6-8 cm, 7-8 cm, 3-7 cm, 4-7 cm, 5-7 cm, 6-7 cm, 3-6 cm, 4-6 cm, 5-6 cm, 3-5 cm, 4-5 cm. De afstand kan worden vastgesteld als de lengte van een segment gevormd tussen twee paden, waar het segment dezelfde hoek vormt met elk van de twee paden. Voor parallelle paden is de hoek 90 graden (d.w.z. het segment is loodrecht op de twee paden).
° BE2021/5547
[0032] In uitvoeringsvormen hebben het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden een breedte in het bereik van 0,1-5 mm, bij voorkeur 0,1-3 mm, 0,1-2 mm of 0,1-1mm, meer bij voorkeur tussen 0,5-1 mm en met de meeste voorkeur rond 0,8 mm. De dikte van een of meer optische paden kunnen afhankelijk zijn van het aantal glasvezels in de optische kabel. De dikte van het ene of de meerdere elektrische paden kan afhankelijk zijn van het aantal en/of de dikte van draden in de elektrische kabel. De dikte van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden kan verschillen gebaseerd verder op de dikte van de gebruikte coating(s) en/of isolatie.
[0033] In uitvoeringsvormen kan het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden elastisch en/of rekbaar en/of vervormbaar zijn. De elasticiteit van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden zorgt ervoor dat de textiellaag gevouwen kan worden zonder dat het ene of de meerdere optische elektrische paden onderbroken worden. Dit maakt een beter transport van de textiellaag mogelijk.
[0034] In uitvoeringsvormen kunnen het ene of de meerdere optische paden glasvezels zijn (met een dikte van bijv. ongeveer 0,1-0,7 mm) of kabels (met een dikte van bijv. ongeveer 0,5-5 mm ten minste afhankelijk van het aantal vezels in de kabel). Deze kunnen worden geïntegreerd met de textiele ondersteuning door middel van borduren, innaaien, weven, breien, leggen of hechten. In één voorbeeld kunnen het ene of de meerdere optische paden in de textiele ondersteuning gewoven worden. In een ander voorbeeld kunnen het ene of de meerdere optische paden worden geplaatst na het fabriceren van de textiele ondersteuning en bevestigd met behulp van innaaien of een hechtmiddel (bijv. een coating).
[0035] In uitvoeringsvormen zijn het ene of de meerdere optische paden bekleed of geïsoleerd met een of meer materialen voor de werking en/of beveiliging van het ene of de meerdere optische paden. Het ene of de meerdere optische paden kan worden bekleed met een mantel (met een dikte van ongeveer 125 um) met een bij voorkeur lage brekingsindex, zodat het licht zich optimaal langs het ene of de meerdere optische paden kan verplaatsen. De mantel kan worden bekleed door een buffer (met een dikte van ongeveer 900 um) die deze beschermt tegen vocht en fysieke schade veroorzaakt door de omgeving op de delicate glasvezelstrengen. Verder kan er een primaire coating (met een dikte van ongeveer 250 um) worden aangebracht tussen de mantel en de bufferlaag voor het beschermen van het ene of de meerdere optische paden tegen elkaar en/of om te fungeren als een schokdemper om verzwakking veroorzaakt door microbuiging te minimaliseren. Verder kan er een secundaire coating (bijv. mantellaag) worden aangebracht voor het beschermen van het ene of de meerdere elektrische paden tegen externe omgevingsfactoren.
[0036] Het ene of de meerdere elektrische paden kunnen elektrisch geleidende paden zijn, zoals geleidende draden, stalen draden, stalen kabels of andere metalen draden. Deze kunnen worden geïntegreerd met de textiele ondersteuning, in aanvulling op de hierboven beschreven middelen onder verwijzing naar de optische paden, door middel van printen (bijv. inkjet of zeefdruk) of spuiten. In een voorbeeld, in aanvulling op de hierboven beschreven voorbeelden onder verwijzing naar de optische paden, kan het ene of de meerdere elektrische paden worden aangebracht met behulp van een print- of spuittechniek.
° BE2021/5547
[0037] In uitvoeringsvormen kunnen het ene of de meerdere elektrische paden verder elastisch en/of rekbaar en/of vervormbaar zijn. Hierbij kan rekening worden gehouden met de elasticiteit en de elektrische geleidbaarheid als het materiaal droog/uitgehard is, en niet als het in een toestand is om aangebracht te worden. Een dergelijk materiaal is bijvoorbeeld een zilverpasta die kan worden aangebracht met behulp van zeefdruk en dat na drogen/uitharden elektrisch geleidend is en blijft, zelfs met een elastische uitrekking, bijvoorbeeld van 3 %. Bij voorkeur is een elastische uitrekking zoals hierboven beschreven, zonder dat elektrische onderbreking nodig is. Een voorbeeld van een nuttige materiaal is het zogenaamde “DuPont 5064 Silver Conductor” (handelsnaam) van DuPont MCM.
[0038] In uitvoeringsvormen zijn het ene of de meerdere elektrische paden geïsoleerd of afgeschermd met een niet-geleidende isolatie. De isolatie kan een primaire isolatie omvatten voor het isoleren van het ene of de meerdere elektrische paden van elkaar. De isolatie kan verder een secundaire isolatie omvatten (bijv. een mantelisolatie) voor het isoleren van het ene of de meerdere elektrische paden van externe componenten en/of omgevingsfactoren, zoals warmte of water. De isolatie kan verder een vulmiddel omvatten en/of een afscherming tussen de primaire en secundaire isolatie om de stabiliteit en bescherming van het ene of de meerdere elektrische paden te verbeteren.
[0039] De textiellaag omvat meerdere openingen, die verkregen kunnen worden door de manier waarop de textiele ondersteuning wordt gefabriceerd en/of door de manier waarop het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden geïntegreerd zijn met de textiele ondersteuning.
[0040] De openheid van de textiellaag kan afhankelijk zijn van het type materiaal van de textiele ondersteuning. De textiele ondersteuning kan bijvoorbeeld een gaas, een vlechtwerk, een net, een vezelvlies of een tricot zijn. Het textielmateriaal kan voorzien zijn, zodat een vulmateriaal door meerdere openingen in de textiele ondersteuning kan passeren. Zodoende, hoe meer de textiele ondersteuning open is (d.w.z. hoe meer openingen en/of hoe breder de openingen), des te eenvoudiger kan het vulmateriaal door genoemde openingen passeren, maar des te moeilijker de hantering van de textiellaag en de integratie van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden.
[0041] De openheid van de textiellaag kan afhankelijk zijn van het patroon van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden. Een rasterpatroon kan bijvoorbeeld de openheid van de textiellaag reduceren, vergeleken met een meandervormig patroon. De openheid van de textiellaag kan verder afhankelijk zijn van een afstand tussen het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden en/of tussen delen daarvan. Een kleinere afstand tussen paden kan bijvoorbeeld de openheid van de textiellaag reduceren, vergeleken met een grotere afstand. In een ander voorbeeld kan de afstand de openheid van de textiellaag niet beïnvloeden, als het ene of de meerdere paden geïntegreerd zijn langs enkele garens of vezels van de textiele ondersteuning (bijv. rondom en/of niet over de openingen van de textiele ondersteuning). De openheid van de textiellaag kan afhankelijk zijn van het type integratie van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden. Het innaaien van het ene of de meerdere paden met de textiele ondersteuning 40 kan ervoor zorgen dat het ene of de meerdere paden uitsteken over openingen in de textiele
/ BE2021/5547 ondersteuning en kan ten minste deel van een opening blokkeren, terwijl weven de openingen van de textiele ondersteuning en/of textiellaag mogelijk niet beïnvloedt.
[0042] Het heeft de voorkeur dat het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden de openheid van de textiele ondersteuning niet in gevaar brengen, waarin voldoende ruimte voorzien is door het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden. Anderzijds heeft het ook de voorkeur de ruimte voorzien door het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden niet te breed te maken, omdat sabotagedetectie optimaal werkt als het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden worden aangeraakt tijdens sabotage. Een grotere ruimte voorzien door het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden kan echter leiden tot een grotere maximumsabotage (bijv. snijden) zonder detectie.
[0043] De uitvinders van de onderhavige uitvinding hebben vastgesteld dat de fractie van het oppervlaktegebied of het volume van de meerdere openingen in het ten minste ene detectiegebied over het totale oppervlaktegebied of het totale volume van de textiellaag in het ten minste ene detectiegebied, met andere woorden de openheid van de textiellaag, die 25-98% is, het mogelijk maakt dat het vulmateriaal door de meerdere openingen in de textiele ondersteuning passeert. Voorkeursbereiken bevatten: 25-40%, 25-50%, 25-60%, 25-70%, 25-80%, 25-90%, 40-50%, 40- 60%, 40-70%, 40-80%, 40-90%, 40-98%, 50-60%, 50-70%, 50-80%, 50-90%, 50-98%, 60-70%, 60-80%, 60-90%, 60-98%, 70-80%, 70-90%, 70-98%, 80-90%, 80-98%, 90-98% etc.
[0044] In uitvoeringsvormen hebben goede hantering en/of stijfheid, in combinatie met een hoge mate van openheid de voorkeur, zodat het vulmateriaal door een opening in een precieze plaats kan passeren. De onderhavige uitvinding is echter niet beperkt tot het bevestigen van de textiellaag om goede hantering te garanderen. Een lagere mate van openheid kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de hantering van de textiellaag te verbeteren. Er kan ook naar de openheid van de textiele ondersteuning en/of de textiellaag verwezen worden als een porositeit van de textiele ondersteuning en/of de textiellaag, respectievelijk.
[0045] In uitvoeringsvormen maakt de textiele ondersteuning en/of de textiellaag het mogelijk dat vulmateriaal de meerdere openingen in de textiele ondersteuning en/of de textiellaag vult.
[0046] In uitvoeringsvormen zijn de meerdere openingen gelijk verdeeld in de textiele ondersteuning en/of de textiellaag. Als aanvulling of alternatief kunnen de meerdere openingen soortgelijke/dezelfde afmetingen hebben, zoals: vorm op een vlak gedefinieerd door de textiele ondersteuning en/of de textiellaag (bijv. cirkelvormig, rechthoekig, diamantvormig, driehoekig, trapeziumvormig, hexagonaal, onregelmatig etc.), diameter, breedte, lengte, diepte, gebied op een vlak gedefinieerd door de textiele ondersteuning, volume etc. De meerdere openingen zijn niet beperkt tot het bovenstaande en kunnen andere afmetingen hebben gebaseerd op de manier waarop de textiele ondersteuning en/of de textiellaag gefabriceerd is, d.w.z. de textiele ondersteuning kan een gelegd gaas, een vlechtwerk, een net, een vezelvlies of een tricot zijn en de afmetingen van meerdere openingen zijn representatief voor de openingen tussen het materiaal (bijv. garen) gebruikt voor het fabriceren van de textiele ondersteuning.
[0047] In verdere uitvoeringsvormen strekken de meerdere openingen zich in één richting uit door 40 de textiele ondersteuning en/of de textiellaag, bij voorkeur door zich hoofdzakelijk loodrecht uit te
° BE2021/5547 strekken op een vlak gedefinieerd door de textiele ondersteuning en/of de textiellaag. Een opening kan bijvoorbeeld cilindrisch zijn (bijv. cirkelvormig, rechthoekig, diamantvormig, driehoekig, trapeziumvormig, hexagonaal etc.) of kan zich onregelmatig uitstrekken door de textiele ondersteuning en/of de textiellaag.
[0048] In uitvoeringsvormen hebben de meerdere openingen een vorm die hoofdzakelijk rechthoekig, vierkant, ellipsvormig, cirkelvormig, vijfhoekig, hexagonaal etc. is. De meerdere openingen kunnen elk een gebied hebben op een vlak gedefinieerd door de textiele ondersteuning in het bereik van 5-3600 mm}, bij voorkeur in het bereik van 5-25 mm?, 5-50 mm?, 5-75 mm2, 5-100 mm2, 5-150 mm°, 5-200 mm”, 5-250 mm°, 5-500 mm2, 5-750 mm2?, 5-1000 mm°, 5-1500 mm°, 5- 3000 mm? en alle andere bereiken gevormd tussen een van de eindpunten van de beschreven bereiken. Een opening met hoofdzakelijk een rechthoekige vorm kan afmetingen hebben (breedte en lengte) in het bereik van 2-60 mm, zoals 2x3 mm, 2x5 mm, 4x10 mm, 4x15 mm, 4x20 mm, 8x10 mm, 8x20 mm, 15x20 mm, 15x30 mm, 20x30 mm, 20x40 mm, 20x60 mm, 30x60 mm, 40x60 mm etc. In een ander voorbeeld kan een opening met een hoofdzakelijk vierkante vorm afmetingen (zijde) hebben in het bereik van 2-60 mm zoals 2 mm, 2,5 mm, 3 mm, 4 mm, 5 mm, 6 mm, 7 mm, 8 mm, 9 mm, 10 mm etc. In een ander voorbeeld kan een opening met hoofdzakelijk een cirkelvorm afmetingen hebben (bijv. diameter) in het bereik van 2-60 mm of ieder ander bereik daarin. Vergeet niet dat de onderhavige uitvinding niet beperkt is tot deze beschreven bereiken en dat alle andere bereiken gevormd tussen een van de eindpunten van de beschreven bereiken er ook deel van uitmaken.
[0049] In het algemeen kan het type patroon gekozen worden gebaseerd op het type sabotage dat men verwacht te vinden. Bij het gebruik van een of meer elektrische paden zijn ertwee manieren waarop de patronen gebruikt kunnen worden: als een resistief systeem of capacitatief systeem. Bij het gebruik van een of meer optische paden is er normaal gesproken een optisch energiesysteem.
[0050] Daarom is/zijn de optische en/of elektrische meetmiddelen aangesloten op de respectieve een of meerdere optische en/of elektrische paden geconfigureerd voor het meten van een optische en/of elektrische meetwaarde of signaal (bijv. weerstand, stroom, spanning, condensator, optische energie etc.).
[0051] In uitvoeringsvormen kunnen de elektrische meetmiddelen worden aangesloten met een eerste en een tweede uiteinde van elk van het ene of de meerdere elektrische paden. Als alternatief kunnen de elektrische meetmiddelen bijvoorbeeld worden aangesloten met een eerste en een tweede uiteinde representatief voor het ene of de meerdere elektrische paden als een systeem, als meerdere elektrische paden in serie worden aangesloten, dan kunnen een enkel invoer- en een enkel uitvoeruiteinde van de meerdere elektrische paden worden gebruikt om een meetwaarde of signaal te meten. Daarbij wordt in de uitvoeringsvormen een elektrisch gesloten circuit verkregen dat wordt gevormd door het/de elektrisch-geleidende pad(en) en de elektrische meetmiddelen. De elektrische meetmiddelen kunnen een stroombron of een spanningsbron omvatten die kan worden opgenomen in het gesloten elektrische circuit en die ervoor kan zorgen dat er een elektrische stroom door het/de elektrische pad(en) stroomt. De elektrische meetmiddelen kunnen een of meer 40 stroombronnen of een of meer spanningsbronnen omvatten, die een elektrische stroom door het
° BE2021/5547 ene of de meerdere elektrische paden kan laten stromen. De omvang van deze elektrische stroom door of de spanning in een of alle elektrische paden kan verder worden gemeten door respectievelijk een stroommeter of spanningsmeter in genoemde elektrische meetmiddelen, en geeft zodoende een indicatie van de elektrische weerstand van het elektrische pad. Als deze elektrische weerstand te breed is, kan redelijkerwijs worden verondersteld dat het elektrische pad ergens onderbroken is, zodat sabotage van de textiellaag kan worden vastgesteld.
[0052] Hierboven is een configuratie beschreven waarmee, gebaseerd op een elektrische weerstand van het pad, de integriteit van het pad kan worden vastgesteld. Het is duidelijk dat andere elektrische metingen, zoals inductie en geleidbaarheid, kunnen worden gemeten en op basis daarvan een dergelijke vaststelling kan worden uitgevoerd. Als alternatief voor het plaatsen van een stroom- of spanningsbron en het meten van de elektrische stroom die er doorheen stroomt, kunnen de twee uiteinden van elke of alle van het ene of de meerdere elektrische paden worden kortgesloten en kan een inductieve meting worden uitgevoerd om de integriteit van het ene of de meerdere elektrische paden vast te stellen. Het is duidelijk dat dit ook wordt gedekt door het doeleinde van de uitvinding: elektrische meetmiddelen aansluiten met uiteinden van het ene of de meerdere elektrische paden (bijv. een eerste en een tweede uiteinde van een elektrisch pad), namelijk een geleider, die deel uitmaakt van de elektrische meetmiddelen, wordt aangesloten als een kortsluitingselement met de uiteinden van het ene of de meerdere elektrische paden, zoals het eerste en tweede uiteinde van een elektrisch pad. De verdere meetmiddelen kunnen daarna van het elektrische pad losgekoppeld worden.
[0053] Het wordt op prijs gesteld dat optische meetmiddelen gebruikt kunnen worden, waarin een lichtsignaal wordt overgedragen door het ene of de meerdere optische paden over de textiellaag. Hierin kunnen de optische meetmiddelen de optische energie meten van het licht ontvangen aan een eerste uiteinde van het ene of de meerdere optische paden en dit vergelijken met de overgedragen optische energie van een lichtbron aan het tweede uiteinde van het ene of de meerdere optische paden. Er kan één lichtbron zijn voor elk van het ene of de meerdere optische paden of een enkele lichtbron die licht overdraagt door middel van het ene of de meerdere optische paden. Er kan rekening worden gehouden met de lengte van het optische pad voor het vaststellen van een meetwaarde of signaalverlies dat niet aan sabotage te wijten is, bij vergelijking met de lichtbron. De meetwaarde of het signaal kan een optische energiebron, een dispersie, bandbreedte en/of elke andere waarde of signaal zijn, bekend in de kunst van optische meting, zoals metingen met een optische tijdsdomeinreflectometer (OTDR).
[0054] Het elektronische sabotagedetectiecircuit wordt geconfigureerd om sabotage te detecteren in ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning, als een wijziging van genoemde meetwaarde of signaal optreedt. Genoemde wijziging kan representatief zijn voor een onderbreking van de meetwaarde of het signaal. Als aanvulling of alternatief kan genoemde wijziging representatief zijn voor een onderbreking van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden.
[0055] In uitvoeringsvormen zijn de optische en/of elektrische meetmiddelen voorzien om een 40 signaal te genereren, als een wijziging van genoemde meetwaarde optreedt, als resultaat van sabotage met de textiellaag. Als er bijvoorbeeld een wijziging in de optische en/of elektrische meetwaarde wordt vastgesteld, worden de optische en/of elektrische meetmiddelen geconfigureerd om een signaal te genereren, zoals het eenvoudig 'Aan' schakelen van een ander elektrisch circuit. Dit andere elektrische circuit kan een luidspreker omvatten, zodanig dat een hoorbaar alarmsignaal wordt gegenereerd als het tweede elektrische circuit wordt ingeschakeld. Het andere elektrische circuit kan ook een radiofrequentiemodule bevatten die een digitaal of analoog gegevenspakket aan een externe ontvanger verzendt. Dit gegevenspakket kan gegevens over het sabotagetijdstip bevatten. Als een positiedetector aan de optische en/of elektrische meetmiddelen wordt gekoppeld, kan dit gegevenspakket ook de positie bevatten van de textiellaag op het sabotagetijdstip. Een voorbeeld van een positiedetector die voorzien kan worden om positiegegevens aan de optische en/of elektrische meetmiddelen te leveren is een GPS of een GSM. Verder kunnen gegevens over de goederen deel uitmaken van het gegevenspakket. Zoals duidelijk zal worden, kunnen ook andere middelen worden gebruikt voor het communiceren van een gedetecteerde sabotage aan een gebruiker, zoals door middel van een traceerapparaat of andere apparaten.
[0056] Door een wijziging in een elektrische meetwaarde van een elektrisch pad te gebruiken, wordt sabotage vastgesteld en kan er een signaal gegenereerd worden. Weerstand, inductie of geleidbaarheid zijn voorbeelden van elektrische meetwaarden die bijvoorbeeld gemeten kunnen worden in het ene of de meerdere elektrische paden door een elektrische stroom die door het elektrische pad stroomt te meten. Uit een wijziging van een weerstand met een maat x (niet oneindig) aan een weerstand met een oneindige maat (theoretisch) kan worden afgeleid dat een geleidend pad (d.w.z. het elektrische pad) onderbroken is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, als een inbreker de textiellaag snijdt, waarbij hij ook een geleidend pad doorsnijdt (d.w.z. elektrisch pad). Hierdoor kan sabotage gedetecteerd en bij voorkeur gesignaleerd worden.
[0057] Door een wijziging in een optische meetwaarde van het optische pad te gebruiken, wordt sabotage vastgesteld en kan er een signaal gegenereerd worden. Optische energie, dispersie en bandbreedte zijn voorbeelden van optische meetwaarden of signalen die bijvoorbeeld gemeten kunnen worden (bijv. met een OTDR) in het ene of de meerdere optische paden door het meten van de energie ontvangen op een van de optische paden waardoor licht wordt verzonden. Uit een plotselinge daling van het energiesignaal kan worden afgeleid dat er een optisch pad onderbroken is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, als een inbreker de textiellaag snijdt, waarbij hij ook een optisch pad doorsnijdt. Hierdoor kan sabotage gedetecteerd en bij voorkeur gesignaleerd worden.
[0058] In uitvoeringsvormen omvatten de optische en/of elektrische meetmiddelen een timer en positiebepalende middelen en genoemde meetmiddelen zijn voorzien om genoemd signaal te genereren als een gegevenspakket omvattende een recente tijdswaarde van genoemde timer en een recente positiewaarde van genoemde positiebepalende middelen. Omdat tijd en plaats van de sabotage geregistreerd en verzonden kunnen worden, kan een goede controle van de sabotage snel geregeld worden.
[0059] In uitvoeringsvormen zijn het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden voorzien in een patroon dat zich uitstrekt over ten minste één detectiegebied waarover het elektronische 40 sabotagedetectiecircuit wordt geconfigureerd om sabotage te detecteren.
' BE2021/5547
[0060] De uitvinders van de onderhavige uitvinding hebben vastgesteld dat het de voorkeur heeft rekening te houden met de afstanden en/of diktes van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden en ook met de openheid van de textiele ondersteuning bij het overwegen van de effectiviteit van de sabotagedetectie, de integratie van de textiellaag met een substraat en/of een paneel en de stijfheid en/of de hantering van de textiellaag te verbeteren.
[0061] Een substraat voor sabotagedetectie omvat een textiellaag zoals hierin beschreven en een vullaag, waarbij de textiellaag wordt geïntegreerd in de vullaag. De vullaag kan een vulmateriaal omvatten dat een vormmateriaal of een schuimachtig materiaal is. Naar de vullaag kan worden verwezen als een vormlaag of schuimachtige laag.
[0062] Het substraat kan een of meer textiellagen omvatten. In uitvoeringsvormen omvat elke van het ene of de meerdere textiellagen een optisch en/of elektrisch meetmiddel, zoals hierboven beschreven. Als alternatief kan bijvoorbeeld een enkel optisch en/of elektrisch meetmiddel worden gebruikt voor het ene of de meerdere textiellagen door genoemde middelen aan te sluiten op het respectieve ene of de meerdere optische en/of elektrische paden.
[0063] In uitvoeringsvormen kan de textiellaag op verschillende manieren worden geïntegreerd in de vullaag, zoals hierin beschreven.
[0064] Een paneel voor sabotagedetectie kan het substraat en een eerste oppervlaktelaag omvatten, waarbij het substraat kan worden geïntegreerd met de eerste oppervlaktelaag.
[0065] In uitvoeringsvormen wordt de textiellaag in het substraat geïntegreerd met de vullaag in het substraat zoals hierin beschreven. In verdere uitvoeringsvormen kan de vullaag in het substraat worden geïntegreerd met de eerste oppervlaktelaag.
[0066] In uitvoeringsvormen omvat het paneel verder een tweede oppervlaktelaag, waarin het substraat wordt geïntegreerd tussen de eerste en tweede oppervlaktelagen. In verdere uitvoeringsvormen wordt de vullaag in het substraat geïntegreerd tussen de eerste en tweede oppervlaktelagen.
[0067] De textiellaag voor sabotagedetectie kan worden geproduceerd of gefabriceerd volgens een onderstaande methode. Een textiele ondersteuning gemaakt van een weefsel of textiel, bijvoorbeeld polyesterweefsel of -textiel, kan voorzien worden. Dit wordt meestal gedaan door het afwikkelen van een continue strook weefsel of textiel die op een rol geleverd wordt. Het weefsel kan worden geproduceerd als een gelegd gaas, een vlechtwerk, een net, een vezelvlies of een tricot, zoals hierboven beschreven. Bekleding van de textiele ondersteuning met een van de hierboven beschreven materialen (bijv. flexibele PVC, PP, PE, PU, TPE, epoxy etc.) rond het garen kan worden uitgevoerd voor het produceren van de textiele ondersteuning. Als alternatief kan de textiellaag geprint worden, zoals door 3D-printtechnieken.
[0068] In uitvoeringsvormen kan de coating worden aangebracht door gordijncoating, waarbij een laag plastic op het garen of het weefsel wordt gegoten. Het kan ook worden aangebracht op het weefsel door transfercoating, kalendercoating en/of dompelcoating en/of laminaatcoating. Een andere mogelijkheid is rakelcoating, waarbij een polymeer in een vloeibare toestand wordt aangebracht op het garen of het weefsel en geëgaliseerd met een rakel, en vervolgens gedroogd 40 of uitgehard. Het plastic dat wordt aangebracht is bij voorkeur een polyolefin, polyurethaan,
fluorinepolymeer, acrylaat, siliconen, thermoplastisch elastomeer (TPE) en PVC en met meer voorkeur PVC.
[0069] De methode omvat het voorzien in een elektronisch sabotagedetectiecircuit omvattende een of meerdere optische en/of elektrische paden en optische en/of elektrische meetmiddelen. De methode kan verder de volgende stappen omvatten:
[0070] het voorzien in het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden over ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning. Het integreren van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden met de textiele ondersteuning, zoals hierboven beschreven, zoals door middel van borduren, innaaien, weven, breien, leggen of hechten. Dit kan worden uitgevoerd tijdens de productie van de textiele ondersteuning. Het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden kunnen bijvoorbeeld gewoven worden met het garen dat wordt gewoven om de textiele ondersteuning te vormen. De integratie wordt bij voorkeur uitgevoerd na de productie van de textiele ondersteuning.
[0071] Het aansluiten van de optische en/of elektrische meetmiddelen op het respectieve ene of de meerdere optische en/of elektrische paden voor het meten van een optische en/of elektrische meetwaarde.
[0072] De methode omvat verder meerdere openingen in de textiellaag, zoals door de manier waarop de textiellaag wordt gefabriceerd, bijv. de manier waarop de textiele ondersteuning wordt gefabriceerd en/of de manier waarop het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden worden geïntegreerd met de textiele ondersteuning, zoals eerder beschreven.
[0073] Een substraat voor sabotagedetectie kan worden geproduceerd of gefabriceerd volgens een onderstaande methode. Er kan een textiellaag worden voorzien zoals hierboven beschreven. Er wordt bijvoorbeeld voorzien in een vullaag door de textiellaag te spuiten of vullen met een vulmateriaal (bijv. vorm- of schuimachtig materiaal). De vullaag kan worden voorzien door spuitgieten, centrifugaal gieten, schuimen of andere middelen voor het voorzien in genoemd vulmateriaal.
[0074] De textiellaag wordt bijvoorbeeld geïntegreerd met de vullaag, als in de vullaag voorzien is. De vullaag kan worden aangebracht op de textiellaag en zodoende de textiellaag integreren met de vullaag. Als alternatief kan de textiellaag worden voorzien nadat de vullaag voorzien en vervolgens geïntegreerd is. Er wordt bijvoorbeeld een vullaag voorzien en de textiellaag wordt geïntegreerd met de vullaag, zoals door deze op de vullaag te plaatsen gevuld met een vulmateriaal, waar het vulmateriaal de textiellaag in de vullaag integreert.
[0075] In uitvoeringsvormen kan het substraat een of meerdere textiellagen omvatten. Ten minste een van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden in een van de ene of de meerdere textiellagen kan worden aangesloten met ten minste een van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden in een andere van de ene of de meerdere textiellagen. De textiellagen kunnen bijvoorbeeld naast elkaar voorzien worden, zodat het ene of de meerdere elektrische paden aangesloten kunnen worden om een continu pad met een soortgelijk patroon te vormen. Het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden in elk van de ene of meerdere textiellagen kunnen 40 aansluitbaar zijn op dezelfde optische en/of elektrische meetmiddelen.
[0076] Een paneel voor sabotagedetectie kan worden geproduceerd of gefabriceerd volgens een onderstaande methode. Er kan een textiellaag en/of een substraat worden voorzien zoals eerder beschreven. Verder kunnen een of meerdere oppervlaktelagen voorzien worden. Het substraat kan bijvoorbeeld geïntegreerd worden met de ene of de meerdere oppervlaktelagen op één oppervlaktelaag, tussen twee oppervlaktelagen, tussen vier oppervlaktelagen of tussen zes oppervlaktelagen zoals in de vorm van een box.
[0077] In uitvoeringsvormen wordt de vullaag geïntegreerd met de ene of de meerdere oppervlaktelagen, bijv. door het vullen van een vulmateriaal op een oppervlaktelaag of tussen meerdere lagen. In verdere uitvoeringsvormen wordt de textiellaag geïntegreerd met de vullaag. Voorbeelden
[0078] Voorbeeld 1: Elektronische sabotagedetectiemiddelen voor een resistief systeem
[0079] Resistieve systemen werken op basis van een wijziging in weerstand. Elektrische stroom (continu of pulsvormig) wordt door het sterk geleidende pad (d.w.z. elektrisch pad) geleid. Als sneden of schade het geleidende pad onderbreken, wordt de weerstand aanzienlijk groter (vaak tot oneindig). Wij verwijzen naar Afb. 1A-1C. Deze wijziging in weerstand wordt gedetecteerd door de elektronische sabotagedetectie, in dit geval de elektrische meetmiddelen.
[0080] Afb. 1A-1C tonen een textiellaag 10 geïntegreerd met een vullaag 20. De textiellaag 10 omvat een elektronische sabotagedetectie voor een resistief systeem. Er wordt getoond dat de textiellaag 10 en de vullaag 20 deel uitmaken van een substraat 30 met een oppervlaktelaag 31. Als alternatief kunnen de textiellaag 10 en de vullaag 20 worden geïntegreerd met een paneel 30 met een oppervlaktelaag 31.
[0081] Afb. 1A toont het geval waarbij geen van de textiellaag 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 is beschadigd of gesaboteerd.
[0082] Afb. 1B toont het geval tijdens welke de textiellaag 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 zijn beschadigd of gesaboteerd. Hier is te zien dat het sabotagegereedschap 1 geleidend is en in aanraking met de textiellaag 10, met name met een elektrisch pad. Zodoende mag er niet gedetecteerd worden dat er sprake is van sabotage, omdat het elektrische pad niet onderbroken mag worden.
[0083] Afb. 1B toont het geval waarna de textiellaag 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 zijn beschadigd of gesaboteerd. Hier is te zien dat de sabotage een onderbreking of een schade 2 creëert in een elektrisch pad, en gedetecteerd wordt.
[0084] Hierin hebben patronen die goed kunnen werken in dit voorbeeld betrekking op continue paden, zoals de paden die een meandervormig patroon vormen of een patroon van elektrische paden in serie.
[0085] Afb. 4A, 4B, 5A and 5B tonen verschillende patronen van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden 12 in een detectiegebied 15.
[0086] In uitvoeringsvormen vormen het ene of de meerdere elektrische paden een hoofdzakelijk meandervormig patroon. Dit patroon kan bestaan uit een continu elektrisch pad 12 over het detectiegebied 15 (zie Afb. 4A) of meerdere elektrische paden 12 over het detectiegebied 15 (zie 40 Afb. 4B) waarbij een meandervormig patroon gevolgd wordt. Het detectiegebied 15 kan er meer dan een zijn, bijvoorbeeld in Afb. 4B kunnen de twee paden 12 zich uitstrekken over verschillende detectiegebieden 15. De elektrische paden kunnen een eerste set elektrische paden 13 en een tweede set elektrische paden 14 omvatten. In voorkeursuitvoeringsvormen zijn de eerste set elektrische paden 13 hoofdzakelijk parallel. De tweede set elektrische paden 14 kan gebogen zijn om een meandervormig patroon te vormen.
[0087] In uitvoeringsvormen kunnen het ene of de meerdere elektrische paden een ander patroon vormen, zoals een rechthoekig golfpatroon, een vierkant golfpatroon, een driehoekig golfpatroon of een zaagtand-golfpatroon. Een rechthoekig golfpatroon wordt getoond in Afb. 5A en 5B, de elektrische paden kunnen een eerste set elektrische paden 13 en een tweede set elektrische paden 14 omvatten. Het rechthoekige golfpatroon kan bestaan uit een continu elektrisch pad 12 waar de eerste set elektrische paden 13 zich longitudinaal uitstrekken in het detectiegebied 15 (zie Afb. 5A) of waar de eerste set elektrische paden 13 zich transversaal uitstrekken in het detectiegebied 15 (zie Afb. 5B). In voorkeursuitvoeringsvormen zijn de eerste set elektrische paden 13 hoofdzakelijk parallel en zijn de tweede set elektrische paden 14 hoofdzakelijk parallel om het rechthoekige golfpatroon, het vierkante golfpatroon, het driehoekige golfpatroon of het zaagtand-golfpatroon te vormen.
[0088] In voorkeursuitvoeringsvormen strekken het ene of de meerdere paden 12 zich uit over het detectiegebied 15 dat de gehele textiele ondersteuning 11 of de gehele textiellaag 10 is.
[0089] Zoals duidelijk is zijn het ene of de meerdere paden 12 geïntegreerd met een textiele ondersteuning 11 die meerdere openingen heeft.
[0090] Het wordt op prijs gesteld dat optische meetmiddelen gebruikt kunnen worden, waarin een lichtsignaal wordt overgedragen door het ene of de meerdere optische paden over de textiellaag. Hoewel de optische meetmiddelen optische meetwaarden of signalen meten, is het hierboven beschreven concept technisch gezien helemaal gelijk aan de elektrische meetmiddelen.
[0091] Verder wordt het op prijs gesteld dat het ene of de meerdere optische paden gebruikt kunnen worden om de patronen te vormen, beschreven onder verwijzing naar Afb. 4A en 4B.
[0092] Verder wordt het op prijs gesteld dat een combinatie van het ene of de meerdere optische paden gebruikt kunnen worden in combinatie met of naast het ene of de meerdere elektrische paden of voor het vormen van het patroon beschreven onder verwijzing naar Afb. 4B.
[0093] Voorbeeld 2: Elektronische sabotagedetectiemiddelen voor een capacitief systeem
[0094] In de capacitieve systemen worden sneden gedetecteerd door een spanningsverlies wanneer de geleidende textiele detectielaag in aanraking komt met een massa. Het elektrische contact kan veroorzaakt worden door een geleidend gereedschap (bijv. een mes of een zaag). De massa kan een tweede textiellaag, een geleidende oppervlaktelaag (bijv. aluminium laag) of andere metalen/geleidende materialen zijn. De spanning kan in pulsen gecontroleerd worden door het elektronische sabotagedetectiecircuit. Wanneer het contact met massa onderbroken wordt (d.w.z. na detectie), kan het systeem de textiellaag opnieuw activeren, zodat dit systeem na beschadiging kan blijven werken. Wij verwijzen naar Afb. 2A-2C en Afb. 3A-3C.
[0095] Afb. 2A-2C tonen een textiellaag 10 geïntegreerd met een vullaag 20. De textiellaag 10 40 omvat een elektronische sabotagedetectie voor een capacitief systeem. Er wordt getoond dat de textiellaag 10 en de vullaag 20 deel uitmaken van een substraat 30 met een oppervlaktelaag 31.
Als alternatief kunnen de textiellaag 10 en de vullaag 20 worden geïntegreerd met een paneel 30 met een oppervlaktelaag 31.
[0096] Afb. 2A toont het geval waarbij geen van de textiellaag 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 is beschadigd of gesaboteerd.
[0097] Afb. 2B toont het geval tijdens welke de textiellaag 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 zijn beschadigd of gesaboteerd. Hier is te zien dat het sabotagegereedschap 1 geleidend is en in aanraking met de textiellaag 10, met name met een elektrisch pad en met de oppervlaktelaag
31. In dit geval is de oppervlaktelaag 31 geleidend en zodoende creëert het sabotagegereedschap 1 een geleidend contact tussen de textiellaag 10, met name een elektrisch pad, en de geleidende oppervlaktelaag 31. Hierdoor wordt de sabotage gedetecteerd.
[0098] Afb. 2C toont het geval waarna de textiellaag 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 zijn beschadigd of gesaboteerd. Hier is te zien dat de sabotage een schade 2 creëert aan de textiellaag 10, met name aan het ene of de meerdere elektrische paden en aan de vullaag 20 en oppervlaktelaag 31. In dit geval creëert de schade 2 echter geen geleidend contact tussen de textiellaag 10 en de oppervlaktelaag 31 zoals hierboven beschreven en zodoende kan de textiellaag 10 blijven werken na genoemde schade 2 en een verdere sabotage detecteren.
[0099] Afb. 3A-2C tonen meerdere textiellagen 10 geïntegreerd met een vullaag 20. De textiellagen 10 omvatten elk een elektronische sabotagedetectie voor een capacitief systeem. Een enkele elektronische sabotagedetectie kan worden gebruikt voor de meerdere textiellagen 10. Er wordt getoond dat de textiellagen 10 en de vullaag 20 deel uitmaken van een substraat 30 met een oppervlaktelaag 31. Als alternatief kunnen de textiellagen 10 en de vullaag 20 worden geïntegreerd met een paneel 30 met een oppervlaktelaag 31.
[00100]Afb. 3A toont het geval waarbij geen van de textiellagen 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 is beschadigd of gesaboteerd.
[00101]Afb. 3B toont het geval tijdens welke de textiellagen 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 zijn beschadigd of gesaboteerd. Hier is te zien dat het sabotagegereedschap 1 geleidend is en in aanraking met de twee textiellagen 10, met name met een elektrisch pad in elke textiellaag 10.
In dit geval creëert het sabotagegereedschap 1 een geleidend contact tussen de twee textiellagen 10, met name tussen elektrische paden van de twee textiellagen 10. Hierdoor wordt de sabotage gedetecteerd.
[00102]Afb. 3C toont het geval waarna de textiellagen 10, de vullaag 20 en de oppervlaktelaag 31 zijn beschadigd of gesaboteerd. Hier is te zien dat de sabotage een schade 2 creëert aan de twee textiellagen 10, met name aan elektrische paden in de twee textiellagen 10 en aan de vullaag 20 en oppervlaktelaag 31. In dit geval creëert de schade 2 echter geen geleidend contact tussen de twee textiellagen 10 zoals hierboven beschreven en zodoende kunnen de textiellagen 10 blijven werken na genoemde schade 2 en een verdere sabotage detecteren.
[00103]Hierin hebben patronen die goed kunnen werken in dit voorbeeld betrekking op rasterpatronen, zoals op die waar paden in fysiek en elektrisch contact staan met elkaar (bijv. 40 kruisende paden of paden die op elkaar aansluiten op verschillende delen van de paden).
[00104]Afb. GA en 6B tonen verschillende rasterpatronen van het ene of de meerdere elektrische paden 12.
[00105] In uitvoeringsvormen vormen het ene of de meerdere elektrische paden een rasterpatroon.
Dit patroon bestaat uit meerdere elektrische paden 12 over het detectiegebied 15, waar de afstand tussen elke twee opeenvolgende parallelle paden in een bereik is zoals hierboven beschreven. Een afstand tussen opeenvolgende paden in de eerste set paden 13 en/of opeenvolgende paden in de tweede set paden 14 kan bijvoorbeeld aan de brede zijde zijn, bijv. bereiken tussen 15-30 cm (zie Afb. GA) of aan de smalle zijde, bijv. bereiken tussen 0,4-15 cm (zie Afb. 6B).
[00106]In uitvoeringsvormen kunnen de eerste set paden 13 en/of de tweede set paden 14 ten minste twee paden omvatten die niet parallel zijn. Zodoende kan de maximumafstand gevormd tussen elke twee opeenvolgende (niet-parallelle) paden in het hierboven beschreven bereik zijn.
Hier wordt de maximumafstand vastgesteld als de maximumlengte van een segment gevormd tussen twee paden, waarbij het segment dezelfde hoek vormt met elk van de twee paden.
[00107]In voorkeursuitvoeringsvormen strekken het ene of de meerdere paden 12 zich uit over het detectiegebied 15 dat de gehele textiele ondersteuning 11 of de gehele textiellaag 10 is.
Claims (23)
1. Een textiellaag voor sabotagedetectie, de laag omvattende: - een textiele ondersteuning; - een elektronisch sabotagedetectiecircuit omvattende een of meerdere optische en/of elektrische paden geïntegreerd met de textiele ondersteuning en aansluitbaar op optische en/of elektrische meetmiddelen voor het meten van een optische en/of elektrische meetwaarde; en - meerdere openingen, waarbij het elektronische sabotagedetectiecircuit wordt geconfigureerd om sabotage te detecteren met ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning, als een wijziging van genoemde meetwaarde optreedt, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden zijn voorzien in een patroon dat zich uitstrekt over genoemd ten minste één detectiegebied, waarbij een fractie van een oppervlaktegebied van de meerdere openingen in genoemd ten minste één detectiegebied over een totaal oppervlaktegebied van de textiellaag in genoemd ten minste één detectiegebied 25-98% is, zodat een vulmateriaal door de meerdere openingen kan passeren.
2. De laag volgens conclusie 1, waarbij de meerdere openingen gelijk zijn verdeeld in de textiellaag.
3. De laag volgens conclusie 1 of conclusie 2, waarbij de meerdere openingen zich uitstrekken door de textiellaag in één richting, bij voorkeur hoofdzakelijk loodrecht op een vlak gedefinieerd door de textiellaag.
4. De laag volgens een van de conclusies 1-3, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden zijn geïsoleerd.
5. De laag volgens een van de conclusies 1-4, waarbij de textiele ondersteuning een gelegd gaas, een vlechtwerk, een net, een vezelvlies of tricot is.
6. De laag volgens een van de conclusies 1-5, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden worden geïntegreerd met de textiele ondersteuning door innaaien, weven, breien, leggen, knopen of hechtmiddelen.
7. De laag volgens een van de conclusies 1-6, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden een eerste set optische en/of elektrische paden en een tweede set optische en/of elektrische paden aangesloten op de eerste set optische en/of elektrische paden omvatten.
40
8. De laag volgens conclusie 7, waarbij ten minste een van de eerste en tweede set optische en/of elektrische paden hoofdzakelijk parallelle optische en/of elektrische paden omvat.
9. De laag volgens conclusie 7 of conclusie 8, waarbij de eerste en tweede set elektrische paden elektrisch in serie worden aangesloten.
10. De laag volgens een van de conclusies 1-7, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden een hoofdzakelijk meandervormig patroon vormen.
11. De laag volgens een van de conclusies 1-8, waarbij het ene of de meerdere elektrische paden een rasterpatroon vormen.
12. De laag volgens een van de conclusies 1-11, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden een breedte hebben tussen 0,1-5 mm, bij voorkeur tussen 0,1-3 mm, met meer voorkeur tussen 0,1-2 mm, met de meeste voorkeur ongeveer 0,8 mm.
13. De laag volgens een van de conclusies 7-12, waarbij voor ten minste één van de eerste en tweede set optische en/of elektrische paden een afstand tussen de optische en/of elektrische paden tussen 0,4 en 30 cm is, bij voorkeur tussen 0,4 en 15 cm, met de meeste voorkeur tussen 3-10 cm.
14. De laag volgens een van de conclusies 1-13, waarbij de textiele ondersteuning ten minste een PVC, polyurethaan, siliconen, polyester, polyamide, polyolefin, rubber, epoxy en glas omvat.
15. Een substraat voor sabotagedetectie, het substraat omvattende: - een textiellaag volgens een van de conclusies 1-14; en - een vullaag, waarbij de textiellaag is geïntegreerd met de vullaag.
16. De laag volgens conclusie 15, waarbij de vullaag een vulmateriaal omvat dat een vormmateriaal of een schuimachtig materiaal is.
17. Een paneel voor sabotagedetectie, het paneel omvattende: - een textiellaag volgens een van de conclusies 1-14; - een vullaag; en - een oppervlaktelaag, waarbij de textiellaag wordt geïntegreerd met de vullaag en de vullaag wordt geïntegreerd met de oppervlaktelaag.
18. Het paneel volgens conclusie 17, verder omvattende een verdere oppervlaktelaag, waarbij de 40 vullaag wordt geïntegreerd tussen de oppervlaktelaag en de verdere oppervlaktelaag.
19. Het paneel volgens conclusie 17 of conclusie 18, waarbij de oppervlaktelaag en de verdere oppervlaktelaag stijf zijn, bij voorkeur omvattende aluminium en/of staal en/of een of meer harde composietmaterialen.
20. Een methode voor de fabricage van een textiellaag voor sabotagedetectie, de methode omvattende: - het voorzien in een textiele ondersteuning; - het voorzien in een elektronisch sabotagedetectiecircuit omvattende een of meerdere optische en/of elektrische paden en een optisch en/of elektrisch meetmiddel aangesloten op de respectieve een of meerdere optische en/of elektrische paden voor het meten van een optische en/of elektrische meetwaarde; - het integreren van het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden met de textiele ondersteuning; en - het voorzien in meerdere openingen in de textiellaag, waarbij het elektronische sabotagedetectiecircuit wordt geconfigureerd om sabotage te detecteren met ten minste één detectiegebied van de textiele ondersteuning, als een wijziging van genoemde meetwaarde optreedt, waarbij het ene of de meerdere optische en/of elektrische paden zijn aangebracht in een patroon dat zich uitstrekt over genoemd ten minste één detectiegebied, waarbij een fractie van een oppervlaktegebied van de meerdere openingen in genoemd ten minste één detectiegebied over een totaal oppervlaktegebied van de textiele ondersteuning in genoemd ten minste één detectiegebied 25-98% is, zodat een vulmateriaal door de meerdere openingen kan passeren.
21. Een methode voor de fabricage van een substraat voor sabotagedetectie, de methode omvattende: - het voorzien in een textiellaag volgens een van de conclusies 1-14; - het voorzien in een vullaag; en - het integreren van de textiele ondersteuning in de vullaag.
22. Een methode voor de fabricage van een paneel voor sabotagedetectie, de methode omvattende: - het voorzien in een textiellaag volgens een van de conclusies 1-14; - het voorzien in een vullaag; - het voorzien in een of meer oppervlaktelagen; en - het integreren van de textiellaag in de vullaag en de vullaag met het ene of de meerdere oppervlaktelagen door schuimings- of vormmiddelen.
23. Gebruik van een textiellaag volgens een van de conclusies 1-14 als deel van een sabotagedetectiesysteem voor integratie met een substraat volgens een van de conclusies 15-16 en/of een paneel volgens een van de conclusies 17-19.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20215547A BE1029112B1 (nl) | 2021-07-14 | 2021-07-14 | Textiellaag en substraat voor sabotagedetectie en paneel omvattende hetzelfde |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20215547A BE1029112B1 (nl) | 2021-07-14 | 2021-07-14 | Textiellaag en substraat voor sabotagedetectie en paneel omvattende hetzelfde |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1029112B1 true BE1029112B1 (nl) | 2022-09-07 |
Family
ID=77264859
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20215547A BE1029112B1 (nl) | 2021-07-14 | 2021-07-14 | Textiellaag en substraat voor sabotagedetectie en paneel omvattende hetzelfde |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1029112B1 (nl) |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0725881A1 (en) * | 1992-05-10 | 1996-08-14 | Lindskog K J E | LAMINATE AND ITS APPLICATION |
| US20100097215A1 (en) * | 2008-10-22 | 2010-04-22 | Sefar Ag | Security material having a web-like interlaced fabric |
| EP2489561A2 (en) * | 2011-02-18 | 2012-08-22 | Sioen Industries NV | Elastic tarpaulin with tamper detection |
-
2021
- 2021-07-14 BE BE20215547A patent/BE1029112B1/nl active IP Right Grant
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0725881A1 (en) * | 1992-05-10 | 1996-08-14 | Lindskog K J E | LAMINATE AND ITS APPLICATION |
| US20100097215A1 (en) * | 2008-10-22 | 2010-04-22 | Sefar Ag | Security material having a web-like interlaced fabric |
| EP2489561A2 (en) * | 2011-02-18 | 2012-08-22 | Sioen Industries NV | Elastic tarpaulin with tamper detection |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1019831A3 (nl) | Dekzeil met beveiliging. | |
| EP1678473A1 (en) | Sensor and sensor array for monitoring a structure | |
| KR102632913B1 (ko) | 전압 검출 장갑 | |
| US7081822B2 (en) | Sensing assembly for article to be monitored | |
| US7132952B2 (en) | Security system for a portable article | |
| CN103249327A (zh) | 安全包装装置 | |
| US20100117660A1 (en) | Cable for a capacitive proximity sensor | |
| GB2220513A (en) | Security enclosure | |
| WO2007092838A2 (en) | Damage detection/locating system providing thermal protection | |
| BE1029112B1 (nl) | Textiellaag en substraat voor sabotagedetectie en paneel omvattende hetzelfde | |
| EP2860536B1 (en) | Integrated corona fault detection | |
| SE501675C2 (sv) | Laminatskiva och användning av dylik | |
| US20210239545A1 (en) | Wide area sensors | |
| WO2011043305A1 (ja) | 通信用シート構造体および情報管理システム | |
| WO2021165148A1 (en) | Sensor sheet, composite material and detection system for detecting damages of a composite material | |
| EP2185957A2 (en) | Pipeline security system | |
| US5049854A (en) | Sensing element for an alarm system | |
| CA2912720A1 (en) | Security tape for intrusion/extrusion boundary detection | |
| US9632275B2 (en) | Secure jacket | |
| GB2427056A (en) | Security device with mechanical and electrical tethers | |
| KR101847090B1 (ko) | 누설 및 누설위치 감지 센서 | |
| EP0359762B1 (en) | Sensing element for an alarm system | |
| JP4834280B2 (ja) | シート材及びその使用方法 | |
| JP2017156413A (ja) | 光ファイバ保持シート | |
| GB2497423A (en) | Flat, twisted pair cables |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20220907 |