<Desc/Clms Page number 1>
" WERKWIJZE VOOR HET ELECTRISCH LASSEN VAN BUIZEN EN
DERGELIJKE "
<Desc/Clms Page number 2>
Bij het electrisch stomp aan elkaar lassen van cylindrische werkstukken zoals buizen en dergelijke, waar- bij het binnenoppervlak van het werkstuk ontoegankelijk is voor het leggen van een tegennaad, maakt men, om te voor- komen, dat zich in het inwendige van de buis een lasbaard vormt, en om een goede aanhechting van de onderste lagen te verkrijgen, gebruik van een druppelring, welke ter plaatse van de lasnaad in de te verbinden onderdelen is geschoven. De buisuiteinden worden voor de opname van het lasmateriaal afgeschuind. De eerste lasrupsen zullen de druppelring met de afgeschuinde uiteinden verbinden, waar- na bij verder lassen de gehele goot met het neergesmolten lasmateriaal wordt opgevuld.
Een goede las zal slechts worden verkregen,indien de druppelring overal goed metallisch contact maakt met de beide buisuiteinden. De afwijkingen van de binnendia- meter en de onrondheid van handelsbuizen zijn echter zo- danig, dat dit contact practisch bij het leggen van buis- leidingen niet te verwezenlijken is, terwijl bovendien bij het leggen van buisleidingen de te verbinden buizen doorgaans niet zuiver gecentreerd en zuiver axiaal ten op- zichte van elkaar gesteld worden, waardoor de ring scheef in de buiseinden kan komen te liggen, hetgeen een slechte las aan de binnenzijde ten gevolge zal hebben.
Een nadeel van de toepassing van druppelringen is verder nog, dat de doorsnede van de buis ter plaatse van de lasnaad wordt vernauwd, zodat de stromingsweerstand groter wordt. Dit is vooral bezwaarlijk voor lange leidin- gen, zoals gastransportleidingen, olieleidingen of water- leidingen, daar dan deze weerstandsverhoging een aanzien- lijk energieverlies gaat betekenen, hetgeen tot uiting @ komt in een noodzakelijke verhoging van de compressor- of
<Desc/Clms Page number 3>
pompdruk. Bovendien heeft deze methode nog het nadeel, dat tussen de ring en het binnenoppervlak van de buis een nauwe spleet blijft bestaan, welke op den duur aanleiding geeft tot corrosie en kerfwerking.
Men heeft dan ook al voorgesteld buizen zonder druppelring te lassen, waarbij de eerste lagen autogeen en de overige electrisch worden gelast (Welding 1945, pa- gina 389). Deze methode is echter vrij duur, terwijl het lassen aanmerkelijk meer tijd kost en niet steeds tot goede resultaten leidt.
Het is nu gebleken, dat een zeer goede verbin- ding zonder gebruikmaking van een druppelring kan worden verkregen, waarbij geen lasbaard ontstaat, wanneer men het ene uiteinde van de te verbinden delen voorziet van een diepere afschuining dan het andere. Het electrodenverbruik neemt hierdoor aanzienlijk af, namelijk tot ongeveer 2/3 van het verbruik bij de tot nog toe gebruikelijke metho- den, terwijl ook de lastijd aanmerkelijk verkort wordt.
Bovendien kan men volstaan met het leggen van een enkele grondnaad. Bij de toepassing van een druppelring moet de grondnaad steeds dubbel uitgevoerd worden, daar een enkele grondnaad bij deze methode aanleiding geeft tot scheuren van de las.
Bij voorkeur wordt het ene uiteinde tot nagenoeg de binnendiameter van de buis afgeschuind, terwijl het andere uiteinde zover wordt afgeschuind, dat een vlakke ring blijft staan met een breedte, welke minstens gelijk is aan de effectieve diameter van de te gebruiken laselec- trode.
Aan de hand van de tekening zal de uitvinding nader worden toegelicht.
Hierin stelt figuur 1 twee stomp aan elkaar te
<Desc/Clms Page number 4>
lassen cylindrische werkstukken voor, terwijl in figuur 2 een buisstuk volgens de uitvinding is weergegeven.
Het rechteruiteinde van het te lassen onderdeel 1 is op normale wijze tot aan de binnendiameter afge- schuind. Het tegenoverliggende uiteinde van het hieraan te lassen onderdeel 2 is minder diep afgeschuind, zodat in vooraanzicht een vlakke ring 5 met breedte a ontstaat. De beide buizen worden voor. het lassen op een bepaalde af- stand b van elkaar opgesteld. Bij het lassen wordt de electrode 3 in een schuine stand gehouden, ongeveer even- wijdig aan de afgeschuinde kant van het diepst afgeschuinde onderdeel, zoals gestippeld in figuur 1 is aangegeven. De punt van de electrode is naar het platte vlak 5 gericht, alwaar zich het meeste buismateriaal bevindt. Er zal hier- door een stabiele vlamboog tussen dit vlak en de electrode optreden, die het dikke eind van deel 2 direct doet smel- ten, terwijl het dunne scherpe eind van deel 1 gelijktij- dig indirect gesmolten wordt.
Hierdoor ontstaat een zeer goede samensmelting van beide delen en het lasmateriaal zonder dat door het doorvloeien van gesmolten materiaal door de spleet b baardvorming ontstaat. Er ontstaat aan de binnenzijde een uitmuntende, enigszins bolle grondlas.
De afschuining 6 dient om de lasser overzicht op zijn werk te geven.
Uitstekende resultaten worden verkregen met een electrode van 25 mm wanneer de afstand a 3 a 4 mm be- draagt. De afstand b bedraagt normaal ongeveer 2 mm, ter- wijl voor de openingshoek o ook de normale maat van ca 70 kan worden aangehouden. Het ligt voor de hand de beide buisuiteinden onder dezelfde hoek af te schuinen. Het is echter ook mogelijk voor beide afschuiningen een verschil- lende hoek te kiezen.
Het buisstuk 7 uit figuur 2 dient voor het ver-
<Desc/Clms Page number 5>
vaardigen van buisleidingen door meerdere van dergelijke buisstukken stomp aan elkaar te lassen. De beide uiteinden zijn hiertoe afgeschuind en wel zodanig, dat het ene uit- einde 8 verder afgeschuind is dan het andere 9. Wanneer men deze buisstukken gebruikt is het bij het leggen van buisleidingen niet nodig de buizen te sorteren. Men be- hoeft er slechts voor te zorgen, dat telkens buisstukken met de meest afgeschuinde zijde aan de minst afgeschuinde zijde van andere buisstukken worden gelast.
Men kan even- wel de werkwijze volgens de uitvinding ook op het leggen van buisleidingen toepassen door gebruik te maken van twee soorten buizen, namelijk een soort, die aan beide uitein- den tot nagenoeg de binnendiameter is afgeschuind en een soort, die aan beide uiteinden minder diep is afgeschuind.
Men dient dan echter telkens het ene soort buis aan het andere te lassen, opdat een lasgoot volgens figuur 1 ont- staat. In dit geval is het dus wel nodig de buizen vooraf te sorteren.