<Desc/Clms Page number 1>
RIJWIELKETTINGKAST.
De uitvinding heeft betrekking op een kettingkast van soepel materiaal, die door een langsnaad geheel of gedeeltelijk gedeeld is en waarvan de naadranden zijn voorzien van sluitdraden of kabels.
Bij de bekende kettingkasten van deze soort wordt het sluiten van de geopende kast verkregen door de sluitdraden in dwarsrichting te span- nen. Deze uitvoering is vrij gecompliceerd, het sluiten en openen is tijd- rovend, maar bovendien is het niet mogelijk de langsnaad geheel te bedekken.
Om deze nadelen te vermijden is de kettingkast volgens de uit- vinding daardoor gekenmerkt, dat bij gesloten kettingkast de sluitdraden in langsrichting onder trekspanning staan en hierbij liggen in een concave gleuf van een beugel, die vast met het raam van de kettingkast is verbon- den.
Volgens een ander kenmerk van de uitvinding kunnen de sluitdra- den aan één einde elk afzonderlijk of tezamen zijn voorzien van een kipbare spaninrichtingo
Verder kunnen volgens de uitvinding de sluitdraden bij geslo- ten spaninrichting onder veerspanning staan.
Volgens een ander kenmerk van de uitvinding kunnen bij geslo- ten kettingkast de spaninrichting en de trekveer tot één orgaan zijn ver- enigd.
Volgens nog een ander kenmerk van de uitvinding kan deze ver- enigde spaninrichting bestaan uit een dubbel omgebogen veerkrachtige draad, welke aan elk uiteinde is voorzien van een haak voor een spandraad en in het midden scharniert in een hefboom, welke aan één einde is uitgerust met een draaiingsas, die na inhaking om een haak door omzwaaien in de sluit- stand wordt gebracht.
<Desc/Clms Page number 2>
Volgens nog een ander kenmerk van de uitvinding kan deze haak vast met de beugel zijn verbonden.
Doch volgens een ander kenmerk van de uitvinding kan de haak verplaatsbaar in sleuven van de beugel worden ingehaakt.
Volgens een ander kenmerk van de uitvinding kunnen de uiteinden van de spandraden of kabels zijn gevoerd door de zoom van omklapbare lippen, welke in gesloten stand de spleten in de kast bij het achterwiel overlappen en door de spandraden strak getrokken worden.
Nog een kenmerk van de uitvinding bestaat daarin, dat de sluit- draden op een dusdanige afstand van de langsranden zijn aangebracht, dat bij gesloten kettingkast deze randen elkaar overlappen.
Thans zullen aan de hand van bijgaande tekeningen enige uitvoe- ringsvoorbeelden van de kettingkast volgens de uitvinding nader worden be- schreven. Hierin zijn : fig. 1 een zijaanzicht van de kettingkast, waar één helft van de bekleding is weggelaten; figo 2 een partiële dwarsdoorsnede over de lijn II-II volgens fig. 1; fig. 3 een zijaanzicht van een uitvoeringsvorm van de spaninrich- ting voor de sluitdraden op vergrootte schaal ; fig. 4 een vooraanzicht van fig3; fig. 5 een zijaanzicht van een andere uitvoeringsvorm van de spaninrichting voor de sluitdraden; fig. 6 een vooraanzicht van de spaninrichting volgens figo 5.
Opgemerkt wordt, dat in de tekeningen gelijke elementen door hetzelfde nummer zijn aangeduid.
Het raam van de kettingkast bestaat uit een beugel 1, die ver- sterkt is door de dwarsstrippen 2, welke aan de beugel zijn gelast of hier- aan door middel van schroeven 3 zijn bevestigd.
De bekleding van de kast bestaat uit soepel materiaal, b.v. uit lakdoek, en is over de volle lengte of gedeeltelijk, b.v. aan de onder- zijde, voorzien van een langsnaad, waardoor de bekleding op gemakkelijke wijze over het raam kan worden geschoven. Voor het strak spannen van de bekleding zijn in de naadranden sluitdraden of kabels 4 bevestigd, die aan het einde 5 aan een vast punt worden bevestigd en daar eventueel zijn voor- zien van trekveren 60
Bij het sluiten van de bekleding worden de sluitdraden 4 in langsrichting gespannen door de spaninrichting 7.
Aangezien de beugel 1 - althans langs de langsnaad - een dubbel gewelfd profiel vertoont, zoals op fig. 2 is aangegeven, komen de beide sluitdraden 4 bij het spannen in de concave gleuf te liggen en zullen bij strakker trekken dieper in deze gleuf zakken, waarbij de beide bekledingshelften goed strak worden getrok- ken over de omgebogen randen van de beugel 1 heen.
Een uitvoeringsvoorbeeld van de spaninrichting is weergegeven in de fig. 3 en 4 en bestaat in wezen uit een draadbeugel 9, die om de bast met de bekleding 8 verbonden as 12 kan-kippen. De beugel is voorzien van twee inhaakogen 11 en een oog 10. Doordat de einden van de sluitdraden 4 zijn uitgerust met opgesoldeerde haken 14, kan - nadat deze haken 14 in de ogen 11 zijn vastgehaakt - de spaninrichting om de as 12 naar boven gezwenkt wor- den, totdat het oog 10 snapt in de vast met de bekleding 8 yerbonden knop 13, waarna de spaninrichting vergrendeld iso Hierbij komen de spandraden 4 te liggen in de gleuf van de beugel, zoals in fig. 2 getekendo
Een andere uitvoeringsvorm van de spaninrichting is weergegeven in de fig. 5 en 6 ; is de spaninrichting met de veer tot één orgaan verenigd.
De spanveer 6 heeft een dubbel omgebogen liervormige gedaante. De
<Desc/Clms Page number 3>
bochten zijn aangeduid met 6', de haken waarin de haken 14 van de uiteinden van de spandraden worden ingehaakt met 6". De spanveer 6 is draaibaar aange- bracht in de sluithefboom 18, die een U-vormige doorsnede heeft en aan één einde is voorzien van de draaiingsas 19.Met deze draaiingsas 19 wordt de hefboom 18 gelegd in de haak 5. De hefboom 18 neemt dan de stand in volgens fig. 6, terwijl de spanveer 6 naar beneden is te denken.
In deze stand worden de haken 14 in de haken 6" van de spanveer 6 gelegd, waarna de hefboom 18 on- geveer 1800 naar boven gezwaaid wordt, totdat de stand volgens fig. 5 is be- reikt, waarin de spaninrichting is vergrendeld, doordat het draaipunt van de veer 6 in de hefboom iets lager ligt dan het draaipunt 19 van de hefboom 18 in de haak 5.
Het bedienen van de kettingkast volgens de uitvinding kan dus door één manipulatie geschieden, n.l. door het omleggen van de hefboom 18 naar boven voor het sluiten of naar beneden voor het openen van de ketting- kast.
Het draaiingspunt 5, bij voorkeur bestaande uit een haak waarom de as 19 kan zwenken, kan vast met de beugel 1 zijn verbonden of voor het com- penseren van opgetreden rek in de spandraden, verplaatsbaar in dwarsgleuven van de beugel worden ingestokeno Ook is het mogelijk het tegengesteld aan de spaninrichting gelegen einde van de spankabels om een dergelijke haak te slaan, welke of vast op de beugel wordt gelast of verplaatsbaar in dwarsgleuven is aangebrachto
Behalve voor het strak spannen van de bekleding worden de span- draden volgens de uitvinding nog voor een ander doeleinde gebruikt. Voor het doorlaten van de achteras is het namelijk noodzakelijk aan weerszijden in de bekleding van de kettingkast verticale naden 16 (zie figo 5) aan te bren- gen, welke worden afgedekt door lappen 15, die met de zoom 15' op het voor- en achtervlak van de kettingkast zijn bevestigd.
Het is gebruikelijk deze lappen aan de voorzijde te sluiten door een drukknoop en aan de achterzijde door een metalen vork, die met zijn benen in twee gleuven ter weerszijden van de verticale naad gestoken wordt. Speciaal deze vork kan bij een geringe verbuiging de beschadiging van een spaak veroorzaken.
Om dit bezwaar op te heffen worden volgens de uitvinding de span- draden 4 gevoerd door de zoom van de omklapbare lippen 15, die dienen voor het afdekken van de verticale naden 16, welke op hun beurt weer dienen voor het doorlaten van de achteras door het gat 17. De lappen 15 zijn langs de zoom 15' -vast op de bekleding van de kettingkast verbonden, doch met de losse zoom in de spandraden genaaide Bij het spannen van de trekkabels 4 worden de lappen 15 automatisch in de sluitstand gebracht, terwijl zij bij het losmaken van de kabels 4 weer automatisch geopend worden. De afzonderlijke sluitorganen voor de lappen 15 vervallen dus bij de uitvoering volgens de uitvinding.
<Desc / Clms Page number 1>
BICYCLE CHAIN CASE.
The invention relates to a chain guard of flexible material, which is partially or completely divided by a longitudinal seam and the seam edges of which are provided with closing threads or cables.
In the known chain guards of this type, closing of the opened housing is obtained by tensioning the closing wires in transverse direction. This embodiment is quite complicated, closing and opening is time-consuming, but it is also not possible to completely cover the longitudinal seam.
In order to avoid these disadvantages, the chain guard according to the invention is characterized in that when the chain guard is closed, the closing wires are under tension in the longitudinal direction and lie in a concave groove of a bracket, which is firmly connected to the frame of the chain guard. .
According to another inventive feature, the closing threads can each be individually or together at one end provided with a tiltable tensioning device.
Furthermore, according to the invention, the closing wires can be under spring tension when the tensioning device is closed.
In accordance with another inventive feature, with the chain guard closed, the tensioning device and the tension spring can be united to form one member.
According to yet another feature of the invention, this unified tensioning device may consist of a doubly bent resilient wire, which is provided at each end with a hook for a tension wire and is pivoted in the middle in a lever, which is provided at one end with a rotary shaft which, after being hooked on a hook, is brought into the closed position by turning.
<Desc / Clms Page number 2>
According to yet another inventive feature, this hook may be rigidly connected to the bracket.
However, according to another inventive feature, the hook can be displaceably hooked into slots in the bracket.
In accordance with another aspect of the invention, the ends of the tension wires or cables may be passed through the seam of fold-over tabs which, when closed, overlap the gaps in the box at the rear wheel and are pulled taut by the tension wires.
Another feature of the invention consists in that the closing threads are arranged at such a distance from the longitudinal edges that these edges overlap each other when the chain guard is closed.
Some embodiments of the chain guard according to the invention will now be described in more detail with reference to the accompanying drawings. Herein: Fig. 1 is a side view of the chain guard, where one half of the cover has been omitted; Fig. 2 is a partial cross-section on the line II-II according to Fig. 1; Fig. 3 is a side view of an embodiment of the tensioning device for the closing threads on an enlarged scale; Fig. 4 is a front view of Fig. 3; Fig. 5 is a side view of another embodiment of the tensioning device for the closing threads; Fig. 6 is a front view of the tensioning device according to Fig. 5.
It is noted that in the drawings like elements are indicated by the same number.
The frame of the chain guard consists of a bracket 1, which is reinforced by the transverse strips 2, which are welded to the bracket or fixed to it by means of screws 3.
The covering of the cabinet consists of flexible material, e.g. of lacquer cloth, and is full length or partial, e.g. on the underside, provided with a longitudinal seam, so that the cover can easily be slid over the window. In order to tension the covering tightly, closing wires or cables 4 are attached in the seam edges, which are attached to a fixed point at the end 5 and are optionally provided with tension springs 60.
When the covering is closed, the closing threads 4 are tensioned in the longitudinal direction by the tensioning device 7.
Since the bracket 1 - at least along the longitudinal seam - has a double curved profile, as shown in Fig. 2, the two closing wires 4 will lie in the concave groove during tensioning and, when pulled tighter, will sink deeper into this groove, whereby the two cover halves are pulled tightly over the bent edges of the bracket 1.
An exemplary embodiment of the tensioning device is shown in FIGS. 3 and 4 and consists essentially of a wire bow 9 which can tilt around the shaft 12 connected to the cover 8. The bracket is provided with two hooking eyes 11 and an eye 10. Because the ends of the closing wires 4 are provided with soldered hooks 14, after these hooks 14 have been hooked into the eyes 11, the tensioning device can be pivoted upwards about the shaft 12. - until the eye 10 snaps into the knob 13, which is firmly bound to the cover 8, after which the tensioning device is locked. In this case, the tensioning wires 4 come to lie in the groove of the bracket, as shown in fig. 2.
Another embodiment of the tensioning device is shown in Figures 5 and 6; the tensioning device is united with the spring into one member.
The tension spring 6 has a doubly bent winch-shaped shape. The
<Desc / Clms Page number 3>
bends are indicated by 6 ', the hooks in which the hooks 14 of the ends of the tensioning wires are hooked by 6 ". The tension spring 6 is rotatably mounted in the locking lever 18, which has a U-shaped cross-section and is at one end. provided with the axis of rotation 19. With this axis of rotation 19, the lever 18 is placed in the hook 5. The lever 18 then assumes the position shown in Fig. 6, while the tension spring 6 can be considered downwards.
In this position, the hooks 14 are placed in the hooks 6 "of the tensioning spring 6, after which the lever 18 is swung upward about 1800, until the position shown in Fig. 5 is reached, in which the tensioning device is locked, in that the pivot point of the spring 6 in the lever is slightly lower than the pivot point 19 of the lever 18 in the hook 5.
The chain guard according to the invention can therefore be operated by one manipulation, namely. by turning the lever 18 up to close or down to open the chain guard.
The pivot point 5, preferably consisting of a hook around which the shaft 19 can pivot, can be fixedly connected to the bracket 1 or, in order to compensate for any stretch in the tensioning wires, it can be inserted displaceably into transverse slots of the bracket. It is also possible. the end of the tensioning cables opposite the tensioning device to wrap such a hook, which is either fixedly welded to the bracket or movable in transverse slots;
In addition to tensioning the covering, the tension wires according to the invention are used for another purpose. In order to allow the rear axle to pass through, it is in fact necessary to provide vertical seams 16 (see fig. 5) on both sides in the trim of the chain guard, which are covered by patches 15, which are attached to the seam 15 'on the front and rear. rear face of the chain guard.
It is customary to close these patches at the front with a press stud and at the back with a metal fork, which is inserted with its legs in two slots on either side of the vertical seam. This fork in particular can cause damage to a spoke if it bends slightly.
In order to overcome this drawback, according to the invention the tension wires 4 are passed through the seam of the folding lips 15, which serve to cover the vertical seams 16, which in turn serve to allow the rear axle to pass through the hole 17. The patches 15 are securely connected along the seam 15 'to the cover of the chain guard, but with the loose seam sewn into the tension threads. open again automatically when the cables 4 are disconnected. The separate closing members for the patches 15 are thus dispensed with in the embodiment according to the invention.