<Desc/Clms Page number 1>
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en inrichting voor het vervaardigen van een koord of dergelijk uitdraden of garens samen- getwijnd product en op het aldus vervaardigde product.
EMI1.1
Konrden of overeenkomstige rraadproducten, die als versterking in rubberartikelen, zoals textielinlegsels voor autobanden en drijfriemen moeten aan zeer bijzondere eisen voldoen. Van groot belang zijn vooral de sterkte van het koord inabsoluut droge toestand (kurkdroge sterkte) en de
EMI1.2
weerstand tegen vermoeidheidsveráohlj-nselen.
0ukr koord zal hiermede worden begrepen elk ander overeenkomstig gecombineerd, hooggetwijnd draadproduct, dat in plaats van koord kan worden gebruikt als versterking in rubberartikelen.
EMI1.3
Meq kan koord in één of;meer +rappen vervaardigen uit ongetwijnde of lichtgetwijnde draden, zoals kun stm.ti ge draden uit viscose, polyami.den en dergelijke polymere producten, of oit garens, vervaardigd uit stapelvezels van katoen, visooselmnstzijde of synthetische polymeren.
Volgens de uitvinding is I gebleken, dat vooral met betrekking tao t de bovengenoemde eigenschappen, koorden kunnen worden vervaardigd, die uitstekend voldoen als versterking in rubberartikelen.
De werkwijze volgens de uitvinding heeft het kenmerk, dat men het koord in of kort na het verenigingspunt en vóór de aftrekinrichting onderwerpt aan een combinatie van een uitwendige spankracht en een de onre-
EMI1.4
gelmatighedên "in de spanningen in het koord opheffend werkend agens.
Als agens voor het opheffen van de onregelmatigheden in de spanningen in het koord kan met gunstig resultaat stopm worden gebruikt.
In het geval van draden uit hoogpolymere stoffen, zoals polyamiden en polyesters, gebruikt men bij voorkeur hete lucht als agens voor het opheffen van de onregelmatigheden in de spanningen in het koord.
Bij voorkeur gebruikt men bij de werkwijze volgens de uitvinding een koord, dat direct uit twee ongetwijnde draden is gevormd.
Door de werkwijze volgen de uitvinding wordt een aanzienlijke verhoging verkregen van de kurkdroge sterkte van het koord en een betere
EMI1.5
weerstand tegen z. g. ermeidhïd9
Vooral de verbetering van de kurkdroge sterkte is verrassend daar bij de bepaling van de normale droge sterkte , b.v. in een atmosfeer met een relatief vochtgehalte van 60 deze sterkte niet noemenswaardig wordt verhoogd door de behandeling vólgens de uitvinding.
Een verklaring voor de verbetering van de genoemde eigenschappen door toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding kan niet worden gegeven en in het bijzonder moet in het midden worden gelaten of het opheffen van de inwendige spanningen in het koord het gevolg is van een inwendige verandering van het materiaal, waaruit de draden bestaan, of van een wederzijdse verschuiving en oriëntering van de draadelementen.
Het is reeds bekend een eenvoudig getwijnd garen en ook crépe- garen uit viscosedraden, cellulose-esterdraden, polyamidedraden enz. in aansluiting op het twijnen te verwarmen of met stoom te behandelen voor het fixeren van de twijn. Het was echter niet bekend, dat een warmtebehandeling of stoombehandeling, terwijl liet koord zich onder inwerking van een uitwendige spankracht bevindt, kort na het ontstaan van een koord, n.l. tussen het cordeerpunt en het aftrekdrgaan, tot bovengenoemde effecten leidt-*. liet opheffen van de onregelmatigheden in de spanningen kan op verschillende manieren gebeuren, b.v.
door het koord na het corderen door een buis te leiden, die met stoom wordt gevoed of waarin verwarming wordt toegepast. '
Voor een gewoon koord kunnen buizen worden gebruikt met een
<Desc/Clms Page number 2>
diameter van enkele millimeters en onder omstandigheden ook een geringe
EMI2.1
lengte , b. . 20-30cl.
Het verdient aaibeveling de behandeling voor het opheffen va.n de onregelmatigheden in de spanningen zodanig te doen geschieden, dat het
EMI2.2
niet gecordeerde materiaal, en ook het opgewikkelde materiaal niet in aan- raking komt met het de onregelmatigheden opheffende agens.
Het effect volgens de uitvinding stijgt tot een zekere grens met toeneming van de spanning van het koord, waarbij de behandeling plaats vindt.
EMI2.3
Al naar de aard van het koord, d.w.z. of dit uit viscosek.1.m.s-t- zijde, katoen, polyamiden of dergelijke stoffen bestaat, kan de-spanning iets verschillend zijn. Ook de ti jd, gedurende welke het koord aan de warmtebehandeling of stoombehandeling wordt onderworpen, heeft invloed
EMI2.4
op de toe te- passen spanning en, wel in die zít9 dat, indien de behandeling langer duurt, de'spannirig op het koord geringer kan zijn.
Tenslotte kan de voorgeschiedenis van de draadelementen, dé titer van het koord, het aaniezig zijn van a-7ii;rageniddelen of bevochtigings- middelen en dergelijke, het noodzakelijk maken de spanning daaraan aan te passen.
De spanning, gedurende de behandeling voor het cpheffen van de onregelmatigheden in de spanningen in het koord, kan onder omstandigheden 1-2 g/den, en zelfs meer bedragen, echter ook tot 0,1g/den. en lager dalen.
Bij de vervaardiging van een koord van 3625 denier uit twee
EMI2.5
--viscose k-unstz4-jdar draden van elk 1650 denier verkreeg men goede effecten, indien het koord met een snelheid van 15 m/min. door een met stoom gevoede buis met een lengte van 25-30cm. werd getrokken. De ingang van de buis bevond zich ongev. 10 cm na het cordeerpunt, terwijl het koord een spanning had van 0,3 g/den., dus in totaal ongev. 1 kg. Het koord had een sterkte van 12,1 kg, terwijl - koord, dat niet was behandeld volgens de werkwijze van de uitvinding, een sterkte had van 11,0 kg.
De inrichting volgens de uitvinding, bestaande uit een cordeerinrichting en een aftrekinrichting voor het gevormde koord, heeft het kenmerk, dat na de cordeerinrichting en voor de aftrekinrichting een inrichting aanwezig is voor het behandelen met een agens voor het opheffen van de onregelmatigheden in de spanningen in het koord, en een inrichting voor het geven van een spanning aan het koord.
Bij voorkeur is na de cordeerinrichting en vóór de behande.lingsinrichting een instel;bare koordrem aanwezig, waarmede in samenwerking met de aftrekinrichting de vereiste spanning aan het koord kan worden gegeven.
Volgens een andere gunstige uitvoeringsvorm is na de cordeer-
EMI2.6
inrichting en voor de behandelingsinrichting een aangedreven aftrekinrichting aanwezig, die zodanig langzamer loopt dan de aftrekinrichting na de behandelingsinrichting, dat de vereiste spanning in het koord wordt ver- kregen.
Ter toelichting van de uitvinding volgt hier een beschrijving aan de hand van de tekening, waarin schematisch een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding is weergegeven.
Bij de inrichting wordt een éénspilcordeerinrichting gebruikt als beschreven in de nog niet openbaar gemaakte octrooiaanvrage 174 011 Ned.
EMI2.7
Van een draadliehaam 1 wordt \!sati ,d'l"aadrlr2udfgetrft 'l1 die gaat door een holle spil van een valstwijninrichting 3,die is aangebracht onder een stator 4, waarop zich een tweede draadlichaam 5 bevindt. De draad 2 verlaat de valstwi. jninrichting 3 ballonnerend en in het vrije verenigingspunt 6 wordt de draad 2 gecordeerd met een draad 7, afkomstig van het draadlichaam 5. Met behulp van de draadrem 8 wordt de spanning
<Desc/Clms Page number 3>
geregeld van de draad 2 en rost behulp van de draadrem 9 die van de draad 7.
Het gevormde koord gaal door een draadgeleidercog 10 en passeert vervolgens een instelbare koordrem 11. Onder spanning gaat het koord door een buis 12.
Door een zijbuis 14 wordt stoom ingeblazenTer plaatse waar het koord de buis 12 binnengaat is deze buis vernauwd, terwijl de uittreedopening zonder vernauwirg iso het behandelde koord gaat vervolgens door een triowals 13 en vandaar naar een niet weergegeven opwikkelinrichtingo
In het geval de spanning in het vereniginspunt ó, in verband met de gar-endikte en de ballonspanning, voldoende is, kan de instelbare koordrem 10 afwezig zijn.
De stoombehandeling kan worden toegepast bij cellulose draden of draden uit polyamiden en polyesters, terwijl bij de draden uit polyami- den en polyesters in de buis 12 ook een behandeling met hete lucht of door bestraling kan worden toegepast voor het opheffen van de onregelmatig- heden in de spanningen in het koord.
In plaats van de éénspilcordeerinrichting volgensde octrooi- aanvrage 174 011 Ned. kan ook een inrichting volgens het Amerikaanse octrooi- schrift 2 503 2...2 werden gebruikt.