<Desc/Clms Page number 1>
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het zowel boven als onder water in beschermmatten en c.q. ook daaronder aanbrengen van een vulling van ingeperst, opgezogen of gebaggerd bodemmateriaal, waarbij de,beschermmatten van een bij voorkeur van kunststofdraden vervaardigd weefsel zijn gemaakt en elke beschermmat uit een enkel, eventueel van zijspruiten voorzien kousdeel bestaat, dat al dan niet met de middenstrook van een weefselbaan is verbonden, of een aantal kousdelen, die de één na de ander door een tussenbaan van een weefsel met elkander zijn verbonden.
Bij de tot nu toe gebruikelijke methode om geweven zakken met een opgezogen of gebaggerd bodemmateriaal te vullen, laat men het materiaal eenvoudig in de zak stromen. Deze wordt daartoe meestal onder aan het mondstuk van een trechter opgehangen. Bij het vullen van de hiervoor beschreven beschermmatten echter kan men deze methode niet toepassen vooral als de matten iets groter van afmetingen worden. Bovendien is deze methode heel moeilijk te bewerkstelligen onder water.
De uitvinding beoogt een werkwijze aan te geven, waardoor onder alle omstandigheden het vullen zeer goed uitvoerbaar wordt. Dit wordt bereikt, doordat volgens de uitvinding één of meer te vullen kousdelen alsmede eventueel één of meer ruimten onder een telkens twee kousdelen verbindende tussenbaan aan de voor- zijde worden afgesloten, waarna in de aanwezige kousdelen en eventueel de genoemde ruimten spuitpersleidingen worden gebracht ;
het opgezogen of gebaggerde bodemmateriaal onder persdruk door deze spuitpersleidingen wordt aangevoerd met het gevolg, dat de vaste bestanddelen uit dit materiaal zich geleidelijk in de aanwezige kousdelen en zo nodig in de ruimten daartussen ophopen, waartegenover het water en de lucht, die in dit materiaal worden meegevoerd door de persdruk door het weefsel heen worden afgevoerd, terwijl naar mate de vullingen toenemen de gesloten einden van de aanwezige kousdelen en eventueel de ruimten daartussen ten opzichte van de mondstukken der spuitpersleidingen worden weggedrukt en/of van buiten af verder van deze mondstukken worden verwijderd.
Een bijzonder voordelige, vooral onder water goed toepasbare variant van deze werkwijze bestaat hierin, dat volgens de uitvinding elk aanwezig kousdeel door een harmonicagewijze opvouwing van achter af op een eigen mondstuk wordt opgeschoten, daarna het begin van elk kousdeel over een rondom het eigen mondstuk nabij de uitlaat daarvan aangebrachte soepele terugslagdichting wordt heengetrok- ken en voor deze uitlaat langs wordt gesloten, terwijl indien tegelijkertijd de ruimte onder de tussenbaan, die deze kousdelen verbindt moet worden gevuld, de met de kousdelen gevouwen tussenbaan op een soepele terugslagdichting van een eigen mondstuk wordt gelegd, dat tussen de beide mondstukken van de kousdelen is geplaatst, waarna een voorbij de kousdelen stekend verlengstuk van deze tussenbaan voor de uitlaat van het eigen mondstuk langs tot onder dat mondstuk wordt door- gehaald,
waarna alle mondstukken op spuitpersleidingen worden aangesloten en met het inpersen van de vullingen wordt begonnen, terwijl naar mate deze vullingen toenemen, elk kousdeel en eventueel de tussenbaan van het eigen mondstuk wordt afgestroopt, waarbij de mondstukken zich naar achteren toe verplaatsen dan wel naar achteren toe verplaatst worden, indien althans de beginstukken van de kous- delen en eventueel de tussenbaan op een bepaald uitgangspunt gefixeerd liggen.
Overigens is het ook mogelijk deze werkwijze iets gevarieerd toe te passen, door- dat de kousdelen zo-ver voorbij de uitlaten van de eigen mondstukken worden door- getrokken, dat de uiteinden van de kousdelen vóór langs het middenmondstuk met elkander verenigd kunnen worden en de tussenbaan op deze kousdelen wordt vastge- zet.
De inrichtingen voor het toepassen van de werkwijze volgens de uit- vinding en haar varianten, worden eveneens tot de uitvinding gerekend,
Aan de hand van de tekening, waarin enige uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de uitvinding zijn weergegeven, volgt een beschrijving. Naast de details zullen hieruit nog enkele kenmerken van de uitvinding blijken.
<Desc/Clms Page number 2>
In de tekening toont : fig. leen middenlangsdoorsnede van een te vullen kousdeel met een vulinrichting volgens de uitvinding, fig. 2 op grotere schaal een variant van het mondstuk van de inrich- ting van fig. 1, fig. 3 een middenlangsdoorsnede van een andere vulinriohting voor het vullen van een enkel kousdeel, fig. 4 een schematisch aanzicht van twee zandperszuigers, waarbij de vulling van een kousdeel respectievelijk boven en onder water plaats heeft, fig. 5 en 6 respectievelijk een middenlangsdoorsnede en een boven- aanzicht van een drie vuldelen omvattend mondstuk volgens de uitvinding, fig. 7 en 8 op grotere schaal doorsneden volgens respectievelijk de lijnen VII-VII en VIII-VIII in fig. 5, fig. 9 een doorsnede volgens de lijn IX-IX in fig. 8, fig.
10 een dwarsdoorsnede van een beschermmat, bestaande uit een tussenbaan en twee daaraan bevestigde kousdelen en fig. 11 een schematisch aanzicht van het leggen van een beschermmat, waarbij de tussenbaan plat op de bodem wordt gespreid.
De inrichting voor het onder persdruk aanbrengen van een uit opge- zogen of gebaggerd materiaal bestaande vulling 1 in een van een weefsel vervaar- digd en aan één kant gesloten kousdeel 2, bestaat uit een spuitpersleiding 3. die praktisch over de gehele lengte in het gestrekt liggende kousdeel 2 is ge- stoken (zie fig. l). Bij het vullen met het onder peisdruk in de richting van pijl A aangevoerde en volgens pijltjes B uitstromende bodemmateriaal, blijven de vaste bestanddelen in de gesloten punt van het kousdeel 2 achter. Het meege- voerde water en de meegevoerde lucht worden in alle richtingen door het weefsel heen volgens de pijltjes C afgevoerd. De spuitpersleiding 3 wordt geleidelijk teruggetrokken in de richting van pijl D naar mate de vulling 1 groter wordt.
Men kan het effect van deze werkwijze nog bevorderen, doordat het kousdeel 2 tijdens het vullen over een het inwendige dwarsprofiel geheel afsluitend dichtings- orgaan wordt geleid. Is het dwarsprofiel cirkelvormig, dan kan het dichtingsor- gaan bestaan uit een soepele slabbe 4 van een veerkrachtig materiaal bijv. rubber.
Deze slabbe 4 ligt met twee manchetten 5 geklemd om de spuitpersleiding 3 en kan via een ventiel 6 worden opgeblazen (zie fig. 2).
Het kousdeel 2 kan ook op een mondstuk worden opgeschoten. Bij de hiervoor gebruikte inrichting (zie fig. 3) is op het mondstuk 7 een rond daarom- heen gelegde soepele, bijv. van rubber gemaakte terugslagdichting 8 aangebracht, waarover het te vullen kousdeel 2 heengetrokken wordt. Het kousdeel 2 wordt namelijk van achter af op het mondstuk 7 opgeschoten door een harmonicagewijze vouwing tegen de terugslagdichting 8 aan. De ligging van het in zijn geheel opgeschoten kousdeel 2 kan met een opsluitplaat 9 worden gefixeerd.
Alvorens met de vulling te beginnen, wordt het begin 10 van het kousdeel 2 gesloten en eventueel op een uitgangspunt gefixeerd. Wordt nu opgezo- gen zand, dat zich bij uitstek voor dit doel leent onder persdruk in het kousdeel 2 gespoten, dan spreidt het zand zich volgens de pijltjes B en vult het begin van het kousdeel 2 met een zandvulling 1. Het weefsel, waarvan het kousdeel 2 is gemaakt, laat het zand of meer in het algemeen het gebruikte bodemmateriaal niet door, terwijl onder invloed van de druk het meegevoerde water en de meegevoerde lucht volgens de pijltjes C wel door het weefsel heen kunnen ontwijken. De vul- ling 1 zet zich dus, terwijl in het kousdeel 2 een zekere persdruk ontstaat.
Naar mate de vulling 1 toeneemt, wordt het mondstuk 7 ten opzichte van het ge- fixeerde begin 10 naar achteren verplaatst. Zelfs kan onder bepaalde omstandig- heden die achterwaartse beweging uitsluitend vanzelf plaats hebben onder invloed
<Desc/Clms Page number 3>
van de optredende krachten,, Het kousdeel 2 wordt derhalve geleidelijk van het mondstuk 7 afgestroopt en tegelijkertijd steeds meer gevuld.
Deze vulmethode kan zowel boven als onder en ook in dieper water zonder bezwaren plaats hebben. Wordt daarvoor een zandperszuiger 11 in bedrijf gebracht (zie figo 4), dan kan het mondstuk 7 aan dek van het vaartuig recht- streeks op een persinstallatie 12 worden aangesloten (links getekend). Het ge- vulde begin 10 van het kousdeel 2 moet dan tijdens de eerste fase van de vulling geleidelijk naar de bodem 13 worden gevierd, daarna zo nodig op de bodem worden vastgezet, waarna door het zich laten verplaatsen van het vaartuig het kousdeel 2 van het mondstuk 7 wordt afgestroopto Bij dieper water en/of grotere stroom- snelheden zal men al gauw van een glijbord of glijkoker 14 gebruik- moeten maken, waarlangs of waardoor het gevulde kousdeel naar beneden glijdt.
He.glijbord of de glijkoker 14 kan in een laadboom 15 zijn opgehangen en/of rollend tegen de bodem worden gesteund,
De zandperszuiger 11 kan echter vooral in dieper water zeer voordelig werken door het mondstuk 7 met het daarop opgeschoten en over de uitlaat heenge- haalde afgesloten kousdeel 2 op de bodem 13 te brengen (rechts getekend). Het begin 10 wordt wederom gefixeerd. Het mondstuk 7 wordt nu door een spuitperslei- ding 16 met de persinstallatie 12 verbonden, waarbij deze leiding kan zijn op- gehangen in de laadboom 15. Met het vaartuig wordt ook het mondstuk 7 over de bodem 13 naar achteren verplaatst. Deze vulwerkwijze is vooral van voordeel, wanneer met meer mondstukken tegelijk moet worden gewerkt.
Moet bijv. een beschermmat worden gevuld, bestaande uit twen rond- geweven en van een zijstrook 17 voorziene kousdelen 18, die in langsrichting de zijdelingse begrenzingen vormen van een langgerekte tussenban 19 (zie fig.
10), terwijl tegelijkertijd de onder die tussenbaan 19 gelegen ruimte van een vulling moet worden voorzien, dan kan een inrichting worden gebruikt met drie afzonderlijke mondstukken,. De inrichting omvat dan een in het midden gelegen mondstuk 20, dat in het algemeen een grotere doorsnede heeft dan de beide ter weerszijden van dit middenmondstuk 20 gelegen zijmondstukken 21 (zie fig. 5 en 6). Het middenmonstuk 20 steekt een eind verder naar voren dan de zijmondstukken 21 en verbreedt zich in het voorste deel tot een platte visbekvormige uitlaat 22, die door tussenschotten 23 verdeeld kan zijn in een aantal spuitkanalen 24 (zie ook figo 7).
De beschermmat wordt nu op de gecombineerde mondstukken opgeschoten in dier voege, dat de kousdelen 18 om de zijmondstukken 21 worden opgeschoten, waardoor ook de tussenbaan 19 vanzelf wordt samengevouwen. Deze tussenbaan 19 is voorzien van een voorbij de uiteinden van de kousdelen 18 stekend verlengstuk 25. Dit verlengstuk 25 wordt om de uitlaat 22 heengelegd en dan onderlangs een behoorlijk eind teruggehaald, waardoor als het ware voor deze uitlaat 22 een afgesloten zak ontstaat. Het teruggehaalde verlengstuk 25 kan aan de onderéilde van slabben 26 zijn voorzien9 die het onderspoelen helpen tegengaan. Elk kousdeel 18 wordt over een terugslagdichting heengehaald, die hier uit een dichtingsplaat 27 en een soepele dichting 28 bestaat (zie fig. 9).
Voor de afsluiting aan de achterzijde van de ruimte onder de tussenbaan 19 wordt eveneens een dichtende afsluiting in het leven geroepen. Daartoe is op het middenmondstuk 20 een verti- cale draagplaat 29 aangebracht, die aan de bovenkant en de beide zijranden van een soepele dichting 30 is voorzien. Elk kousdeel 18 passeert derhalve tussen een dichting 28 en de dichting 30, wanneer tijdens het vullen de kousdelen 18 en de tussenbaan 19 van de mondstukken worden afgestroopt, doordat het gehele samenstel van mondstukken geleidelijk achteruit wordt bewogen.
De mondstukken 20 en 21 zijn voorzien van geleidebeugels 31 respec- tievelijk 32, die het doorglijden van de tussenbaan 19 respectievelijk de kous- delen 18 vergemakkelijken. Voorts is scharnierend in een drager 33 op het midden- mondstuk een kleminrichting 34 bevestigd. Deze kleminrichting 34 is zodanig uit- gebalanceerd, dat met de grijper 35 daarvan precies zoveel druk op de aflopende
<Desc/Clms Page number 4>
tussenbaan 19 wordt uitgeoefend, dat deze zich niet te snel kan verplaatsen, maar werkelijk eerst onder invloed van een zekere persdruk van het zich zettende bo- demmateriaal van het mondstuk 20 wordt afgestroopt. Om deze druk tijdelijk te kunnen vergroten, is aan de kleminrichting 34 een trekketting 36 bevestigd.
De tussenbaan 19 en de kousdelen 18 zijn voorzien van ogen 37 om het begin van deze delen eventueel te kunnen vastzetten De verticale draagplaat 29 gaat aan de onderzijde over in een horizontale plaat 38, die aan de achterkant een terug- lopende soepele bodemslabbe 39 draagt.
Zowel het middenmondstuk 20 als de zijmondstukken 21 zijn aan de achter- zijde bevestigd op een van rollen 40 voorzien onderstel 41, waarmede het gehele samenstel van mondstukken ook onder water over de bodem kan worden verplaatst.
Het middenmondstuk 20 is via een flens 42 vast aangesloten op een persspuitlei- ding 43.Elk zijmondstuk 21 is via een daartoe geëigend aansluitstuk 44 zodanig verbonden met een spuitpersleiding 45, dat de zijmondstukken 21 ten opzichte van het middenmondstuk 20 in zijdelingse richting verstelbaar zijn. Dit laatste is namelijk van belang, indien de inrichting wordt gebruikt voor het vullen van alleen de kousdelen, terwijl de tussenbaan tussen die kousdelen plat op de bodem wordt gespreid (zie fig. 11). De kousdelen 18 zijn in deze figuur gelegd om niet- ronde, op de zijmondstukken 21 aangebrachte terugslagdichtingen.
De tussenbaan 19 ligt plat gestrekt op de bodem, doordat de zijmondstukken 21 ten opzichte van het middenmondstuk 20 meer naar buiten toe zijn ingesteld. De soepele bodemslabbe 39 drukt de tussenbaan 19 extra stevig tegen de bodem aan.
Opgemerkt wordt, dat de detailuitvoering van deze inrichting in vele opzichten kan worden gevarieerd zonder buiten het kader van de uitvinding te tre- den. De inrichting kan verder worden uitgebreid met meer dan twee mondstukken voor kousdelen, waarbij tussen elke twee mondstukken zich telkens een middenmond- stuk voor het vullen van de ruimte onder een tussenbaan bevindt. Voorts kan men in plaats van een verlengstuk aan de tussenbaan te gebruiken, de ruimte aan de voorzijde afsluiten met verder voorbij de uitlaten van de zijmondstukken reikende kousdelen. Deze uiteinden worden dan vóórlangs de uitlaat van het middenmondstuk naar elkander toe gebogen en met elkander verenigd. De tussenbaan zit dan overal op de kousdelen vast. Zelfs kan men de beide uiteinden van de kousdelen in elkan- der laten uitmonden.
EISEN.
1. Werkwijze voor het zowel boven als onder water in beschermmatten en c.q. ook daaronder aanbrengen van een vulling van ingeperst opgezogen of gebag- gerd bodemmateriaal, waarbij de beschermmatten van een bij voorkeur van kunststcf- draden vervaardigd weefsel zijn gemaakt en elke beschermmat uit een enkel, even- tueel van zijspruiten voorzien kousdeel bestaat, dat al dan niet met de idden- strook van een weefselbaan is verbonden, of uit een aantal kousdelen, die de één na de ander door een tussenbaan van een weefsel met elkander zijn verbonden, met het kenmerk, dat één of meer te vullen kousdelen alsmede eventueel één of meer ruimten onder een telkens twee kousdelen verbindende tussenbaan, aan de voorzijde worden afgesloten, waarna in de aanwezige kousdelen en eventueel de genoemde ruimten spuitpersleidingen worden gebracht ;
vervolgens het opgezogen of gebagger- de bodemmateriaal onder persdruk door deze spuitpersleidingen wordt aangevoerd met het gevolg, dat de vaste bestanddelen uit dit materiaal zich geleidelijk ir. de aanwezige kousdelen en zo nodig in de ruimten daartussen ophopen, waartegen- over het water en de lucht, die in dit materiaal worden meegevoerd door de rers- druk door het weefsel heen worden afgevoerd, terwijl naar mate de vullingen toe- nemen, de gesloten einden van de aanwezige kousdelen en eventueel de ruimten daartussen ten opzichte van de mondstukken der spuitpersleidingen worden wegge- drukt en/of van buiten af verder van deze mondstukken worden verwijderd. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.
<Desc / Clms Page number 1>
The invention relates to a method for applying a filling of pressed in, sucked up or dredged soil material both above and under water in protective mats and / or underneath, wherein the protective mats are made of a fabric preferably made of plastic threads and each protective mat is made of there is a single stocking part, optionally provided with side shoots, which may or may not be connected to the central strip of a fabric web, or a number of stocking parts, which are connected one after the other by an intermediate web of a fabric.
In the hitherto customary method of filling woven bags with a sucked or dredged bottom material, the material is simply allowed to flow into the bag. This is usually hung at the bottom of the nozzle of a funnel. When filling the above-described protective mats, however, this method cannot be used, especially if the mats become slightly larger in size. Moreover, this method is very difficult to accomplish underwater.
The object of the invention is to provide a method whereby filling can be performed very well under all circumstances. This is achieved in that according to the invention one or more sleeve parts to be filled as well as optionally one or more spaces under an intermediate track connecting in each case two sleeve parts are closed off at the front, after which spray pressure lines are introduced into the sleeve parts present and optionally said spaces;
the sucked up or dredged soil material is supplied under pressure through these spray pressure pipes with the result that the solid components from this material gradually accumulate in the sleeve parts present and, if necessary, in the spaces between them, against which the water and air that are contained in this material entrained by the pressing pressure are discharged through the fabric, while as the fillings increase, the closed ends of the stocking parts present and possibly the spaces between them are pushed away with respect to the nozzles of the spray press lines and / or are further removed from these nozzles from the outside. .
A particularly advantageous variant of this method, which is particularly useful under water, consists in that, according to the invention, each sleeve part present is shot up from behind by a harmonica folding from behind onto its own nozzle, then the start of each sleeve part over a surrounding its own nozzle. the flexible non-return seal arranged therefrom is pulled back and closed in front of this outlet, while at the same time the space under the intermediate track connecting these sleeve parts is to be filled, the intermediate track folded with the sleeve parts becomes a flexible non-return seal of its own nozzle. placed between the two nozzles of the sleeve parts, after which an extension of this intermediate track extending beyond the sleeve parts for the outlet of the own nozzle is passed through to underneath said nozzle,
after which all nozzles are connected to spray pressure lines and the pressing of the fillings is started, while as these fillings increase, each sleeve part and possibly the intermediate track is stripped from its own nozzle, whereby the nozzles move backwards or backwards be displaced, if at least the beginning parts of the sleeve parts and possibly the intermediate track are fixed at a certain starting point.
Incidentally, it is also possible to apply this method in a slightly varied manner, because the sleeve parts are pulled so far beyond the outlets of their own nozzles that the ends of the sleeve parts can be joined together at the front along the central nozzle and the intermediate track is fixed on these sleeve parts.
The devices for applying the method according to the invention and its variants are also included in the invention,
A description follows with reference to the drawing, in which some embodiments of the device according to the invention are shown. In addition to the details, some other features of the invention will appear from this.
<Desc / Clms Page number 2>
In the drawing: Fig. 1 shows a central longitudinal section of a stocking part to be filled with a filling device according to the invention, Fig. 2 shows on a larger scale a variant of the nozzle of the device of Fig. 1, Fig. 3 shows a central longitudinal section of another filling device for filling a single sleeve part, fig. 4 is a schematic view of two sand press dredgers, in which the filling of a sleeve part takes place above and under water, respectively, fig. 5 and 6 show a central longitudinal section and a top view, respectively, of three filling parts comprising nozzle according to the invention, FIGS. 7 and 8 are enlarged sections on lines VII-VII and VIII-VIII respectively in FIG. 5, FIG. 9 is a sectional view taken on the line IX-IX in FIG. 8, FIG.
10 is a cross-section of a protective mat, consisting of an intermediate track and two stocking parts attached thereto, and FIG. 11 is a schematic view of the laying of a protective mat, wherein the intermediate track is spread flat on the ground.
The device for applying a filling 1 consisting of sucked or dredged material under pressure into a stocking part 2 made of a fabric and closed on one side consists of a spray pressure line 3 which is stretched practically over the entire length. lying stocking part 2 is plugged (see Fig. 1). When filling with the bottom material supplied under gauge pressure in the direction of arrow A and outflowing according to arrows B, the solid components remain behind in the closed tip of the stocking part 2. The entrained water and the entrained air are discharged in all directions through the fabric according to the arrows C. The injection pressure line 3 is gradually withdrawn in the direction of arrow D as the filling 1 increases.
The effect of this method can be further enhanced in that the sleeve part 2 is guided during filling over a sealing member which completely closes off the internal transverse profile. If the cross section is circular, the sealing member may consist of a flexible bib 4 of a resilient material, for example rubber.
This bib 4 is clamped with two cuffs 5 around the spray pressure line 3 and can be inflated via a valve 6 (see fig. 2).
The stocking part 2 can also be shot on a mouthpiece. In the device used for this purpose (see Fig. 3), a flexible, for example rubberized, non-return seal 8 is arranged on the nozzle 7 around it, over which the stocking part 2 to be filled is pulled. Namely, the sleeve part 2 is shot up on the mouthpiece 7 from behind by a harmonica folding against the non-return seal 8. The location of the entire stocking part 2 can be fixed with a retaining plate 9.
Before starting the filling, the beginning of the stocking part 2 is closed and, if necessary, fixed at a starting point. If the sand that has been sucked up, which is eminently suitable for this purpose, is injected into the stocking part 2 under pressure pressure, the sand spreads according to arrows B and fills the beginning of the stocking part 2 with a sand filling 1. The fabric, of which the stocking part 2 is made, the sand or, more generally, the used bottom material does not pass, while under the influence of the pressure the entrained water and the entrained air according to arrows C can escape through the fabric. The filling 1 thus settles, while a certain pressing pressure is created in the sleeve part 2.
As the fill 1 increases, the nozzle 7 is moved backward from the fixed start 10. Even under certain circumstances, that backward movement can only take place by itself under the influence
<Desc / Clms Page number 3>
The stocking part 2 is therefore gradually stripped from the nozzle 7 and at the same time filled more and more.
This filling method can take place both above and below and also in deeper water without objections. If a sand-press suction dredger 11 is put into operation for this purpose (see Fig. 4), the nozzle 7 on the deck of the vessel can be connected directly to a pressing installation 12 (shown on the left). The filled start 10 of the stocking part 2 must then be gradually lowered to the bottom 13 during the first phase of the filling, then fixed on the bottom if necessary, after which the stocking part 2 of the stocking part 2 can be displaced by moving the vessel. nozzle 7 is stripped off. At deeper water and / or higher flow velocities, use will soon be made of a slide board or slide tube 14 along or through which the filled sleeve part slides down.
The slide board or sliding tube 14 may be suspended in a loading boom 15 and / or supported in a rolling manner against the ground,
However, the sand-press suction dredger 11 can work very advantageously, especially in deeper water, by placing the nozzle 7 with the closed sleeve part 2 sprung up thereon and pulled over the outlet onto the bottom 13 (shown on the right). The beginning is fixed again. The nozzle 7 is now connected to the pressing installation 12 by a spraying pressure line 16, wherein this line can be suspended in the loading boom 15. With the vessel, the nozzle 7 is also moved backwards over the bottom 13. This filling method is especially advantageous when several nozzles are to be used simultaneously.
For example, a protective mat is to be filled, consisting of two round-woven stocking parts 18 provided with a side strip 17, which in longitudinal direction form the lateral boundaries of an elongated intermediate band 19 (see fig.
10), while at the same time the space situated underneath said intermediate path 19 has to be filled, then a device with three separate nozzles can be used. The device then comprises a central nozzle 20, which generally has a larger diameter than the two side nozzles 21 located on either side of this central nozzle 20 (see Figs. 5 and 6). The central nozzle 20 protrudes a bit further forward than the side nozzles 21 and widens in the front part to form a flat fish mouth-shaped outlet 22, which can be divided by partitions 23 into a number of nozzles 24 (see also Fig. 7).
The protective mat is now thrown onto the combined nozzles in such a way that the stocking parts 18 are thrown onto the side nozzles 21, whereby the intermediate track 19 is also automatically folded together. This intermediate track 19 is provided with an extension piece 25 protruding beyond the ends of the stocking parts 18. This extension piece 25 is placed around the outlet 22 and then drawn back a considerable distance underneath, so that a closed bag is formed in front of this outlet 22, as it were. The retrieved extension 25 may be provided on the bottom edge with bibs 26 which help prevent under-flushing. Each sleeve part 18 is passed over a non-return seal, which here consists of a sealing plate 27 and a flexible seal 28 (see Fig. 9).
For the closure at the rear of the space under the intermediate track 19, a sealing closure is also created. For this purpose, a vertical support plate 29 is arranged on the central nozzle 20, which is provided with a flexible seal 30 at the top and both side edges. Each sleeving portion 18 therefore passes between a seal 28 and the seal 30 when the sleeving portions 18 and intermediate web 19 are stripped from the nozzles during filling by gradually moving the entire nozzle assembly backward.
The nozzles 20 and 21 are provided with guide brackets 31 and 32, respectively, which facilitate the sliding of the intermediate track 19 and the sleeve parts 18, respectively. Furthermore, a clamping device 34 is hingedly mounted in a carrier 33 on the central nozzle. This clamping device 34 is balanced such that with its gripper 35 just as much pressure is applied to the descending
<Desc / Clms Page number 4>
The intermediate track 19 is exerted that it cannot move too quickly, but is actually stripped from the nozzle 20 only under the influence of a certain pressing pressure of the settling bottom material. In order to be able to temporarily increase this pressure, a pulling chain 36 is attached to the clamping device 34.
The intermediate track 19 and the stocking parts 18 are provided with eyes 37 in order to be able to fix the beginning of these parts if necessary. The vertical support plate 29 merges at the bottom into a horizontal plate 38, which carries a receding flexible bottom bib 39 at the rear.
Both the center nozzle 20 and the side nozzles 21 are mounted at the rear on a roller 40 carriage 41, with which the entire nozzle assembly can also be moved under water over the bottom.
The center nozzle 20 is fixedly connected via a flange 42 to a pressure spray line 43. Each side nozzle 21 is connected via an appropriate connection piece 44 to a spray pressure line 45 in such a way that the side nozzles 21 are adjustable in lateral direction relative to the center nozzle 20. The latter is in fact important if the device is used for filling only the stocking parts, while the intermediate track between said stocking parts is spread flat on the bottom (see Fig. 11). The sleeve portions 18 are disposed in this figure around non-circular recoil seals provided on the side nozzles 21.
The intermediate track 19 lies flat on the bottom, because the side nozzles 21 are set more outwardly with respect to the central nozzle 20. The flexible bottom bib 39 presses the intermediate track 19 extra firmly against the bottom.
It is noted that the detailed embodiment of this device can be varied in many respects without departing from the scope of the invention. The device can be further expanded with more than two nozzles for sleeve parts, each two nozzles having a central nozzle for filling the space under an intermediate track. Furthermore, instead of using an extension on the intermediate track, the space at the front can be closed off with sleeve parts extending further beyond the outlets of the side nozzles. These ends are then bent towards each other in front of the outlet of the center nozzle and joined together. The in-between track is then fixed everywhere on the stocking parts. The two ends of the sleeve parts can even be allowed to end in each other.
REQUIREMENTS.
1. A method for applying a filling of compressed, sucked or dredged ground material both above and under water in protective mats and / or also underneath, wherein the protective mats are made of a fabric preferably made of synthetic fibers and each protective mat is made of a single protective mat. optionally provided with side shoots, which may or may not be connected to the idden strip of a fabric web, or of a plurality of stocking parts, which are connected one after the other by an intermediate web of a fabric, to the characterized in that one or more sleeve parts to be filled, as well as optionally one or more spaces under an intermediate track connecting in each case two sleeve parts, are closed off at the front, after which spray pressure lines are introduced into the sleeve parts present and optionally said spaces;
Subsequently, the sucked or dredged soil material is supplied under pressure through these spray pressure pipes with the result that the solid components from this material gradually accumulate in the stocking parts present and, if necessary, in the spaces between them, against which the water and the air which are entrained in this material by the re-pressure are discharged through the fabric, while as the fillings increase, the closed ends of the stocking parts present and possibly the spaces between them are removed with respect to the nozzles of the injection press lines. and / or further away from these nozzles from the outside. ** WARNING ** End of DESC field may contain beginning of CLMS field **.