<Desc/Clms Page number 1>
Werkwijze en inrichting voor het tot bezaagd hout verwerken van een ronde stam.
De uitvinding heeft in de eerste plaat. betrekking op een Werkwijze Voor het tot bezaagd hout verwerken van een rondt stan
EMI1.1
ast behulp Van een llntzaagmachineg wu'\rb1j d* stam op oen a1*wninw richting rust op puntige steunen.
Voor het tot gezaagd hout verwerken van rondt stammen wordt in hoofdzaak gebruik gemaakt van de volgende systement
1) de raamzaag;
2) de bandzaag.
Ad 1. De machine is hierbij voorzien van een aantal platte za- gong die zijn gespannen in een raam dat verticaal op en neer beweegt
<Desc/Clms Page number 2>
EMI2.1
*n waarbij de stam op een wagen aan de zaag wordt toogevoordg Vade len van deze methode zijn$ a) dikke zaageneden, due houtvlr11'e. b) betrekkelijk ruw oppervlak van het gedaagde hout.
Ad 2) Bij de lintzaag wordt do ronde wtM door do ecntiaa werk- xame waag gevoerd en wordt tolken* iih aoa6anad* atsgebrsoht ?oon4o10n¯ ten opzichte van dot rabazaag aient a) dunnere zaagenede, waardoor minder hou;vlr11e., b) gladder oppervlak van het gezaagd* hout.
De uitvinding heeft nu in de eerste p.aata een wtrkwij.1 tot doel volgen* welke het verwerken van do ronde atam tot besaagd hout volgens het tweede principe# d.w,s, met de lintlaacaachine aanzienlijk economischer en sneller geschiedt. Deze nieuwe werkwijze berust op het inzicht, dat het - in tegenstelling met de heersende opvatting - moge*
EMI2.2
lijk 18 ronde stammen te zagen met een link3aaemaohin* welke .s rroor zien van een aantal zagen wanneer de ronde stammen op de juiste wijze door die zaagmachine werden gevoerd.
Vo @s de uitvinding wordt hiertoe bij een werkwijze van de genoemde soort de ronde sttam eerst op een aanvoerwagen met op draag- armen gelegerde aandrijfbare eteunrollen in de juiste stand gedraaid,
EMI2.3
door middel van die draagarmen op puntvormige deunen van do atetinin- richting gelegd, vervolgens door middel van aandrukorganen op die steur
EMI2.4
non vastgeklemd en tenslotte gevoerd door do Meervoudige, ü,v,i. van een aantal gelijktijdig werkende lintzagen.
Voorzien* 1ili%ltagaaohiD0, op de daarbij tuteen die lintzagen door passerende oteuzen* Betreft hot een viervoudige lintzaagmachine dan sullen hierbij de eerste twee tagea de twee loh6bben aflagen, terwijl de twee volgen40 - dirto1 U8@ra4hl*P opgestelde - lintzagen twee kantdelen aflagen.
Volledigheidshalve moet hier worden opgemerkt, dat tweevoudige
EMI2.5
lintzaagmeohinea op zichzelf bekend zijn, De toepassing 'bleef tot dutt" verre echter beperkt tot het verder verzagen van roede uit ronde siam- men bezaagd hout. Bij het doorvoeren van reeds van tegenover elkaar ge-
<Desc/Clms Page number 3>
legen, vlakke begrenzingen voorzien, gezaagd hout door een dergelijke tweevoudige lintzaagmachine doet zich de moeilijkheid van het onwrik- baar vastklemmen van het hout niet voor.
Een volgens de uitvinding voorts voorgestelde inrichting voor het uitvoeren van deze werkwijze, die evenals de tot dusver bekende, is voorzien van een aanvoerinriohting en een steuninrichting voor de stam alsmede van een lintzaagmaohine, onderscheidt zich van die bekende inrichting doordat de steuninrichting een ateunwagen is die over zijn lengtegebied, over cenkomend met de stamlengte, met inbegrip van op die wagen aangebrachte steunen en aandrukorganen tussen de het dichtst bij- een werkzame lintzagen van de meervoudige lintzaagmaohine door beweeg- baar is uitgevoerd.
Hierbij kan, volgens de uitvinding de ronde stam aan zijn uit- eindendoor de kleminriohting op de ondersteuningspunten geklemd en in het midden door een punt ondersteund worden, dat pneumatisch-hydraulisch verticaal instelbaar ia.
Nadat de stam is doorgevoerd wordt de kleminriohting automatisch gelost. Een ufneemapparaat komt onder de bezaagde stam, beweegt door een pneumatisch bediende cilinder omhoog en zorgt via aangedreven rol- len voor het kantelen en afvoeren van de bezaagde stam.
Overeenkomstig een gewijzigde uitvoering wordt, volgens de uit- vinding, een van een aanvoer-- en vaneen steuninriohting voor de stam alsmede van eenlintzas machine voorziene inrichting voor het uitvoeren van de uitgevonden we@isijze, gekenmerkt doordat de steuninriohting een kettingtransporteur is met tussen de lintzagen door reikende onder- steunde ketting zonder einde, die de puntvormige steunen voor de stam draagt,
De uitvinding heeft voorts ook betrekking op bezaagd hout, dat is verkregen met toepassing van de hierboven beschreven werkwijze en/of met gebruikmaking van de uitgevonden inrichting.
De bovengenoemde en nadere bijzonderheden van de uitvinding zul- len, onder verwijzing naar de tekening, waarin schematisch een tweetal
<Desc/Clms Page number 4>
uitvoeringsvoorbeelden van een inrichting volgens de uitvinding is -weergegeven, nader worden toegelicht.
Fig, 1 is een zijaanzicht van de inrichting met steunwagen bij daarop geplaatste, ronde stam en van de lintzagen van een viervoudige lintzaagmachine; fig. 2 is op iets vergrote schaal een zijaanzicht van de lint zaagmachine met doorsnede en aanzicht van de doorvoerwagen volgens II-II in fig. 1 fig. 3 toont schematisch de toe- en afvoerwagena met respectie- velijk een ronde stam en het hout in bedaagde toestand bij de in de fig.
1 en 2 afgebeelde inrichting! fig. 4 is een zijaanzioht vas een inrichting met als kettingrans porteur uitgevoerde steuninrichting; fig. 5 is een doorsnede met aanzicht van de kettingtranaporteur met daarop geplaatste stam en zijaanzicht van de lintzaagmachine;
De in de fig. 1-3 afgebeelde inrichting bevat een met het ver- wijzingsoijfer 1 aangegeven steunwagen, die blijkens fig. 1 in het mid- dengebied een steunbalk bevat welke links een vaste oplegging heeft op een steunwagendeel 2 en rechts bevestigd is op een verstelbaar steunwagen- deel 3.
Beide wagendelen, die een brede wielbasis hebben, zijn ver- rijdbaar over rails, welke zich uitsluitend links respectievelijk rechts uitstrekken van de viervoudige bandzaagmachine, waarvan in fig. 1 uit- sluitend de lintzagen 5 en 6 zijn weergegeven.
Tussen de lintzagen door loopt alleen de balk met oplegpunten
7,8 en 9 voor een ronde stam 10, die door middel van de einden van hef- bomen 11 en 12 cp de oplegpunten 7, 8 en 9 gedrukt gehouden wordt.
Van het middelste oplegpunt 8 is door een pneumatisch, hydraulisch of dergelijk syuteom de opwaartse reaotiekraoht en de hoogte instelbaar,
De hefbomen 11 en 12, die de ronde stam 10 met hun uiteinde op de oplegpunten drukken, hebben hun draaipunt in legers 13 en 14. Deze leger. en ook de met 15 en 16 aangegeven aandruk-mechanismen bewegen niet tus-
<Desc/Clms Page number 5>
sen de zagen door, Slechte de uiteinden van de hefbomen 11 en 12 be- hoeven zo smal te zijn, dat zij tussen het nauwste bandzagenpaar door kunnen passeren, De steunpunten 7 en 9 en de hefbomen 11 en 12 verhin" deren, dat de stam tijdens het zagen kan bewegen.
Bij het zagen passeert de stam 10 in fig. 1, van linke naar rechts eerst het het verst uiteen opgestelde paar lintzagen 5 en daarna het dichter bij elkaar opgestelde paar lintzagen 6.
De stammen worden via een dwareaanvoerband 21 bij een aanvoer- wagen 17 gebracht, waarbij het tempo kan worden geregeld via een mecha- nisch te bedienen grendel 22.
De aan- en afvoer is schematisch in fig. 3 verduidelijkt, Een aanvoerwagen 17 op wielen 18 plaatst de stam 10 dwars op de bewe- gingsriohting van de steunwagen 1, op de steunpunten 7, 8 en 9.
Dit geschiedt door middel van hydraulisch bewogen draagarmen 19, aan het uiteinde waarvan aangedreven steunrollen 20 zijn gelegerd. Deze steunrollen bepalen een gootvormige begrenzing. De stam 10 wordt door middel van aangedreven kettingen, lopende over de draagarmen 19 in deze door de steunrollen gevormde goot gebracht.
Door het roteren van de rollen 20 kan de stam 10 hierna in de gunstigste stand voor plaatsing op de steunpunten 7 en 9 worden gedraaid.
De aanvoerwagen 17 wordt met de draagarmen 19 in iets hellende stand in de richting van de steunwagen 1 gereden en komt tot stilstand op de plaats, waar het midden tussen de steunrollen 20 zich precies boven het hart van de steunbalk bevindt,
Ligt de stam 10 op de punten 7 en 9 en is deze door de aandruk- mechanismen 15 en 16 vastgeklemd, dan eerst wordt steunpunt 8 omhoogge- bracht en in de stam 10 gedrukt.
Links in fig. 3 is schematisch een afvoerinriohting 23 weergegeven, waarvan de constructie in wezen overeenkomt met die van de aanvoerin. richting 17, met dien verstande, dat hierbij geen steunrollen nodig zijn,
De wielen en de draagarm zijn respectievelijk met 24 en 25 aangegeven.
<Desc/Clms Page number 6>
Het aflichten van de na het afzagen van de sohabben en kantdelen over. gehouden balk geschiedt door het zwenken van de draagarmen 25 die de balk in de met onderbroken lijnen weergegeven stand kantelen en in de pijlriohting in fig. 3 naar links afvoeren. Op do draagarmen bevinden zich hiertoe transportrollen.
De spiraalrollen 26 waarop de schabben en kantdelen gevallen zijn, werpen deze delen gelijkmatig af op een ondergelegen dwarstransporteur 27.
Bij de variantuitvoerinsvorm van de inrichting volgens de fign.
4 en 5 is de opstelling van de lintzagen van de lintzaagmachine hetzelf- de als bij het hierboven beschreven uitvoeringsvoorbeeld.
In plaats van de transportwagen uit de delen 1-3 is hierbij ale steur¯inrichting een kettingtranaporteur met ketting 31 zonder einde toe. gepast die over, vóór en voorbij de lintzaagmachine opgestelde ketting- trommels 32 en 33 loopt, waarvan de laatstgenoemde de aandrijftrommel is. Op ketting 31 zonder einde zijn steunen (37) met scherpe punten be- vestigd. Deze kettingtransporteur veroorlooft praktisch continue toe- voer van stammen, zodat een hoge produktie kan worden bereikt,
Van de lintzaagmachine zijn weer slechts de lintzagen 35 en 36 aangegeven. De, het verst uiteenstaande, lintzagen 35 worden door de op puntvormige steunen 37 van de kettingtransporteur rustende stam 40, op zijn weg door de lintzaagmaohine het eerst gepasseerd.
De ketting- transporteur bevat tussen de omkeertrommels 32 en 33 een gootvormige geleiding welke de ketting 31 aan drie zijden begrenst en die doorzak- ken en vooral ook zijdelingse afwijkingen van de steunen 37 voorkomt,
Aan de toevoerzijde wordt de stam 40 door een in de figuren niet weergegeven aandrukinrichting stevig op de punten van de steunen 37 vastgedrukt. Voor de toevoer van de stam rolt deze door een automatische sluis tot in een centreerinrichting, die vast boven de kettingtransporw teur is opgesteld. Nadat de stam gecentreerd is wordt d@ze door een aandrukinrichting stevig op de steunen 37 vastgedrukt. De afvoer van het aan de afvoerzijde verkregen hout geschiedt automatisch via rollen en kettingtransporteurs.
Het is duidelijk dat binnen het kader van de uitvinding in velerlei opzicht van de beschreven en weergegeven uitvoeringevoorbeelden kan
<Desc/Clms Page number 7>
worden afgeweken.