BE707576A - - Google Patents

Info

Publication number
BE707576A
BE707576A BE707576DA BE707576A BE 707576 A BE707576 A BE 707576A BE 707576D A BE707576D A BE 707576DA BE 707576 A BE707576 A BE 707576A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
circuit
electrodes
group
voltage
resistor
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed filed Critical
Publication of BE707576A publication Critical patent/BE707576A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61NELECTROTHERAPY; MAGNETOTHERAPY; RADIATION THERAPY; ULTRASOUND THERAPY
    • A61N1/00Electrotherapy; Circuits therefor
    • A61N1/10Applying static electricity

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Nuclear Medicine, Radiotherapy & Molecular Imaging (AREA)
  • Radiology & Medical Imaging (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Electrotherapy Devices (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  "Inrichting voor het inwerken op biologische verschijnselen", 
De huidige uitvinding heeft als voorwerp een in- richting voor het inwerken op biologische verschijnselen, be- staande uit   electroden   die in een electrische bedieningskring geschakeld zijn en waartussen, door middel van -deze kring, een electrostatisch veld opgewekt en geregeld kan worden. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 
 EMI2.1 
 



  ,> t ! '"1' tic >o) I,u 't.ii(,h, ",! ÏlihÉé kei lé,kyt heb 1>éiléb 4Ê ! } "' ot dit c1i: j.tUlil éii een 0"'r3e 1,ii>éiewéé+xi>flé +ók ki%tiél# lttÜ>k ; üihxtehs ééh teil lf',¯ ,i1kï 'iliiJi 1i tM ' it een püiküióii e !¯II...i.1 , lk té elektrische bedénél/tsiÏi Ó' ¯ M 6& geëohakeld. iii 11 , iii/iiitiiiitift<llitlllf.l#ltii>tiiiittii<>- ditig is pülhäldti oiii '11 1im;i ad ettbestêb.'II&i."I..'.tlt!IPI81'lta'lllllkllt"lllkltl'I.Jt" aator, een tran#k6bzfto, li " Y ' ,,' ;M. )tir > l . 



  'h . ,  , ,, , datieschakelitg ben " '- "i t ( ! \ éeüieschakelihg% 'dit oMSMtMt µéskflü,j() , een spanning met een f>equtiÏ,fian iJlih- éÏ$ 3c, eé gelijk- richteragroep 11, '' , #h Ï(ié"8éi$ÏÏhÏho afvlakkingeoep lk'iéb ii ai ëii!& ikL éh uitschakelbarê modulator m h'h jii()(1))) ()11)()))iÏ)1,kléÏÜ ih Üli' vittd1n begaat tnin8 "'# "1# M Ï#'ÏiÓ'éÏk lÏé eéh üééÓÏÏ. 



  /. , lj folie die geplaatst is tegen het naar de andere electrode ge- dichte vlak van een draagblad i4*t énote divltdtrische constante , j,   ' waarvan de oppervlakte zich tot buiten de randen van de folie flt uitstrekt zodat rondom deze laagste, op get genoemd vlak van 1- 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 het draagblad, een zone ontstaat die niet door de folie bedekt wordt. 



   Andere bijzonderheden en voordelen van de uit- vinding zullen blijken uit de hierna volgende beschrijving van een inrichting volgens een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding voor het inwerken op biologische verschijnselen ; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet ; de   verwijzingscijfers   hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren. 



   Figuur 1 is een voorstelling van een blokschema van een inrichting volgens de uitvinding. 



   Figuur 2 is een voorstelling van de electrische   schakeling   van een onderdeel van de in figuur 1 voorgestelde inrichting. 



   De figuren   3, 4   en 5 zijn   graphische   voorstel- lingen van de spanning aan de electroden van de inrichting in functie van de tijd. 



   Figuur 6 is een onderaanzicht, met gedeeltelijke doorsneden, van een electrode volgens een eerste uitvoerings- vorm van de uitvinding. 



   Figuur 7 is een doorsnede volgens de lijn VII-VII van figuur 6. 



   Figuur 8 is een onderaanzicht, met   gedeeltelijke   doorsneden, van een electrode volgens een tweede   uitvoerings-   vorm van de uitvinding. 



   Figuur 9 is een doorsnede volgens de lijn   IX-IX   vun   figuur   8. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



   Figuur   10   is een onderaanzicht, met gedeeltelijke doorsneden, van een electrode volgens een derde uitvoeringsvorm van de uitvinding. 



   Figuur 11 is een doorsnede volgens de lijn XI-XI van figuur 10. 



   Figuur 12 is een onderaanzicht, met gedeeltelijk doorsneden, van een electrode volgens een vierde uitvoerings- vorm ven de uitvinding. 



   Figuur 13 is een doorsnede volgens de lijn XIII-XIII van figuur 12. 



   In de verschillende figuren hebben dezelfde ver- wijzingscijfers betrekking op dezelfde of analoge elementen. 



   De in figuur 1   voorgestelde   inrichting voor het inwerken op biologische verschijnselen bestaat uit twee door eer electrische kring 1 bediende electroden 2 en 3 die bestemd zijn om in een bepaalde ruimte het electrostatisch veld te regelen. 



   Wanneer deze electroden 2 en 3 bijvoorbeeld het electrostatisch veld binnen in een lokaal dienen te betnvloeden wordt een van de electroden 2 tegen de zoldering   gemonteerd,     terwijl   de andere electrode 3 tegenover de electrode 2 in de vloer geplaatst wordt of gewoon door de aarde gevormd wordt. 
 EMI4.1 
 



  De bedieniniskring 1 vdfl deze elootroden 2 en 3 is aangesloten op het   gewone   electrische net dat door wissel- sponning gevoed wordt en wordt achtereenvolgens gevormd uit een   tweepolige   schakelaar 4 voor het in dienst stellen van de elec- troden 2 en 3, een aardverbinding 5 voor het niet voorgestelde 
 EMI4.2 
 metalen omhulsel waarin de elementen van de bedieningekring 1 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 ondergebracht zijn, een ampèremeter 6, een   voltmeter   7, een algemene smeltveiligheid 8, een pulsator 9, een transformator 10, een gelijkrichter of transistoromvormer 11, een spannings- stabilisator   12,   een stroomstabilisator 13, een smeltveiligheid 14 ter bescherming van het hoogspanningsgedeelte van de kring 1, een omvormer-oscillator 15,

   twee gelijkrichters met apannings- verhogers   16   en 17, een in parallel geschakelde   bolastingsweer-   stand 18, een aflakkingsgroep 19, een   hoogspanningsvoltmeter   20 voor de controle van de toegepaste gelijkspanning, een modulator 21, een controlelampje 22 met een in serie van dit laatste go- , schakelde aangepaste weerstand 23 en ten slotte een belastings- weerstand 24 die in serie voor de electrode geschakeld is die verondersteld wordt het grootste potentiaalverschil ten opzichte van de aarde te vertonen. 



   De pulsator 9 laat toe de clectrisohe stroom op regelmatige tijdstippen gedurende een bepaalde periode, die meer den één minuut kan bereiken, te onderbreken ten einde een ge- pulseerde stroom te bekomen en aldus aan de electroden 2 en 3 een gepulseerd electrostatisch veld met voorop ingestelde on- derbrekingsperiodes te scheppen. In figuur 3 wordt, in functie van de tijd t, de spanning E voorgesteld, die tussen de elec- troden 2 en 3 bekomen wordt wanneer de pulsator 9 ingeschakeld is. De op deze wijze gepulseerde stroom en de spanning worden bij middel van de transformator 10 hetzij vermeerderd hetzij verminderd. 



   De transistoromvormer 11 is van het   gelende   type 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 en bestaat uit twee transistoren 25 en 26 die elk op een van de uiteinden van de secundaire windingen 2? van de transforma -' tor 8 geplaatst zijn, waarbij een aftakking 28 voorzien is tus- sen de twee uiteinden van de secundaire windingen 27 die met een afvlaksmoorspoel 29, zonder luchtspleet, van het gelijkrich- terdeel 30 verbonden is, Op deze wijze wordt de   zelf¯inductie   die in de spoel 29 geschapen wordt alleen bepaald door de erdoor vloeiende gelijkstroom. Bij een afnemende stroomsterkte stijgt de zelfinductie en wordt het maximum toelaatbaar spanningsver- lies niet overschreden.

   In de   spanningsstabilisator   12 en de stroomstabilisator 13 die eveneens van het gekende type zijn, zijn in serie geschakelde transistoren 31, 32 en 33 alsook een zener-diode 34 voorzien. In de collectorleiding van de transistor 31 en in deze van de transistor 32 zijn echter, vol- gens de uitvinding,   beveiligingsweerstanden   respectievelijk 35 en 36 geschakeld, waarvan de waarde functie is van-de verhouding tussen de basisstroom en de lekstroom. Door deze weerstanden 
35 en 36 wordt de collector-emitterspanning gedrukt bij toe- nemende belasting.

   Aan de basis van de emittervolgers is een condensator 37 van 0,05 F geschakeld, terwijl op de aftakking van de collectorweerstand 38 van een zener-diode 39 een capa-   ' Citieve   tegenkoppeling 40   aangebracht is om   een slingerende uit- gangsspanning te vermijden. 



   De omvormer-oscillator 15 vertoont twee transis- toren 41 en 42 die in oscillatie geplaatst zijn en een wissel- stroom afleveren aan de uiteinden van de primaire windingen 43 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 van een transformator   44.   Door de   omvormer-oscillator   15 wordt een wisselstroom met een nagenoeg sinussoïdaal verloop bekomen met een hoge frequentie van minstens 20 Kcycles. 



   Verder zijn de twee transistoren   41   en 42 volle- dig afgeschermd ten einde elke radiostoring en andere invloeden van buiten uit te vermijden. De secundaire windingen 45 van de transformator 44 zijn geschakeld op de gelijkrichter met   spanningsverhoger     16.   Een dergelijke gelijkrichter   16   bestaat uit twee in cascade geschakelde diodes 46 en 47 met, voor elke diode, een koppelcondensator   48   van nagenoeg 0.01 f. 



   Het gebruik van deze condensatoren 48 met een   dergelijke   kleine waarde is mogelijk door het feit dat, zoals hiervoor vermeld werd, de frequentie van de in de gelijkrichter   16   gestuurde wisselstroom minstens 20 Kcycles bedraagt. Adus is de ontlading van de condensatoren 48, ingevolge een aanra- king van een van de electroden 2 en 3, ongevaarlijk. 



   Een   dergelijke   gelijkr.chter met   spanningsver-   hoger vormt een blokelement zodat een   aantal   van deze elementen na elkaar geplaatst kunnen worden. Dit aontal hangt af van de gewenste spanning. 



   De belastingsweerstand   18   heeft een waarde von 50 M per spanningsfractie ven 1000 Volt die aan zijn klemmen aangelegd wordt door de hiervoor vermelde spanningsverhogers 15 en 16. Deze weerstand 18, die   geplaatst   is vóór de   ufvlak-     kingsgroep   19, staat in voor de bedrijfszekerheid van de ver- schillende transistoren van de kring 1 door bijvoorbeeld de 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 stroom te beperken bij een eventuele kortsluiting in de kring 1. 



   Door deze weerstand 18 wordt ook de stroomintensiteit beperkt bij de ontlading van de electrodes 2 en 3 ingevolge een stroom- onderbreking in de kring 1, in het bijzonder bij elke vorm van pulsatie die door de pulsator 9 opgewekt wordt. Hierdoor wordt de veiligheid van de inrichting, volgens de uitvinding, sterk in de hand gewerkt. 



   De afvlakkingsgroep   19   bestaat uit een hoge weerstand 49, waarvan de waarde gekozen wordt in functie van de potentiaal aan deze weerstand 49 en de stroomintensiteit in deze laatste, en uit twee kleine condensatoren 50 en   51   die in de kring 1 in parallel, langs weerszijden   van¯de   weerstand 49, geplaatst zijn. De waarde van deze condensatoren 50 en   51   is kleiner dan   0,01/F,   Deze kleine waatde van de condensatoren 
50 en   51   wordt vooral gekozen als   veiligheidsvoorzorg   bij een eventuele aanraking vun de electroden 2 en 3.

   Deze condensa- toren 50 en   51   kunnen gezamelijk of elk afzonderlijk in dienst gesteld worden bij middel van de schakelaars 52 en 53, naar ge- lang de gewenste vorm van de   gelijkspanning   die aan de electro- den 2 on 3 dient aangelegd te worden. 



   In figuur 4 wordt, in functie van de tijd t, de spanning E   voorgesteld,   die tussen de electroden 2 en 3 beko- men wordt   wanneer   de pulsator 9 en de condensator 50 en 51   ingeschakeld   zijn. 



   Do   modulator     21   last toe een gemoduleerde span. 
 EMI8.1 
 ni.ng op de olectroden 2 en 3 toe te possen en de modulatiediepte 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 Van deze spanning te regelen. Deze modulator 24 kan eveneens in en uit de kring 1 geschakeld worden. 



   In figuur 5 wordt het spanningsverloop E   tussen.   do electroden, in functie van de tijd t, voorgesteld wanneer de pulsator 9 en de modulator 21 ingeschakeld zijn en de condensa- toren 50 en 51 uitgeschakeld zijn. 



   De weerstand 24 laat toe, bij een eventuele over- belasting van de kring 1, de stroom te beperken en bij een even- tuele aanraking van de electroden 2 en 3 door levende wezens de hierdoor ontstane ontlading tot het ongevaarlijke te herleiden. 



   Tussen de electroden 2 en 3 is, volgens de uit- vinding, over hun onderstel, zoals bijvoorbeeld de zolderin6 of de vloer, waarop ze geplaatst zijn en dat niet in figuur 1 voor- gesteld wordt, een Ohmse weerstand, die en isolatiewaarde heeft van minstens 100 KM   aanwezig,   ten einde een volledige eleo- trische isolatie van de electroden ten opzichte van hun   opgoving   te bekomen en op deze wijze de voorwaarden tussen de electroden nauwkeurig te kunnen regelen en controleren   onafhankelijk   van deze omgeving. Deze laatste wordt hoofdzakelijk gevormd door het gebouw waarin de electroden 2 en 3 opgesteld zijn.

   Er   werd   immers vastgesteld dat slechts voldoeninggevende resultaten op de behandelde organismen bereikt werden wanneer tussen de elec- troden minstens de hierboven aangegeven weerstand aanwezig was. 



  Door deze zeer hoge weerstand wordt het electrosatisch weld volledig geconcentreerd tussen de electroden.      



   In de figuren 7 tot 13 worden een reeks electro- 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 
 EMI10.1 
 dih 2 en,$. tceii ., y IJd ri de bzz. richting 0&icB±# a,!...t't"k,I Mnnën *ÏbÏ"Ï !áb einde een vervorming van de kraöh-ëlisnan ; invloed ten de omge- I f. ,d 1 I 1 ." . ving tot een minimm te hêidthH en éé lér d ki-acntlijnen   @   gevolgde banen niet te laten afwijken buiten de door de elec- troden beheerste ruimte zur ! 
 EMI10.2 
 Y4,G7ll . i f ' 0< ,Ïó , CC77ité eiio%9ótS bestaat uit een dunne m'á3. ,, t l,atst is tegen een i' y,,j ,;

  1 draagblad 56 et één r?io ctit3r constante De opper- vlakte van dit draagblad 56 éü groter dan deze van de folie 55 zodat rondom ééiié laatste een it±1 van iil ébaagblté µ6 gevormd . wordt die niet door de aiie 55 bedekt wordt en toelaat de in-   vloed van randeffecten, bijvoorbeeld door de omringende muren vloed van randeffecten, bijvoorbeeld door de omringende muren   uit gewapend beton, op deze electrode in grote mate té   vermijden,   
 EMI10.3 
 De in de ligui,n 8. en $ reosedelde electrode " , I' t' ik ' r 9 i vertoont een metaalfolie ,cie.;..et 4e1;

  putieit 57 Qbii±<en is, waarop zich een hoge ladingsoonc-entratie ken voordoen, zodat de electrostatisehe kicti'éi t' ï .f 9'? bijzonder idóg zijn krachtlijnen ervan 111 . '1 van zijn en de krachtlinen ebvsn ! aM,nïl 'ea a fihin 7 zich nagenoeg loodrecht b he M4LHj LI t!1 ietstê uit- strekken. Deze kretüéiiikii %Ïéééi bl ,t1 n16é beïnvloed door fectoren van süiaéa uit tn li!11 jl¯ ,a UI.H é, iii>  troden aanwezige massa's, zoals te   behandelen   levende wezens, waardoor het electrostatisch veld een ongestoorde werking op deze massa's kan doorvoeren. 



   Op een voordelige wijze worden deze stralings- 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 punten 57 gevormd uit opstaande bramen die ontstaan bij het oor boren van de folie 55. Deze bramen vormen een groot aantal zeer fijne onregelmatige punten die verondersteld worden de reden te zijn van dit eerder onverwacht effect op het gericht zijn en de stabiliteit van het tussen de electroden 2 en 3 ge- schapen electrostatisch veld.

   Op een voordelige manier zijn de perforaties 58 die tot het vormen van de bramen aanleiding gegeven hebben in de folie 55 aangebracht in   evenwijdige   rechte lijnen, waarbij de perforaties van een lijn verschoven zijn ten opzichte van de perforaties van de naburige lijnen, ten einde een zo veel mogelijk homogeen veld te bekomen, 
In de figuren 10 en 11 wordt een electrode voor- gesteld waarvan de metaalfolie 55 zodanig geplooid wordt dat op regelmatige afstanden opstaande   evenwijdig     ribben   59 gevormd worden. Hierdoor wordt een veld bekomen dat in dichtheid. lichtjes wisselend verandert volgens een richting loodrecht cp deze van de ribben 59 en dat eveneens gericht is door de aan-   wezigheid   van een hoge ladingsconcentratie op de toppen van de ribben. 



     Bij   de in de figuren   12   en 13 voorgestelde elec- trode zijn de randen 60 van de metaalfolie 55 omgebogen naar   /oppervlak/   het   buiten   van deze laatste zodanig dat de krachtlijnen uitgaande van deze scherpe randen 60 grotendeels naar dit opper- vlak gericht worden om een zijdelingse   afvloeiing   van deze krachtlijnen tegen te gaan. 



   De inrichting volgens de uitvinding laat dus toe 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 op een heel eenvoudige wijze de meest verschillende electro- statische velden tussen de electroden 2 en 3 te scheppen door het al of niet inschakelen van de pulsator 9, de   afvlakkings-   groep   19   en de modulator 21. Ook kan de intensiteit van deze velden   gemakkelijk   gewijzigd   worden.   Verder kan de regeling ven de velden zeer nauwkeurig geschieden. Aldus kunnen bij middel van eenzelfde inrichting al de mogelijke toestanden, wat het electrostatisch veld   betreft,   geschapen worden naarge- lang de biologische verschijnselen waarop ingewerkt dient te worden. 



     Anderzijds   kan wegens de juiste keuze van de combinatie van verschillende bepaalde   schakelingen   en onderdelen in de kring 1, op een totale veiligheid en bedrijfszekerheid gerekend worden bij het ih gebruik stellen van de inrichting bij voorbeeld voor het behandelen van levende gevoelige   wezens,   
De uitvinding is natuurlijk geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven   uitvoeringsvormen   en binnen het raam van de huidige octrooiaanvrage kunnen meerdere veranderingen   overwogen   worden. 



   De inrichting kan bijvoorbeeld ook aangepakt 
 EMI12.1 
 worden om op een ge11Jksponn1ngabron geschakeld te worden.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES.
    1. Inrichting voor het inwerken op biologische verschijnselen, bestaande uit electroden die in een electrische bedieningskring geschakeld zijn en waartussen, door middel van deze kring, een electrostatisch veld opgewekt en geregeld kan worden, met het kenmerk dat tussen de electroden een Ohmse iso- latieweerstand van minstens 100 KM Û aanwezig is.
    2. Inrichting volgens conclusie 1, met het ken- merk dat, voor ht regelen van het veld, minstens één van de elementen, gekozen uit de groep gevormd uit een pulsator, een modulator en een afvakkingsgroep, in de eleotrische bedieninGs- kring van de electroden geschakeld is.
    3. Inrichting volgens conclusie 2, Biet het ken- merk dat de bedieningskring op een wisselstroombron aangesloten is en acttereenvolgens hoofdzakelijk bestaat uit een in- en uit- schakelbare.pulsator, een transformator, een gelijkrichterscha- keling, een gelijkspanningsstabilisatieschakeling, een gelijk- stroomstabilisatieschakeling, een omvormer-oseillator, voor het vormen van een spanning met een frequentie van minstens 20 Kc, een gelijkrichtersgroep met spanningsverhogers, een in- en uit- schakelbare afvlakkingsgroep en een voor de eleotroden gemon- teerde in- en uitschakelbare modulator.
    4. Inrichting volgens conclusie 3, met het ken- merk dat tussen de gelijkrichtersgroep met spanningsverhogers en de afvlakkingsgroep een belastingsweerstand van minstens 50 M Û per spanningsfractie van 1000 V, die voor deze weerstand <Desc/Clms Page number 14> opgewekt wordt, in parallel geschakeld is in de kring.
    5 Inrichting volgens één van de conclusies 3 en 4, met het kenmerk dat de gelijkrichterschakeling bestaat uit een transistor-omvormer met op het gelijkrichterdeel een afvlaksmoorspoel zonder luchtspleet, 6, Inrichting volgens één van de conclusies 3 tot 5, met het kenmerk dat de gelijkspanningsstabilisatie- schakeling bestaat uit in serie geschakelde transistoren met in de collectorleiding van de eerste en de tweede transistor EMI14.1 een beveiligingsweerstand waarvan de waarde bepaald is in functie van de verhouding tussen de besisstroom en lekstroom, Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat aan de basis van de emittervolgers een condensator van nagenoeg 0,05 F aangebracht is.
    8. Inrichting volgens één van de conclusies EMI14.2 6 en 7, met het kenmerk dat bij de strooustabilisetiesehekeling, op de aftakking van een regeltransistor een capacitieve tegen- koppeling van nagenoeg 500 F aangebracht is om slingerende EMI14.3 uitgangsspanningen-te vermijden, 9. Inrichting volgens één van de conclusies tot 8, met het kenmerk dat de omvormer-oscillator bestaat uit in oscillatie geplaatste transistoren die op een transformator aangesloten zijn, welke transformator gekoppeld is op de ge- lijkrichtersgroep met spanningsverhogers, 10. Inrichting volgens één van de conclusies 3 tot 9, met het kenmerk dat de gelijkrichtersgroep met de span- <Desc/Clms Page number 15> ningsverhogers afwisselend bestaat uit een diode en een conden- sator in cascadeschakeling.
    11. Inrichting volgens de vorige conclusie met het kenmerk dat de genoemde condensatoren een capaciteit be- zitten van nagenoeg 0,01 F.
    12. Inrichting volgens één van de conclusies 3 tot 11, met het kenmerk dat de afvlakkingsgroep bestaat,uit een in serie in de kring geschakelde hoge weerstand, waarvan de waarde functie is van de spanning aan de klemmen van de weer- stand en van de stroomsterkte in deze laatste, en twee langs weerszijden van deze weerstand in parallel in de kring gemon- teerde in- en uitschakelbare condensatoren.
    13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk dat de genoemde condensatoren een capaciteit, die kleiner dan 0,01 F is, bezitten.
    14. Inrichting volgens één,van de vorige con- clusies, met het kenmerk dat voor de electrode met het grootste potentiaalverschil ten opzichte van de aarde een belastings- weerstand in serie aangebracht is.
    15. Inrichting volgens één van de vorige con- clusies, met het kenmerk dat minstens één von de electroden bestaat uit een metaalfolie die geplaatst is tegen het naar de andere loctrode gerichte vlak van een draagblad met grcte diëlectrische constante waarvan de oppervlakte zich tot bui- ten de randen van de folie uitstrekt zodat rondom deze laatate, op het genoemd vlak van tiet draagblad, een zone ontstaat die <Desc/Clms Page number 16> niet door de folie bedekt wordt.
    16. Inrichting volgens de vorige conclusie, met het kenmerk dat minstens één van de randen van de metaalfolie omgebogen is naar het buitenoppervlak van deze laatste, welk oppervlak het emissievlak van de electrode vormt.
    17. Inrichting volgens één van de conclusies 15 en 16, met het kenmerk dat op de van het draagblad afge- keerde zijde van de metaalfolie stralingspunten voorzien zijn waarop zich een hoge landingsconcentratie kan voordoen, ten einde een richten van het electrostatisch veld te bekomen.
    18. Inrichting volgens de vorige conclusie, met het kenmerk dat de stralingspunten gevormd worden door opstaan- de bramen die ontstaan zijn bij het doorboren van de metaalfolie 19. Inrichting volgens één van de conclusies 17 en 18, met het kenmerk dat de stralingspunten statistisch over de genoemde zijde van de metaalfolie verdeeld zijn.
    20. Inrichting volgens een van de conclusies 17 en 18, met het kenmerk dat de stralingspunten of groepen stra- lingspunten zich zigzagsgewijs ten opzichte van elkaar bevinden 21, Inrichting volgens één von de conclusies 15 tot 20, met het kenmerk dat de van het draagblad afgekeerde zijde van de metaalfolie geribt is.
    22. Inrichting volgens één van de conclusies 13 tot 20, :..et hot kenmerk dat de van het draagblad afgekeerde zijde von de metaalfolie gegolfd is.
    23. Inrichting voor het Inwerken op biologische <Desc/Clms Page number 17> verschijnselen, @@ale hiervoor beschreven of in de hierbij ge- voegde tekeningen voorgesteld.
BE707576D 1967-12-05 1967-12-05 BE707576A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE707576 1967-12-05

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE707576A true BE707576A (nl) 1968-04-16

Family

ID=3851938

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE707576D BE707576A (nl) 1967-12-05 1967-12-05

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE707576A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2408357A1 (fr) * 1977-10-17 1979-06-08 Priore Antoine Perfectionnements au traitement des organismes vivants par les ions negatifs

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2408357A1 (fr) * 1977-10-17 1979-06-08 Priore Antoine Perfectionnements au traitement des organismes vivants par les ions negatifs
WO1980000918A1 (fr) * 1977-10-17 1980-05-15 A Priore Perfectionnements au traitement des organismes vivants par les ions negatifs

Similar Documents

Publication Publication Date Title
DE3874721T2 (de) Energieversorgung fuer mikrowellen-entladungslichtquelle.
DE3587792T2 (de) Elektronisches Vorschaltgerät für Leuchtstofflampen.
DE2756799C2 (de) Fremdgetakteter, tastverhältnisgeregelter Gleichspannungswandler
US4600411A (en) Pulsed power supply for an electrostatic precipitator
DE3784956T2 (de) Stabilisiertes netzteil, das gleichzeitig wechselstrom und gleichstrom in einem transformator erzeugt.
DE19506587C2 (de) Anordnung zum Unterdrücken der höheren Oberschwingungen des Stroms einer Energiequelle
DE69224420T2 (de) Verfahren zum Speisen von Leistung in ein ophthalmisches Gaslasersystem
DE2827693A1 (de) Wechselrichter und dessen verwendung in einem batterieladegeraet
DE4040052C2 (de) Hochfrequenz-Erwärmungsvorrichtung mit einer Ausgangs-Steuerungsfunktion
DE69123679T2 (de) Hochfrequenzstromversorgung für Leuchtstofflampe mit Erdschlussschutz
DE19653604A1 (de) Vorschaltung für eine Leuchtstofflampe
DE10124219B4 (de) Mikrowellenofen
DE69016815T2 (de) Vorschaltgeräte für Gasentladungslampen.
DE69106273T2 (de) Vorrichtung zur Speisung und Regelung des Stromes für den Kathodenglühfaden einer Röntgenröhre.
DE19843643A1 (de) Zündschaltung für Entladungslampe
DE4238388C2 (de) Elektronische Schaltungsanordnung zur Ansteuerung einer UV-Strahlungsquelle
DE2434387C3 (nl)
DE4128175C2 (de) Lichtbogenschweißgerät
DE2953928C2 (de) Stromstabilisierungseinrichtung des Elektronenstroms einer Beschleunigerröhre
BE707576A (nl)
DE10245368B4 (de) Schweißstromquelle zum Gleich- und Wechselstromschweißen und Verfahren zu dessen Betrieb
CH663866A5 (de) Selbstschwingender wechselrichter.
DE1563303C3 (de) Vorrichtung zur Steuerung eines elektronischen Schalters
DE1933862A1 (de) Steuerschaltung
AU592155B2 (en) Electric fence energiser