BE892262A - Inrichting voor het vormen van ijsblokjes - Google Patents

Inrichting voor het vormen van ijsblokjes Download PDF

Info

Publication number
BE892262A
BE892262A BE2/59601A BE2059601A BE892262A BE 892262 A BE892262 A BE 892262A BE 2/59601 A BE2/59601 A BE 2/59601A BE 2059601 A BE2059601 A BE 2059601A BE 892262 A BE892262 A BE 892262A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
emi
switch
motor
tray
frame
Prior art date
Application number
BE2/59601A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Simkens Marcellus
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Simkens Marcellus filed Critical Simkens Marcellus
Priority to BE2/59601A priority Critical patent/BE892262A/nl
Publication of BE892262A publication Critical patent/BE892262A/nl
Priority to IT8347767A priority patent/IT1168771B/it
Priority to ES83520110A priority patent/ES520110A0/es

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25CPRODUCING, WORKING OR HANDLING ICE
    • F25C1/00Producing ice
    • F25C1/08Producing ice by immersing freezing chambers, cylindrical bodies or plates into water

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Thermal Sciences (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Production, Working, Storing, Or Distribution Of Ice (AREA)

Description


  "Inrichting voor het vormen van ijsblokjes". 

  
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het vormen van ijsblokjes, die een gestel bevat,een vast op dit gestel gemonteerd hol lichaam met neerwaarts gerichte uitstekende delen, middelen om koelflutdum door dit li-

  
 <EMI ID=1.1> 

  
sturen, een bakje dat beweegbaar op het gestel is gemonteerd. een mechanisme met een elektrisch deel, welk mechanisme dit bakje beweegt van een bovenste stand om de hoger bedoelde uitstekende delen, naar een onderste stand en omgekeerd, een toevoerleiding van water die boven dit bakje uitmondt, middelen om deze toevoerleiding te openen en te sluiten, een roerinrichting met een in het gestel gelegerde as, een motor voor het drijven van de as,welke motor los is van het gestel en een roerder die op

  
 <EMI ID=2.1> 

  
deel van het mechansme zijn gemonteerd en organen de de genoemde middelen,het elektrische deel van het genoemde mechanisme en de motor van de roerinrichting zo besturen dat : de middelen om het

  
 <EMI ID=3.1> 

  
het bakje zich in zijn bovenste stand bevindt,het mechanisme het bakje van zijn bovenste naar zijn onderste stand brengt wanneer om de uitstekende delen ijs is gevormd, de middelen om

  
 <EMI ID=4.1> 

  
n adat ijs om de uitstekende delen is gevormd en de toevoerleiding van water wordt geopend nadat ijs om de uitstekende delen is gevormd,en al dan niet reeds ervan is verwijderd,we lke org anen een elektrische schakelaar bevatten die in de elektrische schakeling is gemonteerd, door de motor van de roerinrichting van stand wordt veranderd wanneer de roerder weerstand ondervindt vanwege het ijs dat in het bakje is gevormd en die ten minste het mechanisme zo in werking brengt dat het het bakje van zijn bovenste naar zijn onderste stand brengt.

  
Na het vormen van het ijs in het bakje dient dit

  
ijs uit het bakje te worden verwijderd. Hiertoe wordt door het mechanisme, dat dus in werking wordt gebracht wanneer de roeri nrichting de schakelaar van stand verandert, het bakje van zijn bovenste naar zijn onderste stand en terug naar zijn bovenste stand gebracht.

  
Bij bekende inrichtingen van deze soort bestuurt de schakelaar evenwel niet rechtstreeks het mechanisme maar wel

  
 <EMI ID=5.1> 

  
Deze spoel verandert bij bekrachtiging ook meerdere schakelaars in parallelleidingen die in parallel met de eerstgenoemde schakelaar en de spoel zijn gemonteerd. In een van deze parallelleidingen is het mechanisme geschakeld en de spoel sluit bij bekrachtiging de schakelaar in deze paralleDeiding waarbij d us het mechanisme in werking treedt. De eerstgenoemde schakelaar kan niet rechtstreeks in serie met een elektrisch deel van het mechanisme in de elektrische schakeling zijn geschakeld aangezien bij deze bekende inrichtingen deze schakelaar slechts

  
 <EMI ID=6.1> 

  
gedurende een veel langere tijd moet in werking zijn om de volledige beweging van het bakje te kunnen verwezenlijken. Het roermechanisme keert immers naar zijn beginstand terug zodra het ijs van de uitstekende delen van het holle lichaam is gevallen en de roerder geen weerstand meer van het ijs ondervindt. In de elektrische schakeling moet daarenboven,om het mechanisme terug uit te schakelen,een bijkomende schakelaar zijn gemonteerd. Deze bijkomende schakelaar

  
 <EMI ID=7.1> 

  
den of een schakelaar die in de parallelleiding waarin het me-chanisme is geschakeld, is gemonteerd, in welk geval er nog een tweede bijkomende schakelaar noodzakelijk is die in serie met de spoel is geschakeld om de bekrachtiging van de apoel te doen ophouden.

  
Dit relais en de bijkomende schakelaars verhogen niet alleen de kostprijs van de inrichting maar verminderen de bedrijfszekerheid ervan.

  
De uitvinding heeft tot doel deze nadelen te verhelpen en een inrichting voor het vormen van ijsblokjes te verschaffen waarbij de schakelaar rechtstreeks het mechanisme kan besturen zonder tussenkomst van een relais en bijkomende schakelaars.

  
Tot dit doel is de schakelaar rechtstreeks in serie

  
 <EMI ID=8.1> 

  
verplaatsbaar op het gestel is gemonteerd en tegelijker tijd met het bewegen van het bakje door het mechanisme wordt verplaatst, en wel op zulkdanige wijze dat,wanneer de roerder weerstand ondervindt vanwege het ijs in het bakje, de motor van de roerinrichting de schakelaar van stand doet veranderen, waarbij deze schakelaar het mechanisme dat het bakje beweegt, in werking brengt, dat deze schakelaar in deze veranderde stand blijft ook nadat de motor van de roerinrichting terug naar zijn beginstand is gegaan, en dat, wanneer het mechanisme het bedieningselement terug naar zijn oorspronkelijke stand brengt, bij het terug naar zijn beginstand brengen

  
 <EMI ID=9.1> 

  
zi jn beginstand schakelt, waarbi j deze schakelaar het mechanisme dat uitgeschakeld werd bij een nieuwe verandering van stand opnieuw kan inschakelen.

  
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de u itvinding

  
 <EMI ID=10.1>  op hetgestel gemonteerd zo dat hij door de motor van de roerinrichting kan worden verplaatst op zodanige manier dat,wanneer de roerder weerstand ondervindt vanwege het ijs in het bak je de motor de sch akelaar zo verplaatst ten opzichte van het stilstaande bedieningselement dat deze schakelaar van stand verandert en in deze veranderde stand blijft ook wanneer de motor zich terug naar zijn beginstand verplaatst, dat de schakelaar bij deze verandering van stand het mechanisme in werking brengt waardoor dus ook het bedieningselement zich

  
 <EMI ID=11.1> 

  
terug naa&#65533;ijn oorspronkelijke stand brengt bij het terugnaar zijn beginstand brengen van het bakje , dit bedieningselement de schakelaar die inmiddels terug zijn oorspronkelijke ligging heeft ingenomen, terug in zijn beginstand brengt.

  
Doelmatig is de schakelaar excentrisch op een drager gemonteerd die zelf kantelbaar op het gestel is gemonteerd en wordt de verplaatsing van de schakelaar door de motor van de roerinrichting veroorz aakt door een kanteling van de drager ten opzichte van het gestel.

  
In een merkwaardige uitvoeringsvorm van de uitvinding is het bedieningselement wentelbaar op het gestel gemonteerd en wordt het door het mechanisme bij de beweging van het bakje gewenteld.

  
In een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvinding zijn de middelen om koelfluldum door het lichaam

  
 <EMI ID=12.1> 

  
motor die in de schakeling is gemonteerd, terwijl de inrichting een schakelaar bevat die in serie met de hiervoor genoemde middelen en de hiervoor genoemde motor is geschakeld, welke

  
 <EMI ID=13.1> 

  
manier als de laatstgenoemde schakelaar zowel door de motor van de roerinrichting als door een bedieningselement dat verplaats-baar op het gestel is gemonteerd en tegelijker tijd met het

  
 <EMI ID=14.1> 

  
is bestuurd, een en ander zo dat , nadat de motor van de roerinrichting de laatstgenoemde schakelaar van stand heeft veranderd de eerstgenoemde schakelaar ook van stand ver andert indien het mechanisme het bakje niet heeft verplaatst en het bedieningsorgaan zich dus niet heeft verplaatst.

  
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hier volgende beschrijving van . inrichtingen voor het vormen van ijsblokjes volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperk&#65533;e uitvinding niet; de verwijzingscijfers betreffen

  
 <EMI ID=15.1> 

  
Figuur 1 is een gedeeltelijk schematisch gehouden zijaanzicht van een inrichting voor het vormen van ijsblokjes volgens de uitvinding. Figuur 2 is een gedeeltelijk schematisch gehouden bovenaanzicht van een gedeelte van de inrichting uit figuur 1. Figuur 3 is een zijaanzicht van een detail van de inrichting uit de vorige figuren, op grotere schaal getekend. Figuur 4 is een schematische voorstelling van het eigenlijke koelmechanisme van de inrichting volgens de figuren 1 en 2. Figuur 5 is een elektrisch schema betreffende de inrichting volgens de vorige figuren. Figuur 6 is een gedeeltelijk schematisch gehouden zijaanzicht anabog aan dit uit figuur 1 maar met betrekking op een andere uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding. Figuur 7 is een gedeeltelijk schematisch gehouden bovenaanzicht van een gedeelte van de inrichting uit figuur 6.

   Figuur 8 is een elektrisch schema met betrekking op de uitvoeringsvorm van de inricht ing volgens de figuren 6 en 7.

  
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op dezelfde elementen.

  
De in de figuren 1 tot 5 voorgestelde inrichting

  
 <EMI ID=16.1> 

  
vormt. In dit gestel is de as 2 draaibaar opgehangen en om deze as 2 hangt de motorreductor 3.

  
 <EMI ID=17.1> 

  
waarts gerichte uitstekende delen 5 bevestigd. Deze neerwaarts uitstekende delen 5 vormen holle Hokjes. Deze holle blokjes zijn onderling verbonden. Door het lichaam en bijgevolg door de blokjes kunnen zowel een koelfluldum als een verwarmingsfluldum gestuwd worden. Een bakje 6 kan op een hierna tot in de bijzonderheden beschreven wijze gebracht worden van de in figuur 1 in volle lijn getekende bovenste

  
 <EMI ID=18.1> 

  
onderste stand. Verschillende elementen die met het bakje 6 samenwerken werden in figuur 1 in volle lijn voorgesteld in

  
de stand die ze innemen wanneer het bakje 6 bovenaan voorkomt. In de stand die ze innemen wanneer het bakje 6 in de onderste stand voorkomt werden ze in stippellijn getekend. In deze tweed&#65533;tand werden ze, evenals het bakje, aangeduid met hetzelfde verwijzingscijfer aangevuld met een '.

  
In zijn bovenste stand komt het bakje 6 om de holle blokjes 5 voor. Tussen deze holle blokjes 5 kunnen de schoepen 4 die vastzitten op de as 2 bewegen. De as 2 vormt met de schoepen 4 roerders tussen de holle blokjes 5. Daar de as 2

  
 <EMI ID=19.1> 

  
gestel 56 aan deze as hangt, zal de motorreductor 3 de as 2

  
 <EMI ID=20.1>  blijft. Wanneer de schoepen 4 door het water van het bakje 6 bewegen is de weerstand van het water niet voldoende om de rotatie van de as 2 in het gestel 56 te beletten en blijft de motorreductor 3 neerwaarts hangen in een nagenoeg vaste stand. Wanneer daarentegen de schoepen 4 tegengehouden worden door ijs dat om de holle blokjes 5 in het bakje 6 gevormd wordt, wordt de as 2 vast ten opzichte van het gestel 56 en zal de motorreductor 3 een zwaaibeweging uitvoeren om de as 2.

  
Zoals verder zal beschreven worden zal de motorreductor 3

  
dan onrechtstreeks de microschakelaar 21 in sluitstand brengen.

  
Het bakje 6 is scharnierend opgehangen tussen de einden van een u-vormige arm 10. De scharnierpunten van

  
het bakje 6 ten opzichte van deze U-vormige arm 10 werden met het verwijzingscijfer 11 aangeduid. Bij het op- en neerg aan beweegt het bakje 6 tussen de benen van de U-vormige arm 10

  
 <EMI ID=21.1> 

  
Een arm 7 is scharnierend verbonden met het bakje

  
6 in scharnierpunt 8. Deze arm 7 zit vast op een as 9 die

  
in het gestel gelegerd is. Ten opzichte van het gestel 56 vormt de as 9 dus een scharnierpunt voor de arm 7. De armen 7 en 10 vormen met hun scharnierpunten 8,9,12 en 11 een vierhoek die evenwel geen parallellogram vormt. Deze vierhoek is zodanig dat het bakje 6 in zijn bovenste stand een andere hoek vormt met het horizontaal vlak dan in zi jn onderste stand. Uit een opstaande wand van het bakje is een opening
35 uitgespaard. Deze opening kan instelbaar uitgevoerd zijn, zodat de snelheid waarmede het water uit deze opening vloeit instelbaar is.

  
Het verschil tussen de hoeken die het bakje 6 in

  
de bovenste en in de onderste stand met het horizontaal

  
 <EMI ID=22.1> 

  
stand deze opening 35 boven de waterspiegel voorkomt. 

  
De arm 10 die scharnierend verbonden is met het bakje 6 en met het gestel 56 heeft een verlengde voorbij het scharnierpunt 12 met het gestel. Dit verlengde draagt een schijfvormig tegengewicht 13, dat instelbaar is om een draaipunt 36 dat niet samenvalt met het zwaartepunt 37 van de schijf.

  
Wanneer het bakje 6 in zi jn bovenste stand is, bevat het een dbraagplaat 14 die de ijsblokjes kan opvangen wanneer deze vrijkomen van de vaste holle blokjes 5. De draagplaat 14 zit op een draagarm 15 die vast zit op de

  
as 16 die gelegerd is in het gestel 56. Voorbij de as 16 is de draagarm 15 verlengd met een arm 17, waarvan het einde een tegengewicht 18 draagt. Wanneer het bakje 6 zakt,gaat

  
 <EMI ID=23.1> 

  
naar de in stippellijn getekende stand. De losse ijsblokjes die op de draagplaat 14 liggen schuiven er van af en vallen

  
 <EMI ID=24.1> 

  
uitgespaard is, waardoor de ijsblokjes in een onder de bodemschaal opgestelde, niet getekende recipiënt vallen. Bij

  
de opwaartse beweging neemt het bakje 6 de draagplaat 14

  
 <EMI ID=25.1> 

  
stand gekomen is, de draagplaat 14 opnieuw tegen de bodem van het bakje 6 voorkomt.

  
Een toevoerleiding 19 voor water mondt boven het bakje uit.ongeacht of dit bakje in zijn bovenste dan wel in zijn onderste stand is. De toevoerleiding 19 is vast ten

  
 <EMI ID=26.1> 

  
20 voor die bestuurd wordt door een spoel 32.

  
De inrichting bevat een koelmechanisme dat in figuur 4 is voorgesteld. Dit koelmechaniame bestaat in een kring voor de koelvloeistof met een continu werkende com-

  
 <EMI ID=27.1> 

  
een verdamper 42. De capillaire leiding 41 houdt het druk- <EMI ID=28.1> 

  
verdamper 42 anderzi jds. Het hol lichaam met de holle blokjes 5 behoort tot de verdamper 42. De motor 30 drijft de

  
in figuur 4 niet voorgestelde ventilator die tegenover de condensor 40 voorkomt. Bij werking van de motor 30 en bij-

  
 <EMI ID=29.1> 

  
40 gestuwd. Een omloopleiding 43 waarin een afsluiter 31 voorkomt verbindt rechtstreeks de uitgang 38 van de compressor
39 met de ingang 45 van de verdamper 42.

  
Wanneer de afsluiter 31 gesloten is en de motor 30 de ventilator van de condensor 40 drijft, vloeit de koelvloeistof uit de condensor 40 door de capillaire leiding 41 naar de verdamper 42 om daar te verdampen en bijgevolg warmte

  
 <EMI ID=30.1> 

  
blokjes 5 omgeeft.

  
Wanneer daarentegen de afsluiter 31 in open stand is, zal het gas van de uitgang 38 van de compressor 39 over de omloopleiding 43 rechtstreeks naar de verdamper 42 worden geleid, zodat dan door de verdamper, die overigens op dat ogenblik niet als verdamper werkt, een verwarmingsflutdum

  
stroomt.

  
 <EMI ID=31.1> 

  
en stopcontact 22, een microschakelaar 23 en de aansluiting bij een stroombron 24. Deze elektrische schakeling is tussen de microschakelaars 21 en 23 in twee parasite takken gesplitst

  
 <EMI ID=32.1> 

  
bekrachtiging deze kraan 20 opent, en de spoel 31' van de afsluiter. 31 , die bij bekrachtiging de afsluiter in open  <EMI ID=33.1> 

  
met de holle blokjes 5 wordt gestuwd, zijn geschakeld.

  
De twee takken sluiten aan op hetzelfde contact

  
 <EMI ID=34.1> 

  
De takken met respectievelijk de spoelen 32 en 31'sluiten op de twee contacten 26 en 27 van deze microschakelaar 23 aan. Deze microschakelaar stelt zijn derde contact 28 in verbinding met ofwel het contact 26 ofwel het contact 27 zodat dus ofwel de ene tak ofwel de andere tak niet door de microschakelaar
23 is onderbroken.

  
De motorreductor 3, de compressor 39 en de motor 30 van de ventilator zijn in parallel met elkaar en in parallel met hetgeheel gevormd door de twee microschakelaars 21 en 23 en de hogergedoelde takken met de spoelen 31'en 32 geschakeld.

  
In serie met de motor 30 van de ventilator is in

  
de schakeling een thermostatische schakelaar 33 gemonteerd waarvan het gevoelige element in de condensor 40 is gemonteerd. Deze schakelaar 33 schakelt de motor 30 van de ventilator uit wanneer de temperatuur in de condensor 40 beneden

  
 <EMI ID=35.1> 

  
opnieuw toe wanneer de temperatuur in de condensor 40 boven een bepaalde waarde stijgt.

  
De elementen 3,39 en 30 kunnen slechts in werking zijn in zoverre een veiligheidsschakelaar 29,die in serie met elk van deze elementen in de schakeling voorkomt,is gesloten.

  
De motorreductor 3 bestuurt de microschakelaar 21 niet rechtstreeks maar onder tussenkomst van een plaat 34 waarop de microschakelaar 21 is vastgemaakt en in samenwerking met een nok 44 die onwrikbaar op de as 9 van de arm 7 is vastgemaakt en dus telkens kantelt wanneer de as 9 draait,

  
 <EMI ID=36.1>  

  
De plaat 34 is vastgemaakt op een as 46 die evenwijdig loopt aan de as 2 van de motorreductor 3 en in het gestel 56 gelegerd is. Een excentrisch op deze plaat 34 staande tap 47 werkt samen met een staafje 48 dat op de motorreductor 3 is bevestigd en er buiten uitsteekt.

  
De microschakelaar 21 is excentrisch ten opzichte van de as 46 op de plaat 34 gemonteerd op zulkdanige plaats dat hij door de nok 44 in open stand wordt geduwd wanneer deze nok 44 de stand inneemt die in de figuur 3 is voorgesteld en die overeenkomt met de bovenste stand van het bakje 6. Het bedieningselementje van de microschakelaar 21 bevindt zich

  
 <EMI ID=37.1> 

  
neutral&#65533;tand. Dit betekent dat, zodra dit bedieningselementje vri j komt van de nok 44 het zich op eigen kracht verplaatst

  
 <EMI ID=38.1> 

  
de in deze figuur in streeplijn getekende neutrale stand,waarbi j de microschakelaar 21 de schakeling niet langer onderbreekt.

  
 <EMI ID=39.1> 

  
De veiligheidsschakelaar 29 is eveneens excentrisch op de plaat 34 gemonteerd, evenwel op zulkdanige plaats dat zijn bedieningselementje voor de hogergenoemde stand van de

  
nok 44 zich in neutrale stand bevindt, waarbij de veiligheidsschakelaar 29 zich in gesloten stand bevindt. Het bedieningselementje kan voor de normale, in de figuur 3 voorgestelde stand van de plaat 34, nooit door de nok 44 uit zijn neutrale stand worden verplaatst, ook niet wanneer deze nok 44 heen en weer wentelt tijdens de beweging van het bakje 6 van z ijn bovenste naar zijn onderste stand en omgekeerd. Dit bedieningselementje kan evenwel door de nok 44 uit zijn neutrale stand worden geduwd door het kantelen van de plaat 34 zoals hierna zal worden uiteengezet.

  
De microschakelaar 23 werkt eveneens met de nok

  
44 samen maar is niet op de plaat 34 gemonteerd. Deze micro-schakelaar 23 is vastgemaakt op het gestel 56 op een zulkdanige

  
 <EMI ID=40.1> 

  
elementje van de schakelaar 23 uit zijn neutrale stand brengt waarbi j dan deze microschakelaar 23 de contacten 27 en 28 met elkaar verbindt. Zodra de nok 44 het bedieningselementje terug los laat, keert dit naar zijn neutrale stand terug.

  
Het zwaartepunt van de plaat 34 met de microschakelaars21 en 29 is zo gelegen dat deze plaat 34 de neiging heeft naar omlaag te kantelen, dat is in de zin tegengesteld aan die welke in de figuur 3 door de pijl 49 is aangegeven. Deze kanteling naar omlaag wordt begrensd door een op het gestel 56 gemonteerde aanslag 50 waarop de plaat 34 in normale stand rust. In deze stand bevindt de tap 47 zich juist boven

  
 <EMI ID=41.1> 

  
normale stand bevindt.

  
Tijdens het vormen van het ijs bevinden de schakelaars 21, 22, 23 en 29 z ich in de in figuur 5 voorgestelde stand. De motorreductor 3 doet de as 2 draaien en de motor 30

  
 <EMI ID=42.1> 

  
wanneer de temperatuur in de condensor 40 boven een bepaalde waarde stijgt. Daar de microschakelaar 21 zich in open stand bevindt, is de spoel 31' van de afsluiter 31 uit de omloop-

  
 <EMI ID=43.1> 

  
in zijn bovenste stand en is met water gevuld. De watertoevoer is evenwel afgesloten doordat ook de spoel 32 niet be- <EMI ID=44.1> 

  
blokjes 5. Wanneer het ijslaagje een zekere dikte heeft bereikt op de holle blokjes 5, belemmert het de doorgang van de schoepen 4 en dus de rotatie van de as 2 in het gestel 56. Daar de as 2 geblokkeerd is, zal de motorreductor 3 nu een

  
 <EMI ID=45.1> 

  
in figuur 3 door de pijl 51. De motorreductor 3 doet daarbij de plaat 34 wentelen in de zin van de pijl 49. Daarbij komt het bedieningselementje van de microschakelaar 21 vrij van de nok 44 waardoor de m ieroschakelaar 21 naar gesloten stand omschakelt. Doordat het bedieningselementje zich in de

  
 <EMI ID=46.1> 

  
dien de plaat 34 terug naar haar beginstand wentelt.

  
Doordat de microsehakelaar 23 de contacten 26 en 28 met elkaar verbindt, wordt door het sluiten van de microschakelaar
21 de spoel 32 bekrachtigd, waardoor de kraan 20 wordt geopend. Er vloeit dus water door de leiding 19 in het

  
bakje 6. Daardoor wordt het bakje 6 zwaar genoeg om van

  
zijn bovenste stand naar zijn onderste stand over te gaan.

  
 <EMI ID=47.1> 

  
bereikt, heeft de nok 44 die bij de neerwaartse verplaatsing wentelt,in de zh die in figuur 3 door de pijl 52 is aangeduid,

  
 <EMI ID=48.1> 

  
neutrale stand geduwd zodat de microschakelaar 23 niet langer de contacten 26 en 28 maar daarentegen wel de contacten 27 en 28 met elkaar in verbinding stelt. De bekrachtiging van de spoel 32 houdt op en de kraan 20 wordt gesloten. Daarentegen wordt de spoel 31' van de afsluiter 31 nu bekrachtigd

  
 <EMI ID=49.1> 

  
gestuwd en deze ijsblokjes vrijkomen van de holle blokjes

  
5. De ijsblokjes worden door de draagplaat 14 opgevangen en glijden van deze draagplaat 14 in de bodemschaal 1 en vandaar in de recipiënt. 

  
Hierbij komen ook de schoepen 4 vrij van het ijslaagje en keert de motorreductor 3 terug naar zijn beginstand. Ook

  
de plaat 34 keert terug naar haar beginstand maar, zoals reeds uiteengezet, heeft dit geen verandering van stand van de microschakelaar 21 voor gevolg.

  
 <EMI ID=50.1> 

  
gevloeid,zal het bakje met zijn inhoud voldoende licht ge-

  
 <EMI ID=51.1> 

  
 <EMI ID=52.1> 

  
nok 44 in de zin tegengesteld aan die welke in figuur 3

  
door de pijl 52 is aangeduid. De nok 44 laat daarbij het bedieningselementje van de microschakelaar 23 terug vrij waardoor het elementje naar zi jn neutrale stand gaat en de microschakelaar 23 terug omschakelt. Daardoor zijn

  
de contacten 27 en 28 niet langer met elkaar in verbinding

  
 <EMI ID=53.1> 

  
houdt. Daardoor wordt de oploopleiding 43 afgesloten en

  
de uitgang 38 van de compressor 39 blijft dus weer alleen in verbinding staan met de verdamper 42 over de condenaor 40

  
 <EMI ID=54.1> 

  
fluldum wordt daardoor gestopt terwijl opnieuw koelflutdum door de verdamper 42 en bijgevolg door de holle blokjes 5

  
van het holle lichaam wordt gestuwd. De microschakelaar 23 stelt nu wel terug de contacten 26 en 28 met elkaar in verbinding zodat, doordat de microschakelaar 21 zich nog sceeds in gesloten stand bevindt, de spoel 32 opnieuw wordt bekrachtigd en de kraan 20 opnieuw wordt geopend. Er vloeit opnieuw een weinig water door de leiding 19 in het bakje 6, evenwel niet voldoende om de opwaartse beweging van het bakje 6 te doen stoppen.

  
Juist voordat het bakje 6 zijn bovenste stand opnieuw bereikt opent de nok 44 opnieuw de microschakelaar

  
21. Het bedieningselementje van deze microschakelaar bev indt zich immers nog steeds in neutrale stand maar intussen heeft de plaat 34 terug haar beginstand ingenomen zodat dit bedieningselementje zich nu in de baan van de nok 44 bevindt. Door het veranderen van stand van de microschakelaar 21 houdt

  
 <EMI ID=55.1> 

  
nieuw wordt gesloten. Intussen zitten de blokjes 5 terug

  
in het water in het bakje 6. Alle schakelaars bevinden zich terug in de in de figuur 5 voorgestelde stand en de cyclus kan opnieuw beginnen.

  
Wanneer men bij het starten van de inrichting het start- en stopcontact 22 sluit, treden onmiddellijk de motorreductor 3, de motor 30 van de ventilator en de compressor 39 in werking maar, indien er zich geen of geen voldoende water in het bakje 6 meer bevindt, kan de microschakelaar 21 nooit door de motorreductor 3 worden gesloten. Om de normale werking van de inrichting te starten, moet men dus het bakje 6 eerst manueel met water vullen of moet men met de hand de microschakelaar 21 sluiten waardoor dus de beweging van het bakje 6 in gang wordt gezet en nadat het bak je 6 terug zijn bovenste stand heeft bereikt de inrichting normaal kan werken.

  
Bij de werking zoals hiervoor beschreven is de veiligheidsschakelaar 29 steeds in gesloten stand. Deze schakelaar 29 dient alleen om de ijsvorming te stoppen

  
indien het bakje 6 niet kan bewegen, bij voorbeeld

  
omdat er geen water kan worden toegevoegd aan het bakje 6. Wanneer de schoepen 4 door het om de holle blokjes 5 gevormde ijs in hun beweging worden belemmerd veroorzaakt de motorreductor 3 een kleine kanteling van de plaat 34. Daardoor verandert, zoals reeds beschreven,de microschakelaar 21

  
van stand waardoor de kraan 20 wordt geopend.

  
Indien er geen waterdruk aanwezig is, zal het bakje 6 evenwel in zijn bovenste stand blijven staan. 

  
In een dergelijk geval , of in andere gevallen waarin het bakje 6 zich niet omlaag kan verplaatsen, zullen de schoepen 4,naargelang de ijsblokjes dikker worden,meer en meer weerstand ondervinden en zal de motorreductor 3 meer en meer kracht gaan uitoefenen. Daardoor zal deze motorreductor 3 ook de plaat 34 verder wentelen in de zin voorgesteld in figuur 3 door de pijl 49. Daardoor komt het bedieningselementje van de veiligheidsschakelaar. 29 in contact met de

  
 <EMI ID=56.1> 

  
Daardoor vallen onmiddellijk de motorreductor 3, de motor 30 en de compressor 39 uit. Ook na het uitvallen van de motorreductor 3 blijft de veiligheidsschakelaar 29 in open stand. Het oppervlak van de nok 44 waarmee het bedieningselementje van de veiligheidsschakelaar 29 in contact komt is immers van een aantal groefjes 53 voorzien van zulkdanige vorm dat het bedbningselementje van de veiligheidsschakelaar
29 er zich uitsluitend over kan verplaatsen in de zin die overeenkomt met de hogergenoemde wenteling van de plaat 34

  
 <EMI ID=57.1> 

  
Dit betekent dat, eenmaal het bedieningselementje ineen groefje 53 is binnengedrongen dit elementje het terugkantelen belet van de plaat 34 in de zin tegengesteld aan

  
 <EMI ID=58.1> 

  
elementje van de schakelaar 29 kan enkel vrijkomen van de nok 44 door het wentelen van deze nok in de zin die in figuur 3 door de pijl 52 is aangeduid.

  
 <EMI ID=59.1> 

  
bovenste stand berekt,wordt deze belemmering automatisch verholpen. Zoals hiervoor beschreven wordt door de omschakeling van de microschakelaar 23, welke omschakeling

  
 <EMI ID=60.1> 

  
alleen de bekrachtiging van de spoel 31' van de afsluiter 31 gestopt, waardoor het stuwen van verwarmingsfluldum ophoudt,maar

  
wordt tegelijker tijd de spoel 32 bekrachtigd waardoor de  <EMI ID=61.1> 

  
geopend zodat de koelcyclus niet kan starten. Doordat evenwel water wordt toegevoegd aan het bakje 6 zal dit bakje terug zwaar genoeg worden om zich terugnaar zijn onderste stand te verplaatsen waardoor de microschakelaar 23 opnieuw

  
 <EMI ID=62.1> 

  
heen de blokjes 5 wordt gestuwd. Dit kan zich meermaals herhalen tot het ijsblokje waardoor het bakje 6 werd belet zijn bovenste stand te bereiken, gesmolten is.

  
De uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de figuren 6 tot 8 verschilt in hoofdz aak van de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm door een andere constructie van het mechanisme dat het bakje 6 van zijn bovenste stand naar zijn onderste stand brengt en omgekeerd, hetgeen gepaard gaat met,enerzijds,een andere oph anging van het bakje 6 <EMI ID=63.1> 

  
Het bakje 6 is met één bovenste rand door middel van bussen 54 onwrikbaar bevestigd op een as 55 die met haar beide einden gelegerd is in op het gestel 56 van de machine gemonteerde legers 57. Op de as 55 is eveneens een arm 58 onwrikbaar bevestigd welke arm zich in de tegenover hetbakje 6 gelegen richting uitstrekt en dus samen met het bakje 6 rond de meetkundige as van de as 55 ten opzichte van het gestel 56 kantelt. In deze arm 58 is een in zijn langsrichting lopende sleuf 59 aangebracht. Het mechanisme

  
 <EMI ID=64.1> 

  
monteerde motor 60 waarvan de drijfas horizontaal is gericht. Op deze as is een krukschijf 61 bevestigd. Deze krukschijf
61 draagt excentrisch een krukpen 62 die verschuifbaar in de sleuf 59 steekt zodat de arm 58 een krukarm vormt. Wanneer de krukschijf 61 vanuit de in de figuren 6 en 7 voorgestelde stand over 3600 wordt gewenteld wordt de arm 58 opwaarts  <EMI ID=65.1> 

  
terwijl het ermee verbonden bakje 6 neerwaarts en opwaarts wordt gekanteld.

  
Het holle lichaam met de holle blokjes 5 is eenvoudigheidshalve niet in de figuren 6 en 7 voorgesteld.

  
De holle blokjes 5 bevinden zich in het bakje 6 wanneer het zijn bovenste, in de figuren 6 en 7 voorgestelde stand inneemt. Tussen deze holle blokjes 5 kunnen de schoepen 4 die vastzitten op de as 2 bewegen. De as 2 vormt met de schoepen 4 en de motorreductor 3 een roerinrichting die op analoge manier als bij de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm op het gestel 56

  
is gemonteerd.

  
De motorreductor 3 kan ook bij deze uitvoeringsvorm een plaat 34 kantelen waarop6e microschakelaar 21 is gemonteerd. Het staafje dat met de tap 47 samenwerkt is evenwel vervangen door een haakje 63.

  
De nok 44 uit de hoger beschreven uitvoeringsvorm is bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren 6 tot 8 vervangen door een kam 64 die eveneens kantelbaar ten opzichte van het gestel 56 is gemonteerd,maar niet op de kantelas van het bakje 6 maar wel op de krukschijf 61 is vastgemaakt.

  
Deze kam 64 kantelt dus rond de meetkund ige as van de krukschijf 61 ten opzichte van het gestel 56 telkens deze krukschijf 61 wentelt en dus telkens wanneer het bakje 6 kantelt.

  
 <EMI ID=66.1> 

  
zijn beginstand, op één einde van de kam 64. Zodra de plaat

  
34. op analoge manier als bij de hoger beschreven uitvoeringsvorm door de motorreductor 3 een weinig wordt gekanteld in de zin aangeduid in figuur 6 door de pijl 49, komt dit

  
 <EMI ID=67.1>  pl aat 34 zoals bij de hoger beschreven uitvoeringsvorm door de zwaartekracht terug zijn beginstand heeft ingenomen, de kam 64 opnieuw in contact komt met het bedieningselementje

  
en dit bedieningselementje naar zijn beginstand duwt. Hiertoe is de kam 64 zo afgeschuind dat zijn contactoppervlak met het bedieningselementje in de rotatiezin van de krukschijf 61 de as van de motor 60 nadert. Deze rotatiezin is in de figuur 6 door de pijl 65 aangeduid. Een gedeelte 50 van het gestel 56 vormt een aanslag voor de plaat 34 in haar beginstand.

  
Bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren 6 tot 8 is er geen veiligheidsschakelaar 29 voorzien en is er ook geen microschakelaar 23 aanwezig. Daarentegen is in serie met de

  
 <EMI ID=68.1> 

  
een door een vlotter of niveaumeter in het bakje 6 bestuurde microschakelaar 66 geschakeld.

  
Zoals blijkt uit figuur 8 is de microschakelaar
21 in serie met het start- en stopcontact 22 en de aansluitingen op een stroombron 24 en als omschakelaar in de schakeling geschakeld. Deze microschakelaar 21 kan zijn

  
 <EMI ID=69.1> 

  
hetzij met zijn contact 69. Tussen de microschakelaar 21 en de aansluiting op de stroombron 24 bevat de schakeling drie paraBelleidingen waarin respectievelijk de motor 60,de

  
 <EMI ID=70.1> 

  
zijn gemonteerd sluiten aan op hetzelfde contact 68,terwijl de derde parallelleiding waarin de spoel 32 is geschakeld aansluit op het contact 69.

  
De motorreductor 3, de compressor 39 en de motor

  
 <EMI ID=71.1>   <EMI ID=72.1> 

  
Bij het starten van de inrichting bevinden de schakelaars zich in de in figuur 8 voorgestelde stand met uitzondering van de microschakelaar 66 die gesloten is. De motorreductor 3, de motor 30 en de compressor 39 zijn in werking. De thermostatische schakelaar 33 onderbreekt de

  
 <EMI ID=73.1> 

  
densor 40 vddoende laag is.Demicroschakelaar 21 stelt de contacten 67 en 69 in verbinding zodat de spoel 32 bekrachtigd is. Daardoor is de kraan 20 geopend en stroomt er water in het bakje 6 tot het gewenste niveau bereikt is. Op dat ogenblik opent de niveaumeter de microschakelaar 66. Intussen word&#65533;r ijs gevormd. Wanneer er voldoende ijs rond de holle blokjes 5 is gevormd,belemmert dit ijs de doorgang van de schoepen 4 zodat de motorreductor 3 om de as 2 draait en daarbij de plaat 34 kantelt in de zin van de pijl 49. Daardoor verandert de microschakelaar 21 van stand en worden de contacten 67 en 68 nu met elkaar in verbinding gebracht. Daardoor wordt de spoel 31' van de afsluiter 31 bekrachtigd en wordt de motor 60 in werking gebracht. Door het bekrachtigen

  
 <EMI ID=74.1> 

  
door de holle blokjes 5 gestuwd. Het ijs komt vrij van de holle blokjes terwijl het bakje 6 onder tussenkomst van de krukschijf 61 eerst naar onder en vervolgens terug naar bovenwordt gewenteld. De losgekomen ijsblokjes worden opgevangen op de, eenvoudigheidsh&#65533;e niet in de figuren 6 en 7 voorgestelde,draagplaat en op dezelfde manier als bij de hoger beschreven uitvoeringsvorm afgevoerd. Wanneer na een omwenteling van 360[deg.] de krukschijf 61 zich terug in haar beginstand bevindt, bevindt ook het bakje 6 zich terug in zijn bovenste stand en werd , zoals hiervoor beschreven, de microschakelaar 21 eveneens door de kam 64 naar zijn beiginstand gebracht. Door deze laatstgedoelde omschakeling valt de motor 60 stil en houdt ook de bekrachtiging van de spoel 31' van de afsluiter 31 op zodat ook het stuwen van verwarmingsfluidum ophoudt.

   Terzelfder tijd wordt opnieuw de spoel 32 bekrachtigd aangezien intussen door het verwijderen van het ijs het waterniveau in het bakje zo laag is gedaald dat de niveaumeter de microschakelaar 66 terug heeft gesloten. De hiervoor beschreven cyclus kan dan opnieuw beginnen.

  
Bij beide hiervoor beschreven uitvoeringsvormen bestuurt de microschakelaar 21, die onrechtstreeks door de roerinrichting 2,3,4 en tevens door het mechanisme dat het bakje 6 van zijn bovenste naar zijn onderste stand brengt

  
en omgekeerd, wordt bestuurd, zonder tussenkomst van enig relais een aantal elektrische componenten waaronder het laatstgenoemde mechanisme zelf. Het aantal microschakelaars

  
 <EMI ID=75.1> 

  
bedrijfszekerheid van de inrichting vrij groot.

  
De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen, en binnen het raam van de octrooiaanvrage kunnen aan de beschreven uitvoeringsvormen vele veranderingen worden aangebracht, onder meer wat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal van

  
 <EMI ID=76.1> 

  
worden gebruikt.

  
Bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 tot 5 moet de nok welke kantelt bij de verplaatsing van het bakje niet noodzakelijk rond de as van de bovenste arm, waarmee het bakje scharnierend in het gestel is gemonteerd, zijn vastgemaakt. Deze nok kan ook rond de scharnieras van de andere arm waarmee het bakje is opgehangen, zijn vastgemaakt.

  
 <EMI ID=77.1> 

  
verplaatst. 

  
Het bedieningselement moet bij de hiervoor genoemde uitvoeringsvorm overigens niet noodzakelijk een nok zijn en niet noodzakelijk kantelbaar zijn terwijl het bedieningselement ook bij de andere uitvoeringsvorm niet noodzakelijk een kam moet zijn en niet noodzakelijk kantelbaar moet zijn rond de as van de krukschijf.

  
 <EMI ID=78.1> 

  
voor het verplaatsen van het bakje, bij voorbeeld op het bakje zelf zijn gemonteerd of kan zelfs door een gedeelte van dit bakje zijn gevormd.

  
De thermostatische schakelaar die in serie met de motor van de ventilator is geschakeld kan worden vervangen door een pressostaat.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES
    1. Inrichting voor het vormen van ijsblokjes die
    - een gestel (56) bevat - een vast op dit gestel (56) gemonteerd hol lichaam met neerwaarts gerichte uitstekende delen (5), <EMI ID=79.1> stuwen, - middelen (31,39,42,43) om verwarmingsfluldum door dit lichaam te stuwen, - een bakje (6) dat beweegbaar op het gestel (56) is gemonteerd, - een mechanisme (19,20.32;35 of 58-62) met een elektrisch <EMI ID=80.1>
    een bovenste stand om hoger gedoelde uitstekende delen (5) naar een onderste stand en omgekeerd,
    - een toevoerleiding van water (19) die boven dit bakje (6) uitmondt, - middelen (20,32) om deze toevoerleiding (19) te openen en te sluiten, - een roerinrichting (2-4) met een in het gestel (56) gelegerde <EMI ID=81.1>
    (3) los is van het gestel (56) en een roerder (4) die op de as (2) is vastgemaakt en ten minste gedeeltelijk in het bakje (6) steekt wanneer het zijn bovenste stand inneemt,
    - een elektrische stroombron (24), - een elektrische schakeling waarin de stroombron (24) en het elektrisch deel (32 of 60) van het mechanisme (19,20,32 of 58-62) z i j n gemontee rd en - organen (21,22,23,29,33 of 21,22,33,66) die zo de genoemde <EMI ID=82.1>
    of 60)van het genoemde mechanisme (19,20,32,35 of 58-62) en de motor (3) van de roerinrichting (2,3.4) besturen dat : <EMI ID=83.1>
    lichaam te stuwen in werking zijn terwijl het bakje (6) zich in zijn bovenste stand bevindt, <EMI ID=84.1> bovenste naar zijn onderste stand brengt als om de uitstekende delen (5) ijs gevormd is, <EMI ID=85.1> lichaam te stuwen in werking komen nadat ijs om de uitstekende delen (5) is gevormd
    en <EMI ID=86.1>
    om de uitstekende delen (5) is gevormd,en al dan niet reeds ervan is verwijderd.
    welke organen (21,22,23,29,33 of 21,22,23,33,66) een elektrische schakelaar (21) bevatten die in de elektrische schakeling
    is gemonteerd, door de motor (3) van de roerinrichcing
    (2-4) van stand wordt veranderd wanneer de roerder (4) weerstand ondervindt vanwege het ijs dat in het bakje (6)
    is gevormd en die ten minste het mechanisme (19,20,32,35
    of 58-62) zo in werking brengt dat het het bakje (6) van zijn bovenste naar zijn onderste stand brengt,
    met het kenmerk dat,
    - de schakelaar (21) rechtstreeks in serie met het elektrische deel (32 of 60) van het mechanisme (19,20,32,35 of 58-62) <EMI ID=87.1> - de schakelaar (21) van het type is dat na verandering van stand door de motor (3) niet op eigen kracht naar zijn beginstand kan terugkeren, - de schakelaar (21) niet alleen samenwerkt met de motor (3) van de roerinrichting (2-4) maar ook met een bedieningselement (44 of 64) dat verplaatsbaar op het gestel (56) is gemonteerd en tegelijker tijd met het bewegen van he t bakje (6) door het mechanisme (19,20,32,35 of 58-62) wordt verplaatst,en wel op zulkdanige wijze :
    - dat,wanneer de roerder (4) weerstand ondervindt vanwege het ijs in het bakje (6), de motor (3) van de roerinrichting (2-4) de schakelaar (21) van stand doet veranderen,waarbij deze schakelaar (21) het mechanisme (19,20,32,35 of 58-62) dat het bakje (6) beweegt, in werking brengt, - dat deze schakelaar (21) in deze veranderde stand blijft ook nadat de motor (3) van de roerinrichting (2-4) terug naar zijn beginstand is gegaan, en - dat, wanneer het mechanisme (19,20,32,35 of 58-62) het bedieningselement (44 of 64) terug naar zijn oorspronkelijke stand brengt, bij het terug naar zijn beginstand brengen van het bak je (6) , dit bedieningselementje (44 of 64) de schakelaar (21) terug in zijn beginstand schakelt, waarbi j deze schakelaar (21) het mechanisme dat uitge- <EMI ID=88.1>
    opnieuw kan inschakelen.
    2. Inrichting volgens vorige conclusie, met het
    <EMI ID=89.1>
    bedieningselement (44 of 64) op het gestel (56) is gemonteerd zo dat hij door de motor (3) van de roerinrichting (2,3,4) kan worden verplaatst op zodanige manier, dat, wanneer de roerder (4) weerstand ondervindt vanwege het ijs in het
    <EMI ID=90.1>
    <EMI ID=91.1>
    64) dat deze schakelaar (21) van stand verandert en in deze veranderde stand blijft ook wanneer de motor (3)
    zich terug naar zijn beginstand verplaatst,dat de schakelaar (21) bij deze verandering van stand het mechanisme (19,20,32,35 of 58-62) in werking brengt waardoor dus ook het bedieningselement (44 of 64) zich verplaatst en dat, wanneer het mechanisme (19,20,32,35,of 58-62) het bedieningselement (44 of 64) terug naar zijn oorspronkelijke stand brengt bij het terug naar zijn beginstand brengen van het bakje (6), dit bedieningselement (44 of 64) de schakelaar
    (21) die inmiddels terug zijn oorspronkelijke ligging heeft ingenomen, terug in zijn beginstand brengt.
    3. Inrichting volgens vorige conclusie , met het kenmerk dat de schakelaar (21) excentrisch op een drager (34)
    is gemonteerd die zelf kantelbaar op het gestel (56) is gemonteerd en de verplaatsing van de schakelaar (21) door de
    motor (3) van de roerinrichting (2-4) wordt veroorzaakt door
    een kanteling van de drager (34) ten opzichte van het gestel (56) .
    4. Inrichting volgens vorige conclusie, met het kenmerk dat de motor (3) van de roerinrichting (2-4) van een uitsteeksel (48 of 63) is voorzien en de drager (34) excentrisch ten opzicht e van zijn kantelas (46) van een tap (47)
    is voorzien die met het uitsteeksel (48 of 63) samenwerkt,
    zodat bij kanteling van de motor (3) wanneer de roerder (4)
    <EMI ID=92.1>
    de drager (34) in de ene zin kantelt, terwijl het zwaartepunt van de drager (34) met de schakelaar (21) zo is gelegen dat het geheel terugkantelt in de tegengestelde zin wanneer het uitsteeksel (48 of 63) de tap (47) niet langer wegduwt.
    5. Inrichting volgens vorige conclusie, met het kenmerk dat ze een op het gestel (56) gemonteerde aanslag
    (50) bevat die de kanteling van de drager (34) ten minste in de laatstgedoelde zin begrenst.
    6. Inrichting volgens een van de conclusies 3 tot 5, met het kenmerk dat de schakelaar (21) na het van stand veranderen door de motor (3) van de roerinrichting (2-4) bij stilstaand bedieningselement (44 of 64) in dezeétand blijft doordat hij in zijn beginstand door het bedieningselement (44 of 64) uit zijn neutrale stand is geduwd en hij, bij de kanteling van de drager (34) door de motor (3) van de roerinrichting (2-4) van het bedieningselement (44 of 64) vri j komt en daarbij automatisch in zijn neutrale stand springt en niet meer automatisch naar zijn beginstand kan.
    7. Inrichting volgens een van de vorige.conclusies, met het kenmerk dat het bedieningselement (44 of 64) wentelbaar op het gestel (56) is gemonteerd en het door het mechanisme (19,20,32,35 of 58-62) bij de beweging van het bakje (6) wordt gewenteld. 8. Inrichting volgens vorige conclusie, met het kenmerk dat het bakje (6) kantelbaar met het gestel (56) is verbonden onder tussenkomst van ten mins te één arm (7) en het bedieningselement (44) om de kantelas (9) van de arm (7) vast met deze arm (7) is verbonden.
    9. Inrichting volgens een van de vorige conclusies,
    <EMI ID=93.1>
    bakje (6) te bewegen de hoger genoemde middelen (20,32)
    om de toevoerleiding (19) van water te openen en te sluiten en een middel (35) dat uit het bakje (6) in zijn onderste stand water laat vloeien, bevat, terwijl de schakelaar
    <EMI ID=94.1>
    van de roerinrichting (2-4) het openen van de toevoerleiding van water (19) beveelt, en de organen, (21,22,23,29,
    33) een tweede schakelaar (23) bevatten d ie in serie met de eerstgenoemde schakelaar (21) is geschakeld, die door het mechanisme (19,20,32,35) van stand wordt veranderd
    als het bakje (6) een lager gelegen stand heeft bereik t dan zijn bovenste stand, en daarbij het sluiten van de toe-
    <EMI ID=95.1>
    beginstand overgaat wanneer het bakje (6) terug een hoger gelegen stand dan deze lager gelegen stand inneemt.
    10. Inrichting volgens de conclusies 7 en 9,met het kenmerk dat beide schakelaars (21 en 23) door het kantelbare bedieningselement (44) worden bestuurd.
    11. Inrichting volgens een van de conclusies
    <EMI ID=96.1>
    verwarmingsfluidum door het holle lichaam te stuwen elektrisch bestuurd zijn en een in de schakeling geschakeld
    <EMI ID=97.1>
    toevoerleiding van water (19) te openen en te sluiten eveneens elektrisch bestuurd zijn en dus eveneens een in de schakeling geschakeld elektrisch element (32) bevatten,
    <EMI ID=98.1> parallel met elkaar in parallelleidingen tussen de hogergenoemde, in serie met elkaar en met de stroombron (24)
    <EMI ID=99.1>
    de eerstgenoemde schakelaar (21) ,welke door de motor (3) van de roerinrichting (2-4) van stand wordt veranderd wanneer de roerder (4) weerstand ondervindt, tegelijker tijd de
    twee parallelleidingen in- en uitschakelt zodat hij in zijn beginstand de twee parallelleidingen tegelijker tijd onderbreekt maar hij, nadat hij van stand werd veranderd door de
    <EMI ID=100.1>
    de andere schakelaar (23) als een omschakelaar is gemonteerd die steeds een van de parallelleidingen onderbreekt maar de andere niet , en wel zo6at hij in zijn beginstand, wanneer het bakje (6) zijn hoogste stand inneemt, die parallelleiding onderbreekt waardoor de middelen (20,32) om de toevoerleiding van water (19) te openen en te sluiten deze leiding openen, een en ander zo dat bij de beginstand van
    <EMI ID=101.1>
    stand bevindt, de middelen (20,32) om de toevoerleiding van water (19) te openen en te sluiten deze leiding sluiten, en
    <EMI ID=102.1>
    lichaam te stuwen buiten werking zijn,dat wanneer de eerstgenoemde schakelaar (21) door de motor (3) van de roerinrichting (2-4) van stand wordt veranderd wanneer de roerder (4) weerstand ondervindt vanwege het ijs dat in het bakje (6) is gevormd, de eerstgedoelde middelen (20,32)
    <EMI ID=103.1>
    het daardoor toegevoegde water zich naar zijn onderste stand verplaatst,dat wanneer dit bakje (6) een lager gelegen stand bereikt, het de andere schakelaar (23) omschakelt zodat de laatstgedoelde middelen (20,32) de toevoerleiding van water
    (19) terug sluiten en de middelen 131,39,42,43) om verwarmhgs-
    <EMI ID=104.1> water laat vloeien,dt bakje (6) terug zo licht wordt dat het zich terug naar zijn bovenste stand verplaatst,dat wanneer dit bakje een hoger gelegen stand bereikt de laatstgenoemde schakelaar (23) terug naar zijn beginstand wordt omgeschakeld zodat de laatstgedoelde middelen (31,39,42,43) om verwarmingsfluidum te stuwen terug buiten werking komen en de middelen (20,32)
    <EMI ID=105.1>
    deze toevoerleiding terug openen,en dat,wanneer het bakje (6) zijn bovenste stand opnieuw heeft bereikt, de schakelaar
    (21) terug naar zijn beginstand wordt gebracht zodat de
    <EMI ID=106.1>
    12. Inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 8,met het kenmerk dat het bakje (6) rond een as kantelbaar op het gestel (56) is gemonteerd en het mechanisme (58-62) om het bakje (6) te bewegen een motor (60) bevat
    <EMI ID=107.1>
    met het kenmerk dat de overbrenging (58,59,61,62) een krukschijf (61) bevat die door de motor (60) is gedreven,een daarop staande krukpen (62) en een arm (58) die vast is ten opzichte van het bakje (6) , samen met dit bak je (6) kantelbaar is ten opzichte van het gestel (56) en van een sleuf (59) is voorzien waarin de krukpen (62) verschuifbaar steekt, een en ander zo dat,wanneer het bakje (6) zich in
    <EMI ID=108.1>
    kelaar (21) zich eveneens in zi jn beginstand bevindt, de schakelaar (21) door het bedieningselement (64) in zi jn beginstand wordt gehouden,dat deze schakelaar (21) van het bedieningselement (64) vrij komt wanneer de drager (34) door de motor (3) van de roerinrichting (2-4) een weinig wordt gekanteld,dat de schakelaar (21) daardoor van stand verandert en het in werking treden van de motor (60) be- <EMI ID=109.1>
    einde van deze omwenteling van de krukschijf (61), het erop gemonteerde bedieningeelement (64) de schakelaar (21) terug
    <EMI ID=110.1>
    motor (60) terug uitschakelt.
    14. Inrichting volgens een van de conclusies 12
    <EMI ID=111.1>
    schakeling gemonteerd elektrisch element (31') bevatten en ook de middelen (20,32) om de toevoerleiding van water (19)te
    <EMI ID=112.1>
    element (32) bevatten dat in de elektrische schakeling is geschakeld,in parallel met het laatstgenoemde elektrische element (31') en met de hogergenoemde motor (60) en in serie met een schakelaar (66) die door een niveaumeter die het waterniveau in het bakje (6) meet,wordt bestuurd, terwijl de schakelaar (21) die het mechanisme (58-62) bestuurt, als
    een omschakelaar is uitgevoerd en in de ene stand de motor
    (60) en het eerstgenoemde elektrische element (31') met de stroombron (24) in verbinding stelt en in de andere stand
    het andere elektrische element (32) over de door de niveaumeter bestuurde schakelaar (66) met deze stroombron (24)
    <EMI ID=113.1>
    stand bevindt, het elektrische element (32) van de middelen (19,20,32) om de toevoerleiding van water (19) te openen en te sluiten zo bekrachtigd is,in zoverre de door de ni-
    <EMI ID=114.1>
    laatstgedoelde middelen de toevoerleiding (19) openen tot
    <EMI ID=115.1>
    <EMI ID=116.1> elektrische element uitschakelt door het openen van de laatstgenoemd&#65533;chakelaar (66) ,dat wannee,-- door de motor (3) van de roerinrichting (2-4) de eerstgenoemde schakelaar (21) van stand
    <EMI ID=117.1>
    (60) in werkhg treedt, en dat,wanneer, nadat het bak je (6) terug zijn beginstand heeft ingenomen na zijn beweging en de schakelaar (21) terug zijn beginstand inneemt, de motor (60) wordt uitgeschakeld en ook de bekrachtiging van het laatstgenoemde elektrische element (31') wordt verbroken zodat de
    <EMI ID=118.1>
    15. Inrichting volgens de conclusies 11 of 14, met het kenmerk da&#65533;het elektrische element (31*) van de middelen (31,39,42,43) om verwarmingsflutdum door het holle lichaam te stuwen ook deel uitmaakt van de middelen (30,31, 39-42)om koelflutdum door het holle lichaam te stuwen, een en ander zo dat dit element (31') bij bekrachtiging een van de hogergenoemde middelen (31,39,42,43 of 30,31. 39-42) in werking brengt en het andere uitschakelt zodat dus bij bekrachtiging één van de fluida door het holle lichaam wordt gestuwd en bij niet-bekrachtiging het andere fluïdum door het holle lichaam wordt gestuwd.
    16. Inrichting volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat de middelen (30,31,39-42) om koelfluldum door het lichaam te stuwen elektrisch zijn gedreven en in de elektrische schakeling zijn gemonteerd en ook de motor (3) van de roerinrichting (2-4) een elektrische motor is die in de schakeling is gemonteerd, terwijl de inrichting een schakelaar (29) bevat die in serie met de hiervoor genoemde middelen (30,31,39-42) en de hiervoor genoemde motor (3)
    is geschakeld, welke schakelaar (29) vast ten opzichte van de hoger genoemde schakelaar (21) welke het mechanisme (19,20,32,35) bestuurt, is gemonteerd en op dzelfde manier
    <EMI ID=119.1> van de roerinrichting (2-4) als door een bedieningselement (44 of 64) dat verplaatsbaar op het gestel (56) is gemonteerd
    <EMI ID=120.1>
    verplaatst en het bedieningsorgaan (44 of 64) zich dus niet
    .heeft verplaatst.
    17. Inrichting voor het vormen van ijsblokjes zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toegevoegde tekeningen voorgesteld.
BE2/59601A 1982-02-25 1982-02-25 Inrichting voor het vormen van ijsblokjes BE892262A (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2/59601A BE892262A (nl) 1982-02-25 1982-02-25 Inrichting voor het vormen van ijsblokjes
IT8347767A IT1168771B (it) 1982-02-25 1983-02-23 Dispositivo per formare cubetti di ghiaccio
ES83520110A ES520110A0 (es) 1982-02-25 1983-02-25 Dispositivo para formar cubitos de hielo.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE892262 1982-02-25
BE2/59601A BE892262A (nl) 1982-02-25 1982-02-25 Inrichting voor het vormen van ijsblokjes

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE892262A true BE892262A (nl) 1982-06-16

Family

ID=25659879

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2/59601A BE892262A (nl) 1982-02-25 1982-02-25 Inrichting voor het vormen van ijsblokjes

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE892262A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1991001472A1 (en) * 1989-07-21 1991-02-07 Simkens Marcellus Device for making ice cubes

Cited By (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1991001472A1 (en) * 1989-07-21 1991-02-07 Simkens Marcellus Device for making ice cubes
GR900100541A (en) * 1989-07-21 1991-12-10 Simkens Marcellus Machine for preparing ice-cubes
AU634248B2 (en) * 1989-07-21 1993-02-18 Electro Rentals Limited Device for making ice cubes
US5199270A (en) * 1989-07-21 1993-04-06 Simkens Marcellus Process and device for making ice cubes

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4207750A (en) Apparatus for making ice blocks
US5160094A (en) Recoverable domestic ice maker
US5261248A (en) Fill cup sleeve for a recoverable domestic icemaker
JP3108811B2 (ja) フレンチフライディスペンサ機
US5187948A (en) Clear cube ice maker
US7841191B2 (en) Water spillage management for in the door ice maker
US6050097A (en) Ice making and storage system for a refrigerator
US3635043A (en) Household refrigerator including automatic icemaker and door mounted ice storage receptacle
WO2000076849A1 (en) Ice and beverage dispensing apparatus
US3796351A (en) Ice dispensing machine
US4981237A (en) Ice dispenser door and method
EP0227611B1 (en) Apparatus for automatically and continuously making ice cubes
JP2853899B2 (ja) アイスキューブをつくる方法と装置
BE892262A (nl) Inrichting voor het vormen van ijsblokjes
KR910008614A (ko) 스낵식품을 제조하고 튀기기 위한 제조장치와 제조 방법
NL1025240C2 (nl) Hopper-inrichting voor de afgifte van munten en dergelijke voorwerpen.
US2718125A (en) Automatic ice maker
KR100272894B1 (ko) 제빙기의 제빙완료검지 및 백탁 방지기구
US3024618A (en) Rotatable ice mold and control mechanism therefor
JPS60252997A (ja) 液体注出装置
US2982111A (en) Ice level sensing mechanism
US3331215A (en) Ice maker with bin sensing mechanism
JP2024066445A (ja) 単一のモータで作動される秤量機構およびディスペンシング機構を有する計量式フードディスペンサ
EP0000233B1 (en) Apparatus for making ice blocks
US6016663A (en) Automatic ice making apparatus for use in a refrigerator

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: SIMKENS MARCELLUS C.P. L.

Effective date: 19930228