<Desc/Clms Page number 1>
BESCHRIJVING behorende bij een UITVINDINGSOCTROOIAANVRAGE ten name van
Louis Vermeiren voor "Werkwijze voor het scheut per scheut controleren van de draadtoevoer bij het weven van poolweefsels met behulp van een jacquardweefgetouw"
EMI1.1
*****************************************************
<Desc/Clms Page number 2>
Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en een inrichting voor het scheut per scheut controleren van de draadtoevoer bij het weven van poolweefsels met behulp van een jacquardweefgetouw.
Voor het controleren van de correcte toevoer van de poolvormende draden worden tegenwoordig diverse mechanische systemen toegepast die gebaseerd zijn op de meting van de draadspanning. Wordt een te hoge spanning geconstateerd, dan wordt meestal een kontaktarmpje opgelicht, terwijl bij draadbreuk een kontrolearmpje doorzakt, wat in beide gevallen kan worden geconstateerd door het hieruit afgeleid alarmsignaal.
Gezien de stofrijke omgeving en de grote wisselvalligheid van de optredende spanningen zijn de thans toegepaste systemen slechts in beperkte mate doeltreffend.
De uitvinding heeft tot doel deze nadelen te verhelpen en een werkwijze en een inrichting voor te schrijven die met originele en technisch betrouwbare middelen een oplossing verschaft, die het mogelijk maakt het weefgetouw stop te zetten wanneer één van de volgende toestanden wordt vastgesteld : 1. Onvoldoende draadtoevoer of geen draadtoevoer ; 2. Te grote spanning die naar draadbreuk moet leiden.
Om dit volgens de uitvinding te verwezenlijken, steunt de werkwijze volgens de uitvinding op de volgende stappen :
1. De beide transportlengtes per scheut (inweven, resp. poolweven) van een te weven pooldraad worden bepaald en deze draadlengtes worden als minimum-en maximumwaarden of
<Desc/Clms Page number 3>
als nominale waarden, mits toleranties, als referentiewaarden in een processor ingegeven ;
2. Bij het weven van een scheut wordt de geregistreerde getransporteerde draadlengte vergeleken met één van hogerbedoelde referentiewaarden ;
3. Bij de onder 2 uitgevoerde vergelijking wordt door de processor een informatie afgeleverd in functie van een signaal dat afkomstig is van de jacquardmechaniek en waaruit blijkt of een draad al dan niet pool moet vormen.
4. Een alarmsignaal wordt uitgebracht bij het transporteren van een draadlengte buiten de vastgestelde referentiewaarden.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een inrichting voor het controleren van de draadtoevoer bij het weven van poolweefsels van het hierboven beschreven type.
In het bijzonder betreft de uitvinding een originele inrichting die in staat is een betrouwbare informatie in verband met de draadtoevoer te verschaffen zodat uit de door deze informatie afgeleverde informatie kan afgeleid worden of de draadtoevoer beneden of boven de geprogrammeerde waarde blijft. Dit kan betekenen dat de draad is afgebroken of dat de draadtoevoer zo beperkt is dat dit noodzakelijk tot breuk moet leiden.
Om dit volgens de uitvinding mogelijk te maken bevat de inrichting in de eerste plaats een toestel dat met behulp van een fotocel de jacquardkartons afleest en de informatie (inweven, resp. poolweven) registreert, alsook een toestel waarmede de toevoer van een te weven draadlengte wordt gemeten, welk toestel een loopwiel bevat waarover de in te weven draad wordt geleid en een synchroon met dit loopwiel verdraaibare schijf die samen met een fotocel als pulsteller fungeert en middelen om de door deze pulsteller afgeleverde informatie via een klok voor elke te controleren draad naar een electronisch geheugen te voeren.
Andere details en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiernavolgende beschrijving van een werkwijze
<Desc/Clms Page number 4>
en een inrichting voor het controleren van de draadtoevoer bij het weven van poolweefsels met behulp van een jacquardweefgetouw volgens de uitvinding. Deze beschrijving wordt uitsluitend bij wijze van voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet. De verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
Figuur 1 is een schematische voorstelling van het toestel uit de inrichting, dat instaat voor het meten van de getransporteerde draadlengte.
Figuur 2 is een schema van de inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 3 is een schematische voorstelling van het toestel uit de inrichting dat instaat voor het registreren van de jacquardgegevens (inweven resp. poolweven).
De inrichting volgens de uitvinding steunt op de synchrone interpretatie van twee gegevens die scheut per scheut dienen gecontroleerd en geïnterpreteerd te worden.
In de eerste plaats wordt het bevel tot al dan niet pool vormen van een draad geregistreerd. Dit gebeurt aan de hand van het toestel 1 (figuur 3). Dit toestel bevat een lichtbron 2 en een stel van fotoelectrische cellen (één per pooldraad) die in het onderdeel 3 zijn gemonteerd. Per scheut wordt een jacquardkarton 4 door het toestel 1 geleid. Hierbij wordt via de betreffende fotoelectrische cel de informatie (inweven, resp. poolweven) geregistreerd.
Op gebruikelijke wijze verzekert de aandrijf trommel 5 de verplaatsing, scheut per scheut, van de in het magazijn 6 aanwezige kartons. De jacquardmechaniek wordt met de verwijzing 7 aangeduid.
In de tweede plaats dient ook de lengte van de getransporteerde draad door een daartoe ontworpen origineel toestel te worden gemeten.
Het toestel volgens figuur 1, dat de getransporteerde draadlengte meet, omvat o. m. de volgende elementen : een bobijn 8, vanaf dewelke de draad 9 wordt afgewonden, een gebruikelijke spanningsgever 10, twee draadgeleiders 11, een loopwiel 12 dat vastzit op een as waarop eveneens een schijf 13 vastzit. De schijf 13 vertoont
<Desc/Clms Page number 5>
een reeks spleten 14 die de vanaf een lichtbron uitgestuurde lichtstralen naar een fotocel 15 doorlaten. Het loopwiel 12 wordt dus dank zij het contact met de draad 9 verdraaid over een hoek die rechtstreeks functie is van de getransporteerde draadlengte. Via de fotocel 15 telt men de door de schijf 13 per tijdseenheid doorgelaten impulsen.
Worden teveel impulsen geteld, dan betekent dit dat de spanning op de draad 9 te zwak is.
Worden omgekeerd, per tijdseenheid, te weinig impulsen geregistreerd, dan betekent dit dat de spanning op de draad te groot wordt. Deze spanning zal per scheut toenemen en tot draadbreuk leiden.
Te grote of te zwakke spanning (geen spanning betekent breuk) wordt afgeleid uit het geregistreerde aantal impulsen. Dit aantal wordt vergeleken met referentiewaarden die kunnen overeenstemmen met een minimum-/maximumwaarde of met een nominale waarde met tolerantie.
Samen met de geregistreerde informatie met betrekking tot de getransporteerde draadlengte werden dus ook, uitgaande van de gebruikelijke jacquardkartons, de nodige informaties verzameld die bepalen of een draad al dan niet pool moet vormen.
De synchrone verwerking van de beide informaties wordt aan de hand van figuur 2 duidelijk gemaakt.
Op de schematische voorstelling volgens figuur 2 wordt de fotocel voor het aflezen van de jacquardkartons met de verwijzing 15 voorgesteld. Voor elke draad wordt een fotocel ingeschakeld en wordt telkens de informatie die leidt tot het bevel "inweven"of"poolweven van een draad"via een, door een klok 16 gestuurde schakelaar 17, naar een geheugen 18 overgebracht waar de informatie wordt gestockeerd. Van uit het geheugen 18 gaat de informatie over een stappenschakelaar 19 naar een processor 20.
Op analoge wijze worden de door de schijf 13 opgemeten impulsen naar een door een klok 21 gestuurde teller 22 doorgegeven. Voor elke pooldraad wordt een teller ingezet. Van de teller 22 bereiken de informaties de geheugens 23. De geheugens
<Desc/Clms Page number 6>
23 houden informaties in, met betrekking tot de geconstateerde draadlengte, die via de stappenschakelaar 24 de processor 20 bereiken. Stappenschakelaars 19 en 24 dienen dermate synchroon te werken dat informatie uit één bepaald geheugen 18 en uit een bepaald geheugen 23 steeds betrekking hebben op dezelfde pooldraad. Tot de processor 20 behoort ook het schakelorgaan 25 dat een schakeling naar de comparator 26 of 26'verzekert. De beide comparators 26 en 26'vergelijken de ingekomen informaties met de voorinstellingsposten 27 en 28 die de referentiewaarden (inweven, resp. poolweven) bevatten.
Schakelorgaan 25 wordt gestuurd door de in geheugen 18 aanwezige informatie derwijze dat bij poolweven resp. inweven, de gegevens uit geheugen 23 naar comparator 26'resp. 26 worden gestuurd.
De technologie van de processor moet van die aard zijn dat stapsgewijze, (d. i. draad per draad), een vergelijking moet kunnen worden uitgevoerd met de geprogrammeerde waarde (draadlengte) en dit in functie van de jacquardgegevens. Bevindt zich in deze omstandigheden een poolinwevende draad buiten de vastgestelde referentiewaarden, dan zal in 29 een alarmsignaal worden verwekt.
Het is duidelijk dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en dat hieraan vele veranderingen zouden kunnen worden aangebracht zonder buiten het raam van de octrooiaanvrage te treden. Zo ligt het voor de hand dat de werkwijze en de hierbij gebruikte inrichting ook van toepassing zijn bij weefwerkwijze waar in plaats van inwevende draden vlottende draden aanwezig zijn.