BE905314A - Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines. - Google Patents

Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines. Download PDF

Info

Publication number
BE905314A
BE905314A BE2/61037A BE2061037A BE905314A BE 905314 A BE905314 A BE 905314A BE 2/61037 A BE2/61037 A BE 2/61037A BE 2061037 A BE2061037 A BE 2061037A BE 905314 A BE905314 A BE 905314A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
chain
period
requirement
signal
detected signal
Prior art date
Application number
BE2/61037A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Picanol Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Picanol Nv filed Critical Picanol Nv
Priority to BE2/61037A priority Critical patent/BE905314A/nl
Publication of BE905314A publication Critical patent/BE905314A/nl
Priority to EP19870201562 priority patent/EP0257707A3/en
Priority to US07/087,824 priority patent/US4817677A/en

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D49/00Details or constructional features not specially adapted for looms of a particular type
    • D03D49/04Control of the tension in warp or cloth
    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D49/00Details or constructional features not specially adapted for looms of a particular type
    • D03D49/04Control of the tension in warp or cloth
    • D03D49/06Warp let-off mechanisms

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)

Abstract

Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat bij weefmachines, met het kenmerk dat zij bestaat in het detekteren van het verloop van minstens één van de parameters die funktie zijn van de spanning en de voortbewegingssnelheid van de kettingdraden; het uit het d.m.z. deze detektie verkregen signaal verwijderen van de invloed die het gevolg is van de variaties die te wjten zijn aan het bindingspatroon; en het aanwenden van het alzo verkregen gezuiverd signaal om in de sturing van minstens één motor (14A, 14B) van de aandrijving van de ketting te voorzien.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   BESCHRIJVING neergelegd tot staving van een aanvraag voor 
BELGISCH OCTROOI geformuleerd door 
PICANOL N. V. voor "Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines". als 
UITVINDINGSOKTROOI 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines. 
 EMI2.1 
 ---------------------------------------------------------- Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines, en meer speciaal op een werkwijze waarbij de signalen die bestemd zijn voor voornoemde sturing zodanig worden verwerkt dat de invloed van het bindingspatroon buiten beschouwing wordt gelaten. 



  Het is bekend dat de kwaliteit van een weefsel sterk afhankelijk is van de gedurende het weven gehandhaafde spanning en de voortbeweginssnelheid van de kettingdraden. Hierbij wordt de voortbewegingssnelheid van de kettingdraden bepaald door de voortbewegingssnelheid van het weefsel, dewelke op haar beurt bepaald is door het toerental van de weefmachine. Zoals uiteengezet in het BE 768.521 is het verschil tussen de voortbewegingssnelheden van respektievelijk de kettingdraden en het weefsel afhankelijk van de inweving. Uiteraard wordt er 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 bij dit alles naar gestreefd de snelheid van de kettingdraden zodanig te regelen dat de spanning in de kettingdraden een gelijkmatig verloop kent. Uit het BE 768 521 is het dan ook bekend de momentele spanning op te meten en in funktie hiervan de aandrijving van de kettingaflaat te sturen. 



  Uit het BE 768.521 is het eveneens bekend om het momentele toerental van de aandrijfmotor van de weefmachine op te meten en in funktie hiervan de kettingaflaat te sturen. 



  Uit het BE 768.521 is het eveneens bekend dat de snelheid van de doekopwikkeling rechtstreeks bepaald wordt door de snelheid van de hoofdaandrijfmotor. 



  Deze werkwijzen vertonen evenwel het nadeel dat de sturing op alle stoorsignalen reageert, terwijl het anderzijds voor een aantal stoorfuncties niet noodzakelijk is in een bijsturing te voorzien daar deze stoorfuncties slechts van zeer korte duur zijn en zichzelf kompenseren. Indien dan, zoals bekend, toch een sturing plaatsvindt kunnen oversturingsverschijnselen ontstaan, met alle nadelige gevolgen voor het weefsel vandien. De voornaamste stoorsignalen waarvoor niet in een sturing dient voorzien te worden zijn de periodieke variaties in de kettingspanning en in het weefmachinetoerental die te wijten zijn aan het bindingspatroon. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



  Deze uitvinding heeft dan ook tot doel te voorzien in een werkwijze waarbij voornoemde nadelen systematisch worden uitgesloten. Hiertoe bestaat de werkwijze volgens de uitvinding hoofdzakelijk in het detekteren van het verloop van één of meerdere parameters die functie zijn van de spanning en/ of van de voortbewegingssnelheid van de kettingdraden ; het uit het door middel van deze detektie verkregen signaal verwijderen van de invloed die het gevolg is van de variaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon ; en het aanwenden van het alzo verkregen gezuiverde signaal om de aandrijving van de kettingaflaat en/of van de doekopwikkeling te sturen. 



  Het is immers zo dat de voornoemde variaties ten gevolge van het bindingspatroon van periodieke aard zijn en als dusdanig teneinde voornoemd nadeel te vermijden beter niet aan de aandrijving van de ketting, hetzij de kettingaflaat of hetzij de doekopwikkeling, worden toegevoerd. 



  Volgens verschillende uitvoeringen kan de werkwijze volgens de uitvinding gerealiseerd worden, hetzij door middel van het uitfilteren van een aantal stoorsignalen, hetzij door middel van één of meerdere bewerkingen die een representatieve waarde opleveren voor de gemeten signalen gedurende een periode met een duur gelijk aan de periode-of een veel- 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 voud ervan-nodig voor het vormen van één bindingspatroon. 



  Zulke bewerkingen bestaan bijvoorbeeld uit een integratie of het bepalen van een gemiddelde van het gemeten signaal over de betreffende periode. 



  Met het inzicht de kenmerken volgens de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeelden zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende opstellingen beschreven, waarin : figuur 1 schematisch een weefproces weergeeft ; figuren 2 en 3 filterkarakteristieken weergeven zoals bekomen volgens een eerste opstelling van de uitvinding ; figuur 4 een sturingsdiagram weergeeft volgens nog een opstelling van de uitvinding ; figuur 5 schematisch in funktie van de tijd de integra- tieperiode weergeeft zoals toegepast bij de opstelling volgens figuur 4 ; figuur 6 voor nog een andere opstelling het sturingsdia- gramma weergeeft ; figuur 7 schematisch in funktie van de tijd weergeeft hoe volgens het sturingsdiagram van figuur 6 wordt geln- tegreerd ; figuur 8 nog een mogelijk sturingsdiagram weergeeft ;

   figuur 9 in funktie van de tijd de integratieperioden weergeeft volgens dewelke volgens het sturingsdiagram 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 van figuur 8 integraties worden uitgevoerd figuren 10 t. e. m. 13 nog diagrammen weergeven die ver- band houden met het sturingsdiagram volgens figuur 8 en dit met betrekking tot de aanzet van de weefmachine na een machinestop. 



  In figuur 1 worden schematisch de bijzonderste elementen zoals deze voorkomen bij het weefproces weergegeven, nl. de kettingboom   1,   de kettingdraden 2, de sleep 3, de gaap 4, de kaders 5, het riet 6, het weefsel of het doek 7, de weefselof de doekopwikkeling 8 met de zandboom 8A en de doekboom 8B, en verder nog de hoofdaandrijfmotor 9 van de weefmachine. De sturing van de kettingaflaat gebeurt d. m. v. een stuureenheid 10 volgens dewelke de spanning in de kettingdraden en/of het toerental van de weefmachine 2 worden aangewend om de omvang van de kettingaflaat in te stellen. 



  De kettingspanning kan op bekende wijze gedetekteerd worden, bijvoorbeeld zoals weergegeven in de figuur 1 d. m. v. de detektie van de verplaatsing van een tegen elastische middelen 11 in verplaatsbare sleep 3, terwijl het toerental van de weefmachine rechtstreeks aan de hoofdmotor 9 kan opgemeten worden. 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 



  Een of beide van de gedetekteerde signalen, dewelke representatief zijn voor de spanning in de ketting, wordt dan via een bijhorende regelaar, respektievelijk 12A of 12B, aan bijvoorbeeld de stuureenheid 10 toegevoerd. Deze stuureenheid 10 geeft vervolgens een signaal af aan de sturing 13A van een kettingaflaatmotor 14A, waarbij dit signaal zowel functie is van de gedetekteerde kettingspanning als van de gedetekteerde machinetoerental. De motor 14A is d. m. v. een gepaste overbrenging 15A gekoppeld met de kettingboom 1. 



  Analoog wordt aan de sturing 13B van een doekopwikkelmotor 14B een signaal komende van de stuureenheid 10 toegevoerd, hetwelk bij voorkeur echter alleen funktie is van het gedetekteerde machinetoerental. 



  Bij voorkeur zijn voornoemde sturingen 13A en 13B frekwentiesturingen. 



  In figuur 1 zijn de detektors voor de kettingspanning en het toerental nog algemeen aangeduid met de referenties 16A, respektievelijk 16B. Detektor 16B kan hierbij bijvoorbeeld bestaan in een tachogenerator. De detektor 16B kan eveneens een stroommeter zijn dewelke de toegevoerde stroom aan de motor, dewelke eveneens een maat is voor het toerental van de motor, opmeet. 



  Volgens bekende werkwijzen worden tot nu toe in de regelaar 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 12A, respektievelijk 12B, alle soorten stoorsignalen aangewend om in de regeling van de snelheden van motoren 14A en 14B te voorzien. Dit is ook het geval voor periodieke stoorsignalen. 



  Volgens de huidige uitvinding wordt bij deze periodieke stoorsignalen, dewelke een oversturing van de kettingaflaatmotor 14A   en/of   van de doekopwikkelmotor 14B zouden kunnen veroorzaken, en meer speciaal de stoorsignalen die een gevolg zijn van de spannings-of toerentalvariaties te wijten aan het bindingspatroon, niet meer in rekening gebracht. 



  Hierbij kan opgemerkt worden dat, gezien de verlenging door de bovenstaande kaders van de kettingdraden verschilt van de verlenging door de onderstaande kaders, en mede de verlenging verschilt voor de voorste en achterste kaders, de periode van deze periodieke stoorsignalen overeenstemt met de tijdsperiode nodig voor het vormen van een bindingspatroon. Analoog kan er opgemerkt worden dat door het verschil in beweging van de kaders de door de hoofdaandrijfmotor 9 vereiste energie ook periodisch varieert volgens het bindingspatroon en het toerental ervan als dusdanig ook periodisch zal schommelen overeenkomstig met het bindingspatroon. Steunend op deze eigenschap kan de werkwijze volgens de uitvinding dan bijvoorbeeld gerealiseerd worden volgens de hierna beschreven uitvoeringsvarianten. 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 



  Volgens een eerste uitvoeringsvorm om de werkwijze volgens de uitvinding te realiseren wordt de invloed van de spanningsvariaties en toerentalvariaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon uit het signaal van de gedetekteerde kettingspanning of het gedetekteerde machinetoerental, verwijderd door hieruit alle stoorsignalen te filteren die een frekwentie bezitten gelijk aan de frekwentie van de variaties ten gevolge van het bindingspatroon, evenals door hieruit de signalen te filteren die een frekwentie bezitten die een veelvoud is van voornoemde frekwentie. Dit alles kan gerealiseerd worden d. m. v. gepaste regelaars 12A en 12B. Het hierdoor verkregen gezuiverde signaal wordt dan op klassieke wijze toegevoerd aan de sturingen 13A en 13B van de motoren 14A en 14B.

   Deze sturingen 13A en 13B kunnen uiteraard van willekeurige aard zijn, en worden bijvoorbeeld gevormd door frekwentiesturingen ingeval van frekwentiegestuurde motoren. 



  Het voorgaande wordt verder verduidelijkt aan de hand van de frekwentiekarakteristiek van figuur 2. Hierbij wordt eerst op voorhand uit het gekende machinetoerental en de vorm van het bindingspatroon de frekwentie f van de kettingspanningsvariatie die voortkomt van het bindingspatroon berekend. Hierbij is de frequentie f gelijk aan het quotiënt van de frequentie van het machinetoerental f (m) en het aantal machinecyclussen om één bindingsrapport te vormen. In het voorbeeld van figuur 2 wordt één bindingspatroon gevormd in vier machine- 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 cyclussen, dus f is 1/4 van f (m).

   Vervolgens worden d. m. v. de regelaars 12A en 12B en daarin voorziene filters alle ingangssignalen met voornoemde frekwentie f, evenals met de frekwenties f'= 2f, f"= 3f, enz. geëlimineerd door voor deze signalen een versterkingsfaktor v gelijk aan   0   te voorzien. 



  De doorgelaten signalen worden dan naar de stuureenheid 10 gestuurd, teneinde de frekwentiesturingen 13A en 13B van motoren 14A en 14B te bevelen. 



  Volgens een variante kunnen bovendien alle signalen met een frekwentie groter dan de machinefrekwentie f (m) worden geëlimineerd, bijvoorbeeld d. m. v. een laagdoorlaatfilter. Dit wordt ook in figuur 2 weergegeven. 



  Volgens een variante voorziet de werkwijze volgens de uitvinding erin dat de signalen met de laagste frekwenties meer versterkt worden dan deze met hogere frekwenties, terwijl nog hogere frekwenties verzwakt en volledig geëlimineerd worden, zoals weergegeven in figuur 3. Vermits de laagfrekwente variaties het meest bepalend zijn voor het weefseluitzicht, ontstaat hierdoor bijgevolg een gunstig effekt. 



  Volgens de hierna nog beschreven uitvoeringsvarianten-die alleen zullen beschreven worden voor de kettingspanningsmeting (detektor 16A), maar eveneens toepasbaar zijn voor de 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 toerentalmeting (detektor 16B)-zal in de plaats van een filter hoofdzakelijk gebruik gemaakt worden van één of meer- dere integratoren om de invloed van de spanningsvariaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon te elimineren. 



  Volgens een bepaalde mogelijkheid ziet bet stuurdiagram er hoofdzakelijk uit zoals weergegeven in figuur 4. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een spanningsmeter of detektor 16A, een aantal integratoren 17 t. e. m. 20, een stuureenheid 21, een trigger 22 die bijvoorbeeld bestaat uit een nok 23 dewelke op een as 24 is geplaatst die volgens het machinetoerental draait en een nabijbeidsschakelaar 25, en de stuureenheid 10. De integratoren 17 t. e. m. 20 en de stuureenheid 21 vormen hoofdzakelijk de voornoemde regelaar 12 (A). 



  Om de invloed van de kettingspanningsvariaties ten gevolge van het bindingspatroon uit te schakelen wordt nu als volgt gewerkt, waarbij wordt verwezen naar figuur 5. De spanningmeter of detektor 16A meet kontinu de spanning in de kettingdraden 2 en geeft deze waarde door aan de integratoren 17 t. e. m. 20. Deze integratoren worden in-en uitgeschakeld d. m. v. de trigger 22 en de stuureenheid 21. Vanaf het moment   Tl   wordt integrator 17 ingeschakeld en integreert de gemeten kettingspanning over een bepaalde periode A. Op identieke wijze worden op momenten T2, T3 en T4 de integratoren 18,19 en 20 ingeschakeld, waarbij deze integraties van de kettingspanningen uitvoeren over de respektievelijke perioden B, C 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 en D.

   Hierbij wordt er in het bijzonder op gelet dat de duur van de perioden A, B, C en D gelijk is aan de tijdsperiode T nodig voor het vormen van één bindingspatroon, of een veelvoud daarvan, terwijl tijdstippen   Tl   t. e. m. T4 zodanig gekozen zijn dat elk van de perioden A t. e. m. D. elkaar overlappen. 



  Vermits de duur van de perioden A, B, C en D gelijk is aan of een veelvoud is van de tijdsperiode T voor het vormen van een bindingspatroon, zijn de integratiewaarden geleverd door de integratoren 17 t. e. m. 20 op het einde van de perioden A t. e. m. D, dus respektievelijk op de tijdstippen   Tl t.   e. m. 



    T4',   representatief voor de spanning in de kettingdraden 2, zonder hierbij   beïnvloed   te zijn door de spanningsvariaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon. Door het feit dat de perioden A t. e. m. D elkaar overlappen dient niet telkens de duur van een periode T noodzakelijk voor het vormen van een bindingspatroon gewacht te worden om een meetresultaat door te geven naar de stuureenheid 21 van de aandrijving 25 van de kettingaflaat. 



  Telkens de integratoren 17 t. e. m. 20 over de betreffende perioden A t. e. m. D een integratie hebben uitgevoerd wordt, na het doorgeven van deze waarden aan de stuureenheid 21, de betreffende integrator terug   op "0" gesteld   en vangt een nieuwe integratie aan, in dit geval dan respektievelijk over 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 de perioden   A't.   e. m.   D'.   



  De trigger 22 en de stuureenheid 21 bevelen de integratoren 17 t. e. m. 20 bij voorkeur zodanig dat voornoemd tijdstip Tl samenvalt met het moment op hetwelke een nieuw bindingspatroon wordt aangevat, terwijl de daarop volgende tijdstippen waarop de integratoren 18 t. e. m. 20 nieuwe integraties beginnen uit te voeren gelijkmatig verdeeld zijn over het tijdsinterval T. Bovendien worden bij voorkeur de tijdstippen Tl, T2, enz... zodanig gekozen dat zij respektievelijk samenvallen met de opeenvolgende aanvangsmomenten van de weefcyclussen. 



  Gezien de integraties plaatsvinden over een periode gelijk aan de periode die nodig is voor de vorming van een bindingspatroon kan men de integratoren starten op om het even welke krukhoek van de weefmachine. 



  Zoals weergegeven in het sturingsdiagram van figuur 6 kan ook uitsluitend van één integrator 26 worden gebruik gemaakt. 



  De integrator 26 kan d. m. v. een schakeleenheid 27 in funktie van pulsen afkomstig van de trigger 22 afwisselend in verbinding gesteld worden met een aantal vergelijkingselementen, in dit geval vier, respektievelijk 28 t. e. m. 31. Van hieruit wordt de stuureenheid 21 bevolen. De trigger 22 draagt er zorg voor dat de integrator op welbepaalde tijdstippen terug   op "0" gesteld   wordt en dat de schakeleenheid 27 afwisselend de integratiewaarden naar de voornoemde vergelijkingselemen- 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 ten 28 t. e. m. 31 stuurt. 



  De werking wordt nu verder duidelijk gemaakt aan de hand van figuur 7. Daar het bindingspatroon op voorhand bekend is kan men hieruit vooraf het spanningsverloop berekenen voor bepaalde tijdsintervallen, in dit geval bijvoorbeeld voor tijdintervallen Tl tot T2, T2 tot T3, enz... De vier bekomen waarden worden dan in de vergelijkingselementen 28 t. e. m. 31 ingevoerd. Vervolgens wordt over de in figuur 7 aangeduide pe- 
 EMI14.1 
 rioden E t. e. m. H, en daarna hernieuwd E't. e. m. H', enz., afzonderlijk de spanning in de kettingdraden 2 geintegreerd. 



  Volgens het sturingsdiagram van figuur 6 wordt dan : - de integratiewaarde van periode E op tijdstip T2 in het vergelijkingselement 28 vergeleken met de voornoemde berekende waarde voor dit tijdsinterval E ; - de integratiewaarde van de periode F op tijdstip T3 in het vergelijkingselement 29 vergeleken met de voornoemde berekende waarde behorende bij het tijdsinterval F ;   - enz,    Het is duidelijk dat door deze methode tevens de werkwijze volgens de uitvinding wordt gerealiseerd. Bij voorkeur zal de duur van de integratie-intervallen E, F, G, H samenvallen 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 met de duur van opeenvolgende weefcyclussen. 



  Volgens figuur 8 wordt eveneens gebruik gemaakt van één integrator 26. Na deze integrator 26 is een reeks 32 aan rekeneenheden, respektievelijk I,   II,     III,   IV, gekoppeld die afwisselend signalen kunnen doorgeven naar de stuureenheid 21. 



  De gevolgde werkwijze wordt schematisch in figuur 9 weergegeven. Hierbij is de integrator 26 telkens hernieuwd werkzaam over deelperioden I, J, K, L,   I',     J',   K', L', waarbij deze deelperioden opeenvolgende identieke reeksen 33 vormen met elk een totale duur gelijk aan de tijdsperioden T nodig voor het verwezenlijken van één of meer bindingspatronen. Nu wordt achtereenvolgens op tijdstip T2 de geintegreerde waarde W toegevoerd aan het geheugen van de rekeneenheid I, op tijdstip T3 de over deelperiode J geintegreerde waarde X bij de geheugens van rekeneenheden I en II geteld ; op tijdstip T4 de waarde Y bij I,   II   en III bijgeteld ; en op tijdstip T5 wordt de waarde Z bij de geheugens van de vier rekeneenheden geteld. 



  Op dit moment bevindt zich in het geheugen van de rekenéénheid I de totale waarde W + X + Y + Z hetgeen overeenstemt met de integratie van de kettingspanning over een juist gepasseerd tijdsinterval met een duur gelijk aan de voornoem- 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 de tijdsperiode T. Omwille van dit laatste kan deze totale waarde als representatief voor de spanningsvariaties in de kettingdraden 2 gelden, zonder dat hierbij evenwel nog sprake kan zijn van een invloed van de spanningsvariaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon. Hierbij kan opgemerkt worden dat de totale waarde W + X + Y + Z gelijk is aan de integratiewaarde verkregen over de integratieperiode A in figuur 5. 



  De voornoemde totale waarde wordt dan door rekeneenheid I aan de stuureenheid 21 doorgegeven teneinde in de regeling van de kettingaandrijving te voorzien. Vervolgens wordt het geheugen van de rekeneenheid I terug   op "0" gezet. Op   tijdstip   T2'wordt   de waarde W'in alle geheugens bijgeteld. 



  Op dat moment bevindt zich in het geheugen van de rekeneenheid II de totale waarde X + Y + Z +   W',   die analoog als voornoemd nu doorgegeven wordt aan de stuureenheid 21. Het werkingsprincipe kan nu op gelijkaardige wijze voortgezet worden. Hierbij wordt de totale waarde in elk geheugen naar de stuureenheid 21 doorgestuurd van zodra in dit geheugen een som aanwezig is die representatief is voor een integratie van de kettingspanning uitgevoerd gedurende het laatst voorbij zijnde tijdsinterval met een duur gelijk aan de duur van voornoemde reeks 33, of aldus tijdsperiode T. 



  Daar in de uitvoering volgens figuren 6 en 8 eerst een pe- 

 <Desc/Clms Page number 17> 

 riode T noodzakelijk is alvorens stuursignalen naar de stuureenheid 21 kunnen worden doorgegeven, kan uiteraard in een overgangsregeling voorzien worden. Een mogelijkheid voor figuur 8 wordt schematisch in figuren 10 t. e. m. 13 weergegeven. Hierbij wordt gedurende de eerste deelperiode I een sturing uitgevoerd gebaseerd op waarden die nog van vorige meting in de geheugens aanwezig zijn.

   Vanaf het moment dat de waarde W aan de integrator 26 voorhanden is wordt deze vermenigvuldigd met"4"en toegevoegd aan het geheugen van rekeneenheid I ; vermenigvuldigd met"2"en toegevoegd aan het geheugen van rekeneenheid II ; vermenigvuld met"1, 5" en toegevoegd aan het geheugen van rekeneenheid III ; en tenslotte toegevoegd aan het geheugen van rekeneenheid IV (figuur 10) De waarde 4W uit rekeneenheid I wordt toegelaten naar de stuureenheid 21. Gedurende de tweede deelperiode J wordt de inhoud van het geheugen van de rekeneenheid I   op "0" gezet.

   Op   het tijdstip T3 wordt de waarde X aan de integrator 26 ontnomen en in het geheugen van rekeneenheid I geplaatst ; vermenigvuldigd met"2"en bij het geheugen van rekeneenheid II gevoegd ; vermenigvuldigd met"1, 5" en bij het geheugen van rekeneenheid III gevoegd en uiteindelijk vermenigvuldigd   met "1" en   toegevoegd aan de inhoud van het geheugen van rekeneenheid IV (figuur 11). Op dit moment wordt de waarde van de rekeneenheid II aan de stuureenheid 21 doorgestuurd en als representatief signaal voor de aandrijving van de kettingaflaat aangewend. Kort hierna of minstens gedurende de deelperiode K 

 <Desc/Clms Page number 18> 

 wordt het geheugen van de rekeneenheid II terug op   0   gebracht. 



  Vanaf dit moment kan het normale werkingsprincipe opnieuw toegepast worden. Dit wil zeggen op tijdstip T4 wordt de waarde Y van de integrator 26 bij de inhouden van de vier geheugens geteld, zoals weergegeven in figuur 12. De totale inhoud van het geheugen van de rekeneenheid III wordt naar de stuureenheid 21 doorgestuurd en vervolgens wordt de inhoud van dit geheugen   op "0" gebracht. Op   tijdstip T5 wordt de waarde Z, die dan verkregen wordt door de integratie over de deelperiode L, van de integrator 26 naar de vier rekeneenheden I-IV gestuurd, waarbij dan de som aanwezig in het geheugen van rekeneenheid IV naar de stuureenheid 21 wordt gezonden. Het werkingsprincipe gaat dan verder met de waarde W', in nog een volgende stap met de waarde   X',   enz. 



  Zoals in de figuren 4,6 en 8 wordt weergegeven kunnen aan de stuureenheden 21 signalen 34 toegevoegd worden, bijvoorbeeld om na een machinestop aan de stuureenheid 21 mede te delen dat de speciale startprocedure dient gebruikt te worden. 



  Volgens nog een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding, dewelke nu echter wel zal beschreven worden m. b. t. de toerentalmeting, meet men de tijd nodig om één volledige cyclus van het bindingspatroon door te nemen. Hiertoe voorziet men bijvoorbeeld in een schijf met 36 tanden dewelke draait met 

 <Desc/Clms Page number 19> 

 dezelfde snelheid als het machinetoerental. Bijgevolg komt bijvoorbeeld een bindingspatroon van vier machinecyclussen overeen met 144 tanden. De tanden worden gedetekteerd d. m. v. een vaste detektor. Telkens er een tand voorbij de detektor passeert wordt een tijdsklok gestart en 144 tanden later wordt deze terug stilgezet en wordt de overbrugde tijd bepaald. 



  Deze waarde is representatief voor het toerental en, volgens de uitvinding, onafhankelijk van het bindingspatroon. Op deze wijze worden per weefcyclus 36 representatieve waarden voor het toerental bekomen. Het is duidelijk dat hierbij gedurende het starten van de weefmachine in een speciale startprocedure kan worden voorzien. 



  Het is duidelijk dat alle voornoemde varianten die beschreven zijn aan-de hand van figuren 4 t. e. m. 13 ook toepasbaar zijn op de signalen van de toerentalmeting. De signalen kunnen hierbij eenvoudig bestaan in de spanning geleverd door voornoemde tachogenerator. 



  Alhoewel bij de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen steeds integraties worden aangewend, kan de uitvinding ook gerealiseerd worden door middel van het nemen van gemiddelden over de voornoemde intervallen teneinde representatieve waarden voor deze intervallen te bekomen. 



  De sturing d. m. v. de stuureenheid 10 kan volgens op zichzelf 

 <Desc/Clms Page number 20> 

 bekende wijze uitgevoerd worden. Bij voorkeur zal evenwel een sturing volgens de uitvinding zoals hiernavolgend beschreven toegepast worden. Hierbij wordt de motorsnelheid gelijk genomen aan"k"maal het gezuiverde signaal. Het bijzondere bestaat erin dat de waarde"k"volgens het weefproces verschillend genomen wordt. Bij grote spanningsvariaties kan de   waarde"k"automatisch   vergroot of verkleind worden teneinde in een vluggere bijsturing te voorzien. De waarde"k"kan ook funktie zijn van de boomdiameter, van de inweving, of kan ook plots veranderen bij een overgang van soort weefsel, bijvoorbeeld van een eerste binding naar een tweede binding waarbij de periode van het bindingspatroon hierbij kan veranderen. 



  Uiteraard zullen in het laatste geval ook de voornoemde perioden waarover gemeten wordt automatisch aangepast worden. 



  Het is duidelijk dat voor de kettingspanning en/of het motortoerental zowel de variaties als de absolute waarden van voornoemde parameters kunnen opgemeten worden. 



  De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeelden beschreven en in de figuren weergegeven opstellingen, doch zulke werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat bij weefmachines kan volgens de uitvinding volgens verschillende varianten worden verwezenlijkt.

Claims (1)

  1. EMI21.1
    Eisen. ------ 1. - Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat bij weefmachines, met het kenmerk dat zij bestaat in het detekteren van het verloop van minstens één van de parameters die funktie zijn van de spanning en de voortbewegingssnelheid van de kettingdraden (2) ; het uit het d. m. v. deze detektie verkregen signaal verwijderen van de invloed die het gevolg is van de variaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon ; en het aanwenden van het alzo verkregen gezuiverd signaal om in de sturing van minstens één motor (14A ; 14B) van de aandrijving van de ketting te voorzien.
    2.-Werkwijze volgens eis l, met het kenmerk dat als voornoemde parameter de kettingspanning wordt aangewend en dat de sturing van de aandrijving wordt uitgevoerd op de kettingaflaatmotor (14A).
    3.-Werkwijze volgens eis l, met het kenmerk dat als voornoemde parameter het toerental van de hoofdaandrijfmotor (9) van de weefmachine wordt aangewend en dat de sturing van de aandrijving van de ketting wordt uitgevoerd op de kettingaflaatmotor (14A). <Desc/Clms Page number 22> 4.-Werkwijze volgens eis 1, met het kenmerk dat als voornoemde parameter het toerental van de hoofdaandrijfmotor (9) van de weefmachine wordt aangewend en dat de sturing van de aandrijving van de ketting wordt uitgevoerd op de doekopwikkelmotor (14B).
    5.-Werkwijze volgens één der eisen 1 t. e. m. 4, met het kenmerk dat de invloed van variaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon uit het gedetekteerde signaal wordt verwijderd door alle stoorsignalen hieruit te filteren die een frekwentie (f) bezitten gelijk aan de frekwentie van de voornoemde variaties ten gevolge van het bindingspatroon.
    6.-Werkwijze volgens eis 5, met het kenmerk dat uit het gedetekteerde signaal eveneens de stoorsignalen worden gefilterd met een frekwentie (f', f") die een veelvoud is van de frekwentie van de signaalvariaties die het gevolg zijn van het bindingspatroon.
    7.-Werkwijze volgens eis 5 of eis 6, met het kenmerk dat supplementair d. m. v. een laagdoorlaatfilter alle signalen met een frekwentie groter dan de frekwentie (f (m)) van het machinetoerental worden geëlimineerd.
    8.-Werkwijze volgens één der eisen l t. e. m. 4, met het kenmerk dat de invloed van de variaties die te wijten zijn aan <Desc/Clms Page number 23> het bindingspatroon uit het gedetekteerde signaal wordt verwijderd door meerdere afzonderlijke representatieve waarden te bepalen uit over elkaar overlappende perioden (A, B, C, D, A',...) elk met een duur gelijk aan de tijdsperiode (T) nodig voor het vormen van een bindingspatroon of voor het vormen van een veelvoud hiervan, het aan het einde (Tl', T2', T3', T4', Tel',...) van elke periode (A, B, C, D, A',....) aanwenden van de bijhorende representatieve waarde als het bedoeld gezuiverd signaal.
    9.-Werkwijze volgens eis 8, met het kenmerk dat aan het einde van elke periode het bepalen van de representatieve waarde telkens voor terug een periode van dezelfde duur wordt hernomen.
    10.-Werkwijze volgens één der eisen 1 t. e. m. 4, met het kenmerk dat de invloed van de variaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon uit het gedetekteerde signaal wordt verwijderd door : voor het gedetekteerde signaal telkens hernieuwd over opeenvolgende deelperioden (I, J, K, L, I'...) een representatieve waarde te bepalen, waarbij deze deelperioden opeenvolgende identieke reeksen (33) vormen met een totale duur gelijk aan de tijdsperiode (T) nodig voor het verwezenlijken van één of meerdere bindingspatronen ;
    het toevoeren van de bekomen representatieve waarden (W, X, Y, Z, W',...) op het einde van elke deelperiode (I, J, K, L, I',....) aan verscheidene geheugens van een reeks rekeneenheden (32) en het <Desc/Clms Page number 24> na elke deelperiode uit het geheugen van één rekeneenheid (I, II, III, IV) halen van de som van de representatieve waarden van de deelperioden (I, J, K, L/J, K, L, 1'1 K, L, I' J'/...) die bekomen werden gedurende het laatst voorbij zijnde tijdsinterval met een duur gelijk aan de duur van de voornoemde reeksen (33) ; waarbij deze som als het bedoeld gezuiverd signaal wordt aangewend om aan de stuureenheid (21) toe te voeren.
    11.-Werkwijze volgens één der eisen 1 t. e. m. 4, met het kenmerk dat de invloed van de variaties die te wijten zijn aan het bindingspatroon uit het gedetekteerde signaal wordt verwijderd door voor dit gedetekteerde signaal achtereenvolgens hernieuwd over bepaalde perioden (E, F, G, H, E',...) een representatieve waarde te bepalen en het op het einde van elke periode vergelijken van de verkregen waarde met een voor het bijhorende tijdstip (T2, T3, T4, T5, T2'...) uit het bindingspatroon berekende referentiewaarde ; en dat om in de sturing van de aandrijving van de ketting te voorzien het uit voornoemde vergelijking verkregen signaal wordt aangewend. EMI24.1
    12.-Werkwijze volgens eis 11, met het kenmerk dat de perioden (E, F, G, H, E',...) waarover representatieve waarden bepaald worden samenvallen met de weefcyclussen.
    13.-Werkwijze volgens één der eisen 8 t. e. m. 12, met het <Desc/Clms Page number 25> kenmerk dat de representatieve waarde voor een bepaalde periode gevormd wordt door de waarde van de integratie van het gedetekteerde signaal over die periode.
    14.-Werkwijze volgens één der eisen 8 t. e. m. 12, met het kenmerk dat de representatieve waarde voor een bepaalde periode gevormd wordt door een gemiddelde van het gedetekteerde signaal berekend over die periode.
    15.-Werkwijze voor het sturen van de kettingaflaat bij weefmachines, hoofdzakelijk zoals voorafgaand beschreven en weergegeven in de bijgaande figuren.
BE2/61037A 1986-08-22 1986-08-22 Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines. BE905314A (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2/61037A BE905314A (nl) 1986-08-22 1986-08-22 Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines.
EP19870201562 EP0257707A3 (en) 1986-08-22 1987-08-18 A method for controlling the warp let-off and cloth take-up on weaving machines
US07/087,824 US4817677A (en) 1986-08-22 1987-08-21 Method for controlling the warp let-off and cloth take-up on weaving machines

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2/61037A BE905314A (nl) 1986-08-22 1986-08-22 Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE905314A true BE905314A (nl) 1987-02-23

Family

ID=3865820

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2/61037A BE905314A (nl) 1986-08-22 1986-08-22 Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines.

Country Status (3)

Country Link
US (1) US4817677A (nl)
EP (1) EP0257707A3 (nl)
BE (1) BE905314A (nl)

Families Citing this family (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH01250439A (ja) * 1988-03-29 1989-10-05 Nissan Motor Co Ltd 織機の巻き取り送り出し方法
BE1002312A3 (nl) * 1988-07-12 1990-11-27 Picanol Nv Inrichting voor het instellen van de kettingspanning bij een weefmachine.
JP2894709B2 (ja) * 1988-12-28 1999-05-24 株式会社豊田中央研究所 経糸速度制御装置
BE1002819A3 (nl) * 1989-02-06 1991-06-18 Picanol Nv Werkwijze voor het weven van een weefsel met een weefselpatroon, en weefmachines die deze werkwijze toepassen.
SE470314B (sv) * 1992-06-10 1994-01-17 Aelmhults Bruk Ab Kontrollanordning för varptrådsspänning innefattande sträckbromssystem med mot varandra med varptrådar mellanliggande pressade bommar
DE4325038C2 (de) * 1992-08-18 1995-08-31 Regatron Ag Regeleinrichtung für den Vorschub von Wickelgut einer Webmaschine
IT1255566B (it) * 1992-10-23 1995-11-09 Luciano Corain Dispositivo perfezionato per variare automaticamente la posizione del vertice della bocca di ordito in un telaio tessile.
JP3318394B2 (ja) * 1993-06-02 2002-08-26 株式会社石川製作所 空気噴射式織機における運転再開方法
DE59605592D1 (de) * 1996-02-05 2000-08-17 Sulzer Textil Ag Rueti Verfahren und Vorrichtung zum Messen der Spannung der Webkette in einer Webmaschine
US20020195160A1 (en) * 2001-06-26 2002-12-26 Sulzer Textil Ag Method and apparatus for the regulation of the warp let-off a weaving machine
JP5095316B2 (ja) * 2007-09-05 2012-12-12 東芝機械株式会社 織機及び織機の駆動装置。
KR100976929B1 (ko) 2008-04-16 2010-08-18 소진수 실공급방법, 경사공급방법, 실공급장치 및 직조방법
JP5909042B2 (ja) * 2011-01-21 2016-04-26 津田駒工業株式会社 織機における経糸送り方法および装置

Family Cites Families (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE768521R (nl) * 1971-02-26 1971-11-03 Weefautomaten Picanol N V Meti Kettingafwinder voor
CH556416A (de) * 1972-09-29 1974-11-29 Sulzer Ag Kettablassvorrichtung.
DE2939607C2 (de) * 1979-09-29 1983-10-27 Maschinenfabrik Stromag Gmbh, 4750 Unna Regeleinrichtung für den Antrieb eines Kettablasses einer Webmaschine
DE3111113C2 (de) * 1981-03-20 1986-01-23 Karl Mayer Textil-Maschinen-Fabrik Gmbh, 6053 Obertshausen Regelvorrichtung für den Motor einer das Gewirk beeinflussenden Wickelvorrichtung, wie Teilkettbaum, bei einer Kettenwirkmaschine
CH661754A5 (de) * 1983-10-04 1987-08-14 Saurer Ag Adolph Regeleinrichtung fuer den drehantrieb einer abwickelvorrichtung.
JPS60155757A (ja) * 1984-01-20 1985-08-15 津田駒工業株式会社 織機の電動送り出し・巻取制御方法およびその装置
JPS60181349A (ja) * 1984-02-24 1985-09-17 津田駒工業株式会社 織機の巻取り制御装置
DE3520244A1 (de) * 1984-08-24 1986-03-06 Aktiengesellschaft Adolph Saurer, Arbon Warenabzugseinrichtung an einer webmaschine

Also Published As

Publication number Publication date
US4817677A (en) 1989-04-04
EP0257707A3 (en) 1991-02-27
EP0257707A2 (en) 1988-03-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE905314A (nl) Werkwijze voor de sturing van de kettingaflaat en de doekopwikkeling bij weefmachines.
JP3300591B2 (ja) 電子的電動機制御用の装置および該制御の操作方法
US4348901A (en) Apparatus for monitoring the degree of compaction
DE602006000888T2 (de) Methode und Vorrichtung zur Unwuchtüberwachung in einer horizontalachsigen Waschmaschine
US5341452A (en) Electronic controls for electric motors, laundry machines including such controls and motors and/or methods of operating said controls
GB2202396A (en) Automatic detergent dispenser apparatus having synchronous motor drive
BE1002819A3 (nl) Werkwijze voor het weven van een weefsel met een weefselpatroon, en weefmachines die deze werkwijze toepassen.
FI91890C (fi) Pesu- tai kuivauskone, jossa pyykin paino todetaan automaattisesti
EP0565157A1 (de) Verfahren zur Detektion und Kompensation einer Unwucht bei einem durch einen Motor angetriebenen Rotor
US4100399A (en) Programmed control for effect spinning and twisting machines
US6068028A (en) Yarn scanning process and yarn unwinding sensor
EP0724036A1 (en) Clothes washing and drying machine with foam reducing arrangement
JP2000157788A (ja) ドラム式洗濯機
EP1331295A2 (en) Method and apparatus for preventing weft bars in a loom
EP0316028A1 (en) Method for regulating the supply of weft thread on weaving machines, and a device which uses this method
JP3311668B2 (ja) ドラム式遠心脱水装置
SU956403A1 (ru) Устройство дл стабилизации количества текстильного материала в технологической машине
EP1391983B1 (en) Method for detecting the stall of the motor of the pre-feeder of weft pre-measurer in weaving looms
SU1447951A1 (ru) Устройство дл измерени нат жени нитей основы на ткацком станке
SU986980A1 (ru) Устройство дл управлени пр дильной машиной
SU945265A1 (ru) Устройство дл управлени перемоточными станками
JPS6354809B2 (nl)
SU1173461A1 (ru) Комбинированное реле частоты и скорости ее изменени
DE3645316C2 (de) Verfahren zum Steuern eines drehrichtungsumkehrbaren elektronisch kommutierten Gleichstrommotors
SU1742372A1 (ru) Устройство дл контрол количества прикле на шлихтованных основных нит х

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: PICANOL N.V.

Effective date: 19930831