NL1003631C2 - Afdrukinrichting met rechtlegstation voor het aan weerszijden bedrukken van rechtgelegde ontvangstvellen. - Google Patents

Afdrukinrichting met rechtlegstation voor het aan weerszijden bedrukken van rechtgelegde ontvangstvellen. Download PDF

Info

Publication number
NL1003631C2
NL1003631C2 NL1003631A NL1003631A NL1003631C2 NL 1003631 C2 NL1003631 C2 NL 1003631C2 NL 1003631 A NL1003631 A NL 1003631A NL 1003631 A NL1003631 A NL 1003631A NL 1003631 C2 NL1003631 C2 NL 1003631C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
receiving sheet
sheet
transport
straightening
path
Prior art date
Application number
NL1003631A
Other languages
English (en)
Inventor
Lodewijk Tarcisius Holtman
Jacobus Arnoldus Peter Berkers
Original Assignee
Oce Tech Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Oce Tech Bv filed Critical Oce Tech Bv
Priority to NL1003631A priority Critical patent/NL1003631C2/nl
Priority to EP97202037A priority patent/EP0819636B1/en
Priority to DE69720115T priority patent/DE69720115T2/de
Priority to US08/897,153 priority patent/US5957598A/en
Priority to JP9194661A priority patent/JP2939209B2/ja
Application granted granted Critical
Publication of NL1003631C2 publication Critical patent/NL1003631C2/nl

Links

Classifications

    • B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65H—HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H9/00—Registering, e.g. orientating, articles; Devices therefor
    • B65H9/10—Pusher and like movable registers; Pusher or gripper devices which move articles into registered position
    • B65H9/103—Pusher and like movable registers; Pusher or gripper devices which move articles into registered position acting by friction or suction on the article for pushing or pulling it into registered position, e.g. against a stop
    • B65H9/106—Pusher and like movable registers; Pusher or gripper devices which move articles into registered position acting by friction or suction on the article for pushing or pulling it into registered position, e.g. against a stop using rotary driven elements as part acting on the article

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Registering Or Overturning Sheets (AREA)
  • Counters In Electrophotography And Two-Sided Copying (AREA)
  • Separation, Sorting, Adjustment, Or Bending Of Sheets To Be Conveyed (AREA)
  • Conveyance By Endless Belt Conveyors (AREA)
  • Handling Of Cut Paper (AREA)

Description

Afdnikinrichting met nechttegstation voor het aan weerszijden bedrukken van rechtge legde ontvangstvellen 5
De uitvinding heeft betrekking op een afdrukinrichting met rechtlegstation voor het afdrukken van beelden op beide zijden van een rechtgelegd ontvangstvel omvattende een afdrukeenheid voor het afdrukken van een beeld op het ontvangstvel, een toevoerbaan voor het toevoeren van het ontvangstvel naar de 10 afdrukeenheid, een afvoerbaan voor het afvoeren van een in de afdrukeenheid bedrukt ontvangstvel, een terugvoerbaan tussen de afvoerbaan en de toevoerbaan voor het terugvoeren van een uit de afvoerbaan afgebogen ontvangstvel in de toevoerbaan onder omkering van dat ontvangstvel en een rechtlegstation voor het rechtleggen van een naar de drukeenheid te voeren ontvangstvel.
15 Een dergelijke afdrukinrichting is bekend uit het Amerikaanse octrooischrift 4 453 841. Daarin wordt een afdrukinrichting beschreven met een rechtlegstation dat zich in een gedeelte van de toevoerbaan bevindt dat tussen de plaats waar de terugvoerbaan in de toevoerbaan uitmondt en de afdrukeenheid ligt.
Alvorens een ontvangstvel wordt teruggevoerd in de toevoerbaan wordt het in een 20 gedeelte van de terugvoerbaan tot stilstand gebracht en in omgekeerde richting weer weggevoerd voor het omkeren van het ontvangstvel.
In het in deze bekende afdrukinrichting toegepaste rechtlegstation wordt een ontvangstvel voor het rechtleggen tijdens voorwaarts transport van het ontvangstvel in dwarsrichting verplaatst om het ontvangstvel recht in de afdrukeenheid te kunnen 25 leiden.
Een nadeel van deze bekende afdrukinrichting is dat voor het rechtleggen van een ontvangstvel tijdens voorwaarts transport van dat ontvangstvel het rechtlegstation zich over een aanzienlijke afstand in de voorwaartse transportrichting moet uitstrekken om een schuin gericht veltransport mogelijk te maken. Deze afstand is 30 groter naarmate een grotere scheefstand gecorrigeerd moet worden.
De uitvinding stelt zich tot doel een afdrukinrichting van het in de aanhef bedoelde type te verschaffen die dat nadeel niet heeft.
Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt doordat het rechtlegstation in het gedeelte van de terugvoerbaan is gesitueerd waar de voortbewegingsrichting van 35 een in de toevoerbaan teruggevoerd ontvangstvel voor de velomkering omkeert en doordat de toevoerbaan in dat gedeelte uitmondt.
Hierdoor wordt bereikt dat het rechtleggen van een ontvangstvel plaatsvindt in de 1003631 2 periode dat het ontvangstvel bij de omkering van de voortbewegingsrichting stilligt, zodat voor het rechtleggen geen extra baanlengte vergend schuin voorwaarts gericht transport nodig is, maar gebruik kan worden gemaakt van de plaats en tijd dat het ontvangstvel voor zijn omkering stilligt. Bij voorkeur is het rechtlegstation 5 gevormd door twee in de voortbewegingsrichting op afstand van elkaar gelegen rechtlegmechanismen die in samenwerking met elkaar een ontvangstvel kunnen verplaatsen dwars op de voortbewegingsrichting van het ontvangstvel naar een stand waarin het ontvangstvel recht ligt.
Hierdoor wordt bereikt dat elk toegevoerd ontvangstvel, dus zowel een voor de 10 eerste keer toegevoerd blanco ontvangstvel en een teruggevoerd enkelzijdig bedrukt ontvangstvel, met een zelfde zijrand in dezelfde stand liggend in de afdrukeenheid gevoerd wordt zodat de te brengen beelden ten opzichte van die zijrand dezelfde positie innemen, hetgeen vooral bij een dubbelzijdig bedrukt ontvangstvel recht tegenover elkaar liggende beelden oplevert.
15 Tevens wordt bereikt dat voor het rechtleggen van een ontvangstvel geen wegtrekbare aanslag nodig is die zich dwars over de transportbaan uitstrekt, zodat het ontvangstvel na het rechtleggen snel weggevoerd kan worden.
In een aantrekkelijke uitvoeringsvorm van een afdrukinrichting volgens de uitvinding is elk van de twee rechtlegmechanismen gevormd door door 20 transportrollen gevormde eerste en tweede transportknepen die zich evenwijdig aan de voortbewegingsrichting van het ontvangstvel uitstrekken, welke eerste transportknepen in een lijn liggen die samenvalt met de ligging van een zijrand van een rechtliggend ontvangstvel en welke tweede transportknepen op kort afstanden van die lijn liggen binnen de transportbaan van het ontvangstvel, zijn de eerste en 25 tweede transportknepen vormende transportrollen vrijzetbaar voor het ongehinderd tussen de transportrollen voeren van een ontvangstvel en zijn in kneepvormende toestand aandrijfbaar in ten opzichte van elkaar tegengestelde richtingen voor het langs genoemde lijn rechtleggen van het ontvangstvel.
Hierdoor wordt bereikt dat een zijrand van een recht te leggen ontvangstvel aan 30 weerszijden van de lijn kan liggen waarlangs het ontvangstvel wordt rechtgelegd.
Andere kenmerken en voordelen van de uitvinding worden hierna toegelicht aan de hand van bijgaande tekeningen waarin:
Fig. 1 een gedeelte van een afdrukinrichting toont dat het rechtlegstation volgens de uitvinding bevat, 35 Fig. 2 grafisch het snelheidsverloop van een ontvangstvel toont bij doorloop van het in Fig. 1 weergegeven gedeelte,
Fign. 3A-3C het rechtleggen tonen van een in een eerste richting verschoven 1003631 3 aangevoerd ontvangstvel,
Fign. 4A-4C het rechtleggen tonen van een in een tweede, tegengesteld aan de eerste richting verschoven aangevoerd ontvangstvel,
Fig. 5 een bovenaanzicht is van het rechtgelegd, met daarin een scheef en een 5 rechtgelegd A4-vel,
Fig. 6 een zijaanzicht is van één van de twee in het rechtlegstation volgens de uitvinding toegepaste rechtlegmechanismen,
Fig. 7A-7B een kopievel toont dat vóór het bedrukken van elke zijde op zijn voorlopende rand worden rechtgelegd, en 10 Fig. 8A-8B een kopievel toont dat vóór het bedrukken van elke zijde volgens de uitvinding op een zijrand wordt rechtgelegd.
Het in Fig. 1 weergegeven gedeelte van een afdrukinrichting toont een transportbanenstel voor het transporteren van vellen ontvangstmateriaal door de afdrukinrichting.
15 Het transportbanenstelsel omvat: - een toevoerbaan 1 voor het toevoeren van te bedrukken vellen vanuit een niet weergegeven voorraadmagazijn, - een op de toevoerbaan 1 aansluitende doorvoerbaan 2 die door een ueeldoverdrachtsstation 3 voert waar de vellen bedrukt worden, 20 - een op de doorvoerbaan 2 aansluitende afvoerbaan 4 voor het afvoeren van door de doorvoerbaan 2 gevoerde vellen naar een niet-weergegeven afwerkstation, bijvoorbeeld een station voor het verzamelen en binden van een set bedrukte ontvangstvellen, en - een eveneens op de doorvoerbaan 2 aansluitende terugvoerbaan 5 die uitmondt in 25 de toevoerbaan 1 voor het terugvoeren van een in het beeldoverdrachtsstation 3 eenzijdig bedrukt ontvangstvel naar de toevoerbaan 1 om dat vel opnieuw, maar dan omgekeerd liggend door het beeldoverdrachtsstation 3 te voeren voor het bedrukken van de andere zijde van het vel.
Zoals weergegeven in Fig. 1 zijn de toevoerbaan 1, de doorvoerbaan 2 en de 30 terugvoerbaan 5 voorzien van op regelmatige afstanden opgestelde transportrollenparen 7 tot en met 13, welke paren transportknepen vormen voor het steeds met positieve aangrijping door het transportbanenstelsel voeren van ontvangstvellen. Bij dwarsdoorvoer van A4-vellen is de kneepafstand, waarbij de beeldoverdrachtskneep ook als transportkneep dienst doet, daartoe kleiner dan 210 35 mm.
De plaats 15 waar toevoerbaan 1, doorvoerbaan 2 en terugvoerbaan 5 samenkomen is zo gevormd dat een uit de toevoerbaan 1 komend vet in de 1003631 4 doorvoerbaan 2 komt en een uit de terugvoerbaan 5 komend vel in de toevoerbaan 1, bijvoorbeeld door een daarvoor geëigende wissel bij de plaats 15 die er voor zorgt dat een toegevoerd vel niet in de terugvoerbaan 5 terecht komt en een teruggevoerd vel in de toevoerbaan 1 wordt gevoerd in een richting tegengesteld 5 aan de toevoerrichting.
Op de plaats 16 waar de terugvoerbaan 5 en de afvoerbaan 4 op de doorvoerbaan 2 aansluiten is een niet-weergegeven wissel geplaatst om een vel bij het verlaten van de doorvoerbaan 2 selectief in de afvoerbaan 2 of in de terugvoerbaan 5 te leiden.
10 Voor het onder invloed van warmte overdragen en smelten van een poederbeeld in het beeldoverdrachtsstation 3 is in de doorvoerbaan 2 vlak voor het beeldoverdrachtsstation 3 een verwarmingsinrichting 17 voor het voorverwarmen van ontvangstvellen opgesteld. Tussen de vóór het beeldoverdrachtsstation 3 opgestelde transportrollenparen 10 en 11 is een transportbaan 18 parallel aan de 15 doorvoerbaan 2 gevormd, welke parallelbaan voorzien is van een extra verwarmingsinrichting 19 voor het extra voorverwarmen van ontvangstvellen die rechtstreeks uit het vellenmagazijn komen.
Teruggevoerde vellen die voor de tweede keer doorgevoerd worden worden buiten de verwarmingsinrichting 19 om doorgevoerd om niet overmatig warm te worden. De 20 transportbaan 18 is toegankelijk door een niet-weergegeven wissel aan het begin van baan 18.
Het gedeelte van de toevoerbaan 2 dat direct stroomopwaarts van de plaats 15 ligt is ingericht als een rechtlegstation 20. Om te kunnen dienen als rechtlegstation is dat gedeelte als een rechte omlaaghellende baan uitgevoerd 25 waarin zich transportrollenparen 8 en 9 bevinden. Direct stroomafwaarts van transportrollenpaar 8 is een eerste rechtlegmechanisme 21 opgesteld en direct stroomafwaarts van transportrollenpaar 9 is een tweede rechtlegmechanisme 22 opgesteld.
Voor het sturen van de doorvoer van een ontvangstvel door het in fig. 1 30 weergegeven transportbanenstelsel zijn verder een aantal opnemers 24 en 25 in het gedeelte van de toevoerbaan 2 opgesteld dat het rechtlegstation 20 vormt, voor het detecteren van de velvoorrand op de weergegeven plaatsen.
Verder is nog een opnemer 26 tussen transportrollenpaar 11 en de velverwarmingsinrichting 17 opgesteld voor detectie van de velvoorrand ter plaatse. 35 Alvorens de werking van het rechtlegstation 20 in detail zal worden beschreven zal eerst de timing van het vellentransport door de in Fig. 1 weergegeven inrichting worden beschreven aan de hand van het in fig. 2 weergegeven snelheidsverloop 1003631 5 van drie opeenvolgend door de inrichting gevoerde vellen. Ten aanzien van de werking van het rechtlegstation 20 volstaat hier de vermelding dat een ontvangstvel tijdens het rechtleggen stilligt in het stroomafwaarts gelegen laatste gedeelte van de toevoerbaan 1.
5 Het zal duidelijk zijn dat het gedeelte van de doorvoerbaan 2 dat zich uitstrekt van de tweesprong 15 tot aan het beeldoverdrachtsstation 3 als een deel van de vellentoevoerbaan beschouwd kan worden en dat het gedeelte van de doorvoerbaan 2 dat zich uitstrekt van het beeldoverdrachtsstation 3 tot aan de tweesprong 16 als een deel van de vellenafvoerbaan beschouwd kan worden, waarbij de 10 terugvoerbaan 5 de vellentoevoerbaan en de vellenafvoerbaan verbindt.
In Fig. 2 is grafisch het snelheidsverloop van opeenvolgend toegevoerde ontvangstvellen A, B en C weergegeven bij doorloop van het in Fig. 1 getoonde transportbanenstelsel, waarbij langs de verticale as de baanafstand S en langs de horizontale as de tijd t is uitgezet.
15 Het eerste ontvangstvel A wordt door transportrollenparen 7, 8 en 9 met een snelheid V, toegevoerd, waarvan de grootte in Fig. 2 door de hellingshoek van de de voorlopende velrand en de nalopende velrand representerende lijnen A,, respectivelijk A2 is weergegeven.
Wanneer de voorlopende velrand A, door opnemer 24 wordt gedetecteerd wordt 20 transportrollenpaar afgeremd om het ontvangstvel A tot stilstand te brengen (V2 = 0). Het ontvangstvel A wordt tijdens een korte periode dat het stilligt rechtgelegd op een wijze die verderop zal worden toegelicht.
Na afloop van deze korte periode van bijvoorbeeld 200 ms wordt de aandrijving van de transportrollenpaar 9 hervat waarbij de transportsnelheid van transportrolienpaar 25 9 een waarde V3 > V, heeft om het rechtgelegde ontvangstvel versneld uit het rechtlegstation 20 te voeren in de richting van transportrollenpaar 10. De transportsnelheid van transportrollenparen 7 en 8 blijft op een waarde V, omdat ontvangstvel A tijdens het rechtleggen de transportrollenparen 7 en 8 al heeft verlaten.
30 Vlak voordat de voorlopende rand A, van ontvangstvel A het transportrollenpaar 10 bereikt wordt de transportsnelheid V3 van transportrollenpaar 9 teruggebracht tot transportsnelheid V4 die correspondeert met de snelheid waarmee een beeld door beeldoverdrachtsstation 3 wordt aangevoerd en waarmee het ontvangstvel A door transportrollenparen 10, 11 en 12 wordt getransporteerd. Transportrollenpaar 11 35 werkt daarbij als een synchronisatiekneep. Wanneer de voorlopende rand A, van ontvangstvel A opnemer 26 die direct stroomafwaarts van het transportrollenpaar 11 is geplaatst activeert, vergelijkt een niet-weergegeven besturingsinrichting de tijd die 1003631 6 het ontvangstvel A nog nodig heeft om bij transport met snelheid V4 het beeldoverdrachtsstation 3 te bereiken (vel-tijd) met de tijd die het beeld nog nodig heeft om bij transport met de processnelheid, het beeldoverdrachtsstation 3 te bereiken (beeld-tijd). Wanneer de vel-tijd korter is dan de beeld-tijd dan wordt de 5 transportsnelheid van transportrollenpaar 11 tijdelijk zodanig verlaagd dat ontvangstvel A gelijktijdig met het beeld bij het beeldoverdrachtsstation 3 aankomt en wanneer de vel-tijd langer is dan de beeld-tijd dan wordt de transportsnelheid van transportrollenpaar 11 tijdelijk zodanig verhoogd dat ook in dat geval het vel gelijktijdig met het beeld bij het beeldoverdrachtsstation 3 aankomt. Het zij 10 opgemerkt dat deze variaties van de snelheid V4 in de regel zo gering zijn dat geen hinder wordt ondervonden van een voorafgaand of een volgend ontvangstvel dat met verlaagde of verhoogde snelheid V4 wordt toegevoerd. Bij de keuze van de onderlinge afstand waarmee ontvangstvellen worden toegevoerd kan daar rekening mee gehouden worden. Wanneer de nalopende rand Aj van het ontvangstvel A het 15 beeldoverdrachtsstation 3 heeft verlaten is de voorlopende rand A1 van het ontvangstvel A vlak voor de tweesprong 16 aangekomen.
Wanneer het ontvangstvel A enkelzijdig te bedrukken is, dan heeft de niet-weergegeven besturingsinrichting een wissel op de tweesprong 16 in een stand gezet waarbij het ontvangstvel A met transportsnelheid V4 in de afvoerbaan 4 wordt 20 gevoerd. Wanneer ontvangstvel A echter ook aan de andere zijde bedrukt moet worden, dan wordt de wissel in een stand gezet waarbij het ontvangstvel A in de terugvoerbaan 5 wordt gevoerd en wordt de transportsnelheid van de transportrollenparen 12 en 13 op een waarde V5 ingesteld die groter is dan V4, om ontvangstvel A versneld terug te voeren zoals te zien in Fig. 2. Bij deze terugvoer 25 wordt het ontvangstvel A afgebogen in de richting van de toevoerbaan 1 en daarin in stroomopwaartse richting gevoerd, dus tegengesteld aan de stroomafwaartse richting waarin ontvangstvel A oorspronkelijk door de toevoerbaan 1 is gevoerd. Bij de uitmonding van de terugvoerbaan 5 in de toevoerbaan 1 sluit een naar boven vrij uitstekende flexibele flap de terugvoerbaan 5 af voor het ongehinderd toevoeren van 30 een ontvangstvel van de toevoerbaan 1 in de doorvoerbaan 2, zonder dat dat ontvangstvel van de toevoerbaan 1 in de terugvoerbaan 5 kan geraken. Een teruggevoerd ontvangstvel drukt de flexibele flap opzij voor het in de toevoerbaan 1 terug kunnen voeren van een in terugvoerbaan 5 gevoerd ontvangstvel. De stroomopwaartse beweging van ontvangstvel A door de toevoerbaan 1 is in Fig. 2 35 weergegeven door de gespiegelde weergave van de snelheidslijnen voor de velranden A, en wanneer de voorlopende rand A1 van een teruggevoerd ontvangstvel de overgang 15 tussen de terugvoerbaan 5 en het stroomafwaarts 1003631 7 gelegen einde van de toevoerbaan 1 heeft bereikt. Bij het bereiken van de rechtlegpositie door een teruggevoerd ontvangstvel wordt de aandrijving van transportrollenpaar 9 afgeremd en gestopt voor een korte periode waarin weer een rechtlegbewerking plaatsvindt. Daaropvolgend wordt het opnieuw rechtgelegd 5 ontvangstvel A voor de tweede keer door de doorvoerbaan 2 gevoerd om op overeenkomstige wijze als bij de eerste doorvoer te worden voorzien van een beeld op de gewenste plaats op de nog beeldvrije zijde van ontvangstvel A. Het tweezijdig bedrukte ontvangstvel wordt vervolgens via de omgezette wissel op de tweesprong 16 in de afvoerbaan 4 geleid. De tijd tussen het bereiken van de rechtlegpositie in 10 het rechtlegstation 20 voor de eerste keer en voor de tweede keer is de cyclustijd T van de door het transportbanenstelsel gevormde keerbaan.
Volgende ontvangstvel len B en C worden door de keerbaan gevoerd op een wijze die overeenkomt met de wijze waarop ontvangstvel A door de keerbaan is gevoerd, zoals grafisch weergegeven in Fig. 2.
15 Zoals ook weergegeven in Fig. 2 bevindt de nalopende velrand C2 van het derde ontvangstvel C zich nog in de toevoerbaan 1 wanneer de voorlopende rand A1 van het teruggevoerd ontvangstvel A bij de overgang 15 aankomt. Deze overlap mag echter niet zo groot zijn dat geen tijd meer over is om de bewegingsrichting van het transportrollenpaar 9 om te keren tussen dat de nalopende velrand Cz uit de 20 betreffende transportkneep is en de voorlopende velrand A, bij die transportkneep is.
Het zal duidelijk zijn dat in plaats van drie korte ontvangstvellen A, B en C hetzelfde transportbanenstelsel ook kan worden ingericht voor twee langere ontvangstvellen, met een daarop aangepaste timing.
25 Wanneer voor het synchroon samenkomen van een ontvangstvel en een daarop in het beeldoverdrachtsstation 3 over te dragen beeld (hierna registratie in doorvoerrichting = X-richting genoemd) een snelheidsregeling voor het een synchronisatiekneep vormende transportrollenpaar 11 gebruikt wordt, hoeft géén transportkneep stilgezet te worden om als stopperkneep voor registratie van het 30 ontvangstvel in de X-richting te dienen of anderszins het ontvangstvel tegen een wegtrekbare stopperaanslag te stoppen.
Voor de hiervoor beschreven registratie in X-richting hoeft enkel de voorlopende rand van het ontvangstvel op een vaste plaats nauwkeurig gedetecteerd te worden (met opnemer 26) en dient geen slip op te treden in de door transportrollenpaar 11 35 gevormde synchronisatiekneep vlak voor opnemer 26, om door vertragen of versnellen van het ontvangstvel in de synchronisatiekneep het ontvangstvel gelijktijdig met het beeld in de beeldoverdrachtsstation te doen aankomen.
1003631 8
Tijdens transport van ontvangstvellen door de toevoerbaan 1, de doorvoerbaan 2 en de terugvoerbaan 5 kan een verschuiving van de loop van de ontvangstvellen optreden in een richting dwars op een doorvoerrichting, welke dwarsrichting verder Z-richting wordt genoemd. Een dergelijke verschuiving in de Z-5 richting (die onder andere wordt veroorzaakt door toleranties op de juiste positie van transport- en geleidemiddelen, met name scheefstand, niet correcte afstellingen en slijtage) leidt tot zodanige afwijkingen dat een op het ontvangstvel over te dragen beeld niet meer op de gewenste positie op het ontvangstvel terecht komt. Zo kan het beeld te ver van een rand van het ontvangstvel die evenwijdig aan de X-richting 10 ligt, terechtkomen of te dicht bij deze rand of zelf buiten het ontvangstvel hetgeen informatieverlies oplevert. Bij scheefloop van het ontvangstvel door het beeldoverdrachtsstation 3 komt het beeld zelfs scheef op het ontvangstvel terecht. Het hierna te beschrijven rechtlegstation is in staat om een scheefgelopen ontvangstvel recht te leggen door het te roteren om een punt in het X-Z vlak, welke 15 rotatie verder verdraaiing wordt genoemd.
Hierna volgt een beschrijving van de in Fig. 1 weergegeven positioneerinrichting voor zowel het positioneren van een ontvangstvel in Z-richting (Z-registering) als het door verdraaiing rechtleggen van een scheefliggend ontvangstvel.
20 Het combineren van Z-registering en rechtleggen op de plaats waar een dubbelzijdig te bedrukken ontvangstvel voor het omkeren wordt stilgelegd en integratie daarvan in de vellentoevoerbaan heeft als voordeel dat een tijdwinst wordt behaald in de timing van de ontvangstvellen, zodat met een relatief lage vellentransportsnelheid gewerkt kan worden.
25 De positioneerinrichting is ingericht om één van de langszijden van een ontvangstvel die zich in de X-richting uitstrekken, vóór de inloop in het beeldoverdrachtsstation 3 te positioneren op de ideale transportlijn voor die langszijde zodat bij een rechthoekig ontvangstvel ook de voorlopende rand van dat ontvangstvel recht komt te liggen.
30 Het rechtlegstation 20 omvat twee rechtlegmechanismen 21 en 22 die, gezien in de X-richting, op een afstand van elkaar zijn opgesteld die iets kleiner is dan de minimale lengte van een recht te leggen ontvangstvel, bijvoorbeeld op een afstand 180 mm voor het rechtleggen van een dwars doorgevoerd A4-vel dat in de X-richting 210 mm lang is. Een recht te leggen ontvangstvel dat rechtstreeks uit een 35 vellenmagazijn is toegevoerd wordt afgeremd en gestopt na detectie van zijn voorlopende rand door opnemer 24 en een opnieuw recht te leggen ontvangstvel dat uit de terugvoerbaan 5 komt wordt afgeremd en gestopt na detectie van zijn 1003631 9 nalopende rand door opnemer 25. In beide gevallen komt het ontvangstvel stil te liggen wanneer de gedetecteerde velrand, gezien in de X-richting, midden tussen de opnemers 24 en 25 ligt. Beide rechtlegmechanismen 21 en 22 zijn identiek uitgevoerd en bevinden zich nabij een zijrand van een door te voeren ontvangstvel.
5 Zoals weergegeven in Fign. 3B, 3C, 4B en 4C omvat rechtlegmechanisme 21 een eerste positioneerwalsenpaar 31 en rechtlegmechanisme 22 een eerste positioneerwalsenpaar 32, welke walsenparen 31 en 32 elke een kneep vormen die zich uitstrekt langs een rechte lijn 33 in de X-richting die samenvalt met een zijrand van een rechtgelegd ontvangstvel. Een tweede positioneerwalsenpaar 34 is 10 opgesteld op enige afstand van walsenpaar 31 binnen de veilentransportbaan en een tweede positioneerwalsenpaar 35 is opgesteld op enige afstand van walsenpaar 32 ook binnen de vellentransportbaan.
De onderste positioneerwalsen van elk walsenpaar 31, 32, 34 en 35 liggen met hun bovenkant in het vellentransportvlak van de toevoerbaan 1. De bovenste 15 positioneerwalsen van de walsenparen 31 en 34 zijn gelagerd in een arm 36 die scharnierbaar is om een as 37 die op enige afstand boven het vellentransportvlak ligt en op enige afstand buiten het vellentransport door de toevoerbaan 1 en de bovenste positioneerwalsen van de walsenparen 32 en 35 zijn gelagerd in een arm 38 die scharnierbaar is om een as 39 die in het verlengde van as 37 ligt.
20 Op de armen 36 en 38 zijn in Fign. 3B, 3C, 4B en 4C niet-weergegeven aandrijfmiddelen bevestigd die de bovenste walsen van de walsenparen 31, 32 34 en 35 aandrijven in de in voornoemde figuren 3 met pijlen aangegeven richtingen, om in de kneep tussen buitenste walsenparen 31 en 32 een naar binnen gerichte transportkracht aan te brengen en in de kneep tussen de binnenste walsenparen 34 25 en 35 een naar buiten gerichte transportkracht, waarbij de naar buiten gerichte transportkracht kleiner is dan de naar binnen gerichte transportkracht. Dit laatste wordt bereikt door de normaalkracht waarmee de walsen van walsenparen 34 en 35 tegen elkaar worden gedrukt op een lagere waarde in te stellen dan de normaalkracht waarmee de walsen van walsenparen 31 en 32 tegen elkaar worden 30 gedrukt. Het kan ook bereikt worden door walsen van walsenparen 34 en 35 te bekleden met een materiaal dat een lagere wrijvingscoëfficiënt heeft dan de walsbekleding van walsenparen 31 en 32.
Door verdraaiing van de armen 36 en 38 om assen 37 en 39 kunnen de walsenparen 31, 32, 34 en 35 van de in Fign. 3B en 4B weergegeven geopende 35 stand naar de in Fign. 3C en 4C weergegeven gesloten stand worden verplaatst.
In Fig. 3A is een bovenaanzicht van het rechtlegstation 20 weergegeven met een toegevoerd ontvangstvel dat over afstand a ten opzicht van de lijn 33 naar links 1 0 0 3 6 3 1.
10 is verschoven. Zoals weergegeven in Fig. 3B vindt deze toevoer plaats bij geopende positioneerwalsenparen 31, 34 en 32, 35. Na het stoppen van het toegevoerde ontvangstvel worden de positioneerwalsenparen gesloten door bediening van een niet-weergegeven hefmagneet die armen 36 en 38 verdraaid.
5 Direct na het sluiten van de positioneerknepen wordt de transportrol 9 gelicht of althans de kneepkracht zoveel gereduceerd dat een vel vrij in deze transportkneep kan bewegen, met name in de Z-richting. Bij een lang vel geldt het lichten van de kneepkracht ook voor transportrollen 8.
Het te positioneren ontvangstvel wordt nu door de positioneerwalsenparen 34 en 35 10 in de richting van de lijn 33 verschoven. Omdat deze lijn 33 zich uitstrekt langs de kneep van de positioneerwalsenparen 31 en 32 zal het ontvangstvel daar door de tegengesteld draaiende positioneerwalsenparen 31 en 32 gestuit worden en gaan de positioneerwalsen 34 en 35 slippen ten opzichte van het gepositioneerde ontvangstvel, welke situatie in Fig. 3C is weergegeven.
15 In Fig. 4A is een bovenaanzicht van het rechtlegstation 20 weergegeven met een toegevoerd ontvangstvel dat over een afstand b ten opzichte van de lijn 33 naar rechts is verschoven, zodat het ontvangstvel tussen alle geopende positioneerknepen ligt zoals weergegeven in Fig. 4B. Na het achtereenvolgens sluiten van de positioneerknepen en het lichten van de transportknepen waar het 20 ontvangstvel tussen zit, wordt het ontvangstvel door de transportwalsenparen 31 en 32 in de richting van de lijn 33 getransporteerd waarbij de positioneerwalsen van de paren 34 en 35 ten opzichte van een randgedeelte van het ontvangstvel slippen. Bij het loslaten van de zijrand van het ontvangstvel door de positioneerwalsenparen 31 en 32 houden de positioneerwalsenparen 34 en 35 het ontvangstvel tegen de 25 knepen van positioneerwalsenparen 31 en 32 gedrukt, welke situatie in Fign. 4C is weergegeven.
De toepassing van twee rechtlegmechanismen 21 en 22 biedt de mogelijkheid om een in langsrichting toegevoerd A3-vel, dat zich tijdens het positioneren tussen gelichte transportrollenparen 8 en 9 bevindt met een bocht daartussen, recht te 30 leggen. Bij toepassing van één positioneerwalsenmechanisme zou het positioneren te veel weerstand ondervinden.
In Fig. 5 is met onderbroken lijnen de situatie weergegeven dat een toegevoerd A4-ontvangstvel scheef ligt, waarbij het stroomafwaarts gelegen deel van een zijrand van het vel tussen de geopende knepen van zowel 35 positioneerwalsenpaar 35 als positioneerwalsenpaar 32 ligt en het stroomopwaarts gelegen deel van een zijrand van het vel alleen tussen de geopende kneep van positioneerwalsenpaar 34 ligt. Bij het sluiten van de positioneerwalsenparen 1003631 11 transporteert walsenpaar 32 het vel in de richting van walsenpaar 35 en transporteert walsenpaar 34 het vel in de richting van walsenpaar 31, zodat het vel gaat roteren totdat het langs lijn 33 ligt. Bij een in de andere richting scheef toegevoerd vel vervullen walsenparen 31 en 35 de rechtlegfunctie in omgekeerde 5 richting.
In plaats van het vrijzetten van de transportrollenkneep 9, en eventueel 8, nadat de positioneerwalsenknepen zijn gesloten, kan het vrijzetten ook achterwege blijven en kunnen de positioneerknepen met tijdwinst eerder gesloten worden wanneer alleen de aandrukking van de transportrollenkneep wordt weggehaald en de rollen 9 dus 10 alleen nog door hun eigen gewicht op elkaar drukken om het vel in de hellende baan vast te houden, zodat bij het rechtleggen alleen deze geringe aandrukking overwonnen hoeft te worden.
Uit proefnemingen is gebleken dat met het hiervoor beschreven rechtlegstation waarbij de transportsnelheid van de positioneerwalsenparen 31, 32, 34 en 35 15 275 mm/s is, het rechtleggen van een ontvangstvel over een afstand tot maximaal ongeveer 5 mm in 70 ms kan gebeuren met een rechtlegnauwkeurigheid tussen 0,1 en 0,2 mm.
Voor het rechtleggen van ontvangstvellen die in de Z-richting een andere lengte hebben kunnen de rechtlegmechanismen 21 en 22 op een rechtgeleiding 20 gemonteerd worden voor verplaatsing van de mechanismen 21 en 22 in de met pijlen 40 aangegeven Z-richting totdat lijn 33 door de knepen van positioneerwalsenparen 31 en 32 weer op de gewenste lijn ligt waarlangs een zijrand van het ontvangstvel door het beeldoverdrachtsstation 3 moet gaan.
Fig. 6 toont een constructieve uitvoeringsvorm van het rechtlegmechanisme 25 21 dat volgens de uitvinding wordt toegepast. Het rechtlegmechanisme 22 is identiek uitgevoerd.
De onderste wals 31a van positioneerwalsenpaar 31 en de onderste wals 34a van positioneerwalsenpaar 34 zijn elk met hun tappen gelagerd in de slobgaten 45 die zich in verticale richting in een vast opgesteld frame 46 uitstrekken. Bladveren 47 en 30 47' drukken de tappen naar de bovenkant van de slobgaten 45. De bladveren 47 voor het omhoogdrukken van wals 31a oefenen een grotere kracht uit dan de bladveren 47' voor het omhoogdrukken van wals 34a, bijvoorbeeld door een verschil in bladveerlengte aan te brengen zoals weergeven in Fig. 6.
De bovenste walsen 31b en 34b van de positioneerwalsenparen 31 en 34 zijn elk 35 bevestigd op een as 48, respectievelijk 49, welke assen 48 en 49 draaibaar zijn bevestigd in een subframe 36. Subframe 36, dat de in Fign. 3-5 weergegeven arm 36 vormt, is scharnierbaar om een as 50 bevestigd aan het frame 46.
1003631 12
Op elk as 48 en 49 is een tandwiel 51, respectievelijk 52 bevestigd welke tandwielen 51 en 52 samenwerken met tandwiel 53, respectievelijk 54. Tandwiel 53 grijpt verder in op tandwiel 54 en op een om as 50 gelagerd tandwiel 55. Tandwiel 55 grijpt op zijn beurt in op een tandwiel 56 dat door een vast aan frame 46 5 bevestigde motor 57 aandrijfbaar is. Bij aandrijving door motor 57 worden de bovenste positioneerwalsen 31b en 34b in de in Fign. 3 en 4 aangegeven richtingen aangedreven.
Aan het subframe 36 zijn twee lippen 60 en 61 gevormd die zijn aan weerszijden van een aan frame 46 gevormde aanslag 62 uitstrekken. Een om as 50 10 aangebrachte torsieveer drukt subframe 36 in en geopende stand waarbij lip 60 in contact is met aanslag 62 en de onderste en bovenste positioneerwalsen van elkaar zijn zoals weergegeven in Fign. 3B en 4B. Door met een niet*weergegeven hef magneet tegen lip 62 van het subframe 36 te drukken, tegen de werking van de torsieveer in, scharniert subframe 36 om as 51 tot de in Fign. 3C en 4C 15 weergegeven gesloten stand van het positioneermechanisme 21 waarin de bovenste positioneerwalsen 31b en 34b de onderste positioneerwalsen 31a en 31b omlaag drukken tegen de werking van bladveren 47 en 47' in, en waarbij tussen de positioneerwalsen 31 een grotere kneepkracht dan tussen positioneerwalsen 34 ontstaat vanwege het verschil in aandrukkracht.
20 Zoals eerder opgemerkt is positioneermechanisme 22 hetzelfde uitgevoerd als het hiervoor beschreven positioneermechanisme 21.
Fig. 7A toont de plaats waar een beeld terecht komt bij beeldoverdracht van een beeld 50 op de voorzijde van een ontvangstvel 51 waarvan tegenover elkaar liggende zijden niet zuiver parallel zijn en in geval het ontvangstvel volgens de stand 25 van de techniek op zijn voorrand 52 wordt rechtgelegd. Daarbij komt het beeld 50 op de voorzijde van het ontvangstvel 51 evenwijdig aan die voorrand 52 terecht. Wanneer het ontvangstvel aan de achterzijde wordt voorzien van een beeld 53 komt dat beeld 53 evenwijdig aan de tegenover rand 52 liggende rand 54 op het ontvangstvel terecht in geval het ontvangstvel op de voorrand 54 van het gekeerde 30 ontvangstvel 51 wordt rechtgelegd. Zoals weergegeven in Fig. 7B zijn de beelden 50 en 53 bij een niet zuiver evenwijdige randen 52 en 54 ten opzichte van elkaar verdraaid.
Bij positionering van het ontvangstvel 51 op een rand 55 evenwijdig aan X-richting en wanneer dat volgens de uitvinding zowel vóór het overdragen van een 35 beeld 56 op de voorzijde van het ontvangstvel 51 (Fig. 8A) en vóór het overdragen van een beeld 57 op de achterzijde van het ontvangstvel 51 (Fig. 8B) gebeurt op dezelfde zijrand 55, dan komen de beelden 56 en 57 niet verdraaid ten opzichte van 1003631 13 elkaar op het ontvangstvel 51 terecht.
Bij registratie van det beelden 56 en 57 in de X-richting, respectievelijk ten opzichte van de tegenover elkaar liggende voorrand 58 en achterrand 59 (in Fig. 8B weergegeven afstanden c en d zijn gelijk) kan bij afwijkingen van de vellengte 5 tussen de randen 58 en 59 ten opzichte van de nominale vellengte, bijvoorbeeld bij A4 een lengte van 210 mm, kunnen de beelden 56 en 57 in X-richting ten opzichte van elkaar iets verschoven zijn. Door meting van de vellengte te verrichten op basis van nauwkeurige detectie van de voor en nalopende velranden van een in het rechtlegstation 20 teruggevoerd ontvangstmateriaal met opnemer 25 en telling van 10 pulsen afgeleid van transportrollen 9 tussen beide waarnemingen is de exacte vellengte vastgesteld. Op basis van deze vastgestelde vellengte kan de synchronisatie tussen ontvangstvel en het op de achterzijde over te dragen beeld over een afstand e verschoven worden die overeenkomt met het verschil tussen de vastgestelde vellengte en de nominale vellengte, zodat de beelden op de voor- en 15 achterzijde precies tegenover elkaar komen te liggen. Door de exact gemeten vellengte in rekening te brengen vindt de X-registratie in feite steeds plaats ten opzichte van de oorspronkelijk eerst voorlopende rand, zodat ook formaatveranderingen als gevolg van temperatuur- en vochtveranderingen van het ontvangstvel bij herhaalde doorvoer geen invloed hebben op de 20 registratienauwkeurigheid.
1003631

Claims (6)

1. Afdrukinrichting met rechtlegstation (20) voor het afdrukken van beelden op beide zijden van rechtgelegde ontvangstvellen omvattende: 5. een afdrukeenheid (3) voor het afdrukken van een beeld op een ontvangstvel, - een toevoerbaan (1,2) voor het toevoeren van een ontvangstvel naar het afdrukeenheid (3), - een afvoerbaan (1,4) voor het afvoeren van een in de afdrukeenheid bedrukt ontvangstvel, 10. een terugvoerbaan (5, 1) tussen de afvoerbaan (1, 4) en toevoerbaan (1,2) voor het terugvoeren van een uit de afvoerbaan (1,4) afgebogen ontvangstvel in de toevoerbaan (2) onder omkering van dat ontvangstvel, - een rechtlegstation (20) voor het rechtleggen van een naar de afdrukeenheid te voeren ontvangstvel, met het kenmerk, 15. dat het rechtlegstation (20) in een gedeelte (1) van de terugvoerbaan (5, 1) is gesitueerd waar een in de terugvoerbaan teruggevoerd vel van voortbewegingsrichting omkeert en - dat de toevoerbaan (1) in het rechtlegstation (20) uitmondt.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het rechtlegstation (20) 20 is gevormd door twee in de voortbewegingsrichting (X) van een ontvangstvel op afstand van elkaar gelegen rechtlegmechanismen (21, 22) die in samenwerking met elkaar een ontvangstvel in een richting dwars op de voortbewegingsrichting van het ontvangstvel het ontvangstvel kunnen verplaatsen naar een stand (33) waarin het ontvangstvel recht ligt.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat elk van de twee rechtlegmechanismen is gevormd door eerste en tweede door transportrollenparen (31, 32 respectievelijk 34, 35) gevormde transportknepen die zich evenwijdig aan de voortbewegingsrichting (X) van het ontvangstvel uitstrekken, welke eerste transportknepen (31, 32) in een lijn (33) liggen die samenvalt met de ligging van een 30 zijrand van een rechtliggend ontvangstvel in welke tweede transportknepen (34, 35) op kort afstanden van die lijn (33) liggen binnen de transportbaan van het ontvangstvel, dat de eerste en tweede transportknepen vormende transportrollenparen (31, 32 respectievelijk 34, 35) vrijzetbaar zijn voor het ongehinderd tussen de transportrollen voeren van een ontvangstvel en in 35 kneepvormende toestand aandrijfbaar zijn in ten opzichte van elkaar tegengestelde richtingen voor het langs genoemde lijn (33) rechtleggen van het ontvangstvel.
4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de bovenste 1003631 transportrollen van een eerste (31, 32) en een tweede transportrollenpaar (34, 35) zijn bevestigd aan een arm (36, 38) die voor het openen van de betreffende transportknepen draaibaar zijn om een as (37, 39) die zich in de voortbewegingsrichting (X) uitstrekt op enige afstand boven de toevoerbaan (1) en 5 aan de van het tweede transportrollenpaar (34, 35) afgekeerde zijde van het eerste transportrollenpaar (31, 32).
5. Inrichting volgens conclusie 3 of 4, met het kenmerk, dat de kracht waarmee de transportrollen van elk tweede transportrollenpaar (34, 35) tegen elkaar worden gedrukt kleiner is dan de kracht waarmee de transportrollen van elk eerste 10 transportrollenpaar (31, 32) tegen elkaar worden gedrukt, voor het vormen van een ten opzichte van een daartussen liggende ontvangstvel slippende kneep tussen het tweede transportrollenpaar (34, 35) wanneer het ontvangstvel door het eerste transportrollenpaar (31, 32) wordt getransporteerd of tegengehouden.
6. Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat 15 in het rechtlegstation (20) vellengte-meetmiddelen aanwezig zijn die de lengte meten van een teruggevoerd en daarna rechtgelegd ontvangstvel voor het ongeacht de lengte van het ontvangstvel in de afdrukeenheid (3) afdrukken van beelden aan beide zijden van het ontvangstvel op gelijke afstand van eenzelfde zich dwars op de voortbewegingsrichting (X) uitstrekkende velrand. 1003631
NL1003631A 1996-07-18 1996-07-18 Afdrukinrichting met rechtlegstation voor het aan weerszijden bedrukken van rechtgelegde ontvangstvellen. NL1003631C2 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1003631A NL1003631C2 (nl) 1996-07-18 1996-07-18 Afdrukinrichting met rechtlegstation voor het aan weerszijden bedrukken van rechtgelegde ontvangstvellen.
EP97202037A EP0819636B1 (en) 1996-07-18 1997-07-07 A printing device with an aligning station for printing aligned receiving sheets on both sides
DE69720115T DE69720115T2 (de) 1996-07-18 1997-07-07 Druckvorrichtung mit einer Ausrichtungsstation zum Drucken von ausgerichteten Bögen auf beiden Seiten
US08/897,153 US5957598A (en) 1996-07-18 1997-07-18 Printing device with an aligning station for printing aligned receiving sheets on both sides
JP9194661A JP2939209B2 (ja) 1996-07-18 1997-07-18 位置合せされた受取シートの両面に印刷するための位置合せステーションを有する印刷装置

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1003631A NL1003631C2 (nl) 1996-07-18 1996-07-18 Afdrukinrichting met rechtlegstation voor het aan weerszijden bedrukken van rechtgelegde ontvangstvellen.
NL1003631 1996-07-18

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1003631C2 true NL1003631C2 (nl) 1998-01-21

Family

ID=19763232

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1003631A NL1003631C2 (nl) 1996-07-18 1996-07-18 Afdrukinrichting met rechtlegstation voor het aan weerszijden bedrukken van rechtgelegde ontvangstvellen.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US5957598A (nl)
EP (1) EP0819636B1 (nl)
JP (1) JP2939209B2 (nl)
DE (1) DE69720115T2 (nl)
NL (1) NL1003631C2 (nl)

Families Citing this family (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE19836235C2 (de) * 1998-08-05 2001-04-19 Francotyp Postalia Gmbh Vorrichtung zum Vereinzeln von Druckträgern
US6311972B1 (en) * 2000-01-19 2001-11-06 Xerox Corporation High speed inverter and registration servo
US6477950B1 (en) 2000-04-12 2002-11-12 Michael Alan Feilen Apparatus and method for duplex printing of a sheet-like substrate
DE10023919A1 (de) * 2000-05-17 2001-11-22 Nexpress Solutions Llc Verfahren zur Ausrichtung bogenförmigen Materials
DE10023938A1 (de) * 2000-05-17 2001-11-22 Nexpress Solutions Llc Verfahren und Ausrichtung bogenförmigen Materials an einer Referenzkante
US6373042B1 (en) * 2000-08-29 2002-04-16 Xerox Corporation Registration system for a digital printer which prints multiple images on a sheet
US6786482B2 (en) 2001-02-01 2004-09-07 Hallmark Cards Incorporated Material handler apparatus
US7032988B2 (en) 2002-04-08 2006-04-25 Kodak Graphic Communications Canada Company Certified proofing
US6793310B2 (en) * 2002-04-08 2004-09-21 Creo Americas, Inc. Certified proofing
JP2006143384A (ja) * 2004-11-18 2006-06-08 Aruze Corp 紙幣取扱装置および紙幣収納ユニット
JP2007314324A (ja) * 2006-05-26 2007-12-06 Canon Inc シート搬送装置及び画像形成装置
US8052041B2 (en) * 2006-11-10 2011-11-08 Diebold Self-Service Systems Division Of Diebold, Incorporated Method of operation of card activated automated banking machine
EP4382304B1 (en) 2022-12-05 2025-09-03 Canon Production Printing Holding B.V. Registration of duplex printed sheets in a sheet stacking device
JP2025120799A (ja) * 2024-02-05 2025-08-18 京セラドキュメントソリューションズ株式会社 用紙整合装置

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2352741A1 (fr) * 1976-05-29 1977-12-23 Roland Offsetmaschf Dispositif d'alignement lateral de feuilles pour machines alimentees en feuilles
US4453841A (en) * 1982-03-08 1984-06-12 The Mead Corporation Duplex printing system and method therefor
US4884794A (en) * 1988-06-06 1989-12-05 Xerox Corporation Duplex document handler

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS61241177A (ja) * 1985-04-18 1986-10-27 Omron Tateisi Electronics Co 通帳印字装置
US5048817A (en) * 1989-10-23 1991-09-17 Xerox Corporation Dynamic edge guide for side registration systems
IT1240137B (it) * 1990-03-20 1993-11-27 Olivetti & Co Spa Dispositivo di avanzamento e allineamento di fogli per una stampante
JPH05169743A (ja) * 1991-12-20 1993-07-09 Nec Data Terminal Ltd 単票用紙斜行補正機構
GB9323710D0 (en) * 1993-11-15 1994-01-05 Ncr Int Inc Document alignment system
JP3732876B2 (ja) * 1994-10-01 2006-01-11 ハイデルベルガー ドルツクマシーネン アクチエンゲゼルシヤフト 枚葉紙整列装置
US5697608A (en) * 1996-06-26 1997-12-16 Xerox Corporation Agile lateral and shew sheet registration apparatus and method

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2352741A1 (fr) * 1976-05-29 1977-12-23 Roland Offsetmaschf Dispositif d'alignement lateral de feuilles pour machines alimentees en feuilles
US4453841A (en) * 1982-03-08 1984-06-12 The Mead Corporation Duplex printing system and method therefor
US4884794A (en) * 1988-06-06 1989-12-05 Xerox Corporation Duplex document handler

Also Published As

Publication number Publication date
EP0819636A1 (en) 1998-01-21
JPH1077138A (ja) 1998-03-24
JP2939209B2 (ja) 1999-08-25
DE69720115T2 (de) 2003-12-04
US5957598A (en) 1999-09-28
EP0819636B1 (en) 2003-03-26
DE69720115D1 (de) 2003-04-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN102756943B (zh) 片材折叠装置和具有该片材折叠装置的图像形成系统
US5957598A (en) Printing device with an aligning station for printing aligned receiving sheets on both sides
US7731188B2 (en) Sheet registration system with auxiliary nips
NL8503203A (nl) Inrichting voor het transporteren van een bundel vellen.
NL1013670C2 (nl) Werkwijze voor het in zijdelings register brengen van een vel met een daarop over te dragen beeld.
US8036772B2 (en) Process and apparatus for monitoring sheet-like products transported by clamps
JP2000355447A5 (nl)
US4146219A (en) Document transport apparatus
KR101388325B1 (ko) 매체자동입출기의 매체스큐보정장치
JP4108090B2 (ja) 紙回転方法および装置
US20040061276A1 (en) Apparatus for transferring products to a conveying arrangement
JP3404142B2 (ja) 用紙姿勢制御装置
US4762065A (en) Sheet infeed mechanism for a printing machine
JPH09301577A (ja) 用紙搬送装置
JPH0789645A (ja) 用紙供給装置の用紙幅方向補正機構
JP4303866B2 (ja) 矩形状紙葉類の搬送方向変換装置
JPH0736782Y2 (ja) 通帳開頁装置
CN101558003B (zh) 使用垂直胶片配准装置的供给组件
JP2000289870A (ja) シート材給送装置、シート材処理装置および画像入力装置
JPS62249830A (ja) カ−ド分離給送装置
US20160114608A1 (en) Transfer device
JPH0867376A (ja) 紙葉類搬送装置に於ける幅寄せ機構
JPS63202544A (ja) 用紙の幅寄せ装置
JPH0611988Y2 (ja) 用紙搬送装置
JPH0330368Y2 (nl)

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20040201