NL1004802C2 - Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel alsmede een dergelijke stekker. - Google Patents
Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel alsmede een dergelijke stekker. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1004802C2 NL1004802C2 NL1004802A NL1004802A NL1004802C2 NL 1004802 C2 NL1004802 C2 NL 1004802C2 NL 1004802 A NL1004802 A NL 1004802A NL 1004802 A NL1004802 A NL 1004802A NL 1004802 C2 NL1004802 C2 NL 1004802C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- plug
- cable
- coupling piece
- plastic
- mold
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 12
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims description 6
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 24
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 24
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 24
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 claims description 24
- 239000004033 plastic Substances 0.000 claims description 24
- 238000002347 injection Methods 0.000 description 2
- 239000007924 injection Substances 0.000 description 2
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 2
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000003086 colorant Substances 0.000 description 1
- 238000010292 electrical insulation Methods 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01R—ELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
- H01R13/00—Details of coupling devices of the kinds covered by groups H01R12/70 or H01R24/00 - H01R33/00
- H01R13/46—Bases; Cases
- H01R13/465—Identification means, e.g. labels, tags, markings
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01R—ELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
- H01R43/00—Apparatus or processes specially adapted for manufacturing, assembling, maintaining, or repairing of line connectors or current collectors or for joining electric conductors
- H01R43/20—Apparatus or processes specially adapted for manufacturing, assembling, maintaining, or repairing of line connectors or current collectors or for joining electric conductors for assembling or disassembling contact members with insulating base, case or sleeve
- H01R43/24—Assembling by moulding on contact members
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01R—ELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
- H01R13/00—Details of coupling devices of the kinds covered by groups H01R12/70 or H01R24/00 - H01R33/00
- H01R13/58—Means for relieving strain on wire connection, e.g. cord grip, for avoiding loosening of connections between wires and terminals within a coupling device terminating a cable
- H01R13/5845—Means for relieving strain on wire connection, e.g. cord grip, for avoiding loosening of connections between wires and terminals within a coupling device terminating a cable the strain relief being achieved by molding parts around cable and connections
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Details Of Connecting Devices For Male And Female Coupling (AREA)
- Connector Housings Or Holding Contact Members (AREA)
- Manufacturing Of Electrical Connectors (AREA)
Description
Korte aanduiding: Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel alsmede een dergelijke stekker.
5 De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel, welke stekker is voorzien van een koppelstuk, een kunststoffen mantel en een kleurcodering, waarbij aan het uiteinde van de kabel het koppelstuk wordt bevestigd, waarna een gedeelte van het koppelstuk en een, het uiteinde 10 omvattende deel van de kabel door de kunststoffen mantel worden omhuld.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een stekker voorzien van een koppelstuk, een kunststoffen mantel en een kleurcodering.
Bij een dergelijke, op zich bekende werkwijze wordt het koppelstuk, dat bijvoorbeeld is voorzien van elektrisch geleidende 15 pennen, aan het uiteinde van een van elektrische geleidende draden voorziene kabel bevestigd. Vervolgens wordt aan het uiteinde van de kabel door middel van kunststof spuitgiettechniek de mantel gevormd, waarbij een gedeelte van het koppelstuk uit de mantel steekt.
Om het aansluiten van een kabel op een apparaat te 20 vereenvoudigen is de stekker voorzien van een kleurcodering die bijvoorbeeld correspondeert met een kleurcodering op het apparaat.
Bij een bekende stekker wordt een dergelijke kleurcodering gevormd door een om de mantel aangebrachte ringvormige tape in een bepaalde kleur die afwijkt van de kleur van de mantel. Een nadeel 25 van een dergelijke tape is dat na verloop van tijd de tape loslaat en dat het aanbrengen van de tape relatief omslachtig is. Verder wordt door de tape het uiterlijk van de stekker aangetast.
De uitvinding beoogt een werkwijze voor het vervaardigen van een stekker te verschaffen waarbij op eenvoudige wijze de stekker van 30 een kleurcodering wordt voorzien.
Dit doel wordt bij de werkwijze volgens de uitvinding bereikt doordat de kunststoffen mantel wordt vervaardigd uit ten minste twee met elkaar verbonden, verschillend gekleurde kunststoffen delen, waarbij eerst het eerste, een cilindrisch gedeelte omvattend deel aan het 35 uiteinde van de kabel wordt bevestigd, waarna het van het eerste deel voorziene uiteinde van de kabel in een matrijs wordt gelegd, waarbij nabij het midden van het cilindrische gedeelte, het cilindrische gedeelte ten minste gedeeltelijk aanligt tegen de matrijs terwijl aan weerszijden van 1004802 2 het midden het cilindrische gedeelte vrij ligt van de matrijs, waarna een tweede kunststoffen deel in de matrijs wordt gevormd, welk kunststoffen deel aan weerszijden van het midden van het cilindrische gedeelte aanligt tegen het eerste deel.
5 Het eerste en tweede deel hebben verschillende kleuren, waarbij bijvoorbeeld het tweede deel dezelfde kleur heeft als de kabel en het eerste deel de kleurcodering vormende kleur heeft.
Doordat het eerste deel is voorzien van een cilindrisch gedeelte, waarvan na het aanbrengen van het tweede deel slechts een gering, 10 nabij het middel gelegen gedeelte zichtbaar is, is de positioneringsnauw-keurigheid waarmee het eerste deel in de matrijs dient te worden gelegd, relatief gering. Hierdoor kan het eerste deel relatief snel in de matrijs worden geplaatst. Tevens kunnen hierdoor op eenvoudige wijze maattoleran-ties van het koppelstuk ten opzichte van het eerste deel worden opgevangen. 15 Deze maattoleranties zijn bijvoorbeeld het gevolg van het krimpen van de kunststof. Het tweede deel kan zodoende nauwkeurig ten opzichte van het koppel stuk worden gepositioneerd, waarbij er geen hinder wordt ondervonden van het niet nauwkeurig ten opzichte van het koppelstuk gepositioneerde eerste deel.
20 Een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding wordt gekenmerkt doordat het eerste deel wordt voorzien van een vertanding.
Door de vertanding wordt een goede bevestiging van het tweede deel aan het eerste deel verkregen.
25 De uitvinding heeft tevens betrekking op een stekker die is voorzien van een koppelstuk, een kunststoffen mantel en een kleurcodering, welke stekker wordt gekenmerkt doordat de mantel ten minste twee met elkaar verbonden, verschillend gekleurde kunststoffen delen omvat waarbij het eerste deel is voorzien van een cilindrisch gedeelte dat in 30 axiale richting gezien aan weerszijden van het midden is verbonden met het tweede gedeelte onder vrijlating van een nabij het midden gelegen gedeelte.
De kleur van het eerste deel vormt hierbij de kleurcodering van de stekker. Deze kleurcodering is niet van de stekker 35 te verwijderen zoals bij de hierboven beschreven bekende stekker.
Opgemerkt wordt dat bij een andere op zich bekende stekker, de gehele stekker een kenmerkende kleur zoals bijvoorbeeld wit of rood heeft. Een nadeel van een dergelijke kleurcodering, waarbij de 1004802 3 gehele stekker een bepaalde kenmerkende kleur heeft, is dat een dergelijke stekker relatief opvallend is waardoor het uiterlijk van de stekker en het apparaat waarin de stekker wordt toegepast, wordt aangetast.
Bij de stekker volgens de uitvinding kan het zichtbare 5 gedeelte van het eerste deel relatief subtiel op de stekker zijn voorzien.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van tekeningen, waarin fig. 1A-1E verschillende stappen tonen van de werkwijze volgens de uitvinding, 10 fig. 2 een dwarsdoorsnede van een matrijs toont voor het aanbrengen van een eerste deel, fig. 3 een dwarsdoorsnede van een matrijs toont voor het aanbrengen van een tweede deel, fig. 4 een aanzicht van een aan een kabel bevestigde 15 stekker toont waarbij de hartlijnen van de kabel en de stekker in eikaars verlengde zijn gelegen, fig. 5 de in fig. 4 getoonde stekker weergeeft waarbij de kabel ten opzichte van de stekker is verbogen.
In de figuren zijn overeenkomende onderdelen voorzien 20 van dezelfde verwijzingscijfers.
Fig, 1A-1E tonen verschillende stappen bij het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel volgens de uitvinding.
Fig. IA toont een kabel 1 die is voorzien van twee 25 elektrisch geïsoleerde draden 2, 3 die nabij het uiteinde van de kabel 1 van de elektrische isolatie zijn ontdaan. Nabij het uiteinde van de kabel 1 is een koppelstuk 4 opgesteld dat bijvoorbeeld is voorzien van een elektrisch geleidende bus 5 en een concentrisch daarin gelegen, elektrisch geleidende pen 6. De uiteinden van de draden 2, 3 worden bijvoorbeeld door 30 solderen met respectievelijk de pen 6 en de bus 5 verbonden.
In fig. 1B is een eerste kunststoffen deel 7 om een gedeelte van het koppelstuk 4 en een uiteinde van de kabel 1 bevestigd. Het eerste deel 7 omvat een cilindrisch gedeelte 8 dat zich evenwijdig aan de hartlijn van de kabel 1 en het koppelstuk 4 uitstrekt. Nabij een 35 uiteinde van het eerste deel 7 is een vertanding 9 voorzien.
Het eerste deel 7 wordt door middel van kunststof spuitgiettechniek aangebracht waarbij gebruik wordt gemaakt van de in fig. 2 weergegeven matrijs 10. De matrijs 10 omvat twee ten opzichte van 1004802 4 elkaar verplaatsbare, identieke matrijshelften 11, 12. Elke matrijshelft 11, 12 is voorzien van een aanspuitopening 13 via welke kunststof in de matrijs 10 wordt gespoten. Bij het in de matrijs 10 leggen van de in fig. IA weergegeven kabel met het daaraan bevestigde koppelstuk 4 ligt 5 de kabel 1 aan tegen een daarmee corresponderende rand 14 van de matrijs 10 terwijl de bus 5 van het koppelstuk 4 aanligt tegen een aanslag vormende rand 15 van de matrijs 10. Het eerste deel 7 wordt van een kunststof gespoten die een bepaalde kenmerkende kleur zoals bijvoorbeeld rood, wit of geel heeft. Het kleurcodering vormende gedeelte van de te vormen stekker 10 is gelegen op het cilindervormige gedeelte 8 dat een breedte B heeft die groter is dan de uiteindelijk zichtbare kleurcodering.
Fig. 1C toont een aanzicht van de in fig. 1B weergegeven dwarsdoorsnede van een kabel met een daaraan te vormen stekker.
De kabel 1 met het daaraan bevestigde koppelstuk 4 en 15 het eerste deel 7 wordt vervolgens in een tweede matrijs 20 (zie fig. 3) geplaatst.
De matrijs 20 omvat twee ten opzichte van elkaar verplaatsbare, identieke matrijshelften 21, 22 die elk zijn voorzien van aanspuitopeningen 23. In de matrijs is een profiel aangebracht dat 20 overeenkomt met het uiteindelijke op de te vormen stekker gewenste profiel.
Dit profiel 24 omvat drie ringvormige flenzen 25, 26, 27 die door twee ringvormige uitsparingen 28, 29 van elkaar worden gescheiden. De ringvormige flens 26 strekt zich hierbij verder naar de hartlijn van de matrijs 20 uit dan de daarnaast gelegen flenzen 25, 27. De flens 26 strekt 25 zich zover in de richting van de hartlijn uit dat bij een in de matrijs 20 gepositioneerde kabel met een reeds aan de kabel gevormd eerste deel 7, de flens 26 aanligt tegen het cilindervormige gedeelte 8 van het eerste deel 7. De breedte b van de flens 26 is hierbij kleiner dan de breedte B van het cilindervormige gedeelte 8 van het eerste deel 7. Bij het in de 30 matrijs 20 leggen van de in fig. 1B en 1C getoonde kabel met het daaraan gevormde eerste deel 7 wordt een voorste rand 30 van de bus 5 evenwijdig aan een rand 31 van de matrijs 20 uitgericht. De matrijs 20 ligt met randen 32, 33 respectievelijk aan tegen de bus 5 en de kabel 1. Vervolgens wordt via de aanspuitopeningen 23 kunststof in de matrijs 20 gespoten waardoor 35 het tweede deel 34 aan de kabel 1 wordt gevormd. Het tweede deel 34 omvat een door de flens 26 gevormde ringvormige uitsparing 35 met een breedte b waardoorheen een gedeelte van het cilindervormige gedeelte 8 van het eerste deel 7 zichtbaar is. Aan weerszijden van de ringvormige uitsparing 35 is 1004802 5 het tweede gedeelte 34 voorzien van ringvormige flenzen 36. Aan van elkaar af gelegen zijden van de flenzen 36 zijn door de flenzen 27 van de matrijs 20 bepaalde, ringvormige uitsparingen 37 gevormd.
Indien er geen maatafwijkingen zouden optreden bij het 5 aanbrengen van het eerste deel 7 aan het koppelstuk 4 en indien de rand 30 van de bus 5 nauwkeurig wordt uitgericht ten opzichte van de rand 31 van de matrijs 20, dan zou de ringvormige uitsparing 35 bijvoorbeeld in het midden van het cilindervormige gedeelte 8 zijn gelegen. Indien echter door maattoleranties de afstand van de rand 30 van de bus 5 ten opzichte 10 van het cilindrische gedeelte 8 anders is dan theoretisch verwacht of indien de rand 30 niet nauwkeurig ten opzichte van de rand 31 van de matrijs 20 wordt uitgericht, dan zal de uitsparing 35 in of tegengesteld aan door pijl P aangegeven richting zijn verschoven ten opzichte van het midden van het cilindervormige gedeelte 8. Aangezien de breedte b van de 15 uitsparing 35 kleiner is dan de breedte B van het cilindervormige gedeelte 8 zal dit aan de buitenzijde van het tweede gedeelte 34 niet zichtbaar zijn. Vanaf de buitenzijde van de aan de kabel 1 gevormde stekker 38 blijft het door de uitsparing 35 heen zichtbare gedeelte van het cilindervormige gedeelte 8 symmetrisch gelegen ten opzichte van de ringvormige uitsparingen 20 37.
Door de vertanding 9 wordt een stevige bevestiging van het tweede gedeelte 34 met het eerste gedeelte 7 verkregen.
Met behulp van de matrijs 20 worden tijdens het vormen van het tweede gedeelte 34 een pijl 39 en een trek-ontlasting vormend 25 flexibel gedeelte 40 aan de stekker 38 gevormd.
De pijl 39 kan in of tegengesteld aan de door pijl P aangegeven richting zijn gericht, waarbij door middel van de pijl 39 de richting van het door de kabel 1 te voeren signaal wordt aangegeven. Dit is vooral van belang bij kabels die slechts in een richting signaal kunnen 30 of moeten doorgeven.
Het trek-ontlasting vormende flexibele gedeelte 40 omvat een aantal flenzen 41 die door sleuven 42 van elkaar zijn gescheiden. De flens 43 die het verst van het koppelstuk 4 is verwijderd is dikker waardoor een stevige verbinding met de kabel 1 wordt gevormd.
35 In fig. 4 is de kabel 1 met de daaraan gevormde stekker 38 in een stand getekend waarbij de hartlijn 44 van de kabel 1 in het verlengde van de hartlijn 45 van de stekker 38 is gelegen. Bij het in de door de pijl P2 aangegeven richting verzwenken van de kabel 1 ten 1004802 6 opzichte van stekker 38 worden de in fig. 4 gezien rechter gedeeltes van de flenzen 41 naar elkaar toe gebogen en buigen de, in fig. 4 gezien linker gedeeltes van de flenzen 41 uit elkaar. De breedte van de sleuven 42 en de flenzen 41 is zodanig dat bij een hoek van ongeveer 90° tussen de 5 hartlijn 44 van de kabel 1 en de hartlijn 45 van de stekker 38 de flens 41 elkaar raken in een aaneengesloten boog 46. Op deze wijze is het mogelijk om bijvoorbeeld aan de achterzijde van een apparaat de stekker horizontaal in het apparaat te voeren waarna de met de stekker verbonden kabel 1 over een hoek van ongeveer 90° naar beneden of naar boven wordt afgebogen. Door 10 de tegen elkaar aanliggende flenzen 41 wordt een verbuiging over een grotere hoek verhinderd waardoor wordt voorkomen dat de kabel 1 tegen het apparaat aan komt te liggen.
Het is mogelijk om de stekker op dezelfde wijze als hierboven beschreven te voorzien van een ringsegmentvormige kleurcodering 15 of andersoortvormige kleurcodering waarbij eveneens slechts een gedeelte van het cilindrische gedeelte van het eerste deel zichtbaar is.
1004802
Claims (10)
1. Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel, welke stekker is voorzien van een koppelstuk, een kunststoffen mantel en een kleurcodering, waarbij aan het uiteinde 5 van de kabel het koppelstuk wordt bevestigd, waarna een gedeelte van het koppelstuk en een, het uiteinde omvattende deel van de kabel door de kunststoffen mantel worden omhuld, met het kenmerk, dat de kunststoffen mantel wordt vervaardigd uit ten minste twee met elkaar verbonden, verschillend gekleurde kunststoffen delen, waarbij eerst het eerste, een 10 cilindrisch gedeelte omvattend deel aan het uiteinde van de kabel wordt bevestigd, waarna het van het eerste deel voorziene uiteinde van de kabel in een matrijs wordt gelegd, waarbij nabij het midden van het cilindrische gedeelte, het cilindrische gedeelte ten minste gedeeltelijk aanligt tegen de matrijs terwijl aan weerszijden van het midden het cilindrische gedeelte 15 vrij ligt van de matrijs, waarna het tweede kunststoffen deel in de matrijs wordt gevormd, welk kunststoffen deel aan weerszijden van het midden van het cilindrische gedeelte aanligt tegen het eerste deel.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het eerste deel wordt voorzien van een vertanding.
3. Stekker voorzien van een koppelstuk, een kunststoffen mantel en een kleurcodering, met het kenmerk, dat de mantel ten minste twee met elkaar verbonden, verschillend gekleurde kunststoffen delen omvat waarbij het eerste deel is voorzien van een cilindrisch gedeelte dat in axiale richting gezien aan weerszijden van het midden is verbonden met 25 het tweede gedeelte onder vrijlating van een nabij het midden gelegen gedeelte.
4. Stekker volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het vrij liggende gedeelte van het cilindrische gedeelte ringvormig is.
5. Stekker volgens conclusie 3 of 4, met het kenmerk, dat 30 het tweede gedeelte aan weerszijden van het vrij liggende cilindrische gedeelte is voorzien van een ringvormige uitsparing.
6. Stekker volgens een der voorgaande conclusies 3-5, met het kenmerk, dat de mantel aan een van het koppelstuk afgekeerde zijde is voorzien van een trek-ontlasting vormend, flexibel gedeelte dat een 35 aantal door sleuven gescheiden flenzen omvat, waarbij bij een nagenoeg haakse hoek tussen de hartlijn van de mantel en de hartlijn van de kabel, de nabij elkaar gelegen flenzen elkaar aan een zijde raken en een aaneengesloten boog vormen. 1004802 I I
7. Stekker volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de flens die het verst van het koppelstuk is verwijderd dikker is dan de overige flenzen.
8. Stekker volgens conclusie 6 of 7, met het kenmerk, dat 5 de flenzen onderling zijn verbonden door een zich evenwijdig aan de hartlijn van de kabel uitstrekkende rib.
9. Stekker volgens een der voorgaande conclusies 3-8, met het kenmerk, dat de stekker is voorzien van een signaaldoorvoerrichtingste-ken.
10. Stekker volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het signaaldoorvoerrichtingsteken een pijl is. 1004802
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004802A NL1004802C2 (nl) | 1996-12-17 | 1996-12-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel alsmede een dergelijke stekker. |
| EP19970203962 EP0849833B1 (en) | 1996-12-17 | 1997-12-16 | Method for forming a plug on one end of a cable, as well as plugs |
| DE69704332T DE69704332D1 (de) | 1996-12-17 | 1997-12-16 | Herstellungsverfahren eines Steckers an einem Ende eines Kabels sowie Stecker |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004802 | 1996-12-17 | ||
| NL1004802A NL1004802C2 (nl) | 1996-12-17 | 1996-12-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel alsmede een dergelijke stekker. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1004802C2 true NL1004802C2 (nl) | 1998-06-18 |
Family
ID=19764070
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1004802A NL1004802C2 (nl) | 1996-12-17 | 1996-12-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel alsmede een dergelijke stekker. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0849833B1 (nl) |
| DE (1) | DE69704332D1 (nl) |
| NL (1) | NL1004802C2 (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE19859417A1 (de) * | 1998-12-22 | 2000-07-20 | Taller Gmbh | Sensor-Kupplung |
| DE102006040690A1 (de) * | 2006-10-25 | 2008-04-30 | Hirschmann Automation And Control Gmbh | Verfahren zur Herstellung eines Steckverbinders mit Zugentlastung und ein nach diesem Verfahren hergestellter Steckverbinder |
| DE102007037749B3 (de) * | 2007-08-10 | 2009-01-02 | Belden Deutschland Gmbh | Steckverbinder mit Einlegeelement |
| US7847188B2 (en) * | 2008-09-12 | 2010-12-07 | Volex Group P.L.C. | Cable assembly |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2152301A (en) * | 1983-12-13 | 1985-07-31 | Irish Driver Harris Company Li | A non-rewirable electrical plug and a method of moulding therefor |
| EP0210621A1 (fr) * | 1985-07-29 | 1987-02-04 | Plastiques Industriels Thecla | Procédé de fabrication d'un dispositif de connexion électrique et dispositif de connexion électrique |
| US4704091A (en) * | 1986-06-19 | 1987-11-03 | Owens Rick L | Connector system |
| JPH07130436A (ja) * | 1993-11-01 | 1995-05-19 | Izumi Opt Parts Kk | ジャック被覆構造 |
| US5417585A (en) * | 1994-07-13 | 1995-05-23 | The Whitaker Corporation | Visually keyed connector and plug assemblies |
| EP0691705A1 (de) * | 1994-07-07 | 1996-01-10 | SIEMENS MATSUSHITA COMPONENTS GmbH & CO. KG | Verfahren zur Herstellung einer feuchtigkeitsdichten Verbindung einer elektrischen Leitung mit einem Thermistor eines Temperatursensors |
-
1996
- 1996-12-17 NL NL1004802A patent/NL1004802C2/nl not_active IP Right Cessation
-
1997
- 1997-12-16 DE DE69704332T patent/DE69704332D1/de not_active Expired - Lifetime
- 1997-12-16 EP EP19970203962 patent/EP0849833B1/en not_active Expired - Lifetime
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2152301A (en) * | 1983-12-13 | 1985-07-31 | Irish Driver Harris Company Li | A non-rewirable electrical plug and a method of moulding therefor |
| EP0210621A1 (fr) * | 1985-07-29 | 1987-02-04 | Plastiques Industriels Thecla | Procédé de fabrication d'un dispositif de connexion électrique et dispositif de connexion électrique |
| US4704091A (en) * | 1986-06-19 | 1987-11-03 | Owens Rick L | Connector system |
| JPH07130436A (ja) * | 1993-11-01 | 1995-05-19 | Izumi Opt Parts Kk | ジャック被覆構造 |
| EP0691705A1 (de) * | 1994-07-07 | 1996-01-10 | SIEMENS MATSUSHITA COMPONENTS GmbH & CO. KG | Verfahren zur Herstellung einer feuchtigkeitsdichten Verbindung einer elektrischen Leitung mit einem Thermistor eines Temperatursensors |
| US5417585A (en) * | 1994-07-13 | 1995-05-23 | The Whitaker Corporation | Visually keyed connector and plug assemblies |
Non-Patent Citations (1)
| Title |
|---|
| PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 095, no. 008 29 September 1995 (1995-09-29) * |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE69704332D1 (de) | 2001-04-26 |
| EP0849833A1 (en) | 1998-06-24 |
| EP0849833B1 (en) | 2001-03-21 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5074808A (en) | Molded strain relief in back shell | |
| US6776665B2 (en) | Electrical connector with a transparent insulating jacket | |
| US5306870A (en) | Screened cable branch connection device | |
| US6478609B1 (en) | Strain relief assembly | |
| EP0573902B1 (en) | Strain relief shell for an electrical connector | |
| JP6244020B2 (ja) | プラグコネクタ | |
| US9905978B2 (en) | Insertion-type connector having a twisted-pair cable | |
| US6592396B2 (en) | Cap for an electrical connector | |
| EP0902502B1 (en) | Screened cable terminating ferrule | |
| US20030171024A1 (en) | Electrical connector | |
| JPH10508419A (ja) | オーバーモールドされたストレインリリーフ及び引掛防止機構 | |
| EP0577035B1 (en) | Cord grip arrangement | |
| CN1366365A (zh) | 可更换的连接头系统 | |
| JPH02501785A (ja) | シール型電気コネクタ | |
| CN108352662A (zh) | 混合插接连接器 | |
| US3450828A (en) | Terminal piece for the connection of electrical cables | |
| NL1004802C2 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een stekker aan een uiteinde van een kabel alsmede een dergelijke stekker. | |
| US4603026A (en) | Method of providing a sensor probe and/or a sensor probe | |
| KR102569624B1 (ko) | 실드 커넥터 및 실드 커넥터 시스템 | |
| US10630020B2 (en) | Cable connection structure and manufacturing method of the cable connection structure | |
| US3951501A (en) | Housing for electrical connector | |
| CA2164398A1 (en) | Modular plug for high speed data transmission | |
| US5931698A (en) | Shielded wire connection device | |
| US20020031937A1 (en) | Cable connector | |
| NL8500623A (nl) | Elektrische steker. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| TD | Modifications of names of proprietors of patents |
Owner name: BMS EUROPE B.V. |
|
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20020701 |