NL1007375C2 - Landbouwmachine. - Google Patents

Landbouwmachine. Download PDF

Info

Publication number
NL1007375C2
NL1007375C2 NL1007375A NL1007375A NL1007375C2 NL 1007375 C2 NL1007375 C2 NL 1007375C2 NL 1007375 A NL1007375 A NL 1007375A NL 1007375 A NL1007375 A NL 1007375A NL 1007375 C2 NL1007375 C2 NL 1007375C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
agricultural machine
machine according
disc
discs
protrusions
Prior art date
Application number
NL1007375A
Other languages
English (en)
Inventor
Alexander Van Der Lely
Cornelis Johannes Gerardus Bom
Adrianus Petrus Mari Brabander
Original Assignee
Maasland Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Maasland Nv filed Critical Maasland Nv
Priority to NL1007375A priority Critical patent/NL1007375C2/nl
Priority to EP98203577A priority patent/EP0920794A3/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1007375C2 publication Critical patent/NL1007375C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C5/00Making or covering furrows or holes for sowing, planting or manuring
    • A01C5/06Machines for making or covering drills or furrows for sowing or planting
    • A01C5/062Devices for making drills or furrows
    • A01C5/064Devices for making drills or furrows with rotating tools

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Soil Working Implements (AREA)
  • Sowing (AREA)

Description

LANDBOUWMACHINE
De uitvinding heeft betrekking op een landbouwmachine, in het bijzonder een landbouwmachine met een of meer draaiende kouters, bijvoorbeeld een zaaimachine, waarbij 5 althans één van de kouters twee schijven bezit die aan de buitenrand zijn voorzien van uitsteeksels en uitsparingen.
Een dergelijke machine is bekend uit het Russische octrooi 858 609. In deze publicatie wordt een kouter beschreven voor het maken van golvende voren, waartoe de schijven 10 van de kouter een schommelende beweging maken.
Het is ook bekend om kouters van niet-schommelende schijven te voorzien. De schijven van deze kouters hebben een gladde buitenrand en soms een rand met uitsparingen. Het nadeel van deze kouters, die weliswaar een rechte voor maken, 15 is dat onder bepaalde omstandigheden de kouters kunnen slippen.
Het doel van de uitvinding is het verschaffen van een landbouwmachine met een of meer kouters die een rechte voor trekken en waarbij de schijven niet of zo weinig moge-20 lijk slippen.
Volgens de uitvinding wijzigen de schijven tijdens het draaien hun hoekstand ten opzichte van elkaar niet, waarbij althans over een gedeelte van de omtrek de uitsteeksels van de ene schijf in de uitsteeksels van de andere schijf 25 steken.
Om zo veel mogelijk te voorkomen dat nabij de rand van de schijven zich grond ophoopt, komt, volgens een verder kenmerk van de uitvinding, althans over een deel van de omtrek waarin de uitsteeksels van de ene schijf in de uitspa-30 ringen van de andere schijf steken, in zijaanzicht gezien, de vorm van een uitsteeksel overeen met de uitsparing van de andere schijf waarin deze steekt.
Het is bijzonder gunstig in dit verband indien, volgens een verder kenmerk, gezien van de zijkant de uit-35 steeksels en de uitsparingen een althans in noofdzaak recht hoekige vorm hebben.
Volgens een verder kenmerk van de uitvinding steken in een of meer van de posities waarin de uitsteeksels en 1007375 2 uitsparingen in elkaar grijpen de uiteinden van de uitsteeksels van de ene schijf buiten het buitenvlak van de andere schijf. Hierdoor wordt vooral bereikt dat de uitsteeksels en uitsparingen elkaar van grondresten ontdoen.
5 Volgens een verder kenmerk van de uitvinding zijn de schijven loodrecht op de bijbehorende draaiingsassen gelegen. Hierdoor wordt het schommelen van de schijven voorkomen.
De schijven worden op eenvoudige wijze bevestigd, 10 indien volgens een verder kenmerk van de uitvinding aan de binnenzijde van de schijf een legerhuis bevindt, voorzien van een leger waarmede de schijf om een aseind draait, welk legerhuis via ten minste een bout-en-moerverbinding aan de schijf is bevestigd.
15 Voor het bevestigen van de kouter aan de landbouw machine bezit de machine een, uitstekend, buisvormig element waaraan de aseinden voor een paar schijven zijn aangebracht. Dit buisvormig element kan gebruikt worden om materiaal, zoals zaad, in de voor te brengen.
20 Aangezien het kan voorkomen dat aan de binnenzijden van de schijven zich grond aanzet, is, volgens een verder kenmerk van de uitvinding aan het uitstekende element een schraapinrichting aangebracht, welke aan de binnenzijden van de schijven aarde van de schijven verwijdert.
25 De uitvinding zal aan de hand van een uitvoerings- voorbeeld nader worden toegelicht.
Figuur 1 toont in zijaanzicht een landbouwmachine volgens de uitvinding met een rij kouters.
Figuur 2 is op grotere schaal een zijaanzicht op 30 een kouter.
Figuur 3 is op grotere schaal een doorsnede van de kouter volgens figuur 2 volgens de lijn III - III.
Figuur 4 is op dezelfde schaal als figuur 3 en gedeeltelijk een achteraanzicht op de kouter volgens de lijn 35 IV - IV.
De uitvinding is geenszins beperkt tot de hier afgebeelde en beschreven uitvoeringsvormen, deze dienen 1 [: 3 slechts ter illustratie van de uitvindingsgedachte.
Figuur 1 toont een landbouwmachine 1 die een combinatie is van een op zichzelf bekende rotorkopeg 2 met een zaaimachine 3. De rotorkopeg 2 bezit een aanbouwbok 4, 5 voorzien van op zichzelf bekende koppelarmen 5 en aan de bovenzijde van op verschillende hoogteniveaus aangebrachte boringen 6. Achter de van een rol 7 voorziene rotorkopeg 2, die op op zichzelf bekende wijze met de driepuntshefinrichting van een trekker 8 is gekoppeld, bevindt zich de zaaima-10 chine 3. Deze zaaimachine 3 is via een topstang 9 en de koppelarmen 5 met behulp van een aankoppelbok 10 met de rotorkopeg 2 verbonden.
De zaaimachine is een op zichzelf bekende pneumatische zaaimachine, zoals is beschreven in de Nederlandse 15 octrooiaanvrage 9 500 335.
De zaaimachine bezit een reservoir 11 en een stijgbuis 12 via welke door een ventilator 13 geproduceerde luchtstroming zaad wordt gevoerd door leidingen 14 naar een aantal kouters 15 die in een rij dwars op de rijrichting A 20 zijn geplaatst.
Deze kouters zijn op grotere schaal in de figuren 2, 3 en 4 afgebeeld. De zaaimachine bezit een balk 16 aan de achterzijde van de machine. Deze balk, die zich horizontaal en dwars op de rijrichting A uitstrekt, kan op op zichzelf 25 bekende wijze in hoogterichting worden ingesteld. Aan deze balk zijn een aantal naast elkaar opgestelde kouters 15 aangebracht, zodanig dat achter de machine, in de rijrichting gezien, in een aantal voren zaad in de grond kan worden ingebracht. Aan de balk 16 kan aan een beugel 17 die aan de 30 balk 16 met behulp van een nok 18, een bout 19 en een klem-plaat 20 is bevestigd een uitstekend element, hierna zaaipijp 21 genoemd, worden aangebracht. Hiertoe is aan de zaaipijp 21 een bevestigingsdeel 22 gelast dat door middel van een bout-en-moerverbinding 23 aan de beugel 17 is aangebracht. De 35 zaaipijp 21 bezit een bocht 24 en een recht naar beneden gericht gedeelte 25, welk gedeelte een uitlaatopening 26 heeft. Deze uitlaatopening 26 is achterwaarts gericht en zodanig schuin dat deze, in de rijrichting A gerekend, achter \ 4 de voorzijde van de zaaipijp 21 is gelegen.
De zaaipijp bezit aan de bovenzijde 27 een aansluiting voor een flexibele slang 14 die op op zichzelf bekende wijze naar een aan de bovenzijde van de scijgbuis 12 zich 5 bevindende verdeelinrichting 28 voor het zaad loopt (Fig. 1).
De zaaipijp heeft een strip 29 die zich van het naar achteren zich uitstrekkende deel en het naar beneden zich uitstrekkende deel 25 uitstrekt en aan beide delen is bevestigd. Aan de strip 29 is een drager 30 gelast die dwars 10 op de rijrichting A verloopt. Deze drager 30 heeft twee aseinden 31 en 32. De aseinden 31 en 3z. bezinnen hartlijnen 33 resp. 34 die van boven gezien een hoek a met elkaar insluiten. Deze hoek is in de rijrichting A gerekend naar voren geopend. In dit uitvoeringsvoorbeeld bedraagt deze hoek 15 170°, welke door een lijn in de rijrichting A in tweeën wordt gedeeld, zodat de aseinden symmetrisch staan opgesteld. Desgewenst kan de hoek ook enige graden groter of kleiner worden gekozen. De aseinden zijn in dit uitvoeringsvoorbeeld horizontaal opgesteld, maar een kleine afwijking van enkele 20 graden, zodanig dat van achteren gezien de hartlijnen 33 en 34 een naar beneden gesloten hoek vormen, is mogelijk.
De kouter 15 bezit twee schijven 35 en 36. Deze schijven zijn om de aseinden 31, respectievelijk 32 vrij draaibaar en bezitten hiertoe legers 37, respectievelijk 38. 25 Legerhuizen 39, respectievelijk 40, waarin de legers zijn ondergebracht, zijn door middel van bout-en-moerverbindingen 41, waarvan er slechts één getekend is, aan de schijven aangebracht.
De aseinden 31 en 32 staan loodrecht op het hart 30 van de ronde schijven 35 en 36, zodanig dat bij het ronddraaien van de schijven deze in hetzelfde vlak blijven. De schijven 35 en 36 hebben een holle vorm waarbij de holle zijden naar elkaar toe zijn gericht. De krommingsstraal van deze holle zijden is bij voorkeur tussen de 450 en 600 mm, in 35 dit uitvoeringsvoorbeeld 540 mm.
De buitenranden van de schijven bezitten gelijk gevormde uitsteeksels 42, waartussen zich gelijk gevormde uitsparingen 43 bevinden. De uitsteeksels en uitsparingen van 1 o 0 7 3 7 5 5 beide schijven zijn identiek.
De vorm van de uitsteeksels 42 en uitsparingen 43 is, gezien in zijaanzicht, vrijwel rechtnoeKxg. De zijden 44 en 45 zijn radiaal gericht, hetzelfde geldt voor de zijden 5 van de uitsparingen. De uitsteeksels van de ene schijf passen, met een kleine speling, over een deel van de omtrek van de schijf in de uitsparingen van de andere schijf, zodanig dat bij het ronddraaien van de schijven achtereenvolgens andere uitsteeksels en uitsparingen in elkaar grijpen.
10 Zoals is afgebeeld in figuur 3 steken plaatselijk de uitsteeksels van de ene schijf voorbij de buitenzijde van de andere schijf en vice versa. Hierdoor wordt een goede afdichting van de uitsparingen bereikt.
De zijden 44 en 45 van de uitsteeksels 42 hebben, 15 gerekend in radiale richting, bij voorkeur een lengte van circa 1 cm. De combinatie van de specifieke holle vorm van de schijven 35, 36 en de vorm van de uitsteeksels 42 en uitspa ringen 43 draagt bij aan de goede afsluiting van de uitsparingen om het aanhechten van grond tegen te gaan.
20 De buitenrand 46 van de uitsteeksels 42 liggen op een cirkel om de hartlijnen 33 respectievelijk 34. Het aantal uitsteeksels en dus ook uitsparingen van de schijven volgens dit uitvoeringsvoorbeeld is bij voorkeur 15. Het is echter mogelijk enkele meer of minder te hebben. De diameter van de 25 schijven is in dit uitvoeringsvoorbeeld 30 cm.
Tengevolge van de schuine stand van de hartlijnen 33 en 34 en de vorm van de holle schijven 35 en 36 passen de uitsteeksels en uitsparingen in elkaar over een hoek β afgebeeld in figuur 2. Deze hoek is in de rijrichting naar 30 beneden gericht en begint nabij de onderzijde van de schijven. Bij voorkeur is de hoek β, zoals afgebeeld in dit uitvoeringsvoorbeeld, 60°, maar een afwijking van bijvoorbeeld 10° is ook mogelijk.
De kouters 15 kunnen op verschillende diepten 35 worden ingesteld. Dit geschiedt door zwc-nker "an de zaaipij-pen 21 om de bout 23. De machine bezit niet-af geheelde middelen om de kouters in de gewenste stand vast te zetten. Door het zwenken van een zaaipijp 21 verdraait de positie van 1 .. . .
6 de sector β over welke de uitsteeksels en uitsparingen in elkaar grijpen en daarbij met elkaar in contact komen.
Wanneer de kouter dieper werkt, verdraait de sector met de wijzers van de klok naar boven, en omgekeerd wanneer 5 de kouters minder diep werken. Een en ander wordt veroorzaakt door de stand van de aseinden 31 en 32.
Aan het naar beneden gerichte deel 25 van de zaaipijp 21 is aan de achterkant een uitsteeksel 47 gelast, aan welk uitsteeksel een V-vormige strip 48 van verend 10 materiaal, bij voorkeur verenstaal, is bevestigd (fig. 4).
Deze V-vormige strip 48 dient als afschraper voor de binnenzijden van de holle schijven 35 en 36. De bevestiging van de strip 48 aan het uitsteeksel 47 vindt plaats met behulp van een aan de strip bevestigde bout 49 en een op de bovenzijde 15 van de strip aangebrachte moer 50.
De strip 48 schraapt met de als schraapkanten 51 en 52 dienst doende onderzijden tegen de binnenkanten van de schijven 35, respectievelijk 36. Door het verstellen van de moer 50 kan de druk van de af schraapkanten 51, 52, op de 20 binnenwanden vergroot of verkleind worden en ook kunnen bij slijtage van de verende strip de afschraapkanten bijgesteld worden. Bij voorkeur zijn de afschraapkanten 51, 52, zoals in figuur 2 is afgebeeld, aan de achterzijde van de schijven geplaatst, zodanig dat bij het naar boven draaien van de 25 achterzijden van de schijven de aarde wordt afgeschraapt.
De werking van de kouter 15 is als volgt.
Bij het voortbewegen van de landbouwmachine bewerkt de rotorkopeg 2 de grond die door de rol 7 geëgaliseerd wordt en waarbij ook grovere kluiten worden verkruimeld. De zaaima-30 chine 3 heeft vervolgens de taak om zaad in de door de kouters 15 gevormde voren in te brengen. De kouters 15 moeten zorg dragen voor een goed bewerkte voor op de gewenste diepte. De voor moet een gelijkmatig bewerkte vorm hebben; bovendien is het gewenst dat in de voor zo weinig mogelijk 35 losse kluiten liggen. Verder is het gewenst dat de schijven van de kouter 15 regelmatig ronddraaien. Bovendien wordt door de speciale vorm van de uitsteeksels 42 en de uitsparingen 43 bereikt dat geen grond tussen de in elkaar grijpende uitspa- 1 o ov 5 7 ringen en uitsteeksels komt, waardoor het draaien van de kouters zou worden bemoeilijkt. Wanneer de kouters niet goed ronddraaien door plaatselijke opeenhopingen van aarde, bestaat het risico dat de voor meer door het slepen van de 5 schijven van de grond wordt gevormd dan door het draaien. Dit heeft een nadelige invloed op de gelijkmatige vorm van de voor en op de wand. Bovendien is de vorm van de uitsteeksels zodanig, dat zij zo weinig mogelijk aan slijtage onderhevig zijn, omdat de buitenranden op een omtrekscirkel liggen. 10 Hiertoe draagt ook het aantal uitsteeksels van een schijf aan mee, omdat het contactvlak met de grond groot is.
Door de symmetrische opstelling en de constructie van de schijven 35, 36, wordt er geen of nagenoeg geen kracht dwars op de voortbewegingsrichting A op de kouter uitgeoe-15 fend. Hierdoor is het mogelijk om de kouter aan de zaaipijp 21 aan te brengen in plaats van aan een massieve stang.
De vorm van de zaaipijp 21, die tevens als drager voor de schijven van de kouter dienst doet, vereenvoudigt de constructie. De V-vormige strip 48 met afschraapkanten 51, 20 52, draagt ertoe bij dat de binnenkant van de schijven schoon blijft, hetgeen voor het goed roteren van de schijven van belang is.
In het voorgaande is steeds over een zaaimachine en zaaikouters gesproken. De constructie volgens de uitvinding 25 kan echter ook gebruikt worden voor kouters voor andere doeleinden. Genoemd kunnen worden kouters voor mestinjec-teurs. Ook hierbij bestaat de wens goede voren te trekken, waarin in plaats van zaad, mest wordt gedeponeerd. In dit uitvoeringsvoorbeeld is een rij kouters beschreven. Het is 30 uiteraard mogelijk dat de machine verscheidene rijen kouters bezit.
De uitvinding is niet alleen gericht op de landbouwmachine, maar ook op de kouters met zaaipijpen en op een werkwijze voor het toepassen van kouters.
35 De uitvinding is niet beperkt tot hetgeen hiervoor is beschreven, maar heeft ook betrekking op alle details in de tekeningen. De uitvinding heeft verder betrekking op allerlei alternatieven in de constructie.

Claims (29)

1. Landbouwmachine, in het bijzonder een landbouwmachine, voorzien van één of meer draaiende kouters, bijvoorbeeld een zaaimachine, waarbij althans één van de kouters 5 twee schijven bezit die aan de buitenrand zijn voorzien van uitsteeksels en uitsparingen, met het kenmerk, dat de schijven tijdens het draaien hun hoekstand ten opzichte van elkaar niet wijzigen, waarbij althans over een gedeelte van de omtrek de uitsteeksels (42) van de ene schijf in de uitspa-10 ringen (43) van de andere schijf steken.
2. Landbouwmachine volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat althans over dat deel van de omtrek waarin de uitsteeksels (42) van de ene schijf in de uitsparingen (43) van de andere schijf steken, in zijaanzicht gezien, de vorm 15 van een uitsteeksel overeenkomt met de uitsparing van de andere schijf waarin deze steekt.
3. Landbouwmachine volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat gezien van de zijkant de uitsteeksels (42) en de uitsparingen (43) een althans in hoofdzaak rechthoekige vorm 20 hebben.
4. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in zijaanzicht gezien de uitsteeksels (42) aan hun uiteinden op een buitenrand (46) van een schijf liggen.
5. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de zijkanten (44, 45) van de uitsteeksels (42) en uitsparingen (43), althans in hoofdzaak, radiaal ten opzichte van de draaiingsas van de bijbehorende schijf verlopen.
6. Landbouwmachine, in het bijzonder volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in een of meer van de posities waarin de uitsteeksels (42) en uitsparingen (43) in elkaar grijpen de uiteinden van de uitsteeksels van de ene schijf buiten het buitenvlak van de andere schijf 35 steken.
7. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclu sies, met het kenmerk, dat het aantal uitsteeksels en uitspa- i i.' Ü ·>. ' ; O ringen van een schijf meer dan 10, bij voorkeur circa 15, bedraagt.
8. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de uitsteeksels en uitsparingen 5 van twee bijbehorende schijven over een hoek van circa 80°, bij voorkeur circa 60°, zijn gelegen.
9. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de hartlijnen (33, 34) van de draaiingsassen van de twee bij elkaar horende schijven een 10 stompe hoek insluiten die van boven gezien in de voortbewe-gingsrichting A van de zaaimachine is geopend, waarbij de hoek bij voorkeur circa 170° bedraagt.
10. Landbouwmachine, in het bijzonder volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de schijven (35, 15 36) loodrecht op de bijbehorende draaiingsassen zijn gelegen.
11. Landbouwmachine, in het bijzonder volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat zich aan de binnenzijde van de schijf (35, 36) een legerhuis (39, 40) bevindt, voorzien van een leger (37, 38) waarmede de schijf 20 om een aseind draait, welk legerhuis via ten minste een bout-en-moerverbinding aan de schijf is bevestigd.
12. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine een, uitstekend, buisvormig element (21) bezit.
13. Landbouwmachine volgens conclusie 12, met het ken merk, dat het uitstekende element (21) als zaaipijp (21) is uitgevoerd.
14. Landbouwmachine volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat de zaaipijp (21) een naar beneden gericht recht 30 gedeelte (25) bezit, waaraan de aseinden (31, 32) voor een paar schijven zijn aangebracht.
15. Landbouwmachine, in het bijzonder volgens een der voorgaande conclusies 12 - 14, met het kenmerk, dat aan het uitstekende element (21) een schraapinrichting is aange- 35 bracht, welke aan de binnenzijde van de schijven aarde van de schijven verwijdert.
16. Landbouwmachine volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de schraapinrichting van verenstaal is.
17. Landbouwmachine volgens conclusies 14 of 15, met het kenmerk, dat de schraapinrichting uit een overwegend V-vormige strip (48) bestaat.
18. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclu-5 sies, met het kenmerk, dat de V-vormige strip (48) een naar beneden toe geopende hoek bezit.
19. Landbouwmachine volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de hoek althans nagenoeg 30° bedraagt.
20. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclu- 10 sies, met het kenmerk, dat de schraapkanten (51, 52) van de schraapinrichting, in zijaanzicht van de schijf gezien, naar beneden, bij voorkeur althans nagenoeg radiaal, met betrekking tot de draaiingsas zijn gericht.
21. Landbouwmachine volgens een der conclusies 17 - 20, 15 met het kenmerk, dat middelen (49, 50) aanwezig zijn om de vorm van de V-vormige strip (48) enigermate te wijzigen.
22. Landbouwmachine volgens conciusxe 21, met het kenmerk, dat de middelen voor het wijzigen van de vorm van de V-vormige strip een bout en een schroef omvatten waarmede de 20 strip (48) aan het uitstekende element is aangebracht.
23. Landbouwmachine volgens een der conclusies 17 - 22, met het kenmerk, dat de V-vormige strip (48) een dikte bezit van circa 1 mm.
24. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclu-25 sies 12 - 23, met het kenmerk, dat het uitstekende element (21) door middel van een horizontale zwenkas (23) met de rest van de machine is gekoppeld.
25. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat bij het zwenken van het uitsteken- 30 de element de hoek waarover de uitsparingen (43) en uitsteeksels (42) in elkaar grijpen om de zwenkas wordt verdraaid.
26. Landbouwmachine volgens een der voorgaande conclu sies, met het kenmerk, dat twee bij elkaar behorende schijven (35, 36) hol zijn uitgevoerd, waarbij de holle zijden naar 35 elkaar toe zijn gericht.
27. Landbouwmachine volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat de straal van de holle schijf circa 54 cm bedraagt.
28. Kouter bestaande uit twee schijven met zaaipijp 1007375 volgens een der voorgaande conclusies.
29. Werkwijze voor het toepassen van de kouters volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de sector β waarin de uitsteeksels van de ene schijf in de uitsparingen 5 van de andere steken, bij het dieper werken van de kouters in de richting van de wijzer van een uurwerk wordt verdraaid. j·
NL1007375A 1997-10-28 1997-10-28 Landbouwmachine. NL1007375C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1007375A NL1007375C2 (nl) 1997-10-28 1997-10-28 Landbouwmachine.
EP98203577A EP0920794A3 (en) 1997-10-28 1998-10-23 An agricultural machine

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1007375 1997-10-28
NL1007375A NL1007375C2 (nl) 1997-10-28 1997-10-28 Landbouwmachine.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1007375C2 true NL1007375C2 (nl) 1999-05-10

Family

ID=19765908

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1007375A NL1007375C2 (nl) 1997-10-28 1997-10-28 Landbouwmachine.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP0920794A3 (nl)
NL (1) NL1007375C2 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102010037240A1 (de) * 2010-08-31 2012-03-01 Amazonen-Werke H. Dreyer Gmbh & Co. Kg Doppelscheibenschar
CN108848775B (zh) * 2018-09-17 2022-07-12 吉林大学 一种实时可调控式双层仿生缺口圆盘开沟器
US11944025B2 (en) * 2019-05-22 2024-04-02 Osmundson Mfg. Co. Agricultural drill/planter/coulter/disc blade with step plane notch edge

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0056988A1 (de) * 1981-01-23 1982-08-04 Deere & Company Vorrichtung zum Säubern der Scheibeninnenflächen eines aus zwei rotierenden Scheiben bestehenden Werkzeuges, insb. für Sämaschinen
US4598654A (en) * 1981-12-31 1986-07-08 Acra-Plant, Inc. Furrow opener and follower blade
EP0503938A1 (en) * 1990-09-25 1992-09-16 Tinto Industries Limited Star wheel seed planter
EP0579909A1 (de) * 1992-07-22 1994-01-26 ACCORD Landmaschinen Heinrich Weiste & Co. GmbH Zweischeibensäschar mit Topfscheibe
US5346020A (en) * 1992-08-04 1994-09-13 Bassett James H Forged clearing wheel for agricultural residue
EP0772963A1 (de) * 1995-11-09 1997-05-14 Franz Kleine Maschinenfabrik GmbH & Co. Sägerät, insbesondere für die Mulch- und/oder Direktsaat

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0056988A1 (de) * 1981-01-23 1982-08-04 Deere & Company Vorrichtung zum Säubern der Scheibeninnenflächen eines aus zwei rotierenden Scheiben bestehenden Werkzeuges, insb. für Sämaschinen
US4598654A (en) * 1981-12-31 1986-07-08 Acra-Plant, Inc. Furrow opener and follower blade
EP0503938A1 (en) * 1990-09-25 1992-09-16 Tinto Industries Limited Star wheel seed planter
EP0579909A1 (de) * 1992-07-22 1994-01-26 ACCORD Landmaschinen Heinrich Weiste & Co. GmbH Zweischeibensäschar mit Topfscheibe
US5346020A (en) * 1992-08-04 1994-09-13 Bassett James H Forged clearing wheel for agricultural residue
EP0772963A1 (de) * 1995-11-09 1997-05-14 Franz Kleine Maschinenfabrik GmbH & Co. Sägerät, insbesondere für die Mulch- und/oder Direktsaat

Also Published As

Publication number Publication date
EP0920794A3 (en) 2002-02-13
EP0920794A2 (en) 1999-06-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5628372A (en) Land management apparatus for creating irrigation pools
US4200156A (en) Soil cultivating implements
US11716923B2 (en) Row cleaner/closing wheel
FR2962297A1 (fr) Recolteuse agricole equipee d'un systeme ameliore d'adaptation au sol
CA2194731A1 (en) Seed drill with scraper/soil firming attachment
US20170000001A1 (en) Debris clearing device having teeth with sharpened leading edges
RU1804276C (ru) Ротационна мотыга
EP1976367B2 (fr) Machine de travail du sol, telle que déchaumeuse
BRPI0900993B1 (pt) Máquina agrícola
PL112653B1 (en) Soil cultivator
FR2647626A1 (fr) Dispositif perfectionne d'implantation de semence dans le sol, semoir et machine combinee de preparation de lit de semence et de semis utilisant ledit dispositif
JPS63237702A (ja) 耕耘用農業機械
HUP0800477A2 (en) Rotary hoe with adjustable depth
RU2053615C1 (ru) Комбинированный почвообрабатывающий агрегат
NL8901333A (nl) Cilindrisch bodembewerkingsorgaan.
EP0920794A2 (en) An agricultural machine
US5417238A (en) Tillage implements
RU2292695C2 (ru) Борона дисковая
NL7810717A (nl) Grondbewerkingsmachine.
EP0305600B2 (en) A soil cultivating machine
EP0402290A1 (fr) Dispositif perfectionné d'implantation de semence dans le sol, semoir et machine combinée de préparation de lit de semence et de semis utilisant ledit dispositif
WO1993018637A1 (en) Improvements in or relating to tillage elements
AU646102C (en) Tillage implements
GB2249008A (en) "Tillage discs"
WO2023004179A1 (en) Crumbler basket implement

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20030501